4. Vaststelling bestemmingsplan Franse Gat Zuid, deel 1 en 2 - Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
bestemmingsplan
FRANSE GAT ZUID - DEEL 1 EN 2
Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend(e) plan(nen) 1.4 Leeswijzer
5 5 5 8 8
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Ruimtelijke structuur 2.2 Functionele structuur
9 9 9
Hoofdstuk 3 BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
10 10 13 15 16
Hoofdstuk 4 PLANBESCHRIJVING 4.1 Stedenbouwkundige opzet 4.2 Gezonde en groene leefomgeving 4.3 Duurzaamheid 4.4 Veiligheid
20 20 20 23 23
Hoofdstuk 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Bodem 5.2 Waterhuishouding 5.3 Externe veiligheid 5.4 Archeologie 5.5 Cultuurhistorie 5.6 Conventionele explosieven 5.7 Ecologie 5.8 Geluid 5.9 Bedrijven- en milieuzonering 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Mobiliteit 5.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.13 Totaalbeeld aspecten
24 24 25 28 29 31 32 32 35 36 37 38 39 40
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding 6.2 De indeling van de planregels 6.3 Bestemmingen
41 41 41 42
Hoofdstuk 7
45
FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Ontwerp ter inzage legging
46 46 46
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Marktverkenning Bijlage 2 Historisch vooronderzoek bodem Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
47 48 85 103
2
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15
Watertoets Archeologisch onderzoek Natuuronderzoek Oplegnotitie ecologische onderzoeken Stikstofonderzoek Franse Gat - Zuid Activiteitenplan Ontheffing Wet Natuurbescherming Akoestisch onderzoek Mobiliteitsplan Verkeerstoets Vormvrije m.e.r.-beoordeling Participatieverslag
bestemmingsplan
378 418 465 537 543 585 616 650 814 833 856 872
3
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel
De wijk 't Franse Gat is vlak na de Tweede Wereldoorlog gebouwd, naar ontwerp van de bekende architect en stedenbouwkundige Van Embden. Ongeveer 70 jaar later zijn veel van de woningen gedateerd en toe aan verbetering of vervanging. Er zijn lage energielabels, een gedateerde indeling en technische en functionele gebreken. Bij de zij- en achtertuinen is sprake van verrommeling met schuttingen-, aan- en uitbouwen. Ook is 't Franse Gat in de loop van de jaren een stuk minder groen geworden. Straten werden voorzien van meer parkeerplaatsen, tuinen zijn volgebouwd en voortuinen zijn in veel gevallen helemaal bestraat. Het doel is om 't Franse Gat klaar te maken voor de toekomst met meer groen, auto's minder prominent in het straatbeeld, voldoende parkeerplekken, meer ruimte voor voetgangers en fietsers, opvang van regenwater en duurzame woningen. Om de gebiedstransformatie in het Franse Gat mogelijk te maken is het nodig om de nu geldende ruimtelijke plannen te herzien. In het zuidelijke deel van Het Franse Gat wordt begonnen met herstructurering. Voor dit deel van het Franse Gat wordt met onderliggende herziening van het bestemmingsplan de mogelijkheid tot herstructurering juridisch geregeld.
1.2
Ligging plangebied
Bij het vaststellen van de gebiedsvisie in 2020 zijn de te vernieuwen woningen van Veenvesters in het Franse Gat ingedeeld in drie deelplannen: Deelplan Rand Deelplan Noord Deelplan Zuid Deelplan Zuid bestaat vervolgens uit drie deelgebieden. In dit bestemmingsplan vormen deelgebieden 1 en 2 het plangebied. Dit gebied bevindt zich tussen de Meester Heemkerkstraat en de Klaas Katerstraat even zijde. In deelgebieden 1 en 2 komen zowel grondgebonden als gestapelde woningen voor. De bouwhoogte van de woningbouw in deelgebieden 1 en 2 wordt maximaal 13 meter hoog en bestaat dus uit maximaal vier bouwlagen. De woningen in deelgebied 1 zijn op basis van binnenplanse en buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan Woongebieden 2018 juridisch mogelijk gemaakt. In de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor het toetsen van de uitvoerbaarheid van onderliggend bestemmingsplan is alleen deelgebied 2 in beschouwing genomen. Onderzoeken voor deelgebied 1 zijn al uitgevoerd in het kader van vergunningverlening. In dit bestemmingsplan wordt deelgebied 1 meegenomen, zodat de juiste juridische regels zichtbaar zijn op de landelijke voorziening.
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Afbeelding 1: Ligging 't Franse Gat
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Afbeelding 2: Deelplannen 't Franse Gat
bestemmingsplan
7
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Afbeelding 3: Deelgebieden binnen deelplan Zuid
1.3
Vigerend(e) plan(nen)
Op de locatie is het bestemmingsplan “Woongebieden 2018” van kracht. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen “Wonen”, "Verkeer" en "Groen". Daarnaast valt een deel van het plangebied binnen het bestemmingsplan “Parapluplan 2020 ” en heeft binnen dat plan de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie - Middelhoog”. Het plan van herstructurering is strijdig met de vigerende bestemmingen. Daarom moeten de vigerende bestemmingsplannen (partieel) worden herzien ex artikel 3.1 Wro.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven; In hoofdstuk 3 volgt vervolgens een beschrijving van het beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; In hoofdstuk 4 is het bouwplan beschreven; In hoofdstuk 5 zijn hierna de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld; Hoofdstuk 6 beschrijft het juridische deel van het plan; In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; In hoofdstuk 8 tenslotte zijn de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Hoofdstuk 2 2.1
BEST AANDE SIT UAT IE
Ruimtelijke structuur
De wijk is vlak na de oorlog gebouwd, naar ontwerp van de bekende architect en stedenbouwkundige Van Embden. Hem stond een moderne tuinstad voor ogen, met een combinatie van eengezinswoningen en portieketagewoningen. De woningen werden gebouwd in een tijd dat bouwmaterialen schaars waren en arbeid ruim voldoende aanwezig. De woningen zijn dan ook met eenvoudige, sobere materialen gemaakt. Maar de architectonische kwaliteit is ontstaan door aan het ontwerp van de woningen net wat extra aandacht te geven, denk aan de patronen in het metselwerk in kopgevels, de sierlijke balustrades, de simpele betonnen luifeltjes en het ritme van de gootklossen onder de strak tegen de gevel aan gedetailleerde dakgoten. De wijk onderscheidt zich daarmee als typische jaren ’50 wijk en heeft een heel ander karakter dan de typische jaren ’30 woningen zoals we die bijvoorbeeld hier en daar langs de Kerkewijk aantreffen.Een belangrijk deel van de architectonische waarde zit in de samenhang tussen de gebouwen en de openbare ruimte: de wijk is een stedenbouwkundige eenheid met enkele bijzondere plekken. Naast de kwaliteiten zijn ook knelpunten te benoemen. Met de herstructurering ontstaat de mogelijkheid deze aan te pakken. Hieronder zijn enkele kort beschreven. Een belangrijke aanleiding voor de herstructurering is de staat van de woningen.
Veel woningen zijn gedateerd en toe aan verbetering of vervanging: lage energielabels, gedateerde indeling, technische en functionele gebreken. Bij de zij- en achtertuinen is sprake van verrommeling met schuttingen, aan- en uitbouwen. De aanblik en inrichting van de binnenterreinen zijn in de loop der jaren veranderd. Aanvankelijk waren de terreinen open en hadden zij een openbaar karakter, kenmerkend voor de periode waarin de wijk tot stand kwam. Tegenwoordig zijn terreinen overgang naar de privéterreinen is dichtgezet met schuttingen en bijgebouwen. Ooit opgezet vanuit de moderne tuinstad gedachte, is ’t Franse Gat in de loop van de jaren een stuk minder groen geworden. Straten werden voorzien van meer parkeerplaatsen, grote tuinen zijn deels bebouwd met aanbouwen, bergingen en garages. Voor- en achtertuinen zijn in veel gevallen bestraat. Dat zorgt niet alleen voor een stenig beeld met weinig groen, het zorgt ook voor hittestress (de warmte bouwt zich op in de zomer met al dat steen) en het water kan niet goed weg bij hevige regenbuien. Bij hevige regenval en een hoge grondwaterstand met een constante afvoer van kwelwater ontstaat wateroverlast. De buurt is in de jaren ’50 van de vorige eeuw tot stand gekomen. In deze tijd waren veel minder auto’s in Nederland dan we op dit moment hebben.
Het gevolg hiervan is dat in bepaalde straten (te) weinig bruikbare parkeerplaatsen aanwezig zijn. Hierdoor is niet voor iedereen een parkeerplaats in de nabije omgeving van de eigen woning, waardoor de bewoners die dit overkomt een stukje moeten lopen voordat ze thuis of bij hun auto zijn. Om toch dicht bij huis te kunnen parkeren hebben bewoners oplossingen gecreëerd: parkeren in de voortuin en in de achtertuin. Voortuinen zijn verhard en ingericht als parkeerplaats. In de achtertuinen zijn door bewoners parkeervoorzieningen (garages) gerealiseerd die bereikbaar zijn via brandgangen ofwel achterpaden, die daar echter nooit voor bedoeld waren.
2.2
Functionele structuur
De bestemmingen die zich op dit moment in het gebied bevinden (wonen, groen en verkeer) komen ook in het nieuwe bestemmingsplan terug. Doordat de stedenbouwkundige hoofdopzet van de wijk wordt aangepast, vindt er een verschuiving plaats in de bestemmingsvlakken.
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Hoofdstuk 3 3.1
BELEIDSKADER
Rijksbeleid
Hoofddoel van het nationale ruimtelijke beleid is om ruimte te scheppen voor verschillende ruimtevragende functies. Het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat, maakt het nodig dit op een efficiënte en duurzame wijze te doen en niet alleen in kwantitatieve, maar ook in kwalitatieve zin. Bundeling van verstedelijking is een beleidsstrategie die het Rijk hanteert. Er wordt op deze manier optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die in het bestaande bebouwde gebied aanwezig is.
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI heeft maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden.
Toetsing plan In voorliggend plan is aandacht voor onder andere klimaatadaptatie en energietransitie. Het plan is in lijn met de doelstellingen uit de Novi.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit het nationaal ruimtelijk beleid en bevat nadere regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien een aantal keer gewijzigd.
10
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Afbeelding 4: Kaart ambitie Nederland 2040 In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven.
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Toetsing plan Binnen het plangebied zijn geen onderdelen van het Barro aanwezig en hiermee behoeft het geen specifieke aandacht in het onderhavige plan.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren. De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in een om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder met deze wijziging beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden. De Ladder als motiveergrond voor ruimtelijke plannen is aangescherpt, maar wordt lichter in het gebruik. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
Toetsing plan 1. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend initiatief betreft een gebiedstransformatie van een deel van de wijk 't Franse Gat waarbij meer dan 11 woningen extra worden gerealiseerd. Hiermee wordt de ondergrens overschreden en is er dus sprake van een stedelijke ontwikkeling 2. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling In 2022 is door Stec een onderzoek gedaan naar de behoefte aan woningen in 't Franse Gat (bijlage 1). Op basis van de verwachte huishoudensontwikkeling ontstaat de komende jaren in Zuidwest een kwantitatieve uitbreidingsbehoefte aan circa 555 woningen. De kwantitatieve uitbreidingsbehoefte ontstaat in verschilende segmenten. Op korte termijn (5 tot 10 jaar) ontstaan bij reguliere doorstroming overschotten in het grondgebonden segment. Dit komt met name door een verwachte afname in het aantal gezinnen en groei in het aantal seniore huishoudens.
De groei in het aantal ouderen vergroot de vraag naar nultredenwoningen, zowel op de korte als de langere termijn. De uiteindelijke behoefte aan toevoegingen in het grondgebonden segment is sterk afhankelijk van de mate waarin ouderen de huidige woning verlaten voor een nultredenalternatief. Bouwen voor de seniore doelgroep heeft een smerend effect op de verhuisketen. Ouderen stromen pas door als het aanbod past bij hun woonvoorkeuren. Verder is er in het Franse Gat tot 2042 behoefte aan 295 tot 335 woningen in de vrije sector. In het plangebied worden er maximaal 122 woningen meer gerealiseerd dan het huidige aantal woningen. Het aanbod bevat zowel grondgebonden woningen als appartementen. Er is zowel in kwalitatieve als kwantiatieve zin behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. 3. Kan binnen bestaand stedelijk gebied in de behoefte worden voorzien Het plan vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Het gaat om een al bestaande woonwijk die
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2 wordt getransformeerd. Conclusie Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeing, omdat binnen het plan meer dan 11 woningen extra worden gerealiseerd. Er is een sterke vraag zowel grondgebonden woningen als gestapelde woningen en in zowel de sociale als de vrije sector. Op grond van bovenstaande onderbouwing voldoet het plan aan de eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd tot 2050. De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven samenhangende beleidsthema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Stad en land gezond Klimaatbestendig & waterrobuust Duurzame energie Vitale steden & dorpen Duurzaam gezond & veilig bereikbaar Levend landschap erfgoed & cultuur Toekomstbestendige natuur & landbouw
De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Voor deze regio wordt een verstedelijkingsstrategie gegeven als regionale uitwerking van het beleid. Daaruit blijkt dat de woningbehoefte in Foodvalley het aanbod overtreft en ook de prognoses laten een groei zien. In de periode 2019 tot 2040 moeten er binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley 7.000 tot 8.000 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. Hiervan zijn 3.500 woningen opgenomen in de bestaande plancapaciteit. Er moet dus nog ruimte voor 3.500 tot 4.500 extra woningen worden gezocht. In de gemeente Veenendaal is er op de korte termijn voldoende plancapaciteit om het grootste gedeelte van haar woningbouwopgave te realiseren. Dit gebeurt in Veenendaal-Oost en in de nabijheid van station Veenendaal-Centrum. Na circa 2030 bereikt de gemeente Veenendaal letterlijk de grenzen van haar groei. Voor de langere termijn is het noodzakelijk om in de regio op zoek te gaan naar nieuwe locaties voor integrale ontwikkeling van wonen en werken, bij voorkeur rondom knooppunten. De aanvullende behoefte aan werklocaties binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley tot 2030 is 6 tot 9 hectare.
De inzet van de provincie is vooral gericht op herstructurering, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen. Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied in de regio Foodvalley speelt onder meer het belang van de bodemdaling in het Binnenveld, het militair erfgoed van de Grebbelinie, (nieuwe) natuur en innovaties op het gebied van circulaire landbouw, voedselproductie en gezondheid.
Toetsing plan De gebiedstransformatie draagt bij aan de grote woningbouwopgave die er ligt. Binnen het plan wordt aandacht besteed aan klimaatbestendigheid en duurzaamheid. Het plan is in lijn met de provinciale Omgevingsvisie.
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
3.2.2
Provinciaal Bodem-, Water- en Milieuplan
Het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021. Het BWM-plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. Vanaf 2016 is al het bodem-, water en milieubeleid in één integraal plan opgenomen. De opgaven vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van dit plan. Het plan dient als een bouwsteen voor de toekomstige Omgevingsvisie en is vastgesteld op 7 december 2015. In het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 van de provincie Utrecht staat wat de provincie de komende jaren samen met haar partners wil bereiken op het gebied van Bodem, Water en Milieu. De uitwerking van dit beleid staat beschreven in de Uitvoeringsagenda Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021. De provincie Utrecht richt zich op het behouden en verbeteren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat.
Dit betekent dat de provincie werkt aan: een robuust bodem- en watersysteem; bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied, zoals landbouw, recreatie of natuur; een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving; een gezonde leefomgeving die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio. Het Provinciaal BWM-plan bevat geen specifieke informatie over de gemeente Veenendaal. Wel ligt Veenendaal gezien de bijbehorende kaarten in een overstroombaar gebied. Dit betekent dat bij een eventuele doorbraak van de keringen Veenendaal te maken krijgt met overstromingen. De provincie draagt zorg voor het overstromingsgevaar en de overstromingsrisico's en neemt zowel preventieve als reactieve maatregelen. Voor de gemeente Veenendaal zal dit betekenen dat bij ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met het robuuster maken van het regionale watersysteem. Onderdeel hiervan is het opnemen van regels ten behoeve van de vrijwaringszone versterking regionale waterkering. Ook dient er rekening te worden gehouden met een eventuele versterking of reconstructie van de regionale keringen. Bovendien vraagt de provincie om te voorkomen dat binnen ruimtelijke plannen een verslechtering van het oppervlaktewater wordt veroorzaakt. Dit beleid is doorvertaald in de PRS en PRV.
Daarnaast valt een deel van de gemeente Veenendaal binnen de Deltabeslissing zoetwater. Het uitgangspunt hiervan is dat Rijk, regio, en gebruikers samen verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van watertekorten en verslechtering van de waterkwaliteit. Uit de bijbehorende verbeeldingen blijkt dat Veenendaal deels binnen een boringsvrije zone ligt. Dit betekent onder meer dat bij functiewijzigingen rekening moet worden gehouden met het waterwinbelang en er geen verslechtering van de kwaliteit van het water optreedt. Op het gebied van milieu dient de gemeente Veenendaal rekening te houden met het opgestelde beleid omtrent onder andere luchtkwaliteit en geur. De provincie stimuleert dat gemeenten bij ruimtelijke keuzes rekening houden met de aanwezige milieubelasting en deze niet aantasten. Hiermee wordt een gezonde leefomgeving nagestreefd.
Toetsing plan Voor het aantonen van de uitvoerbaarheid van het plan zijn verschillende omgevings- en milieuaspecten onderzocht. De resultaten van deze onderzoeken worden weergeven in hoofstuk 5 van dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat dat het plan voldoet aan het provinciaal bodem- water- en milieuplan.
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regio FoodValley
Tot 1 januari 2011 werd met de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal samengewerkt in een verband onder de naam WERV. Dit samenwerkingsverband is per 1 januari 2011 opgegaan in een nieuwe samenwerkingsvorm onder de naam regio FoodValley, dit betreffen de vier WERV gemeenten aangevuld met de gemeenten Renswoude, Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel. In 2011 was FoodValley nog een abstract begrip met aan de verre horizon het beeld van een economisch krachtige, vitale en duurzame groene regio, waar het goed wonen, werken, leren en recreëren is. Anno nu is dat visioen geworden tot een nationaal én internationaal sterk beeld van Regio FoodValley, waarin Ondernemers, Onderwijs- en onderzoeksinstellingen en Overheid eensgezind optrekken. De drie O’s hebben de ambitie om met elkaar een economische topregio tot stand te brengen en uit te groeien tot hét agrofoodcentrum van Europa. Ze hebben daarvoor in 2015 de Strategische Agenda 2015-2019 vastgesteld, waarin het ideaalbeeld FoodValley regio 2025 is geformuleerd en afspraken zijn gemaakt over de inzet van de regionale partners.
De Strategische Agenda is vervolgens uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma, waarin projecten zijn benoemd die een bijdrage kunnenleveren aan de in de agenda geformuleerde en door de samenwerkingspartners omarmde opgaven: Verbeteren kennisinteractie Uitbouwen global pipelines Vergroten innovatiekracht Branding en marketing Versterken fysiek en sociaal duurzame leefomgeving. Het Uitvoeringsprogramma Triple Helix Regio FoodValley is een dynamisch programma: afgeronde projecten worden afgevoerd en nieuwe projecten en initiatieven worden toegevoegd. De uitdaging voor Regio FoodValley en de daaraan deelnemende gemeenten ligt in het optimaliseren van het woon-, werken leefklimaat in deze regio. De gemeenten zijn daarvoor verantwoordelijk. Deze gezamenlijke opgave is in de regionale portefeuillehoudersoverleggen ‘Economie en Werkgelegenheid’ en ‘Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Mobiliteit’ uitgewerkt in werkprogramma’s. Daarbij wordt ook samengewerkt met maatschappelijke organisaties, die geen vaste plaats hebben in de triple helix stuurgroep.
Toetsing plan Het voorgenomen plan heeft geen effect op de belangen van de Regio FoodValley.
3.3.2
Blauwe Omgevingsvisie 2050
Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma.
Toetsing bouwplan In paragraaf 5.2 wordt uitgebreid ingegaan op de aspecten water en klimaat in relatie tot het voorliggende bestemmingsplan.
bestemmingsplan
15
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
3.3.3
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027
Waterschap Vallei en Veluwe hebben het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) op 21 november 2021 vastgesteld. Het BOP is de tactische uitwerking van de Blauwe omgevingsvisie (BOVI2050). Met als overkoepelend thema ‘een waardevolle leefomgeving’, worden de maatschappelijke thema’s klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit, gekoppeld aan de drie waterprincipes en geïntegreerd in vier gebiedsprogramma’s. Veenendaal valt binnen het gebiedsprogramma Gelderse Vallei. In en rondom Veenendaal zijn de volgende doelen opgesteld: Op orde houden van de waterkeringen. Na realisatie van de Grebbedijk is het doel om met gebiedspartners na te denken over toekomstige functies en status van de Slaperdijk. Klimaatadaptatie maatregelen uitvoeren in bestaand stedelijk gebied door het bevorderen van een klimaatadaptieve inrichting van openbare- en particuliere terreinen. Energiewinning zoals thermische energie uit oppervlaktewater, wind en zon, gekoppeld aan de gemeentelijke Transitievisie Warmte. Verkennen principe klimaatmantels (bufferen van hemelwater) rond stedelijke kernen FoodValley. Toetsing bouwplan In paragraaf 5.2 wordt uitgebreid ingegaan op de aspecten water en klimaat in relatie tot het voorliggende bestemmingsplan
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Strategische Visie Veenendaal 2040
Op 26 oktober 2017 heeft de raad de Strategische Visie voor Veenendaal in 2040 vastgesteld. Hierin zijn de kernambities voor de toekomst van Veenendaal opgenomen. Veenendalers kiezen voor een versterking van de woonfunctie en richten hun blik naar de regio. Dat betekent dat de ambities zich primair richten op het versterken van de woon- en leefomgeving, met in het kielzog de arbeidsmarkt gericht op wonen en arbeidsintensieve bedrijvigheid. Dit is in lijn met de trend werken volgt wonen. Ook de blik naar buiten die de voorkeur heeft van de Veenendaalse gemeenschap is in lijn met een belangrijke trend: die van lokale gebondenheid naar regionale samenwerking. Algemene conclusie van de demografische ontwikkelingen is dat Veenendaal in de toekomst niet alleen maar de groei hoeft te accommoderen, maar zich ook kan toeleggen op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Van kwantiteit naar kwaliteit! Deze kwaliteiten moeten een diverse bevolkingsgroep aanspreken. Veenendaal moet zich in de toekomst dus richten op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. En –in lijn met de wensen van inwoners– moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Dat betekent dat Veenendaal moet zorgen dat het slim omgaat met de ruimte door intensivering van de woonbebouwing, herontwikkeling en functieverandering en voldoende aandacht blijft houden voor groen. Onderdeel van een aantrekkelijke woonomgeving is een goede bereikbaarheid van arbeidsplaatsen. Veenendaal richt zich daarom in de toekomst niet op ruimte-intensieve en arbeidsextensieve bedrijvigheid, maar op arbeidsintensieve bedrijven. Kortom, de visie stelt vooral eisen aan de kwaliteit van nieuwe of herontwikkelingen en spreekt zich niet uit over kwantitatieve doelstellingen. Deze richting – Veenendaal als leefstad met een sterke, regionale binding – werken we uit aan de hand van vier thema’s. Juist binnen deze thema’s liggen de grootste maatschappelijke veranderingen. Per thema zijn de volgende kernambities geformuleerd: 1. Netwerksamenleving: “niet alleen, maar samen” met ruimte voor ieders eigen identiteit; 2. (Samen) leven: Veenendaal met excellent woonklimaat; 3. Digitale wereld: Veenendaal heeft een hoogwaardige duurzaam bedrijfsleven met arbeids- en kennisintensieve bedrijven en een bruisend multifunctioneel centrum; 4. Duurzaamheid: Veenendaal heeft in 2040 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond.
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Toetsing bouwplan De gebiedstransformatie in 't Franse gat draagt met name bij aan een excellent woonklimaat en een duurzame gemeente. De gebiedstransformatie betreft een gecombineerde wijkaanpak door leefbaarheidsmaatregelen en onderhoud, renovatie en verduurzaming van de woningen gezamenlijk op te pakken. In hoofdstuk 4 wordt het plan uitgebreid beschreven en wordt aangeven op welke punten het plan bijdraagt aan een gezond, duurzaam en veilig woonklimaat.
3.4.2
Omgevingsvisie Veenendaal 2030
De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 17 december 2020 de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2030 is een plan op hoofdlijnen dat alle strategische beleidsplannen vervangt die gaan over de fysieke leefomgeving, zoals het milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeersen vervoersplan en de structuurvisie. De inhoud van de Strategische Visie 2040, die de gemeenteraad in 2017 vaststelde, is de basis geweest voor de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zet in op een koerswijziging van kwantiteit naar kwaliteit: beter en slimmer inrichten van de leefomgeving met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. Bij ieder initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij de principes gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie 2030 het volgende afwegingskader gegeven: 1. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan een Gezonde, Duurzame en Veilige leefomgeving. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om hier aan bij te dragen. Zo zal ook de gewenste groei van Veenendaal moeten bijdragen aan deze doelen. 2. We kiezen voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut. 3. We voorkomen dat negatieve gevolgen van ontwikkelingen afgewenteld worden op de omgeving.
We beoordelen ruimtelijke ontwikkelingen integraal en in relatie tot de omgeving. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie 2030 specifieke opgaven en doelstellingen voor de thema's Gezond duurzaam en veilig, Bouwen en wonen, Groen natuur en water, Mobiliteit, Economie, Milieu, en er worden aanvullende opgaven en doelstellingen voor het centrum gegeven. Toetsing plan In het plan zijn de ambities van de Omgevingsvisie verwerkt. Hoofdstuk 4 gaat hier uitgebreid op in.
3.4.3
Groenstructuurplan
De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 29 januari 2004 het Groenstructuurplan vastgesteld. Het doel van het groenstructuurplan is als volgt te formuleren: 1. de samenhang van het groen met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische patronen versterken; 2. met het groen de herkenbaarheid en identiteit van de openbare ruimte vergroten; 3. de gewenste groenstructuur formuleren en realiseren volgens de opgestelde visie; 4. groen bij nieuwe ontwikkelingen als bouwsteen en leidend principe gebruiken; 5. accenten in het groen aanbrengen overeenkomstig de plaats en het niveau. Er wordt een onderscheid gemaakt naar groen op twee niveaus: de hoofdgroenstructuur en het groen binnen wijken. Ten aanzien van de hoofdgroenstructuur is het doel de identiteit en de kwaliteit van de afzonderlijke elementen te vergroten, waarbij de aanwezige of gewenste samenhang (structuur) tussen de verschillende elementen en patronen als kader geldt. De hoofdgroenstructuur bestaat uit de volgende onderdelen: de Grift, de oude linten, pleinen, parken, begraafplaatsen en sportparken, de binnenring, de Rondweg, 't Goeie Spoor / Industrielaan / Wageningselaan, de snelweg A12, de spoorlijnen en de entrees. Toetsing plan
bestemmingsplan
17
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
In paragraaf 4.2 wordt uitgebreid toegelicht hoe groen terug komt in het plangebied.
3.4.4
Duurzaamheidsbeleid
De wettelijke eisen voor energiezuinigheid van het Bouwbesluit hebben betrekking op thermische isolatie, de energieprestatie (EPC) en milieuprestatie (MPG). Aanvullend heeft de gemeente Veenendaal beleid opgesteld voor duurzaamheid in het programmaplan "Energieneutraal Veenendaal 2050" (30 maart 2017). De gemeente geeft uitwerking aan de volgende ambities en doelstellingen: Veenendaal is energieneutraal in 2035: streven naar energie neutrale woningen en wijken. Het streven is naar energieneutraliteit (EPC=0 of beter: Nul Op de Meter). Deze woningen moeten energieneutraal zijn en niet afhankelijk van gas. Veenendaal is energieneutraal in 2035: stimuleren schonere voertuigen. Voor de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden dat bewoners een elektrische auto hebben en willen opladen. Veenendaal is voorbereid op klimaatverandering: ontwikkelingen worden minimaal waterneutraal uitgevoerd, groen wordt strategisch ingezet voor hemelwaterafvoer en koeling in de stad.
De gemeente vindt het daarbij belangrijk dat bij nieuwe ontwikkelingen de volgende onderwerpen aan de orde komen bij het thema duurzaam bouwen: Toepassen van een prestatie-instrument voor duurzaam bouwen; Mogelijkheden om het dak te benutten voor warmte-opslag, waterberging, het bufferen van fijnstof of energiewinning; Natuurvriendelijke maatregelen aan of rond het gebouw; Geen koper, lood of zink gebruiken voor de hemelwaterafvoer; Toepassen van duurzaam hout; Energiezuinige terrein- en gebouwverlichting. Toetsing plan In hoofstuk 4 wordt beschreven hoe duurzaamheid in het plan meegenomen is.
3.4.5
Welstandsnota 2017
Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden. Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel de reguliere vergunningsplichtige bouwwerken als voor de zogeheten veel voorkomende kleine bouwwerken die vergunningsplichtig zijn. Gekozen is welstandsvrij bouwen mogelijk te maken in een nieuw te ontwikkelen woongebied en op bestaande bedrijventerreinen. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt dus invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan.
In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren.
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Toetsing plan Voor deelgebied 2 is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin nadere kaders zijn gesteld voor de nieuwe invulling van het gebied. Na vaststelling door de gemeenteraad geldt het beeldkwaliteitsplan als aanvulling op de Welstandsnota.
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Hoofdstuk 4 4.1
PLANBESCHRIJVING
Stedenbouwkundige opzet
In grote lijnen volgt de herstructurering het huidige stratenpatroon. Het Franse Gat bestaat uit een raamwerk van lijnen en velden. De lijnen (de straten) vormen een raster van lange noord-zuid gerichte straten. Maar naast de huidige inrichting gericht op autoverkeer komt binnen het herstructureringsgebied meer groen in de woonstraten.De Mr. Heemskerkstraat, Dr. Colijnstraat en Klaas Katerstraat blijven lange doorgaande lijnen. In de Mr. Heemskerkstraat en Dr. Colijnstraat komt naast de bestaande straat ruimte voor groen en (volwaardige) trottoirs. Om het fietsen te stimuleren wordt de Klaas Katerstraat ingericht als fietsstraat – de auto is hier te gast. Het stratenpatroon wordt aangevuld met een nieuwe oostwestverbinding tussen Mr. Heemkerkstraat en Klaas Katerstraat. Deze nieuwe autovrije straat verbindt oude en nieuwe groene plekken: een nieuw plantsoen op de plaats van de W.C. Beeremansstraat en de bestaande groene ruimte tussen Mr. Heemskerk-, Bruïne- en Dr. Colijnstraat. In de tijd dat de wijk gebouwd werd, waren in Nederland nog niet zoveel auto’s als vandaag de dag. Het Franse Gat is niet ingericht voor de hoeveelheid auto’s die nu een parkeerplek nodig hebben in de wijk. In de nieuwe opzet voor deelgebied Zuid wordt daarom rekening gehouden met meer parkeervoorzieningen voor de bewoners. In de straten blijven ook parkeerplaatsen aanwezig.
Maar een auto parkeren in de voortuin zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Deze nieuwe, aangepaste hoofopzet en ruimtelijke ingrepen zijn mogelijk door: Het verbreden van straten. Veel nieuwe woningen komen niet op dezelfde plek terug, maar staan (als het ware) verder naar achteren. Dit schept ruimte in de straten voor groen en trottoirs. In sommige straten ontbreken nu volwaardige trottoirs. In plaats van voortuinen komen voor de woningen zogeheten margestroken of Delftse stoepen: een zone van 1,5 meter voor de woning met verharding waar bewoners een stoel, tafel, bloempot of iets anders kunnen plaatsen; Het maken van collectieve parkeerterreinen. Dat kan in de vorm van zogeheten ‘parkeerkoffers’: een cluster parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers, direct bereikbaar vanaf openbare weg, deels omsloten door bebouwing. Een andere manier is parkeren op een binnenterrein: een parkeerterrein omsloten door bebouwing met parkeerplekken voor de omliggende woningen. De Klaas Katerstraat wordt getransformeerd tot een fietsstraat, waar de auto te gast is. Fietsers en groen krijgen meer ruimte in deze fietsstraat. Het zuidelijke deel van de W.C. Beeremansstraat verandert in een plantsoen met woningen aan het groen. Tussen de Mr. Heemskerkstraat en de Klaas Katerstraat komt een nieuwe oost-west verbinding. Het is een autovrij gebied gericht op verblijf.
Deze nieuwe verbinding, maakt ook het verborgen plantsoen tussen de Dr. Colijnstraat en de Mr. Heemskerkstraat veel meer onderdeel van de openbare ruimte. Deze bestaande plek wordt een zichtbare en beleefbare groene plek in de wijk. De inrichting van Mr. Dr. De Schokkingstraat bestaat uit het aanvullen van het bestaande profiel met een volwaardig trottoir aan de noordzijde en diverse aanpassingen, die nodig zijn om de nieuwe bouwvelden bereikbaar te maken voor fiets en auto. Het gebied rond het Bruïneplein biedt kansen voor appartementen dichtbij voorzieningen, zoals winkels. Het gebied ten zuiden van het plein en bestaande winkels (en ten noorden van de nieuwe oostwest verbinding) valt binnen de invloedssfeer van voorzieningen en sluit aan op het rondje Franse Gat.
4.2
Gezonde en groene leefomgeving
Binnen het plangebied wordt ingezet op gezondheid door fors in te zetten op het vergroenen van de wijk. Straten worden bij vernieuwing met meer groen ingericht. Standplaatsen van bomen worden waar mogelijk vergroot en verborgen groene plekken worden beter aangesloten op de openbare ruimte van de wijk. Concreet gezien betekent dit dat: De W.C. Beeremansstraat verdwijnt als 'straat'. Het zuidelijke deel is in de toekomst een autovrij plantsoen met aan weerszijden woningen;
20
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2 Een nieuwe oost-west verbinding wordt gerealiseerd die zorgt voor meer zichtbaar- en toegankelijkheid van het verborgen binnenterrein tussen de Mr. Heemskerkstraat en de Dr. Colijnstraat. De oost-west verbinding wordt autovrij en krijgt een verblijfskarakter met openbaar groen; De Mr. Heemskerkstraat aan beide zijden een volwaardig trottoir krijgt met aan de oostzijde en berm van circa 2,50 meter breed en aan de westzijde een groene ruimte van circa 3 meter breed. Dit nieuwe profiel stopt bij de overgang naar het deel van de straat met koopwoningen. Er komt een opening in de straatwand, waardoor een verbinding ontstaat met het verborgen groen tussen de Mr. Heemskerkstraat en de Dr. Colijnstraat; De Klaas Katerstraat een fietsstraat wordt waarin bestaand groen (en bomen) zo veel mogelijk wordt ingepast en waar mogelijk bermen, beplantingen en bomen worden toegevoegd; De Dr. Colijnstraat aan weerszijden een volwaardig trottoir krijgt waarbij aan één zijde ruimte is voor een berm met opgaand groen; Langs de Mr. Dr. Schokkingstraat komt aansluitend op de herstructurering een volwaardig trottoir waar mogelijk groen zal worden toegevoegd.
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Afbeelding 5: Hoofdlijnen van groenstructuur Franse Gat (Bron: Het Franse Gat Veenendaal stedenbouwkundige randvoorwaarden)
22
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
4.3
Duurzaamheid
Op het gebied van duurzaamheid wordt een grote stap gemaakt door de huidige slecht geïsoleerde woningen te vervangen door nieuwbouw dat gasloos en energieneutraal wordt gerealiseerd. Verder is met Veenvesters afgesproken dat voor de grondgebonden woningen BENG 3 = 100% geldt. Ook voor de appartementen geldt BENG 3 = 100%, mits het dakoppervlak voldoende ruimte biedt. Het dakoppervlak wordt maximaal benut met zonnepanelen, rekening houdend met de benodigde ruimte voor overige installaties en het borgen van de toegankelijkheid van het dak. Het percentage van BENG 3 geeft aan welk deel van gebouwgebonden energieverbruik hernieuwbaar wordt opgewekt. Ook de score voor de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) scoort beter dan wat landelijk is verplicht. Op het gebied van klimaatadaptatie wordt de wijk meer klimaatbestendig door waterberging te realiseren in de openbare ruimte door middel van waterbergingsvoorzieningen, infiltratiesystemen en meer groen in de straat. Afspraken over maatregelen die verder gaan dan de wettelijke verplichtingen zijn vastgelegd in de exploitatieovereenkomst die is gesloten tussen Veenvesters en de gemeente.
4.4
Veiligheid
Met een aantrekkelijke openbare ruimte om te verblijven en ontmoeten, zijn meer 'ogen' op de straat gericht. Dit is bevorderlijker voor de sociale veiligheid van de wijk. Aanwezig en nieuw groen wordt beter ingericht als gebruiksgroen voor onder andere wandelen en fietsen, zie 4.2. In de gewijzigde stedenbouwkundige structuur is verder aandacht besteed aan het verbeteren van de overzichtelijkheid van de wijk door in te zetten op duidelijke overgangen tussen openbare en private ruimte.
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
Hoofdstuk 5
M ILIEU- EN OM GEVINGSASPECT EN
In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten voor de ontwikkeling van de planlocatie beschreven. Het gaat hierbij om de aspecten natuur, water, archeologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Voor ieder aspect is een onderzoek of toets uitgevoerd.
5.1
Bodem
Bij bodem wordt onderscheid gemaakt in de fysische en de chemische bodemkwaliteit. De fysische bodemkwaliteit heeft betrekking op de opbouw en samenstelling van de bodem. Denk hierbij aan draagkracht en in de bodem aanwezige voorwerpen, zoals archeologische vondsten. 5.1.1
Wettelijk kader
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Volgens het Bro zullen burgemeester en wethouders in verband met de uitvoerbaarheid van het plan onder meer een onderzoek verrichten naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op daarvoor geschikte gronden te worden gerealiseerd. Wet bodembescherming De Wet Bodembescherming bevat de voorwaarden die kunnen en worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. De wet heeft betrekking op zowel landbodems als waterbodems. De Wet bodembescherming geeft aan wanneer er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en of er dan ook gesaneerd moet worden (saneringsnoodzaak). De hoeveelheid grond dan wel grondwater (beide in m³) en de mate van vervuiling, gemiddeld boven de interventiewaarde, zijn de criteria voor een geval van ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarde is de waarde, waarboven er mogelijk sprake is van humane, ecologische of verspreidingsrisico's. De urgentie van sanering wordt bepaald door de geplande projectontwikkeling. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging is er bij niet gewijzigd grondgebruik soms geen noodzaak tot saneren.
Voorbeelden zijn voormalige stortplaatsen en kleine verontreinigingen in het diepere grondwater. De gevallen van ernstige bodemverontreinigingen zijn door de Gemeente Veenendaal in beeld gebracht. In een aantal gevallen is in een beschikking Wet bodembescherming aangegeven wat er met een geval van ernstige bodemverontreiniging moet gebeuren. Nadat er is gesaneerd, kunnen er restverontreinigingen aanwezig zijn. Soms zijn er gebruiksbeperkingen. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is te voorkomen dat de bodem (grond en grondwater) en het oppervlaktewater verontreinigd worden door het gebruik van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Daarnaast wordt gestreefd naar hergebruik van grondstoffen, zodat minder materiaal wordt gestort en minder nieuwe grondstoffen hoeven te worden gewonnen. In het besluit zijn regels opgenomen over kwaliteitsborging, bouwstoffen, grond en baggerspecie. Grondverzet kan plaatsvinden conform het Besluit Bodemkwaliteit. Uit de Bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Regio Utrecht blijkt dat de toepassings- en ontgravingsklasse van de ondergrond voldoet aan Landbouw/Natuur.Voor de bovengrond geldt toepassings- en ontgravingsklasse Wonen.
5.1.2
Toetsing bouwplan
Historisch vooronderzoek (bijlage 2) Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de onderzoekslocatie en het omliggende gebied tot de jaren '50 gebruikt zijn voor agrarische doeleinden. De huidige bebouwing dateert uit eind 1950/begin 1960. Ongeveer 200m ten oosten van het de onderzoekslocatie heeft een gasfabriek gelegen. Op basis van de
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2 bij de ODRU beschikbare bodeminformatie is er door deze gasfabriek plaatselijk nog sterk verhoogde concentraties cyanide en PAK in de grond aanwezig, de omvang van deze bodemverontreiniging is niet vastgesteld. Verder blijkt uit de Bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Regio Utrecht blijkt dat de toepassings- en ontgravingsklasse van de ondergrond voldoet aan Landbouw/Natuur. Gezien de aanlegperiode van de bebouwing en infrastructuur (1950-1960) kan de aanleg geleid hebben tot een bodemverontreiniging met asbesthoudend materiaal. Verder zijn er in de nabijheid van de onderzoekslocatie ophooglagen geregistreerd. Mogelijk is ook een ophooglaag of dempingsmateriaal ter plaatse van voormalige watergangen aanwezig. Tot slot is er op en in de omgeving van de onderzoekslocatie plaatselijk licht tot matig verhoogde gehaltes aan zink, PCB, minerale olie en PAK aangetoond. Deze zijn te verklaren door voormalige bedrijfsactiviteiten, zoals een autoreparatiewerkplaats. Op basis van het vooronderzoek wordt de locatie over het algemeen als onverdacht gekarakteriseerd met betrekking tot de aanwezigheid van de verontreinigde stoffen in de bodem. Er zijn plaatselijk een aantal verdachte locaties gedefinieerd zoals mogelijk slootdempingen en mogelijke ophogingen met verontreinigd materiaal.
Geadviseerd wordt om voor de gehele locatie de strategie 'Onverdacht, niet lijnvormig' op basis van de NEN 5740 te hanteren. de voormalige sloten en/of greppels dienen als losse deellocaties te worden beschouwd. Alvorens bodemonderzoek uitgevoerd wordt, dient een locatie inspectie uitgevoerd te worden waarbij extra aandacht wordt besteed aan de mogelijke aanwezigheid van erfverharding en/of ophooglagen in verband met verdenking op bodemverontreiniging met asbesthoudend materiaal. In een tweede fase van het bodemonderzoek kan mogelijk asbestonderzoek uitgevoerd worden onverdachte locaties. Vanwege de voorgenomen ontwikkeling van de locatie wordt de grond tevens onderzocht op PFAS (conform landelijk 'Tijdelijk Handelingskader PFAS d.d. 2 juli 2020'). Geadviseerd wordt om hier de strategie 'verdacht op diffuse bodembelasting, homogeen verdeeld' op basis van de NEN 5740 te hanteren. Verkennend bodemonderzoek (bijlage 3) In het verkennend onderzoek wordt door middel van een steekproef nagegaan of de bodem (grond) verontreinigende stoffen bevat in zodanige gehalten dat beperkingen dienen te worden gesteld aan het toekomstig gebruik van de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van eventuele verontreinigingen aan te geven.
Op basis van onderhavig onderzoek zijn alleen ter plaatse van deelgebied 2B (boring 39 en 134) beperkingen op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit. Ter plaatse dient een nader bodemonderzoek uitgevoerd te worden om de omvang en ernst van de verontreinigingen te bepalen. Tevens dient ter plaatse van de asbestverdachte bijmengingen in fase 2 nog een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd worden in combinatie met het verkennend bodemonderzoek van de footprint.
5.1.3
Conclusie
Voor het vaststellen van het bestemmingsplan zijn er geen belemmeringen voor het aspect bodem. Voor de uitvoering van deelgebied 1 staat bodem eveneens niet in de weg. Voor de deelgebieden 2 geldt dat voordat er sloopwerkzaamheden plaatsvinden ter plaatse van de WC Beeremansstraat een nader bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden om de omvang en de ernst van de verontreinigingen te bepalen. Daarnaast dient voor voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor deelgebied 2 een verkennend asbest onderzoek uitgevoerd te worden in combinatie met het verkennend bodemonderzoek van de footprint.
5.2
Waterhuishouding
5.2.1
Wettelijk kader
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Vanuit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geldt de verplichting tot het doorlopen van het
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2 watertoetsproces bij een bestemmingsplanwijziging. Binnen dit proces wordt een afweging gemaakt van het waterbelang binnen de ruimtelijke planprocessen. Ruimtelijke wijzigingen kunnen een aandeel leveren in het bevorderen van de waterkwaliteit, maar mogen zeker niet leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit. Deze verplichte watertoets geldt alleen voor ruimtelijke besluiten waar sprake is van belangrijk ruimtelijke ingrepen. Waterschap Vallei en Veluwe Vanuit het waterschap Vallei en Veluwe zijn er ook een aantal gebiedsspecifieke aandachtspunten: Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen.
Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. In de keur van Waterschap Vallei en Veluwe is bepaald dat er geen watercompenserende maatregelen nodig zijn als sprake is van een toename van minder dan 0,15 ha (1500 m²) verharding binnen het stedelijk gebied. Het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan (GRWP) Het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan (GRWP) beschrijft hoe de gemeente haar zorgtaken voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater uitvoert. De watertaken van de gemeente bestaan uit het inzamelen en afvoeren of verwerken van stedelijk afvalwater en hemelwater.
Voor zover doelmatig neemt de gemeente maatregelen tegen grondwateroverlast en zorgt zij samen met het waterschap Vallei en Veluwe dat het stedelijk oppervlaktewater schoon, veilig en beleefbaar is. Bewoners en bedrijven hebben ook een taak. Zo moeten zij zelf voor de voorzieningen op hun perceel zorgen. In sommige gebieden en situaties moeten zij ook het hemelwater bergen en verwerken of afvoeren, of zelf maatregelen nemen tegen grondwaterproblemen. In dit GRWP zijn speerpunten benoemd die de komende planperiode extra aandacht krijgen. Het meest omvangrijk is het scheiden van vuil water en schoon hemelwater, ook op particulier terrein. In een groot deel van Veenendaal ligt een gemengd rioolstelsel, waarbij het vuile en schone water door dezelfde buis wordt afgevoerd. De gemeente zet het vervangen van de gemengde rioolstelsels door gescheiden systemen voort. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Het helpt om wateroverlast tegen te gaan en de gemeente klimaatbestendig te maken. Daarnaast is het goed voor het milieu.
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2
5.2.2
Toetsing bouwplan
In het eerste kwartaal van 2022 is een watertoets (bijlage 4) uitgevoerd. Binnen dit proces vindt afstemming plaats tussen het stedenbouwkundig plan en de ruimte voor water. Verschillende aspecten als hoogteligging, bodemopbouw, grondwater, infiltratiekansen, oppervlaktewater, riolering en drainage zijn beschouwd om tot een conclusie te komen. Ook is hierbij de verhouding tussen verhard en onverhard oppervlak meegenomen. Uitgaande van het ontwerp van de toekomstige inrichting van het plangebied vindt er een afname van het totale verharde oppervlak plaats van ongeveer 1.543 m2.
Afbeelding 6: Vergelijking inrichting van de bestaande- (links) en nieuwe (rechts) situatie (Watertoets Franse Gat Veenendaal) Op basis van de uitgevoerde watertoets dient er voldoende rekening gehouden te worden met de waterbelangen. Onderstaande waterbelangen worden verder uitgewerkt in het inrichtingsplan. Hemelwater(afvoer) In het plangebied dient er voor elke grondgebonden woning 2 m3 waterberging gerealiseerd te worden. Voor hoogbouw is dit 2 m3 per 100 m2 bebouwing. Bij herinrichting van de weg dient er een gescheiden rioolstelsel te worden aangelegd. Het hemelwater dient tot slot gescheiden aangeboden te worden aan de kavelgrens. Vuilwater Nadere uitwerking van het waterhuishoudkundig plan moet uitwijzen of het bestaand gemeentelijk rioleringsstelsel voldoende capaciteit heeft voor de afvoerdebietstoename. Ontwatering De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand en het hoogtepeil van de functies. Er dient voldoende ontwateringsdiepte te zijn om problemen met draagkracht, opvriezen en natte kruipkelders te voorkomen. De huidige situatie voldoet aan de normen waardoor het plangebied niet opgehoogd hoeft te worden. Wel is het advies om robuuste vloerpeilen (minimaal 30 cm boven het aanliggend maaiveld) te kiezen vanwege actieve drainage.
Verder dient er rekening gehouden te worden met afstromend hemelwater naar de omliggende bestaande kavels. Enkel de meest noordelijke kavels aan de Dr. Colijnstraat en de Klaas Katerstraat grenzen direct aan bestaande kavels buiten het plangebied. Hier wordt echter geen afstroming van hemelwater verwacht nu het maaiveldhoogteverschil minimaal is. Binnen de wijk zelf is er echter een maaiveldhoogteverschil van ca. 3 meter. Bij hevige regenval stroomt het water van zuid naar noord. Het is dus aan te bevelen om extra maatregelen te treffen in het zuiden van de wijk om het water (tijdelijk) te kunnen vasthouden. Waterkwaliteit Er wordt geadviseerd om gebruik te maken van duurzame bouwmaterialen om schoon regenwater in het
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan Franse Gat Zuid - deel 1 en 2 gebied schoon te houden. Het doel is om wat er niet te vervuilen met stoffen als zink, lood, koper en zacht PVC. Boringsvrije zone Verder ligt het plangebied in de boringsvrije zone Veenendaal. De boringsvrije zone is een zone rondom grondwaterwinning Veenendaal. Deze grondwaterwinning is de bron van de drinkwatervoorziening voor onder andere de gemeente Veenendaal. In de boringsvrije zone beschermt een ondergrondse kleilaag de onderliggende waterwinning. Om te voorkomen dat een kleilaag die de onderliggende waterwinning beschermt, wordt doorboord en ter bescherming van de grondkwaliteit voor de drinkwatervoorziening stelt de provincie Utrecht in haar Provinciale Milieu Verordening 2013 (PMV) in art. 19 t/m 22 dat een aantal activiteiten aan voorschriften is gebonden. Het betreft onder andere een verbod op boor-, grond-, en funderingswerkzaamheden dieper dan 30 meter onder het maaiveld en het toepassen van bodemenergiesystemen. Onder voorwaarden zijn vrijstellingen op dit verbod mogelijk. Daarnaast geldt voor iedereen de bijzondere zorgplicht (art. 4 van de PMV 2013). Dit houdt in dat verontreiniging van het grondwater moet worden voorkomen of, voor zover het niet kan worden voorkomen, zoveel mogelijk wordt beperkt of ongedaan gemaakt. 5.2.3