4. Vaststelling bestemmingsplan Da Costastraat 11 - bestemmingsplan
Tekst van het document
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11 betreft het onderdeel archeologie een parapluplan opgesteld waarin de beleidsadvieskaart is verwerkt. 5.4.2
Toetsing bouwplan
Op basis van de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Veenendaal geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting. Deze middelhoge verwachting is in het Parapluplan 2020 vertaald naar een dubbelbestemming Waarde - Archeologie - Middelhoog. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 5.000 m2 én dieper dan 50 cm beneden maaiveld. Het plangebied is kleiner dan 5.000 m2. Een archeologisch onderzoek is daarom niet nodig. Omdat voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting geldt, kan niet worden uitgesloten dat bij uitvoering van de werkzaamheden archeologische vondsten worden gedaan. Dergelijke (toevals)vondsten moeten op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de bevoegde overheid (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, c.q. gemeente Veenendaal) worden gemeld.
bestemmingsplan
31
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Afbeelding 15: Uitsnede archeologische waardenkaart 5.4.3
Conclusie
Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het voorgenomen plan. Wanneer er (toevals)vondsten worden gedaan, moeten deze bij de gemeente worden gemeld.
5.5
Cultuurhistorie
5.5.1
Wettelijk kader
In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. 5.5.2
Cultuurhistorische kenmerken
RAAP en het Monumenten Advies Bureau hebben in de periode augustus 2017 - voorjaar 2018 de archeologische waarden- en verwachtingskaart geactualiseerd en een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. De cultuurhistorische waardenkaart bestaat uit kenmerkenkaarten voor de disciplines landschap en gebouwde omgeving, uit waardenkaarten voor diezelfde aspecten, uit een viertal themakaarten en uit een integrale ensemblekaart, waarop de gebieden staan die – samen met de sectorale landschappelijke en gebouwde kaarten – het palet aan cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente Veenendaal laten zien. Het geactualiseerde cultuurhistorische beleid is nog niet door de gemeenteraad vastgesteld, maar al wel het kader waar we ruimtelijke plannen aan toetsen. 5.5.3
Toetsing bouwplan
Op het gebied van cultuurhistorie is er over het plangebied niet veel te melden. Op de themakaart over de kenmerken van het landschap is te zien dat het gebied deel uitmaakt van de Utrecht-Gelderse Veenkolonie. Interessant om te vermelden is dat het plangebied tussen twee stedenbouwkundig waardevolle gebieden in ligt. De parallelweg ten westen van het plangebied is als waardevol aangeduid, omdat het gaat om markante complexen in (kleine) blokken geschakelde arbeiderswoning. Het gaat om een vrij gaaf historisch straatbeeld, kenmerkend voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van Veenendaal in de vroege 20e eeuw. De parallelweg ten oosten van het plangebied is eveneens aangewezen als stedenbouwkundig waardevol gebied. Het gaat hier om lintbebouwing uit in hoofdzaak de eerste helft van de 20e eeuw, langs oudere structuur, onderdeel van de hoofdas van de veenontginning. Het ensemble geeft een goed beeld van de stedenbouwkundige ontwikkeling van Veenendaal langs oude lijnstructuren in het begin van de 20e eeuw. In dat gebied bevinden zich veel waardevolle gebouwen. Dat geldt niet voor het plangebied.
32
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
5.5.4
Conclusie
Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het voorgenomen plan.
5.6
Conventionele Explosieven
Het is bekend dat in de gemeente Veenendaal tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen zijn geweest. Dit houdt in dat er op plaatsen mogelijk conventionele explosieven in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Uit de praktijk is gebleken dat circa 10% van de afgeworpen bommen niet is geëxplodeerd en in de bodem is achtergebleven als blindganger. De gemeente Veenendaal heeft in mei 2018 beleid ten aanzien van conventionele explosieven vastgesteld. Door het vaststellen van een gemeentelijk beleid wordt geborgd dat activiteiten met betrekking tot CE binnen de gemeente worden getoetst en daar waar nodig beheersmaatregelen kunnen worden genomen en/of voorgeschreven. Het beleid is tevens bedoeld om eenieder die van plan is grondroerende werkzaamheden binnen de gemeente uit te voeren, te verplichten de benodigde acties te ondernemen met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid en risico's van CE op de betreffende locatie. Het opsporen en verwijderen van (mogelijke) CE wordt alleen uitgevoerd om het risico met betrekking tot CE weg te nemen, en daarmee een veilige werkomgeving en leefomgeving te creëren tijdens uit te voeren werkzaamheden of activiteiten. Dit is ook de reden dat de gemeente Veenendaal altijd ingelicht moet worden als er projectmatig bodemroerende activiteiten plaatsvinden binnen gebieden die als verdacht zijn aangemerkt.
Voor het gehele grondgebied van de gemeente Veenendaal is een vooronderzoek uitgevoerd waarbij de kans op aanwezigheid van CE is bepaald. Dit heeft geresulteerd in een CE bodembelastingkaart. Deze kaart laat een tweedimensionele afbakening zien van de primair "verdachte" gebieden, naar de situatie ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Onverdacht houdt niet in dat er in het betreffende gebied geen CE achtergebleven kan zijn, maar dat dit niet kan worden aangetoond aan de hand van historisch feitenmateriaal. Daarom werkt de gemeente Veenendaal binnen alle onverdachte gebieden conform het protocol "Toevalsvondst". Hierin is aangegeven op welke wijze dient te worden omgegaan met het aantreffen van een (vermoedelijk) CE. 5.6.1
Toetsing bouwplan
Op de CE bodembelastingkaart is af te lezen dat het plangebied niet binnen een verdacht gebied valt.
bestemmingsplan
33
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Afbeelding 16: Kaart conventionele explosieven
5.6.2
Conclusie
Het aspect conventionele explosieven zorgt niet voor belemmeringen ten aanzien van het realiseren van het plan.
5.7
Ecologie
Voor ecologie moet worden bekeken of, en zo ja hoe, het plan zodanig kan worden uitgevoerd dat er geen negatieve effecten worden veroorzaakt op beschermde gebieden of beschermde soorten. 5.7.1
Wettelijk kader
Voor ecologie moet er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met soortbescherming gericht en met gebiedsbescherming. De natuurbescherming in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming zorgt voor een goede natuurbescherming van planten- en diersoorten, natura 2000-gebieden, en bossen. Sommige plant- en diersoorten worden beschermd omdat ze als kwetsbaar worden gekenmerkt. De Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet, en de Flora- en Faunawet zijn vanaf 1 januari 2017 opgenomen in de Wet natuurbescherming. De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierin worden de soortbescherming en de gebiedsbescherming nader belicht omdat beide voor het bestemmingsplan van
34
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11 belang zijn. De regels die voorheen in de Boswet waren opgenomen zijn binnen het plangebied niet van toepassing omdat het gehele gebied binnen de bebouwde kom ligt. Een nadere beschrijving van dit deel van de wet is dan ook niet opgenomen. Soortbescherming Een belangrijk doel van de wet is het beschermen van alle soorten planten- en dieren die in het wild in Nederland voorkomen. De wet gebiedt dat alle in het wild levende dieren en planten in principe met rust worden gelaten, wat is vastgelegd in de algemene zorgplicht. In de regelgeving heeft de gunstige staat van in stand houding van soorten een prominentere plek gekregen. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen: Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. Provincies hebben de mogelijkheid om voor bepaalde soorten aanvullende maatregelen vast te stellen. De provincie Utrecht heeft hiervoor al een lijst opgesteld met prioritaire soorten en aanvullende maatregelen per soort. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is van toepassing op natuurgebieden die door de overheid zijn aangewezen in het kader van de vogelrichtlijn en/of de habitatrichtlijn.
De Habitatrichtlijn richt zich op de bescherming van natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen planten- en dierensoorten. De Vogelrichtlijn richt zich op de bescherming van leefgebied van beschermde vogelsoorten. Belangrijk is dat ruimtelijke projecten niet zonder meer mogen worden gerealiseerd in beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Projecten die in de nabijheid van beschermde natuurgebieden (inclusief de Habitatrichtlijngebieden) worden geprojecteerd, dienen te worden getoetst op de mogelijke negatieve effecten die zij op deze gebieden kunnen hebben (externe werking). Indien een negatief effect vermoed wordt dan moet bij de Provincie een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd worden. De Provincie zal naar aanleiding van de aanvraag een beschikking opstellen. De beschikking kan een verbod van het project betekenen of voorwaarden verbinden aan de uitvoer. De Wet natuurbescherming beschermt geen gebieden buiten de natura 2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland Naast de volgens de wet aangewezen gebieden kent Nederland het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Het NNN is bedoeld voor het ontwikkelen van ecologische zones tussen verschillende natuurgebieden zodat populaties met elkaar in verbinding blijven en versnippering van natuur wordt tegen gegaan.
Het is uiteraard niet wenselijk dat een ontwikkeling een verstorende werking heeft op de functie van deze verbindingszones. Deze zones zijn niet beschermd volgens de Wet natuurbescherming maar krijgen planologische bescherming doordat deze in bestemmingsplannen worden opgenomen. Projecten en bestemmingsplannen worden getoetst aan dit provinciale beleid.
5.7.2
Toetsing bouwplan
Op 4 juni 2021 is ecologisch onderzoek uitgevoerd door Ecologisch adviesbureau Eceau. Hieruit blijkt dat de beoogde werkzaamheden niet leiden tot een aantasting van functionele leefomgevingen, vaste rust- en/of verblijfslocaties, natuurgebieden of andere krachten de Wet natuurbescherming beschermde zaken, behoudens algemene broedvogels. De aanwezigheid van vleermuizen wordt uitgesloten en aanvullend onderzoek niet nodig geacht. Voor vogels met jaarrond beschermde nestlocaties/ leefgebieden zijn geen verdere maatregelen of vervolgstappen benodigd. Ten aaneizne van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoor worden gedurende het broedseizoen. Voor vlinders, libellen, ongewervelde, grondgebonden zoogdieren, reptielen en vissen met een beschermde status is geen geschikt leefgebied aanwezig. Ook zijn er geen geschikte omstandigheden of standplaatsen voor beschermde vaatplanten aanwezig. Gelet op de afstand tot beschermde gebieden en de aard van de werkzaamheden worden geen (negatieve) effecten verwacht. Aanvullende
bestemmingsplan
35
bestemmingsplan Da Costastraat 11 onderzoeken of vervolgstappen zijn niet vereist. Voor vrijgestelde soorten geldt de Algemene Zorgplicht. Tijdens de werkzaamheden zullen de maatregelen als genoemd onder 6.2 uit het ecologisch rapport moeten worden getroffen.
5.7.3
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling, mits tijdens de werkzaamheden de maatregelen als genoemd in artikel 6.2 uit het onderzoek worden getroffen.
5.8
Geluid
5.8.1
Wettelijk kader
Tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh) is een koppeling gelegd. Dat blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. In het kader van de Wet geluidhinder liggen er zones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, moet onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting. Binnen de geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting ter plaatse van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. Hierbij geldt een afzonderlijke toetsing per weg, spoorweg of industrieterrein. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluid reducerende maatregelen getroffen kunnen worden, waarbij de volgorde bron- overdracht- en ontvangermaatregelen de voorkeur geniet. Beleidsregel hogere waarden Als nadere invulling van de voorwaarden uit de Wgh heeft de gemeente Veenendaal de beleidsregel hogere waarden Wgh opgesteld.Pas als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde.
Voordat een hogere waarde vastgesteld wordt, dienen bron- en overdrachtsmaatregelen afgewogen te worden. In deze beleidsregel worden randvoorwaarden genoemd voor het toestaan van hogere geluidsbelastingen dan de voorkeurswaarde. De voorwaarden zijn geformuleerd als eis of als inspanningsverplichting. Indien niet aan de inspanningsverplichting kan worden voldaan dient de initiatiefnemer te motiveren waarom dit niet kan of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen. Bedrijvenlawaai Voor een goede ruimtelijke ordening moet ook het geluid van bedrijven beoordeeld worden. Wanneer nieuwe bedrijven/bedrijventerreinen worden gerealiseerd of wanneer nieuwe geluidgevoelige gebouwen/terreinen in de nabijheid van bedrijven worden gerealiseerd kan dit geluidhinder veroorzaken of het bedrijf beperkingen opleggen in haar geluidemissie. Voor bedrijven op gezoneerde industrieterreinen geldt een apart regiem, naast de Wet milieubeheer/Activiteitenbesluit is hier ook de Wet geluidhinder van toepassing. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen.
Het betreft hier een plan waarin het voornemen is om een woning te realiseren binnen een gebied waar wonen al is toegestaan. Onderzoek naar bedrijvenlawaai hoeft voor deze locatie dan ook niet uitgevoerd te worden.
36
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
5.8.2
Toetsing bouwplan
Op 19 mei 2021 heeft SPA WNP Ingenieurs een akoestisch onderzoek Wet geluidhinder wegverkeerslawaai uitgevoerd (kenmerk 22100220.r01a) uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe woningen een geluidbelasting zullen ondervinden van maximaal: - 38 dB ten gevolge van het verkeer op de Kerkewijk. Dit is ruim lager dan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Deze wet vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan. - 50 dB ten gevolge van de 30 km/uur-wegen. Dit is hoger dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, maar ruim lager dan de maximale ontheffing, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. Op basis hiervan wordt gesteld dat de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km-wegen aanvaardbaar is. Er wordt voldaan aan de inspanningsverplichtingen uit het gemeentelijk geluidbeleid. Zo hebben alle woningen minimaal één geluidluwe gevel en is de buitenruimte gelegen aan een geluidluwe gevel. Dit wil echter niet zeggen dat er ook sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de woningen. Om in de woningen een aanvaardbaar geluidsniveau te realiseren is het vanuit het hogere waarden beleid noodzakelijk de gecumuleerde geluidbelasting (inclusief 30 km/uur wegen) als uitgangspunt aan te houden bij het onderzoek naar de geluidwering van de gevel. Voor nieuwbouw wordt een binnenniveau van 33 dB als acceptabel beschouwd in het Bouwbesluit.
De maximale geluidbelasting op de woningen is 56 dB, exclusief aftrek ex. art. 110g Wgh. Dit betekent dat er een geluidwering van 23 dB is vereist om aan het vereiste binnenniveau van het Bouwbesluit te kunnen voldoen. Een standaard gevel heeft een geluidwering van 20 dB. Er moeten dus extra geluidwerende maatregelen worden genomen. Deze dienen beschreven te worden in een akoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevels dat bijgevoegd moet worden bij de omgevingsvergunning bouwen. 5.8.3
Conclusie
Het aspect akoestiek vormt geen belemmering voor deze planontwikkeling. Hierbij wordt opgemerkt dat bij de later in te dienen aanvraag omgevingsvergunning middels een akoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevels moet worden aangetoond dat door middel van extra geluidwerende maatregelen een goed woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd zoals bedoeld in het Bouwbesluit.
5.9
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. De basis hiervoor vormt de Wet milieubeheer. In de VNG handreiking 'bedrijven en milieuzonering' 2009 zijn de aan te houden afstanden opgenomen. Hieraan wordt het plan dan ook getoetst. Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) dienen binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. 5.9.1
Toetsing bouwplan
Het plangebied ligt binnen een woongebied. In de directe omgeving geen bedrijvigheid aanwezig. Het dichtstbijzijnde bedrijf ligt op meer dan 200 meter en vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.9.2
Conclusie
De geplande ontwikkeling is in het kader van bedrijven en milieuzonering niet bezwaarlijk.
bestemmingsplan
37
bestemmingsplan Da Costastraat 11
5.10
Luchtkwaliteit
5.10.1 Wettelijk kader Voor luchtkwaliteit zijn de luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5.2) van de Wet milieubeheer van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze Wet is nader uitgewerkt in Besluiten en Regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (nibm), het Besluit gevoelige bestemmingen en de Regeling beoordeling de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (nibm) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit nibm bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3. De Regeling nibm is hier een nadere uitwerking van. Hierin is bepaald dat woningbouwprojecten tot 1.500 woningen en kantoren tot 100.000 m 2 zijn vrijgesteld van toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof. Besluit gevoelige bestemmingen Kinderen, ouderen en zieken zijn gevoeliger voor luchtvervuiling en worden daarom extra beschermd.
Op basis van het Besluit gevoelige bestemmingen gelden voor gevoelige bestemmingen nabij wegen zwaardere beperkingen. Zo mogen binnen 300 meter van rijkswegen en 50 meter vanaf provinciale wegen geen bestemmingen voor langdurig verblijf als kinderdagverblijven, scholen of verzorgingstehuizen worden gebouwd, als de wettelijke grenswaarden worden overschreden. Het Besluit verplicht overheden om onderzoek uit te voeren naar de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Voor gemeentelijke wegen geldt een zwaardere motiveringsplicht. Concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof De huidige en toekomstige blootstelling aan luchtkwaliteit is bij diverse instanties eenvoudige beschikbaaren kan dus een bepalende rol in de ruimtelijke besluitvorming zijn aangezien gezondheid in relatie tot fijn stof doorslaggevend is. 5.10.2 Toetsing bouwplan Aangezien het voorgenomen plan de realisatie van drie woningen betreft, voldoet het plan aan de NIBM grens en draagt het dus niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. Nadere toetsing van het plan aan het Besluit luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. De Omgevingsdienst regio Utrecht heeft de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof voor het jaar 2018 en 2030 berekenend met het rekenmodel GeoMilieu.
Uit de berekeningen is gebleken dat de concentratie stikstofdioxide en fijn stof zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m³ wordt overschreden wanneer de concentraties gemiddeld op jaarbasis boven de 60 microgram per m³ uitkomen. De concentraties in het plangebied overschrijden nergens de grens van 60 microgram per m³ , wat betekent dat voor het hele plangebied aan de uurgemiddelde grenswaarde wordt voldaan voor zowel het peiljaar 2018 als 2030. 5.10.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
38
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
5.11
(vormvrije) M.e.r.-beoordeling
De voorgenomen ontwikkeling, te weten: de bouw van een twee-onder-een kapwoning en de realisatie van een benedenwoning, voldoet niet aan de omschrijving van 'een stedelijk ontwikkelingsproject' in de zin van categorie D 11.2 in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. In categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is als activiteit aangewezen de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied 2000 of meer woningen omvat, of het een bedrijfsoppervlakte van 200.000 m² of meer betreft. Het antwoord op de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' in de zin van het Besluit m.e.r. is volgens de huidige jurisprudentie afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In dit geval gaat het om de realisatie van een twee-onder-een-kapwoning en een benedenwoning in bestaande bebouwing in een bestaande woonwijk. Het geldende bestemmingsplan staat de woonfunctie (reeds) toe. Binnen de geldende bestemming is één woning toegestaan. Het plan voorziet in drie extra woningen.
Gelet op de concrete omstandigheden van de specifieke situatie en gezien de omvang van de voorgenomen ontwikkeling is in dit geval geen sprake van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Er hoeft dus geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden.
5.12
Leidingen
In het plangebied zijn geen leidingen gelegen met een planologisch relevante beschermingszone, noch overlapt een beschermingszone van een planologisch relevante leiding hiermee.
5.13
Totaalbeeld aspecten
Uit alle gevoerde onderzoeken komt naar voren dat het bestemmingsplan niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
bestemmingsplan
39
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE PLANOPZET
Inleiding
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding Zoals reeds eerder gesteld is de verbeelding gerelateerd aan de regels (en vice versa) en heeft de verbeelding tevens de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Verder kunnen er binnen een bestemming verklaringen zijn aangegeven. Deze hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken.
Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtsreeks voor burgers en bedrijven bindende werking.
6.2
De indeling van de planregels
Het gemeentelijk beleid is vertaald in de planregels. Het deelplan bevat normatieve regels, die bindend zijn voor zowel de overheid als de burger. Daarbij is geprobeerd een flexibel stelsel van regels te ontwikkelen zonder daarbij tekort te doen aan eisen van rechtszekerheid. Gekozen is daarom om het aantal bestemmingen op de verbeelding te beperken tot datgene wat noodzakelijk wordt geacht. Het is voor beide partijen van groot belang dat de verbeelding en de planregels duidelijke informatie verschaffen. Door het aantal bestemmingen met een minimum te beperken wordt de leesbaarheid en duidelijkheid van zowel de verbeelding als de planregels vergroot. Een leesbaar en duidelijk plan zorgt bovendien voor een plan dat handhaafbaar is. De indeling van de planregels is als volgt: 6.2.1
Inleidende regels (hoofdstuk 1)
Dit hoofdstuk bevat alle regels die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt tevens de wijze van peilbepaling.
40
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
6.2.2
Bestemmingsregels (hoofdstuk 2)
Binnen dit plan komen de volgende bestemmingen voor: Bestemming:
Wonen
Dubbelbestemming:
Waarde - Archeologie - Middelhoog
Gebiedsaanduiding:
Milieuzone - Grondwaterbeschermingsgebied
In Regels wordt per bestemming aangegeven wat de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn. Indien bestemmingsspecifieke flexibiliteitsregels aan de orde zijn worden deze per artikel opgenomen. Algemene flexibiliteitsregels zijn in hoofdstuk 3 van de regels opgenomen.
6.2.3
Algemene regels (hoofdstuk 3)
Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Overige regels 6.2.4
Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)
Hoofdstuk 4 bestaat uit de regels met betrekking tot het overgangsrecht (artikel 10) en een slotregel (artikel 11).
6.3
Bestemmingen
Het gemeentelijk beleid is vertaald in de planregels. Daarbij is geprobeerd een flexibel stelsel van regels te ontwikkelen zonder daarbij tekort te doen aan eisen van rechtszekerheid. Gekozen is voor zo min mogelijk bestemmingen. Dit deelplan bevat normatieve bepalingen, die bindend zijn voor zowel de overheid als de burger. Het is voor beide partijen van groot belang dat de verbeelding en de planregels duidelijke informatie verschaffen. Door te kiezen voor zo weinig mogelijk bestemmingen wordt de leesbaarheid en duidelijkheid van zowel de verbeelding als de planregels vergroot. Een leesbaar en duidelijk plan zorgt voor een plan, dat goed te handhaven is. Hieronder wordt kort de voor dit plan geldende bestemming toegelicht en worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden toegelicht.
Verkeer Gebruiksmogelijkheden De gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn primair bestemd voor wegen. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor de aanleg en instandhouding van kunstwerken, auto- en fietsparkeervoorzieningen, water, verhardingen, doeleinden van algemeen nut en infrastructuur ter ondersteuning of ten behoeve van het wegverkeer. Binnen de bestemming zijn balkons ten behoeve van de bestemming wonen toegestaan. Bouwmogelijkheden Op deze gronden zijn overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) toegestaan. Gebouwen zijn alleen toegestaan als er een bouwvlak op de plankaart is opgenomen. In de regels is aangegeven wat de maximale hoogte voor de verschillende soorten bouwwerken is.
bestemmingsplan
41
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Wonen Gebruiksmogelijkheden Op de gronden met de bestemming 'Wonen' mag natuurlijk gewoond worden. Daarnaast is het direct toegestaan om beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen in hoofd- of bijgebouw tot een maximum van 45 m². Dit gebruik is echter wel aan voorwaarden onderhevig, de voorwaarden worden in specifieke gebruiksregels binnen de bestemming opgenomen. Ook zijn aan het wonen ondergeschikte activiteiten toegestaan, zoals parkeren, nutsvoorzieningen en additionele voorzieningen. Hieronder valt onder meer de vereiste waterberging die op de percelen moet worden gerealiseerd. Bouwmogelijkheden In de bestemmingsregeling wordt onderscheid gemaakt tussen twee zones: het bouwvlak; gebied voor de voorgevel. Het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gebouwd worden. Er zijn twee uitzonderingen waarbij het gebied voor de voorgevel (dus buiten het bouwvlak) wel bebouwd mag worden. Deze uitzonderingen zijn: 1. de erker- en luifelregeling; 2. het geval dat er in de bestaande situatie bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel gesitueerd zijn, deze mogen worden gehandhaafd. Er is een regeling opgenomen voor bijbehorende bouwwerken, waarin de maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is gerelateerd aan de grootte van het bouwperceel.
Daarnaast is er een regeling opgenomen voor aanbouwen aan de zijgevel van hoofdgebouwen. Bijbehorende bouwwerken mogen vanaf 1 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd worden.
Waarde - Archeologie - Middelhoog Gebruiksmogelijkheden De voor Waarde-Archeologie-Middelhoog aangewezen gronden zijn behalve voor de woonbestemming, mede bestemd voor het behoud, de bescherming van en onderzoek naar de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. Bouwmogelijkheden Op en in de gonden mogen uitsluitend gebouwen en overige bouwwerken worden opgericht ten dienste van het behoud en de bescherming van aanwezige of verwachte archeologische waarden. In afwijking van het voorgaande, mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van de woonbestemming mits: de oppervlakte van de bebouwing niet meer bedraagt dan 5.000 m2 en de benodigde bodemingrepen niet dieper gaan dan 0,5 meter onder het maaiveld. Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied (gebiedsaanduiding) In het kader van de grondwaterbescherming is op de verbeelding de zogenaamde milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied als bedoeld in de Provinciale Milieuverordening Utrecht aangegeven. Deze zone is als een gebiedsaanduiding in de planregels opgenomen. Een milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied is een gebied waar de onttrekking van water plaatsvindt onder slecht doorlatende aardlagen. Het beschermingsregime van de milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied is gericht op het tegengaan van activiteiten die de beschermende functie van de slecht doorlatende bodemlagen teniet kunnen doen.
Als regeling is opgenomen dat genoemde werken en werkzaamheden slechts toelaatbaar zijn indien er geen onevenredige aantasting van het grondwater te verwachten (kan) onstaan.
42
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Hoofdstuk 7
FINANCIEEL-ECONOMISCHEUITVOERBAARHEID
Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Met de aanvrager is een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling en inrichting van de locatie en de te ontvangen of te betalen exploitatiebijdrage. Uit de overeenkomst blijkt dat het verhaal van de kosten, inclusief mogelijke planschade, zullen worden gedragen door de initiatiefnemer. Zodoende is de economische uitvoerbaarheid niet in het geding. Met deze anterieure overeenkomst is het kostenverhaal verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet vereist. Geconcludeerd kan worden dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan de vaststelling van een exploitatieplan niet noodzakelijk is.
bestemmingsplan
43
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Hoofdstuk 8 8.1
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Burgerparticipatie
Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Om in het voortraject inspraak te kunnen hebben worden belanghebbenden uitgenodigd om te participeren in de totstandkoming van het bestemmingsplan. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Met de burgerparticipatie wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het plan en te reageren op de inhoud van het voorontwerpbestemmingsplan. De vorige initiatiefnemers hebben op 11 april 2019 hun plan aan de omwonenden gepresenteerd, waarbij men de mogelijkheid had om op het plan te reageren. Tijdens de participatieavond kwamen er enkele korte vragen naar voren over onder andere het parkeren, waarop is aangegeven dat het plan voldoet aan het geldende parkeerbeleid. Van de gehouden bijeenkomst is een verslag gemaakt, welke als bijlage aan de toelichting is gevoegd. Vervolgens is de grond verkocht aan de huidige initiatiefnemer. Begin 2021 is door de nieuwe initiatiefnemer contact opgenomen met de direct omwonenden. Op basis hiervan en overleg met enkele omwonenden is het plan enigszins gewijzigd.
8.2
Ontwerp ter inzage legging
Op 16 juni 2021 is het ontwerp-bestemmingsplan gepubliceerd in de Rijnpost, de online Staatscourant en www.ruimtelijkeplannen.nl. Tot en met 28 juli 2021 is iedereen in de gelegenheid gesteld om te reageren op dit ontwerpplan middels het indienen van een zienswijze. Hier is geen gebruik van gemaakt.
44
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Regels
bestemmingsplan
45
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Hoofdstuk 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Da Costastraat 11 met identificatienummer NL.IMRO.0345.DaCostastraat11-vg01 van de gemeente Veenendaal. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aaneengebouwde woningen
blokken van meer dan twee niet-gestapelde woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar zijn gebouwd. 1.6
achtergevel
een van de weg of openbaar toegankelijk gebied afgekeerde gevel van een (hoofd)gebouw. 1.7
additionele voorzieningen
voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een bestemming of functie. Hieronder wordt in ieder geval verstaan een ondergrondse voorziening t.b.v. waterberging tot maximaal 1.200 liter per perceel. 1.8
ambachtelijk bedrijf
een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen. 1.9
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.10
archeologisch vooronderzoek
archeologisch vooronderzoek dat kan bestaan uit locatiegericht bureauonderzoek, booronderzoek, geofysisch prospectieonderzoek, het graven van proefsleuven of een combinatie daarvan. De verschillende vormen van onderzoek worden verricht door een erkende partij en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificaties in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De resultaten van het onderzoek worden weergegeven en geïnterpreteerd in een rapport. Op basis daarvan beoordeelt de gemeente of een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend. 1.11
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied.
46
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
1.12
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten. 1.13
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken. 1.14
bebouwingspercentage
een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.15
bedrijf aan huis
het door bewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.16
bedrijfsgebouwen
het geheel aan gebouwen, behorend bij een bedrijf. 1.17
bedrijfsvloeroppervlakte
de brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen. 1.18
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein, dienend voor de huisvesting van een persoon (en diens huishouden), wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is. 1.19
beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden. 1.20
beroep aan huis
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.21
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.22
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.23
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak. 1.24
bodemingrepen
werken en werkzaamheden, waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten.
bestemmingsplan
47
bestemmingsplan Da Costastraat 11
1.25
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.26
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.27
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.28
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.29
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.30
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten. 1.31
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.32
bouwwerk geen gebouw zijnde
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.33
bovenwoning
een al dan niet uit meerdere bouwlagen bestaande woning, deel uitmakend van een gebouw waarin vanaf de eerste verdieping ofwel de tweede bouwlaag meerdere woningen zijn ondergebracht, zodanig dat deze boven dan wel naast elkaar gesitueerd zijn, waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid gewaarborgd is. 1.34
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. 1.35
dakoverstek
het deel van het dakvlak dat uitsteekt boven de gevel. 1.36
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.37
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven en/of personen, zoals administratie-, reclame-, advocaten-, makelaars-, notaris-, werkbemiddelings-, reis-, advies- en ingenieursbureaus, kappers, medische praktijken en voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie.
48
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
1.38
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.39
erkende partij
een dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.40
evenement
elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. 1.41
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.42
geluidbeperkende voorziening
een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een geluidscherm of een geluidwal. 1.43
gestapelde woning(en)
een woning die zich bevindt in een woongebouw dat bestaat uit twee of meer boven -of nagenoeg boven- elkaar gesitueerde woningen 1.44
gezondheids- en welzijnszorg
geneeskundige verzorging en verpleging zoals ziekenhuizen, apotheken, verpleeg- en verzorgingshuizen, medische, tandheelkundige en paramedische praktijken, alsmede dag- en nachtopvang voor gehandicapten, psychiatrische patiënten, ouderen, kinderen en jongeren. 1.45
hoofdgebouw
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en op het perceel naar aard en omvang het belangrijkst is. 1.46
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen drank- en etenswaren, en het bedrijfsmatig verstrekken van logies en/of zaalaccommodatie. 1.47
horeca categorie 1
detailhandel-ondersteunende horecabedrijven, overwegend gebonden aan de openingstijden zoals die gelden voor detailhandel conform de Winkeltijdenwet en de eventuele gemeentelijke regelgeving aangaande winkeltijden, zoals lunchrooms, broodjeszaken, koffie- en theehuizen, en ijssalons, inclusief overige aan de detailhandelsfunctie gerelateerde horeca zoals automatieken, cafetaria's en snackbars. 1.48
horeca categorie 2
een horecabedrijf met als hoofddoel het verstrekken van etenswaren voor consumptie ter plaatse zoals restaurants en bedrijven die in dit verband zijn gericht op zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek- en/of dansevenementen). 1.49
horeca categorie 3
een horecabedrijf met een bruto vloeroppervlakte van 250 m² of minder met regulier gebruik ten behoeve van feesten, muziek- en/of dansevenementen, zoals bar-dancings, pubs en discotheken. 1.50
horeca categorie 4
een horecabedrijf met als hoofddoel verstrekken van (alcoholhoudende) dranken voor consumptie ter plaatse (café, bar);
bestemmingsplan
49
bestemmingsplan Da Costastraat 11
1.51
horeca categorie 5
een horecabedrijf met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 250 m² met regulier gebruik ten behoeve van feesten, muziek- en/of dansevenementen, zoals bar-dancings, pubs, en discotheken. 1.52
horeca categorie 6
een horecabedrijf gericht op het verstrekken van logies, zoals een hotel of een pension. 1.53
huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. 1.54
infrastructuur
voorzieningen ten behoeve van verkeer en waterhuishouding zoals stuwen, bruggen, tunnels, duikers, aanlegsteigers, vlonders, kadewanden, keermuren, lichtmasten, beeldende kunst, openbaar vervoer haltes, overkappingen, stallingsruimten, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeersregelinstallaties en afvalcontainers, alsmede parkeervoorzieningen, en een geluidbeperkende voorziening. 1.55
kamerbewoning
bewoning in de vorm van niet zelfstandige wooneenheden in een woning in de vorm van één of meerdere kamers. 1.56
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, inclusief congres- en vergaderaccommodaties. 1.57
kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht moet worden gehouden. 1.58
laden en lossen
onmiddelijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is. 1.59
lijst van bedrijfsactiviteiten
de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals die lijst is opgenomen als bijlage bij de regels. 1.60
maatschappelijkevoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, levensbeschouwing, openbare dienstverlening, en sociaal-culturele activiteiten, alsmede politieke-, belangen- en ideële organisaties, verenigingen en hobbyclubs. 1.61
niet zelfstandig kantoor
een kantoorruimte als niet-zelfstandig onderdeel van het bedrijf en waarbij de kantoorruimte niet meer dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte uitmaakt. 1.62
nutsbedrijf
bedrijf gericht op de productie en/of distributie van een of meer dan één nutsvoorziening. 1.63
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting op) het openbare net van gas, water, elektriciteit, riolering, stadsverwarming, en het telecommunicatieverkeer, of daaraan gelijk te stellen voorzieningen.
50
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
1.64
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.65
ondergeschikte horeca
horeca die ten dienste staat van een bepaalde functie en die in aard, omvang, exploitatie en openingstijden daar ondergeschikt aan is, zoals een (bedrijfs)kantine. 1.66
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen beneden peil. 1.67
onderkomen
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voorzover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent. 1.68
oorspronkelijk hoofdgebouw
het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. 1.69
openbare dienstverlening
dienstverlening ten behoeve van openbaar bestuur en overheidsdiensten zoals een politiebureau, een gemeentehuis, schouwburg, gerechtsgebouwen, brandweerkazernes, bibliotheken, penitentiaire inrichtingen, uitvaartcentra, crematoria, en begraafplaatsen. 1.70
openbare ruimte
de op de verbeelding aangewezen grond, die bestemd is voor verkeer, groen en water. 1.71
opgraving
de ontsluiting van een archeologische vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. Opgravingen worden verricht door een erkende partij, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificatie in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.72
overkapping
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en waarvan de steunconstructie uit ten hoogste één wand bestaat. 1.73
parkeren
een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen. 1.74
perceel
een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.75
perceelsgrens
de grens van een perceel.
bestemmingsplan
51
bestemmingsplan Da Costastraat 11
1.76
perifere detailhandel
vestiging van detailhandel in ABC-goederen (auto's, boten, caravans, tenten en motoren), bouwmarkten, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair alsmede woninginrichting waaronder meubels, die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstraling (en uit dien hoofde niet binnen de aangewezen winkelconcentratiegebieden gevestigd kunnen worden), niet zijnde detailhandel in electro-, sport-, en foodmarkten, speelgoed, outdoorsport en recreatieve producten. 1.77
productiegebonden bedrijf
bedrijf waar ter plaatse goederen worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces. 1.78
productiegebonden detailhandel
detailhandel in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.79
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.80
recreatief verblijf
gebruik van bebouwing, uitsluitend bestemd om te dienen voor kortdurend recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen. 1.81
risicovolle inrichting
inrichting zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.82
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan een bedrijf voor prostitutie zoals een bordeel. 1.83
showroom
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting bestemd is voor het tonen van artikelen en/of materialen. 1.84
sportvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie, zoals fitnesscentrum, ijsbaan, kartbaan, kunstijsbaan, manege, pitch & putt, skeelerbaan, skibaan, speelterrein, sportcentrum, sporthal, sportschool, sportveld, sportzaal, squashcentrum, tennisbaan, wielerbaan, zwembad. 1.85
transportroute gevaarlijke stoffen
route aangewezen voor het transport van gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 1.86
twee-onder-een-kap woning
een blok van twee aaneen gebouwde woningen. 1.87
verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de in het plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie.
52
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
1.88
volkstuin
een particuliere tuin die niet aan een woning verbonden is. 1.89
voorgevel
de naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel, erkers en luifels niet meegerekend. 1.90
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn waarop de voorgevel(s) van een woning is/zijn geplaatst. 1.91
vrijstaande woning
een niet-aaneengebouwde woning; 1.92
waarde - archeologie - zeer hoog
gronden met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde zoals vermeld op de gemeentelijke archeologische maatregelen/beleidskaart. 1.93
waarde - archeologie - hoog
gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde zoals vermeld op de gemeentelijke archeologische maatregelen/beleidskaart. 1.94
waarde - archeologie - middelhoog
gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde zoals vermeld op de gemeentelijke archeologische maatregelen/beleidskaart. 1.95
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor huisvesting in een zelfstandige woning van maximaal 1 huishouden. 1.96
zelfstandige woning
een woning met eigen toegang, eigen keuken en toilet. 1.97
zijgevel
een gevel van een (hoofd)gebouw, niet zijnde een voor- of achtergevel. 1.98
zorgwoningen
woningen die gekoppeld zijn aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte.
bestemmingsplan
53
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afmetingen, diepte en breedte van overige bouwwerken:
tussen de verst van elkaar gelegen punten van die bouwwerken, horizontaal, dan wel verticaal gemeten. 2.2
de afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens:
de kortste afstand tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomende of nog te bouwen gebouw; 2.3
de afstand tussen gebouwen:
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de brutovloeroppervlakte van een gebouw:
gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.6
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8
de hoogte van een bouwlaag:
de horizontale projectie van de ruimte tussen de harten van de vloeren of balklagen. 2.9
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.10
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.11
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidingsmuren). 2.12
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.13
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
54
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
2.14
het buitenwerks meten van maten
voor het buitenwerks meten van maten geldt dat uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven, zoals bij dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren en kleine schoorstenen. 2.15
het peil:
a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
bestemmingsplan
55
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
BESTEMMINGSREGELS
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen ten behoeve van wegverkeer; b. infrastructuur; c. nutsvoorzieningen; d. standplaatsen; e. groenvoorzieningen; f. (speel)pleinen; g. additionele voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan ten behoeve van de omschrijving in artikel 3.1 en tevens voldoen aan de voorwaarden in artikelen 12.1 en 12.2 ten behoeve van parkeren en laad- en losruimte. 3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. gebouwen moeten worden gebouwd met inachtneming van de ter plaatse aangegeven aanduidingen. 3.2.3
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van fietsenstallingen mag maximaal 4 meter bedragen; c. de bouwhoogte van lichtmasten mag maximaal 12 meter bedragen; d. de bouwhoogte van beeldende kunst mag maximaal 10 meter bedragen; e. de maatvoering van reclame-uitingen dient te voldoen aan het reclamebeleid zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde mag maximaal 6 meter bedragen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
Incidenteel, waaronder regelmatig terugkerend gebruik ten behoeve van evenementen, welke voldoen aan het geldende plaatselijke evenementenbeleid, worden niet als strijdig gebruik gerekend.
56
bestemmingsplan
bestemmingsplan Da Costastraat 11
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in aaneengebouwde en twee-aaneen gebouwde woningen en gestapelde wooneenheden; b. een beroep aan huis of bedrijf aan huis met inachtneming van Specifieke gebruiksregels c. parkeer- en stallingsvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. additionele voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan ten behoeve van de omschrijving in artikel 4.1 en tevens voldoen aan de voorwaarden in artikelen 12.1 en 12.2 ten behoeve van parkeren en laad- en losruimte. 4.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. een hoofdgebouw moet in de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, indien op de verbeelding de gevellijn is aangeduid geldt deze als de naar de weg gekeerde bouwgrens; c. het type woning welke mag worden gebouwd betreft uitsluitend het type (of meerdere types) zoals aangeduid op de verbeelding; d. het aantal woningen mag niet worden vergroot ten opzichte van het bestaande en/of vergunde aantal, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' waar dit aantal als maximum geldt; e. de minimum afstand van een hoofdgebouw of een blok van aaneengebouwde hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt 2,5 meter, tenzij de bestaande afstand kleiner is, in welk geval de bestaande afstand als minimum geldt; f. behoudens de ter plaatse aangeduide bouwaanduidingen, bedragen de maximum goot- en bouwhoogte voor aaneengebouwde en twee-aaneen gebouwde woningen respectievelijk 6 en 10 meter; g. de maximale bouwdiepte van de hoofdgebouwen voor aaneengebouwde en twee-aaneen gebouwde woningen bedraagt respectievelijk 10 en 12 meter tenzij de bouwdiepte van het oorspronkelijk hoofdgebouw meer bedraagt, in welk geval de bouwdiepte van het oorspronkelijk hoofdgebouw als maximum geldt. h.
de maximum bouwhoogte van garageboxen mag 3,3 meter bedragen; 4.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden, met uitzondering van artikel 4.2.4, de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken moeten binnen het aangegeven bouwvlak en/of de voor 'erf' bestemde of aangeduide gronden worden gebouwd tenzij er bestaande bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak en/of erf staan, in welk geval de bestaande ruimte buiten het bouwvlak en/of erf benut mag worden; b. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan: 1. in geval van een bouwperceel kleiner dan of gelijk aan 200 m2: 25% van dat bouwperceel; 2. in geval van een bouwperceel groter dan 200 m2: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bouwperceel dat groter is dan 200 m2, tot een maximum van in totaal 120 m². 3. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken gelegen binnen de in artikel 13.2.2 maximale begrenzing van het hoofdgebouw blijft hierin buiten beschouwing; c. de minimale afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw bedraagt 1 meter; d. de maximale goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag respectievelijk bestemmingsplan