CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Vaststelling bestemmingsplan Componistensingel naast 2-bestemmingsplan

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Componistensingel naast 224.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen: Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. Provincies hebben de mogelijkheid om voor bepaalde soorten aanvullende maatregelen vast te stellen. De provincie Utrecht heeft hiervoor al een lijst opgesteld met prioritaire soorten en aanvullende maartregelen per soort. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is van toepassing op natuurgebieden die door de overheid zijn aangewezen in het kader van de vogelrichtlijn en/of de habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn richt zich op de bescherming van natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen planten- en dierensoorten. De Vogelrichtlijn richt zich op de bescherming van leefgebied van beschermde vogelsoorten. Belangrijk is dat ruimtelijke projecten niet zonder meer mogen worden gerealiseerd in beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Projecten die in de nabijheid van beschermde natuurgebieden (inclusief de Habitatrichtlijngebieden) worden geprojecteerd, dienen te worden getoetst op de mogelijke negatieve effecten die zij op deze gebieden kunnen hebben (externe werking). Indien een negatief effect vermoed wordt dan moet bij de Provincie een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd worden.

De Provincie zal naar aanleiding van de aanvraag een beschikking opstellen. De beschikking kan een verbod van het project betekenen of voorwaarden verbinden aan de uitvoer. De Wet natuurbescherming beschermt geen gebieden buiten de natura 2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland Naast de volgens de wet aangewezen gebieden kent Nederland het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Het NNN is bedoeld voor het ontwikkelen van ecologische zones tussen verschillende natuurgebieden zodat populaties met elkaar in verbinding blijven en versnippering van natuur wordt tegen gegaan. Het is uiteraard niet wenselijk dat een ontwikkeling een verstorende werking heeft op de functie van deze verbindingszones. Deze zones zijn niet beschermd volgens de Wet natuurbescherming maar krijgen planologische bescherming doordat deze in bestemmingsplannen worden opgenomen. Projecten en bestemmingsplannen worden getoetst aan dit provinciale beleid.

bestemmingsplan

29

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

5.7.2

Toetsing bouwplan

Ecologisch onderzoek Op 12 januari 2022 is door Inventarium een Quickscan natuurtoets opgesteld. Hieruit wordt het volgende geconcludeerd:

Gebiedsbescherming Natura 2000 Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van Natura 2000 gebieden is nader onderzoek niet noodzakelijk. Natuur Netwerk Nederland Volgens de routekaart NNN is vastgesteld dat een verdere toetsing niet aan de orde is. Stikstofberekening Het plangebied ligt op meer dan 3 kilometer van natura 2000 gebieden. Gezien de beperkte omvang van het plan wordt geen relevante bijdrage van stikstof op natura 2000 gebieden verwacht. Hierbij is het uitgangspunt dat de woning gasvrij gerealiseerd zal worden. Een (Aerius)berekening stikstofdepositie wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Soortbescherming Flora:

Geen overtreding wet natuurbescherming.

Vleermuizen:

Geen overtreding wet natuurbescherming.

Zoogdieren:

Geen overtreding wet natuurbescherming.

Vogels:

Geen overtreding wet natuurbescherming.

Houtopstanden: Er worden geen bomen gekapt, zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden binnen de wet Natuurbescherming.

5.7.3

Conclusie

Er zijn geen belemmeringen te verwachten vanwege het aspect ecologie.

5.8

Geluid

5.8.1

Wettelijk kader

Tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh) is een koppeling gelegd. Dat blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. Als nadere invulling van deze voorwaarden heeft de gemeente Veenendaal de beleidsregel hogere waarden Wgh opgesteld. In het kader van de Wet geluidhinder liggen er zones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting. Binnen de geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting ter plaatse van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. Hierbij geldt een afzonderlijke toetsing per weg, spoorweg of industrieterrein. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluid reducerende maatregelen getroffen kunnen worden, waarbij de volgorde bron- overdracht- en ontvangermaatregelen de voorkeur geniet.

30

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Beleidsregel hogere waarden Pas als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde. Voordat een hogere waarde vast te stellen dienen bron- en overdrachtsmaatregelen afgewogen te worden. In deze beleidsregel worden randvoorwaarden genoemd voor het toestaan van hogere geluidsbelastingen dan de voorkeurswaarde. De voorwaarden zijn geformuleerd als eis of als inspanningsverplichting. Indien niet aan de inspanningsverplichting kan worden voldaan dient de initiatiefnemer te motiveren waarom dit niet kan of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen. 5.8.2

Toetsing bouwplan

Het plangebied ligt in de zone van de Componistensingel. Door TecMaP is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd in het kader van de Wet geluidhinder (20210222-1 /13-1-2022) waarbij de geluidsbelastingen ten gevolge van wegverkeer op de woning inzichtelijk is gemaakt en getoetst is volgens het systeem uit de Wgh. Uit de berekeningen en toetsing blijkt het volgende: - De geluidbelasting vanwege het verkeer over de Componistensingel bedraagt na aftrek 51 dB L den. Dit betekent dat niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. De maximaal toelaatbare grenswaarde wordt wel gerespecteerd. Voor de woning moet voor deze weg een hogere waarde als bedoeld in de Wet geluidhinder worden aangevraagd. Dit overeenkomstig de beleidsregel hogere waarde van de gemeente Veenendaal. - De geluidbelasting vanwege het verkeer over de overige wegen (Bartokpad en Ruisseveen) bedraagt na aftrek minder dan 48 dB L den. Dit betekent dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. Voor de woning hoeft voor deze wegen geen hogere waarde als bedoeld in de Wet geluidhinder te worden aangevraagd. Voor de woning moet worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van de gevels, waarbij uitgegaan moet worden van de gecumuleerde geluidbelasting exclusief aftrek ex artikel 3.4 RMV 2012. Deze bedraagt in dit geval maximaal 56 dB L den.

De grenswaarde van het geluidniveau in de geluidgevoelige ruimten van de nieuw te realiseren woningen mag daarbij maximaal 33 dB bedragen. De karakteristieke geluidwering van de nieuw te bouwen woningen moet volgens het Bouwbesluit 23 dB bedragen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat aan de op dat moment geldende eisen uit het Bouwbesluit wordt voldaan. In de woonvertrekken en buitenverblijfsruimten (tuinen en terras) is onder genoemde voorwaarden sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5.8.3

Conclusie

Op de noordwestgevel van de te bouwen woning is de geluidbelasting veroorzaakt door de Componistensingel hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Aangetoond is dat het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen bezwaren treft van financiële en stedenbouwkundige aard. Dit betekent dat voor deze gevel een hogere waarde moet worden verleend. Aan het beleid hogere waarde van de gemeente Veenendaal wordt voldaan. De procedure loopt gelijktijdig met de planprocedure. Bij de bouw van de woning dienen er mogelijk extra geluidwerende maatregelen te worden genomen om te voldoen aan het Bouwbesluit. Dit dient middels een akoestisch onderzoek gevelwering te worden aangetoond die moet worden gevoegd bij de toekomstige aanvraag omgevingsvergunning. Onder deze voorwaarden vormt het aspect geluid geen belemmering voor dit ruimtelijk plan.

bestemmingsplan

31

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

5.9

Bedrijven- en milieuzonering

Voor een goede ruimtelijke ordening moet aandacht worden besteed aan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Om dit te voorkomen moet tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige bestemmingen (zoals woningen) voldoende afstand in acht genomen worden. Voor het bepalen van deze afstanden wordt getoetst conform de VNG Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009) en de Wet milieubeheer. De richtafstanden gelden in beginsel tussen de perceelsgrens van een bedrijf enerzijds en de gevel van een - in een rustige woonwijk gelegen - woning anderzijds. Bij functiemenging kan worden afgeweken van deze afstanden.

5.9.1

Toetsing bouwplan

1.1 Het woon- en leefklimaat vanwege bedrijven (inclusief tennisvereniging) is goed. In de omgeving liggen geen bedrijven. Op ruim 80 meter ligt een perceel met de bestemming sport, waar een tennisvereniging zit. Aan de richtafstand van 50 meter wordt voldaan. Er zijn bestaande woningen op een kortere afstand die bepalend zijn voor het geluid van de tennisvereniging.

1.2 Er worden geen bedrijven (inclusief tennisvereniging) belemmerd In de onmiddellijke omgeving liggen geen bedrijven. Voor verder weg gelegen bedrijven zijn dichterbij gelegen woningen beperkend. Aan de richtafstand voor de tennisvelden wordt voldaan. Voor de tennisvelden zijn er woningen die dichterbij liggen dan de nieuwe woning, zodat de tennisvereniging niet zal worden belemmerd door de nieuwe woning.

5.9.2

Conclusie

Er zijn geen belemmeringen vanuit milieuzonering voor de nieuwe woning.

5.10

Luchtkwaliteit

5.10.1 Wettelijk kader Voor luchtkwaliteit zijn de luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5.2) van de Wet milieubeheer van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze Wet is nader uitgewerkt in Besluiten en Regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (nibm), het Besluit gevoelige bestemmingen en de Regeling beoordeling de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (nibm) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit nibm bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3. De Regeling nibm is hier een nadere uitwerking van. Hierin is bepaald dat woningbouwprojecten tot 1.500 woningen en kantoren tot 100.000 m 2 zijn vrijgesteld van toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof.

32

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Besluit gevoelige bestemmingen Kinderen, ouderen en zieken zijn gevoeliger voor luchtvervuiling en worden daarom extra beschermd. Op basis van het Besluit gevoelige bestemmingen gelden voor gevoelige bestemmingen nabij wegen zwaardere beperkingen. Zo mogen binnen 300 meter van rijkswegen en 50 meter vanaf provinciale wegen geen bestemmingen voor langdurig verblijf als kinderdagverblijven, scholen of verzorgingstehuizen worden gebouwd, als de wettelijke grenswaarden worden overschreden. Het Besluit verplicht overheden om onderzoek uit te voeren naar de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Voor gemeentelijke wegen geldt een zwaardere motiveringsplicht. Concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof De Omgevingsdienst heeft de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof voor het jaar 2015 en 2025 berekenend met het rekenmodel GeoMilieu. De wettellijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde ligt op 40 microgram per m3. De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m3 wordt overschreden wanneer de concentraties gemideld op jaarbais boven de 60 microgram per m3 uitkomen.

5.10.2 Toetsing bouwplan De concentraties van stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof voldoen aan de wettelijke normen. De huidige en toekomstige concentraties stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) voldoen aan de Nederlandse normen. Hieronder is een tabel weergegeven met de huidige en toekomstige concentraties (afkomstig van de website van de ODRU).

Er wordt voldaan aan de eisen uit de Wet luchtkwaliteit. Het project aan de Componistensingel is een dusdanig kleinschalig project dat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. De toekomstige concentraties van stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof voldoen niet aan de WHO advieswaarden. Recentelijk is gebleken dat NO2 en fijn stof schadelijker zijn dan gedacht. De WHO heeft daarom de advieswaarden voor zowel NO2 , PM10 en PM2,5 drastisch verlaagt naar respectievelijk 10, 15 en 5 microgram per m³. Hoewel naar verwachting de komende jaren de lucht een stuk schoner wordt, wordt nog geen van deze WHO-advieswaarden in de nabije toekomst gehaald.

bestemmingsplan

33

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

5.10.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het aspect luchtkwaliteit.

5.11

Mobiliteit

5.11.1 Wettelijk kader Op 26 november 2020 heeft de raad de Notitie parkeernormen Veenendaal 2020 vastgesteld. De parkeernormen zijn hiermee herzien. In het vastgestelde beleid worden flexibelere parkeernormen toegepast, waardoor er meer maatwerk mogelijk is bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Veenendaal. Hierbij wordt meer rekening gehouden met het bestaande stedelijk gebied en met de mogelijkheden om met andere vervoerswijzen te reizen naast de personenauto. Ook worden er fietsparkeernormen geïntroduceerd om de positie van Veenendaal als fietsstad verder te versterken. Tot slot kunnen initiatiefnemers van grote ruimtelijke ontwikkelingen met behulp van een mobiliteitsplan gemotiveerd een reductie op de parkeernormen verdienen door andere vormen van mobiliteit aan te bieden en gebruik te maken van de kwaliteiten die aanwezig zijn in de nabije omgeving van het plangebied. 5.11.2 Toetsing bouwplan De nieuwe woning valt binnen zone 4 van de Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020. Hier geldt een parkeernorm van 1,6 voor een vrijstaande woning. Minimaal twee parkeerplaatsen van de in de notitie genoemde minimale maatvoering dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Het plan voorziet hierin. Zowel in dit bestemmingsplan als in de exploitatieovereenkomst zijn afspraken gemaakt omtrent aanleg en instandhouding van deze parkeerplaatsen.

Zones Notitie parkeernormen Veenendaal 2020 Op eigen terrein wordt tevens overeenkomstig de notitie een berging gerealiseerd ten behoeve van het fietsparkeren. Het toevoegen van één woning in bestaand woongebied vormt geen onevenredig nadelige gevolgen ten aanzien van het aspect verkeer.

34

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

5.11.3 Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r) in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.- beoordeling. Voor een aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, zal door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie opgesteld moeten worden. Na het indienen van de aanmeldnotitie dient het bevoegd binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Vervolgens moet de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is vereist als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en de besluiten (kolom 4) die daaraan zijn gekoppeld, in gevallen waarin de omvang van activiteiten onder de drempelwaarden (kolom 2 van de D-lijst) liggen.

5.12.1 Toetsing bouwplan Het antwoord op de vraag of er sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ in de zin van het Besluit m.e.r. is volgens jurisprudentie afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In dit geval gaat het om de realisatie van een vrijstaande woning in een bestaande woonwijk. Het geldende bestemmingsplan staat de woonfunctie reeds toe, alleen het toevoegen van een extra woning niet. Gelet op de omstandigheden van de specifieke situatie en gezien de omvang van de voorgenomen ontwikkeling is in dit geval geen sprake van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. In artikel 5.7 Ecologie is reeds beoordeeld dat er geen sprake is van een activiteit die significante gevolgen voor een Natura-2000 gebied zal hebben. 5.12.2 Conclusie Gelet op de specifieke kenmerken van het plan kan worden geconcludeerd dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Er zijn geen ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken een m.e.r.(beoordelings) procedure te volgen.

5.13

Totaalbeeld aspecten

Uit alle gevoerde onderzoeken en toetsen komt naar voren dat het bestemmingsplan niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving of het milieu. Geconcludeerd wordt dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan

35

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE PLANOPZET

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding/ plankaart en regels en is voorzien van een toelichting. Verbeelding De verbeelding is gerelateerd aan de regels (en vice versa) en heeft tevens de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Verder kunnen er binnen een bestemming verklaringen zijn aangegeven. Deze hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van gronden of bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken.

Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtstreeks voor burgers bindende werking.

6.2

De indeling van de planregels

De indeling van de planregels is als volgt: 6.2.1

Inleidende regels (hoofdstuk 1)

Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt tevens de wijze van peilbepaling. 6.2.2 Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Binnen dit plan komen de volgende bestemmingen voor: Groen Verkeer Wonen In 6.3 Bestemmingen wordt er per bestemming aangegeven wat de gebruiksmogelijkheden en de bouwmogelijkheden zijn.

36

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

6.2.3

Algemene regels (hoofdstuk 3)

Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregel's; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels; Overige regels. 6.2.4 Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) In hoofdstuk 4 van de regels is het overgangrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd. In de slotregel wordt genoemd hoe het plan kan worden aangehaald.

6.3

Bestemmingen

De bestemmingen bestaan uit een opsomming van omschrijvingen die aangeven hoe een bepaalde plek gebruikt mag worden en wat er op een bepaalde plek gebouwd mag worden. Dit wordt respectievelijk opgesomd in de bestemmingsomschrijving en de bouwregels. Daarnaast gelden er voor sommige bestemmingen aanvullende specifieke gebruiksregels (bijvoorbeeld verboden) en mogelijkheden tot afwijken van de gebruiks- en bouwregels. In dit bestemmingsplan is bij de bestemmingsomschrijvingen het begrip additionele voorzieningen toegevoegd. Deze voorzieningen vormen een onderdeel van de bestemming of functie en zijn daaraan ondergeschikt. Met deze ruime begripsomschrijving worden meerdere voorzieningen aan de bestemmingen gekoppeld om flexibiliteit voor (kleine) bouwwerken in het plan te waarborgen. Hieronder wordt de voor dit plan geldende bestemming toegelicht. Er wordt aangegeven wat de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn. Groen Gebruiksmogelijkheden De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groen(voorziening) en hier noodzakelijke functies. Fietspaden en parkeerplaatsen vallen onder de bestemming Verkeer en vallen niet onder de bestemming Groen. Bij additionele voorzieningen kan worden gedacht aan plantenbakken, bankjes, prullenbakken en verlichting. Bouwmogelijkheden Op de gronden mogen in principe alleen gebouwen en overige bouwwerken van algemeen nut gebouwd worden.

Afwijken ten behoeve van wegreconstructies Voor het gebruiken van gronden voor niet-ingrijpende herinrichting van het openbaar gebied zoals voor wegreconstructies is het mogelijk om binnen de groenbestemming flexibiliteit toe te staan. Het kan bijvoorbeeld gaan om het toevoegen van een aantal parkeerplaatsen in een groenstrook, het verleggen van trottoirs of het aanbrengen van groenvoorzieningen. Op deze manier wordt de groenbestemming beschermd, maar is er voor het college een mogelijkheid om wegreconstructies doorgang te laten vinden. Een voorwaarde hiervoor is groencompensatie. Verkeer Gebruiksmogelijkheden De gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn primair bestemd voor wegen. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor doeleinden van algemeen nut.

bestemmingsplan

37

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Bouwmogelijkheden Op deze gronden zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming. Per mogelijk te bouwen bouwwerk is een maximale oppervlakte en/of bouwhoogte genoemd. Bij additionele voorzieningen voor deze bestemming kan worden gedacht aan bankjes of prullenbakken. Wonen Gebruiksmogelijkheden Op de gronden met de bestemming 'Wonen' mag natuurlijk gewoond worden. Daarnaast is het direct toegestaan om beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen in hoofd- of bijgebouw tot een maximum van 45 m². Dit gebruik is echter wel aan voorwaarden onderhevig, de voorwaarden worden in specifieke gebruiksregels binnen de bestemming opgenomen. Additionele voorzieningen: gedacht kan worden aan: parkeerplaatsen, tuinen, vijvers, garages, carports, erven etc. Bouwmogelijkheden Het hoofdgebouw dient binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak en in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd. Er mag op dit perceel maximaal 1 woning gebouwd worden, die vrijstaand moet zijn. Er dient minimaal 2,5 meter afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen te worden aangehouden. De maximale bouwhoogte bedraagt 7 meter.Gelet op de bijzondere kapvorm van de woning is geen maximale goothoogte opgenomen. Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en binnen de aanduiding 'erf' gebouwd worden.

Er is geen maximale oppervlakte genoemd, omdat de oppervlakte reeds beperkt wordt door het bouwvlak en de aanduiding 'erf'. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn uitgesloten om vanaf het park een compact bebouwingsbeeld te bewaken. Omdat de bijbehorende bouwwerken in de kapvorm van het hoofdgebouw worden opgenomen, is geen maximale goothoogte bepaald, alleen een maximale bouwhoogte. Omdat het perceel met een groene haag wordt ontsloten en voor de instandhouding hiervan een voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen, zijn geen regels over erf- of perceelafscheidingen opgenomen. Dit is wenselijk gelet op de situering naast het park. Verder zijn bouwregels opgenomen over eventuele reclame-uitingen in het geval van een beroep/bedrijf aan huis en voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde. Voorwaardelijke verplichting groen Met deze voorwaardelijke verplichting wordt een groene inpassing van het perceel en de instandhouding daarvan gewaarborgd. Specifieke gebruiksregels Er zijn specifieke gebruiksregels opgenomen voor beroep of bedrijf aan huis, bewoning of aanbieden van logies van een bijbehorend bouwwerk, bewoning van een woning door meer dan 1 zelfstandig huishoudens en detailhandel. Afwijken van de gebruiksregels Om kamerbewoning onder voorwaarden toe te staan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen.

38

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Hoofdstuk 7

FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Om de financiële haalbaarheid van het plan te garanderen en te voldoen aan de wettelijke plicht ex artikel 6.12 Wro, is met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst aangegaan. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van het plangebied, de te betalen exploitatiebijdrage en eventuele planschade. Uit de overeenkomst blijkt dat de kosten zullen worden gedragen door de initiatiefnemer. Zodoende is de economische uitvoerbaarheid niet in het geding.

bestemmingsplan

39

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Hoofdstuk 8 8.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Burgerparticipatie

Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Om in het voortraject inspraak te kunnen hebben worden belanghebbenden uitgenodigd om te participeren in de totstandkoming van het bestemmingsplan. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Met de burgerparticipatie wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het plan en te reageren op de inhoud. De direct omwonenden van het plangebied zijn door de initiatiefnemers persoonlijk op de hoogte gebracht van de plannen. Omdat het hier om een zeer beperkt aantal belanghebbenden gaat, is gekozen voor een persoonlijk gesprek in plaats van een bijeenkomst. Het verslag van de gevoerde gesprekken is als bijlage aan dit plan gehecht. Hiermee is voldaan aan onze werkwijze om direct belanghebbenden vooraf te informeren over ruimtelijke plannen.

8.2

Vooroverleg

In het kader van vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit omgevingsrecht wordt het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de provincie Utrecht en het Waterschap Vallei en Veluwe. Het plan raakt geen belangen van het Rijk of andere gemeenten.

8.3

Terinzagelegging ontwerp

Het ontwerpbestemmingsplan is gepubliceerd in de online versie van het Gemeenteblad op 23 februari 2022. Van 24 februari 2022 t/m 6 april 2022 heeft het ontwerp ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn er geen zienswijzen ingediend die betrekking hebben op de Componistensingel naast 2.

40

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Bijlagen

bestemmingsplan

41

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

42

bestemmingsplan

2021 Verkennend bodemonderzoek Componistensingel 2 te Veenendaal

MM21216 Montferland Milieu B.V. 14-12-2021

Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg Tel: 0314-640414 info@montferlandmilieu.nl www.montferlandmilieu.nl

TITELBLAD

Projectnaam Projectnummer

Componistensingel 2 te Veenendaal MM21216

Adres

Componistensingel 2

Postcode en plaats

3906 BW Veenendaal

Gemeente

Veenendaal

Aanleiding

Omgevingsvergunning

Versienummer

1

Status

Definitief

Datum

14-12-2021

Plaats

‘s-Heerenberg

Opsteller

Montferland Milieu B.V.

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................... 3 1.1

Achtergrond .......................................................................................................................................... 3

1.2

Kwaliteit ................................................................................................................................................ 3

1.3

Betrouwbaarheid .................................................................................................................................. 3

1.4

Onafhankelijkheid ................................................................................................................................. 3

1.5

Leeswijzer ............................................................................................................................................. 3

2.

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................................... 4 2.1

Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................................... 4

2.2

Huidige situatie ..................................................................................................................................... 4

2.3

Historie ................................................................................................................................................. 5

2.4

Verdachte activiteiten .......................................................................................................................... 6

2.5

Bodemkwaliteitskaart ........................................................................................................................... 6

2.6

Asbest ................................................................................................................................................... 6

2.7

PFAS ...................................................................................................................................................... 6

2.8

Voorgaande onderzoeken .................................................................................................................... 6

2.9

Geohydrologie ...................................................................................................................................... 6

2.10

Locatie inspectie .................................................................................................................................... 6

2.11

Conclusie vooronderzoek ..................................................................................................................... 6

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ............................................................................................................. 7 3.1

Hypothese ............................................................................................................................................. 7

3.2

Onderzoeksopzet .................................................................................................................................. 7

4.

RESULTATEN .................................................................................................................................................. 8 4.1

Uitvoering veldwerk.............................................................................................................................. 8

4.2

Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses ...................................................................... 8

4.3

Interpretatie analyseresultaten ............................................................................................................ 9

5.

CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 10 5.1

Algemeen ............................................................................................................................................ 10

5.2

Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................... 10

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorprofielen Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingskader Verklarende woordenlijst

1.

INLEIDING

1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Componistensingel 2 te Veenendaal (gemeente Veenendaal). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of er een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is en welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Montferland Milieu B.V. werkt volgens een kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2015.

1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5740 (NEN5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 10. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker van Montferland Milieu B.V. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

MM21216 3

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld. In bijlage 9 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de gemeente/omgevingsdienst informatie van de opdrachtgever informatie uit het provinciaal informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl locatie inspectie 2.2 Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Componistensingel 2 te Veenendaal (gemeente Veenendaal). De locatie is kadastraal bekend als gemeente VND00, sectie D, nummer 8882. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 625 m². In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen in de wijk Veenendaal-West. De onderzoekslocatie is in de huidige situatie braakliggend. De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw op het perceel te realiseren.

Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl

Figuur 2: Huidige situatie

MM21216 4

2.3 Historie Informatie van de gemeente/opdrachtgever In de nabije omgeving is een boomgaard aanwezig geweest. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de locatie in het verleden altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. De onderzoekslocatie is nimmer bebouwd geweest. Vanaf omstreeks 1930 is ten noorden van de onderzoekslocatie bebouwing weergeven. In de periode waarin organochloorbestrijdingsmiddelen werd gebruikt (1945 tot 1973) is een (boom)gaard ten westen en oosten van de onderzoekslocatie geweest. De historische kaarten uit 1920 en 1950 zijn enigszins verschoven en geven geen goed beeld van de locatie.

Figuur 3: Historische kaart (1920)

Figuur 4: Historische kaart (1950)

Figuur 5: Historische kaart (1980)

Figuur 6: Historische kaart (2000)

Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er geen historische activiteiten van het perceel bekend zijn.

Figuur 7: Weergave bodemloket.nl

MM21216 5

2.4 Verdachte activiteiten Het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie is altijd agrarisch/natuur geweest. Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. 2.5 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten Volgens de nota bodembeheer van Omgevingsdienst regio Utrecht valt de onderzoekslocatie in de zone Wonen. Binnen dit gebied zijn verhoogde concentraties aan metalen en PAK in de bodem en verhoogde concentraties aan metalen in het grondwater vastgesteld. 2.6 Asbest Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocatie. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van asbesthoudende materialen. Op de locatie heeft nimmer bebouwing plaatsgevonden en er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele verhardingslagen, dempingen of verdachte activiteiten. 2.7 PFAS Er zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie. Atmosferische depositie kan de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond.

2.8 Voorgaande onderzoeken Op de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. Ten noorden van de onderzoekslocatie is in 2008 door Hunneman Milieu Advies Raalte B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Destijds werden er in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan zink aangetoond. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater bleek eveneens niet verontreinigd. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de onderzoeksstrategie. 2.9 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 6,5 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 5,2 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,3 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordoostelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d. 2.10 Locatie inspectie Bij de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen.

De onderzoekslocatie werd aangetroffen zoals op basis van het vooronderzoek kon worden verwacht. 2.11 Conclusie vooronderzoek In het verleden is de nabije omgeving in gebruik geweest als boomgaard. De bovengrond is verdacht op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). De onderzoekslocatie kan derhalve op basis van het vooronderzoek als verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging worden beschouwd. De onderzoekslocatie is onverdacht op het voorkomen van PFAS en asbest in de bodem.

MM21216 6

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Hypothese Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie en omgeving, kan de gehele onderzoekslocatie als verdacht worden beschouwd. Toch wordt de gehele locatie conform de strategie 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' onderzocht. Hierbij wordt de bovengrond aanvullend onderzocht op OCB. Op deze wijze wordt een representatief beeld verkregen van de bodemkwaliteit. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. 3.2 Onderzoeksopzet In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal boringen (excl. peilbuizen) Aantal peilbuizen Analyses grond 4 tot ± 0,5 m -mv 1 1 * NEN-pakket bovengrond + OCB 1 tot ± 2,0 m -mv 1 * NEN-pakket ondergrond Standaard NEN-pakket grond: • Lutum en organische stof • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • PCB's • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen • Minerale olie (C10-40)

Analyses water 1 * NEN-pakket grondwater

Standaard NEN-pakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) • Minerale olie (C10-40)

Opgemerkt wordt dat de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) niet geschikt is om de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem aan te tonen. Onderzoek naar asbest in de grond dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Uit het vooronderzoek is gebleken dat de locatie onverdacht is met betrekking tot asbest. Opgemerkt wordt dat bij de uitvoering van het veldwerk aandacht is besteed aan het eventueel zintuiglijk voorkomen van asbest op en in de bodem.

MM21216 7

4.

RESULTATEN

4.1 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 25-11-2021 en op 02-12-2021 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, welke geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de onderzoeksprotocollen en de ligging van kabels en leidingen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de vaste bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4.

Voor de geplaatste peilbuis geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd. Boven het filter is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand en/of storende laag, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is ingeschat. De peilbuis is direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 01

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00

Grondwaterstand (m -mv) 1,31

Zuurgraad (pH) 7.32

Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 280

Troebelheid (NTU) 3

Toelichting: Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.2 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. De zintuigelijke waarnemingen geven geen aanleiding het standaard NEN-analysepakket voor grond en grondwater uit te breiden. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Grond(meng)monster(s) MM01

MM02

Grondwatermonster(s) 01

Samenstelling 01: 0.00 - 0.50, 02: 0.00 - 0.50, 03: 0.00 0.50, 04: 0.00 - 0.50, 05: 0.00 - 0.50, 06: 0.00 - 0.50 01: 0.60 - 1.00, 01: 1.00 - 1.50, 01: 1.50 2.00, 02: 0.50 - 1.00, 02: 1.00 - 1.50, 02: 1.50 - 2.00

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Analyse Standaard NEN-pakket grond + OCB

0,50 - 2,00

Standaard NEN-pakket grond

01-1-1

2,00 - 3,00

Standaard NEN-pakket grondwater

Motivatie: MM01 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond. MM02 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond.

MM21216 8

4.3 Interpretatie analyseresultaten In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 6 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 7. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters het gehalte in de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het aangetoonde gehalte in het betreffende mengmonster. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Grond (meng)monster(s)

Traject (m -mv)

Gehalte > AW/S

Gehalte > T

Gehalte > I

Indicatie BBK

MM01 MM02 Grondwatermonster(s) 01-1-1

0,00 - 0,50 0,50 - 2,00

-

-

-

AW AW

2,00 - 3,00

Koper (32) Nikkel (19)

-

-

N.v.t.

Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventieaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens

Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar

Toelichting: In de grond(meng)monsters is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Het is bekend dat in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden.

MM21216 9

5.

CONCLUSIE

5.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Componistensingel 2 te Veenendaal (gemeente Veenendaal). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. ▪ In de grond(meng)monsters is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. ▪ De aangetroffen licht verhoogde gehalten in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. ▪ Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden.

▪ Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

Standaard slotopmerking: Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wetten en regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q.

hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

MM21216 10

BIJLAGE 1: Topografische kaart

Topografische kaart

A4

Bodemonderzoek: Componistensingel 2 te Veenendaal

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM21216

GETEKEND: AEL DATUM: 14-12-2021

BIJLAGE: 1

BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens

Kadastrale kaart

Kadastraal object Kadastrale gemeente:

VND00

Sectie:

D

Perceel:

8882

A4

Bodemonderzoek: Componistensingel 2 te Veenendaal

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM21216

GETEKEND: AEL DATUM: 14-12-2021

BIJLAGE: 2

BIJLAGE 3: Situatietekening met monsternamepunten

Legenda Bebouwing Locatiegrens Toekomstige bebouwing Gras Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis

Situatietekening met monsternamepunten

A4

Bodemonderzoek: Componistensingel 2 te Veenendaal

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM21216

GETEKEND: AEL DATUM: 14-12-2021

BIJLAGE: 3

BIJLAGE 4: Boorprofielen

01

1

gazon / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, beige, ow: geen, sporen roest , edelm an

04 0

gazon / cm t ov m aaiveld

0 1

50

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an

50

-50

-60

100

t ype dat um boorm eest er x y

3

g r on d b or in g 2 5 -1 1 -2 0 2 1 A. Ellm a n n 1 6 4 8 5 8 .2 4 4 4 9 5 0 2 .9 8

150 4 200

200

-200

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, zuigerboor

05

gazon / cm t ov m aaiveld

0 250 1 50 300

300 t ype dat um boorm eest er x y

-300 t ype dat um boorm eest er x y

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -1 1 -2 0 2 1 A. Ellm a n n 1 6 4 8 6 3 .7 0 4 4 9 4 9 8 .0 5

gazon / cm t ov m aaiveld

0 1

0 1 50 -50

2

t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, beige, ow: geen, sporen roest , edelm an

100 3 150 4 200

-200

g r on d b or in g 2 5 -1 1 -2 0 2 1 A. Ellm a n n 1 6 4 8 7 1 .9 9 4 4 9 4 9 1 .0 1

03

gazon / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 2 5 -1 1 -2 0 2 1 A. Ellm a n n 1 6 4 8 6 6 .1 1 4 4 9 4 9 0 .0 7

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

gazon / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an

50

t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 2 5 -1 1 -2 0 2 1 A. Ellm a n n 1 6 4 8 5 3 .0 9 4 4 9 5 0 8 .7 0

06

02

Com p on ist e n sin g e l 2 t e V e e n e n d a a l MM21216 N EN 5 1 0 4

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an -50

g r on d b or in g 2 5 -1 1 -2 0 2 1 A. Ellm a n n 1 6 4 8 5 2 .1 5 4 4 9 4 9 7 .1 0

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

BIJLAGE 5: Analysecertificaten grond

Montferland Milieu B.V. T.a.v. Arjan Ellmann Zeddamseweg 77 7041 CN 's-Heerenberg NETHERLANDS

Analysecertificaat Datum: 02-Dec-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021194037/1 MM21216 Componistensingel 2 te Veenendaal 29-Nov-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

MM21216 Componistensingel 2 te Veenendaal Arjan Ellmann

Eenheid

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

1

2

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

84.9

87.0

2021194037/1 29-Nov-2021 02-Dec-2021 02-Dec-2021/15:05 A,B,C 1/3

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

5.0

<0.7

Gloeirest

% (m/m) ds

95

99

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

2.1

<2.0

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

<20

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.26

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

17

<5.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.096

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

21

<10

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

46

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

23

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

24

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

6.2

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

57

<35

Minerale olie

S

Zie bijl.

Chromatogram olie (GC) Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB

S

alfa-HCH

mg/kg ds

<0.0010

S

beta-HCH

mg/kg ds

<0.0010

S

gamma-HCH

mg/kg ds

<0.0010

Nr. Uw monsteromschrijving

1 2

Opgegeven monstermatrix

MM01, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50

Grond (AS3000) MM02, 01: 60-100, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 100-150, 02: 150-200 Grond (AS3000)

Monster nr.

12429146 12429147

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11525562/1