CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Vaststelling bestemmingsplan Componistensingel naast 2-bestemmingsplan

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Componistensingel naast 224.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

COMPONISTENSINGEL NAAST 2

Com ponistensingel naast 2

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende plannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 7 7

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Ruimtelijke structuur 2.2 Functionele structuur

9 9 9

Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Bouwplan 3.2 Stedenbouw

11 11 11

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

12 12 12 13 15

Hoofdstuk 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Bodem 5.2 Waterhuishouding 5.3 Externe veiligheid 5.4 Archeologie 5.5 Cultuurhistorie 5.6 Ontplofbare Oorlogsresten 5.7 Ecologie 5.8 Geluid 5.9 Bedrijven- en milieuzonering 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Mobiliteit 5.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.13 Totaalbeeld aspecten

19 19 20 21 25 26 27 29 30 32 32 34 35 35

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding 6.2 De indeling van de planregels 6.3 Bestemmingen

36 36 36 37

Hoofdstuk 7

39

FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Burgerparticipatie 8.2 Vooroverleg 8.3 Terinzagelegging ontwerp

40 40 40 40

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

41 42 114 150 181 186 194 201

2

Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Ecologisch onderzoek Watertoets Externe veiligheid Boomeffectanalyse Inrichtingstekening

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2 Bijlage 8

Verslag participatie

Regels

203

205

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

206 206 210

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

BESTEMMINGSREGELS Groen Verkeer Wonen

211 211 212 213

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

215 215 216 217 218 219 220

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

221 221 222

bestemmingsplan

3

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

4

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding en doel

Reeds op 30 november 2016 heeft initiatiefnemer een conceptaanvraag ingediend voor de bouw van een vrijstaande woning naast Componistensingel 2 in Veenendaal. Op dit verzoek is ambtelijk in eerste instantie verzocht om aanvulling met het oog op het verlenen van medewerking aan het plan, maar is later negatief gereageerd. Initiatiefnemer heeft beroep ingesteld tegen het op 20 september 2018 vastgestelde bestemmingsplan 'Woongebieden 2018', omdat de gewenste bouwmogelijkheid hierin niet werd meegenomen. De Raad van State heeft naar aanleiding hiervan het besluit van 20 september 2018 vernietigd voor het plandeel met de bestemming 'Wonen' voorzover dat niet voorziet in de bouw van een tweede woning. De gemeenteraad is opgedragen om voor het vernietigde plandeel een nieuw plan op te stellen. Aan deze uitspraak is gevolg gegeven door op 19 december 2019 de 'Correctieve Herziening Woongebieden 2018' vast te stellen. In dit plan is nader gemotiveerd waarom alsnog geen bouwmogelijkheid voor een extra woning is opgenomen. Ook tegen dit besluit is initiatiefnemer opgekomen en heeft opnieuw beroep ingediend bij de Raad van State. Opnieuw vernietigt de Raad van State het besluit voor zover dat ziet op het perceel Componistensingel 2 wegens het ontbreken van een toereikende motivering waarom een extra woning hier in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

De Raad van State draagt de gemeenteraad opnieuw op een nieuw besluit te nemen ten aanzien van dit perceel met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Onderzocht is of er onder voorwaarden toch aan het verzoek kan worden meegewerkt. Met voorliggend bestemmingsplan wordt tegemoet gekomen aan de uitspraak van de Raad van State en wordt uiteindelijk alsnog de bouw van een vrijstaande woning mogelijk gemaakt naast Componistensingel 2. Een definitief verzoek hiervoor is ingediend op 28 januari 2022.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt ten zuidwesten van de bestaande woning op de Componistensingel 2, gelegen in de Componistenbuurt in Veenendaal-West. Zowel de bestaande als nieuwe woning vallen binnen het kadastrale perceel sectie D nummer 8882 te Veenendaal.

bestemmingsplan

5

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Situatie plangebied in Veenendaal West.

6

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Situatie plangebied ingezoomd (luchtfoto 2021).

1.3

Vigerende plannen

Op de locatie is het bestemmingsplan 'Woongebieden 2018' van kracht. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4'. Ook het 'Parapluplan 2020' is van toepassing. Hierin is de archeologische dubbelbestemming verdwenen. Zoals genoemd in 1.1 zijn zowel de plannen 'Woongebieden 2018' als 'Correctieve Herziening Woongebieden 2018' door de Raad van State vernietigd voor wat betreft het ontbreken van de mogelijkheid om een tweede woning te bouwen op het perceel Componistensingel 2. Gelet op het feit dat de vigerende plannen de bouw van een tweede woning niet mogelijk maken en gelezen de uitspraak van de Raad van State van 17 november 2021 moet voor deze locatie een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld overeenkomstig artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven; In hoofdstuk 3 volgt de beschrijving van het plan; In hoofdstuk 4 zijn de van toepassing zijnde beleidskaders beschreven; In hoofdstuk 5 zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten getoetst;

bestemmingsplan

7

bestemmingsplan Componistensingel naast 2 In hoofdstuk 6 is het juridische deel van het plan beschreven; In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; In hoofdstuk 8 tenslotte zijn de resultaten uit overleg en inspraak besproken.

8

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Ruimtelijke structuur

De Componistensingel 2 betreft een voormalig agrarisch perceel en maakt onderdeel uit van het voormalige boerderijlint ter plaatse. Het perceel vormt de rand van het woongebied dat grenst aan park Ruisseveen, dat onderdeel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur.

Bestaande woning Componistensingel 2

De nieuwe, vrijstaande woning is beoogd ten zuidwesten van de bestaande woning en vormt daarmee de overgang tussen de groenstructuur van park Ruisseveen aan de zuidoostkant en het woongebied aan het noordwesten.

Schuine luchtfoto 2021.

2.2

Functionele structuur

Het perceel Componistensingel 2 heeft een woonbestemming met een ruim bestemmingvlak. Hierin staat een bestaande vrijstaande woning. Het ruime zijerf dat grenst aan park Ruisseveen is ingericht als tuin (gazon) behorend bij de bestaande woning. Dit zijerf is de locatie van de nieuw te bouwen woning.

bestemmingsplan

9

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Vooraanzicht perceel Componistensingel (naast) 2

10

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Hoofdstuk 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Bouwplan

Ten opzichte van de huidige planologische situatie wordt de mogelijkheid voor de bouw van een vrijstaande woning toegevoegd. De woonbestemming zelf wijzigt niet. Wel worden enkele specifiek voor dit plan geldende regels opgenomen, zoals een maximale bouwhoogte van 7 meter zonder een maximale goothoogte. Ook wordt de bouw van een bijgebouw voor de voorgevel mogelijk gemaakt, omdat dit bijgebouw in de kapconstructie van het hoofdgebouw wordt verwerkt en omdat hier juist aan de achterkant geen bebouwing is gewenst, gelet op de aanwezige groenstructuur.

3.2

Stedenbouw

Het beoogde bouwplan is gesitueerd op het zijerf van de woning op de Componistensingel 2 en heeft al een woonbestemming, maar voldoet niet aan het geldende bestemmingsplan vanwege het toevoegen van een extra, vrijstaande woning buiten het bouwvlak. De woning vormt de overgang van het park naar woongebied en ligt in dezelfde, verspringende rooilijn als de naastgelegen vrijstaande woningen aan de Componistensingel. Om de uitstraling van het park niet onevenredig aan te tasten, krijgt de woning een lagere bouwhoogte dan gebruikelijk binnen woongebied en krijgt de woning een natuurlijke uitstraling met een groen sedumdak waaronder zowel het hoofdgebouw als de bijbehorende bouwwerken zijn gelegen. Om de open uitstraling aan de parkzijdes te behouden is ervoor gekozen de bijbehorende bouwwerken aan de noord- en westkant te realiseren en mee te nemen in het ontwerp van de woning. Verder wordt het perceel met een groene haag omzoomd, om de overgang naar het park te benadrukken.

bestemmingsplan

11

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Rijksbeleid

Hoofddoel van het nationale ruimtelijke beleid is om ruimte te scheppen voor verschillende ruimtevragende functies. Het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat, maakt het nodig dit op een efficiënte en duurzame wijze te doen en niet alleen in kwantitatieve, maar ook in kwalitatieve zin. Bundeling van verstedelijking is een beleidsstrategie die het Rijk hanteert. Er wordt op deze manier optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die in het bestaande bebouwde gebied aanwezig is.

4.1.1

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit het nationaal ruimtelijk beleid en bevat nadere regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien een aantal keer gewijzigd. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven. Toetsing Binnen het plangebied zijn geen onderdelen van het Barro aanwezig en hiermee behoeft het geen specifieke aandacht in het onderhavige plan.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht

Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd tot 2050. De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven samenhangende beleidsthema's: 1. Stad en land gezond 2. Klimaatbestendig & waterrobuust 3. Duurzame energie 4. Vitale steden & dorpen 5. Duurzaam gezond & veilig bereikbaar 6. Levend landschap erfgoed & cultuur 7. Toekomstbestendige natuur & landbouw De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Voor deze regio wordt een verstedelijkingsstrategie gegeven als regionale uitwerking van het beleid. Daaruit blijkt dat de woningbehoefte in Foodvalley het aanbod overtreft en ook de prognoses laten een groei zien. In de periode 2019 tot 2040 moeten er binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley 7.000 tot 8.000 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. Hiervan zijn 3.500 woningen opgenomen in de bestaande plancapaciteit. Er moet dus nog ruimte voor 3.500 tot 4.500 extra woningen worden gezocht.

In de gemeente Veenendaal is er op de korte termijn voldoende plancapaciteit om het grootste gedeelte van haar woningbouwopgave te realiseren. Dit

12

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2 gebeurt in Veenendaal-Oost en in de nabijheid van station Veenendaal-Centrum. Na circa 2030 bereikt de gemeente Veenendaal letterlijk de grenzen van haar groei. Voor de langere termijn is het noodzakelijk om in de regio op zoek te gaan naar nieuwe locaties voor integrale ontwikkeling van wonen en werken, bij voorkeur rondom knooppunten. De aanvullende behoefte aan werklocaties binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley tot 2030 is 6 tot 9 hectare. De inzet van de provincie is vooral gericht op herstructurering, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen. Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied in de regio Foodvalley speelt onder meer het belang van de bodemdaling in het Binnenveld, het militair erfgoed van de Grebbelinie, (nieuwe) natuur en innovaties op het gebied van circulaire landbouw, voedselproductie en gezondheid.

Conclusie Het bouwplan is niet in strijd met de doelstellingen uit de Provinciale Omgevingsvisie.

4.2.2

Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht

Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. In de omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. In de verordening zijn alle regels voor de leefomgeving van circa 20 verordeningen samengebracht naar één verordening. De omgevingsverordening bevat een verstedelijkingsverbod voor landelijk gebied, tenzij in de verordening anders bepaald. Voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen stedelijk gebied, geeft de verordening instructieregels voor onder meer woningbouw. Woningbouw dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw en woningbouw mag niet leiden tot extra bodemdaling. Daarnaast worden er instructieregels gegeven voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien waarborgt dat de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de knelpunten in de bereikbaarheid. Bij voorkeur leiden de nieuwe ontwikkelingen tot een afname van knelpunten in de bereikbaarheid.

Tot slot bevat de omgevingsverordening specifieke instructieregels voor een Omgevingsplan betrekking heeft op een locatie binnen onder andere de Cultuurhistorische hoofdstructuur, Stiltegebied, Overstroombaar gebied, een boringsvrije zone, beschermd natuurgebied, of een geluidscontour van een provinciale weg.

Conclusie Het bouwplan betreft binnenstedelijke woningbouw en leidt niet tot een toename in knelpunten in de bereikbaarheid. Het plan is niet in strijd met de doelen uit de provinciale omgevingsverordening.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regio FoodValley

De Regio FoodValley is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen, Veenendaal, Renswoude, Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel. Het Regiobestuur Foodvalley heeft voor de periode 2015-2025 ingestemd over de verdeling van het aantal woningen. De prognose is dat circa 14.500 woningen verdeeld worden over de regiogemeenten in Regio FoodValley. Deze aantallen zijn gebaseerd op prognoses. Als de werkelijkheid verandert, wijzigen de prognoses en dus ook de aantallen. De verdeling is als volgt:

Ede

4.000

Barneveld

350

bestemmingsplan

13

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Nijkerk

2.000

Scherpenzeel

500

Wageningen

1.600

Renswoude

50

Rhenen

350

Veenendaal

2.500

Tabel 2: Prognose woningbouw Regiobestuur Foodvalley.

Regionaal is afgesproken de verdeling te baseren op de Gelderse prognose 2014. De Utrechtse gemeenten gaan uit van de afspraken die zijn vastgelegd in het Utrechtse beleid. Voor het monitoren van de woningbouwaantallen wordt samengewerkt met Stichting Vastgoedmonitor Regio FoodValley. Alle woningen die klaar zijn worden meegenomen in de woningmarktmonitor. Toetsing Het bouwplan betreft een concreet verzoek van een particulier om een woning te bouwen en hier zelf te gaan wonen. Het plan is niet in strijd met de afspraken die gelden binnen de regio FoodValley.

4.3.2

Blauwe Omgevingsvisie 2050

Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma. Toetsing Voorliggend plan betreft een ontwikkeling waarbij één vrijstaande woning wordt mogelijk gemaakt. In de exploitatieovereenkomst zijn afspraken vastgelegd over waterberging op eigen perceel. Zo wordt de woning volledig voorzien van een sedumdak. Het plan is niet in strijd met de uitgangspunten van de Blauwe Omgevingsvisie 2050.

4.3.3

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027

Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe. Waterschap Vallei en Veluwe heeft in november 2021 het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) vastgesteld.Het BOP is de tactische uitwerking van de Blauwe omgevingsvisie (BOVI2050). Met als overkoepelend thema ‘een waardevolle leefomgeving’, worden de maatschappelijke thema’s klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit, gekoppeld aan de drie waterprincipes en geïntegreerd in vier gebiedsprogramma’s. Veenendaal valt binnen het gebiedsprogramma Gelderse Vallei. In en rondom Veenendaal zijn de volgende doelen opgesteld: Op orde houden van de waterkeringen. Na realisatie van de Grebbedijk is het doel om met gebiedspartners na te denken over toekomstige functies en status van de Slaperdijk. Klimaatadaptatie maatregelen uitvoeren in bestaand stedelijk gebied door het bevorderen van een klimaatadaptieve inrichting van openbare- en particuliere terreinen. Energiewinning zoals thermische energie uit oppervlaktewater, wind en zon, gekoppeld aan de gemeentelijke Transitievisie Warmte. Verkennen principe klimaatmantels (bufferen van hemelwater) rond stedelijke kernen FoodValley. Toetsing

14

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Het bouwplan aan de Componistensingel heeft geen invloed op waterkeringen of oppervlaktewateren. Er worden klimaatadaptieve maatregelen getroffen die worden vastgelegd in de exploitatieovereenkomst. Het plan is in lijn met de uitgangspunten uit de BOP.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Omgevingsvisie Veenendaal 2030

De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 17 december 2020 de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2030 is een plan op hoofdlijnen dat alle strategische beleidsplannen vervangt die gaan over de fysieke leefomgeving, zoals het milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan en de structuurvisie. De inhoud van de Strategische Visie 2040, die de gemeenteraad in 2017 vaststelde, is de basis geweest voor de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zet in op een koerswijziging van kwantiteit naar kwaliteit: beter en slimmer inrichten van de leefomgeving met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. Bij ieder initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij de principes gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie 2030 het volgende afwegingskader gegeven: 1. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan een Gezonde, Duurzame en Veilige leefomgeving. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om hier aan bij te dragen. Zo zal ook de gewenste groei van Veenendaal moeten bijdragen aan deze doelen. 2. We kiezen voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut. 3. We voorkomen dat negatieve gevolgen van ontwikkelingen afgewenteld worden op de omgeving.

We beoordelen ruimtelijke ontwikkelingen integraal en in relatie tot de omgeving. De Omgevingsvisie 2030 bevat specifieke opgaven en doelstellingen voor onder meer de thema's Gezond duurzaam en veilig, Bouwen en wonen en Groen natuur en water. Gezond duurzaam en veilig Een gezonde leefomgeving is van belang voor de gezondheid van mens, plant en dier. Met de inrichting van de leefomgeving nodigen we inwoners uit om meer te bewegen, ontspannen en om elkaar te ontmoeten. Dit draagt bij aan gezond gedrag en het welzijn van onze inwoners. Belangrijke voorwaarde is wel dat Veenendalers zich op straat en thuis veilig voelen. Belangrijkste opgaven: 1. De leefomgeving biedt mogelijkheden om meer en vaker te bewegen, ontspannen en ontmoeten; 2. Veenendaal werkt aan de energietransitie; 3. Stimuleren circulaire economie; 4. Zorgen voor een klimaatadaptieve leefomgeving; 5. Inwoners voelen zich veilig op straat en in huis. Bouwen en wonen Veenendaal kent een rijke geschiedenis, die zijn sporen heeft nagelaten in onze stedelijke ontwikkeling. Bestaande structuren en elementen, zoals groen, water en historie, bieden kansen om aan te sluiten bij de karakteristiek en kwaliteiten van Veenendaal. Onze gemeente is compact en dichtbebouwd. Grootste uitdaging is blijven groeien, bouwen en ontwikkelen én de kwaliteit van leven verbeteren. Opgaven: 1.

Omschakeling naar duurzame energie en circulair bouwen; 2. Realiseren van meer groen; 3. Het woningaanbod in Veenendaal sluit aan bij de inwonersbehoefte; 4. Langer zelfstandig wonen in de eigen woning of wijk;

bestemmingsplan

15

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

5. Ruimte bieden aan cultuur en voldoende voorzieningen; 6. Verdichten en transformatie binnen de gemeentegrenzen; 7. Behouden en versterken van ruimtelijke karakteristieken, cultuurhistorie en archeologie. Groen, natuur en water Groen, natuur en water vervullen een steeds belangrijker rol bij maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, gezondheid, ontspanning en behoud van biodiversiteit. In 2030 is Veenendaal veel groener dan nu. Dit betekent meer beplanting, meer plantsoenen en meer bomen. Groen en water niet langer sluitstuk bij woningbouw en nieuwe ontwikkelingen, maar vertrekpunt. Belangrijkste opgaven 1. Veenendaal is in 2030 groener dan in 2020; 2. Een robuust en gevarieerd aanbod van groen en water; 3. Verbeteren van de biodiversiteit; 4. Benutten en versterken kwaliteiten van het buitengebied. Toetsing Het bouwplan betreft een vrijstaande woning waar een goed en veilig woon- en leefklimaat voor zowel de bewoners zelf als omwonenden en de omgeving is gewaarborgd. Het minimale groen dat verdwijnt ten behoeve van de uitweg, wordt gecompenseerd door te waarborgen dat er een groene erfafscheiding om het perceel wordt aangelegd en behouden blijft. Verder worden er duurzame maatregelen getroffen door onder meer de gehele kap te voorzien van sedum. 4.4.2

Groenbeleid

Groenstructuurplan Het doel van het groenstructuurplan is als volgt te formuleren: 1. De samenhang van het groen met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische patronen versterken; 2. met het groen de herkenbaarheid en identiteit van de openbare ruimte vergroten; 3. de gewenste groenstructuur formuleren en realiseren volgens de opgestelde visie; 4. groen bij nieuwe ontwikkelingen als bouwsteen en leidend principe gebruiken; 5. accenten in het groen aanbrengen overeenkomstig de plaats en het niveau. Er wordt een onderscheid gemaakt naar groen op twee niveaus: de hoofdgroenstructuur en het groen binnen wijken. Ten aanzien van de hoofdgroenstructuur is het doel de identiteit en de kwaliteit van de afzonderlijke elementen te vergoten, waarbij de aanwezige of gewenste samenhang (structuur) tussen de verschillende elementen en patronen als kader geldt. De hoofdgroenstructuur bestaat uit de volgende onderdelen: de Grift, de oude linten, pleinen, parken, begraafplaatsen en sportparken, de binnenring, de Rondweg, 't Goeie Spoor / Industrielaan / Wageningselaan, de snelweg A12, de spoorlijnen en de entrees. Spelregels groencompensatie Groencompensatie vormt een onderdeel van het totale groenbeleid en heeft als doel dat bij nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met bestaande groene structuren.

Doordat er praktisch toepasbare spelregels voor groencompensatie zijn vastgesteld, kunnen de gevolgen voor het groen bij nieuwe ontwikkelingen overzichtelijk worden gehouden. Hieronder volgt een opsomming van de uitgangspunten voor groencompensatie: Groencompensatie is een onderwerp dat met name voor het stedelijk gebied van belang is. Voor het buitengebied bestaan diverse regeling die behoud en versterking van groen als doel hebben en daarmee garanderen (Rode en groene contour in provinciaal Structuurplan, Landschapsontwikkelingsplan, bestemmingsplan Buitengebied etc.); Groencompensatie is maatwerk; Niet alleen denken in m2 (kwantiteit), maar ook type, volume, kwaliteit en vervangingswaarde van groen meenemen in de beoordeling; Behoud van belangrijke groenstructuren en karakteristieken per wijk of buurt. In het

16

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2 groenstructuurplan is de hoofdgroenstructuur voor Veenendaal als geheel opgenomen. Naast deze hoofdstructuur moet ook ingezoomd worden op het groen op wijk- of buurtniveau. In sommige wijken is de groenstructuur gekoppeld aan de stedenbouwkundige opzet. Het gaat erom deze karakteristieken te behouden of te versterken, ook bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeelden zijn brede grasbermen, bermen met hagen of bodembedekkers, bomen in een straat, etc. Recht doen aan verschillende functies van groen in een wijk of buurt. Hierbij gaat het om aspecten als bereikbaarheid, gebruikswaarde (bijv. speelplek), visuele en ruimtelijke beleving, cultuurhistorische en architectonische kwaliteit en ecologische waarden. Ook de waarde voor milieu aspecten en het onderhoudsniveau en vitaliteit spelen hierbij een rol. Toetsing Het plangebied ligt aan de rand van de hoofdgroenstructuur park Ruisseveen. Nieuwbouw is hier in principe ongewenst, omdat dit afbreuk kan doen aan de uitstraling van het park. In dit specifieke geval is er geen sprake van onevenredige afbreuk, gelet op het volgende: - De locatie heeft reeds de woonbestemming.

Deze woonbestemming biedt voldoende ruimte voor de bouw van de beoogde, extra woning met voorzieningen (tuin, parkeren); - Het groen (niet zijnde bomen) dat verdwijnt ten behoeve van de te realiseren uitweg wordt gecompenseerd. In de exploitatieovereenkomst zijn afspraken gemaakt over de instandhouding van het groen; - De woning krijgt een lage bouwhoogte van maximaal 7 meter en wordt volledig afgedekt met een sedumdak waarin ook de bijgebouwen (op het voor- en zijerf) verwerkt zijn. Hierdoor vormt deze woning een fraaie en onopvallende overgang van het park naar het woongebied. - Uit een boomeffectanalyse (door tree-o-logic d.d. 21 december 2021) blijkt dat de waardvolle perenboom aan de zuidwestkant van het perceel duurzaam behouden kan blijven, mits de adviezen uit dit rapport worden opgevolgd.

4.4.3

Duurzaamheidsbeleid

De wettelijke eisen voor energiezuinigheid van het Bouwbesluit hebben betrekking op thermische isolatie, de energieprestatie (EPC) en milieuprestatie (MPG). Aanvullend heeft de gemeente Veenendaal beleid opgesteld voor duurzaamheid in het programmaplan "Energieneutraal Veenendaal 2050" (30 maart 2017). De gemeente geeft uitwerking aan de volgende ambities en doelstellingen: Veenendaal is energieneutraal in 2035: streven naar energie neutrale woningen en wijken. Het streven is naar energieneutraliteit (EPC=0 of beter: Nul Op de Meter). Deze woningen moeten energieneutraal zijn en niet afhankelijk van gas. Veenendaal is energieneutraal in 2035: stimuleren schonere voertuigen. Voor de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden dat bewoners een elektrische auto hebben en willen opladen. Veenendaal is voorbereid op klimaatverandering: ontwikkelingen worden minimaal waterneutraal uitgevoerd, groen wordt strategisch ingezet voor hemelwaterafvoer en koeling in de stad.

De gemeente vindt het daarbij belangrijk dat bij nieuwe ontwikkelingen de volgende onderwerpen aan de orde komen bij het thema duurzaam bouwen: Toepassen van een prestatie-instrument voor duurzaam bouwen; Mogelijkheden om het dak te benutten voor warmte-opslag, waterberging, het bufferen van fijnstof of energiewinning; Natuurvriendelijke maatregelen aan of rond het gebouw; Geen koper, lood of zink gebruiken voor de hemelwaterafvoer; Toepassen van duurzaam hout; Energiezuinige terrein- en gebouwverlichting. Toetsing Aan dit beleid wordt voldaan door het toepassen van meerdere duurzame maatregelen bij dit bouwplan. Zo wordt er gasloos gebouwd, wordt de woning gerealiseerd op basis van de richtlijnen voor Duurzaam Bouwen zoals geformuleerd door de Rijksdienst voor Ondernemen Nederland. Ook is initiatiefnemer verplicht een waardering van 7 te scoren op alle thema's volgens de systematiek van GPR gebouw

bestemmingsplan

17

bestemmingsplan Componistensingel naast 2 (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn). Dit gaat om Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Daarnaast wordt minimaal 2m² aan waterberging op eigen perceel gerealiseerd, onder meer door de realisatie van een sedumdak. De erfafscheiding zal bestaan uit groen in plaats van een gebouwde erfafscheiding. Het bouwplan is in lijn met de uitgangspunten van het Duurzaamheidsbeleid.

4.4.4

Welstandsnota 2017

Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden. Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel de reguliere vergunningsplichtige bouwwerken als voor de zogeheten veel voorkomende kleine bouwwerken die vergunningsplichtig zijn. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt dus invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan.

In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren. Toetsing MooiSticht, de commissie voor ruimtelijke kwaliteit, heeft reeds een principe-akkoord gegeven op de hoofdopzet van het bouwplan. Aan de hand van dit plan zijn er enkele uitgangspunten geformuleerd die als beeldkwaliteitplan aan de welstandsnota gekoppeld zullen worden. De later in te dienen aanvraag voor een omgevingsvergunning zal door MooiSticht worden beoordeeld en kan worden verleend als aan het beeldkwaliteitplan wordt voldaan. Op dat moment wordt geadviseerd over details, kleuren en materialen.

3D beeld van de voor- en zijgevel van de nieuw te bouwen woning (voorlopig ontwerp)

18

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Hoofdstuk 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten voor de ontwikkeling van de planlocatie beschreven. Het gaat hierbij om de aspecten natuur, water, archeologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Voor ieder aspect is een onderzoek of toets uitgevoerd.

5.1

Bodem

Bij bodem wordt onderscheid gemaakt in de fysische en de chemische bodemkwaliteit. De fysische bodemkwaliteit heeft betrekking op de opbouw en samenstelling van de bodem. Denk hierbij aan draagkracht en in de bodem aanwezige voorwerpen, zoals archeologische vondsten. 5.1.1

Wettelijk kader

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Volgens het Bro zullen burgemeester en wethouders in verband met de uitvoerbaarheid van het plan onder meer een onderzoek verrichten naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op daarvoor geschikte gronden te worden gerealiseerd. Wet bodembescherming De Wet Bodembescherming bevat de voorwaarden die kunnen en worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. De wet heeft betrekking op zowel landbodems als waterbodems. De Wet bodembescherming geeft aan wanneer er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en of er dan ook gesaneerd moet worden (saneringsnoodzaak). De hoeveelheid grond dan wel grondwater (beide in m³) en de mate van vervuiling, gemiddeld boven de interventiewaarde, zijn de criteria voor een geval van ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarde is de waarde, waarboven er mogelijk sprake is van humane, ecologische of verspreidingsrisico's. De urgentie van sanering wordt bepaald door de geplande projectontwikkeling. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging is er bij niet gewijzigd grondgebruik soms geen noodzaak tot saneren.

Voorbeelden zijn voormalige stortplaatsen en kleine verontreinigingen in het diepere grondwater. De gevallen van ernstige bodemverontreinigingen zijn door de Gemeente Veenendaal in beeld gebracht. In een aantal gevallen is in een beschikking Wet bodembescherming aangegeven wat er met een geval van ernstige bodemverontreiniging moet gebeuren. Nadat er is gesaneerd, kunnen er restverontreinigingen aanwezig zijn. Soms zijn er gebruiksbeperkingen. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is te voorkomen dat de bodem (grond en grondwater) en het oppervlaktewater verontreinigd worden door het gebruik van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Daarnaast wordt gestreefd naar hergebruik van grondstoffen, zodat minder materiaal wordt gestort en minder nieuwe grondstoffen hoeven te worden gewonnen. In het besluit zijn regels opgenomen over kwaliteitsborging, bouwstoffen, grond en baggerspecie. Grondverzet kan plaatsvinden conform het Besluit Bodemkwaliteit. Op de bodemkwaliteitskaart (Omgevingsdienst Utrecht) heeft de grond waar gebouwd gaat worden de bodemfunctieklasse 'Wonen'.

5.1.2

Toetsing bouwplan

Montferland Milieu B.V. heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoed op de betreffende locatie. Het rapport d.d. 14 december 2021 concludeert het volgende: - Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. - In de grond(meng)monsters is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof.

bestemmingsplan

19

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

- De aangetroffen licht verhoogde gehalten in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. - Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen. - De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. - Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wetten en regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht.

Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

5.1.3

Conclusie

Het bodemonderzoek geeft een representatief beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de onderzoeksresultaten geven geen aanleiding geven tot aanvullend onderzoek of sanering. Het onderzoek, mits niet verouderd, voldoet eveneens om in te dienen bij een toekomstige aanvraag omgevingsvergunning. De bodem van het plangebied is geschikt voor de voorgenomen functie; het aspect bodem vormt geen belemmering voor dit ruimtelijk plan.

5.2

Waterhuishouding

5.2.1

Wettelijk kader

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Vanuit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geldt de verplichting tot het doorlopen van het watertoetsproces bij een bestemmingsplanwijziging. Binnen dit proces wordt een afweging gemaakt van het waterbelang binnen de ruimtelijke planprocessen. Ruimtelijke wijzigingen kunnen een aandeel leveren in het bevorderen van de waterkwaliteit, maar mogen zeker niet leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit. Deze verplichte watertoets geldt alleen voor ruimtelijke besluiten waar sprake is van belangrijk ruimtelijke ingrepen. Waterschap Vallei en Veluwe Vanuit het waterschap Vallei en Veluwe zijn er ook een aantal gebiedsspecifieke aandachtspunten: Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden

20

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2 en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen.

In de keur van Waterschap Vallei en Veluwe is bepaald dat er geen watercompenserende maatregelen nodig zijn als sprake is van een toename van minder dan 0,15 ha (1500 m²) verharding binnen het stedelijk gebied. Het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan (GRWP) Het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan (GRWP) beschrijft hoe de gemeente haar zorgtaken voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater uitvoert. De watertaken van de gemeente bestaan uit het inzamelen en afvoeren of verwerken van stedelijk afvalwater en hemelwater. Voor zover doelmatig neemt de gemeente maatregelen tegen grondwateroverlast en zorgt zij samen met het waterschap Vallei en Veluwe dat het stedelijk oppervlaktewater schoon, veilig en beleefbaar is. Bewoners en bedrijven hebben ook een taak. Zo moeten zij zelf voor de voorzieningen op hun perceel zorgen. In sommige gebieden en situaties moeten zij ook het hemelwater bergen en verwerken of afvoeren, of zelf maatregelen nemen tegen grondwaterproblemen. In dit GRWP zijn speerpunten benoemd die de komende planperiode extra aandacht krijgen. Het meest omvangrijk is het scheiden van vuil water en schoon hemelwater, ook op particulier terrein. In een groot deel van Veenendaal ligt een gemengd rioolstelsel, waarbij het vuile en schone water door dezelfde buis wordt afgevoerd.

De gemeente zet het vervangen van de gemengde rioolstelsels door gescheiden systemen voort. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Het helpt om wateroverlast tegen te gaan en de gemeente klimaatbestendig te maken. Daarnaast is het goed voor het milieu. 5.2.2

Toetsing bouwplan

Op 23 december 2021 is de digitale watertoets uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het plan geen belangen van het Waterschap raakt. Met initiatiefnemer zijn afspraken gemaakt omtrent waterberging op eigen perceel en het realiseren van een gescheiden stelsel. 5.2.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor dit ruimtelijk plan.

5.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid is de kans om te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Beleid en regelgeving op dit gebied is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: a. het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen);

bestemmingsplan

21

bestemmingsplan Componistensingel naast 2 b. het transport van gevaarlijke stoffen over wegen, waterwegen en spoorwegen; c. het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Met betrekking tot risico's wordt onderscheid gemaakt in twee risicomaten: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als het risico op een plaats buiten een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die risicobron waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Binnen de wet- en regelgeving zijn aan deze definitie grens- en richtwaarden opgehangen ten aanzien van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico is gedefinieerd als cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicobron en een ongewoon voorval binnen die risicobron waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. In wet- en regelgeving is aan het groepsrisico een oriënterende waarde toegekend als indicator voor de omvang van een ramp en een afwegingsproces gericht op zelfredzaamheid, beheersbaarheid, rampenbestrijding en resteffecten.

5.3.1

Wettelijk kader

De regelgeving voor inrichtingen met (over het algemeen) grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen is samengebracht in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In dit Besluit is aangegeven welke bedrijven bij het verlenen van een milieuvergunning of het nemen van een besluit op grond van de Wro nadere aandacht behoeven. De wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid biedt geen absolute veiligheid. Een kleine kans op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen wordt geacht tot het normaal maatschappelijk risico te behoren. Getracht wordt om door middel van regelgeving de gevolgen zo veel als mogelijk is te beperken. De regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen is neergelegd in het “Besluit transportroutes externe veiligheid”. Deze wetgeving verankert het zogenaamde Basisnet en daarmee is de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen per 01-04-2015 vervallen. Externe veiligheid in relatie tot transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) dat op 01-01-2011 in werking is getreden.

5.3.2

Toetsing bouwplan

Inrichtingen Uit de risicoatlas (www.risicokaart.nl) blijkt dat er in de nabijheid van het plangebied geen inrichtingen zijn gelegen waarbij risico’s kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen.

22

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Positie aanwezige inrichtingen ten opzichte van de woningbouwlocatie.

De plaatsgebonden risicocontouren (10-6/jaar) reiken niet tot het perceel waar de woning wordt gerealiseerd en zijn daarmee geen belemmering voor het plan. Er is geen sprake van een significante toename van het groepsrisico vanwege het realiseren van een woning aan de Componistensingel (op voldoende afstand van bedrijven gelegen).

Risico's door vervoer over weg, water of spoor A12 Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 1000 meter van de autosnelweg A12 (ter hoogte van afrit 23 Veenendaal West). Volgens bijlage 1 tabel basisnet weg uit de Regeling Basisnet zijn voor baanvak G8 A12: afrit 23 (Veenendaal) tot knooppunt Maanderbroek de volgende waarden opgenomen:

Er is geen sprake van bijzonderheden in de vorm van afwijkend wegtype of tunnelcategorie. Het plangebied is gelegen buiten de toepasselijke basisnetafstand. Het plangebied is gelegen buiten het plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter. In de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. Het invloedsgebied voor het groepsrisico GF3 bedraagt 880 meter, gemeten vanaf de as van de weg. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied op een afstand van meer dan 1000 meter vanaf de as van de A12. Het groepsrisico hoeft derhalve niet verder te worden onderzocht. Spoorlijn Rhenen-Leusden Het plangebied is gelegen op een afstand van 530 meter van de spoorlijn Rhenen – Leusden (Veenendaallijn). Deze spoorlijn is niet opgenomen in bijlage 2 “tabel basisnet spoor uit de Regeling Basisnet. Dit betekent dat op genoemd baanvak geen sprake is van transport van stoffen die tot gevaarlijke situatie kunnen resulteren. (stofcategorieën A , B2, B3, C3, D3 of D4).

Voor omgevingsbesluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs doorgaande routes van spoorwegen die deel uitmaken van het Basisnet Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden

bestemmingsplan

23

bestemmingsplan Componistensingel naast 2 risico achterwege blijven. Voor deze spoorlijnen gelden namelijk de veiligheidsafstanden die in de Regeling Basisnet zijn opgenomen. Op een hoofdspoorweg is het referentiepunt gelegen in het midden tussen de buitenste sporen van de spoorbundel voor het doorgaand verkeer (art. 4 Regeling Basisnet). Het plangebied ligt ver buiten de PR 10 -6 -contour van spoortrajecten. Daarmee vormt het plaatsgebonden risico als gevolg van spoorlijnen geen belemmering voor de planontwikkeling.

Naast het plaatsgebonden risico geldt langs spoorlijnen waarover veel zeer brandbare vloeistoffen vervoerd (kunnen) worden een vast “plasbrandaandachtsgebied” (PAG) tot 30 meter ter weerszijden van de spoorbaan. Het PAG geldt alleen voor nieuw te bouwen objecten. Bij een planontwikkeling in een PAG dient rekening te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Rekening houden met de effecten van een plasbrand bestaat uit een verantwoording van de keuze om in dat gebied te gaan bouwen. Die verantwoording lijkt op hetgeen bij groepsrisico vereist is. Voor het beschouwde spoortraject geldt geen PAG. Daarmee vormt het PAG geen belemmering op voor de planontwikkeling.

In de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied is per stofcategorie in tabel 4.2 opgenomen.

Over het spoor vindt geen transport plaats van de genoemde stofcategorieën. Het plangebied is daarmee niet gelegen binnen de genoemde afstanden van de bestaande spoorlijnen. Verwacht mag worden dat vanwege de grote afstand van het plangebied tot de spoorlijn het groepsrisico niet zal toenemen. Vanuit het Bevt kan een verdere verantwoording van het groepsrisico dan achterwege blijven. Elektromagnetische straling Er zijn geen bronnen van elektromagnetische straling (hoogspanningslijnen) aanwezig in de directe omgeving van het plan. De afstand tot de hoogspanningsverbinding bedraagt meer dan 275 meter.

5.3.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling van de bouw van een woning (kwetsbaar object) aan de Componistensingel is niet gelegen binnen een risicocontour van een bestaande risicobron (inrichtingen, transport gevaarlijke stoffen en luchthavens). Het aspect externe veiligheid staat daarmee de voorgenomen realisatie niet in de weg.

24

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

5.4

Archeologie

5.4.1

Wettelijk kader

In 1992 ondertekende Nederland het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed – kortweg ‘het Verdrag van Malta’ (of Valletta). Sindsdien is het uitgangspunt van het (rijks)beleid dat archeologische waarden volwaardig meetellen in beslissingen over de ruimtelijke inrichting van ons land. De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) heeft als doel bodemverstorende activiteiten beter te reguleren. Centraal daarbij staat de verplichting om archeologische waarden in bestemmingsplannen vast te leggen. Gemeenten zijn daarbij bevoegd gezag inzake de omgang met archeologische waarden. Binnen de kaders van rijks- en provinciaal beleid hebben zij de vrijheid naar eigen inzicht financieel en beleidsmatig invulling te geven aan de zorg voor de archeologie binnen hun grondgebied. Het verdrag is in 2007 wettelijk verankerd in de herziene Monumentenwet 1988. Een deel hiervan is op 1 juli 2016 overgegaan naar de Erfgoedwet. Zowel archeologie als een deel van cultuurhistorie zijn namelijk sinds 1 juli 2016 verankerd in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. In juli 2015 nam de Tweede Kamer een amendement op de Omgevingswet aan, waarin gesteld wordt dat gemeente de archeologische dubbelbestemmingen beter moeten onderbouwen.

Daarbij is van belang dat de archeologische monumenten aantoonbaar moeten worden gemaakt. Het archeologisch erfgoed heeft hiermee een prominente plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde "veroorzakerprincipe". Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. Gemeenten dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan of beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1 en 3.38 Wro altijd rekening te houden met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Deze bestemmingsplanverplichting brengt met zich mee dat gemeenten het kader moeten stellen voor de archeologische monumentenzorg. Zij hebben dus een kerntaak in de uitvoering van de archeologische monumentenzorg en moeten bij ruimtelijke besluitvorming het archeologische belang afwegen tegen de andere belangen. In de afgelopen 8 jaar zijn diverse archeologische onderzoeken binnen de gemeente uitgevoerd en zijn er nieuwe bronnen beschikbaar die relevant zijn voor de archeologische verwachting.

Daarom is de archeologische beleidskaart uit 2010 geactualiseerd en heeft er een verfijning plaatsgevonden van het verwachtingenmodel. Dit heeft geresulteerd in een geactualiseerde archeologische beleidskaart die op 25 juni 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. De beleidskaart is vervolgens juridisch vertaald in het bestemmingsplan 'Parapluplan 2020', welke eveneens is vastgesteld door de raad op 25 juni 2020.

5.4.2

Toetsing bouwplan

In het bestemmingsplan 'Woongebieden 2018' heeft deze locatie de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 4'. Dit was in dat plan de laagste archeologische waarde en was alleen van toepassing bij plannen van meer dan 10.000 m² en een diepte van meer dan 0,5 meter onder maaiveld. In het 'Parapluplan 2020' is de archeologische bestemming van deze locatie verdwenen.

bestemmingsplan

25

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Uitsnede archeologische beleidskaart RAAP-rapport 3334 (bijlage 3) met plangebied wit omcirkeld.

Uit de archeologische beleidskaart uit 2020 (RAAP, rapport 3334, kartbijlage 3) blijkt dat de Componistensingel 2 een lage verwachting (groen) heeft qua archeologie. Hier geldt dat alleen archeologisch onderzoek nodig is bij MER--plichtige projecten. Voorliggend plan is niet MER-plichtig en archeologisch onderzoek is derhalve niet vereist.

5.4.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er kan echter niet worden uitgesloten dat bij uitvoering van de werkzaamheden archeologische vondsten worden gedaan. Voor dergelijke (toevals)vondsten geldt de wettelijke meldplicht als genoemd in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Dit houdt in dat als bij uitvoering van de werkzaamheden wordt vermoed dat er sprake is van een archeologische vondst, dit moet worden gemeld bij de bevoegde overheid (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

5.5

Cultuurhistorie

5.5.1

Wettelijk kader

In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.

26

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

5.5.2

Cultuurhistorische kenmerken

In 2018 is de cultuurhistorische waardenkaart door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. De cultuurhistorische waardenkaart bestaat uit kenmerkenkaarten voor de disciplines landschap en gebouwde omgeving, uit waardenkaarten voor diezelfde aspecten, uit een viertal themakaarten en uit een integrale ensemblekaart, waarop de gebieden die staan die – samen met de sectorale landschappelijke en gebouwde kaarten – het palet aan cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente Veenendaal laten zien. De thema’s waarop in het bijzonder ingezoomd is, zijn vervening, industrie, religie en militair erfgoed. Deze vier thema’s vormen een belangrijk deel van het ‘verhaal van Veenendaal’, waarvan in wisselende hoeveelheden ook nog relicten in het huidige Veenendaal – ondergronds, landschappelijk of gebouwd – terug te vinden zijn.

5.5.3

Toetsing bouwplan

Op de Cultuurhistorische waardenkaart heeft het plangebied geen specifieke aanduiding voor wat betreft bescherming van erfgoed. Het gebied maakt deel uit van de vroegere Stichtse Venen: Ruisseveen en grens aan park Ruisseveen, een groenstructuur met lint en oude erven uit de periode 1980-2000. Er zijn geen oude waterlopen of structuren die vanuit cultuurhistorisch oogpunt aandacht vragen.

5.5.4

Conclusie

Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen om aan het plan mee te werken.

5.6

Ontplofbare Oorlogsresten

Het is bekend dat in de gemeente Veenendaal tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen zijn geweest. Dit houdt in dat er op plaatsen mogelijk ontplofbare oorlogsresten (voorheen: conventionele explosieven) in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Uit de praktijk is gebleken dat circa 10% van de afgeworpen bommen niet is geëxplodeerd en in de bodem is achtergebleven als blindganger. De gemeente Veenendaal heeft in mei 2018 beleid ten aanzien van ontplofbare oorlogsresten vastgesteld. Door het vaststellen van een gemeentelijk beleid wordt geborgd dat activiteiten met betrekking tot CE binnen de gemeente worden getoetst en daar waar nodig beheersmaatregelen kunnen worden genomen en/of voorgeschreven. Het beleid is tevens bedoeld om eenieder die van plan is grondroerende werkzaamheden binnen de gemeente uit te voeren, te verplichten de benodigde acties te ondernemen met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid en risico's van CE op de betreffende locatie. Het opsporen en verwijderen van (mogelijke) CE wordt alleen uitgevoerd om het risico met betrekking tot CE weg te nemen, en daarmee een veilige werkomgeving en leefomgeving te creëren tijdens uit te voeren werkzaamheden of activiteiten. Dit is ook de reden dat de gemeente Veenendaal altijd ingelicht moet worden als er projectmatig bodemroerende activiteiten plaatsvinden binnen gebieden die als verdacht zijn aangemerkt.

Vanwege voortschrijdende inzichten in de gebeurtenissen tijdens de Tweede Oorlog heeft er in 2020 een update van de bodembelastingkaart Conventionele Explosieven plaatsgevonden (Vooronderzoek Conventionale Explosieven gemeente Veenendaal d.d. 9 oktober 2020/ RAP1715401_1003D1 Expload/ Bombs away).

bestemmingsplan

27

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

Overzicht verdachte gebieden en aandachtsgebied binnen het onderzoeksgebied Veenendaal uit onderzoek CE 2020.

5.6.1

Toetsing bouwplan

Het plangebied ligt buiten verdacht gebied. Een nader onderzoek is daarom niet vereist.

5.6.2

Conclusie

Vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten zijn er geen belemmeringen om aan het plan mee te werken. Mochten er tijdens de werkzaamheden toch ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen, dan dient te worden gehandeld overeenkomstig het protocol 'Onverwacht aantreffen van CE'.

28

bestemmingsplan

bestemmingsplan Componistensingel naast 2

5.7

Ecologie

5.7.1

Wettelijk kader

Voor ecologie moet er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met soortbescherming gericht en met gebiedsbescherming. De natuurbescherming in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming zorgt voor een goede natuurbescherming van planten- en diersoorten, natura 2000-gebieden, en bossen. Sommige plant- en diersoorten worden beschermd omdat ze als kwetsbaar worden gekenmerkt. De Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet, en de Flora- en Faunawet zijn vanaf 1 januari 2017 opgenomen in de Wet natuurbescherming. De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierin worden de soortbescherming en de gebiedsbescherming nader belicht omdat beide voor het bestemmingsplan van belang zijn. De regels die voorheen in de Boswet waren opgenomen zijn binnen het plangebied niet van toepassing omdat het gehele gebied binnen de bebouwde kom ligt. Een nadere beschrijving van dit deel van de wet is dan ook niet opgenomen. Soortbescherming Een belangrijk doel van de wet is het beschermen van alle soorten planten- en dieren die in het wild in Nederland voorkomen. De wet gebiedt dat alle in het wild levende dieren en planten in principe met rust worden gelaten, wat is vastgelegd in de algemene zorgplicht. In de regelgeving heeft de gunstige staat van in stand houding van soorten een prominentere plek gekregen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11525562/1