4. TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal - Toelichting (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
bestemmingsplan
TAM-OMGEVINGSPLAN RITMEESTERLOCATIE VEENENDAAL
TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Veenendaal
bestemmingsplan
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing planlocatie 1.3 Het omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 8
Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Bestaande situatie ruimtelijk en functioneel 2.2 Historie 2.3 Cultuurhistorie 2.4 Gewenste situatie ruimtelijk en functioneel 2.5 Stedenbouwkundige structuur 2.6 Beeldkwaliteit
9 9 9 9 10 11 12
Hoofdstuk 3 Beleid op de locatie 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
13 13 15 20 21
Hoofdstuk 4 Effecten fysieke leefomgeving 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.3 Omgevingsveiligheid 4.4 Activiteiten en milieuzonering 4.5 Geluid 4.6 Duurzaamheid 4.7 Flora en fauna 4.8 Landschappelijke-, stedenbouwkundige waarden en Cultureel erfgoed 4.9 Archeologische monumenten 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Bodem 4.13 Weging elektriciteits-infrastructuur, energieparagraaf 4.14 Water 4.15 Grondwaterbescherming 4.16 Luchtkwaliteit 4.17 Geur 4.18 Trillingen 4.19 Bezonning 4.20 Ontplofbare Oorlogsresten 4.21 Gezondheid en milieu 4.22 Totaalbeeld aspecten
26 26 26 27 29 30 32 34 38 39 39 45 45 46 46 47 50 51 52 52 54 55 56
Hoofdstuk 5 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57 57 57
Hoofdstuk 6 Juridische plantoelichting 6.1 Toelichting regels 6.2 Toelichting verbeelding
59 59 60
2
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
bestemmingsplan
3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Veenendaal is voornemens de Ritmeester sigarenfabriek de komende jaren te transformeren naar een groen, leefbaar en gevarieerd woon-werkgebied. De fabrieksloods wordt gesloopt en maakt plaats voor maximaal 175 woningen, bestaande uit grondgebonden woningen en appartementen. Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Ritmeesterkwartier 2016', dat deel uitmaakt van het (tijdelijk) Omgevingsplan gemeente Veenendaal. Op basis van dit bestemmingsplan geldt ter plaatse van het plangebied de bestemming 'Gemengd - Uit te werken bestemming'. Voor de uitwerking van deze bestemming is geen uitwerkingsplan vastgesteld. In het bestemmingsplan zijn uitwerkingsregels opgenomen waar een uitwerkingsplan aan moet voldoen. Zo dient de bouwhoogte in overeenstemming te zijn met wat op de verbeelding is opgenomen. Deze maximale bouwhoogte ligt tussen de 10 en 16 meter. De beoogde woningbouwontwikkeling is op grond van het tijdelijk omgevingsplan niet mogelijk. Er is geen uitwerkingsplan voor opgesteld en de beoogde bebouwing past niet binnen deze maximale bouwhoogten. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is er een wijziging nodig van het huidig juridisch-planologisch kader. De gemeente Veenendaal beschikt op moment van schrijven niet over een compleet omgevingsplan.
De gemeente heeft er daarom voor gekozen om de herontwikkeling van de Ritmeesterlocatie mogelijk te maken via de Tijdelijke Algemene Maatregel (TAM) Omgevingsplan via IMRO. TAM-IMRO biedt gemeenten de mogelijkheid om een nieuw deel van het omgevingsplan via de oude technische publicatiewijze in procedure te brengen. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het nieuwe juridisch-planologisch kader voor het plangebied.
1.2
Ligging en begrenzing planlocatie
Het plangebied is gelegen aan de Kerkewijk te Veenendaal en ligt centraal in de gemeente. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied aangegeven. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Figuur 1.1 Luchtfoto plangebied (bron: pdok.nl/viewer)
1.3
Het omgevingsplan
Op 1 januari 2024 is het Omgevingsplan gemeente Veenendaal in werking getreden. In het tijdelijke deel zijn naast de Bruidsschat de volgende bestemmingsplannen van toepassing: Ritmeesterkwartier 2016, vastgesteld d.d. 22 september 2016; Woongebieden 2018, vastgesteld d.d. 20 september 2018; Ondergrondse hoogspanning, vastgesteld d.d. 23 juni 2022; Parapluplan 2022, vastgesteld d.d. 20 april 2023. Op grond van het bestemmingsplan 'Ritmeesterkwartier 2016' heeft het plangebied de bestemming 'Gemengd - Uit te werken bestemming'. Tevens geldt op een klein gedeelte van het plangebied de aanduiding 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en herstel van een bovengrondse hoogspanningsverbinding. De gemengde, uit te werken bestemming maakt meerdere functies, waaronder wonen, parkeervoorzieningen, verkeer en groen mogelijk, mits wordt voldaan aan de uitwerkingsregels. De maximale bouwhoogte is grotendeels 10 meter, maar deels ook 12, 13 en 16 meter. De beoogde
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal appartementen voldoen niet aan deze maximale bouwhoogte. Daarnaast is de verwachting dat de nieuwe plannen ook het maximum aantal vierkante meters bvo (bruto vloeroppervlakte) zullen overschrijden. Zodoende is de beoogde woningbouwontwikkeling in strijd met het tijdelijk Omgevingsplan gemeente Veenendaal.
Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Ritmeesterkwartier 2016 (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart) Op grond van het bestemmingsplan 'Woongebieden 2018' berust op een klein gedeelte in het zuiden van het plangebied de bestemming 'Verkeer'. Ook geldt daar de aanduiding 'Leiding Hoogspanningsverbinding'. Op grond van het bestemmingsplan 'Ondergrondse hoogspanning' vervalt de bestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding', die op grond van het bestemmingsplan 'Ritmeesterkwartier 2016' is aangewezen, op het moment dat deze bovengrondse hoogspanningsverbinding onder de grond is gebracht en in gebruik is genomen. Het ondergronds brengen van de hoogspanningsverbinding is met het bestemmingsplan 'Ondergrondse hoogspanning', ter plaatse van de bestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding ondergronds' mogelijk gemaakt. Het 'Parapluplan 2022' geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente. Met dit plan zijn de bestaande juridisch-planologische regelingen voor archeologie en parkeren hersteld en verduidelijkt. bestemmingsplan
7
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Een woningbouwontwikkeling is binnen het vigerend juridisch-planologisch kader niet mogelijk. Voorliggend TAM-omgevingsplan stelt de nieuwe kaders voor het plangebied en vormt hiermee het nieuwe juridisch-planologisch kader.
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is de bestaande en toekomstige situatie beschreven; In hoofdstuk 3 volgt vervolgens een beschrijving van het beleidskader dat van toepassing is op het initiatief; In hoofdstuk 4 zijn hierna de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld; In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven; In hoofdstuk 6 komen het financiële, maatschappelijke en procedurele aspect aan bod.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande en toekomstige situatie
Bestaande situatie ruimtelijk en functioneel
Het plangebied ligt centraal in de gemeente Veenendaal, aan de Kerkewijk en tussen de Frisia, Tubantia en Vijftien Morgen. Het plangebied bestaat grotendeels uit het fabrieksterrein van de voormalige Ritmeester sigarenfabriek. Daaromheen zijn verschillende woonwijken gelegen. De locatie is vrijwel geheel bebouwd. De fabriekshallen zijn momenteel in gebruik voor (tijdelijke) bedrijvigheid en door maatschappelijke organisaties. In de omgeving van het plangebied zijn veel verschillende functies te vinden. Naast wonen komen ook de functies bedrijf, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en gemengd voor in de nabijheid van het plangebied. Het plangebied is in de huidige situatie volledig verhard en op een paar bomen in de omgeving na is er geen groen aanwezig. Aan de noordkant grenst de locatie aan de achtertuinen van de woningen aan de Frisia. Aan de oostkant grenst de locatie aan de Hollandia met gestapelde woonbebouwing en grondgebonden woningen aan de Tubantia. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de Vijftien Morgen. Ten zuiden van de Vijftienmorgen zijn een zorgcentrum en een kerk aanwezig. Aan de westzijde grenst de locatie aan de (monumentale) bebouwing van de Kerkewijk, met voornamelijk gemengde functies. Aan de zuidwest zijde van de locatie (aan de Vijftienmorgen) is een maatschappelijke voorziening aanwezig.
In het zuidwesten van het plangebied bevindt zich tevens een hoogspanningsmast.
2.2
Historie
De Ritmeester Sigarenfabriek is opgericht in 1887 door Jochem van Schuppen. Van Schuppen maakte veel gebruik van huisnijverheid. De mensen kochten dan tabak en dekbladen bij de fabriek en verkochten de daarvan geproduceerde sigaren weer aan de fabriek. Aan deze gezinsarbeid kwam in 1920 een einde. Na de eerste wereldoorlog was er sprake van een crisis in de sigarenindustrie. Dit kwam door de introductie van de sigaret en de import van goedkope sigaren uit Duitsland. Ritmeester introduceerde toen 'de Bolknak'. Deze werd een groot succes en de Ritmeester Sigarenfabriek groeide. Begin jaren zeventig kwam er steeds meer aandacht voor de gezondheidsrisico's van tabak. Dit had een sterk effect op de consumptie van sigaren. In 2006 is de fabriek gesloten. 2.2.1
Bebouwing
Het eerste gebouw van de Ritmeesterfabriek was het "fabriekskasteel" aan de Kerkewijk 65. Het fabriekskasteel maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Het pand is een gemeentelijk monument. De achterliggende gebouwen bestaat uit productiehallen en uitbreidingen van het fabriekskasteel. De productiehallen zijn in diverse tijden gerealiseerd. Het nieuwste deel van deze bebouwing maakt deel uit van het plangebied. Het meest karakteristieke onderdeel van de hallen zijn de alom aanwezige sheddaken. Een deel van deze sheddaken zijn bij de herontwikkeling van het plangebied met het bestemmingsplan 'Ritmeesterkwartier 2016' behouden.
2.3
Cultuurhistorie
De hiervoor in het kort beschreven historie van de Sigarenfabriek Ritmeester heeft ertoe geleid dat er een industrieel gebouwencomplex is ontstaan dat een grote cultuurhistorische waarde heeft voor Veenendaal. Van de grote sigarenfabrieken die Veenendaal rijk is geweest is dit nog het enig overgebleven gebouwencomplex. Zo zijn de grote complexen van de Panter sigarenfabriek en ook Ritmeester "over het spoor' aan de Kerkewijk, met uitzondering van een kantoorgebouw, geheel verdwenen. De vooroorlogse gebouwen met een gemeentelijke monumentenstatus worden behouden en benut. De fabriekshallen in het plangebied zijn op de cultuurhistorische waardenkaart niet aangewezen als
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal cultuurhistorisch waardevol. Wel zal de nieuwe bebouwing waar mogelijk verwijzen naar het industrieel karakter van het gebied. Zo zal de historische, industriële betekenis van het gebied worden benut.
Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied
2.4
Gewenste situatie ruimtelijk en functioneel
In de beoogde situatie wordt de Ritmeesterlocatie herontwikkeld tot woon-, werk- en verblijfslocatie. Het fabrieksgebouw wordt gesloopt om plaats te maken voor maximaal 175 nieuwe woningen. De nieuwe woningen zullen bestaan uit een mix van grondgebonden woningen en gestapelde appartementen die passend zijn in de omgeving en aansluiten op de bestaande bebouwing. Ook worden er enkele woon-werkwoningen gerealiseerd. Het wordt een buurt voor jong en oud, met een levendig openbaar gebied waar prettig kan worden gewerkt en gewoond. Het oude fabrieksterrein ligt als een eiland in zijn omgeving, doordat er zich in de loop der jaren een hele woonwijk omheen heeft ontwikkeld. De herontwikkeling van de Ritmeester-locatie maakt het mogelijk om het voormalig afgesloten terrein in te zetten om verbindingen te maken met de omliggende buurten en het isolement tussen de Kerkewijk, de Industrielaan, Boompjesgoed en Grift op te heffen. Het moet als het ware een 'stepping stone' vormen tussen het centrum van Veenendaal en het Stationskwartier. Door deze verbindingen groen in te richten, worden de groenstructuur en natuurverbindingen in alle richtingen versterkt. Hiermee sluit het plan ook aan op de uitgangspunten in het Toekomstbeeld Spoorzone voor dit gebied. Voor het plangebied zijn verschillende ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld.
De belangrijkste zijn: Aansluiten op de bestaande omgeving: bebouwing, achtertuinen, groen (bomen) en openbare ruimte; Het creëren van een aaneengesloten openbare verblijfsplek van ca. 1000 m2; Het creëren van een doorwaadbaar gebied met verbindingen voor voetgangers uit de 4
10
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal windrichtingen; Het realiseren van parkeervoorzieningen op maaiveld voor de nieuwe woningen die bereikbaar zijn vanaf de Vijftien Morgen en Tubantia.
2.5
Stedenbouwkundige structuur
Er is een stedenbouwkundig plan opgesteld waarin bovenstaande randvoorwaarden zijn verwerkt. Het stedenbouwkundig plan is opgenomen als Bijlage 1. De focus voor de woningbouwontwikkeling ligt op het creëren van een divers woongebied. De ontwikkeling voorziet in het realiseren van woningen voor verschillende doelgroepen en huishoudens, waarbij rekening wordt gehouden met woningen waar de meeste behoefte naar is. Zo wordt er voorzien in appartementen voor starters en alleenstaanden en stadswoningen in verschillende groottes voor jonge gezinnen. Het planvoornemen realiseert in totaal maximaal 175 woningen. Het fabrieksgebouw maakt plaats voor zes 'woonblokken', waarvan er 3 zijn bedoeld voor appartementen. De rest bestaat uit blokken met rijwoningen.
Figuur 2.2 en openbare ruimte De bouwhoogtes van de appartementsgebouwen bedragen maximaal 14, 21 en 27 meter. De bouwhoogtes van de grondgebonden woningen variëren van maximaal 11 tot 14 meter. Dit sluit aan bij de bouwhoogtes in de omgeving, die variëren van zo'n 6 tot 15 meter. De Ritmeesterlocatie wordt autovrij ingericht. Een noord-zuid gelegen langzaam-verkeersroute biedt voetgangers en fietsers de gelegenheid om het plangebied te doorkruisen onderweg van het station naar het centrum en terug. Tussen de appartementengebouwen en de eengezinswoningen wordt een
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal woonpad aangelegd. Aan de Vijftien Morgen en aan de noordelijke rand van het plangebied worden parkeerplaatsen aangelegd voor de ontwikkeling in het plangebied. Aan de Tubantia worden de bestaande parkeerplaatsen heringericht en ook enkele toegevoegd. Nabij de Ritmeesterpanden aan de Kerkewijk, aan de linkerkant van het plangebied, wordt een centraal plein ingericht. Dit centrale plein functioneert als een ontmoetingsplein voor bewoners en vormt het hart van de buurt. Het plein wordt groen ingericht, maar refereert ook aan het industriële verleden van de plek, door een mix van planten en verharding.
2.6
Beeldkwaliteit
Er is een notitie opgesteld voor het uiterlijk aanzien van gebouwen om de beeldkwaliteit in het plangebied te borgen. Daarnaast is een notitie opgesteld voor de inrichting van de openbare ruimte in het plangebied. De nieuwe bebouwing krijgt een aantrekkelijke architectuur die past bij het industriële karakter, maar ook een eigen beeldtaal heeft. Ook qua kleurgebruik wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de industriële bebouwing. Op het centrale plein worden de stalen spanten uit de fabriekshallen waar mogelijk hergebruikt. Het plein bestaat uit stelconplaten met bestrating ertussen, passend bij de orthogonale structuur van de fabriek. De noord-zuid en oost-westverbindingen door het plan hebben een publiek karakter. Zij sluiten in materialisatie en orthogonale structuur aan op het centrale plein. Aan de randen van de straat ontstaat ruimte voor geveltuintjes en bankjes, en weelderige beplanting tot aan de gevel daar waar er geen ingangen zijn. Het gebied krijgt een zoveel mogelijk groen en natuurinclusief karakter. De appartementsgebouwen krijgen een robuuste uitstraling. De rijwoningen vormen een blok dat als geheel ontworpen is. De woningen zijn telbaar, maar hebben één uitstraling. Kopgevels worden geactiveerd met entrees en gevelopeningen.
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Hoofdstuk 3
Beleid op de locatie
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plangebied toegelicht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de relevante omgevingsaspecten.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Doorwerk ing plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. Bovendien is er sprake van een toename van woningen en daarmee sluit de ontwikkeling aan op het streven van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030, waarvan er 600.000 woningen betaalbaar moeten zijn.
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
3.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een van de vier algemene maatregelen van bestuur en bevat specifieke regels waar lagere overheden zich aan moeten houden. In hoofdstuk 5 zijn regels opgenomen voor het opstellen van een omgevingsplan en het beoordelen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Deze instructieregels hebben betrekking op de volgende onderwerpen (afdeling 5.1): Waarborgen van de veiligheid; Beschermen van de waterbelangen; Beschermen van de gezondheid en van het milieu; Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking); Behoud van ruimte voor toekomstige functies; Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; en Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In bijzondere gevallen is het mogelijk dat de minister ontheffing verleent van de instructieregels. Doorwerk ing plangebied Op grond van het Bkl gelden binnen het plangebied de volgende gebiedsaanwijzingen: 1. Gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren; 2. Uitsluitingsgebieden hyperscale datacentra.
In dit gebied gelden beperkingen voor het omgevingsplan voor een goede werking van de radar op de radarstations Herwijnen, Soesterberg, Volkel, Nieuw Millingen en Schiphol centrum. Het gaat hier om hoogtebeperkingen voor het bouwen van windturbines. Het voorliggende plan maakt geen bouwwerken mogelijk die de maximum toegestane hoogte op grond van het Rijksbeleid overschrijdt en biedt geen mogelijkheid voor de oprichting/vestiging van hyperscale datacentra. In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt getoetst of het plan een bijdrage levert aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij wordt ingegaan op verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving. 3.1.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 januari 2024 luidt het tweede lid van art. 5.129g van het Bkl als volgt: "Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b.
als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien." Een ladder voor duurzame verstedelijking moet worden opgesteld wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Met voorgenomen ontwikkeling is er sprake van de toevoeging van een dusdanige aantal woningen dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Er is een behoefte aan 25.383 extra woningen in de regio voor de periode van 2022-2030 met een aandeel van 4.800 woningen in de gemeente Veenendaal (Woondeal 2022-2030 Regio Foodvalley). Hiermee staat vast dat er behoefte is aan woningbouw. In de paragrafen over het regionaal en gemeentelijk woningbouwbeleid wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast is er sprake van woningbouw binnen het stedelijk gebied. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
3.1.3
Besluit activiteiten leefomgeving
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is een van de vier algemene maatregelen van bestuur. In het Bal stelt het Rijk regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het Bal geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving - burgers, bedrijven en overheid. De richtingaanwijzer in hoofdstuk 3 van het Bal wijst de milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten aan waarvoor rijksregels van het Bal gelden. Staat een activiteit genoemd in hoofdstuk 3? Dan gelden er landelijke regels vanuit het Bal. Staat een activiteit niet genoemd in Hoofdstuk 3 van het Bal? Dan is het Bal daarop niet van toepassing. Het Bal biedt een algemene mogelijkheid om af te wijken van de rijksregels voor milieubelastende activiteiten. Het bevoegd gezag mag afwijken van artikel 2.11, afdeling 2.7 en de hoofdstukken 3, 4 en 5 van het Bal, tenzij anders bepaald. De gemeente kan in het geval van een procedure voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, afwijken met een maatwerkvoorschrift. Doorwerk ing plangebied Het planvoornemen voorziet niet in het mogelijk maken van een milieubelastende activiteit. Het Bal is niet van toepassing.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd tot 2050. De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven samenhangende beleidsthema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Stad en land gezond Klimaatbestendig & waterrobuust Duurzame energie Vitale steden & dorpen Duurzaam, gezond & veilig bereikbaar Levend landschap, erfgoed & cultuur Toekomstbestendige natuur & landbouw
De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Voor deze regio wordt een verstedelijkingsstrategie gegeven als regionale uitwerking van het beleid. Daaruit blijkt dat de woningbehoefte in Foodvalley het aanbod overtreft en ook de prognoses laten een groei zien. In de periode 2019 tot 2040 moeten er binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley 7.000 tot 8.000 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. Hiervan zijn 3.500 woningen opgenomen in de bestaande plancapaciteit. Er moet dus nog ruimte voor 3.500 tot 4.500 extra woningen worden gezocht. In de gemeente Veenendaal is er op de korte termijn voldoende plancapaciteit om het grootste gedeelte van haar woningbouwopgave te realiseren. Dit gebeurt in Veenendaal-Oost en in de nabijheid van station Veenendaal-Centrum. Na circa 2030 bereikt de gemeente Veenendaal letterlijk de grenzen van haar groei. Voor de langere termijn is het noodzakelijk om in de regio op zoek te gaan naar nieuwe locaties voor integrale ontwikkeling van wonen en werken, bij voorkeur rondom knooppunten. De aanvullende behoefte aan werklocaties binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley tot 2030 is 6 tot 9 hectare.
De inzet van de provincie is vooral gericht op herstructurering, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen. Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied in de regio Foodvalley speelt onder meer het belang van de bodemdaling in het Binnenveld, het militair erfgoed van de Grebbelinie, (nieuwe) natuur en innovaties op
bestemmingsplan
15
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal het gebied van circulaire landbouw, voedselproductie en gezondheid. Doorwerk ing plangebied Het planvoornemen realiseert maximaal 175 woningen in het stedelijk gebied. Het oude fabrieksgebouw maakt plaats voor wonen. In het plan is rekening gehouden met de provinciale Omgevingsvisie door in te spelen op de thema's 'vitale steden & dorpen' en 'duurzaam, gezond & veilig bereikbaar'. 3.2.2
Omgevingsverordening provincie Utrecht
Op 7 februari 2024 hebben Provinciale Staten van Utrecht de eerste wijziging Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld, deze is op 1 maart 2024 in werking getreden. In de omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. In de verordening zijn alle regels voor de leefomgeving van circa 20 verordeningen samengebracht naar één verordening. De omgevingsverordening bevat een verstedelijkingsverbod voor landelijk gebied, tenzij in de verordening anders bepaald. Voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen stedelijk gebied, geeft de verordening instructieregels voor onder meer woningbouw. Woningbouw dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw en woningbouw mag niet leiden tot extra bodemdaling. Daarnaast worden er instructieregels gegeven voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien waarborgt dat de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de knelpunten in de bereikbaarheid. Bij voorkeur leiden de nieuwe ontwikkelingen tot een afname van knelpunten in de bereikbaarheid.
Tot slot bevat de omgevingsverordening specifieke instructieregels voor een Omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie binnen onder andere de Cultuurhistorische hoofdstructuur, Stiltegebied, Overstroombaar gebied, een boringsvrije zone, beschermd natuurgebied, of een geluidscontour van een provinciale weg. Doorwerk ing plangebied Het plangebied is aangewezen als 'Stedelijk gebied', zie bijgaande afbeelding. Instructieregel verstedelijking Op grond van artikel 9.17 van de provinciale omgevingsverordening kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het 'Stedelijk gebied' regels bevatten voor verstedelijking. Ook kan het regels bevatten voor woningbouw mits de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken en de woningbouw niet leidt tot extra bodemdaling. De woningbouwontwikkeling sluit aan bij het woningbouwprogramma van de provincie en leidt niet tot extra bodemdaling.
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Figuur 3.1 Uitsnede kaart Omgevingsverordening provincie Utrecht Instructieregel overstroombaar gebied Het plangebied ligt in een gebied dat door de provincie is aangewezen als 'Overstroombaar gebied'. Op grond van artikel 2.16 van de provinciale omgevingsverordening dient een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het 'Overstroombaar gebied' regels te bevatten die rekening houden met overstromingsrisico's. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. De motivering van een omgevingsplan dient een beschrijving te bevatten van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan. In het gemeentelijk beleid, waaronder het Programma Klimaatbestendig Veenendaal en de Omgevingsvisie, staat centraal dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig moeten worden ingericht dat zij bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering en in het bijzonder tegen wateroverlast en overstromingsrisico's. Voor Veenendaal betekent dit dat bij de planvorming expliciet aandacht is besteed aan de opvang, berging en infiltratie van hemelwater, waarbij wordt aangesloten bij de landelijke ambities uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.
Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van een primaire waterkering, waardoor het risico op grootschalige rivieroverstromingen beperkt is, maar wel kans bestaat op lokale wateroverlast door piekbuien. Daarom voorziet het planvoornemen in een inrichting met een efficiënte en duurzame waterhuishouding, wat bijdraagt aan de klimaatbestendigheid van het gebied. Er worden groenstroken aangelegd waar regenwater dat op de bestrating valt naartoe kan stromen. Ook wordt voorzien in waterdoorlatende (gras)bestrating, wat het regenwater de mogelijkheid geeft om in de ondergrond te infiltreren. In de juridische regeling van dit TAM-omgevingsplan is vastgelegd dat hemelwater op eigen terrein moet worden verwerkt of geborgen, zodat de ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan een klimaatbestendig en waterrobuust Veenendaal. Instructieregel grond- en oppervlaktewaterwinning Ook ligt het plangebied in een gebied dat door de provincie is aangewezen als bestemmingsplan
17
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal 'Grondwaterbeschermingsgebied' en 'Boringsvrije zone'. Artikel 3.7 van de provinciale omgevingsverordening bepaalt dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen deze zones geen activiteiten toelaat die een risico vormen voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie. Daarnaast dient het omgevingsplan regels te bevatten die de functie voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor de menselijke consumptie beschermen. De motivering van een omgevingsplan moet een beschrijving bevatten van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop het waterwinbelang in acht is genomen. In dit TAM-omgevingsplan is aandacht besteed aan de belangen van de waterhuishouding en de bescherming van de drinkwatervoorziening. Het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in het Programma Klimaatbestendig Veenendaal en de Omgevingsvisie, benadrukt het belang van een duurzaam en robuust watersysteem waarin zowel waterveiligheid als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater worden geborgd. Bij de planvorming is daarom beoordeeld of voorgenomen gebruiksvormen of bouwactiviteiten risico's zouden opleveren voor de grond- en oppervlaktewaterwinning ten behoeve van menselijke consumptie.
Activiteiten die een dergelijk risico kunnen vormen, zoals grootschalige bodemenergiesystemen, ondergrondse opslag van gevaarlijke stoffen of functies die leiden tot mogelijke verontreiniging van het grondwater, zijn niet toegestaan. Het TAM-omgevingsplan in overeenstemming is met het provinciale en gemeentelijke beleid inzake waterbescherming en het waterwinbelang als zwaarwegend publiek belang wordt in acht genomen. Instructieregel bereikbaarheid en mobiliteit In de provinciale omgevingsverordening is in artikel 4.1 een instructieregel met betrekking tot de bereikbaarheid en mobiliteit opgenomen. Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien, bevat regels die waarborgen dat knelpunten in de bereikbaarheid niet toenemen en bij voorkeur afnemen. De motivering van en omgevingsplan dient het volgende te bevatten: a. een beschrijving van het aantal verplaatsingen die deze nieuwe ontwikkelingen tot gevolg hebben; b. een beschrijving van de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten voor de verschillende vervoerswijzen; c. een analyse of er door het aantal verplaatsingen knelpunten op het omliggende (regionale) verkeersen vervoersnetwerk voor de diverse vervoerswijzen kunnen ontstaan; en d. een analyse of de bereikbaarheid door de beoogde ontwikkelingen verslechtert en of de reistijd significant toeneemt.
Als uit de bereikbaarheidsscan blijkt dat er mogelijk sprake is van verslechtering van de bereikbaarheid of toename van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk, wordt een bereikbaarheidsonderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.10 is het aspect 'Verkeer en parkeren' uitgewerkt. Er is onderzoek gedaan naar de hoeveelheid verkeersbewegingen die het planvoornemen genereert en wat daarvan de gevolgen zijn op het omliggende wegennet. In het onderzoek is geconcludeerd dat de verkeersgeneratie niet leidt tot een verslechtering van de bereikbaarheid van het gebied of een toename van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk. Er hoeft geen bereikbaarheidsonderzoek te worden uitgevoerd. In de planregels is het maximum aantal woningen begrensd en op dit aantal is het verkeersonderzoek gebaseerd. Het TAM-omgevingsplan voldoet aan artikel 4.1 van de provinciale omgevingsverordening. Instructieregel energie uit biomassa stedelijk gebied Het plangebied is tevens gelegen binnen de provinciale aanduiding 'Gebied energie uit biomassa stedelijk gebied'. Op grond van artikel 5.7 van de provinciale omgevingsverordening bevat een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie binnen deze zone geen regels die de realisatie van ontwikkelingen op het gebied van energie uit biomassa toestaan, tenzij: a. b. c. d.
redelijkerwijs geen alternatieve hernieuwbare energiebronnen beschikbaar zijn; de biomassa niet voor hoogwaardigere toepassing kan worden ingezet; de biomassa is gecertificeerd; en de biomassa een aanmerkelijk lagere CO2-emissie heeft dan gangbare fossiele brandstoffen.
Het TAM-omgevingsplan bevat geen regels die de realisatie van ontwikkelingen op het gebied van energie uit biomassa toestaan en voldoet daarmee aan de instructie uit de provinciale omgevingsverordening.
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Instructieregel weging elektriciteits-infrastructuur Op grond van artikel 5.11 van de provinciale omgevingsverordening wordt in een omgevingsplan, voor zover het voorziet in nieuwe functies, niet zijnde minder dan 10 woningen, die tot een aanvullende belasting van de elektriciteits-infrastructuur kunnen leiden, rekening gehouden met de aansluitbaarheid op de elektriciteits-infrastructuur. De motivering van een omgevingsplan dient een energieparagraaf te bevatten met daarin een verslag van het inventariserend overleg tussen de netbeheerder en de initiatiefnemer of de gemeente, waarin weergegeven wordt dat de ontwikkeling past binnen de energie-infrastructuur van de netbeheerder en andere relevante ontwikkelingen voor energiebeheer in de leefomgeving. De energieparagraaf is opgenomen in paragraaf 4.13. Instructieregel beschermen en benutten Cultuurhistorische hoofdstructuur Een motivering van een omgevingsplan dient een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarde en een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden te bevatten. Dat volgt uit artikel 7.9 van de provinciale omgevingsverordening. Hieraan is voldaan. In paragraaf 4.8 en 4.9 wordt ingegaan op de (bescherming van) cultuurhistorische waarden in het plangebied. Instructieregel landschap Het plangebied ligt op een locatie binnen het 'Landschap'.
Het omgevingsplan dient dan op grond van artikel 7.11a van de provinciale omgevingsverordening regels te bevatten ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten en mag geen regels bevatten die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in bijlage XVI 'Kernkwaliteiten landschap' van de provinciale omgevingsverordening. De motivering van een omgevingsplan dient een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan te bevatten. De planlocatie maakt onderdeel uit van het landschap 'Gelderse Vallei'. Voor dit landschap wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: a. b. c. d.
rijk gevarieerde kleinschaligheid; stelsel van beken, griften en kanalen; Grebbelinie; overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank).
De locatie ligt in stedelijk gebied waar reeds bebouwing aanwezig is. De kernkwaliteiten worden niet aangetast, omdat het een herontwikkeling betreft van bestaand stedelijk gebied. Instructieregel geitenhouderij De provinciale omgevingsverordening bepaalt dat een omgevingsplan geen regels bevat die voorzien in de vestiging of uitbreiding van een bestaande geitenhouderij. Het TAM-omgevingsplan bevat geen regels die daarin voorzien. Instructieregel glastuinbouw niet toegestaan De planlocatie ligt in een gebied dat door de provincie is aangewezen als 'Gebied glastuinbouw niet toegestaan'. Een omgevingsplan mag geen regels bevatten die glastuinbouw toestaan. Daarvan is geen sprake, dus is voldaan aan deze instructieregel. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de provinciale omgevingsverordening.
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Blauwe omgevingsvisie waterschap Vallei en Veluwe
Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma. Doorwerk ing plangebied Het planvoornemen voorziet in een landschapsinrichting met een efficiënte en duurzame waterhuishouding en voldoende groen en schaduw op verblijfsplekken, wat bijdraagt aan de klimaatbestendigheid van het gebied. De groenstrook die wordt aangelegd naast de langzaam-verkeersroute wordt zo aangelegd dat het regenwater wat valt op de bestrating opgevangen kan worden tussen de beplanting en kan infiltreren of vertraagd kan worden afgevoerd. Ook wordt het woonpad bestraat met waterdoorlatende (gras)bestrating. Tevens worden de parkeervakken voorzien van een waterdoorlatende grassteenverharding, wat het regenwater de mogelijkheid geeft om in de ondergrond te infiltreren. Het planvoornemen is in lijn met de BOVI 2025. 3.3.2
Waterschapsverordening waterschap Vallei en Veluwe
Op 17 oktober 2023 heeft het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe hun waterschapsverordening vastgesteld. De waterschapsverordening bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het watersysteem binnen het waterschapsgebied. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur van Waterschap Vallei en Veluwe en de daarbij behorende algemene regels. Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op rijksniveau waren geregeld. Doorwerk ing plangebied Door de beoogde ontwikkeling neemt het verhard oppervlak af. Daarnaast wordt er meer groen gerealiseerd dan dat er in de huidige situatie is voorzien, wat voor een betere waterberging zal zorgen. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op het aspect water en waterberging. 3.3.3
Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley
De Regio's Arnhem-Nijmegen en Foodvalley spraken in het najaar van 2019 hun ambitie uit om samen door te ontwikkelen tot een Groene Metropool van internationale betekenis. Eind 2021 stelden de gemeenteraden binnen de twee regio's en de Provinciale Staten van Utrecht en Gelderland het Verstedelijkingsconcept vast. Dit concept vormt het eerste deel van de Verstedelijkingstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley. Het tweede deel bevat de onderzoeksagenda voor de zeven deelgebieden binnen de verstedelijkingsstrategie. Dit deel is eind 2022 door alle raden en staten vastgesteld. De verstedelijkingsstrategie is een uitwerking van de NOVI en beschrijft welke voorwaarden en principes er zijn om te komen tot nieuwe locaties voor wonen en werken. Er wordt globaal een beeld geschetst waar op de middellange (2030) en lange termijn (2040) de extra woon-en werklocaties voor de komende jaren een plek kunnen krijgen. De strategie reikt ontwerpprincipes en levert handvatten voor verder uitwerking en samenwerking. De verstedelijkingsstrategie is opgebouwd vanuit vier bouwstenen: Leefomgeving; Mobiliteit; Economie; en Wonen.
20
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Doorwerk ing plangebied De beoogde woningbouwontwikkeling draagt bij aan de verstedelijkingsstrategie. Er is gekozen om een versteend, afgesloten gebied open te breken, te vergroenen en te transformeren in een aantrekkelijk en bereikbaar woonmilieu.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Strategische visie
Op 26 oktober 2017 heeft de raad de Strategische Visie voor Veenendaal in 2040 vastgesteld. Hierin zijn de kernambities voor de toekomst van Veenendaal opgenomen. Veenendalers kiezen voor een versterking van de woonfunctie en richten hun blik naar de regio. Dat betekent dat de ambities zich primair richten op het versterken van de woon- en leefomgeving, met in het kielzog de arbeidsmarkt gericht op wonen en arbeidsintensieve bedrijvigheid. Dit is in lijn met de trend werken volgt wonen. Ook de blik naar buiten die de voorkeur heeft van de Veenendaalse gemeenschap is in lijn met een belangrijke trend: die van lokale gebondenheid naar regionale samenwerking. Algemene conclusie van de demografische ontwikkelingen is dat Veenendaal in de toekomst niet alleen maar de groei hoeft te accommoderen, maar zich ook kan toeleggen op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Van kwantiteit naar kwaliteit! Deze kwaliteiten moeten een diverse bevolkingsgroep aanspreken. Veenendaal moet zich in de toekomst dus richten op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. En -in lijn met de wensen van inwoners- moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Dat betekent dat Veenendaal moet zorgen dat het slim omgaat met de ruimte door intensivering van de woonbebouwing, herontwikkeling en functieverandering en voldoende aandacht blijft houden voor groen. Onderdeel van een aantrekkelijke woonomgeving is een goede bereikbaarheid van arbeidsplaatsen. Veenendaal richt zich daarom in de toekomst niet op ruimte-intensieve en arbeidsextensieve bedrijvigheid, maar op arbeidsintensieve bedrijven. Kortom, de visie stelt vooral eisen aan de kwaliteit van nieuwe of herontwikkelingen en spreekt zich niet uit over kwantitatieve doelstellingen. Deze richting - Veenendaal als leefstad met een sterke, regionale binding - werken we uit aan de hand van vier thema's. Juist binnen deze thema's liggen de grootste maatschappelijke veranderingen. Per thema zijn
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal de volgende kernambities geformuleerd: 1. Netwerksamenleving: "niet alleen, maar samen" met ruimte voor ieders eigen identiteit; 2. (Samen) leven: Veenendaal met excellent woonklimaat; 3. Digitale wereld: Veenendaal heeft een hoogwaardig duurzaam bedrijfsleven met arbeids- en kennisintensieve bedrijven en een bruisend multifunctioneel centrum; 4. Duurzaamheid: Veenendaal heeft in 2040 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond. Doorwerk ing plangebied De focus van deze woningbouwontwikkeling ligt op het creëren van een diverse wijk waar verschillende doelgroepen en huishoudens door elkaar heen wonen. Er wordt niet alleen voorzien in woningen voor jonge gezinnen, maar ook voor starters, stellen en alleenstaanden. Op het centrale plein en de groene binnentuin bij de grondgebonden woningen komen mensen samen. Er wordt voorzien in een prettige en groene woonomgeving, waar duurzaamheid een rol speelt door bijvoorbeeld het gebruiken van duurzame bouwmaterialen. Het planvoornemen is daarmee in lijn met de Strategische Visie voor Veenendaal. 3.4.2
Omgevingsvisie 2030
De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 17 december 2020 de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2030 is een plan op hoofdlijnen dat alle strategische beleidsplannen vervangt die gaan over de fysieke leefomgeving, zoals het milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeersen vervoersplan en de structuurvisie. De inhoud van de Strategische Visie 2040, die de gemeenteraad in 2017 vaststelde, is de basis geweest voor de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zet in op een koerswijziging van kwantiteit naar kwaliteit: beter en slimmer inrichten van de leefomgeving met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. Bij ieder initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij de principes gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie 2030 het volgende afwegingskader gegeven: 1. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan een Gezonde, Duurzame en Veilige leefomgeving. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om hier aan bij te dragen. Zo zal ook de gewenste groei van Veenendaal moeten bijdragen aan deze doelen. 2. We kiezen voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut. 3. We voorkomen dat negatieve gevolgen van ontwikkelingen afgewenteld worden op de omgeving.
We beoordelen ruimtelijke ontwikkelingen integraal en in relatie tot de omgeving. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie 2030 specifieke opgaven en doelstellingen voor de thema's Gezond duurzaam en veilig, Bouwen en wonen, Groen natuur en water, Mobiliteit, Economie, Milieu, en er worden aanvullende opgaven en doelstellingen voor het centrum gegeven. Doorwerk ing plangebied Voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Het plan nodigt mensen uit om buiten samen te komen (sociale cohesie) en stimuleert bewoners en bezoekers om meer te bewegen. Door hergebruik van materialen en het voorzien in groen ontstaat er een duurzame en natuurinclusieve leefomgeving. In het plangebied en de directe omgeving daarvan (onder andere in de naastgelegen monumenten) is voorzien in verschillende soorten functies en voorzieningen, waardoor de ruimte optimaal wordt benut. Het planvoornemen is in overeenstemming met de Omgevingsvisie 2030. 3.4.3
Opgaveperspectief Duurzaamheid
De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 6 februari 2024 het Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal vastgesteld. Het Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal geeft voor de komende periode richting aan de ambities en doelen die leiden tot een duurzame stad in 2050. Gemeente Veenendaal zet zich de komende jaren in voor een leefbare wereld onder het motto: Duurzaam denken, gewoon doen! Er wordt ingezet op de thema's duurzaam wonen, CO2-neutraal leven, het minimaliseren van het gebruik van grondstoffen en het omarmen van klimaatadaptatie. Het ombuigen van onze huidige omgang met energie, grondstoffen en hulpbronnen naar een
22
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal toekomstbestendig Veenendaal vraagt om structurele veranderingen. We zien duurzaamheid als het belangrijkste antwoord om deze veranderingen in gang te zetten. We richten ons op het bereiken van een Circulair, Energieneutraal en Klimaatbestendig Veenendaal en hanteren de volgende visie: Veenendaal ontwikkelt zich tot een duurzame stad waarbij circulaire economie, duurzame energie en klimaatadaptatie onze belangrijkste speerpunten zijn. Hierbij hebben we voor ogen dat Veenendaal ook voor de volgende generaties een gezonde, duurzame en veilige plek is om te leven. Doorwerk ing plangebied Het plan scoort hoog op de aspecten 'Energietransitie en duurzaam bouwen', 'Natuurinclusief bouwen' en 'Klimaatadaptatie' van het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal (zie paragraaf 3.4.5 van deze motivering). Daarnaast is het een planvoornemen om gebruik te maken van duurzame bouwmaterialen en veel groen te realiseren. Ook zullen bouwmaterialen (van het oude fabrieksgebouw) waar mogelijk worden hergebruikt. Het initiatief is duurzaam en er wordt klimaatadaptief en circulair gebouwd. Er is voldaan aan het Opgaveperspectief Duurzaamheid. 3.4.4
Woonvisie
Op 23 juni 2022 heeft de raad van Veenendaal de Woningvisie 2022-2025 vastgesteld. In de Woonvisie is als centrale visie op wonen in Veenendaal aangemerkt: "De Woonvisie is richtinggevend en normstellend voor de ontwikkeling van de woningvoorraad en nieuwbouw van woningen in onze gemeente. Zo blijft het prettig wonen in Veenendaal voor iedereen. Veenendaal is een aantrekkelijke woongemeente. We streven naar behoud van de huidige aantrekkelijkheid, ook onder de groeiende en veranderende woningbehoefte in de komende jaren. We spannen ons nu maximaal in om voor de lange termijn te sturen op de gewenste kwantiteit en kwaliteit. Keuzes van nu zijn namelijk van groot belang voor de toekomst. Een verkeerde keuze nu, kan groot effect hebben op de lange termijn. Van goede keuzes zullen we daarentegen nog lang profijt hebben. Vanzelfsprekend passen we nieuwbouw altijd met zorg en aandacht voor de omgeving in." Op grond van de Woonvisie richt de gemeente Veenendaal zich op de uitvoering op 6 speerpunten: 1. Goed wonen voor iedereen: omgaan met de groei die Veenendaal doormaakt en aandacht houden voor verschillende en bijzondere doelgroepen; 2. Bestaande woningvoorraad: bewustwording rondom verduurzaming van de particuliere woningvoorraad en het aanpassen van bestaande woningen op de afnemende mobiliteit van oudere huishoudens; 3.
Betaalbaarheid en beschikbaarheid: inzetten op het hebben van voldoende betaalbare sociale woningen, zowel koop als huur; 4. Aantrekkelijke nieuwbouw: inzetten op complementaire nieuwbouw om daarmee de doorstroming in de woningmarkt te bevorderen; 5. Vitale wijken: inzetten op een aantrekkelijk woon- en leefklimaat in elke wijk; 6. Wonen met zorg: de lokale opgave naar woon(zorg)voorziening in kaart brengen en aanpakken. Doorwerk ing plangebied Dit TAM-omgevingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 175 woningen. Er worden woningen gebouwd voor verschillende doelgroepen, waarbij rekening wordt gehouden met woningen waar de meeste behoefte naar is. Voor starters en alleenstaanden komt er een ruim aanbod 2-kamerappartementen in het sociale en betaalbare segment. Ook voor jongere gezinnen zullen er stadswoningen in verschillende groottes worden gerealiseerd, en voor (startende) stellen komen er 3-4 kamerappartementen in de vrije sector. De Ritmeesterlocatie voorziet in 30% sociaal (waarvan 2/3 Sociale huurwoningen en 1/3 Sociale koopwoningen, 40% betaalbare koopwoningen en 30% koopwoningen met een hogere koopsom dan betaalbaar. De woningen zullen voldoen aan de eisen van zorggeschikt. In dit TAM-omgevingsplan is vastgelegd dat minimaal 30% van de woningen uit sociale woningbouw moet bestaan.
De verdeling over de overige categorieën is vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst.
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
3.4.5
Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal
Op 1 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal vastgesteld. Het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal is een uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 naar concrete maatregelen. Het puntensysteem is van toepassing op woningbouwprojecten waarvoor een herziening, uitwerking of wijziging van het bestemmingsplan nodig is. Doorwerk ing plangebied De voorgenomen woningbouwontwikkeling is getoetst aan het puntensysteem. De uitkomsten van deze toets zijn opgenomen in de notitie Puntensysteem Omgevingsvisie die is opgenomen als Bijlage 2. Daarin is onderstaande tabel opgenomen, waarin uiteen wordt gezet hoeveel punten het plan scoort op de verschillende onderdelen.
Het plan biedt voldoende zekerheid dat de minimale score van 10 punten per onderdeel alsmede de totaalscore van 65 punten wordt gehaald. 3.4.6
Groenbeleid
Groenstructuurplan Op 29 januari 2004 heeft de gemeenteraad het groenstructuurplan vastgesteld. Het doel van het groenstructuurplan is als volgt: 1. De samenhang van het groen met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische patronen versterken; 2. Met het groen de herkenbaarheid en identiteit van de openbare ruimte vergroten; 3. De gewenste groenstructuur formuleren en realiseren volgens de opgestelde visie; 4. Groen bij nieuwe ontwikkelingen als bouwsteen en leidend principe gebruiken; 5. Accenten in het groen aanbrengen overeenkomstig de plaats en het niveau. Spelregels voor groencompensatie Op 17 december 2015 heeft de gemeenteraad de notitie 'Spelregels voor groencompensatie' vastgesteld. Groencompensatie vormt een onderdeel van het totale groenbeleid en heeft als doel dat bij nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met bestaande groene structuren. Doordat er praktisch toepasbare spelregels voor groencompensatie zijn vastgesteld, kunnen de gevolgen voor het groen bij nieuwe ontwikkelingen overzichtelijk worden gehouden. Doorwerk ing plangebied
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Het plangebied is in de huidige situatie volledig verhard en er is nauwelijks groen aanwezig. Het planvoornemen draagt bij aan het groenbeleid door het plangebied zoveel mogelijk groen in te richten. Er wordt voorzien in klimplanten, plantvakken in de bestrating, een brede groenstrook die de langzaam-verkeersroute begeleidt, een groen woonpad en binnentuin, tuinen, parkeervakken met grassteenverharding en verschillende soorten bomen en planten. Het plan is in lijn met het groenbeleid. 3.4.7
Beleidsnota Erfgoed
De Beleidsnota Erfgoed is op 24 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. De beleidsnota is een uitwerking van de cultuurhistorische waardenkaart. In de beleidsnota is aangegeven welke structuren en panden beschermd worden en op welke manier. De Kerkewijk, waaraan de Ritmeesterlocatie is gevestigd, is aangewezen als een van de integrale ensembles van Veenendaal. De integrale ensembles zijn de gebieden die van belang zijn om de ruimtelijke geschiedenis van Veenendaal te begrijpen. Ze vertegenwoordigen een combinatie van de historisch landschappelijke structuur, stedenbouwkundige ensembles en historische bouwkunst. Het doel voor de integrale ensembles is: 1. Behoud en versterken van de structuren; 2. Het historisch karakter meer tot uitdrukking te laten komen en als inspiratiebron te gebruiken bij inrichting reconstructies en ruimtelijke ontwikkelingen. Doorwerk ing plangebied In het ensemble Kerkewijk bevinden zich veel waardevolle gebouwen. Het historische complex van de Ritmeestersigarenfabriek is er daar een van. Deze grenst direct aan het plangebied. De fabriekshal zelf is in de Beleidsnota Erfgoed niet aangemerkt als waardevol gebouw, maar is wel van enige cultuurhistorische waarde voor de gemeente. Hier is in de planvorming rekening mee gehouden.
Zo is het historische karakter van de Ritmeesterlocatie, welke is beschreven in paragraaf 2.2, gebruikt als inspiratiebron voor de ontwikkeling. Het plan heeft als doel om de historische en industriële betekenis van het gebied te benutten en aan te sluiten bij de identiteit en architectuur van het gebied. Daarmee wordt de bestaande structuur van het gebied behouden en versterkt. Er worden bijvoorbeeld een viertal stalen spanten behouden die als het ware de oude en nieuwe bebouwing verbinden. Het ontwerp streeft ernaar het oude en nieuwe in harmonie te brengen, en ruimtes te creëren die niet alleen functioneel zijn, maar ook rijk aan geschiedenis en karakter. Deze principes zijn verankerd in de Notitie uiterlijk aanzien gebouwen, die samen met de Notitie Inrichting openbare ruimte gaat over de beeldkwaliteit van het plangebied. Zo komt de cultuurhistorie terug in de nieuwe bebouwing. Er wordt voldaan aan de Beleidsnota Erfgoed.
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal
Hoofdstuk 4 4.1
Effecten fysieke leefomgeving
Milieueffectrapportage
Wettelijk kader De verplichting om in bepaalde gevallen een soort m.e.r. op te stellen volgt uit het Europese recht, te weten de m.e.r.-richtlijn en de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (hierna: SMB-richtlijn). De m.e.r.-regelgeving is onder de Omgevingswet geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit in 1 lijst zijn zowel de mer-plichtige als de mer-beoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. Beoordeling Voorliggende ontwikkeling kan gezien worden als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' (J.11 uit bijlage V Ob), waardoor beoordeeld moet worden of er sprake zal zijn van aanzienlijke milieueffecten. Bij deze beoordeling is rekening gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect). Uit de opgestelde aanmeldnotitie mer-beoordeling, die als Bijlage 3 aan deze motivering is toegevoegd, blijkt dat het niet noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Conclusie Op grond van het voorgaande wordt het uitvoeren van een milieueffectrapportage niet noodzakelijk geacht.
Op 2 december 2025 is het besluit genomen dat voor de verdere planvorming van het TAM-omgevingsplan voor de herontwikkeling van de Ritmeesterlocatie geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld.