CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlage 2 - Rekenkameronderzoek Onderwijsachterstandenbeleid

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Rekenkamerrapport Onderwijsachterstandenbeleid14.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ambtelijk wil men in de toekomst onderzoeken of het investeren in een landelijk veel gebruikte bereikmonitor ve van toegevoegde waarde kan zijn voor de gemeente. In het verleden is dit ook gedaan en is geconcludeerd het een kostbaar instrument betreft en de gemeente prima in staat is om het bereik adequaat te monitoren. Tegelijkertijd krijgen ambtenaren geen signalen

18

Oberon

van grote problemen op dit vlak. Een goede afweging met de wethouder over de meerwaarde acht men nodig. 2.2.5 Vroegschoolse educatie Beleidsstukken In het OAB-plan is het beleid rond vroegschoolse educatie van de gemeente terug te vinden. In Veenendaal zijn in 2023 zeven vve-basisscholen. De gemeente heeft de data van het CBS geanalyseerd om op grond van achterstandsscores en schoolweging te kunnen bepalen of de juiste scholen gelabeld zijn als vve-school. Deze data gaven voor de gemeente geen aanleiding om andere scholen als vveschool te bestempelen. De vve-scholen krijgen extra ondersteuning via de vve-specialisten. Dit onderdeel is verder uitgewerkt in de Kwaliteitskaart vve Veenendaal. Op een vve-school sluit het lesprogramma in groep 1 en 2 aan bij het programma van de voorschoolse educatie in Veenendaal. Ook het ouderprogramma wordt voortgezet op school. Tweejaarlijks wordt in kaart gebracht of er verschuivingen zijn tussen de basisscholen waar doelgroepkinderen instromen. Continuïteit van de als ‘vve-erkende scholen’ ziet de gemeente als een punt om rekening mee te houden in verband met het kunnen aanbieden van het ouderprogramma. Veenendaalse vve-scholen hebben in gezamenlijkheid afspraken en ambities vastgelegd.

Als basis hierbij gelden de standaarden voor de vroegschool van de Inspectie van het onderwijs (onderwijsproces: aanbod, zicht op ontwikkeling, pedagogisch-educatief handelen, extra ondersteuning, samenwerking; kwaliteitszorg en ambitie: kwaliteitszorg, kwaliteitscultuur en verantwoording en dialoog). Veens Welzijn coördineert de uitvoering van het vve-ouderprogramma op de vroegscholen waar relatief veel doelgroepkinderen zitten. Hierbij is, gezien de opgebouwde expertise en ervaring, continuïteit van vve-scholen uitgangspunt. Financiering van het wegwerken van onderwijsachterstand bij vroegscholen gaat rechtstreeks via het rijk. De gemeente zal echter een bijdrage leveren aan het professionaliseren van docenten in groep 1 en 2. De gemeente subsidieert daarnaast de functie van vve-specialisten. Aan de hand van een nul-analyse is een adaptieve routekaart ontwikkeld. Vve-scholen krijgen ondersteuning op maat. De vve-specialisten hebben een trekkersrol en stimuleren kennisdeling tussen de vve-scholen. Daarnaast stimuleren ze actief de samenwerking met de voorscholen. Interviews In de gesprekken is niet specifiek uitgevraagd over dit onderdeel. Daar was na de documentenstudie geen directe aanleiding voor. 2.2.6 OAB basisonderwijs Beleidsstukken Het OAB-plan meldt over OAB in het basisonderwijs het volgende. We zorgen voor gemeentelijke ondersteuning voor o.a.

de Nieuwkomersklas (voor kinderen die kort in Nederland zijn) en schakelvoorzieningen (voor doorstromende nieuwkomers en kinderen groep 3-8 met taalachterstand). Bij de vragenlijsten aan de Inspectie gaat de gemeente in op de vraag of er hierbij meetbare doelen zijn gesteld. Voor activiteiten zoals schakelklassen en Boekstart waren er wel afspraken, maar zonder meetbare doelen. Reden: Procesafspraken werden voldoende geacht.

Nota van Bevindingen-OAB-onderzoek Rekenkamer Veenendaal

19

Interviews De wethouder signaleert dat schakelklassen en taalklassen uit hun voegen groeien en er meer plekken nodig zijn voor nieuwkomersonderwijs. 2.2.7 Kosten Beleidsstukken In het LEA-plan staat vermeldt: er is geen aparte LEA-begroting. Besluiten over eventuele kosten die voortkomen uit LEA-initiatieven worden in het LEA-overleg zelf genomen. De wens is uitgesproken om deze eventuele kosten te verdelen over alle schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en de gemeente. Interviews Ambtelijk is gemeld dat het onderwijs gaat meebetalen aan de uitwerking van De Staat van Educatie.

20

Oberon

3

Cijfers rond OAB

3.1

Monitoring algemeen

Beleidsstukken De gemeente was voornemens om in 2024 het gehele onderwijskansenbeleid te evalueren met behulp van de GOAB-monitor. Onderstaande tabel uit het OAB-plan geeft de aangegeven aandachtspunten en concrete actiepunten weer voor de komende beleidsperiode. Wat? Evalueren subsidieregeling Evalueren en evt. herijken taken vvespecialisten

Monitoren aantal vve-peuters Evalueren doelgroepdefinitie Monitoren selectie vve-scholen Aanbieden professionaliseringsactiviteiten Evalueren projecten Boekstart Evaluatie OAB beleid totaal

Wie? Gemeente en aanbieders ve Gemeente en klankbordgroep vvescholen en vvespecialisten Vve-werkgroep Vve-werkgroep Vve-werkgroep Gemeente

2023 X

Gemeente en bibliotheek Gemeente i.s.m. partijen

X

2024 X

2025 X

X

X X X

2026 X X

X X

X X X

X X X X

In de Kwaliteitskaart vve Veenendaal is e.e.a. nog verder uitgewerkt. In onderlinge afstemming maken partijen die betrokken zijn bij het maken van beleid en de uitvoering van vve afspraken over o.a. signalering en toeleiding, ouderbeleid, resultaatafspraken. Deze kwaliteitskaart biedt een overzicht van met elkaar op hoofdlijn gemaakte afspraken. Een stap verder is het opzetten van kwaliteitszorg voor vve op gemeentelijk niveau. Kwaliteitszorg vve betreft het systematisch en cyclisch werken aan het meten, borgen en verbeteren van de kwaliteit van vve. Elke vve-aanbieder maakt daarnaast gebruik van een kwaliteitszorgsysteem waarin minimaal aandacht is voor eigen doelen/resultaatafspraken en monitoring van deze afspraken d.m.v. observatie/toetsing, handelingsplannen en overleg met ouders. Om van elkaar te leren gaat van elke organisatie die vve aanbiedt minimaal 1x per jaar een pedagogisch medewerker dan wel groepsleerkracht of intern begeleider op bezoek bij een andere locatie (collegiale visitatie). Interviews Ambtelijk is verteld dat een deel van de vooraf bedachte monitoren uit 2023 niet zijn uitgevoerd vanwege personele wisselingen. Er zijn wel op verschillende manieren cijfers en informatie opgehaald bij de samenwerkingspartners (bijvoorbeeld GGD-cijfers over bereik ve) en besproken in werkgroepen.

In 2024 zijn de vooraf bedachte monitoren wel uitgevoerd (namelijk: evaluatie subsidieregeling, monitoren vve-peuters, doelgroepdefinitie).

Nota van Bevindingen-OAB-onderzoek Rekenkamer Veenendaal

21

De Staat van Educatie is volgens ambtelijke input in ontwikkeling in samenwerking met onderwijs, gemeente en de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Deze monitor heeft tot doel een kwantitatief beeld op te leveren van sterke kanten en aandachtspunten in het Veenendaalse onderwijs. Er is recent een eerste sessie geweest met een groep waar data zijn gepresenteerd. Er is een focus aangebracht, want niet alle vier de wettelijke thema’s van WPO artikel 161 (integratie bevorderen etc.) kunnen tegelijk. Het is de bedoeling dat ook data voor de vve-doelgroep en kinderopvang hierin wordt meegenomen, omdat kinderopvang een belangrijke partner is binnen de LEA.

3.2

Monitor bereik ve

Beleidsstukken In paragraaf 2.2.4 is aangegeven dat de gemeente bewust heeft gekozen om het bereik van ve te monitoren via de GGD en hiervoor niet een digitale tool zoals de Peutermonitor aan te schaffen. In de GGD jaarrapportages, is het bereik van ve te achterhalen. Dit levert het volgende beeld op: 2023: 130 nieuwe vve-indicaties, 102 deelnemende kinderen aan ve: bereik ve is 78% 2024: 107 nieuwe vve-indicaties, 102 deelnemende kinderen aan ve: bereik ve is 95% Twee belangrijkste redenen voor beide jaren voor niet gebruik van ve zijn: diverse redenen (o.a. logistiek, andere opvang) en geen belangstelling. Interviews Ambtelijk is gemeld dat men niet op ieder moment snel kan achterhalen wat het bereik ve is. Wel stellen ambtenaren dat ze dat op verschillende manieren en momenten gedurende het jaar monitoren en sturen op de uitkomst daarvan. Dit werkt als volgt: 1. GGD laat de gemeente jaarlijks weten hoe veel vve-indicaties zij jaarlijks hebben afgegeven. 2. Ook laten zij weten hoe veel kinderen deze hebben verzilverd door zich voor peuterwerk met voorschoolse educatie aan te melden. 3. Tevens monitort en verantwoordt de GGD de redenen waarom ouders geen gebruik maken van vve en rapporteert dit jaarlijks aan de gemeente. 4. Zodra een kind een vve-indicatie heeft worden ouders door de GGD in contact gebracht met iemand van Veens Welzijn.

Vanuit Veens Welzijn krijgt de gemeente bericht als ze merken dat er in bepaalde wijken weinig plekken meer beschikbaar zijn. 5. De kinderopvang monitort het aantal beschikbare plekken en de wachtlijsten en rapporteert hier per kwartaal over aan de gemeente. 6. Er is voor gekozen om het bereik in beeld te houden via structureel en regelmatig overleg met de ve-partners. Vanuit dit overleg worden ontwikkelingen besproken en wordt gezocht naar oplossingen voor individuele situaties (bijv. m.b.t. gemeentegrenzen of een niet passende plek). Bij de ontwikkeling van nieuw beleid, wat de komende periode plaats zal vinden, is ambtelijk gemeld dat opnieuw een afweging wordt gemaakt over de wijze waarop de gemeente het bereik van vve-kinderen in beeld wil houden. De gemeente zal hierbij overwegen of een monitor meerwaarde heeft. Over het bereik van 95% in 2024 wordt ambtelijk gemeld dat het hier allemaal om Veenendaalse kinderen gaat die naar Veenendaalse ve-locaties gaan.

22

Oberon

Norm bereik ve Landelijk lag het ve-bereik onder doelgroepkinderen in 2023 op 75%9, dit is tevens voor dit onderzoek de norm die we hebben aangehouden. Het bereik ve was 78%, respectievelijk 95%, dus de norm rond het bereik ve wordt in Veenendaal gehaald.

9 https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2024/12/19/landelijk-rapport-lokale-educatieve-agenda-en-voor-

en-vroegschoolse-educatie-2023-2024

Nota van Bevindingen-OAB-onderzoek Rekenkamer Veenendaal

4

Inzet OAB-middelen

4.1

Inzet OAB-middelen naar wetsartikelen

23

Beleidsstukken In de jaarrekeningen van 2023 en 2024 van de gemeente staan de verantwoording van de inzet van de OAB- middelen over het jaar 2023 (pagina 221) en het jaar 2024 (pagina 218). Dit geeft het volgende beeld: WPO artikel 158: Overige activiteiten (naast vve) voor kinderen met grote achterstand in taal (niet wettelijk verplicht) 2023: € 859.734 2024: € 423.103 WPO artikel 159: Voorschoolse educatie (wettelijk verplicht) 2023: € 858.133 2024: € 1.215.544 WPO artikel 160: Afspraken rond vve (wettelijk verplicht) 2023: € 0 2024: € 010 Interviews Op de vraag waarom er in de Single information, Single audit (SiSa)-verantwoording €0 is uitgegeven aan de wettelijke afspraken (WPO artikel 160), antwoordt de wethouder hier geen verklaring voor te hebben en dat dit een ambtelijke indeling is. Ambtelijk is aangegeven dat dit proces in de jaren 2023 en 2024 exact hetzelfde is geweest als de jaren ervoor. Inhoudelijk zit hier verder geen logica of bewuste keuze achter, de uitgaven zijn simpelweg niet als zodanig gecategoriseerd of herkend. Ambtelijk wordt aangegeven dat de SiSa-invulwijzer vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt gebruikt, daarin lezen ze wat er moet gebeuren. Als er geen twijfels zijn, dan lezen ze niet de bijlagen die vermeld zijn in de Invulwijzer. Ambtenaren en wethouder herinneren zich geen twijfels bij OAB.

Dus men denkt dat ze dit goed ingevuld hebben. Daarnaast doet de coördinator SiSa ook nog een check en vervolgens doet de accountant hun controle. Van de accountant hebben ambtenaren nog nooit teruggekregen dat ze de uitgaven verkeerd hebben ingevuld (codering) in de SiSa-verantwoording, terwijl de codering al jaren min of meer gelijk is. Daarom is er niet getwijfeld aan de juistheid ervan. De uitgaven van € 0 op wettelijke taken was een belangrijke aanleiding voor dit rekenkameronderzoek. Daarom is er hier dieper op ingegaan. Onderzoekers geven aan dat OAB-uitgaven in hun ogen anders gecodeerd hadden moeten worden. Als voorbeeld: alle activiteiten van Veens Welzijn zouden moeten vallen onder onderdeel ‘afspraken artikel 160’ in plaats van ‘overige onderwijsactiviteiten artikel 158’. Als reactie hierop wordt het volgende aangegeven. Ambtenaren hebben de SiSa 2023 ingevuld op basis van de SiSa (coderingen) van voorgaande jaren. Omdat deze posten jaarlijks terugkomen als uitgaven OAB en omdat de accountant akkoord heeft 10 Zie de begrippenlijst voor een toelichting bij WPO 158, 159 en 160.

24

Oberon

gegeven op onze eerdere SiSa’s en verder geen aanvullingen hierin heeft aangebracht, hebben ambtenaren dezelfde coderingen gebruikt. Ambtenaren melden hierbij dat als ze de uitgaven verkeerd coderen, zij bereid zijn om dit aan te passen in de komende SiSa’s. Norm Als norm is benoemd: Inzet middelen voor wettelijk deel OAB: landelijk gemiddelde 77% voor inzet voorschoolse educatie (WPO artikel 159) 11. Op basis van de activiteiten die onder de verschillende posten zijn verantwoord en de definities van de wetsartikelen, heeft bureau Oberon ten behoeve van dit onderzoek een herindeling gemaakt van de OAB-uitgaven 2023 en 2024. Met name de activiteiten van Veens Welzijn (o.a. vve-specialisten) en de GGD (toeleiding naar ve) zijn ondergebracht onder categorie ‘afspraken rond vve’ in plaats van ‘overige activiteiten (naast vve) voor kinderen met grote achterstand in taal. Hierdoor zijn er in 2023 41 van de 94 posten anders gecategoriseerd en in 2024 betreft dit 50 van de 123 posten.

Deze analyse leidt tot de volgende verdeling: WPO artikel 158: Overige activiteiten (naast vve) voor kinderen met grote achterstand in taal (niet wettelijk verplicht) 2023: € 191.775 (11%) 2024: € 212.950 (13%) WPO artikel 159: Voorschoolse educatie (wettelijk verplicht) 2023: € 1.084.290 (63%) 2024: € 1.215.544 (75%) WPO artikel 160: Afspraken rond vve (wettelijk verplicht) 2023: € 441.802 (26%) 2024: € 192.606 (12%) Na de correctie komt het deel voor voorschoolse educatie uit op 63% in 2023 en 75% in 2024, lager dan het landelijke gemiddelde van 77%. Oberon wil hierbij direct meegeven dat er geen prikkel moet komen om deze norm te gaan halen. Dat zou vooral gelden indien de gemeente aan meerdere wettelijke taken niet voldoet, terwijl tegelijkertijd een groot deel van de middelen wordt ingezet aan de niet wettelijke taken.

4.2

Rechtmatigheid inzet OAB-middelen

Beleidsstukken In de brochure ‘Inzet OAB-middelen 2023-2026’ waar in de SISA Invulwijzer van het Ministerie van BZK naar wordt verwezen worden, staat Bibliotheek op School in het kader van rechtmatigheid geduid als risicovolle post qua verantwoording OAB. In 2023 is er een post van € 53.000 beschikbaar gesteld voor bibliotheken op school. In 2024 is er een post van € 78.000 beschikbaar gesteld voor Culturele basisvoorziening (bibliotheek).

11 https://goab.eu/media/2fde0d5l/bijlage-5-monitor-implementatie-en-besteding-goab.pdf, tabel 4.3

Nota van Bevindingen-OAB-onderzoek Rekenkamer Veenendaal

25

Interviews Ambtenaren stellen dat zij zelf en ook hun accountant er heel zorgvuldig en uitvoerig naar kijkt. De accountant heeft niet aan de bel getrokken, dus dan gaan ambtenaren ervan uit dat het goed is. De logica is dus dat als het al jaren goed gaat zo, ze het dit jaar ook weer zo kunnen doen. De gemeente neemt elk jaar de keuzes door: wat hebben we, wat willen we nog en wat zou er nog kunnen. Meestal komen ze hier met de accountant uit. Als het nog strakker zou worden ingestoken, houdt de gemeente ook weer meer geld over en dat willen ze ook niet. Er is ambtelijk soms een interne discussie of de strikte OAB-regelgeving het bereiken van de doelgroep in de weg kan staan. Zowel de wethouder als ambtenaren gaan ervan uit dat de accountant eventuele onrechtmatigheden en foutieve coderingen signaleert, wat niet is gebeurd. Specifiek over bibliotheken op school is aangegeven dat de vorige OAB-ambtenaar met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft geschakeld en toestemming heeft gekregen, ook al stond in een op dat moment gedateerde handreiking dat het eigenlijk niet mag.

4.3

Doelmatigheid en doeltreffendheid inzet OAB-middelen

Interviews De wethouder heeft het algemene beeld dat Veenendaal op de goede weg is met de ingezette middelen en de bestaande samenwerking. De doelmatigheid en het effect van de verplichte ouderinzet wordt als een specifiek punt van aandacht gezien. Ambtenaren zijn over het algemeen tevreden, maar zien ook ruimte voor verbetering. Tot en met 2022 stonden er beleidsindicatoren / maatregelen in de Programmabegroting, maar de afdeling kreeg vanuit team P&C de opdracht om naar de doelenboom / maatregelen te kijken. Hierbij is ook gekeken om het aantal maatregelen te verminderen vanwege de uitvoerbaarheid. Dit omdat de gemeente in het algemeen veel maatregelen had opgenomen en de Programmabegroting hierdoor wel een heel groot boekwerk werd. Echter hierdoor is nu zicht op doelmatigheid en doeltreffendheid verdwenen. Ambtelijk wenst men dit in afgeslankte vorm waar mogelijk terug te brengen. Gewenst is dat als eerste de huidige situatie in beeld gebracht wordt. De volgende stap is het scherper formuleren en bereiken van doelen. De eerder genoemde Staat van Educatie heeft tot doel concrete meetbare doelen en resultaten in beeld te brengen, maar de specifieke invulling hiervan is nog in ontwikkeling. Deze gaat naar verwachting de benodigde informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid opleveren.

Norm opbrengsten Er is een norm over de opbrengsten opgesteld over het aantal doelgroepkinderen dat een bovengemiddelde groei in taal doormaakt na deelname voorschoolse/vroegschoolse educatie. Landelijk streven is vaak 80%, uit lokale monitors komen vaak cijfers rond de 60-65%.12 Over deze norm zijn geen bevindingen. Immers de opbrengsten van vve in Veenendaal worden gerelateerd aan eind groep 8 en dus niet eind groep 2. De kinderopvang en de scholen monitoren de ontwikkeling van de vve-kinderen en registreren die in de eigen systemen. De gemeente vraagt deze gegevens niet structureel op bij haar vve-partners (kinderopvang en basisscholen). 12 Zie als voorbeeld Zaltbommel, genoemd op pagina 5 van dit verslag: https://goab.eu/media/g40h5111/verslag-webinar-

resultaatafspraken-vve.pdf

26

4.4

Oberon

Hoogte OAB-reserve en plannen

Beleidsstukken In de jaarrekeningen zijn de reserves OAB te zien. Dit werkt met een zogenaamde t-1 systematiek, in de jaarrekening van 2023 staat de stand van de reserve van 31 december 2022. Vanaf 2024 dienen gemeenten de hoogte van de reserve van zowel t-1 als jaar t op te geven. Reserve eind 2022: € 878.105 Reserve eind 2023: € 1.276.945 Reserve eind 2024: € 1.637.732 Over heel 2023 is er binnengekomen voor OAB afgerond € 1,9M en is er € 1,7M uitgegeven. Er is over 2023 een onderbesteding van iets meer dan € 200.000, die toegevoegd wordt aan de OAB-reserve. Uit de jaarrekening van 2024 blijkt tevens een correctie van eveneens bijna € 200.000 die niet is uitgegeven in 2023, die zijn toegevoegd aan de OAB-reserve, waardoor deze met € 400.000 is toegenomen. Over heel 2024 is er binnengekomen voor OAB afgerond € 2,1M en is er € 1,6M uitgegeven. Er is over 2023 een onderbesteding van iets minder dan € 500.000, die toegevoegd wordt aan de OAB-reserve. Interviews De wethouder geeft aan dat er gestuurd wordt op het verlagen van de OAB-reserve, maar dat hij terughoudend is met het inzetten van middelen als structurele borging niet gegarandeerd kan worden, vanwege de teleurstelling bij het moeten stopzetten van initiatieven. Als voorbeeld wordt BoekStart genoemd, dat tijdelijk is aangehouden tot er zicht was op structurele borging.

Een beleidsambtenaar voegt toe dat een hoge OAB-reserve geen doel op zich is, omdat de middelen geoormerkt zijn en niet anders ingezet kunnen worden. Het belang is dat het geld goed terechtkomt en structureel bijdraagt. De wethouder noemt eenmalige investeringen, zoals vve-trainingen, als een optie om de reserve aan te wenden, maar benadrukt dat de inhoudelijke vraag hiervoor vanuit het veld moet komen. De huidige relatief hoge reserve wordt ambtelijk deels toegeschreven aan lagere uitgaven tijdens de coronaperiode. De onderschrijding in 2023 was volgens de ambtenaren beperkter. De OAB reserve wordt volgens een ambtenaar regelmatig met de wethouder besproken, maar extra OAB inzet heeft de ambtenaar nog niet waargenomen. De gemeente maakt het bestaande jaarbudget nu niet op, laat staan dat de gemeente de OAB-reserve op krijgt. Ambtelijk spoort men collega-ambtenaren aan om dit te bespreken met de wethouder. Hierbij is ook aangegeven dat de gemeente geen geld moet uitgeven óm geld uit te geven. Ze hebben daar altijd heel zorgvuldige afwegingen in gemaakt, conform het kader. De gemeente heeft soms ook een aanvraag niet gehonoreerd, terwijl het geld er was, omdat het niet primair de doelgroep diende, wat een eis is conform de handleiding vanuit de Sisa Invulwijzer van BZK. Een voorbeeld is een aanvraag voor huiswerkbegeleiding van een vve-school met een grote vvepopulatie.

Omdat dit meer huiswerkbegeleiding was en je niet selectief kinderen (wel vve-indicatie, geen vve-indicatie) kon toelaten, voelde het alsof het niet helemaal binnen de kaders paste en is het afgewezen. Dit is de reden waarom ze geen extra activiteiten in 2024 gedaan hebben ten opzichte van wat in het OAB-plan en de Kwaliteitskaart vve staat. De wethouder is hierover steeds geïnformeerd en het dilemma is hem bekend: er is geld, maar er zijn ook kaders. Raadsleden geven aan dat ze de systematiek rond de OAB-reserve niet volledig doorgronden. Nu hen duidelijk is dat er aanzienlijke geoormerkte middelen nog onbestemd zijn, vinden ze een gesprek hierover met de wethouder wenselijk, bijvoorbeeld rond de kadernota. Hierbij geven ze tevens aan dat

Nota van Bevindingen-OAB-onderzoek Rekenkamer Veenendaal

27

de raad niet teveel op de stoel van het College moet gaan zitten en dat dit gesprek gevoerd moet worden passend bij ieders bevoegdheid. Norm reserve De norm rond de hoogte OAB-reserve is: 12,5% van ieder jaarbudget, zodat 50% van het laatste jaarbudget van 4 jarige periode niet overschreden wordt. Dus reserve OAB anno 31 december 2024 (afkomstig van jaren 2023 en 2024) is maximaal 25% van OAB budget van het jaar 2024. De reserve OAB is eind 2024: € 1.637.732, grofweg € 900.000 is overgeheveld van de vorige periode en €700.000 is niet ingezet in 2023 en 2024. De hoogte van het OAB-budget 2024 was € 2,1M. De verhouding reserve eind 2024/jaarbudget 2024 is 78%. Dit is aanzienlijker hoger dan de norm van 25%. Ook als we enkel kijken naar het niet bestede deel van 2023 en 2024/totaalbudget 2024 is het percentage 33%, nog steeds boven de gestelde norm van 25%.

28

Oberon

5

Informatie-uitwisseling OAB met de raad

5.1

OAB-communicatie college naar raad

Beleidsstukken Het onderzoeksteam heeft de volgende stukken rond OAB toegezonden gekregen . Collegebesluit juli 2023 over subsidieplafond ve 2024 De gemeenteraad wordt indirect geïnformeerd en betrokken via de financiële cyclus: De voorgestelde budgetoverheveling wordt verwerkt in de bestuursrapportage, die aan de raad wordt voorgelegd De definitieve vaststelling van de plafonds is onder voorbehoud van vaststelling van de Programmabegroting 2024 door de raad Er is ambtelijk geadviseerd om geen aparte Raadsinformatiebrief over dit specifieke besluit te sturen. RIB januari 2025 Dit document bevat zelf geen inhoudelijke keuzes, maar informeert de raad over de uitkomst van de risicoanalyse van de Inspectie van het Onderwijs over het onderwijsachterstandenbeleid voor 2023. De risicoanalyse is door de Inspectie uitgevoerd op basis van de door gemeente Veenendaal aangeleverde verantwoording over de taakuitvoering in het jaar 2023. De Inspectie heeft de hierin verstrekte informatie geanalyseerd. Zij zien op grond daarvan geen aanleiding voor nader contact met de gemeente Veenendaal. Op basis van de verantwoording 2023 zijn er geen significante risico’s t.a.v. het voldoen aan de wettelijke overlegverplichtingen geconstateerd. De Inspectie verzoekt het college expliciet om de gemeenteraad op de hoogte te stellen van deze brief. Dat heeft het College januari 2025 gedaan.

Interviews De wethouder stelt dat het OAB-dossier niet direct oppopt als iets waarover het College standaard apart zou informeren, maar staat open voor de suggestie dit vaker te doen. De LEA is volgens hem ter informatie aan de raad is toegezonden, navraag laat zien dat dit inderdaad op 5 november 2024 is gebeurd via een RIB over de LEA. Het OAB-plan zelf is volgens de wethouder niet separaat door de raad vastgesteld, maar was een bijlage bij het Integraal Beleidskader (IBK) Sociaal Domein, dat wel is vastgesteld. De Raadsinformatiebrief over de risicoanalyse van de Inspectie (januari 2025) was volgens de wethouder de eerste keer dat de Inspectie zo expliciet verzocht de raad te informeren. De reguliere P&C-cyclus dient voor algemene informatie aan de raadsleden. Alleen als zaken bijzonder zijn of dingen wijzigen, of als de raad erom vraagt, wordt aanvullende informatie verstrekt. Hierbij wordt de redenering gegeven dat OAB-besluiten op uitvoeringsniveau primair een collegeverantwoordelijkheid zijn. De raad wordt hier niet actief over geïnformeerd, tenzij de raad hier specifiek vragen over stelt. De raad wordt wel geïnformeerd over hoofdlijnen en uitvoering van wettelijke taken, bijvoorbeeld via de P&C-cyclus en de RIB over de risicoanalyse van de Inspectie.

Een ambtenaar erkent dat de raad actiever meegenomen zou kunnen worden om meer beeld en gevoel te geven bij gemaakte keuzes, behaalde doelen en middeleninzet, omdat de huidige informatievoorziening erg op hoofdlijnen is en het beleid daardoor voor de raad minder ‘leeft’. Het schrappen van beleidsindicatoren in het verleden (om de raad niet op te veel detail te informeren) is voor OAB mogelijk te ver doorgeschoten.

Nota van Bevindingen-OAB-onderzoek Rekenkamer Veenendaal

29

De hypothetische vraag is voorgelegd of de raad bijvoorbeeld zou kunnen worden geïnformeerd als de doelgroepdefinitie vve wordt aangepast. Daarop is aangegeven dat de raad over de inhoudelijke beleidslijnen nog beter geïnformeerd zou kunnen worden (waaronder de doelgroepdefinitie), maar dat het aan het college is om hierover te besluiten. Ambtelijk is dit afgestemd met de educatieve partners die er een mening over hebben en kijken naar effectiviteit. Een minimum is dat je de raad informeert welke keuzes je maakt en waarom. Maar niet per se instemming geven hierin, want er is goed afgestemd met de betrokken partners die hiervoor gerichte expertise hebben en dat wil je niet ondermijnen. Voor de uitvoering van beleid, betrokkenheid en toekomstige beslissingen over middelen door de raad, is het heel belangrijk dat ze meer van de inhoud weten. Helemaal gezien de aangekondigde wijziging dat de OAB-middelen in de toekomst waarschijnlijk via het Gemeentefonds zullen lopen en het dan aan de raad is om te besluiten om deze middelen voor OAB beschikbaar te stellen. Raadsleden geven aan dat er beperkte informatie rond OAB beschikbaar gesteld is. Dit vinden zij op zichzelf begrijpelijk. Het is een thema waarbij de verantwoordelijkheid ligt bij het College en uit de informatie die men krijgt blijkt dat het College dit dossier op orde heeft.

Dan is het logisch dat de gemeenteraad hier weinig tot geen vragen over stelt. Raadsleden missen wel informatie over beleidskeuzes en opbrengsten rond OAB, enige informatie op hoofdlijnen achten zij wenselijk. De jaarlijkse verantwoording OAB aan de Onderwijsinspectie zou men via een RIB toegezonden willen krijgen.

5.2

Toetsing normenkader

Rond de informatievoorziening van het College aan de Raad zijn er drie normen opgesteld. Norm informatie reserve: College informeert de Raad over inzet/reserve gemeentelijke OAB-middelen. De hoogte van de reserve is terug te vinden in de jaarrekening. Verder wordt er geen informatie gedeeld. Norm informeren niet voldoen wettelijke taken: College informeert Raad indien men niet aan wettelijke taken OAB voldoet. Het College heeft de Raad op hoofdlijnen geïnformeerd dat er geen risico’s zijn op het OAB-dossier (RIB januari 2025). Het College heeft de Raad niet geïnformeerd over enkele wettelijke taken OAB waaraan ze niet voldoen, blijkend uit de vragenlijst die aan de Inspectie is verstuurd april 2024 en april 2025. Op pagina 13 van dit rapport staat verwoord waarom het College niet voldoet aan deze taken. Samengevat: prioritering, gebrek aan capaciteit en latere inbedding in LEA-traject. Norm reactie Raad: Raad reageert indien nodig, bv niet nakomen wetgeving of hoge stand reserve, op informatieverstrekking van het College. De Raad heeft niet gereageerd.

30

6

Oberon

Toekomstige ontwikkelingen OAB

In dit laatste hoofdstuk geven we weer welke toekomstige ontwikkelingen in de interviews naar voren zijn gebracht rond OAB. Vanaf 2026 heeft het Rijk een 10% korting op het gemeentelijk budget aangekondigd. Daarnaast wordt verwacht dat de middelen niet meer via een Specifieke Uitkering (SPUK) maar via het gemeentefonds worden uitgekeerd. Direct na de onderzoeksperiode is dit inderdaad via een brief van het Ministerie van BZK openbaar gemaakt (brief 21 mei 2025) 13. De ambtenaren zijn op de hoogte van deze toekomstige maatregelen en sturen hierop. Men bespreekt dit met de betreffende wethouder. Ambtenaren geven aan dat de 10% korting vooralsnog niet tot problemen leidt, men heeft momenteel nog middelen genoeg. Over de omzetting van de SPUK OAB naar het gemeentefonds wacht de wethouder af hoe dit wordt ingericht, maar hij verwacht dat het wettelijke deel vve-deel in Veenendaal behouden zal blijven. De risico's en discussies bij knellende financiën zullen volgens hem vooral ontstaan rondom de activiteiten eromheen, zoals de VoorleesExpress en BoekStart, waarbij de vraag naar meerwaarde en cofinanciering (bijvoorbeeld door het onderwijs) zal opkomen. Raadsleden onderschrijven deze stellingname: taal is onze basis, daarop moeten we niet gaan bezuinigen menen zij.

Ambtelijk wordt de overgang van de SPUK OAB naar het gemeentefonds als een uitdaging gezien, met name vanwege de brede financiële problematiek binnen het sociaal domein. Zowel ambtenaren als wethouder geven aan dat het risico bestaat dat OAB-middelen dan sneller naar algemene tekorten (bv. jeugdzorg) gaan. Een ambtenaar wenst in de toekomst een onderzoek of het zinvol is ve te starten vanaf 2 jaar. Een raadslid wenst meer inzet voor onderwijs aan anderstalige kinderen.

13 Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/05/21/kamerbrief-uitkomst-omzetting-specifieke-

uitkeringe?

Nota van Bevindingen-OAB-onderzoek Rekenkamer Veenendaal

31

Bijlage 1 Begrippenlijst •

Doelgroepdefinitie: Specificering van aan welke voorwaarden een kind moet voldoen om in aanmerking te komen voor vve. Vaak een opsomming van achtergrondkenmerken die als criteria fungeren. Een voorbeeld is het opleidingsniveau van de ouders. Het hebben van één achtergrondkenmerk (bijvoorbeeld ouders met een ‘laag genoeg’ opleidingsniveau) is vaak al een voldoende voorwaarde is voor een kind om in aanmerking te komen voor vve. Gemeenten kunnen hun eigen doelgroepdefinitie vaststellen.

•

Doelgroepkinderen: het totaal aantal kinderen binnen een gemeente dat op basis van de in die gemeente gehanteerde doelgroepdefinitie in aanmerking komt voor vve.

•

Lokaal Educatieve Agenda (LEA): Een LEA is een beleidsinstrument dat binnen gemeenten gebruikt wordt door educatieve partners (kinderopvang, po, vo, gemeente) om afspraken te maken over gezamenlijke verantwoordelijkheden. Het wordt vaak ook gebruikt om te voldoen aan de wettelijke overlegverplichtingen rondom OAB.

•

Non-bereik (%): Het aantal doelgroepkinderen binnen een gemeente dat geen gebruik maakt van vve-aanbod. Vaak uitgedrukt als percentage van het totaal aantal doelgroepkinderen. Dus: als gemeente X op basis van haar doelgroepdefinitie 10 doelgroepkinderen heeft, van wie er 8 naar vve gaan, dan is het non-bereik 20%.

•

Voorschoolse educatie (ve): extra ondersteuning (taal, rekenen, motoriek en sociaal emotioneel) voor doelgroeppeuters met als doel zo veel mogelijk te voorkomen dat zij met een achterstand naar het basisonderwijs gaan.

•

Vroegschoolse educatie: extra ondersteuning voor doelgroepkkleuters met als doel zo veel mogelijk te voorkomen dat zij met een achterstand naar groep 3 van de basisschool gaan.

•

WPO artikelen 158-160: De OAB-middelen die een gemeente van het Rijk ontvangt is een Specifieke Uitkering (SPUK). De SPUK is bedoeld voor activiteiten ten behoeve van WPO artikel 158, 159 en 160. Dit gaat in de praktijk om aanbod ve en andere maatregelen ten behoeve van onderwijsachterstanden. o Onder WPO artikel 158 vallen taalactiviteiten in groep 3 t/m 8 naast voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen met een taalachterstand. o Volgens WPO artikel 159 moeten gemeenten vanaf 1 augustus 2020 een aanbod van (minimaal) 960 uur voorschoolse educatie hebben voor doelgroeppeuters in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar. Dit ve-aanbod wordt verzorgd door kinderopvangaanbieders die hiervoor van hun gemeente bekostiging krijgen. o WPO artikel 160 is een juridisch kader voor het maken van afspraken tussen gemeente en aanbieders over uitvoering, kwaliteit, monitoring en doorgaande lijn vve. Deze afspraken zijn wettelijk verplicht omdat ze een noodzakelijke voorwaarde zijn om te kunnen voldoen aan de wettelijke plicht van kwalitatief goede voorschoolse educatie. In hun verantwoording van hun besteding van de OAB-middelen, categoriseren gemeenten deze uitgaven onder artikel 158 (niet wettelijk verplicht), 159 of 160 (beide wettelijk verplicht).

32

Oberon

Bijlage 2 Lijst van afkortingen Afkorting BZK CBS CJG GGD GOAB IBK IKC ko LEA OAB OCW OKB po P&C-cyclus RIB SiSa SPUK ve vo vve WPO WVO

Betekenis Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Jeugd en Gezin Gemeentelijke gezondheidsdienst Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid Integraal Beleidskader Integraal Kindcentrum kinderopvang Lokale Educatieve Agenda Onderwijsachterstandenbeleid Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Onderwijskansenbeleid primair onderwijs Planning- en Controlcyclus Raadsinformatiebrief Single information, Single Audit Specifieke Uitkering voorschoolse educatie voortgezet onderwijs voor en vroegschoolse educatie Wet Primair Onderwijs Wet Voortgezet Onderwijs

Nota van Bevindingen-OAB-onderzoek Rekenkamer Veenendaal

Bijlage 3 Gesprekspartners Functie Wethouder Onderwijsachterstanden Raadslid CU Gemeentesecretaris Beleidsmedewerker OAB Financieel adviseur Teamcoördinator OAB (gestart na evaluatieperiode) Schaduwraadslid PvdA-GL

33

34

Oberon

Bijlage 4 Bestudeerde documenten 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9)

Onderwijskansenbeleid Veenendaal 2023-2026 Memo OAB LEA maart 2023 Memo OAB LEA 2023-2024 d.d. 14-08-24 OAB scan gemeente Veenendaal update schooljaar 2020/2021 LEA 2025-2029 Kwaliteitskaart 2023 versie maart ‘23 Collegebesluit vve-subsidie Regeling 2022 tot heden Collegebesluit subsidieplafondbesluit juli 2023 Collegebesluit 7e wijziging Nadere Regels Peuteropvang met en zonder VE Gemeente Veenendaal 10) Voorstel B&W 7e wijziging & Plafonds 2023 Vergadering 13-09-22 11) Raadsinformatiebrief over risicoanalyse Onderwijsinspectie over OAB-beleid 2023 12) Raadsinformatiebrief LEA d.d. 05-11-24 13) DUO besluiten en beschikkingen OAB bedragen evaluatieperiode 14) GGD maatwerkverantwoordingen vve 2023 en 2024 15) SiSa rond OAB 2023 en 2024 16) Ingevulde vragenlijsten OAB Inspectie 2023 en 2024

Postbus 1423, 3500 BK Utrecht t 030 230 60 90 | f 030 230 60 80 info@oberon.eu | www.oberon.eu

Utrecht, juli 2025 In opdracht van rekenkamer gemeente Veenendaal

Bijlage 2: Bestuurlijke reactie

De rekenkamer van de gemeente Veenendaal bestaat uit drie leden en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Leden: Em. prof. dr. J. (Jan) Telgen (voorzitter) Drs. M.J.J. (Marjo) Gruisen Ir. A.J. (Arnoud) Janson Secretaris: R. (Romi) Leever Postadres: Rekenkamer Veenendaal Postbus 1100 3900 BC Veenendaal Telefoon: 0318 - 538 538 E-mail: rekenkamer@veenendaal.nl Website: Rekenkamer van Veenendaal | Gemeente Veenendaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16251381/1