CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4.a Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling ontwerp Buurtuitvoeringsplannen (BUPs)27.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit betreft het bedrijf Phycom, dat aardgas gebruikt om algen te drogen en daarmee, naast onder meer vezels, plantaardige eiwitten produceert voor de voedingsindustrie. Het bedrijf geeft aan dat dit een minder milieuvervuilend proces is dan de productie

van dierlijke eiwitten via de landbouw. Door netcongestie is het voor dit bedrijf momenteel niet mogelijk om de productie op te schalen zonder gebruik te maken van gas. Bij het opschalen van dit bedrijf zou het aardgasverbruik de komende jaren aanzienlijk toenemen.

Aardgas

2.170.000 m3 246 aansluitingen (168 Faktorij, 78 Vendel)

Elektriciteit

16.144.000 kWh 292 aansluitingen (183 Faktorij, 109 Vendel) Kleinverbruik 2.576.000 kWh 219 aansluitingen (133 Faktorij, 86 Vendel)

Kleinverbruik 1.355.000 m3 229 aansluitingen (155 Faktorij, 74 Vendel) Grootverbruik 13.568.000 kWh 73 aansluitingen (50 Faktorij, 23 Vendel) Grootverbruik 815.000 m3 17 aansluitingen (13 Faktorij, 4 Vendel)

Figuur 8: Verdeling van het energieverbruik op De Faktorij en De Vendel

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 20

Warmtevraag: woningen De woningen in de buurt De Faktorij en De Vendel zijn van verschillende bouwjaren uiteenlopend van 1960 – 2001. De meeste woningen zijn van het bouwjaar rond 1990 en hebben een energielabel B. Voor deze woningen met een energielabel B is met isolatie van met name dak, kozijnen en glas een rendabele investering te doen waarbij zo'n 1520% bespaard kan worden op het energieverbruik. Van de 35 woningen op De Faktorij en De Vendel hebben er 12 meegedaan aan een energieadviestraject. Hieruit blijkt dat met name met het glas een belangrijke besparing te realiseren is (verbetering naar HR++glas), die bovendien in de toekomst bij zal dragen aan een comfortabel aardgasvrij huis. Afhankelijk van het type woning zijn soms ook andere vormen van isolatie of ventilatie nodig of mogelijk, zoals vloer- dak- en spouwmuurisolatie. Dit kan echter verschillen per woning: zo is het voor onderkelderde woningen vaak lastig om vloerisolatie effectief toe te passen en kan een woning met geschilderde buitenmuur vaak lastiger nageïsoleerd worden. De bespaarmogelijkheden per woning verschillen dus. Dit vraagt bij uitvoering om een goed, individueel advies aan de bewoner.

Warmtevraag: kantoren en andere utiliteit Kantoren hebben door ventilatie, koeling, eventuele serverruimtes en apparatuur (computers, verlichting) relatief veel elektriciteitsverbruik. Hoe beter geïsoleerd

“Kijk integraal naar het onderwerp. Welke beweging willen we als bestuur / raad ondersteunen? Wij gebruiken dan wel veel aardgas, maar wat wij doen - onze business is hartstikke duurzaam.”

een kantoor is, hoe groter het aandeel elektriciteit in het totale verbruik wordt. Dit komt omdat door isolatie het gasverbruik afneemt, en het elektriciteitsverbruik voor ventilatie en koeling juist toeneemt. Gezien de diversiteit aan bouwjaren van de kantoren op De Faktorij en De Vendel kunnen er grote verschillen bestaan tussen de mate van isolatie die nodig is om kantoren geschikt te maken voor een aardgasvrije oplossing. Op de achtergrond speelt mee dat er richting 2050 naar verwachting een eindnorm voor energiezuinigheid van utiliteitsgebouwen van kracht wordt waardoor kantoren en andere utiliteit steeds meer energiebesparing zullen moeten realiseren9.

mogelijk maar zou voor een relatief hoge piekbelasting zorgen en vraagt investeringen in apparatuur • Een broederij. Verwarmen is belangrijk voor het (kunstmatige) broedproces. Dit vraagt om relatief lage temperaturen. Dit zou geëlektrificeerd kunnen worden, op dit moment zijn er echter beperkingen door netcongestie. Ook vraagt elektrificatie extra investeringen. • Een poedercoater. Gebruik aardgas met name voor droogprocessen richting de 200 graden. Elektrificatie ligt minder voor de hand vanwege hoge gebruikskosten, maar is niet uitgesloten.

Warmtevraag: proceswarmte

Totale warmtevraag De Faktorij en De Vendel in 2050

Een aantal bedrijven gebruikt aardgas voor bedrijfsprocessen. Het is niet exact bekend hoeveel aardgas op dit moment voor bedrijfsprocessen wordt gebruikt en hoeveel voor ruimteverwarming. De hoeveelheid aardgas voor klein- en grootverbruikaansluitingen (Figuur 8) geeft wel een indicatie (procesgasverbruikers zijn in de regel vaker grootverbruikers) maar dit geeft geen volledig beeld. Uit het advies- en inventarisatietraject blijken er in ieder geval de volgende gebruikers van procesgas aanwezig te zijn op het terrein:

In 2021 is een doorrekening gemaakt van de totale warmtevraag op De Faktorij en De Vendel in 2050. Dit is echter gebaseerd op algemene, openbare bronnen (en dus niet op een prognose per bedrijf/bewoner) en algemene kentallen. De betrouwbaarheid van deze informatie is dus beperkt.

Figuur 9: In 2020 berekende warmtevraag in 2050.

• Een koekjesbakkerij. Deze heeft temperaturen van (ruim) boven de 100 graden nodig. Er zijn elektrische alternatieven. Behalve beperkingen door netcongestie, zijn deze alternatieven relatief duur in gebruik. • Een algenkwekerij. Aardgas wordt hier met name gebruikt voor droogprocessen boven de 100 graden. Er zijn elektrische alternatieven. Behalve beperkingen door netcongestie, zijn deze alternatieven relatief duur in gebruik. • Een bierbrouwerij. Aardgas wordt hier gebruikt voor het (kleinschalige) brouwproces. Elektrisch brouwen is

9 De verwachting is dat dit vormgegeven wordt in europese Zero Emission Buildings (ZEB) -norm. Vooruitlopend op de eindnorm heeft de Rijksoverheid de Renovatiestandaard (energielabel A++ of A+++) geïntroduceerd als een vrijwillige richtlijn voor de gewenste energieprestatie van een gebouw in 2050.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 21

De totale warmtevraag voor utiliteit in 2050 is toen ingeschat op 50,7 TJ per jaar. Dit komt ongeveer overeen met 1,6 miljoen m3 aardgas (ten opzichte van 2,2 miljoen m3 huidig).

Koudevraag Waar we in Nederland tot nu toe veelal onze woningen en bedrijven zo ontwierpen dat deze in de winter goed te verwarmen waren, wordt onder invloed van klimaatverandering het koelen van gebouwen een steeds belangrijker aspect. In Figuur 10 en Figuur 11 is te zien dat zowel de gemiddelde jaar- als zomertemperatuur flink is toegenomen de afgelopen decennia, en naar verwachting nog flink verder toe zal nemen. Daar komt bij dat de opwarming in stedelijk gebied extra veel gevolg heeft; er ontstaat als het ware een ‘hitte-eiland’ doordat warmte

wordt opgenomen door gebouwen en lang blijft hangen tussen bebouwing. In Figuur 12 is te zien dat momenteel het effect van het stedelijk hitte-eiland voor De Faktorij en De Vendel een temperatuurstijging is van maximaal 1,6 graad Celsius. Richting de ‘buitenrand’ van het bedrijventerrein is het effect kleiner. In de toekomst zou de extra opwarming door het stedelijk hitte-eiland kunnen toenemen wanneer er in of buiten het bedrijventerrein extra bebouwing wordt toegevoegd. De woningen en bedrijven op De Faktorij en De Vendel zullen naar verwachting steeds beter geïsoleerd worden en dit zorgt er deels al voor dat de warmte van buiten beter tegen wordt gehouden. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met goede ventilatie en het voorkomen van zoninstraling, anders warmt de zon het gebouw van binnenuit op. De koudevraag in gebouwen zal in de komende jaren toenemen, omdat de gemiddelde buitentemperatuur stijgt door klimaatverandering. In steeds meer bedrijfshallen wordt dan ook koeling toegepast. Een koelvoorziening is vaak nodig om te voorkomen dat bij een hoge buitentemperatuur oververhitting ontstaat. Dat is van belang in bedrijfshallen waar mensen gedurende langere tijd verblijven. Bij bedrijven is opwarming vaak een samenspel tussen buitentemperatuur en activiteiten die worden uitgevoerd die het pand van binnenuit opwarmen.

De kans op oververhitting is groot als de thermische schil niet of nauwelijks is geïsoleerd. Bij een hogere binnentemperatuur worden medewerkers in de regel minder productief. Er zijn dus ook economische effecten als koeling niet voldoende op orde is.

Figuur 12: Extra temperatuursstijging door stedelijk warmteeiland op De Faktorij en De Vendel. (Bron: Kaartviewer - Klimaateffectatlas)

Figuur 10: Verloop van de gemiddelde jaartemperatuur sinds 1990 (in De Bilt). De gekleurde streepjes geven berekende gemiddelde jaartemperatuur in een 4-tal klimaatscenario’s. H/L: scenario met hoge/lage CO2-uitstoot. n/d: scenario met vernattend/verdrogend klimaat. 16 16 15 15 14 14 13 13

12 12 11 11

10 10 9 9 8 8 7 7

1900 1900

1940 1940

1980 1980

Jaargemiddelde Jaargemiddelde Trendlijn Trendlijn metingen metingen

24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13

90% 90% band band Verwachting Verwachting dit dit jaar jaar

1900

1940

2020 2020

2060 2060

Hd-klimaatscenario Hd-klimaatscenario Hn-klimaatscenario Hn-klimaatscenario

2100 2100 Bron: KNMI Bron: KNMI

Ld-klimaatscenario Ld-klimaatscenario Ln-klimaatscenario Ln-klimaatscenario

1980

2020

2060

2100

Figuur 11: Verloop van de gemiddelde zomertemperatuur sinds 1990 (in De Bilt). De gekleurde streepjes geven berekende gemiddelde jaartemperatuur in een 4-tal klimaatscenario’s. H/L: scenario met hoge/lage CO -uitstoot. n/d: scenario met Bron: KNMI Jaargemiddelde Hd-klimaatscenario 2 vernattend/verdrogend klimaat. Trendlijn metingen

Hn-klimaatscenario

90% band

Ld-klimaatscenario

Verwachting dit jaar

Ln-klimaatscenario

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 22

Alternatieven

Welke andere energiebronnen en -systemen zijn geschikt om aardgas te vervangen? In dit hoofdstuk gaan we op onderzoek uit: wat zijn nu de alternatieven voor aardgas op De Faktorij en De Vendel? En welke daarvan is het meest geschikt? In de Transitievisie Warmte is er al onderzoek gedaan naar de mogelijke alternatieven voor aardgas op De Faktorij en De Vendel en is een voorlopige conclusie getrokken. Is het nodig om die voorlopige conclusie nog aan te passen? Voorkeursalternatief De Faktorij en De Vendel op basis van de Transitievisie Warmte 1.0 In de Transitievisie Warmte10 is De Faktorij en De Vendel als kansrijke buurt naar voren gekomen om versneld van het aardgas te gaan. Hierin is een aantal mogelijke technische oplossingen naar voren gekomen. In de Transitievisie Warmte 0.5 zijn zes warmtevarianten doorgerekend. Twee individuele oplossingen (bodemwarmtepomp en luchtwarmtepomp) en vier typen collectieve bronnen (RWZI, TEO, drycoolers en condenswarmte) met een warmtenet en piekvoorziening op gas. Deze varianten zijn doorgerekend op pandniveau, voor een cluster van panden en voor het hele gebied. 10 Zie voetnoot in hoofdstuk ‘Beleidskaders’ voor een toelichting op verschillende versies 11 In het hoofdstuk Planning zijn deze belemmeringen verder uitgewerkt

Zowel vanuit de berekeningen als vanuit de wens van ondernemers om zelf een moment te kunnen kiezen om aardgasvrij te worden, kwam naar voren dat individuele oplossingen het meest realistisch zijn voor De Faktorij en De Vendel. Kleincollectieve oplossingen behoren ook tot de mogelijkheid. In dat geval worden warmte- en/of koudevraag uitgewisseld tussen een klein aantal panden, die dit onderling met elkaar regelen.

Gekozen oplossing De Faktorij en De Vendel Het onderzoeksproces in de buurt heeft geen aanleiding gegeven om de conclusie uit de Transitievisie Warmte te wijzigen. Dit betekent dat voor de buurt een individuele oplossing het meest geschikt is. De bedrijven en bewoners maken dus zelf een keuze wat de beste aardgasvrije oplossing is voor hun pand. In de meeste gevallen is het beste alternatief een (variant van een) warmtepomp. Gezien de diversiteit van de verschillende bedrijven kan er echter variatie mogelijk zijn. Dat wil niet zeggen dat een individueel alternatief voor het aardgas altijd eenvoudig te realiseren is in het gebied11. Dit kan verschillen per pand. Het vasthouden aan een individuele oplossing wil niet zeggen dat een warmtenet uitgesloten of verboden is. Er kunnen zich nieuwe kansen voordoen voor een (kleinschalig) warmtenet. Uit voorlopige onderzoek naar de diepe ondergrond in Veenendaal blijkt bijvoorbeeld dat er potentie is voor aardwarmte (geothermie), waarbij het gebied dat interessant is voor de winning van aardwarmte zich aan de noordkant van Veenendaal bevindt. Een bedrijventerrein

zoals De Faktorij en De Vendel zou zich kunnen lenen voor een aardwarmteinstallatie. Die zou in eerste instantie bedoeld kunnen zijn om een ander deel van Veenendaal van warmte te voorzien, maar nabijgelegen bedrijven zouden in dat geval ook eenvoudig aangesloten kunnen worden.

“Het is vrij eenvoudig om dit soort panden van het gas af te krijgen. Het is puur verwarming hier. We hebben zelf een keukenblok erin gezet, met een elektrische boiler erin. De verlichting kun je aanpakken en overgaan op warmeluchtverwarming.” Deze ontwikkeling kent op dit moment nog een hoge mate van onzekerheid. Bovendien is uit berekening vooralsnog niet gebleken dat een grootschalig warmtenet op De Faktorij en De Vendel resulteert in lagere maatschappelijkeen eindgebruikerskosten. Wanneer zich echter een kansrijke ontwikkeling voor zou doen, mogen bedrijven hieraan deelnemen als dit even duurzaam of duurzamer is dan individueel aardgasvrij worden.

Onderzoeken naar de haalbaarheid van een aardgasvrij alternatief De gekozen oplossing is gebaseerd op een aantal onderzoeken die de afgelopen jaren is uitgevoerd. Hieronder noemen we de belangrijkste uitkomsten van deze onderzoeken:

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 23

Onderzoek woningen Zoals aangegeven bij de Energetische analyse zijn 12 woningen op het bedrijventerrein onderzocht. De meeste woningen op De Faktorij en De Vendel zijn goed geschikt om door middel van een individuele aanpak aardgasvrij te worden. Per woning is er wel een aanzienlijke investering nodig om van het aardgas af te komen. Omdat de woning gemiddeld genomen echter veel warmte nodig hebben en veel aardgas gebruiken is een aardgasvrije oplossing vrij goed terug te verdienen – al kunnen er per woning aanzienlijke verschillend optreden. Vanwege de relatief grote afstand tussen de woningen en ligging op een bedrijventerrein verwachten we weinig tot geen extra geluidsoverlast door warmtepompen. Ook is er naar verwachting in de woningen altijd wel voldoende ruimte te vinden voor een warmtepompinstallatie, juist omdat het om wat grotere woningen gaat. Een hybride warmtepomp is voor de woningen ook een aantrekkelijke optie. Een hybride warmtepomp is eenvoudiger toe te passen zonder al te grote investeringen in de woning. Bij investering in een hybride warmtepomp schuift het moment van volledig aardgasvrij worden naar achteren: het vermogen van een hybride warmtepomp is te weinig om de hele woning te verwarmen.

In bijlage 4 is een samenvatting gegeven van de ingeschatte kosten en baten van voortzetting van het aardgas of keuze voor hybride of all electric en is een tweetal brochures te vinden die toelichten welke stappen er nodig zijn om een gemiddelde woning op De Faktorij en De Vendel aardgasvrij te maken. Inventarisatietraject bedrijfspanden In hoofdstuk Totstandkomingsproces is al aangegeven dat een belangrijke bron van informatie over de haalbaarheid van een aardgasvrij bedrijventerrein voortkomt uit bezoeken aan individuele bedrijven.

Uit de inventarisatie blijkt dat voor de verwarming van bedrijfs- en kantoorpanden een warmtepomp het meest voor de hand liggende alternatief is voor aardgas. Op dit moment wordt de mogelijkheid voor het toepassen van warmtepompen sterk bepaald door de netcongestie voor afname van elektriciteit, die vanaf november 2022 van kracht is in Veenendaal. Voor bedrijven met weinig overschot in het huidige gecontracteerde vermogen is een warmtepomp daarom op korte termijn onuitvoerbaar. De verwachting is dat er pas vanaf 2029 weer voldoende netcapaciteit beschikbaar komt om grootschalig warmtepompen te kunnen installeren.

Kosten van de gekozen oplossing: gehele bedrijventerrein

De terugverdientijd van de warmtepomp is voor bedrijven vaak aan de hoge kant. In het hoofdstuk ‘Afwegingskader’ is al aangegeven dat voor bedrijven een maatregel die zich op lange termijn terugverdient vaak niet aantrekkelijk is om te nemen, omdat andere investeringen rendabeler zijn. Er spelen bij de afwegingen van bedrijven dan ook andere zaken een rol: een courant en representatief pand, goed klimaatbeheersing, koeling voor werknemers en voldoen aan eisen van de overheid.

2 individuele oplossingen: • lucht-water (Lwp) • bodem/water warmtepompen (Bwp)

Voor een aantal panden is gebleken dat overstap op een warmtepomp volgens de berekeningen een dermate hoge investeringen vraagt dat dit niet in verhouding staat tot het pand. Herontwikkeling ligt dan meer voor de hand. In bijlage 5 zijn resultaten van het onderzoeksproces bij de individuele bedrijven weergegeven. Het onderzoek naar deze bedrijven loopt nog door in 2024. Perspectief warmtepompen voor utiliteit Er zijn verschillende typen warmtepompen. Wat is de toepasbaarheid van verschillende typen warmtepompen per type bedrijf? In bijlage 6 is dat verder uitgewerkt.

In bijlage 7 is de technische analyse die in de Transitievisie Warmte 1.0 is gemaakt voor De Faktorij en De Vendel12 opgenomen. Hierin is een vergelijking gemaakt van maatschappelijke- en eindgebruikerskosten van verschillende alternatieven voor aardgas, op verschillende schaalniveaus. Zo is er gekeken welke kosten er zijn voor een klein, middelgroot en groot (gehele bedrijventerrein) cluster van bedrijven/kantoren. Daarbij zijn 6 verschillende technische varianten doorgerekend voor ruimteverwarming:

4 collectieve oplossingen • o.b.v. restwarmte uit de nabijgelegen rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) • energie uit oppervlaktewater Zijdewetering/Valleikanaal (TEO) • (condens-) restwarmte van bedrijven met koeling (Cond) • drycoolers’ (Dry) Om te onderzoeken of er een significant verschil is in kosten van warmteoplossingen tussen kantoorpanden of bedrijfshallen is ervoor gekozen om kleine, middelgrote en grote clusters kantoren en bedrijfshallen (‘industrie’) door te rekenen. Voor het ‘grote’ cluster zijn de uitkomsten identiek aangezien dit cluster het gehele bedrijventerrein beslaat (zowel kantoor- als industriepanden). In onderstaande grafieken zijn de resultaten samengevat, zowel voor maatschappelijke/nationale kosten (TNK) als voor eindgebruikerskosten (TCO).

12 In de Transitievisie Warmte 1.0 is deze analyse globaal beschreven in hoofdstuk 6.8.1. De hier weergegeven resultaten zijn de achterliggende uitkomsten van de ‘Warmtetool’ die door adviesbureau De Warmtetransitiemakers is gebruikt in de analyse.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 24

Industrie TCO

€ 200

Middelgroot cluster

Klein cluster

Groot cluster

Dry

RWZI

TEO

Cond

Lwp

Groot cluster

€ 300

Klein cluster

Middelgroot cluster

Groot cluster

Klein cluster

Middelgroot cluster

Dry

RWZI

TEO

Cond

Lwp

Bwp

Dry

RWZI

Dry

RWZI

TEO

Cond

Lwp

Bwp

Dry

RWZI

TEO

Cond

Lwp

Bwp

Dry

RWZI

€0

TEO

€ 100

€0

Cond

€ 100

TEO

€ 200

Cond

€ 200

Lwp

€ 300

€ 500 € 400

Bwp

€ 500 € 400

€ 700 € 600

Dry

€ 600

€ 800

RWZI

€ 700

TEO

€ 800

Figuur 16: Berekende jaarlijkse nationale kosten per WEQ van verschillende technische oplossingen, voor een klein, middelgroot en groot cluster van kantoren (hoofdzakelijk De Vendel)

€ 900

Cond

€ 900

€ 1000

Lwp

Figuur 15: Berekende jaarlijkse nationale kosten per WEQ van verschillende technische oplossingen, voor een klein, middelgroot en groot cluster van kantoren (hoofdzakelijk De Vendel)

Bwp

€ 1000

Lwp

Middelgroot cluster

Kantoren TCO

Kantoren TNK

Bwp

Bwp

Dry

RWZI

TEO

Cond

Lwp

Bwp

Dry

RWZI

TEO

Cond

Lwp

Bwp

Dry

RWZI

TEO

Cond

Lwp

Bwp

Klein cluster

Dry

€ 100 €0

€0

RWZI

€ 100

TEO

€ 200

€ 300

Cond

€ 300

€ 500 € 400

Lwp

€ 400

€ 600

Bwp

€ 500

€ 700

Dry

€ 600

€ 800

RWZI

€ 700

TEO

€ 800

Figuur 14: Berekende jaarlijkse total cost of ownership per WEQ van verschillende technische oplossingen, voor een klein, middelgroot en groot cluster van indus­ triële bedrijven (hoofdza­ kelijk Faktorij)

€ 900

Cond

€ 900

€ 1000

Lwp

Figuur 13: Berekende jaarlijkse nationale kosten per woning­equivalent (WEQ13) van verschillen­ de technische oplos­ singen, voor een klein, middelgroot en groot cluster van industriële bedrijven (hoofdzakelijk Faktorij)

€ 1000

Bwp

Industrie TNK

Groot cluster

13 Woningequivalent of ‘WEQ’ is een maat om de warmtevraag van bedrijven, uitgedrukt in het aantal woningen met een ‘standaard’ warmtevraag. In dit onderzoek is 1 WEQ gelijk aan 30 Gigajoule (GJ) warmte. Dit staat gelijk aan ongeveer 950 m3 aardgas.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 25

Er is ook doorgerekend wat de eindgebruikerskosten zijn van het goedkoopste alternatief voor aardgas ten opzichte van het doorzetten van aardgasgebruik. Met de uitgangspunten van de berekening (gedaan in 2020) zien we de TCO ongeveer met met 10% toenemen ten opzichte van aardgas (van ca. € 630 per weq per jaar naar € 700 per woningequivalent per jaar). We kunnen aannemen het aardgasvrije alternatief de afgelopen jaren relatief gunstiger is geworden door de hoge aardgasprijzen en in de toekomst daarnaast aantrekkelijker zal worden onder druk van weten regelgeving en aanpassingen in de prijsstelling door de Rijksoverheid en op basis van EU-beleid. Op basis van deze berekeningen verwachten we dat het toepassen van individuele warmteoplossingen op De Faktorij en De Vendel in ieder geval geen negatief effect heeft op maatschappelijke kosten van de energietransitie, in vergelijking met andere aardgasvrije oplossingen. Vanwege de hoge onzekerheidsmarges in dergelijke berekeningen en de sterke afhankelijkheid van externe aspecten zoals toekomstige prijsstelling en wet- en regelgeving, is ervoor gekozen om geen nieuwe doorrekening te maken van maatschappelijke kosten op basis van de gekozen

eindoplossing en genoegen te nemen met de berekeningen uit 2020 als indicatie van het kostenverschil.

Kosten van de gekozen oplossing: per bedrijf De analyse in de vorige paragraaf liet zien dat een individuele oplossing vanuit het oogpunt van zowel nationale als eindgebruikerskosten voor de hand ligt. Dit was een analyse op een hoger abstractieniveau, op basis van modelberekeningen. Maar hoe zit met de individuele bedrijven: is er veel verschil in de kosten per bedrijf? Op het moment van schrijven van dit buurtuitvoeringsplan is er van 20 bedrijven op het terrein inzichtelijk gemaakt welke stappen er nodig zijn om aardgasvrij te worden en welke kosten dat met zich meebrengt. Hieronder zijn enkele resultaten weergegeven:

Totaal aantal bedrijven geïnventariseerd

20

Totaal aardgasverbruik geïnventariseerd

336.239 m3

Kleinste aardgasverbruik

2.080 m3

Grootste aardgasverbruik

72.500 m3

Kleinste berekende terugverdientijd aardgasvrij worden

7 jaar

Hoogst berekende terugverdientijd aardgasvrij worden

Geen TVT

Aantal bedrijven dat aardgas gebruikt voor productieproces % van totaal aardgasverbruik bedrijventerrein

2 15%

Geschatte totale investeringskosten voor de geïnventariseerde bedrijven om aardgasvrij te worden

€ 3.000.000

Geschatte totale investeringskosten voor het gehele bedrijventerrein om aardgasvrij te worden

€ 20.000.000

In onderstaande grafiek is met een puntenwolk aangegeven wat de investeringskosten per bedrijf zijn om 1m3 aardgas per jaar te besparen door aardgasvrij te worden. Gemiddeld kost dit zo’n 15 euro/m3, maar dit varieert sterk: van zo’n 5 tot 25 euro/m3. Dit laat zien dat per bedrijf de kosten van het aardgasvrij worden sterk verschillen. Dit lijkt voor een groot deel samen te hangen met de ouderdom van het pand. Investeringskosten aardgasvrij per m3 huidig gebruik

Uit deze analyse blijkt dat er geen significant verschil is tussen de kosten voor een warmtenet en individuele oplossingen. Met name (individuele) lucht/water warmtepompen lijken relatief wat lager uit te komen wat betreft nationale kosten. Bij de eindgebruikerskosten (TCO) komen warmtenetten iets gunstiger naar voren, echter blijven de verschillen met individuele technieken beperkt. Omdat een groot warmtenet niet in één keer gerealiseerd zal zijn en daarnaast de aanname in de berekening is dat er bij een warmtenetontwikkeling een 100% participatiegraad is (wat in de praktijk niet gehaald zal worden), is dit theoretische kostenvoordeel voor warmtenetten in de praktijk waarschijnlijk niet te realiseren.

€30 €25 €20 €15 €10 €5 0

10.000

20.000

30.000

40.000

50.000

Jaarlijks aardgasverbruik (m3)

Figuur 17: Spreiding van investeringskosten voor aardgasvrije oplossingen.” In deze getallen is een aantal aspecten nog niet meegenomen: • Kosten en baten door verwijderen aardgasaansluiting enerzijds en het vergroten van de elektra-aansluiting anderzijds. • Stijging van kosten van het aardgasverbruik door hogere belastingen. Met name voor grootverbruikers (meer dan 170.000 m3/jaar) wordt de komende jaren een grote belastingverhoging op aardgas voorzien14. Tegelijkertijd daalt de energiebelasting op elektriciteit. Dit zal de businesscase/terugverdientijd voor warmtepompen (met name voor grootverbruikers van aardgas) verbeteren.

14 Op basis van huidig voorgenomen beleid wordt de energiebelasting op aardgas in de 3e schijf verhoogd van 0,10/m3 in 2023 naar €0,58/m3 in 2030. De 4e schijf wordt verhoogd van 0,05/m3 in 2023 naar €0,46/m3 in 2030. De 3e schijf betreft aardgasverbruik van 170.000-1.000.000 m 3, de 4e schijf 1.000.000-10.000.000 m3. Op De Faktorij en De Vendel zijn er momenteel 17 grootverbruikaansluitingen voor aardgas, echter worden deze aansluitingen in de meeste gevallen maar heel beperkt benut.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 26

Door te kijken naar de kosten per bedrijf valt op dat het kostenperspectief om aardgasvrij te worden sterk zal verschillen per ondernemer. Dit uit zich ook in zeer uiteenlopende terugverdientijden.

Verschillende smaken binnen de gekozen richting: woningen De keuze voor individuele oplossingen biedt meerdere technische mogelijkheden om aardgasvrij te worden. Voor individuele verwarming van de woning én het tapwater, zonder gebruik te maken van aardgas, zijn er grofweg de volgende vier oplossingen die weer in verschillende subtypes kunnen worden verdeeld: • Lucht-water warmtepompen • Lucht-lucht warmtepomp i.c.m. elektrische tapwaterverwarming • Bodemwarmtepompen • PVT-Warmtepompen Voor het aardgasvrij koken benoemen we één oplossing: • Koken met een inductiekookplaat

“Ik zou het toejuichen als we van het gas afkunnen, maar ik geloof niet dat het mogelijk is bij deze woningen, gezien de bouwaard en de omvang van de woningen.”

PVT

bodemwarmte

lucht-lucht

“Veel ovens werken bijvoorbeeld op gas, omdat ze ooit ontwikkeld zijn in de jaren 70 toen gas goedkoop was. Er kan allang op inductiegebied of elektrisch veel zuiniger gewerkt worden in vermogen. Dit vraagt vaak een grote investering van de ondernemer, die hij/zij niet krijgt van een commerciële instelling zoals een bank en ze dus niet verder kunnen.”

Lucht-water

• Kostenverlaging door fiscale regelingen en/of subsidies (voor bijv. de Energie-investeringsaftrek levert dit ca. 11% kostenbesparing op) • Prijsontwikkeling warmtepompen • Waardevermeerdering van een pand door investeringen • Gemiste huurinkomsten of extra kosten voor vervangende bedrijfsruimte bij grootschalige renovatie

Geluid in gebouw Geluid buiten gebouw Koeling mogelijk? Energie-efficientie verwarmen Energie-efficientie koelen

Volledig elektrisch verwarmen (door middel van bijvoorbeeld infraroodpanelen en elektrische boilers) is waarschijnlijk voor geen enkele woning op De Faktorij en De Vendel een geschikte oplossing. Dit is enkel een optie voor woningen met een zeer laag aardgasverbruik – en zal dan nog steeds zorgen voor hoge energielasten ten opzichte van een cv-ketel op aardgas en een hoge belasting van het elektriciteitsnet. Omdat de woningen op De Faktorij en De Vendel (voor zover kon worden nagegaan) allemaal een gemiddeld tot hoog aardgasverbruik hebben, is deze optie niet weergegeven. In bijlage 8 zijn de verschillende individuele oplossingen verder uitgewerkt. De oplossingen die genoemd zijn, vormen op dit moment het pallet waaruit de bewoners van De Faktorij en De Vendel kunnen kiezen15. Door innovatie, voortschrijdend inzicht of wet- en regelgeving kunnen er opties bijkomen of afvallen. Het gaat dus om technieken die nu al goed leverbaar en toepasbaar zijn. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de vier uitgewerkte aardgasvrije varianten, met hun voor- en

Belasting elektriciteitsnet Aanschafkosten Ruimte nodig in de woning Aanpassing warmte-afgiftesysteem (radiatoren/vloerverwarming) wenselijk Meest geschikt Redelijk geschikt

Neutraal

Minder geschikt Minst geschikt

Figuur 18: Schematische weergave van een aantal voor- en nadelen van de verschillende aardgasvrije oplossingen.

nadelen. Welke van deze varianten geschikt is voor een woning is maatwerk en hangt onder af van de woning zelf, gebruik van de woning en wensen en prioriteiten van de eigenaren. Op De Faktorij en De Vendel zal bijvoorbeeld het geluid van een warmtepomp en de ruimte die het vraagt binnen de woning relatief wat minder van belang zijn.

15 Kiezen van de juiste oplossing vraagt inzicht in de specifieke situatie van de bewoners. In deel II van dit buurtuitvoeringsprogramma zijn de acties opgenomen die de gemeente wil nemen om bewoners te ondersteunen bij hun keuzes.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 27

Energie-efficiëntie van warmtepompen. Een warmtepomp maakt slim gebruik van het principe dat er energie (en dus warmte) zit in onze omgeving (lucht, water, bodem, ect), óók als het vriest. De energie die een warmtepomp nodig heeft, wordt niet zozeer gebruikt om te verwarmen, maar om koude en warmte van elkaar te scheiden en de warmte vervolgens te gebruiken om de woning te verwarmen (of te koelen in de zomer). Zo kan met 1 eenheid elektrische energie vaak wel 4 keer zoveel warmte (of koude) worden gemaakt. Dit wordt uitgedrukt in een getal: de COP-waarde. Een waarde van 1 betekent dat van 1 hoeveelheid elektrische energie eenzelfde hoeveelheid warmte wordt gemaakt. Een waarde van 4 betekent dat van 1 eenheid elektrische energie 4 eenheden warmte wordt gemaakt. De efficiëntie van warmtepompen hangt vooral samen met het temperatuurverschil dat overbrugd moet worden. Is het buiten -20 en moet er binnen warmwater van 60 graden worden gemaakt, dan is de efficiëntie laag. Is het buiten 10 graden en wil de bewoner water van 35 graden, dan is de efficiëntie een stuk hoger. De efficiëntie van een warmtepomp, gemiddeld over een seizoen, noemen we de SCOP.

Verschillende smaken binnen de gekozen richting: bedrijfspanden Voor bedrijfspanden blijkt in de individuele adviestrajecten dat een warmtepomp de meest effectieve manier is om een pand aardgasvrij te verwarmen. Net als bij woningen zijn er verschillende varianten, met hun voor- en nadelen. Bij bedrijfspanden valt op dat deze vaak al zijn voorzien van airconditioning. Deze airco’s worden steeds vaker ook gebruikt om bij te verwarmen in de winter en functioneren

dan feitelijk al als een soort ‘hybride’ warmtepomp. Om aardgasvrij te worden zal gekeken moeten worden hoe een warmtepomp zo goed mogelijk samen kan werken met de airconditioning. Omdat warm tapwater bij de meeste bedrijven maar een klein deel is van de energievraag, speelt dit een minder grote rol in de totale kosten van het aardgasvrij worden bij bedrijven. Er zijn wel ruimtes, zoals bedrijfshallen, waarbij het alleen nodig is om enkele werkplekken te verwarmen. In dat geval kunnen bijvoorbeeld infraroodpanelen zorgen voor een comfortabele werkplek. Ook warmtepompheaters bieden de mogelijkheid om warmte gericht naar een specifiek deel van een bedrijfshal te sturen. In bijlage 6 is aangegeven welke varianten warmtepompen er zijn voor bedrijven en hun toepassingsbereik, voor- en nadelen. Uit de analyse met de warmtetool in de Transitievisie Warmte 1.0 is naar voren gekomen dat naast individuele oplossingen, kleincollectieve oplossingen een optie kunnen zijn voor de Faktorij en de Vendel. Enkele bedrijven/ pandeigenaren nemen in dat geval stappen om samen gebruik te maken van één warmtevoorziening. Meestal betekent dit een collectieve warmtepomp voor een aantal gebouwen of een individuele warmtepomp per gebouw met hieraan gekoppeld een gemeenschappelijk bron in de bodem, een warme- koude opslag (WKO).

In bijlage 9 is een aantal mogelijkheden voor (klein-)collectieve warmtevoorziening verder toegelicht.

Verschillende smaken binnen de gekozen richting: procesgas Voor bedrijven die aardgas gebruiken voor hun productieproces is er op korte termijn weinig mogelijk. Zelfs al is het overgaan op een elektrisch productieproces financieel haalbaar (wat nu meestal niet zo is), dan is het benodigde elektrische aansluitvermogen meestal zodanig

Figuur 19: Voorbeeld van een warmtepompheater voor bedrijfshallen (https://templaribenelux.nl/)

groot dat uitbreiding van de elektriciteitsaansluiting nodig is. Tot en met 2029 (maar mogelijk ook enige tijd daarna) is dit niet mogelijk als gevolg van netcongestie die in november 2022 is afgekondigd voor Veenendaal (en in een groot gebied daaromheen). Een mogelijke oplossing zit in het slim gebruik maken van het elektriciteitsnet, door gezamenlijk energie op te wekken en te delen. Dit is echter nog volop in ontwikkeling en vraagt van bedrijven bereidheid om (schaarse) aansluitcapaciteit te willen gaan delen met ander bedrijven. De vraag is daarbij of de ruimte die vrijkomt door slim energie uit te wisselen voldoende is bij grootschalige elektrificatie van bedrijfsprocessen. Dit zal namelijk voor een aanzienlijke extra capaciteitsvraag zorgen. Bovendien zou bij zo’n onderlinge, slimme oplossing betrouwbaarheid zeer goed geborgd moeten zijn: voor bedrijven die elektriciteit nodig hebben voor hun bedrijfsproces is dit vaak van cruciaal belang.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 28

1

2

3

4

5

Essentieel

Rooskleurig

Op termijn

Oog in het zeil houden

Zero priority

Toepasbaar bij:

Toepasbaar bij:

Toepasbaar bij:

Toepasbaar bij:

Toepasbaar bij:

• Grondstof voor productie mest • Bij zeer hoge temperaturen gedurende productieprocessen

• Grondstof in plastic- en staalindustrie (Ter vervanging van fossiele grondstof) • Intercontinentaal vliegen en varen

• Niches gebouwde omgeving • Binnenvaart • Continentaal vliegen

• Hoge temperatuur industriële proceswarmte • Internationaal wegvervoer

• Lage temperatuur industriële procesruimte • Verwarmen douchen koken • Regionaal en nationaal wegverkeer • Treinen, bussen, personenvervoer

Figuur 20: Overzicht van prioritering van de toepassing van (schaarse) waterstof. Hoge temperatuur industriële proceswarmte heeft ten opzichte van andere toepassingen nog steeds een lage prioriteit. Vrij naar: ceos4climate.eu Voor deze bedrijven kan een overstap op duurzaam gas toekomstperspectief bieden. Dit kan zowel gaan om waterstof als om groengas. Voor beide gassen zijn er ruwweg 3 scenario’s die aangeven hoe duurzaam gas op termijn aardgas zou kunnen vervangen

om bedrijven met procesgas op waterstof aan te laten sluiten. Tegelijkertijd is het van belang om te kijken of op termijn elektrische oplossingen zich verder ontwikkelen waardoor de vraag naar waterstof mogelijk helemaal zal komen te vervallen.

• Lokale productie (elektrolyse en/of biovergisting op het bedrijventerrein) • Aanvoer over de weg (tube trailers) • Aanvoer via een pijpleiding.

Voor groengas zijn de perspectieven in de periode tot 2030 gunstiger dan voor waterstof. Groengas wordt nu al bijgemengd in aardgasleidingen. Bovendien heeft de landelijke overheid een grote ambitie om in 2030 20% van het aardgas te vervangen door groengas. Dit vraagt echter een toename van zo’n 1000% van de geproduceerde hoeveelheid biogas in 10 jaar. Een erg ambitieuze doelstelling. Hoe meer woningen, bedrijfsgebouwen en buurten van het aardgas worden afgesloten, hoe hoger het percentage groengas dat overblijft om bijvoorbeeld bedrijven met procesgas op De Faktorij en De Vendel te kunnen verduurzamen. Groengas zal naar verwachting vrij schaars blijven omdat de bronnen

In bijlage 10 is het perspectief voor waterstof aangegeven. Hieruit blijkt dat zeker tot 2040 en naar verwachting ook tot 2050 waterstof nog niet in beeld is als realistisch alternatief voor aardgas. De toepasbaarheid van waterstof in de periode 2040-2050 is nog onzeker. Om waterstof op termijn beschikbaar te maken in Veenendaal zal een actieve lobby nodig zijn en meer onderzoek wat effectieve strategieën zijn

om groengas te produceren (in tegenstelling tot waterstof) uiteindelijk beperkt zijn. Lokale productie van groengas op een wat groter schaalniveau zou passend kunnen zijn bij een bedrijventerrein. De huidige (milieu-) ruimte hiervoor is echter beperkt op De Faktorij en De Vendel.

Hybride warmtepomp: alternatief of tussenstap? Hierboven staan de eindoplossingen genoemd die geschikt zijn om een woning of bedrijf helemaal aardgasvrij te maken. De hybride warmtepomp is echter al een grote verbetering ten opzichte van een cv-ketel, heeft een aanzienlijk lagere aanschafprijs en neemt minder ruimte in. Werking van hybride warmtepomp Hybride betekent dat er gebruik wordt gemaakt van twee technieken, die samen een gebouw verwarmen: een cvketel en een warmtepomp. De hybride luchtwarmtepomp werkt samen met de cv-ketel (op aardgas) en zorgt voor een aanzienlijke besparing op het aardgasgebruik. Alleen op koude dagen (als een warmtepomp minder efficiënt werkt en veel stroom vraagt) of wanneer snel opgewarmd moet worden springt de cv-ketel bij. De hybride warmtepomp zorgt niet voor warm tapwater, dit wordt door de cv-ketel verwarmd. Doordat bij kantoor- en bedrijfspanden het aandeel warm tapwater in de totale warmtevraag erg laag is, kan een hybride warmtepomp een groot deel van de warmtevoorziening voor zijn rekening nemen. Het verwarmen van (een gedeelte van) een gebouw met een airco16 kan ook gezien worden als een vorm van een hybride warmtepomp, wanneer er daarnaast nog een cv-ketel aanwezig is voor verwarming en/of het maken van warm tapwater.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 29

Tussenstap maar geen eindoplossing Omdat het buurtuitvoeringsplan een routekaart moet zijn naar een aardgasvrije buurt en er op De Faktorij en De Vendel geen overstap op duurzaam gas is voorzien om het pand te verwarmen, zijn hybride warmtepompen géén eindoplossing in deze buurt. Wel kunnen ze een interessante tussenoplossing zijn. Bijvoorbeeld als de isolatie van de gebouwen nog niet voldoende op orde is, of als een bewoner of ondernemer de investering in een volledig elektrische warmtepomp te hoog vindt.

Vanaf 2026 worden huiseigenaren én eigenaren van een bedrijfspand17 in principe verplicht om bij vervanging van hun cv-installatie een hybride warmtepomp18 te laten installeren of te kiezen voor een duurzaam alternatief, zoals een volledig elektrische warmtepomp of aansluiting op een warmtenet. Het kabinet wil hiermee voor leveranciers, installateurs en woning- en gebouweigenaren duidelijkheid bieden en is van plan om hiervoor het besluit bouwwerken leefomgeving te wijzigen. Naar verwachting zal dit zorgen voor een sterke toename van de toepassing van hybride warmtepompen. De keerzijde hiervan is dat, wanneer er is gekozen voor een hybride warmtepomp, de overstap naar een geheel aardgasvrije oplossing lastiger kan worden. Naar verwachting geldt dit vooral voor woningen, omdat een hybride warmtepomp vaak niet voldoende vermogen heeft om ook het hele huis te verwarmen en het warm tapwater over te nemen’ van de cv-ketel. Bij bedrijven komt het vaker voor dat er meerdere cv-ketels of warmteopwekkers staan opgesteld en is het vaak eenvoudiger om tussentijds over te schakelen van hybride naar geheel aardgasvrij. We zien hybride oplossingen dan ook als een goede tussenstap die naar verwachting veel gekozen gaat worden in de praktijk, maar die uiteindelijk niet bij het eindbeeld van een geheel aardgasvrij bedrijventerrein past.

16 Veel airco’s kunnen in de winter verwarmen. In feite is de airco een lucht/water warmtepomp. Deze termen kunnen door elkaar gebruikt worden. Het gaat in beide gevallen om een apparaat die lucht van buiten aanzuigt en de warmte of koude uit die lucht gebruikt om de lucht in de woning te verwarmen of te koelen 17 D it is van toepassing bij bedrijven met een verbruik van minder dan 50.000 kWh elektriciteit en 25.000 m³ aardgas. Voor bedrijven met een hoger energieverbruik (tot 170.000 m³ per jaar) is sinds 2023 de hybride warmtepomp onderdeel van de maatregelenlijst die onderdeel is van de Energiebespaarplicht bij een aardgasverbruik tot 170.000 m³ per jaar. Boven dit verbruik geldt er (nog) geen verplichting 18 De norm wordt naar verwachting gebaseerd op energie-efficiëntie voor ruimteverwarming. Het toepassen van airco’s voor verwarming kan mogelijk ook voldoende zijn om te voldoen aan de eis.

Energiekosten van een warmtepomp vergeleken met een cv-ketel Vaak wordt gezegd dat een warmtepomp goedkoper in het gebruik is dan een cv-ketel. Hoe zit dit? De energiekosten van een cv-ketel zijn min of meer direct verbonden aan de aardgasprijs (wanneer we uitgaan van een HR-ketel). Die van een warmtepomp wordt bepaald door de elektriciteitsprijs én het seizoensrendement van de warmtepomp, de SCOP( zie: “Energie-efficiëntie van warmtepompen”). Doordat de elektriciteits- en aardgasprijs in een min of meer constante verhouding tot elkaar staan, kunnen we berekenen vanaf welk SCOP een warmtepomp goedkoper is dan een cv-ketel wat betreft energieverbruik: Rekenvoorbeeld: 1m3 gas = 9,7 kWh warmte 1kWh gas kost in jan. 2023 €1,45/9,7 = 15 cent 1kwh netstroom kost max 40 cent vanaf 1 jan. 2023 Vanaf SCOP van 2,67 verdient een warmtepomp zich ongeveer terug in dit voorbeeld. Omdat warmtepompen vrijwel altijd een SCOP hebben die aanzienlijk hoger ligt dan 2,67, zijn de energiekosten van een warmtepomp in de regel dus lager dan van een cv-ketel. Door zelf stroom op te wekken is dit nog goedkoper, zeker zolang de ’salderingsregeling’ nog van kracht is. In de toekomst kan de warmtepomp in het gebruik nog gunstiger worden door o.a.

verbetering van rendement van de warmtepomp, gemiddeld hogere buitenluchttemperaturen als gevolg van klimaatverandering en verhoging van de energiebelasting op aardgas (ten opzichte van elektriciteit).

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 30

Omgevingsaspecten

Wat betekenen deze technieken voor de duurzaamheid, gezondheid en veiligheid in de buurt? De verschillende voorkeursalternatieven voor het gebruik van aardgas hebben invloed op de omgeving. In dit hoofdstuk kijken we naar een aantal omgevingsaspecten van deze technieken. Daarbij sluiten we aan op de belangrijkste thema’s uit de Omgevingsvisie van Veenendaal: hoe zorgen we voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving? Dragen de oplossingen daaraan bij - of juist niet? Omdat een bedrijventerrein een meer functioneel karakter heeft dan een woonbuurt, is beeldkwaliteit minder van belang dan in een woonbuurt. De praktijk op bedrijventerreinen is immers al dat allerlei installaties van buitenaf vaak goed zichtbaar zijn. Wel kijken we naar de inpassing die nodig is voor uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk in de buurt.

Impact op de bodem Met name warmtepompen die gebruik maken van bodemwarmte hebben een impact op de bodem. Hoewel in het gebied er op dit moment geen grote beperkingen zijn voor het aanleg van bodemenergiesystemen, is het wel

de vraag of het wenselijk is dat bodemenergiesystemen zonder beperkingen aangelegd kunnen worden. Het gaat dan met name om het risico dat ontstaat wanneer meerdere individuele (gesloten) bodemenergiesystemen worden gerealiseerd. Op bedrijventerreinen gaat het met name om wat grotere bodemenergiesystemen, waarmee een heel (kantoor-)pand van warmte voorzien kan worden. Daarbij speelt enerzijds het risico op een kwalitatief slechte boring, waarbij er bodemvervuiling op kan treden en anderzijds het risico dat beperkte capaciteit in de ondergrond inefficiënt wordt ingezet, zodat niet iedereen optimaal gebruik kan maken van bodemwarmte. Op zich is een bodemenergiesysteem voor bedrijven/ kantoren een geschikte oplossing. Op termijn zouden deze systemen nog aantrekkelijker kunnen worden, bijvoorbeeld als de salderingsregeling voor zonnepanelen vervalt en/ of de elektriciteitsprijzen per seizoen gaan variëren. Door de efficiëntie van een bodemwarmtesysteem kan dat in de wintermaanden een extra voordeel opleveren. Op dit moment is er echter nog geen grootschalige beweging waarbij bedrijven aardgasvrij worden door een bodemenergiesysteem te realiseren. Uit het inventarisatietraject voor het aardgasvrij maken van bedrijfspanden komt in de meeste gevallen een lucht/lucht of een lucht/water warmtepomp beter uit de bus dan een bodemwarmtepomp. Het risico lijkt daarmee voorlopig beperkt.

Uitvoerders moeten zich momenteel al houden aan bepaalde standaarden voor de uitvoering van de werkzaamheden, wat getoetst wordt door certificering. Als onderdeel van het uitvoeringsprogramma (zie deel II) is als actie opgenomen: een onderzoek naar de noodzaak van aanvullend bodembeschermingsbeleid.

Geluid Voor de woningen en bedrijfspanden op De Faktorij en De Vendel is de toepassing van lucht-lucht of luchtwaterwarmtepompen een goed alternatief voor aardgas. De meeste toegepaste warmtepompen hebben een buitenunit die geluid produceert. Sinds 1 april 2021 zijn er bij nieuwbouw en verbouw eisen gesteld aan het geluidniveau veroorzaakt door buitenunits van warmtepompen en airco’s. Artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 bepaalt dat een buitenunit maximaal 40 dB(A) mag veroorzaken op de perceelgrens met het aangrenzend perceel waar een woonbestemming geldt. Ook bij nieuw geplaatste warmtepompen bij bestaande woningen moet aan deze eisen voldaan worden. Dit zou de geluidsoverlast moeten beperken. Maar de toetsing voor het geluidniveau moet volgens het Bouwbesluit 2012 gedaan worden per afzonderlijke warmtepomp. Wat is het risico dat bewoners op De Faktorij en De Vendel significante extra hinder ondervinden van

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 31

warmtepompen, als woningen en bedrijven in hun omgeving massaal overstappen op een warmtepomp? De gemeente heeft in een andere, meer dichtbebouwde buurt van Veenendaal (Dragonder-Oost) een geluidsonderzoek laten uitvoeren naar de effecten van warmtepompen. Het ging daarbij om (hoofdzakelijk) rijenwoningen. Op De Faktorij en De Vendel is er meer ruimte tussen de woningen aanwezig en is de kans dus minder groot dat het cumulatieve effect van warmtepompen voor extra overlast zorgt. Het maakt nogal verschil of er om de 5-6 meter een geluidsbron geplaatst wordt (zoals in Dragonder-Oost), of om de 15-20 meter (wat meer aansluit op de situatie aan bijvoorbeeld de Munnikenweg). We doen dus de aanname dat het Bouwbesluit in deze buurt een goede basis biedt om geluidsoverlast van warmtepompen zo veel mogelijk te voorkomen en te kunnen handhaven wanneer niet aan de norm wordt voldaan.

Tegenover het wegvallen of verminderen van risico’s door het stoppen met aardgas, staat een toename van risico’s die te maken hebben met het toepassen van meer elektrische energie en warmtepompen. Hieronder is een aantal van deze risico’s benoemd: • Zonnepanelen brandveiligheid: de kans is groot dat meer gebruik van warmtepompen bedrijven en bewoners ook stimuleert om meer zonnepanelen te plaatsen. Hierdoor kan het risico op brand toenemen, vooral als installaties niet goed worden aangelegd. Voor bedrijven kan dit een grote financiële strop betekenen. De economische waarde van bijvoorbeeld opgeslagen goederen werkt soms door in extra hoge verzekeringspremies voor bedrijven die zonnepanelen laten plaatsen. Het risico is beperkt. • Toenemende kans op brand in elektrische installaties, met name bij werkzaamheden. Meer elektrificatie betekent: meer plekken waar het fout kan gaan. Aan de andere kant is elektrificatie soms reden om de elektrische installatie

te vernieuwen. Dit kan juist de kans op brand beperken. Voor de woningen zou dit een klein risico kunnen zijn. Bij bedrijven gaan we ervan uit dat een veilige elektrische installatie in belang van het bedrijf (en de verzekering) is en het risico daardoor beperkt blijft. Desalniettemin is dit een aandachtspunt bij de uitvoering van werkzaamheden. De belangrijkste verantwoordelijkheid ligt dan ook bij de uitvoerder, om installaties deugdelijk aan te sluiten. Hetzelfde geldt voor het elektriciteitsnetwerk in de buurt: Stedin dient de installaties goed te beheren en in de gaten te houden of de veiligheidsspecificaties van transformatoren en kabels niet overschreden worden door verduurzaming. De gemeente kan daaraan bijdragen door mee te denken over locaties voor infrastructuur en voldoende snelle vergunningsprocedures (indien nodig). • Legionella: warmtepompen werken op lagere temperatuur dan CV-installaties. De legionellabacterie doet het goed bij die temperaturen. Om dit tegen te gaan

Veiligheid in en om het bedrijfspand/de woning De verschillende aardgasvrije technieken hebben allemaal een eigen impact op veiligheid in de woning. In het algemeen kan gesteld worden dat het stoppen met aardgas betekent dat een aanzienlijk veiligheidsrisico in de woningen en in de buurt komt te vervallen (met name als gekozen wordt voor een all-electric oplossing). De kans op gasexplosies en koolstofmonooxidevergiftiging zal sterk afnemen. En natuurlijk is er het risico van klimaatverandering: hoe klein de bijdrage van De Faktorij en De Vendel ook is op de totale wereldwijde uitstoot; als de mensheid geen stappen zou nemen tegen klimaatverandering is, wordt de kans op overstroming steeds groter. De gevolgen zouden voor De Faktorij en De Vendel zeer ernstig zijn19. 19 De Faktorij en De vendel ligt, net als een groot deel van Veenendaal, erg laag. Bij een overstroming vanuit de Rijn bedraagt de overstromingsdiepte 2-5 meter. In 2050 is er al een middelhoge kans dat dit optreedt. Bron: klimaateffectatlas.nl

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 32

zijn warmtepompinstallaties van veiligheidsmaatregelen voorzien, bijvoorbeeld door het water in het systeem tijdelijk extra te verwarmen. Het risico is daardoor afgedekt vanuit bestaande voorschriften. • Explosiegevaar van propaan (en andere brandgevaarlijke koudemiddelen). Sommige nieuwe warmtepompen maken gebruik van propaan als koudemiddel. Dit heeft voordelen (o.a. een hogere temperatuur mogelijk, bij lekkage minder groot effect op het klimaat 20), maar propaan is een brand- en explosiegevaarlijke stof. Doordat het zwaar is, kan het zich makkelijk ophopen en daardoor explosies veroorzaken (al is de hoeveelheid propaan in een warmtepompinstallatie betrekkelijk klein). Het is belangrijk dat werkzaamheden aan een installatie worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel 21. Het risico is beperkt als volgens voorschriften gewerkt wordt. • Elektromagnetische straling. Gebruik van elektriciteit zorgt voor meer elektromagnetische straling. Nog altijd is niet geheel duidelijk of dit gezondheidseffecten kan hebben en hoe groot deze zijn. Toch wordt bijvoorbeeld bij het realiseren van transformatorhuisjes tegenwoordig beter rekening gehouden met het beperken van elektromagnetische straling. De elektromagnetische straling neemt sterk af naarmate de afstand tot een transformator groter wordt. Meer informatie is te vinden op de website van het Kennisplatform EMV.

Wanneer er op termijn duurzaam gas gebruik zou worden, brengt dit eigen risico’s met zich mee. Hieronder noemen we specifiek voor waterstofgas een aantal veiligheidsrisico’s. Voor groengas zijn de risico’s (bij gebruik) vergelijkbaar met aardgas. • Waterstof is snel ontvlambaar. Zelfs bij hele lage percentages waterstof in de lucht (tot 4%), kan waterstof tot ontbranding komen. Maar ook bij hele hoge concentraties

waterstof is het mengsel nog steeds ontvlambaar. • Waterstof vervluchtigt snel en is lichter dan lucht. Dit is een voordeel ten opzichte van aardgas. Wat een waterstofbrand echter extra gevaarlijk maakt, is dat waterstof kleurloos brandt. Als er zich horizontale steekvlammen voordoen, zijn deze slecht te zien. • Meer informatie: Factsheets Veiligheid Waterstof(dragers) | Publicatie | Rijksoverheid.nl

Duurzaamheid van de installaties zelf Met name een warmtepomp is een complex apparaat, waarbij de productie de nodige milieuimpact veroorzaakt. In 2023 verscheen er nog een bericht dat de milieuimpact van een warmtepomp 11 keer hoger was dan aanvankelijk gedacht22. Over het algemeen geldt echter dat de milieu-impact van de opwek/verwerking/transport van duurzame energie in verhouding klein is ten opzichte van de milieuwinst door het gebruik van duurzame energie; richting 2050 gaan we naar 100% CO2-vrije elektriciteit23. De impact die er is, kan bovendien in de toekomst verkleint worden door duurzamer produceren van apparaten, goed onderhoud en/of hergebruik/recycling aan het einde van de levensduur24. Naarmate we als gehele maatschappij steeds meer (bedrijfs-) processen verduurzamen neemt ook de milieu-impact van bijvoorbeeld warmtepompen steeds verder af. De koudemiddelen die warmtepompen en airco’s gebruiken en hoe daarmee wordt omgegaan, heeft effect op de milieuimpact tijdens de gehele levensduur. Bepaalde koudemiddelen kunnen een erg negatief effect hebben op de atmosfeer en hebben een opwarmend effect op

20 Zie ‘duurzaamheid van de installaties zelf’ 21 Zie: Propaan is veel gevaarlijker dan aardgas (vakbladwarmtepompen.nl) 22 Materialen in warmtepomp schadelijker voor milieu dan gedacht (nos.nl) 23 TNO: Milieuprestatie warmtepompen vrijwel altijd beter dan cv-ketel 24 Warmtepomp: tips en uitleg | Milieu Centraal

de atmosfeer dat wel tweeduizend keer hoger kan zijn dan dat van CO2. De totale hoeveelheden in de installatie zijn echter klein, en bij normaal beheer en onderhoud is het netto effect van lekkage beperkt. Het is daarnaast verplicht dat een installateur beschikt over een zogenaamd ‘F-gassencertificaat’. Als alternatief kan gebruik gemaakt worden gemaakt van andere koudemiddelen, zoals propaan, of kan een zogenaamde ‘monoblock’ warmtepomp gekozen worden, die geen gebruik maakt van externe leidingen voor koudemiddelen.

Impact van koudemiddelen op het klimaat Koudemiddel

Impact (GWP: opwarmend effect in vergelijking met CO2)

Koolstofdioxide/ CO2

1

Propaan

3

Ammoniak

0

Methaan (belangrijkste bestanddeel van aardgas)

28

R32

677

R410a

1924

Duurzaamheid van waterstof en groengas Er worden verschillende typen waterstof onderscheiden, afhankelijk van het productieproces en de eventuele bijproducten van dat productieproces (op volgorde van minst naar meest duurzaam): 1. Grijze waterstof: Waterstof geproduceerd uit aardgas (methaan) of andere fossiele brandstoffen. Bij productie komt CO2 vrij in de lucht. 2. Blauwe waterstof: Waterstof geproduceerd uit koolstofhoudende brandstoffen, maar waarbij de vrijkomende CO2 wordt opgevangen zodat het niet in de atmosfeer terechtkomt.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 33

3. Turqoise waterstof: Waterstof geproduceerd uit koolstofhoudende brandstoffen via pyrolyse. Hierbij komt (vaste) koolstof vrij in plaats van CO2. Deze techniek staat nog in de kinderschoenen. 4. Groene waterstof: Waterstof geproduceerd uit water door elektrolyse. Als de stroom die hiervoor wordt gebruikt uit duurzame bronnen komt, is dit CO2neutraal. De verwachting is dat de productie van groene waterstof de komende jaren sterk gaat toenemen. Daarmee komt er in principe een CO2-neutraal alternatief voor aardgas beschikbaar voor de industrie. Er zijn echter wel aandachtspunten. Zo is het omzettingsproces van elektriciteit naar waterstof en het transport en opslag erg energie-intensief. Zelfs als restwarmte van dit

“Van het gas af is voor ons een groot ding. Dan zou je om moeten naar een andere technologie. Er bestaan elektrische ovens. Dan zou enerzijds de energievoorziening voldoende moeten zijn en anderzijds heeft dat financiële consequenties. Zijn er in de tussentijd nog mogelijkheden? We produceren wat afval. Wellicht kunnen we dit omzetten naar een biogascentrale en op die manier een stukje van het gas vervangen? Er liggen mogelijkheden, maar daar moet je dan ook weer in investeren.”

omzettingsproces zou worden teruggewonnen komt de theoretische efficiëntie van verwarmen met waterstof niet boven een COP van 1 te liggen. Een warmtepomp maakt daarmee efficiënter gebruik van duurzame elektriciteit dan wanneer elektriciteit wordt omgezet naar waterstof. De Nederlandse overheid heeft een flinke ambitie om de productie van groengas op te schroeven richting 2030. De ambitie is om per 2030 jaarlijks minstens twee miljard kubieke meter groengas te produceren. Dat is bijna 10 keer zoveel als de huidige productie.

Figuur 21: Transformatorhuisjes zijn op bedrijventerreinen vaak al op privaat terrein aanwezig

De duurzaamheid van groengas hangt af van de herkomst van dit ‘groene gas’. Groengas wordt vrijwel uitsluitend gemaakt uit vergisting van biomassa. Dit kan komen uit afvalstromen uit landbouw, industrie en huishoudens. Elk van die reststromen bepaalt de duurzaamheid van groengas. Is groengas door mestvergisting (uit de bioindustrie) echt duurzaam te noemen? Daarnaast is het productieproces niet onomstreden. Mestvergisting heeft in het verleden regelmatig gezorgd voor klachten over stankoverlast en geluidsoverlast in de omgeving. Groengas kent dus – net als andere duurzame energiebronnen – vooren nadelen.

Ruimtelijke kwaliteit: inpassen elektrische infrastructuur Op De Faktorij en De Vendel zal er ruimte gevonden moeten gaan worden voor extra transformatoren, omdat de elektriciteitsvraag én het elektriciteitsaanbod in de buurt naar verwachting sterk zal stijgen. Wanneer er een actieve energiecoöperatie in het gebied ontstaat en de mogelijkheden om tussen bedrijven onderling energie uit te wisselen toeneemt, zou er ook extra ruimtevraag kunnen ontstaan voor energieopslag en -opwek. Wanneer er ook extra ruimte nodig is voor energieopslag, -opwek en bijvoorbeeld (publieke) laadinfrastructuur voor logistiek, neemt de ruimtevraag nog eens extra toe. Op het bedrijventerrein is weliswaar enige openbare ruimte beschikbaar, maar het plaatsen van de transformatoren gaat al snel ten kosten van groen in de openbare ruimte en/of parkeerplaatsen. Omdat er al parkeerproblematiek is op het bedrijventerrein én omdat de behoefte aan groen bedrijventerreinen de afgelopen jaren steeds verder toeneemt, is het wenselijk om uitbreidingsruimte voor deze nieuwe infrastructuur zo veel mogelijk te vinden op privaat gebied op het terrein, waar vaak aanzienlijke verharde oppervlaktes zijn die mogelijk efficiënter gebruikt kunnen worden.

Buurtuitvoeringsplan De Faktorij en De Vendel | 34

Planning

Wanneer is aardgasvrij mogelijk en welke stappen moeten we hiervoor zetten? In de eerdere hoofdstukken zijn de meest geschikte alternatieven voor aardgas en hun voor- en nadelen uitgewerkt. In dit hoofdstuk werken we toe naar de kern van het buurtuitvoeringsplan: wanneer kan de buurt aardgasvrij zijn en welke stappen zouden daarvoor doorlopen moeten worden?

Om te kijken welke datum realistisch is voor een aardgasvrije buurt, geven we een beschouwing van de belangrijkste beperkingen die we op dit moment zien om over te kunnen schakelen over een alternatief voor aardgas. Per factor geven we vervolgens aan hoe hard of zacht de beperking is en binnen welke tijd de

beperking opgelost kan worden. De buurt kan immers alleen aardgasvrij worden als de beperkingen ellemaal opgelost zijn. Hieronder is een overzicht gegeven van de geïdentificeerde beperkingen en met welk uitgangspunt ze het meeste te maken hebben: betaalbaarheid , betrouwbaarheid of duurzaamheid.

Betaalbaarheid

Betrouwbaarheid

Duurzaamheid

A. Terugverdientijd verduurzaming gebouw Het verduurzamen van de gebouwschil en de installaties voor verwarming vraagt investeringen

F.  Lokale aanpassingen elektriciteitsnet Er zijn aanpassingen nodig om het lokale elektriciteitsnet voor te bereiden op aardgasvrij. Dit kost tijd.

M. Beperkingen lokale opwek In het kader van duurzaamheid en betaalbaarheid is het wenselijk om opwek te combineren met de opgave voor aardgasvrij. Er zijn beperkingen om opwek breed toe te passen.

B. Terugverdientijd verduurzaming bedrijfsprocessen Een aantal bedrijven maakt gebruik van aardgas om een product te maken. Met name waar een hoge temperatuur nodig is, ontbreekt op dit moment vaak een betaalbaar alternatief voor aardgas

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14209564/1