3. Zienswijzennota en Nota ambtelijke wijzigingen Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Tekst van het document
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
28 van 55
Indiener 11 – gemeente Renswoude 3
We begrijpen de pijlen die de ontwikkeling nabij De Klomp weergeven. Deze staan in de openbare stukken van de verstedelijkingsstrategie Arnhem-NijmegenFoodvalley. Het gebied westelijk van Fort aan de Buursteeg valt hier echter naar onze mening niet onder. Hiernaast staat dat de ambitie is om groei mogelijk te maken zonder concessies aan natuur en landschap. Dat lijkt onmogelijk. Beter is daarom om zo min mogelijk concessies te doen.
De pijlen geven een algemene zoekrichting voor verstedelijking aan. We onderzoeken in regionaal verband wat de mogelijkheden zijn van verstedelijking bij De Klomp. Nu we nog niet weten hoe en waar verstedelijking landt in dit gebied is de verstedelijkingsrichting breed aangegeven. Hierbij is de ambitie om de groei mogelijk te maken zonder concessies te doen aan landschap en natuur. We zetten ons in voor een groene schil rondom de stad, waar natuur, landbouw en recreatie elkaar versterken. Samen met omliggende gemeenten, de provincie Utrecht en het waterschap verkennen we de mogelijkheden voor het gebied De Roode Haan. We onderschrijven dat concessies naar verwachting niet geheel voorkomen kunnen worden.
De zienswijze heeft aanleiding gegeven de volgende wijziging door te voeren: De zin op pagina 31 De ambitie is om groei mogelijk te maken zonder concessies te doen aan natuur, landschap en de kwaliteit van wonen, werken en leven in de regio. Wordt gewijzigd in: “De ambitie is om groei mogelijk te maken met zo min mogelijk concessies aan natuur, landbouw, landschap, ...”.
4
We waarderen de inzet van Veenendaal op de verbetering van de fietsverbinding met Renswoude en de inzet om de intercity status van Veenendaal De Klomp te behouden.
-
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
5
De Grebbelinie heeft een beschermde status. Bij woningbouw moet daar rekening mee gehouden worden.
Momenteel zitten we in de regio in een verkennende fase voor verstedelijking bij De Klomp. Hierbij willen we ons inzetten voor een groene schil rondom de stad Veenendaal, waar natuur, landbouw en recreatie elkaar versterken. Onze inzet is om de natuur te versterken en de gebieden van de Grebbelinie met elkaar te verbinden. We zijn het met indiener eens dat rekening gehouden moet worden met de beschermde status van De Grebbelinie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
29 van 55
Indiener 12 – gemeente Rhenen Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
We waarderen ambitie en integraliteit waarmee de gemeente haar ruimtelijke toekomst weergeeft en zijn blij met de belangrijke overeenkomsten tussen onze omgevingsvisies.
-
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
We zien gedeelde belangen voor onze inwoners. Zo kan de ontwikkeling en versterking van recreatieve voorzieningen binnen Veenendaal de druk op omliggende recreatiegebieden als Kwintelooijen verlagen. De inzet op goede bereikbaarheid en duurzame mobiliteit onderschrijven wij ook.
-
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
3
In de ontwerpvisie staat dat u in overleg met buurgemeenten de woningbouwopgave buiten de gemeentegrens wilt oppakken. Wij erkennen de urgentie van deze regionale opgave en werken daar coöperatief aan mee. We hechten hierbij sterk aan het behoud van regie over ruimtelijke ontwikkelingen binnen onze gemeentegrens
We waarderen de coöperatieve houding van Rhenen en respecteren de gemeentegrenzen. We kunnen en willen geen eigenstandige besluiten nemen over ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen. Zoals u terecht benoemt werken we daarom samen aan de realisatie van de regionale woningbouwopgave. Daarover zijn ook op regionaal, provinciaal en landelijk niveau afspraken gemaakt. Bijvoorbeeld in de regionale verstedelijkingsstrategie en de woondeal.
We geven zowel in tekst als op kaart duidelijker aan dat ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen op basis van samenwerking zijn en geborgd zijn in regionale afspraken. Hiermee benadrukken we het gezamenlijke en regionale aspect van verstedelijking grenzend aan Veenendaal bij De Meent en De Klomp. In de kaarten verbeelden we dit door tweezijdige pijlen te gebruiken om de wisselwerking tussen regio en Veenendaal hier sterker te benadrukken. In de legenda voor wonen benoemen we dit bijvoorbeeld als: “zoekgebied voor regionale woningbouw”.
Op basis van deze zienswijze en van andere buurgemeenten en de gesprekken die naar aanleiding hiervan zijn gevoerd concluderen we dat de regionale samenwerking en verstedelijkingsbehoeften onvoldoende blijken uit onze teksten. We passen daarom teksten en kaarten aan.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
30 van 55
Indiener 12 – gemeente Rhenen 4
Wij vragen van u om de omgevingsvisie, inclusief kaartmateriaal, te beperken tot de eigen gemeentegrenzen.
In de omgevingsvisie leggen we de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast voor de lange termijn. De visie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelrichting, waarbij we ook de positie van Veenendaal in de omgeving een plek geven. De gemeenteraad gaat hierbij niet over het grondgebied van buurgemeenten. Ontwikkelingen in de regio kunnen wel groot effect hebben op Veenendaal, zoals ook ontwikkelingen in Veenendaal effect kunnen hebben bij buurgemeenten. Bijvoorbeeld op mobiliteit, gebruik van voorzieningen, netcongestie, etc...
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Daarom werken we regionaal samen aan verstedelijking. Vanwege de ligging direct nabij Veenendaal en de impact op Veenendaal kiezen we ervoor om ook ontwikkelingen buiten de gemeentegrens mee te nemen. Dit is een weergave van gezamenlijke regionale openbare en bestuurlijk gedekte afspraken. Uiteraard blijven we samen in gesprek, conform afspraak om ontwikkelingen nader te onderzoeken.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
31 van 55
Indiener 13 – Provincie Utrecht Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Indiener vindt het goed dat de omgevingsvisie een plek heeft in een bredere context waarin ook ruimtelijke ontwikkelvisies van andere gemeenten, de provincie en het Rijk een rol spelen. Terecht verwijst de gemeente naar de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en het provinciale programma ‘Groen Groeit Mee” waaraan Veenendaal zich gecommitteerd heeft. Het is een complete en goed onderbouwde visie.
-
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
Indiener herkent de voorgenomen uitbreidingen rond station De Klomp en de Nieuwe Meent. Dit sluit aan bij de ambities van de Provincie. In de komende periode zal nader gebiedsonderzoek duidelijk maken wat er richting 2040 en daarna mogelijk is. Indiener benadrukt het belang dat kwaliteit en een duurzame, toekomstbestendige ontwikkeling vooropstaan.
We zijn blij dat de provincie Utrecht achter de zoekzones voor verstedelijking staat, zoals die ook genoemd zijn in de regionale verstedelijkingsstrategie en de ontwerp nota ruimte van het Rijk. Deze gebieden kunnen in een aanzienlijk deel van de lokale en regionale woningbouwopgave voorzien. Om te onderzoeken wat hierin de mogelijkheden zijn stemmen we graag af met onze buurgemeenten en de provincie Utrecht en provincie Gelderland.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
3
De indiener ziet graag het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG), het Bodem- en waterprogramma en de provinciale omgevingsvisie terugkomen in de omgevingsvisie.
We onderstrepen het belang van het beleid van de provincie. Relevant beleid willen we dan ook graag duidelijk opnemen in onze omgevingsvisie. De beleidsstukken die door de indiener worden genoemd zijn voor Veenendaal relevant en zijn om die reden nu duidelijk vermeld in de omgevingsvisie.
Het UPLG is toegevoegd aan punt 3 in hoofdstuk 6.3.3. Het ‘Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027’ is toegevoegd aan de lijst van onderliggende documenten in hoofdstuk 6.2.5.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
32 van 55
Indiener 13 – Provincie Utrecht 4
De suggestie wordt gedaan om het beter benutten van de bestaande voorraad ook te koppelen aan andere doelgroepen, anders dan alleen ouderen.
Het beter benutten van de bestaande woningvoorraad is een principe dat we in deze sterk verstedelijkte gemeente graag willen omarmen. We onderzoeken dan ook welke mogelijkheden er zijn om bijvoorbeeld woningen te splitsen of woonlagen toe te voegen op bestaande bebouwing. Dit doen we met het oog op huisvesting voor alle doelgroepen, inderdaad niet alleen voor ouderen. Om dit te benadrukken hebben we in het hoofdstuk 6 een passage hierover toegevoegd.
In hoofdstuk 6.4.1 is de volgende passage in de tweede alinea toegevoegd: ‘… gemeentegrenzen. Binnenstedelijk zetten we in op bestaande woningbouwplannen en onderzoeken we de mogelijkheden voor het beter benutten van de huidige woningvoorraad. De uitdaging…’
5
Het is belangrijk om ouderenhuisvesting te koppelen aan zorg en welzijn en daarbij ook te verwijzen naar regionale afsprakenkaders.
We vinden het belangrijk dat onze inwoners op een vitale manier ouder kunnen worden. Om die reden hebben we een alinea gewijd aan specifiek de huisvesting van ouderen en noemen we ook het afsprakenkader in de lijst met belangrijke onderliggende documenten. We benoemen hier dat we passende (zorg)woningen voor deze doelgroep willen realiseren in combinatie met wonen nabij voorzieningen en zorgzame gemeenschappen. Veenendaal draagt dit belang regionaal uit via haar thematrekkende rol op het gebied van wonen en zorg, waarin we een afsprakenkader ouderenhuisvesting hebben opgesteld als onderdeel van de woondealafspraken met provincie en rijk. Daarnaast hebben we in de Woonvisie 2022-2025 al invulling gegeven aan de oproep om een woonzorgvisie onderdeel te laten zijn van het woonbeleid. Om die reden wordt in de omgevingsvisie enerzijds verwezen naar de regionale samenwerking en afstemming van het woonbeleid en anderzijds verwezen naar de wettelijke verplichting om het volkshuisvestingsprogramma te koppelen aan het integraal beleidskader sociaal domein.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Antwoord wordt vervolgd op de volgende pagina
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
33 van 55
Indiener 13 – Provincie Utrecht Aansluitend hierop heeft gemeente Veenendaal tevens een thematrekkende rol voor het regionaal opstellen van het afsprakenkader aandachtsgroepen. Een deel van deze mensen behoort met de invoering van de Wet versterking regie op de volkshuisvesting tot een wettelijke urgentiecategorie. Hiervoor moeten regionaal afspraken gemaakt worden voor een evenwichtige verdeling over de gemeenten, waaronder (maar niet uitsluitend) Veenendaal. 6
Indiener vraagt zich af wat het streven wordt van de gemeente als het gaat om passende afstanden van woningen tot wegen.
Deze afweging maken we integraal met het uitwerken van de omgevingsvisie in de omgevingsprogramma’s of direct in het Omgevingsplan.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
7
Qua vitaliteit richt de ontwerp omgevingsvisie zich met name op ouderen, terwijl dit ook belangrijk is voor jongeren. Indiener wil weten hoe de gemeente hierop inzet.
We kennen als gemeente het BOSS-beleid. Dit beleid zet in op het realiseren van mogelijkheden voor Bewegen, Ontmoeten, Sporten en Spelen door groen toe te voegen of te versterken, in combinatie met sport- en speelvoorzieningen. Dit beleid komt terug in de visie in hoofdstuk 5 waar we spreken over een aantrekkelijke groene openbare ruimte en hoofdstuk 6 waar we het BOSS principe benoemen als te hanteren systematiek bij de inrichting van de leefomgeving. Bij gebiedsprofielen willen we dit principe naast woonwijken ook opnemen bij “stedelijk gebied” en “centrum”.
We nemen het principe van BOSS op als ontwikkelkans in de gebiedsprofielen “centrum” en “stedelijk gebied”.
8
Indiener vindt het zeer positief dat de gemeente Veenendaal de principes van water- en bodem-sturend omarmt en veel ambities uitstraalt in een klimaatbestendige en toekomstbestendige gemeente. Dit is in lijn met het provinciaal beleid. Onder de titels ‘Organisatie van de Ondergrond’ en ‘Drinkwater’ wordt de provincie als samenwerkingspartner wel gemist.
We vinden het belangrijk de partners op het gebied van bodem, water en ondergrond te benoemen. De provincie Utrecht is hierbij partner en voegen we toe als samenwerkingspartner.
In hoofdstuk 6.2.3 is onder het kopje 'Organisatie van de ondergrond' in punt 1 ‘provincie’ toegevoegd.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
34 van 55
Indiener 13 – Provincie Utrecht 9
Indiener begrijpt de focus op het stedelijke gebied. Veenendaal mag hiernaast trots op haar Natura2000 gebied de Hellen. Indiener vindt het waardevol als de gemeente in de visie dieper ingaat op ambities wat betreft Natura 2000 gebied en natuurrealisatie in de Groene contour.
Behoud van het Natura2000-gebied binnen de gemeentegrenzen vinden we belangrijk. Het maakt onderdeel uit van een veel groter gebied, namelijk het Binnenveld. We trekken actief op met gemeenten, provincies, het waterschap en andere belangrijke partijen om een gemeenschappelijke koers voor dit gebied uit te zetten. Voor de groene contour zetten we zoveel mogelijk in op het realiseren van natuur. Per locatie maken we hierbij een afweging wat een geschikte invulling is.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
10
Indiener geeft mee dat het juiste groen bijdraagt aan een meer klimaatbestendige leefomgeving. De suggestie is om bij het vergroenen ook bewoners te betrekken, bijvoorbeeld met zelfbeheer.
Als gemeente vinden we het belangrijk dat inwoners betrokken zijn bij hun fysieke leefomgeving. Een onderdeel daarvan kan zijn dat beheer van de groene ruimte (voor een deel) bij onze inwoners komt te liggen. Vooralsnog ligt dit voornamelijk bij inwoners zelf, die via de wijkmanager kunnen aangeven dat ze hierbij betrokken willen worden. Voor de inrichting van de openbare ruimte zetten we ons als gemeente nadrukkelijk in om onze inwoners daarbij te betrekken.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
11
Indiener suggereert om de opbouw van het hoofdstuk mobiliteit om te draaien, conform het STOMP-principe (stappen, trappen, OV, mobiliteit-als-dienst, privéauto).
Gelet op het autogebruik in Veenendaal en hoe belangrijk deze modaliteit op dit moment is voor de Veenendaalse inwoner is ervoor gekozen om de auto eerst te benoemen in de tekst van de omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
12
Indiener raadt aan om in lijn met andere grote steden in de provincie: lagere parkeernormen, uitbreiding van betaald parkeren en een lagere doorstroomsnelheid meer te betrekken in het mobiliteitsbeleid.
Voor parkeren hanteert de gemeente ‘de 4 B’s’ (beïnvloeden, benutten, beprijzen en bouwen) en kijken we gebiedsgericht naar de parkeeropgave. Deze parkeerstrategie bevat volgens ons de elementen die genoemd zijn in de zienswijze.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
35 van 55
Indiener 13 – Provincie Utrecht 13
Indiener mist enkele fietsroutes op de mobiliteitskaart voor de fiets, die wel onderdeel zijn van het regionale fietsnetwerk en een nieuwe doorfietsroute.
Een deel van regionale routes en nieuwe doorfietsroutes stond abusievelijk niet op de kaart. De ontbrekende routes nemen we op op de kaart. In het omgevingsprogramma Integrale mobiliteit (OPIM) nemen we netwerken voor alle verschillende vervoerswijzen op, waaronder de fiets. De kaarten uit de omgevingsvisie vormen hiervoor de basis. In het OPIM concretiseren we de routes verder en maken we een keuze tussen verschillende mogelijke tracés.
Een deel van regionale routes en nieuwe doorfietsroutes hebben we opgenomen op de kaart.
14
In zijn algemeenheid is de visie goed in lijn met het provinciale mobiliteitsbeleid. Indiener mist in de omgevingsvisie wel de samenhang tussen de verschillende maatregelen om mobiliteit te verbeteren. Ze worden te veel per modaliteit bekeken. Daarnaast zou de koppeling met woningbouw sterker kunnen volgens indiener.
We zijn het met indiener eens dat alle modaliteiten belangrijk zijn voor Veenendaal. Per modaliteit lichten we dit toe. De verschillende maatregelen hebben we in samenhang bekeken en per modaliteit uitgewerkt. Onder het kopje ‘Transitie naar schone en slimme mobiliteit’ omschrijven we de samenhang tussen de verschillende modaliteiten in relatie tot onze duurzaamheidsambities. We blijven graag in gesprek met de provincie over het ovnetwerk om deze uit te breiden en te intensiveren.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
15
Indiener vindt het zeer positief dat de gemeente stevig inzet op circulariteit. Indiener vraagt zich af of er voldoende ruimte in Veenendaal is voor de ambitie die de gemeente heeft op dit gebied.
In de omgevingsvisie staan meerdere ambities genoemd waarvoor nog niet duidelijk is of deze ruimtelijk gezien volledig passen. Toch streeft de gemeente ernaar om door middel van multifunctioneel ruimtegebruik en innovatieve oplossingen plaats te maken voor de genoemde ambities, dus ook op het gebied van circulair.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
36 van 55
Indiener 13 – Provincie Utrecht 16
Indiener raadt aan om bij het gebruik van de term “campus” aan te haken bij definities die het Rijk hanteert.
We zetten in op het clusteren van bedrijvigheid en kennis. De term ICT campus of campus komt voort uit de regionale afspraken, die zijn vastgelegd in de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (Novex). De naamgeving van de door ons gewenste clusters van ICT/Tech en ICT/Food bedrijven en van de ontwikkeling van het voormalige SKF-terrein is van belang voor onze economische positie. De naam zegt veel over de plek die Veenendaal inneemt binnen de regionale en landelijke economie. We vinden dan ook dat we dit zorgvuldig moeten voorbereiden en in regionaal verband af moeten stemmen. Daarmee zorgen we voor een duidelijke en toekomstbestendige naamgeving en daarmee een sterkere economische positie. Om die reden doen we op het moment nog geen uitspraken over de definitieve naamgeving in de omgevingsvisie en houden we feitelijke omschrijvingen aan.
We vervangen de termen ICT-campus en SKF Campus. We sluiten aan bij de feitelijke omschrijvingen: “Voormalig SKF Terrein” en de “clusters van ICT/Tech en ICT/Food bedrijven”.
17
Indiener geeft mee dat de onderbouwing van Veenendaal als ICT-stad sterker kan worden neergezet.
Veenendaal is dé ICT-stad in de regio en wil dat blijven. Dit benoemen we in de omgevingsvisie. Het belang hiervan onderstrepen we en willen we zo veel mogelijk op de juiste manier uitdragen. Wij hebben de kwaliteiten en ambities van Veenendaal op dit gebied in de paragrafen 6.5.1 en 6.5.3 omschreven, waarbij we aandacht hebben voor de balans met andere economische ambities.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
37 van 55
Indiener 13 – Provincie Utrecht 18
Indiener geeft aan dat historische infrastructuur en waterwegen als dragende historische structuur goed zijn meegenomen. Indiener heeft twee suggesties om erfgoed nog completer te maken: 1. Houd bij de inpassing van kleine tot middelgrote windturbines op bedrijventerreinen en langs infrastructuur rekening met de Grebbelinie. 2. Verwijs op de erfgoedkaart naar de buitenplaatszone ‘Prattenburg-Remmerstein’.
19
Volgens indiener kan meer aandacht aan het onderwerp archeologie bijdragen aan de compleetheid van de omgevingsvisie.
Bij het realiseren van kleinere of middelgrote windturbines op bedrijventerreinen verlenen we alleen toestemming als dat passend is in de omgeving. De visie benoemt dat in paragraaf 6.7.3. In lijn met de zienswijze houden we daarbij rekening met de belangen van de Grebbelinie.
Naar aanleiding van de zienswijze voegen we Buitenplaatszone Prattenburg-Remmerstein toe aan de kaart “Erfgoed en cultuurhistorische waarden”.
Het belang van buitenplaats Prattenburg-Remmerstein voor Veenendaal is groot. Ondanks dat landgoed Prattenburg slechts voor een klein deel binnen de gemeentegrenzen van Veenendaal ligt. We passen de kaart voor erfgoed en cultuurhistorie aan om het belang van deze locatie ook visueel weer te geven. Als gemeente zijn we zuinig op onze bodemschatten. We hebben archeologische waarden daarom goed in beeld gebracht en beschermingsregels opgenomen in ons omgevingsplan. Het belang van archeologie is kort omschreven in hoofdstuk 3.4 van de omgevingsvisie. Om het belang en onze visie op archeologie te verduidelijken nemen we een verwijzing naar de regels in het omgevingsplan op.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Aan de tekst over archeologische waarden in hoofdstuk 3.4 is de zin toegevoegd: “Archeologische waarden zijn vastgelegd en beschermd in het omgevingsplan”.
38 van 55
Indiener 14 – Natuur en Milieufederatie Utrecht Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
We zetten ons in voor behoud en adequaat beheer van het Natura2000-gebied binnen de gemeentegrenzen. Het is echter onderdeel van een groter gebied, namelijk het Binnenveld. We trekken daarom actief op met gemeenten, provincies, het waterschap en andere belangrijke partijen om een gemeenschappelijke koers voor dit gebied uit te zetten. Voor de groene contour zetten we zoveel mogelijk in op het realiseren van natuur. Hierbij maken we per locatie een afweging voor een geschikte invulling.
De zienswijze heeft aanleiding gegeven om de kaart ‘Groen, Blauw en Klimaatadaptatie’ aan te passen door NNN-gebieden en Natura2000 hieraan toe te voegen.
Indiener verzoekt om aantasting Natura 2000-gebied te voorkomen en te zorgen dat in het NNN geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Indiener mist daarbij de NNNgebieden en het Natura2000 gebied binnen Veenendaal op de kaart voor ‘Groen, Blauw en Klimaatadaptatie’.
De NNN-gebieden en het Natura2000 gebied binnen Veenendaal zijn per abuis niet goed weergegeven op de kaart voor ‘Groen, Blauw en Klimaatadaptatie’. Dit repareren we in de visie door deze gebieden toe te voegen aan de betreffende kaart.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
39 van 55
Indiener 14 – Natuur en Milieufederatie Utrecht 2
De indiener roept de gemeente op om in lijn met haar Natuurvisie Utrecht 2050 te handelen. Dit betekent: 1. Het bodem en watersysteem leidend te maken. 2. Nieuwe drinkwaterwinning uit grondwater te stoppen. 3. Een robuuste ecologische verbindingszone te realiseren tussen de Utrechtse Heuvelrug, de Gelderse Vallei en de Veluwe. 4. Rustgebieden in te richten voor dieren. 5. De groenblauwe dooradering in de Gelderse Vallei te versterken door het aanleggen van kleine landschapselementen. 6. Natuurinclusieve landbouw te stimuleren.
De Natuurvisie 2050 van indiener komt in de basis goed overeen met onze insteek.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Ad1) In de omgevingsvisie maken we de strategische keuze om water en bodem sturend te maken voor ruimtelijke ontwikkeling. Dit is verwoord in paragraaf 5.3. Ad2) Voor versterking van natuurlijke systemen kan de grondwaterstand van groot belang zijn. Hiernaast is de drinkwatervoorziening en leveringszekerheid hiervan cruciaal voor onze groeiende gemeente. We werken daarom samen met de provincie, het waterschap en Vitens om rekening houdend met de natuur hier keuzen in te maken. Ad 3) We werken aan het versterken van verbindingen. Daarbij benutten we onze groene inprikkers. De genoemde robuuste ecologische zuid-noord verbindingszone ligt buiten de gemeentegrenzen van Veenendaal geprojecteerd. Ad 4) Vanuit de gedachte van Groen Groeit Mee zien we de opgave om meer uitloopgebied te creëren rond Veenendaal. Zonering in mate van toegankelijkheid is daarbij van belang om de meest kwetsbare natuur niet te belasten. Ad 5) Binnen de regio en binnen het kleine oppervlak buitengebied van Veenendaal werken we samen aan het, bouwen we aan groen-blauwe dooradering. Bijvoorbeeld door in te zetten op GroenGroeitMee en het verhogen van ecologische verbindingswaarde van zowel onze groen- als waterstructuur. Ad 6) Wij sluiten ons aan bij de regionale koers, waarin onder andere natuurinclusieve landbouw wordt gestimuleerd.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
40 van 55
Indiener 14 – Natuur en Milieufederatie Utrecht 3
Indiener verzoekt het streefpercentage van 30% groen bij nieuwe ontwikkelingen vast te leggen in het omgevingsplan.
Als uit onderzoek blijkt dat het mogelijk is om het 30% streefpercentage voor groen te hanteren, dan gaan we dit borgen in ons instrumentarium. We moeten nog uitwerken of we dit vastleggen via een thematische wijziging van het omgevingsplan of per nieuwe ontwikkeling via een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
4
Indiener vraagt zich af op welke manier het principe ‘’water en bodem sturend’’ daadwerkelijk vertaald wordt naar concrete keuzes in locatiebepaling en planvorming van woningbouwplannen.
Bij grootschalige woningbouwplannen maken we een integrale afweging, waarbij we de water- en bodemsystemen meenemen als richtinggevend. Deze afweging ondersteunen we verder door een milieu effect rapportage (MER) op te stellen als dat wenselijk of nodig is. Hiermee wordt de bodemgesteldheid en de waterhuishouding meegenomen in de beoordeling van de geschiktheid van de locatie voor woningbouw. Bij een MER-procedure worden ook alternatieve locaties of invullingen bekeken en vergeleken, om tot de meeste geschikte locatie te komen.
Geen wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van deze zienswijze.
5
Indiener vraagt zich af wat wordt bedoeld met ‘schadelijke stoffen’ onder punt 6.2 in het hoofdstuk ‘Bodem en ondergrond’. Zij ziet graag dat de gemeente hier ook specifiek bestrijdingsmiddelen benoemt en verwijst naar de handleiding ‘Regulering bestrijdingsmiddelen’ van Natuur en Milieu en Urgenda.
Voor het beschermen van de leefomgeving tegen blootstelling van schadelijke stoffen volgen we de regionale aanpak die loopt via de omgevingsdienst. Bestrijdingsmiddelen spelen door de beperkte omvang van het buitengebied in Veenendaal geen prominente rol, maar verdienen regionaal gezien wel aandacht. We volgen dan ook op dit onderwerp de regionale aanpak op de onderdelen die voor Veenendaal relevant zijn.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
6
Indiener roept de gemeente op om ecologisch bermbeheer toe te passen, gericht op het vergroten van de natuurwaarden en bewoners actief te betrekken bij inrichting, beheer en monitoring. Dit ziet ze graag expliciet terug in de omgevingsvisie.
We passen ecologisch bermbeheer toe. We verhogen natuurwaarde van ons groen door ecologisch (of natuurlijk) beheer (6.3.3). Als gemeente staan we open voor initiatieven van onze inwoners die gaan over beter of ander beheer van de openbare ruimte. Vooral als zij daar zelf een rol in willen spelen. Dit loopt momenteel via de wijkmanagers, die deze initiatieven coördineren.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
41 van 55
Indiener 14 – Natuur en Milieufederatie Utrecht 7
Indiener waardeert dat de gemeente zich inzet voor het bevorderen van de biodiversiteit. Indiener roept de gemeente op om concrete verplichtingen in het omgevingsplan op te nemen die gaan over biodiversiteit, zoals het gebruik van inheemse soorten en plaatsen van voorzieningen voor flora en fauna.
We ambiëren een ecologisch sterk en biodivers Veenendaal te zijn in 2040. Het gebruik van inheemse soorten draagt hieraan bij. In de visie nemen we op dat we met inheemse beplanting de ecologische waarde van ons groen willen versterken. De suggestie voor een verplichting in ons omgevingsplan vinden we interessant. We gaan na of we hiermee op een efficiënte wijze kunnen bijdragen aan onze ambitie.
Aan paragraaf 6.3.3 formuleren we het punt over groenbeheer als volgt: “We verhogen de natuurwaarde van ons groen door ecologisch (of natuurlijk) beheer en leggen de nadruk op inheemse beplanting.”
8
Indiener waardeert dat de Kaderrichtlijn Water (KRW) is benoemt in de visie, maar mist de koppeling met het bijbehorende uitvoeringsprogramma. De Provincie Utrecht roept hierin gemeenten op om bepaalde vereisten te borgen in ruimtelijke ontwikkelingen. De oproep is om concrete maatregelen te noemen die de waterkwaliteit gaan verbeteren of behouden.
We dragen op verschillende manieren bij aan het behalen van de doelstellingen van de KRW. Zo leggen we (onder andere) standaard gescheiden riolering aan bij reconstructies van wegen, eisen we dit ook bij nieuwbouw en sloop/nieuwbouw en beheren we de openbare ruimte zonder gebruik van chemische middelen. Daarnaast werken we regionaal goed samen als het gaat om de waterhuishouding in en rondom het Binnenveld.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
9
Indiener raadt aan om de volgende zaken te benoemen in de omgevingsvisie om de positie van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen te verstevigen: 1. Het Convenant Toekomstbestendig Bouwen; 2. Natuurinclusieve woningen; 3. Multifunctioneel gebruik van daken.
Ad1) We hebben het Convenant Toekomstbestendig Bouwen ondertekend en onderkennen het belang van de doelstelling die daar in genoemd staan. Ad2) We onderstrepen het belang van natuurinclusief bouwen in Veenendaal. We hebben een Soorten Management Plan opgesteld, waarbij we ontwikkelaars en corporaties stimuleren om meer natuurinclusief te bouwen. Daarnaast kennen we het Puntensysteem als uitwerking van onze omgevingsvisie. In het puntensysteem stimuleren we ontwikkelaars eveneens om natuurinclusief te bouwen. Ad 3) Het belang van multifunctioneel ruimtegebruik is één van de belangrijkste strategische uitgangspunten in hoofdstuk 5. Meervoudig ruimtegebruik van daken valt daar onder.
De zienswijze geeft aanleiding de visie te wijzigen. Onder 6.3.5 is het Convenant Toekomstbestendig Bouwen toegevoegd.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
42 van 55
Indiener 14 – Natuur en Milieufederatie Utrecht 10
Indiener heeft zorgen over de gewenste groei van Veenendaal, die mogelijk zorgt voor meer recreatiedruk op de natuurgebieden. Concreet is de vraag of de gemeente denkt dat het huidige aanbod aan parken in Veenendaal voldoende is om de recreatiedruk op natuurgebieden af te vangen.
De zorg over de druk op recreatiegebieden delen wij. Er is een grote recreatiedruk op natuurgebieden als de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Door te spreiden en verleiden willen we natuurgebieden ontlasten. In en rond Veenendaal moeten voldoende aantrekkelijke plekken zijn om te gaan wandelen. Recent zijn de Turfweide en de Groene Grens gerealiseerd en nu werken we aan de herinrichting van ons stadspark. Met diverse partijen werken we samen om het gebied rond de Roode Haan te versterken met natuur en toegankelijke ommetjes. Vanuit Veenendaal willen we inwoners ook verleiden om meer naar recreatiegebieden zoals Fort aan de Buurtsteeg, Prattenburg en Kwintelooijen te gaan. Zo zorgen we samen met onze partners dat onze inwoners meer verspreid recreatiegebieden gebruiken.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
11
Indiener vindt het positief dat de gemeente zich inzet voor voetgangers en de fietsers in het centrum en dat de omgeving van station centrum wordt opgewaardeerd. Indiener ziet een focus op het stimuleren van korte fietsritten. Lange ritten tot circa 30 km kunnen prima op een elektrische fiets.
Onze strategie focust op het vergroten van het aantal korte ritten met de fiets. Deze ritten zijn een alternatief voor korte autoritten en kunnen het gebruik van de auto beperken. Op termijn kan dit mogelijkheden bieden voor een beperking van het ruimtegebruik door de auto. Ondertussen werken we ook aan doorfietsroutes naar omliggende plaatsen, zoals Ede.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
12
Er wordt verzocht om specifieker te zijn in het noemen van de parkeernormen per gebied, omdat een lage parkeernorm ook andere vormen van mobiliteit stimuleert. Daarnaast roept indiener op om ook andere maatregelen in de omgevingsvisie te verankeren die inwoners helpen te motiveren om over te stappen op andere mobiliteitsvormen.
De strategische lijn uit de omgevingsvisie is om andere mobiliteitsvormen dan de auto aantrekkelijk te maken en daarmee het gebruik te spreiden over verschillende verkeersmodaliteiten. Lagere parkeernormen dragen inderdaad bij aan het gebruik van andere vormen van mobiliteit dan de auto. Echter, de omgevingsvisie noemt geen specifieke normen, maar geeft de strategische visie hierop. In de uitwerking, bijvoorbeeld in een omgevingsprogramma en/of parkeerbeleid, nemen we wel concrete parkeernormen op. Hetzelfde geldt voor andere specifieke maatregelen die worden genoemd in de zienswijze.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
43 van 55
Indiener 14 – Natuur en Milieufederatie Utrecht 13
Het is mooi dat in de duurzame ambitie energie, circulariteit en klimaatadaptatie zijn benoemd. Vanuit dit perspectief mist indiener een inzet op verkoeling via vergroening van de openbare ruimte. Indiener geeft aan dat het verkoelende effect van groen op de leefomgeving wordt gemist in de omgevingsvisie.
Groen draagt bij aan verkoeling in warme zomers, houdt water vast bij piekbuien en biedt leefruimte aan planten, dieren en mensen. In paragraaf 6.3.1 wordt de relatie tussen vergroening en verkoeling beschreven.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
14
Indiener roept op om zowel individuele als collectieve bodem-waterwarmtepompen mee te nemen in de omgevingsvisie.
We zijn ons bewust dat we als regisseur aan zet zijn om kaders voor de ‘warmtetransitie’ op te stellen. Het gaat naar onze mening vooral om de vraag: waar zijn warmtenetten logisch? En waar passen juist meer individuele oplossingen, zoals warmtepompen?
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
We onderschrijven het belang van (met name collectieve) bodem-water warmtepompen. Samen met bewoners en andere belanghebbenden stellen we daarvoor per buurt een buurtuitvoeringsplan op. Middels het omgevingsprogramma Energie ondersteunen we dit nu al door o.a. een subsidieregeling voor kleincollectieve bodemwarmte.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
44 van 55
Indiener 14 – Natuur en Milieufederatie Utrecht 15
Indiener doet een voorzet voor een uitwerking van de termen ‘duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem’. Daarnaast vindt indiener het ook belangrijk om mee te nemen dat de energietransitie niet alleen technisch is, maar ook een sociale transitie. Om die reden worden twee aanvullingen voorgesteld.
We zijn het met indiener eens dat de ambitie voor het energiesysteem duidelijker wordt met een toelichting op de termen: duurzaam, robuust en rechtvaardig. Op basis van de zienswijzen hebben we een toelichting opgesteld die we toevoegen aan de tekst. De energietransitie is meer dan alleen een technische transitie. We nemen daarom de suggestie van indiener over om dit te benoemen in de visie. We passen de tekst aan en benoemen expliciet het sociale aspect van de energietransitie.
De zienswijze geeft aanleiding om de tekst in de omgevingsvisie in hoofdstuk 6.7.1 en hoofdstuk 6.7.2. als volgt aan te passen: Hoofdstuk 6.7.2 - Duurzaam: een klimaatneutraal systeem, vrij van CO₂-uitstoot, dat toekomstgericht is en de middelen voor komende generaties behoudt. - Robuust: een decentraal energiesysteem met een mix van flexibele vraag, bronnen, opslag en transport dat zorgt voor voldoende beschikbaarheid en leveringszekerheid. - Rechtvaardig: een energiesysteem waarin kosten en baten eerlijk worden verdeeld en iedereen kan meedoen, ongeacht sociale positie. Hoofdstuk 6.7.1 “Tenslotte is de energietransitie naast een technische voorál ook een sociale opgave. Communicatie en participatie staan dan ook centraal in onze aanpak, o.a. door samen met inwonersen ondernemers buurt voor buurt een Buurtuitvoeringsplan (BUP) te maken voor aardgasvrije buurten.”
16
Er wordt een oproep gedaan om ambitieuzer te zijn als het gaat om de doelen uit het Schone Lucht Akkoord en concrete maatregelen te noemen.
We confirmeren ons aan het Schone Lucht Akkoord. De doelen uit dit akkoord zijn ambitieuzer dan de huidige wetgeving van ons vraagt.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
45 van 55
Indiener 14 – Natuur en Milieufederatie Utrecht 17
Indiener roept de gemeente op om in de Omgevingsvisie te specificeren hoe aan de wettelijke geluids- en geurnormen wordt voldaan, bijvoorbeeld middels een analyse van de geurcontouren.
In de uitwerking van de omgevingsvisie zullen geluids- en hindercontouren, voor zover deze nog niet in beeld zijn, worden vastgelegd in relevante omgevingsprogramma’s of het omgevingsplan.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
18
Indiener roept op om als gemeente specifiek lichtvervuiling te benoemen als opgave, daar maatregelen tegen te treffen en deze ook expliciet in de omgevingsvisie te benoemen.
Lichtvervuiling is op dit moment geen actueel thema. In het kader van verduurzaming is de gemeente wel bezig met het vervangen van verlichting naar meer duurzame varianten. Binnen 5 jaar vervangen we ongeveer 40% van de verlichting door duurzame en dimbare verlichting. Hiermee dragen we bij aan de verduurzaming van de openbare ruimte én verminderen we lichtvervuiling.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
46 van 55
19
Met het oog op uitvoering wil indiener vier punten meegeven: 1. De bestuurlijke afwegingsruimte moet een plek krijgen in het omgevingsplan. Doe in deze omgevingsvisie uitspraken over hoe de gemeente de bestuurlijke afwegingsruimte wil benutten. 2. Neem omgevingswaarden op in de omgevingsvisie voor duisternis, stilte, gezonde lucht, bodemkwaliteit en schoon water. 3. Leg veel specifiekere keuzen vast in de omgevingsvisie en schuif keuzen niet door naar omgevingsprogramma’s (college). 4. Verwoord duidelijker hoe je inwoners en belanghebbenden betrekt bij ruimtelijke plannen en projecten. Besteed daarbij aandacht aan het uitdaagrecht en leg uit hoe de gemeente omgaat met participatie.
Ad1) Zoals indiener terecht aangeeft borgen we de juridische afwegingsruimte in het omgevingsplan. Dit doen we binnen de hoofdlijnen en ambities die we vastleggen in deze omgevingsvisie. Met het vastleggen van opgaven voor 2040, strategische keuzen en maatregelen geeft de raad hierin een duidelijke koers. Uitwerking en borging hiervan vindt plaats in de verschillende omgevingsprogramma’s, in de ruimtelijke onderbouwing van nieuwe ontwikkelingen en in de motivering van een wijziging van het Omgevingsplan. Ad 2) We zien geen concrete aanleiding om nu omgevingswaarden vast te leggen. Het is een nieuw strategisch sturingsinstrument, waarvan inzet een zorgvuldige afweging vraagt. De juridische consequenties, vereiste onderzoeken, de beperkte flexibiliteit en de inzet op monitoring en bijsturing vragen een nadere keuze en bewuste besluitvorming. Inzet van omgevingswaarden kan onbedoeld in de weg staan aan gewenste ontwikkelingen. Dit vraagt dus inzet van (beperkte) ambtelijke capaciteit. Op termijn willen we omgevingswaarden vaststellen. Bijvoorbeeld voor gezonde lucht. Nu kiezen we ervoor om te werken met brede beleidsdoelstellingen en doelen op andere wijze te behalen. Zoals: omgevingsprogramma’s, omgevingsplan, eventueel aangevuld met sectoraal beleid. Ad 3) Zie hiervoor ook ons antwoord op punt 1.
De raad stelt de overkoepelende visie vast, waarop vervolgens het college omgevingsprogramma's en het omgevingsplan baseert. Deze werkwijze is onder andere zo tot stand gekomen met het oog op een slagvaardige besluitvorming. Ad 4) Net als alle gemeenten moeten we per 1 januari 2027 een participatieverordening hebben, als uitwerking van het participatiebeleid. Het uitdaagrecht en de visie van de gemeente Veenendaal hierop nemen we hierin mee. In de uitvoering zijn we als gemeente op kleine schaal al bezig met enkele kleinschalige projecten die men onder het uitdaagrecht zou kunnen laten vallen, zoals bijvoorbeeld als het gaat om onderhoud van groen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
47 van 55
Indiener 15 – Inwoner van Veenendaal Zienwijze 1 Indiener is van mening dat de omgevingsvisie te globaal is uitgewerkt en onvoldoende SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) is. Er ontbreekt naar mening van de indiener: - fasering in de tijd; - concrete doelen per deelgebied; - een koppeling met mobiliteit, voorzieningen, energie en financiën; - doorwerking naar uitvoeringsprogramma’s en monitoring.
Reactie gemeente We herkennen de zienswijze deels. De omgevingsvisie heeft een strategisch en richtinggevend karakter onder de Omgevingswet. Het detailniveau van fasering, investeringen en maatregelen leggen we niet SMART vast in deze visie, maar in hierop volgende thematische programma’s. In het toegevoegde hoofdstuk 8 gaan we hier nader op in. Deze instrumenten monitoren we en hier sturen we bij indien nodig. De suggestie om een monitoringsstructuur op te nemen we over in hoofdstuk 8.
Wijziging omgevingsvisie In het nieuw toegevoegde hoofdstuk 8 gaan we in op de stap van visie naar praktijk. We nemen hierin een paragraaf op over monitoring en evaluatie.
2
De nieuwe visie sluit volgens de indiener onvoldoende aan op de bestaande Omgevingsvisie 2030. Indiener mist: een terugblik op gerealiseerde doelen, een analyse van wat niet gehaald is en waarom en de consequenties daarvan voor nieuw beleid.
Hoewel de Omgevingswet niet verplicht tot een formele terugblik op een eerdere visie, erkennen we het belang van beleidscontinuïteit en vinden het belangrijk om leerpunten hierin mee te nemen. De omgevingsvisie 2040 is een visie die verder gaat dan de omgevingsvisie 2030. Met name waar het de concreetheid van de keuzes en maatregelen en het toegevoegde kaartmateriaal betreft. Om doelen te halen willen we meer inzetten op monitoring en evaluatie. Dit doen we in het kader van de gehele beleidscyclus. In het nieuwe hoofdstuk 8 gaan we hierop in (zie reactie 1).
In het nieuw toegevoegde hoofdstuk 8 gaan we in op de stap van visie naar praktijk. We nemen hierin een paragraaf op over monitoring en evaluatie.
3
De woningbouwopgave van 10.700 woningen is volgens indiener onvoldoende onderbouwd. Het aantal woningen is sterk opgehoogd ten opzichte van de vorige woondeal. Er zijn onvoldoende locaties aangewezen. Het bouwtempo is niet realistisch gezien historische oplevercijfers en financiële, infrastructurele en milieukundige randvoorwaarden ontbreken.
De woningbouwopgave volgt uit: prognoses van demografische groei, regionale afspraken in de Regio Foodvalley en provinciale woningbouwopgaven. Hierbij is het aantal van 10.700 gebaseerd op regionale afspraken om 40.000 woningen te bouwen. Een opgave die inmiddels is opgehoogd tot 45.000 woningen. In de omgevingsvisie wijzen we meerdere ontwikkelgebieden aan, maar de indiener heeft gelijk dat uitwerking van fasering, planvoorraad en alternatieve scenario’s ontbreekt. Naar onze mening moeten we hierover op regionaal niveau verdere afspraken maken. Deze afspraken monitoren we en sturen we bij waar nodig.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
48 van 55
Indiener 15 – Inwoner van Veenendaal 4 De voorzieningen groeien volgens de indiener onvoldoende mee met het aantal woningen. Een groei van 10.700 woningen zou leiden tot ongeveer 22.000–25.000 extra inwoners. Dit vraagt grote uitbreiding van huisartsenzorg, onderwijs, detailhandel, recreatie, werkgelegenheid, verkeer en OV. De indiener mist in de visie de uitwerking waar en hoe die voorzieningen worden gerealiseerd.
Indiener constateert terecht, in lijn met de omgevingsvisie, dat bij de groei van het aantal inwoners het aantal voorzieningen mee moet groeien om een vitale stad te zijn en blijven. Hier hebben we aandacht voor in de visie en daarom koppelen we woningbouw aan goede mobiliteit, groen en voorzieningen. De noodzaak hiertoe is ook uit de participatieronde naar voren gekomen. Dit komt terug in de thematische opgaven en specifieke voorzieningen als gezondheidszorg komen terug op de kaart en in de tekst van hoofdstuk 6.9. Op diverse plekken geven we in de omgevingsvisie ook aan hoe extra ruimte voor werkgelegenheid kan worden gerealiseerd, onder andere door ruimte te bieden aan scale ups (voormalig SKF terrein) en slimme benutting van planologische ruimte op bedrijventerreinen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
5
De indiener stelt dat de visie te algemeen is en geen inkomens-, doelgroep- of leefstijlanalyse bevat. Daardoor is niet zichtbaar wat de visie betekent voor bestaande buurten. Voorbeeld gemeenten, zoals Utrecht, doen dat wel.
De suggestie dat voor ingrepen in de ruimte eerst een goede analyse op wijk- of buurtniveau dient plaats te vinden onderschrijven wij. De Omgevingsvisie werkt echter op gemeentelijk en niet op buurtniveau. In de inleiding benoemen we dat we geen specifieke uitspraken doen op buurt of wijkniveau.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
6
Indiener constateert dat de groenvisie van de gemeente is verouderd en er geen sprake is van een uitgewerkt klimaatadaptatieprogramma. De indiener mist borging voor behoud van groen en ecologische verbindingszones en ziet onvoldoende samenhang met exploitatie, woningbouw en hittestress.
We waarderen de inzet van de indiener om relevante thema's voor een groen en klimaatadaptief Veenendaal op een rij te zetten en daar maatregelen aan te koppelen. De gemeente werkt op dit moment aan een omgevingsprogramma groen waarin veel van de benoemde thema's een plek krijgen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Antwoord wordt vervolgd op de volgende pagina
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
49 van 55
Indiener 15 – Inwoner van Veenendaal We waarderen de inzet van de indiener om relevante thema's voor een groen en klimaatadaptief Veenendaal op een rij te zetten en daar maatregelen aan te koppelen. Het detailniveau hiervan is niet altijd passend in het strategische en richtinggevende karakter van de omgevingsvisie. De gemeente werkt op dit moment aan een omgevingsprogramma groen waarin veel van de benoemde thema's een plek krijgen. 7
Netcongestie gaat minstens tot 2035 een probleem zijn. In de Omgevingsvisie wordt geen antwoord of visie gegeven over dit specifieke probleem in relatie tot de uitbreiding van de woningbouw.
We onderschrijven het knelpunt dat de indiener onder de aandacht brengt. Er is een Veenendaalse handreiking Netbewust Bouwen. Dit wordt verder uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Energie. Bovendien werken we op dit thema intensief samen met Energy Board, PMIEK, MIEK, Regionaal Energie Perspectief en Stedin via hun meerjarengebiedsplanning. Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we in het hoofdstuk over Economie onder paragraaf 6.5.2. de beschikbaarheid en leveringszekerheid van energie als opgave toe.
Onder paragraaf 6.5.2 de volgende opgave toegevoegd: Op peil houden van de beschikbaarheid en leveringszekerheid van energie voor het bedrijfsleven.
8
De indiener constateert dat een financiële doorrekening ontbreekt. Dit is een gebrek om de visie beleidstechnisch verankerd en bestuurlijk haalbaar te maken. Nu is niet duidelijk of de visie uitvoerbaar en realistisch is.
We erkennen het belang van de financiële haalbaarheid van plannen. De omgevingsvisie echter bevat geen financiële raming, omdat dit is belegd bij uitvoeringsdocumenten zoals: programma’s, grondexploitaties en de begrotingscyclus. De financiële haalbaarheid wordt jaarlijks beoordeeld via de begroting en programmamonitoring, gekoppeld aan de voortgang van gebiedsontwikkelingen.
In het nieuw toegevoegde hoofdstuk 8 gaan we in op de stap van visie naar praktijk. We voegen hier een tekst toe hoe de samenhang met financiële instrumentarium werkt, zodat de leesbaarheid verbetert.
We denken na over het opnemen van een financiële onderbouwing in een separate uitvoeringsparagraaf. Echter geldt ook dan dat consequenties voor de gemeentelijke begroting voor de komende jaren nader gespecificeerd moeten worden in de begrotingscyclus. Veel maatregelen die in de omgevingsvisie genoemd zijn hebben overigens dekking in de meerjarenbegroting. Niet Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
50 van 55
Indiener 15 – Inwoner van Veenendaal alle opgaven en maatregelen die benoemd worden zijn 'nieuw' waarvoor er nog volledige dekking in de begroting gevonden zou moeten worden. 9
De visie voldoet niet aan de Omgevingswet volgens de indiener. Het ontbreken van een doorrekening (zie onder 8) en borging maakt de visie kwetsbaar in een juridische toets:
-
Art. 2.4 Ow: evenwichtige toedeling van functies aan de fysieke leefomgeving. Art. 4.2 Ow: borging kwaliteit via programma’s en maatregelen. Art. 1.6 Ow: zorgplicht voor natuur en leefomgeving.
Artikel 2.4 van de Omgevingswet gaat over het omgevingsplan en stelt dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Artikel 4.2 van de Omgevingswet gaat over het omgevingsplan. Het stelt dat het omgevingsplan in ieder geval de regels bevat die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor het gehele grondgebied van de gemeente. Artikel 1.6 van de omgevingswet stelt dat een ieder voldoende zorgdraagt voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie is een strategische kader waarin wij vastleggen hoe we invulling geven aan deze zorgplicht en welke belangen en doelen we daarbij meewegen. De nadere uitwerking vindt plaats in het omgevingsplan, programma’s en vergunningverlening.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
51 van 55
5. Ambtelijke wijzigingen Na het besluit tot ter inzage leggen van het ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040 zijn ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn hoofdzakelijk bedoeld om de visie beter leesbaar te maken. Teksten zijn geredigeerd, de opmaak is verbeterd en kaartmateriaal is aangepast. Hiernaast zijn op basis van nieuwe inzichten teksten op inhoud gewijzigd. Inhoudelijke wijzigingen zijn hieronder in de tabel toegelicht.
Reden aanpassing
Wijziging omgevingsvisie
1
Uit interne toetsing van de kaarten in de ontwerp omgevingsvisie is gebleken dat de kaarten soms De kaarten zijn vernieuwd, waarbij we ons meer beperken tot de (te) veel informatie bevatten, erg uitgebreide legenda's hebben en soms moeilijk leesbaar zijn. hoofdlijnen en daardoor ook met een eenvoudigere legenda kunnen Daarbij zijn er verschil tussen themakaarten en integrale kaart opgemerkt. Een algehele verbeterslag volstaan. is wenselijk.
2
Bij transformatie van bedrijventerrein naar wonen is de inzet om bedrijven waar mogelijk in In de visie schrijven we over de transformatie van bedrijventerrein De Veenendaal opnieuw te herhuisvesten. Dit geldt bijvoorbeeld voor Het Ambacht. Dit zal echter niet Kievitsmeent. Dit ligt echter buiten Veenendaal en om die reden altijd lukken, waardoor vestiging buiten Veenendaal plaatsvindt. We hebben de ambitie om schrappen we de verwijzing hiernaar. We voegen toe dat we gezamenlijk bedrijventerreinen geleidelijk te transformeren tot locaties die meer geschikt zijn voor circulaire onderzoek doen naar de vestiging van HMC bedrijven. bedrijvigheid. Dit kan bijvoorbeeld op de Nijverkamp of net buiten Veenendaal op de Kievitsmeent in Ede. Hoewel we samen met buurgemeenten en de regio onderzoek naar vestiging van HMC bedrijven in de regio doen kunnen we geen uitspraken doen over de Kievitsmeent.
3
De doortrekken van de Rondweg-oost naar N224 ligt buiten de gemeentegrens van Veenendaal en is We passen de weergave van de doortrekking Rondweg-oost naar de N224 onderwerp van nader onderzoek. Vanuit Ede zijn hier vragen over gesteld. Dit vormt voor ons aan op kaart en legenda. We benadrukken hiermee dat we doortrekking aanleiding om de aanduiding abstracter te maken. De buslijn door tunneltje bij de Klomp past niet onderzoeken. De aansluiting bus op treinstation tekenen we globaler in. meer. Dit vraagt een nuancering in de tekst. Ede wil sluipverkeer weren uit het Binnenveld en neemt Voor de lange termijn (2040) onderzoeken we een herinrichting waarbij hier maatregelen voor. Dit raakt mogelijk ook een rechtstreekse ov-verbinding tussen het centrum bussen aan de noordzijde kunnen halteren. Tot die tijd halteren een en Wageningen. We onderzoeken de mogelijkheden, dit vraagt een nuancering in de visie. gedeelte van de bussen aan de zuidzijde van het station. Er is een wens om een rechtstreekse verbinding met een kleine bus / flexvervoer via het Binnenveld te realiseren tussen Veenendaal centrum en de WUR. De haalbaarheid en voorwaarden voor een dergelijke verbinding moeten nader onderzocht worden. .
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
52 van 55
4
We werken in Veenendaal aan de BKN. Dit komt nu maar beperkt terug in de visie, terwijl wij de ontwikkeling van een goede basiskwaliteit natuur één van de randvoorwaarden vinden voor een goede leefbare stad met een sterke natuur. We brengen dit sterker tot uiting in de visie.
We voegen toe onder strategische maatregelen en keuzes van paragraaf 6.3.3 dat we de BKN verder uitwerken in regionaal verband en dat we de 3-30-300 systematiek als uitgangspunt hanteren. We leggen de nadruk op inheemse beplanting, waar mogelijkheden, creëren (eco)verbindingen in infraprojecten, etc...
5
Visie
Paragraaf 5.2 is toegevoegd. Dit is een beschrijving van de toekomstvisie. Dit is toegevoegd omdat er vanuit meerdere kanten behoefte was aan een compacte beschrijving van de visie ('groeien in balans') als opmaat naar de daaruit voortvloeiende strategische keuzes in 5.3.
6
Bodem en ondergrond
Het onderdeel 'visie' van dit hoofdstuk is herschreven omdat het te veel een herhaling was van overige paragrafen in het hoofdstuk. Er is nu lopende tekst van gemaakt in plaats van bullets.
7
Groen, blauw en klimaatadaptatie
Onder paragraaf 6.3.3. zijn de volgende strategische keuzes en maatregelen toegevoegd: 3, 4, 7, 10, 11, 14. Maatregel 12 is aangevuld met de tekst '...en leggen de nadruk op inheemse beplanting'.
8
Indeling thema’s
In hoofdstuk 6 is de volgorde van de paragrafen gewijzigd. Per thema wordt de visie richting 2040 beschreven. Daarna wordt een opsomming gemaakt van de opgaven voor 2040. Vervolgens worden de strategische keuzes en maatregelen benoemd en tot slot wordt dit vertaald in de kaart behorende bij het thema waarna de onderliggende bronnen en documenten worden opgesomd.
9
Hoogbouw
De richtlijnen voor hoogbouw waren in het ontwerp van de omgevingsvisie één op één overgenomen uit de Omgevingsvisie Veenendaal 2030. Om duidelijker aan te geven wat we als gemeente verstaan onder hoogbouw is daaraan een hoogtemaat toegevoegd. Deze verduidelijking hebben we verder uitgewerkt in de definitieve versie, zonder afbreuk te doen aan de richtlijnen voor hoogbouw uit de Omgevingsvisie Veenendaal 2030. Verder uitleg over wijziging wordt vervolgd op de volgende pagina
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
53 van 55
Bovendien is de hoogbouwvisie nu beschreven als een van de ruimtelijke strategische keuzes van paragraaf 5.3. Dit sluit aan bij diverse verzoeken uit de raad om de keuzes in het document scherper/meer SMART te maken. 10
Kaarten
De kaarten zoals deze opgenomen waren in het ontwerp van de omgevingsvisie bevatte te veel informatie. De kaarten zijn vereenvoudigd door enkel weer te geven wat belangrijk is per thema. Dit bevordert de leesbaarheid van de kaarten.
11
Hoofdstuk 7 wijzigingen
Bij de gebiedsprofielen is de tabel behorend bij de gebiedsprofielen beter leesbaar gemaakt. Bij elk gebiedsprofiel wordt per thema enkel beschreven wat de belangrijkste ontwikkelkansen zijn. Dit bevordert de leesbaarheid van de gebiedsprofielen. Sommige gebiedsprofielen zijn nog wat verder uitgewerkt omdat hierin nog maar weinig informatie was opgenomen.
12
De visie had nog geen duidelijke omschrijving over de plaats van dit instrument, de samenhang met De werking van de omgevingsvisie moet geborgd worden in de praktijk. het beleidshuis en de uitwerkingen borging ervan in programma's en plannen. Participatie, Daarom is hoofdstuk 8 uitgewerkt en toegevoegd. Dit hoofdstuk monitoring en evaluatie ontbraken ook. Mede naar aanleiding van zienswijzen is besloten dit beschrijft de vertaling van de visie naar de praktijk. missende deel alsnog toe te voegen en zo het verhaal van de visie te complementeren.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
54 van 55
6. Conclusie Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is de omgevingsvisie op diverse onderdelen aangepast. In de kolom “Wijziging omgevingsvisie” zijn de wijzigingen aangegeven die doorgevoerd zijn aan de hand van de zienswijzen. Voorgesteld wordt deze wijzigingen over te nemen. De ambtelijke wijzigingen zorgen voor een verdieping van de visie ten opzichte van het ontwerp. Voorgesteld wordt deze wijzigingen over te nemen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
55 van 55