3. Zienswijzennota en Nota ambtelijke wijzigingen Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Tekst van het document
Zienswijzennota en Nota ambtelijke wijzigingen
Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Veenendaal, 22 januari 2026
1. Inleiding Tijdens de voorbereidingsfase richting besluitvorming kan iedereen zijn mening over de ontwerp omgevingsvisie delen in de vorm van een zienswijze. Deze zienswijzen weegt de gemeente mee voor definitieve besluitvorming. Deze Zienswijzennota en Nota ambtelijke wijzigingen gaat in op de ontvangen zienswijzen, naar aanleiding van de ontwerp-Omgevingsvisie Veenendaal 2040 en de ontwerp-Omgevingseffectrapportage. Hiernaast gaat deze nota in op de ambtelijke wijzigingen naar aanleiding van de ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040.
2. Procedure In artikel 3.1 lid 1 van de Omgevingswet (Ow) is bepaald dat gemeenten een omgevingsvisie op moeten stellen. Deze visie heeft als doel het strategisch beleid over de fysieke leefomgeving integraal te formuleren. Op de voorbereiding van de omgevingsvisie is de algemene voorbereidingsprocedure, zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), van toepassing. Het proces van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 heeft een aantal stappen doorlopen voordat de formele juridische procedure is opgestart. Op 6 mei 2025 heeft de gemeenteraad het Koersdocument Omgevingsvisie Veenendaal 2040 vastgesteld. In het koersdocument zijn de opgaven & ambities en richtinggevende uitspraken voor het Veenendaal van 2040 opgenomen. Op 27 mei 2040 heeft het college besloten het concept ontwerp van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 voor inspraak ter inzage te leggen. Tijdens de inzage periode, 3 juni 2025 t/m 30 juni 2025, kon iedereen een inspraakreactie indienen. De gegeven inspraakreacties zijn meegenomen en waar mogelijk verwerkt in het ontwerp van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040. Op 26 augustus heeft het college van B&W besloten het ontwerp van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 voor een periode van 6 weken ter inzage te leggen en daarmee de formele juridische procedure van vaststelling op te starten.
Op 3 september 2025 is de terinzagelegging gepubliceerd in het Gemeenteblad. Iedereen kon zienswijzen indienen tot en met 16 oktober 2025. Hiervan is 15 keer gebruik gemaakt. In hoofdstuk 4 van deze nota zijn de zienswijzen samengevat in een tabel weergegeven. Per zienswijze is aangegeven of het aanleiding vormt de omgevingsvisie aan te passen. De gemeenteraad is het bevoegde bestuursorgaan dat beslist over de vaststelling van de omgevingsvisie met bijbehorende zienswijzennota en nota ambtelijke wijzigingen. Binnen zes weken na de (gewijzigde) vaststelling van de omgevingsvisie wordt het besluit bekend gemaakt via het gemeenteblad en op de landelijke voorziening . Tegen dit besluit staat geen beroep open.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
2 van 55
3. Overzicht ontvangen zienswijzen De volgende zienswijzen zijn ontvangen: 1. Inwoner gemeente Veenendaal, ingediend op 25 september 2025, hierna te noemen ‘Indiener 1’; 2. Woningstichting Veenvesters, ingediend op 30 september 2025, hierna te noemen ‘Indiener 2’; 3. Inwoner gemeente Veenendaal, ingediend op 2 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 3’; 4. Inwoner gemeente Veenendaal, ingediend op 8 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 4’; 5. Inwoners gemeente Veenendaal, ingediend op 13 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 5’; 6. Inwoner gemeente Ede, ingediend op 13 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 6’; 7. Woon Advies Commissie Veenendaal, ingediend op 14 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 7’; 8. TenneT, ingediend op 14 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 8’; 9. Inwoner gemeente Veenendaal, ingediend op 14 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 9’; 10. Fietsersbond, ingediend op 15 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 10’; 11. Gemeente Renswoude, ingediend 16 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 11’; 12. Gemeente Rhenen, ingediend 16 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 12’; 13. Provincie Utrecht, ingediend 16 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 13’; 14. Natuur en Milieufederatie Utrecht, ingediend 16 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 14’; 15.
Inwoner van gemeente Veenendaal, ingediend op 16 oktober 2025, hierna te noemen ‘Indiener 15’. Alle zienswijzen zijn op de juiste manier ingediend en ontvangen, binnen de daarvoor gestelde termijn. De zienswijzen zijn daarom allen ontvankelijk. In onderstaande tabel zijn de ingediende zienswijzen samengevat en is de reactie van de gemeente te lezen. Bij de verwerking zijn de gehele zienswijzen betrokken. Voor de leesbaarheid en om herleidbaarheid naar personen te beperken geven we in deze nota alleen een samenvatting van de zienswijzen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
3 van 55
4. Reactie en verwerking zienswijzen Indiener 1 – inwoner gemeente Veenendaal Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Beter openbaar vervoer binnen Veenendaal kan helpen om de parkeerdruk bij woningen te verlichten en van de bus een serieus alternatief te maken voor de auto.
We zetten ons in voor een goede bereikbaarheid. Belangrijk onderdeel hiervan is het openbaar vervoer. We zetten ons daarom bijvoorbeeld in om het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer te vergroten en bus- en fietsroutes naar het station te verbeteren. Het rijk en provincie zijn als concessieverleners primair verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. We blijven daarom in overleg met deze partijen en de vervoerders om het ov te verbeteren. Afgelopen periode hebben we bijvoorbeeld al samen afgesproken dat er enkele nieuwe haltes komen en dat de lijnen Veenendaal-Elst en Veenendaal-Amersfoort vaker gaan rijden. Onze inzet is omschreven in paragraaf 6.6 over mobiliteit.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
Zet de restwarmte van bedrijven in de winter in voor verwarming van woonwijken.
Indiener geeft terecht aan dat er restwarmte van bedrijven aanwezig kan zijn. We zijn positief over de inzet van restwarmte voor verwarming van woonwijken. De totale potentie voor restwarmte is in Veenendaal echter beperkt. We willen als gemeente hiernaast niet te veel afhankelijk zijn van deze bedrijven als bron voor een warmtenet. Daarom gaan we in de basis uit van andere bronnen met grotere beschikbaarheid en meer leveringszekerheid.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
4 van 55
Indiener 2 – Woningstichting Veenvesters Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Bewoners van sociale huurwoningen hebben een lager autobezit dan het gemiddelde. Indiener verzoekt daarom om parkeernormen voor alle Veenendaalse woonwijken naar beneden bij te stellen bij sociale woningbouw.
Parkeren gaan we gebiedsgericht aanpakken, waarbij we uitgaan van de landelijke methodiek: beïnvloeden, benutten, beprijzen en bouwen. De omgevingsvisie gaat niet over de uitwerking van parkeernormen. In 2026 werkt de gemeente aan een nieuw parkeerbeleidsplan, hierin volgt besluitvorming over het herzien van alle parkeernormen en sluiten we aan bij de nieuwe parkeerkencijfers en indeling van het CROW (2024).
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
Focus niet op specifieke doelgroepen, maar streef naar de ontwikkeling van multifunctionele woningen. Neem daarom bij de strategische keuzen onder paragraaf 6.4 mee dat een substantieel deel van het woningbouwprogramma onder andere geschikt is voor bewoning door ouderen. Neem “onder andere” hierin mee.
We onderschrijven deze reactie. Woningen geschikt voor ouderen kunnen ook inzetbaar zijn voor andere doelgroepen. Er ligt hierbij wel een opgave om voldoende woningen te hebben die geschikt zijn voor een groeiende doelgroep ouderen.
Punt 4, onder paragraaf 6.4.3 komt te luiden: “Om in te spelen op demografische ontwikkelingen, realiseren we diverse woningtypen, waarvan een substantieel deel geschikt is voor bewoning door ouderen. Deze woningen concentreren we zoveel mogelijk rond ovknooppunten en voorzieningen.”
3
Indiener raadt af om circulair bouwen op te nemen in het puntensysteem. Het verhoogt mogelijk de bouwkosten, omdat deze maatregel marktpartijen onvoldoende prikkelt om circulariteit marktconform door te voeren.
We willen circulair bouwen stimuleren. Met de voorgenomen verwerking in het puntensysteem geven we aan dat we graag zien dat er circulaire oplossingen worden toegepast in de woningen. Het is uiteindelijk aan de ontwikkelaar om te bepalen welke maatregelen uit het puntensysteem zij willen toepassen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
5 van 55
Indiener 2 – Woningstichting Veenvesters 4
Geef inwoners niet de verantwoordelijkheid voor de openbare veiligheid. Maak onderscheid in veiligheid van de openbare ruimte en veiligheid in huis.
De omgevingsvisie gaat niet over de verantwoordelijkheid van inwoners op het gebied van openbare veiligheid. Wij werken met het politie keurmerk veilig wonen. Daarin wordt onderscheid gemaakt in eisen voor de woning zelf (verantwoordelijkheid woningeigenaren, stimuleren we vanuit de gemeente door certificering te vergoeden) en eisen voor de woonomgeving.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
5
Indiener verzoekt om de marktconsultatie niet alleen uit te voeren over circulariteit maar over het gehele puntensysteem. Met als doel bovenwettelijke eisen te voorkomen en ambities maximaal te bereiken zonder kostenstijging.
Na vaststelling van deze omgevingsvisie kijken we opnieuw naar het puntensysteem en beoordelen we of en hoe deze moet worden geactualiseerd. Te zijner tijd nodigen we indiener graag uit om hierover af te stemmen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
6
De leefbaarheidsthema's en betrokkenheid met bewoners komen onvoldoende terug in de gebiedsprofielen van hoofdstuk 7. Het verzoek van indiener is om de leefbaarheidsaspecten vanuit de wijkvisies te borgen in de gebiedsprofielen.
We onderschrijven het belang van leefbaarheid in de wijken en buurten van Veenendaal. Het behoud van de leefbaarheid is daarom ook in de visie opgenomen en expliciet benoemd als strategische keuze in paragraaf 6.4.3. We gaan graag in overleg met indiener om samen de mogelijkheden te verkennen om de leefbaarheid in onze wijken verder te verbeteren.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
6 van 55
Indiener 3 – Inwoner van Veenendaal Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Het realiseren van geluidsbeperkende maatregelen betreft uitwerking. Zoals in de omgevingsvisie omschreven gaat de gemeente geluidsbeleid opstellen, waarin zal terugkomen hoe de gemeente geluidsoverlast wil tegengaan. Specifiek voor de A12 geldt dat de geluidsbelasting op de meeste woningen beperkt is door de afstanden van woonwijken tot de A12. Hiernaast liggen tussen de woonwijken en de snelweg veelal bedrijventerreinen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
In een groot gedeelte van Veenendaal is de geluidsoverlast van de snelweg A12 groot. Dit heeft invloed op woongenot en gezondheid. Kan de gemeente in de visie opnemen hoe deze overlast wordt beperkt?
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
7 van 55
Indiener 4 – Inwoner van Veenendaal Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Indiener wijst erop dat zonnepanelen degraderen en niet compleet recyclebaar zijn.
Oude traditionele zonnepanelen zijn inderdaad niet compleet recyclebaar. Nieuwe technologieën dragen bij aan de oplossing van deze uitdaging. Inzetten op een langere levensduur voor zonnepanelen past beter in het toekomstig omgevingsprogramma Energie, dat volgt op deze omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
Neem ruimte op langs A12 en op bedrijventerrein voor grote windmolens, eventueel te combineren met de functie als reclamezuil.
We zien geen passende locaties binnen de gemeentegrenzen voor grote (traditionele) windturbines. Ook niet op locaties langs de A12 of op bedrijventerrein langs de A12. In onze dichtbebouwde gemeente is het bovendien vaak onhaalbaar om aan de gestelde eisen voor dit type windturbine te voldoen. Wel bieden we in de omgevingsvisie ruimte voor kleinere of middelgrote windturbines op bedrijventerreinen, mits dit passend is in de omgeving.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
3
Sta kleine stille windgeneratoren toe op achterdaken, erven of in gebouwconstructies.
Windgeneratoren staan we niet toe in woonwijken vanwege het lage rendement. Wij zijn ons ervan bewust dat er innovatieve oplossingen zijn met relatief weinig overlast. Veenendaal is echter een windluw gebied. Redelijkerwijs is de CO2-balans van kleine windturbines tijdens de levensduur daarom negatief. Dat is niet duurzaam. Om deze reden wegen wij het belang van de ruimtelijke kwaliteit, het voorkomen van mogelijk milieutechnische ongewenste situaties voor nabijgelegen woningen, zwaarder dan de positieve effecten voor de netcongestie en de energietransitie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
4
Denk vooruit over randvoorwaarden waardoor nieuwe windontwikkelingen wel mogelijk zijn. Bijvoorbeeld met een proef-optie.
Voor hoogbouw kan mogelijk wind op het dak wel een duurzame optie zijn. We denken na over het mogelijk maken van windgeneratoren op daken van hoge appartementengebouwen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
8 van 55
Indiener 4 – Inwoner van Veenendaal 5
Indiener verzoekt herstelprogramma's en beheer van oude houtwallen mee te nemen. Het zou (ook ecologisch), een goede zaak zijn als de gemeente deze cultuurhistorische elementen weer zo veel mogelijk terugbrengt in de stad in combinatie met het juiste hakhoutbeheer.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
We erkennen de ecologische en functionele waarde van houtwallen en bomen. Zie voor de bescherming van boomstructuren en houtwallen punt 7 onder paragraaf 6.3.2 in de omgevingsvisie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
9 van 55
Indiener 5 – Inwoner van Veenendaal. Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Als Veenendaal bestaande bomen wil beschermen moet dit duidelijk opgenomen worden in de omgevingsvisie.
Dit punt is duidelijk opgenomen in paragraaf 6.3.2 onder punt 7.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
Indiener vraagt om expliciete erkenning van de waarde van oude lanen en houtwallen in de omgevingsvisie. Dit betreft oude bomen die van onschatbare ecologische waarde zijn, cruciaal bij de hittebestrijding en positief bijdragen aan ons welbevinden. Veelal lopen de bomen gevaar, omdat ze op particulier terrein liggen. Extra bescherming is wenselijk.
Als gemeente erkennen we de ecologische en functionele waarden van oude bomen die zowel solitair als in groenstructuren voorkomen. Zij zijn een belangrijke bijdrage om te komen tot een gezonde en leefbare woon- en werkomgeving. Hier geven we nader invulling aan bij het actualiseren van het bomenbeleid.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
3
Weer een algehele kapvergunning invoeren voor bomen.
In de omgevingsvisie wordt niet beschreven hoe de uitvoering van een belangrijke waarde plaatsvindt. Dit wordt beschreven in een omgevingsprogramma. Na de besluitvorming over de omgevingsvisie zal een omgevingsprogramma Groen volgen die de manier van uitvoering/bescherming/erkenning beschrijft.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
4
Het erkennen van de lanen rond de Kerkewijk als groene inprikkers.
In de omgevingsvisie worden lanen niet erkent als groene inprikkers. Dit wordt beschreven in een omgevingsprogramma. Na besluitvorming over de omgevingsvisie zal een omgevingsprogramma Groen volgen die de manier van uitvoering/bescherming/erkenning beschrijft.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
10 van 55
Indiener 6 – Inwoner van Ede Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Tijdens het participatietraject is gesproken over een tijdelijke geothermische installatie. Met de weergave op de kaart is bedoeld weer te geven dat in die richting potentie ligt voor geothermie. De zienswijze vormt aanleiding om de aanduiding van de kaart te halen. Er zal in de toekomst bekeken moeten worden welke locaties precies geschikt zijn voor geothermie. Dit kan binnen of buiten de gemeentegrenzen van Veenendaal zijn, waarbij de locatie sterk bepaald zal worden door de situatie in de ondergrond.
De zienswijze geeft aanleiding om de aanduiding ‘GEO’ van afbeelding 21 te verwijderen.
Indiener geeft aan dat de indicatieve locatie voor geothermie op de kaart van het hoofdstuk “Energietransitie” enkel een proeflocatie betreft, geen permanente. Indiener verzoekt om geothermie binnen de gemeentegrenzen op te lossen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
11 van 55
Indiener 7 – Woon- en Advies Commissie Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Indiener adviseert om van verdere verstedelijking tot 85.000 inwoners af te zien. Tot 2030 zou vooral gebouwd moeten worden voor eigen behoefte binnen de gemeentegrenzen. Zet daarna binnen Foodvalley in op bouw op andere locaties.
Er is een tekort aan woningen. Taak van de overheid is om ervoor te zorgen dat er voldoende woningen zijn. Er zijn daarom afspraken gemaakt met regio, provincies en Rijk om 45.000 woningen te realiseren in de regio. De benodigde planvoorraad voor Veenendaal hierbinnen is 10.700 woningen. Dit is op basis van lokale, regionale en nationale vraag. Hiervan is een deel binnen de gemeentegrenzen te realiseren en een deel aangrenzend. Hiermee voorzien we in de grote en groeiende behoefte aan woningen in Veenendaal. Dit is vastgelegd in de Woondeal, die de gemeenten, regio, provincies en Rijk met elkaar hebben gesloten. Deze afspraken zijn vertaald naar deze visie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
Indiener mist bij de principes vitaal en duurzaam de bouwsteen emissies. Het verzoek is deze toe te voegen en uit te werken in hoofdstuk 6. Expliciet mee te nemen: CO2, lachgas, methaan, Pfas, stikstof, fijnstof, vuilwater, plastics en andere stoffen.
De uitstoot van gassen vinden we een belangrijk thema. Broeikasgassen dragen bij aan klimaatverandering en vervuilende stoffen aan luchtkwaliteit. Landelijk moeten regels uit de Omgevingswet en specifieke besluiten de uitstoot beperken. Ook in onze visie zetten we in op het beperken van uitstoot en een transitie naar een circulaire economie. Zie hiervoor de uitwerking in de paragrafen 6.6 tot en met 6.8. De gemeente kan op basis van de omgevingsvisie bepaalde omgevingswaarden instellen, bijvoorbeeld op het gebied van schone lucht. Het vastleggen hiervan hoort thuis in het omgevingsplan. We onderzoeken of we dit op termijn gaan doen. Nu kiezen we ervoor om te werken met brede beleidsdoelstellingen en doelen op andere wijze te behalen. Zoals: omgevingsprogramma’s, omgevingsplan, eventueel aangevuld met sectoraal beleid (zie ook reactie 2, indiener 10).
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
3
Indiener verzoekt ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk bodemverontreiniging verdwijnt en dat technieken worden gebruikt met een doorgaande werking in de bodem of met een versnelling van de afbraak van vervuiling in de bodem.
We willen de leefomgeving beschermen tegen blootstelling aan schadelijke stoffen en effecten van bodemverontreiniging. Dit is omschreven in hoofdstuk 6.2. Welke technieken worden toegepast betreft uitwerking en past niet bij het karakter van deze visie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
12 van 55
Indiener 7 – Woon- en Advies Commissie 4
Ga bij gebiedsontwikkeling na welke natuurwaarden maximaal in het gebied mogelijk zijn en stimuleer ontwerpen die deze natuurwaarden zoveel mogelijk realiseren.
Wij onderschrijven het belang om natuurwaarden goed vast te leggen. Daarom hebben we in het hoofdstuk Groen, Blauw en Klimaatadaptatie diverse keuzes en maatregelen toegevoegd.
In de definitieve versie bevat meer maatregelen om de natuurwaarden goed vast te leggen. De volgende maatregelen zijn in de definitieve versie toegevoegd in paragraaf 6.2.3: Maatregel 3, 4, 7, 10, 11, 12 en 14.
5
Indiener pleit voor het beperken van drinkwatergebruik en het gebruik van regenwater waar mogelijk en vraagt bij nieuwe ontwikkelingen in te zetten op hergebruik van water en gebruik van regenwater. Indiener adviseert de volgende regel op te nemen: ‘hoogwaardig water alleen voor hoogwaardige toepassingen’. Dan is potentieel een besparing van 90% mogelijk en zijn mogelijk extra drinkwaterbronnen en het openen van een nieuw winveld niet nodig.
Hoogwaardig drinkwatergebruik is een uitgangspunt van de omgevingsvisie. De gemeente zet stevig in op het beperken van drinkwatergebruik. In de visie is bijvoorbeeld in de paragrafen 6.2.2 en 6.2.3 het doel vastgelegd dat de gemeente het gebruik van drinkwater terug wil dringen, waterbewust gedrag wil stimuleren en het laagwaardig drinkwatergebruik zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente stimuleert hoogwaardig gebruik van drinkwater, grondwater en andere bronnen. Hoogwaardig gebruik van waterbronnen kan invloed hebben op de drinkwatervraag en daarmee op de aanbodkant en strategische drinkwatervraagstukken. Hoe groot dit effect is, is nog niet scherp. Gezien de groei van de stad en met het oog op leveringszekerheid in de toekomst zijn naar verwachting nieuwe drinkwaterbronnen nodig. Hierover is de gemeente in overleg met Vitens.
De volgende zin wordt toegevoegd aan paragraaf 6.2.2 onder het kopje 'drinkwater': “De gemeente stimuleert hoogwaardig gebruik van drinkwater en grondwater en het gebruik van andere bronnen (zoals hergebruik, regenwater, oppervlaktewater) voor toepassingen die geen drinkwaterkwaliteit vereisen, zowel bij nieuwbouw en nieuwe bedrijfsmatige activiteiten als bestaande bouw en bedrijfsvoering.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
13 van 55
Indiener 7 – Woon- en Advies Commissie 6
Bij natuur-inclusief bouwen gaat het vaak om additionele maatregelen. Indiener ziet de natuur graag geïntegreerd worden in het gebouw en het bouwproces. Waarbij meer nadruk op inheemse soorten of soorten die zoveel mogelijk biodiversiteit met zich meebrengen mag liggen.
We begrijpen uit de zienswijze dat met natuur-inclusieve bouw bijvoorbeeld groene daken of groene gevels worden bedoeld. Dit vinden we belangrijk. Met een inspiratiedocument voor initiatiefnemers willen we hen de meerwaarde laten zien en verleiden hier meer toepassing aan te geven. Dit komt ook terug in de uitwerking in omgevingsprogramma’s of het puntensysteem. De gemeente onderschrijft daarbij het belang van inheemse soorten.
De zienswijze heeft aanleiding gegeven tot de volgende aanpassing: In maatregel 13 in paragraaf 6.3.2 opgenomen dat we de nadruk leggen op inheemse beplanting.
7
Er dienen voldoende zorggeschikte en levensloopbestendige woningen te zijn. Indiener adviseert het beleid hiervoor af te stemmen op het WMO beleidsplan door middel van een Woonzorgvisie en hierin criteria op te nemen voor levensloopgeschikte woningen.
In het volkshuisvestingsprogramma (woonzorgvisie) krijgt de koppeling met het WMO beleidsplan specifieke aandacht en wordt aandacht besteed aan categorisering van woningen, zoals levensloopgeschikte woningen. Zie ook reactie 5 op indiener 13.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
8
Indiener pleit voor het opnemen van ruim voldoende groen in de nieuwbouw ontwikkelingen en het behoud en waar mogelijk uitbreiden van de bestaande hoeveelheid. Groen is nodig voor een gezonde stad en om de hittestress in de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Dat de openbare ruimte toegankelijk en levensloopgeschikt wordt ingericht dient een uitgangspunt voor het ontwerp te zijn
In de omgevingsvisie wordt het belang van groen meerdere keren onderstreept. De gemeente stelt een vitale, duurzame en veilige leefomgeving als doel voor 2040. Dit betekent dat groen een belangrijke plek inneemt. In het hoofdstuk 6.3 is opgenomen dat wij inzetten op het vergroenen van de leefomgeving en duidelijker de verbinding leggen met de groene schil om Veenendaal.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
9
Indiener adviseert om per bedrijventerrein afspraken te maken over mobiliteitsplannen om zo het forenzenverkeer te stroomlijnen. Indiener denkt aan: carpoolsystemen of aan het verbeteren van de bereikbaarheid met het openbaar vervoer voor bepaalde bedrijventerreinen.
De gemeente ziet ook de druk door woon-werkverkeer. Onder 6.6.1 staat onder opgaven benoemd: “Gezond, duurzaam en veilig vervoer stimuleren en de autoafhankelijkheid verminderen”. Hier vallen zowel de inzet op openbaar vervoer als een werkgeversaanpak onder. In de verdere uitwerking van de omgevingsvisie naar het Omgevingsprogramma Mobiliteit wordt dit verder geconcretiseerd.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
14 van 55
Indiener 7 – Woon- en Advies Commissie 10
Indiener stelt dat een reductie op het aantal parkeerplaatsen bij woningen pas zou mogen worden toegepast als er een reëel alternatief is voor het verminderen van autobezit, zoals bijvoorbeeld deelmobiliteit.
Ons beleid en werkwijze sluiten aan op de zienswijze. In 2026 herziet de gemeente het parkeerbeleid en daarmee de parkeernormen. Hierbij sluiten we aan bij de landelijke kentallen van het CROW. In de uitwerking van concrete plannen passen we deze normen toe. Een reductie van de norm is alleen mogelijk als er voldoende alternatieven zijn (bijv. OV in de nabijheid, deelmobiliteit etc.). Dit is uitgewerkt in de huidige Notitie parkeernormen 2020, herziening 2023.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
11
Indiener ziet het onderwerp ‘energieopslag’ graag als expliciete opgave benoemd.
Als gemeente zien we een belangrijke plek voor energieopslag in het energienet van de toekomst. We besteden hier in hoofdstuk 6.7.1 dan ook (kort) aandacht aan. Het energienet van de toekomst bestaat volgens ons uit meerdere belangrijke schakels. Het is dus belangrijk om de aandacht over deze schakels in onze strategie zo goed mogelijk te verdelen. Opslag van energie komt terug in het op te stellen omgevingsprogramma Energie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
12
Indiener geeft aan dat waterstof meegenomen dient te worden in de ontwikkeling en renovatie van gebieden. In de tussentijd kan de gemeente sturen op vervanging van CV-ketels door HR-ketels, die zijn voorbereid om zowel op gas als op waterstof te werken.
Projecten met warmtenetten en warmtepompen zijn voor een aanzienlijk deel van de woningen langjarig nu al concurrerend (en vaak goedkoper) ten opzichte van voortzetten van het aardgasgebruik. Hier zetten we op in. Tot ongeveer 2035 is waterstof voor ons geen alternatief voor aardgasvrije woningen. De gebruikskosten zijn (veel) te hoog. In lijn met de energievisie 2024-2050 van de provincie Utrecht is toepassing van waterstof op lange termijn voor lage- en middentemperatuursverwarming de toepassing met de laagste prioriteit.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
13
Neem op meer plaatsen slimme combinaties van groen en blauw met energie mee; onderzoek waar thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) de stroming in sloten en waterpartijen kan verhogen en de temperatuur verlagen.
We zien de potentie in slimme combinaties van groen, blauw en energie. De huidige tekst biedt voldoende ruimte om in algemene zin (breder dan Valleikanaal) de ontwikkeling van aquathermie te faciliteren. Bij voorkeur in combinatie met seizoensopslag.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
15 van 55
Indiener 7 – Woon- en Advies Commissie 14
Indiener ziet dat energiebedrijven inzetten op hybride warmtepompen en verzoekt om in de handreiking meer nadruk te geven aan full electric of maximale opwek in combinatie met opslag.
We gaan ervan uit dat de indiener met de zienswijze doelt op de handreiking “Netbewust Bouwen Veenendaal”. We zetten in paragraaf 6.7.3. met diverse keuzen en maatregelen stevig in op energieplanologie. Bijvoorbeeld: netbewust bouwen, de inzet van netbewuste bronnen en het stimuleren van energiebesparing door inwoners en bedrijven.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Bij netbewust bouwen is het uitgangspunt gasloos. Hybride oplossingen zijn dan niet mogelijk. Bij netbewust verduurzamen zetten we in op ‘slimme’ warmtepompen en andere netbewuste technieken. In plaats van maximale opwek zetten we in op opwek passend bij de vraag in combinatie met slim energiemanagement en (warmte) opslag. 15
Windturbines zijn niet toegestaan. Als nieuwe ontwikkelingen toepassing van windenergie wel inpasbaar maken adviseert indiener om te onderzoeken of windturbines wel mogelijk zijn.
We vinden grote windturbines niet passend in onze verstedelijkte gemeente. Wel bieden we ruimte voor kleinere tot middelgrote windturbines op bedrijventerreinen, mits deze passend zijn in de omgeving. Voor de toepassing van windturbines op bedrijventerreinen is onderzoek naar de inpasbaarheid noodzakelijk.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
16
Indiener adviseert om VVE’s of VVH’s zeggenschap te geven over de warmtenetten en de wijze van het opwekken en opslaan van energie.
We hebben aandacht voor het effectief opwekken en opslaan van energie. De omgevingsvisie geeft hierbij richting op hoofdlijnen waar dit de inrichting van fysieke leefomgeving raakt. De organisatorische inrichting van warmtenetten, opwek en opslag is geen onderdeel van deze visie.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
17
Indiener stelt dat mininetten wellicht meer oplossingen kunnen bieden dan een centraal systeem en adviseert dit te onderzoeken.
We willen voor alle buurten in Veenendaal weten wat de beste aardgasvrije oplossing is. Samen met bewoners en andere belanghebbenden stellen we daarvoor per buurt een buurtuitvoeringsplan op. Uiterlijk in 2035 hebben we voor ieder huishouden en bedrijf duidelijk wat de beste oplossing is en wat dit voor hen betekent. Het maken van plannen voor buurten en wijken waar kans is op een warmtenet heeft daarbij prioriteit.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
16 van 55
Indiener 7 – Woon- en Advies Commissie 18
Indiener adviseert om bij aanbestedingen uit te gaan van beschikbaar budget en vervolgens te kiezen voor de aanbieder met de meeste circulariteit of duurzaamheid. Dat is sterker dan de milieukosten indicator (MKI) mee te wegen in een aanbesteding op basis beste prijskwaliteitsverhouding.
We denken actief na over de wijze waarop we materialen kunnen hergebruiken en meer duurzame materialen in kunnen zetten. In 2050 willen we een circulaire stad zijn. Dit werken we uit in het omgevingsprogramma circulariteit. Dit bevat samenhangende maatregelen om circulariteit stevig in het gemeentelijk beleid te verankeren. Op projectbasis nemen we als gemeente, waar mogelijk, de gunning op basis van milieuprestatie mee in de aanbestedingsprocedure.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
19
Lichtvervuiling vraagt aandacht. Combineer slimme verlichting met veiligheid (bijvoorbeeld lantaarns met soundscapes of andere functionaliteiten). Breng de dichtheid van lantaarnpalen terug (iedere 25 meter een lantaarn is te veel) en breng de lichtintensiteit terug.
In het kader van verduurzaming is de gemeente bezig met het vervangen van verlichting naar meer duurzame varianten. Binnen 5 jaar vervangen we ongeveer 40% van de verlichting door duurzame en dimbare verlichting. Hiermee dragen we bij aan de verduurzaming van de openbare ruimte én verminderen we lichtvervuiling.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
17 van 55
Indiener 8 – TenneT Zienswijze 1 In hoofdstuk 5.1 wordt door de gemeente het belang van regionale energieinfrastructuur benoemd in relatie tot grootschalige energie-opwek locaties. Indiener verzoekt om hier "landelijk energie-infrastructuur” of “hoogspanningsinfrastructuur" aan toe te voegen om hun belangen te borgen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Reactie gemeente We vinden het belangrijk dat de belangen van de energie infrastructuur goed opgenomen zijn in de omgevingsvisie. Zeker met het oog op de landelijke problematiek rondom netcongestie en de duurzaamheidstransitie waar de gemeente graag haar bijdrage aan levert.
Wijziging omgevingsvisie De zienswijze geeft aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen in hoofdstuk 5.1. De term “regionale energieinfrastructuur" vervangen we door “regionale en landelijke energieinfrastructuur".
18 van 55
Indiener 9 - Inwoner Veenendaal Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Indiener herkent zich niet in de termen “religieus” en “dorps” in de omschrijving van de identiteit van Veenendaal. De term “dorps” past niet bij de stedelijke groei ambities van Veenendaal en er is een groeiende groep niet religieuze inwoners. Het gaat erom dat mensen met verschillende achtergronden naast elkaar samenleven.
De samenstelling van de Veenendaalse bevolking verandert. Religie speelt in Veenendaal echter nog steeds een belangrijke rol bij sociale en culturele activiteiten en ontwikkelingen in de stad en is daarmee voor ons een belangrijke drager van de identiteit van Veenendaal.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
Veenendaal met een klein grondgebied is afhankelijk van samenwerking met buurgemeenten. De ontwikkeling van gebieden, die voor Veenendaal strategisch van belang zijn, is afhankelijk van prioritering bij buurgemeenten. De omgevingsvisie zou dit onderwerp steviger moeten adresseren.
De omgevingsvisie geeft de visie van de ontwikkelrichting van de gemeente richting 2040. We zijn ons ervan bewust dat de verstedelijkingsopgave niet volledig binnen de eigen gemeentegrenzen opgelost kan worden. We werken intensief samen aan verstedelijking op regionaal niveau. De regie voor ontwikkelingen binnen de gemeentegrenzen ligt volledig bij de gemeente Veenendaal. De gemeente Veenendaal heeft geen zeggenschap over de gronden van buurgemeenten. Hier hebben we daarom gebruik gemaakt van regionaal geborgde afspraken en die in de visie weergegeven.
We geven zowel in tekst als op kaart duidelijker aan dat ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen op basis van samenwerking zijn en geborgd zijn in regionale afspraken.
3
Indiener mist een stuk over recreatieve wandel- en fietsverbindingen. Door de lagen van afbeelding 20 onder 6.6.5 op elkaar te leggen kunnen missing links in het netwerk worden geïdentificeerd, bijvoorbeeld het verbinden van de oost- en westzijde van de Grebbeweg als onderdeel van een grotere recreatieve wandelstructuur.
De kaart voor wandelaars geeft onze visie weer die gaat over het versterken van wandelstructuren rondom buurtcentra en groene elementen. De recreatieve wandelroutes staan niet op de kaart weergegeven. De inzet hierop is wel in de tekst opgenomen bijvoorbeeld in paragraaf 6.3.3 onder punt 3. Hiermee is de kaart voor wandelstructuren vrij globaal gebleven. Deze kaart kan niet vergeleken worden met de kaart voor fietsstructuren. De belangrijkste fietsroutes staan in de definitieve versie van de omgevingsvisie goed op de kaart. Daarbij hebben we ook aangegeven welke (delen van) routes we de komende jaren willen verbeteren om het fietsnetwerk te versterken. Dit is een behoorlijk concrete kaart.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Met de term “dorps” willen we bewust benadrukken dat Veenendaal een dorps karakter heeft behouden. Ondanks de groei, stedelijke voorzieningen en bouwvolumes hebben we een dorps karakter behouden op: mentaliteit, sociale verbanden en activiteiten. Dit dragen we graag actief uit.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
19 van 55
Indiener 9 - Inwoner Veenendaal 4
De legenda van de kaart in paragraaf 6.5.4 klopt niet. De kaart en zijn betekenis is daarom niet altijd goed te beoordelen.
Dit betreft de kaart met de visie op economie. Hier is abusievelijk de legenda van de energietransitie bijgevoegd.
De legenda bij de kaart met de visie op het deelthema economie in paragraaf 6.5.4 is vervangen door de bijbehorende legenda economie.
5
Station Veenendaal-De Klomp is voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Veenendaal van strategisch belang. Indiener mist dit in de visie en stelt voor: het station consequent intercitystation te noemen en in te zetten op versterking van de P&R functie. Hierbij sluit indiener aan bij de Ontwerp nota Ruimte en provinciale ambities.
Een goede OV-bereikbaarheid kan bijdragen aan de opgave voor verduurzaming mobiliteit en is een drager voor verdere verstedelijking. We hechten daarom grote waarde aan het behoud van een goede spoorverbinding tussen Veenendaal, Utrecht en Arnhem. Zowel via Veenendaal-De Klomp, Centrum als West.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Indiener ziet de opgave verbreding Rondweg-Oost niet terugkomen in de tekst, wel op de kaart. Hierbij ziet indiener graag dat de ambitie om een ongelijkvloerse kruising te realiseren t.h.v. de rotonde Prins Clauslaan wordt herbevestigd in de visie.
Op de kaart (afbeelding 16) is de uitbreiding capaciteit Rondweg-Oost weergegeven. Deze opgave is verwoord in paragraaf 6.6.3: “een goede en veilige doorstroming op het hoofdwegennet (beide rondwegen en de A12). Deze wegen moeten voldoende capaciteit hebben.” Gezien de opgave en de weergave op de kaart zien we aanleiding om de Rondweg-Oost ook concreet te benoemen.
6
Station Veenendaal-De Klomp is een station waar intercity treinen stoppen. We hebben samen met het Rijk, NS, ProRail, Gelderland, Utrecht, Ede en Renswoude een Integraal Handelings Perspectief opgesteld om te verkennen hoe het station Veenendaal-De Klomp toekomstbestendig gemaakt kan worden. De paragrafen 5.2, 5.3 en de algehele visiekaart hebben we het station als ic-station opgenomen. Het behouden en versterken van het huidige station is als opgave meegenomen in 6.6.3. De gemeente zet zich samen met omliggende gemeenten en provincies in om de goede spoorverbindingen hier te behouden. Hier hoort een sterke P&R functie bij.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
We voegen de volgende zinnen toe aan Paragraaf 6.6.3: “...op het hoofdwegennet. Op de A12, de Rondweg-Oost en de RondwegWest werken we aan voldoende capaciteit.”
20 van 55
Indiener 9 - Inwoner Veenendaal 7
De Van Essenlaan wordt in afbeelding 17 weergegeven als een inprikker op de kaart. Indiener verzoekt hier op termijn over uit te spreken dat de ambitie is hier een 30km/u regime in te voeren. Ten behoeve van de omgevingskwaliteit, oversteekbaarheid en verkeersveiligheid.
Als de oversteekbaarheid of veiligheid daar aanleiding voor geven wil de gemeente dit aanpakken. Onder andere door het invoeren van 30 km/u regimes, verkeersheuvels en oversteekplaatsen. In paragraaf 7.3 staat deze inzet verwoord als ontwikkelkans voor woonwijken.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
8
De busverbinding door het Franse Gat via Rembrandtpark / Rembrandtlaan (afbeelding 19) wordt omgeleid via t’ Goeie Spoor. Voor een wijk als het Franse Gat, welke sociaal economisch juist baat kan hebben bij een busverbinding vindt indiener het opvallend dat juist in deze wijk geen busverbinding meer zal zijn.
De busverbinding die indiener benoemt wordt inderdaad omgeleid via ‘t Goeie Spoor. Er komt een nieuwe halte aan de Rondweg-West bij de wijk ’t Franse Gat. Daarnaast kan door de inwoners van de wijk nog steeds gebruik worden gemaakt van de haltes aan de Kerkewijk, De Reede en station Veenendaal-Centrum. De Valleihopper biedt aanvullend openbaar vervoer voor mensen die daarvoor in aanmerking komen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
9
Indiener vraagt of er al een visie is op hoe station Veenendaal Zuid/Rhenen De Meent bereikbaar wordt via ov/auto/fiets.
Verstedelijking bij de nieuwe Meent wordt nog onderzocht in samenwerking met de gemeente Rhenen en de provincie Utrecht. De exacte invulling en de eventuele komst van een extra station maken onderdeel uit van deze onderzoeken. Hier kan nog geen uitspraak over gedaan worden.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
21 van 55
Indiener 10 – Fietsersbond Zienswijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
Indiener vraagt wat er gebeurt met hoofdstukken die in de oude Omgevingsvisie staan, maar niet terugkomen in de nieuwe Omgevingsvisie en of de gemeente de verschillen inzichtelijk maakt. Concreet noemt indiener de volgende onderwerpen: - Uitgangspunten voor de dienstverlening - Participatie na invoering van de Omgevingswet - Samenwerken, evaluatie en monitoring
Deze omgevingsvisie vervangt de oude omgevingsvisie. De oude omgevingsvisie komt daarmee in zijn geheel te vervallen. De gemeente maakt daarbij geen overzicht met wijzigingen.
We voegen hoofdstuk 8 toe, waarin we nader omschrijven hoe we de visie in de praktijk willen brengen. Hierbij gaan we in op: samenwerking, het instrumentarium, uitvoering, monitoring en evaluatie.
2
Het instrumentarium van de Omgevingswet kent ‘omgevingswaarden’. Een specifiek instrument voor de raad dat ‘vastigheid’ kan geven. Is er bewust voor gekozen dit niet toe te passen?
We zien nu geen concrete aanleiding om omgevingswaarden vast te leggen. Het is een nieuw strategisch sturingsinstrument, waarvan inzet een zorgvuldige afweging vraagt. De juridische consequenties, vereiste onderzoeken, de beperkte flexibiliteit en de inzet op monitoring en bijsturing vragen een nadere keuze en bewuste besluitvorming. Inzet van omgevingswaarden kan onbedoeld in de weg staan aan gewenste ontwikkelingen. Dit vraagt dus inzet van (beperkte) ambtelijke capaciteit. Op termijn willen we omgevingswaarden vaststellen. Bijvoorbeeld voor gezonde lucht. Nu kiezen we ervoor om te werken met brede beleidsdoelstellingen en doelen op andere wijze te behalen. Zoals: omgevingsprogramma’s, omgevingsplan, eventueel aangevuld met sectoraal beleid.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
3
Het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) is voor de fietsersbond voor de verkeersveiligheid een belangrijke basis. Zeker voor de zwakkere verkeersdeelnemers zoals de fietsers. Dit mist indiener in paragraaf 1.4.
Het SPV is belangrijk voor de passages over (fiets)mobiliteit. De opsomming onder 1.4 is niet limitatief. Gezien het belang van het SPV voor dit onderwerp, voegen we deze toe aan de opsomming onder paragraaf 1.4.
De opsomming in paragraaf 1.4 vullen we aan met het Strategische Plan Verkeersveiligheid.
We voegen hoofdstuk 8 toe aan de visie, waar we nader ingaan op de stap van visie naar praktijk. Daar gaan we nader in op samenwerking, monitoring en evaluatie. In een separate uitvoeringsparagraaf, die we uitwerken na vaststelling van deze omgevingsvisie, leggen we nadere randvoorwaarden vast over doorwerking in omgevingsprogramma's en de uitvoering.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
22 van 55
Indiener 10 – Fietsersbond 4
Indiener vraagt wat in paragraaf 1.7 wordt bedoeld met ‘invulling van regels’. Naar welk document en welk kader wordt verwezen?
De omgevingsvisie beschrijft de opgaven en ambities op hoofdlijnen. Regels en randvoorwaarden staan in omgevingsprogramma's en omgevingsplan. Om dit nader te duiden voegen we informatie over de samenhang van instrumenten toe in een nieuw toe te voegen hoofdstuk 8.
We voegen hoofdstuk 8 toe, waarin we omschrijven hoe het instrumentarium van het ruimtelijk beleid eruit ziet.
5
Indiener vraagt zich af of we zelfrijdende auto’s en drones willen binnen de bebouwde kom, zoals genoemd in paragraaf 4.7.
De Nederlandse wetgeving stelt strenge eisen aan de introductie van deze technieken. Deze zullen alleen in het Veenendaalse straatbeeld te zien zijn als zij vrijwel risicoloos kunnen worden ingezet.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
6
In paragraaf 5.1 wordt gesproken over snelle vervoersmiddelen. Indiener vraagt zich af welke vervoersmiddelen hiermee zijn bedoeld. Daarbij gaat indiener ervan uit dat binnen de bebouwde kom van Veenendaal de norm 30 km/u wordt net als in diverse andere steden.
In Veenendaal is geen norm van 30 km/u. We beraden ons over het uitbreiden van 30 km/u zones. Daarnaast zetten we in op het concentreren van autoverkeer op het hoofdwegennet. Toekomstige snelle vervoersmiddelen zijn onder andere: de elektrische fiets, elektrische scooter, compacte elektrische voertuigen voor bezorging en Bus Rapid Transit.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
7
Op pagina 27 onder 3 staat te lezen ‘optimaliseren verbindingen voor voetganger en fietser’. Indiener vraagt zich af welke verbindingen dit zijn. Graag illustreren met concrete voorbeelden uit het recente verleden en nabije toekomst om de scope in beeld te brengen voor de lezer.
Op de facetkaarten van mobiliteit staan de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen/verbeteringen in het netwerk voor voetganger en fietser visueel weergegeven. Zoals de kans voor de verbetering van het kruispunt Grote Beer-Rondweg west. Een concreet voorbeeld dat recent is gerealiseerd is het vrijliggende fietspad langs de Duivenwal.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
23 van 55
Indiener 10 – Fietsersbond 8
9
Op pagina 28 onder 5 is benoemd dat de gemeente gaat onderzoeken of een ‘streefpercentage’ van 30% groen bij nieuwe ontwikkelingen haalbaar is. Indiener is van mening dat de gemeente dit niet hoeft te onderzoeken en direct kan toepassen. Monitoring is dan wel belangrijk.
We zijn het eens dat we zonder onderzoek een streefpercentage kunnen hanteren. Het is de ambitie waar we naar toe werken. Het aantal belangen is echter groot en voor we onze ambities vastleggen willen weten hoe realistisch deze zijn in de praktijk.
Op pagina 28 onder 7 staat een oplossing: elektrische flexibus. Dit is heel concreet en specifiek geformuleerd. Bij de andere nummers is de formulering veel vager en onspecifiek. Dit voorbeeld toont dus het kán wel, zo scherp formuleren. Graag ook bij de andere nummers concreet en specifiek doen.
In de visie noemen we ontwikkelingen op hoofdlijnen, soms ondersteund met een concreet voorbeeld.
In hoofdstuk 6.6 staan knelpunten van mobiliteit benoemd. Indiener ziet graag de volgende tekst toegevoegd: “Op meerdere wegen wordt structureel te hard gereden door het autoverkeer en dat leidt steeds weer en vaker tot onveilige situaties. Hinderlijk en gevaarlijk geparkeerde auto’s zorgen regelmatig voor onderbreking van looproutes, gebrek aan overzicht en zo voor onveilige situaties. Regelmatig zijn grote bedrijfsbusjes te lang voor de parkeervakken in de woonwijk waardoor looproutes onmogelijk worden.”
We zijn het eens met de indiener dat te hard rijden tot onveilige situaties leidt. Dit verkeersgedrag willen we voorkomen om de veiligheid van kwetsbare doelgroepen in het verkeer te verbeteren. Dit hebben we in de eerste zin onder het kopje “veiligheid” verwoord. We brengen dit ook in de praktijk. Op een aantal wegen worden maatregelen genomen om de snelheid van het verkeer terug te brengen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
De parkeeroverlast, waaronder van grote bedrijfsbussen, is benoemd onder het kopje “auto en parkeren”.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
24 van 55
Indiener 10 – Fietsersbond 10
In paragraaf 6.6.2 staat een tekst over ”de fiets”. Indiener ziet graag de volgende tekst toegevoegd: “De doorstroming voor fietsers is verre van optimaal. De drukte en snelheid van het autoverkeer en de hinder van (foutief) geparkeerde auto inclusief de vele bezorgbusjes, willekeurig geplaatste kliko’s en andere objecten vormen een bedreiging van de verkeersveiligheid. De toename in aantallen fietsen en soorten van fietsen verergert de gevolgen van de ondermaatse fietsinfrastructuur. Het gebruik van de fiets binnen de bebouwde kom is laag in vergelijking met andere steden omdat de infrastructuur is gericht op autodoorstroming.”
In de omgevingsvisie onderschrijven wij de visie van indiener. We benoemen daarom ook dat de doorstroming en het comfort op fietsroutes kan worden verbeterd. Het is echter niet zo dat de infrastructuur voor fietsers in Veenendaal slecht is. Wel kunnen er in het netwerk aansluitingen verbeterd worden die de doorstroming bevorderen. Deze zijn opgenomen op de kaart mobiliteit (6.6.5).
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
11
In paragraaf 6.6.4. onder “Algemeen” staat bij de 2e bullet dat wordt gekozen voor stimuleren indien het betref ‘niet-auto’ en voor faciliteren indien het betref ‘wel-auto’. Indiener vraagt zich af of hier sprake is van een bevoordeling/ prioritering van ‘het systeem auto’ en vindt dat onwenselijk.
Met faciliteren zetten we in op het mogelijk maken van autogebruik. Met stimuleren willen we niet-autogebruik bevorderen. Daarmee geven we geen rangschikking.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
Bij de 3e bullet is slimme mobiliteit alleen vanuit ‘het systeem auto’ bedacht. Wat is er voor de ‘andere’ mobiliteitsvormen en -netwerken bedacht? Een Modal shift is nodig, ook volgens het gemeentelijk beleid.
Op diverse plekken in de omgevingsvisie benoemen we dat de infrastructuur voor voetganger en fietser zal worden verbeterd. Daarbij wordt benadrukt dat dit zeker geldt voor het drukke centrum. Er wordt gewerkt aan een modal shift. Deze modal shift zal geleidelijk moeten plaatsvinden en op draagvlak moeten kunnen rekenen van een groot deel van de inwoners van Veenendaal. Om een eerste inzicht te geven over de mogelijke gevolgen van de modal shift op Veenendaal, is het Omgevingseffectrapport nu compleet met een mobiliteitsspecial.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
25 van 55
Indiener 10 – Fietsersbond 12
In paragraaf 6.6.4 onder “Voetganger en fietser” blijkt uit de tekst bij de 1e bullet dat de gemeente het voetgangersnetwerk aantrekkelijk maakt om te fietsen. Dat klopt volgens indiener niet. Bij de 3e bullet gaat het over het toevoegen van ontbrekende schakels in het fietsnetwerk. Indiener vraagt om voorbeelden uit het recente verleden en nabije toekomst.
Bullet 1 beschrijft niet dat een voetgangersnetwerk wordt gebruikt voor fietsen. De paragraaf waar dit beschreven wordt gaat over zowel de voetganger als de fietser. Ter verduidelijking wordt de passage aangepast door de verwijzing naar de fiets in de laatste zin te verwijderen.
13
In paragraaf 6.6.4 onder “openbaar vervoer en deelmobiliteit” staat de inzet op fietsroutes van en naar de stations vanuit het centrum. Indiener ziet ook graag de verbinding vanuit de diverse woonwijken.
We zijn het eens met indiener. Dit is als volgt verwoord in de visie “De bus- en fietsroutes van en naar de stations en het centrum worden verbeterd.” We zetten in op het versterken van het fietsroutenetwerk. Naast de verbinding tussen het centrum en de stations zijn ook de verbindingen tussen de wijken en het centrum en tussen wijken en stations van belang. De inzet is visueel weergegeven op afbeelding 17 “de facetkaart fiets”.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
14
In paragraaf 6.6.4 onder “Gemotoriseerd verkeer en logistiek”
Door te investeren in goede wandel, fiets en OV verbindingen kan geleidelijk een modal shift gerealiseerd worden. Een groot deel van de Veenendalers maakt gebruik van de auto. Om autogebruik goed en veilig te laten verlopen faciliteren we het huidige gebruik en stimuleren we gebruik van alternatieven. Beiden sluiten elkaar niet uit.
Figuur 1 is verwijder uit de tekst. De inzet op programma's is verplaatst naar hoofdstuk 8.
1e bullet gaat over het faciliteren van autopendelen door wegen met voldoende capaciteit. Indiener vraagt zich af hoe dit samengaat met de beleidsmatig gewenste modal-shift. 2e bullet gaat over het verkeerscirculatieplan met maatregelen. Indiener is van mening dat dit een open einde is en verzoekt om meer concrete uitwerking. 5e bullet benoemt het Programma Vitale Binnenstad. Deze staat niet in figuur 1 genoemd. Klopt figuur 1?
In paragraaf 6.6.3 onder “Voetganger en fietser” wijzigen we de tekst onder de 1e bullet door de verwijzing naar de fiets uit de laatste zin te verwijderen.
Op de kaart van mobiliteit (6.6.4) staan de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen/verbeteringen in het netwerk voor voetganger en fietser visueel weergegeven. Een concreet voorbeeld dat recent is gerealiseerd is het vrijliggende fietspad langs de Duivenwal.
De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Een concrete uitwerking van onderwerpen past niet binnen het karakter van deze visie. Hiervoor verwijzen we naar het verkeerscirculatieplan en het programma Mobiliteit . We hebben hoofdstuk 8 toegevoegd aan de visie. Hierin beschrijven we de stap van visie naar praktijk. Hierbij verwijzen we ook naar de op te stellen omgevingsprogramma's. Figuur 1 vervalt daarmee.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
26 van 55
Indiener 10 – Fietsersbond 15
Voor indiener zijn de kaarten in de visie moeilijk te begrijpen en weinig informatief.
Tussen de ontwerpversie en de definitieve versie van de omgevingsvisie zijn de kaarten aangepast. Er is opnieuw gekeken naar weer te geven informatie, kaarten zijn duidelijker leesbaar gemaakt en legenda’s zijn verbeterd.
De kaarten in de visie zijn beter leesbaar gemaakt.
16
Voor indiener is onduidelijk wat bestaande doorfietsroutes zijn op pagina 60. Deze zijn niet herkenbaar in de figuur aangegeven. Indiener heeft een naar eigen zeggen een beter alternatief voor de doorfietsroute in westelijke richting. Vanaf Dwarsweg komend rechtstreeks de Achterbergselaan en Dichterslaan in te rijden, dan vervolgens fietspad en Goede Spoor. Zo kom je diep Veenendaal in en heb je diverse goede dwarsverbindingen. Is een fietshub iets anders dan een gewone stalling en wat is bedoeld met de pijl naar WUR?
In het omgevingsprogramma Integrale mobiliteit (OPIM) nemen we netwerken voor alle verschillende vervoerswijzen op, waaronder de fiets. De kaarten uit de omgevingsvisie vormen hiervoor de basis. In het OPIM concretiseren we de routes verder.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
17
De afbeelding op pagina 62 geeft een verkeersluw centrum weer waar de voetganger centraal staat. In combinatie met een doorfietsroute gaat dit niet goed volgens indiener. Het verzoek is dit te heroverwegen.
In de binnenstad staat de voetganger centraal. Tegelijkertijd is de fietsbereikbaarheid van groot belang om onze doelstellingen te halen. We zetten daarom in op goede stallingsmogelijkheden voor fietsen. Doorfietsroutes lopen om het centrum heen, met fietsroutes het centrum in. Hierbij zetten we in op een verbetering van de fietsroute via de Wolweg het centrum in.
De zienswijze geeft aanleiding om de kaart met fietsroutes aan te passen. De fietsroute het centrum in via de Wolweg geven we aan als te verbeteren fietsroute. Doorfietsroutes starten vanaf de centrumring.
18
Onder de gebiedsprofielen van het centrum en het stedelijk gebied zou indiener graag de volgende toevoegingen zien bij mobiliteit: - Ook mindervalide mobiliteit (rolstoel, scootmobiel, driewieler, e.d.) en stallingvoorzieningen fiets opnemen. - Volledig inrichten naar 30 km/u met slechts enkele uitzonderingen.
De toevoeging van fietsparkeren past in het beleid om het fietsen te stimuleren. Deze toevoeging nemen we over. Het voorstel over mindervalide mobiliteit onderschrijven we ook, maar komt naar onze mening voldoende terug bij de doelgroep voetgangers, waaronder ook mindervaliden vallen. Het voorstel om deze gebieden volledig in te richten als 30 km/u zone dient nader onderzocht te worden en nemen we mee als onderdeel van het verkeerscirculatieplan.
De zienswijze heeft aanleiding gegeven om de volgende tekst toe te voegen bij de gebiedsprofielen Centrum en Stedelijk gebied onder het thema mobiliteit:
Onder fietshub wordt een overstappunt, inclusief stallingsvoorziening voor de fiets, tussen de fiets-trein en andere vervoersmodaliteiten bedoeld. De pijl naar WUR is van de kaart verwijderd. In de visie is opgenomen dat de gemeente onderzoek doet naar een rechtstreekse verbinding tussen Veenendaal centrum en de WUR in Wageningen met een (elektrische) flexbus door het Binnenveld.
Zienswijzennota en Nota ambtelijke Wijzigingen, Omgevingsvisie Veenendaal 2040
'Waar nodig realiseren van aanvullende stallingsmogelijkheden voor fietsen'.
27 van 55
Indiener 11 – gemeente Renswoude Zienwijze
Reactie gemeente
Wijziging omgevingsvisie
1
In de omgevingsvisie is een woningbehoefte alleen voor Veenendaal benoemt van 10.700 woningen op basis van woningbehoefteonderzoek uit 2021. Is dit onderzoek voldoende actueel en betreft dit de behoefte tot 2040?
Veenendaal heeft een woningbehoefte van 10.700 woningen. Dit aantal is voor Veenendaal ook de basis voor de regionale verstedelijkingsstrategie. Deze behoefte is enkele jaren geleden vastgesteld en goed bruikbaar als uitgangspunt, omdat in de tussenliggende jaren de behoefte verder is gegroeid en regionaal de opgave van 40.000 naar 45.000 is opgehoogd bij de actualisatie van de recente Woondeal. De gebruikte behoefte is de basis voor regionale afspraken en daarmee bestuurlijk gedekt op regionaal, provinciaal en landelijk niveau. We kijken hierbij vooruit naar 2040.
De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie aan te passen.
2
Nuanceer de teksten over de verstedelijking in Foodvalley. Mogelijk woningbouw bij de locatie “De Klomp” is niet alleen voor Veenendaal. Ontwikkelingen hier vormen een invulling van een regionale opgave. Het is gezamenlijk project met een stuurgroep voor het nemen van grensoverschrijdende besluiten. Deze nuancering zien we graag terug in de tekst.
We onderschrijven de conclusie dat woningbouw of verstedelijking bij De Klomp onderdeel is van regionale samenwerking "regionaal ruimtelijk programmeren". De beperkte mogelijkheden binnen Veenendaal maken regionale samenwerking voor Veenendaal ook noodzakelijk om te kunnen voorzien in de woningbehoefte en de gemaakte afspraken hierover. Door de ligging en de verwevenheid met het bestaande stedelijke netwerk zijn ontwikkelingen bij De Klomp wel van belang voor Veenendaal en is het voor ons een belangrijke opgave.
We geven zowel in tekst als op kaart duidelijker aan dat ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen op basis van samenwerking zijn en geborgd zijn in regionale afspraken. Op de kaarten verbeelden we dit door tweezijdige pijlen te gebruiken om de wisselwerking tussen regio en Veenendaal hier sterker te benadrukken. In de legenda voor wonen benoemen we dit bijvoorbeeld als: “zoekgebied voor regionale woningbouw”.