CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Zienswijze op fusie Patrimonium woonservice en de Veenendaalse Woningstichting - fusie effectrapportage

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Wensen of bedenkingen m.b.t. fusie Patrimonium woonstichting en Veenendaalse Woningstichting16.608 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een continue verbeterprogramma voor dienstverlening, gekoppeld aan de meetresultaten. Als de meetresultaten daar aanleiding toe geven, dan specifiek actie op ondernemen in de dienstverlening naar oud-VWS huurders. De mogelijkheid voor digitale dienstverlening (ook buiten kantoortijden) komt ook beschikbaar voor de VWS-huurders. De huidige klachtencommissies blijven gelijk. Administratiekosten en waarborgsom De fusiecorporatie kent geen administratiekosten. De fusiecorporatie hanteert een waarborgsom van 300 euro. Kaders meting klanttevredenheid De fusiecorporatie kiest Inceptivize als instrument voor het meten van de klanttevredenheid. Er wordt ten minste jaarlijks gemeten. De resultaten worden besproken met de beide huurdersorganisaties.

5.4.6 Onderhoudsbeleid na fusie Onderhoudsbeleid na fusie: Het onderhoudsbeleid van Patrimonium en VWS komt in de kern overeen. De fusie wordt aangegrepen op een integraal onderhoudsbeleid op te stellen, waarbij ook het ZAV-beleid wordt meegenomen. Voor komend jaar worden de bestaande onderhoudsbegrotingen gehanteerd en geplande werkzaamheden worden gewoon uitgevoerd. Serviceabonnement Er bestaan verschillen in het serviceabonnement. Patrimonium kent kosten van € 4,00 per maand met een kortingsregeling oplopend tot gratis voor huurders die meer dan 25 jaar huren. Bij VWS zijn geen kosten aan de service verbonden. De fusiecorporatie kiest ervoor om de kosten voor het serviceabonnement af te schaffen, in lijn met de regeling zoals VWS die thans heeft. De betreffende werkzaamheden worden vanaf fusiedatum voor rekening van de fusiecorporatie uitgevoerd. Daarmee blijft de service zoals VWS thans biedt overeind. Er worden goede afspraken gemaakt over hoe hierover extern wordt gecommuniceerd.

24

5.4.7 Financieel beleid na fusie De financiële continuïteit is een harde randvoorwaardelijk ondergrens die de fusiecorporatie hanteert bij beleids- en (des)investeringskeuzes. De fusiecorporatie is deelnemer in het WSW en de bedrijfsvoering voldoet daarom aan de uitgangspunten die het WSW daaraan stelt. De financiële parameters worden geharmoniseerd. Als meerjaren grenswaarden voor de ICR en de LTV gelden de voorschriften van WSW en AW: ICR minimaal 1.4 en LTV maximaal 85%. De fusiecorporatie hanteert hierbij ook signaalwaarden. Als de prognose ICR en LTV respectievelijk onder de 1.5 / boven de 80% komen dan wordt expliciet afgewogen of er al dan niet andere keuzes nodig zijn. Deze interne signaalwaarden hebben de functie van een ‘oranje verkeerslicht’ en vormen dus geen harde ondergrens. Zij geven de fusiecorporatie een expliciete remweg in geval de fusiecorporatie bij voorkomend beleid afstevent op de voorgeschreven grenswaarden (1.4/85%). Dit beleid borgt dat de middelen van de corporatie maximaal ingezet kunnen worden voor de volkshuisvesting waarbij de financiële continuïteit van de corporatie niet in gedrang komt.

5.4.8 VvE beleid na fusie VvE-Beleid na fusie: Het VvE beleid van Patrimonium wordt gecontinueerd in de fusiecorporatie. Dit betekent onder andere: 1. Gelijke behandeling van VvE-huurders als huurders van reguliere complexen. 2. Verduurzaming van complexen stimuleren, waarbij Patrimonium adviserend en stimulerend kan optreden zonder de rol van grooteigenaar op zich te nemen. 3. Patrimonium is geen beheerder van VvE (Woningwet 2015).

5.4.9 Samenvattende vergelijking beleid voor en na fusie Schema 4 laat per beleidsthema zien of het niveau gelijk blijft dan wel of de huurders erop vooruitgaan ten opzichte van de huidige situatie. Schema 4.: Kwaliteit van het beleid ná de fusie ten opzichte van vóór de fusie

Kwaliteit van het beleid ná de fusie in relatie tot vóór de fusie Beleidsonderdeel:

Patrimonium

VWS

=/+

++

Duurzaamheidsbeleid

+

=

Leefbaarheidsbeleid en participatie

=

+

Huurprijsbeleid

=

=

Wensportefeuille, SVB, nieuwbouw, verkoop

Dienstverlening en toewijzingsbeleid

+

+

Onderhoudsbeleid

=

=

Financieel beleid

=

=

VVE-Beleid

=

=

Legenda: + betekent dat het beleid erop vooruit gaat, = betekent dat het beleid op hetzelfde niveau blijft ten opzichte van de huidige situatie binnen de afzonderlijke corporaties.

5.5

Conclusie Uit bovenstaande komt naar voren dat de fusieorganisatie op een breed scala bijdraagt aan de volkshuisvestelijke opgaven in – en het volkshuisvestelijke beleid van – de gemeente Veenendaal.

25

/ 6 Fusie-effect financiële continuïteit en -draagkracht 6.1

Fusie-effect op financiële continuïteit en draagkracht Gevraagd op grond van Artikel 96, lid 2, Btiv: -

Onderbouwing financiële continuïteit van de verkrijgende toegelaten instelling, inhoudende een uiteenzetting over de financiële gevolgen van de in verband met die fusie verwachte wijzigingen in het beleid van de fuserende toegelaten instelling

-

De financiële draagkracht van de verkrijgende toegelaten instelling, waarvoor de volgende bescheiden noodzakelijk zijn: - Een uiteenzetting over de verschillen in waarderingsgrondslagen van de fusiepartners en/of de beleidswijzigingen ten gevolge van de fusie van substantiële financiële betekenis zijn. In geval de waarderingsgrondslagen niet sterk verschillen en/of de beleidswijzigingen niet van substantiële financiële betekenis zijn, kan volstaan worden met een door de besturen van de fusiepartners expliciete verklaring - In geval de waarderingsgrondslagen sterk verschillen of de beleidswijzigingen van substantiële financiële betekenis zijn of als het een fusie betreft met een corporatie die volgens de laatste financiële beoordeling door de Autoriteit woningcorporaties niet als financieel gezond wordt aangemerkt.

6.2

Financieel beleid van de fusiecorporatie De fusiecorporatie valt als toegelaten instelling in de zin van de Woningwet onder het regime van de Autoriteit woningcorporaties (Aw). Daarnaast is de fusiecorporatie deelnemer bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en valt derhalve ook onder het regime van het WSW. Dit geeft de kaders voor het financiële beleid van Patrimonium: − Het impliceert dat de financiële huishouding en het financiële beleid van de fusiecorporatie sterk is voorgeschreven vanuit wet- en regelgeving. Aw en WSW publiceren hiertoe jaarlijks de ‘Leidraad Economische Parameters Dpi’. − Het financieel beleid van de fusiecorporatie is dat de fusiecorporatie te allen tijde ten minste moet voldoen aan de kengetallen die vanuit wet- en regelgeving worden opgelegd. Bijvoorbeeld ICR en LtV. − de fusiecorporatie heeft haar financiële meerjarenraming geconsolideerd met de portefeuille van Patrimonium en VWS. Daarnaast heeft de fusiecorporatie in haar financiële meerjarenraming indicatieve investeringsbedragen opgenomen voor de vastgestelde Investeringsvoornemens, de Portefeuillestrategie voor portefeuille Veenendaal na fusie. Dit is hierboven samengevat in paragraaf 5.3. − Deze geconsolideerde gegevens zijn de grondslag voor de beoordeling van de Financiële continuïteit en -draagkracht van de fusieorganisatie, zoals in paragraaf 6.3 weergegeven.

Hierbij wordt opgemerkt dat de signalen (uit het ‘coalitieakkoord’ van december 2021) over het te verwachten toekomstige Rijksbeleid niet in de berekeningen zijn opgenomen. Het is de verwachting dat de verhuurdersheffing fasegewijs ingeruild gaat worden voor bindende investeringsafspraken. 26

6.3

Financiële continuïteit en -draagkracht van de fusiecorporatie Voor de beoordeling van de financiële continuïteit en de risico’s is onder meer een extern onderzoek verricht. De bevindingen daarvan zijn in dit hoofdstuk samengevat. Deze worden tevens ingebracht bij WSW en Aw in het kader van hun goedkeurende bevoegdheden bij fusie van woningcorporaties. En het is onderdeel van de Fusie effectrapportage die beschikbaar wordt gesteld aan de huurdersorganisaties en de gemeenten. De beoordeling van de financiële continuïteit en risico’s is derhalve vijfledig: (a) Patrimonium en VWS beoordelen dit zelf (management, controllers, besturen, OR’en en AC’s en RvT’s), (b) de externe onderzoeker beoordeelt dit, (c) WSW kijkt ernaar, (d) Aw kijkt ernaar en (e) huurdersorganisaties en gemeenten kijken ernaar. De fusiecorporatie heeft een robuuste financiële positie. De conclusies van het externe financiële onderzoek zijn, met inbegrip van alle thans voorgenomen investeringsambities, samengevat: 1. Er is structureel een gezonde operationele kasstroom 2. De Interest Coverage Ratio (ICR, de mate waarin de corporatie aan haar renteverplichtingen kan voldoen) zit structureel binnen de normgrens (>1,4) 3. De Loan to Value (LtV, de waarde van de leningen in percentage van de waarde van het bezit) zit structureel binnen de normgrens (<85%) 4.

De Solvabiliteit (de mate waarin op de lange termijn aan de betalingsverplichtingen kan worden voldaan) zit structureel binnen de normgrens (>20%). Dit is hierna toegelicht.

6.3.1 Structureel gezonde operationele kasstroom

27

6.3.2 ICR structureel binnen de normgrens (>1,4)

6.3.3 LtV structureel binnen de normgrens (<85%)

28

6.3.4 Solvabiliteit alle jaren boven de norm (>15%)

6.3.5 Tussenconclusies Op alle belangrijke financiële kengetallen scoort de meerjarenprognose van de fusiecorporatie ruimschoots positief. Hierbij zijn alle investeringsvoornemens en een voorts een matig huurbeleid ingerekend. Deze tussenconclusies kunnen gezien worden tegen de achtergrond van twee factoren die het financiële risico van de fusiecorporatie nog verder beperken: 1. De nieuwste verwachtingen rond de verhuurdersheffing die een positief effect kunnen hebben op de financiële positie c.q. de investeringen 2. Het gegeven dat voor veruit de meeste investeringsambities nog geen contractuele verplichtingen zijn aangegaan en waar dus nog op gestuurd kan worden als dat vanuit de financiën (of anderszins) gewenst zou zijn.

6.4

Waarderingsgrondslagen en financiële rekenparameters Op grond van artikel 96, lid 2, Btiv wordt ingegaan op de waarderingsgrondslagen en de financiële rekenparameters. Het Btiv schrijft hierbij voor dat “In geval de waarderingsgrondslagen niet sterk verschillen en/of de beleidswijzigingen niet van substantiële financiële betekenis zijn, kan volstaan worden met een door de besturen van de fusiepartners expliciete verklaring”. De financiële analyse heeft plaatsgevonden op basis van een doorrekening met het Corporatie Prognose Model (hierna: CPM) van bureau Finance Ideas. Het uitgangspunt voor de doorrekening is de dVi 2020 van beide corporaties. De resultaten zijn getoetst aan de concept meerjarenbegrotingen van de beide corporaties op afwijkingen en of deze logisch te verklaren zijn als gevolg van de wijziging van uitgangspunten en aannames. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: − Huurbevriezing in 2021 voor gereguleerd bezit − Huurkorting in 2021 voor circa 7,5% van het bezit − Inflatievolgend huurbeleid (uitsluitend in 2022 inflatie +0,5%) 29

− Sloop, verkoop, nieuwbouw en onderhoud bestaand bezit volgens beleid van beide corporaties − Verduurzaming bestaand bezit voor 2050 in lijn met planning Transitievisie Warmte Veenendaal − Economische parameters conform Leidraad Aw/WSW 2021 − Het tarief voor de verhuurderheffing is verlaagd vanaf 2022 naar 0,46% − Fusiekosten en opbrengsten conform de opgestelde business case fusie. In schema 5 zijn de basisgegevens en parameters weergegeven die gehanteerd zijn bij de financiële prognose van de fusiecorporatie. Schema 5.: Gehanteerde basisgegevens en parameters financiële prognose fusiecorporatie

Verklaring van de beide besturen: De waarderingsgrondslagen van Patrimonium en VWS verschillen niet sterk en ook de wijzigingen in het financiële beleid n.a.v. de voorgenomen fusie zijn niet van substantiële financiële betekenis.

6.5

Conclusie De meerjaren financiële positie van de fusiecorporatie is te typeren als ‘kerngezond’. De fusiecorporatie voldoet ruimschoots aan de voorgeschreven kengetallen-grenswaarden. Alle voorgenomen investeringen kunnen worden uitgevoerd en daar bovenop is er ruimte voor nog meer investeringen c.q. volkshuisvestelijke uitgaven. Hierbij is er gerekend met een matig huurbeleid. De risico’s zijn beperkt omdat (a) de ontwikkelingen in het Rijksbeleid naar verwachting een positieve impuls geven aan de investeringsruimte van de corporaties en (b) de fusiecorporatie nog beperkte contractuele verplichtingen is aangegaan hetgeen de investeringen goed bij-stuurbaar maken als daar behoefte aan is. Deze conclusies zijn gebaseerd op onafhankelijk extern financieel onderzoek, uitgevoerd in Q4-2021 door bureau Finance Ideas. Voor de direct betrokkenen bij deze Fusie effectrapportage (huurdersorganisaties, gemeenten, WSW, Aw) zijn deze rapportages desgewenst voor inzage beschikbaar.

30

/ 7 Alles overziend: conclusie fusieeffecten Meerwaarde van de fusie In deze fusie effectrapportage zijn de praktische en beleidsmatige gevolgen van de fusie VWSPatrimonium Woonservice beschreven. Op basis van deze analyse kan de meerwaarde van deze fusie als volgt worden samengevat:

7.1

Vanuit het perspectief van de huurders en de volkshuisvesting in Veenendaal Patrimonium en VWS zijn beide corporaties (toegelaten instelling in de zin van de Woning wet) die sterk geworteld zijn in en toegewijd zijn aan Veenendaal. Zij staan voor dezelfde opgave (volkshuisvesting in Veenendaal), hebben eenzelfde missie en functioneren in veel dezelfde lokale netwerken. Beide corporaties zijn financieel robuust. De organisatie van VWS is klein en VWS ervaart de kwetsbaarheid van de beperkte organisatorische schaal. PWS is van ruim voldoende omvang om efficiënt de vereiste bedrijfsfuncties op professioneel niveau te organiseren. VWS zoekt een oplossing voor de te kwetsbare organisatie en heeft zich daarvoor in beginsel breed georiënteerd (binnen en buiten Veenendaal). Die bredere oriëntatie heeft uiteindelijk geleid tot een meerwaardeverkenning met twee corporaties (Rhenam Wonen en Patrimonium). En die meerwaardeverkenning heeft uiteindelijk geleid tot de keuze voor PWS. Een fusie van VWS en PWS borgt het beste dat: − De kwetsbaarheid wordt opgeheven − De focus op volkshuisvestelijke opgaven van Veenendaal blijft en de middelen beschikbaar blijven voor de volkshuisvestelijke opgaven alhier − De lokale verankering in Veenendaal geborgd blijft − De financiële positie robuust blijft − Er een sterke, professionele en aan Veenendaal toegewijde corporatie ontstaat.

Samengaan van deze corporaties maakt door schaalvoordelen meer middelen vrij voor volkshuisvesting. Samen kan er dus meer dan de optelsom van de afzonderlijke corporaties. Het beleid en de organisatie na fusie toont dat de fusiecorporatie: 1. 2. 3. 4. 5.

hoogwaardig volkshuisvestelijk beleid voert een matig huurbeleid voert goede dienstverlening heeft (menselijke maat, balie en telefoon en digitaal) enorm in Veenendaal investeert (onderhoud, verbetering, verduurzaming, herstructurering, nieuwbouw) een krachtige en professionele organisatie is die ook een aantrekkelijke werkgever is.

De fusie is daarmee goed voor de huidige en toekomstige huurders en woningzoekenden, voor de volkshuisvesting in Veenendaal en voor de huidige/toekomstige medewerkers.

31

7.2

Samenvattend: Zeven zekerheden In deze rapportage is duidelijkheid gegeven over de effecten van voorgenomen fusie tussen Patrimonium Woonservice en de Veenendaalse Woningstichting. Er is uitgebreid ingegaan op de lokale verankering, de investeringen het beleid en de financiële continuïteit. Wat de fusie biedt is samen te vatten in zeven zekerheden: 1. Gericht op Veenendaal 2. De fusiecorporatie biedt ruime investeringscapaciteit 3. Samen sterker, meer uitvoeringskracht, opheffen kwetsbaarheid 4. De menselijke maat en nabijheid zijn geborgd 5. Een matig huurbeleid, zoals u dat gewend bent 6. Goed volkshuisvestingsbeleid en een hoge klantwaardering 7. Invloed op beleid en beheer, samenwerken, liefde voor participatie.

32

/ 8 Bijlagen

33

8.1

Bijlage 1: Beleidsvergelijking en detail Separate bijlage.

8.2

Bijlage 2.: Reactie op de punten van belang van de Huurdersorganisaties Huurdersvereniging Patrimonium Veenendaal (HVPV) en de Stichting Huurdersbelangen VWS zijn intensief betrokken geweest bij de totstandkoming van de Fusie effectrapportage. In dat proces hebben zij ook (separaat, onafhankelijk van elkaar, schriftelijk) punten aangegeven die zij van belang achten voor de fusie van Patrimonium woonservice en de Veenendaalse Woningstichting. Deze fusieeffect rapportage, het document op grond waarvan wij instemming met de fusie vragen, behandelt veel van deze punten. In deze bijlage van de fusie-effectrapportage gaan wij nader en uitvoerig in op de punten die naar voren zijn gebracht. Wij nemen deze reactie op als bijlage. Onze reactie, de afspraken en de toezeggingen daarin liggen naar onze mening daarmee voldoende vast. Het bestaande Participatieconvenant (HVPV) en de bestaande Samenwerkingsovereenkomst (SHV) blijven ook na de fusie in stand. Het opstellen van een apart convenant is daarom niet nodig. Wij waarderen de positief kritische insteek die beide huurdersorganisatie kiezen. Wij denken dat de inbreng van beide organisaties belangrijke bijdragen leveren aan een succesvolle fusie in het belang van de volkshuisvesting in Veenendaal en in het bijzonder aan de positie van onze huurders daarin.

Hierna gaan wij eerst in op de punten van de Huurdersvereniging Patrimonium Veenendaal (HVPV) en daarna op die van de Stichting Huurdersbelangen VWS.

8.2.1 Huurdersvereniging Patrimonium Veenendaal De HVPV heeft haar oor te luister gelegd bij een deel van haar achterban, om haar taak van zienswijze en instemming in het fusieproces vorm te geven. Hiervoor heeft de HVPV een enquête uitgezet. Het bestuur van de HPV heeft een aantal punten benoemd die meewegen in de afwegingen bij de zienswijze/instemming. Hieronder staan deze punten weergegeven. HVPV geeft hierbij aan dat deze punten gelezen moeten worden in een context van waardering over hoe het nu gaat. De punten vragen niet zozeer om veranderingen bij de fusieorganisatie, het is meer bedoeld in doorgaan op de ingeslagen weg en waarborgen dat dit ook door de fusiecorporatie net zo goed wordt ingevuld als nu het geval is. Per punt geeft de Stuurgroep aan hoe zij met dit punt in de fusiecorporatie willen omgaan.

Punt 1: Participatie. Inzet op het verder vergroten van de invloed van de huurders middels een gezamenlijk participatieprogramma vorm te geven met de huurdersorganisatie(s).

Reactie van de fusiecorporatie: In de fusiecorporatie is nadrukkelijk ruimte voor invloed van huurders. Niet alleen via de georganiseerde huurdersorganisaties, ook via communicatie met individuele huurders en bewonerscommissies. In het fusieproces hebben we afgesproken dat de beide HO’s hiervoor een gezamenlijk participatieprogramma gaan vormgeven. De fusiecorporatie ondersteunt dit van harte. De huurdersparticipatie krijgt het beste vorm in een goede samenwerking tussen de fusiecorporatie en de beide huurdersorganisaties. De beide HO’s mogen erop rekenen dat de fusiecorporatie haar 34

verantwoordelijkheid in deze samenwerking neemt. De HO’s kunnen de fusiecorporatie hierop aanspreken als dat nodig is. Wanneer het participatieprogramma gereed is, wordt dat in een gezamenlijk document vastgelegd.

Punt 2: Monitoring delen. Monitoren van de klanttevredenheid en de kwartaalresultaten met de huurdersorganisatie(s) delen.

Reactie van de fusiecorporatie: De fusiecorporatie zegt toe structureel de klanttevredenheid te monitoren en de (kwartaal)resultaten met de huurdersorganisaties te delen. De fusiecorporatie heeft Inceptivize gekozen als instrument voor het meten van de klanttevredenheid. In het beleid is verankerd dat er tenminste jaarlijks wordt gemeten en dat de resultaten met beide HO’s worden besproken. En als de meetresultaten daar aanleiding toe geven dan wordt er een verbeterprogramma gemaakt.

Punt 3: Fusie-efficiëntie delen. Effecten van de fusie ten aanzien van de bedrijfskosten delen met de huurdersorganisatie(s).

Reactie van de fusiecorporatie: De fusiecorporatie deelt de effecten van de fusie met de HO’s. Dit wordt gedurende het fusieonderzoek gedaan middels de fusie-effectrapportage, waarin de effecten ten aanzien van de bedrijfskosten in terug te zien zijn. In hoofdstuk 5 (financiële continuïteit en draagvlak) van de fusieeffectrapportage wordt stil gestaan bij de financiële positie van de afzonderlijke organisaties, en de financiële voordelen van een fusie. Uiteraard kan hier na de fusie in de voortgangsinformatie die de corporatie regelmatig aan de huurdersorganisaties geeft ook op ingegaan worden.

Punt 4: Dienstverlenende houding. Uit de houding en gedrag van medewerkers blijkt dat ‘de klant van rechts komt’. Dat de menselijke maat in de dienstverlening en de contacten met de huurders voorop staan en men zich gehoord voelt.

Reactie van de fusiecorporatie: In het fusieplan is duidelijk opgenomen dat de belangen van de huidige en de toekomstige klanten in Veenendaal leidend zijn voor de fusiecorporatie. Dat is ook in de fusie effectrapportage opgenomen. De fusiecorporatie staat voor het leveren van een menselijke maat in de dienstverlening. De corporatie streeft ernaar om huurders zich gezien en gehoord te laten voelen. Dit gedachtegoed zit verweven in de missie en identiteit van de fusiecorporatie, zie hiervoor ook hoofdstuk 2 van de fusieeffectrapportage. In ons overleg zijn ook voorbeelden besproken, zoals het persoonlijk opbellen van alle oudere huurders ten tijde van de Covid-lockdowns. De fusiecorporatie zet dit beleid en gedrag door en belooft daarnaast expliciet de goede kwaliteit van de dienstverlening te borgen en dat ook te meten. Daarnaast is de grotere organisatie een antwoord op de kwetsbaarheid van de te kleine VWSorganisatie. Het borgen van de continuïteit van de goede dienstverlening is een duidelijke verworvenheid van de fusie. Het beleid na fusie is voor de huurders minstens zo goed als voor de fusie, op enkele punten beter. Zie hiervoor hoofdstuk 4 van de fusie-effectrapportage.

Punt 5: Sturen op klanttevredenheid. Sturen op tevredenheid bij de eindgebruiker in vastgoed- en onderhoudsprocessen, de mate van tevredenheid monitoren en de resultaten delen met de huurdersorganisatie(s).

Reactie van de fusiecorporatie: De fusiecorporatie stuurt op tevredenheid bij de eindgebruiker. De fusiecorporatie monitort de klanttevredenheid ook met het instrument Inceptivize. Daarnaast wordt jaarlijks de score op de klanttevredenheidsmatrix van Aedes gedeeld. De uitkomsten worden met de HO’s gedeeld en besproken.

35

Punt 6: Betrokkenheid bij beleid. Beleid ontwikkelen en normen stellen in het onderhoud van het vastgoed. HVPV adviseert u in dit proces, middels participatie, de huurders en huurdersorganisaties een rol te laten vervullen.

Reactie van de fusiecorporatie: In de fusiecorporatie worden de beide HO’s nauw betrokken bij het maken van beleid en zaken die te maken hebben met beheer. In de planningscyclus van strategie, jaarplanning, begroting en verantwoording hebben de HO’s een rol. De fusiecorporatie overlegt niet alleen met de HO’s, maar de invloed van de HO’s en de responsiviteit van de fusiecorporatie zijn ook in de planningscyclus ingebakken en dit wordt ook al jaren zo gedaan. De fusiecorporatie gelooft in deze vorm van samenwerking en stijgt hierbij graag uit boven dat wat wettelijk is bepaald (overlegwet, woningwet). Dit vraagt overigens wel wat van de huurdersorganisaties. Sparringpartner zijn in dezen vraagt van de HO’s dat er in de basis visies en opvattingen zijn over de volkshuisvestelijke opgaven van Veenendaal en van de onderwerpen die met elkaar worden besproken en dat de HO’s een representatief beeld hebben van wat er onder de achterban leeft. Hier ligt een uitdaging voor de beide huurdersorganisaties. Die pakken deze handschoen graag op. Als de HO’s daar ondersteuning bij nodig hebben (opleiding, externe ondersteuning) dan maakt de fusiecorporatie daar graag nadere afspraken over.

Punt 7: VVE-beleid evalueren. Betreffende het VvE-beleid stellen wij voor om het huidige beleid in januari 2022 te evalueren en indien nodig bij te stellen.

Reactie van de fusiecorporatie: Patrimonium heeft dit al toegezegd aan de HVPV. Goed om het VvE beleid met elkaar door te nemen. Overigens is het een zeer operationeel beleid gericht op de processen binnen Patrimonium.

Punt 8: Huurbeleid. Ten aanzien van het huurbeleid voordelen ontwikkelen of overeenkomsten behouden met het huurbeleid van Patrimonium; specifiek de jaarlijkse huurprijsaanpassing en de huurprijsaanpassing bij het verduurzamen van de woningvoorraad.

Reactie van de fusiecorporatie: Dit hebben we al gedaan en het voorgenomen huurbeleid voor 2022 stemmen we af. Het is fair om bij grote ingrepen in de verduurzaming van een woning te kijken naar de som van energielasten en huur plus servicekosten. We zullen in overleg met jullie dit ‘woonlastenbeleid’ verder uitwerken. Dit wordt ook mede bepaald door de uitwerking van het nieuwe regeerakkoord.

Punt 9: Beleid Servicekosten. Ten aanzien van het servicekostenbeleid voordelen ontwikkelen of overeenkomsten behouden met het huidige servicekostenbeleid van Patrimonium.

Reactie van de fusiecorporatie: Het servicekostenbeleid van Patrimonium wordt behouden. De VWS kent relatief weinig servicekosten. Wij zien op dit moment (met alle andere prioriteiten) geen aanleiding dit beleid tegen het licht te houden. Als de HO’s dat anders zien dat horen we dat graag.

Punt 10: Relatie met HVPV Open staan voor het, al dan niet tijdelijk, zelfstandig voortzetten van belangenbehartiging vanuit HVPV, tot bij beide huurdersorganisaties blijkt dat een open samenwerking meerwaarde biedt.

Reactie van de fusiecorporatie:

36

De fusieorganisatie ziet zelf het liefst dat er één huurderorganisatie is die de belangen van alle (toekomstige) huurders behartigt. Evenzeer zien we de wijze waarop de huurders zich willen organiseren als eerste een verantwoordelijkheid van de huurders zelf. De fusiecorporatie waardeert het dat de HVPV zich sterk wil blijven maken voor goede volkshuisvesting in Veenendaal en daarbij ook alle belangen van alle huurders wil behartigen. De fusiecorporatie wil uiteraard de HVPV – naast de Stichting Huurdersbelangen VWS- erkennen als een formele huurdersorganisatie. Bestaande vergoedingsregelingen voor bestuursleden blijven bestaan. Wij stellen ons voor dat de HVPV samen met de SHV in een samenwerkingsverband de belangen behartigt van alle huidige en toekomstige huurders van de fusiecorporatie, inclusief het adviesrecht en instemmingsrecht zoals dat thans ook is geregeld. Wij staan dus een gezamenlijk overleg voor en niet een overleg separaat met de beide huurdersorganisaties. Wij gaan er vanuit dat de beide HO’s onderling goede samenwerkingsafspraken maken. Dit om te voorkomen dat er een spagaat ontstaat (tegengestelde adviezen). De werkwijze wordt regelmatig met elkaar geëvalueerd. De fusiecorporatie stelt voor om binnen maximaal twee jaar na de fusie met elkaar expliciet te bekijken welke meerwaarde er zit in verdere samenwerking of samengaan van de beide HO’s.

Aparte aandacht vraagt nog de wijze van communicatie over de beide huurdersorganisaties naar nieuwe huurders van de fusiecorporatie. Dat is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de HO’s, waarbij wij uiteraard desgewenst faciliteren.

Punt 11: Lidmaatschap HVPV. De voorwaarden zoals deze nu gelden ten aanzien van de contributie en lidmaatschap van Huurdersvereniging Patrimonium Veenendaal. (Patrimonium woonservice int de contributie. Huurders zijn te allen tijde lid van HVPV, mits zij aangeven dit niet te wensen).

Reactie van de fusiecorporatie: De voorwaarden die nu gelden ten aanzien van contributie en lidmaatschap van de HVPV worden voortgezet in de fusiecorporatie. Punt 12: Vergoedingsregeling bestuursleden HO’s. Minimaal dezelfde vergoedingsregelingen als tot op heden biedt aan bestuursleden van de huurdersorganisatie.

Reactie van de fusiecorporatie: Ja zeker. Zie onder punt 10.

8.2.2 Stichting Huurdersbelangen VWS Stichting Huurdersbelangen VWS hecht zich eraan om zich constructief op te stellen in het fusieproces, en heeft daarbij een kritische rol. Het bestuur van de Stichting Huurdersbelangen VWS heeft een aantal punten benoemd die meewegen in de afwegingen bij de zienswijze/instemming. Hieronder staan deze punten en onze reactie daarop weergegeven. Punt 13: Dienstverlening, toegankelijkheid en korte lijnen. Voor Stichting Huurdersbelangen VWS is het belangrijk dat zij ook in de toekomst kunnen beschikken over voldoende middelen, een ruimte waar zij kunnen bijeenkomen in Veenendaal en dat zij binnen het samenwerkingsverband de specifieke belangen van de huurders van VWS kunnen blijven behartigen. Dit betekent ook dat dienstverlening zich blijvend kan richten op de sociale verhuurmarkt van de portefeuille van VWS, met eenzelfde portefeuillestrategie die gericht is op de bestendiging van de lokale situatie van VWS en eenzelfde laagdrempelige dienstverlening. Momenteel zijn de lijnen qua dienstverlening binnen VWS kort en klantgericht. Dit wordt door de huurders van VWS ook zeer gewaardeerd. De medewerkers van VWS zijn bekend en hebben een gezicht. Klantvragen worden op adequate wijze behandeld en problematiek wordt op korte termijn en efficiënt opgelost.

Dit betekent dan ook dat er zorgen bestaan binnen het bestuur van Huurdersbelangen VWS en bij de achterban over toekomstige ontwikkelingen. Men verwacht dat door de fusie deze korte lijnen en de adequate dienstverlening onder druk komt te staan en dat dit afbreuk doet aan de

37

klantgerichtheid. In een fusiecorporatie zal de klantgerichtheid geborgd moeten worden en zal er een pakket aan maatregelen onderdeel moeten zijn van een samenwerkingsconvenant.

Reactie van de fusiecorporatie: Terecht is de kwaliteit van de dienstverlening een belangrijk aandachtspunt voor de SHV. Dat zal ongetwijfeld ook blijken uit de enquête die de SHV heeft gehouden. Wij besteden hier veel aandacht aan. In de fusie-effectrapportage wordt uitgebreid ingegaan op de wijze waarop de fusieorganisatie de kwaliteit van de dienstverlening borgt; dat gaat zowel over de dienstverlening aan de huurders als aan de huurdersorganisatie. Graag lichten wij hier een aantal punten uit. − Het beleid na fusie leidt voor de huurders van de VWS (en zeker voor die van Patrimonium) tot een dienstverlening die naar onze overtuiging minstens zo goed is als voor de fusie, op enkele punten zelfs beter. Zie hiervoor hoofdstuk 4 van de fusie-effectrapportage. Natuurlijk zal dat in de praktijk moeten worden waargemaakt. Daarom monitort de fusiecorporatie de tevredenheid van de huurders (zie hierna). − De fusiecorporatie kent een klantbedrijf dat adequaat staat voor de kwaliteit van de dienstverlening. Zelfstandig en met korte lijnen zorgen de medewerkers voor het contact met huurders en woningzoekenden. In de filosofie van de fusiecorporatie staat het klantbedrijf centraal in het bedrijf. − De dienstverlening door de VWS is thans zonder meer goed, maar gezien de beperkte omvang en samenstelling van het personeelsbestand ook zonder meer kwetsbaar.

Door de fusie wordt de uitvoering van de dienstverlening en de continuïteit daarvan veel beter geborgd; straks in de fusiecorporatie staan meer medewerkers voor de huurders klaar dan nu bij de VWS. Ook dit zien wij als een duidelijke verworvenheid van de fusie. Daarmee wordt de dienstverlening niet automatisch beter; dat zit hem in andere zaken. Overigens alle huidige vaste medewerkers van de VWS blijven in dienst van de nieuwe corporatie. − Huurders van de fusiecorporatie kunnen zelf de keuze maken op welke wijze ze in contact willen zijn met de (medewerkers van de) corporatie. Voor huurders die graag persoonlijk op kantoor of via de telefoon de dienstverlening afnemen blijven er evenveel mogelijkheden als nu. De mogelijkheden voor de huurders nemen echter toe doordat er naast de direct persoonlijke dienstverlening op kantoor of telefonisch ook digitale dienstverlening mogelijk is. Veel huurders zien dit als een vooruitgang; zij kunnen straks op het moment dat het de huurder het beste uitkomt en vanuit de stoel thuis in contact komen met de corporatie en bijvoorbeeld meteen een reparatie doorgeven. − De fusiecorporatie doet er alles aan om te voorkomen dat de lijnen tussen de klant en de dienstverlener langer worden en is daarop ook aanspreekbaar door de HO’s. Dat is een belangrijk speerpunt van het klantbedrijf.

De fusiecorporatie kan dat deels ook door de digitale dienstverlening: digitaal krijgt de klant immers op veel van de vragen meteen antwoord van de corporatie, zelfs zónder tussenkomst van een medewerker (kortere lijn dan dit kan niet). − In de Aedes benchmark ontlopen de beide corporaties wat betreft de score op klanttevredenheid elkaar niet zo heel veel. Beide scoren nu een B. Patrimonium komt van C en de VWS scoorde eerder een A (zie in deze ook de notitie ‘Onderzoek meerwaarde (verregaande) samenwerking’ d.d. 14 september 2021 die eerder is toegestuurd). Wel ‘scoort’ de VWS binnen de B in de laatste Aedes benchmark 2021 nog hoger dan Patrimonium (gemiddeld een 8,2 respectievelijk een 7,7). Wij denken dat de samenstelling van het bezit van de VWS in deze een rol speelt. Hiernaast is het goed denkbaar dat het gratis onderhoudsserviceabonnement voor de huurders van de VWS hier ook van invloed is. Straks gaat dit gelden voor alle huurders van de nieuwe corporatie; wij vinden dit een duidelijke verworvenheid van de fusie. Uit de monitoring zal moeten blijken of de huurders dat ook zo waarderen. − Wij staan voor de kwaliteit van de dienstverlening aan de huurders door de fusieorganisatie. Om dat in de praktijk te kunnen laten zien en om te verbeteren meet de fusiecorporatie die kwaliteit regelmatig.

Resultaten van (oud) VWS-huurders zijn desgewenst voorlopig separaat inzichtelijk. We bespreken de meetresultaten met de beide huurdersorganisaties. Naar aanleiding van de resultaten bespreken we mogelijke verbeteringen.

38

Wij denken dat hiermee, samen met wat daarover in de fusie-effectrapportage staat, de klantgerichtheid goed is geborgd en wordt ook de rol van de huurdersorganisaties daarbij vormgegeven.

Punt 14: Positie Stichting Huurdersbelangen De plaats en positie van Stichting Huurdersbelangen VWS dient geborgd te zijn binnen de participatiestructuur van de fusiecorporatie. Stichting Huurdersbelangen VWS zal daarbij primair de belangen behartigen van de huurders van VWS, maar wil ook betrokken worden bij beleidsaangelegenheden van de fusiecorporatie die van invloed zijn op het totale bezit. Dus moet er een werkwijze afgesproken worden in het kader van de huurdersvertegenwoordiging en participatiestructuur binnen Patrimonium. Voor Huurdersbelangen VWS is het van belang de relatie met de huurders van VWS binnen de fusiecorporatie blijvend te behartigen. Er is een relatie opgebouwd met de achterban en Huurdersbelangen wil deze relatie behouden en opkomen voor de belangen van de huidige huurders van VWS en het bezit van VWS. Dat wil niet zeggen dat Huurdersbelangen niet open staat voor samenwerking met een andere huurdersvertegenwoordiging. In concreto betekent dit dat samenwerking in Koepelverband met de huurdersvereniging Patrimonium zeer wel mogelijk is, echter wel als eigenstandige vertegenwoordiging van de huidige huurders van VWS. Resumerend betekent dit een status aparte van de Huurdersbelangen binnen de fusiecorporatie met behoud van huidige emolumenten, vergoedingen en regelingen.

Reactie van de fusiecorporatie: De fusieorganisatie ziet zelf het liefst dat er één huurderorganisatie is die de belangen van alle (toekomstige) huurders behartigt. Evenzeer zien we de wijze waarop de huurders zich willen organiseren als eerste een verantwoordelijkheid van de huurders zelf. Daarom wil de fusiecorporatie de SHV als formele huurdersorganisatie erkennen en respecteert de fusieorganisatie de samenwerkingsovereenkomst zoals de VWS die thans heeft met de SHV, inclusief het behoud van de huidige emolumenten, vergoedingen en regelingen. Datzelfde geldt voor de afspraken met de HVPV. Wij stellen ons voor dat de SHV samen met de HVPV in een samenwerkingsverband gezamenlijk de belangen behartigt van alle huidige en toekomstige huurders van de fusiecorporatie, inclusief het adviesrecht en instemmingsrecht zoals dat thans ook is geregeld. Wij staan dus een gezamenlijk overleg voor en niet een overleg separaat met de beide huurdersorganisaties. Wij gaan er vanuit, dat de beide HO’s onderling goede samenwerkingsafspraken maken. Dit om te voorkomen dat er een spagaat ontstaat (tegengestelde adviezen). Indien er aanleiding is voor separaat overleg maakt de fusiecorporatie hiervoor ruimte en tijd. De SHV heeft mede hiervoor een direct aanspreekbare medewerker binnen de fusie corporatie, in de persoon van Dick van Doorn. De werkwijze wordt regelmatig met elkaar geëvalueerd.

De fusiecorporatie stelt voor om binnen maximaal twee jaar na de fusie met elkaar expliciet te bekijken welke meerwaarde er zit in verdere samenwerking of samengaan van de beide HO’s. Aparte aandacht vraagt nog de wijze van communicatie over de beide huurdersorganisaties naar nieuwe huurders van de fusiecorporatie. Dat is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de HO’s, waarbij wij uiteraard desgewenst faciliteren.

Punt 15: Financiële positie. Voor Stichting Huurdersbelangen VWS is het essentieel te weten hoe de financiële gezondheid en continuïteit van Patrimonium er uit ziet. Het moet niet zo zijn dat door een eventuele kritieke financiële positie van de fusiepartner de portefeuille van VWS onder druk komt te staan.

Reactie van de fusiecorporatie: Vanzelfsprekend! Patrimonium en de fusiecorporatie zijn financieel gezien kerngezond en er zijn geen grote risico’s in de bedrijfsvoering. In het uitgevoerde onafhankelijke externe onderzoek door Finance Ideas wordt dit nadrukkelijk geconcludeerd. In hoofdstuk 5 van de fusie effectrapportage zijn de resultaten van deze onderzoeken opgenomen. Desgewenst kan er inzage worden gegeven in de

39

onderliggende rapportages van Finance Ideas. U kunt dan constateren dat de financiële informatie in de fusie effectrapportage 1 op 1 sluit met deze onderleggers. Daarbij kan vermeld worden dat er door de fusie circa 1 miljoen per jaar structureel meer geld vrij komt voor volkshuisvestelijke besteding. Dat kan (ieder jaar weer) ingezet worden voor extra investeringen, leefbaarheid en dienstverlening.

Punt 16: Toekomstbestendigheid Is de fusiecorporatie in staat de opgave in de toekomst zelfstandig in te vullen en in te spelen op de ontwikkelingen? Is de omvang van de fusiecorporatie na de fusie passend bij de lokale vragen en vindt er geen verdere regionale schaalvergroting plaats zodat lokale Veenendaalse belangen in het vizier blijven niet in het ondersneeuwen in een grote regionale organisatie.

Reactie van de fusiecorporatie: Uit financieel onderzoek blijkt dat de fusiecorporatie voor de onderzochte periode tot en met 2030 ruim voldoet aan de normen van het Aw/WSW. De financiële positie van de fusiecorporatie geeft de mogelijkheid om de voorgenomen volkshuisvestelijke ambities te realiseren. Ook blijkt dat de fusiecorporatie een woningportefeuille heeft die qua verdeling naar zowel type als bouwjaar een evenwichtigere spreiding heeft dan de corporaties individueel. Een duidelijke meerwaarde van de fusie is ook hier zichtbaar. De fusiecorporatie streeft niet naar een verdere regionale opschaling. De fusiecorporatie wil juist goed lokaal verbonden blijven. Zij wil dé volkshuisvester van en voor Veenendaal zijn.

Punt 17 en 18: Strategisch voorraadbeleid, portefeuillestrategie en de huidige portefeuille Is het geborgd dat de fusiecorporatie om het beheer uit te voeren op het juiste niveau? Hoe denkt de fusiecorporatie over investeren in verduurzaming, renovatie en nieuwbouw in Veenendaal. Hoe ziet het huurbeleid als facetbeleid van de portefeuillestrategie van beide fusiepartners er uit? Is de fusiecorporatie voornemens om het huidige vastgoedbeleid en huurbeleid van partners te bestendigen? Hoe ziet dat beleid er in concreto uit? Heeft de fusiepartner daar ook de kennis en financiële middelen voor (aantoonbaar) en wordt Stichting Huurdersbelangen VWS bij de afweging op dit gebied aangehaakt? De Portefeuille van VWS ziet er beter uit dan het bezit van Patrimonium. Het woningbezit is jonger, de woningen zijn in de regel ruimer en er zijn meer grondgebonden woningen in het bezit van VWS. Doordat het bezit van Patrimonium kwetsbaarder is dan dat van VWS bestaat het gevaar dat in de fusiecorporatie verduurzaming en aanpak van het bezit prioriteit krijgt boven het bezit van VWS. Dat vindt Stichting Huurdersbelangen een onwenselijk effect van de fusie. Daarom verlangt St Huurdersbelangen van de fusie dat de meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) en meerjaren begroting (MJB) van VWS gestand blijven binnen de fusiecorporatie.

Ook wil St Huurdersbelangen VWS waarborgen voor het behoud van de portefeuille voor de sociale sector. De huidige portefeuillestrategie van VWS moet voor minimaal 10 jaar gewaarborgd zijn in de fusiecorporatie en daar mag in de optiek van Huurdersbelangen VWS niet aan getornd worden.

Reactie van de fusiecorporatie: In de MJB waar de fusiecorporatie mee start (Zie het financiële hoofdstuk) is de huidige portefeuillestrategie van VWS opgenomen (die van Patrimonium uiteraard ook). Daarmee borgt de fusiecorporatie het beheer en de investeringen in verduurzaming, renovatie en nieuwbouw. Deze strategie is daartoe opgenomen in de meerjarenbegroting (10 jaar) van de fusiecorporatie en bestaat in hoofdzaak uit: - Het in stand houden van de bestaande woningvoorraad via planmatig onderhoud. Hiervoor bestaat een langjarig programma van werkzaamheden. Dit programma wordt in de fusiecorporatie opgenomen en vormt een leidraad voor de uitvoering. - Het uitvoeren van verbeteringen in de bestaande voorraad. Dit zijn met name energiemaatregelen en incidentele verbeteringen. - Renovatie van bestaande woningen. VWS heeft voor de komende 10 jaar maar een complex (80 woningen) op de planning staan. Over de beste aanpak is VWS nog zoekende. Deze aanpak wordt uiteraard besproken met de HO.

40

-

-

Nieuwbouw. VWS heeft de ambities jaarlijks 25 nieuwe sociale huurwoningen te realiseren, deze ambitie is ook opgenomen in de plannen van de fusiecorporatie. Voor de VWS is het niet eenvoudig deze ambitie in te vullen. De fusiecorporatie heeft in deze meer mogelijkheden (grondposities en expertise) om nieuwbouwwoningen te realiseren. Uiteraard is het bekend dat de MJB regelmatig (ten minste jaarlijks) wordt geactualiseerd en wordt aangepast aan de actuele ontwikkelingen.

De SHV beschikt over het langjarig onderhouds- en investeringsprogramma zoals dat in de Begroting 2022 en meerjarenprognoses is opgenomen (er zijn plannen, die begroten we voor de korte/realiseerbare termijn en verdere voornemens prognosticeren we). Dit is dus één op één overgenomen in de (meerjaren)begroting van de fusiecorporatie. Net als bij de VWS geldt voor de fusiecorporatie daarbij dat de begroting taakstellend is voor een jaar, richtinggevend voor 5 jaar en indicatief voor de jaren daarna. Door allerlei inzichten kunnen zaken worden bijgesteld. Op grond van inspecties van het woningbezit wordt het onderhoudsprogramma jaarlijks geactualiseerd. Uit nader onderzoek kan blijken dat renovatie van de woningen met voldoende beperking van het energieverbruik in de Keucheniusstraat niet goed mogelijk is. Economisch ontwikkelingen nopen tot bijstelling, afschaffing van de verhuurderheffing geeft extra(!) investeringsmogelijkheden. Het regeerakkoord kan aanleiding geven tot bijstelling van beleid en planning. Jaarlijks worden nieuwe afwegingen gemaakt waarbij de huurdersorganisaties uiteraard worden betrokken. Dat neemt niet weg dat wij de overtuiging hebben dat de kwaliteit van het beheer en onderhoud van het bezit en de investeringsambities zijn geborgd. Ook kan de fusiecorporatie het behoud van de portefeuille van de sociale sector waarborgen.

Het aanbieden van woningen aan iedereen en met specifiek oog voor kwetsbare doelgroepen, is een uitgangspunt van de fusiecorporatie. Overigens geldt ook hier dat actuele ontwikkelingen tot bijstelling van het beleid kunnen leiden. Zo lijkt de nieuwe regering het kooprecht van huurders van met name eengezinswoningen vorm te willen geven. In hoofdstuk 4 en 5 van de FER is de meerjaren investeringsbegroting (MJIB 2022 e.v.) van de fusiecorporatie weergegeven. De MJIB 2022 e.v. is verwerkt in hoofdstuk 5 (het financiële hoofdstuk). Uit deze overzichten is op te maken dat alle voorgenomen investeringen van VWS onverminderd zijn ingerekend. Wat betreft investeren in verduurzamen, renovatie en nieuwbouw is de koers van de fusiecorporatie terug te zien in paragraaf 3.1 van de fusie-effectrapportage. Meer informatie over het huurbeleid is terug te zien in hoofdstuk 4. De veranderende wet en regelgeving kunnen de toekomstige beleidskeuzes sterk beïnvloeden en dit is met name reëel te verwachten op de domeinen beschikbaarheid en duurzaamheid.

Punt 19: Verduurzaming De visie van de fusiecorporatie op de verduurzaming van de woningen van VWS dient in de optiek van Huurdersbelangen VWS geborgd te zijn. De inzet van Huurdersbelangen VWS is er op gericht dat het huidige beleid van verduurzaming van VWS bestendigd wordt. Het is natuurlijk goed om aansluiting te vinden bij de visie van Patrimonium als fusiepartner op een duurzame bedrijfsvoering. Echter is Huurdersbelangen van mening dat de kosten voor verduurzaming van het bezit van VWS niet voor de huurders van VWS nadelig moeten zijn.

Reactie van de fusiecorporatie: De belangen van de huurders van VWS zijn in visie op verduurzaming van de fusiecorporatie geborgd. Tijdens een bijeenkomst met beide HO’s is het nieuwe duurzaamheidsbeleid voor de fusiecorporatie besproken. Centraal in dat beleid staat dat Patrimonium en VWS beide serieus willen bijdragen aan verduurzaming (energietransitie en CO2-reductie). De ambities en de visies komen overeen, en samen zijn zij in staat om bij te dragen aan energiebesparende maatregelen en de warmtetransitie. Uitgangspunten van het beleid van de fusiecorporatie zijn betaalbaarheid, werken volgens de strategie van Trias Energetica, draagvlak onder huurders, samenwerking als sleutel tot succes en verstandig experimenteren. Er wordt ook gebruikt gemaakt van huurdersvoorlichting middels energiecoaches. Door de grotere schaal ontstaat er meer slagkracht, inkoopkracht en

41

beleidskracht op de verduurzaming. Op deze manier borgen we dat de kosten voor verduurzaming in het bezit van VWS niet nadelig zijn voor de huurders van VWS. Belangrijk uitgangspunt is ook dat de kosten voor de huurders nooit hoger mogen zijn dan de besparingen die bij het treffen van maatregelen worden gerealiseerd. De fusiecorporatie hanteert de richtlijn (vergoedingentabel) zoals die door de Woonbond en Aedes overeengekomen is.

Punt 20: Meerjaren Onderhouds Programma Hoe ziet het MJOP van Patrimonium eruit en past de portefeuille van VWS in dit MJOP? Met andere woorden zijn beide MJOP’s in elkaar te schuiven en heeft dit geen nadelige gevolgen voor één van beide fusiepartners?

Reactie van de fusiecorporatie: Het onderhoudsbeleid van Patrimonium en VWS komt in de kern overeen. De meerjarenonderhoudsprogramma’s zijn in de meerjarenbegroting van de fusiecorporatie in elkaar geschoven zonder dat hier veranderingen in optreden. Kortom de bestaande programma’s worden gecontinueerd (en jaarlijks geactualiseerd). Zie ook onder punt 17/18.

Punt 21: Kennis en ervaring Kunnen beide fusiepartners het beste naar boven halen op een toekomstgerichte visie die voor het bezit van de fusiecorporatie van belang is, zoals duurzaamheid, verhuurbeleid gericht op betaalbaarheid en beschikbaarheid en een laagdrempelige dienstverlening?

Reactie van de fusiecorporatie: Patrimonium en VWS zijn complementair aan elkaar. Uit de gedane beleidsvergelijking komt naar voren dat we in een nieuwe fusiecorporatie het beste in elkaar naar boven kunnen halen, juist vanwege dit complementaire karakter. Dit is van toepassing op duurzaamheid, verhuurbeleid, dienstverlening (bijvoorbeeld aandacht voor menselijke maat bij VWS, en ruime openingstijden bij Patrimonium, de mogelijkheid om naast de persoonlijke dienstverlening ook van digitale dienstverlening gebruik te kunnen maken). Het beeld is dan ook dat qua kennis en ervaring beide organisaties elkaar mooi aanvullen.

Punt 22: Klanttevredenheid en visitatie Klanttevredenheid. Hoe scoren beide fusiepartners in de Aedes benchmark op klanttevredenheid? Wat is de beoordeling van de visitatiecommissie, welke kritische succesfactoren worden in het visitatierapport benoemd en waarop moet extra geïnvesteerd worden? Welke visie heeft de fusiepartner op de dienstverlening aan huurders?

Reactie van de fusiecorporatie: Met betrekking tot de klanttevredenheid en de visie op de dienstverlening verwijzen wij naar onze reactie op punt 13. De visie op de dienstverlening aan huurders is ook uitgebreid beschreven in de fusie effectrapportage. De scores uit de visitatierapporten leest u hieronder. Scores VWS visitatie 2020:

Scores PWS visitatie 2019:

42

De scores voor beide corporaties zijn vergelijkbaar en zonder meer als bijzonder positief te betitelen! In beide visitaties valt de hoge waardering van het Presteren volgens Belanghebbenden op. Beide rapporten zijn alweer van enige jaren geleden en dus wat gedateerd. Voor de aanbevelingen en de reactie daarop verwijzen wij naar het rapport zelf en de bestuurlijke reactie die daarin is opgenomen.

Punt 23: Koers/ambitie Huurdersbelangen VWS wenst duidelijkheid te krijgen over de toekomstige koers van de fusiecorporatie en over de ambities van de fusiecorporatie. Is het een logische en uitlegbare stap om te fuseren en wat levert dit voor de huurders op?

Reactie van de fusiecorporatie: De koers en ambitie voor de fusiecorporatie staat uitgebreid beschreven in de fusie-effectrapportage, met name hoofdstukken 2, 3 en 4. De fusie-effectrapportage is in samenspraak met de HO’s opgesteld. In hoofdstuk 1 van de fusie effectrapportage is duidelijk beschreven wat de fusie voor de huurders oplevert. Kortheidshalve verwijzen we hiernaar.

Punt 24: Interne organisatie Sluit de werkwijze en het gedrag (cultuur) van Patrimonium aan bij de werkwijze van VWS? Welke plaats en positie hebben de huurders van VWS in de fusiecorporatie? Aspecten daarbij zijn: overleg huurder – verhuurder over beleidsvorming, operationele zaken en over het beheer in van de voorraad in Veenendaal en in de wijken en buurten.

Reactie van de fusiecorporatie: De werkwijze en het gedrag van Patrimonium en VWS sluiten bij elkaar aan. De huurders van VWS staan samen met de huurders van Patrimonium centraal in de fusiecorporatie. De HO’s hebben beide een apart contactpersoon binnen de fusiecorporatie (zie hiervoor de fusie-effectrapportage, onderdeel 3.3, schema 2), met wie het overleg tussen huurder en verhuurder plaatsvindt, waar operationele zaken en het beheer kunnen worden besproken. De fusiecorporatie vindt huurdersparticipatie en samenwerking met stakeholders heel belangrijk en zijn dat van oudsher gewend (zie hiervoor de visitatiescores). Huurdersparticipatie krijgt vorm via de beide huurdersorganisaties en daarnaast via veel andere communicatievormen die de fusiecorporatie richting huurders en complexen inzet. Daarnaast participeert de fusiecorporatie in alle relevante wijk- en zorgnetwerken van Veenendaal. Ook zoekt de fusiecorporatie door o.a. digipanels, aftersales etc. naar de mening van de huurders. In de fusiecorporatie worden de beide HO’s nauw betrokken bij het maken van beleid en zaken die te maken hebben met beheer. In de planningscyclus van strategie, jaarplanning, begroting en verantwoording hebben de HO’s een rol.

De fusiecorporatie overlegd niet alleen met de HO’s, maar de invloed van de HO’s en de responsiviteit van de fusiecorporatie zijn ook in de planningscyclus ingebakken en dit wordt ook al jaren zo gedaan. De fusiecorporatie gelooft in deze vorm van samenwerking en stijgt hierbij graag uit boven dat wat wettelijk is bepaald (overlegwet, woningwet). Dit vraagt overigens wel wat van de huurdersorganisaties. Sparringpartner zijn in dezen vraagt van de HO’s dat er in de basis visies en opvattingen zijn over de volkshuisvestelijke opgaven in Veenendaal en van de onderwerpen die met elkaar worden besproken en dat de HO’s een representatief beeld hebben van wat er onder de achterban leeft. Als de HO’s daar ondersteuning bij nodig hebben (opleiding, externe ondersteuning) dan faciliteert de fusiecorporatie dat graag.

43

Punt 25: Participatie en leefbaarheid Welke middelen heeft de fusiecorporatie beschikbaar voor leefbaarheid en activiteiten in wijken en buurten. Hebben deze activiteiten een toegevoegde waarde voor beide fusiepartners? Beide Huurdersorganisaties hebben een verkenning uitgevoerd voor een instrumentarium dat aangewend kan worden voor een participatieplan.

Reactie van de fusiecorporatie: De fusiecorporatie heeft structureel middelen (ongeveer 1 miljoen euro) voor leefbaarheid en activiteiten in wijken en buurten beschikbaar in haar meerjarenbegroting. Sinds kort is er overigens geen financiële grens meer aan de inzet op het gebeid van leefbaarheid. Daarnaast biedt de fusiecorporatie een robuuste organisatie op het terrein van leefbaarheid. De slagkracht op dit gebied is van de fusiecorporatie aanzienlijk groter dan wat de VWS kan bieden. Leefbaarheid is een speerpunt van de fusiecorporatie, waarbij schoon, heel en veilig, leefbare wijken, samen met partners en huurders centraal staat. In het fusieproces zijn afspraken gemaakt tussen de Stichting Huurdersbelangen VWS en de HVPV om te komen tot een gezamenlijk participatieplan.

Punt 26: RvC en profiel bestuurder. Voor de fusiecorporatie zal een nieuwe RvC en bestuurder aangezocht worden. Voor de RvC zal gewaarborgd blijven dat een huurderscommissaris aangezocht wordt door Huurdersbelangen VWS en een huurderscommissaris via de Huurdersvereniging Patrimonium. Dit betekent dus twee huurderscommissarissen elk aangezocht door de huidige Huurdersvertegenwoordigingen. Daarnaast verlangt Huurdersbelangen de profielschets van de bestuurder van de fusiecorporatie in overleg met de huidige bestuurders en Huurdersvereniging Patrimonium gezamenlijk op te stellen. Hier zal met name gelet worden op communicatieve en huurdersgerichte aspecten.

Reactie van de fusiecorporatie: Met Huurdersbelangen VWS zijn op 26-10-2021 afspraken gemaakt over de RvC en het profiel van de Bestuurder. De profielschetsen zijn toegestuurd en de reactie van de HO’s daarop is opgenomen in de verdere procedure. De beide HO’s worden door de beide RvC’s betrokken bij het proces rond de invulling van de governance (RvC en Bestuur). In de bijeenkomst op 12.01.21 gaan we hier nader op in.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11328537/1