3. Was-wordt tabel Integrale verordening bij derde wijziging
Tekst van het document
Artikel 2.1.24 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
diensten ingekocht met een pgb Indien een cliënt of diens vertegenwoordiger een pgb wenst in te zetten voor diensten van nietprofessionele dienstverleners worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld: a. de ondersteuning van de niet-professional overstijgt de gebruikelijke zorg en inzet voor elkaar; b. de zorg aan de ontvanger van het pgb leidt niet tot overbelasting van de niet-professional; c. er is geen druk op de ontvanger uitgeoefend bij de besluitvorming om de ondersteuning uit te laten voeren door de niet-professional; en d. de ondersteuning door de niet-professional leidt naar het oordeel van het college aantoonbaar tot het geïndiceerde resultaat.
Reden: • Verbeterde formulering.
Artikel 2.1.24 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
niet gewijzigd
Inhoudelijk Reden: • Lid 1 in de huidige versie verwijderd omdat dit al in artikel 2.1.1 lid g staat; • Lid 2b aangepast omdat niet duidelijk was hoe ‘valt de nietprofessional niet te zwaar’ moest worden opgevat.
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
Artikel 2.1.25 Calamiteiten en geweld 1. Artikel 2.1.26 Jaarlijkse waardering mantelzorgers
Artikel 2.1.25 Calamiteiten en geweld
niet gewijzigd
Artikel 2.1.26 Jaarlijkse waardering mantelzorgers
niet gewijzigd
Artikel 2.1.27 Klachtenregeling
Artikel 2.1.27 Klachtenregeling
niet gewijzigd
Artikel 2.1.28 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Artikel 2.1.29 Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Artikel 2.1.28 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Artikel 2.1.29 Betrekken van ingezetenen bij het beleid
niet gewijzigd niet gewijzigd
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
Artikel 3.1.12 Regels voor een pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1. van de Jw. 2. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld budgetplan waarin in ieder geval uiteen is gezet: I. welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken; en II. indien van toepassing, welke hiervan de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; b. wordt berekend op basis van een tarief of prijs: I. op 85% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura, als het noodzakelijk is om: 1. te verzekeren dat het budget de jeugdige of zijn ouders in staat stelt om tijdig, veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp te betrekken of verlenen; en 2. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon; II. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het vierde
Artikel 3.1.12 Regels voor een pgb Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1. van de Jw. 2. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld budgetplan waarin in ieder geval uiteen is gezet: I. welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken; en II. indien van toepassing, welke hiervan de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; b. wordt berekend op basis van een tarief of prijs: I. op 85% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura, als het noodzakelijk is om: 1. te verzekeren dat het budget de jeugdige of zijn ouders in staat stelt om tijdig, veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp te betrekken of verlenen; en 2. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon; II. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het vierde
Inhoudelijk Reden: • Lid 5b (nieuwe tekst): waarbij rekening wordt gehouden met de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden, of ondersteunende begeleiding (FWG 30) in de CAO VVT, plus vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Deze aanpassing is op grond van een uitspraak van de CRvB in augustus 2023.
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de jeugdige of zijn ouders de mogelijkheid hebben om de betreffende jeugdhulp te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 3. Indien voor een bepaalde voorziening geen adequate individuele voorziening in natura is ingekocht wordt ter bepaling van de hoogte van de kostprijs: a. een of meerdere offertes opgevraagd; b. eventueel een nader gesprek gevoerd met de jeugdhulpaanbieder; 4. Een pgb kan niet worden verstrekt voor beroepsof bedrijfsmatige jeugdhulp die geleverd wordt door een familielid van de eerste of tweede graad van de jeugdige of zijn ouders. 5. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk: a. de jeugdhulp betreft persoonlijke verzorging of permanent toezicht; b. het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2, bedraagt voor jeugdhulp verleend door een derde, het wettelijke minimumloon; c. deze persoon heeft aangegeven dat het leveren van de jeugdhulp voor hem niet tot overbelasting leidt; en d. de persoon treedt niet tevens op als tussenpersonen of belangbehartiger inzake het beheer van het pgb. 6.
Wanneer na zorgvuldige analyse van de situatie de conclusie wordt getrokken dat het mogelijk en wenselijk is om een aanbieder in te zetten die niet volgens de voor jeugdhulp gebruikelijke kwaliteitsstandaarden werkt maar wel voldoet aan
lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de jeugdige of zijn ouders de mogelijkheid hebben om de betreffende jeugdhulp te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 3. Indien voor een bepaalde voorziening geen adequate individuele voorziening in natura is ingekocht wordt ter bepaling van de hoogte van de kostprijs: a. een of meerdere offertes opgevraagd; b. eventueel een nader gesprek gevoerd met de jeugdhulpaanbieder; 4. Een pgb kan niet worden verstrekt voor beroepsof bedrijfsmatige jeugdhulp die geleverd wordt door een familielid van de eerste of tweede graad van de jeugdige of zijn ouders. 5. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk: a. de jeugdhulp betreft persoonlijke verzorging of permanent toezicht; b. voor het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2, wordt voor jeugdhulp verleend door een derde, rekening gehouden met de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden, of ondersteunende begeleiding (FWG 30) in de CAO VVT, plus vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; c. deze persoon heeft aangegeven dat het leveren van de jeugdhulp voor hem niet tot overbelasting leidt; en d. de persoon treedt niet tevens op als tussenpersonen of belangbehartiger inzake het beheer van het pgb.
6. Wanneer na zorgvuldige analyse van de situatie
Type wijziging
Huidige tekst (was) het gestelde in lid 2 sub b. bedraagt het pgb niet meer dan 63,75% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
de conclusie wordt getrokken dat het mogelijk en wenselijk is om een aanbieder in te zetten die niet volgens de voor jeugdhulp gebruikelijke kwaliteitsstandaarden werkt maar wel voldoet aan het gestelde in lid 2 sub b. bedraagt het pgb niet meer dan 63,75% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.
ARTIKEL 4.1.1 DEFINITIES
ARTIKEL 4.1.1. DEFINITIES
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1.de doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Pw; 2.een grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt van een persoon is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; 3.een korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt van een persoon is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; 4.langdurig werkloze: een persoon die 12 maanden of langer geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; 5.loonkosten: het brutoloon inclusief vakantiegeld en wettelijke werkgeverslasten; 6.meeneembare voorziening: een op een medewerker met een arbeidsbeperking toegesneden hulpmiddel dat noodzakelijk is om naar behoren de werkzaamheden te kunnen verrichten als het gaat om een voorziening die niet aard- en nagelvast is en waarover een werkgever normaliter niet beschikt.
In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. de doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Pw; b. een grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; c. een korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt van een persoon is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; d. interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek;
aanpassing opsommingtekens
e. jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk;
Nieuw opgenomen: d, e, i tot en met m 4 vernummerd naar f 5 vernummerd naar g 6 vernummerd naar h
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt) f. langdurig werkloze: een persoon die 12 maanden of langer geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; g. loonkosten: het brutoloon inclusief vakantiegeld en wettelijke werkgeverslasten; h. meeneembare voorziening: een op een persoon met een arbeidsbeperking toegesneden hulpmiddel dat noodzakelijk is om naar behoren de werkzaamheden te kunnen verrichten als het gaat om een voorziening die niet aard- en nagelvast is en waarover een werkgever normaliter niet beschikt. i. overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de Pw; j. persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de Pw en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de Pw; k. voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; l. werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; m.
werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de Pw met wie de werkgever een arbeidsovereenkomst is aangegaan, dan wel dit van plan is;
Type wijziging
1
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
ARTIKEL 4.1.2A RE-INTEGRATIEVOORZIENING
ARTIKEL 4.1.2A. RE-INTEGRATIEVOORZIENING
ARTIKEL 4.1.2B. BUDGET- EN SUBSIDIEPLAFONDS
ARTIKEL 4.1.2B. BUDGET- EN SUBSIDIEPLAFONDS
Niet gewijzigd Ten opzichte van de modelverordening zijn lid 4 en 5 die zien op de verslaggeving aan de raad over de verordening niet in dit artikel opgenomen maar in artikel 6.1.2. Niet gewijzigd
ARTIKEL 4.1.3 ALGEMENE BEPALINGEN OVER VOORZIENINGEN
ARTIKEL 4.1.3 ALGEMENE BEPALINGEN OVER VOORZIENINGEN
1.
2.
3.
Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Het college biedt uitsluitend een voorziening bij een werkgever aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het college kan een beslissing tot het aanbieden van een voorziening herzien of intrekken als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de Pw, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
1. Het college kan een voorziening toekennen als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt behoort tot de doelgroep; b. de persoon voldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon geen beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. Het college biedt uitsluitend een voorziening bij een werkgever aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 3. Het college kan een beslissing tot het aanbieden van een voorziening herzien of intrekken als:
Lid 1 is vervallen. De mogelijkheid om nadere regels vast te stellen is opgenomen in artikel 4.1.29 Ingevoegd nieuw lid 1 benoemt voor de inzichtelijkheid de toekenningsvoorwaarden. Deze vloeien voort uit de Pw, of uit paragraaf 4.1 van deze verordening.
Huidige tekst (was) c.
d.
e.
f.
g.
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze paragraaf genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Pw; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze paragraaf worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
a. de persoon die aan de voorziening deelneemt
zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de Pw, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze paragraaf genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Pw; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze paragraaf worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 4. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, waarbij in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de Pw, rekening wordt gehouden met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en indien nodig daarmee wordt afgestemd, zodat het aanbod optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon.
Lid 4 is nieuw. Dit is vooral relevant doordat overige (op het werk gerichte) voorzieningen nu in deze paragraaf van de verordening worden opgenomen. Sociaaldomeinbrede afstemming is daarbij nodig, omdat het aannemelijk is dat een voorziening ook op andere leefgebieden noodzakelijk geacht wordt
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
Voorzieningen
2 3
ARTIKEL 4.1.4 WERKSTAGE
ARTIKEL 4.1.4. WERKSTAGE
Ongewijzigd.
4
ARTIKEL 4.1.5 SOCIALE ACTIVERING
Artikel 4.1.5. SOCIALE ACTIVERING
Ongewijzigd.
5
ARTIKEL 4.1.6 DETACHERINGSBAAN
8
9
6
ARTIKEL 4.1.6 DETACHERINGSBAAN
1. Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
1. Het college kan door detachering zorgen voor
ARTIKEL 4.1.7 SCHOLING
ARTIKEL 4.1.7 SCHOLING
7
toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie.
ARTIKEL 4.1.8 PROEFPLAATSING
ARTIKEL 4.1.8. PARTICIPATIEPLAATS
Het artikel over de Proefplaatsing is vernummerd naar 4.1.14 om aan te sluiten bij de nummering van de modelverordening.
1. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de Pw onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd
In lid 1 is ‘door detachering’ voor de volledigheid toegevoegd.
Lid 3 vervalt. Is al opgenomen onder de algemene bepalingen in artikel 4.1.3 Ongewijzigd.
Wij hebben de Participatieplaats als vorm van additionele arbeid eerder niet in de verordening opgenomen wegens lastige uitvoerbaarheid. De gemeente is onder de gewijzigde wet verplicht om een bepaling op te nemen over de premie bedoeld in
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt) in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de Pw bedraagt € 100,- per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.
10
ARTIKEL 4.1.9 PARTICIPATIEVOORZIENING BESCHUT WERK 1.
Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Pw, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken worden de volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.
2.
Voor zover nodig worden aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Pw, daarnaast de volgende voorzieningen op de arbeidsinschakeling aangeboden: a. dagbesteding als maatwerkvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 2;
Type wijziging artikel 10a, zesde lid Pw. Wegens het belang van een helder onderscheid tussen additioneel en regulier werk hebben wij lid 1 en 2 ook opgenomen. De hoogte van de premie moet nog invulling krijgen.
ARTIKEL 4.1.9 PARTICIPATIEVOORZIENING BESCHUT WERK
1. Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de Pw, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur.
Lid 1 en lid 2 tekstuele aanpassing ter verduidelijking van de bevoegdheid van het college.
2. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Pw, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden:
Lid 2 onder a. Het is niet mogelijk te verwijzen naar een specifiek artikel over dagbesteding, omdat deze er niet is. Vandaar wordt volstaan met verwijzing naar het relevante hoofdstuk.
a. dagbesteding als maatwerkvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 2;
Huidige tekst (was) b. c. d. e.
sociale activering als bedoeld in artikel 4.1.5; scholing als bedoeld in artikel 4.1.7; persoonlijke ondersteuning als bedoel in artikel 4.1.11; schuldhulpverlening als bedoeld in paragraaf 4.8.
4.1.10 ONDERSTEUNING BIJ LEERWERKTRAJECT 11
ARTIKEL 4.1.11 PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten.
12
ARTIKEL 4.1.12 LOONKOSTENSUBSIDIE ALS REINTEGRATIEVOORZIENING 1.
2.
3.
Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan een werkgever die een arbeidsovereenkomst sluit met een medewerker die naar de mening van het college een afstand tot de arbeids- markt heeft en deze subsidie een bijdrage levert aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt. Het college stelt de maximale hoogte, als percentage van de loonkosten, en de maximale duur van de loonkostensubsidie vast. Minimaal eenmaal per twaalf maanden
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
b. sociale activering als bedoeld in artikel 4.1.5; c. scholing als bedoeld in artikel 4.1.7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoel in artikel 4.1.11; e. schuldhulpverlening als bedoeld in paragraaf 4.8.
ARTIKEL 4.1.10. ONDERSTEUNING BIJ LEERWERKTRAJECT
Ongewijzigd.
ARTIKEL 4.1.11. PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ WERK
Tekst uit de modelverordening overgenomen met aanpassing van de verwijzing naar relevante artikelen.
1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 4.1.3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.29. ARTIKEL 4.1.12 LOONKOSTENSUBSIDIE ALS RE-INTEGRATIEVOORZIENING 1. Het college kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in artikel 4.1.15, verstrekken aan een werkgever die een arbeidsovereenkomst sluit met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare werknemer. 2. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 50% van het brutoloon inclusief werkgeverslasten gedurende maximaal 24 maanden ten behoeve van de werknemer. 3. Onder een kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a. voorafgaand aan de indienstneming
Lid 2 is gewijzigd vanwege regionale harmonisatie van deze voorziening. Het percentage is nu opgenomen in het Besluit re-integratie en kan daar vervallen. We voeren dit instrument in de regio
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
gedurende 6 maanden geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; b. geen startkwalificatie bezit; c. ouder is dan 50 jaar; of d. alleenstaande ouder is. 4. Onder een uiterst kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste 24 maanden werkloos is geweest. 5. Minimaal één maal per twaalf maanden beoordeelt het college of de loonkostensubsidie bedoeld in lid 1, nog steeds bijdraagt aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt van de werknemer als bedoeld in hetzelfde lid. 6. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als: a. de werkgever in de afgelopen 3 jaar voor dezelfde werknemer loonkostensubsidie heeft ontvangen, met uitzondering van de situaties waarin het dienstverband voortijdig is beëindigd en de reden hiervan niet aan de werkgever verwijtbaar is; b. de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer, met uitzondering van mogelijke belastingvoordelen.
geharmoniseerd uit. Toch vermelden wij in de verordening, in tegenstelling tot de overige regiogemeenten de bepalingen in lid 3 en 4. Dit doen wij omdat de juridische afbakening van de doelgroep noodzakelijk geacht wordt.
ARTIKEL 4.1.13 UITSTROOMPREMIE
ARTIKEL 4.1.13 UITSTROOMPREMIE
Ongewijzigd.
ARTIKEL 4.1.8 PROEFPLAATSING
ARTIKEL 4.1.14 PROEFPLAATS
Titel gewijzigd in overeenstemming met de Pw, waar de Proefplaats nu in opgenomen is.
beoordeelt het college of de loonkostensubsidie bedoelt in lid 1, nog steeds bijdraagt aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt van de medewerker als bedoeld in hetzelfde lid.
1. 2.
Het college kan een persoon een proefplaatsing aanbieden. Een proefplaatsing betreft het verrichten van reguliere werkzaamheden bij een werkgever met behoud van uitkering met als doel de
1. Het college kan een persoon toestemming voor een proefplaats aanbieden. 2. Een proefplaats betreft het verrichten van reguliere werkzaamheden bij een werkgever met behoud van uitkering met als doel de
Lid 6 is toegevoegd vanwege harmonisatie. Deze bepaling was al opgenomen in het Besluit Re-integratie en kan daar vervallen.
In lid 1 wordt verduidelijkt dat het college zelf geen proefplaats biedt.
Huidige tekst (was)
3. 4.
5.
inschakeling van de persoon in reguliere arbeid te bevorderen. Een proefplaatsing wordt toegekend voor maximaal twee maanden. De proefplaatsing kan steeds met periodes van maximaal twee maanden worden verlengd tot een maximumduur van in totaal zes maanden indien: a. in de persoon gelegen factoren een langere periode noodzaken; b. de persoon in deze periode langer dan een week ziek is geweest; c. de werkgever aan kan tonen dat verlengen in dit specifieke geval noodzakelijk is; of d. meer tijd nodig is om de loonwaarde te bepalen. Voorafgaand aan de proefplaatsing worden in een schriftelijke overeenkomst tussen college en de werkgever in ieder geval afspraken gemaakt over: a. het doel van de proefplaatsing; b. de duur van de proefplaatsing; c. dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:160 Burgerlijk Wetboek; d. dat de werkgever tijdens de proefplaatsing geen salaris is verschuldigd; e. de wijze van begeleiding; f. een intentieverklaring dat de werkgever de persoon, bij gebleken geschiktheid, na de proefplaatsing een dienstverband van minimaal zes maanden aanbiedt voor minimaal het aantal uren dat voor de proefplaatsing is overeengekomen, tenzij tijdens de proefplaatsing blijkt dat de uren in het belang van de persoon verlaagd moet worden; g. dat de werkgever tijdens de proefplaatsing
Nieuwe tekst (wordt) inschakeling van een persoon die behoort tot de doelgroep in reguliere arbeid bij die werkgever te bevorderen. 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling bij de werkgever met wie de proefplaats wordt overeengekomen. c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4. De proefplaats wordt toegekend voor maximaal 2 maanden. 5. De proefplaats kan met periodes van maximaal 2 maanden worden verlengd tot een maximumduur van in totaal 6 maanden als: a. in de persoon gelegen factoren een langere periode noodzaken b.
de persoon in deze periode langer dan een week ziek is geweest waarbij in dat geval ook geldt dat als de maximumduur van 6 maanden is bereikt deze kan worden verlengd met de periode van ziekte;
Type wijziging
Lid 3: De Pw eist onder welke voorwaarden toestemming wordt verleend aan een persoon uit de doelgroep. Dat betekent dat er noodzakelijkerwijs een bepaling nodig is over die voorwaarden ‘opgehangen’ aan de persoon.
Termijnen in lid 4 en 5 zijn al opgenomen in de wet, buiten de verbijzondering dat de verlenging steeds met maximaal 2 maanden geschiedt.
Huidige tekst (was)
h.
i.
6.
voor de persoon een ongevallen- en aansprake- lijkheidsverzekering afsluit en de gemeente vrijwaart voor alle in- en buitengerechtelijke aanspraken op vergoeding van eventuele schades; het feit dat door de proefplaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; en dat de persoon de werkzaamheden zal verrichten conform de voor de betreffende functie en werkzaamheden geldende voorschriften en wettelijke bepalingen.
Een proefplaatsing kan niet worden aangeboden indien de persoon eerder bij de betreffende werkgever, organisatie of inlener heeft gewerkt of stage heeft gelopen in dezelfde of vergelijkbare functie, tenzij er sprake is van gewijzigde omstandigheden die naar het oordeel van het college een proefplaatsing rechtvaardigen.
Nieuwe tekst (wordt) c. de werkgever aan kan tonen dat verlengen in dit specifieke geval noodzakelijk is; of d. meer tijd nodig is om de loonwaarde te bepalen. 6. Voorafgaand aan de proefplaats worden in een schriftelijke overeenkomst tussen college en de werkgever in ieder geval afspraken gemaakt over: a. het doel van de proefplaats; b. de duur van de proefplaats; c. dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:160 Burgerlijk wetboek; d. dat de werkgever tijdens de periode waarover de proefplaats wordt aangeboden geen salaris is verschuldigd; e. de wijze van begeleiding; f. een intentieverklaring dat de werkgever de persoon, bij gebleken geschiktheid, na de proefplaats een dienstverband van minimaal 6 maanden aanbiedt voor minimaal het aantal uren dat voor de proefplaats is overeengekomen, tenzij tijdens de proefplaats blijkt dat de uren in het belang van persoon verlaagd moet worden. g. dat de werkgever tijdens de proefplaats voor de persoon een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering afsluit en de gemeente vrijwaart voor alle in- en buitengerechtelijke aanspraken op vergoeding van eventuele schades; h. het feit dat door de proefplaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; en i. dat de persoon de werkzaamheden zal verrichten conform de voor de betreffende
Type wijziging
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt) functie en werkzaamheden geldende voorschriften en wettelijke bepalingen.
Onderstaande artikelen bevatten specifieke bepalingen voor de doelgroep Breed offensief
Aanvraagprocedures en voorwaarden voorzieningen ARTIKEL 4.1.15. SPECIFIEK AANVRAAGPROCES LOONKOSTENSUBSIDIE 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de Pw, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de Pw. 4. Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt
Type wijziging
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt) gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de Pw. 5. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.
ARTIKEL 4.1.16. VOORWAARDEN TOEKENNING PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ WERK EN OVERIGE VOORZIENINGEN 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken voor een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 4.1.3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een arbeidsovereenkomst aan van minimaal 6 maanden met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) wegen naar
Type wijziging
Lid 5: Bij de regionale harmonisatie is al gekozen voor het preferente proces. Dit kan hier worden over genomen.
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt) het oordeel van het college op tegen de (maatschappelijke) opbrengsten van uitstroom naar werk en zijn daarmee proportioneel.
ARTIKEL 4.1.17. AANVRAAGPROCEDURE PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ WERK EN OVERIGE VOORZIENINGEN 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 8 weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon. 4. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 5. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 6. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale
Type wijziging
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, van de Pw of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de Pw. 7. Het college maakt binnen 15 werkdagen na afronding van het onderzoek, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag. 8. Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever. ARTIKEL 4.1.18. INHOUD BESCHIKKING PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ WERK EN OVERIGE VOORZIENINGEN 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. 2.
Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige
Lid 2 is optioneel. Regionaal afgesproken dit wel op te nemen.
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt) voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft. Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk
Type wijziging
Harmonisatie
ARTIKEL 4.1.19. PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ WERK 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van jobcoaching heeft ingekocht. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject. ARTIKEL 4.1.20. SPECIFIEKE VOORWAARDEN TOEKENNING PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ WERK 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk wordt binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking ingediend, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstbetrekking de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon
Harmonisatie
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt) zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. ARTIKEL 4.1.21. JOBCOACHING 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt voldoet aan de kwaliteitseisen en voorwaarden zoals vermeld in bijlage 1. 2. De in te zetten jobcoaching wordt door het college bepaald op basis van de specifieke werken persoonlijke omstandigheden, resulterend in vaststelling door het college van het noodzakelijke zwaarteregime en de te verwachten duur van de inzet van de coaching zoals opgenomen in bijlage 1.
ARTIKEL 4.1.22 JOBCOACHING IN NATURA 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.21 van overeenkomstige toepassing. ARTIKEL 4.1.23 SUBSIDIE VOOR HET ORGANISEREN VAN JOBCOACHING 1. Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de
Type wijziging
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt) artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.21, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. ARTIKEL 4.1.24. INTERNE WERKBEGELEIDING 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2.
Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne
Type wijziging
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
werkbegeleiding te bieden. Specifieke bepalingen overige voorzieningen ARTIKEL 4.1.25 SPECIFIEKE VOORWAARDEN VERVOERSVOORZIENING 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.
ARTIKEL 4.1.26 SPECIFIEKE VOORWAARDEN NOODZAKELIJKE INTERMEDIAIRE ACTIVITEIT BIJ VISUELE OF MOTORISCHE HANDICAP Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door
Er is een wetsvoorstel die regelt dat de verantwoordelijkheid voor intermediaire activiteiten bij visuele beperkingen belegd gaat worden bij het UWV.
Huidige tekst (was)
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
13
14 ARTIKEL 4.1.14 MEENEEMBARE VOORZIENINGEN 1.
2.
3.
Aan een medewerker met een arbeidsbeperking die een meeneembare voorziening nodig heeft, kan een meeneembare voorziening dan wel een vergoeding voor de aanschaf daarvan worden toegekend als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de meeneembare voorziening is naar verwachting gedurende minimaal zes maanden noodzakelijk om de medewerker zijn of haar werk te kunnen laten uitvoeren; b. er is sprake van een dienstverband voor de duur van tenminste zes maanden en voor minimaal 12 uur per week; c. er kan voor de meeneembare voorziening geen beroep worden gedaan op een voorliggende voorziening; d. de meeneembare voorziening behoort niet tot de standaarduitrusting van de medewerker en is evenmin algemeen gebruikelijk binnen de betreffende branche; en e. de kosten van de mee te nemen voorziening zijn proportioneel In afwijking van artikel 2 onder b. kan een meeneembare voorziening ook worden toegekend bij een proefplaatsing met behoud van uitkering. Bij de keuze van een mee te nemen voorziening wordt gekozen voor de meest adequate en goedkoopste oplossing.
ARTIKEL 4.1.27 SPECIFIEKE VOORWAARDEN MEENEEMBARE VOORZIENINGEN 1. Aan een werknemer met een arbeidsbeperking
die een meeneembare voorziening nodig heeft, kan een meeneembare voorziening dan wel een vergoeding voor de aanschaf daarvan worden toegekend als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de meeneembare voorziening is naar verwachting gedurende minimaal 6 maanden noodzakelijk om de medewerker zijn werk te kunnen laten uitvoeren; b. er is sprake van een dienstverband voor de duur van tenminste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week; c. er kan voor de meeneembare voorziening geen beroep worden gedaan op een voorliggende voorziening; d. de meeneembare voorziening behoort niet tot de standaarduitrusting van de medewerker en is evenmin algemeen gebruikelijk binnen de betreffende branche; en e. de kosten van de mee te nemen voorziening zijn proportioneel 2. In afwijking van lid 1 onder b. kan een
meeneembare voorziening ook worden toegekend bij een proefplaats met behoud van uitkering. 3. Een meeneembare voorziening die in natura wordt toegekend wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld aan de medewerker tenzij
Lid 3 kan vervallen, geregeld in de algemene bepalingen. Lid 4 wordt vernummerd naar lid 3.
Huidige tekst (was) 4.
15
Nieuwe tekst (wordt)
Een meeneembare voorziening die in natura wordt toegekend wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld aan de medewerker tenzij sprake is van een individuele maatwerkvoorziening of dat bruikleen gezien de aard van de voorziening niet mogelijk of wenselijk is.
ARTIKEL 4.1.15 NADERE REGELS
16
Het college kan nadere regels vaststellen over: 1. Onder welke voorwaarden, welke personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid onderdeel a Pw, en werkgevers van deze personen in aanmerking komen voor de voorzieningen in deze paragraaf. 2. De hoogte en de duur van de loonkostensubsidie waarvoor een werkgever in aanmerking komt zoals genoemd in artikel 4.1.12. 3. Welke regels gelden voor het aanbod van scholing of opleiding en voor de premie en de hoogte van die premie en indien additionele werkzaamheden worden verricht als bedoeld in artikel 10a van de Pw. 4. Beschut werk: a. op welke wijze wordt bepaald welke personen in aanmerking komen voor de ambtshalve vaststelling, bedoeld in artikel 10b eerste lid van de Pw; b. welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden
Type wijziging
sprake is van een individuele maatwerkvoorziening of dat bruikleen gezien de aard van de voorziening niet mogelijk of wenselijk is.
ARTIKEL 4.1.28. SPECIFIEKE VOORWAARDEN WERKPLEKAANPASSINGEN Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn. ARTIKEL 4.1.29 NADERE REGELS Het college kan nadere regels vaststellen over: 1. Onder welke voorwaarden, welke personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid onderdeel a Pw, en werkgevers van deze personen in aanmerking komen voor de voorzieningen in deze paragraaf. 2. Welke regels gelden voor het aanbod van scholing of opleiding. 3. Beschut werk: a. op welke wijze wordt bepaald welke personen in aanmerking komen voor de ambtshalve vaststelling, bedoeld in artikel 10b eerste lid van de Pw; b. welke voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden om de onder 10b eerste lid van de Pw bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken; c. de wijze waarop de omvang van het aanbod van de voorziening, bedoeld in artikel 10b
Lid 2 vervalt. Ten gevolge van jurisprudentie kan dit niet gedelegeerd worden aan het college en is dus opgenomen in artikel 4.1.12 lid 2.
Huidige tekst (was)
c.
om de onder 10b eerste lid van de Pw; bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken; de wijze waarop de omvang van het aanbod van de voorziening, bedoeld in artikel 10b eerste lid van de Pw, wordt vastgesteld.
Nieuwe tekst (wordt)
Type wijziging
eerste lid van de Pw, wordt vastgesteld. 4. De vergoedingssystematiek, waarin mede begrepen het hanteren van drempelbedragen, voor de in artikel 4.1.25 bedoelde vervoersvoorziening.
4.2 Loonkostensubsidie: de bepalingen van deze paragraaf zijn nu verwerkt in paragraaf 4.1. Deze paragraaf kan integraal vervallen.