CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Was-wordt tabel Integrale verordening bij derde wijziging

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Verordening tot derde wijziging van de Integrale Verordening Sociaal Domein Veenendaal16.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INTEGRALE VERORDENING SOCIAAL DOMEIN – WAS WORDT TABEL BIJ DERDE WIJZIGING

Huidige tekst (was) Artikel 1.1.1 Algemene Definities d. eigen kracht: de mogelijkheid van de inwoner om zelf (een deel van) het probleem op te lossen, al dan niet met de gebruikelijke hulp, of hulp van andere personen uit de naaste omgeving. Ook als professionele hulp ondersteuning wordt ingezet om het probleem op te lossen zal sprake zijn van eigen kracht; i. maatschappelijk werk: het bieden van individuele begeleiding aan een ingezetene met problemen in zijn dagelijks leven of zijn werk, zodat deze ingezetene (weer) op eigen kracht zijn problemen kan hanteren en oplossen;

Nieuwe tekst (wordt) Artikel 1.1.1 Algemene Definities d. eigen kracht: de mogelijkheid van de inwoner om zelf (een deel van) het probleem op te lossen, al dan niet met de gebruikelijke hulp, of hulp van andere personen uit de naaste omgeving. Ook als professionele ondersteuning wordt ingezet om het probleem op te lossen zal sprake zijn van eigen kracht; i. maatschappelijk werk: het bieden van individuele begeleiding als algemene voorziening aan een ingezetene met problemen in zijn dagelijks leven of zijn werk, zodat deze ingezetene (weer) op eigen kracht zijn problemen kan hanteren en oplossen;

Type wijziging Technisch Reden: tekstuele aanpassingen.

Artikel 1.1.2 college voor uniforme toegang en intake 1. Het college zorgt er in ieder geval voor dat ingezetenen die daarom verzoeken: a. kosteloos en op laagdrempelige wijze worden ondersteund bij het verhelderen van een mogelijke ondersteuningsbehoefte waarbij tevens maatschappelijke werk kan worden geboden; b. kosteloos worden voorzien van relevante informatie in begrijpelijke vorm ten aanzien van: i. het gemeentelijk beleid en de wijze

Artikel 1.1.2 college voor uniforme toegang en intake 1. Het college zorgt er in ieder geval voor dat ingezetenen die daarom verzoeken: a. kosteloos en op laagdrempelige wijze worden ondersteund bij het verhelderen van een mogelijke ondersteuningsbehoefte waarbij tevens maatschappelijke werk kan worden geboden; b. kosteloos worden voorzien van relevante informatie in begrijpelijke vorm ten aanzien van: i. het gemeentelijk beleid en de wijze

Technisch Reden: tekstuele aanpassingen.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

waarop uitvoering wordt geven aan de wettelijke taken in het sociaal domein, en ii. hoe de toegang tot de diverse voorzieningen is georganiseerd; c. worden doorverwezen en -geleid naar de passende instanties voor verdere ondersteuning, en d. dat degene die een melding, aanvraag of verzoek indient wordt gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. 2. In het kader van de uitvoering van het eerste lid vindt geen verwerking van persoonsgegevens plaats. Op verzoek van de betrokkene kunnen de relevante bevindingen op schrift worden gesteld en aan hem of haar ter beschikking worden gesteld. Artikel 2.1.1 Definities: a. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; b. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo die de cliënt kan ontvangen op grond van een andere wet en regelgeving dan de Wmo, bijvoorbeeld de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg; f. persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in

waarop uitvoering wordt geven aan de wettelijke taken in het sociaal domein, en ii. hoe de toegang tot de diverse voorzieningen is georganiseerd; c. worden doorverwezen en -geleid naar de passende instanties voor verdere ondersteuning. 2. Degene die een melding, aanvraag of verzoek indient wordt door het college gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. 3. In het kader van de uitvoering van het eerste en tweede lid vindt geen verwerking van persoonsgegevens plaats. Op verzoek van de betrokkene kunnen de relevante bevindingen op schrift worden gesteld en aan hem of haar ter beschikking worden gesteld. Artikel 2.1.1 Definities: a. algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: i. niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; ii. daadwerkelijk beschikbaar is; iii. een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot (meer) zelfredzaamheid of participatie in staat is; en iv. betaald kan worden met een inkomen op minimumniveau; b. andere voorziening: een voorziening die de cliënt kan ontvangen op grond van andere wet- en regelgeving dan de Wmo;

Type wijziging

Technisch Reden: sub a, b en f tekstuele aanpassingen. Inhoudelijk Reden: sub a aanpassing aan jurisprudentie en bij sub g is lid 6 toegevoegd vanwege een beleidswijziging. De definities c, d, e, h en i zijn niet gewijzigd.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

artikel 2.3.2., vierde lid onderdeel a tot en met g van de Wmo, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; g. professionele dienstverlener: De zorgaanbieder die aan de volgende voorwaarden voldoet: 1. opleidingseisen en kwaliteitseisen zijn gelijk aan de eisen die worden gesteld aan de medewerkers van de gecontracteerde in natura zorgaanbieders; 2. heeft kennis van en ervaring met het bieden van ondersteuning die een cliënt nodig heeft; 3. maakt gebruik van een ondersteuningsplan of plan van aanpak; 4. heeft een verklaring heeft omtrent het gedrag (art. 28 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens); en 5. past de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toe (Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling);

f. persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2., vierde lid onderdeel a tot en met g van de Wmo, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest passend is; g. professionele dienstverlener: de zorgaanbieder die: 1. voldoet aan de opleidingseisen en kwaliteitseisen zoals deze worden gesteld aan de medewerkers van de gecontracteerde, in natura zorgaanbieders; 2. kennis van, en ervaring heeft met het bieden van ondersteuning die een cliënt nodig heeft; 3. gebruik maakt van een ondersteuningsplan of plan van aanpak; 4. een verklaring omtrent het gedrag heeft (art. 28 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens); 5. de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toe past (Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling); en 6. niet behoort tot het sociaal netwerk van de cliënt; Artikel 2.1.2 Melding ondersteuningsvraag 1. Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt worden gemeld bij het college. Dit kan schriftelijk, digitaal, telefonisch of fysiek bij het college; 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk of digitaal binnen 3 werkdagen na ontvangst en wijst de cliënt of diens vertegenwoordiger op de mogelijkheid om binnen 7 dagen na de melding een persoonlijk plan te overhandigen; 3.

In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo verstrekt het college na de melding onverwijld een tijdelijke

Artikel 2.1.2 Melding ondersteuningsvraag 1. Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt worden gemeld bij het college. Dit kan schriftelijk, digitaal, telefonisch of fysiek bij het college; 2. Indien een verzoek om informatie wordt ingediend zonder dat hierop een melding volgt, zal nader onderzoek achterwege blijven, tot alsnog een melding wordt gedaan; 3. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk of digitaal binnen 3 werkdagen na ontvangst; 4. In de ontvangstbevestiging wordt aan de melder

Type wijziging

Technisch: Reden: verzoek om informatie in lid 2 is al opgenomen in artikel 1.1.2

Inhoudelijk Reden: • combinatie tekst lid 3 en 4 is logischer; • tekst over machtiging zorgverleners past niet in de verordening, zie ook artikel 3.1.4, het college zorgt er voor dat dit adequaat wordt uitgevoerd in

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

medegedeeld dat hij of zij de mogelijkheid heeft om binnen 7 dagen na de melding een persoonlijk plan te overhandigen; In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Zorgaanbieders zijn gemachtigd, indien nodig, tijdelijk ondersteuning in te zetten voor de melding waarbij de zorgaanbieder binnen 24 uur de bevoegd ambtenaar op de hoogte stelt van de inzet.

maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. 4. Voor beschermd wonen geldt tevens dat het college direct na de melding een screening uitvoert naar de plaats waar de randvoorwaarden voor het meest kansrijke traject aanwezig zijn overeenkomstig het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen.

Artikel 2.1.4 Vooronderzoek 1. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de Wmo, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. 2. a. voor het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, rekening houdend met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG); b. de cliënt dient te beschikken over een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Beschikt de cliënt niet over een geldig identificatiedocument dan kan deze lopende het onderzoek aangevraagd en overgelegd worden. 3. Als de cliënt voldoende bekend is bij het college (de in het eerste en tweede lid genoemde

Artikel 2.1.4 Vooronderzoek 1. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de Wmo, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. 2. a. voor het gesprek verschaft de cliënt of diens vertegenwoordiger het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt of diens vertegenwoordiger redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, rekening houdend met de Algemene verordening gegevensbescherming; b. de cliënt beschikt over een identificatiedocument, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Beschikt de cliënt niet over een geldig identificatiedocument dan kan deze lopende het onderzoek aangevraagd en overgelegd worden.

5.

Type wijziging

•

samenwerking met de aanbieders toevoeging lid 4 over beschermd wonen. Regionaal is vastgesteld dat we ons houden aan dit landelijke convenant. Gaat om de binding van de client met Veenendaal.

Technisch Reden: daar waar van toepassing is ‘of diens vertegenwoordiger’ opgenomen en wat tekstuele aanpassingen.

Huidige tekst (was) gegevens zijn bekend en er is geen wijziging in diens leefsituatie) kan het college met goedkeuring van de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 2.1.5 Het gesprek 1. Het college onderzoekt in een gesprek met de melder, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met mantelzorger(s) en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a. de ondersteuningsbehoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. of het verzoek om ondersteuning leidt tot zelfredzaamheid, participatie, opvang of beschermd wonen; c. de mogelijkheden voor de cliënt om op eigen kracht met gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociaal netwerk, het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten, algemeen gebruikelijke voorzieningen of met algemene voorzieningen de zelfredzaamheid of de participatie te handhaven of te verbeteren, zodat de cliënt zo min mogelijk een beroep hoeft te doen op een maatwerkvoorziening; d. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; e. de mogelijkheden om door middel van andere voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke

Nieuwe tekst (wordt) 3. Als de cliënt voldoende bekend is bij het college, de in het eerste en tweede lid genoemde gegevens zijn bekend en er is geen wijziging in diens leefsituatie, kan het college met goedkeuring van de cliënt of diens vertegenwoordiger afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel 2.1.5 Het gesprek 1. Het college onderzoekt in een gesprek met de cliënt of diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met mantelzorger(s) en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: a. de ondersteuningsbehoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. of het verzoek om ondersteuning betrekking heeft op zelfredzaamheid, participatie, opvang of beschermd wonen; c. de mogelijkheden voor de cliënt om op eigen kracht met gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociaal netwerk, het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten, algemeen gebruikelijke voorzieningen of met algemene voorzieningen de zelfredzaamheid of de participatie te handhaven of te verbeteren, zodat de cliënt zo min mogelijk een beroep hoeft te doen op een maatwerkvoorziening; d. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; e.

de mogelijkheden om door middel van andere voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn,

Type wijziging

Technisch Reden: tekstuele aanpassing en waar van toepassing ‘of diens vertegenwoordiger’ toegevoegd. Inhoudelijk: Lid 2: persoonlijk plan is opgenomen in de definities dus ‘als bedoeld in de Wmo’ kan vervallen.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; f. de wijze waarop de zelfredzaamheid en participatie, al dan niet door middel van het verstrekken van een maatwerkvoorziening, kan worden versterkt; g. welke bijdragen in de kosten de cliënt, met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de Wmo, verschuldigd zal zijn; h. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van deze keuze. 2. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in de Wmo aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het gesprek, bedoeld in het eerste lid. 3. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en over de vervolgprocedure. 4. Als de ondersteuningsvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de Wmo, in goed overleg met de cliënt, afzien van een gesprek.

wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; f. de wijze waarop de zelfredzaamheid en participatie, al dan niet door middel van het verstrekken van een maatwerkvoorziening, kan worden versterkt; g. welke bijdragen in de kosten de cliënt, met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de Wmo, verschuldigd zal zijn; h. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van deze keuze. 2. Als de cliënt of diens vertegenwoordiger een persoonlijk plan aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het gesprek, bedoeld in het eerste lid. 3. Het college informeert de cliënt of diens vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en over de vervolgprocedure. 4. Als de ondersteuningsvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de Wmo, in goed overleg met de cliënt of diens vertegenwoordiger, afzien van een gesprek. Artikel 2.1.6 Advisering Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien het college dit van belang acht voor de beoordeling van de ondersteuningsvraag.

Het college betrekt de cliënt of diens vertegenwoordiger of mantelzorger bij de adviesaanvraag en informeert de cliënt of diens vertegenwoordiger over de uitkomsten daarvan. Artikel 2.1.7 Verslag

Artikel 2.1.6 Advisering Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien het dit van belang acht voor de beoordeling van de ondersteuningsvraag. Het college betrekt de cliënt en zijn eventuele vertegenwoordiger of mantelzorger bij de adviesaanvraag en informeert hem over de uitkomsten daarvan. Artikel 2.1.7 Verslag

Type wijziging

Technisch Reden: tekstuele aanpassing en waar van toepassing ‘of diens vertegenwoordiger’ toegevoegd.

Technisch

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging

1. Het college is verantwoordelijk voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. Het verslag wordt verstuurd binnen de in de Wmo gestelde termijn van zes weken na melding. 2. Na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. 3. Opmerkingen of aanvullingen van de cliënt op het verslag kunnen aan het verslag worden toegevoegd. Artikel 2.1.8 Plan van aanpak Beschermd Wonen 1. Indien de melding ziet op beschermd wonen stelt het college na het onderzoek een plan van aanpak op waarbij rekening wordt gehouden met het eventuele persoonlijk plan en verstrekt dat in tweevoud aan de cliënt. 2. Het college betrekt bij het plan van aanpak zo nodig ook de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger. 3. Opmerkingen of aanvullingen van de cliënt op het plan van aanpak kunnen aan het plan van aanpak worden toegevoegd. Artikel 2.1.9 Aanvraag 1. Een aanvraag kan pas worden ingediend nadat het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo, is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet heeft plaatsgevonden binnen zes weken na melding. 2. Het college neemt een besluit op de aanvraag binnen de in de Wmo gestelde termijn van twee weken. 3. Een cliënt, of zijn vertegenwoordiger kan schriftelijk een aanvraag om een maatwerkvoorziening indienen bij het college door middel van: a.

een door het college vastgesteld aanvraagformulier; of b. de ondertekening van het plan van aanpak in

1. Het college is verantwoordelijk voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. 2. Na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt of diens vertegenwoordiger een verslag van de uitkomsten van het onderzoek binnen de in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo gestelde termijn. 3. Opmerkingen of aanvullingen van de cliënt of diens vertegenwoordiger op het verslag kunnen aan het verslag worden toegevoegd. Artikel 2.1.8 vervallen

Reden: tekstuele aanpassing en waar van toepassing ‘of diens vertegenwoordiger’ toegevoegd .

Artikel 2.1.9 Aanvraag 1. Een aanvraag kan pas worden ingediend nadat het vooronderzoek, bedoeld in artikel 2.1.4 en het gesprek, bedoeld in artikel 2.1.5, hebben plaatsgehad, tenzij het vooronderzoek en het gesprek niet hebben plaatsgevonden binnen zes weken na melding. 2. Een cliënt of diens vertegenwoordiger kan schriftelijk een aanvraag om een maatwerkvoorziening indienen bij het college door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 3. Het college neemt een besluit op de aanvraag binnen de in artikel 2.3.5, tweede lid, van de Wmo gestelde termijn.

Technisch: Reden: voor wat betreft het onderzoek verwijzen we naar de artikelen van de verordening

Inhoudelijk Reden: we verwijzen alleen naar de termijn van artikel 2.3.2 van de Wmo, daarmee voorkom je fouten in de toekomst. Inhoudelijk Reden: toegang is nu in Veenendaal in plaats van Amersfoort, proces verloopt gelijk aan andere voorzieningen Wmo.

Inhoudelijk Reden: • lid 3b verwijderd omdat het proces gelijk verloopt aan die van de andere maatwerkvoorzieningen. • we verwijzen alleen naar de termijn van artikel 2.3.5 van de Wmo, daarmee voorkom je fouten in de toekomst.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging

het geval van Beschermd Wonen. Artikel 2.1.10 Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, of door gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen of andere voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het door het college ingesteld onderzoek zoals verwoord in artikel 2.3.2 van de Wmo, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; en b.

ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met

Artikel 2.1.10 Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, of door gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen of andere voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.1.4 en artikel 2.1.5 bedoelde vooronderzoek en gesprek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot een aanvaardbare mate van zelfredzaamheid of een aanvaardbare mate van participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; en b.

ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere

Technisch Reden: tekstuele aanpassingen. Inhoudelijk Reden: • Lid 2a aangepast naar “aanvaardbare mate”. Dit is een nuancering. Een beperking kan niet altijd 100% gecompenseerd worden. Het blijft maatwerk, afhankelijk van de situatie. • Lid 3c voor de volledigheid toegevoegd • Lid 3d toegevoegd naar aanleiding van jurisprudentie. Voorzieningen met vooral een therapeutisch doel, vallen niet onder de Wmo • Lid 3e toegevoegd naar aanleiding van jurisprudentie. Een voorziening met een antirevaliderend karakter kan niet als doeltreffend worden aangemerkt, omdat deze voorziening niet is gericht op het opheffen of verminderen van de beperkingen

Huidige tekst (was)

3.

4.

5.

6.

gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het door het college ingesteld onderzoek zoals verwoord in artikel 2.3.2 van de Wmo, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt indien: a. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was; b. de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de ondersteuningsvraag overbodig had gemaakt. Een maatwerkvoorziening ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt slechts verstrekt indien uit onderzoek blijkt dat vervanging noodzakelijk is. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen.

Nieuwe tekst (wordt) personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.1.4 en artikel 2.1.5 bedoelde vooronderzoek en gesprek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 3. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie komt een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking indien: a. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was; b. de noodzaak tot de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de ondersteuningsvraag deels of geheel opgelost had; c. niet reeds in de voorziening is voorzien, tenzij vooraf een schriftelijke toestemming door het college is gegeven of het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; d. de voorziening niet alleen een therapeutisch doel beoogt; of e. de voorziening geen, mogelijk, antirevaliderende werking heeft. 4.

Een maatwerkvoorziening ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt slechts verstrekt indien uit onderzoek blijkt dat vervanging noodzakelijk is.

Type wijziging

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt) 5. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. 6. Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen. Artikel 2.1.10a Aanvullende criteria voor een woonvoorziening In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.10 komt een cliënt in aanmerking voor een woonvoorziening als: a. de beperkingen niet voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; c. de woonruimten geschikt zijn voor permanente bewoning.; d. het niet om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. ; e. de noodzaak niet het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; f.

de cliënt is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning en daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college;

Type wijziging

Inhoudelijk Reden: deze criteria zijn voor de volledigheid toegevoegd op basis van de modelverordening van Schulinck. A contrario leveren ze weigeringsgronden op.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt) g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie alleen met noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. Artikel 2.1.10b Aanvullende criteria voor een financiële tegemoetkoming als maatwerkvoorziening 1. In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.10 komt een cliënt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor de kosten van: a. de aanschaf, aanpassing en het onderhoud van een sportvoorziening als uit het in artikel 2.1.4 bedoelde onderzoek blijkt dat de cliënt ondersteuning nodig heeft voor sporten in het kader van zelfredzaamheid en participatie, waarbij geldt dat: i. de gebruiksduur van de sportvoorziening minimaal drie jaar is en bij technische keuring moet blijken dat deze technisch niet meer functioneel is; en ii. de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening maximaal € 3.000,bedraagt. b. een verhuizing en herinrichting als uit het in artikel 2.1.4. bedoelde onderzoek blijkt dat verhuizing naar een aangepaste of eenvoudig aan te passen woning, gelet op de beperkingen van de cliënt, een goedkoopst passende bijdrage levert aan zijn zelfredzaamheid en participatie, waarbij geldt dat de hoogte van de financiële tegemoetkoming maximaal € 3.250,bedraagt. 2. Het college kan in afwijking van het bepaalde in lid 1 een hogere financiële tegemoetkoming toekennen indien de in lid 1 opgenomen

Type wijziging

Inhoudelijk Reden: • Aanpassing aan jurisprudentie. De financiële tegemoetkoming kan (volgens de CRvB) verstrekt worden als maatwerkvoorziening. • De hoogte van het bedrag in lid 2b is aangepast aan de huidige prijzen voor verhuisen herinrichtingskosten.

Huidige tekst (was)

Artikel 2.1.12 Beschermd Wonen 1. Het college kan de cliënt in aanmerking laten komen voor beschermd wonen indien de cliënt: a. is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; b. niet geholpen is met 24-uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) begeleiding, dagactiviteit al dan niet gecombineerd met respijtverblijf in een instelling; en c. met beschermd wonen in staat wordt gesteld om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Een beschermende woonomgeving gaat gepaard met noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling waar het toezicht en de aangewezen ondersteuning wordt geboden. 3. Een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen wordt gesteld in de vorm van een zorgarrangement waarvoor geldt dat: a. het zorgarrangement betrekking heeft op de aard van de noodzakelijke begeleiding en het bijbehorend toezicht; b. de inzet van het zorgarrangement mede afhankelijk is van de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt zoals die door het college zijn vastgesteld tijdens het onderzoek als bedoeld in art. 2.3.2. van de Wmo. 4. Het college kan nadere regels stellen over de

Nieuwe tekst (wordt) bedragen zo ver afstaan van de werkelijke kosten van de compenserende maatregel, dat de financiële tegemoetkoming geen passende bijdrage meer levert aan het verminderen of wegnemen van de gevolgen van de beperkingen. Artikel 2.1.10c Aanvullende criteria beschermd wonen 1. In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.10 komt een cliënt in aanmerking voor beschermd wonen indien de cliënt: a. is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; b. niet geholpen is met 24-uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) begeleiding, dagactiviteit al dan niet gecombineerd met respijtverblijf in een instelling; c. niet geholpen is met de inzet van een bereikbaarheidsdienst buiten kantooruren of crisisdiensten; d. voor zover aan de orde, een intramurale behandeling voor zijn psychiatrische aandoening heeft afgerond of deze niet meer op de voorgrond is; e. een herstel- of ontwikkeltraject accepteert dat op termijn gaat plaatsvinden met inachtneming van zijn mogelijkheden, gericht op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving; en f. met beschermd wonen in staat wordt gesteld om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2.

Een beschermende woonomgeving gaat gepaard met noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling waar het toezicht en de

Type wijziging

Technisch Reden: nummering van het artikel is aangepast en tekstuele aanpassingen. Inhoudelijk Reden: • Aanvullende tekst is aansluitend op de verordening van centrumgemeente Ede; • All-in tarief is conform werkwijze Ede. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen wel/geen dagbesteding, dit is verwerkt in het tarief; • Beschermd Thuis valt niet onder definitie Beschermd Wonen; • Beschermd Thuis is een ambulante maatwerkvoorziening in verband met scheiding wonen en zorg.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

zorgarrangementen. 5. Elk zorgarrangement kan worden aangevuld met de maatwerkvoorziening dagactiviteit al dan niet met vervoer naar de locatie waar de dagactiviteit wordt geboden.

aangewezen ondersteuning 24 uur per dag wordt geboden in de vorm van fysiek aanwezig personeel . 3. Een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen wordt gesteld in de vorm van een zorgarrangement waarvoor geldt dat: a. het zorgarrangement betrekking heeft op de aard van de noodzakelijke begeleiding en het bijbehorend toezicht; b. de inzet van het zorgarrangement mede afhankelijk is van de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt zoals die door het college zijn vastgesteld tijdens het in artikel 2.1.4 en artikel 2.1.5 bedoelde vooronderzoek en gesprek. 4. Beschermd Wonen kent een all-in tarief, inclusief hotelmatige kosten, dagbesteding en vervoer. 5. Het college kan nadere regels stellen over de zorgarrangementen beschermd wonen. Artikel 2.1.10d Voorschrift bruikleen 1. Indien het college een voorziening in bruikleen verstrekt wordt daaraan het voorschrift verbonden dat de cliënt de voorziening zorgvuldig gebruikt. 2. Als bruikleengever de voorziening inneemt omdat de cliënt de voorziening niet zorgvuldig gebruikt, onderzoekt het college de mogelijkheid om de voorziening op een andere wijze te verstrekken. 3. Mocht de voorziening niet op een ander wijze zijn te verstrekken dan kan het college het besluit tot het verstrekken van de voorziening intrekken.

Artikel 2.1.11 Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt opgenomen of deze als voorziening in natura of als pgb wordt

Artikel 2.1.11 Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt opgenomen of deze als voorziening in natura of als pgb wordt

Type wijziging

Inhoudelijk Reden: toegevoegd om een juridische grond te hebben om de voorziening in te trekken → daar moet je dan een publiekrechtelijke grond aan verbinden niet een privaatrechtelijke.

Technisch Reden: lid 1 volledig gemaakt en lid 2/2a tekstueel aangepast.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging

verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt; en d. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt daarnaast in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk doel het pgb moet worden aangewend; b. welke (kwaliteits-)eisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb; en g. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. Artikel 2.1.13 Soorten pgb

verstrekt en of de voorziening in eigendom of in bruikleen wordt verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in aanvulling op lid 1 in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke voorziening wordt verstrekt en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; en c. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in aanvulling op lid 1 in de beschikking vastgelegd: a. voor welk doel het pgb moet worden aangewend; b. welke (kwaliteits-)eisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking; f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb; en g. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening.

Inhoudelijk Reden: lid 2c (huidige tekst) verwijderd omdat dit dubbel staat vermeld.

Artikel 2.1.12 Soorten pgb

Artikel 2.1.14 Regels voor een pgb 1. Indien de cliënt ondersteuning of begeleiding wenst te betrekken van een persoon uit het

Artikel 2.1.13 Regels voor een pgb 1. De cliënt of diens vertegenwoordiger dient een budgetplan in waarin in ieder geval is

Nummering van het artikel is aangepast; Technisch Reden:

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

sociaal netwerk: a. wordt door de cliënt gemotiveerd aangegeven dat dit tot een gelijkwaardig of beter resultaat leidt dan bij de inzet van een professionele dienstverlener; b. kan het college via een onafhankelijke en daartoe deskundige derde laten toetsen of deze persoon verantwoorde ondersteuning kan leveren. 2. … a. … i. welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, de cliënt van het budget wil betrekken; [voor het overige van lid 2 zie rij hieronder] 3. … 4. Het college kan nadere regels stellen over de voorwaarden die worden verbonden aan het pgb.

opgenomen: a. waar de cliënt zijn ondersteuning zal inkopen; b. op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid; c. hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; d. welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, de cliënt van het budget wil betrekken; en e. indien van toepassing, welke van deze maatregelen de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 2. Indien de cliënt ondersteuning wenst te betrekken van een persoon uit het sociaal netwerk: a. wordt door de cliënt of diens vertegenwoordiger gemotiveerd aangegeven dat dit tot een gelijkwaardig of beter resultaat leidt dan bij de inzet van een dienst in natura; b. kan het college via een onafhankelijke en daartoe deskundige derde laten toetsen of deze persoon verantwoorde ondersteuning kan leveren. 3. Bij voorzieningen, als bedoeld in artikel 2.1.12 lid 2 onder a, is de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt gelijk aan de afschrijvingstermijn van de vergelijkbare in natura verstrekte voorzieningen. 4. Het college kan nadere regels stellen over de voorschriften die worden verbonden aan het pgb. Artikel 2.1.14 Hoogte pgb 1. De hoogte van een pgb, met uitzondering van een pgb voor beschermd wonen, wordt: a.

vastgesteld aan de hand van een door de cliënt of diens vertegenwoordiger opgesteld budgetplan, bedoeld in artikel 2.1.13 lid 1; b. berekend op basis van een prijs of tarief:

Artikel 2.1.14 Regels voor een pgb 2. De hoogte van een pgb, met uitzondering van een pgb voor beschermd wonen, wordt: a. vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld budgetplan waarin in ieder geval uiteen is gezet: i. …

Type wijziging • •

•

Nummering van het artikel is aangepast; De regels voor een pgb (oud leden 1 en 4) en de hoogte van een pgb (oud leden 2 en 3) zijn ter verduidelijking in aparte artikelen behandeld; Lid 2a verbeterde formulering.

Inhoudelijk Reden: • Lid 1 is voor de volledigheid toegevoegd, daarin is ook de tekst van lid 2 sub a onder i toegevoegd. • Lid 2 aanhef is aangepast omdat begeleiding onderdeel uitmaakt van ondersteuning

Technisch Reden: • De regels voor een pgb en de hoogte van een pgb zijn ter verduidelijking in aparte artikelen behandeld;

Huidige tekst (was) ii.

dat het pgb redelijkerwijs toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van een professionele dienstverlener te betrekken waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten en het gestelde in sub b. onder i en ii ; en, iii. indien van toepassing dat het pgb toereikend is om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen van een niet-professionele dienstverlener of persoon die behoort tot het sociale netwerk te betrekken, rekening houdend met het in sub b. onder iii gestelde tarief, b. berekend op basis van een prijs of tarief: i. voor een hulpmiddel, dan wel woningaanpassing, op maximaal 100% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, inclusief een vergoeding voor onderhoud en verzekeringen; ii. voor een dienst, geleverd door een professionele dienstverlener, op maximaal 85% van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in

Nieuwe tekst (wordt) i.

ii.

iii.

iv.

v.

vi.

waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van een professionele dienstverlener te betrekken; waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten en het gestelde onder iv en v; waarmee, indien van toepassing, het pgb toereikend is om diensten of andere maatregelen van een niet-professionele dienstverlener of persoon die behoort tot het sociale netwerk te betrekken, rekening houdend met het onder vi, vii en viii gestelde tarief; voor een hulpmiddel, woningaanpassing of aanpassing van de eigen auto: op maximaal 100% van de kostprijs van de goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura en indien van toepassing inclusief een vergoeding voor onderhoud en verzekeringen; voor een dienst, geleverd door een professionele dienstverlener: op maximaal 85% van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura; voor een dienst, geleverd door een nietprofessionele dienstverlener of iemand

Type wijziging •

Verbeterde formulering.

Inhoudelijk Reden: • Lid 1b vii (nieuwe tekst): het tarief per dagdeel is gebaseerd op het ZIN tarief voor dagbesteding licht. Hiermee is het tarief aangepast van € 17,58 per dagdeel naar € 29,70 per dagdeel; • Lid 1b vi (nieuwe tekst): waarbij rekening wordt gehouden met de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden, of ondersteunende begeleiding (FWG 30) in de CAO VVT, vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Deze aanpassing is op grond van een uitspraak van de CRvB in augustus 2023. • Lid 1b viii (nieuwe tekst): het maximum tarief per maand is toegevoegd. Dit is gebaseerd op landelijke regels waarin is opgenomen dat voor hulp uit het sociaal netwerk waarbij geen sprake is van een dienstbetrekking vanuit het pgb een tegemoetkoming met een maximum van €141 per

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

natura; voor een dienst, geleverd door een nietprofessionele dienstverlener of iemand uit het sociaal netwerk geldt een tarief van 100% van het wettelijk minimumloon,; iv. voor groepsgerichte begeleiding, op het vaste bedrag van € 17,58 per dagdeel; v. voor het logeren binnen het sociaal netwerk op een onkostenvergoeding voor het vaste bedrag van € 31,15 per etmaal. 3. Voor een aantal voorzieningen geldt in aanvulling op bovenstaande leden voor het pgb het volgende: a. voor een woonvoorziening: i. kan een pgb voor een bouwkundige woningaanpassing in of aan een woonruimte worden verstrekt aan de eigenaar van een koopwoning of aan een verhuurder – of huurder van een huurwoning; ii. wordt in het geval het pgb wordt verstrekt aan een huurder, met de eigenaar van de woning overlegd over de aanpassing; b. voor de aanpassing van de eigen auto: i. wordt de vergoeding voor instandhoudingkosten (onderhoud, reparatie en accessoires), gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud van de vervoersvoorziening over het jaar voorafgaand aan het laatste volle kalenderjaar vóór de toekenning van de voorziening; c. voor een vervoersvoorziening: i. wordt de vergoeding voor instandhoudingkosten (onderhoud, reparatie en accessoires), gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud van de vervoersvoorziening over het jaar

uit het sociaal netwerk: een tarief waarbij rekening wordt gehouden met de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden, of ondersteunende begeleiding (FWG 30) in de CAO VVT, plus vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. vii. voor groepsgerichte begeleiding geleverd door een niet-professionele dienstverlener of iemand uit het sociaal netwerk: op 85% van het tarief per dagdeel voor dagbesteding licht in natura, of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste, adequate, in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura; viii. voor het logeren binnen het sociaal netwerk: op basis van een onkostenvergoeding voor het vaste bedrag van € 31,15 per etmaal met een maximum van € 141,00 per maand. 2. Voor een aantal voorzieningen geldt in aanvulling op bovenstaande leden voor het pgb het volgende: a. voor een woonvoorziening: wordt in het geval het pgb wordt verstrekt aan een huurder, de eigenaar van de woning geïnformeerd over de aanpassing; b. voor onderhoud, reparatie en aanpassingen aan een voorziening: is de vergoeding voor instandhoudingskosten, waaronder onderhoud en reparatie, gelijk aan de kosten in natura wanneer deze voorziening ook in natura te verkrijgen is. 3. Als voor een bepaalde voorziening geen adequate voorziening in natura is ingekocht wordt

iii.

Type wijziging

•

maand kan worden toegekend. De Wet minimumloon is hierop niet van toepassing. Lid 3 is toegevoegd voor het geval er geen vergelijkbare voorziening in natura is ingekocht.

Huidige tekst (was) voorafgaand aan het laatste volle kalenderjaar vóór de toekenning van de voorziening, mocht deze voorziening niet zijn meegenomen in de aanbesteding; ii. is de vergoeding voor instandhoudingskosten (onderhoud, reparatie en accessoires) gelijk aan de kosten in natura wanneer deze voorziening ook in natura te verkrijgen is. d. voor een sportvoorziening: i. voldoet de cliënt aan de eisen voor het pgb om een sportvoorziening aan te schaffen; ii. bedraagt het pgb maximaal € 3.000,- met een gebruiksduur van drie jaar. Artikel 2.1.15 Regels pgb Beschermd Wonen Artikel 2.1.16 Weigerings- en terugvorderingsgronden pgb Artikel 2.1.17 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb's en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo Artikel 2.1.18 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wmo. 2.

Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging

ter bepaling van de hoogte van de kostprijs: a. een of meerdere offertes opgevraagd; b. eventueel een nader gesprek gevoerd met de aanbieder van de voorziening;

Artikel 2.1.15 Hoogte pgb beschermd wonen Artikel 2.1.16 Weigeringsgronden voor een pgb

Titel van het artikel aangepast Titel van het artikel is aangepast.

Artikel 2.1.17 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb's en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo Artikel 2.1.18 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wmo. 2. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als

niet gewijzigd

Technisch Reden: • In lid 2 de verwijzing naar het artikel aangevuld.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging

bedoeld in artikel 2.1.16, derde lid, onder d. 3. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.

bedoeld in artikel 2.1.17, derde lid, onder d. 3. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 2.1.19 Onderzoek naar kwaliteit en rechten doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en PGB's Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb's met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 2.1.20 Voorzieningen waarvoor de bijdrage geldt 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of een pgb zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het wordt verstrekt. 2. Bij materiële voorzieningen is de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt gelijk aan de afschrijvingstermijn van de vergelijkbare in natura verstrekte voorzieningen. 3. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouder; en b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 4. De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een of meerdere van de voorzieningen in de voorgaande leden genoemd tezamen bedraagt, onverminderd artikel 2.1.4 derde lid juncto 2.1.4a, vierde lid van de Wmo € 19,- per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten waarvan beide partners pensioengerechtigde

Artikel 2.1.19 Onderzoek naar kwaliteit en rechten doelmatigheid maatwerkvoorzieningen Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

Technisch Reden: • Titel van het artikel is aangepast; • Verbeterde formulering.

Artikel 2.1.20 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, bij zorg in natura, een pgb of een financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het wordt verstrekt. 2. De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een of meerdere van de voorzieningen in het vorige lid genoemd tezamen bedraagt, onverminderd artikel 2.1.4 derde lid juncto 2.1.4a, vierde lid van de Wmo € 20,60 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten waarvan beide partners de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt tezamen. 3. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, doch ten hoogste € 20,60 per maand, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4. De kostprijs van een: a. voorziening in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of in werkafspraken met de aanbieder;

Technisch Reden: • Titel van het artikel is aangepast; Inhoudelijk Reden: • Lid 1 aangepast naar de 3 verschillende maatvoorzieningen namelijk ZIN, pgb en financiële tegemoetkoming; • Lid 2 (huidige tekst) verplaatst naar artikel 2.1.13; • Lid 3 (huidige tekst) verwijderd en toegevoegd aan lid 5 (nieuwe tekst): het college heeft twee jaar geleden de keuze gemaakt om hier geen eigen bijdrage voor te innen; • Lid 2 en 3; geïndexeerde bedrag ingevoerd. • Lid 5 (nieuwe tekst) rolstoelen toegevoegd. Hier wordt geen

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

leeftijd hebben bereikt tezamen. 5. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb, zijn gelijk aan de kostprijs, doch ten hoogste € 19,- per maand, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 6. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van dat budget. 7. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. sportvoorzieningen; b. bezoekbaar/logeerbaar maken van een woning; c. tijdelijke huisvesting; d. huurderving; e. het verwijderen van een woonvoorziening; f. woonsanering; g. voorzieningen in algemene ruimten (bv galerijophoging, deurautomaat op centrale toegangsdeur); h. verhuis- en herinrichtingskosten. 8. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo is de cliënt met een indicatie voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik daarvan en de paskosten. Deze bijdrage bedraagt maximaal het tarief, zoals dit geldt voor het openbaar vervoer.

b. voorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van dat budget; c. voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming is gelijk aan de hoogte van de financiële tegemoetkoming. 5. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. sportvoorzieningen; b. rolstoelen; c. tijdelijke huisvesting; d. huurderving; e. het verwijderen van een woonvoorziening; f. voorzieningen in algemene ruimten waaronder galerijophoging of deurautomaat op centrale toegangsdeur; g. een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt. 6. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo is de cliënt met een indicatie voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik daarvan en de paskosten. Deze bijdrage bedraagt maximaal het tarief, zoals dit geldt voor het openbaar vervoer.

Artikel 2.1.20a Bijdrage in de kosten voor beschermd wonen 1. De cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen, zolang de cliënt van deze maatwerkvoorziening gebruik maakt. De eigen

Type wijziging

• •

bijdrage voor geïnd; Lid 7 (nieuwe tekst) ter volledigheid toegevoegd; Lid 7 (huidige tekst) b, f en h verwijderd omdat dit woningaanpassingen betreft waarvoor wel een eigen bijdrage geïnd kan worden.

Inhoudelijk Reden: artikel voor de volledigheid toegevoegd omdat dit proces nu loopt vanuit Veenendaal.

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging

bijdrage is afhankelijk van het inkomen en eventueel vermogen. 2. Het college hanteert voor beschermd wonen de bedragen en percentages zoals vastgelegd in de Regeling vaststelling bedragen ex Besluit langdurige zorg en Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Artikel 2.1.21 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; en c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard. 2. Het college kan in nadere regels bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Artikel 2.1.22 - Kwaliteitseisen gesteld aan hulpmiddelen en aanpassingen ingekocht met een persoonsgebonden budget Artikel 2.1.23 Kwaliteitseisen gesteld aan

Artikel 2.1.21 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen en stellen eisen aan de deskundigheid van beroepskrachten door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; en c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard. 2. Het college kan in nadere regels bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Technisch Reden: • Verbeterde formulering.

Artikel 2.1.22 Kwaliteitseisen gesteld aan hulpmiddelen en aanpassingen ingekocht met een persoonsgebonden budget Artikel 2.1.23 Kwaliteitseisen gesteld aan

niet gewijzigd

Technisch

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging

diensten ingekocht met een pgb 1. Wanneer een zorgaanbieder aan de volgende voorwaarden voldoet, wordt hij beschouwd als een professionele dienstverlener: a. opleidingseisen, gelijk aan de eisen die worden gesteld aan de medewerkers van de gecontracteerde in natura zorgaanbieders; b. kennis van en ervaring met het bieden van de ondersteuning die een cliënt met problematiek van dergelijke zwaarte nodig heeft; c. gebruik van een ondersteuningsplan of plan van aanpak; d. een verklaring omtrent gedrag (art. 28 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens); en e. toepassing van de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling). 2. Indien een cliënt een pgb wenst in te zetten voor diensten van niet-professionele dienstverleners worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld: a. de ondersteuning van de niet-professional overstijgt de gebruikelijke zorg en inzet voor elkaar; b. de zorg aan de ontvanger van het pgb valt de niet-professional niet te zwaar; c. er is geen druk op de ontvanger uitgeoefend bij de besluitvorming om de ondersteuning uit te laten voeren door de niet-professional; d. er is een ondersteuningsplan of plan van aanpak aanwezig; en e. de ondersteuning door de niet-professional leidt naar het oordeel van het college aantoonbaar tot het geïndiceerde resultaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13495658/1