3. Tweede bestuursrapportage 2024 - rapportage
Tekst van het document
Diverse taakvelden Jeugdhulp 6.72 - Pleegzorg 6.73 - GGZ 6.74 - Jeugdreclassering 6.82 Jeugd ( nadeel € 825.000 ) Op basis van de voortgangsrapportage van Jeugdregio FoodValley juli 2024 verwachten we dat de kosten voor Jeugdzorg ultimo 2024 € 825.000,- hoger uitkomen dan waarmee in onze begroting rekening is gehouden. Dit bedrag is gebaseerd op de werkelijke kosten over de eerste vier maanden van 2024, en vervolgens doorgerekend voor geheel 2024. De stijging van de kosten wordt veroorzaakt door de autonome groei in het aantal cliënten en een toename van de intensiteit. Deze kosten hebben een structureel karakter. In de hervormingsagenda is opgenomen dat “onvoorziene ontwikkelingen en autonome groei, vallen onder de verantwoordelijkheid van het Rijk’. Bij navraag hoe dit moet worden geïnterpreteerd geeft de VNG aan dat “de betreffende passage is te lezen als een opdracht aan de deskundigencommissie om vanuit deze principes een uitspraak te doen". Dit zal een zwaarwegend advies zijn. In dit advies worden ook de (autonome) kostenontwikkelingen en eventuele compensatie over de jaren 2023 en 2024 meegenomen. Dat betekent dat de deskundigencommissie volgend jaar januari een uitspraak doet, het kabinet zich er dan nog op zal gaan beraden, en evt. financiële compensatie bij de Voorjaarsnota 2025/meicirculaire 2025 van het gemeentefonds verwerkt zal worden.
Iedereen (inclusief VWS) houdt er rekening mee dat er compensatie zal komen volgend voorjaar, maar de grote vraag is hoeveel. Dat weten we dus wellicht richtinggevend in januari 2025, maar pas echt zeker in mei 2025”. Voor de jaren 2025 en verder vinden we het, gezien de afspraak vanuit de Hervormingsagenda en de reactie van de VNG, verantwoord om tegenover de structurele autonome kostenstijging van afgerond € 860.000 (€ 825.000 incl. indexering voor 2025) een inkomstenpost, zijnde de compensatie vanuit het Rijk, voor hetzelfde bedrag in de begroting op te nemen. Aangezien de besluitvorming van het Rijk over de compensatie niet eerder dan in het voorjaar van 2025 wordt verwacht, nemen we in de risicoparagraaf het mogelijk niet of niet volledig toekennen van deze compensatie als aanvullend risico bij de jeugdzorg op . Baten 4.2A - Openbaar basisonderwijs (nadeel 53.000 ) Huisvestingskosten overig onderwijs (nadeel € 8.000 ) Voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe begroting van de gemeente Veenendaal worden de financiële kaders vastgesteld. De daadwerkelijke index voor de huuraanpassing wordt echter, zoals opgenomen in de afgesloten huurcontracten, gebaseerd op de consumenten prijsindexcijfers die maandelijks gepubliceerd worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging van deze index was 0,31%.
Hierdoor wordt in 2024 minder huurinkomsten ontvangen dan begroot. 37
Huisvestingskosten IKC Franse Gat (nadeel € 45.000 ) Voor de begroting 2024 is € 45.070 huurinkomsten geraamd voor het IKC-Franse Gat. Het pand is echter nog niet gereed en opgeleverd waardoor voor 2024 geen huurinkomsten ontvangen worden. 5.2A - Sportaccommodaties (nadeel € 39.000) Voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe begroting van de gemeente Veenendaal worden de financiële kaders vastgesteld. De daadwerkelijke index voor de huuraanpassing wordt echter, zoals opgenomen in de afgesloten huurcontracten, gebaseerd op de consumenten prijsindexcijfers die maandelijks gepubliceerd worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging van deze index was 0,31%. Hierdoor wordt in 2024 minder huurinkomsten ontvangen dan begroot. De lagere huurinkomsten worden deels weer gecompenseerd door een lagere subsidie uitkering aan SSV in 2024 voor de sportaccommodaties. 5.3A - Cultuurpresentatie, Cultuurproductie en Cultuurparticipatie (nadeel € 196.000 ) Met het vertrek van de Volksuniversiteit uit het Spectrum komen er minder huurinkomsten binnen. Gedeeltelijk zijn de leegstaande ruimtes in het onderhuurcontract met De Muzen opgenomen (zoals enkele kantoorruimtes, de Spectrumzaal en enkele praktijkruimtes). Echter is er niet meer subsidie uit de cultuurbegroting beschikbaar om de laatste ruimtes en de algemene ruimtes (verkeersruimtes) hier onder te brengen.
Verkeersruimtes zullen naar verwachting ook niet verhuurd gaan worden, omdat deze enkel te gebruiken zijn als gangen/hallen, technische ruimtes en toiletruimtes. Daarnaast geldt dat voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe begroting van de gemeente Veenendaal de financiële kaders worden vastgesteld. De daadwerkelijke index voor de huuraanpassing wordt echter, zoals opgenomen in de afgesloten huurcontracten, gebaseerd op de consumenten prijsindexcijfers die maandelijks gepubliceerd worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging van deze index was 0,31%. Hierdoor wordt in 2024 minder huurinkomsten ontvangen dan begroot. 6.1A - Samenkracht en burgerparticipatie (nadeel € 1.000) Voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe begroting van de gemeente Veenendaal worden de financiële kaders vastgesteld. De daadwerkelijke index voor de huuraanpassing wordt echter, zoals opgenomen in de afgesloten huurcontracten, gebaseerd op de consumenten prijsindexcijfers die maandelijks gepubliceerd worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging van deze index was 0,31%. Hierdoor wordt in 2024 minder huurinkomsten ontvangen dan begroot. 6.2B - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (voordeel € 12.000) Voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe begroting van de gemeente Veenendaal worden de financiële kaders vastgesteld.
De daadwerkelijke index voor de huuraanpassing wordt echter, zoals opgenomen in de afgesloten huurcontracten, gebaseerd op de consumenten prijsindexcijfers die maandelijks gepubliceerd worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging van deze index was 0,31%. Voor het taakveld 6.2B Toegang en eerstelijnsvoorzieningen betekent dit een inkomsten stijging van € 12.000. 6.72B - Jeugdhulp behandeling We gaan er op dit moment van uit dat het Rijk de autonome kostenstijging van de jeugdhulp, zoals die in deze bestuursrapportage is opgenomen, vanaf 2025 compenseert. Hiervoor wordt structureel een inkomstenraming vanaf 2025 geraamd van afgerond € 860.000 (zijnde € 825.000 inclusief indexering voor 2025). Zie voor een nadere toelichting de eerder vermelde tekst bij 'Diverse taakvelden Jeugdhulp 6.72 - Pleegzorg 6.73 - GGZ 6.74 - Jeugdreclassering 6.82 Jeugd ( nadeel € 825.000 )'.
38
Risico's / ontwikkelingen Sociale Leefomgeving Verbeteren infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Vanuit het Rijk ontvangen we een bedrag van afgerond € 243.000 aan incidentele middelen met als doel het verbeteren van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze incidentele middelen worden voorlopig toegevoegd aan de reserve van de GR SWZOU, waarmee we toekomstige financiële uitdagingen kunnen opvangen. Met het raadsbesluit d.d. 20 juni 2024 heeft de raad een zienswijze gegeven over de ontwerpbegroting 2025 van de GR SWZOU. De raad gaf hierbij aan: "De ontwerpbegroting 2025 van de GR SWZOU is niet sluitend, daarnaast ontstaan er extra kosten voor de langlopende lening door de rentewijziging in 2025. De GR onttrekt middelen over de komende jaren vanuit haar bestemmingsreserve: wij vragen om een reactie te formuleren over het sluitend maken van de begroting van de GR." In de eerstvolgende bestuursvergadering verwachten we meer duidelijkheid over hoe deze middelen worden uitgegeven in afstemming met IW4. Ontwikkelingen arbeidsmarkt en bijstandsbestand. Een groot deel van de bijstandsgerechtigden heeft door bijvoorbeeld medische, psychische of sociale problematiek langere tijd geen mogelijkheden om uit te stromen naar werk. De arbeidsmarkt laat naast een lagere banengroei ook een toename zien van faillissementen in diverse sectoren, waaronder de detailhandel.
Dit zorgt voor een licht hogere instroom in de bijstand ten opzichte van uitstroom uit de bijstand. De krapte op de arbeidsmarkt is structureel. Hierdoor is instroom in de bijstand uit werk veelal kortdurend en ontstaan nieuwe kansen voor mensen die voorheen geen toegang tot werk hadden. Ontwikkeling BUIG-budget Ten behoeve van de bijstandsuitkeringen ontvangen we van het Rijk het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten). Aangezien Veenendaal al langere tijd een zogenaamde ‘voordeelgemeente’ is (we ontvangen meer middelen van het Rijk dan we nodig hebben om de uitkeringen te betalen) is een deel van het BUIG budget een aantal jaren geleden structureel afgeroomd. Inmiddels zien we dat het bijstandsbestand toeneemt en ook iets sneller groeit dan het landelijk gemiddelde. Veenendaal ontwikkelt zich met 102,75 en landelijk met 101,4%. We monitoren deze ontwikkeling de komende maanden en komen hier indien nodig bij de derde bestuursrapportage van 2024 op terug. Hersteloperatie toeslagenaffaire De hersteloperatie toeslagenaffaire wordt doorontwikkeld. Allereerst willen we met een lotgenotencontactgroep en de inzet van een ervaringsdeskundige een groep bereiken die zich nog niet heeft gemeld. De personele inzet hebben we hierop aangepast.
Daarnaast willen we de uitvoering van de persoonlijke plannen van aanpak (de niet-materiele aanpak) gaan beleggen bij de reguliere organisatie. In het derde kwartaal van 2024 wordt duidelijk wat er nodig is voor de doorontwikkeling. Eventuele financiële consequenties worden vergoed door het Rijk. Schuldhulpverlening Het aantal aanmeldingen bij het Budgetloket en onze (contract-)partners stijgt. Voor de eerste helft van 2024 was deze toename 50% ten opzichte van 2021. Deze toename is in het derde kwartaal weer gedaald. Deze toename komt door de inzet van het instrument vroegsignalering en het communicatieplan schulddienstverlening 2024. Op basis van dit plan wordt regelmatig gepubliceerd via de gebruikelijke kanalen en daarnaast is de zichtbaarheid op de website verbeterd. Zodoende weten inwoners de weg naar schuldhulpverlening steeds beter te vinden. Deze toename heeft vooralsnog geen financiële of formatieve gevolgen. De hogere werkdruk en de toename van wachtlijsten wordt opgevangen door de interne werkprocessen efficiënter te organiseren – door inzet van ICT-middelen - zonder dat de kwaliteit van dienstverlening achteruit gaat. 39
Verder is er recent een landelijk bestuurlijk akkoord gesloten over de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Doel is dat het hulpaanbod toegankelijker wordt en dat iedere gemeente minimaal dezelfde basisdienstverlening aanbiedt. Het gaat in totaal om 20 elementen die ingevoerd dienen te worden. Niet alle elementen kunnen nu al geïmplementeerd worden, zoals het landelijk meldpunt. Sommige elementen, zoals het saneringskrediet en het Schuldenknooppunt, zijn al geïmplementeerd door onze gemeente. In het vierde kwartaal van 2024 wordt uitgewerkt hoe de basisdienstverlening in Veenendaal wordt geïmplementeerd. Het Rijk stelt voor de basisdienstverlening en de aanpak armoede structureel € 120.000 per jaar beschikbaar. We zetten de ene helft ( € 60.000 ) in voor basisdienstverlening en de andere helft voor de aanpak armoede. Inburgering Door een verhoogde instroom in de inburgering verwachten we tot en met 2026 hoge caseloads. We zijn bezig om de formatie hierop aan te passen. Naast een hoge instroom zijn de caseloads hoger dan vooraf ingeschat, doordat de uitstroom uit het inburgeringsproces vertraging oploopt. Dit komt door wachtlijsten bij diverse aanbieders. Om te voorkomen dat de motivatie van inburgeraars wegzakt onderzoeken we of er extra taallessen ingekocht kunnen worden. De kosten hiervan komen bovenop de kosten voor de reguliere inburgeringstrajecten.
De rechtvaardiging voor deze extra kosten kan worden gevonden in een snellere en duurzamere uitstroom uit de bijstand. In 2023 is ingezet op verbetering van het traject maatschappelijke begeleiding zoals dat lokaal door Vluchtelingenwerk wordt uitgevoerd. De eerste tekenen van verbeteringen zijn zichtbaar. We blijven dit de komende periode monitoren. Daarnaast starten we eind 2024 een pilot om te onderzoeken of de begeleiding ook anders ingericht kan worden. Er is namelijk een overlap met reguliere taken van medewerkers van onze gemeente. Bovendien bestaat het vermoeden dat een deel van de taken beter bij een professional belegd kunnen worden. De bevindingen van deze pilot worden meegenomen in de Europese aanbesteding inburgering die naar verwachting eind 2025 is afgerond. Wmo Schoonmaakondersteuning Het aantal cliënten Schoonmaakondersteuning blijft zoals verwacht stijgen. Het aantal cliënten is gestegen van 1560 (begin april) naar ongeveer 1600 (begin juli). Daar staat een lichte daling van het aantal cliënten begeleiding individueel licht tegenover. Vanaf 1 januari 2025 worden deze twee producten samengevoegd tot hulp bij huishouden. Voor 2024 blijft de prognose voor Schoonmaakondersteuning gelijk aan de prognose uit de eerste bestuursrapportage 2024.
Vastgoed Rembrandt College Voor de gevel van het Rembrandt College zijn constructieve werkzaamheden noodzakelijk in verband met de veiligheid. Het schoolbestuur heeft in verband met het herstel van constructiefouten een aanvraag gedaan in het kader van het huisvestingsplan. De werkzaamheden blijken echter aanzienlijk omvangrijker dan vooraf ingeschat, de gemeente is verantwoordelijk voor de kosten van het herstel van deze constructiefout. Over de werkzaamheden vindt overleg plaats tussen het schoolbestuur en de gemeente. Het is nog niet duidelijk welke extra kosten hiermee zijn gemoeid. Opvang Oekraïense ontheemden De opvang van Oekraïense ontheemden in Veenendaal is verspreid over negen gemeentelijke opvanglocaties. Op dit moment worden er in totaal circa 290 personen opgevangen verspreid over de gemeentelijke opvanglocaties en in de particuliere opvang. Recent hebben wij het pand aan de Kerkewijk 59 geopend en is daar onze negende opvanglocatie. Op landelijk en provinciaal niveau blijven we zien dat de opvang van Oekraïense vluchtelingen onder druk staat. Zeker ook gelet op het feit dat er in de aankomende periode ook grotere opvanglocaties binnen de provincie Utrecht gaan sluiten. De richtlijn tijdelijke bescherming (RTB) is recent verlengd tot maart 2026. De financiering vanuit het Rijk van de
40
opvang zelf voorziet in de door de gemeente gemaakte kosten van opvang, leefgeld en ambtelijke inzet. Crisis Noodopvang Wageningselaan Sinds augustus 2022 is er een crisisnoodopvang locatie aan de Wageningselaan 2 (het voormalig Belcompany gebouw). Voor de organisatie van deze opvanglocatie werken wij samen met de Veiligheidsregio Utrecht. De kosten die gemaakt worden voor deze crisisnoodopvang factureren wij één op één door aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Op dit moment hebben wij 236 bedden op de crisisnoodopvang. Spreidingswet Sinds 31 januari 2024 is de Spreidingswet van kracht. Met de Spreidingswet hebben gemeenten de taak gekregen om asielopvang binnen de gemeente te organiseren. Voor Veenendaal geldt dat wij een taakstelling hebben van 380 personen. Momenteel onderzoeken we op welke manier langjarige opvang mogelijk is in het voormalig Belcompany gebouw en daarnaast zijn we ons bewust dat daarmee nog niet voldaan wordt aan onze taakstelling vanuit de Spreidingswet. We onderzoeken op welke manier we hier mogelijk invulling aan kunnen geven Kosten ontwikkeling jeugd Op basis van de Voortgangsrapportage van Jeugdregio FoodValley juli 2024 verwachten we dat de kosten voor Jeugdzorg ultimo 2024 € 825.000,- hoger uitkomen dan waarmee in onze begroting rekening is gehouden.
Dit bedrag is gebaseerd op de bekende kosten over de eerste vier maanden van 2024, en vervolgens doorgerekend voor geheel 2024. De stijging in de kosten worden veroorzaakt door de autonome groei in het aantal cliënten en een toename van de intensiteit. Per jaar neemt deze autonome groei toe met circa 8%. Deze autonome groei komt overeen met de landelijke en regionale trends. In de informatie die in de komende periode gedeeld wordt met de raad, zullen wij gedetailleerder toelichten welke trends wij zien in de diverse productgroepen. Voor de financiële verwerking van deze structurele kostenstijging en de nadere toelichting hierop wordt verwezen naar hetgeen hierover bij de toelichting op de financiële ontwikkelingen is opgenomen. Mogelijke incidentele teruggave over 2023 Gemeente Veenendaal betaalt maandelijks een voorschot aan het knooppunt (op basis van de verwachte kosten). Het facturatieproces over 2023 loopt nog door tot mei 2025. Medio 2025 vindt de uiteindelijke afrekening plaats en wordt duidelijk of we nog geld ontvangen en zo ja, wat de hoogte van dit bedrag zal zijn. Dit wordt dan verwerkt in de P&C cyclus.
41
Programma 4: Burger en Bestuur Thema I: Dienstverlening (extern) Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.a. De eerstelijns dienstverlening is klant-, service- en oplossingsgericht, waardoor er balans is tussen efficiënte inrichting en klantbeleving.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.a.1. Jaarlijks worden balie en telefonie gemeten op bereikbaarheid (telefonie, social media en website), toegankelijkheid (balie, o.a. openingstijden, werken op afspraak), middels een klanttevredenheidsonderzoek. Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
I.a.2. Signalen die voortkomen uit onderzoeken of rechtstreeks van klanten oppakken om de dienstverlening blijvend te optimaliseren. Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
I.a.3. Innovatieve service aanbieden aan onze klanten via digitaal loket, de balie en telefonie (particulieren, bedrijven en instellingen). Landelijke ontwikkelingen worden gevolgd zoals ediensten en wet- en regelgeving op dit gebied. Tijd (indicator) Tijd (toelichting) Onze software-leverancier heeft het pakket eDiensten Burgerzaken op de markt gebracht. Dit ondersteunt het aanvraag- en aangifteproces, inclusief de automatische verwerking in Centric Burgerzaken, het aanmaken van een zaak in het zaaksysteem en het opslaan van documenten in het zaaksysteem. Voordeel voor de burger is dat deze zelf bijvoorbeeld verhuizingen realtime kan laten verwerken met behulp van DigiD waardoor de kans op fouten wordt verminderd, en de interne bedrijfsvoering efficiënter wordt. Het voorstel om dit pakket aan te schaffen was betrokken bij de Kadernota 2025 en is daar niet gehonoreerd. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Het verzoek voor aanschaf van e-diensten burgerzaken is niet gehonoreerd bij de Kadernota 2025 vanwege de financiële heroverweging.
42
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.b. We streven naar steeds meer zelfregie voor de klant om zijn zaken met de gemeente (digitaal) zelf te kunnen regelen.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.b.1. Meten van gebruik webformulieren. Tijd (indicator) Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting)
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.c. We streven naar een toegankelijke communicatie richting alle inwoners.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.c.1. In 2024 adviseren we de organisatie over hoe taal, digitaal en proces begrijpelijk en duidelijk verder meegenomen kan worden in de bedrijfsvoering. Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
Thema II: Burger en samenwerking Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.a. Veenendaal zet zich (ook) in 2023 in voor de verdere ontwikkeling van de regio Foodvalley.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.a.1. Veenendaal levert een (ambtelijke) bijdrage aan het binnen de regio invulling geven aan de Regiodeal Foodvalley. Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
II.a.2. Eind 2020 is de geactualiseerde Strategische Agenda Foodvalley 2020 – 2025 vastgesteld. De komende jaren wordt in Triple Helix-verband vormgegeven aan de uitvoering van deze Strategische Agenda. Veenendaal levert hieraan zijn bijdrage. Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
43
II.a.3. Als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling geeft Veenendaal mede invulling aan de overheidsgeleding van de Triple Helix regio Foodvalley (3 O’s: overheid, onderwijs, ondernemingen). Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.b Veenendaal is een betrouwbare samenwerkingspartner.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.b.1. Veenendaal zet zich (ook) in 2024 in voor de verdere ontwikkeling van de regio Foodvalley Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
II.b.2. Veenendaal is een betrouwbare samenwerkingspartner. Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.c. Adequate sturing en controle ten aanzien van verbonden partijen waarin de gemeente Veenendaal deelneemt.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.c.1. In het najaar van 2024 wordt de gemeenteraad een geactualiseerde Nota verbonden partijen ter vaststelling aangeboden Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
44
Thema III: Veiligheid samenleving Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.a Inwoners en ondernemers kunnen veilig wonen, werken en leven in de stad en weten hoe ze weerbaar zijn tegen verschillende soorten criminaliteit.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.a.1 Realiseren van de doelstellingen en samen met ketenpartners, inwoners en ondernemers uitvoering geven aan de activiteiten gericht op met name (het voorkomen van) ondermijning, digitale veiligheid en (het voorkomen van) maatschappelijke onrust Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
III.a.2. Samen met ketenpartners acteren en inzet plegen op (acute) (zorg- en) veiligheidsissues en -casussen waarbinnen o.a. gewerkt wordt met actuele wet- en regelgeving en actuele inzichten Tijd (indicator) Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Financiële ontwikkelingen Burger en bestuur Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Lasten 0.2 - Burgerzaken
0
-200
0
0
1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer
0
0
0
0
Totaal Lasten
0
-200
0
0
0.2 - Burgerzaken
200
0
0
0
Totaal Baten
200
0
0
0
Saldo van baten en lasten
200
200
0
0
Totaal 2e bestuursrapportage
200
200
0
0
Baten
Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 0.2 - Burgerzaken (voordeel € 200.000 voor het jaar 2025) In de normale cyclus stond voor het jaar 2025 de tweede kamer verkiezingen op de rol. Echter, doordat het Kabinet Rutte IV voortijdig viel, zijn deze verkiezingen vervroegd naar november 2023. Het budget voor de organisatie van een verkiezing in 2025 kan verlaagd worden met € 200.000.
45
Baten 0.2 - Burgerzaken (voordeel € 200.000) Wegens de verlenging van de geldigheidsduur van reisdocumenten, zoals 10 jaar geleden is ingevoerd, vindt er dit jaar een incidentele hausse aan aanvragen plaats. We verwachten ruim een verdubbeling van de geprognotiseerde baten en stellen daarom de begroting bij met € 200.000.
Risico's / ontwikkelingen Burger en Bestuur Interventieteam Zorg & Veiligheid In de afgelopen jaren is de druk op het inzetten van passend maatwerk op het gebied van wonen in de meest complexe zorg- en veiligheidscasuïstiek van het interventieteam substantieel hard gegroeid. Ten opzichte van afgelopen jaren is er de laatste maanden weer sprake van een piek. Hierdoor zal mogelijk aan het eind van het jaar een overschrijding van het toegekende budget voor het interventieteam kunnen ontstaan. Oorzaken die hieraan ten grondslag liggen zijn (in combinatie) de overbelaste GGZ, het zo lang als mogelijk organiseren van zorg in de eigen omgeving (thuis) en het op grote schaal sluiten van instellingen ten behoeve van complexe zorgopnames en de spanning op de woningmarkt.
46
Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien Financiële ontwikkelingen Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Lasten 0.5 - Treasury 0.8 - Overige baten en lasten Totaal Lasten
612
0
0
0
-1.222
0
0
0
-610
0
0
0
Baten 0.5 - Treasury
161
0
0
0
0.62 - OZB niet-woningen
-300
-300
-300
-300
0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
1.109
0
0
0
Totaal Baten
970
-300
-300
-300
Saldo van baten en lasten
1.580
-300
-300
-300
Totaal 2e bestuursrapportage
1.580
-300
-300
-300
Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 0.5 - Treasury (nadeel € 612.000) In het eerste halfjaar zijn twee extra langlopende leningen van elk € 10 miljoen afgesloten om de (grond) exploitatie en investeringen te financieren. Ook in het vierde kwartaal zal waarschijnlijk een extra lening worden afgesloten. De rentekosten, afgerond op € 597.000, zijn verwerkt in deze bestuursrapportage. Bij de toerekening van rente aan parkeren is het noodzakelijk om de berekening aan te passen op basis van de afspraken rondom projectfinanciering. De maximale rente die aan parkeren mag worden toegerekend, is ongeveer € 157.000 lager dan oorspronkelijk geraamd. Hierdoor ontstaat een nadeel op de post rente voor dit bedrag. Bij de rente van derden is een voordeel ontstaan van € 122.000. In de begroting 2024 is nog gerekend met een rentevergoeding van 1%. Door het stijgen van de rente is ook de omslagrente opgelopen van 1% naar 1,5%. Deze stijging vertaalt zich in hogere opbrengst bij de verstrekte starters- en duurzaamheidsleningen. Voor de overige kasgeldleningen (leningen met een looptijd van minder dan 1 jaar) is een nadeel ontstaan van ongeveer € 426.000, door een hoger volume en een hogere rente (4% in plaats van 3,5% op begrotingsbasis) dan geraamd. Deze kasgeldleningen zijn gebruikt voor de financiering van de (grond) exploitatie.
De rentevergoeding voor de grondexploitatie is herrekend op basis van de laatste boekwaarden en rentetarieven. Dit levert een voordeel op van ongeveer € 412.000. De rentevergoeding is gestegen naar 1,35%, voornamelijk door de stijging van de korte rente. 0.8 - Overige baten en lasten (voordeel € 1.222.000) Niet alle investeringen worden conform de planning uitgevoerd. Soms is er sprake van vertraging of de investering is pas later geheel gereedgekomen. Omdat de afschrijving pas begint in het jaar nadat de investering gereed is gekomen (werk opgeleverd) verschuift de afschrijving dan met een jaar ten opzichte van de raming. Per saldo is er sprake van een incidenteel voordeel van ruim € 1,2 miljoen op de afschrijvingen. Een aanzienlijk deel van het voordeel is het gevolg van een aantal ICT projecten (automatiseringsplan 2023 en informatiseringplan 2023) die in 2023 niet gereed zijn gemeld en nog doorlopen in 2024.
47
Baten 0.5 - Treasury (voordeel € 161.000) Van de BNG Bank is de jaarrekening 2023 ontvangen. BNG Bank heeft in 2023 opnieuw een stabiele ontwikkeling doorgemaakt. Weliswaar is het resultaat wat lager dan in 2022. Toch ontvangt de gemeente een hoger dividend. Het betreft een bedrag van € 34.000 extra ten opzichte van de raming in de begroting. In verband met een borgstelling wordt een bijdrage ontvangen van € 4.000. Deze wordt in deze bestuursrapportage verwerkt. Bij de rente(ontvangsten) van derden is een voordeel ontstaan van € 123.000. In de begroting 2024 is nog gerekend met een rentevergoeding van 1%. Door het stijgen van de rente is ook de omslagrente opgelopen van 1% naar 1,5%. Deze stijging vertaalt zich in hogere opbrengst bij de verstrekte starters- en duurzaamheidsleningen. 0.62 - OZB niet-woningen (nadeel € 300.000) De opbrengst van OZB Niet Woningen Eigendom blijft € 300.000 achter op de begroting. Van de begroting is 93% is gerealiseerd. Ook in voorgaande jaren is deze geraamde opbrengst niet gerealiseerd. (2022 – € 130.000, in 2023 – € 330.000). De onderliggende berekening van de raming van de opbrengst OZB niet woningen is onlangs onderzocht. Vastgesteld is dat de jaarlijkse indexering in 2023 onjuist is toegepast. Vanaf 2023 is er daardoor de opbrengst OZB Niet woningen te hoog in de begroting terecht gekomen.
Voor het belastingjaar 2024 is de indexering abusievelijk dubbel toegepast, 6,2% in plaats van 3,1%. Dit verklaart het verschil in 2023 en nu dus ook in 2024. Om dit verschil niet jaarlijks te laten terugkeren is het van belang voor de opbrengst in de programmabegroting 2025 juist begroot wordt. 0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds (voordeel € 1.109.000) Op basis van de meicirculaire 2024 kan het geraamde bedrag voor de algemene uitkering in 2024 opgehoogd worden met € 1.109.000. De hogere uitkering is met name het gevolg van hogere accressen. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de raadsinformatiebrief over de meicirculaire 2024. De verwerking van de taakmutaties vanuit de meicirculaire 2024 (voor een totaalbedrag van € 1.122.000) is onderdeel van bijlage 1 Budgettair neutrale mutaties. De structurele effecten van de meicirculaire 2024 worden verwerkt in de Programmabegroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028.
48
Risico's / ontwikkelingen Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien Onvoorziene uitgaven Het eerste half jaar heeft in het teken gestaan van de heroverweging, het meerjarig sluitend maken van de meerjarenbegroting 2025-2028 (kadernota 2025). Dit traject verliep in nauwe samenwerking met de Veense samenleving. Naast de interne kosten van eigen personeel, is er voor een bedrag van € 20.000 aan kosten gemaakt. Deze worden ten laste van de post onvoorziene uitgaven gebracht. Precariobelasting Gedurende de corona jaren en de jaren daarna is het opleggen van precario regelmatig punt van discussie geweest. Het college heeft op 17 maart 2021 besloten een deel van de precario-terrassen van het heffingsjaar 2020, € 24.825, niet te innen. Op 8 februari 2022 heeft het college besloten om voor de aanslagen precario-terrassen 2021 een bedrag van € 35.000, - niet te heffen. Ook de jaren hierna hebben ondernemers nog last van de corona ervaren gevolgd door sterke inflatie (stijging (loon)kosten). Daarnaast blijkt dat de uitvoerbaarheid van onderdelen in de verordening kostentechnisch niet realiseerbaar is. Hierbij moet o.a. gedacht worden aan uitstallingen die alleen belastbaar zijn als deze daadwerkelijk buiten staan. Het controleren hiervan kost veel tijd en dus geld en staat niet in verhouding tot de opbrengsten.
Mede met het verloop van kennis binnen het team belastingen, met als gevolg uitbesteding naar GBLT per 2025, heeft dit alles geleid tot het uitstellen van de precario aanslagen vanaf 2020, waarbij een openstaande vordering van € 302.197,- is ontstaan. Vanaf 2024 zal precario op een transparante, gestroomlijnde en kostenbewuste manier worden opgelegd. We zullen in de 3e bestuursrapportage hierover helderheid bieden.
49
Programma 6: Bedrijfsvoering Thema V: Bedrijfsvoering algemeen Wat willen we bereiken? (doelstellingen) V.a. Grip verbeteren op rechtmatigheid van inkopen.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) V.a.1. Implementatie/uitrol van het inkoop -en bestelsysteem binnen de organisatie. Tijd (indicator) Inhoud (indicator)
Financiële ontwikkelingen Bedrijfsvoering Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Lasten 0.4A - Overhead (interne dienstverlening)
100
0
0
0
0.4C - Overhead (interne dienstverlening)
15
30
30
30
0.4L - Overhead (P&O)
40
40
40
40
1.108
0
0
0
200
0
0
0
1.463
70
70
70
0.4N - Overhead (Vastgoed)
-10
-10
-10
-10
0.4Q - Overhead (Belastingen)
117
0
0
0
Totaal Baten
107
-10
-10
-10
-1.356
-80
-80
-80
0.10F - Mutaties reserves Bedrijfsvoering
1.108
0
0
0
Totaal Onttrekkingen
1.108
0
0
0
0.10F - Mutaties reserves Bedrijfsvoering
117
0
0
0
Totaal Stortingen
117
0
0
0
0.4Q - Overhead (Belastingen) 9.901 - Algemeen Directie Totaal Lasten Baten
Saldo van baten en lasten Onttrekkingen
Stortingen
Saldo mutaties reserves
991
0
0
0
Totaal 2e bestuursrapportage
-365
-80
-80
-80
Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 0.4 - Overhead (nadeel € 1.263.000 ) ICT (nadeel € 100.000) We zitten momenteel in een traject voor een nieuwe leverancier rondom telefonie. De kosten blijken hoger te zijn dan voorzien. Tevens is er een toename te zien in de uitgave aan nieuwe contracten en licenties. Op dit moment is het huidige exploitatiebudget voor ICT niet meer toereikend en in de komen jaren zal deze ontwikkeling zich voortzetten. Voorgesteld wordt het ICT-budget incidenteel met € 100.000 te verhogen.
50
Facilitaire dienstverlening (nadeel € 15.000) Vanaf 1 januari 2024 is het verboden om disposables met daarin Single Use Plastic te gebruiken op de plaats van consumptie. Om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen, wordt een budget aangevraagd van € 15.000 voor 2024 en € 30.000 structureel met ingang van 2025 voor de aanschaf en het schoonmaakonderhoud van keramisch serviesgoed. P&O (nadeel € 40.000) Door het hoge langdurige verzuim hebben we te maken met een hogere besteding ten aanzien van spoor 2 trajecten ten behoeve van re-integratie. Dit is conform de wettelijke verplichting in het kader van de Wet verbetering Poortwachting. Om dit te bekostigen is er een extra budget nodig van € 40.000 tot en met 2026. Belastingen (nadeel € 1.108.000) Bij de besluitvorming rond de overgang van de belastingtaak van de gemeente naar GBLT, is besloten een eenmalig budget beschikbaar te stellen ter dekking van de voorbereidende kosten ad € 1.108.000, ten laste van de algemene reserve. 9.901 - Algemeen (nadeel € 200.000) Als gevolg van de hausse aan aanvragen van reisdocumenten in verband met de verlenging van de geldigheidsduur, wordt er in de piekperiode extern personeel ingehuurd binnen team KCC. De extra opbrengsten (gemeenteleges) worden als dekking hiervoor ingezet. Per saldo is deze mutatie met de bijraming van de gemeentelijke leges budgettair neutraal.
Zie programma 4 Burger en Bestuur taakveld 0.2 - Burgerzaken. Baten 0.4 - Overhead (voordeel € 107.000) Vastgoed (nadeel € 10.000) Voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe begroting van de gemeente Veenendaal worden de financiële kaders vastgesteld. De daadwerkelijke index voor de huuraanpassing wordt echter, zoals opgenomen in de afgesloten huurcontracten, gebaseerd op de consumenten prijsindexcijfers die maandelijks gepubliceerd worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging van deze index was 0,31%. Hierdoor wordt in 2024 minder huurinkomsten ontvangen dan begroot. Belastingen (voordeel € 117.000) Bij de besluitvorming rond de overgang van de belastingtaak van de gemeente naar GBLT, in de raadsvergadering van 22 juni 2023, is besloten een eenmalig budget beschikbaar te stellen ter dekking van de voorbereidende kosten ad € 1.108.000, ten laste van de algemene reserve. Bij de gemeente Renswoude en Woudenberg wordt een bedrag van € 117.000, als bijdrage in de voorbereidingskosten. Deze middelen zullen in 2024 en 2025 worden aangewend. Reservemutatie Mutatie reserve bedrijfsvoering ( onttrekking € 1.108.000 + storting € 117.000 ) Zie toelichting taakveld 0.4 Overhead belastingen.
51
Risico's / ontwikkelingen Bedrijfsvoering Strategische personeelsplanning (SPP) Verschillende ontwikkelingen leiden tot een toenemende behoefte om inzicht te krijgen in de samenstelling van ons personeelsbestand in relatie tot onze taken als gemeente en de toekomstige personeelsbehoefte. Met dit inzicht kan vervolgens worden ingespeeld op ontwikkelingen en de veranderende arbeidsmarkt en ook bijvoorbeeld om eerder en anders in te spelen op intern verloop, benutten van talenten en ambities en andere invulling van werkzaamheden en functies . Dit doen we door een adviesopdracht uit te zetten met de focus op de langere termijn. Kernvraag daarbij is het in beeld brengen van onze huidige formatie in relatie tot de taken die we doen, en vervolgens per team in beeld brengen wat we de komende jaren zowel kwalitatief als kwantitatief nodig hebben om onze werkzaamheden en opgaven te kunnen realiseren. De bevindingen worden vervolgens vergeleken met informatie uit andere gemeenten (benchmark). Mede in lijn met de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport 2024. Daaruit bleek ook dat wij een relatief lage personele bezetting hebben, nog afgezien van de ambities.
Traineeship Foodvalley Binnen het regionaal samenwerkingsverband Foodvalley wordt een traineeprogramma ontwikkeld, waarbij in samenwerking met de Christelijke Hogeschool (CHE) een maatwerk opleidingsprogramma wordt ontworpen dat aansluit bij de eisen en wensen van de Regio Foodvalley. Het programma beidt ruimte voor 13 trainees die vanaf 1 september 2025 starten. De kracht van het regionaal samenwerken in een traineeprogramma is dat de “vijver wordt gevuld” met professionals met gemeentelijke ervaring en kennis van de regio. Op deze manier willen we potentieel talent verder ontwikkelen, voorsorteren op de vergrijzing en inspelen op de krapte op de arbeidsmarkt. Door samen te werken wordt de investering in de begeleiding gezamenlijk gedragen en is het voor kleinere gemeenten ook haalbaar om hieraan bij te dragen. Trainees geven een andere energie en nieuwe inzichten. Bovendien gaan we onderlinge concurrentie tussen gemeenten op de arbeidsmarkt tegen. Zo helpen we elkaar in plaats van elkaar te beconcurreren. Als gemeente Veenendaal zijn we de host van het traineeprogramma. Dit betekent dat wij zorgdragen voor ondersteuning van de projectgroep op het terrein van communicatie, werving en selectie, administratie en ICT. De uren en kosten worden verdeeld onder de deelnemende gemeenten. Aantrekkelijk werkgeverschap We willen ons positief onderscheiden op de arbeidsmarkt.
We willen een aantrekkelijke werkgever zijn voor toekomstig én bestaand personeel. In 2023 is hierover een adviesopdracht uitgevoerd en hieruit is gebleken dat het van belang is om onze werving- en selectieproces en de positionering op de arbeidsmarkt te verbeteren. In de afgelopen periode hebben we hieraan invulling gegeven door onder andere een recruiter in te huren. Deze recruiter heeft zich gericht op het innemen van een steviger positie op de arbeidsmarkt, waarbij veel aandacht is geschonken aan een duurzame match en eerste contactervaring met de gemeente. Gezien de positieve ervaringen met deze werkwijze is besloten om tijdelijk een formatieplek te creëren voor de functie van recruiter. We steken in de werkwijze nadrukkelijk in op de kandidaat- en werknemerservaring en het versterken van ons netwerk in de regio en ten aanzien van scholen. Daarnaast zijn we met diverse input van medewerkers gekomen tot een actueel werkgeversmerk. "Veenendaal werkt voor jou” is de propositie waarmee Veenendaal de veelzijdigheid en flexibiliteit van werken bij de gemeente wil laten zien. In het hart van dit idee staat dat je bij de gemeente Veenendaal niet alleen een baan vindt, maar een carrière
52
die meegroeit met je persoonlijke levensfase en ambities. De komende tijd wordt hier verdere invulling aan gegeven. Verzuim Het verzuimpercentage (ZVP) bedroeg in het tweede kwartaal 2024 4,71% (7,67% in kwartaal 1). Dit is een forse afname. Dit valt te verklaren door afname van het aantal lopende dossiers en meldingen. Ook de ziekmeldingsfrequentie is in het tweede kwartaal gedaald, van 1,06 naar 0,54. Dit cijfer ligt landelijk gemiddeld tussen de 1 en 1,5%. Een frequentie boven de 1,5 behoeft aandacht. Als we kijken naar de verzuimcijfers van de gemeente Veenendaal in vergelijking met de cijfers van het CBS van het laatste kwartaal in 2023 en eerste kwartaal 2024, dan zien we dat er binnen onze gemeente een hoge trend is, maar deze vanaf het huidige kwartaal dalende is.
Van
Vierde kwartaal 2023
Eerste kwartaal 2024
Openbaar bestuur
6,5%
6,5%
Landelijk
6,4%
5,5%
Het verzuim is daarnaast ook verdeeld in verschillende verzuimklassen: kort, middellang en lang. Als we kijken naar de verdeling in duurklasse, dan zien we dat het percentage langdurige of extra lang verzuim het grootst is: 83%. Dit betekent dat veel dossiers 43 dagen of langer duren. Hierbij richten we ons allereerst op de vitaliteit van onze medewerkers en op het sturen van kort- en middellang verzuim door de verzuimduur te verkorten en te sturen op het bieden van tijdelijk aangepast werk of vervangend werk binnen of buiten de organisatie.
53
Voortgang risico's Voortgang risico’s Voor de 2e bestuursrapportage 2024 zijn de gemeentelijke risico’s weer geactualiseerd. In de toelichting van tabel 2 vindt u informatie over de risico’s en de voortgang van de genomen beheersmaatregelen en andere ontwikkelingen. Peildatum van deze risico's is maandag 2 september 2024. ( inclusief saldo 2e bestuursrapportage 2024 ) De omvang van een risico wordt berekend op basis van: 1. Kans 2. Gevolg Tabel 1 Kans
Score kans
Gevolg
Score Gevolg
> 10 jaar
10%
1
X < € 50.000
1
5 jaar < x < 10 jaar
30%
2
€ 50.000 < x < € 200.000
2
2 jaar < x < 5 jaar
50%
3
€ 200.000< x < € 500.000
3
1 jaar < x < 2 jaar
70%
4
€ 500.000< x < € 1.000.000
4
X < 1 jaar
90%
5
X > 1.000.000
5
De risicoscore wordt als volgt berekend: Een risico dat zich 1 maal in de 3 jaar kan voordoen met een gevolg van € 250.000 krijgt voor kans een 3 en voor gevolg een 3 en scoort dus 3 x 3 = 9. Een risico dat zich 1 maal in de 2 jaar kan voordoen met een gevolg van € 600.000 krijgt voor kans een 4 en voor gevolg een 4 en scoort dus 4 x 4 = 16. In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste gemeentelijke risico’s. Het betreft de 10 grootste risico's. De risico’s zijn extern van karakter. Het betreft een totaalbedrag van € 11,2 miljoen aan incidentele risico’s. De structurele risico’s bedragen € 1,6 miljoen. Tabel 2: Top 10 risico's (in miljoenen euro's) Omschrijving risico (omschrijving beheersmaatregel)
Effect Kans BSc NSc
1. Onvoldoende beschikking over kwalitatief en kwantitatief personeel door een moeilijke arbeidsmarkt. (Strategische personeelsplanning – Monitoring budget loonkosten – werving op basis van toekomstige talenten).
€ 2,5 (i)
90%
25
25
2. Door onzekerheden op politiek terrein en economische ontwikkelingen kan de algemene uitkering afwijken van de raming. Ook kan de groei van het aantal inwoners en andere indicatoren zorgen voor een beperkte afwijking van de raming. Op grond hiervan wordt rekening gehouden met mogelijke mee/ tegenvallers van de algemene uitkering.
€ 1,5 (i)
50%
15
15
3. De BUIG-uitkering van het rijk neemt af of de uitkeringslasten stijgen door een toename van het aantal cliënten. Daarnaast een nadelige modelaanpassing ook voor een tegenvaller zorgen. (De inzet van reintegratie- en poortwachters-instrumenten waardoor het aantal cliënten wordt beperkt).
€ 0,8 (s)
70%
20
16
4. Hogere kosten Jeugdzorg (2 maandelijkse monitor)
€ 0,8 (s)
70%
16
16
5. Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke regelingen. (Nauwgezet volgen ontwikkelingen gemeenschappelijke regelingen en bijsturen waar mogelijk).
€ 1,0 (i)
70%
16
12
6. De prijs van aardgas c.q. LNG kan door internationale ontwikkelingen behoorlijk schommelen. De energierekening van de gemeente en aan de gemeente gelieerde organisaties kan hierdoor stevig oplopen (vaste contracten, energiebesparing en verduurzaming).
€ 1,2 (i)
50%
20
15
7. De invoering van de Omgevingswet is een complex en intensief traject met meerdere risico's, zoals: leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de kosten, software aanpassingen en nieuwe juridische procedures.
€ 1,0 (i)
50%
12
12
8. Bij de toepassing van de belasting-wetgeving (BTW, BCF, Loonheffing (met name WKR) etc.) kunnen € 0,9 verschillen van inzicht en/of interpretatie ontstaan, of kunnen de regels onjuist worden toegepast. Dit kan leiden (i) tot een naheffing van de zijde van de fiscus. (Ondersteuning via Fiscaliade).
50%
12
12
9. Aantrekken van leningen wordt als gevolg van de stijging van de rente boven de 3,5 % duurder dan geraamd € 2,5 in de begroting (Anticiperen op rentestijging – kasgeldfinanciering toepassen). (i)
30%
10
10
€ 0,6 (i)
50%
12
12
10. De verbetering van het exploitatieresultaat van DEVO blijft achter bij de prognose doordat de ACM een bovengrens vaststelt ten aanzien van het maximale resultaat over de investeringen en de consument meer inzet op energiebesparing (overleg met de ACM en hogere energie-efficiënte energie-installatie).
54
Als we deze tabel vergelijken met de tabel in de eerste berap 2024, valt op dat het risico van de BUIG-uitkering is gewijzigd van incidenteel naar structureel, met een bedrag van € 0,8 miljoen. Bij de update van het risico is gebleken dat er meer tijd nodig is dan één jaar om eventuele beleidswijzigingen te kunnen doorvoeren. De reden hiervoor is dat een wijziging niet opgevangen kan worden binnen 1 jaar maar dat hier meerdere jaren voor nodig zijn. Daarnaast kunnen er door het Ministerie ook modelmatige aanpassingen worden doorgevoerd die veel tijd vergen. In die zin is het zorgvuldiger om van een structureel risico uit te gaan. Te meer ook omdat de maatregelen van het rijk zich snel achter elkaar kunnen opvolgen. Verder is opnieuw bezien welke risico's we lopen in fiscale zin. Hiervoor is het bureau Fiscaliade in de arm genomen. Uit de eerste bevindingen blijkt dat de risico's bij de vennootschapsbelasting lager zijn dan oorspronkelijk gedacht. De risico's bij de BTW en de Werkkosten regeling zijn hoger dan eerder gedacht. Deze wijzigingen zijn verwerkt in de gemeentelijke risico-inventarisatie e n de top tien risico's. Daarnaast is het risico van een rentestijging bij het aantrekken van nieuwe leningen aangepast. De vooruitzichten op een mogelijke rentestijging zijn een stuk lager dan een aantal maanden geleden.
Daarom is de kans dat een rentestijging zich voordoet verlaagd van 50% naar 30%. Als gevolg hiervan staat dit risico nu op nummer 9 in plaats van nummer 2. De andere risico's schuiven hierdoor vanzelfsprekend een plaats op naar omhoog. Voor de nieuwbouw van het theater zal een risico-inventarisatie worden gemaakt. Zodra de rapportage hierover beschikbaar is wordt bezien of het nodig is hierover te rapporteren in de top 10 gemeentelijke risico's. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt voor het belangrijkste deel gevoed door de algemene reserve met een bedrag van € 28,7 miljoen (incidenteel). Ook de onbenutte belastingcapaciteit is met € 8 miljoen (structureel, was 7, 1 miljoen bij 1e berap) een belangrijke bron voor de weerstandcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit is in de afgelopen periode geactualiseerd op basis van de info uit de mei circulaire, de toename van het aantal woningen en de verhoging van de OZB met € 1,65 miljoen uit de kadernota 2025. De gemeentelijke weerstandscapaciteit bedraagt totaal € 36,8 miljoen. Bedrag in €
Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene Reserve (incl resultaat 2e berap)
28.700.000
Onbenutte belastingcapaciteit OZB
8.000.000
Onvoorzien
105.000
Totaal
36.805.000
Op zich is er een goede verhouding tussen structurele risico's (€ 1,6 miljoen) en structurele weerstandscapaciteit (€ 8 miljoen). Ook de verhouding incidentele risico's (€ 11,2 miljoen) en incidentele weerstandscapaciteit (€ 28,8 miljoen) is goed op orde. De ratio bedraagt nu op basis van een voorlopige berekening 3,1 (3,4 bij de 1e Berap 2024). Deze ratio is dan gebaseerd op een weerstandscapaciteit van € 36,8 miljoen en een risicobedrag van € 11,8 miljoen bij een zekerheid van 90% (volgens de bestaande gemeentelijke risicomanagement methode). De daling van de ratio wordt vooral veroorzaakt door een lagere stand van de algemene reserve. De stand is nu € 28,7 miljoen en was € 34,9 miljoen bij de eerste berap. In de termen van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is de waardering gelijk gebleven met de classificatie 'goed'. Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement geeft aan het cijfer 3,1 de classificatie 'goed' (> 2,0 = goed). Dit was ook goed in de begroting 2024. 55
Bijlagen Bijlage 1: Budgettair neutrale mutaties Bedragen x €1.000 BN Mutaties
Raming 2024 budgetneutraal
Raming 2025 budgetneutraal
Raming 2026 budgetneutraal
Raming 2027 budgetneutraal
0.2 - Burgerzaken
-5
-5
-5
-5
0.3A - Beheer overige gebouwen en gronden
-63
0
0
0
0.4A - Overhead (interne dienstverlening)
-26
-27
-27
-27
Lasten
0.4L - Overhead (P&O)
7
8
8
8
0.5 - Treasury
1.119
0
0
0
0.8 - Overige baten en lasten
-103
0
0
0
1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer
1.748
0
0
0
-25
-26
-26
-26
6.1F - Samenkracht en burgerparticipatie
10
0
0
0
6.1G - Samenkracht en burgerparticipatie
-85
0
0
0
6.2B - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
63
0
0
0
6.3A - Inkomensregelingen
53
0
0
0
6.3B - Inkomensregelingen
-302
0
0
0
6.4 - WSW en beschut werk
1.015
0
0
0
6.5D - Arbeidsparticipatie
1.030
0
0
0
6.6A - Maatwerk-voorzieningen (WMO)
15
0
0
0
6.71A - Hulp bij het huishouden (WMO)
195
0
0
0
6.71D - Overige maatwerkarrangementen (WMO)
50
0
0
0
-112
0
0
0
0
0
0
0
6.82A - Jeugdreclassering
127
0
0
0
7.1A - Volksgezondheid
0
0
0
0
7.4D - Milieubeheer
0
0
1.000
1.000
8.1A - Ruimtelijke Ordening
25
26
26
26
9.904 - Algemeen Administratie & advies
135
0
0
0
9.908 - Algemeen P&O
33
364
978
654
9.912 - Algemeen KCC
5
5
5
5
4.909
345
1.959
1.635
0.4A - Overhead (interne dienstverlening)
-26
-27
-27
-27
0.4O - Overhead (Strategie)
-45
-46
-46
-46
0.4R - Overhead (E&W)
45
46
46
46
0.5 - Treasury
1.119
0
0
0
0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
1.122
0
0
0
1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer
1.748
0
0
0
6.3B - Inkomensregelingen
-369
0
0
0
6.5D - Arbeidsparticipatie
1.2 - Openbare orde en veiligheid
6.72B - Jeugdhulp behandeling 6.81B - Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
Totaal Lasten Baten
1.030
0
0
0
6.71A - Hulp bij het huishouden (WMO)
195
0
0
0
6.71D - Overige maatwerkarrangementen (WMO)
50
0
0
0
7.4D - Milieubeheer
0
0
1.000
1.000
8.3B - Wonen en bouwen
0
0
0
0
9.908 - Algemeen P&O
39
372
986
662
Totaal Baten
4.909
345
1.959
1.635
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
0
0
0
0
Gerealiseerd resultaat
0
0
0
0
56
Bijlage 2: Overzicht structurele mutaties Bedragen x €1.000 Exploitatie
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Lasten 1 Fysieke Leefomgeving
18
18
18
3 Sociale Leefomgeving
921
921
871
4 Burger en Bestuur
-200
0
0
6 Bedrijfsvoering
70
70
70
Totaal Lasten
809
1.009
959
Baten 1 Fysieke Leefomgeving
-14
-14
-14
3 Sociale Leefomgeving
824
824
824
5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien
-300
-300
-300
6 Bedrijfsvoering
-10
-10
-10
Totaal Baten
500
500
500
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
-309
-509
-459
Gerealiseerd resultaat
-309
-509
-459
57