3. Rekenkameronderzoek Wel en wee in Welzijn - Uitvoering Welzijnsbeleid Veenendaal
Tekst van het document
De Stichting verbindt alle partners in de sociale basis zodat er een optimale samenwerking ontstaat (MD08) – Pijler 1.
Zie basistaken pijler 1.
Begroting gemeente 2022 III.i.1. De pilot 'VAK werk(t) voert in
Bijlage 2: overzicht beleidsdoelen
53
een faciliterende rol aan om de eigen rol van inwoners en de kracht van de samenleving te stimuleren. a) De deskundigheidsbevordering tussen uitvoerende partijen in het sociaal domein is gefaciliteerd b) Ten opzichte van 2019 is r een daling van ongeveer 10% van het aantal maatwerkvoorzieningen c) Er zijn innovatieve ondersteuningsmogelijkheden samen met de uitvoerende partijen Maatschappelijk doel 10 - We willen meer sturen op kwaliteit en effectiviteit van aangeboden ondersteuning. Beleidssturing en monitoring op de volle breedte van het sociale domein ondersteunt dit. a) In 2021 is de sturing op aanbieders vergroot b) Financiële kaders vormen geen belemmering voor integraal werken c) Eind 2023 is een integraal dashboard sociaal domein beschikbaar, waarbij integrale monitoring tot op buurtniveau mogelijk is
2022 55 casussen uit waarbij combinaties gemaakt zijn tussen maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen. (Innovatie in samenwerking met: Wmo-loket - sociale basis Wmo-zorgaanbieders). Deze inspanning heeft betrekking op meerdere thema’s binnen het programma ‘Sociale leefomgeving’. Extra taak pijler 1: -Pilot Vak Werkt (kaderovereenkomst)
•
•
•
Het tegengaan van versplintering en opvullen van hiaten in de sociale basis. Het organiseren en innoveren van noodzakelijke algemeen toegankelijke en preventieve voorzieningen, waar passend de vraag naar dure maatwerkvoorzieningen verminderen. Het starten van innovatieve pilots die bijdragen aan de balans tussen de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening, de organisatie van deze dienstverlening en de kosten van de dienstverlening aan inwoners.
Koersplan is onder andere gebaseerd op: - Veens welzijn en samenwerking bij een stevige sociale basis - Wendbaarheid bij nieuwe ontwikkelingen - Ketensamenwerking bij doorgaande lijn
Bijlage 2: overzicht beleidsdoelen
54
Colofon Projectnummer: 368 Auteurs: Gerard Nieuwe Weme Julian Edens Karin Moor Yorick van den Berg B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag t 070 - 3029500 f 070 - 3029501 e-mail: info@bagroep.nl http: www.bagroep.nl Den Haag, april 2024
Bijlage 2: Bestuurlijke reactie
Voorwoord
Bestuurlijke Nota: 1. Inleiding
Bestuurlijke Nota: 2. Conclusies en aanbevelingen
Bijlage 1: Nota van Bevindingen
Bijlage 2: Bestuurlijke reactie
3. Nawoord
Nawoord
Rekenkamerrapport naar de uitvoering welzijnsbeleid | 59
Voorwoord
Bestuurlijke Nota: 1. Inleiding
Bestuurlijke Nota: 2. Conclusies en aanbevelingen
Bijlage 1: Nota van Bevindingen
Bijlage 2: Bestuurlijke reactie
3. Nawoord
3. Nawoord De rekenkamer neemt met genoegen kennis van het feit dat het college de bevindingen en conclusies uit het rapport herkent en de aanbevelingen grotendeels overneemt. Op enkele nuanceringen bij de aanbevelingen (vandaar mogelijk het woord “grotendeels”) willen wij nader ingaan. 1. Aanbeveling over benoemen maatschappelijke doelen: Het college aarzelt of deze aanbeveling voor de raad dan wel voor het college is. Wij zien deze aanbeveling expliciet als aanbeveling voor de raad. Dat het college daar een voorstel voor doet is een procesmatige variant, maar het is expliciet de raad, die het beleid en daarmee ook de doelen moet vast stellen. Het budgetrecht van de raad is leidend: hoeveel geld stelt de raad voor wat beschikbaar. 2. Aanbeveling over outcome afspraken: Het college is van plan deze aanbeveling op te volgen. Door de abstractheid van beleid en plannen is geen doeltreffendheid en doelmatigheid vast te stellen. Op een aantal plaatsen in de reactie van het college wordt verwezen naar de effectmonitor als bron van informatie over de voortgang van het welzijnswerk. Wij wijzen er echter op dat wij maar op beperkte schaal een concretisering of meetresultaten van output/ outcome in uitvoeringsplannen of in de bestaande effectmonitor hebben kunnen vinden. Wij nemen daarom aan dat het college met deze verwijzing duidt op verdere doorontwikkeling van de effectmonitor.
De nuancering, die het college aanbrengt in lijn met haar eigen opmerkingen in de inleiding en bij conclusie 3 (besteed tijd aan inhoud, niet aan effect meten) willen we onderstrepen. In dat kader kan het meten in welke mate het effect bereikt wordt door de Stichting of door andere actoren beperkt worden. Als voorbeeld noemen we het terugdringen van eenzaamheid: als daar een goede outcome is bereikt, adviseren wij juist niet om na te gaan welk deel daarvan de Stichting heeft bewerkstelligd en wat andere maatschappelijke en religieuze organisaties daaraan hebben bijgedragen. Meten wie voor welk deel heeft bijgedragen is hoogstens van secundair belang. Ook als niet de gewenste vooruitgang is geboekt, is dat voldoende kennis om als Stichting extra in te zetten op dat punt. Ook dan is een uitsplitsing van veroorzakers van de outcome in onze ogen niet noodzakelijk.
van de Stichting, komt daarmee onder druk te staan. Het werken aan die verdere professionalisering en het beperken van de mogelijkheden daartoe door extra taken is niet in lijn met elkaar. Rekenkamer Veenendaal 24 juni 2024
3. Aanbeveling om geen extra taken aan de Stichting toe te kennen: Wij begrijpen de aarzeling van het college om deze aanbeveling over te nemen als een harde toezegging. Maar wij wijzen wel op het feit dat de Stichting is opgericht met als primaire taak het Welzijn in Veenendaal. Door een noodsituatie is daar de opvang van Oekraïners aan toegevoegd. Wij begrijpen dat een dergelijke taak ergens belegd moet worden. Maar we constateren tegelijkertijd ook dat dit de nodige aandacht van het management van de Stichting kost en dat dit afleidt van de primaire taak. Juist de verdere professionalisering en ontwikkeling van het management van de Stichting die het college aanhaalt bij diverse conclusies als noodzakelijke verdere ontwikkeling
Rekenkamerrapport naar de uitvoering welzijnsbeleid | 60
De rekenkamer van de gemeente Veenendaal bestaat uit drie leden en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Leden: Em. prof. dr. J. (Jan) Telgen (voorzitter) Drs. M.J.J. (Marjo) Gruisen Ir. A.J. (Arnoud) Janson Secretaris: L. (Bertha) Achterberg Postadres: Rekenkamer Veenendaal Postbus 1100 3900 BC Veenendaal Telefoon: 0318 - 538 538 E-mail: rekenkamer@veenendaal.nl Website: Rekenkamer van Veenendaal | Gemeente Veenendaal