CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Rapportage IHP Veenendaal

Gemeenteraad 16 oktober 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2025-204212.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimte om te groeien! Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Veenendaal 2025 - 2042

Opdrachtgever Gemeente Veenendaal

Datum 23 september 2025

Referentienummer 2240128/20250905Lke01

Auteur(s) Noud Hes, Erwin Veneklaas Slots

│ Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

Inhoudsopgave

5.

Maatregelen en uitvoeringsagenda

17

5.1

Maatregelen

17

Begrippenlijst

3

5.2

Kaders

17

1.

5

5.3

Uitvoeringsagenda per fase

18

2.

3.

4.

Inleiding 1.1

Werkwijze en proces

5

1.2

Afbakening

5

6.1

Sturen op Total Cost of Ownership

23

1.3

Looptijd en fasen

6

6.2

Circulair bouwen en restwaarde

23

7

6.3

Afschrijvingstermijnen

23

Wettelijke kaders en verantwoordelijkheden

6.

Financiën

23

2.1

Wie is wettelijk verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting?

7

6.4

Uitgangspunten investeringsbedragen

24

2.2

De rol van het Integraal Huisvestingsplan (IHP)

7

6.5

Regeling achterstallig onderhoud schoolgebouwen

25

6.6

Verhuur bij leegstand

25

Visie op onderwijs en huisvesting

8

3.1

Wijkgerichte en toegankelijke kind- en jeugdcentra

9

3.2

Bouwen voor de toekomst – een gezamenlijke kwaliteitsstandaard

10

3.3

Slimme financiering, uitvoering en samenwerking

11

3.4

Opgave en prioritering

12

Huidige situatie

7.

Kapitaallasten

27

8.

Organisatie en programmatische uitvoering

28

13

4.1

Stijgende leerlingenaantallen

13

4.2

Leeftijd gebouwen

14

4.3

Ruimtebehoefte en capaciteit

15

9.

8.1

Structuur programma-organisatie

28

8.2

Effecten van programmatisch werken

29

8.3

Verduurzaming door schoolbesturen

29

Bewegingsonderwijs 9.1

Samenvatting capaciteitsanalyse

30

9.2

Conclusie capaciteitsanalyse

31

Bijlagen De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

30

32

Bijlage 1 – Factsheets gebouwen

32

Bijlage 2 - Analyse bewegingsonderwijs

32

Foto voorpagina: Nieuwbouw CLV | Architect: NOAHH | Fotograaf: Katja Effting

Begrippenlijst Gespecialiseerd onderwijs Het gespecialiseerd onderwijs is een verzamelterm voor speciaal basisonderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs.

Hoofdlocatie & dislocatie Elke school is geregistreerd bij DUO op een locatie, de hoofdlocatie. Dit is de officiële vestiging van de school en staat als zodanig geregistreerd. Alle eventuele extra locaties (dislocaties) zijn hier administratief aan verbonden maar worden niet als een volwaardige locatie gezien voor de ruimtebehoefte en ontvangen minder bekostiging voor het onderwijs. Door de hoge stichtingsnorm (berekend volgens een vastgestelde landelijke systematiek) voor een nieuwe basisschool zijn er in de gemeente veel zelfstandige scholen die geregistreerd staan als een dislocatie van een andere school. Deze scholen ontvangen dus minder geld en hebben door administratieve redenen geen recht op vierkante meters voor een speellokaal, personeelskamer of plekken voor begeleiding.

Inclusieve kind- en jeugdcentra (IKC’s) In Veenendaal investeren we, bij het uitvoeren van de zorgplicht voor onderwijshuisvesting en vroeg-/voorschoolse educatie, in sterke en inclusieve kind- en jeugdcentra, waarin onderwijs en daaraan gerelateerde voorzieningen, zoals kinderopvang en welzijnsvoorzieningen, samenkomen als basis voor de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 18+. In hoofdstuk 3 is een uitgebreide definitie van een IKC opgenomen.

Kinderdagverblijf (KDV) Een kinderdagverblijf is een voorziening voor de professionele opvang van kinderen die gezien hun leeftijd nog niet naar school gaan (0-4 jaar). Het is een brede verzamelterm voor opvang voor baby’s en peuters. Daarnaast maakt buitenschoolse opvang (BSO) onderdeel uit van kinderdagopvang.

Kindpartners

onderwijsorganisaties en de gemeente stimuleren de samenwerking met andere kindpartners ten behoeve van de ontwikkeling en het welzijn van kinderen.

Nieuwbouw Nieuw te realiseren gebouw of vervangend gebouw, uitgaande van een technische levensduur van minstens 50 jaar.

(Levensduur verlengende) renovatie Renovatie wordt vooruitlopend op het aanstaande wetsvoorstel in dit IHP aangemerkt als een voorziening in de huisvesting. Voorwaarde is dat er sprake is van een integrale verlenging van de levensduur van een gebouw met ten minste 50 jaar. Dit betekent dat een gebouw op energetisch, technisch, functioneel en esthetisch vlak wordt gerenoveerd tot een kwaliteitsniveau zo goed als gelijkwaardig aan nieuwbouw. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor de benodigde investering, wanneer het schoolbestuur voldoet aan haar verantwoordelijkheid voor het onderhoud.

Programma onderwijshuisvesting (POHV) Programma Onderwijshuisvesting is een initiatief van het ministerie van OCW, de PO-Raad, VO-Raad en VNG gericht op het realiseren van een programmatische, integrale aanpak om de verouderde huisvesting van scholen versneld te verbeteren en toekomstbestendig te maken. Hierbij wordt er gewerkt aan kennisontwikkeling, landelijke standaarden en innovatie in pilotprojecten.

Primair onderwijs Het primair onderwijs is een overkoepelende term voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs.

Speciaal basisonderwijs Het speciaal basisonderwijs biedt een plek aan leerlingen die vanwege leer- en gedragsproblematiek een aanvullende behoefte hebben waarin op een reguliere basisschool niet voorzien kan worden.

Voortgezet onderwijs Het voortgezet onderwijs bestaat uit het praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Dit onderwijs is opvolgend aan het basisonderwijs.

In de kind- en jeugdcentra zijn, veelal in het verlengde van het onderwijs, ook andere kindpartners gehuisvest, zoals kinderopvang en Veens Welzijn. De

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

3/33

(Voortgezet) speciaal onderwijs Het (voortgezet) speciaal onderwijs biedt onderwijs aan leerlingen met noodzaak aan specialistische ondersteuning door gedragsproblematiek of een fysieke beperking en is onderverdeeld in het speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Het (V)SO valt wettelijk niet onder de Wet op het primair onderwijs (WPO) of de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) maar onder de Wet op de expertisecentra (WEC).

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

4/33

1. Inleiding De gemeente Veenendaal heeft in 2020 het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021 – 2024 vastgesteld. Voorliggend Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) is de opvolger. Dit IHP biedt de gemeente, onderwijsorganisaties en kinderopvangorganisaties een beleidsperspectief voor onderwijshuisvesting, geborgd in een langetermijnplan voor de periode 2025 – 2042 wat de organisaties in staat stelt proactief integraal samen te werken aan de realisatie van inclusieve kind- en jeugdcentra.

1.1 Werkwijze en proces Dit IHP is een gezamenlijk plan van de gemeente en onderwijsorganisaties uit de gemeente onder begeleiding van ICSadviseurs. De gemeente, onderwijsorganisaties en kinderopvangorganisaties hebben samengewerkt aan hun toekomstbeeld voor de onderwijshuisvesting. Welke ontwikkelingen spelen er? Welke doelen moeten er worden bereikt en hoe speelt de onderwijshuisvesting hierop in? De visie vormt de basis voor de inhoudelijke keuzes in de scenario’s en uitvoering. Vervolgens zijn alle locaties in kaart gebracht via vragenlijsten, locatiebezoeken en interviews. De lokale context per schoollocatie is samen met de onderwijsorganisaties verkend in gezamenlijke en afzonderlijke wijk- en organisatiegerichte deelsessies en gesprekken. Vervolgens is er gezamenlijk door alle partijen in verschillende werksessies gewerkt aan de planvorming, scenario’s en financiën. Dit alles heeft geresulteerd in een breed gedragen IHP voor de onderwijshuisvesting tot 2042.

1.2 Afbakening Voor het IHP is alle onderwijshuisvesting bezien voor het primair, gespecialiseerd en voortgezet onderwijs.

Kindpartners in kind- en jeugdcentra In de kind- en jeugdcentra zijn, veelal in het verlengde van het onderwijs, ook andere kindpartners gehuisvest, zoals kinderopvang en eventueel welzijnswerk. De onderwijsorganisaties en de gemeente stimuleren de samenwerking met andere kindpartners ten behoeve van de ontwikkeling en het welzijn van kinderen in de te realiseren kind- en jeugdcentra. Het is daarom mogelijk onderwijshuisvesting te combineren met huisvesting voor andere kindpartners zoals beschreven in hoofdstuk 3. De mogelijkheden hiervoor worden op projectniveau geïnventariseerd en ter besluitvorming voorgelegd en maken daarom als zodanig geen onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma voor onderwijshuisvesting.

Bewegingsonderwijs De gemeente bezit verschillende gymzalen en sporthallen die worden gebruikt voor bewegingsonderwijs. De gemeente heeft namelijk een zorgplicht voor voldoende en adequate sportaccommodaties voor het bewegingsonderwijs. In dit IHP is daarom in hoofdstuk 9 a.d.h.v. de scenario’s een analyse gemaakt van de huidige en toekomstige capaciteit voor bewegingsonderwijs.

Voor- en vroegschoolse educatie De kind- en jeugdcentra in Veenendaal worden waar nodig, in de onderwijsachterstandsgebieden, voorzien van huisvesting voor voor- en vroegschoolse educatie (vve) om peuters met een mogelijke (taal)achterstand beter voor te bereiden op de basisschool en ervoor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. ▪

▪

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

Voorschoolse educatie als onderdeel van een kinderdagverblijf voor kinderen (peuters) met een risico op een achterstand. Voor kinderen van 2,5 jaar tot 4 jaar. Vroegschoolse educatie als onderdeel van het basisonderwijs voor kinderen (kleuters) met een risico op een achterstand. Voor kinderen van 4 jaar tot

5/33

▪

7 jaar in groep 1 en groep 2. Vve is daarbij óók voor de ouders van de kinderen. Zo wordt samengewerkt om de onderwijskansen en ontwikkelkansen van kinderen te vergroten. De gemeente heeft een wettelijke taak heeft in het aanbod van kindplaatsen ter voorkoming van onderwijsachterstanden. De voorschoolse educatie wordt aangeboden door de kinderopvang en de vroegschool onderdeel is van het aanbod primair onderwijs. Wat maakt dat de huisvesting van vve grotendeels tot de zorgplicht behoort in kindcentra in onderwijsachterstandsgebieden.

1.3 Looptijd en fasen Investeren in vastgoed vraagt om een langetermijnvisie; dit IHP beslaat daarom een periode van 16 jaar, tot 2042. Dit zorgt voor een langetermijnkoers en creëert daarmee duidelijkheid voor alle partijen. Daarbij hanteren we voor de uitvoering een aantal fasen: ▪

▪ ▪

De uitvoeringsagenda bestaat uit drie fasen: fase 1 betreft projecten die vóór 2030 worden gerealiseerd, fase 2 projecten die uiterlijk in 2035 worden gerealiseerd en de laatste fase geeft een doorkijk voor de projecten tot 2042; ─ Dit gehele integraal huisvestingsplan wordt integraal ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. De financiële middelen voor fase 1 worden ter besluitvorming opgenomen in het meerjareninvesteringsplan als onderdeel van de programmabegroting 2026-2029. Het plan wordt elke 4 jaar herijkt; De feitelijke data als leerlingenprognoses worden elke 2 jaar geactualiseerd.

Daarmee is het plan een dynamisch document wat mee verandert met de tijd en de veranderende omstandigheden.

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

6/33

2. Wettelijke kaders en verantwoordelijkheden 2.1 Wie is wettelijk verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting? Gemeente en onderwijsorganisaties hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting.

Gemeentelijke zorgplicht De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het onderwijs. De zorgplicht is verankerd in de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de Wet op de expertisecentra (WEC). De gemeente is verantwoordelijk voor investeringen in (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld vandalisme of weersomstandigheden). Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds van het Rijk financiële middelen per type leerlingen om te kunnen voldoen aan deze zorgplicht. Dit varieert van circa € 500 per leerling in het basisonderwijs tot € 1.500 per leerling in het gespecialiseerd onderwijs per jaar. De gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de investeringen in onderwijshuisvesting bij de besluitvorming van de Programmabegroting af tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden.

Wetsvoorstel planmatige & doelmatige aanpak onderwijshuisvesting Het IHP wordt naar verwachting een wettelijke verplichting. Het ministerie van OCW werkt momenteel aan het wetsvoorstel “planmatige aanpak onderwijshuisvesting”. Hierin wordt formeel geregeld dat: ▪ ▪ ▪ ▪

In het IHP wordt, vooruitlopend op de wetgeving, renovatie ook als door de gemeente te bekostigen voorziening in de huisvesting beschouwd.

2.2 De rol van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) De gemeente heeft vier kaderstellende instrumenten waarmee zij stuurt:

▪

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Veenendaal De verordening van de gemeente beschrijft de formele regels voor de wijze van berekenen van de ruimtevraag en aanbod van (bewegings-) onderwijshuisvesting. Ook beschrijft de verordening de formele regels die gelden bij het aanvragen van voorzieningen in de onderwijshuisvesting.

▪

Gemeentelijke begroting Een financieel instrument.

▪

Integraal Huisvestingsplan Het IHP heeft de status van een inhoudelijk kaderstellend document, waarbij alle betrokken partijen zich committeren aan een gezamenlijke inspanningsverplichting. Het IHP biedt daarmee het kader voor de uitvoering en concretisering van het onderwijshuisvestingsbeleid.

De verantwoordelijkheid van onderwijsorganisaties De onderwijsorganisaties hebben de zorgplicht voor het onderhouden en exploiteren van de gebouwen. Hiervoor ontvangen zij geld van het Rijk als onderdeel van de lumpsumvergoeding. Net als de gemeente zijn ook de onderwijsorganisaties vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden, wat zijn ook afwegen als onderdeel van de begroting.

gemeenten verplicht worden om een IHP vast te stellen; onderwijsorganisaties verplicht worden om een MJOP op te stellen; levensduurverlengende renovatie een alternatief wordt voor nieuwbouw; het investeringsverbod voor het primair onderwijs gedeeltelijk wordt opgeheven.

▪

Integraal Kindcentra beleid De gemeente (college) heeft het Integraal Kindcentra beleid vastgesteld. De ambitie van de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties is om zoveel mogelijk Veenendaalse kinderen passend en thuisnabij onderwijs te bieden in voorzieningen met een doorlopende leerlijn van 0 tot einde schoolleeftijd.” 7/33

3. Visie op onderwijs en huisvesting Het integraal Beleidskader (IBK) Sociaal Domein 2024-2027 is het belangrijkste kader van de gemeente in het sociaal domein waar ook de kindvoorzieningen in de gemeente onder vallen. In het IBK 2024-2027 staat aan welke doelen wordt gewerkt en hoe we de uitvoering geven aan de gemeentelijke visie. Gestuurd wordt op een krachtige, inclusieve samenleving waarin iedereen zich naar vermogen kan ontwikkelen, waarin de samenleving ook zelf verantwoordelijkheid neemt waar het kan. Als inwoners ondersteuning nodig hebben, wordt dit afgestemd op wat er nodig is. Bij inwoners met complexere problematiek is de ondersteuning integraal waarbij winst wordt geboekt door verbinding en goede samenwerking. De onderwijsvisies van de onderwijsorganisaties sluiten hierop aan. Hierin staat inclusief onderwijs centraal in lijn met de landelijke doelstelling om in 2035 inclusieve leeromgevingen na te streven waarin alle kinderen gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond of ondersteuningsbehoefte. Waarvoor samenwerking tussen onderwijsorganisaties, kindpartners en de gemeente van belang is, zoals ook vermeld in de hervormingsagenda jeugd. Het IKC-beleid van de gemeente faciliteert dit met onder andere gezamenlijke huisvesting in kind- en jeugdcentra. Op basis van deze visie is de huisvestingsvisie ontwikkeld waarop dit IHP is gebaseerd.

Waarin de capaciteitsvraag naar onderwijshuisvesting wordt gecombineerd met de technisch noodzakelijke vervanging van onderwijsgebouwen. En waarbij eerst wordt geïnvesteerd in onderwijshuisvesting voor kinderen in het gespecialiseerd onderwijs en onderwijsachterstandsgebieden.

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

Wijkgerichte en toegankelijke inclusieve kind- en jeugdcentra

Bouwen voor de toekomst – een gezamenlijke kwaliteitsstandaard

Slimme financiering, uitvoering en samenwerking

8/33

3.1 Wijkgerichte en toegankelijke kind- en jeugdcentra Kind- en jeugdcentra vormen de basis voor de ontwikkeling van kinderen en dragen bij aan een sterke en leefbare wijk. We faciliteren onderwijs waar nodig wijkgericht, zodat kinderen in hun eigen omgeving onderwijs kunnen volgen. Wijkoverstijgende scholen, gespecialiseerd en voortgezet onderwijs blijven daarnaast goed bereikbaar binnen en buiten de gemeente. Daarom zetten we bij de realisatie van kind- en jeugdcentra in op: ▪

▪

▪ ▪

▪

Een pedagogische samenwerking gebaseerd op de IKC-visie, waarin minimaal onderwijs en kinderopvang en indien van toepassing vroeg- en voorschoolse educatie en welzijnsorganisaties op één locatie samenwerken. Met aandacht voor de sociale en pedagogische basis. Daarnaast streven we naar een samenwerking met zorgverleners en sport en cultuur voor kinderen van 0 jaar t/m einde schoolleeftijd, waarbij een integraal dagprogramma wordt geboden met een doorgaande ontwikkellijn. Daarbij kan de samenwerkingspartner extern gehuisvest zijn of, afhankelijk van de lokale behoefte, gemeentelijk beleid en het type samenwerkingspartner, in het IKC. Specifiek voor inclusief en gespecialiseerd onderwijs is ruimte voor samenwerking met zorgverleners, met als uitgangspunt de meerwaarde voor het kind en de onderscheidenlijke verantwoordelijkheden van iedere organisatie. Inclusieve en toegankelijke voorzieningen, zodat ieder kind, ongeacht achtergrond of ondersteuningsbehoefte, zich welkom voelt en passende ondersteuning krijgt. Meer ruimte voor gespecialiseerd onderwijs in lijn met de vigerende VNGmodelverordening voor onderwijshuisvesting. Flexibele en toekomstbestendige onderwijshuisvesting, een passende plek voor kinderen en medewerkers, om samen te kunnen werken aan goed onderwijs, die meebeweegt met veranderende leerlingenaantallen, onderwijsvormen en maatschappelijke ontwikkelingen.

Daarbij wordt maximale flexibiliteit gewaarborgd door niet meer dan twee scholen per kindcentrum te huisvesten, zodat gebouwen aanpasbaar blijven en de samenwerking tussen scholen en opvang optimaal kan functioneren. Daarnaast is het streven dat geregistreerde scholen in niet meer dan één locatie, maximaal twee, zijn gehuisvest. Dit zowel voor tijdelijke situaties als voor nieuwe permanente huisvesting. Hiermee ondersteunen we zowel de onderwijskwaliteit als een gezonde exploitatie voor onderwijsorganisaties. Hierbij is er een uitzondering voor gespecialiseerd onderwijs en als onderwijsorganisaties het vanuit onderwijskundige redenen wenselijk vinden

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

▪

▪

▪

▪

om meer scholen samen te huisvesten. Daarnaast streven we ernaar om maximaal één kinderopvangorganisatie per gebouw te huisvesten. Wel dislocaties en nevenvestigingen met een gezonde omvang behandelen als een hoofdlocatie. Als het leerlingenaantal van een dislocatie structureel boven de 150 leerlingen blijft of als er sprake is van gespecialiseerd onderwijs, krijgt de locatie bij vervanging een vaste voet bij het berekenen van de ruimtebehoefte indien de verordening hier niet in voorziet. Multifunctioneel gebruik van gebouwen, zodat kinderen binnen een vertrouwde omgeving kunnen leren, spelen en zich ontwikkelen. Gebouwen worden zo ontworpen dat deze ook buiten schooltijden kunnen worden benut voor sport, ontmoeting en buurtactiviteiten. Bewegen, Ontmoeten, Sporten en Spelen (BOSS). Dit doen we door het faciliteren van ruimte voor bewegingsonderwijs, en groene schoolpleinen en (buiten)ruimte die buiten onderwijstijd open is gesteld voor de wijk om sport en spel aantrekkelijk te maken, zodat kinderen actief en gezond opgroeien. Hierbij is een veilige begrensde speelplek tijdens schooltijd een voorwaarde. Strategische locatiekeuzes en slimme mobiliteitsoplossingen, zoals veilige loop- en fietsroutes, parkeren voor taxivervoer, autoluwe schoolzones en goede OV-verbindingen.

Uitgangspunten voor de huisvesting ▪

▪

▪ ▪ ▪

▪

Nieuwe of gerenoveerde onderwijshuisvesting faciliteert de vorming van inclusieve kind- en jeugdcentra en doorgaande ontwikkellijnen van 0-18 jaar. Iedere IKC-locatie krijgt een IKC-visie als startpunt van projectontwikkeling, met aandacht voor sociale en pedagogische basis. De gemeente blijft investeren in huisvesting voor kinderopvang en andere partners bij een integrale samenwerking. We huisvesten voortaan maximaal twee scholen per kindcentrum. Dislocaties komen bij nieuwbouw/renovatie in aanmerking voor een vaste voet (ruimtebehoefte) als ze structureel een leerlingenaantal hebben boven de 150 leerlingen of als er sprake is van gespecialiseerd onderwijs. We stellen schoolpleinen open voor gebruik buiten schooltijden.

9/33

3.2 Bouwen voor de toekomst – een gezamenlijke kwaliteitsstandaard ▪ We bouwen scholen en kind- en jeugdcentra die voorbereid zijn op de toekomst. Bij de uitvoering van het vorige IHP hebben we grote stappen gezet in duurzaam bouwen. Zo bouwen we energieneutraal, hebben we in IKC Het Meesterwerk circulaire innovaties toegepast en zetten we in op flexibel bouwen. Dit blijven we voortzetten: ▪

▪ ▪

▪

▪ ▪

▪

Duurzame en toekomstbestendige onderwijshuisvesting, dat voldoet aan de architectonische, functionele en technische criteria van het Kwaliteitskader Huisvesting (Ruimte OK), de landelijke standaard voor onderwijshuisvesting, met daarbij gemiddeld ambitieniveau Frisse Scholen klasse B voor binnenklimaat. Hiermee sluiten we aan op de eenduidige landelijke kwaliteitsstandaard, mede passend bij de ambities van de gemeente zoals bekrachtigd bij de bouw van Dragonder-Zuid. Energieneutrale gebouwen passend bij de doelen uit het Klimaatakkoord. We stimuleren verduurzaming van locaties en vergroening van schoolpleinen die niet binnen een periode van 10 jaar worden aangepast in het IHP, met inzet van daarvoor beschikbare lokale, provinciale en landelijke overheidsprogramma’s. Onderwijs- en kindpartners die gebruikmaken van de onderwijsgebouwen stellen hiervoor samen duurzame gebouwgerichte onderhoudsplannen op, in lijn met de sectorale routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen. Deze meerjarenonderhoudsplannen worden onderdeel van het IHP. De beweging naar circulair bouwen met waar mogelijk hergebruik van materialen, modulaire nieuwbouw die kan meegroeien met de behoeften en hergebruik van bestaand vastgoed door transformatie van (kantoor)gebouwen naar kindcentra. Hierbij benutten we mede de restwaarde om de opgave te financieren.

Levensduurverlengende renovatie is een alternatief voor nieuwbouw. We bouwen nieuwe gebouwen voor 50 jaar en ontwerpen ze daarom zo dat ze niet alleen vandaag, maar ook morgen flexibel inzetbaar zijn. Dit doen we door nieuwe gebouwen flexibel (her)indeelbaar te maken. Door in te zetten op schoolgebouwen met een gezonde omvang. De leerlingenaantallen van scholen groeien en krimpen, dit kunnen we opvangen door ruimte van andere scholen te gebruiken en eventueel gebouwen te ruilen. Om ervoor te zorgen dat we flexibele toekomstbestendige gebouwen hebben en het aantal kleinschalige locaties

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

verminderen, bouwen we geen zelfstandige huisvesting voor scholen met structureel minder dan 150 leerlingen. Deze scholen worden samen met andere scholen in een gebouw gehuisvest; Een aanpak die tijdelijke huisvesting zoveel mogelijk voorkomt. Als tijdelijke huisvesting toch nodig is, zetten we in op tijdelijk gebruik van leegstaande schoolgebouwen, schoolwoningen (flexibele en duurzame onderwijshuisvesting die eenvoudig kan worden aangepast of verplaatst). Daarbij streven wij ernaar om samenwerkende kindpartners onder één dak ook als zodanig tijdelijk te huisvesten.

Uitgangspunten voor de huisvesting ▪

▪

▪ ▪

▪ ▪

▪

▪

Voor nieuwbouw en renovatie zijn de uitgangspunten het kwaliteitskader van Ruimte OK, energieneutraal bouwen, aardgasvrij en gemiddeld Frisse Scholen klasse B (2021). We bouwen circulair en losmaakbaar waar mogelijk. Voor nieuwbouw geldt dat kan worden afgeschreven met circulaire restwaarde, dit binnen de kaders van de “Circulaire restwaardemethodiek”. Daarnaast gaan we verder met circulair bouwen. Middelen voor onderwijshuisvesting worden zoveel mogelijk toekomstbestendig ingezet in permanente onderwijscapaciteit. Bij renovatie streven we naar een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als nieuwbouw, waar mogelijk. Binnen de complexe opgave in de stad zoeken we naar meer flexibiliteit door naast nieuwbouw in te zetten op het gebruik van hoogwaardige modulaire gebouwen en renovatie van (onderwijs)gebouwen. We bouwen en/of renoveren geen schoolgebouwen voor scholen met structureel minder dan 150 leerlingen (norm kleine scholentoeslag) m.u.v. gespecialiseerd onderwijs. Nieuwe schoolgebouwen worden slim ontworpen: ontwerp en constructie houden rekening met uitbreidingsmogelijkheden in de toekomst en aanpasbaarheid van de indeling.

10/33

3.3 Slimme financiering, uitvoering en samenwerking De realisatie van kind- en jeugdcentra wordt steeds complexer. Beschikbare locaties zijn beperkt, de gemeente groeit en beschikbare middelen zijn beperkt. Daarom zoeken we naar flexibele en samenwerkingsgerichte oplossingen om projecten haalbaar te maken. ▪

▪

▪

▪

▪

Nieuwe huisvesting wordt gefinancierd op basis van Total Cost of Ownership (TCO). Dit betekent dat we niet alleen kijken naar de initiële investering, maar ook nadrukkelijk rekening houden met de langetermijnkosten, zoals onderhoud, energieverbruik en inrichting. Hierbij investeert de gemeente in lijn met haar zorgplicht voor ruimte voor vroeg- en voorschoolse educatie en onderwijs. Daarnaast dragen de onderwijsorganisaties, conform hun zorgplicht en (toekomstige) wettelijke mogelijkheden, financieel bij aan de opgave, zoals bijvoorbeeld aan de inrichting van de gebouwen, zowel binnen als buiten en de gebruikersexploitatie. We anticiperen op onverwachte groei. De ontwikkeling van leerlingenaantallen kan door veranderende demografische ontwikkelingen op stads- en wijkniveau, groeigebieden of herontwikkeling van stadsdelen afwijken van oorspronkelijke prognoses. Daarom houden we bij nieuwe gebouwen en/of locaties in groeigebieden rekening met eventuele uitbreiding. Dit door planologisch en in het ontwerp voorbereidingen te treffen, voldoende ruimte op en rond het perceel te voorzien of te voorzien in zwaardere constructies voor het opbouwen van een extra bouwlaag. Dit zonder dat de uitbreiding afbreuk doet aan het onderwijskundige of pedagogische concept.

Voor investeringen in aanvullende ruimte voor kinderopvang boven op de gemeentelijke zorgplicht worden waar mogelijk, samen met de kinderopvang, naar externe financieringsoplossingen gezocht. Dit geldt ook voor aanvullende ruimte voor zorgverleners bij het gespecialiseerd onderwijs. Algemeen uitgangspunt bij de huisvesting van kindpartners is dat dit past binnen het gemeentelijke beleid en de aanvullend benodigde ruimte kostprijs dekkend wordt gefinancierd door de kindpartners. Om doelgericht, sneller en efficiënter te werken gaan we inzetten op programmatisch samenwerken met onderwijsorganisaties, kinderopvangorganisaties en maatschappelijke partners. Eigendom georganiseerd volgens eenvoud. We streven ernaar het juridisch eigendom van de onderwijshuisvesting zoveel mogelijk te beleggen in lijn

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

▪

met de WPO en WVO bij de onderwijsorganisaties, waarbij de gemeente het economisch claimrecht behoud bij vertrek van de onderwijsorganisatie uit het gebouw. Bij toekomstige multifunctionele locaties waar meer dan twee scholen met kindpartners en/of andere maatschappelijke functies onder één dak samenwerken blijft het eigendom bij de gemeente. Dit vereenvoudigt het beheer van de accommodaties en zorgt voor een efficiënte en duurzame exploitatie voor alle partijen. Ook op deze manier besparen wij administratieve lasten van bijvoorbeeld verenigingen van eigenaren. De onderwijsorganisaties dragen daarmee net als bij de reguliere situatie bij aan hun zorgplicht voor beheer en exploitatie. Accommodaties voor bewegingsonderwijs blijven in principe altijd in eigendom en beheer van de gemeente, hiermee wordt bredere inzet voor de samenleving gewaarborgd. In de uitvoering van huisvestingsprojecten zoeken we naar een combinatie van pragmatische oplossingen, zoals benutten van subsidiemogelijkheden, benutten van gemeentelijke budgetten anders dan onderwijshuisvesting en vernieuwende gestandaardiseerde werkwijzen.

Uitgangspunten voor de huisvesting ▪

▪ ▪

▪

Voor ambities boven het wettelijk minimum voeren gemeente en onderwijsorganisaties gezamenlijk een businesscase uit op basis van Total Costs of Ownership; Multifunctionele gebouwen met meerdere gebruikers blijven in eigendom van de gemeente; In de uitvoering wordt de totale huisvestingsopgave programmatisch uitgevoerd, dit betekent dat projecten, gezamenlijk binnen een centrale programmaorganisatie worden uitgevoerd; In de planvorming van schoolgebouwen in groeigebieden wordt rekening gehouden met de mogelijkheid tot (toekomstige) uitbreiding in oppervlakte van circa 25% met een ondergrens van minimaal twee groepen.

11/33

3.4 Opgave en prioritering We werken op middellange termijn naar portefeuille van 50 jaar oud waarbij we de gemiddelde leeftijd significant willen verlagen. Hiermee geven we binnen de gemeentelijke zorgplicht invulling aan de benodigde vervangingsopgave en groeiopgave. Omdat niet alle onderdelen van de opgave tegelijk kunnen worden gerealiseerd, richten we ons op onze zorgplicht voortvloeiend uit de Wetten op het primair en voortgezet onderwijs, de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie, de Wet op de Expertisecentra, de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en de Verordening huisvesting onderwijs: het faciliteren van voldoende onderwijshuisvesting, vroeg- en voorschoolse educatie en de technisch noodzakelijke vervanging van schoolgebouwen conform wet- en regelgeving.

De komende planperiode ligt in de huisvestingsopgave de nadruk op het basisen (voortgezet) speciaal onderwijs, aangezien het voortgezet onderwijs momenteel goed gehuisvest is. Wel gaan we in gesprek met het voortgezet onderwijs over de verbreding van het IKC-beleid voor kinderen van 12 tot 18+ en de planvorming op de langere termijn. Investering in scholen van voortgezet onderwijs zijn namelijk complex en van grote omvang. Zo zijn we op tijd voorbereid voor opgaven op de langere termijn. Binnen de uitvoering van de zorgplicht voor vervanging van onderwijshuisvesting geven wij allereerst prioriteit aan gespecialiseerd onderwijs en scholen met een hoge onderwijsachterstandsscore (voornamelijk in de wijken Centrum, Noordwest, Zuidoost en Zuidwest). In onderstaand overzicht is de prioritering visueel weergegeven:

Prioritering opgave onderwijshuisvesting 1. Capaciteit onderwijshuisvesting

2. Vervanging verouderde onderwijshuisvesting

Prioritering en maatregelen bij:

A. Gespecialiseerd onderwijs

B. Onderwijsachterstandsgebied

C. Overige scholen

Tijdelijk karakter (<15 jaar):

Hieronder verstaan we speciaal basisonderwijs (SBO) of (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO).

Dit betreffen de scholen met leerlingen met een verhoogde kans op achterstanden, berekend volgens de achterstandsscore (CBS). Hierbij gaan wijkgerichte scholen boven wijkoverstijgende scholen.

Dit betreffen de andere schoolgebouwen die gezien de leeftijd en staat aan vervanging toe zijn. Hierbij gaan wijkgerichte scholen boven wijkoverstijgende scholen.

A. Medegebruik B.

Herbruikbaar/verplaatsbaar

Permanent > 15 jaar: -

Niet meer dan 2 locaties

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

- Geen enkelvoudige vervanging bij kleine scholen (< 150 lln.) in het basisonderwijs. - Renovatie of nieuwbouw.

12/33

Ontwikkeling basisgeneratie basisonderwijs 1800

4. Huidige situatie

1600 1400

1200 Er zijn verschillende ontwikkelingen die vragen om aanpassing van onderwijshuisvesting. Bijvoorbeeld veranderingen in leerlingenaantallen, waardoor gebouwen te krap of te ruim zijn of veroudering van de portefeuille. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de demografische ontwikkeling en de omvang en staat van de huidige portefeuille.

4.1 Stijgende leerlingenaantallen

1000 800 600 400 200 0

In 2024 (peildatum 1-10-2023) volgen er in de gemeente 12.825 leerlingen onderwijs. Dit betreft zowel basisonderwijs, voortgezet onderwijs als speciaal onderwijs. Tot 2039 stijgt het aantal leerlingen met 9,5% tot 13.918 leerlingen. ▪

▪

▪

▪

De leerlingenprognoses voorspellen aan de hand van geplande woningbouw, demografische ontwikkelingen en voedingsgebieden het aantal leerlingen voor de komende jaren. Deze vormen het fundament voor de planning van de omvang van onderwijsgebouwen. Na jaren van licht dalende leerlingenaantallen in het vorige decennium is er momenteel weer sprake van groei door stadsontwikkeling. De ontwikkeling verschilt echter per gebied. De basisgeneratie in het basisonderwijs per gebied is aan de rechterzijde van de pagina weergegeven. Hierbij zien we dat het aantal leerlingen in Oost sterk blijft toenemen en dat er komende jaren groei ontstaat in Ambacht (onderdeel Zuidoost). We zien verder een lichte stijging in Zuidwest, veel leerlingen uit de wijk stromen echter uit naar omliggende stadsdelen. In de andere stadsdelen is er sprake van stabilisatie op de lange termijn met een kleine tijdelijke daling tussen 2030 en 2035. Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs groeit door van 5.847 leerlingen in 2024 tot 6.174 in 2039. Daarbij is zichtbaar dat het CLV en het Ichthus College het meeste groeien en er bij het Rembrandt College een lichte daling zichtbaar is. De daadwerkelijke verdeling van de groei over de scholen kan echter in de praktijk enigszins fluctueren door wijzigende populariteit van scholen.

Centrum

Noordoost

Veenendaal oost

Zuidoost

De Ambacht

Zuidwest

Noordwest

West

Ontwikkeling leerlingenaantallen voortgezet onderwijs 2500 2000 1500 1000 500 0

Het Perron 2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

CLV

Ichthus College

Rembrandt College 13/33

▪

▪

Het Rembrandt College heeft de afgelopen jaren door verschillende redenen een krimpend leerlingenaantal gehad. Ondanks dat de langetermijnprognose momenteel een verdere krimp voorspelt, ervaart de school een lichte stijging in de praktijk. 436 leerlingen volgen momenteel gespecialiseerd onderwijs in de gemeente, dit groeit naar 580 leerlingen op de lange termijn. De groei wordt voornamelijk veroorzaakt door een sterke groei van het voortgezet speciaal onderwijs van ruim honderd leerlingen. Dit vraagt om extra huisvesting de komende jaren. Momenteel volgen relatief veel leerlingen onderwijs buiten de gemeente, wat zorgt voor een grote kostenpost voor leerlingenvervoer. Het is de verwachting dat dit aantal daalt en meer leerlingen thuisnabij onderwijs gaan volgen in de stad.

In totaal zijn de 36 scholen verspreid over 33 schoolgebouwen wanneer er rekening wordt gehouden met gezamenlijke gebouwen en dislocaties.

Theoretische levensduur De theoretische levensduur van een schoolgebouw varieert per bouwperiode. De levensduur is initieel minimaal 40 jaar, hierna neemt de kans toe dat er sprake is van een dermate grote veroudering dat regulier onderhoud niet meer volstaat. De getoonde leeftijd betreft een indicatie voor de mate van veroudering en staat van de portefeuille. De bouwkwaliteit van moderne schoolgebouwen is namelijk beter dan in het verleden. In het IHP wordt daarom voor nieuwe schoolgebouwen uitgegaan van een theoretische levensduur en afschrijvingstermijn van 50 jaar. De portefeuille met gebouwen in de gemeente bestaat momenteel voor het grootste deel uit gebouwen uit de jaren 70 en 80. Deze gebouwen zijn daarmee 40 tot 50 jaar oud en sterk verouderd.

4.2 Leeftijd gebouwen De grafiek toont de leeftijd van het gebouw van alle scholen in de gemeente. Hiermee wordt bedoeld het aantal jaar sinds de bouw of laatste levensduurverlengende renovatie van het oorspronkelijke bouwdeel.

Leeftijd gebouwen 80 70

Leeftijd gebouw

60

Theoretische levensduur nieuwe gebouwen

50 40 Theoretische levensduur huidige gebouwen (40 jaar)

30 20 10 0

2240128/20250905Lke01 | 1www.icsadviseurs.nl 2 3 4 5

6

7

8

9

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 Scholen

14/33

4.3 Ruimtebehoefte en capaciteit

Legenda

Wanneer heeft een school recht op uitbreiding?

Bouwjaar De genoemde bouwjaren betreffen de bouwjaren van het huidige gebouw. Indien het gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen door uitbreiding dan is het bouwjaar van het initiële bouwdeel vermeld.

In de “Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs” staat beschreven wanneer een school recht heeft op uitbreiding van haar schoolgebouw. Scholen in het basisonderwijs hebben volgens de verordening recht op uitbreiding bij een structureel tekort van minimaal 55 m2. In het voortgezet onderwijs schrijft de verordening voor dat het ruimtetekort ten minste 10% hoger is dan het bestaande gebouw. In het gespecialiseerd onderwijs verschilt de ruimtebehoefte per type leerling.

Onderwijs m2 (bvo) De genoemde oppervlakte betreft de oppervlakte beschikbaar voor het onderwijs, exclusief eventuele partners zoals welzijn of kinderopvang.

Analyse huidige en toekomstige tekorten

Behoefte m2 (2039) De behoefte betreft de normatieve ruimtebehoefte in 2039. Hierbij is rekening gehouden met toekomstige groei en krimp.

Op de volgende pagina is een overzicht weergegeven met alle scholen. De beschikbare onderwijsruimte en behoefte is daarbij afgestemd op de vastgestelde plannen voor de IKC’s in Dragonder-Noord en Dragonder-Zuid. ▪

▪

▪

▪

Alle drie de scholen in het Ontmoetingshuis beschikken momenteel over ruimtetekort. Het huisvestingstekort van CBS Tamim wordt net als voor De Bron opgelost door middel van herhuisvesting in het Ontmoetingshuis, na vertrek van Balans, en het nieuw te realiseren IKC Spits. ’t Speel-Kwartier is momenteel verdeeld over twee locaties: de hoofdlocatie en tijdelijke huisvesting in het gebouw van SBO De Windroos. ’t Speel-Kwartier krijgt een permanente plek in het nieuw te bouwen IKC Dragonder-Zuid samen met Wereldkidz Balans. Hiermee wordt het geprognosticeerde huisvestingstekort van de school opgelost en het huisvestingstekort van het onderwijs in het Ontmoetingshuis op termijn opgelost. De C.P. van Leersumschool heeft momenteel een ruimtekort, deze wordt tijdelijk opgelost door ruimte te huren van Youké. Dit in afwachting van de planvorming rondom IKC Spits. VSO De Blink heeft plaatsgemaakt voor de groei van SO De Blink. VSO De Blink is tijdelijk, voor een periode van maximaal 5 jaar, gehuisvest in de Patrimoniumlaan en de Terborchstraat. In navolging van de samenwerking tussen Het Perron en VSO De Blink wordt naast Het Perron huisvesting gerealiseerd voor VSO De Blink.

▪

▪

▪

▪

▪

Wereldkidz Achtbaan is de afgelopen jaren structureel gegroeid. Conform het prioriteringskader is het mogelijk om uit te wijken naar omliggende gebouwen. Echter geldt dat er breder een tekort is aan ruimte bij het openbaar onderwijs. Basisschool Al Amana heeft, wanneer het de nieuwe school lukt aan de stichtingsnorm te voldoen, vanaf fase 2 een verwacht leerlingenaantal van 400 leerlingen. De school beschikt momenteel over te weinig ruimte om deze groei te realiseren. Wereldkidz De Vlieger heeft een structureel ruimtetekort, dit wordt momenteel opgelost door het onderwijs voor nieuwkomers in noodlokalen op een aparte locatie te huisvesten. Basisschool De Burcht beschikt volgens de prognose op de langere termijn (vanaf fase 3) over een ruimtekort. Bij basisschool De Grondtoon is er vanaf fase 1 structureel sprake van een ruimtetekort. Er is echter in de nabije omgeving van beide scholen nog voldoende capaciteit beschikbaar. Voor de middelbare scholen in de stad geldt dat er op termijn een klein ruimtetekort ontstaat, deze is naar verwachting beperkt binnen de marge van 10% en leidt niet tot de noodzaak tot uitbreiding binnen de planperiode.

De analyse van de capaciteit in het bewegingsonderwijs is opgenomen in hoofdstuk 9. 2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

15/33

School De Vuurv linder Montessorischool Aan de Basis De Plantage Basisschool De Ceder Basisschool De Burcht School JUUL Het Baken I I Het Baken I Het Erf P.C. Basisschool de Grondtoon School Alex School Max CBS Tamim CBS Tamim (Tw eespan) 't Speel-Kw artier De Schakel Wereldkidz De Vlieger (incl. pimpelmees) WereldKidz Achtbaan Mozaiek Petenbos Wereldkidz Balans Al Amana Basisschool Dr. C. Steenblok De Bron De Bron (locatie Fuikenw eide) Basisschool TOV (Beatrixschool) Patrimoniumschool Rehoboth school Joh. Calv ijnschool De Blink VSO De Blink VSO De Blink SO SBO De Windroos C. P. v an Leersumschool Het Perron Rembrandt College I chthus College Christelijk Lyceum Veenendaal

Adres Stormzw aluw 25 Duiv enw al-w est 300 Zoete I nv al 8 Larikslaan 1-A Margaretha Turnorlaan 5 Karel Fabritiusstraat 1 De Reede 71 't Kofschip 2 Ronde Erf 2-4 Componistensingel 26 Pr Willem-Alexanderpark 600 Vendelsew eg 30 Spiesheem 54 Kerkew ijk 149 Ruiterijw eg 1 Langelaar 24 De Bongerd 3 Boerenzw aluw 19 Margaretha Turnorlaan 7 Spiesheem 54 Zoete I nv al 10 Zoete I nv al 10 Spiesheem 54 Fuikenw eide 1 Pr Willem-Alexanderpark 602 Karel Fabritiusstraat 1 Koninginnelaan 46 Geersew eg 2 Gerard Terborchstraat 21 Patrimoniumlaan 1 Dav id Tenierslaan 8 Zuiderkruis 740 Willem Barentszstraat 70 Sportlaan 11-13 Rembrandtlaan 2 Vondellaan 4 Kerkew ijk 149

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl * Onder voorbehoud van behalen van de vereiste stichtingsnorm.

Bouwjaar 2019 1989 1976 1973 1997 2024 1976 1976 1975 1989 1970 1975 2014 1974 2003 1982 1982 2019 1998 2014 1975 1975 2014 2014 1970 2024 1978 1950 1964 1981 2006 1973 1982 2010 1998 1990 2005

Onderwijs m2 (bvo)

behoefte m2 (2039)

1.301 m2 1.665 m2 1.300 m2 2.140 m2 2.143 m2 1.006 m2 2.005 m2 1.364 m2 1.943 m2 1.237 m2 828 m2 1.168 m2 1.362 m2 748 m2 1.977 m2 1.644 m2 926 m2 849 m2 1.072 m2 1.670 m2 800 m2 1.600 m2

1.317 m2 1.538 m2 1.156 m2 1.769 m2 2.257 m2 753 m2 2.026 m2 1.110 m2 1.991 m2 1.417 m2 433 m2 699 m2 1.961 m2 2.705 m2 980 m2 1.184 m2 1.040 m2 1.011 m2 1.408 m2 2212* m2 1.528 m2 1.812 m2 633 m2 1.488 m2 2.579 m2 3.228 m2 3.275 m2 1.707 m2 1.117 m2 1.176 m2 11.567 m2 5.999 m2 13.363 m2 12.817 m2

1.049 m2 1.302 m2 1.432 m2 3.218 m2 3.468 m2 791 m2 1.115 m2 1.894 m2 2.548 m2 800 m2 10.981 m2 8.371 m2 12.986 m2 12.337 m2

Verschil -16 127 144 371 -114 253 -21 254 -48 -180 395 469 -599 -728 664 -258 -191 61 262 -1.412 72 -1.812 669 -56 639 240 -2.484 187 1.431 -376 -586 2.372 -377 -480

16/33

5. Maatregelen en uitvoeringsagenda Voor elk gebouw wordt binnen het IHP een maatregel opgenomen wat leidend is voor de gezamenlijke investeringen in de komende jaren. In dit hoofdstuk zijn de verschillende type maatregelen, de uitvoeringagenda en de onderbouwing per school opgenomen.

5.1 Maatregelen Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende maatregelen:

5.2 Kaders In de uitvoeringsagenda is rekening gehouden met de volgende kaders. De ruimtebehoefte is berekend volgens de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Veenendaal: ▪

▪

▪

Nieuwbouw Een nieuw gebouw met een levensduur van ten minste 50 jaar. Renovatie De levensduur van een gebouw verlengen met ten minste 50 jaar. Hierbij wordt een gebouw integraal verbeterd op functioneel, technisch, en energetisch vlak, (zo goed als) gelijkwaardig aan nieuwbouw.

▪

Er is bij dislocaties en vestigingen van gespecialiseerd onderwijs, die voldoen aan de criteria uit de visie, rekening gehouden met een zelfstandige vaste voet voor de ruimtebehoefte; Eventuele investeringen voor kindpartners, zoals kinderopvang en welzijn, zijn geen onderdeel van de investering. Deze worden per project in beeld gebracht en kostprijsdekkend verhuurd; Voor het speciaal (basis)onderwijs is er geen rekening gehouden met de aanvullende ruimtebehoefte voor speellokalen; in de nadere planuitwerking wordt uitgezocht of hier behoefte aan is en of er synergie is met het bewegingsonderwijs. De scenario’s zijn in samenwerking met de onderwijsorganisaties vormgegeven conform de visie en het prioriteringskader in hoofdstuk 3.

Uitbreiding Wanneer uit de leerlingenprognose blijkt dat een school structureel meer leerlingen heeft dan waarop het gebouw normatief is berekend, wordt er voorzien in uitbreiding. Onderzoek Als er in de huidige situatie nog geen voorkeursmaatregel kan worden bepaald of de opgave vraagt om een integraal onderzoek, vindt er een nadere afweging plaats in de businesscase.

De maatregelen per school, als onderdeel van een project, zijn verdeeld over drie fasen. Op de volgende pagina zijn per fase de maatregel, het project, de betreffende scholen en de kaders beschreven.

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

17/33

5.3 Uitvoeringsagenda per fase Lopende projecten Project

School

Maatregel

I KC Dragonder Noord I KC Dragonder Zuid

Het Erf WK Balans t Speel-kwartier (dis) Christelijk Lyceum Veenendaal

Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw

Bewegingsonderwijs

Jaar van oplevering

Grondslag leerlingen

2027 2028 2028 2028

Oppervlakte (m2 bvo) 1.930 m2 1.810 m2 978 m2 2 zaaldelen

Lopende projecten Momenteel wordt er gewerkt aan de nieuwbouw van IKC Dragonder Noord en IKC Dragonder Zuid. De gemeenteraad heeft hiervoor al krediet beschikbaar gesteld en de planvoorbereiding of bouw is al gestart. Daarnaast is er gestart met onderzoek naar de uitbreiding van het bewegingsonderwijs voor het Christelijk Lyceum Veenendaal (CLV). Dit is een uitbreiding met twee zaaldelen. In de wijk Oost is ter overbrugging naar de nieuw te bouwen IKC's Dragonder-Noord en -Zuid en IKC Spits op korte termijn tijdelijke huisvesting nodig. Dit biedt ook een oplossing voor het ruimtetekort in het Ontmoetingshuis. Fase 1: Uitvoeringsagenda 2025 - 2030 Project

School

Maatregel

I KC Joh. Calv ijnschool I KC Spits

Johannes Calv ijnschool C.P. v an Leersumschool SBO de Windroos Groeilocatie oost (CBS Tamin) Gymzaal Spits Wereldkidz (nieuwe school) Al Almana VSO De Blink OPDC Ov erstag De Vlieger Pimpelmees De Bron (fuikenweide) Schoolov erstijgend Scholen v oortgezet onderwijs

Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Uitbreiding Uitbreiding Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Onderzoek

Uitbreiding openbaar onderwijs Al Amana VSO De Blink I KC Engelenburg I KC Ambacht Bewegingsonderwijs Planv orming VO

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

Jaar van oplevering 2027 2029 2029 2026 2029 2026 2026 2029 2029 2029 2029 2029 2030 2030

Grondslag leerlingen

Oppervlakte (m2 bvo)

602 126 121 348

3.228 m2 1.176 m2 1.117 m2 1.948 m2 2 zaaldelen n.t.b. 3.275 m2 n.t.b. 964 m2 235 m2 1.463 m2 2 zaaldelen -

318 229 n.t.b. 152 30 251 -

18/33

IKC Johannes Calvijn De Johannes Calvijnschool is momenteel verdeeld over twee verschillende gebouwen. Beide gebouwen zijn verouderd, daarom wordt er momenteel gewerkt aan een plan voor nieuwbouw voor de gehele locatie op één van de twee bestaande locaties. De ontwikkeling vindt plaats in samenwerking met kinderopvangorganisatie Elorah, met als doel een Inclusief Kindcentrum (IKC) te realiseren met een aanvullend aanbod voor BSO en kinderopvang voor 2 – 4 jaar. IKC Spits Bij IKC Spits komt een inclusieve samenwerking tot stand tussen het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs (SBO) en het speciaal onderwijs (SO). Met dit expertisecentrum wordt concreet invulling gegeven aan de ambitie rondom passend onderwijs, waarbij leerlingen flexibel de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Het nieuwe IKC zal ook bijdragen aan het opvangen van de groei in het oostelijk deel van de stad als aanvullende locatie naast het Ontmoetingshuis en Dragonder-Zuid. Op de locatie komt ook een extra zaaldeel voor het bewegingsonderwijs. Uitbreiding openbaar onderwijs en herschikking IKC De Zwaluw De openbare scholen tonen structurele groei, tegelijkertijd is de ruimte momenteel beperkt. Om de verdere groei te ondersteunen is er in de eerste fase uitbreiding van ruimte nodig voor het openbaar onderwijs in de stad. Wereldkidz groeit verder door naar mogelijk een nieuwe school.

Indien de groei aanhoudt, wordt toegewerkt naar een permanente, zelfstandige locatie in fase 2. Daarnaast wordt een samenwerking met het Rembrandt College verkend. De Achtbaan maakt medegebruik van leegstaande ruimte bij De Vuurvlinder, in goed overleg tussen beide schoolbesturen. Bij verdere groei, van één of beide scholen, wordt gezamenlijk gezocht naar oplossingen op basis van de verordening huisvesting onderwijs. Al Amana Al Amana is gehuisvest in de leegstand bij de Dr. Steenblokschool. Al Amana wil bij voorkeur permanent verblijven op deze locatie. De Dr. Steenblokschool is bereid hiervoor te verhuizen naar nieuwe huisvesting op de Dr. Colijnstraat. Ter overbrugging naar permanente huisvesting in de Dr. Steenblokschool zal

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

Al Amana worden verwezen naar beschikbare tijdelijke huisvesting binnen de doorverwijsafstand. VSO De Blink In navolging van de samenwerking tussen Het Perron en VSO De Blink wordt naast Het Perron huisvesting gerealiseerd voor VSO De Blink. Op deze manier kan er intensief worden samengewerkt en kunnen de vaklokalen gezamenlijk worden gebruikt. Het OPDC heeft de wens hieraan te worden toegevoegd als kindpartner tegen kostprijsdekkende huur. IKC Engelenburg In de wijk Engelenburg wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een Integraal Kindcentrum met basisschool De Vlieger en De Pimpelmees, de school voor nieuwkomers. De Vlieger en De Pimpelmees worden op verzoek van Wereldkidz bij elkaar gehuisvest bij de vervanging van de huisvesting van De Vlieger. Dit samen met samenwerkingspartners zoals kinderopvang voor een IKC met een breed aanbod, aansluitend bij de behoefte van de wijk. IKC De Ambacht De Bron wordt op termijn gehuisvest door middel van herschikking in het Ontmoetingshuis en in het nieuwe IKC Ambacht. Hierbij wordt ook een deel van de groei voorzien als gevolg van geplande woningbouw in De Ambacht (Spoorzone) en instroom van leerlingen uit de omliggende wijk. In het ontwerp gaan we conform de prognose voorlopig uit van 251 met een mogelijkheid om uit te breiden tot 350 leerlingen.

De definitieve omvang, afhankelijk van de beschikbare ruimte, stellen we op projectniveau vast. Daarmee anticiperen we op uitbreidbaarheid voor eventuele verdere toekomstige groei. Bewegingsonderwijs Er is toenemende behoefte aan uitbreiding van ruimtes voor bewegingsonderwijs, met name in het centrum en in zuidoost. Deze druk ontstaat door groei in de basisscholen, het voortgezet onderwijs én het speciaal onderwijs. Deze behoefte wordt integraal opgepakt binnen de lopende projecten in de genoemde gebieden. Planvorming voortgezet onderwijs (VO) Voor de middelbare scholen in de stad geldt dat er op termijn een klein ruimtetekort ontstaat en leidt niet tot de noodzaak tot uitbreiding binnen de planperiode. Wel moet de planvorming hiervoor tijdig in de planperiode worden

19/33

opgepakt. Na afronding van fase 3 zijn er gezien de leeftijd van de gebouwen namelijk investeringen nodig in renovatie van gebouw(del)en binnen het voortgezet onderwijs. Gezien de complexiteit van deze opgaven bestaat de behoefte om tijdig onderzoek te doen naar de situatie. Daarbij wordt er gekeken naar de renovatieopgave én naar bredere huisvestingsvraagstukken, zoals de impact van passend onderwijs op de ruimtebehoefte in het VO.

Fase 2: Uitvoeringsagenda 2031 - 2035 Project

School

Maatregel

Groei Spoorzone (fase 2) I KC De Plantage I KC Molenbrug

n.t.b. De Plantage School Alex TOV (Beatrixschool) De Ceder Dr. C. Steenblokschool Al Amana Wereldkidz Rehobothschool

Nieuwbouw Renov atie Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw/renov atie Nieuwbouw Renov atie Nieuwbouw Renov atie (gebouwdeel)

I KC De Ceder Dr. C. Steenblokschool Permanente locatie Al Amana* Uitbreiding openbaar onderwijs* Rehobothschool

Jaar van oplevering 2031 2031 2031 2031 2032 2032 2033 2034 2035

Grondslag leerlingen

Oppervlakte (m2 bvo)

65

327 m2 1.300 m2 433 m2 633 m2 1.769 m2 1.528 m2 2.400 m2 2.200 m2

86 86 312 264 400 -

Groei spoorzone (fase 2) De woningbouw in De Ambacht vindt gefaseerd plaats. Daarom wordt er ook gefaseerd extra ruimte in omliggende schoolgebouwen toegevoegd, daarvoor is in de tweede fase is een stelpost opgenomen voor extra oppervlakte naast de bouw van IKC De Ambacht. Hierbij gaan we ervanuit dat 2/3 van de leerlingen die in of nabij de wijk onderwijs volgen dit op IKC De Ambacht doen en 1/3 bij scholen in nabij omgeving. Deze ruimte wordt later toegevoegd aan bestaande locaties in de omgeving, afhankelijk van waar de krapte gaat ontstaan.

IKC Molenbrug School Alex (dislocatie Grondtoon) en basisschool TOV zijn in verouderde gebouwen gehuisvest met structurele overmaat. De scholen krijgen op termijn gezamenlijk een nieuw IKC waarbij naast onderwijs aansluiting wordt gezocht

IKC De Plantage Het huidige gebouw van basisschool De Plantage is verouderd. Oorspronkelijk was het voornemen om voor De Plantage nieuwbouw te voorzien in IKC Spits, echter om aan te sluiten bij de behoefte van de school en onderwijskundige redenen is besloten dat De Plantage op een zelfstandige locatie gehuisvest blijft.

Dr. C. Steenblokschool Het huidige gebouw van De Steenblokschool is verouderd en te groot voor het aantal leerlingen. Een deel van het gebouw is daarom in gebruik bij basisschool Al Amana. De school trekt leerlingen uit alle delen van de stad en is daarmee minder gebonden aan de huidige locatie. De school krijgt daarom op een

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

IKC De Ceder Het huidige gebouw van De Ceder wordt op termijn gerenoveerd of vervangen door nieuwbouw.

20/33

andere locatie een nieuw gebouw zodat het huidige gebouw, na renovatie, volledig in gebruik kan worden genomen door basisschool Al Amana. Voor de nieuwbouw zijn er meerdere locaties beschikbaar, waarbij het schoolbestuur de voorkeur heeft aangegeven voor nieuwbouw op de locatie van de kavel van de Dr. Colijnstraat 70. In nader overleg wordt er voorafgaand aan een definitief besluit over verhuizing een onderzoek uitgevoerd naar de best passende locatie in samenwerking tussen de gemeente en het schoolbestuur. Permanente locatie Al Almana Wanneer de nieuwe basisschool op termijn voldoende leerlingen heeft om te voldoen aan de stichtingsnorm krijgt zij de beschikking over een zelfstandige permanente locatie. Dit betreft het huidige gebouw van de Dr. C. Steenblokschool, welke wordt gerenoveerd. Uitbreiding openbaar onderwijs Als de groei van het openbaar onderwijs op langere termijn doorzet krijgt het, indien gewenst, een nieuwe zelfstandige locatie in stadsdeel zuidoost. Hiermee kan er ook worden ingespeeld op de verwachte instroom vanuit de woningbouw in De Ambacht. Voor nieuwbouw zijn de locaties aan de Gerard Terborchstraat en Patrimoniumlaan beschikbaar, nu in gebruik als tijdelijke huisvesting voor VSO De Blink. Rehobothschool Het huidige gebouw van de Rehobothschool bestaat uit verschillende gebouwdelen met verschillende bouwjaren.

Het oudste gedeelte wordt op termijn gerenoveerd.

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

21/33

Fase 3: Uitvoeringsagenda 2036 - 2042 Project School Max Renov atieaanpak West

Renov atie Montessorischool

School School Max Het Baken I Het Baken I I De Grondtoon De Schakel Montesorrischool aan de basis

Maatregel Nieuwbouw Renov atie Renov atie Renov atie Renov atie Renov atie

Jaar van oplevering 2037 2037 2037 2037 2037 2040

Grondslag leerlingen 139 181 363 242 155 266

Oppervlakte (m2 bvo) 699 m2 1.364 m2 2.005 m2 1.237 m2 1.644 m2 1.665 m2

School Max School Max is formeel een dislocatie van basisschool De Grondtoon, maar functioneert als een zelfstandige school. De school heeft in de prognoses structureel een te laag leerlingenaantal om voor zelfstandige nieuwe huisvesting in aanmerking te komen. De school wordt daarom samen met een, nader te bepalen, school in de omgeving gehuisvest indien het leerlingenaantal niet structureel toeneemt tot boven de 150 leerlingen (oktobertelling). Het schoolbestuur heeft de verwachting dat het leerlingenaantal op termijn weer stijgt. In de komende jaren monitoren we het leerlingenaantal in samenwerking met het schoolbestuur. Indien deze structureel toeneemt is het alternatieve scenario om het huidige gebouw te renoveren. Renovatieaanpak West In het westen van de stad zijn er meerdere schoolgebouwen die allen op langere termijn vragen om renovatie. Hiervoor wordt een gezamenlijk en integraal plan gemaakt waarbij er ook wordt gekeken naar het gezamenlijk oplossen van ruimtetekorten en overschotten. Montessorischool Aan de Basis De Montessorischool is samen met een kinderopvangorganisatie gevestigd in twee nabij elkaar gelegen gebouwen. Op termijn worden deze gebouwen gerenoveerd.

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

22/33

6. Financiën In dit hoofdstuk worden de financiële en ruimtelijke uitgangspunten toegelicht die ten grondslag liggen aan de verschillende scenario’s. Per locatie worden de voorgenomen huisvestingsmaatregelen geraamd op basis van de onderstaande uitgangspunten.

6.1 Sturen op Total Cost of Ownership Binnen het Integraal Huisvestingsplan (IHP) hanteren we het principe van Total Cost of Ownership (TCO) als leidraad voor het maken van duurzame en toekomstgerichte huisvestingskeuzes. Dit betekent dat we niet alleen kijken naar de initiële investering, maar ook nadrukkelijk rekening houden met de langetermijnkosten, zoals onderhoud, energieverbruik en inrichting. De gemeente, onderwijsorganisaties en kinderopvangorganisaties dragen hierin gezamenlijk verantwoordelijkheid. Door integraal te sturen op de totale kosten over de gehele levensduur van een gebouw ontstaat een beter financieel afwegingskader voor keuzes tussen renovatie, nieuwbouw en exploitatie. ▪

▪

▪

▪

Onderwijsorganisaties zijn verantwoordelijk voor inrichting (met uitzondering van eerste inrichting), beheer en exploitatie van hun onderwijshuisvesting. Zij dragen bij vanuit de lumpsum-bekostiging of eigen middelen. Kinderopvangorganisaties bekostigen hun huisvesting volledig zelf via eigen investering of kostprijsdekkende huur. Per project wordt vastgesteld op welke wijze zij financieel participeren in ontwerp, zowel investering als exploitatie. Zowel onderwijsorganisaties als kinderopvangorganisaties kunnen besluiten om, binnen de wettelijke kaders, extra te investeren in kwaliteit, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, inrichting of (onderwijskundige) vernieuwing. De gemeente stelt op verzoek een businesscase op die hen ondersteunt bij het maken van een interne afweging. Als onderdeel van de businesscase wordt een duurzaam onderhoudsplan opgesteld, rekening houdend met de levensduur van het gebouw.

2240128/20250905Lke01 | www.icsadviseurs.nl

▪

Indien er onvoldoende eigen middelen beschikbaar zijn, is de gemeente in specifieke gevallen bereid om onder voorwaarden garant te staan voor het aantrekken van financiering voor aanvullende verduurzamingsmaatregelen.

Voor de investeringsprojecten wordt een integrale businesscase opgesteld, Hierin worden kosten en opbrengsten over de volledige levensduur van het gebouw inzichtelijk gemaakt, inclusief een verdisconteerde restwaarde. Dit ondersteunt transparante besluitvorming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16008112/1