3. Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Tekst van het document
Het begrotingssaldo voor de periode 2026 tot met 2029 is als volgt: Financieel meerjarenbeeld programmabegroting 2026-2029 (bedragen x € 1.000) Saldo Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
2026
2027
2028
2029
0
305
404
783
Uit bovenstaand begrotingssaldo blijkt dat er sprake is van een positief saldo vanaf 2027. In dit saldo is rekening gehouden met de rente- en afschrijvingslasten van de geplande investeringen. Dit betekent dat voor de komende begrotingsperiode 2026-2029 de investeringslasten gedekt zijn. Voor de rente- en afschrijvingslasten in 2030 en volgende jaren zijn wel extra dekkingsmiddelen nodig. Onder het volgende kopje komen we hierop terug.
22
Doordat de schulden de komende jaren meer toenemen dan de reserves, is ook een daling van de solvabiliteit zichtbaar. De solvabiliteit geeft immers de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen aan. De daling is een belangrijk signaal, maar leidt binnen de komende begrotingsperiode 2026-2029 niet tot een knelpunt. Dat betekent dat wij voldoende in staat zijn om in de komende periode aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Bovendien is de solvabiliteit, anders dan bij niet-overheden, minder van belang voor het verkrijgen van financiering. Omdat gemeenten niet failliet kunnen gaan. Wel is dit kengetal relevant voor het al dan niet structureel mogen meetellen van incidentele dekking uit de algemene reserve. Zowel de kengetallen voor de grondexploitatie, de structurele begrotingsruimte als ook de belastingcapaciteit kunnen als minst risicovol beoordeeld worden. Dit laat zien dat de risico’s vanuit de grondexploitatie beheersbaar zijn en dat de structurele lasten gedekt worden vanuit de structurele baten. Daarmee is de begroting structureel sluitend. Ook is de gemeentelijke belastingdruk laag en daardoor is er ruimte beschikbaar om de gemeentelijke belastingen te verhogen mocht dat nodig zijn. De hoogte van de algemene reserve ontwikkelt zich in de komende jaren als volgt (bedragen x € 1 miljoen):
2026
2027
2028
2029
34,6
34,3
34,2
34,1
Zoals u uit bovenstaand overzicht kunt zien, daalt de stand van de algemene reserve in de komende 4 jaren in geringe mate van € 34,6 miljoen naar € 34,1 miljoen. Vanaf 2030 zal naar verwachting op basis van de huidige aannames de stand van de algemene reserve nog verder afnemen (zie hiervoor de toelichting bij 'Doorkijk naar 2030 en volgende jaren'). De ratio weerstandscapaciteit laat, in relatie tot de geïnventariseerde risico’s zien dat deze 2,7 bedraagt en is daarmee op orde. Mocht in de komende jaren een risico zich daadwerkelijk voordoen (bijv. de kostenstijging in de jeugdzorg), dan zal de algemene reserve hiervoor incidenteel ingezet kunnen worden. De hoogte van de algemene reserve zal hierdoor wel verminderen. Zie hiervoor ook de toelichting in Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Geconcludeerd kan worden dat, als we de kengetallen in samenhang bezien, de begrotingssaldi beoordelen, de ontwikkeling van de algemene reserve in beeld brengen en weerstandscapaciteit versus de risico’s bekijken, de financiële positie weliswaar onder druk staat, maar voor de komende begrotingsperiode 2026-2029 nog niet als risicovol beoordeeld wordt. Omdat de financiële gevolgen van een aantal grote investeringen deels na deze periode effect zullen hebben, is het zinvol ook te kijken hoe het perspectief zich daarna ontwikkelt, met alle onzekerheden van zo'n doorkijk.
23
Doorkijk naar 2030 en volgende jaren Bij de behandeling van de Kadernota heeft u een motie aangenomen waarin u, naast hetgeen in het vorige hoofdstuk is beschreven, ook verzocht heeft om in deze Programmabegroting zo goed en compleet als mogelijk inzicht te geven wat het verwachte verloop van de gemeentelijke financiën is op de kengetallen in de jaren tot 2035. In dit hoofdstuk wordt aan dit verzoek invulling gegeven. Vooraf is het goed om te bedenken dat we het dan hebben over langetermijn effecten die op ons af (kunnen) komen met alle onzekerheden die deze veronderstellingen met zich meebrengen. We kunnen immers niet in de toekomst kijken. Met dit voorbehoud hebben we getracht zo goed en compleet als mogelijk het verloop van de kengetallen vanaf 2030 inzichtelijk te maken. Voor het verloop van de kengetallen hebben we de volgende uitgangspunten c.q. veronderstellingen gehanteerd: 1. Effect doorwerking investeringen periode 2026-2029; 2. Effect investeringen vanaf 2030; 3. Effect stijging baten; 4. Effect afname eigen vermogen. 1. Doorwerking investeringen 2026-2029 De nu voorliggende programmabegroting heeft betrekking op het komende begrotingsjaar 2026. Voor de jaren 2027 tot en met 2029 is een meerjarenraming opgesteld. Dit alles op basis van de informatie zoals die nu bekend is.
Een aantal ontwikkelingen, zoals die nu in deze meerjarenraming zijn opgenomen, hebben een lasten verhogend effect op de gemeentelijke exploitatie na 2029. Het gaat dan met name om investeringen die in de komende jaren gepland zijn en waarvan de volledige lasten zich vanaf 2030 zullen voordoen. Naast het extra beslag dat deze investeringen leggen op de gemeentelijke exploitatie, zullen ook met name de kengetallen structurele exploitatieruimte en solvabiliteit hierdoor beïnvloed worden. Het negatieve financiële effect op de exploitatie van de huidige geplande investeringen tot en met 2029 bedraagt vanaf 2030 naar verwachting afgerond € 2,5 miljoen in 2030, € 2,1 miljoen in 2031, € 1,5 miljoen in 2032, € 0,7 miljoen in 2033 en € 0,0 miljoen in 2034. Hierbij wordt aangetekend dat in de prognose rekening gehouden is met de vrijval van aflopende kapitaallasten van reeds bestaande activa in de jaren 2030 tot en met 2034. Daarentegen kunnen we niet alle investeringen voorzien die zich tot die tijd zullen voordoen. Navolgend is voor enkele grote componenten een inschatting gemaakt. 2. Nieuwe investeringen vanaf 2030 Om het toekomstige beeld nog aan te scherpen, heeft een uitvraag plaatsgevonden van de verwachte investeringen na 2029. Uit de inventarisatie is gebleken dat voor de jaren 2030 en 2031 de investeringen, waar mogelijk, zo volledig mogelijk in beeld zijn gebracht.
Het gaat om een totaalbedrag van circa € 24 miljoen per jaar. Van dit bedrag is aangenomen dat er voor circa € 18,9 miljoen aan jaarlijkse investeringen in zit, dit betreffen investeringen in onder andere riolering, wegen, renovatie openbare ruimte en bedrijfsvoering. Het overige deel ad € 5,1 miljoen betreft uitbreidingsinvesteringen in 2030 en 2031. Vanaf 2032 zijn de gegevens niet volledig beschikbaar. Wel kunnen we rekening houden met de voorgenomen investeringen vanuit het concept IHP-onderwijs voor periode tot 2035 voor een totaalbedrag van € 34 miljoen. De totale verwachte investeringen tot 2035 bedragen hierdoor gemiddeld € 27 miljoen per jaar (2030 t/m 2034). Hiervan is afgerond € 6,2 miljoen beschikbaar voor de reconstructie van rioleringen. De lasten van deze investeringen worden gedekt vanuit de rioolrechten en hebben daardoor geen effect op de gemeentelijke exploitatie. We gaan daarom uit van een investeringsbedrag van afgerond € 20,8 miljoen per jaar. 24
De jaarlast van voornoemde investeringen bedraagt € 1,2 miljoen vanaf 2031 oplopend naar € 4,7 miljoen in 2034. 3. Stijging baten Bij de ontwikkeling van de baten gaan we er op dit moment van uit dat deze zullen stijgen. We gaan hierbij vanaf 2030 uit van een jaarlijkse BBP-stijging van 1,5% in de algemene uitkering uit het gemeentefonds ten aanzien van de volumeontwikkeling, die ingezet kan worden ter dekking van het totale begrotingssaldo (het prijsdeel blijft beschikbaar voor indexatie van de begrotingsbudgetten). Hierdoor stijgen de totale exploitatiebaten met circa € 4,5 miljoen per jaar. Aangezien dit deels ter dekking van overige groei ingezet zal worden, hebben we een aanname gedaan dat van dit bedrag circa € 0,3 miljoen ter dekking van de meerjarige investeringen is. Als we de BBP-stijging van 1,5% aan de batenkant deels inzetten voor de geplande investeringen en het begrote bedrag aan kapitaallasten jaarlijks met 1,5% ophogen dan zal de begroting vanaf 2030 met € 0,3 miljoen jaarlijks hoger uitkomen. Resume verwachte effecten exploitatie (bedragen x € 1 miljoen) Resultaat exploitatie begroting Doorwerking 2026-2029 Investeringen na 2030 Stijging baten Verwacht resultaat doorrekening Meerjarenbegroting saldo PB 26-29 Geprognotiseerd meerjaren saldo
2030 -2,50 0,00 0,30
2031 -2,10 -1,20 0,70
2032 -1,50 -2,30 1,00
2033 -0,70 -3,50 1,30
2034 0,00 -4,70 1,70
-2,20
-2,60
-2,80
-2,90
-3,00
0,78
0,78
0,78
0,78
0,78
-1,42
-1,82
-2,02
-2,12
-2,22
Het verwachte resultaat na verwerking van bovengenoemde ontwikkelingen bedraagt afgerond € 2,2 miljoen negatief in 2030, € 2,6 miljoen negatief in 2031, € 2,8 miljoen negatief in 2032, € 2,9 miljoen negatief in 2033, € 3,0 miljoen negatief in 2034. Hiermee komt het begrotingssaldo vanaf 2030 uit op een tekort van € 1,42 miljoen in 2030 oplopend naar een tekort van € 2,22 miljoen in 2034. 4. Afname eigen vermogen Als het hiervoor geschetste perspectief zich daadwerkelijk zo ontwikkelt zullen we voor deze jaren aanvullende keuzen en besluiten moeten nemen. Als het perspectief niet, autonoom of door bijsturing, verandert zou dat ten laste van de algemene reserve komen. Voor nu gaan we “worst case” uit van dat voor deze tekorten in de periode na 2029 een beroep gedaan zal worden op de algemene reserve. Daarnaast zullen naar verwachting ook de gevormde bestemmingsreserves na 2029 deels worden ingezet voor het doel waarvoor ze in het leven geroepen zijn. Voor de hoogte van de algemene reserve geldt dat, op basis van onze inschattingen, deze vanaf 2030 jaarlijks met gemiddeld € 3 miljoen en de bestemmingsreserves jaarlijks met € 4,0 miljoen af zal nemen. De stand van de algemene reserve zal hierdoor dalen van € 34,1 miljoen in 2029 naar € 19,1 miljoen in 2034. De minimale stand van de algemene reserve is door uw raad in een eerder stadium bepaald op € 16,5 miljoen.
Doordat het eigen vermogen afneemt, zal de solvabiliteitsratio dalen tot onder de 20% vanaf 2031.
25
De hoogte van de algemene reserve ontwikkelt zich in de komende jaren als volgt volgens bovenstaande beschrijving (bedragen x € 1 miljoen): 2030
2031
2032
2033
2034
31,1
28,1
25,1
22,1
19,1
Het bedrag aan schulden stijgt in de periode 2030 tot en met 2034 van € 362 miljoen naar € 452 miljoen. De ratio weerstandscapaciteit daalt hierdoor in de periode 2030 tot en met 2034 van 2,7 naar 1,8. Hierbij gaan we uit van de huidige risico’s. De ratio dient minimaal 1 te zijn om de risico’s op te kunnen vangen. Als het risico op de budgetten jeugd zich meerjarig zou voordoen, dan zal dat een flink forsere impact hebben op zowel de algemene reserve als de solvabiliteit en het weerstandsvermogen. Overige ontwikkelingen vanaf 2030 Er is een aantal ontwikkelingen die naar verwachting vanaf 2030 een budgettair effect zullen hebben op het financieel meerjarenperspectief, maar waarvan we op dit moment de budgettaire consequenties nog niet kunnen becijferen. Het gaat specifiek om: - Stijgende zorgkosten (waaronder jeugd) en mogelijke compensatie vanuit het Rijk (jeugd: commissie Van Ark); - Meerjarig onderhoud vastgoed (MJOP); - Inzet surplus algemene reserve op termijn niet mogelijk door verlaging solvabiliteit; Ontwikkeling kengetallen Als voor de doorkijk na 2030 bovengenoemde ontwikkelingen in het financieel meerjarenperspectief verwerkt worden, dan heeft dat een nadelig effect op de kengetallen. Daarbij is het goed om in ogenschouw te nemen dat deze kengetallen gebaseerd zijn op aannames en de werkelijkheid in de toekomst hiervan af kan wijken.
De ontwikkeling van de kengetallen ziet er na 2030 als volgt uit:
Als we de bovenstaande kengetallen afzetten tegen de signaleringswaarden vanuit het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader Gemeenten (GTK 2020) dan geeft dat het volgende beeld. De netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte worden geclassificeerd in categorie ‘meest risicovol’. Deze kengetallen zijn daarmee verslechterd ten opzichte van de kengetallen in de periode 2026 tot en met 2029. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit worden nog steeds als ‘minst risicovol’ betiteld. Waarbij de belastingcapaciteit, sec gezien vanuit deze ratio's, ruimte biedt voor belastingverhogingen om keuzen ten aanzien van het begrotingssaldo en voorzieningenniveau desgewenst te dekken.
26
Zoals eerder aangegeven daalt de stand van de algemene reserve van € 34,1 miljoen in 2029 naar € 19,1 miljoen in 2034 en de weerstandsratio daalt naar 1,8 in 2034. De hoogte van de algemene reserve is daarmee voldoende om de risico’s af te dekken. Het begrotingssaldo vanaf 2030 wordt geprognosticeerd op een begrotingstekort van € 1,42 miljoen in 2030 oplopend naar een tekort van € 2,22 miljoen in 2034. Bovenstaande ontwikkelingen leiden ertoe dat er op dit moment geen ruimte beschikbaar is voor nieuw beleid en dat er nog geen structureel sluitende begroting is vanaf 2030. In geval het perspectief zich inderdaad in deze lijn zal ontwikkelen zijn de komende jaren dus nog extra keuzen te maken. We moeten ons realiseren dat we het hebben over lange-termijn effecten die op ons af (kunnen) komen met alle onzekerheden die deze veronderstellingen met zich meebrengen. We kunnen immers niet in de toekomst kijken. Met dit voorbehoud hebben we getracht zo goed en compleet als mogelijk het verloop van de kengetallen vanaf 2030 inzichtelijk te maken
27
PROGRAMMA 1 – FYSIEKE LEEFOMGEVING Visie Fysieke leefomgeving De groei en ontwikkeling van de stad In Veenendaal is het gezond, duurzaam en veilig wonen, werken en leven. Wij maken een bewuste keuze voor de kwaliteit van de leefomgeving. Zo blijven we ook in de toekomst een aantrekkelijke woon-en werkgemeente. Wij zetten in op het duurzaam, beter en slimmer inrichten van de leefomgeving. Dit doen wij bijvoorbeeld door inbreiding en met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. De Groei en Bloei van Veenendaal gaat over de juiste balans tussen wonen, werken en leefomgeving met een groeiende bevolking in een dynamische samenleving. Dit vraagt om ruimtelijke keuzes, strategische investeringen en goede samenwerking met buurgemeenten, provincies Utrecht en Gelderland en de Regio Foodvalley. We streven naar excellente leefomgeving. Dit houdt in dat er een juiste ruimtelijke balans is tussen alle functies die een plek verdienen in Veenendaal. Maatschappelijke voorzieningen De groei van de stad vraagt om een evenredige opschaling van maatschappelijk vastgoed, waaronder onderwijshuisvesting, ruimte voor kinderopvang, sportvoorzieningen en voorzieningen voor zorg en welzijn (Rapport Ruimte voor maatschappelijke voorzieningen Veenendaal handboek referentiewaarden 2025 opgesteld door Sweco).
In navolging van het Integraal Huisvestingsplan voor onderwijshuisvesting brengen wij ook de benodigde voorzieningen voor sport, welzijn en cultuur in beeld in samenwerking met de maatschappelijke partners. Omgevingsvisie Conform planning wordt de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 in december 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie geeft richting aan nieuwe ontwikkelingen en de wijze van het beheer van de fysieke leefomgeving. Deze ontwikkel- en beheersvraagstukken worden in specifieke gevallen verder uitgewerkt in omgevingsprogramma’s, waarvan er een aantal in 2026 worden opgesteld. De samenhang tussen de omgevingsvisie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan vraagt om goede integrale samenwerking. Om ervoor te zorgen dat de omgevingsvisie actueel blijft, vindt een periodieke evaluatie plaats. De duurzame stad Veenendaal werkt aan een duurzame stad zodat ook toekomstige generaties in een leefbare en gezonde omgeving kunnen opgroeien en leven en Veenendaal ook economisch vitaal blijft. De verandering naar een duurzame stad vraagt om ondernemerschap en innovatiekracht. Dit zijn kenmerken die passen bij Veenendaal en die we samen met het lokale bedrijfsleven en onze inwoners kunnen waarmaken.
Daarnaast is deze verandering alleen mogelijk als we de samenwerking met onze medeoverheden (gemeenten, regio, samenwerkingsverbanden, waterschap, provincies en Rijk) blijven zoeken en samen investeren en kennisdelen. Als opdrachtgever, ontwikkelaar en beheerder van de openbare ruimte en het gemeentelijke vastgoed laten we als gemeente zien hoe je deze duurzame ambitie vertaalt naar concrete projecten. Zo geven we zelf het goede voorbeeld in wat we ook van de samenleving vragen.
28
Het beheer van de stad De openbare ruimte van Veenendaal is schoon, heel, duurzaam, toegankelijk en veilig. Ons gemeentelijke vastgoed is goed bruikbaar en faciliteert de beoogde functies. Bij alles wat wij in de openbare ruimte en ons vastgoed doen, zoeken we de juiste balans. De balans tussen de ambities uit de thema's ‘De groei en ontwikkeling van de stad’ en ‘De duurzame stad’ en de beschikbare middelen. Daarnaast houden wij in de gaten hoe de relatie met de bestaande stad, de bestaande voorzieningen/gebouwen en het zorgvuldig omgaan met onze `assets` (groen, wegen, water/ riool, vastgoed etc.) is. Het beheer van de stad is meer dan het beheer van maatschappelijk vastgoed en de openbare ruimte. Het gaat om onderhoud en vervanging, het omgaan met (het ophalen en verwerken van) afval/grondstoffen, veiligheid, het inrichten en gebruik van de buitenruimte. Daarnaast gaat het over verkeer en de wijze waarop we wel of geen ruimte geven aan het faciliteren van mobiliteit. Wat noodzaakt tot het maken van ruimtelijke keuzes.
Thema’s Fysieke leefomgeving I. De groei en ontwikkeling van de stad II. De duurzame stad III. Het beheer van de stad
Financiën Fysieke leefomgeving Onderstaande tabel laat het meerjarig verloop van de baten en lasten inclusief de mutaties in de reserve van het programma Fysieke leefomgeving zien. Zowel het totaal van de lasten als van de baten loopt in de toekomstige jaren van de meerjarenbegroting af. Dit is voornamelijk het gevolg van de aflopende lasten en baten van de huidige grondexploitaties. De afname van de geraamde lasten loopt daarin gelijk aan de afname van de geraamde baten (vanwege het muteren van de boekwaarde). Bedragen x € 1.000
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Baten
55.385
55.161
47.580
44.695
Lasten
65.653
65.164
57.433
54.723
Saldo programma (voor mutaties reserves)
-10.268
-10.003
-9.853
-10.028
2.354
1.710
1.647
1.853
684
638
634
638
Saldo mutaties reserves
1.670
1.072
1.012
1.215
Saldo programma (na mutaties reserves)
-8.598
-8.931
-8.840
-8.813
Beschikkingen Stortingen
Actuele ontwikkelingen Fysieke leefomgeving Thema I - De groei en ontwikkeling van de stad Veenendaal heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een stad met 70.000 inwoners. De omvang en complexiteit van de hiermee samenhangende vraagstukken neemt toe. Dit stelt meer eisen aan onze deskundigheid en beschikbare capaciteit. Alleen op deze manier kunnen we invulling blijven geven aan de provinciale en regionale ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn: het opstellen van en uitvoering geven aan de omgevingsvisie, de inzet van de regio voor het ontwikkelperspectief Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX), de nota ruimte, Regionaal Ruimtelijk Programmeren, het Regionaal/Utrechts Programma Landelijk Gebied (RPLG/UPLG) en de strategische agenda van de Regio Foodvalley. 29
De verkenning van twee grootschalige uitbreidingsgebieden De komende periode staat de verkenning van twee grootschalige uitbreidingsgebieden op de agenda: De Klomp en De Nieuwe Meent. Dit is in het verlengde van de verstedelijkingstrategie, de woondeal en het regionaal ruimtelijk programmeren in de Regio Foodvalley. Hierbij ligt het accent op het vormgeven van samenwerking met buurgemeenten, de provincies Utrecht en Gelderland, Regio Foodvalley en private partijen. De ruimtelijke (on)mogelijkheden van de gebieden worden in kaart gebracht via gebiedsverkenningen en ruimtelijke wensen. Deze werkzaamheden zijn gericht op realisatie na 2030. Uit de vervolgfase van deze verkenningen, komt mogelijk een aanvraag voor een voorbereidingskrediet voort. Besluitvorming zal naar verwachting plaatsvinden na de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. We creëren uitvoeringskracht door integrale gebiedsontwikkelingen Voor de duurzame groei en bloei van Veenendaal zetten we in eerste instantie in op de ontwikkeling van inbreidingslocaties. Zo is in 2025 de bouw van de eerste woningen in Spoorzone gestart. Ook blijven wij, naast verschillende kleinere projecten, inzetten op de grote ontwikkelingen in Groenpoort, de Tuinstraat en de herontwikkeling van het Franse Gat.
De omvang van de ontwikkelingen en ons streven om al deze ontwikkelingen zo integraal en doelmatig mogelijk uit te voeren vraagt veel van de beschikbare capaciteit. Andere randvoorwaarden voor succesvolle ontwikkelingen zijn: - Goede bereikbaarheid; - Voldoende energie (beheersing netcongestie), en - Stikstofruimte. Opstellen verkeerscirculatieplan en actualisatie parkeerbeleid Voor het duurzaam bereikbaar houden van Veenendaal en rekening houdend met de verwachte groei van de stad leveren we in 2026 een verkeerscirculatieplan op. Dit is een onderdeel van het Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit (OPIM). Dit verkeerscirculatieplan moet de doorstroming van het verkeer verbeteren en de veiligheid en de leefbaarheid verhogen. Daarnaast actualiseren wij het parkeerbeleid voor het centrum, de woongebieden en de bedrijfsterreinen. Beschikbaarheid van voldoende energie is essentieel voor ruimtelijke ontwikkelingen. Zonder energie geen woningen, bedrijven en voorzieningen. De energievoorziening in de regio staat onder druk en de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet om aansluitingen af te geven is bijna op. Structureel is forse netverzwaring nodig om voldoende ruimte te creëren, maar de netbeheerders geven aan dat dit tot ten minste 2033 gaat duren.
Netbewuste nieuwbouw en in een zo vroeg mogelijk stadium van gebiedsontwikkeling over het energiesysteem nadenken is dan ook essentieel. Het programma Energie 2026-2030 gaat hiermee aan de slag vanuit de ambitie “te bouwen aan een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem dat de groei en leefbaarheid van Veenendaal ondersteunt.” Voor de uitvoering van de groei en bloei van Veenendaal is voldoende stikstofruimte van belang. Bijvoorbeeld voor de verbreding van de Rondweg-oost en de realisatie van woningen. We hebben hierbij te maken met landelijk beleid, provinciaal beleid vanuit Utrecht en regionale afspraken met de provincie Gelderland. In het verlengde van een regionale oplossingsconferentie is op 17 juli 2025 namens de Regio Foodvalley, Provincie Gelderland, Waterschap Vallei en Veluwe en LTO Gelderse Vallei het ‘Uitvoeringsplan Stikstof’ aangeboden aan minister Wiersma (LVVN) voor de Ministeriële Commissie. Dit lijkt gericht op landbouw, maar is ook van groot belang voor de stedelijke ontwikkeling in de komende jaren.
30
Woningvoorraad en woonbehoefte Net als in de rest van Nederland, zijn ook in Veenendaal meer woningen nodig. Om de woningvoorraad zoveel mogelijk aan te laten sluiten op de (toekomstige) woonbehoefte, is het belangrijk vooral woningen te bouwen die op dit moment onvoldoende beschikbaar zijn. Dit zijn betaalbare woningen voor onder andere jongeren en levensloopbestendige woningen geschikt voor ouderen. In geval van grootschalige woningbouw vindt regionale afstemming plaats om zo de gevraagde percentages sociale en betaalbare bouw te realiseren. Onderzoek naar een toekomstbestendige economie Voor de groei en bloei van Veenendaal is het van belang dat de groei van de bevolking in balans blijft met de groei van de werkgelegenheid. Wij onderzoeken op welke wijze Veenendaal economisch toekomstbestendig is te maken, in het licht van onze huidige positie. Het economisch profiel van Veenendaal dat hieruit voortkomt, werken wij verder uit, in aansluiting op de Strategische Agenda Foodvalley. Hierbij wordt inzichtelijk wat de ruimtevraag is die deze economische ontwikkeling met zich meebrengt. Lees meer over deze uitwerking in het hoofdstuk Programma 2 – Economie, Werk en Ontwikkeling.
Integrale Kindcentra Het nieuwe Integraal Huisvestingsplan (IHP) wordt opgesteld in samenwerking met de onderwijsorganisaties voor primair en voortgezet onderwijs, de samenwerkingsverbanden en kinderopvangorganisaties. Het IHP faciliteert de ontwikkeling van kinderen en jongeren in een veilige, inclusieve omgeving dichtbij huis of makkelijk bereikbaar. Scholen worden gehuisvest in duurzame, flexibele gebouwen die integrale samenwerking tussen kindpartners stimuleert. Inwoners profiteren van levendige kind en jeugdcentra die de wijk versterken en ruimte bieden voor ontmoeting, sport, bewegen en spel. Fase 1 van het nieuwe IHP maakt onderdeel uit van deze Programmabegroting. Deze fase omvat de onderstaande projecten in de planperiode 2026-2030. Wijk Oost: • nieuwbouw IKC Dragonder-Noord (Basisschool Het Erf); • tijdelijke huisvesting Veenendaal Oost; • nieuwbouw IKC Dragonder-Zuid (Basisscholen Balans en Speelkwartier); • nieuwbouw IKC Spits (Speciaal (basis)onderwijs Van Leersumschool, De Windroos, basisschool Tamim); • bewegingsonderwijs IKC Spits; • nieuwbouw IKC De Vlieger/Pimpelmees. Wijk Zuidwest: • bewegingsonderwijs Chr. Lyceum Veenendaal; • nieuwbouw IKC Joh. Calvijnschool; • uitbreiding Perron voor VSO De Blink en OPDC; • uitbreiding bewegingsonderwijs Spoorzone; • nieuwbouw IKC De Bron Ambacht, en • stelpost voor groei Ambacht.
Wijk West: • uitbreiding basisschool De Achtbaan In fase 1 van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) kijken we ook naar wat het voortgezet onderwijs nodig heeft aan gebouwen. We doen dit met oog op inclusief onderwijs en de groei van Veenendaal, zodat we hier op tijd op kunnen inspelen.
31
Vanaf 2026 verbinden we visies van een Integraal Kindcentrum nadrukkelijker met onder andere ons Integraal Beleidskader Sociaal Domein, zoals opgenomen in het nieuwe Integraal Huisvestingsplan (vastgesteld in de raad van november 2025). Een integrale wijkaanpak is een langjarige inzet van maatregelen in een bepaald gebied waar sprake is van een opstapeling van meerdere opgaven. Een integrale wijkaanpak heeft als doel om de leefsituatie van bewoners te verbeteren. Voor de gemeente betekent dit, dat wij in 2026 inhoudelijk betrokken zijn vanuit het beleid voor het sociaal domein bij de ontwikkeling van de visie van Integrale Kindcentra. Theater Op 21 november 2024 besloot de gemeenteraad dat er een nieuw theater komt in de Duivenweide. Het vastgestelde masterplan laat zien hoe het gebied er uiteindelijk uit moet komen te zien. Daarbij hoort ook de inrichting van de openbare ruimte rondom het theater. Het nieuwe theatercomplex zal bestaan uit een grote zaal, kleine zaal inclusief poppodiumfunctie en een break-out room met filmfunctie. In 2025 zijn de gemeentelijke organisatie en de theaterorganisatie samen gestart met de voorbereidingen voor de nieuwbouw van het theater. Een plan van aanpak, inclusief governance en risicoanalyse is opgesteld. De projectorganisatie is ingericht, het integrale Programma van Eisen is opgesteld en de architect is geselecteerd.
In januari 2026 wordt de raad gevraagd het Investeringsbudget Theater Lampegiet beschikbaar te stellen. Het jaar 2026 staat verder vooral in het teken van het ontwerpen van het nieuwe theater en het selecteren van de aannemer. Ook worden voorbereidingen getroffen voor een tijdelijke locatie tijdens de bouw en wordt gestart om de theaterorganisatie klaar te maken voor de nieuwe situatie. In de 2e helft van 2027 wordt begonnen met de bouw en de verwachte oplevering van het nieuwe theater is in het 4e kwartaal van 2029. In het Meerjareninvesteringsplan is al een indicatieve verdeling van de benodigde investeringen opgenomen voor de jaren 2026 tot en met 2029 van respectievelijk € 3 miljoen, € 20 miljoen, € 20 miljoen en € 3,8 miljoen. In de businesscase is gerekend met prijspeil 1 januari 2027. Gezien de latere start van de bouw en oplevering moeten we in de toekomst nog rekening houden met indexering 2028 (en wellicht 2029). In 2025 is al een voorbereidingskrediet van € 1 miljoen beschikbaar gesteld. In 2025 komt er ook meer duidelijkheid over de uiteindelijke verdeling. We nemen dit mee in het raadsvoorstel voor het aanvragen van het investeringsbudget. Lopende subsidieaanvragen doorfietsroute en waterpark spoorzone Het Rijk afgelopen zomer meerdere subsidieregelingen gericht op woningbouw geopend (en ook alweer gesloten).
Vanuit de Regio Foodvalley is in samenwerking met de gemeenten een aanvraag gedaan voor de realisatie van enkele belangrijke doorfietsroutes in onze regio. Ook Veenendaal is hierop aangesloten. Hiervoor is op termijn € 650.000 cofinanciering nodig voor de delen die op Veens grondgebied liggen. Dit kan deels met eigen middelen worden uitgevoerd (bijvoorbeeld via het MIP of onderhoudsbudget) en mogelijk deels met aanvullende subsidies. Daarnaast is door het college een aanvraag gedaan in het kader van de grootschalige woningbouwlocatie Spoorzone. Deze aanvraag betreft de aanpak van het gebied rondom de Vitenslocatie aan de westzijde van de spoorzone (Waterpark). De aanpak is gericht op het vergroten van de drinkwatercapaciteit, het laten vervallen van de boringsvrije zone en de realisatie van groen recreatief gebied voor de bestaande en nieuwe bewoners rondom dit gebied. Hiervoor is op termijn een gemeentelijke cofinanciering van 6 miljoen euro nodig. Over beide aanvragen is de raad met een Raadsinformatiebrief geïnformeerd. Beide bedragen zijn nu niet opgenomen in de begroting. In de komende kadernota of kaderbrief 2027 worden deze opgenomen zodat de raad hierover een integrale afweging kan maken.
32
Motie 2025.35 snelheid elektrische fietsen beperken in probleemgebieden De motie is erop gericht de fietsveiligheid binnen de gemeente Veenendaal te vergroten. We werken deze motie in de toekomst verder uit. Over de acties die daaruit volgen informeren wij u in de komende periode. Thema II - De duurzame stad In het opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal uit 2024 zijn de ambities beschreven voor de verduurzaming van Veenendaal op alle beleidsterreinen. In 2025 startten we door bijvoorbeeld circulair afschrijven als uitgangspunt te nemen en voor Vastgoed (waaronder ook de onderwijshuisvesting) een systematiek voor de bepaling van de restwaarde af te spreken. Ook zetten we stappen in maatschappelijk verantwoord opdrachtgeverschap en inkoop. In 2026 werken we verder aan een duurzaam Veenendaal via 3 programmalijnen: 1. Programma Energie; 2. Programma Circulair Veenendaal, en 3. Programma Klimaat, water en groene groei. In 2025 stelde de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2040 vast. Als verdere uitwerking en verdieping van de visie stelt het college de hierboven genoemde programma's in 2026 als omgevingsprogramma's vast. We informeren de gemeenteraad over de inhoud en voortgang van de programma's.
Programma Energie Wij werken aan een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem dat de groei en leefbaarheid van de stad ondersteunt en op deze manier bijdraagt aan een leefbare en toekomstbestendige stad. De focus ligt hierbij voor - de programmaperiode op: - Opschaling van de Veense Isolatie Actie; - Realisatie van de eerste warmtenetten in de bestaande stad en voorbereiding voor verdere uitbreiding; - Verzwaring van de infrastructuur boven en onder de grond en de toenemende energieinstallaties in de stedelijke omgeving de ruimte te geven; - Slimme afstemming van energiegebruik, -opwek en -opslag om netcongestie tegen te gaan. - Energie opwekken en delen stimuleren; - Samenwerking in de regio voor wind, zon en warmte. - Ondersteunen bedrijven met een energieplan op maat en benutten collectieve kansen in Smart Energy Hubs. - Transities naar actief, gedeeld en zero emissie vervoer. - Verduurzaming van gemeentelijk vastgoed en wagenpark. Naast het Programma Energie stelt de gemeenteraad in 2026 ook het (op basis van de omgevingswet verplichte) Programma Warmte vast (als opvolger van de transitievisie Warmte). Programma Circulair Veenendaal Veenendaal is in 2030 voor 50 procent circulair en in 2050 volledig.
Gemeenten, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners werken samen in een gesloten grondstoffenkringloop waar afval niet meer bestaat en de levensduur van producten zo lang mogelijk is. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie. Voor de periode tot 2030 ligt hierbij de focus op: - campagnes en acties voor verminderen grondstoffengebruik; - het stimuleren en informeren van het gebruik van duurzame en secundaire grondstoffen; - het verlengen van de levensduur van producten en werken door het stimuleren van hergebruik van materiaal en het onderhoud van vastgoed en infrastructuur circulair op te pakken; 33
- het hoogwaardig verwerken van materiaalstromen, onder andere door de verbetering van afvalscheiding; - het ontwikkelen van monitoringsinstrumenten, (interne) trainingen en samenwerking binnen de regio Foodvalley, de provincie Utrecht en de NMU. Programma Klimaat, water en groene groei Veenendaal is in 2050 klimaatbestendig en natuurinclusief. Dit betekent dat het voor iedereen gezond en prettig wonen en werken is in onze groene stad en dat de stad kan omgaan met extreme weersituaties. We richten de stad zo in dat ook de natuur een volwaardige kans krijgt. De focus in de programmaperiode tot 2030 ligt op: - een integrale benadering van klimaat, natuur, gezondheid en leefkwaliteit in de projecten die de gemeente realiseert; - het omschrijven van meetbare doelstellingen (monitoringsinstrument) en het opzetten van een nulmeting; - het blijvend inzetten op samenwerking met bewoners, bedrijven en organisaties. Bijvoorbeeld door de inzet van coaches voor groen en hemelwater, het geven van subsidies om gewenst bedrag te stimuleren en schoolpleinen te vergroenen; - het verankeren van onze ambities in beleid en onze ruimtelijke plannen; - een aangename leefomgeving met minder hittestress dan in 2024; - een robuust bodem- en watersysteem; - een groen en gezond ecosysteem.
Thema III - Het beheer van de stad De ruimte in Veenendaal is schaars en we moeten keuzes maken In het door de raad vastgestelde Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR), is een aantal van deze keuzes al gemaakt. Wij verwachten dat de Omgevingsvisie in 2026 helpt om, op gebiedsniveau, nog meer keuzes te maken dan wel al gemaakte keuzes verder te concretiseren. Dit draagt bij in realisatie van gemaakte keuzes over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het beheer van de stad doen we samen met inwoners en andere partners Wij hebben de ambitie om ook inwoners en andere partners te betrekken bij het beheer van de stad. Dit ligt niet alleen bij ons als gemeente. Wij betrekken inwoners onder andere met inzet van het wijkmanagement. Hiermee faciliteren en stimuleren wij bewoners die initiatieven nemen de openbare ruimte te verbeteren. Omgevingsprogramma Openbare Ruimte In het OPOR 2021-2025 brachten we de ontwikkeling van de diverse assets voor de komende jaren in beeld. Veenendaal staat de komende jaren voor de uitdaging om de woonwijken en industrieterreinen uit de jaren tachtig en negentig en de groei van Veenendaal, veilig en op het afgesproken niveau te houden. In combinatie met de ambities op het gebied van duurzaamheid, vergroenen e.d. vraagt dit binnen de beschikbare middelen om keuzes.
De omgevingsvisie (herziene versie 2025/2026), het Programma Circulariteit en het Programma Klimaat en Groen vormen de input voor het nieuwe OPOR. De verwachting is dat deze plannen eind 2025 of begin 2026 gereed zijn. Hierdoor kunnen we het proces voor het opstellen van het OPOR pas in 2026 starten. Bij deze Programmabegroting 2026 stellen we voor om het huidige OPOR 2021-2025 met een jaar te verlengen. Mede omdat de jaarschijf 2026 van het MIP met de heroverwegingen doorgeschoven is naar 2027. In het nieuw op te stellen OPOR werken wij de gevolgen van de heroverwegingen verder uit.
34
Beheer maatschappelijk vastgoed In navolging op het Vastgoedbeleidplan actualiseren we het Vastgoedbeheerplan en het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP). We zien dat het beheer van maatschappelijk vastgoed steeds meer vraagt van de gemeente door de toename van multifunctionaliteit en technische complexiteit. Diverse maatschappelijke stichtingen geven aan dat zij de exploitatie met inzet van vrijwilligers financieel niet meer rond kunnen krijgen. De consequenties hiervan worden in beeld gebracht en opgenomen in het Vastgoedbeheerplan. Voor het onderhoud aan de gebouwen wordt het MJOP geactualiseerd naar een integraal duurzaam MJOP waarin ook circulair onderhoud een plek krijgt. Het vastgoed wordt in stand gehouden conform NEN2767. De benodigde jaarlijkse dotatie voor het planmatig onderhoud aan de onderhoudsvoorziening wordt op basis van het nieuwe Duurzame Meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) herzien. Kwaliteitsniveaus beheer We beheren de openbare ruimte op een kwaliteitsniveau B in de woonwijken en op kwaliteitsniveau A in het centrum en op de begraafplaats. Uitzondering hierop is het toenemend groenareaal in Veenendaal. We streven naar steeds meer biodivers en natuurlijk groen (Koersdocument Omgevingsvisie Veenendaal 2040). Hier hoort ook natuurlijk beheer bij. Het groen in Veenendaal zal er dus steeds natuurlijker uit gaan zien.
Deze lijn is reeds ingezet en wordt de komende jaren versterkt. Milieu De besturen van ODRU en de RUD Utrecht hebben de intentie deze organisaties samen te voegen. De werknaam voor de nieuwe organisatie is Omgevingsdienst Utrecht. Uiteindelijk beslissen de individuele deelnemers , de 26 gemeenten en de provincie Utrecht , of de Omgevingsdienst Utrecht een feit wordt. Per 1 januari 2026 moet de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht tot stand zijn gekomen. Beide omgevingsdiensten voeren sinds de oprichting milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies) uit voor de bij hen aangesloten gemeenten en provincie. Door samen te gaan is de veronderstelling dat de ODRU en de RUD meer kunnen bereiken voor inwoners en bedrijven en voor een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Er van uit gaande dat de besluitvorming in de laatste maanden van 2025 goed verloopt moet Veenendaal daar in 2026 de positieve resultaten van ondervinden. Amendement 2025.25 Quick Wins Wijkmanagers Dit amendement is erop gericht om het mandaat van de wijkmanagers dusdanig wordt versterkt dat ze in de lead zijn om initiatieven door te voeren. Hiervoor is € 100.000 structureel beschikbaar gesteld. In deze programmabegroting is het amendement verwerkt (budgettair neutraal, ten laste van bestaande budgetten).
Motie 2025.30 weghalen fietspaaltjes De motie is erop gericht om fietspaaltjes op onnodige plekken te verwijderen zodat dit de verkeersveiligheid ten goede komt. We gaan onderzoeken waar dit van toepassing is en informeren u hierover.
35
Thema I – De groei en ontwikkeling van de stad De groei en ontwikkeling van de stad Veenendaal zorgt voor de juiste balans in haar ruimtelijke leefomgeving in een groeiende en veranderende samenleving.
Wat willen we bereiken? I.a. Een excellente leefstad met een goede balans in de ruimtelijke functie, nu en in de toekomst.
Wat gaan we daarvoor doen? I.a.1. De Omgevingsvisie vormt de basis voor de ontwikkeling en uitbreiding van de stad. In 2026 worden omgevingsprogramma's vastgesteld. I.a.2. In het verlengde van de verstedelijkingstrategie en het Regionaal Ruimtelijk Programmeren, en samen met de partners in Regio Foodvalley, komen we in 2026 tot een gedragen keuze voor een volgend ontwikkelgebied. I.a.3. In het verlengde van het pact Groen Groeit Mee (Provincie Utrecht) werken we aan de versterking van natuurontwikkeling en inrichting van een recreatief uitloopgebied ‘De Roode Haan’.
Verbonden partijen De groei en ontwikkeling van de stad De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit thema: •
Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU);
•
Omgevingsdienst Utrecht (ODU) (in oprichting);
•
Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO).
Zie voor meer informatie paragraaf E. Verbonden partijen.
Beleid gerelateerd aan thema De groei en ontwikkeling van de stad
Naam beleidsstuk
Wanneer vastgesteld
Omgevingsvisie Veenendaal 2030
17-12-2020
Woonvisie Veenendaal 2022-2025
3-6-2024
36
Taakvelden thema De groei en ontwikkeling van de stad Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
5.5 Cultureel erfgoed
Baten
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 -1
-1
-1
-1
Lasten
16
16
16
16
15
15
15
15
Totaal 5.5 Cultureel erfgoed 8.1 Ruimtelijke ordening
Baten
-79
-79
-79
-79
Lasten
308
308
308
308
229
229
229
229
Baten
-23.332
-23.047
-16.658
-13.962
Lasten
23.432
23.147
16.758
14.062
100
100
100
100
-2.494
-2.426
-2.373
-2.369
Totaal 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) Totaal 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen
Baten
802
710
653
648
Totaal 8.3 Wonen en bouwen
Lasten
-1.692
-1.715
-1.720
-1.721
Totaal Thema De groei en ontwikkeling van de stad
-1.347
-1.371
-1.376
-1.377
Thema II – De duurzame stad De duurzame stad Veenendaal zorgt voor een duurzame stad, zodat ook volgende generaties gezond, duurzaam en veilig kunnen wonen, werken en leven.
Wat willen we bereiken? II.a. Veenendaal is in 2030 voor 50% circulair als tussenstap naar een volledig circulair Veenendaal in 2050.
Wat gaan we daarvoor doen? II.a.1 Met het programma Circulair Veenendaal 2025 - 2030 werken we aan de maatregelen die nodig zijn om in 2030 op koers te liggen richting een 100% circulaire stad in 2050.
Wat willen we bereiken? II.b. Veenendaal heeft in 2050 een duurzaam energiesysteem dat 100% op hernieuwbare energiebronnen draait en klimaatneutraal (CO2-emissieloos) is.
Wat gaan we daarvoor doen? II.b.1 Met het programma Energie 2026 - 2030 werken we aan de maatregelen die nodig zijn om in 2030 op koers te liggen richting een duurzaam energiesysteem in 2050.
Wat willen we bereiken? II.c. Veenendaal is in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig
Wat gaan we daarvoor doen? II.c.1 Met het programma Groene groei en Klimaat 2025 - 2030 werken we aan de maatregelen die nodig zijn om in 2030 op koers te liggen richting een 100% groene, waterrobuuste en klimaatbestendige stad in 2050.
37
Verbonden partijen De duurzame stad • •
Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV); Gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU).
Beleid gerelateerd aan thema De duurzame stad
Naam beleidsstuk
Wanneer vastgesteld
Strategische kaders en Accommodatiebeleid vastgoed
18-5-2017
Regionale Energiestrategie Foodvalley 1.0
28-6-2021
Beleidsplan Huishoudelijk Afval 2022-2025
16-9-2021
Omgevingsprogramma Energieneutraal Veenendaal 2022 - 2025
16-12-2021
Transitievisie Warmte 1.0
16-12-2021
Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal
21-3-2024
Visie openbare laadinfrastructuur 2030 Gemeente Veenendaal
11-6-2024
Plankaart openbare laadinfrastructuur
16-7-2024
IHP 2026 - 2030
Taakvelden thema De duurzame stad Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
7.2 Riolering
Lasten
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
118
161
61
16
118
161
61
16
Baten
-1.102
-1.102
-1.102
-1.102
Lasten
1.209
1.338
1.338
1.308
107
236
236
206
72
72
72
72
Totaal 8.3 Wonen en bouwen
72
72
72
72
Totaal Thema De duurzame stad
296
469
369
294
Totaal 7.2 Riolering 7.4 Milieubeheer Totaal 7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen
Lasten
Thema III – Het beheer van de stad Het beheer van de stad Veenendaal zorgt voor een openbare ruimte die schoon, heel, duurzaam, toegankelijk en veilig is.
Verbonden partijen De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit thema: • Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV); • Gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU). • Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwater en Grondwater Vallei en Veluwe (M&MAG) Zie voor meer informatie paragraaf E. Verbonden partijen.
38
Beleid gerelateerd aan thema Het beheer van de stad Naam beleidsstuk
Wanneer vastgesteld
Koersdocument Omgevingsvisie 2040
15-4-2025
Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022 - 2025
25-11-2021
Notitie parkeernormen Veenendaal 2020
26-11-2020
Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan 2021 -2024
27-5-2021
Uitvoeringsplan BOSS Veenendaal
5-12-2023
Taakvelden thema Het beheer van de stad Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
Baten
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 -386
-427
-427
-427
Lasten
619
619
613
571
233
192
186
144
-3.285
-3.374
-3.447
-3.454 -3.454
Totaal 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.63 Parkeerbelasting
Baten
Totaal 0.63 Parkeerbelasting 2.1 Verkeer en vervoer
-3.285
-3.374
-3.447
Baten
-792
-793
-731
-731
Lasten
11.335
11.275
11.157
11.124
Totaal 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren
10.543
10.482
10.426
10.393
Lasten
2.762
2.799
3.003
3.290
2.762
2.799
3.003
3.290
Baten
-3.459
-3.078
-1.424
-1.234
Lasten
3.427
3.046
1.392
1.202
-32
-32
-32
-32
Baten
-5
-5
-5
-5
Lasten
5.395
5.481
5.485
5.459
5.391
5.476
5.480
5.454
Baten
-1.959
-1.959
-1.959
-1.959
Lasten
1.220
1.220
1.220
1.219
-738
-739
-739
-740
-6.672
-6.534
-6.515
-6.515
Totaal 2.2 Parkeren 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur Totaal 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie Totaal 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Totaal 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 7.2 Riolering
Baten Lasten
4.589
4.347
4.338
4.338
-2.084
-2.187
-2.176
-2.176
Baten
-10.765
-11.270
-11.786
-11.786
Lasten
8.518
8.705
8.980
8.978
-2.247
-2.565
-2.806
-2.807
Totaal 7.2 Riolering 7.3 Afval Totaal 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer
Baten
-29
-43
-48
-48
Lasten
1.085
1.177
1.293
1.368
1.056
1.134
1.245
1.320
Baten
-1.026
-1.026
-1.026
-1.026
Lasten
745
744
746
743
Totaal 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal Thema Het beheer van de stad
39
-280
-281
-280
-282
11.319
10.905
10.860
11.110
PROGRAMMA 2 – ECONOMIE, WERK EN ONTWIKKELING Visie Economie, werk en ontwikkeling Binnen het ruimtelijk gebied van Veenendaal is het de uitdaging om de economie van Veenendaal in balans te houden met de groei van de bevolking. Uitgangspunt hierbij is de verbinding tussen het stimuleren van de lokale economie en het behouden en vergroten van kwalitatieve en kwantitatieve werkgelegenheid op verschillende niveaus.
Thema’s Economie, werk en ontwikkeling I. Economische ontwikkeling en werkgelegenheid II. Recreatie en toerisme
Financiën Economie, werk en ontwikkeling Onderstaande tabel laat het meerjarig verloop van de baten en lasten inclusief de mutaties in de reserve van het programma Economie, Werk en Ontwikkeling zien. De totaal geraamde lasten nemen met ingang van 2027 iets af. Dit is het gevolg van het besluit bij de Kadernota 2025/Programmabegroting 2025 om met ingang van 2027 te bezuinigen op de bijdrage aan citymarketing en te stoppen met het Programmamanagement Vitale Binnenstad. Bedragen x € 1.000
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Baten
1.235
1.235
1.235
1.235
Lasten
1.957
1.828
1.827
1.827
Saldo programma (voor mutaties reserves)
-722
-593
-592
-592
Beschikkingen
564
564
564
564
0
0
0
0
Saldo mutaties reserves
564
564
564
564
Saldo programma (na mutaties reserves)
-158
-29
-28
-28
Stortingen
Actuele ontwikkelingen Economie, werk en ontwikkeling Thema I - Economische ontwikkeling en werkgelegenheid In regioverband en in contacten met de provincie blijven wij het belang van een economisch toekomstbestendig Veenendaal onder de aandacht brengen. Wij geven daarbij richting aan de wenselijke vormen van bedrijvigheid, die passen binnen de beschikbare ruimte en aansluiten bij de ambities die Veenendaal heeft op het gebied van energie, klimaatadaptie, duurzaamheid en circulariteit. Daarbij is ook van belang een focus te kiezen voor het type werkgelegenheid. Hierbij is er een duidelijke relatie met de Opgave Groei en Bloei en Duurzaam Veenendaal zoals beschreven in Programma 1 – Fysieke leefomgeving.
40
Uitwerking economisch profiel lokaal en regionaal In samenspraak met onder meer het georganiseerde bedrijfsleven hebben we een economisch profiel opgesteld. Deze richt zich primair op de volgende onderdelen: • stimuleren van innovatieve ICT/Food- en ICT/Techclusters en als gemeente hierop profileren, zowel regionaal als landelijk; • behoud ruimte voor maakindustrie voor onze MKB-werklocaties; • inzet op toekomstbestendige bedrijventerreinen en op uitbreiding en intensivering van bedrijventerreinen; • stimuleren verstedelijk werken, in de strook van noord naar zuid (Veenendaal-de KlompBinnenstad-Spoorzone) en waarbij wonen en werken op een integrale en aantrekkelijke manier worden geïntegreerd. Deze onderdelen zijn meegenomen in de economische paragraaf van de nieuwe concept Omgevingsvisie. Inzet op ondersteunen van ondernemers De gemeentelijke inzet blijft erop gericht om de lokale en regionale infrastructuur en beschikbare instrumenten zo goed mogelijk te benutten om ondernemers te ondersteunen. Een continu aandachtspunt is de toenemende arbeidskrapte in diverse sectoren. Dit heeft invloed op de economische groei van bedrijven. Dit geldt voor ondernemers op de bedrijventerreinen, in de horeca maar ook in de zorg en logistiek. Regionaal zijn en worden verschillende projecten gestart om zo goed mogelijk vacatures in te vullen vanuit het beschikbare arbeidspotentieel.
Een relevant vraagstuk is hoe wij omgaan met een veranderende economie. De traditionele detailhandel is in transitie door het online winkelen. Ondernemerswensen en inwoners komen steeds meer centraal te staan in de ontwikkeling van de gewenste voorzieningenstructuur. De invulling van werkgelegenheid wordt beïnvloed door digitalisering, de toepassing van Artificial Intelligence (AI) en robotisering. Dit maakt de behoefte en noodzaak om anders te werken groter, waarbij bepaalde beroepen veranderen of zelfs verdwijnen, rekening houdend met de bestaande arbeidskrapte. Dit vereist aandacht en focus op tijdige om- en bijscholing, waarbij ook het bedrijfsleven ondersteund kan worden om te investeren in de toekomstbestendige inzetbaarheid van medewerkers. In dit proces wordt de aansluiting gezocht bij de ontwikkelingen in de Human Capital Agenda (HCA) en de arbeidsmarktregio FoodValley (AMR FV). Mogelijkheden intensivering bedrijventerreinen Bedrijventerreinen en de daarop gevestigde bedrijven kunnen op twee manieren intensiveren: • in uitbreiding vierkante meters bebouwing. Bedrijven vergroten hun bedrijfspand; • in het aantal werknemers per bedrijf. Bedrijven trekken meer werknemers aan om hun bedrijf te laten groeien. De mogelijkheden om bedrijven te laten intensiveren in vierkante meters zijn divers.
De gemeente speelt hierin een grote rol door meer vrijheid te geven aan bedrijven om op nietbebouwde bedrijfsgrond te mogen bouwen. Daarnaast kunnen bedrijven de hoogte in om op bestaande bouw te bouwen. Dus het toevoegen van een etage op bestaande bouw. De regelgeving staat dit niet altijd toe. We onderzoeken in 2026 twee vragen: • willen bedrijven hun pand in Veenendaal uitbreiden? • kunnen en willen wij als gemeente Veenendaal meewerken aan het versoepelen van de regelgeving als het gaat om het intensiveren bebouwen van bedrijfspercelen? Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek moet worden bepaald of nieuw beleid noodzakelijk is.
41
De intensivering van werkgelegenheid is als gemeente moeilijker te beïnvloeden en van meerdere factoren afhankelijk: • economische groei; • het aanwezige arbeidspotentieel; • de technische ontwikkelingen zoals AI en robotisering die een druk leggen op de werkgelegenheid. We kunnen als gemeente hier een bijdrage aan leveren door een duidelijke economische profilering van ons bedrijfsleven. Deze profilering biedt een aantal kansen: • het onderwijs dat aangeboden wordt in Veenendaal en in de regio kan aansluiten op deze profilering waardoor het makkelijker wordt om mensen met een gewenste opleiding aan te trekken om bij Veenendaalse bedrijven te komen werken; • de profilering kan een aantrekkingskracht zijn voor bedrijven om zich in Veenendaal te vestigen. We hebben in Veenendaal niet veel tot geen nieuwe bedrijfsgrond om uit te geven. Een mogelijkheid om dit te ondervangen is de intensivering van bedrijfsbebouwing zodat we meerdere bedrijven kunnen huisvesten op één perceel; • de profilering kan leiden tot een toename van ecosystemen van bedrijven die waarde toevoegen en meer aantrekkingskracht genereren op nieuwe bedrijven waardoor ook de werkgelegenheid toeneemt. Aandacht voor starters, zzp’er en ondernemersdienstverlening We willen startende ondernemers nog meer en beter ondersteunen. Het merendeel van startende ondernemers wordt gevormd door zzp'ers.
Deze zijn op lokaal niveau niet georganiseerd en daarom minder goed te bereiken. Wij willen daarom onderzoeken op welke wijze deze grote groep ondernemers zo goed mogelijk kan worden ondersteund. Op basis van een interne en externe inventarisatie van knelpunten en behoeften, willen wij onze ondernemersdienstverlening zo goed mogelijk uitvoeren. Voor startende ondernemers wordt tweejaarlijks een startersevent georganiseerd samen met de gemeenten Rhenen, Renswoude en Ede. De eerstvolgende editie is in het najaar 2026. In 2026 wordt een vervolg gegeven aan een kosteloos en intensief begeleidingstraject voor ondernemers die zich in de binnenstad willen vestigen. Dit wordt in opdracht van de gemeente uitgevoerd door een externe partner. Ondernemers worden hierbij ondersteund bij onder andere het vinden van de juiste locatie, het opstellen van een ondernemersplan, het aanvragen van financiering of vergunningen en het ontwikkelen van innovatieve concepten of combinaties. Het doel is om eind 2026 tussen de 10 en 15 nieuwe ondernemers succesvol te laten landen in onze binnenstad. Behouden en bevorderen van werkgelegenheid Het behouden en bevorderen van werkgelegenheid is om meerdere reden een zorg. Het gebrek aan beschikbare fysieke ruimte voor bedrijvigheid speelt hierbij een rol.
Met de transformatie van een bestaand bedrijventerrein naar woningen, komt de beschikbare ruimte nog meer onder druk te staan. Onze inzet is daarom gericht op vormen van stedelijk werken en de intensivering van bedrijvigheid. Het behoud en de groei van werkgelegenheid wordt belemmerd door een tekort aan voldoende en gekwalificeerd personeel. De prognose van werkgelegenheidscijfers laat nog steeds een groei zien in praktisch alle sectoren, waardoor de arbeidskrapte alleen maar toeneemt. Wij richten ons daarom op een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van personeel en willen meer zicht hebben op het onbenut arbeidspotentieel om deze krapte tegen te gaan. Wij investeren in een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voorzieningen De gemeente Veenendaal streeft naar een goede voorzieningenstructuur voor haar inwoners. Detailhandel en horeca vormen daarin een belangrijk onderdeel. Ook voor de ondernemers willen wij een goed ondernemersklimaat en duidelijkheid over de mogelijkheden die er zijn. Dat betekent onder meer aantrekkelijke buurtwinkelcentra op fietsof loopafstand, woonboulevards met een goede bereikbaarheid en een kernwinkelgebied dat aantrekkelijk is voor regionale bezoekers. Ondertussen is de detailhandel en horeca fors in
42
beweging. Waar groeimogelijkheden zijn in de horeca staat juist de winkelmarkt onder druk, niet in de laatste plaats door internetaankopen. Ook het tekort aan personeel speelt een grote rol. Daardoor neemt de leegstand niet zomaar af en dat kan leiden tot ondermijning en verloedering. Een geheel nieuwe ontwikkeling is functiemenging in de wijk (bijvoorbeeld Het Ambacht), waarbij wonen, werken en voorzieningen meer worden gemengd in een stedelijke omgeving. Om adequaat op deze ontwikkelingen te kunnen inspelen is ons geactualiseerde detailhandelsbeleid uit 2025 een belangrijk instrument. De inbreng van ondernemers en inwoners is hierbij meegenomen. Actieplan Vitale Binnenstad Met de samenwerkende partijen werken we aan een binnenstad met een diversiteit aan functies (wonen, werken, beleven) waar bezoekers graag verblijven en elkaar ontmoeten. In 2026 geven we uitvoering aan het Actieplan Vitale Binnenstad 2025-2026. Dit doen we aan de hand van vier speerpunten: 1. complete binnenstad; 2. aantrekkelijke en toegankelijke binnenstad; 3. innovatieve binnenstad; 4. goed georganiseerde binnenstad.
Belangrijke projecten en ontwikkelingen voor 2026 zijn het project Tuinstraat, de ontwikkelingen op het vlak van een nieuw theater in de Duivenweide, duurzame stadsdistributie, het stimuleren van nieuw innovatief ondernemerschap, het tegengaan van de leegstand en de organisatie van aantrekkelijke activiteiten en evenementen in de binnenstad. Bij de heroverweging in 2024 is besloten om de programmatische aanpak op de binnenstad eind 2026 te beëindigen, hiervoor geen extra middelen meer beschikbaar te stellen en dit verder over te laten aan ondernemers. De zogenaamde Verdubbelaar, een subsidieinstrument om activiteiten in de binnenstad te stimuleren, is nog wel beschikbaar. In 2026 wordt de programmatische aanpak afgebouwd en worden taken zo goed mogelijk belegd in de lijnorganisatie en bij Winkelstad Veenendaal. Uitvoering #ditisveenendaal In 2026 worden vanuit het samenwerkingsverband #ditisveenendaal (Merk Veenendaal) een marketingcampagne én promotionele communicatie uitgevoerd. Daarbij worden evenementen die passen bij onze kernwaarden (comfortabel, ondernemend, verbindend) actief onder de aandacht gebracht – via de marketingagenda, socials, website, magazine en lokale media. Hierbij gaat het om culturele, sportieve en ondernemende bijeenkomsten die laten zien hoe prettig het is om in Veenendaal te wonen, werken en leven.
Ook zetten we in 2026 in op twee tot drie grote evenementen met regionale of landelijke aantrekkingskracht. Deze evenementen moeten een unieke signatuur hebben en het positieve beeld van Veenendaal verder versterken. Vanaf 2026 verandert de organisatiestructuur van #ditisveenendaal. De merkmanager wordt niet langer meer ingehuurd door de gemeente, maar door Stichting Winkelstad Veenendaal. Stichting Winkelstad zal vanaf 2026 jaarlijks een gemeentelijke subsidie van € 110.244,gaan aanvragen voor het organiseren van bovenstaande activiteiten en de promotie van Veenendaal. Dit doet Stichting Winkelstad namens het samenwerkingsverband #ditisveenendaal, waarin partners van het merk zijn vertegenwoordigd. Het budget wordt per 1 januari 2027 met € 50.000,- verminderd naar € 60.244,- . Dit is vanwege de uitvoering van het raadsbesluit in juli 2024 (Heroverwegingen Kadernota 2025). Met de betrokken partners wordt in 2026 een plan uitgewerkt om in 2027 met minder financiële middelen van de gemeente de stadspromotie via #ditisveenendaal voort te zetten.
43
Thema II - Recreatie en toerisme Uitvoering Visie Recreatie en Toerisme 2024-2028 De bewoners van Veenendaal zijn voor het recreëren in het groen, aangewezen op recreatievoorzieningen rondom Veenendaal. Belangrijke aandachtspunten in 2026 zijn de inzet op een effectieve samenhang tussen de verschillende regionale, toeristisch-recreatieve samenwerkingsverbanden en recreatieve pakketten waarin Veenendaal participeert, het duurzaam beheer van natuurgebieden en duurzame mobiliteit van en naar recreatiegebieden vanuit Veenendaal. In regionaal verband werken we aan het beter op de kaart zetten van de Grebbelinie. In het voorjaar van 2026 wordt een nieuw wandelknooppuntennetwerk opgeleverd in Utrecht-Oost. Daarmee is Veenendaal verbonden met de rest van de provincie Utrecht en het wandelroutenetwerk Veluwe. Evenementenbeleid Op 3 juni 2024 heeft de raad het nieuwe evenementenbeleid voor de jaren 2024 en volgend vastgesteld met daarin onder andere aandacht voor duurzaamheid en gezondheid, locaties, geluidsnormen en levendigheid. Het aantal zondagen waarop evenementen kunnen plaatsvinden is verruimd van zes naar twaalf. De locatie Markt is nu ook aangewezen als locatie waar op zondag bepaalde evenementen mogen. Een ontheffingsmogelijkheid voor verruiming van de eindtijd van muziek op doordeweekse dagen is opgenomen.
De Agenda Toegankelijkheid is als thema opgenomen met daarin onder meer aandacht voor de toegankelijkheid bij evenementen voor mindervaliden. Het is onze taak een goede balans te vinden tussen de levendigheid van de stad en het voorkomen van overlast door onder andere het stellen van duidelijke kaders, het vroegtijdig betrekken van omwonenden en het borgen van de veiligheid van inwoners tijdens evenementen. De komende jaren zal uitvoering worden gegeven aan dit beleid. In de nog lopende projecten en ontwikkelingen, zoals de herinrichting Stadspark/evenemententerrein, de ontwikkelingen in het kader van nieuwbouw Theater Lampegiet en de upgrade van de Markt besteden we ook aandacht aan ruimte en voorzieningen voor evenementen. Op 15 juli 2025 nam de gemeenteraad een motie aan (met nummer M2025.44) om incidenteel een bedrag van maximaal € 25.000 vrij te maken voor het Festival Zand in 2026 en deze te dekken uit het bestaande programma Economie, Werk en Ontwikkeling. Uit de organisatie is gebleken dat het bedrag onvoldoende is om het festival mogelijk te maken, hiervoor is € 50.000 nodig. De verwachting is dat in 2025 nog incidentele ruimte binnen het evenementenbudget is. Het college is voornemens om in de decemberwijziging 2025 de extra benodigde middelen over te hevelen naar 2026. In 2026 kan binnen in de dan beschikbare middelen uitvoering gegeven worden aan deze motie.