3. Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Tekst van het document
PROGRAMMA BEGROTING 2026
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................. 2 INLEIDING ............................................................................................................................ 4 FINANCIEEL KADER ......................................................................................................... 14 PROGRAMMA 1 – FYSIEKE LEEFOMGEVING................................................................. 28 Thema I – De groei en ontwikkeling van de stad .............................................................. 36 Thema II – De duurzame stad.......................................................................................... 37 Thema III – Het beheer van de stad ................................................................................. 38 PROGRAMMA 2 – ECONOMIE, WERK EN ONTWIKKELING ........................................... 40 Thema I – Economische ontwikkeling en werkgelegenheid.............................................. 44 Thema II – Recreatie en toerisme .................................................................................... 46 PROGRAMMA 3 – SOCIALE LEEFOMGEVING ................................................................
48 Thema I – Inkomen .......................................................................................................... 63 Thema II – Participatie en re-integratie ............................................................................ 65 Thema III – Wmo ............................................................................................................. 66 Thema IV – Jeugd ........................................................................................................... 69 Thema V – Onderwijs en ontwikkeling ............................................................................. 70 Thema VI – Sport............................................................................................................. 71 Thema VII – Cultuur ......................................................................................................... 72 Thema VIII – Welzijn ........................................................................................................ 73 PROGRAMMA 4 – BURGER EN BESTUUR ...................................................................... 75 Thema I – Dienstverlening (extern) .................................................................................. 77 Thema II – Burger en samenwerking ...............................................................................
78 Thema III – Veiligheid samenleving ................................................................................. 78 PROGRAMMA 5 – ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN..................... 80 Thema I – Treasury ......................................................................................................... 80 Thema II- OZB en belastingen overige ............................................................................ 81 Thema III - Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds ........................... 81 PROGRAMMA 6 – BEDRIJFSVOERING ........................................................................... 83 Thema I – Dienstverlening (intern) ................................................................................... 85 Thema II – Security & informatiebeveiliging ..................................................................... 85 Thema III – Middelen ....................................................................................................... 85 Thema IV - Advisering en detachering ............................................................................. 86 Thema V - Bedrijfsvoering algemeen ............................................................................... 86 PARAGRAFEN ................................................................................................................... 87 A.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................. 87 B. Onderhoud Kapitaalgoederen ...................................................................................... 95 C. Financiering............................................................................................................... 103
2
D. Bedrijfsvoering .......................................................................................................... 108 E. Verbonden partijen .................................................................................................... 113 F. Grondbeleid ............................................................................................................... 132 G. Lokale heffingen ........................................................................................................ 134 H. Openbaarheid van bestuur ........................................................................................ 146 BIJLAGEN ........................................................................................................................ 148 1.
MIP ......................................................................................................................... 148
2.
Geraamde baten en lasten ..................................................................................... 154
3.
Geprognosticeerde balans ...................................................................................... 161
4.
Staat van incidentele baten en lasten 2026-2029.................................................... 165
5.
Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................... 168
3
Inleiding Inleiding Met deze Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027–2029 gaan we richting het einde van deze bestuursperiode. Dat is een belangrijk moment. In 2026 richten we ons enerzijds op het uitvoeren van de afspraken uit het huidige raadsakkoord. Tegelijkertijd gaan we in het voorjaar van 2026 aan de slag met het opstellen van nieuwe of aangepaste plannen en afspraken voor de volgende bestuursperiode. In deze Programmabegroting vertalen we de in het voorjaar van 2025 vastgestelde Kadernota 2026 naar concrete cijfers. Dit is ons huishoudboekje voor het jaar 2026, met een vooruitblik naar de jaren daarna. We geven inzicht in onze huidige en verwachte financiële positie. Hierbij wordt duidelijk dat ook in de komende jaren onze opgaven en ambities onder druk staan. Niet alles kan en niet alles kan (te)gelijk. De afgelopen periode was het omgaan met (financiële) onzekerheid een rode draad in bijna alle Kadernota’s en begrotingen. Dit kwam vooral door besluitvorming, of gebrek daaraan, door het Rijk. Maar we zien ook in bredere zin dat onduidelijkheden, onzekerheden of onvoorziene nieuwe werkelijkheden ons voor nieuwe uitdagingen stellen. Denk bijvoorbeeld aan schaarste-vragen die ontstaan door krapte op de arbeidsmarkt, op het energienet, in stikstofruimte en in het vertrouwen in de overheid en de politiek.
De verdere ontwikkeling op deze vraagstukken is lastig te voorspellen en we hebben er maar beperkt invloed op als gemeente. Tegelijkertijd raken deze ontwikkelingen wel de grote opgaven waarvoor we staan. Zoals betaalbaar wonen, zorgen voor gelijke kansen, bestaanszekerheid, klimaat en energie en toekomstbestendige zorg en ondersteuning. Onze aanpak om met deze onzekerheid en veranderingen om te gaan bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste houden we nieuwe ontwikkelingen goed in de gaten, zodat we op tijd kunnen inschatten wat dit betekent voor Veenendaal. Ten tweede blijven we werken volgens de afspraken in het raadsakkoord. Dat geeft ons richting en zorgt ervoor dat we duidelijk, effectief en toekomstgericht kunnen handelen. In Veenendaal hebben we proactief gereageerd op de financiële impact van het zogenaamde ‘ravijnjaar 2026’. In het voorjaar van 2024 hebben we met de samenleving en stakeholders plannen bedacht en keuzes gemaakt om onze begroting voor 2025 en de jaren daarna beheersbaar te houden. We hebben enerzijds gezocht naar ruimte in budgetten, maar er tegelijk ook een aantal inhoudelijke keuzes gemaakt. Ondanks onze inspanningen en oplossingen, voelen we de negatieve effecten van het 'ravijnjaar' en de herijking van het gemeentefonds. Zonder structurele steun van het Rijk zijn de gevolgen ook voor Veenendaal aanzienlijk.
We hebben immers stevige ambities (denk aan investeringen in de fysieke leefomgeving) en tegelijk maatschappelijke uitdagingen met een forse financiële impact. Bijvoorbeeld de toenemende tekorten in de Jeugdzorg. Wij blijven ons inzetten voor onze inwoners, maar kunnen dit niet alleen. Veel hangt af van de ontwikkelingen in de financiële verhouding tussen het Rijk en gemeenten. Daarbij is het van belang om verstandige keuzes te (blijven) maken in onzekere omstandigheden. We moeten als bestuur, maar ook als samenleving, in staat blijven om samen te doen wat nodig is. We willen dat in Veenendaal iedereen een (t)huis heeft, dat iedereen mee kan doen en we werken aan een duurzame toekomst. In de afgelopen jaren hebben we hiervoor een solide basis gelegd. Ook komend jaar zetten we hierop in. Om ook in de toekomst passende keuzes te kunnen blijven maken versterken we ons 4
strategisch vermogen. Dit doen we door in te zetten op het versterken van drie kernvermogens: 1. onze advieskracht (kennis): het vermogen om proactief en deskundig richting te geven aan beleid en uitvoering; 2. onze ontwikkelkracht (innovatiekracht): het vermogen om te leren, te vernieuwen en in te spelen op maatschappelijke veranderingen; 3. onze uitvoeringskracht (ondernemerschap): het vermogen om plannen en strategieën effectief en efficiënt te realiseren. We zijn ons hierbij bewust van de verantwoordelijkheden die we dragen en de last die ook op de schouders van onze inwoners rust. Daarom blijven college en raad in gesprek met de samenleving, waarbij we helder en transparant zijn over onze (financiële) uitdagingen en de maatregelen die we moeten nemen. Tegelijkertijd moeten we ook een beroep doen op de veerkracht van onze samenleving zelf. Binnen deze context voeren we maatregelen door op het gebied van Jeugdzorg, conform de door de raad gemaakte keuzes in het traject ‘Grenzen aan onze jeugdzorg’, om zo meer grip te krijgen, wat via deelprojecten kan leiden tot lagere uitgaven. En voor onze ambities in de fysieke leefomgeving geldt dat we ze in de uitvoering wellicht over meerdere jaren moeten spreiden. We moeten ruimte blijven houden om de sociale basis voor alle inwoners van Veenendaal in stand te houden.
Vanuit het oogpunt van bestaanszekerheid bieden we inwoners ondersteuning zodat iedereen mee kan doen in de maatschappij. We hebben daarbij grote waardering voor de waardevolle inzet en bijdrage van vrijwilligers en mantelzorgers. Tot slot Hoewel cijfers en begrotingen essentieel zijn voor een goed financieel beleid, ligt onze ware drijfveer in het bouwen aan onze stad en samenleving. We houden daarbij onverminderd vast aan een hoog ambitieniveau, maar wel vanuit een realistisch perspectief. Dit betekent dat we flexibel moeten blijven en waar nodig bijsturen. De winkel blijft open, maar we spelen continu in op nieuwe inzichten en veranderende omstandigheden. Niets staat vast. We laten ruimte voor voortschrijdend inzicht, nieuwe perspectieven en nieuwe ambities, terwijl we ook heldere en soms moeilijke keuzes moeten maken.
5
Hoofdlijnen Financiële hoofdlijnen Het financieel kader beschrijft de ontwikkeling van het begrotingssaldo van Veenendaal voor de periode 2026–2029. Ook staat erin welke plannen de gemeente heeft om de financiën op orde te houden. Zeker nu er veel onzekerheid is en het lastig is om genoeg geld te vinden voor alles wat nodig is. Beginsituatie en uitgangspunten • De begroting is gebaseerd op eerder vastgestelde documenten zoals de Programmabegroting 2025, bestuursrapportages en de Kadernota 2026–2029. • Technische richtlijnen zijn geactualiseerd, waaronder een renteverlaging van 3,5% naar 3,0% voor financieringsmiddelen. • De begroting houdt rekening met een jaarlijkse woningbouw van 450 woningen en een bevolkingsgroei van 650 inwoners. Meerjarenperspectief • Begrotingssaldo: o 2026: € 0 o 2027: € 305.000 o 2028: € 404.000 o 2029: € 783.000 • Vanaf 2027 wordt het surplus van de algemene reserve niet meer ingezet. Belangrijke financiële ontwikkelingen • Meicirculaire 2025: leidt tot hogere bijdragen vanuit het gemeentefonds, compensatie voor jeugdzorgkosten en een vertraagde fasering van de Hervormingsagenda Jeugd. • De actualisering van het Meerjareninvesteringsplan (MIP) leidt in de jaren 2026 tot en met 2029 tot lagere kapitaallasten door renteverlaging en realistische fasering van investeringen.
• Er is sprake van een structureel risico van € 7,5 miljoen voor Jeugdzorg door kostenstijging en onzekerheid over rijksvergoeding. Risicobeheersing en weerstandsvermogen • Incidentele risico’s: € 10,51 miljoen. • Structurele risico’s: € 5,6 miljoen. • Beschikbare weerstandscapaciteit: - incidenteel: € 36,8 miljoen; - structureel: € 8 miljoen . Financiële kengetallen • Netto schuldquote: stijgt van 91% in 2026 naar 138% in 2029. • Solvabiliteit: daalt van 29% in 2026 naar 21% in 2029. • EMU-saldo: risico overschrijding als gevolg van investeringen. Voor een toelichting verwijzen we naar het financieel kader en de paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing. Strategische Sturing • Fasering van investeringen in het Meerjareninvesteringsplan (MIP) om financiële druk te spreiden. • Monitoring van risico’s en bijsturing via reguliere P&C-documenten.
6
Bestuurlijke hoofdlijnen Voor de bestuurlijke hoofdlijnen van deze Programmabegroting gaan we eerst in op het raadsakkoord, vervolgens op het onderdeel bestuursstijl en tot slot geven we een overzicht op basis van de begrotingsprogramma's. Raadsakkoord In het raadsakkoord 2022-2026 staan de belangrijkste thema’s en ambities waar we in Veenendaal aan willen werken beschreven. Hieronder beschrijven we aan de hand van deze thema’s uit het raadsakkoord wat in de begroting 2026 is benoemd. De thema’s Wonen en Mobiliteit Er is nog steeds een groot tekort aan woningen. Ook in 2026 blijven we werken aan het oplossen hiervan. We maken bijvoorbeeld afspraken met andere gemeenten in de regio. Ook blijven we, naast verschillende kleinere projecten, inzetten op de grote ontwikkelingen in Groenpoort, het Ambacht, de Tuinstraat en de herontwikkeling van het Franse Gat. Er gebeurt veel op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en we willen al deze plannen zo goed mogelijk en efficiënt uitvoeren. Dat vraagt veel van de mensen en middelen die we beschikbaar hebben. Daarbij zijn er ook uitdagingen op het vlak van stikstofdepositie en ook de beschikbaarheid van voldoende energie is essentieel voor deze ruimtelijke ontwikkelingen. In het programma Energie 2026-2030 werken we daarom aan slimme oplossingen, zoals het bouwen van woningen die rekening houden met het elektriciteitsnet.
Ook denken we al vroeg in het proces na over hoe het energiesysteem in nieuwe gebieden eruit moet zien. Voor het duurzaam bereikbaar houden van Veenendaal en rekening houdend met de verwachte groei van de stad wordt in 2026 een verkeerscirculatieplan opgeleverd als onderdeel van het Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit (OPIM). Daarnaast actualiseren wij het parkeerbeleid voor het centrum, de woongebieden en de bedrijfsterreinen. In 2026 is de dan geactualiseerde Omgevingsvisie het integrale strategische beleidsdocument voor de fysieke leefomgeving, waaronder wonen, energie en mobiliteit. Thema Energie en Duurzaamheid In 2026 werken we verder aan een duurzaam Veenendaal via 3 programmalijnen: •
programma Energie;
•
programma Circulair Veenendaal, en
•
programma Klimaat, water en groene groei.
Als verdere uitwerking en verdieping van de Omgevingsvisie worden de hierboven genoemde programma's in 2026 als omgevingsprogramma's door het college vastgesteld en wordt de raad over de inhoud en voortgang van de programma's geïnformeerd. Thema Openbare ruimte en Groen In 2026 worden op gebiedsniveau nog meer keuzes gemaakt over de inrichting en beheer van de openbare ruimte. We betrekken inwoners onder andere met de inzet van wijkmanagement, en stimuleren bewoners om initiatieven te nemen om de openbare ruimte te verbeteren. In 2026 is er voor de wijkmanagers extra financiële ruimte om initiatieven direct door te voeren. In 2026 werken we aan het opstellen van het nieuwe Omgevingsplan Openbare Ruimte (OPOR), en geven we uitvoering aan het (met een jaar te verlengen) lopende OPOR 20212025. Bij de uitvoering van de werkzaamheden en investeringen hebben we veel aandacht voor vergroenen en klimaatadaptatie, het BOSS-principe en toegankelijkheid en veiligheid. In 2026 is een bedrag in het Meerjareninvesteringsplan (MIP) beschikbaar om te investeren in kwantitatief en kwalitatief hoogwaardig groen en een gezonde en groene leefomgeving.
7
Thema Digitalisering In 2026 werken we verder aan onze profilering als innovatieve ICT-stad in relatie tot Food. Om zo als stuwende kracht te werken voor een vitale economie. Dit doen we samen met onze partners binnen de ICT-Campus. Als gemeente gebruiken we digitale middelen om onze dienstverlening betrouwbaar, efficiënt en toegankelijk te maken. We verbeteren onze onlinedienstverlening, zorgen dat onze ICT veilig en stabiel is, en helpen medewerkers om digitaal vaardig te zijn. Ook werken we aan goede en beschikbare gegevens, zodat we beter kunnen sturen op basis van data. Samen met de provinciale archiefinspecteur voeren we een actieplan uit voor het beheer van onze informatie. Daarnaast onderzoeken we hoe we kunstmatige intelligentie (AI) op een verantwoorde manier kunnen inzetten. Binnen het sociaal domein ontwikkelen we in 2026 de Staat van Veenendaal en de Staat van Educatie verder, waarbij we meer data gedreven gaan werken. Thema Veiligheid In 2026 geven we uitvoering aan het huidige Integraal Veiligheidsplan (IVP) en werken we aan een nieuw IVP met doelstellingen gericht op digitale veiligheid, het tegengaan van ondermijning en het voorkomen van maatschappelijke onrust. In 2026 werken wij ook verder aan de ontwikkeling van het Regionale Veiligheidsteam.
Het meldpunt voor inwoners met onbegrepen gedrag wordt verder ontwikkeld en de samenwerking met partners in het zorg- en veiligheidsdomein wordt versterkt. In 2026 besteden we op verschillende gebieden extra aandacht aan veiligheid. Bijvoorbeeld bij het programma VISA Veenendaal, dat gaat over meedoen in de samenleving, inburgering en werk. Ook bij de opvang van vluchtelingen en het organiseren van evenementen speelt veiligheid een belangrijke rol. Thema Zorg en Welzijn In 2026 geven we verder uitvoering aan het Integraal Beleidskader Sociaal Domein, waarmee we de integrale samenwerking binnen het sociaal domein versterken. De uitvoering richt zich met name op de bestaanszekerheid, de zelfredzaamheid en kwalitatief goede ondersteuning voor inwoners die dit nodig hebben. Daarnaast gaan we in 2026 aan de slag met het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. We gaan met partners in de regio verder bouwen aan de beweging naar preventie en gezondheid, met als doel een gezondere samenleving voor alle inwoners. Dit doen we in 2026 door concrete activiteiten waarin de zorg en het sociaal domein samenwerken, zoals de uitvoering van een Mentaal Gezondheidsnetwerk. Met betrekking tot de schulddienstverlening richten we ons in 2026 meer dan nu op jongvolwassenen en nieuwkomers.
Het netwerk van samenwerkingen wordt hiervoor verder uitgebreid met huisartsen, apothekers, jongerenwerkers en werkgevers. Ook ontwikkelen we in 2026 een aanvullend aanbod passend bij de basisdienstverlening op het vlak van financiële begeleiding en nazorg. In 2026 wordt, naar aanleiding van het overschrijden van het subsidieplafond, de herziene subsidieregeling Vrijwilligerswerk en Informele zorg afgerond, waarna deze van toepassing zal zijn vanaf 2027. Op het vlak van maatschappelijk opvang en beschermd wonen werken we in 2026 verder aan een dekkend zorglandschap. We kijken daarbij welke doelgroep wat nodig heeft en welke plek daarbij het beste aansluit. Ook geven we In 2026 uitvoering aan de keuzes die de raad in oktober 2025 heeft gemaakt met betrekking tot het traject ‘Grenzen aan onze jeugdzorg'. Met dit traject wordt, in samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd, beoogd de kosten in de jeugdzorg meer beheersbaar en daarmee toekomstbestendig te maken.
8
Voor het programma Sociaal Domein is voor 2026 een jaarplan opgesteld. Dit plan is tot stand gekomen op basis van de Startfoto van de Staat van Veenendaal, de input van externe partners tijdens de SD-bijeenkomst en de interne afstemming met collega’s beleid. Het jaarplan 2026 geeft richting aan de opgaven die voor ons liggen. We benutten daarbij zowel data en analyses als de signalen, verhalen en expertise uit de Veense samenleving. Zo krijgen we een volledig beeld van de vraagstukken die spelen en kunnen we gericht werken aan oplossingen. Met dit plan versterken we de samenhang in het sociaal domein en vergroten we de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en partners. Doel is een duurzaam en effectief beleid waarmee inwoners van Veenendaal passende ondersteuning krijgen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Thema Economie, Ondernemen en Bedrijfsleven We willen Veenendaal aantrekkelijk houden voor ondernemers. Dat geldt zowel voor de bedrijventerreinen, maar ook voor de binnenstad en de winkelcentra. We blijven daarom uitvoering geven aan het vestigingsbeleid, verbeteren van het ondernemersklimaat en onze ondernemersdienstverlening. Uitgangspunt hierbij is de verbinding tussen het stimuleren van de lokale economie en het behouden en vergroten van kwalitatieve en kwantitatieve werkgelegenheid op verschillende niveaus.
De versterking en uitbreiding van de woonfuncties en de daaraan gekoppelde (maatschappelijke) voorzieningen vraagt ook om aandacht voor economische ontwikkelingen in Veenendaal. Anders gezegd: een deel van de economische groei en groei van de werkgelegenheid moet plaatsvinden op bestaande bedrijventerreinen, waarbij sprake is van beperkte ruimtelijke mogelijkheden. Voor de fysieke ontwikkeling van een aantal bedrijventerreinen gericht op duurzaamheid, circulariteit, klimaatadaptatie en het tegengaan van netcongestie sluiten we aan bij provinciale en landelijke initiatieven. Ook op lokaal niveau hebben we een actieve inbreng om dergelijke initiatieven te ontwikkelen en waar nodig te ondersteunen. De noodzakelijke financiering van deze ontwikkelingen komt, naast eigen middelen, uit subsidies en bijdragen van het bedrijfsleven. Ook willen we het beheer en onderhouden van het openbaar groen op het bedrijventerrein laten uitvoeren door een stichting vanuit het Veenendaalse bedrijfsleven. Dit betreft een Right to Challenge invulling. Thema Cultuur en Evenementen In 2026 wordt de cultuurnota voor de tweede beleidsperiode van onze cultuurvisie, opgesteld en een uitvoeringsprogramma ontwikkeld. 2026 staat ook in het teken van het ontwerpen van het nieuwe theater en het selecteren van de aannemer.
In 2026 (en 2027) geven we uitvoering aan het realiseren van samenwerkingsscenario 1 ‘samenwerking in de backoffice’ tussen de culturele partijen. Het thema Onderwijs Vanaf 2026 verbinden we visies van een Integraal Kindcentrum nadrukkelijker met onder andere ons Integraal Beleidskader Sociaal Domein, zoals opgenomen in het nieuwe Integraal Huisvestingsplan. In het Programma Klimaat, Water en Groene Groei ligt de focus op onder andere het vergroenen van schoolpleinen. Met de samenwerkingsverbanden werken we in het regionale Op Overeenstemming Gericht Overleg vanaf 2026 vanuit de nieuwe focusagenda 2026-2029. In 2026 versterken we de samenwerking tussen (passend) onderwijs en jeugdhulp.
9
Bestuursstijl In 2026 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. We vinden het belangrijk dat dit goed en netjes verloopt. Daarom beginnen we, net als bij eerdere verkiezingen, op tijd met de voorbereidingen. In het raadsakkoord zijn afspraken gemaakt over de bestuursstijl. In april 2024 besloot de gemeenteraad om een proefproject te starten binnen het thema Openbare Ruimte. In dit project proberen we nieuwe manieren van samenwerken uit, met een hoger participatieniveau. Dat betekent dat inwoners, organisaties en andere betrokkenen meer invloed op en verantwoordelijkheid krijgen voor plannen en besluiten. In december 2024 koos de gemeenteraad voor het project reconstructie Boogschutter als proefproject. Dit project is bij uitstek geschikt voor de pilot, onder andere omdat de ervaring binnen de gemeente is dat bereidwilligheid tot participatie bij hoogbouwbewoners over het algemeen lager is dan bij laagbouwbewoners. Bovendien ervaren de hoogbouwbewoners van de Boogschutter een zekere afstand tot de gemeente en is er weinig sociale cohesie. De insteek van deze pilot is dat inwoners en andere belanghebbenden zelf regie voeren op het proces en de gemeente een meer faciliterende en adviserende rol aanneemt. De gemeente blijft wel verantwoordelijk voor de uitvoering van het plan.
Het doel van deze pilot is om meer eigenaarschap bij inwoners te leggen, maar ook om input te krijgen van inwoners die anders niet zo snel deelnemen of participeren met de gemeente. Bijvoorbeeld inwoners die de Nederlandse taal niet (goed) machtig zijn of weinig vertrouwen hebben in de overheid. Het wijkteam is geënthousiasmeerd over (het doel van) de pilot en waar mogelijk werken we samen met relevante stakeholders. Op 11 juli 2025 is er een eerste informele bijeenkomst geweest in het parkje voor de flat. Vanaf medio september 2025 volgen er meerdere bijeenkomsten, die we in afstemming met de omwonenden en kinderen uit de buurt vormgegeven. De opbrengst van deze bijeenkomsten verwerken we eind 2025 in een plan. Dit plan verwerken we in een opdracht aan een aannemer die in 2027 ook de riolering gaat aanleggen. Met de raad stemmen we tussentijds de wenselijkheid en financierbaarheid van de plannen voor de uitvoering van de pilot af. De rol van het projectteam is vooral om omwonenden te helpen bij de totstandkoming van een uitvoerbaar en breed gedragen plan. We streven ernaar dat er daardoor meer sociale cohesie en gevoel van eigenaarschap ontstaat. Met deze pilot willen we, ook voor toekomstige projecten, leren van de ervaringen die we opdoen met deze manier van werken. Programmaplan Niet alles wat we doen staat in het raadsakkoord.
Sinds dat akkoord is vastgesteld, zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest, zijn plannen aangepast en is er nieuw beleid gemaakt. Daarbij is steeds gekeken naar wat er in het raadsakkoord staat. Ook zijn er nieuwe programma’s en projecten gestart. Hieronder noemen we de belangrijkste onderwerpen voor 2026, op basis van de indeling van de begroting. Sommige punten overlappen met wat eerder is genoemd onder het kopje ‘Raadsakkoord’. Programma 1 – Fysieke Leefomgeving Veenendaal zet ook in 2026 in op een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. De groei van de stad vraagt om strategische investeringen in woningbouw, mobiliteit, energievoorziening, economie en maatschappelijke voorzieningen. Belangrijke projecten zijn de ontwikkeling van locaties zoals Spoorzone en Groenpoort, het nieuwe theatercomplex en het Integraal Huisvestingsplan voor onderwijs. Duurzaamheid krijgt vorm via programma’s voor energie, circulariteit en klimaatadaptatie. Het beheer van de stad richt zich op onderhoud, veiligheid en participatie, met extra mandaat voor wijkmanagers en aandacht voor vergroening en toegankelijkheid.
10
Programma 2 – Economie, Werk en Ontwikkeling De gemeente streeft naar een toekomstbestendige economie in balans met bevolkingsgroei. Er is in 2026 focus op innovatieve ICT/Food- en Techclusters, behoud van maakindustrie en intensivering van bedrijventerreinen. De gemeente ondersteunt ondernemers actief, met aandacht voor arbeidskrapte, digitalisering en AI. Ook starters en zzp’ers krijgen extra ondersteuning. Het Actieplan Vitale Binnenstad wordt uitgevoerd, evenals promotie via #ditisveenendaal. Recreatie en toerisme worden versterkt door regionale samenwerking, duurzame mobiliteit en evenementenbeleid. Programma 3 – Sociale Leefomgeving Veenendaal investeert in een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. Naar aanleiding van de door de raad aangenomen motie (M2025.45) over de actualisatie van de Visie Sociaal Domein 2027 stellen we een keuzenotitie op waarin de route en kaders voor het actualiseren van deze visie worden uitgewerkt. We geven uitvoering aan de uitkomsten van het raadsbesluit van het project Grenzen aan onze jeugdzorg. De gemeente ontwikkelt een impactgerichte welzijnsaanpak. Er is aandacht voor schulddienstverlening, inburgering, participatie van statushouders en het versterken van de sociale basis. Programma 4 – Burger en Bestuur De gemeente wil een betrouwbare, toegankelijke overheid zijn die samenwerkt met inwoners en partners.
In 2026 vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats. Participatie en transparantie staan centraal. We volgen gemeenschappelijke regelingen kritisch op kostenbeheersing. Veiligheid is een speerpunt, met uitvoering van het Integraal Veiligheidsplan en aandacht voor digitale veiligheid, ondermijning en maatschappelijke onrust. De gemeente werkt aan strategische public affairs en versterkt haar positie in de regio. Programma 5 – Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien Dit programma omvat de vrije inkomsten van de gemeente, zoals het gemeentefonds, lokale belastingen en rente-inkomsten. De gemeente bewaakt haar financiële positie via solide treasurybeleid, naleving van kasgeldlimiet en renterisiconorm. Er is aandacht voor risico’s zoals stijgende zorgkosten, netcongestie en renteontwikkelingen. Forse investeringen kunnen leiden tot overschrijding van het EMU-saldo. Met fasering van het Meerjarig Investeringsplan (MIP) beheersen we dit risico. Programma 6 – Bedrijfsvoering De gemeente werkt in 2026 verder aan een toekomstbestendige organisatie met focus op strategisch personeelsbeleid, digitalisering en informatieveiligheid. We investeren in werkgeluk, duurzame inzetbaarheid en arbeidsmarktcommunicatie. De doelenboom wordt verder ontwikkeld. We zetten informatisering en automatisering in voor efficiënte dienstverlening, met aandacht voor AI, data-gedreven werken en privacy.
De bedrijfsvoering ondersteunt de uitvoering van gemeentelijke ambities in een veranderende omgeving.
Opbouw van de begroting Financieel kader In het hoofdstuk Financieel kader wordt u meegenomen in de totstandkoming van het begrotingssaldo vanaf het moment van de Kadernota 2026 tot op heden. De Programmabegroting en meerjarenraming omvat de periode 2026 tot en met 2029. Ook schetsen we onder het kopje ‘Financiële positie’ een financieel meerjarenbeeld tot 2035.
11
Programmaplan Na de beschrijving van het financieel kader volgt het programmaplan, waarin de zes programma’s zijn uitgewerkt. Hierbij wordt steeds dezelfde indeling gehanteerd: Programma - beschrijving van de visie; - de thema's; - financieel overzicht; - relevante ontwikkelingen per thema. Thema's Per thema de volgende indeling: - algemene informatie; - de doelenboom (wat willen we bereiken; wat gaan we ervoor doen); - opsomming van gerelateerde beleidsstukken zoals nota’s en verordeningen; - financieel overzicht (wat mag het kosten). Per thema zijn de verbonden partijen benoemd die een bijdrage leveren aan de realisatie van de doelstellingen binnen dit thema. Voor de verplichte indicatoren welke het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorschrijft nemen wij een directe link op naar het portaal 'Waar staat je gemeente'. Met behulp van deze link kunt u de vaste set aan indicatoren raadplegen. Een uitzondering hierop zijn de indicatoren voor het Programma 6 Bedrijfsvoering. Deze gegevens zijn te vinden in Programma 6 van deze Programmabegroting. (Link: Dashboard BBV Waar staat je gemeente) Paragrafen De paragrafen vormen een 'dwarsdoorsnede' van de begroting. De paragrafen geven daarmee belangrijke aanvullende informatie over de meerjarige financiële positie van de gemeente. De volgende verplichte paragrafen vanuit het BBV zijn opgenomen: A.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing: het weerstandsvermogen geeft aan hoe solide de financiële positie van de gemeente is. In deze paragraaf zijn ook financiële kengetallen opgenomen, zoals het weerstandsvermogen, de solvabiliteit en de schuldquote. B. Onderhoud kapitaalgoederen: in deze paragraaf wordt toegelicht op welke wijze het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen (zoals wegen, riolering, gebouwen) gewaarborgd is. C. Financiering: hier wordt toegelicht op welke wijze met de financieringsbehoefte van de gemeente is omgegaan. D. Bedrijfsvoering: in de paragraaf wordt gerapporteerd over de voortgang van interne ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie. E. Verbonden partijen: de gemeente werkt samen met andere partijen om bepaalde doelen te bereiken. Als de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft bij een partij, is dit een zogenoemde verbonden partij. In deze paragraaf worden alle verbonden partijen toegelicht. F. Grondbeleid: de gemeente speelt een rol in het kopen en verkopen van gronden. Hier wordt verder ingegaan op het gevoerde grondbeleid. G. Lokale heffingen: in deze paragraaf wordt stilgestaan bij de diverse gemeentelijke belastingen en heffingen en de consequenties daarvan voor de inwoners. H.
Openbaarheid van bestuur: in artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet Open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.
12
Bijlagen In de bijlagen komen het Meerjareninvesteringsplan (MIP), de geraamde baten en lasten, de geprognosticeerde balans, de staat van incidentele baten en lasten en de staat van reserves en voorzieningen aan de orde.
13
Financieel kader Inleiding In het financieel kader gaan we in op de financiële ontwikkelingen en het financieel meerjarenbeeld voor de jaren 2026 tot en met 2029. Daarnaast gaan we in op de huidige en toekomstige financiële positie van onze gemeente, waarbij we ook het verwachte perspectief in 2030 en volgende jaren betrekken.
Financieel vertrekpunt Voor de bepaling van het beginsaldo van de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2029 vormen eerder vastgestelde documenten de basis: •
de Programmabegroting 2025, vastgesteld in november 2024;
•
de derde bestuursrapportage over 2024, vastgesteld in december 2024;
•
de Jaarstukken 2024, vastgesteld in juli 2025;
•
de eerste bestuursrapportage over 2025, vastgesteld in juni 2025;
•
de Kadernota 2026 -2029, vastgesteld in juli 2025.
De tweede bestuursrapportage 2025 is in oktober 2025 aan de raad ter vaststelling aangeboden. Eventuele structurele effecten van deze bestuursrapportage zijn verwerkt in deze programmabegroting. Het is gebruikelijk om de gevolgen van de septembercirculaire van het gemeentefonds pas later te verwerken. De raad wordt -voorafgaand aan de besluitvorming over deze Programmabegroting- middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de financiële effecten van deze circulaire.
Technische richtlijnen 2026-2029 Bij de start van de begrotingscyclus voor het volgende jaar worden de richtlijnen voor de technisch-financiële parameters opgesteld. Normaliter leidt een geringe stijging of daling van de indexcijfers in het lopende jaar niet tot een aanpassing van de indexcijfers in het jaar daaropvolgend. In de kadernota zijn de technische richtlijnen voor deze parameters opgenomen en doorgerekend. In deze Programmabegroting zijn de indices, waar noodzakelijk, geactualiseerd op basis van recentere informatie. Specifiek is ten opzichte van de kadernota in deze programmabegroting het rentepercentage voor de aan te trekken financieringsmiddelen aangepast (zie hieronder). Voor het jaar 2026 hanteren we de volgende uitgangspunten: Loon- en prijsstijging 2,7% De loon- en prijsstijging van 2,7% voor 2026 is gebaseerd op het indexcijfer ‘prijs bruto binnenlands product (pbbp)’ uit de meicirculaire 2025. Tarieven gemeentelijke belastingen 2,7% Dit percentage is zoals gebruikelijk gekoppeld aan de verhoging van de prijsstijgingen en bedraagt 2,7%. Rentevoet van 3% voor aan te trekken financieringsmiddelen Dit percentage is ten opzichte van de kadernota met 0,5% verlaagd (van 3,5% naar 3%) op basis van de actuele renteontwikkelingen en de lange-termijn verwachtingen op de kapitaalmarkt. De financiële consequenties van deze aanpassing vindt u terug bij het
14
onderdeel ‘Ontwikkelingen tussen kadernota en programmabegroting’ onder de noemer ‘Actualisering Meerjarig Investeringsplan’. Areaaluitbreiding Het uitgangspunt voor de areaaluitbreiding is de bouw van gemiddeld 450 woningen per jaar en een stijging van 650 inwoners per jaar.
Opbouw financieel perspectief In onderstaand overzicht vindt u het financieel perspectief voor de jaren 2026 tot en met 2029. Financieel meerjarenbeeld programmabegroting 2026-2029 (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Saldo 3e berap 2024 en Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
-2.587
66
48
48
15 -1.137
5 -1.359
23 -1.118
23 -1.118
-1.749 208 -1.172 4.209 562 -1.651 7.886 -5.799 -558 0 -122
-1.763 -158 -1.157 3.825 541 0 7.400 -5.665 -536 -1.199 0
-1.745 2.296 -1.157 1.625 28 0 1.752 -700 -644 -408 0
-1.748 2.313 -1.157 1.625 14 0 1.889 -700 -840 -349 0
0 -81
0 -81
0 -81
0 -81
2.000 -2.000 95 250 -142 0
0 0 42 772 -428 305
0 0 -61 1.058 -512 404
0 0 -86 1.507 -557 783
Verwerkte effecten in de Kadernota 2026-2029 Saldi septembercirculaire 2024 Saldo 1e bestuursrapportage 2025 In de Kadernota 2026-2029 zijn de volgende besluiten verwerk t: Besluitvorming (raad en college) en formatieontwikkelingen Technische richtlijnen Overige ontwikkelingen Voorjaarsnota 2025 en CAO afspraak 2025 Bijstellen reeds opgenomen surplus Algemene Reserve (10%) Saldo Kadernota 2026-2029 Uitkomsten meicirculaire 2025 Reeds verwerkte mutatie in Kadernota 2026-2029 en 1e bestuursrapportage 2025 Reservering loon- prijsstijgingen Bijstellen reeds opgenomen surplus Algemene Reserve (10%) Voorlopig saldo na verwerking meicirculaire 2025 Verwerking College en raadsbesluiten: Structurele effecten 2e bestuursrapportage 2025 Ontwerp begroting ODU (verwacht: raad 25 sept 2025) Overige zaken Dotatie reserve ontheemden aan AR Onttrekking reserve ontheemden Verwerking brede heroverweging Actualisering Meerjarig Investeringsplan Actualiseren inzet surplus algemene reserve (10%) Saldo Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Het meerjarenperspectief laat zien dat het saldo van de begroting in de komende 4 jaren respectievelijk € 0 in 2026, € 305.000 in 2027, € 404.000 in 2028 en € 783.000 in 2029 is. Hieronder worden de diverse onderdelen uit het perspectief toegelicht. Kadernota 2026-2029 De besluitvorming over de Kadernota 2026-2029 is in deze programmabegroting uitgewerkt. Voor de inzichtelijkheid hebben we deze besluitvorming het totaaloverzicht van dit financieel kader, wat u onderaan deze paragraaf aantreft, onderverdeeld in vijf thema’s. Hiermee sluiten we aan bij de onderverdeling zoals die in de kadernota is toegepast. Voor de toelichting op deze onderdelen verwijzen we u graag naar de toelichting zoals die in de kadernota is opgenomen. Bij de behandeling van de Kadernota is ook een amendement aangenomen waarin structureel € 100.000 beschikbaar wordt gesteld voor quick-wins. Het bedrag moet gedekt worden uit de structurele middelen vanuit het thema Fysieke Leefomgeving. In deze programmabegroting is het financiële effect van dit amendement verwerkt, waarbij de dekking van deze uitgaven als negatieve stelpost is opgenomen binnen het programma
15
Fysieke Leefomgeving. Hierdoor is er dus nog geen concrete invulling gegeven aan de te realiseren dekking. Meicirculaire 2025 In de meicirculaire 2025 is een aantal belangrijke ontwikkelingen opgenomen die van invloed zijn op de hoogte van de algemene uitkering en daarmee ook effect hebben op ons financieel meerjarenperspectief. Via een raadsinformatiebrief is reeds in een eerdere fase uitgebreid over deze circulaire gecommuniceerd. De belangrijkste ontwikkelingen hebben we samengevat in deze programmabegroting: a. Uitkomsten meicirculaire 2025 In de meicirculaire 2025 zijn de accressen geactualiseerd, waaronder de prijsindex over 2025, wat leidt tot een structureel hogere bijdrage vanuit het gemeentefonds. Daarnaast is in de circulaire de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk verwerkt. Deze besluitvorming heeft voornamelijk betrekking op de kostenontwikkeling in de jeugdzorg. Het Rijk compenseert deels de terugval van het gemeentefonds (cluster jeugdzorg) en deels de kostenstijging zoals die zich in de jeugdzorg voordoet. Tevens is het ingroeipad van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd vertraagd waardoor de ingeboekte besparingen voor 2026 en 2027 zijn teruggedraaid. Tenslotte zijn ook de ontwikkelingen van het BTW-compensatiefonds (BCF) structureel in deze circulaire verwerkt.
Het voordelige effect bedraagt in totaal € 7.886.000 in 2026, € 7.400.000 in 2027, € 1.752.000 in 2028 en € 1.889.000 in 2029. b. Reeds verwerkte mutaties in Kadernota 2026-2029 In de Kadernota 2026-2029 is voor een belangrijk deel reeds rekening gehouden met de gevolgen van de Voorjaarsnota 2025 en de hieruit voortvloeiende gevolgen voor de meicirculaire 2025. Het gaat dan met name om de ontwikkelingen met betrekking tot de jeugdzorg. De hierboven genoemde uitkomsten van de meicirculaire worden daarom gecorrigeerd met de bedragen die reeds in de kadernota zijn meegenomen, te weten € 5.799.000 in 2026, € 5.665.000 in 2027, € 700.000 in 2028 en € 700.000 in 2029. c. Reservering loon- en prijsstijgingen Zoals gebruikelijk wordt de vanuit het Rijk ontvangen compensatie voor loon- en prijsstijgingen gereserveerd en ingezet ter dekking van de gemeentelijke loon- en prijsstijgingen. De aanvullende rijksbijdrage bedraagt € 558.000 in 2026, € 536.000 in 2027, € 644.000 in 2028 en € 840.000 in 2029. d. Bijstellen surplus Algemene Reserve Na de verwerking van de mutaties zoals ze hierboven zijn opgenomen onder a t/m c kan de bijdrage uit de algemene reserve (vanuit het surplus) in de jaren 2027, 2028 en 2029 met respectievelijk € 1.199.000, € 408.000 en € 349.000 verlaagd worden.
Ontwikkelingen tussen kadernota en programmabegroting Tussen het opstellen van de Kadernota 2026-2029 en deze Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn op het financieel meerjarenperspectief. Hieronder worden deze ontwikkelingen toegelicht. Tweede bestuursrapportage 2025 De tweede bestuursrapportage 2025 is in oktober 2025 aan de raad ter vaststelling aangeboden. In deze bestuursrapportage zijn geen budgettaire effecten opgenomen die van invloed zijn op het financieel kader voor de jaren 2026 tot en met 2029. Verder is het gebruikelijk om de gevolgen van de septembercirculaire van het gemeentefonds pas later te verwerken. De raad wordt over die gevolgen, voorafgaand aan de behandeling van deze programmabegroting, middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd.
16
GR Omgevingsdienst Utrecht (ODU) (nadeel € 81.000) Op basis van de Ontwerpbegroting 2026 van de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) neemt de structurele bijdrage aan deze (nieuwe) gemeenschappelijke regeling vanaf 2026 toe met afgerond € 81.000. De verhoging van de bijdrage is het gevolg van prijsstijgingen in verband met de inflatie, een aangepaste herverdelingssystematiek ten opzichte van de eerdere situatie bij de ODRU en een wijziging in de ureninzet. Overheveling van € 2 miljoen van de reserve Opvang ontheemden naar de algemene reserve (budgettair neutraal) Uit een analyse van de reserve Opvang ontheemden is geconcludeerd dat de stand van de reserve hoger is dan de onderliggende verplichtingen en risico’s. Daarom wordt, zoals in de kadernota is aangekondigd, in deze programmabegroting € 2 miljoen vanuit de reserve Opvang ontheemden overgeheveld naar de algemene reserve. Verwerking brede heroverweging Voor wegen is de afschrijvingstermijn verlengd van 40 jaar naar 50 jaar. Hiervoor was er een structurele stelpost van € 500.000 voordeel in de begroting opgenomen. De definitieve verwerking laat een saldo door de jaren heen zien. Het gaat specifiek om een bedrag van € 95.000 in 2026, € 42.000 in 2027, -€ 61.000 in 2028 en -€ 86.000 in 2029.
Actualisering Meerjarig Investeringsplan (voordeel € 250.000 in 2026 oplopend naar € 1.507.000 in 2029) Zoals aangekondigd in de Kadernota 2026-2029 is in de aanloop naar deze programmabegroting het Meerjarig Investeringsplan (MIP) geanalyseerd en geactualiseerd, waarbij het budgettair kader vanuit de kadernota als taakstellend is gehanteerd. Hierbij zijn onder meer de volgende ontwikkelingen betrokken: 1. Op grond van de actuele renteontwikkelingen en de lange-termijn verwachtingen op de kapitaalmarkt kan de rente voor de aan te trekken leningen verlaagd worden van 3,5% naar 3,0%. Dit geldt met name voor de financiering van de investeringen zoals ze zijn opgenomen in het Meerjarig Investeringsplan die in de komende jaren gerealiseerd worden. 2. De aanpassing van de afschrijvingstermijnen, zoals ze bij de kadernota zijn vastgesteld, is doorgevoerd. 3. Tevens zijn de investeringsbedragen waar nodig geactualiseerd en is de planning/fasering van de investeringen zo realistisch mogelijk in het financieel meerjarenperspectief verwerkt. Dit heeft op de korte termijn een voordelig effect op het meerjarig perspectief, echter komen de lasten in latere jaren (na 2029) wel ten laste van het financiële perspectief.
Bovengenoemde ontwikkelingen resulteren per saldo in een voordelig effect op ons meerjarig beeld van € 250.000 in 2026, € 772.000 in 2027, € 1.058.000 in 2028 en € 1.507.000 in 2029. Inzet surplus algemene reserve (nadeel € 142.000 in 2026 oplopend naar € 557.000 in 2029) Doordat er per saldo door bovengenoemde ontwikkelingen sprake is van een positieve bijstelling van het financieel kader, kan de bijdrage vanuit het surplus van de algemene reserve in de jaren 2026 t/m 2029 verlaagd worden. Het gaat specifiek om een bedrag van € 142.000 in 2026, € 428.000 in 2027, € 512.000 in 2028 en € 557.000 in 2029. Vanaf 2027 wordt daarmee het surplus van de algemene reserve niet meer ingezet. Risico kostenontwikkeling jeugdhulp a. Algemeen uitgangspunt Bij de besluitvorming over de Kadernota 2026-2029 is het financieel kader voor de jeugdzorg vastgesteld. Afgesproken is om dit kader als taakstellend binnen de begroting voor de komende jaren te hanteren en het mogelijke risico op overschrijding van dit kader in de risicoparagraaf te verwerken.
17
b. Opbouw begroting Specifiek is in het huidige meerjarenperspectief voor de jaren 2026 en 2027 afgerond € 30,4 miljoen en voor de jaren 2028 en 2029 is € 28,4 miljoen begroot. Deze bedragen zijn als volgt opgebouwd:
Zoals u in bovenstaand overzicht ziet, is als basis structureel € 33,1 miljoen in de begroting opgenomen voor de 2e-lijnskosten. Het uitgangspunt daarbij is dat we onze begroting baseren op de informatie die we vanuit de Jeugdhulpregio JeugdFV ontvangen. De basis van € 33,1 miljoen is dan ook gebaseerd op de prognose zoals die lopende 2024 vanuit de Jeugdhulpregio JeugdFV is aangeleverd. In april 2025 is de eindafrekening over 2024 vanuit de Jeugdhulpregio JeugdFV ontvangen. Uit deze eindafrekening bleek dat de kosten verder gestegen waren. In de kadernota 20262029 is besloten om deze kostenstijging uit 2024, van afgerond € 1,4 miljoen in 2026 en 2027 en afgerond € 1,3 miljoen in 2028 en 2029, niet structureel vanaf 2026 toe te voegen aan het jeugdbudget. Daarmee moet de kostenstijging dus taakstellend binnen de begroting opgevangen te worden. Het financieel kader voor de jeugdzorg bevat daarnaast nog taakstellingen die in een eerdere fase al meerjarig in de begroting zijn opgenomen voor een totaalbedrag van € 1,3 miljoen. Het gaat specifiek om het terugdringen van de kosten voor het residentieel verblijf (€ 0,8 miljoen) en het terugdringen van de tweedelijnskosten voor ambulante begeleiding en veiligheid door deze activiteiten deels bij het CJG neer te leggen (€ 0,5 miljoen). In totaal bedraagt de huidige taakstelling in de begroting voor 2026 en 2027 afgerond € 2,7 miljoen.
Vanaf 2028 is ook de eerder vastgestelde taakstelling vanuit de Hervormingsagenda Jeugd van kracht en daarmee loopt de taakstelling verder op met afgerond € 2,0 miljoen naar afgerond € 4,7 miljoen. c. Invulling taakstelling De ingezette maatregelen voor het terugdringen van de kosten voor het residentieel verblijf en het terugdringen van de tweedelijnskosten voor ambulante begeleiding en veiligheid sorteren vooralsnog niet het volledige effect, en dit effect wordt mede teniet gedaan door de kostenstijging op andere onderdelen binnen de jeugdhulp. Deels worden deze maatregelen ook nog geïmplementeerd en is de verwachting dat het effect in een latere fase zichtbaar zal worden. Tevens is sprake van een stagnatie bij de Proeftuinen door het uitblijven van rijksbeleid. Voor de verdere invulling van de taakstelling is, naast de reeds eerder ingezette maatregelen, in oktober een aanvullend pakket aan maatregelen ter besluitvorming aan de raad voorgelegd onder de noemer ‘Grenzen aan de jeugdzorg’. Voor de volledigheid: in deze programmabegroting is nog geen rekening gehouden met de impact van deze maatregelen. De noodzaak tot het maken van scherpe keuzes is vanwege het realiseren van deze taakstelling en het beschikbaar en betaalbaar houden van goede jeugdhulp van groot belang.
Na de besluitvorming over de maatregelen zullen bij de uitwerking de verwachte financiële effecten doorgerekend worden. Naar verwachting worden de effecten van de maatregelen met name vanaf 2027 zichtbaar. Ook met de Regio wordt stevig ingezet op contractmanagement, handhaving en toezicht. Er wordt gewerkt aan een regiovisie die mogelijk effect heeft op de financiën. Daarnaast zal de deskundigencommissie in 2027 een zwaarwegend advies uitbrengen over de (kosten)ontwikkelingen in 2025 tot en met 2027, en een uitspraak doen over een reëel financieel kader voor de periode vanaf 2028.
18
In het meerjarenperspectief is vanaf 2028 aan de inkomstenkant rekening gehouden met een (extra) vergoeding vanuit het Rijk van afgerond € 0.9 miljoen. Deze extra vergoeding is vorig jaar structureel in de begroting opgenomen, ervan uitgaande dat het Rijk ons compenseert voor de kostenstijging in de jeugdzorg als gevolg van de volumegroei (in aantallen en intensiteit). Op dit moment is de realisatie hiervan nog onzeker en mede afhankelijk van het advies van de deskundigencommissie in 2027. In de meicirculaire 2025 heeft het Rijk structureel aanvullende middelen toegekend vanwege het tekort in 2024. Vanaf 2028 dienen deze extra middelen echter via maatregelen binnen de jeugdzorg gedekt worden, waardoor onze bijdrage vanuit het gemeentefonds in 2028 nagenoeg gelijk blijft. De maatregelen die het Rijk heeft aangekondigd in de meicirculaire zijn: de invoering van een eigen bijdrage in de Jeugdzorg, het sturen op de trajectduur binnen de jeugdzorg en het indexeren van de opbrengst vanuit de Hervormingsagenda. Deze maatregelen (specifiek; de invoering van de eigen bijdrage en het sturen op de trajectduur) kunnen leiden tot extra inkomsten of lagere lasten bij gemeenten. Als er meer duidelijkheid is over de nadere uitwerking van deze maatregelen, dan kunnen deze mogelijke effecten vanaf 2028 ingezet worden. d.
Kostenstijging 2025 In de Kadernota 2026-2029 is vermeld dat op basis van de definitieve jaarrapportage van de Jeugdhulpregio JeugdFV over 2024 er sprake is van een (structurele) kostenstijging van de jeugdhulp. Uit de eerste voortgangsrapportage van de Jeugdhulpregio JeugdFV over 2025 blijkt dat deze kostenstijging zich in 2025 verder doorzet. Het totaalbedrag van de 2e-lijns jeugdzorg bedraagt momenteel afgerond € 35 miljoen. De bijkomende kostenstijging bedraagt in 2025 ten opzichte van onze begroting afgerond € 3,2 miljoen. Dit wordt enerzijds voor een bedrag van afgerond € 1,9 miljoen hoofdzakelijk veroorzaakt door een verdere toename van de ambulante jeugdhulp, met name ambulante begeleiding. Anderzijds wordt ingeschat dat de opgenomen taakstelling in onze begroting van afgerond € 1,3 miljoen in 2025 niet of niet volledig gerealiseerd wordt. Zie hiervoor ook de toelichting onder c. Invulling taakstelling. Vooralsnog gaan we er daarom van uit dat het niet realiseren van de taakstelling in de begroting voor 2025 een incidenteel karakter heeft. In de tweede bestuursrapportage 2025 is het negatieve budgettaire effect voor 2025, ad € 3,2 miljoen, verwerkt. e.
Meerjarige doorwerking kostenstijging Zoals hierboven aangegeven, hebben we in 2025 te maken met een aanvullende kostenstijging van afgerond € 1,9 miljoen veroorzaakt vooral door een verdere toename van de ambulante jeugdhulp. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze kostenstijging een doorwerking heeft naar 2026 en volgende jaren. Als we deze verwachting afzetten tegen het huidig financieel kader voor de jeugdzorg dan laat zich een negatief tekort zien, oplopend van € 4,6 miljoen in 2026 en 2027 naar € 6,6 miljoen vanaf 2028 (zie onderstaand overzicht). Daarbij moet aangetekend te worden dat er in het overzicht vanuit gegaan wordt dat de taakstellingen niet gerealiseerd worden. De impact van de reeds ingezette maatregelen en de effecten vanuit het traject ‘Grenzen aan de jeugdzorg’ kunnen dit beeld in positieve zin beïnvloeden. Aan de andere kant wordt op dit moment geen rekening gehouden met een mogelijk verdere stijging van de kosten door een volumetoename in de komende periode, wat dan een negatieve doorwerking heeft.
19
f. Verwerking In de Kadernota 2026-2029 is het financieel kader voor de jeugdzorg vastgesteld waarbij kostenstijgingen als aanvullend risico in de risicoparagraaf opgenomen worden. In lijn met dit taakstellende kader is kostenstijging in 2025, ad € 1,9 miljoen, als aanvullend risico in de risicoparagraaf verwerkt. Het risicobedrag vanuit de uitgavenkant is hiermee berekend op € 6,6 miljoen. Aan de inkomstenkant bedraagt het risico van het niet realiseren van de geraamde rijksvergoeding € 0,9 miljoen. Hierdoor neemt het risicobedrag voor de jeugdzorg toe naar in totaal € 7,5 miljoen. Zie hiervoor ook de toelichting in de risicoparagraaf. Om het risico te minimaliseren zullen, naast de bestaande maatregelen, scherpe keuzes door de raad noodzakelijk zijn in het traject ‘Grenzen aan de jeugdzorg’. Zoals eerder aangegeven zal ook met de Regio stevig worden ingezet op contractmanagement, handhaving en toezicht. Er wordt gewerkt aan een regiovisie die mogelijk effect heeft op de financiën. Daarnaast zal de deskundigencommissie in 2027 een zwaarwegend advies uitbrengen over de (kosten)ontwikkelingen in 2025 tot en met 2027 en een uitspraak doen over een reëel financieel kader voor de periode vanaf 2028. Mogelijk dat het Rijk op basis van dit advies de rijksvergoeding in positieve zin zal bijstellen.
Mocht het risico zich evenwel in 2026 deels of geheel voordoen, dan wordt, zoals gebruikelijk, voorgesteld om de algemene reserve als dekking voor dit risico in te zetten. Stelpost onderuitputting In de Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 is in het kader van de heroverwegingen een stelpost onderuitputting opgenomen. Het gaat vanaf 2026 om een bedrag van afgerond € 1,3 miljoen. In de 2 Bestuursrapportage 2025 wordt voor een totaalbedrag van afgerond € 1 miljoen structureel invulling gegeven aan deze stelpost. Het resterende structurele saldo van afgerond € 0,3 miljoen zal ingevuld worden, zodra de mogelijkheid zich voordoet. In de toezichtsbrief bij de Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 heeft de provincie aangegeven dat zij een algemene onderuitputtingspost als niet reëel beoordeelt. Het parlement heeft eerder dit jaar een motie aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen om het opnemen van een algemene stelpost onderuitputting voor gemeenten wel mogelijk te maken met als doel dat gemeenten makkelijker realistisch kunnen begroten. En het kabinet wordt tevens opgeroepen om hierover afspraken te maken met de provincies als financieel toezichthouder op de gemeentefinanciën. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over deze afspraken.
20
Financiële positie Voor een houdbare financiële positie is het van belang om meerjarig en in samenhang naar de ontwikkeling van de financiële kengetallen te kijken. Voor de beoordeling van de financiële kengetallen kijken we mede naar de signaleringswaarden zoals die zijn vastgesteld in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader Gemeenten (GTK 2020).
Voor de definitie van de kengetallen verwijzen wij u naar de toelichting hierop in Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente wordt weergegeven in het volgende overzicht, waarbij de kleuren aangeven in welke risicocategorie het kengetal zich bevindt (groen = minst risicovol, wit = neutraal, rood = meest risicovol). Navolgend leest u eerst over de voorliggende periode van de meerjarenbegroting. Daarna wordt een doorkijk gegeven naar de vier jaren daarna.
Kengetallen 1A Netto schuldquote 1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2 Solvabiliteitsratio 3 Grondexploitatie 4 Structurele exploitatieruimte 5 Belastingcapaciteit
Rekening 2023
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
52%
59%
110%
91%
104%
125%
138%
46%
53%
102%
83%
96%
117%
129%
36% 1,5% 0,80 85%
34% 7,9% -0,16 85%
21% 5,9% 2,3 85%
29% 10,4% 2,1 82%
26% 9,5% 1,0 82%
23% 7,0% 0,6 82%
21% 1,6% 0,8 82%
De ervaring is dat de prognoses in de tijd gedeeltelijk naar latere jaren verschuiven, daardoor wijken de gerealiseerde kengetallen aan het einde van het jaar in het merendeel van de gevallen in positieve zin af van de eerder afgegeven prognoses. In deze begroting hebben we de ramingen meerjarig zo realistisch mogelijk opgenomen waardoor de afwijking tussen begroting en realisatie naar verwachting in de nabije toekomst afneemt. Bovenstaande kengetallen zijn gebaseerd op basis van het huidige ambitieniveau en het toekomstbeeld van onze gemeente voor de komende begrotingsperiode 2026 tot en met 2029.
21
Toelichting van de kengetallen Uit de berekende kengetallen blijkt dat deze zich voor het grootste gedeelte bewegen in de categorie ‘minst risicovol’ en ‘neutraal’. Wel valt op dat het kengetal ‘netto schuldquote’ in 2029 als ‘meest risicovol’ wordt geclassificeerd. Daarnaast daalt in de komende jaren de ‘solvabiliteitsratio’, echter het kengetal blijft in 2029 nog binnen de classificatie ‘neutraal’. Beschouwing financiële positie periode 2026-2029 In zijn algemeenheid is het goed om vast te stellen dat een afzonderlijk kengetal weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, dat is afhankelijk van wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat die schuld weer wordt afgelost. Met andere woorden: we gebruiken een afzonderlijk kengetal niet individueel voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een belangrijke indicator zijn van de financiële positie van een gemeente. Naast deze kengetallen zijn ook de ontwikkeling van het begrotingssaldo, de algemene reserve en de weerstandscapaciteit medebepalend voor de financiële positie van een gemeente.
De provincie heeft naar aanleiding van ons verzoek recent aangegeven dat de beoordeling van de voorgeschreven kengetallen in eerste aanleg een zaak is van de gemeenteraad zelf. Zo is wettelijk bepaald. De waarde van de kengetallen zijn voor de toezichthouders (de colleges van GS van de 12 provincies) niet van doorslaggevende betekenis bij het toekennen van de toezichtvorm. Daar gaat het nog steeds om structureel en reëel evenwicht in de begroting of meerjarenbegroting. De waarden van de kengetallen en de ontwikkeling daarvan zijn wel één van de indicatoren voor het beoordelen van de financiële risico’s die een gemeente loopt. In de praktijk betekent dit dat de provincie dit intensiever zal volgen en ook de raad in de toezichtbrieven nadrukkelijk zal vragen dit te doen. Teneinde de risico’s die dit met zich meebrengt beheersbaar te houden. Zoals eerder aangegeven valt uit de berekende kengetallen op dat de schuldquote vanaf 2027 stijgt. Dit is voornamelijk het gevolg van een forse toename van het investeringsvolume. Voor deze investeringen moeten er langlopende leningen (schulden) aangetrokken worden. Bij dit kengetal is het belangrijk dat we in staat zijn om de schulden meerjarig af te lossen. En dat we de rente- en afschrijvingslasten, die voortvloeien uit deze investeringen, binnen de gemeentelijke exploitatie kunnen dekken.