CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Programmabegroting 2025 OUD

Gemeenteraad 4 november 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-202839.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Ook wordt zo op een meer integrale wijze bezien waar mogelijkheden liggen voor ombuigingen. Er kan dan -waar nodig of gewenstgezamenlijk (zowel bestuurlijk als ambtelijk) actie richting de betreffende GR-en worden ondernomen. Onlangs heeft er een vervolg bestuurlijk overleg plaats gevonden vanuit het initiatief van de Gemeente De Bilt. Tijdens dit overleg is gesproken over denkbare oplossingsrichtingen. Uitgangspunt is om tijdig te kunnen anticiperen op de komende veranderingen en duidelijkheid te creëren. De zorgen en onontkoombare gevolgen te delen en sturen op gezamenlijkheid in de vorm van een ambtelijke werkgroep en stuurgroep. Verwachtingen zijn besproken en voor de korte termijn ligt de focus op urgentiebesef en vervolgstappen richting het samenstellen van ambtelijke werk- en stuurgroep Voor de gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen waarin Veenendaal deelnemer is het beeld vooralsnog als volgt: GR / verbonden partij

Stand van zaken voorstellen invullen ombuigingen ravijnjaar

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

VRU is bezig om te kijken naar bezuinigingsmogelijkheden die ook worden gedeeld in de reguliere overleggen met de contactambtenaren van de aangesloten gemeenten

Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

De AVU heeft de ‘Notitie Zienswijzen ontwerpbegroting 2025’ opgesteld met de kansen voor kostenbesparing. Deze notitie is met de gemeenten gedeeld.

Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)

In het algemeen bestuur van 14 april 2024 is toegezegd om met scenario’s voor inhoudelijke besparingen te komen. Daarom is er de opdracht gegeven aan de ODRU om scenario’s in beeld te brengen die kunnen leiden tot kostenbesparingen. De spelregels en het kader zijn in de vergadering van het algemeen bestuur van 4 juli 2024 besproken. Bij de aanbieding van het

68

Uitvoeringsprogramma 2025 aan de regievoerders voor de zomer van 2024 worden deze scenario’s als advies meegestuurd. Het is aan gemeenten als opdrachtgever om dan de eventuele keuzes te maken en de bijbehorende risico’s te accepteren. De GGD heeft dit opgepakt, o.a. naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op de kaderbrief 2025. Het volgende proces wordt gevolgd:

Gemeentelijke Gezondheidsdienst Utrecht (GGDrU)

•

De GGD is gestart met een eerste bestuurlijke bespreking in mei 2024. Hierin gaat de GGD vroegtijdig het gesprek aan over de voorziene ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2026 en verder.

•

Vervolgens zal een gespreksronde worden georganiseerd met alle wethouders volksgezondheid.

•

De opgehaalde inzichten worden gepresenteerd tijdens de jaarlijkse bestuursconferentie van GGD regio Utrecht in oktober, waarna de concept kaderbrief voor 2026 kan worden opgesteld en eind 2024 aan de raden kan worden gestuurd.

De GGD zegt hierover: Door gezamenlijk en tijdig de dialoog aan te gaan en te starten bij het begrotingsjaar 2026, biedt dit de ruimte om bewuste keuzes te maken en waar mogelijk, voor zowel de korte als de lange termijn, de verschillende belangen bij elkaar te brengen. En deze in te passen in het meerjarig financiële en inhoudelijke kader van zowel gemeenten als GGDrU. Bank Nederlandse gemeenten NV (BNG)

€ 0 bijdrage, niet van belang voor invullen ravijnjaar

Vitens N.V

€ 0 bijdrage, niet van belang voor invullen ravijnjaar

Regio Foodvalley

In de reguliere overleggen met de contactambtenaren van de aangesloten gemeenten is wel gesproken over bezuinigingen, concreet opgepakt is dit nog niet door Regio Foodvalley. Aan de Regio Foodvalley nemen ook 5 Gelderse gemeenten deel.

Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)

In de constructie GR SWZOU en IW4 Beheer N.V. zijn minimale mogelijkheden voor de GR om te bezuinigen. De loonkosten en Rijkssubsidie WSW verlopen via de N.V. De GR onderzoekt mogelijkheden voor kostenbesparingen voor zowel de GR als N.V. De uitvoering van bedrijfsactiviteiten en kosten voor 69

huisvesting vinden plaats in de N.V. en daarover voeren wij gesprekken over efficiëntie, kostenbesparingen in de bedrijfsvoering en toekomstige financiële ontwikkelingen.

Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper

Betreft een collegeregeling en een beleidsarme GR. De deelnemende gemeenten kunnen dus vrij direct sturen op kosten en dus ook evt ombuigingen. Binnen de BVO wordt gewerkt aan beheersmaatregelen om de kosten te beperken. Dit is echter al eerder ingezet vanuit het perspectief kwaliteit en niet per definitie als ombuiging.

Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)

Bestuurlijk/ambtelijk is in het voorjaar 2024 in algemene zin gesproken over ontwikkelingen, en verder op dat moment nog niet in beeld gebracht wat eventuele consequenties voor de dienstverlening of voor ACV zelf zouden kunnen zijn. In het kader van de heroverweging is vervolgens onderzoek gedaan naar mogelijke bezuinigingen op de werkzaamheden van de ACV. In de kadernota zat een voorstel om werkzaamheden in de openbare ruimte die ACV voor ons uitvoert minder vaak uit te voeren. De raad heeft dit voorstel geamendeerd. Met dit besluit zien wij verder dan ook geen ombuigingsmogelijkheden meer. Ombuigingsmogelijkheden zouden weer in beeld kunnen komen bij gesprekken met de raad over het nieuwe afvalbeleidsplan/circulariteitsplan. Ook kan door ACV nog worden gekeken naar bijvoorbeeld bezuinigingen in overhead en/of efficiency.

GBLT

Veenendaal treedt toe per 1 januari 2025. Geen nadere informatie bekend over mogelijke bezuinigingen.

Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)

Niet van belang voor invullen ravijnjaar.

Duurzame Energie Veenendaal-Oost BV Holding BV (DEVO Holding)

Niet van belang voor invullen ravijnjaar.

Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)

Reeds betrokken bij de heroverwegingen Kadernota 2025-2028.

Stichting Ontmoetingshuis

Reeds betrokken bij de heroverwegingen Kadernota 2025-2028.

70

Stichting Veens welzijn

Reeds betrokken bij de heroverwegingen Kadernota 2025-2028.

Parkeervoorzieningen

Reeds betrokken bij de heroverwegingen Kadernota 2025-2028.

Thema I – Dienstverlening (extern) Algemeen Dienstverlening (extern) Veenendaal wil een moderne, goed functionerende organisatie zijn, welke constant in beweging is om in te spelen op ontwikkelingen in de samenleving.

Wat willen we bereiken? I.a. De eerstelijns dienstverlening is klant-, service- en oplossingsgericht, waardoor er balans is tussen efficiënte inrichting en klantbeleving.

Wat gaan we daarvoor doen? I.a.1. Jaarlijks worden balie en telefonie gemeten op bereikbaarheid (telefonie, social media en website), toegankelijkheid (balie, o.a. openingstijden, werken op afspraak), middels een klanttevredenheidsonderzoek. I.a.2. Signalen die voortkomen uit onderzoeken of rechtstreeks van klanten oppakken om de dienstverlening blijvend te optimaliseren. I.a.3. Innovatieve service aanbieden aan onze klanten via digitaal loket, de balie en telefonie (particulieren, bedrijven en instellingen). Landelijke ontwikkelingen worden gevolgd zoals ediensten en wet- en regelgeving op dit gebied.

Wat willen we bereiken? I.b. We streven naar steeds meer zelfregie voor de klant om zijn zaken met de gemeente (digitaal) zelf te kunnen regelen.

Wat gaan we daarvoor doen? I.b.1. Meten van gebruik webformulieren.

Verbonden partijen Dienstverlening (extern) Niet van toepassing.

Beleid gerelateerd aan thema Dienstverlening (extern) Niet van toepassing.

Taakvelden thema Dienstverlening (extern) Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

0.2 Burgerzaken

Baten

-878

-878

-878

-878

Lasten

438

638

638

638

Totaal 0.2 Burgerzaken

-440

-240

-240

-240

Totaal Thema Dienstverlening (extern)

-440

-240

-240

-240

71

Thema II – Burger en samenwerking Wat willen we bereiken? II.a. Veenendaal zet zich (ook) in 2025 in voor de verdere ontwikkeling van de regio Foodvalley.

Wat gaan we daarvoor doen? II.a.1. Eind 2020 is de geactualiseerde Strategische Agenda Foodvalley 2020 – 2025 vastgesteld. De komende jaren wordt in Triple Helix-verband vormgegeven aan de uitvoering van deze Strategische Agenda. Veenendaal levert hieraan zijn bijdrage. II.a.2 In 2025 wordt de nieuwe Strategische Agenda 2026-2030 ter vaststelling aan de raden van de Foodvalley-gemeenten aangeboden. II.a.3. Als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling geeft Veenendaal mede invulling aan de overheidsgeleding van de Triple Helix regio Foodvalley (3 O’s: overheid, onderwijs, ondernemingen).

Wat willen we bereiken? II.b Veenendaal is een betrouwbare samenwerkingspartner.

Wat gaan we daarvoor doen? II.b.1. Veenendaal zet zich (ook) in 2025 in voor de verdere ontwikkeling van de regio Foodvalley.

Wat willen we bereiken? II.c. Adequate sturing en controle ten aanzien van verbonden partijen waarin de gemeente Veenendaal deelneemt.

Wat gaan we daarvoor doen? II.c.1. In het najaar van 2024 wordt de gemeenteraad een geactualiseerde Nota verbonden partijen ter vaststelling aangeboden.

Verbonden partijen Burger en samenwerking De volgende verbonden partij levert een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit thema: •

Regio Foodvalley.

Zie voor meer informatie paragraaf E Verbonden partijen.

Beleid gerelateerd aan thema Burger en samenwerking Naam beleidsstuk

Wanneer vastgesteld

Kadernota verbonden partijen

Naar verwachting oktober 2024

Taakvelden thema Burger en samenwerking Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

0.1 Bestuur

Baten

-118

-118

-118

-118

Lasten

3.517

3.465

3.389

3.389

Totaal 0.1 Bestuur

3.400

3.347

3.272

3.272

Totaal Thema Burger en samenwerking

3.400

3.347

3.272

3.272

72

Begroting 2028

Thema III – Veiligheid samenleving Algemeen Veiligheid samenleving Veenendaal zorgt voor een veilige samenleving.

Wat willen we bereiken? III.a Inwoners en ondernemers kunnen veilig wonen, werken en leven in de stad en weten hoe ze weerbaar zijn tegen verschillende soorten criminaliteit.

Wat gaan we daarvoor doen? III.a.1. Samen met partners, inwoners en ondernemers realiseren we de doelstellingen uit het IVP Heuvelrug 2023-2026. III.a.2. Samen met partners acteren we op (acute) (zorg- en)veiligheidsissues, waarbij gewerkt wordt met actuele wet- en regelgeving en actuele inzichten over de inzet van bestuurlijke bevoegdheden.

Verbonden partijen Veiligheid samenleving De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit thema: •

Veiligheidsregio Utrecht (VRU).

Zie voor meer informatie paragraaf E Verbonden partijen.

Beleid gerelateerd aan thema Veiligheid samenleving Naam beleidsstuk

Wanneer vastgesteld

IVP Heuvelrug 2023 - 2026

apr-23

Horecanota: Veenendaal Bruist

mei-13

Algemene Plaatselijke Verordening

jun-24

Diverse beleidsregels voor de uitvoering van landelijke en lokale wet- en regelgeving

Taakvelden thema Veiligheid samenleving Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

1.1 Crisisbeheersing en Brandweer

Baten

-7

-7

-7

-7

Lasten

4.543

4.775

4.771

4.767 4.760

Totaal 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid

Begroting 2028

4.535

4.767

4.764

Baten

-84

-84

-84

-84

Lasten

819

819

812

812

Totaal 1.2 Openbare orde en veiligheid

735

735

728

728

Totaal Thema Veiligheid samenleving

5.270

5.502

5.491

5.488

73

PROGRAMMA 5 – ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN Visie Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van een gemeente waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Dat betekent dat de gemeente deze vrij kan besteden. Algemene dekkingsmiddelen zijn bedoeld om de programma’s uit te voeren die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Deze middelen bestaan uit: • algemene uitkering uit het Gemeentefonds; • opbrengsten van de lokale heffingen; • opbrengst uit deelnemingen (dividend); • rente-inkomsten van de reserves en het renteresultaat.

Thema’s Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien I. Treasury II. OZB en belastingen overige III. Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen

Financiën Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bedragen x € 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Baten

177.848

177.461

185.248

190.879

Lasten

2.321

7.381

10.560

14.945

175.527

170.081

174.688

175.934

Beschikkingen

7

1.531

1.093

899

Stortingen

20

20

20

20

Saldo mutaties reserves

-13

1.511

1.073

879

175.514

171.592

175.761

176.814

Saldo programma (voor mutaties reserves)

Saldo programma (na mutaties reserves)

Heroverwegingsvoorstellen kadernota 2025-2028 Inzetten surplus algemene reserve Met ingang van 2024 is het toegestaan om van het surplus van de algemene reserve, dat deel welke niet nodig is voor het afdekken van risico's, jaarlijks maximaal 10% in te zetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk is aan 20%. Voorgesteld wordt om € 526.000 in 2026, € 759.000 in 2027 en € 768.000 in 2028 te onttrekken aan de algemene reserve en in te zetten in het meerjarenperspectief. De exacte onttrekking is aan verandering onderhevig als gevolg van mutaties in de saldi meerjarenperspectief alsmede mutaties in het benodigde weerstandsvermogen. De onttrekking dient dan ook jaarlijks berekend te worden. Invoeren stelpost onderuitputting/begrotingsdiscipline Door de jaren heen zien wij dat we de snelheid van uitvoering hoger inschatten dan dat deze in werkelijkheid is. Dit betekent onder meer dat beslag wordt gelegd op middelen die wij elders hadden kunnen inzetten. Deze onderuitputting van budgetten is niet tot enkele posten in het bijzonder terug te leiden en verschilt daarbij ook van jaar tot jaar. Dit maakt dat structurele aframing van bepaalde budgetten niet mogelijk is. Wij willen de regels voor budgetoverheveling aanscherpen en daarnaast kritischer zijn op de budgetramingen.

Omdat dit tijd vraagt en niet meteen effect sorteert nemen we een stelpost onderuitputting op van € 1.000.000. Middels een amendement is dit bedrag ingaande 2026 verhoogd naar € 1.305.000. 74

Post onvoorzien verlagen Het artikel in de gemeentewet dat voorschreef dat in de gemeentelijke begroting een post voor ‘onvoorziene uitgaven’ moest worden opgenomen, is vervallen. Om toch bij onvoorziene omstandigheden enige budgettaire armslag te behouden wordt voorgesteld om een bedrag van € 25.000 in de begroting vast te houden, en het meerdere af te ramen. Dit levert een voordeel op van € 80.000. De aframing is ook reëel in het licht van de aangenomen motie van de gemeenteraad om geen donaties meer te doen aan buitenlandse doelen. Dergelijke donaties werden namelijk ten laste van de post onvoorzien gebracht. OZB Om het aanbod aan voorzieningen in onze gemeente voor nu en in de toekomst op peil te houden respectievelijk te brengen gaan we uit van een jaarlijkse (boventrendmatige) verhoging van 10% voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Verhogen hondenbelasting met 10% De hondenbelasting wordt verhoogd met 10%. Onderzoek: Indexering conform één systematiek (algemene uitkering) Zie voor de toelichting RIB2024.67 Raadsinformatiebrief indexering na meicirculaire 2024 en het financieel kader.

Thema I – Treasury Algemeen Treasury Veenendaal is gericht bij treasury op het beperken van financieringsrisico’s en het

beheersen van de gemeentelijke schuldpositie Taakvelden thema Treasury Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

0.5 Treasury

Baten

-1.957

-1.957

-1.957

-1.957

Lasten

609

609

609

609

-1.348

-1.348

-1.348

-1.348

Totaal 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten

Baten

-309

-136

-136

-136

Lasten

701

5.760

8.940

13.400

391

5.624

8.804

13.263 75

Totaal 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)

150

150

150

Totaal 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)

Lasten

150

150

150

75

Totaal Thema Treasury

-807

4.426

7.606

11.991

Thema II- OZB en belastingen overige Algemeen OZB en belastingen overige Veenendaal zorgt voor een evenwichtig beleid lokale heffingen en streeft naar kostendekkende tarieven.

Taakvelden thema OZB en belastingen overige Het gaat hier om de opbrengst van lokale heffingen van de gemeente waarvan de besteding van de opbrengst vrij is. De belangrijkste hiervan is de onroerendezaakbelasting (OZB). Deze belasting geldt voor eigenaren van woningen en van niet-woningen (bedrijfspanden en kantoren) alsmede voor gebruikers van niet-woningen. Naast de jaarlijkse 75

trendmatige aanpassing is in het meerjarig perspectief, conform besluitvorming Kadernota 2025-2028, de boventrendmatige verhoging van het OZB-tarief verwerkt. Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

0.61 OZB woningen

Baten

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

-10.862

-12.969

-15.269

-15.279

Lasten

1.066

1.066

1.066

1.066

-9.795

-11.903

-14.203

-14.213

Baten

-7.685

-7.939

-8.179

-8.179

Lasten

-215

-215

-215

-215

-7.901

-8.154

-8.394

-8.394

Baten

-708

-708

-708

-708

Lasten

10

10

10

10

-698

-698

-698

-698

-18.394

-20.755

-23.295

-23.305

Totaal 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen Totaal 0.62 OZB niet-woningen 0.64 Belastingen Overig Totaal 0.64 Belastingen Overig Totaal Thema OZB en belastingen overige

Thema III - Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen Algemeen Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen Veenendaal zorgt dat 'algemene dekkingsmiddelen' financieel verantwoord worden ingezet, zodat beleidsprogramma's ten volle hiervan profiteren.

Taakvelden thema Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

Baten

-156.326

-153.752

-158.999

-164.620

Totaal 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

-156.326

-153.752

-158.999

-164.620

Totaal Thema Uitkeringen en gemeentefonds algemeen

-156.326

-153.752

-158.999

-164.620

76

PROGRAMMA 6 – BEDRIJFSVOERING Visie Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering omvat de middelen die worden ingezet om de strategisch bepaalde doelen te realiseren. Omdat gemeenten opereren in een steeds veranderende omgeving vereist dit een hoge mate van flexibiliteit, waarbij slim en integraal werken belangrijk zijn. Ook klant- en resultaatgerichtheid zijn hierbij belangrijke factoren. Tot de middelen behoren financieel beheer, personeelsbeleid, ICT en innovatie van de middelen. In de begrotingsparagraaf “D. Bedrijfsvoering” wordt op een aantal zaken verder ingegaan.

Thema’s Bedrijfsvoering I. Dienstverlening (intern) II. Security- en informatiemanagement III. Middelen IV. Advisering en detachering V. Bedrijfsvoering algemeen

Financiën Bedrijfsvoering Bedragen x € 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten

7.139

7.119

7.119

7.119

Lasten

71.133

71.584

72.459

72.904

Saldo programma (voor mutaties reserves)

-63.994

-64.466

-65.341

-65.785

312

202

202

202

0

0

0

0

312

202

202

202

-63.683

-64.264

-65.139

-65.583

Beschikkingen Stortingen Saldo mutaties reserves Saldo programma (na mutaties reserves)

Begroting 2028

Lasten en baten totaal taakveld overhead Bedrijfsvoering Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

0.4 Overhead

Baten

7.139

7.119

7.119

7.119

Lasten

35.216

35.134

35.234

34.927

Totaal 0.4 Overhead

28.077

28.015

28.115

27.808

Totaal Taakveld Overhead (A)

28.077

28.015

28.115

27.808

77

Begroting 2028

Toegerekende apparaatskosten op taakvelden in programma's tkv

omschrijving taakveld

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

0.2

Burgerzaken

0.3

Beheer overige gebouwen en gronden

2.703

2.744

2.802

2.858

772

784

801

817

1.2 2.1

Openbare orde en Veiligheid

2.703

2.744

2.802

2.858

Verkeer en vervoer

2.703

2.744

2.802

2.858

3.1

Economische ontwikkeling

1.545

1.568

1.601

1.633

4.3

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

772

784

801

817

5.7

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

3.090

3.136

3.202

3.267

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

1.159

1.176

1.201

1.225

6.3

Inkomensregelingen

5.407

5.487

5.604

5.717

6.4

WSW en beschut werk

386

392

400

408

6.5

Arbeidsparticipatie

2.317

2.352

2.402

2.450

7.2

Riolering

7.4

Milieubeheer

7.5

772

784

801

817

1.159

1.176

1.201

1.225

Begraafplaatsen en crematoria

386

392

400

408

8.1

Ruimtelijke ordening

1.931

1.960

2.001

2.042

8.3

Wonen en bouwen

2.703

2.744

2.802

2.858

4.1

Openbaar basisonderwijs

386

392

400

408

6.91

Coördinatie en beleid WMO

4.635

4.703

4.803

4.900

6.92

Coördinatie en beleid Jeugd

Totaal toegerekende apparaatkosten (B)

386

392

400

408

35.918

36.451

37.225

37.977

Nog te realiseren in projecten / investeringen (C) *)

4.181

4.181

4.181

4.181

Totaal Bedrijfsvoering (A+B+C)

68.176

68.647

69.522

69.966

*) Dit betreffen investeringskosten die geen onderdeel uitmaken van de baten en lasten binnen de exploitatie

Actuele ontwikkelingen Bedrijfsvoering Thema V - Bedrijfsvoering algemeen P&O Door het hoge langdurige verzuim hebben we te maken met een hogere besteding ten aanzien van spoor 2 trajecten ten behoeve van re-integratie. Dit is conform de wettelijke verplichting in het kader van de Wet verbetering Poortwachting. Om dit te bekostigen is er extra budget nodig van € 40.000 tot en met 2026. Bij het opstellen van de begroting en de acties ter versterking van de sturing op personele inzet en budgetten is gebleken dat de afgelopen jaren de wel realistische en de ook wel daadwerkelijk gemaakte kosten van het team I&A voor een aanzienlijk deel niet zijn begroot geweest. We bezien nog op welke wijze we daar alsnog invulling aan kunnen geven. Mogelijk ook in relatie tot de eind 2024 verwachte inzichten rond de strategische personeelsplanning. Voor een toelichting op relevante overige aspecten van de bedrijfsvoering wordt verwezen naar de begrotingsparagraaf “D. Bedrijfsvoering”.

78

Heroverwegingsvoorstellen kadernota 2025-2028 VMware uitfaseren (digitalisering) en Functioneel beheer TopDesk (digitalisering) Vervangen van de huidige Vmware omgeving door laptop voor externe medewerkers, die dit nodig hebben. Applicatierationalisatie (digitalisering) Het waar mogelijk terugbrengen van het aantal applicaties. Onder anderen door te kiezen voor 1 standaard bij min of meer vergelijkbare functionaliteit. Halveren calamiteitenbudget In de begroting is een zogenaamd calamiteiten-inhuurbudget opgenomen voor een bedrag van € 680.000. Dit budget wordt ingezet door de directie om daar waar gedurende een jaar extra kosten, met name inhuur, moeten worden gemaakt. Aangegeven is dit budget met € 350.000 te verlagen. Dit beperkt vanzelfsprekend de mogelijkheden flexibel in te spelen op onvoorziene knelpunten.. P&C rapportages Zie voor de uitwerking in paragraaf D. Bedrijfsvoering. Goedkoper contract catering Het huidige cateringcontract loopt af per 1-8-2026. Er zal worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn om, na beëindiging van het huidige cateringcontract per 1-8-2026, het nieuwe contract kostenneutraal af te sluiten. Vergoeding inzet medewerkers verkiezingen Minder kosten voor vergoeding van medewerkers voor de inzet tijdens de verkiezingsdag en centrale stemopneming. Het aantal beschikbare productieve uren voor het reguliere werk neemt af.

Dit bedrag vertegenwoordigt mogelijk de waarde van de productiviteitsafname. Onderzoek: Specifieke uitkeringen corrigeren met overheadkosten In 2023 is ruim € 40 miljoen specifieke uitkeringen ontvangen. Soms wordt de uitkering in z’n geheel besteed aan het betreffende doel, in andere gevallen worden de overheadkosten eerst in mindering gebracht op de betreffende uitkering. Er moet echter verder onderzoek plaatsvinden wat de mogelijkheden zijn van het meer toeschrijven van overhead aan specifieke uitkeringen. Hierbij moet gekeken worden naar onder andere: - Hoeveel directe formatie wordt hier al uitbetaald - Hoeveel overhead wordt hier al ten laste van gebracht In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet is opgenomen dat naar specifieke uitkeringen wordt gekeken naar de mogelijke opheffing daarvan. Het kabinet is voornemens om de middelen -na een korting van 10%- toe te voegen aan het gemeentefonds. Mogelijk worden op Prinsjesdag hierover nadere plannen bekend gemaakt. Dit onderzoek wordt dan ook in het najaar 2024 verder opgepakt. Onderzoek: Doorlichten reserves en voorzieningen Bij de Kadernota is gekeken naar de reserves en voorzieningen en de mogelijkheid te veel aan middelen terug te laten vloeien naar de algemene middelen. Dit heeft bij de Kadernota geleid tot vrijval van de reserve Zuivelstraat en de reserve Verslavingszorg.

79

Thema I – Dienstverlening (intern) Taakvelden thema Dienstverlening (intern) Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

0.4 Overhead

Baten

-37

-37

-37

-37

Lasten

11.437

11.130

10.904

10.411

Totaal 0.4 Overhead

11.401

11.093

10.867

10.375

Totaal Thema Dienstverlening (intern)

11.401

11.093

10.867

10.375

Begroting 2028

Thema II – Security & informatiebeveiliging Taakvelden thema Security & informatiebeveiliging Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

0.4 Overhead

Baten

-13

-13

-13

-13

Lasten

Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 377

366

366

366

Totaal 0.4 Overhead

364

353

353

353

Totaal Thema Security & informatiebeveiliging

364

353

353

353

Thema III – Middelen Taakvelden thema Middelen Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

0.4 Overhead

Baten

-164

-164

-164

-164

Lasten

22.484

22.721

23.047

23.233

Totaal 0.4 Overhead

22.321

22.557

22.883

23.069

Totaal Thema Middelen

22.321

22.557

22.883

23.069

Begroting 2028

Thema IV - Advisering en detachering Taakvelden thema Advisering en detachering Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

0.4 Overhead

Baten

-2.704

-2.684

-2.684

-2.684

Lasten

430

430

430

430

Totaal 0.4 Overhead

-2.274

-2.254

-2.254

-2.254

Totaal Thema Advisering en detachering

-2.274

-2.254

-2.254

-2.254

80

Thema V - Bedrijfsvoering algemeen Wat willen we bereiken? V.a. Grip verbeteren op rechtmatigheid van inkopen.

Wat gaan we daarvoor doen? V.a.1. Implementatie/uitrol van het inkoop -en bestelsysteem binnen de organisatie.

Beleidsindicatoren Bedrijfsvoering algemeen Veenendaal Taakveld

Indicator

Eenheid

Bron

2023 2024 2025

0.3 Overhead Formatie

Fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

8,25

nnb

nb

0.3 Overhead Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

7,02

nnb

nb

Eigen gegevens 753,93 nnb

nb

0.3 Overhead Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen Eigen gegevens 24,40% nnb

nb

0.3 Overhead Overhead

% van totale lasten

nb

0.3 Overhead Apparaatskosten Kosten per inwoner

Eigen gegevens 10,10% nnb

Taakvelden thema Bedrijfsvoering algemeen Taakveld (bedragen x € 1.000)

B/L

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

0.4 Overhead

Baten

-4.248

-4.248

-4.248

-4.248

Lasten

514

514

514

514

Totaal 0.4 Overhead

-3.734

-3.734

-3.734

-3.734

Totaal Thema Bedrijfsvoering algemeen

-3.734

-3.734

-3.734

-3.734

81

PARAGRAFEN A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente Veenendaal in staat is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Risicobeheersing heeft als doel inzicht te krijgen in deze risico’s en om adequate maatregelen te treffen. We streven ernaar om risico’s zo min mogelijk effect te laten hebben op de uitvoering van het bestaande en beoogde beleid. Daarnaast voeren we steeds meer het gesprek over risico’s en willen we hiermee het risicobewustzijn van alle medewerkers in de organisatie stimuleren.

Het weerstandsvermogen wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit (beschikbare middelen) af te zetten tegen de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s). Verder wordt beoordeeld of er voldoende structurele en incidentele middelen zijn om structurele en incidentele risico’s op te vangen. In 2025 gaat de Nederlandse economie terug naar een lager groeitempo. Dit zal helpen om de inflatie omlaag te krijgen. Voor het bepalen van de risico's voor 2025 gaan we op dit moment uit van een relatief gunstig scenario, waarbij de economische risico's zich redelijk op het bestaande niveau handhaven. Achteraf zal pas blijken of deze inschatting goed is geweest en daarom is er ook een 'zwaar weer' scenario opgesteld. In paragraaf C. Financiering is informatie opgenomen over welke gevolgen een ‘zwaar weer’ scenario voor de economie kan hebben. Weerstandscapaciteit De gemeentelijke weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2025 € 36,7 miljoen en bestaat uit de algemene reserve en de onbenutte belastingcapaciteit. De stand van de algemene reserve is gebaseerd op de stand na de 2e bestuursrapportage. De onbenutte belastingcapaciteit is sterk toegenomen door de stijging van het aantal woningen in Veenendaal en een stijging van de ruimte op basis van de informatie uit de meicirculaire. Bedrag in €

Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene Reserve (incl. saldo 2e berap 2024)

28.700.000

Onbenutte belastingcapaciteit OZB

8.000.000

Onvoorzien (na verlaging kadernota 2025)

25.000

Totaal

36.725.000

82

In de algemene reserve is na de besluitvorming over de 2e bestuursrapportage 2024 € 28,7 miljoen (afgerond) beschikbaar voor het afdekken van risico’s (incidentele capaciteit). De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt € 8 miljoen (structurele capaciteit). Voor onvoorzien is € 0,25 miljoen geraamd. De onbenutte belasting capaciteit is voor 2025 herrekend op basis van de gegevens vanuit de meicirculaire 2024, de toename van het aantal woningen en de verhoging van de OZB. Risicomanagement Voor de programmabegroting zijn de risico’s die de gemeente loopt geactualiseerd. De omvang van de risico’s bedraagt in 2025 € 57 miljoen (2024 € 58 miljoen ). In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de 10 belangrijkste risico’s. Het betreft hier risico’s waarvan de omvang hoger is dan € 0,5 miljoen. De opgenomen risico’s zijn allen extern van karakter. Bij de vaststelling van de Kadernota 2025-2028 is een omvangrijk pakket aan maatregelen vastgesteld om het oplopende begrotingstekort in de komende jaren te dekken. Met dit pakket is een bedrag gemoeid van afgerond € 5,9 miljoen in 2025 oplopend naar afgerond € 16,9 miljoen in 2028. Het college is inmiddels gestart met de invulling en uitvoering van de vastgestelde heroverwegingsmaatregelen. Voor het realiseren van de geraamde opbrengsten is het college in bepaalde gevallen afhankelijk van externe factoren (o.a.

rijksbeleid, kostenontwikkelingen, regionale afspraken, ed.). Hierdoor bestaat het risico dat de ingeboekte besparingen niet volledig of later dan de ingeschatte planning gerealiseerd worden. Wij zullen dit nauwgezet monitoren en u via de reguliere P&C-documenten over de ontwikkelingen informeren. Voor de nieuwbouw van het theater zal een afzonderlijke risico-inventarisatie worden gemaakt. Afhankelijk van de uitkomsten van de inventarisatie zal hier in de P&Cdocumenten over worden gerapporteerd. Top 10 risico's (in miljoenen euro's) Omschrijving risico (omschrijving beheersmaatregel)

Effect Kans BSc NSc

1. Onvoldoende beschikking over kwalitatief en kwantitatief personeel door een moeilijke arbeidsmarkt. (Strategische personeelsplanning – Monitoring budget loonkosten – werving op basis van toekomstige talenten).

€ 2,5 (i)

90%

25

25

2. Hogere kosten jeugdzorg en lagere inkomsten jeugdzorg door het uit- dan wel achterblijven van de compensatie vanuit het Rijk voor de autonome groei in de jeugdzorg. (2 maandelijkse monitor)

€ 1,7 (s)

70%

20

20

3. Door onzekerheden op politiek terrein en economische ontwikkelingen kan de algemene uitkering afwijken van de raming. Ook kan de groei van het aantal inwoners en andere indicatoren zorgen voor een beperkte afwijking van de raming. Op grond hiervan wordt rekening gehouden met mogelijke mee/ tegenvallers van de algemene uitkering.

€ 1,5 (i)

50%

15

15

4. De BUIG-uitkering van het rijk neemt af of de uitkeringslasten stijgen door een toename van het aantal cliënten. Daarnaast een nadelige modelaanpassing ook voor een tegenvaller zorgen. (De inzet van reintegratie- en poortwachters-instrumenten waardoor het aantal cliënten wordt beperkt).

€ 0,8 (s)

70%

20

16

5. Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke regelingen. (Nauwgezet volgen ontwikkelingen gemeenschappelijke regelingen en bijsturen waar mogelijk).

€ 1,0 (i)

70%

16

12

6. De prijs van aardgas c.q. LNG kan door internationale ontwikkelingen behoorlijk schommelen. De energierekening van de gemeente en aan de gemeente gelieerde organisaties kan hierdoor stevig oplopen (vaste contracten, energiebesparing en verduurzaming).

€ 1,2 (i)

50%

20

15

7. Bij de toepassing van de belasting-wetgeving (BTW, BCF, Loonheffing (met name WKR) etc.) kunnen € 0,9 verschillen van inzicht en/of interpretatie ontstaan, of kunnen de regels onjuist worden toegepast. Dit kan leiden (i) tot een naheffing van de zijde van de fiscus. (Ondersteuning via Fiscaliade).

50%

15

12

€ 1,0 (i)

50%

12

12

9. Aantrekken van leningen wordt als gevolg van de stijging van de rente boven de 3,5 % duurder dan geraamd € 2,5 in de begroting (Anticiperen op rentestijging – kasgeldfinanciering toepassen). (i)

30%

10

10

€ 0,6 (i)

50%

12

12

8. De invoering van de Omgevingswet is een complex en intensief traject met meerdere risico's, zoals: leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de kosten, software aanpassingen en nieuwe juridische procedures.

10. De verbetering van het exploitatieresultaat van DEVO blijft achter bij de prognose doordat de ACM een bovengrens vaststelt ten aanzien van het maximale resultaat over de investeringen en de consument meer inzet op energiebesparing (overleg met de ACM en hogere energie-efficiënte energie-installatie).

83

De berekening van de risicoscore Kans

Score kans

Gevolg

Score Gevolg

> 10 jaar

10%

1

X < € 50.000

1

5 jaar < x < 10 jaar

30%

2

€ 50.000 < x < € 200.000

2

2 jaar < x < 5 jaar

50%

3

€ 200.000< x < € 500.000

3

1 jaar < x < 2 jaar

70%

4

€ 500.000< x < € 1.000.000

4

X < 1 jaar

90%

5

X > 1.000.000

5

De risicoscore wordt als volgt berekend: Een risico dat zich 1 maal in de 3 jaar kan voordoen met een gevolg van € 250.000 krijgt voor kans een 3 en voor gevolg een 3 en scoort dus 3 x 3 = 9. Een risico dat zich 1 maal in de 2 jaar kan voordoen met een gevolg van € 600.000 krijgt voor kans een 4 en voor gevolg een 4 en scoort dus 4 x 4 = 16. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit bovenstaande risicotabel blijkt dat er voor € 11,2 miljoen aan grote incidentele risico’s aanwezig zijn terwijl er voor € 28,7 miljoen (algemene reserve) aan incidentele weerstandscapaciteit beschikbaar is. We kunnen hieruit concluderen dat er voldoende incidentele capaciteit aanwezig is om incidentele risico’s op te vangen. Uit bovenstaand overzicht blijkt verder dat voor € 2,5 miljoen aan structurele risico’s aanwezig zijn terwijl er voor een bedrag van € 8 miljoen (onbenutte belastingcapaciteit) aan structurele weerstandcapaciteit beschikbaar is. Ook hier is sprake van een juiste verhouding. Op grond van het voorgaande kan vastgesteld worden dat er een gunstige verhouding is tussen de incidentele / structurele risico’s en incidentele / structurele weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen Om verantwoord met risico’s om te gaan, is het noodzakelijk een buffer (weerstandscapaciteit) te hebben. De benodigde weerstandscapaciteit kan lager zijn dan de omvang van de risico’s (€ 57 miljoen) aangezien niet alle gemeentelijke risico’s die gesignaleerd zijn, tegelijkertijd zullen optreden. Daarnaast zijn er diverse beheersmaatregelen en voeren we jaarlijks ook een risico simulatie uit. Op basis van de risicosimulatie (Monte Carlo analyse) van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement blijkt dat bij onze gemeente een buffer (benodigde weerstandscapaciteit) van minimaal € 12,7 miljoen (was € 14,4 miljoen in 2024) nodig is om de risico’s verantwoord af te dekken. Met andere woorden: de gemeente kan door het aanhouden van een buffer (benodigde weerstandscapaciteit) van € 12,7 miljoen met een zekerheid van 90% (landelijke norm) de aanwezige risico’s afdekken. De daling van € 14,4 miljoen naar € 12,7 miljoen geeft aan dat de risico's de afgelopen periode per saldo zijn teruggelopen. Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit/benodigde weerstandscapaciteit = € 36,7 / 12,7 = 2,9. In de begroting 2024 bedroeg de ratio 2,7. De stijging van de ratio wordt veroorzaakt omdat bij de kadernota 2025 maatregelen genomen zijn om de gevolgen van de daling van de inkomsten uit het gemeentefonds op te vangen.

Daarnaast blijft de onbenutte belastingcapaciteit op een relatief hoog niveau ondanks de verhoging van de OZB in 2025. Dit is het gevolg van de recente stijging van het aantal woningen in Veenendaal en een verhoging van het redelijk peil in de mei circulaire 2024.

84

Van belang blijft om als gemeente te blijven sturen op een goede uitgangspositie door ruim boven de minimale weerstandsratio van 1 te blijven. Ter vergelijking: de provincie Utrecht – onze toezichthouder - heeft in de begroting 2024 een ratio van 1,7 (2023 1,9) wat overeenkomt met de classificatie ‘ruim voldoende’. De beoordeling van de ratio van 2,9 voor 2025 is volgens de systematiek van het Nederlands Bureau voor Risicomanagement ‘goed’. (Kleiner dan 1 = onvoldoende; tussen 1 en 1,5 = voldoende; tussen 1,5 en 2 = ruim voldoende; groter dan 2 = goed). Hiermee wordt voldaan aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader dat het weerstandsvermogen minimaal een ratio groter dan 1 dient te hebben. Conclusie Ons weerstandsvermogen is door het inzetten op de versterking van de benodigde weerstandscapaciteit enerzijds en het beheersen van de risico's anderzijds ten opzichte van 2024 gestegen. De ratio weerstandsvermogen bedraagt 2,9 in 2025 en voldoet aan het gestelde beleidskader dat uitgaat van een ratio van 1 of hoger. Belangrijk is wel om een voorbehoud te maken ten aanzien van mogelijke risico's die nog kunnen optreden bij het uitvoeren van de ombuigingsoperatie zoals vastgesteld in de kadernota 2025 en de nieuwbouw van het theater. Beide factoren kunnen zorgdragen voor een negatieve impact op onze ratio.

Vanwege de onzekerheden rondom de economische omstandigheden is het belangrijk om te beschikken over voldoende weerstandsvermogen. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Beleidsvoornemens

Jaartal

De weerstandscapaciteit dient minimaal de ratio 1 te hebben wat overeenkomt met de classificatie voldoende.

2025

Verplichte kengetallen financiële positie in de begroting Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing zes financiële kengetallen moeten worden opgenomen. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. In 2025 daalt de gemeentelijke schuldquote gecorrigeerd voor leningen naar 95%. Een daling van 2% ten opzichte van de begroting 2024. Dit wordt veroorzaakt door het doorschuiven van grote investeringen in het meerjareninvesteringsplan (MIP) naar volgende jaren. Vanaf 2026 zien we dat het ratio oploopt. Dit effect treedt op doordat het MIP een forse ambitie in zich heeft. Onze toezichthouder: de provincie Utrecht hanteert als neutrale norm een percentage tussen de 90% en 130%. Boven de 130% is er sprake van meest risicovol (Bron: GTK 2020).

De solvabiliteitsratio geeft de verhouding eigen/vreemd vermogen aan en helpt om inzicht te krijgen in welke mate wij in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio daalt in 2025 naar 21%. De verklaring hiervoor is dat in 2025 extra vreemd vermogen 85

nodig is voor de financiering van de investeringen. Deze tendens zal zich in 2026, 2027 en 2028 verder doorzetten. Onze toezichthouder geeft aan dat een percentage onder de 20% meest risicovol is. Volgens de huidige planning wordt in 2027 de gevarenzone bereikt doordat de solvabiliteit vanaf dan 17% bedraagt op begrotingsbasis. Of dit percentage in de werkelijkheid ook bereikt wordt is nog maar de vraag. Immers ook wij zijn afhankelijk van veel externe factoren. Het gevolg is dat bij de realisatie van investeringen vaak vertragingen optreden en het aantrekken van vreemd kapitaal minder is dan oorspronkelijk geraamd. Deze onderuit putting, die zich overigens ook bij de rijksoverheid voordoet, heeft onze aandacht maar is door lastige externe omstandigheden moeilijk aan te pakken. Als we de onder uitputting betrekken bij deze prognose is de verwachting dat de solvabiliteit boven de 20% zal blijven in 2027 en 2028. Dit wordt nog eens onderstreept doordat de solvabiliteit eind 2023 uitgekomen is op 34% in plaats van de eerder geraamde 25%. Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij verkoop.

Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten. Dit kengetal geeft aan dat de gemeente op het terrein van de grondexploitatie iets meer risico gaat lopen door grote projecten als Het Ambacht en Spoorzone. De boekwaarde van de complexen loopt hierdoor wat op. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. In 2025 komt de structurele exploitatie ruimte uit rond de 1,5. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De toelichting hiervan is opgenomen in paragraaf G Lokale heffingen. Kengetallen

Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Netto schuldquote

64%

97%

103%

106%

115%

120%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

57%

90%

95%

98%

107%

112%

Solvabiliteitsratio

34%

23%

21%

20%

17%

16%

Grondexploitatie

4,9%

4,2%

5,5%

6,1%

6,6%

7,0%

Structurele exploitatieruimte

-0,4

2,3

1,5

-0,2

0,2

0,5

Belastingcapaciteit

79%

78%

89%

89%

89%

89%

86

B. Onderhoud Kapitaalgoederen B. Onderhoud Kapitaalgoederen Tot de kapitaalgoederen in de openbare ruimte rekenen we de wegen en civiele kunstwerken (bruggen, tunnels en viaducten), de riolering, het water, het groen en het vastgoed in de gemeente. Onderhoud bestaat uit dagelijks onderhoud, groot onderhoud en technische vervanging in renovatie. Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) De omgevingsvisie (herziene versie 2025/2026), het Programma Circulariteit (nog op te stellen) en het Programma Klimaat en Groen (nog op te stellen) vormen de input voor het nieuwe OPOR. De verwachting is dat deze plannen eind 2025 of begin 2026 gereed zijn. We verwachten hierdoor het proces voor het opstellen van het OPOR een jaar later te kunnen starten. In 2025 wordt aan de raad voorgesteld het OPOR een jaar te verlengen. Algemene ontwikkelingen De komende jaren staat de gemeente voor een grote vervangingsopgave in de openbare ruimte doordat het kapitaal einde levensduur is. Doordat de huidige openbare ruimte (grotendeels) gefinancierd is vanuit de ontwikkeling kennen deze momenteel geen financiering. Na vervanging is dit wel het geval en gaan de kapitaallasten en rentelasten stijgen. Naast de vervangingsopgave staat de gemeente voor de opgave te komen tot een klimaatadaptieve, energie neutrale, circulaire en datagerichte gemeente.

Heroverwegingen In de kadernota 2025 is besloten de afschrijvingstermijnen voor wegen en riolering aan te passen naar respectievelijk 50 en 60 jaar. Dit wordt financieel verwerkt in deze programmabegroting. Daarnaast is besloten dat we vanaf 2025 de openbare verlichting versneld verledden. Conventionele verlichting wordt vervangen door led-verlichting met waaklicht. In 2025 wordt de voorbereiding afgerond en gestart met de uitvoering. Technische kwaliteit Op basis van (eigen) inspecties en schouwrapporten wordt klein of groot onderhoud uitgevoerd in de openbare ruimte zodat deze voldoen aan de beeldkwaliteit conform de CROW-systematiek. In de winkelcentra en op de begraafplaats wordt voor de verhardingen, straatmeubilair en groen een A-niveau gerealiseerd. In de overige wijken wordt de kwaliteit beoordeeld op een B-niveau. Verzorgende kwaliteit De onderhoudskwaliteit wordt in het jaar 2025 grotendeels onderhouden op beeldkwaliteit B, en voor winkelcentra en begraafplaats beeldkwaliteit A. Door het regelmatig uitvoeren van een externe schouw wordt de kwaliteit beoordeeld en waar nodig extra inzet gepleegd. Verloop kwaliteit Aandachtspunt voor de onderhoudskwaliteit zijn de weersomstandigheden waardoor een wisselende piekbelasting ontstaat in het reguliere onderhoud (onkruidverwijdering).

Omdat de onkruidgroei een jaarlijks terugkerend probleem is, wil het college zich bezinnen op de vraag welk type groen we in de stad wensen. Arbeidskrapte, klimaatverandering en de wens voor meer natuur en biodiversiteit in de stad, vragen een andere kijk op groen. Dit moet vorm krijgen bij de herziening van onze omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s. Daarnaast wil de gemeente inwoners stimuleren om hun leefomgeving schoon, heel en veilig te houden. Participatie In elk project dat wij voorbereiden en uitvoeren, werken we met de participatietrap. We 87

betrekken bewoners bij de voorbereiding van een project. Na afronding van een project volgt een evaluatie. De eventuele verbeterpunten uit de evaluatie borgen wij in ons werkproces en passen we toe op de toekomstige projecten. Integrale planning 2025 Straat

Jaar

Stand van zaken

Afkoppelen en reconstructie De Pol

20242027

Uitvoering

Afkoppelen en reconstructie Dragonder Noord (fase 2)

20252028

In voorbereiding/uitvoering

Vervangen brug De Pionier/Wiekslag (incl. reconstructie De Pioneer/Wiekslag, kruispunt Hoornzwaluw en Verlengde Sportlaan)

20252026

In voorbereiding/uitvoering

Afkoppelen en reconstructie Boogschutter

2025

In voorbereiding

Reconstructie Dennenlaan/Boslaan

20242025

Uitvoering

Aanleg 2-richtingenfietspad en reconstructie Brinkersteeg/De Smalle Zijde

20242025

Uitvoering

Groot onderhoud en verbeteren verkeersveiligheid Grote Beer-Lorentzstraat (oost-west)

2025

In voorbereiding/uitvoering

Reconstructie parkeerplaats Groene Velden I

20242025

In voorbereiding/uitvoering

Vervangen brug Bartokpad

2025

In voorbereiding/uitvoering

Diverse verkeersmaatregelen

20242025

Uitvoering

Vervanging openbare verlichting in het kader van versneld verledden

2025

In voorbereiding/uitvoering

Prins Bernhardlaan

2025

In voorbereiding

Zuivelstraat

2025

In voorbereiding/uitvoering

Reconstructie Industrielaan

20242026

In voorbereiding

Reconstructie Noorderkroon (de circulaire weg)

20252026

In voorbereiding

Vervanging verkeersregelinstallatie door iVRI

2025

In voorbereiding/uitvoering

Herstel kademuren

20242025

In voorbereiding

Groot onderhoud asfaltverhardingen 2024-2025

2025

Uitvoering

Buurtaanpak* Pioniersbuurt, incl. BOSS

2025

Uitvoering

Buurtaanpak* Achterkerk, incl. BOSS

2025

Uitvoering

Buurtaanpak* Componistenbuurt en Vogelbuurt, incl. BOSS

2025

Uitvoering

Buurtaanpak* Schrijverswijk, incl. BOSS

2025

In voorbereiding

Omvormen speelplekken naar BOSS locaties: Componistenbuurt, Dragonder Noord, Franse Gat ((nieuwe inclusie/ samenspeelplek), Schepenbuurt, de Pol Meesterweide en Engelenburg.

2025

In voorbereiding/ in uitvoering

* Buurtaanpak: in deze aanpak wordt de buurt opgeknapt. We vormen (een deel van) speelplekken om naar BOSS-locaties en we leggen BOSS-routes en ontmoetingsplekken aan. Waar nodig renoveren we groen en herstellen we boomstructuren. Ook kijken we naar locaties om te vergroenen. Straatwerk wordt recht gelegd en wortelopdruk zo veel mogelijk weggenomen. Bebording wordt in orde gebracht en straatkolken worden waar nodig hersteld of vervangen. Ook worden blindegeleidetegels aangebracht op hoofdroutes om de toegankelijkheid te verbeteren. Tot slot wordt aandacht besteed aan de veiligheid van schoolomgevingen. Na realisatie kan de buurt er weer minimaal 7 jaar tegenaan zonder dat grootschalige ingrepen nodig zijn.

Wegen, kunstwerken, Openbare verlichtingen en technische installaties Beleidskaders Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Kapitaalgoederen die aan het einde van de technische of maatschappelijke levensduur zijn worden gereconstrueerd. Hierbij wordt gekeken of vervangingen integraal opgepakt kunnen worden. Financiële consequentie (langjarig) De komende jaren staat de gemeente voor een grote vervangingsopgave voor de openbare 88

ruimte, waaronder de wegen, kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. Deze zijn veelal aangelegd en gefinancierd vanuit de grondexploitatie. Bij vervanging levert dit een toename op van kapitaal- en rentelasten zoals in onderstaande grafiek is weergegeven.

Figuur 1: visualisatie kapitaallasten taakveld verkeer en vervoer * De verkeersregelinstallaties (VRI's) zijn aan het eind van hun levensduur en aan vervanging toe. De eerste VRI’s zijn in 2024 vervangen door intelligente installaties (iVRI’s). De komende jaren wordt geïnvesteerd in de vervanging van de overige VRI’s. Bij het vaststellen van het OPOR is besloten in 2026 een voorziening met een jaarlijkse dotatie van € 1.370.000,- in te stellen voor financiering van het groot onderhoud van de asfaltverhardingen. In de kadernota 2025-2028 (heroverwegingen) is besloten om de jaarlijkse dotatie te verlagen naar € 1.020.000,-. *De piek in investeringen in het jaar 2023/2025 wordt grotendeels veroorzaakt door het toegekende budget t.b.v. uitwerking gebiedsvisie Franse Gat. Vertaling begroting Voor de reconstructies aan wegen en kunstwerken wordt in 2025 in het meerjareninvesteringsplan een totaalbedrag van € 5.008.000,- besteed. Voor de verkeersregelinstallaties is een bedrag van € 310.000,- beschikbaar en voor de openbare verlichtingen € 443.160,-. Voor het dagelijkse onderhoud zijn in 2025 de volgende bedragen in de exploitatiebegroting opgenomen: •

Wegen en kunstwerken en gladheidbestrijding € 2.951.432,-;

•

Openbare verlichting, technische installatie en VRI € 817.462,-;

•

Straatmeubilair , bewegwijzering en bebording € 325.807,-;

•

Reiniging openbare ruimte en onkruidverwijdering € 1.078.718,-.

89

Riolering Beleidskaders Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Financiële consequentie (langjarig) De komende jaren worden riolen vervangen welke aangelegd zijn vanuit de grondexploitatie, ook worden nieuwe hemelwaterrioleringen en waterbergingen aangelegd. De komende jaren levert dit door deze bedragen te investeren een toename aan kapitaalslasten op zoals in de onderstaande grafiek is weergegeven.

Figuur 2. visualisatie toename kapitaallasten taakveld riolering Elk jaar worden in Veenendaal reconstructies uitgevoerd van straten en wijken. Hierbij wordt het hemelwater afgekoppeld van het vuilwaterriool. Het regenwater komt dan in het oppervlaktewatersysteem wat berging bevat en afvoer naar de Grift. Omdat er door klimaatinvloeden in de toekomst grotere piekbuien zullen gaan optreden, bestaat het gevaar dat De Grift door de aanliggende gemeenten dusdanig wordt belast dat dit benedenstrooms bij Amersfoort voor problemen kan zorgen. Om deze piek in de afvoer van regenwater te dempen, en water vast te houden waar het valt, kan het regenwater ter plaatse langer geborgen dan wel geïnfiltreerd worden. In de Veense situatie is dit echter heel complex vanwege de hoge grondwaterstand in relatie tot het benodigde ruimtebeslag. Of berging en infiltratie mogelijk en noodzakelijk is, is daarom maatwerk per locatie. De klimaatstresstest die op het moment wordt uitgevoerd, zal hierin sturing geven. De extra investeringskosten en de gevolgen voor de kapitaallasten en rioolheffing voor de komende jaren worden in het nieuwe OPOR in beeld gebracht. Vertaling begroting Voor afkoppelprojecten en rioolvervangingen is in 2025 in het OPOR een bedrag van € 5.463.000,- opgenomen. Voor het dagelijkse onderhoud zijn onderstaande bedragen in de exploitatiebegroting 2025 opgenomen: •

Rioolbeheer € 562.835,-;

•

Reinigen en onderhouden kolken en plaagdierbestrijding € 297.895,-;

•

Onderhoud pompen en persleidingen € 270.117,-.

90

Ook is € 155.000,- beschikbaar voor het stimuleren van afkoppelen van regenwater en vergroenen van particuliere percelen. Deze impuls wordt gedekt uit de voorziening rioleringen. In 2025 worden eenmalig diverse onderzoeken en werkzaamheden aan de riolering uitgevoerd. Het gaat om een inmeting van de persleidingen en een betononderzoek aan het bergbezinkbasin Panhuis. Daarnaast worden er nieuwe telemetrieloggers aangeschaft voor het grondwatermeetnet. De totale kosten bedragen € 190.000,-. Om fluctuaties in de rioolheffing te voorkomen worden deze kosten éénmalig gedekt uit de voorziening. Water Beleidskader Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Financiële consequentie Naast het regulier onderhoud zoals het maaien en korven van vijvers en sloten worden in 2025 meerdere watergangen en oevers voorzien van nieuwe beschoeiingen of omgevormd tot natuurvriendelijke oevers. Hiervoor wordt in 2025 een raamcontract afgesloten. Vertaling begroting Voor het vervangen van beschoeiingen is in 2025 vanuit het meerjareninvesteringsplan €100.000,- opgenomen. Voor het dagelijkse onderhoud zijn onderstaande bedragen in de exploitatiebegroting 2025 opgenomen: •

Maaien vijvers en klein onderhoudswerk € 90.420,-;

•

Baggerwerkzaamheden € 154.727,-.

Groen en speelvoorzieningen/ Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten (BOSS) Beleidskader Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Dit is uitgewerkt in het BOSS uitvoeringsplan 2023-2030. Er wordt zoveel mogelijk integraal gewerkt. Investeringen aan het groen en speellocaties vinden zoveel mogelijk gelijktijdig plaats met reconstructies van buurten of met onderhoud aan verhardingen. Uitgangspunt is dat waardevol groen behouden blijft en dat Veenendaal in 2030 groener is dan in 2020. Ook investeren we in het omvormen en renoveren van speellocaties conform het BOSSprincipe (zie OPOR). Er ontstaat op termijn een heel netwerk van verschillende type BOSSplekken voor verschillende leeftijdscategorieën. Hierbij wordt buurtgericht gewerkt, waarbij iedere woonbuurt om de 7 à 8 jaar aan de beurt komt. De BOSS-locaties worden vervolgens geüpdatet op basis van de veranderende leeftijdsopbouw van een buurt. Bij het opstellen van de buurtplanning is prioriteit gegeven aan buurten met een grote vervangingsopgave van bestaande speelobjecten. In deze buurten worden zowel de speelvoorzieningen als het groen opgeknapt. Naast bewegen, ontmoeten, spelen en sporten (BOSS) is er bij de buurtaanpak veel aandacht voor vergroening (klimaat), inclusie, duurzaamheid en circulariteit.

Financiële consequentie De ambities uit het OPOR en het raadsakkoord voor groen- en speelvoorzieningen zijn groot en vragen een flinke investering. Het is de verwachting dat de kapitaallasten (rente en

91

afschrijving) voor groen en speelvoorzieningen geleidelijk toenemen zoals in onderstaande grafiek weergegeven. Vanaf 2035 zullen de kapitaallasten naar verwachting € 1.000.000,per jaar hoger zijn dan in 2020.

Figuur 3: visualisatie toename kapitaallasten taakveld Openbaar groen en (openlucht) recreatie Vertaling begroting Om te investeren in kwantitatief en kwalitatief hoogwaardig groen en een gezonde en groene leefomgeving is in het meerjareninvesteringsplan (MIP) in 2025 voor groen een bedrag opgenomen van € 693.053,-. Voor de vervanging van bomen is € 531.000,- opgenomen. Voor de vervanging, omvorming en optimalisatie van de speellocaties naar BOSS-locaties is een bedrag van € 560.105,- opgenomen. Voor het dagelijkse onderhoud zijn in de exploitatiebegroting 2025 beschikbaar: •

Onderhoud groen: € 3.975.329,-;

•

Speelvoorzieningen: € 233.147,-;

•

Hondenvoorzieningen: € 31.242,-.

Buitensport In het kader van de heroverweging zijn alle investeringen in de sportvoorzieningen vanaf 2025 een jaar doorgeschoven. Dit zal invloed hebben op de beleving van de gebruikers en zal wellicht incidenteel leiden tot een verstoring van de bedrijfsvoering. Buitensportvoorzieningen worden getoetst aan de landelijk gestelde eisen van NOC*NSF en de verschillende sportbonden. Daar waar voorzieningen niet meer bruikbaar zijn in verband met de eisen vanuit NOC*NSF zullen we actie ondernemen en indien noodzakelijk in 2025 een voorstel aan u voor leggen. Vertaling begroting Voor het realiseren van deze werkzaamheden en het aanschaffen van materieel is in 2025 92

geen budget beschikbaar, In geval zich calamiteiten voordoen wordt een separaat voorstel aan de raad gedaan. Vastgoed Het beheer van de kapitaalgoederen is in de afgelopen jaren vastgelegd in de verschillende beheer- en beleidsplannen. Deze plannen worden in de periode 2024/2025 geactualiseerd. Het onderhoud voor 2025 is gebaseerd op het in 2021 door de raad vastgestelde ‘Integraal duurzaam Vastgoedbeheerplan 2021-2024. De verduurzaming van het vastgoed willen we laten aansluiten bij de ENV-doelstellingen en de VNG-routekaart maatschappelijk vastgoed. We hebben de doelstelling om de komende jaren al het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen. Dat moet ook leiden tot een beter binnenklimaat. Om hier als gemeente een voorbeeldrol in te tonen, is er een DUMAVA-subsidie aangevraagd waarmee we extra stappen kunnen zetten in de verduurzaming van ons eigen gemeentehuis. Eén van deze stappen is het vervangen van de huidige isolatie op het dak met een beter isolerende variant in combinatie met het plaatsen van extra zonnepanelen. Dit leidt, samen met de renovatie van de gevel van het gemeentehuis die voor 2025/2026 staat gepland, tot een volledig energieneutraal gebouw vanaf 2026. Door het vervangen van de dakisolatie en het plaatsen van extra zonnepanelen te combineren met het gevelproject, kan er werk met werk gemaakt worden en kan de verkregen DUMAVA-subsidie optimaal worden ingezet.

Algemeen Onze doelstelling voor vastgoed is een goed onderhouden (slank) duurzaam vastgoedbestand, waarmee effectief invulling wordt gegeven aan het accommodatiebeleid van de gemeente en financiële risico’s tot een minimum beperkt blijven. We doen dit tegen zo laag mogelijke tarieven en kostendekkend, hierdoor hebben we de kosten en opbrengsten goed in beeld en sturen we op zo laag mogelijke uitgaven. Beleidskader De werkzaamheden worden overeenkomstig het vastgestelde beleidskader Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement uitgevoerd. Medio 2025 wordt het nieuwe vastgoedbeleidsplan vastgesteld door de raad. Tot dat moment voeren wij ons beheer uit overeenkomstig het vastgoedbeheerplan 2021 – 2024. Overzicht kwaliteitsniveau We houden het vastgoed in stand op kwaliteitsniveau 3 van de NEN 2767. Het publieksgedeelte van het gemeentehuis wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 2 van de NEN 2767. Het vastgoed met een exploitatieperiode korter dan 5 jaar wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 4 van de NEN 2767. Financiële) consequenties Uit het vastgoedbeheerplan volgt een jaarlijks door het college vastgestelde onderhoudsraming en jaarbudget. Dit budget is gebaseerd op dat wat is afgesproken met de raad in het vastgoedbeheerplan 2021-2024.

Voor de komende 10 jaar zijn in het vastgoedbeheerplan de geactualiseerde MOP’s, functionele aanpassingen zijnde vervangingsinvesteringen en duurzaamheidsinvesteringen in beeld gebracht. We spreken van functionele aanpassingen als we maatregelen aan het gebouw treffen in het kader van functionaliteit, milieu, duurzaamheid en herhuisvesting. Deze investeringen leiden tot een significante kwaliteitsverbetering en/of levensduurverlenging en/of met de functionele aanpassing waarmee wordt voldaan aan de wet- en regelgeving. Uitgangspunt is dat het gemeentelijke vastgoed voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau en er geen achterstallig onderhoud is.

93

Vertaling begroting Voor het jaarlijks regulier groot onderhoud (meerjarenonderhoudsplan MOP) is in 2025 een begroot bedrag noodzakelijk van €1.604.974,- Daarnaast voor vervangingsinvesteringen €442.987,- en duurzaamheidsinvesteringen € 178.000,- Daarnaast wordt een bedrag van €1.170.503,- gedoteerd in de onderhoudsvoorziening gemeentelijke panden voor de uitvoering van het groot planmatige onderhoud (MOP)

94

C. Financiering C. Financiering Inleiding In de paragraaf financiering komt het gemeentelijk financieringsbeleid aan de orde. De focus van het financieringsbeleid is gericht op het beperken van financierings-risico’s en het beheersen van de gemeentelijke schuldpositie. Er is een directe relatie met paragraaf A Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Economische ontwikkeling Na stagnatie in 2023, komt de Nederlandse economie met een zachte landing op een gematigd groeipad. De groei van het bruto binnenlands product (bbp) neemt in deze raming toe, van 0,2% in 2023 naar 0,5% in 2024, gevolgd door 1,3% in 2025 en 2026. De bbp-groei in 2024 is van binnenlandse herkomst. De bestedingen van de overheid leveren een hoge groeibijdrage. Daarnaast zijn de bestedingen van huishoudens een belangrijke groeimotor, ondersteund door meer werkgelegenheid, consumentenvertrouwen en reële loongroei. Ook de sinds medio 2023 weer stijgende huizenprijzen stimuleren de consumptie. De investeringen door bedrijven krimpen in 2024 nog, maar nemen weer toe in 2025 en 2026. Hetzelfde geldt voor de uitvoer, die ook in 2025 en 2026 weer op gang komt. Daarmee wordt de bbp-groei breder gedragen, want ook de bestedingen van de overheid en consumenten groeien de komende jaren gestaag verder. De werkloosheid loopt enigszins op, van 3,6% in 2023 naar 4,0% in 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14573934/2