3. Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
Tekst van het document
Verbonden partijen Welzijn De volgende verbonden partij levert een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit thema: •
Stichting Veens Welzijn.
Zie voor meer informatie paragraaf E Verbonden partijen.
Beleid gerelateerd aan thema Welzijn Naam beleidsstuk
Wanneer vastgesteld
Startdocument opdracht welzijn ‘Versterken sociale basis’
27-6-2019
Integraal Beleidskader Sociaal Domein
23-1-2020
Opdracht Welzijn
22-9-2020
Lokale inclusie agenda
25-10-2022
Taakvelden thema Welzijn Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
Lasten
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
4.135
4.135
3.627
3.627
Totaal 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
4.135
4.135
3.627
3.627
Totaal Thema Welzijn
4.135
4.135
3.627
3.627
62
PROGRAMMA 4 – BURGER EN BESTUUR Visie Burger en bestuur Veenendaal wil een gemeente zijn waarin inwoners, bedrijven en organisaties zich samen met de gemeente inzetten voor het bouwen aan de toekomst van Veenendaal. Daarbij is een heldere en eenduidige dienstverlening van belang. De inzet van moderne geautomatiseerde systemen draagt bij aan het beter en sneller helpen van onze klanten. Ook bij het besturen van de gemeente betrekken we de samenleving en hanteren daarbij een open en onbevangen bestuursstijl. Veenendaal blijft een betrouwbare samenwerkingspartner in het zuidoosten van Utrecht, in de regio Foodvalley, maar ook in de relatie met andere overheden. Veiligheid en leefbaarheid zijn en blijven belangrijke thema’s in Veenendaal. Hierbij zijn het tegengaan van criminaliteit en ondermijning en digitale veiligheid belangrijke aandachtspunten. Net zoals het tegengaan van, en voorbereid zijn op maatschappelijke onrust en de veiligheidsbeleving van onze inwoners. Het team Wmo is aangesloten op het traject Laaggeletterdheid in de regio en gestart met het doorlopen van de werkprocessen en de brieven. Het team I&A is bezig met het vereenvoudigen van de (werk)processen. Het team Communicatie is in augustus 2023 in gesprek gegaan met enkele inwoners over de toegankelijkheid van onze dienstverlening en het taalgebruik.
Toen is ook de vragenlijst ‘toegankelijke dienstverlening‘ ingevuld met de deelnemers van dit ‘panel‘. Daar zijn veel tips uitgekomen over hoe we onze dienstverlening ‘toegankelijker‘ kunnen maken voor onze inwoners (en ondernemers). De vragenlijst over toegankelijkheid is ook uitgezet onder alle inwoners waarbij we in het bijzonder inwoners hebben opgeroepen die moeite hebben met lezen en schrijven of veel informatie. In de derde week van september komen de resultaten hiervan binnen. Op basis van de gesprekken en de uitslagen van de vragenlijst is een advies in de maak voor begrijpelijke en duidelijke taal waarin het belang van een integrale aanpak voor het thema toegankelijkheid wordt benadrukt. Het thema hangt ook sterk samen met ‘Inclusiviteit & Diversiteit‘. Wmo werkt op dit moment aan een visie/agenda rond deze thema’s.
Thema’s Burger en bestuur I. Dienstverlening (extern) II. Bestuur & samenwerking III. Veiligheid samenleving
Financiën Burger en bestuur Bedragen x € 1.000
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
1.127
1.107
1.052
1.052
Lasten
8.947
8.913
9.030
8.955
Saldo programma (voor mutaties reserves)
-7.821
-7.805
-7.978
-7.903
Beschikkingen
102
102
102
102
Stortingen
112
112
112
112
Saldo mutaties reserves
-10
-10
-10
-10
Saldo programma (na mutaties reserves)
-7.830
-7.815
-7.987
-7.912
63
Actuele ontwikkelingen Burger en bestuur Thema III - Veiligheid samenleving Opvang Oekraïense ontheemden De stand van zaken medio 2023 is dat gemeentelijke opvang van Oekraïense ontheemden is verspreid over zeven locaties. Er worden nu totaal (gemeentelijke- en particuliere opvang) in Veenendaal 219 personen opgevangen. Voor verdere ontwikkeling van opvanglocaties vindt doorlopend afstemming plaats met de VRU (Veiligheidsregio Utrecht) gezien de instroom van Oekraïners, die nog steeds plaatsvindt en op dit moment oploopt. Bij de invulling van nieuwe locaties wordt ook rekening gehouden met de uitstroom uit de particuliere opvang uit Veenendaal (gastgezinnen). Achtergrond hiervan is dat gastgezinnen ontlast moeten kunnen worden en dat een verhuizing van de betrokken Oekraïners zoveel mogelijk binnen de gemeente plaatsvindt, zodat ongewenste verplaatsingen naar andere gemeenten niet nodig zullen zijn. De financiering van de gemeentelijke opvangkosten voor de opvang van Oekraïners wordt door het Rijk gecontinueerd. Deze financiering vanuit het Rijk voorziet tot dusver in de door de gemeente gemaakte kosten van opvang, leefgeld, ambtelijke inzet, e.d.. Momenteel vindt een herijking van de huidige financiering door het Rijk (opnieuw) plaats, hetgeen naar verwachting tot de nodige bijstellingen voor de financiering van de gemeentelijke opvang eerst per 1 januari 2024 zal leiden.
Op het moment van schrijven is over de uitkomsten van deze herijking nog niets bekend. Crisisnoodopvang De crisisnoodopvang voor asielzoekende 156 personen aan de Wageningselaan wordt voorlopig tot begin januari 2024 voortgezet. Na een verbetering van de leefbaarheid van de opvang voor de zomer van 2023 wordt nu vooruitgekeken naar de toekomst in de vorm van meer permanentere vormen van opvang in Veenendaal. Het Rijk doet een dringend beroep op gemeenten en veiligheidsregio’s om vluchtelingen een plek te bieden. De Wageningselaan 2 lijkt een geschikte locatie te zijn, maar dit voormalig Belcompany-pand is een oud kantoorgebouw en is op dit moment niet geschikt voor langdurige bewoning. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wil het gebouw kopen en op deze locatie circa 300 plekken realiseren. In het najaar van 2023 wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn en wat dit voor Veenendaal betekent. Op basis hiervan wordt besloten of aan het verzoek van het COA wordt meegewerkt. Daarbij wordt ook gesproken over de toevoeging van flexwoningen op dit terrein, waarbij ook aan andere woningzoekenden (starters, spoedzoekers, etc.) aandacht wordt gegeven. Zolang deze nieuwe vorm van opvang nog niet gerealiseerd is zal naar verwachting crisisnoodopvang in Veenendaal nodig zijn.
De door de gemeente gemaakte opvangkosten, waaronder de ambtelijke inzet, kunnen doorlopend gedeclareerd worden bij het COA, zodat deze opvang kostendekkend verloopt. Naar verwachting zullen ook de gemeentelijke opvangkosten in 2024 worden gedekt door het Rijk. Transitieperiode en Spreidingswet Het Rijk heeft eerder besloten om de coördinatie van de opvang van de diverse doelgroepen gedurende dit jaar over te hevelen naar de Provinciale Regietafels (PRT) in plaats van de veiligheidsregio’s. Door de PRT van de provincie Utrecht wordt de opvangtaakstelling voor alle doelgroepen momenteel middels het ‘Plan Utrecht’ vertaald naar lokaal niveau. Gemeente Veenendaal maakt deel uit van deze regietafel en de zogenaamde ‘kopgroep’ bestaande uit 8 gemeenten daarbinnen. Voorlopig blijft de Veiligheidsregio Utrecht met personele ondersteuning op de locatie betrokken bij de crisisnoodopvang in Veenendaal. Met de val van het Kabinet is de toekomst van Spreidingswet onzeker geworden. De verwachting is echter dat de opvang– in welke vorm dan ook – een structurele taak van gemeenten gaat worden. In verband hiermee zijn binnen de gemeentelijke organisatie een programmamanager en 2 medewerkers aangesteld. Zij functioneren onder meer als aanspreekpunt voor de PRT en als coördinatiepunt voor de opvangfunctie binnen de gemeentelijke organisatie.
Voor de aansturing van de dagelijkse gang van zaken in de opvang zijn in 2021 en 2022 twee uitvoerende teams (voor de Oekraïne-opvang en voor de 64
Crisisnoodopvang) en een werkgroep Financiën geformeerd. Op dit moment wordt gewerkt aan een transitie, waarbij de werkzaamheden van de crisisteams worden overgedragen aan een programmateam. Daarnaast wordt veel werk verricht door Veens Welzijn en vrijwilligers. Integraal Veiligheidsplan In april 2023 werd het Integraal Veiligheidsplan (IVP) Heuvelrug 2023-2026 door de raad vastgesteld. Samen met de gemeenten Utrechtse Heuvelrug, Renswoude, Rhenen en Wijk bij Duurstede, de politie en het Openbaar Ministerie realiseren we komende beleidsperiode doelstellingen gericht op het (tegengaan van) ondermijning, digitale veiligheid en (het voorkomen van) maatschappelijke onrust. We doen dat dichtbij en samen met onze inwoners, ondernemers en lokale ketenpartners.
Thema I – Dienstverlening (extern) Algemeen Dienstverlening (extern) Veenendaal wil een moderne, goed functionerende organisatie zijn, welke constant in beweging is om in te spelen op ontwikkelingen in de samenleving.
Wat willen we bereiken? I.a. De eerstelijns dienstverlening is klant-, service- en oplossingsgericht, waardoor er balans is tussen efficiënte inrichting en klantbeleving.
Wat gaan we daarvoor doen? I.a.1. Jaarlijks worden balie en telefonie gemeten op bereikbaarheid (telefonie, social media en website), toegankelijkheid (balie, o.a. openingstijden, werken op afspraak), middels een klanttevredenheidsonderzoek. I.a.2. Signalen die voortkomen uit onderzoeken of rechtstreeks van klanten oppakken om de dienstverlening blijvend te optimaliseren. I.a.3. Innovatieve service aanbieden aan onze klanten via digitaal loket, de balie en telefonie (particulieren, bedrijven en instellingen). Landelijke ontwikkelingen worden gevolgd zoals ediensten en wet- en regelgeving op dit gebied. Gekeken wordt naar uitbreiding van de digitale dienstverlening.
Wat willen we bereiken? I.b. We streven naar steeds meer zelfregie voor de klant om zijn zaken met de gemeente (digitaal) zelf te kunnen regelen.
Wat gaan we daarvoor doen? I.b.1. Meten van gebruik webformulieren.
Wat willen we bereiken? I.c. We streven naar een toegankelijke communicatie richting alle inwoners.
Wat gaan we daarvoor doen? I.c.1. In 2024 adviseren we de organisatie over hoe taal, digitaal en proces begrijpelijk en duidelijk verder meegenomen kan worden in de bedrijfsvoering.
Verbonden partijen Dienstverlening (extern) Niet van toepassing.
Beleid gerelateerd aan thema Dienstverlening (extern) Niet van toepassing.
65
Taakvelden thema Dienstverlening (extern) Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
0.2 Burgerzaken
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
-851
-851
-851
-851
Lasten
653
656
656
656
Totaal 0.2 Burgerzaken
-198
-195
-195
-195
Totaal Thema Dienstverlening (extern)
-198
-195
-195
-195
Thema II – Burger en samenwerking Wat willen we bereiken? II.a. Veenendaal zet zich (ook) in 2024 in voor de verdere ontwikkeling van de regio Foodvalley. De Regio wil, met vertegenwoordigers van zowel overheid, onderwijs als ondernemers een nieuwe Strategische Agenda opstellen. Die agenda gaat de ambitie en doelstellingen bevatten die in gezamenlijkheid worden bepaald. De betrokkenheid van de gemeenteraden bij de totstandkoming van deze SA wordt van groot belang geacht. De Regiocommissie, waarin ook vertegenwoordigers van de gemeente Veenendaal zitten, zal betrokken worden bij de review van de huidige Strategische Agenda (2020-2025), ten behoeve van de nieuwe Agenda welke in het voorjaar van 2025 van kracht wordt. Tevens zal Veenendaal zich door deelname in bestuurlijke en ambtelijke gremia blijven inzetten voor de verdere ontwikkelingen in de Regio Foodvalley.
Wat gaan we daarvoor doen? II.a.1. Veenendaal levert een (ambtelijke) bijdrage aan het binnen de regio invulling geven aan de Regiodeal Foodvalley. II.a.2. Eind 2020 is de geactualiseerde Strategische Agenda Foodvalley 2020 – 2025 vastgesteld. De komende jaren wordt in Triple Helix-verband vormgegeven aan de uitvoering van deze Strategische Agenda. Veenendaal levert hieraan zijn bijdrage. II.a.3. Als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling geeft Veenendaal mede invulling aan de overheidsgeleding van de Triple Helix regio Foodvalley (3 O’s: overheid, onderwijs, ondernemingen).
Wat willen we bereiken? II.b Veenendaal is een betrouwbare samenwerkingspartner. Veenendaal is weliswaar aangesloten bij de Regio Foodvalley, maar is als derde gemeente van de provincie Utrecht nadrukkelijk ook georiënteerd op de andere Utrechtse gemeenten en de provincie, onder andere door middel van bestuurlijke deelname bij diverse verbonden partijen als de Veiligheidsregio, de GGD, de ODRU en de AVU. In het bijzonder wordt ingezet op de waardevolle samenwerking met onze twee buurgemeenten Rhenen en Renswoude, door middel van diverse samenwerkingsovereenkomsten en (bestuurlijke) afstemmingsoverleggen. Het nieuwe college van Gedeputeerde Staten van Utrecht is eind augustus 2023 van start gegaan. De fracties van GroenLinks, VVD, D66, CDA en PvdA hebben een akkoord op hoofdlijnen gesloten. Onder verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten zullen de afspraken verder worden uitgewerkt in een College Uitvoeringsprogramma. De gemeente Veenendaal neemt graag deel aan de gesprekken hierover en zal zich hierbij constructief opstellen en zich een betrouwbare samenwerkingspartner tonen. Naast de genoemde samenwerkingsverbanden is er vanuit Veenendaal contact met andere middelgrote gemeenten, middels deelname aan de M50, de vereniging van middelgrote gemeenten (voorheen Platform Middelgrote Gemeenten). Dit lidmaatschap zal ook komend jaar worden voortgezet.
66
Wat gaan we daarvoor doen? II.b.1. Veenendaal zet zich (ook) in 2024 in voor de verdere ontwikkeling van de regio Foodvalley II.b.2. Veenendaal is een betrouwbare samenwerkingspartner.
Wat willen we bereiken? II.c. Adequate sturing en controle ten aanzien van verbonden partijen waarin de gemeente Veenendaal deelneemt.
Wat gaan we daarvoor doen? II.c.1. Naar verwachting zal eind 2023/begin 2024 een nieuwe geactualiseerde Kadernota verbonden partijen ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden.
Verbonden partijen Burger en samenwerking De volgende verbonden partij levert een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit thema: •
Regio Foodvalley.
Zie voor meer informatie paragraaf E Verbonden partijen.
Beleid gerelateerd aan thema Burger en samenwerking Naam beleidsstuk
Wanneer vastgesteld
Kadernota verbonden partijen
2016
Taakvelden thema Burger en samenwerking Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0.1 Bestuur
Baten
-174
-174
-119
-119
Lasten
3.361
3.361
3.257
3.182
Totaal 0.1 Bestuur
3.187
3.187
3.138
3.063
Totaal Thema Burger en samenwerking
3.187
3.187
3.138
3.063
Begroting 2027
Thema III – Veiligheid samenleving Algemeen Veiligheid samenleving In het raadsakkoord 2022-2026 is benoemd dat veilig leven een basisbehoefte is van iedereen. Het beweegt zich langs onderwerpen als verkeersveiligheid, sociale veiligheid, informatieveiligheid, handhaving, ondermijning, integriteit, etc. In 2023 is het nieuwe Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2023-2026 vastgesteld. Ook het tweejarig uitvoeringsprogramma (UVP) werd door het college bekrachtigd. Naast de uitvoering van dit nieuwe IVP en UVP wordt actief gewerkt aan het vergroten van het veiligheidsgevoel in de stad, in de wijken en op bedrijventerreinen. Door middel van ondersteuning en voorlichting maken wij onze inwoners en ondernemers zelfredzaam en veiligheidsbewust. Dit om het liefst onveiligheid en criminaliteit te voorkomen (preventief). We werken daartoe met een groot aantal veiligheidspartners samen. Die samenwerking vindt ook plaats wanneer er ondanks inspanningen aan de voorkant toch sprake is van onveiligheid, maatschappelijke onrust, overlast of criminaliteit aan de achterkant(repressief).
67
Naast de geprioriteerde thema's in het IVP en ons werk op het gebied van de openbare orde en veiligheid is het interventieteam aan de slag met de persoonsgerichte aanpak en de nazorg van ex-gedetineerden. Ook geven we uitvoering aan de wet verplichte GGZ voor personen met onbegrepen gedrag en de wet Tijdelijk Huisverbod. En blijven we investeren in het voorkomen van huiselijk geweld. De Veiligheidsregio Utrecht heeft in Veenendaal de beschikking over een brandweerkazerne die tussen 2023 en 2025 vernieuwd zal worden, zodat deze toekomstbestendig, duurzaam en energieneutraal is.
Wat willen we bereiken? III.a Inwoners en ondernemers kunnen veilig wonen, werken en leven in de stad en weten hoe ze weerbaar zijn tegen verschillende soorten criminaliteit.
Wat gaan we daarvoor doen? III.a.1 Realiseren van de doelstellingen en samen met ketenpartners, inwoners en ondernemers uitvoering geven aan de activiteiten gericht op met name (het voorkomen van) ondermijning, digitale veiligheid en (het voorkomen van) maatschappelijke onrust , zoals beschreven in het IVP Heuvelrug 2023-2026. III.a.2. Samen met ketenpartners acteren en inzet plegen op (acute) (zorg- en) veiligheidsissues en -casussen waarbinnen o.a. gewerkt wordt met actuele wet- en regelgeving en actuele inzichten over het inzetten van bestuurlijke bevoegdheden binnen het veiligheidsdomein.
Verbonden partijen Veiligheid samenleving De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit thema: •
Veiligheidsregio Utrecht (VRU).
Zie voor meer informatie paragraaf E Verbonden partijen.
Beleid gerelateerd aan thema Veiligheid samenleving Naam beleidsstuk
Wanneer vastgesteld
IVP Heuvelrug 2023-2026
apr-23
Horecanota: Veenendaal bruist
mei-13
Algemene Plaatselijke Verordening
Jaarlijkse actualisatie
Diverse beleidsregels voor de uitvoering van landelijke en lokale wet- en regelgeving
Taakvelden thema Veiligheid samenleving Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
Baten
-7
-7
-7
-7
Lasten
4.161
4.141
4.362
4.362 4.355
Totaal 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid
Begroting 2027
4.154
4.134
4.355
Baten
-95
-75
-75
-75
Lasten
773
755
755
755
Totaal 1.2 Openbare orde en veiligheid
678
679
679
679
Totaal Thema Veiligheid samenleving
4.832
4.813
5.035
5.035
68
PROGRAMMA 5 – ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN Visie Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van een gemeente waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Dat betekent dat de gemeente deze vrij kan besteden. Algemene dekkingsmiddelen zijn bedoeld om de programma’s uit te voeren die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Deze middelen bestaan uit: • algemene uitkering uit het Gemeentefonds; • opbrengsten van de lokale heffingen; • opbrengst uit deelnemingen (dividend); • rente-inkomsten van de reserves en het renteresultaat.
Thema’s Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien I. Treasury II. OZB en belastingen overige III. Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen
Financiën Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Bedragen x € 1.000
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
168.580
176.786
170.786
173.731
Lasten
4.500
10.046
15.672
18.480
164.079
166.740
155.115
155.251
1.560
1.416
7
7
Saldo programma (voor mutaties reserves) Beschikkingen Stortingen
20
20
20
20
Saldo mutaties reserves
1.540
1.396
-13
-13
Saldo programma (na mutaties reserves)
165.620
168.136
155.102
155.239
Thema I – Treasury Algemeen Treasury Voor een nadere toelichting rondom het treasurybeleid wordt verwezen naar de paragrafen weerstandsvermogen en risicobeheer en financiering.
Taakvelden thema Treasury Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0.5 Treasury
Baten
-1.913
-1.913
-1.913
-1.913
Lasten
609
609
609
609
-1.304
-1.304
-1.304
-1.304
Baten
-25
-106
-132
-132
Lasten
Totaal 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten
3.373
8.918
14.544
17.352
Totaal 0.8 Overige baten en lasten
3.348
8.813
14.412
17.220
Totaal Thema Treasury
2.044
7.509
13.108
15.916
69
Thema II- OZB en belastingen overige Algemeen OZB en belastingen overige Het gaat hier om de opbrengst van lokale heffingen van de gemeente waarvan de besteding van de opbrengst vrij is. De belangrijkste hiervan is de onroerendezaakbelasting (OZB). Deze belasting geldt voor eigenaren van woningen en van niet-woningen (bedrijfspanden en kantoren) alsmede voor gebruikers van niet-woningen. Naast de jaarlijkse trendmatige aanpassing wordt in het meerjarig perspectief geen verdere verhoging van de tarieven overwogen.
Taakvelden thema OZB en belastingen overige Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0.61 OZB woningen
Baten
-8.980
-9.511
-9.767
-9.767
Lasten
324
324
324
324
-8.656
-9.187
-9.443
-9.443
-7.483
-7.856
-8.069
-8.069
-7.483
-7.856
-8.069
-8.069
Baten
-2.085
-628
-628
-628
Lasten
44
44
44
44
Totaal 0.64 Belastingen Overig
-2.040
-584
-584
-584
Totaal Thema OZB en belastingen overige
-18.180
-17.627
-18.096
-18.096
Totaal 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen
Baten
Totaal 0.62 OZB niet-woningen 0.64 Belastingen Overig
Thema III - Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen Algemeen Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen Het gemeentefonds is een begrotingsfonds, waaruit de gemeenten worden gesubsidieerd: het Rijk stort jaarlijks een deel van de belastingopbrengsten in het gemeentefonds. De gemeenten kunnen met dit geld hun werkzaamheden uitvoeren. Het is een ‘algemene’ uitkering, dus het is aan de gemeenten op welke wijze de gelden besteden.
Taakvelden thema Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Baten
-148.094
-156.772
-150.277
-153.221
Totaal 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
-148.094
-156.772
-150.277
-153.221
Totaal Thema Uitkeringen en gemeentefonds algemeen
-148.094
-156.772
-150.277
-153.221
70
PROGRAMMA 6 – BEDRIJFSVOERING Visie Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering omvat de middelen die worden ingezet om de strategisch bepaalde doelen te realiseren. Omdat gemeenten opereren in een steeds veranderende omgeving vereist dit een hoge mate van flexibiliteit, waarbij slim en integraal werken belangrijk zijn. Ook klant- en resultaatgerichtheid zijn hierbij belangrijke factoren. Tot de middelen behoren financieel beheer, personeelsbeleid, ICT en innovatie van de middelen. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt op een aantal zaken verder ingegaan.
Thema’s Bedrijfsvoering I. Dienstverlening (intern) II. Security- en informatiemanagement III. Middelen IV. Advisering en detachering V. Bedrijfsvoering algemeen
Financiën Bedrijfsvoering Bedragen x € 1.000
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten
7.347
7.277
7.257
7.257
Lasten
66.270
68.181
69.776
72.028
Saldo programma (voor mutaties reserves)
-58.922
-60.904
-62.519
-64.771
342
312
202
202
1.552
1.409
0
0
Beschikkingen Stortingen
Begroting 2027
Saldo mutaties reserves
-1.210
-1.097
202
202
Saldo programma (na mutaties reserves)
-60.133
-62.001
-62.317
-64.569
Lasten en baten totaal taakveld overhead Bedrijfsvoering Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0.4 Overhead
Baten
7.347
7.277
7.257
7.257
Lasten
32.028
32.248
32.568
33.299
Totaal 0.4 Overhead
24.680
24.971
25.311
26.042
Totaal Taakveld Overhead (A)
24.680
24.971
25.311
26.042
71
Begroting 2027
Toegerekende apparaatskosten op taakvelden in programma's tkv
omschrijving taakveld
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
0.2
Burgerzaken
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
2.087
2.191
2.268
2.361
586
615
637
663
0.61 0.62
OZB woningen
989
1.038
1.074
1.118
OZB niet-woningen
183
192
199
207
1.1
Crisisbeheersing en Brandweer
73
77
80
83
1.2
Openbare orde en Veiligheid
2.564
2.690
2.786
2.900
2.1
Verkeer en vervoer
2.197
2.306
2.388
2.485
2.2
Parkeren
146
154
159
166
3.1
Economische ontwikkeling
1.025
1.076
1.114
1.160
3.4
Economische promotie
73
77
80
83
4.2
Onderwijshuisvesting
403
423
438
456
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
659
692
716
746
5.1
Sportbeleid en activering
73
77
80
83
5.2
Sportaccommodaties
73
77
80
83
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
73
77
80
83
5.4
Musea
37
38
40
41
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
2.637
2.767
2.865
2.982
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
1.502
1.576
1.632
1.698
6.2
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
1.465
1.537
1.592
1.657
6.3
Inkomensregelingen
4.065
4.266
4.417
4.598
6.4
WSW en beschut werk
439
461
478
497
6.5
Arbeidsparticipatie
2.527
2.652
2.746
2.858
6.6
Maatwerkvoorziening (WMO)
2.600
2.729
2.825
2.941
6.71A
Hulp bij het huishouden (WMO)
842
884
915
953
6.71B
Begeleiding (WMO)
37
38
40
41
6.71c
Dagbesteding (WMO)
37
38
40
41
6.72A
Jeugdhulp begeleiding
220
231
239
249
6.72B
Jeugdhulp behandeling
73
77
80
83
6.72C
Jeugdhulp dagbesteding
73
77
80
83
6.72d
Jeugdhulp zonder verblijf overig
37
38
40
41
7.1
Volksgezondheid
73
77
80
83
7.2
Riolering
659
692
716
746
7.3
Afval
7.4
Milieubeheer
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
8.1
Ruimtelijke Ordening
8.3
Wonen en bouwen
Totaal toegerekende apparaatkosten (B)
183
192
199
207
1.025
1.076
1.114
1.160
220
231
239
249
2.124
2.229
2.308
2.402
2.161
2.267
2.348
2.444
34.242
35.933
37.208
38.729
Nog te realiseren in projecten / investeringen (C)*
4.018
3.976
3.976
3.976
Totaal Bedrijfsvoering (A+B+C)
62.940
64.880
66.495
68.747
*) Dit betreffen investeringskosten die geen onderdeel uitmaken van de baten en lasten binnen de exploitatie
72
Thema I – Dienstverlening (intern) Taakvelden thema Dienstverlening (intern) Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
0.4 Overhead
Baten
-36
-36
-36
-36
Lasten
10.528
10.219
10.031
10.030
Totaal 0.4 Overhead
10.492
10.183
9.995
9.995
Totaal Thema Dienstverlening (intern)
10.492
10.183
9.995
9.995
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Thema II – Security & informatiebeveiliging Taakvelden thema Security & informatiebeveiliging Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
0.4 Overhead
Baten
-12
-12
-12
-12
Lasten
78
78
78
78
Totaal 0.4 Overhead
66
66
66
66
Totaal Thema Security & informatiebeveiliging
66
66
66
66
Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027
Thema III – Middelen Taakvelden thema Middelen Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
0.4 Overhead
Baten
-183
-183
-183
-183
Lasten
20.365
20.894
21.402
22.160
Totaal 0.4 Overhead
20.182
20.711
21.219
21.977
Totaal Thema Middelen
20.182
20.711
21.219
21.977
Begroting 2027
Thema IV - Advisering en detachering Taakvelden thema Advisering en detachering Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0.4 Overhead
Baten
-3.033
-3.005
-2.985
-2.985
Lasten
559
559
559
532
Totaal 0.4 Overhead
-2.475
-2.446
-2.426
-2.453
Totaal Thema Advisering en detachering
-2.475
-2.446
-2.426
-2.453
73
Thema V - Bedrijfsvoering algemeen Wat willen we bereiken? V.a. Grip verbeteren op rechtmatigheid van inkopen.
Wat gaan we daarvoor doen? V.a.1. Implementatie/uitrol van het inkoop -en bestelsysteem binnen de organisatie.
Beleidsindicatoren Bedrijfsvoering algemeen Veenendaal Taakveld
Indicator
Eenheid
Bron
2022 2023 2024
0.3 Overhead Formatie
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
7,83
nnb nnb
0.3 Overhead Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
6,93
nnb nnb
0.3 Overhead Apparaatskosten Kosten per inwoner
Eigen gegevens 685,37 nnb nnb
0.3 Overhead Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen Eigen gegevens 23,10% nnb nnb
0.3 Overhead Overhead
% van totale lasten
Eigen gegevens 8,43% nnb nnb
Taakvelden thema Bedrijfsvoering algemeen Taakveld (bedragen x € 1.000)
B/L
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0.4 Overhead
Baten
-4.083
-4.041
-4.041
-4.041
Lasten
498
498
498
498
Totaal 0.4 Overhead
-3.584
-3.543
-3.543
-3.543
Totaal Thema Bedrijfsvoering algemeen
-3.584
-3.543
-3.543
-3.543
74
PARAGRAFEN A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente Veenendaal in staat is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Risicobeheersing stelt zich als doel om inzicht te krijgen in de risico’s. Daarnaast worden er adequate maatregelen getroffen. We streven ernaar dat het optreden van risico’s zo min mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande en beoogde beleid. Daarnaast gaan we het gesprek over risico’s aan. Daarmee stimuleren we het risicobewustzijn van alle medewerkers in de organisatie.
Het weerstandsvermogen wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit (beschikbare middelen) af te zetten tegen de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s). Verder wordt beoordeeld of er voldoende structurele en incidentele middelen zijn om structurele en incidentele risico’s op te vangen. In 2024 gaat de Nederlandse economie terug naar een lager groeitempo. Dit zal helpen om de inflatie omlaag te krijgen. Voor het bepalen van de risico's voor 2024 gaan we vooralsnog uit van een relatief gunstig scenario, waarbij de economische risico's zich redelijk op het bestaande niveau handhaven. Achteraf kan blijken dat dit scenario te gunstig is. In verband met de aanwezige onzekerheid over de economische ontwikkelingen is ook een 'zwaar weer' scenario opgesteld. In paragraaf C. Financiering treft u informatie aan welke gevolgen een ‘zwaar weer’ scenario voor de economie kan hebben. Weerstandscapaciteit De gemeentelijke weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2024 € 39,8 miljoen en bestaat uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post “onvoorziene uitgaven”. Met ingang van de begroting 2024 is geen weerstandscapaciteit meer toegekend aan de stille reserves omdat er onvoldoende zekerheid is dat de panden die het betreft daadwerkelijk te gelde kunnen worden gemaakt.
Voor de reserve startersleningen geldt dat op basis van de herbeoordeling van deze reserve er geen vrij beschikbare ruimte meer aanwezig is. De nog aanwezige middelen zullen worden gebruikt als dekkingsmiddel voor de rente en overige kosten van huidige en toekomstige startersleningen.
75
Beschikbare weerstandscapaciteit (in miljoenen euro's) Algemene Reserve (stand na 2e bestuursrapportage) (i)
32,6
Onbenutte belastingcapaciteit (s)
7,1
Onvoorziene uitgaven (s)
0,1
Stille reserves
0
Reserve startersleningen
0
Totaal
39,8
In de algemene reserve is na de besluitvorming over de 2e bestuursrapportage 2023 € 32,6 miljoen beschikbaar voor het afdekken van risico’s (incidentele capaciteit). De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt € 7,1 miljoen (structurele capaciteit). De onbenutte belasting capaciteit is voor 2024 herrekend op basis van de gegevens vanuit de meicirculaire 2023. Voor onvoorziene uitgaven is € 0,1 miljoen beschikbaar (structurele capaciteit). Risicomanagement Voor de programmabegroting zijn de risico’s die de gemeente loopt geactualiseerd. De omvang van de risico’s bedraagt in 2024 € 58 miljoen (€ 66 miljoen 2023). In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de 10 belangrijkste risico’s. Het betreft hier risico’s waarvan de omvang hoger is dan € 0,5 miljoen. De opgenomen risico’s zijn allen extern van karakter. Top 10 risico's (in miljoenen euro's) Omschrijving risico (omschrijving beheersmaatregel)
Effect Kans BSc NSc
1. Onvoldoende beschikking over kwalitatief en kwantitatief personeel (Strategische personeelsplanning – Monitoring budget loonkosten – werving op basis van toekomstige talenten).
€ 2,5 (i)
90%
25
25
2. Hogere kostenstijgingen investeringen MIP door stijging inflatie en gevolgen van de oorlog in Oekraïne. (Doorberekenen prijsstijgingen waar mogelijk).
€ 2,0 (i)
90%
25
25
3. Hogere kosten Jeugdzorg (2 maandelijkse monitor)
€ 2,2 (s)
70%
20
20
4. Daling inkomsten uit het gemeentefonds (monitoring ontwikkelingen rijksoverheid, gemeentefonds en lobby VNG).
€ 1,5 (s)
50%
15
15
5. Aantrekken van leningen wordt als gevolg van de stijging van de rente boven de 3,5% duurder dan geraamd € 2,5 in de begroting (Anticiperen op rentestijging – kasgeldfinanciering toepassen). (i)
50%
15
15
€ 0,8 (i)
70%
20
16
7. Als gevolg van het stopzetten van de gaslevering door Rusland blijven de energieprijzen volatiel. Inmiddels € 1,2 zijn maatregelen (LNG import en energiebesparing) getroffen om de sterke stijging te verminderen. Maar (i) desondanks blijft er een hoge mate van onzekerheid bestaan over de energierekening van de gemeente en aan de gemeente gelieerde organisaties (monitoring ontwikkelingen).
50%
20
15
€ 1,0 (i)
70%
16
12
9. De invoering van de Omgevingswet is een complex en intensief traject. Daarbij worden diverse risico’s € 1,0 onderkend zoals: mogelijke leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de te (i) verwachten kosten, software aanpassingen en nieuwe juridische procedures. Inmiddels is bekend dat 1 januari 2024 de nieuwe wet ingaat. (Projectgroep bereid de invoering van de Omgevingswet voor).
50%
12
12
€ 0,5 (i)
50%
9
9
6. De BUIG-uitkering van het rijk neemt af of de uitkeringslasten stijgen door een toename van het aantal cliënten. (De inzet van re-integratie- en poortwachters-instrumenten waardoor het aantal cliënten wordt beperkt).
8. Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke regelingen. (Nauwgezet volgen ontwikkelingen gemeenschappelijke regelingen en bijsturen waar mogelijk).
10. Opvang oorlogsvluchtelingen Oekraïne (Compensatie rijk) * BSc = Bruto Score risico * NSc = Netto Score risico
De berekening van de risicoscore Kans
Score kans
Gevolg
Score Gevolg
> 10 jaar
10%
1
X < € 50.000
1
5 jaar < x < 10 jaar
30%
2
€ 50.000 < x < € 200.000
2
2 jaar < x < 5 jaar
50%
3
€ 200.000< x < € 500.000
3
1 jaar < x < 2 jaar
70%
4
€ 500.000< x < € 1.000.000
4
X < 1 jaar
90%
5
X > 1.000.000
5
76
De risicoscore wordt als volgt berekend: Een risico dat zich 1 maal in de 3 jaar kan voordoen met een gevolg van € 250.000 krijgt voor kans een 3 en voor gevolg een 3 en scoort dus 3 x 3 = 9. Een risico dat zich 1 maal in de 2 jaar kan voordoen met een gevolg van € 600.000 krijgt voor kans een 4 en voor gevolg een 4 en scoort dus 4 x 4 = 16. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit bovenstaande risicotabel blijkt dat er voor € 11,5 miljoen aan grote incidentele risico’s aanwezig zijn terwijl er voor € 32,6 miljoen aan incidentele weerstandscapaciteit beschikbaar is. We kunnen hieruit concluderen dat er voldoende incidentele capaciteit aanwezig is om incidentele risico’s op te vangen. Uit bovenstaand overzicht blijkt verder dat voor € 3,7 miljoen aan structurele risico’s aanwezig zijn terwijl er voor een bedrag van € 7,2 miljoen (onbenutte belastingcapaciteit € 7,1 miljoen en onvoorzien € 0,1 miljoen) aan structurele weerstandcapaciteit beschikbaar is. Ook hier is sprake van een juiste verhouding. Op grond van het voorgaande kan vastgesteld worden dat er een gunstige verhouding is tussen de incidentele / structurele risico’s en incidentele / structurele weerstandscapaciteit.
Weerstandsvermogen Om verantwoord met risico’s om te gaan, is het noodzakelijk een buffer (weerstandscapaciteit) te hebben. De benodigde weerstandscapaciteit kan lager zijn dan de omvang van de risico’s (€ 58 miljoen) aangezien niet alle gemeentelijke risico’s die gesignaleerd zijn, tegelijkertijd zullen optreden. Daarnaast zijn er diverse beheersmaatregelen en voeren we jaarlijks ook een risico simulatie uit. Op basis van de risicosimulatie (Monte Carlo analyse) van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement blijkt dat bij onze gemeente een buffer (benodigde weerstandscapaciteit) van minimaal € 14,4 miljoen (was € 18 miljoen in 2023) nodig is om de risico’s verantwoord af te dekken. Met andere woorden: de gemeente kan door het aanhouden van een buffer (benodigde weerstandscapaciteit) van € 14,4 miljoen met een zekerheid van 90% (landelijke norm) de aanwezige risico’s afdekken. De daling van € 18 miljoen naar € 14,4 miljoen geeft aan dat de risico's de afgelopen periode zijn teruggelopen. Het betreft hier vooral het risico over het gemeentefonds. Dit risico is in de begroting 2023 voor een bedrag van € 10 miljoen opgenomen vanwege de grote onduidelijkheid hierbij. In 2024 wordt rekening gehouden met een bedrag van € 1,5 miljoen. Deze aanpassing is mogelijk door de negatieve effecten bij het gemeentefonds volledig op te nemen in het meerjarenperspectief.
Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit/benodigde weerstandscapaciteit = € 39.800.000/ € 14.400.000 = 2,7 In de begroting 2023 bedroeg de ratio 2,2. De stijging van de ratio wordt veroorzaakt door de aanpassing van het risico bij het gemeentefonds. Vanwege de verslechterende economische omstandigheden, de risico's bij de jeugdzorg en het gemeentefonds kan het risicovolume de komende tijd behoorlijk oplopen. Van belang is dan ook om als gemeente te blijven sturen op een goede uitgangspositie door ruim boven de minimale weerstandsratio van 1 te blijven.
77
Jaar
Ratio weerstandsvermogen
2024
2,7
2023
2,2
2022
2,1
2021
1,55
2020
2
2019
1,8
2018
3
Ter vergelijking: de provincie Utrecht – onze toezichthouder - heeft in de begroting 2023 een ratio van 1,7 (2022 1,9) wat overeenkomt met de classificatie ‘ruim voldoende’. De beoordeling van de ratio van 2,7 voor 2024 is volgens de systematiek van het Nederlands Bureau voor Risicomanagement ‘goed’. (Kleiner dan 1 = onvoldoende; tussen 1 en 1,5 = voldoende; tussen 1,5 en 2 = ruim voldoende; groter dan 2 = goed). Hiermee wordt voldaan aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader dat het weerstandsvermogen minimaal een ratio groter dan 1 dient te hebben. Conclusie Ons weerstandsvermogen is door het inzetten op de versterking van de benodigde weerstandscapaciteit enerzijds en het beheersen van de risico's anderzijds ten opzichte van 2024 gestegen. De ratio weerstandsvermogen bedraagt 2,7 in 2024 en voldoet aan het gestelde beleidskader dat uitgaat van een ratio van 1 of hoger. Vanwege de onzekerheden rondom de economische omstandigheden en de inkomsten uit het gemeentefonds vanaf 2026 is het belangrijk om te beschikken over voldoende weerstandsvermogen. Dit weerstandsvermogen zullen we de komende jaren nodig hebben om de pijnlijke gevolgen van de economische neergang en de onzekerheid bij het gemeentefonds op te kunnen vangen. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Beleidsvoornemens
Jaartal
De weerstandscapaciteit dient minimaal de ratio 1 te hebben wat overeenkomt met de classificatie voldoende.
2024
Verplichte kengetallen financiële positie in de begroting Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing zes financiële kengetallen moeten worden opgenomen. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. In 2024 daalt de gemeentelijke schuldquote gecorrigeerd voor leningen naar 97%. Een daling van 6% ten opzichte van de begroting 2023. Dit wordt veroorzaakt door de fasering van grote investeringen in het meerjaren investerings plan (MIP). Onze toezichthouder: de provincie Utrecht hanteert als veilige norm een percentage van maximaal 90%. De solvabiliteitsratio geeft de verhouding eigen/vreemd vermogen aan en helpt om inzicht te krijgen in welke mate wij in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio daalt in 2024 naar 23%. De verklaring hiervoor is dat in 2024 extra vreemd vermogen 78
nodig is voor de financiering van de investeringen. Deze tendens zal zich in 2025, 2026 en 2027 verder doorzetten. De minimale norm van onze toezichthouder is 20%. Dit percentage gaan we volgens de huidige prognose in 2026 bereiken. Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij verkoop. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten. Dit kengetal geeft aan dat de gemeente op het terrein van de grondexploitatie steeds minder risico loopt. Dit komt door het afronden van steeds meer complexen dat zorgt voor een daling van de boekwaarde van de complexen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. In 2024 komt de structurele exploitatie ruimte uit rond de 2,3.
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De toelichting hiervan is opgenomen in paragraaf G Lokale heffingen. Kengetallen
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Netto schuldquote
62%
103%
97%
98%
105%
103%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
57%
97%
90%
91%
97%
96%
Solvabiliteitsratio
34%
25%
23%
21%
20%
20%
Grondexploitatie
1,6%
5,7%
4,2%
5,6%
7,4%
7,3%
Structurele exploitatieruimte
2,40
-0,49
2,30
2,28
-3,08
-4,05
Belastingcapaciteit
83%
83%
78%
78%
78%
78%
B. Onderhoud Kapitaalgoederen Tot de kapitaalgoederen in de openbare ruimte rekenen we de wegen en civiele kunstwerken (bruggen, tunnels en viaducten), de riolering, het water, het groen en het vastgoed in de gemeente. Onderhoud bestaat uit dagelijks onderhoud, groot onderhoud en technische vervanging in renovatie. Inhoud Het vastgestelde beleidskader voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Algemene ontwikkelingen De komende jaren staat de gemeente voor een grote vervangingsopgave in de openbare ruimte doordat het kapitaal einde levensduur is. Doordat de huidige openbare ruimte (grotendeels) gefinancierd is vanuit de ontwikkeling kennen deze momenteel geen financiering. Na vervanging is dit wel het geval en gaan de kapitaallasten en rentelasten stijgen. Dit is per taakveld weergegeven in een grafiek. Naast de vervangingsopgave staat de gemeente voor de opgave te komen tot een klimaatadaptieve, energie neutrale, circulaire en datagerichte gemeente. In het OPOR zijn hiervoor beperkt middelen opgenomen bij vervangingen. Komende jaren worden hiervoor de uitvoeringsplannen en financiële consequenties inzichtelijk om tot een versnelling van realisatie van de ambities te komen.
Wat verder van invloed is zijn de beperkte beschikbaarheid van grondstoffen, energie en arbeidskrachten en daarmee de toenemende stijging van prijzen over de gehele linie. 79
Technische kwaliteit Op basis van (eigen) inspecties en schouwrapporten wordt klein of groot onderhoud uitgevoerd in de openbare ruimte zodat deze voldoen aan de beeldkwaliteit A/B-niveau (conform de CROW-systematiek). In de winkelcentra en op de begraafplaats wordt voor de verhardingen, straatmeubilair en groen een A-niveau gerealiseerd. In de overige wijken wordt de kwaliteit beoordeeld op een B/C-niveau en wordt toegewerkt naar het B-niveau. Verzorgende kwaliteit De onderhoudskwaliteit wordt in het jaar 2024 grotendeels onderhouden op beeldkwaliteit B, en voor winkelcentra en begraafplaats beeldkwaliteit A. Door het regelmatig uitvoeren van een externe schouw wordt de kwaliteit beoordeeld en waar nodig extra inzet gepleegd. Verloop kwaliteit In het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) is rekening gehouden met een groei richting ambitieniveau in het jaar 2025. Aandachtspunt voor de technische kwaliteit vormt het uitvoeren van de vervangingsplannen en groot onderhoud conform de planning voor de diverse onderdelen (verhardingen, kunstwerken, verkeersregelinstallaties, speeltoestellen en groen) welke voor grote delen einde levensduur hebben bereikt of gaan bereiken op middellange termijn. Aandachtspunt voor de onderhoudskwaliteit zijn de weersomstandigheden waardoor een wisselende piekbelasting ontstaat in het reguliere onderhoud (onkruidverwijdering).
Daarnaast wil de gemeente inwoners stimuleren om hun leefomgeving schoon, heel en veilig te houden. Participatie In elk project dat wij voorbereiden en uitvoeren werken we met de participatietrap. We betrekken bewoners bij de voorbereiding van een project. Na afronding van een project volgt een evaluatie. De eventuele verbeterpunten uit de evaluatie borgen wij in ons werkproces en passen we toe op de toekomstige projecten. Wegen, kunstwerken, Openbare verlichtingen en technische installaties Beleidskaders Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Kapitaalgoederen die aan het einde van de technische of maatschappelijke levensduur zijn worden gereconstrueerd. Hierbij wordt gekeken of vervangingen integraal opgepakt kunnen worden. In 2024 zijn o.a. de volgende reconstructies en groot onderhoudsprojecten gepland.
80
Straat
Jaar
Stand van zaken
Aanleg vrij liggende fietspaden Duivenwal
2024
Afkoppelen en verbeteren verkeersveiligheid De Weverij
2024
Uitvoering Uitvoering
Afkoppelen en reconstructie De Pol
2023-2026
In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Dragonder Noord (fase 1&2)
2022-2025
In voorbereiding/uitvoering
Vervangen brug De Pionier/Wiekslag
2023-2025
In voorbereiding/uitvoering
Reconstructie De Pionier/De Wiekslag en kruispunt /Hoornzwaluw
2023-2025
In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Verlengde Sportlaan
2023-2025
In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Waterman
2024
Uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Boogschutter
2024
Uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Morgenster
2024
Uitvoering
Reconstructie Dennenlaan/Boslaan
2024-2025
Uitvoering
Aanleg 2-richtingenfietspad en reconstructie Brinkersteeg/De Smalle Zijde
2024-2025
Uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Fluiterpad
2024-2025
In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Franse Gat (oostzijde)
2023-2025
In voorbereiding/uitvoering
Groot onderhoud en verbeteren verkeersveiligheid Grote Beer-Lorentzstraat (oost-west)
2023-2025
In voorbereiding/uitvoering
Reconstructie parkeerplaats Groene Velden
2023-2025
In voorbereiding/uitvoering
Vervangen brug Bartoklaan
2024
In voorbereiding/uitvoering
Vervangen geluidsschermen Rondweg Oost
2024
In voorbereiding/uitvoering
Vervanging openbare verlichting Gelderse Blom, Meesterweide, Achterkerk
2024
In voorbereiding/uitvoering
Vervanging verkeersregelinstallatie door iVRI
2024
Uitvoering
Groot onderhoud asfalt verharding de Compagnie Oost
2024
Uitvoering
Reconstructie Industrielaan
2024-2026
In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Dragonder Noord (fase 3&4)
2024-2026
In voorbereiding/uitvoering
Reconstructie Noordekroon
2024-2025
In voorbereiding/uitvoering
Vervanging verkeersregelinstallatie door iVRI
2024-2025
In voorbereiding/uitvoering
Herstel kademuren
2024-2025
In voorbereiding/uitvoering
Reconstructie fietspad Prattenburg
2023-2025
In voorbereiding/uitvoering
Vertaling begroting Voor de reconstructies aan wegen en kunstwerken wordt in 2024 in het meerjareninvesteringsplan een totaalbedrag van € 5.312.400,- besteed. Voor de verkeersregelinstallaties is een bedrag van € 430.000,- beschikbaar en voor de openbare verlichtingen € 270.000,-. Voor het dagelijkse onderhoud zijn in 2024 de volgende bedragen in de exploitatiebegroting opgenomen: • • • •
Wegen en kunstwerken en gladheidbestrijding € 1.996.442,-; Openbare verlichting, technische installatie en VRI € 1.125.112,-; Straatmeubilair , bewegwijzering en bebording € 235.246,-; Reiniging openbare ruimte en onkruidverwijdering € 1.224.554,-.
Financiële consequentie (langjarig) De komende jaren staat de gemeente voor een grote vervangingsopgave voor de openbare ruimte, waaronder de wegen, kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. Deze zijn veelal aangelegd en gefinancierd vanuit de grondexploitatie. Na vervanging levert dit een toename op van kapitaal- en rentelasten zoals in onderstaande grafiek is weergegeven.
81
Figuur 1: visualisatie toename kapitaallasten taakveld verkeer en vervoer* Sinds 2023 is de openbare verlichting in eigendom van de gemeente. Bij uitvoering van de geplande vervangingen is het areaal in 2030 geheel voorzien van LED. De verkeersregelinstallaties (VRI) zijn aan het eind van hun levensduur en aan vervanging toe. Deze vervangingen staat gepland vanaf 2023-2030 waarbij ze vervangen worden voor intelligente installaties (iVRI’s). Bij het vaststellen van het OPOR is besloten in 2026 een voorziening met een jaarlijkse dotatie van € 1.370.000, - in te stellen voor financiering van het groot onderhoud van de asfaltverhardingen. Voorafgaand aan de voorziening kan de bestaande reserve wegen ingezet worden voor groot onderhoud *De piek in investeringen in het jaar 2023/2025 wordt grotendeels veroorzaakt door het toegekende budget t.b.v. uitwerking gebiedsvisie Franse Gat. Riolering Beleidskaders Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Vertaling begroting Voor afkoppelprojecten en rioolvervangingen is in 2024 in het OPOR een bedrag van € 5.240.400,- opgenomen. Voor het dagelijkse onderhoud zijn onderstaande bedragen in de exploitatiebegroting 2023 opgenomen: • • •
Rioolbeheer € 377.235,-; Reinigen en onderhouden kolken en plaagdierbestrijding € 243.751,-; Onderhoud pompen en persleidingen € 262.760,-.
Hierin zijn naast het beheer en onderhoud aan de riolen onder andere kosten voor grondwaterbeheer en een aandeel in straatvegen inbegrepen. Ook is € 150.000,beschikbaar voor het stimuleren van afkoppelen van regenwater en vergroenen van particuliere percelen. Deze impuls wordt gedekt uit de voorziening rioleringen. Naast dagelijks onderhoud zijn er ook exploitatiebudgetten voor programma's, onderzoek, etc.
82
Financiële consequentie (langjarig) De komende jaren worden riolen vervangen welke aangelegd zijn vanuit de grondexploitatie, ook worden nieuwe hemelwaterrioleringen en waterbergingen aangelegd. De komende jaren levert dit door deze bedragen te investeren een toename aan kapitaalslasten op zoals in de onderstaande grafiek is weergegeven.
Elk jaar worden in Veenendaal reconstructies uitgevoerd van straten en wijken. Hierbij wordt het hemelwater afgekoppeld van het vuilwaterriool. Het regenwater komt dan in het oppervlaktewatersysteem wat berging bevat en afvoer naar de Grift. Omdat er door klimaatinvloeden in de toekomst grotere piekbuien zullen gaan optreden, bestaat het gevaar dat De Grift door de aanliggende gemeenten dusdanig wordt belast dat dit benedenstrooms bij Amersfoort voor problemen kan zorgen. Om deze piek in de afvoer van regenwater te dempen, en water vast te houden waar het valt, kan het regenwater ter plaatse langer geborgen dan wel geinfiltreerd worden. In de Veense situatie is dit echter heel complex vanwege de hoge grondwaterstand in relatie tot het benodigde ruimtebeslag. Of berging en infiltratie mogelijk en noodzakelijk is, is daarom maatwerk per locatie. De klimaatstresstest die op het moment wordt uitgevoerd, zal hierin sturing geven. De extra investeringskosten en de gevolgen voor de kapitaallasten en rioolheffing voor de komende jaren worden ook in beeld gebracht. Water Beleidskader Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Vertaling begroting In totaal is voor het dagelijkse onderhoud in de exploitatiebegroting 2024 opgenomen: • •
Maaien vijvers en klein onderhoudswerk € 105.543,-; Baggerwerkzaamheden € 95.641,-.
Voor het vervangen van beschoeiingen is in 2024 vanuit het meerjareninvesteringsplan €120.000,- (bedrag aanpassen) opgenomen. Financiële consequentie Naast het regulier onderhoud zoals het maaien en korven van vijvers en sloten worden in 2024 meerdere watergangen en oevers voorzien van nieuwe beschoeiingen of omgevormd tot natuurvriendelijke oevers. Hiervoor is in 2021 een raamcontract afgesloten.
83
Groen en speelvoorzieningen/ BOSS-locaties Beleidskader Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). Het raadsakkoord 2022-2026 gaat specifiek in op dit thema met verschillende ambities en aandachtspunten, zoals (verkort weergegeven): • • •
Veenendaal verder vergroenen, zowel kwantitatief als kwalitatief; Klimaatadaptatie door onder andere hittestress tegen te gaan met (meer) groen; Het BOSS-principe (bewegen, ontmoeten, sporten, spelen) is uitgangspunt bij het ontwikkelen van openbare beweeg- en ontmoetingsplekken in de wijken.
Er wordt zoveel mogelijk integraal gewerkt. Investeringen aan het groen en speellocaties vinden zoveel mogelijk gelijktijdig plaats met reconstructies van buurten of met onderhoud aan verhardingen. Uitgangspunt is dat waardevol groen behouden blijft en dat Veenendaal in 2030 groener is dan in 2020. Ook investeren we in het omvormen en renoveren van speellocaties conform het BOSSprincipe (zie OPOR). Het BOSS-beleid is gericht op alle leeftijden. Dit betekent dat veel bestaande speellocaties, die met name ingericht zijn voor (kleine) kinderen, omgevormd worden naar BOSS-locaties. Er ontstaat op termijn een heel netwerk van verschillende type BOSS-plekken voor verschillende leeftijdscategorieën. Hierbij wordt buurtgericht gewerkt, waarbij iedere woonbuurt om de 7 jaar aan de beurt komt. De BOSS-locaties worden vervolgens geüpdatet op basis van de veranderende leeftijdsopbouw van een buurt. Bij het opstellen van de buurtplanning is prioriteit gegeven aan buurten met een grote vervangingsopgave van bestaande speelobjecten. In deze buurten worden zowel de speelvoorzieningen als het groen opgeknapt.
In de volgende buurten worden in 2024 BOSS-plekken gerealiseerd: Dragonder Oost (13 plekken), Dragonder Noord (6 plekken + beweeg- en speelroute), Componistenbuurt (3 plekken), Pioniersbuurt (7 plekken + ontmoetingsplek + speelroute), Achterkerk (4 plekken + speelroute), Franse Gat (bovenwijkse-BOSS zone) en enkele solo-plekken in andere buurten (Schoener, Zonnewijzer en Hollandia). In de volgende buurten starten we in 2024 met de voorbereiding en bewonersparticipatie: vervolg in de Componistenbuurt (5 plekken + ontmoetingsplek + beweeg- en speelroute) en het Franse Gat (3 plekken + speelroute) en een start in de Vogelbuurt (3 plekken + ontmoetingsplek) en de Schepenbuurt (8 plekken). Naast bewegen, ontmoeten, spelen en sporten (BOSS) is er bij de aanpak veel aandacht voor vergroening (klimaat), inclusie, duurzaamheid en circulariteit. Vertaling begroting Om te investeren in kwantitatief en kwalitatief hoogwaardig groen en een gezonde en groene leefomgeving is in het meerjareninvesteringsplan (MIP) in 2024 voor groen een bedrag opgenomen van € 678.000,-. Voor de vervanging, omvorming en optimalisatie van de speellocaties naar BOSS-locaties is een bedrag van € 540.000 opgenomen. Voor het dagelijkse onderhoud zijn in de exploitatiebegroting 2024 beschikbaar: • • •
Onderhoud groen: € 3.766.263,-; Speelvoorzieningen: € 301.402,-; Hondenvoorzieningen: € 30.274,-.
84
Onder dagelijks onderhoud wordt naast het heel, schoon en veilig houden van groen- en speelvoorzieningen ook jaarlijks terugkerende forse ingrepen verstaan, zoals de bestrijding van de eikenprocessierups, bestrijding van de Japanse duizendknoop en het rooien en vervangen van bomen vanuit de boomveiligheidsinspectie (denk hierbij ook aan de essentaksterfte). Niet inbegrepen in bovenstaande bedragen zijn de uren en kosten van eigen personeel (zowel uitvoerend als ondersteunend- en kantoorpersoneel). Financiële consequentie De ambities uit het OPOR en het raadsakkoord voor groen- en speelvoorzieningen zijn groot en vragen een flinke investering. Voor groen is jaarlijks € 500.000,- tot € 600.000,- aan investeringsbudget beschikbaar in het MIP (meerjaren investeringsprogramma). Voor omvormen, renoveren en/of optimaliseren van speellocaties naar BOSS-locaties is jaarlijks € 450.000,- tot € 500.000,- beschikbaar. Deze budgetten zijn vooralsnog toereikend. Conform de grafiek in het OPOR is het de verwachting dat de kapitaallasten (rente en afschrijving) voor groen en speelvoorzieningen in de komende 15 jaar geleidelijk toenemen met circa € 1.000.000,-. Dit is een toename van gemiddeld € 67.000,- per jaar. Buitensport Buitensportvoorzieningen die niet meer voldoen aan de landelijk gestelde eisen van NOC*NSF en de verschillende sportbonden worden gerenoveerd.
In 2024 worden in dit kader de volgende projecten uitgevoerd: Werkzaamheden en club/vereniging
Stand van zaken
VMHC Spitsbergen - renovatie veld 3
Voorbereiding en uitvoering 2024
TPV Spitsbergen - renovatie tennisbanen 11 en 14
Voorbereiding en uitvoering 2024
VRC - omzetting veld 4 van natuurgras naar kunstgras
Voorbereiding en uitvoering 2024
Renovatie van natuurgrasvelden
Voorbereiding en uitvoering 2024
Vertaling begroting Voor het realiseren van deze werkzaamheden en het aanschaffen van materieel is in 2024 een budget van € 263.670,- noodzakelijk en beschikbaar, Vastgoed Het beheer van de kapitaalgoederen is in de afgelopen jaren vastgelegd in de verschillende beheer- en beleidsplannen. De gemeentelijke visie op vastgoed is afkomstig uit de documenten: “Strategische kaders Dynamisch vastgoedmanagement en Accommodatiebeleid: Deze kaders en uitgangspunten zijn als onderlegger gebruikt voor de komende beheerperiode. De werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig het door de gemeenteraad vastgestelde ‘Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan 2021-2024’. De verduurzaming van het vastgoed willen we laten aansluiten bij de ENV-doelstellingen, de VNG-routekaart maatschappelijk vastgoed, de onlangs gepubliceerde dumava subsidieregeling en het onderzoek naar de aanpak van andere gemeenten. Algemeen Onze doelstelling voor vastgoed is een goed onderhouden (slank) duurzaam vastgoedbestand, waarmee effectief invulling wordt gegeven aan het accommodatiebeleid van de gemeente en financiële risico’s tot een minimum beperkt blijven. We doen dit tegen zo laag mogelijke tarieven en kostendekkend. Hierdoor hebben we de kosten en opbrengsten goed in beeld en sturen we op zo laag mogelijke uitgaven.
85
Beleidskader De werkzaamheden worden overeenkomstig het vastgestelde beleidskader Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement uitgevoerd. In mei 2021 is het vastgoedbeheerplan 2021 – 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij voeren ons beheer overeenkomstig de kaders uit dit plan uit. Overzicht kwaliteitsniveau Het vastgoed wordt in stand gehouden op kwaliteitsniveau 3 van de NEN 2767. Het publieksgedeelte van het gemeentehuis wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 2 van de NEN 2767. Het vastgoed met een exploitatieperiode korter dan 5 jaar wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 4 van de NEN 2767. (Financiële) consequenties Uit het vastgoedbeheerplan volgt een jaarlijks door het college vastgestelde onderhoudsraming en jaarbudget. Dit budget is gebaseerd op dat wat is afgesproken met de raad in het vastgoedbeheerplan 2021-2024. Voor de komende 10 jaar zijn in het vastgoedbeheerplan de geactualiseerde MOP’s, functionele aanpassingen zijnde vervangingsinvesteringen en duurzaamheidsinvesteringen in beeld gebracht. We spreken van functionele aanpassingen als we maatregelen aan het gebouw treffen in het kader van functionaliteit, milieu, duurzaamheid en herhuisvesting. Deze investeringen leiden tot een significante kwaliteitsverbetering en/of levensduurverlenging en/of met de functionele aanpassing waarmee wordt voldaan aan de wet- en regelgeving.
Uitgangspunt is dat het gemeentelijke vastgoed voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau en er geen achterstallig onderhoud is. Vertaling begroting Voor het jaarlijks regulier groot onderhoud is in 2024 een bedrag noodzakelijk van € 1.488.967. Daarnaast voor vervangingsinvesteringen € 489.979 en duurzaamheidsinvesteringen € 592.782. Daarnaast wordt een bedrag van € 1.126.972,gedoteerd in de onderhoudsvoorziening gemeentelijke panden voor de uitvoering van het planmatige onderhoud.
C. Financiering Inleiding In de paragraaf financiering komt het gemeentelijk financieringsbeleid aan de orde. De focus van het financieringsbeleid is gericht op het beperken van financierings-risico’s en het beheersen van de gemeentelijke schuldpositie. Er is een directe relatie met paragraaf A Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Economische ontwikkeling De Nederlandse economie gaat terug naar een lager groeitempo (zie onderstaande tabel). Het bruto binnenlands product (bbp) groeit in 2023 naar verwachting 0,8%, na de stevige 4,5% groei in 2022. De hogere energieprijzen en de doorwerking daarvan in vrijwel alle prijzen zetten een rem op de koopkracht en de bestedingen van huishoudens. Daarnaast werd het onvermijdelijk dat centrale banken wereldwijd hun beleid verder aanscherpten. Door de hogere rentes koelt de woningmarkt af en staan de investeringen onder druk. Ook de afkoeling van de buitenlandse economie laat de Nederlandse uitvoer afnemen. De economie, die al enkele jaren boven haar capaciteit draait, ontwikkelt zich hierdoor evenwichtiger, met in de raming een groei van 1,3% in 2024 en 1,1% in 2025. De werkloosheidsvoet loopt in de raming licht op en komt in 2025 op het nog steeds zeer lage niveau van 3,8%. De geraamde loongroei piekt in 2023 op 5,7%, maar blijft ook daarna hoog.