3. Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
Tekst van het document
PROGRAMMABEGROTING 2024
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................. 2 INLEIDING ............................................................................................................................ 4 FINANCIEEL KADER ......................................................................................................... 11 PROGRAMMA 1 – FYSIEKE LEEFOMGEVING................................................................. 21 Thema I – Ruimtelijke ontwikkeling .................................................................................. 24 Thema II – Openbare Ruimte........................................................................................... 26 Thema III – Wijkgericht werken ........................................................................................ 30 PROGRAMMA 2 – ECONOMIE, WERK EN ONTWIKKELING........................................... 31 Thema I – Economische ontwikkeling en werkgelegenheid.............................................. 34 Thema II – Recreatie en toerisme .................................................................................... 36 PROGRAMMA 3 – SOCIALE LEEFOMGEVING ................................................................
38 Thema I – Inkomen .......................................................................................................... 49 Thema II – Sociaal domein – Participatie en re-integratie ................................................ 51 Thema III – Sociaal domein – Wmo ................................................................................. 53 Thema IV – Sociaal domein – Jeugd ............................................................................... 55 Thema V – Onderwijs en ontwikkeling ............................................................................. 57 Thema VI – Sport............................................................................................................. 59 Thema VII – Cultuur ......................................................................................................... 60 Thema VIII – Welzijn ........................................................................................................ 62 PROGRAMMA 4 – BURGER EN BESTUUR ...................................................................... 63 Thema I – Dienstverlening (extern) .................................................................................. 65 Thema II – Burger en samenwerking ...............................................................................
66 Thema III – Veiligheid samenleving ................................................................................. 67 PROGRAMMA 5 – ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN..................... 69 Thema I – Treasury ......................................................................................................... 69 Thema II- OZB en belastingen overige ............................................................................ 70 Thema III - Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen ................................................. 70 PROGRAMMA 6 – BEDRIJFSVOERING ........................................................................... 71 Thema I – Dienstverlening (intern) ................................................................................... 73 Thema II – Security & informatiebeveiliging ..................................................................... 73 Thema III – Middelen ....................................................................................................... 73 Thema IV - Advisering en detachering ............................................................................. 73 Thema V - Bedrijfsvoering algemeen ............................................................................... 74 PARAGRAFEN ................................................................................................................... 75 A.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................. 75 B. Onderhoud Kapitaalgoederen ...................................................................................... 79 C. Financiering................................................................................................................. 86
2
D. Bedrijfsvoering ............................................................................................................ 90 E. Verbonden partijen ...................................................................................................... 96 F. Grondbeleid ............................................................................................................... 112 G. Lokale heffingen ........................................................................................................ 114 H. Openbaarheid van bestuur ........................................................................................ 125 BIJLAGEN ........................................................................................................................ 127 1.
MIP ......................................................................................................................... 127
2.
Geraamde baten en lasten ..................................................................................... 134
3.
Geprognosticeerde balans ...................................................................................... 139
4.
Staat van incidentele baten en lasten 2024-2027.................................................... 143
5.
Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................... 148
3
Inleiding Inleiding Veenendaal kent een grote diversiteit aan ambities voor de stad. Vanuit een uitdagend meerjarenperspectief werken we aan de ambities van het raadsakkoord. De afgelopen periode heeft duidelijk gemaakt dat veranderingen snel gaan en dat we niet op alles kunnen anticiperen. We hebben te maken met een zeer krappe arbeidsmarkt, hoge inflatie, schaarste aan grondstoffen, de nog niet opgeloste stikstofcrisis, nog steeds stagnerende woningbouw en een onzeker financieel perspectief. Tegelijkertijd zien we dat de coronaregelingen bijgedragen hebben aan een aanzienlijk sterker herstel in vergelijking met menig ander land. Dit biedt ruimte voor innovatieve oplossingen daar waar nieuwe wegen noodzakelijk zijn om het hoofd te kunnen bieden aan de grote maatschappelijke uitdagingen. In dit samenspel van zorgen en uitdagingen blijven we continu kritisch op onze voorgenomen ambities en doelstellingen. Het meerjarenperspectief is uitdagend met een structureel tekort van enkele miljoenen. Het vooralsnog uitblijven van een akkoord tussen Rijk en gemeenten maakt dat we in deze onzekerheid onze keuzes maken. Het is aan het nieuwe kabinet om besluiten te nemen over onder meer middelen jeugdzorg, afschaffen opschalingskorting, nieuwe financieringssystematiek et cetera. Besluiten die voor onze gemeente over vele miljoenen gaan.
Het perspectief is ook uitdagend omdat we op verschillende beleidsterreinen investeringsbeslissingen willen nemen en er sprake is van een sterke kostenontwikkeling. Redenen om voor het opstellen van de Programmabegroting 2024-2027 als primaire opgave te kiezen voor het sluitend maken van de jaarschijf 2024, waarbij gezien het huidige perspectief de jaarschijf 2025 ook sluitend is. Met deze keuze realiseren we datgene wat nu noodzakelijk is, waarbij de integrale afweging (9e uitgangspunt financieel beleid) voor de overige onderwerpen plaatsvindt bij de vaststelling van de Kadernota 2025 - 2028. Dit neemt niet weg dat wij als gemeente op vele andere terreinen nog stevige ambities hebben en hier volop aan werken. Maar gezien het meerjarenperspectief zullen we ons de komende jaren in de eerste plaats focussen op de onderwerpen die voor de stad op de langere termijn essentieel zijn: • • •
Het bouwen aan een gezonde, duurzame en veilige stad; om de allure, voorzieningen en ontwikkelkracht van een stad en de vriendelijkheid van een dorp te behouden. Het duurzaam denken en handelen; de ambitie in 2050 een duurzame stad te zijn vereist een serieuze inzet op transitie naar het duurzaam denken en handelen en geven van het goede voorbeeld. Een sociale basis voor Veenendaal; de visie op het sociaal domein als stabiele factor centraal in de samenleving. Samen met Model Veenendaal het fundament onder het (geactualiseerde) Integraal Beleidskader Sociaal Domein.
Raadsakkoord en begroting In het raadsakkoord worden de belangrijkste thema’s en ambities voor Veenendaal verwoord: waaraan willen we als gemeenteraad en college werken? In deze paragraaf beschrijven we kort op welk wijze deze thema’s in de begroting 2024 zijn verwerkt. De thema’s Wonen en Mobiliteit Veenendaal kiest voor versterking van de woonfunctie en richt de blik naar de regio (‘Excellente woonstad in een complementaire regio’, Strategische Visie Veenendaal 2040). Veenendaal heeft de allure, voorzieningen en ontwikkelkracht van een stad en de vriendelijkheid van een dorp. Om dit te blijven staat Veenendaal voor een aantal grote opgaven die allemaal ruimte vragen, maar de ruimte binnen onze gemeentegrens is beperkt.
4
Om de balans in de leefomgeving goed te houden is het van belang ook ruimte te reserveren voor werkgelegenheid, natuur, water, groen, voorzieningen, bewegen, ontmoeten en bereikbaarheid. Hiervoor is een ‘slimme’ omgang met de beschikbare mogelijkheden binnen en buiten de gemeentegrenzen nodig. Dit door de groei eerst op te vangen door te kiezen voor inbreiding en daarna voor uitbreiding. En daarbij waar mogelijk optimaal gebruik te maken van innovatie, kennis en creativiteit. Uitgangspunt voor de ontwikkeling is een goede balans tussen wonen en werken waarbij de kwaliteit van de leefomgeving behouden blijft. Eén van de onderwerpen die grote uitdagingen met zich meebrengt, is het bereikbaar houden van Veenendaal. Hoe wij ons mobiliteitssysteem organiseren heeft grote invloed op de inrichting van de openbare ruimte, en daarmee de leefomgeving van de inwoners van Veenendaal. Met het omgevingsprogramma integrale mobiliteit geven we richting aan hoe het mobiliteitssysteem er in Veenendaal op termijn uit zou moeten zien. De Groei & Bloei van Veenendaal is niet alleen een ruimtelijk vraagstuk maar ook een financieel en maatschappelijk vraagstuk. Ruimtelijke keuzes die de komende tijd gemaakt worden hebben effect op de grondexploitaties. Via de rijksoverheid komen grote investeringsfondsen beschikbaar die alleen in combinatie met gemeentelijke cofinanciering kunnen worden ingezet.
Dat vraagt, om slimmer te investeren in de hoofdambities van de stad, en de gemeentebegroting niet te veel te belasten. De 'regiodeal' Foodvalley is landelijk gezien een belangrijke regiodeal als het gaat om duurzame landbouw, gezonde voeding en mogelijke oplossingen voor het stikstofvraagstuk. De landbouwtransitie heeft daarmee een prominente rol in de ruimtelijke afspraken tussen gemeenten, provincies en het Rijk. Thema Energie en Duurzaamheid Veenendaal wil een duurzame stad zijn zodat ook de volgende generaties gezond, duurzaam en veilig kunnen wonen, werken en leven. Het betekent dat we ons ook in Veenendaal inzetten om onze wereld leefbaar te houden door duurzaam te wonen, CO2neutraal te zijn, op een verantwoorde manier omgaan met grondstoffen, materialen en energie en klimaatadaptatie te omarmen. Met Duurzaam Veenendaal willen we deze grote transitie naar een duurzame stad verder op gang helpen en brengen. Enerzijds door de oorzaken van de problemen weg te nemen met inzet van de thema’s Circulair Veenendaal en Energieneutraal Veenendaal en aan de andere kant de gevolgen te bestrijden via het thema Klimaatbestendig Veenendaal. We zoeken samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen naar wat mogelijk is om de transitie naar een duurzaam Veenendaal te volbrengen. Als gemeente willen we een voorbeeld zijn; wij doen wat we ook van anderen verwachten.
Bij onze partners willen we draagvlak voor de veranderingen vergroten en hen stimuleren om innovatief te zijn. Voor deze facilitering van duurzaamheidsambities is tot 2026 geld van de gemeente beschikbaar gesteld, voor de jaren daarna is dat nog niet het geval. Circulair Veenendaal Circulariteit is op een verantwoorde wijze ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van producten, gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Handelen op een wijze die (economisch) verantwoord is en met het oog op de toekomst. We zijn goed op weg, maar circulariteit vraagt in 2024 en volgende jaren wel een stevige inzet om de doelstelling voor 2030 en 2050 te kunnen halen. We kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie naar een circulaire samenleving door het geven van de goede voorbeelden. Bijvoorbeeld: circulair inkopen en in het beheer grondstoffen en producten te hergebruiken.
5
Energieneutraal Veenendaal Onze ambitie is dat we uiteindelijk net zo veel duurzame energie opwekken als we verbruiken. Om dit te bereiken is in 2022 het Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 vastgesteld. Dit plan vormt voor inwoners en ondernemers de uitwerking van de energie-ambities, zoals opgenomen in de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte en laadvisie. De aanpak verschuift steeds meer richting de uitvoering waarvoor de nodige menskracht, expertises, maar ook de betrokkenheid van externe partijen nodig is. Klimaatbestendig Veenendaal De impact van klimaatverandering is ook in Veenendaal duidelijk merkbaar. De gevolgen zijn meer overlast en schade, verschillen lokaal en zijn afhankelijk van de inrichting van de gebouwde omgeving en het natuurlijk systeem. In de in 2023 afgeronde klimaatstresstest zijn de kritische locaties in Veenendaal in beeld gebracht. In 2024 brengen we, in dialoog met bewoners en bedrijven, de locatie specifieke maatregelen in beeld en prioriteren deze op basis van duurzaamheid, effect en kosten. Thema Openbare ruimte en groen De kwaliteit van de openbare ruimte en het groen is belangrijk voor het welbevinden van onze inwoners en op de aantrekkelijkheid van onze gemeente voor nieuwe inwoners, bezoekers en bedrijven.
Naast een schone en veilige ruimte willen we dat de openbare ruimte ook uitnodigt tot gebruik en ontmoeten. In 2024 en volgende jaren willen we samen met de bewoners realiseren met inzet van de BOSS-aanpak (Bewegen, Ontmoeten, Sporten en Spelen). Groen en het vergroten van het areaal en de biodiversiteit zijn onlosmakelijk verbonden aan het realiseren van een klimaatbestendige leefomgeving. Het klimaatbestendig handelen is ook in 2024 en volgende jaren een absolute voorwaarde in het beheren en ontwikkelen van Veenendaal en zorgt voor een gezonde en veilige leefomgeving die voorbereid is op de verschillende extreme klimaatcondities. Het zoeken naar de balans tussen de 'groene' leefruimte en de eveneens noodzakelijk 'grijze' infrastructuur is met de beperkt beschikbare ruimte geen eenvoudige opgave. Naast aandacht voor het onderhoud en het gebruik van de openbare ruimte en het groen, heeft dit thema dus belangrijke raakvlakken met de thema’s 'Wonen' en 'Energie en Duurzaamheid'. Het is daarom van belang om deze integraliteit in de concrete plannen voldoende aandacht te geven. Thema Digitalisering In de bedrijfsvoering en de dienstverlening speelt informatie een steeds grotere rol.
Hierbij gaat het om de ‘juistheid’ van de informatie (robuuste data, data-gedreven beleid), de beveiliging van informatie (privacy, tegengaan van fraude en misbruik, en van inbraak), de archivering van informatie (wat moet waar en hoe lang worden bewaard), en om de toegankelijkheid van informatie (actief publiceren, zoals de Wet Open Overheid (WOO)). Door nieuwe (wettelijke) vereisten en door toenemende dreiging van misbruik en inbraak is de benodigde capaciteit voor de uitvoering van informatiebeleid het afgelopen decennium sterk toegenomen. Ook in de komende jaren neemt de benodigde capaciteit nog toe. Om alle veranderingen in de omgang met informatie in goede banen te leiden, is het programma “I-grip” ontwikkeld. Aan de hand van een concreet plan van aanpak wordt in de komende jaren verder gewerkt aan de uitvoering van het informatiebeleid. Met het programma “I-grip” is duidelijke geworden dat deze uitvoering meerdere jaren beslag zal leggen op de beperkte capaciteit in de organisatie.
6
Het thema Veiligheid Voortbordurend op en passend bij de voornemens van de gemeenteraad en het college uit het raadsakkoord over veiligheid geeft het in 2023 vastgestelde integraal veiligheidsplan richting aan de inspanningen komend jaar (2024) en verder. De focus ligt op (het tegengaan van) ondermijning, digitale veiligheid en (het voorkomen van) maatschappelijke onrust. We werken met zowel partners binnen het veiligheidsdomein als met een afvaardiging van aanpalende beleidsterreinen integraal samen aan zowel preventie als repressie met als doel: inwoners en ondernemers kunnen veilig wonen, werken en leven in de stad en weten hoe ze weerbaar zijn tegen verschillende soorten criminaliteit. Thema Zorg en Welzijn Voor de gemeente Veenendaal staat de visie op het sociaal domein als stabiele factor centraal binnen het thema Zorg en Welzijn. Samen met Model Veenendaal vormt de visie op het sociaal domein het fundament onder het concept Integraal Beleidskader Sociaal Domein (IBK SD), dat vanaf 2024 van kracht is. Integraal Beleidskader Sociaal Domein In het concept Integraal Beleidskader Sociaal Domein (2024-2027) leggen we de nadruk op drie maatschappelijke doelen: bestaanszekerheid, bevorderen van zelfredzaamheid en kwalitatief goede ondersteuning voor inwoners die het nodig hebben.
Binnen deze maatschappelijke doelen zijn de resultaten benoemd die we de komende jaren willen halen. Het integrale beleidskader raakt de vier belangrijkste wetten voor het sociaal domein: de participatiewet, de Wmo, de jeugdwet en de wet gemeentelijke schulddienstverlening. Nieuw in het Integraal Beleidskader Sociaal Domein (IBK SD) is dat ook doelen zijn opgenomen die betrekking hebben op gezondheid en welzijn. We benadrukken hiermee het belang van de samenhang met deze aandachtsgebieden. Ambities vanuit plaatselijke samenwerking In de ambitie voor de komende jaren wordt verdere samenwerking met maatschappelijke partners verbreed. We behouden vanzelfsprekend de samenwerking met Veens Welzijn, het Centrum voor Jeugd en Gezin, Stichting Sportservice Veenendaal (SSV) en IW4 en werken aan verbeteringen waar mogelijk. Ambities vanuit regionale en landelijke akkoorden Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) wijst ons de weg naar meer samenwerking met GGD, zorgverzekeraars en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze akkoorden zijn gebaseerd op de verdere bouw aan een lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en een sociale basis. Daarbij staat preventie voorop.
Iets verder vooruitkijkend noemen we als stip op de horizon een gezonde generatie in 2040, met betaalbare zorg voor mensen die dat nodig hebben. Ambities vanuit financieel perspectief Binnen de context van het thema Samenleving is sprake van sterk oplopende uitgaven. We zien dat de vraag naar middelen de beschikbaarheid van diezelfde middelen steeds vaker overstijgt. Bekendste voorbeelden: voortdurend stijgende vraag naar jeugdhulp, sterke toename van het gebruik van minimaregelingen. De trend van voortdurend stijgende uitgaven is te beïnvloeden, ook binnen de context van zogenaamde openeinderegelingen. Sommige keuzes kunnen we lokaal maken (minimaregelingen), maar veelal gaat het om regionale dan wel landelijke keuzes (contracten jeugdhulpaanbieders). Het is de ambitie om deze trend van stijgende uitgaven te doorbreken. Daarnaast blijven we kritisch op wat nodig is met als uitgangspunt geldt: hulp bieden aan mensen die het écht nodig hebben.
7
Thema Economie, Ondernemen en Bedrijfsleven Veenendaal willen we aantrekkelijk houden als vestigingsplaats voor ondernemers, zowel voor de bedrijventerreinen als voor de winkelcentra. Daarom blijven we investeren in het vestigingsbeleid, ondernemersklimaat en werkgeversdienstverlening. Uitgangspunt hierbij is de verbinding tussen het stimuleren van de lokale economie en het behouden en vergroten van kwalitatieve en kwantitatieve werkgelegenheid op verschillende niveaus. De versterking van de woonfunctie en daarmee de voorzieningen zoals omschreven onder het thema Wonen vraagt ook om economische ontwikkelingen in Veenendaal. Anders gezegd: een deel van de economische groei en groei van de werkgelegenheid zal op bestaande bedrijventerreinen plaats moeten vinden. Het is van groot belang om de herinrichting en verdichting van (een van) de bestaande bedrijventerreinen planmatig aan te pakken en hiervoor in 2024 een eerste aanzet te geven. dit vanwege de woonambities, maar ook de transitie naar een circulaire economie. Voor de financiering wordt gedacht aan een grondexploitatie met een gemeentelijk startkapitaal (incidentele middelen) waarmee weer andere financieringsbronnen kunnen worden gezocht en aangesloten. Thema Cultuur en evenementen Het theater is een culturele basisvoorziening in Veenendaal.
Voor de komende drie jaar wordt een noodzakelijke investering gedaan om theatervoorstellingen in het huidige gebouw op een veilig manier door te kunnen laten gaan. Het is noodzakelijk om uiterlijk bij de kadernota 2025-2028 een definitieve keuze te maken omdat langere instandhouding van de huidige voorziening zeer kostbaar is en op termijn nog meer (instandhoudings)onderhoud gaat vragen. Er is een Cultuurvisie ter ondersteuning van de besluitvorming en het opstellen van een masterplan voor het theater. Hierbij blijft inzichtelijk wat de kosten per hoofdambities zijn en wordt aangevuld met een nauwkeurigere investeringsopzet. Het thema Onderwijs Wij willen dat alle Veenendaalse kinderen en jongeren volop kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen en hun talenten te benutten, zodat hun start in het onderwijs en de maatschappij optimaal is. Hieraan wordt, in overleg en in afstemming met het LEA, op verschillende manieren invulling gegeven. Heel in het bijzonder krijgt de onderwijshuisvesting extra aandacht. Om te voorzien in een goede huisvesting, zoals vastgelegd in het IHP, stellen wij voor om een drietal IKC’s te realiseren. Het gaat om de IKC’s Dragonder-Noord, SO/SBO/PO en Dragonder-Zuid.
Bestuursstijl In het raadsakkoord is een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de bestuursstijl. Een toegankelijke en transparante bestuursstijl is nodig, waarbij denken in mogelijkheden vooropstaat. In samenspel tussen raad, college en organisatie wordt hier de komende vier jaar vorm aangegeven. Vorig jaar hebben wij hier met een raadsconferentie een begin mee gemaakt. Dit krijgt een vervolg op 24 november in een conferentie waarin we op zoek gaan hoe we, ieder vanuit z’n eigen rol, elkaar kunnen versterken.
Organisatie De gemeentelijke bedrijfsvoering is hoofdzakelijk gericht op het scheppen van de voorwaarden voor de effectieve en efficiënte uitvoering van de primaire processen van de organisatie. De dienstverlening draagt zorg voor een zo optimaal mogelijke toegang van ‘derden’ tot de informatie en besluitvorming van de gemeente. Een essentiële voorwaarde voor een goede bedrijfsvoering en dienstverlening is onder meer voldoende personele capaciteit, kwantitatief en kwalitatief. Sinds een aantal jaar is het aantrekken – en in mindere mate het behouden – van voldoende en gekwalificeerd personeel een uitdaging. Het is goed merkbaar dat de Nederlandse arbeidsmarkt krap is. Voor specifieke functies binnen bedrijfsvoering en dienstverlening, zoals juristen, ict’ers, en 8
belastingmedewerkers, is het al enkele jaren erg moeilijk om vaste medewerkers aan te trekken. Het gevolg is dat het percentage inhuur in vergelijking met vijf tot tien jaar geleden hoog is en dat wervingsprocedures langer duren. De verwachting is dat de Nederlandse arbeidsmarkt ook de komende jaren krap zal blijven en waarschijnlijk zelfs nog krapper wordt. Om zo goed mogelijk in te spelen op deze ontwikkeling zijn twee initiatieven genomen. Ten eerste wordt – met ondersteuning van een extern bureau – stap voor stap gewerkt aan een betere profilering van de gemeentelijke organisatie op de arbeidsmarkt. Dit houdt onder meer in dat er gebruik wordt gemaakt van (in eigen dienst) rekruiters, dat er op meer manieren wordt geworven met inzet van eigen netwerk en sociale media, dat het specifieke karakter van (het werken in) Veenendaal meer wordt geëtaleerd, en dat de introductie van nieuwe medewerkers wordt verstevigd. Ten tweede wordt meer gebruik gemaakt van strategische personeelsplanning. Concreet gaat het om talentmanagement (wie heeft, naast de functionele vereisten, welke talenten en hoe kunnen die – nog beter – worden benut?) en om het ‘voorwaarts’ in beeld brengen van het aanstaande verloop als gevolg van pensionering en op welke wijze hierop vroegtijdig kan worden ingespeeld.
Met deze twee initiatieven, betere profilering van de gemeente Veenendaal op de arbeidsmarkt en een strategische personeelsplanning wordt hopelijk bereikt dat het percentage inhuur niet nog verder oploopt (en mogelijk kan dalen) én dat ook de kwaliteit van de personele capaciteit van voldoende niveau kan blijven. Maar het is een forse uitdaging.
Financieel-economische ontwikkelingen Voordat we ingaan op de cijfers van de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025 - 2027, schetsen we enkele belangrijke ontwikkelingen die het kader vormen waarbinnen de ramingen en meerjarenbegroting plaatsvinden. Economische ontwikkeling De Nederlandse economie is in 2023 afgekoeld en groeit de komende jaren gematigd door. De hogere energieprijzen en de doorwerking daarvan in vrijwel alle prijzen zetten een rem op de koopkracht en de bestedingen van huishoudens. Door de hogere rentes koelt de woningmarkt af en staan de investeringen onder druk. De economie, die al enkele jaren boven haar capaciteit draait, ontwikkelt zich hierdoor evenwichtiger, met in de raming een groei van 1,3% in 2024 en 1,1% in 2025. De inflatie neemt wel af, van 4,2% in 2023 naar 3,7% in 2024, maar de prijsstijgingen zijn hardnekkiger dan eerder werd verwacht. De komende jaren zal de afkoeling van de economie enigszins bijdragen aan de neerwaartse druk op de kerninflatie. Overheidsfinanciën Het begrotingstekort van het Rijk loopt de komende jaren op. Deze verslechtering van het begrotingssaldo wordt onder andere veroorzaakt door de koopkrachtmaatregelen van het Kabinet. Dit betreft bijvoorbeeld het prijsplafond voor energie, de tijdelijke verhoging van toeslagen en de verhoging van het minimumloon met 10%.
Door de gedaalde energieprijs pakken de kosten voor het prijsplafond (ca. € 5 miljard euro) lager uit dan eerder werd verwacht, maar hier staan lagere gasbaten voor de overheid tegenover. Naast deze tijdelijke effecten drukt ook de geleidelijke implementatie van intensiveringen uit het coalitieakkoord op de overheidsfinanciën, zoals extra middelen voor onderwijs, defensie en klimaat. Het begrotingstekort loopt dan ook op en blijft in de raming voor 2024 en 2025 maar net onder de 3% bruto binnenlands product. Zowel vanuit het perspectief van evenwichtige macroeconomische ontwikkelingen op de korte termijn als van gezonde overheidsfinanciën op langere termijn is het daarom belangrijk om terug te keren naar begrotingsdiscipline.
9
Opbouw van de begroting Ten opzichte van vorige jaren hebben we geprobeerd de leesbaarheid van de begroting voor wat betreft de 6 programma’s te verbeteren. Indeling van de programma’s Na de inleiding en beschrijving van het financieel kader volgt het programmaplan, waarin de 6 programma’s zijn uitgewerkt. Hierbij wordt steeds dezelfde indeling gehanteerd: PROGRAMMA - Beschrijving van de visie m.b.t. dat programma; - De thema's; - Financieel overzicht m.b.t. dat programma; - Relevante ontwikkelingen per thema. Indeling in thema’s Per thema de volgende indeling: - Algemene informatie over dat thema; - De doelenboom (wat willen we bereiken; wat gaan we ervoor doen); - Opsomming van gerelateerde beleidsstukken zoals Nota’s; - Financieel overzicht m.b.t. dat thema. Per thema zijn de verbonden partijen benoemd die een bijdrage leveren aan de realisatie van de doelstellingen binnen dit thema. In paragraaf E (Verbonden Partijen), zijn deze verder beschreven. Voor de verplichte indicatoren welke het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorschrijft nemen wij een directe link op naar het portaal 'Waar staat je gemeente'. Met behulp van deze link kunt u de vaste set aan indicatoren raadplegen. Een uitzondering hierop zijn de indicatoren voor het Programma 6 Bedrijfsvoering. Deze gegevens zijn te vinden in Programma 6 van deze Programmabegroting.
Dashboard BBV waarstaatjegemeente.nl
Financieel perspectief In het hoofdstuk Financieel kader wordt u meegenomen in de totstandkoming van het begrotingssaldo vanaf het moment van de Kaderbrief 2024 (voorjaar 2023) tot op heden. Hieronder volgt een opsomming van het eindsaldo en de consequenties hiervan voor de komende jaren. Meerjarig perspectief De Programmabegroting en meerjarenraming omvatten de periode 2024 tot en met 2027. Conform artikel 190 van de Gemeentewet, wordt de begroting door het college ter vaststelling aan de raad aangeboden met een meerjarenraming voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Het begrotingssaldo voor de periode 2024-2027 ziet er als volgt uit: Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Saldo
408
3.844
-8.584
-10.387
Dit leidt tot een stand van de Algemene Reserve van € 24.930.140,- per 31 december 2027. Volgens het begrotingstoezicht van de provincie (zie hoofdstuk Financieel kader) voldoet de Programmabegroting aan de gestelde criteria: het begrotingsjaar (2024) moet structureel sluitend zijn, en als dat niet het geval is, dan moet uiterlijk het laatste jaar van de Meerjarenraming (2027) sluitend zijn.
10
Financieel kader Keuzes maken in onzekere tijden Inleiding Ons land heeft vele crises meegemaakt, variërend van oliecrisis tot bankencrisis. Kenmerkend gevolg voor wat betreft de financiële huishouding was dat zowel Rijk als gemeentelijke en provinciale overheden met omvangrijke tekorten en bezuinigingen te maken kregen. Schouder aan schouder is gewerkt aan herstel. Van deze solidariteit en eendrachtige samenwerking is al geruime tijd geen sprake meer. Eenzijdige ingrepen door het Rijk in de gemeentelijke financiën hebben in vrijwel alle gemeenten geleid tot tekorten, die we qua omvang lange tijd niet hebben gezien. Het geen gehoor vinden bij het commentaar daarop heeft geresulteerd in een ernstig verstoorde bestuurlijke verhouding met het Rijk. Binnen gemeenten zijn de meningen verdeeld hoe deze situatie het hoofd moet worden geboden. Enerzijds wordt aangestuurd op een confrontatie door te dreigen met het teruggeven van taken en anderzijds wordt ingezet op overleg en is men desnoods bereid om te bezuinigen. Een bijzondere situatie die schreeuwt om een oplossing, zodat iedereen weet waar men aan toe is. Het ‘in de lucht blijven hangen’ van mogelijke bezuinigingen werkt verlammend en contraproductief in de besluitvorming.
Deze beweging tussen hoop (het ‘Rijk komt met geld over de brug’) en vrees (omvangrijke bezuinigingen die raken aan ons voorzieningenniveau) aan de ene kant en de noodzaak om keuzes te maken aan de andere kant. De onzekerheid over wat op ons afkomt nemen we niet weg, maar we hebben wel de controle over de keuzes die we maken. In dit hoofdstuk leggen we deze keuzes aan u voor. Situatieschets Vrijdag 8 juli 2023 is het kabinet Rutte IV gevallen en daarmee is een voorlopig einde gekomen aan beleidsvoorbereiding en besluitvorming op tal van onderwerpen. Met de val van het kabinet zijn nu de Eerste en Tweede Kamer aan zet. Het is aan hen om onderwerpen al dan niet controversieel te verklaren. Dit betekent dat onderwerpen niet meer worden behandeld totdat een nieuw kabinet aantreedt, ter voorkoming dat een kabinet over ‘zijn graf heen regeert’. Voor de begroting van het komende jaar geldt de informele regel dat het demissionaire kabinet niet al te veel nieuw beleid met financiële gevolgen voorstelt. Maar uiteindelijk is het aan de Tweede en de Eerste Kamer om akkoord te gaan met de begroting. De val van het kabinet hoeft dus niet per definitie te betekenen dat tot en met het aantreden van een volgend kabinet geen besluiten worden genomen die gevolgen hebben voor gemeenten.
Het mantra van het huidige kabinet ‘dat laten we over aan een volgend kabinet’ krijgt ineens een andere lading en is in de tijd gezien binnen handbereik. Vanuit de VNG wordt richting kabinet druk uitgeoefend om snel te komen tot richtinggevende uitspraken over inhoud en een financieel verantwoord perspectief voor gemeenten. In een bestuurlijk overleg met de VNG heeft het kabinet al erkend dat taken en middelen vanaf 2026 niet in balans zijn. In dit gesprek is ook een voorzichtige opening gegeven dat wellicht al bij de komende Voorjaarsnota het (nieuwe) kabinet een uitspraak doet over het afschaffen van de opschalingskorting. Afhankelijk of dit over een gedeeltelijke dan wel een volledige afschaffing gaat, betreft dit bij een positief besluit een bedrag van € 2 tot € 3 miljoen voor Veenendaal. Begin dit jaar is een principeakkoord gesloten over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat daarbij om een combinatie van maatregelen en middelen. Onderdeel van de afspraken is dat een commissie van deskundigen wordt ingesteld die tijdens de uitvoering van de hervormingen adviseert. In 2025 geeft deze commissie een zwaarwegend advies hoe om te gaan met een uitgavenontwikkeling die afwijkt van het nu overeengekomen financiële kader en kan daarbij zowel terug als vooruitkijken (2023-2028). Ook dit gaat om enkele miljoenen voor onze gemeente.
11
De lijst met grote maatschappelijke opgaven die vragen om doortastend optreden is groot. Denk daarbij aan het grote tekort aan betaalbare woningen, de klimaatopgave en energietransitie, de opgave in het landelijk gebied, het versterken van bestaanszekerheid van kwetsbare mensen, hervormingen jeugdzorg en inkomensafhankelijke bijdrage Wmo. Stuk voor stuk onderwerpen die mensen raken. Onderwerpen ook die, in meer of mindere mate, vragen om actie en niet om stilstand. Daarnaast staat onze samenleving voor grote uitdagingen voor de minder nabije toekomst: steeds duidelijker is dat de groei grenzen kent en dat keuzes noodzakelijk zijn omdat niet alles (tegelijk) kan. Vergrijzing leidt tot daling van het arbeidsaanbod en afname van economische groei, terwijl tegelijkertijd de overheidsuitgaven en de zorgvraag stijgen. Het Rijk heeft voor de grote opgaven omvangrijke fondsen apart gezet. In tegenstelling tot de op de gemeenten van toepassing zijnde regelgeving, is het voor het Rijk wel mogelijk om structurele uitgaven incidenteel te financieren. De door gemeenten ervaren druk wordt door het Rijk niet (h)erkend. Dit maakt dat het Rijk nog altijd beleidsmatig en financieel groots kan inzetten op de verschillende thema’s.
Op het moment dat echter een structurele bijdrage van gemeenten wordt vereist, dan lopen we tegen regelgeving en de omvangrijke financiële tekorten in ons meerjarenperspectief aan. Om het financieel perspectief te kunnen duiden zijn, naast de politieke, ook macroeconomische omstandigheden van belang. In de eerste helft van 2023 is Nederland beland in een milde recessie, een periode van beperkte negatieve economische groei. In combinatie met inflatie, daarmee samenhangende stijgende rente en het oplopende overheidstekort zijn de perspectieven niet rooskleurig. Aan de jaren van ongebreidelde groei lijkt een einde te komen. De afgelopen jaren heeft het Rijk budgettair gezien nauwelijks tegenwind gekend. De combinatie van voortdurende economische groei en lage (zelfs negatieve) rente zorgde voor een groei van de rijksbegroting. Inmiddels is hier een kentering opgetreden en zijn bij de Voorjaarsnota 2023 hiervan al de eerste signalen zichtbaar, onder meer in de vorm van een oplopend overheidstekort door stijgende uitgaven aan rente, klimaat en zorg. Mocht het Rijk tot ingrijpende bezuinigingen of herschikkingen overgaan, iets dat wel in de lijn der verwachtingen ligt, dan raakt dit de gemeenten. Hoewel de zgn. ‘trap-op-trap-af’-systematiek ingaande 2026 niet meer van toepassing is, lijkt het onwaarschijnlijk dat gemeenten buiten schot blijven in de bezuinigingsopgave.
Het is dus denkbaar dat het Rijk gemeenten aan de ene kant tegemoet komt in het op orde brengen van de financiële verhouding, maar aan de andere kant laat ‘meedelen’ in de bezuinigingstaakstelling. Wat betekent dit voor ons als gemeente? Het is niet aannemelijk dat in de septembercirculaire 2023 al 100% duidelijkheid ontstaat over een mogelijke demping van de tekorten ingaande 2026. Op basis van eerdere uitspraken van de minister van BZK en het overleg Bestuurlijk Financiële Verhoudingen zouden we iets mogen verwachten, tegelijkertijd is niet de verwachting dat een demissionair kabinet de gemeenten (vergaand) tegemoet zal komen. Gezien de verkiezingen op 22 november 2023 zou het, optimistisch gedacht, mogelijk moeten zijn dat in het voorjaar van 2024 een nieuw kabinet is aangetreden. Dit zou betekenen dat in de meicirculaire 2024 dan wel in een zgn. ‘startnota’ de beleidsmatige en financiële consequenties van het Regeerakkoord bekend zijn. Voor wat betreft het traject richting kadernota 2025 - 2028 zijn mogelijk wel aanpassingen noodzakelijk, omdat de Miljoenennota wellicht een richtinggevende indicatie geeft, maar ‘het wachten is’ op een nieuw kabinet. Dit wachten kan verlammend werken, iedereen wacht op iedereen. Wij kiezen ervoor om in deze begroting al een aantal noodzakelijke keuzes te maken. Hiermee is de voortgang qua voorbereidingen en uitvoering gewaarborgd.
12
Wij hebben nadrukkelijk gekozen om de complete integrale afweging plaats te laten vinden bij de komende kadernota. Wanneer wij deze afweging nu al hadden gemaakt dan was, gezien het meerjarenperspectief, de consequentie dat tegelijkertijd een taakstellende bezuiniging van vele miljoenen zou moeten worden opgenomen. Een bezuiniging die mogelijk nog getemperd wordt door aanvullende rijksmiddelen, maar die naar onze inschatting voor veel onrust zou zorgen. Wij vinden het zorgvuldiger om wanneer het moment daar is een reële bezuinigingsopdracht op te nemen. Om daadwerkelijk tot de integrale afweging te komen bij de kadernota 2025 - 2028 wordt in aanloop hier naartoe zo nodig een aantal passende scenario’s opgesteld.
Financieel vertrekpunt Voor de bepaling van het beginsaldo van de begroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2027 wordt voortgeborduurd op eerder vastgestelde documenten. • • • •
De Programmabegroting 2023: vastgesteld in november 2022. De 3e bestuursrapportage over 2022: vastgesteld in december 2022. De 1e bestuursrapportage over 2023: vastgesteld in juni 2023. De Kaderbrief 2024 -2027: vastgesteld in juni 2023.
De 2e bestuursrapportage 2023 wordt in oktober 2023 aan de raad ter vaststelling aangeboden. De structurele effecten zijn al wel verwerkt in deze Programmabegroting. Verder is het gebruikelijk om de gevolgen van de septembercirculaire van het gemeentefonds pas later te verwerken. De raad wordt tussentijds wel geïnformeerd over die gevolgen.
Technische richtlijnen 2024-2027 Bij de start van de begrotingscyclus voor het volgende jaar worden richtlijnen voor de technisch-financiële parameters opgesteld. Normaliter leidt een geringe stijging of daling van de indexcijfers in het lopende jaar niet tot een aanpassing van de indexcijfers in het jaar daaropvolgend. Voor de het jaar 2024 hanteren we de volgende uitgangspunten: Loonstijging 5,2% - (Loonvoet sector overheid) Prijsstijging 3,1% - (Nationale consumentenprijsindex) Sociaal domein 4,99% - (Combinatie van 10% prijs en 90% loon) Tarieven gemeentelijke belastingen 3,1% Dit percentage is gebruikelijk gekoppeld aan de verhoging van de prijsstijgingen. Rentevoet van 3,5% voor aan te trekken financieringsmiddelen Omdat de economie vertraagd en de rente stabiliseert wordt voorgesteld voor het aantrekken van nieuwe langlopende middelen in 2024 uit te gaan van 3,5%. Dit percentage is gebaseerd op de lange-termijn verwachting van de ING, BNG en DNB. Areaaluitbreiding Uitgangspunt is de bouw van gemiddeld 450 woningen per jaar en daardoor een stijging van 629 inwoners per jaar; jaarlijks aflopend met 10 inwoners tot 599 inwoners.
Opbouw financieel perspectief In de inleiding is het al verwoord: ‘binnen een uitdagend meerjarenperspectief de noodzakelijke keuzes maken’. Na verwerking leidt dit tot sluitende jaarschijven 2024 en 2025. Bij de komende kadernota verwachten we meer duiding te kunnen geven aan de tot € 10 miljoen oplopende nadelen in latere jaren. Enerzijds meer duidelijkheid over extra rijksmiddelen en de doorwerking van de nog te maken keuzes en anderzijds datgene wat nodig is om te komen tot een sluitend meerjarenperspectief. 13
In dit onderdeel wordt aangegeven hoe het saldo van de programmabegroting tot stand is gekomen. bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Saldo Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
2.321
4.013
-10.100
-11.968
Saldo septembercirculaire 2022
0
0
3.369
0
Saldi 1e bestuursrapportage 2023
-240
-193
-176
-20
Amendement continueren van Festival Zand
-50
-50
0
0
Amendement kansenongelijkheid Leergeld
-5
0
0
0
Amendement (audiovisuele) infographic 2.0
-3
-3
-3
-3
Kaderbrief VRU 2024
-228
-220
-220
-220
Kaderbrief Foodvalley 2024
-124
-124
0
0
Saldo voor Kaderbrief 2024-2027
1.671
3.423
-7.130
-12.211
In de Kaderbrief 2024-2027 zijn de volgende besluiten verwerkt:
Uitkomsten meicirculaire 2023
3.651
5.519
5.099
8.663
af: Reservering loon- prijsstijgingen
-2.239
-3.733
-4.016
-4.187
Saldo na verwerking meicirculaire 2023
3.083
5.209
-6.047
-7.735
Reeds opgenomen majeure zaken
528
798
1.493
2.989
Saldo basispad
3.611
6.007
-4.554
-4.746
Verwerking College en raadsbesluiten: 1. Voorlopige structurele effecten 2e bestuursrapportage 2023
-433
-404
-398
-398
2. Uitbesteden taken WOZ en Belastingen aan GBLT
0
450
450
450
3. Instellen lokale rekenkamer
-19
-19
-19
-19
Overige zaken 4. Geactualiseerde technische richtlijnen na de kaderbrief
77
78
79
-349
5. Actualisering kapitaallasten (Inclusief rentestijging)
1.566
834
811
-151
6a. Noodzakelijke keuzes t.b.v. Programmabegroting 2024 (excl. Jeugd)
-2.961
-1.212
-952
-979
6b. Incidentele dekking vanuit Algemene Reserve (Vereveningsfonds)
570
6c. Ontwikkelingen Jeugdzorg Programmabegroting 2024
-3.500
-3.500
-3.800
-3.800
6d. Vennootschapsbelasting
-150
-150
-150
-150
Saldo na besluitvorming
-1.239
2.084
-8.533
-10.142
7. Analyse budgetten
1.182
1.182
1.182
1.182
8. Beoordeling stelposten
490
770
770
0
9. Noodzakelijke keuzes majeure projecten
-25
-192
-2.002
-1.426
Saldo Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
408
3.844
-8.584
-10.387
Uitwerking beslisboom en noodzakelijke keuzes
Toelichting meicirculaire De belangrijkste ontwikkelingen uit de meicirculaire worden hieronder kort toegelicht. Accressen Sinds de meicirculaire 2022 is het accres gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. In de meicirculaire 2023 zijn de LPOaccressen voor de jaren 2023 tot en met 2027 bijgewerkt en is sprake van een opwaartse bijstelling voor alle jaren. Structurele Rijksbijdrage vanaf 2027. Vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 in 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. In de meicirculaire 2023 wordt met ingang vanaf het jaar 2027 structureel € 1 miljard beschikbaar gesteld.
14
Nieuwe financieringssystematiek In de meicirculaire 2023 is een beschrijving van de hoofdlijnen van een nieuwe financieringssystematiek opgenomen. De nieuwe financieringssystematiek houdt in dat de volumeontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2027 wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Hiervoor is in de Voorjaarsnota 2023 een budget gereserveerd van € 150 miljoen in 2027 en € 300 miljoen in 2028. In de meicirculaire 2023 is de nieuwe financieringssystematiek nog niet verwerkt. Daarnaast is rekening gehouden met de uitkomsten van het principeakkoord over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. Vanaf 2025 wordt het Wmo abonnementstarief afgeschaft en vanaf 2026 wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo heringevoerd. Voor een nadere en volledige toelichting over de uitkomsten van de meicirculaire verwijzen wij u naar de eerder verzonden raadsinformatiebrief van 3 juli 2023. De uitkomsten van de meicirculaire zoals weergegeven in deze raadsinformatiebrief worden in de programmabegroting verwerkt. Al eerder opgenomen majeure zaken Voor wat betreft de voorgenomen majeure zaken vanuit het raadsakkoord was er reeds een deel wat opgenomen was in de begroting.
Om tot een zuiver beeld te komen ten aanzien van de actuele (verwachte) kapitaallasten per project worden allereerst de reeds opgenomen bedragen voor majeure zaken eruit gehaald en verderop (zie punt 9 in de toelichting) worden de actuele bedragen weer verwerkt. Het betreft de volgende projecten met bijbehorende bedragen zoals deze opgenomen waren: Bedragen x € 1.000
2024 Investeringsbedrag
2025
2026
2027
Kapitaallasten
IKC Dragonder Noord
5.427
184
182
180
178
Herinrichting Stadspark
5.000
245
243
241
239
IKC Dragonder Zuid onderwijs
10.979
99
373
371
368
Johannes Calvijnschool
10.726
365
362
OPOR
5.100
250
Theater
37.000
1.258
IKC Groenpoort
12.400
Subtotaal investeringen
528
798
336
334
1.493
2.989
Toelichting op de overige punten uit het overzicht 1. Structurele effecten 2e bestuursrapportage 2023 Financiële effecten voor 2024-2027 In de raadsvergadering van 12 oktober 2023 wordt de 2e bestuursrapportage 2023 vastgesteld. De structurele financiële consequenties vanuit deze bestuursrapportage zijn in de Programmabegroting 2024 - 2027 verwerkt. Per saldo is sprake van de volgende afwijkingen: € 433.000 nadelig in 2024, € 404.000 nadelig in 2025 en € 398.000 nadelig vanaf 2026. 2. Uitbesteden taken WOZ en Belastingen aan GBLT De WOZ en belastingen worden uitbesteed aan GBLT dit levert structureel een voordeel op van € 450.000. Voor de toelichting op het uitbesteden van de taken WOZ en Belastingdienst aan GBLT verwijzen wij u naar het raadsbesluit van 22 juni 2023
15
3. Instellen lokale rekenkamer De raad stelt, jaarlijks in de programmabegroting, een bedrag beschikbaar voor de uitvoering van de werkzaamheden van de lokale rekenkamer. Uit een mede door het Rijk opgesteld inspiratiekader blijkt dat een bedrag van € 1,30 per inwoner minimaal nodig is voor een rekenkamer om haar basisfunctie effectief te kunnen uitoefenen en zo de raad bij te staan. Het huidige door de raad beschikbaar gestelde budget voor de werkzaamheden ligt lager (€ 1,03 per inwoner). Uit de consultatie in de raadscommissie blijkt een meerderheidsopvatting te bestaan om het budget voor de rekenkamer te verhogen. Om die reden wordt budgetverhoging voorgesteld naar € 1,30 per inwoner. Voor de toelichting op het instellen van de rekenkamer verwijzen wij u naar het Raadbesluit van 22 juni 2023. 4. Geactualiseerde technische richtlijnen na de kaderbrief Dit betreft het saldo van alle aanpassingen vanaf het moment van de Kaderbrief 2024-2027. (Zie technische richtlijnen 2024 - 2027) 5. Actualisering kapitaallasten (Inclusief rentestijging) De volgende oorzaken liggen hieraan ten grondslag: - Aanpassing van het huidige MIP 2024-2026 (Meerjaren Investerings Plan); - Verwerking van de jaarschijf 2027 in het meerjarenperspectief. De investeringen waren reeds opgenomen in het MIP, maar de vorige meerjarenraming liep maar tot het jaar 2026; - Verwerking van de rentestijging. 6a.
Noodzakelijke keuzes t.b.v. Programmabegroting 2024 (excl. Jeugd) Hieronder vindt u een toelichting per onderdeel; Theater (instandhouding) € -800.000 De gemeenteraad heeft op 25 mei 2023 ingestemd met het verder uitwerken van Uitgangspuntennotitie ‘Nieuw theater in de Duivenweide’. Zoals bekend is het huidige gebouw op en is het onderhoudsbudget uit de gemeentebegroting gehaald. Om het huidige theater nog voor een korte periode open te houden moet er nu geïnvesteerd worden. Het betreft het strikt noodzakelijk (vervangings-)onderhoud voor het veilig ontvangen van theatergezelschappen. Voor 2024 is hiervoor tenminste € 800.000 benodigd. Wonen Mobiliteit, groei en bloei (toelichting) € -250.000 Gebiedsontwikkelingen in het kader van de verstedelijkingsstrategie voor de regio ArnhemNijmegen-Foodvalley. Om de ruimtelijke ontwikkelingen van Veenendaal, duurzaam en in samenhang met de overige activiteiten in de fysieke leefomgeving, te kunnen realiseren is een integrale aanpak nodig. Op hoofdlijnen gaat het onder andere om: - Regionale uitwerking en verbinding: Verstedelijkingsstrategie, RPLG, RES, GGM, ‘Next Economy’, Mobiliteit, Regiodeals, Provinciale arrangementen, NOVEX. Niet alleen aansluiting met overheid, maar ook met de samenleving. Onder andere marktpartijen, instellingen, coöperaties etc.
Het Rijksbeleid (23 programma’s) krijgt in 2023 een vertaling in provinciale arrangementen. - Verbinding opbouwen tussen ons interne beleid en extern beleid (provincies, regio’s, waterschappen, energiebedrijven). - Vertaling in gebiedsontwikkelingen: Initiëren, faciliteren en bewaken uitvoering gebiedsontwikkelingen Veenendaal (onder andere Spoorzone, Veenendaal -De Klomp en revitalisering bedrijventerreinen). - Risicobeheersing Groei & Bloei ambitie: raakvlakken (kansen en ‘rode vlaggen’) tussen trajecten identificeren en bespreken zodat besluiten op de juiste plek op tafel komen (lokaal of regionaal).
16
Cultuur en Evenementen € -316.000 Om uitvoering te kunnen blijven geven aan de cultuurnota 2022-2025 is het noodzakelijk dat de culturele infrastructuur op orde blijft. De culturele infrastructuur staat echter onder druk en daarmee de uitvoering van de cultuurnota. Hier liggen verschillende redenen aan ten grondslag. De impact van de gestegen energiekosten is groot, er zijn nieuwe cao’s afgesloten binnen de cultuursector (voor bibliotheken, podiumkunsten en kunsteducatie), achterlopende gemeentelijke indexering sinds 2019 waardoor de reserves steeds verder ‘opdrogen’. Het tekort bij De Muzen van € 85.000 kan eenmalig uit de cultuurbegroting gecompenseerd worden. Het gesprek zal gevoerd worden of er consequenties zijn voor de langere termijn, bijvoorbeeld voor het aantal inschrijvingen. De stijgende kosten bij de Bibliotheek zijn van structurele aard. Naast bovengenoemde oorzaken spelen hier extra kosten voor beveiliging een rol. De stijgende kosten voor energie zijn buiten beschouwing gelaten, omdat daar een aparte regeling voor wordt vastgesteld. Concreet betekent het bij de Bibliotheek een structureel tekort van € 306.000. Bij het Stadsmuseum Veenendaal gaat het om een structureel tekort van € 10.000.
Indien er geen extra middelen beschikbaar worden gesteld betekent dit dat de Bibliotheek moet schrappen in de dienstverlening, Voor het museum zijn er consequenties voor exposities en herinrichting. Voor het Theater Lampegiet geldt dat de huidige algemene reserve toereikend is om de geprognosticeerde tekorten op te vangen en zal afhankelijk van het door de raad te nemen besluit inzake een nieuw theater gekeken worden naar een duurzame oplossing voor de exploitatie van het theater op lange termijn. Franse Gat €-100.000 (per jaar) Sociale aanpak Franse Gat Voor het uitvoeringsplan Franse Gat met daarin een geïntegreerde aanpak van het hele sociale domein, zijn aanvullende middelen en inzet nodig. Deze middelen zijn nodig voor extra inzet Veens Welzijn, CJG, MO beleid en uitvoering, W en I beleid en uitvoering, budgetloket, extra inzet Sportservice en een projectleider gezondheid. We willen in 2024 beginnen met een samenhangende sociale aanpak. Hiervoor is voor 2024 en 2025 € 100.000 per jaar opgenomen in de begroting. Exploitatie Ontmoetingshuis € -250.000 Voor 2024 is eenmalig een bedrag van € 250.000 opgenomen om de exploitatietekorten van het ontmoetingshuis te dekken. GGDrU € -269.000 Op basis van de door AB GGDrU vastgestelde begroting is in onze eigen begroting een bijstelling nodig van € 269.000 voor 2024.
Wij verwijzen u hiervoor graag naar de raadsinformatiebrief van 29 augustus jl. Proeftuin Jeugd € -144.000 De middelen voor de Proeftuin Toekomstscenario worden in 2023 nog gedekt uit Rijksmiddelen. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2024 loopt deze subsidie af. Om de ingezette verandering in 2024 te handhaven en te bestendigen, nemen we budget op om de kosten voor Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en uitvoeringskosten te kunnen dekken. Het betreft hier 1 proeftuin met een externe en een interne partner. Een bedrag van € 94.000 is voor de externe partner. Het bedrag voor het CJG bedraagt € 50.000. Zonder CJG kan de Proeftuin niet gecontinueerd worden. Ontwikkelingen ICT € -150.000 Steeds meer applicaties worden via SAAS oplossingen aangeboden wat leidt tot kostenstijging van naar verwachting € 150.000 per jaar. Herijking IHP € -100.000 Verbreding en scenario's om bij kadernota 2025 keuzes te kunnen maken. Noodzakelijk vanwege vele onderwijsvragen, verbreding met sport, welzijn en kinderdagopvang, IKCbeleid, duurzaamheidsambities en financiële randvoorwaarden.
17
Overige ontwikkelingen € -13.000 Dit was € 17.000 in de presentatie op 4 september, maar dit bedrag is nog gewijzigd vanwege een recente ontwikkeling. Voor het verstevigen en professionaliseren van het welzijnswerk in Dragonder-Zuid is structureel € 30.000 in deze begroting opgenomen. Dit om de continuïteit van het welzijnswerk te waarborgen. Vereveningsfonds € 570.000 Het is van belang om alvast een werkbudget voor het fonds vast te stellen zodat we niet op 0 beginnen. Hierbij wordt gekeken naar de prijs per vierkante meter van € 380 die is overeengekomen. Bij een woning van gemiddeld 60 vierkante meter, keer 25 woningen, betekent dit een startkapitaal van € 570.000. De reservering van dit bedrag is als incidentele voorfinanciering bij de integrale afweging van de kadernota voorgesteld. Dit geld betreft zoals gezegd alleen een werkbudget, en blijft per saldo over als we ooit stoppen met het fonds. De regeling kost de gemeente dus geen geld. Eind 2023 ontvangt de raad een voorstel tot het instellen van de Verordening zodat we er meteen per 1 januari 2024 mee kunnen gaan werken. 6b. Incidentele dekking vanuit Algemene Reserve (Vereveningsfonds) Zie toelichting "vereveningsfonds" hierboven. Het voorstel is om de € 570.000 via de algemene reserve te laten lopen. 6c.
Ontwikkelingen Jeugdzorg Programmabegroting 2024 Binnen Jeugd zien we vanaf 2022 een sterke stijging van kosten, die wordt veroorzaakt door stijging van intensiteit op ambulante jeugdhulp en een sterke stijging van residentiële casuïstiek. Deze stijging werkt structureel door. In de Kaderbrief 2024-2027 is geanticipeerd op de hogere kosten in 2024 en volgende jaren voor een bedrag van € 3,5 miljoen in 2024 en 2025 en € 3,8 miljoen vanaf 2026. 6d. Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de wet Vennootschapsbelasting (Vpb) ingevoerd. Zoals aangegeven in paragraaf A van de jaarrekening 2020 zou de gemeente vanaf 2020 mogelijk daadwerkelijk Vpb moeten afdragen. Dit was vooral afhankelijk van de resultaten bij het ontwikkelingsbedrijf OVO-CV. Door onder andere een aanwijzing van de accountant bij OVO-CV bij de jaarrekening 2021 is de winstberekening in lijn gebracht met de BBV-regels en ook toegenomen. Daarmee is de omslag daadwerkelijk ingezet en meegenomen bij de 2e bestuursapportage 2023. Voor 2024-2027 verwachten wij een kostenpost van € 150.000 per jaar. 7. Analyse budgetten Met het oog op de toekomst en om meer financiële ruimte te creëren, zijn aan de hand van het financiële afwegingskader de budgetten binnen de gehele organisatie geanalyseerd. Er is bijvoorbeeld gekeken waar de afgelopen jaren sprake is geweest van (structurele) onderuitputting.
Hieronder geven wij een overzicht van de grootste onderdelen. Openbare verlichting € 200.000; Leerlingen vervoer € 200.000; PGB € 180.000; WMO € 161.000; Kinderopvang € 160.000. 8. Beoordeling stelposten Op basis van de uitkomsten van de aanbesteding energie kan het gereserveerde bedrag voor prijsontwikkeling energie deels vrijvallen. Dit heeft een voordelig effect van € 490.000 in 2024 en € 770.000 in 2025 en 2026. Vanaf 2027 wordt een nieuw contract aangegaan. 9. Majeure projecten ontwikkeling Het college ziet zich genoodzaakt om gezien de specifieke omstandigheden een aantal projecten als noodzakelijk aan te merken en stelt daarom voor om nu al te besluiten deze projecten in ieder geval door te laten gaan. Dit wordt wel voorgesteld met de volgende kanttekeningen; dat deze projecten alsnog 18
onderdeel uitmaken van de integrale afweging bij de Kadernota 2025 - 2028 en de impact van consequenties om er op dat moment van af te zien nog groter zullen zijn. Daarnaast blijft de planning van de andere majeure projecten (Johannes Calvijnschool, IKC Engelenburg, Theater en OPOR) zoals deze was. Het betreft de volgende (majeure) projecten uit het raadsakkoord (met geactualiseerde investeringsbedragen): Bedragen x € 1.000
2024 Investeringsbedrag
2025
2026
2027
Kapitaallasten
IKC Dragonder Noord
6.864
48
419
324
IKC SO/SBO/PO
12.815
55
235
414
IKC Dragonder Zuid
9.336
40
1.138
481
Stadspark
3.500
25
49
210
207
25
192
2.002
1.426
Noodzakelijke keuzes majeure projecten
Hieronder volgt een korte toelichting per project waarom voorgesteld wordt om nu al wel voor deze projecten te kiezen. IKC Dragonder Noord Realisatie van een nieuw IKC ter vervanging van twee oude schoolgebouwen in de wijk Dragonder Noord. Hier ligt een relatie met perceel Ronde Erf 6 welke verkocht is aan de Bunte Vastgoed (vastgoedmandje). De herontwikkeling van dit perceel ligt nu ook stil in afwachting van definitieve besluit over de school. Dit leidt weer tot nadelige financiële effecten in de grondexploitatie van het vastgoedmandje. Het is voor de Programmabegroting 2024 noodzakelijk om een definitieve keuze te maken. Bij uitstel besluitvorming over het IKC wordt wel de woningbouw gestart waardoor er mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting dan wel locatiekeuzes komen te vervallen. Dit leidt mogelijk tot extra kosten. Tot slot wordt bij uitstel of afstel de gehele planvorming stilgelegd en zal naar alle waarschijnlijkheid (tijdelijk) geïnvesteerd moeten worden in het huidig gebouw. Tot slot moet nog opgemerkt worden dat er een relatie ligt met het Zalencentrum Allererf. De stichting heeft grote moeite om de exploitatie van het gebouw rond te blijven krijgen. Daarbij komt dat noodzakelijke investeringen in onder andere veiligheidsvoorzieningen en lekkages niet tot nauwelijks uitgevoerd kunnen worden vanwege geldgebrek.
Het langer openhouden van het huidige centrum is waarschijnlijk kostbaar, maar zal zeker voor enkele jaren nodig zijn in afwachting van nieuwbouw IKC. Dit is wel een extra reden om zo snel mogelijk een strategie te bepalen en dus ook zo snel mogelijk te starten met de bouw van IKC Dragonder Noord inclusief een sportzaal. IKC SO/SBO/PO Dit IKC staat ook al enige tijd in de planning in afwachting van besluitvorming over Oost. Door IKC Dragonder Zuid te realiseren ligt er een directe relatie met dit IKC. Verplaatsing van IKC SO/SBO/PO is nodig om ruimte te maken. Bovendien verdwijnt hiermee het sterk verouderde gebouw. IKC SO/SBO/PO zal naar verwachting pas in 2027 opgeleverd kunnen worden, om dit te kunnen realiseren is een investeringsbeslissing in de Programmabegroting 2024 nodig. Zeker ook omdat er koppeling ligt met IKC Dragonder Zuid. Mocht IKC Dragonder Zuid niet doorgaan, dan kan de nieuwbouw voor dit IKC op de huidige locatie worden gerealiseerd. Bij uitstel of afstel voor het IKC SO/SBO/PO wordt de gehele planvorming stilgelegd en zal naar alle waarschijnlijkheid (tijdelijk) geïnvesteerd moeten worden in het huidige gebouw. IKC Dragonder Zuid Al enkele jaren wordt gesproken over de situatie rondom de onderwijshuisvesting in het oostelijk deel van Veenendaal. De raad heeft in maart 2023 besloten om een nieuw IKC in Dragonder Zuid te bouwen.