3. Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026
Tekst van het document
PROGRAMMABEGROTING 2023
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................. 2 INLEIDING ............................................................................................................................ 4 FINANCIEEL KADER ......................................................................................................... 12 PROGRAMMA 1 – FYSIEKE LEEFOMGEVING................................................................. 22 Thema I – Ruimtelijke ontwikkeling .................................................................................. 24 Thema II – Openbare Ruimte........................................................................................... 28 Thema III – Wijkgericht werken ........................................................................................ 32 PROGRAMMA 2 – ECONOMIE, WERK EN ONTWIKKELING ........................................... 33 Thema I – Economische ontwikkeling en werkgelegenheid.............................................. 35 Thema II – Recreatie en toerisme .................................................................................... 37 PROGRAMMA 3 – SOCIALE LEEFOMGEVING ................................................................
39 Thema I – Inkomen .......................................................................................................... 53 Thema II – Sociaal domein – Participatie en re-integratie ................................................ 55 Thema III – Sociaal domein – Wmo ................................................................................. 56 Thema IV – Sociaal domein – Jeugd ............................................................................... 59 Thema V – Onderwijs en ontwikkeling ............................................................................. 62 Thema VI – Sport............................................................................................................. 63 Thema VII – Cultuur ......................................................................................................... 64 Thema VIII – Welzijn ........................................................................................................ 65 PROGRAMMA 4 – BURGER EN BESTUUR ...................................................................... 67 Thema I – Dienstverlening (extern) .................................................................................. 69 Thema II – Burger en samenwerking ...............................................................................
70 Thema III – Veiligheid samenleving ................................................................................. 71 PROGRAMMA 5 – ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN..................... 73 Thema I – Treasury ......................................................................................................... 73 Thema II- OZB en belastingen overige ............................................................................ 74 Thema III - Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen ................................................. 74 PROGRAMMA 6 – BEDRIJFSVOERING ........................................................................... 75 Thema I – Dienstverlening (intern) ................................................................................... 77 Thema II – Security & informatiebeveiliging ..................................................................... 77 Thema III – Middelen ....................................................................................................... 78 Thema IV - Advisering en detachering ............................................................................. 78 Thema V - Bedrijfsvoering algemeen ............................................................................... 78 PARAGRAFEN ................................................................................................................... 80 A.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................. 80 B. Onderhoud Kapitaalgoederen ...................................................................................... 85 C. Financiering................................................................................................................. 93
2
D. Bedrijfsvoering ............................................................................................................ 97 E. Verbonden partijen .................................................................................................... 103 F. Grondbeleid ............................................................................................................... 116 G. Lokale heffingen ........................................................................................................ 119 BIJLAGEN ........................................................................................................................ 129 1.
MIP ......................................................................................................................... 129
2.
Geraamde baten en lasten ..................................................................................... 136
3.
Geprognosticeerde balans ...................................................................................... 141
4.
Staat van incidentele baten en lasten 2023-2026.................................................... 145
5.
Staat van reserves en voorzieningen ...................................................................... 151
6. Groslijst...................................................................................................................... 154
3
Inleiding In het afgelopen voorjaar hebben de verkiezingen voor de gemeenteraad plaatsgevonden. Er is een nieuw raadsakkoord vastgesteld voor de periode 2022-2025 met als titel ‘Samen werken in vertrouwen’. In het akkoord zijn de belangrijkste thema’s en ambitie voor Veenendaal voor de komende bestuursperiode geschetst. De Programmabegroting 2023 is de 1e begroting gebaseerd op dit raadsakkoord.
Algemene situatie Het jaar 2022 zal ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als een turbulent jaar met crises op allerlei terreinen van het dagelijks leven. Terwijl de gevolgen van de coronacrisis nog duidelijk aanwezig waren, viel Rusland op 24 februari Oekraïne binnen en sindsdien wordt Europa dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van het oorlogsgeweld. Bij alle onrust werden van 14 – 16 maart verkiezingen gehouden voor de gemeenteraad. De gemeenteraad wordt in snel tempo geconfronteerd met allerlei ontwikkelingen in het maatschappelijk leven: • • • • •
Stijgende energie en brandstofprijzen, soms tot ongekend hoog niveau; Inflatiecijfers die vele decennia niet zo hoog zijn opgelopen; Opvang van asielzoekers en vooral ook veel Oekraïners; Stagnerende woningbouw door de stikstofproblemen en grote woningnood; Onzekerheid over het nieuwe verdeelstelsel van het Gemeentefonds.
Kortom: de raad in de huidige samenstelling krijgt met grote uitdagingen te maken. En ook hier is de titel van het raadsprogramma actueel: raad en college werken samen in vertrouwen om deze uitdagingen op te pakken!
Raadsakkoord en begroting In het raadsakkoord worden de belangrijkste thema’s en ambities voor Veenendaal voor de komende bestuursperiode verwoord: waaraan willen we als raad en college werken. Het akkoord bestaat uit negen thema’s die veel onderlinge samenhang hebben. In dit hoofdstuk wordt in het kort beschreven hoe deze thema’s in deze begroting zijn verwerkt. De thema’s ‘Wonen’ en ‘Mobiliteit’ Veenendaal kiest voor versterking van de woonfunctie en richt de blik naar de regio (‘Excellente woonstad in een complementaire regio’, Strategische Visie Veenendaal 2040, 2017). Kwaliteit gaat voor kwantiteit. En, in lijn met de wensen van inwoners, moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Dat betekent slim omgaan met de ruimte door intensivering van de woonbebouwing, herontwikkeling, functieverandering en voldoende aandacht blijven houden voor groen en water. Om te kunnen blijven voorzien in voldoende ruimte voor wonen en bedrijven is in de eerste plaats een ‘slimme’ omgang met de beschikbare mogelijkheden binnen en buiten de gemeentegrenzen nodig. Hieraan direct gekoppeld, is de aandacht voor kwaliteit in de openbare ruimte en een duurzame leefomgeving. Ook een goede mobiliteit is een belangrijk aspect van de kwaliteit van wonen, werken en recreëren.
Er is, in het belang van een vitale gemeente, een structurele verbetering van de mobiliteit, bereikbaarheid en verkeersveiligheid noodzakelijk. Er moet sprake zijn van een goede doorstroming met zo weinig mogelijk verkeersslachtoffers. De diversiteit aan vervoersmodaliteiten moet worden versterkt, kwantitatief en kwalitatief. De reikwijdte van het ruimtevraagstuk gaat daarmee verder dan de grenzen van de gemeente Veenendaal. Het is daarom van belang dat we met elkaar de bestuurlijk strategische acties benoemen en verbindingen blijven leggen met buurgemeenten en met de provincies Utrecht en Gelderland om tijdig te anticiperen op ontwikkelingen en kansen. Naast 4
de ruimtelijke ambities speelt ook de financiële haalbaarheid hierbij een belangrijke rol. In het verlengde van de verstedelijkingsstrategie staat 2023 in het teken van de integrale grootschalige gebiedsuitwerkingen in Foodvalley. Voor Veenendaal zijn twee gebieden hierbij van belang. Het eerste betreft de spoorzone Veenendaal centrum (bundeling van diverse locatie-ontwikkelingen zoals Stationskwartier en het Ambacht, inclusief de verbetering van de onderliggende infrastructuur). Samen met de buurgemeenten, provincies en rijk zal als tweede gestart worden met het gebied rondom Station De Klomp. De regio Foodvalley is landelijk gezien een belangrijke regio als het gaat om duurzame landbouw, gezonde voeding (Regiodeal Foodvalley) en mogelijke oplossingen voor het stikstofvraagstuk. De landbouwtransitie heeft daarmee in 2023 een prominente rol in de ruimtelijke afspraken tussen gemeenten, provincies en het rijk. Het thema ‘Energie en Duurzaamheid’ De gemeente Veenendaal heeft een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame en circulaire samenleving. Op deze transitie wordt ingezet langs de sporen Circulair Veenendaal, Energieneutraal Veenendaal, de Klimaatbestendige leefomgeving van Veenendaal en Duurzaamheid is van ons allemaal. Circulair Veenendaal Circulariteit is hét uitgangspunt voor ons denken, bouwen en financieren van onze activiteiten.
Het leidt feitelijk tot een 'herontwerp' van de samenleving, waarin alle gebruikelijke basisconcepten opnieuw worden beoordeeld op de aspecten van circulariteit. Het vraagt veel van de samenleving en de gemeente kan door het geven van de goede voorbeelden een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie naar een circulaire samenleving. Een basisprincipe van circulariteit is om te vragen naar de noodzaak van een activiteit: is dit echt nodig, hebben we dit echt nodig? Veenendaal kiest ervoor dit principe voor alle nieuwe objecten toe te passen. Daarnaast wordt ingezet op het CO2-neutraal maken van het bestaande vastgoed. Ook in het onderhoud moet circulariteit het uitgangspunt worden. Energieneutraal Veenendaal Al in 2017 is de ambitie van een Energieneutraal Veenendaal geformuleerd: we wekken uiteindelijk net zo veel duurzame energie op als we verbruiken. Om dit te bereiken is in 2022 het Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 vastgesteld. Dit plan vormt voor inwoners en ondernemers de uitwerking van de energie-ambities, zoals opgenomen in de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte en laadvisie. We volgen hierbij de kaders van de Omgevingsvisie en zorgen ervoor dat het omgevingsplan de mogelijkheid biedt om de energietransitie volgens de wensen van onze gemeente mogelijk te maken.
De aanpak verschuift steeds meer richting de uitvoering waarvoor de nodige menskracht, expertises, maar ook de betrokkenheid van externe partijen nodig is. Er komen voor de periode 2022-2030, onvoldoende, middelen beschikbaar van het rijk om de gemeenten bij deze omvangrijke taak te ondersteunen. De Klimaatbestendige leefomgeving van Veenendaal We moeten ons voorbereiden op een ander klimaat. De impact van klimaatverandering is nu al merkbaar, ook in Veenendaal. De gevolgen, meer overlast en schade, verschillen lokaal en zijn afhankelijk van de inrichting van de gebouwde omgeving en het natuurlijk systeem. Inzicht in de mate waarin de klimaateffecten zullen optreden en daarmee welke maatregelen moeten worden getroffen om de gevolgen te beperken, is essentieel. In 2023 ronden we onze klimaatstresstest af. Met deze stresstest worden de kritische locaties in Veenendaal duidelijk. We brengen, in dialoog met bewoners en bedrijven, de locatiespecifieke maatregelen in beeld en prioriteren deze op basis van duurzaamheid, effect en kosten.
5
Duurzaamheid is van ons allemaal De doelstelling om in 2050 duurzaam te zijn is niet eenvoudig te realiseren. We moeten samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen op zoek naar wat mogelijk is en op welke wijze we binnen de draagkracht van de aarde toewerken naar een duurzaam Veenendaal. De gemeente wil een voorbeeld zijn; wij doen wat we ook van anderen verwachten. Bij onze partners willen we draagvlak voor de veranderingen vergroten en hen stimuleren om innovatief te zijn. Het thema ‘Openbare ruimte en groen’ De kwaliteit van de openbare ruimte en het groen is van grote invloed op het welbevinden van onze inwoners, op de aantrekkelijkheid van onze gemeente voor nieuwe inwoners, bezoekers en bedrijven en speelt een rol bij klimaatadaptatie om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Naast aandacht voor voldoende onderhoud van de openbare ruimte en het groen, heeft dit thema dus belangrijke raakvlakken met andere thema’s in het raadsakkoord. Het is daarom van belang om deze integraliteit in de concrete plannen voldoende aandacht te geven. We werken zo veel mogelijk wijkgericht en geven de bewoners inspraak bij de inrichting van de ruimte binnen de gestelde kaders. Het thema ‘Digitalisering’ Wij zitten al een tijd midden in de zogenaamde derde industriële revolutie.
Zoals bij elke revolutie het geval is, leidt dit tot fundamentele verandering en is er sprake van een herontwerp van de samenleving. In alle sectoren, van privaat tot publiek, is er reeds een grote mate van digitalisering ingevoerd. Ondanks deze veranderingen staan wij slechts aan het begin van de revolutie. Ook in de publieke sector moeten en kunnen er nog grote slagen worden gemaakt om de dienstverlening richting de inwoners en bedrijven te vergroten en, veel belangrijker, aangenamer te maken. Dit betekent dat er een digitale transformatie moet komen, waarin data een belangrijke rol krijgt in de manier waarop wij invulling geven aan onze beleidsvorming, -uitvoering, -voortgang en -monitoring. Als gemeente blijven we daarbij oog houden voor een goede combinatie van “tellen en vertellen”. Zowel vanuit de landelijke wet- en regelgeving als vanuit de ambities van de gemeente Veenendaal is de noodzaak aanwezig om meer data-gedreven en informatie-gestuurd te werken. Om de minimale ambities te behalen, zal er in de komende periode een inhaalslag moeten worden gemaakt en organisatorisch worden bestendigd. Binnen de financiële mogelijkheden die er voor de programmabegroting 2023 en het meerjarenperspectief aanwezig zijn, zullen landelijke verplichtingen en lokale ambities vertaald worden in effectieve activiteiten.
Deze activiteiten zullen een impact hebben op de structuur en cultuur van de hele organisatie, een toekomstgericht fundament leggen voor data-gedreven werken en informatiesturing. In de komende periode wordt het programma I-grip uitgerold. De uitvoering van dit programma is essentieel om de informatiehuishouding op orde te brengen en te houden, de relevante informatie actief te openbaren en duurzame toegankelijkheid tot deze informatie te garanderen. Nieuwe landelijke en Europese wet- en regelgeving maken een aanzienlijke verzwaring van de ‘grip’ op onze informatiehuishouding onvermijdelijk. Hoewel een grote nadruk wordt gelegd op de technologie, staat de mens altijd centraal. De menselijke maat wordt niet vergeten en de technologische inzet moet altijd leiden tot het oplossen van een probleem en verbeteren van de kwaliteit van het leven voor onze inwoners. De menselijke maat mag ook niet ontbreken bij de introductie van data-gedreven werken binnen de gemeentelijke organisatie. Het veranderingsproces moet goed begeleid en ondersteund worden. Daarom is het bevorderen van de digitale volwassenheid van onze inwoners en van de ambtelijke organisatie een noodzaak zodat eenieder zich optimaal ondersteund voelt in de onvermijdelijke digitale transformatie. In de afgelopen jaren is er intensief en succesvol samengewerkt met ondernemers en onderwijsinstellingen in de ICT-sector.
Deze samenwerking, bekend geworden onder de naam ICT Campus, wordt voortgezet. In het kader van de verstedelijkingsstrategie wordt tevens nagedacht om de ICT-sector verder te versterken. Dit gebeurt, onder andere, door
6
een actiever beleid te voeren voor het aantrekken van innovatieve ICT-bedrijven en door te kijken naar een gebiedsontwikkeling langs de A-12 corridor. Het thema ‘Veiligheid’ Veiligheid is een belangrijk aspect van het dagelijks leven dat op vele terreinen een rol speelt en moet spelen. Veiligheid is daarom bij uitstek een thema dat in alle andere thema’s van het raadsakkoord aandacht vraagt. Er wordt waar nodig nog steviger ingezet op deze integrale benadering, uiteraard binnen de mogelijkheden die wij als gemeente hebben. Samenwerking met andere actoren in het veiligheidsdomein is en blijft essentieel. Hierop is de laatste jaren al stevig ingezet en dit blijft ook het geval om zo de veiligheid in de stad, in wijken en op de bedrijfsterreinen te vergroten. Ook is er aandacht voor kleine criminaliteit en overlast. De inzet van onze capaciteit is blijvend gericht op het tegengaan van radicalisering, ondermijningen en polarisatie. Het thema ‘Zorg en Welzijn’ In Veenendaal staat een inclusieve samenleving waaraan eenieder naar vermogen meedoet en waarbij mensen naar elkaar omkijken voorop. Belangrijk is het hanteren van de menselijke maat bij maatschappelijke ondersteuning en hulp. Vrijwilligerswerk wordt gefaciliteerd en gestimuleerd. En we besteden extra aandacht aan mantelzorgers. Sociaal domein breed gaan we ons beleid kritisch toetsen op de menselijke maat.
Uitdaging hierbij zal zijn om op een efficiënte manier te blijven werken, terwijl er oog is voor persoonlijke situaties. Uitgangspunt is werken vanuit wat écht helpt wanneer hulp of ondersteuning nodig is. Er komen ook uit ‘Den Haag’ mogelijke versoepelingen aan. Maatregelen die de wetten overstijgen willen we waar mogelijk nóg meer een integrale aanpak geven. Aandacht voor jongeren In samenwerking met welzijnspartners, scholen en veiligheidspartners willen we de inzet van jongerenwerk in Veenendaal versterken. De van oorsprong incidenteel ingezette capaciteit voor jongerenwerk in het Franse Gat willen we borgen. We willen in goed contact staan met jongeren en dat begint al vanaf jonge leeftijd (kinderen in de basisschoolleeftijd). Specifieke aandacht is er zowel landelijk als lokaal voor de eerste 1.000 dagen van een kind vanuit het actieprogramma “Kansrijke start”. Kwaliteit, toezicht en handhaving in het sociaal domein We willen de beschikbare middelen voor het sociaal domein vanzelfsprekend goed besteden. Dit betekent dat we van onze zorgaanbieders kwaliteit verwachten. De relatie met de zorgaanbieders is gebaseerd op duidelijke wederzijdse afspraken inclusief duidelijkheid over de handhaving van die afspraken. Zo kunnen we aan al onze inwoners uitleggen dat we het beschikbare geld verantwoord besteden aan de meest kwetsbaren in de samenleving.
Bij het vormgeven van handhaving vormt een goede relatie met onze professionele zorgaanbieders het uitgangspunt, inclusief een gezonde balans tussen controle en vertrouwen. Het thema ‘Economie, Ondernemen en Bedrijfsleven’ Zoals hiervoor bij het thema ‘Energie en Duurzaamheid’ en vooral bij de thema’s ‘Wonen’ en ‘Mobiliteit’ al is aangegeven, is het voor onze gemeente van groot belang om aandacht te blijven geven aan ons vestigingsklimaat en aan duurzaamheid. In afstemming en samenwerking met betrokkenen werken we voortdurend aan het verbeteren van ons vestigingsbeleid, ondernemersklimaat en werkgeversdienstverlening. Dit vraagt een goede samenwerking binnen de gemeente maar zeker ook daarbuiten. De invloed van provincies en rijk op bijvoorbeeld ontwikkelmogelijkheden van bedrijvigheid en van mobiliteit is niet te onderschatten. Reden om (nog) meer aandacht aan deze externe partners te besteden. We faciliteren waar mogelijk ondernemers in duurzaam ondernemen en hun bijdrage in de circulaire economie. We richten ons op een goed functionerende binnenstad.
7
Het thema ‘Cultuur en evenementen’ Op basis van de cultuurnota 2022-2025 en de cultuurvisie 2022-2030 kan de komende jaren actief uitvoering worden gegeven aan het cultuurbeleid. Uitgangspunt hierbij is het waar nodig en mogelijk faciliteren van een bloeiend cultureel leven waarbij iedereen deel kan nemen en/of zelf een bijdrage kan leveren. In de cultuurvisie zijn zeven ‘verhaallijnen’ benoemd. De komende jaren wordt ingezet op de eerste vijf lijnen. Binnen – en als onderdeel van – het cultuurbeleid is de verdere ontwikkeling van het theater de komende jaren een belangrijk item. Het thema ‘Onderwijs’ Belangrijke inzet is het vergroten van de kansengelijkheid op de arbeidsmarkt, waarbij ontwikkeling van de Nederlandse taal essentieel is. Binnen de sector onderwijs is zicht op de ontwikkeling van kinderen. De kennis over ontwikkeling van kinderen is ook voor de gemeente waardevol wanneer het de gemeentelijke verantwoordelijkheden raakt. Dat kan bijvoorbeeld gaan over armoede of zorgelijke thuissituaties. De partners in het onderwijs zijn dan als het ware de ogen en oren voor onze jonge inwoners. Daarom willen we werken aan een sterkere verbinding die bijdraagt aan een klimaat waarin onze jonge inwoners optimaal kunnen opgroeien en hun talenten zich volwaardig kunnen ontwikkelen.
Voor de verbinding tussen onderwijs, opvang en instanties voor advies en informatie worden Integrale Kindcentra (IKC) gerealiseerd. Scholen moeten een veilige plek voor alle kinderen zijn.
Bestuursstijl In het raadsakkoord is een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de bestuursstijl. Een toegankelijke en transparante bestuursstijl is nodig, waarbij denken in mogelijkheden vooropstaat. In samenspel tussen raad, college en organisatie wordt hier de komende vier jaar vorm aangegeven. In de raadsconferentie van 26 en 27 augustus 2022 is hier een start mee gemaakt. Bij de opstelling van de nu voorliggende Programmabegroting is in dit kader een eerste experiment uitgevoerd door de raad in een vroeg stadium mee te nemen in het ‘wordings’proces van de Programmabegroting. In een tweetal avonden is verduidelijking gegeven van het dilemma om vooral op langere termijn een sluitende begroting te kunnen presenteren. Voor zowel college als de raad was het ‘zoeken’ om op een adequate wijze vorm te geven aan dit experiment. We zullen dit experiment evalueren, en hierbij stilstaan bij de vraag op welke wijze betrokkenheid van raad en organisatie passend en wenselijk is.
Organisatie Uitvoering van het raadsakkoord vraagt om een adaptieve en wendbare organisatie. De organisatie moet blijvend gericht zijn op het zo doeltreffend en doelmatig mogelijk behalen van resultaten. De insteek hiervoor is doen – leren – doen; continue aandacht voor verbeteringen zonder grote organisatorische veranderingen. Aanpassing in aansturing De komende bestuursperiode staan belangrijke thema’s op de politieke agenda. Bij de uitvoering hiervan wordt de samenwerking gezocht met ondernemers, (maatschappelijke) partners, andere overheden en de ambtelijke organisatie. De inrichting daarvan moet zodanig zijn dat adequaat en flexibel kan worden ingespeeld op wettelijke maar ook bestuurlijk gewenste ontwikkelingen. Er is meer aandacht nodig voor de externe gerichtheid van bestuur en organisatie. Het totale takenpakket van de gemeente is verdeeld in een drietal thema’s: Ruimte, Samenleving en Bedrijfsvoering. Elke thema heeft een eigen directeur; samen met de algemeen directeur vormen zij de leiding van de organisatie.
8
Externe oriëntatie Er wordt stevig ingezet op externe oriëntatie: het versterken van de invloed van Veenendaal in regionaal en bovenregionaal verband, juist met het oog op de grote uitdagingen van de komende jaren. Te denken valt hierbij aan verstedelijking, mobiliteit, duurzaamheid/circulariteit en Regiodeal. Voor dit doel zullen twee strategisch adviseurs worden aangetrokken om de organisatie en het bestuur te adviseren en ondersteunen in de externe oriëntatie, om met elkaar de belangen van Veenendaal extern te behartigen. Ook de directeuren hebben hierin een belangrijke rol. Het gaat om welke mogelijkheden en kansen er voor onze gemeente liggen in regio, provincie, rijk en in EU-verband, en deze mogelijkheden en kansen te benutten. Waar mogelijk en nuttig kan hierin gezamenlijk worden opgetrokken met andere gemeenten, bijvoorbeeld in Foodvalley-verband. Aantrekkelijke werkgever in een moeilijke arbeidsmarkt Door verschillende oorzaken is er inmiddels een (zeer) krappe arbeidsmarkt ontstaan. In diverse sectoren is er sprake van arbeidstekorten en in meerdere gevallen hebben die al geleid tot uitval van productie en dienstverlening. Ook (gemeentelijke) overheden worden in toenemende mate geconfronteerd met moeilijk te vervullen vacatures, langere wervingstrajecten, verlengde inhuur en oplopende werkdruk voor de zittende mensen.
Omdat de voortekenen zijn dat deze krapte, ook bij een (korte) economische recessie, bij verschillende functies nog wel even zal aanhouden, wordt extra ingezet op 'aantrekkelijk' werkgeverschap. We zullen Veenendaal vooral op de inhoud en de cultuur profileren: meer aandacht schenken aan de interessante uitdagingen waaraan de komende jaren gewerkt gaat worden en meer nadruk leggen op het publiek ondernemerschap dat we bij medewerkers zoeken. Daarnaast zullen we - waar mogelijk in samenwerking met andere (buur)gemeenten in Foodvalley en scholen in de regio - de mogelijkheden van trainees nagaan. Ook zullen we meer gebruik moeten maken van (eigen) recruiters. Binnenhalen van nieuwe collega's is één, het behouden van goede collega's is twee. Ook aan dit 'binden' willen we meer aandacht besteden. Hoewel we zeker niet op lonen willen gaan concurreren, leidt de extra aandacht voor de arbeidsmarktkansen van onze gemeente wel tot extra kosten de komende jaren: voor langere en duurdere inhuur, voor extra recruitment en profilering, en voor een stevig en nuttig traineeprogramma. Het 'binden' vraagt om voortdurende scholing en training, om ontwikkelkansen, en om (meer) inzet op talenten.
Financieel-economische ontwikkelingen Alvorens in te gaan op concrete cijfers van de Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 en het daarbij behorende meerjarenperspectief is het van belang een paar belangrijke ontwikkelingen te schetsen, welke het kader bepalen waarin de ramingen in de meerjarenbegroting plaatsvinden. Ontwikkeling Algemene uitkering Gemeentefonds Gelet op de diverse crises pompt het Rijk vele miljarden euro’s extra in de economie. Gemeenten profiteren daar in de jaren 2023-2025 fors van. Met ingang van het jaar 2026 komen die extra miljarden weer te vervallen: het kabinet wil de fase vanaf 2026 overlaten aan het dan zittende kabinet. Dat betekent dat de gemeenten vanaf 2026 miljoenen euro’s minder ontvangen uit het Gemeentefonds. In de vakpers wordt daarom al gesproken over het ‘ravijnjaar’. Via de VNG en de provinciebesturen wordt aangedrongen op meer duidelijkheid over de omvang van het Gemeentefonds vanaf 2026. Mogelijk krijgen gemeenten en provincies de beschikking over een groter eigen belastinggebied. Extreem stijgende prijzen en lonen De inflatie loopt historisch gezien hoog op: in de maand augustus 2022 was er sprake van 12%. Energieprijzen lopen zodanig hoog op dat vele mensen in de financiële problemen komen. Vooral de lage en de middeninkomens merken dat zij onder de streep minder overhouden of tekort komen.
Voor de gemeentelijke huishouding wordt een verhoging van de energiekosten met bijna € 1,5 miljoen gerekend. Grondstoffen worden duurder, waardoor 9
ook de dagelijkse boodschappen een groter deel van het huishoudbudget van de inwoners vragen. Gevolg is dat de looneisen weer hoger worden waardoor het gevaar dreigt dat we in een loon-prijsspiraal terecht komen. In de risicoparagraaf besteden we aandacht aan de mogelijke gevolgen van prijsstijgingen voor instellingen, verenigingen en inwoners. Rentestijging Een andere tegenvaller is de forse rentestijging waarmee gerekend moet worden. In de vorige begroting kon nog gerekend worden met een rente van ongeveer 1 %; inmiddels is dat al 2,5 %. Voor de begroting betekent dit extra rentekosten op de voorgenomen investeringen van € 400.000,- in 2023 oplopend tot ongeveer € 2 miljoen vanaf 2026. Algemene Reserve Na de vaststelling van de 2e bestuursrapportage 2022 bedraagt de Algemene Reserve € 30,7 miljoen. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing' wordt nader ingegaan op de context hiervan. De door de raad vastgestelde limiet (ondergrens) is een bedrag van € 16,5 miljoen.
Opbouw van de begroting Ten opzichte van vorige jaren is geprobeerd de leesbaarheid van de begroting voor wat betreft de 6 programma’s te optimaliseren. Indeling van de programma’s Na de inleiding en beschrijving van het financieel kader volgt het programmaplan, waarin de 6 programma’s zijn uitgewerkt. Hierbij wordt steeds dezelfde indeling gehanteerd: PROGRAMMA - Beschrijving van de visie m.b.t. dat programma; - De thema's; - Financieel overzicht m.b.t. dat programma; - Relevante ontwikkelingen per thema. Indeling in thema’s Per thema de volgende indeling: - Algemene informatie over dat thema; - De doelenboom (wat willen we bereiken; wat gaan we ervoor doen); - Opsomming van gerelateerde beleidsstukken zoals Nota’s; - Financieel overzicht m.b.t. dat thema. Per thema zijn de verbonden partijen benoemd die een bijdrage leveren aan de realisatie van de doelstellingen binnen dit thema. In paragraaf E (Verbonden Partijen), zijn deze verder beschreven. Voor de verplichte indicatoren welke het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorschrijft nemen wij een directe link op naar het portaal 'Waar staat je gemeente'. Met behulp van deze link kunt u de vaste set aan indicatoren raadplegen. Een uitzondering hierop zijn de indicatoren voor het Programma 6 Bedrijfsvoering. Deze gegevens zijn te vinden in Programma 6 van deze Programmabegroting.
Dashboard BBV waarstaatjegemeente.nl
10
Opvolging adviezen provincie (toezichthouder) Bij de beoordeling van de Programmabegroting 2022 heeft de provincie als toezichthouder enige aanbevelingen gedaan. Met deze aanbevelingen is bij de opstelling van de Programmabegroting 2023 rekening gehouden. Het betreft onder andere: • • •
Op een meer prominente plaats in de begroting sturen op het begrotingsevenwicht: in het hoofdstuk ‘Financieel Kader’ wordt dit uitgewerkt; Bij de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’ is nu meer aandacht gegeven aan het meerjarig onderhoud (dus niet uitsluitend 2023); In de risicoparagraaf wordt aandacht gegeven aan de kostenontwikkeling m.b.t. de jeugdzorg.
Financieel perspectief In het hoofdstuk Financieel kader wordt u meegenomen in de totstandkoming van het begrotingssaldo vanaf het moment van de Kaderbrief 2023 (voorjaar 2022) tot op heden. Hieronder volgt een opsomming van het eindsaldo en de consequenties hiervan voor de komende jaren. Meerjarig perspectief De Programmabegroting en meerjarenraming omvatten de periode 2023 tot en met 2026. Conform artikel 190 van de Gemeentewet, wordt de begroting door het college ter vaststelling aan de raad aangeboden met een meerjarenraming voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Het begrotingssaldo voor de periode 2023-2026 ziet er als volgt uit: Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Saldo
552
2.321
4.013
-10.100
-11.968
-11.968
-11.968
-11.968
Volgens het begrotingstoezicht van de provincie (zie hoofdstuk Financieel kader) voldoet de Programmabegroting aan de gestelde criteria: het begrotingsjaar (2023) moet structureel sluitend zijn, en als dat niet het geval is, dan moet uiterlijk het laatste jaar van de Meerjarenraming (2026) sluitend zijn. Toch zien we in 2026 een enorme terugval in financiële ruimte. Zoals geschetst is de belangrijkste oorzaak hiervan de teruglopende uitkering uit het Gemeentefonds. Verwacht mag worden dat het Rijk in het najaar 2022 (september- of decembercirculaire m.b.t. het gemeentefonds) duidelijkheid zal geven of en zo ja in welke mate er compensatie zal plaatsvinden. Het College hecht eraan om verder te kijken dan het jaar 2026, namelijk naar de jaren 2027 t/m 2030. Hiermee wordt de lijn vanuit de Kaderbrief voortgezet. Immers, de jaren 2026 t/m 2030 laten een sterk negatief beeld zien, en dit negatieve perspectief vormt het kader voor besluitvorming over deze periode.
11
Financieel kader Financieel vertrekpunt Voor de bepaling van het beginsaldo van de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026 wordt voortgeborduurd op eerder vastgestelde documenten. • • •
De Programmabegroting 2022: vastgesteld in november 2021. De 3e bestuursrapportage over 2021: vastgesteld in december 2021. De 1e bestuursrapportage over 2022: vastgesteld in juni 2022.
De 2e bestuursrapportage 2022 wordt in oktober 2022 aan de raad ter vaststelling aangeboden. De structurele effecten zijn al wel verwerkt in deze Programmabegroting. Verder is het gebruikelijk om de gevolgen van de september-circulaire van het gemeentefonds pas later te verwerken. De raad wordt tussentijds wel geïnformeerd over die gevolgen.
Technische richtlijnen 2023-2026 Bij de start van de begrotingscyclus voor het volgende jaar worden richtlijnen voor de technisch-financiële parameters opgesteld. Normaliter leidt een geringe stijging of daling van de indexcijfers in het lopende jaar niet tot een aanpassing van de indexcijfers in het jaar daaropvolgend. In dit geval is echter sprake van een (uitzonderlijke) stijging die doorwerkt naar 2023 en volgende jaren en waarvan we verwachten dat deze stijging niet binnen de huidige budgetten kan worden opgevangen. Voor de jaren 2023-2026 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Loonstijging 5,4% In de Kaderbrief 2023 bedroeg de raming
2,30%
Verhoging in 2022 op basis van meicirculaire 2022 Algemene uitkering
1,80%
Verhoging in 2023 eveneens gebaseerd op de meicirculaire 2022
1,30%
Te hanteren percentage in 2023
5,40%
Prijsstijging 5,8% In de Kaderbrief 2023 bedroeg de raming
1,70%
Verhoging in 2022 op basis van meicirculaire 2022 Algemene uitkering
3,40%
Verhoging in 2023 eveneens gebaseerd op de meicirculaire 2022
0,70%
Te hanteren percentage in 2023
5,80%
Index kosten Sociaal Domein 5,4% In de Kaderbrief 2023 bedroeg de raming
3,37%
Aanvulling op basis van decembercirculaire 2021
1,13%
Verhoging in 2022 op basis van meicirculaire 2022 Aanpassing voor 2023
1,06% 0,08%-/-
Te hanteren percentage in 2023
5,40%
Tarieven gemeentelijke belastingen 5,8% Dit percentage is gebruikelijk gekoppeld aan de verhoging van de prijsstijgingen. Rentevoet van 2,5 % voor aan te trekken financieringsmiddelen De rente is de afgelopen periode aanzienlijk gestegen. Uitgegaan wordt daarom van een gemiddeld rentepercentage van 2,5%. Dit percentage is gebaseerd op de lange-termijn verwachting van de ING, BNG en DNB. Areaaluitbreiding Uitgangspunt is de bouw van gemiddeld 450 woningen per jaar en daardoor een stijging van 650 inwoners per jaar; jaarlijks aflopend met 10 inwoners tot 610 inwoners.
12
Nadere toelichting loon- en prijsstijgingen Voor de stijging van de lonen en prijzen gaan we uit van de prognoses van het CPB. Daarbij hanteren we de prognoses uit de septembercirculaire voor de Kadernota/Kaderbrief en de prognoses uit de meicirculaire voor de Programmabegroting. Op deze wijze sluiten we zoveel mogelijk aan bij de meest recente prognoses en de compensatie (via de accressen) vanuit deze circulaires. Uit de meicirculaire blijkt dat de stijging van de inflatie zich onder meer uit in de door het CPB berekende indexcijfers voor lonen en prijzen. Deze indexcijfers stijgen vanaf 2022. De stijging heeft een structureel karakter en werkt cumulatief door. Voor Veenendaal zijn de budgettaire effecten van de loon- en prijsstijgingen indicatief berekend op € 3.145.000 in 2023, € 4.673.000 in 2024, € 6.032.000 in 2025 en € 7.031.000 in 2026. Systematiek meerjarenraming In de meerjarenraming is tot en met 2022-2025 uitgegaan van een indexering per jaar (op basis van ‘lopende prijzen’). De meerjarenraming 2024-2026 is vanaf dit jaar opgesteld op basis van ‘constante prijzen’. Dit betekent dat het loon- en prijsniveau van 2023 voor de budgetten in de navolgende jaren (2024 tot en met 2026) constant is gehouden. Het meerjarig werken met constante prijzen bevordert namelijk de inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid van de cijfers over de verschillende jaren.
Daarnaast heeft deze methodiek praktische voordelen en voorkomt het bijvoorbeeld dat jaarlijks aanzienlijke fluctuaties in het meerjarenperspectief ontstaan door de veelheid van wijzigingen van de loon- en prijsindexatie. In budgettaire zin heeft de nu toegepaste methodiek geen consequenties omdat de budgetten voor loon- en prijsstijging meerjarig niet meer over alle budgetten verwerkt worden maar per jaar in een begrotingspost (stelpost) opgenomen worden. Deze methodiek wordt door het merendeel van de gemeenten toegepast.
Opbouw financieel perspectief In dit onderdeel wordt aangegeven hoe het saldo van de Programmabegroting tot stand is gekomen.
13
Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Het meerjarenperspectief na verwerking van de 3e bestuursrapportage van 2021
1.924
1.658
1.754
345
-Parkeerexploitatie 2022-2025 (raad 27/1/2022)
203
176
189
-Kadernota VRU(raad 27/1/2022)
111
-Saldo 1e bestuursrapportage 2022 (raad 23/6/2022)
-614
-607
-607
In de Kaderbrief 2023-2026 zijn de volgende besluiten verwerkt
-OPOR voorziening groot onderhoud (raad 25/11/21)
-607 -1.370
-Correctie onttrekkingen Alg. Reserve
-1.553
-1.409
-Technische richtlijnen 2023-2026
-40
-159
210
-158
Voorlopig saldo na de Kaderbrief 2023-2026
1.584
-485
137
-1.790
Uitkomsten meicirculaire 2022 (zie toelichting)
12.602
17.469
21.272
10.964
Af: reservering loon- en prijsstijgingen
-3.145
-4.673
-6.032
-7.031
Saldo na verwerking meicirculaire
11.041
12.311
15.377
2.143
Verwerking Collegebesluiten: 1. Europese aanbesteding beveiliging (31/5/22)
-60
-60
-60
-60
2. Saldo 2e bestuursrapportage 2022 (13/9/22)
-329
-309
-229
-229
Overige zaken 3. Geactualiseerde technische richtlijnen na de kaderbrief
557
374
165
-133
4. Aanpassing begeleide participatie
-200
-267
-240
-62
5a. Realistische raming jeugd
-867
-1.699
-1.966
-2.117
529
489
341
5b. Extra Rijksvergoeding Jeugdzorg (25%) 6. Actualisering kapitaallasten
-376
-997
-1.317
-2.518
7. Stijging energielasten vastgoed
-1.481
-1.481
-1.481
-1.481
8. Volumestijging /aanpassing tarieven WMO
-355
-513
-774
-1.039
9. Rentestijging naar 2,5%
-368
-614
-1.158
-2.078
10. Zin-budget Jeugd
-690 7.274
8.806
-7.233
11. Onderuitputting algemene uitkering
500
Saldo na verwerking
7.372
Toelichting meicirculaire De meicirculaire 2022 laat voor Veenendaal in de jaren 2023 t/m 2026 een voordelig effect op onze begrotingspositie zien. Dit wordt vooral veroorzaakt door de opwaartse bijstelling van de accressen als gevolg van het regeerakkoord, de extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting (Vpb), koppeling AOW aan wettelijk minimumloon, inkomstenbelasting Box 3, hogere defensie-uitgaven en de toenemende inflatie. In 2026 ontstaat er een aanzienlijk lager accres t.o.v. 2025 vanwege de afschaffing van de normeringssystematiek (“trap op/trap af”). De toenemende inflatie uit zich in de stijging van de loon- en prijsindex zoals die door het Centraal Planbureau is geprognosticeerd. Aannemelijk is dat dit gedeelte van de accressen uit deze circulaire nodig zal zijn voor de prijs- en loonstijging in de komende jaren. Daarom zijn de hogere indexeringen indicatief doorberekend in de meerjarenbegroting. Per saldo leidt dit tot het volgende resultaat: Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Saldo na verwerking 1e bestuursrapportage 2022 en Kaderbrief 2023-2026
1.584
-485
137
-1.790
Saldo meicirculaire 2022
12.602
17.469
21.272
10.964
Subtotaal
14.186
16.984
21.409
9.174
Saldo loon- prijsstijgingen
-3.145
-4.673
-6.032
-7.031
Saldo meerjarenperspectief na meicirculaire 2022
11.041
12.311
15.377
2.143
14
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het financieel meerjarenperspectief door de ontwikkelingen vanuit de meicirculaire resulteert in een positief saldo in 2023 van € 11.041.000, in 2024 € 12.311.000, in 2025 € 15.377.000 en in 2026 € 2.143.000. Nadere toelichting De belangrijkste punten uit deze circulaire voor de jaren 2023 tot en met 2026 zijn: 1. Bijstelling van de accressen 2023 -2026; 2. Schrappen van de oploop van de opschalingskorting tot en met 2025; 3. Aanpassing BTW compensatiefonds (BCF); 4. Invoering van de herverdeling van het Gemeentefonds; 5. Rijksbijdrage Jeugdzorg 2023. Hieronder wordt kort ingegaan op de bovenstaande items. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de raadsinformatiebrief over de meicirculaire 2022. Accressen 2023-2026 De hogere Rijksuitgaven op basis van het nieuwe regeerakkoord en de vastgestelde voorjaarsnota alsmede de hogere inflatie leveren voor de jaren 2023 tot 2025 een flink hoger accres op. Voor Veenendaal betekent dit een verhoging van de algemene uitkering met € 8.430.000 in 2023, € 14.122.000 in 2024 en € 18.087.000 in 2025. In 2026 bedraagt het aanvullende accres € 10.195.000 en is daarmee ca. € 8 miljoen lager dan in 2025. Dit komt omdat vanaf 2026 de bestaande normeringssystematiek wordt losgelaten.
Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor een nieuwe stabielere financieringssystematiek voor gemeenten vanaf 2026. Aangezien de effecten hiervan nog onbekend zijn, dient op basis van de huidige informatie rekening gehouden te worden met een aanzienlijke terugval van de inkomsten in 2026. Dit maakt het heel lastig om een meerjarig sluitende begroting 2023-2026 op te stellen. Voor de periode 2022-2025 is het volumedeel van het accres vastgezet waardoor het risico van een daling van de algemene uitkering door onderbestedingen bij het Rijk is weggenomen. Wel dient rekening gehouden te worden met een lagere algemene uitkering vanwege een mogelijke verlaging van de bijdrage vanuit het btw-compensatiefonds en de nog niet verwerkte waardestijging van de woningen in 2021. Hiervoor is een stelpost opgenomen van € 1 miljoen vanaf 2023. Ook vanuit de technische mutaties (o.a. uitkeringsbasis, hoeveelheidsverschillen en WOZmutaties) zijn in de jaren 2023 tot en met 2026 extra middelen beschikbaar. Het gaat per saldo om € 2.579.000 in 2023, € 2.294.000 in 2024, € 2.174.000 in 2025 en € 2.208.000 in 2026. Schrappen oploop opschalingskorting Het kabinet heeft besloten om deze kabinetsperiode de oploop van de opschalingskorting tot en met 2025 te schrappen. Voor Veenendaal levert dit een incidenteel voordeel op van € 1.462.000 in 2023, € 1.949.000 in 2024 en € 2.450.000 in 2025.
Het Rijk gaat ervan uit dat de opschalingskorting vanaf 2026 weer onverkort wordt doorgevoerd, waardoor de inkomsten vanuit de algemene uitkering in 2026 ook door deze mutatie aanzienlijk lager uitkomen dan in 2025 (naast de reeds vermelde terugval van het accres in 2026). Er wordt dan ook gesproken over het “ravijnjaar 2026”. BTW compensatiefonds Op basis van de afrekening over 2021 zijn extra middelen vanuit het BCF-compensatiefonds toegevoegd aan het gemeentefonds. Op grond van de provinciale richtlijn mag maximaal het bedrag van de laatste afrekening structureel opgenomen worden in de meerjarenbegroting. Conform de bestendige gedragslijn volgen wij deze richtlijn. Voor Veenendaal betekent dit een structurele verhoging van de uitkering met € 440.000. Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van het BCF en de nog te verwerken waardestijging van de woningen (WOZ) is een stelpost opgenomen (zie hiervoor de toelichting bij Accressen 2023-2026).
15
Herverdeling Gemeentefonds De nieuwe verdeelmodellen van het gemeentefonds zijn vanaf 2023 verwerkt in deze circulaire. Het herverdeeleffect pakt nadelig voor Veenendaal uit. Het nadelige effect bedraagt structureel € 1.379.000 (€ 21 per inwoner). Voor gemeenten met een zwakke sociale structuur en een lage solvabiliteit geldt een aangepast ingroeipad. Op grond hiervan wordt in de jaren 2023 en 2024 vanuit het Rijk een compensatie ontvangen van resp. € 1.045.000 en € 543.000. In de meerjarenbegroting is reeds rekening gehouden met een stelpost herverdeling gemeentefonds van € 500.000. Deze stelpost kan nu vrijvallen. Het totale herverdeeleffect voor onze gemeente is daarmee € 166.000 positief in 2023, € 336.000 negatief in 2024 en € 879.000 negatief in 2025 en 2026. Jeugdzorg Het Rijk heeft voor 2023 extra middelen beschikbaar gesteld ter compensatie voor de tekorten in jeugdzorg. Voor Veenendaal gaat het om een bedrag van € 5.535.000. Hiervan was reeds een bedrag van € 5.010.000 opgenomen in de begroting. Per saldo bedraagt het positieve effect € 525.000. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd. De besluitvorming over de extra middelen voor 2024 en verder vindt na deze gesprekken plaats. Onderstaand vindt u de mutaties in een overzicht. Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Inkomsten Gemeentefonds
Accressen 2022 t/m 2026
i 8.430 14.122 18.087 10.195
Onderuitputting (BCF, WOZ)
i -1.000 -1.000 -1.000 -1.000
Schrappen oploop opschalingskorting (t/m 2025)
1.462 1.949 2.450
-
Afrekening BCF 2021
i
-
-
-
-
Stelpost BCF 2022 t/m 2026
i
440
440
440
440
Herverdeling effect
i -1.379 -1.379 -1.379 -1.379
Compensatie ingroei
i 1.045
543
-
-
Vrijval stelpost herverdeel effect
i
500
500
500
500
Jeugd coalitieakkoord
i
525
-
-
-
Technische mutaties: - Ontwikkeling uitkeringsbasis, hoeveelheidsverschillen, verdeelreserve)
i 1.926 1.633 1.505 1.531
-WOZ
i
Subtotaal effect van de meicirculaire op het begrotingssaldo
653
661
669
677
12.602 17.469 21.272 10.964
Toelichting op de overige punten uit het overzicht 1. Europese aanbesteding Op 31 mei 2022 heeft het college ingestemd met een Europese aanbesteding voor beveiligings- en receptiedienstverlening, alarmopvolging en surveillance voor gebouwen of locaties. De ingangsdatum van een nieuwe overeenkomst is 1 februari 2023. Er wordt rekening gehouden met een structurele kostenstijging onder andere vanwege de stijging van de loonkosten in 2022 voor de beveiligers. In deze begroting is de verwachte kostenstijging, ad € 60.000 op jaarbasis, verwerkt 2. Saldo 2e bestuursrapportage 2022 In de raadsvergadering van 13 oktober 2022 wordt de 2e bestuursrapportage 2022 vastgesteld. De structurele financiële consequenties vanuit deze bestuursrapportage zijn in de Programmabegroting verwerkt.
16
3. Geactualiseerde technische richtlijnen Dit betreft het saldo van alle aanpassingen vanaf het moment van de Kaderbrief 2023-2026. Zie ook punt II hiervoor. 4 . Aanpassing begeleide participatie Via een integratie-uitkering ontvangen we vanuit het Rijk middelen voor de uitvoering van de begeleide participatie. In de begroting worden deze middelen gekoppeld aan de (uitgaven) budgetten voor begeleide participatie. Dit geldt ook voor de jaarlijkse loon- en prijscompensatie van de begeleide participatie. Die jaarlijkse compensatie is tot dusver via een taakmutatie in de diverse circulaires van het gemeentefonds aan ons ter beschikking gesteld. In meicirculaire 2022 heeft de minister aangegeven dat deze middelen vanaf 2022 niet meer via een integratie-uitkering aan de gemeenten worden overgemaakt maar onderdeel uitmaken van het algemene deel (accres) van de gemeentefondsuitkering. In de besluitvorming over de meicirculaire 2022 is per abuis meerjarig de compensatie voor de begeleide participatie via het algemene deel van de gemeentefondsuitkering niet doorgesluisd naar de budgetten voor begeleide participatie. In deze begroting vindt de toevoeging van de compensatie vanuit het Rijk naar het desbetreffende budget voor begeleide participatie alsnog meerjarig plaats.
5.a Realistische raming jeugd Voor de ramingen van de jeugdbudgetten is het uitgangspunt ‘zo realistisch mogelijk ramen van de budgetten’ gehanteerd. Hiervoor is als basis de huidige prognose genomen, zoals die is opgenomen in de 2e bestuursrapportage 2022. Vervolgens is kritisch gekeken naar mogelijke realisatie van de meerjarig opgenomen taakstellingen (ca. 50% is naar verwachting realiseerbaar), er is rekening gehouden met een volumestijging vanaf 2023 met 1,65% en de aanvullende kortingen vanuit het Rijk vanaf 2024 (op basis van het coalitieakkoord). Op grond van deze ontwikkelingen is een stijging van de jeugdbudgetten oplopend van € 867.000 in 2023 naar € 2.117.000 in 2026. 5.b Extra Rijksvergoeding Jeugdzorg (25%) Vanuit het ministerie is, na overleg met de provincies, aangegeven dat meerjarig de rijksvergoeding voor de jeugdbudgetten op basis van de Hervormingsagenda opgehoogd mag worden naar 100%. In de begroting is op dit moment rekening gehouden met een rijksvergoeding van 75%. Dit betekent dat de inkomsten opgehoogd kunnen worden met € 529.000 in 2024 aflopend naar € 341.000 in 2026. 6.
Actualisering kapitaallasten De volgende oorzaken liggen hieraan ten grondslag: • Actualiseren van bestaande activa op basis van de Nota Waardering en Afschrijving; • Aanpassing van het huidige MIP 2023-2025 (Meerjaren Investerings Plan): zijn de bedragen nog actueel; • Verwerking van de jaarschijf 2026 in het meerjarenperspectief. De investeringen waren reeds opgenomen in het MIP, maar de vorige meerjarenraming liep maar tot het jaar 2025. 7. Stijging energielasten vastgoed De stijging van de energielasten heeft grote consequenties voor het gemeentelijk vastgoed. In eerste instantie is berekend dat dit een extra last betekent van bijna € 1,5 miljoen. Latere prognoses geven aan dat deze extra last kan oplopen tot wel € 2,3 miljoen. In de begroting is de eerste berekening van € 1,5 miljoen verwerkt; in de risicoparagraaf is er rekening mee gehouden dat de energielasten nog verder zullen stijgen. 8. Volumestijging/ aanpassing tarieven WMO De budgetten voor de Wmo zijn, naast de reguliere indexcijfers, in deze begroting geactualiseerd met de volgende twee ontwikkelingen: • een jaarlijkse volumestijging van 1,65% vanaf 2023; • de ophoging van het indexcijfer voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) naar 7% op basis van eerder gemaakte afspraken. 17
Deze ontwikkelingen leiden tot een ophoging van de gemeentelijke Wmo-uitgaven van € 355.000 in 2023 oplopend naar € 1.039.000 in 2026. 9. Rentestijging naar 2,5% Een andere tegenvaller is de rentestijging waarmee gerekend moet worden. Momenteel loopt de rente voor langlopende leningen op. Dit heeft consequenties voor de kapitaallasten van nieuwe investeringen. Voor de begroting betekent dit extra rentekosten op de voorgenomen investeringen van € 400.000 in 2023 oplopend tot ongeveer € 2 miljoen vanaf 2026. 10. Zin-budget jeugd Berekend is dat het budget ‘Zorg in Natura’ in 2023 naar inschatting incidenteel moet worden verhoogd met € 1,4 miljoen. Hiervan wordt € 800.000 in de begroting verwerkt; het resterende bedrag van € 600.000 wordt opgenomen als risico in de betreffende paragraaf, aangezien nog niet zeker is dat dit deel van het budget echt uitgegeven zal worden. Ook het Ontwikkelbudget Jeugd/Onderwijs moet met € 40.000 worden aangepast. Daarnaast kan de voorgestelde verhoging van het Projectbudget CJG waarvoor € 150.000 is geraamd, komen te vervallen. Per saldo resulteert dit in hogere kosten van € 690.000. Bij de Kadernota 2024 wordt nader bekeken of de verhoging van het ZIN-budget nog structurele effecten heeft voor de jaren na 2023. 11.
Onderuitputting algemene uitkering (BCF) Bij de behandeling van de meicirculaire 2022 is door het college besloten om vanaf 2023 in de begroting rekening te houden met een onderuitputting op de algemene uitkering van € 1 miljoen. Deze onderuitputting is voor een belangrijk deel gebaseerd op de verwachting dat de bijdrage vanuit het btw-compensatiefonds (BCF) aan het gemeentefonds de komende jaren zal afnemen doordat gemeenten meer gaan investeren en dus meer gebruik gaan maken van het BCF. Voorzichtigheidshalve is daarom, zoals hiervoor aangegeven, een bedrag in de begroting als onderuitputting ‘gereserveerd’. Recente informatie vanuit het ministerie laat zien dat de bijdrage vanuit het BCF aan het gemeentefonds over 2022 (in lijn met voorgaande jaren) niet is afgenomen, maar juist is toegenomen. Het is daarom aannemelijk dat de verwachte onderuitputting in 2023 voor wat betreft het BCF zich niet in die mate zal voordoen zoals die eerder is geprognotiseerd. We vinden het dan ook verantwoord om de gereserveerde onderuitputting in 2023 van € 1 miljoen met € 500.000 te verlagen naar € 500.000. Bij de opstelling van de Kadernota 20242027 zullen we beoordelen in hoeverre de onderuitputting structureel kan worden aangepast.
Ontwikkelingen Sociaal Domein De laatste jaren is voor wat betreft de uitgaven in het kader van het sociaal domein (Wmo, Jeugd en participatie) ervaren dat de kosten steeds verder opliepen, terwijl het beschikbare budget voor dit doel fors achterbleef bij de uitgaven. Wel is hard gewerkt om de balans tussen kwaliteit, organisatie en financiën van de zorg te versterken. Bij het Programma 3 (Sociale Leefomgeving) wordt een uitgebreide toelichting gegeven op de ontwikkelingen hierin.
Vertaling groslijst naar de begroting In de bijeenkomsten met de gemeenteraad op 7 en 14 september jl. is de ‘groslijst’ ter sprake geweest. Het betreft de wensen en noodzakelijke zaken die vanuit het college en organisatie zijn aangeleverd. De lijst is opgenomen als bijlage 6 en is in deze Programmabegroting samen met, waar mogelijk, de input vanuit de bijeenkomsten verwerkt. Omdat er met de kennis van nu, in de jaren 2023 -2025 budgettaire ruimte is en in de jaren daarna niet meer, zijn zoveel mogelijk zaken als ‘incidenteel’ beschouwd voor maximaal 3 jaar. Noodzakelijke uitgaven met een structureel karakter zijn wel opgenomen. Voor de Programmabegroting 2023 en de meerjarenraming heeft dit de volgende consequenties:
18
Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Saldo na verwerking richtlijnen en overige zaken
7.372
7.274
8.806
-7.233
Groslijst: incidentele lasten
-4.263
-2.266
-2.031
-155
Groslijst: structurele lasten
-2.557
-2.687
-2.762
-2.712
Saldo Programmabegroting 2023 e.v. jaren
552
2.321
4.013
-10.100
De uitgaven van de groslijst zijn als volgt per programma te specificeren: 2023
2024
2025
• Incidentele uitgaven
1.480
780
545
0
• Structurele uitgaven
390
520
520
470
• Incidentele uitgaven
300
300
300
0
• Structurele uitgaven
47
47
47
47
Bedragen x € 1.000
2026
Programma 1 Fysieke leefomgeving
Programma 2 Economie, werk en ontwikkeling
Programma 3 Sociale Leefomgeving • Incidentele uitgaven
1.833
611
611
0
• Structurele uitgaven
1.113
1.113
1.113
1.113
Programma 4 Burger en Bestuur • Incidentele uitgaven
75
0
0
75
• Structurele uitgaven
130
130
130
130
• Incidentele uitgaven
495
495
495
0
• Structurele uitgaven
957
957
1.032
1.032
Totaal per programma
6.820
4.953
4.793
2.867
Programma 6 Bedrijfsvoering
In de betreffende programma’s worden de diverse individuele posten gespecificeerd.
Meerjarig perspectief na 2026 a. Korte schets omstandigheden De begrotingsperiode omvat de periode 2023 – 2026: de Programmabegroting geldt voor 2023 en de meerjarenraming voor de jaren 2024, 2025 en 2026. Er worden normaliter verder geen (financiële) beschouwingen gegeven over de periode daarna. Er is nu sprake van bijzondere omstandigheden. Uit de kabinetsplannen (troonrede) blijkt dat het Rijk in 2026 eenmalig extra middelen beschikbaar zal stellen. In de septembercirculaire zal naar verwachting meer duidelijkheid worden gegeven. De Programmabegroting betreft het jaar 2023 en de meerjarenraming betreft de jaren 2024, 2025 en 2026. Voor het laatste jaar van de meerjarenraming, 2026, en ook voor de jaren daarna is er grote financiële onzekerheid. Het rijk is voornemens om na het jaar 2025 over te stappen op een andere manier van bekostigen van gemeenten en provincies. De oude systematiek verdwijnt, volgens het coalitieakkoord van Rutte IV, terwijl er nog geen begin is van een nieuw financieringsstelsel. Het gevolg is een levensgroot gat in de gemeentefondsbegroting, resulterend in een megatekort van € 3,9 miljard in 2026 en een verwacht tekort van minstens dezelfde grootte voor de jaren daarna. Mede om die reden is het jaar 2026 omgedoopt tot ravijnjaar.
De consequentie is dat we vanaf nu kritisch moeten kijken naar de gevolgen van investeringen en uitgaven: kunnen we de lasten ook vanaf 2026 nog betalen? Om die reden wordt er naast de voorgeschreven meerjarenraming tot 2026 ook een prognose gegeven voor de jaren 2027 – 2030. Inzicht in de meerjarige financiële situatie is nodig bij de afwegingen bij de besluitvorming over nieuwe uitgaven en investeringen.
19
Voor de beeldvorming is het financieel perspectief zoals hiervoor berekend is, doorgetrokken naar de periode 2027 – 2030. Dat perspectief (begrotingssaldo) komt er als volgt uit te zien: Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming
Prognose
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
552
2.321
4.013
-10.100
-11.968
-11.968
-11.968
-11.968
In de saldi vanaf 2027 zijn begrepen: • Verlaging Algemene Uitkering vanwege het voornemen van het Rijk het Fonds met 4 miljard te korten vanaf 2026; • Toename van de investeringslasten uit het MIP tot en met 2026; • Stijging van de rente voor financiering van het omvangrijke investeringsprogramma.
Oplossingsrichtingen In de sessies met de gemeenteraad op 7 en 14 september is een sheet gepresenteerd met mogelijk oplossingsrichtingen om ook vanaf het genoemde ‘ravijnjaar 2026’ tot een sluitende begroting te komen. Gedacht wordt hierbij aan de volgende richtingen. a. Van incidenteel naar structureel karakter Hierbij wordt met de inzet van een incidenteel budget of bedrag een structureel effect bereikt. In de jaren 2024 en 2025 is op dit moment nog financiële ruimte beschikbaar die hier mogelijk voor ingezet kan worden. Voorbeeld: door een investering in duurzame maatregelen van een gebouw wordt een blijvende daling van de energiekosten gerealiseerd. Een deel van het financieel overschot in 2024 en/of 2025 wordt in dit geval gestort in de reserve kapitaallasten, waardoor de komende jaren de lasten van de investering vanuit die reserve kunnen worden gedekt en de exploitatiekosten van het gebouw verminderen door de lagere energiekosten. b. Het Rijk springt bij in 2026 en verder De VNG heeft al aangegeven dat er structureel meer geld nodig is voor een verantwoorde uitvoering van de gemeentelijke taken. Het kan niet zo zijn dat het Rijk steeds meer taken overhevelt naar de gemeenten, maar daarbij geen toereikend budget beschikbaar stelt. De VNG blijft zich hard maken voor de beschikbaarstelling van meer structurele middelen. c.
Wel startbudget voor grote investeringen maar besluit over investeringen zelf later nemen. De kapitaallasten van het MIP leggen vanaf 2027 een aanzienlijk beslag op de financiële middelen. In een periode van een teruglopende algemene uitkering geeft dit een behoorlijke beperking van de financiële ruimte. Eventueel kan een heroverweging van het MIP plaatsvinden. Een andere optie kan zijn: wel een besluit te nemen over het startbudget om onderzoek te doen naar een beoogde investering, waarna de definitieve besluitvorming dan plaats vindt nadat duidelijk is of het betreffende project daadwerkelijk (financieel) haalbaar is. d. Gebruik maken van onderuitputting investeringen (incidenteel) en exploitatiebudgetten In de praktijk blijkt bij de opstelling van de bestuursrapportages en de jaarrekening dat er sprake is van onderuitputting van de investerings-en exploitatiebudgetten. Onderzocht kan worden wat het effect hiervan is. Elders in deze begroting is uitgezet dat ‘circulair bouwen’ in alle gevallen waar dat mogelijk is, zal worden toegepast. De komende periode zal geprobeerd worden welke consequenties dat heeft inclusief de financiële gevolgen. Ook zal onze accountant worden betrokken bij het onderzoek op welke wijze we de investeringen op basis van circulair bouwen gaan afschrijven. e.