CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Onderzoek toekomst Theater Lampegiet - rapport

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Onderzoek toekomst theater Lampegiet14.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal Onderzoek huisvesting Theater Lampegiet

Rapport | oktober 2021

Partners in verbetering

Rapport Gemeente Veenendaal

| 2 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Inhoudsopgave H1 | Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Vraagstelling 1.3 Verantwoording werkwijze

4 4 4 5

H2 | Samenvatting

7

H3 | Beleidskaders

9

3.1 Inhoudelijke kaders 3.2 Juridische en vastgoedtechnische kaders 3.3 Subsidietechnische kaders H4 | Omgevingsanalyse 4.1 Algemene sectorale ontwikkelingen en trends 4.2 Demografische ontwikkelingen 4.3 Culturele voorzieningenniveau gemeente Veenendaal 4.4 Culturele voorzieningenniveau in het grotere verzorgingsgebied van Veenendaal 4.5 Zakelijke markt

9 11 11 12 12 14 14 15 17

H5 | Huidige prestaties Theater Lampegiet

18

5.1 Programma 5.2 Organisatie en bedrijfsvoering 5.3 Toekomstvisie Theater Lampegiet

18 20 22

H6 | SWOT-analyse

24

H7 | Concepten voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal 26 H8 | Varianten huisvesting/Ruimtelijke inpassing 8.1 Varianten huisvesting 8.2 Stedenbouwkundige inpassing 8.3 Woningen 8.4 Effecten op de kapitaallasten en de (overige) gebouwgebonden kosten 8.5 Effecten op de overige exploitatielasten H9 | Conclusies en aanbevelingen 9.1 Conclusies 9.2 Aanbevelingen

32 32 35 38 40 41 43 43 44

Bijlage 1 - Bronnen

48

Bijlage 2 - Ringenmodel VNG

49

Colofon

50

| 3 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

H1 | Inleiding 1.1 Aanleiding Al enige tijd wordt er gesproken over de toekomst van Theater Lampegiet, in het bijzonder over de huisvesting van het theater. Theater Lampegiet is gevestigd op de locatie Kerkewijk 10 in een gebouw dat in 1988 is geopend. Sinds die tijd is het gebouw niet meer aangepast aan de ontwikkelingen die de theatersector heeft doorgemaakt. Architectuur en interieur maken een gedateerde indruk en de fysieke en logistieke beperkingen van het gebouw staan een verbreding en uitbreiding van het activiteitenaanbod en een adequate exploitatie in de weg. In 2017 is in het kader van de definitieve invulling van bouwproject 10 Brouwerspoort/Stadsstrand onderzoek gedaan naar de verplaatsing van het theater naar deze ontwikkellocatie. Dit heeft niet geleid tot een besluit om het theater te verplaatsen. Wel heeft het college toen aangegeven bij nieuwe ontwikkelingen terug te komen bij de raad. Een recent opgesteld ‘Integraal Duurzaam Vastgoedbeheerplan’ heeft aangetoond dat de kosten om het vastgoed van het theater te onderhouden aanzienlijk oplopen en dat het gebouw niet volledig energieneutraal kan worden gemaakt. Deze feiten en de hiervoor gesignaleerde beperkingen die het gebouw oplevert voor het programma-aanbod en de exploitatie maken het noodzakelijk om opnieuw en versneld na te denken over de toekomst van Theater Lampegiet.

Om die reden heeft het college afgelopen mei de raad het voorstel gedaan om de toekomst van het theater te onderzoeken. De raad heeft daarop besloten dit onderzoek te betrekken bij de behandeling van de nieuwe Cultuurvisie (2022-2030) dit najaar, maar is daar per amendement op 24 juni jl. op teruggekomen. De raad heeft het college gevraagd om (versneld) een onderzoek te laten instellen naar de toekomst van Theater Lampegiet, waarin verschillende scenario’s worden uitgewerkt alsmede een marktonderzoek wordt uitgevoerd met betrekking tot de gewenste programmering van het theater. 1.2 Vraagstelling De gemeente Veenendaal heeft BMC gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de toekomst van het theatercomplex Lampegiet, waarin verschillende huisvestingsscenario’s worden opgesteld en uitgewerkt, op basis waarvan de raad vervolgens kan besluiten welk voorkeursscenario nader moet worden uitgewerkt. Hiervoor dient een marktonderzoek te worden uitgevoerd waarin ten minste de volgende zaken aan de orde komen: a. relevante macro- en sectorontwikkelingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau die op de theaterfunctie in Veenendaal van toepassing zijn; b. een SWOT-analyse, inclusief een concurrentieanalyse, alsmede een analyse van de effecten van een langdurige sluiting van het theater;

| 4 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

c. een drietal kansrijke en toonaangevende positioneringsstrategieën voor het theater in de regio met bijbehorende functionaliteiten en eisen voor het gebouw en de organisatie; d. een inventarisatie van overige kansrijke functionaliteiten die binnen een nieuw of vernieuwd theatercomplex kunnen worden gehuisvest en de functie van ‘cultureel centrum’ voor de regio en ‘ontmoetingsplek’ voor de stad kunnen versterken; e. een inventarisatie van mogelijke samenwerkingsvormen met culturele instellingen, publieke organisaties, commerciële partijen binnen en buiten Veenendaal ter versterking van de positie van het theater als toonaangevend cultureel centrum in de regio. In het onderzoek dient ten minste te worden gekeken naar drie (huisvestings)scenario’s, te weten: 1. grootschalige renovatie van het huidige gebouw; 2. nieuwbouw van het theater met min of meer dezelfde functies als nu het geval is en met woningen als mogelijke toevoeging; 3. een brede nieuwbouwontwikkeling van het theater met uitbreiding van functies (poppodium) en met het toevoegen van woningen. 1.3 Verantwoording werkwijze We hebben onze opdracht in vijf opeenvolgende stappen uitgevoerd. We zijn ons onderzoek gestart met het verzamelen en bestuderen van alle relevante stukken (o.a.

de nieuwe gemeentelijke ‘Cultuurvisie 2022-2030’, jaarstukken van Theater Lampegiet en eerder uitgevoerde studies/ onderzoeken naar de toekomst van Lampegiet). Daarnaast hebben we gesprekken gevoerd met de bij Lampegiet betrokken gemeentelijke beleidsadviseurs, met de betrokken portefeuillehouders (Cultuur, Vastgoed/Financiën en Ruimte), met de directeur van Theater Lampegiet, alsmede met de directeur van De Muzen, de voorzitter van de stichting Filmhuis Veenendaal en de cultuurmakelaar. Tevens hebben we vastgesteld welke gemeentelijke beleidskaders van belang zijn voor de verdere ontwikkeling van de ‘theaterfunctie’ in Veenendaal. In een tweede fase van ons onderzoek hebben we een beknopte marktanalyse uitgevoerd en de huidige prestaties van het theater in kaart gebracht. Onze bevindingen hebben we uitgewerkt in een SWOT-analyse. Op basis van de SWOT-analyse hebben we vervolgens een viertal (inhoudelijke) concepten voor een toekomstbestendige ‘theaterfunctie’ in Veenendaal op hoofdlijnen uitgewerkt. We hebben deze concepten zo veel mogelijk voorzien van een ‘risicoanalyse’. In een vierde stap in ons onderzoek hebben we de huisvestingsvarianten, behorende bij de vier (inhoudelijke) concepten beschreven en globaal (lees: bij de huidige inzichten) doorgerekend op niveau investeringen en exploitatie.

Ten slotte hebben we op basis van onze bevindingen een aantal aanbevelingen gedaan.

| 5 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Mede met het oog op de korte doorlooptijd van ons onderzoek hebben we zo veel mogelijk gebruikgemaakt van eerder uitgevoerde onderzoeken en/of studies. We noemen in dit verband onder andere de ‘Verkenning nieuwbouw theater Veenendaal’ van PBTA (1 december 2017), de ‘Quickscan verduurzaming Lampegiet’ van BBN (5 februari 2021) en ‘Een verkenning van een toekomstig Theater Lampegiet’ van Lagroup (17 juli 2020). We hebben de bevindingen uit deze onderzoeken daar waar nodig nog een keer getoetst en/of geactualiseerd aan de hand van nieuwe inzichten. Onze bronnen hebben we vermeld in Bijlage 1. We hebben van alle betrokkenen, zowel binnen als buiten de gemeente, alle medewerking gekregen bij de uitvoering van ons onderzoek.

| 6 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

H2 | Samenvatting Theater Lampegiet voorziet in een professioneel aanbod van podiumkunsten op een schaalgrootte van 250-550 bezoekers. Daarnaast ondersteunt en presenteert het theater initiatieven op het gebied van amateurkunst en levert het een belangrijke bijdrage aan cultuureducatie in Veenendaal. Het theater is samenwerkingspartner in diverse maatschappelijke projecten. Lampegiet functioneert binnen de gegeven inhoudelijke, facilitaire, organisatorische en financiële kaders in de basis goed. De gemiddelde bezetting per voorstelling liet ‘pre corona’ een groei zien. Het theater heeft ook uitdrukkelijk een regiofunctie: meer dan de helft van de bezoekers van de professionele theatervoorstellingen komt uit gemeenten in het grotere gebied rondom Veenendaal. Lampegiet wil komen tot een herijking van het theateraanbod, dat wil zeggen: het ontwikkelen van een bredere, meer diverse en meer veelvuldige programmering, ook overdag, om zo de identiteit van het theater verder te versterken en om daarmee van (nog) grotere betekenis te zijn voor Veenendaal en de regio. Lampegiet als ‘Het podium van de stad’. Als belangrijke randvoorwaarden voor het realiseren van deze doelstelling noemt het theater onder meer: a.

het uitbreiden van de capaciteit van de Grote Zaal van 555 stoelen naar 700-750 stoelen om op basis van een beter ‘verdienmodel’ vaker grotere producties naar Veenendaal te kunnen halen; b. het toevoegen van een (nieuwe) Kleine Zaal (vlakke vloer) met 200 stoelen op een uitschuifbare tribune om ook vaker en beter te kunnen voorzien in een meer kleinschaliger en/of toegankelijker aanbod (o.a. beginnende cabaretiers, amateurvoorstellingen en activiteiten in het kader van cultuureducatie en talentontwikkeling) en om andere culturele functies te kunnen faciliteren (popmuziek, film); c. het herontwikkelen van de buitenruimte als verlengstuk van de theaterzalen, in het bijzonder als buitenpodium; d. het vergroten van de mogelijkheden om de zakelijke markt te bedienen door naast het toevoegen van een (nieuwe) Kleine Zaal (zie b) ook vergaderruimtes en/of break-outrooms te creëren; e. het (mogelijk) toevoegen van één of meer complementaire culturele functies: een poppodiumfunctie en/of een bioscoopfunctie in de (nieuwe) Kleine Zaal en/of in extra zalen. BMC is van mening dat de door Lampegiet geformuleerde ambities aansluiten bij de doelstellingen van het gemeentelijk cultuurbeleid (‘Glans aan de Grift’, Cultuurvisie 2022-2030 en Cultuurnota 2022-2025) en bij de sectorale trends en ontwikkelingen.

Onze omgevingsanalyse laat zien dat er in potentie voldoende kansen liggen om de ambities van het theater te verwezenlijken en daarmee de betekenis en impact van Lampegiet lokaal en regionaal te versterken.

| 7 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Om dit te bereiken zal er wel op korte termijn een oplossing moeten worden gevonden voor het huisvestingsprobleem van Lampegiet. Het theatergebouw voldoet qua beleving en gebruiksmogelijkheden steeds minder aan de eisen van deze tijd. Er zijn naar de mening van BMC een viertal inhoudelijke ontwikkelingsrichtingen die kunnen leiden tot een (meer) toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal. Dit zijn: A. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie binnen de huidige schaalgrootte en met het huidige activiteitenaanbod. B. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie door middel van een nieuwe multifunctionele zaal ter vervanging van het huidige gebouwconcept en een gewijzigde exploitatieopzet. C. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie binnen een schaalvergroting van Lampegiet en met een meer divers activiteitenaanbod. D. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie binnen een schaalvergroting van Lampegiet en door het toevoegen van één of meer complementaire en/of ondersteunende functies aan Lampegiet. Renovatie van het huidige theatergebouw is naar de mening van BMC, nog los van de onevenredig hoge kosten (ten opzichte van nieuwbouw), niet opportuun omdat dit op termijn onvoldoende oplossing biedt voor de vraagstukken waarmee Lampegiet worstelt.

Renovatie zal om die reden naar verwachting uiteindelijk (alsnog) leiden tot uitval van aanbod (en publiek). Bijgevolg kunnen de inhoudelijke ontwikkelingsrichtingen die leiden tot een meer toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal worden uitgewerkt in een viertal huisvestingsvarianten: I. Sloop van het huidige gebouw en nieuwbouw grote zaal met toneeltoren en de huidige schaalgrootte en met het huidige activiteitenaanbod (concept A) II. Sloop van het huidige gebouw en nieuwbouw grote zaal met toneeltoren en een kleine zaal (concept C) III. Sloop van het huidige gebouw en nieuwbouw grote zaal met toneeltoren, een kleine zaal en complementaire functies (concept D) IV. Sloop van het huidige gebouw en nieuwbouw zonder toneeltoren met ongeveer huidige schaalgrootte en met een op onderdelen gewijzigd activiteitenaanbod (concept B) Om de continuïteit van de ‘theaterfunctie’ in Veenendaal te waarborgen dient er allereerst een bestuurlijk en politiek besluit te worden genomen over de gewenste inhoudelijke ontwikkelingsrichting van Lampegiet. Dat is een keuze die uitdrukkelijk gaat over ambitie. De keuze voor een bepaalde huisvestingsvariant is daarvan dan een afgeleide.

Om (vervolgens) tot een weloverwogen besluit over een investering in een nieuwe theatervoorziening te kunnen dient de gewenste inhoudelijke ontwikkelingsrichting te worden uitgewerkt in een integraal ondernemingsplan, een ruimtelijk, functioneel, technisch en esthetisch ‘programma van eisen’ en in een schetsontwerp. Daarbij kan ook worden bekeken en/of nader worden uitgewerkt hoe de opbrengsten van de vastgoedontwikkeling zo veel mogelijk kunnen worden geoptimaliseerd (eventueel woningprogramma, eventueel participatie private partij).

| 8 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

H3 | Beleidskaders 3.1 Inhoudelijke kaders Voor een onderzoek naar het toekomstperspectief van een professionele theaterfunctie in Veenendaal zijn de volgende inhoudelijke beleidskaders van belang: Glans aan de Grift, Cultuurvisie 2022-2030 en Cultuurnota 2022-2025 gemeente Veenendaal, 30 juni 2021 In de nota worden 7 (strategische) ‘verhaallijnen’ geformuleerd, waarin de samenhang en de samenwerking tussen de verschillende organisaties in de maatschappelijke en gemeentelijke sectoren zichtbaar wordt: 1. Stabiele basis 2. Cultuur in de wijken 3. Iedereen doet mee 4. Jong geleerd, oud gedaan 5. Het verhaal van Veenendaal 6. Nieuwe smaken, nieuwe makers 7. Veenendaal kleurt de regio Er worden in Veenendaal 9 ‘basisorganisaties’ (de keten) onderscheiden: ● Theater Lampegiet ● De Muzen ● Museum Veenendaal ● Bibliotheek Veenendaal ● Cultuurmakelaar ● VLOW0318 ● Historische Vereniging Oud Veenendaal ● Programmaraad (met o.a. Vertegenwoordigers van het amateurveld) ● Gemeentearchief Ten aanzien van de ‘theaterfunctie’ wordt in de nota vastgesteld dat er behoefte is aan een fysieke uitbreiding van Theater Lampegiet. Deze uitbreiding betreft het toevoegen van een kleine zaal, het vergroten van de capaciteit van de grote zaal om grotere producties naar Veenendaal te kunnen halen, alsmede het realiseren van meer mogelijkheden om vergaderingen en/of congressen te faciliteren.

In relatie tot de gewenste fysieke uitbreiding van het theater wordt ook genoemd dat er behoefte is aan (meer) ruimte voor amateurkunstverenigingen, expositieruimtes, oefenruimtes, een fysieke plek voor popmuziek en aan een herkenbare en goed geoutilleerde evenementenlocatie in het centrum als aanvulling op het Stadspark.

| 9 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

De toegankelijkheid van de basisinfrastructuur voor culturele en maatschappelijke organisaties dient te worden verbeterd. Hiertoe moeten extra middelen beschikbaar worden gesteld, waardoor het mogelijk wordt de huurtarieven bij de basisinstellingen te verlagen door of de culturele en maatschappelijke organisaties en/of verenigingen van meer budget te voorzien of het subsidie aan de verhurende instellingen te verhogen De cultuurvisie 2022-2030 en de cultuurnota 2022-2025 zijn inmiddels door het college vastgesteld en zullen in het najaar in de raad worden behandeld. Programmaplan Vitale Binnenstad Veenendaal, Van winkelstad naar binnenstad, 4 november 2020 Er worden 5 speerpunten onderscheiden: 1. De complete binnenstad 2. De toegankelijke binnenstad 3. De groene en duurzame binnenstad 4. De innovatieve binnenstad 5. De goed georganiseerde binnenstad In het programmaplan wordt gesteld dat er versterking van de diversiteit in het aanbod nodig is, zowel in sectoren als qua evenementen, om zo een aantrekkelijke en complete binnenstad te blijven. Ten aanzien van het plangebied waarin Theater Lampegiet is gelegen wordt opgemerkt dat er ruimte moet worden gecreëerd voor een meer grootschalige evenementenlocatie en verdere vergroening, en dat daarbinnen ruimte is voor één extra horecagelegenheid vanuit Theater Lampegiet.

Omgevingsvisie Veenendaal 2030 ‘Samen maken we de stad’ (december 2020) In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat de gemeente ruimte wil bieden aan (groei) van culturele voorzieningen en activiteiten. Daaraan worden de volgende uitgangspunten en acties gekoppeld: ● Leegstand wordt door de gemeente positief benut en er wordt optimaal gebruikgemaakt van de beschikbare culturele accommodaties. ● Er wordt fysiek ruimte geboden aan allerlei soorten culturele en kunstzinnige activiteiten, waarbij levendigheid en ontmoeting belangrijke doelstellingen zijn. ● De openbare ruimte wordt zo ingericht dat deze uitdaagt om de ‘stad als podium’ te gebruiken. ● Multifunctioneel gebruik van gebouwen wordt gestimuleerd en mogelijk gemaakt (o.a. scholen en wijkcentra). ● Regionale samenwerking wordt versterkt om Veenendaal nog meer op de kaart te zetten. ● Er komen meer kunstobjecten in de openbare ruimte en het onderhoud van bestaande en nieuwe kunstwerken wordt geborgd.

| 10 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

3.2 Juridische en vastgoedtechnische kaders Het vastgoed van Theater Lampegiet is eigendom van de gemeente Veenendaal. De Stichting Theater De Lampegiet treedt op als huurder. Ten behoeve van de relatie tussen de verhuurder en huurder is een huurovereenkomst afgesloten ingaande 1 januari 2010 De looptijd van deze huurovereenkomst bedraagt 5 jaar, waarbij de overeenkomst voorziet in een stilzwijgende verlenging, steeds met 5 jaar. Op 9 januari 2012 is door de partijen een allonge op de huurovereenkomst getekend, waarmee de eerder overeengekomen demarcatie onderhoud en vervanging werd vervangen door een nieuwe demarcatielijst MOP (deel gemeente + huurder) d.d. 1 juli 2011. Een beperkt deel van het complex waarin Theater Lampegiet is gevestigd wordt verhuurd aan zorgorganisatie Reijnaerde. Er is voor dit deel sprake van een separate huurovereenkomst met de gemeente. Het vigerende bestemmingsplan staat voor de huidige footprint van het theater de volgende activiteit toe: ‘maatschappelijk’. De omliggende ruimte heeft de functie ‘verkeer’. Bij uitbreiding van het bouwoppervlak van het theater dient het bestemmingsplan te worden aangepast. De gemeente Veenendaal heeft de ambitie om haar vastgoedportefeuille te verduurzamen door deze portefeuille energieneutraal te maken.

Naast de wettelijke verplichtingen voor duurzaamheid/verduurzaming besteedt de gemeente Veenendaal hier in haar organisatie veel zorg en aandacht aan. In 2016 is 'Programmaplan Energieneutraal Veenendaal' vastgesteld. Een van de pijlers van het programma is 'gemeente als voorbeeld', waarbij met name het energieneutraal maken van de gemeentelijke vastgoedportefeuille een belangrijk doel is. 3.3 Subsidietechnische kaders Stichting Theater Lampegiet onderhoudt een subsidierelatie met de gemeente Veenendaal. Het theater ontvangt twee gemeentelijke subsidies, te weten: a. een exploitatiesubsidie, inclusief een bijdrage aan activiteiten die Lampegiet buiten het theater initieert en organiseert (Buitenlampegietse Activiteiten); b. een subsidie voor cultuureducatieve activiteiten (Werkgroep Educatieve Theatervoorstellingen). De subsidie wordt verstrekt op basis van een beschikking. Subsidieafspraken (KPI’s) vormen een onderdeel van deze beschikking. In 2021 bedroeg de totale subsidie € 1.071.471,-. Onderdeel van de subsidie is een compensatie voor de huur die Lampegiet betaalt aan de gemeente.

| 11 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

H4 | Omgevingsanalyse In dit hoofdstuk gaan we in op omstandigheden, ontwikkelingen en/of trends, zowel landelijk als lokaal, die relevant zijn voor het bepalen van een duurzaam toekomstperspectief voor een professionele theaterfunctie in Veenendaal. 4.1 Algemene sectorale ontwikkelingen en trends a. Voortschrijdende digitalisering van de samenleving. Hiermee wordt het aanbod van kunst en cultuur niet alleen toegankelijker, maar verandert deels ook de wijze waarop het publiek deelneemt aan activiteiten op dit gebied. De beperkingen die als gevolg van COVID-19 zijn opgelegd aan bijvoorbeeld theater- en bioscoopbezoek hebben het digitale aanbod doen toenemen. Maar hoewel digitaal aanbod ook na COVID-19 een factor van betekenis zal blijven, is de verwachting dat een groot deel van het publiek de voorkeur blijft geven aan een ‘live-ervaring’. b. Toenemende concurrentie. Onder andere vanwege de voortschrijdende digitalisering van de samenleving (zie a) neemt het aanbod aan vrijetijdsactiviteiten nog steeds toe. De consument krijgt steeds meer keuze. In dat verband wijzen we ook op het feit dat de grenzen tussen wat vroeger ‘hoge cultuur’ en ‘lage cultuur’ werd genoemd steeds verder vervagen. Vandaag naar een toneelstuk, morgen naar een voetbalwedstrijd of een stadionconcert. c. Theaters verliezen hun artistiek gezag.

De smaak van de theaterdirecteur, programmeur (of recencent) is niet langer meer heilig. Het hedendaagse publiek bepaalt in toenemende mate zelf wat ze willen zien of meemaken. Dit maakt ook dat het publiek minder trouw is aan één plek, bijvoorbeeld de (eigen) lokale schouwburg, waardoor het theater een grotere inspanning moet plegen om het publiek voor zich te winnen. d. Kunst en cultuur krijgen steeds meer betekenis voor andere maatschappelijke domeinen (onderwijs, zorg, sociaal domein). Daarmee ontstaan ook nieuwe verbindingen, die andere eisen stellen aan de culturele instellingen, bijvoorbeeld dat deze instellingen steeds vaker opereren buiten hun eigen muren (denk aan aanbod in de wijken). Deze brede(re) maatschappelijk waarde van kunst en cultuur wordt in toenemende mate gebruikt om de investeringen in deze sector te legitimeren. Hoewel de betekenis van kunst en cultuur voor andere maatschappelijke domeinen buiten kijf staat, mag echter niet voorbij worden gegaan aan de (eigen) intrinsieke waarde ervan. e. Bioscoopbezoek blijft groeien. Opvallend is dat film het binnen het totale aanbod van culturele en/of vrijetijdsactiviteiten bijzonder goed doet. 2019 was goed voor 38.018.390 bioscoopbezoeken, een stijging van 6,5% ten opzichte van 2018, waarmee de positieve trend van de afgelopen jaren werd voortgezet.

Binnen deze ontwikkeling groeit de belangstelling voor het meer artistieke filmaanbod via filmhuizen/ filmtheaters) verhoudingsgewijs (nog) sterker dan het aanbod van de commerciële bioscopen. Een andere ontwikkeling is een verschuiving in dan wel uitbreiding van de content, bijvoorbeeld het live uitzenden van sportwedstrijden, concerten en theatervoorstellingen.

| 12 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

f.

Clustering van culturele en/of maatschappelijke functies. In de afgelopen twee decennia zijn op veel plaatsen in Nederland cultuurclusters verrezen: gebouwen waarin culturele en/of maatschappelijke functies zijn ondergebracht. Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van een theater, een bibliotheek en een muziekschool. Daar waar clustering vanuit de inhoud is gestuurd, kan dat een aanzienlijk meerwaarde opleveren: complementaire functies die elkaar inhoudelijk, facilitair en organisatorisch ondersteunen en versterken. Maar daar waar clustering vooral vastgoedgestuurd is - bijvoorbeeld om huisvestingsproblemen op te lossen ontstaan vaak problemen in de exploitatie, omdat deze clustering vooraf onvoldoende is doordacht. g. Regionalisering. Om te komen tot een betere samenwerking tussen de verschillende overheden onderling en tussen de overheden en de cultuursector is een aantal jaren geleden vanuit de rijksoverheid de ontwikkeling van ‘stedelijke cultuurregio’s’ ingezet. Dergelijke regio’s vormen een cultureel ecosysteem waarin makers, culturele instellingen en overheden in nauwe samenwerking met elkaar beter kunnen inspelen op de samenstelling en behoeften van de bevolking, op de identiteit en verhalen uit de regio, en op de daar aanwezige infrastructuur en onderscheidende kenmerken.

Tevens wordt met de regionalisering beoogd beleid en geldstromen beter op elkaar te laten aansluiten. h. Het theater als ‘Podium van de stad’. Theaters verbinden zich steeds meer met de lokale gemeenschap, onder andere door intensiever samen te werken met verenigingen en (andere) maatschappelijke organisaties, door inwoners te laten participeren in het tot stand komen van het programma-aanbod en door aandacht te besteden aan lokale thema’s en verhalen. Theaters die zich in deze richting hebben ontwikkeld doen het aantoonbaar beter dan collega-instellingen die meer traditioneel zijn blijven programmeren. i. Belang cultuureducatie is onomstreden. In een tijd waarin de individualisering nog verder toeneemt, de verschillen tussen arm en rijk weer groter worden, de polarisatie in de samenleving sterker wordt, culturen en opvattingen meer tegenover elkaar komen te staan en materiële consumptie domineert, wordt het grote belang van cultuureducatie, met name binnen het primair onderwijs, maar ook binnen het voortgezet onderwijs, algemeen erkend. Cultuureducatie is een belangrijk instrument voor persoonlijke ontwikkeling en voor het creëren van sociale cohesie. Deze erkenning vertaalt zich ook in het feit dat cultuureducatie op dit moment een belangrijk speerpunt is in het beleid van de rijksoverheid.

Door middel van een stimuleringsregeling als ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ geeft de landelijke overheid hier vorm aan. j. Middellange- en langetermijneffecten COVID-19 zijn nog niet goed in te schatten. Het is nog onduidelijk of COVID-19 blijvende effecten zal hebben op het gedrag van het publiek, bijvoorbeeld de gedeeltelijke uitval van oudere doelgroepen. Tegelijkertijd hebben de beperkende maatregelen vanwege COVID-19 ook voor innovatie gezorgd, bijvoorbeeld het ontwikkelen en aanbieden van alternatieve content (zie ook onder ‘digitalisering’) en het smeden van nieuwe samenwerkingsverbanden.

| 13 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

4.2 Demografische ontwikkelingen In algemene zin is er sprake van een ‘vergrijzing’ van de samenleving. Senioren met veel vrije tijd en in financiële zin in goeden doen, vormen in toenemende mate voor met name musea en podiumkunsteninstellingen een interessante doelgroep. Tegelijkertijd groeit door de veranderende bevolkingssamenstelling het aandeel inwoners voor wie een bezoek aan de gevestigde culturele instellingen niet vanzelfsprekend is substantieel. Veenendaal is een middelgrote gemeente. Op 1 juli 2021 telde de gemeente 67.352 inwoners. In de bevolkingsopbouw zijn de leeftijdscategorieën 25-45 jaar en 45-65 jaar het sterkst vertegenwoordigd (respectievelijk circa 24% en 26%). Vanuit de regio FoodValley, waarvan de gemeente Veenendaal deel uitmaakt, is de (toekomstige) ruimtebehoefte in de regio in kaart gebracht. Een en ander heeft aangetoond dat er tot 2050 alleen al in de gemeente Veenendaal behoefte is aan ruim 10.000 extra woningen. Mede vanwege de beperkte ruimte binnen de gemeentegrenzen is moeilijk te voorspellen in welke mate deze uitbreiding kan worden gerealiseerd. In ieder geval dient rekening te worden gehouden met een aanzienlijke bevolkingsgroei in Veenendaal en in de grotere regio FoodValley in de periode tot 2050. Het gemiddelde inkomen per inwoner bedraagt in Veenendaal € 24.900,-. Dat is het laagste van alle 26 gemeenten in de provincie Utrecht.

4.3 Culturele voorzieningenniveau gemeente Veenendaal De gemeente Veenendaal beschikt over een bibliotheek (Bibliotheek Veenendaal), een kunstencentrum (De Muzen), een museum (Museum Veenendaal) en een theater (Theater Lampegiet met 558 stoelen). De bibliotheek en het museum zijn samen met de Historische Vereniging Oud Veenendaal en de VVV Stadswinkel gevestigd in de ‘Cultuurfabriek’ aan het Kees Stipplein 74 - 78. Het kunstencentrum is gevestigd in gebouw Spectrum aan het Kees Stipplein 72 en beschikt over een vlakkevloerzaal met 145 stoelen met beperkte theatertechnische voorzieningen. Het theater heeft een eigen uitvoeringslocatie aan de Kerkewijk 10. Er is geen commerciële bioscoop en/of filmtheater in Veenendaal. Wel verzorgt Vereniging Filmhuis Veenendaal filmaanbod in gebouw Spectrum. In Veenendaal is een organisatie actief die zich bezighoudt met popcultuur, VLOW0318, maar deze beschikt niet over een eigen uitvoeringslocatie. Verder wordt er in Veenendaal een multifunctionele voorziening geëxploiteerd: de Basiliek. Dit is in de eerste plaats de thuisbasis van het kerkgenootschap Mozaiek0318, maar het gebouw wordt ook gebruikt voor concerten, evenementen, congressen en dergelijke met een capaciteit tot 1.500 bezoekers.

Het zogenoemde ‘Ringenmodel’ (zie Bijlage 2) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten biedt gemeenten de mogelijkheid om hun cultuuraanbod in perspectief te plaatsen. Het uitgangspunt hierbij is: hoe meer inwoners, hoe uitgebreider en gevarieerder het aanbod. Als we Veenendaal projecteren op dit model, valt de gemeente met circa 67.000 inwoners in de middelste ring: ‘uitgebreid beleid’.

| 14 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Voorzieningen die hierbij horen zijn: een instituut voor cultuureducatie, een percentageregeling, een kunstuitleen en een aankoopfonds, een natuur- of cultuurhistorisch museum, literaire activiteiten, kleinere filmvertoners, een multifunctionele accommodatie en een jazzen/of poppodium. Hoewel er op dit model het nodige is af te dingen - het voorzieningenniveau is immers ook gerelateerd aan de geografische ligging van de gemeente, aan de samenstelling en opbouw van de bevolking, en aan historische ontwikkelingen - is deze systematiek nog steeds bruikbaar om op hoofdlijnen te bepalen of het voorzieningenniveau aansluit bij de schaalgrootte van de gemeente. In het geval van Veenendaal is dan de conclusie dat het voorzieningenniveau (gemiddeld) past bij het huidige inwonertal. In het kader van dit onderzoek is het nog van belang om te vermelden dat er in gebouw Spectrum op dit moment nog circa 600 m2 aan ruimte leeg staat (voormalige huisvesting Volksuniversiteit). In de Kadernota 2020-2023 is als mogelijk scenario meegenomen het gehele Spectrum aan De Muzen te verhuren om zo het culturele veld te kunnen faciliteren door middel van verhuur van specifiek ingerichte ruimten, zoals studio’s en oefenruimtes.

Omdat de (nog) beschikbare m2 niet zijn om te vormen tot een podiumfaciliteit (vergelijk de huidige vlakkevloerzaal in het Spectrum) achten we deze m2 niet relevant voor ons onderzoek naar een toekomstbestendige theaterfunctie. 4.4 Culturele voorzieningenniveau in het grotere verzorgingsgebied van Veenendaal We beperken ons hier tot het voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten en film. Tot de podiumkunsten rekenen we zowel theatervoorstellingen (toneel, cabaret, musical, dans, familie voorstellingen, theaterconcerten en theatercolleges) als muziekuitvoeringen (symfonisch, kamermuziek, ensembles en jazz- en popmuziek). Ten behoeve van onze analyse delen we het verzorgingsgebied van Veenendaal in in drie segmenten: Tabel 1 Verzorgingsgebied Veenendaal Begrenzing

Aantal inwoners

Primaire verzorgingsgebied

Leersum, Amerongen, Elst, Rhenen en Overberg

105.000

Secundaire verzorgingsgebied

Scherpenzeel, Woudenberg, Renswoude, Barneveld 395.000 Lunteren, Ede, Bennekom, Wageningen, Kesteren

Tertiaire verzorgingsgebied

Utrecht, Amersfoort, Arnhem

| 15 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

1.200.000

4.4.1 Podiumkunsten Tabel 2 Theatervoorzieningen in de grotere regio Veenendaal Gemeente

Aantal inwoners

Afstand in km Naam theater t.o.v. Veenendaal

Capaciteit

Veenendaal

66.912

0

Lampegiet

558

Ede

118.531

14

Cultura

400

Wageningen 39.643

17

Junushoff

697/196

Barneveld

59.933

22

Schaffelaar

550/200

Arnhem

162.447

29

Stadsschouwburg, Musis Sacrum, Luxor

735/200/ 2.000, 750/250

Amersfoort

157.438

29

De Flint, Fluor

804/825, 550

Utrecht

359.376

42

Stadsschouwburg, Tivoli-Vredenburg

847/165, 2.000/ 650/534/450/150

Opmerkingen

Combinatie kunstencentrum, theater, filmhuis, theater, bibliotheek, galerie

Wat opvalt is dat het secundaire verzorgingsgebied van Veenendaal een viertal professionele theatervoorzieningen kent: die van Veenendaal zelf en die van Ede, Wageningen en Barneveld. De inhoudelijke profielen van de theaters in Veenendaal en Ede zijn op hoofdlijnen min of meer vergelijkbaar, dat wil zeggen dat het accent ligt op een overwegend ‘mainstream’ programmering (lees: breed toegankelijk). Omdat Lampegiet beschikt over substantieel meer stoelen en meer uitgebreide theatertechnische voorzieningen, staan met name de grotere producties in Veenendaal en niet in Ede. Het theater in Wageningen onderscheidt zich met een wat meer inhoudelijke programmering en met een aantal stoelen dat afgezet tegen het aantal inwoners opvallend hoog is. Het theater in Barneveld heeft een beperkt programmaaanbod. Dit heeft onder meer te maken met de precaire financiële situatie waarin dit theater verkeert. Hoewel er zeker sprake is van enige overlap in programma-aanbod, kan worden gesteld dat de voorzieningen binnen het secundaire verzorgingsgebied vanwege de verschillende profielen en schaalgroottes complementair aan elkaar zijn. Het secundaire verzorgingsgebied van Veenendaal beschikt over één fysiek (kleinschalig) poppodium: Astrant in Ede (capaciteit: 150).

Wageningen kent ook een organisatie voor popcultuur (Popupop), maar deze beschikt net als VLOW0318 niet over een eigen uitvoeringslocatie.

| 16 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Het tertiaire verzorgingsgebied biedt een grootstedelijk (lees: compleet) aanbod aan professionele podiumkunsten in de meest brede zin van het woord. Dit betekent dat Theater Lampegiet primair een lokale functie heeft (primaire verzorgingsgebied) en op onderdelen van de programmering, voor zover onderscheidend van of complementair aan het overige aanbod, ook regionaal van waarde is (secundaire verzorgingsgebied). Het primaire en het secundaire verzorgingsgebied hebben tezamen grofweg een publiekspotentieel van 500.000. 4.4.2 Film

Veenendaal heeft als enige 60.000+-gemeente in Nederland geen (eigen) bioscoop. In het secundaire verzorgingsgebied zijn twee bioscopen: het multiplex filmtheater in Ede, gelegen aan de A12, met 9 zalen en een totale capaciteit van 2.300 stoelen (exploitant Pathé) en Theater Heerenstraat in Wageningen, met 3 zalen, waarvan de grootste 108 stoelen telt. In Veenendaal (Filmhuis Veenendaal) en in de gemeenten binnen het primaire en secundaire verzorgingsgebied zijn wel organisaties actief die inhoudelijke filmvoorstellingen organiseren, maar die beschikken niet over een eigen locatie met een weekronde filmprogrammering. 4.5 Zakelijke markt Omdat de grotere theatervoorzieningen in Nederland ook diensten verlenen aan de zakelijke markt, in de zin van het faciliteren van congressen, seminars, presentaties en bedrijfsevents, hebben we ons een beeld gevormd van het huidige aanbod aan congresfaciliteiten in Veenendaal en binnen de grotere regio. Er is in de regio een redelijk uitgebreid voorzieningenniveau op dit gebied. We noemen in dit verband het Van der Valk Hotel Veenendaal, Basiliek, Ouwehands Dierenpark Rhenen, Hotel & Congrescentrum De Reehorst in Ede, Hotel De Werelt in Lunteren en het Hampshire Boshotel in Overberg. Het gaat dan wel om wat meer ‘traditionele’ congres- en vergaderlocaties.

De meerwaarde van het gebruik van een schouwburg voor een zakelijke activiteit zit vooral in de entourage en de theaterbeleving.

| 17 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

H5 | Huidige prestaties Theater Lampegiet In dit hoofdstuk gaan we in op de huidige prestaties van het theater in Veenendaal. We kijken naar de aard van en het aantal activiteiten, naar de bezoekaantallen en de herkomst van de bezoekers van het theater, naar de omvang en inrichting van de organisatie, en naar de resultaten van de exploitatie. Vanwege de beperkende maatregelen vanwege COVID-19 die vanaf het voorjaar 2020 van toepassing waren beschouwen wij de seizoenen 2016-2017 t/m 2018-2019 als representatief voor het functioneren van het theater. 5.1 Programma Tabel 3 Theatervoorzieningen in de grotere regio Veenendaal 2019-2020

2018-2019

2017-2018

2016-2017

Aantal professionele voorstellingen alle genres m.u.v. jeugdprogrammering

78

99

103

117

Aantal bezoeken professionele voorstellingen

18.867

30.012

29.793

22.514

Gemiddeld professionele voorstellingen m.u.v. jeugdprogrammering

242 (43%)

303 (54%)

289 (52%)

192 (34%)

Aantal jeugdprogrammering

12

23

18

19

Aantal bezoeken programma’s jeugd

2.501

6.010

3.828

3.799

Gemiddeld programma’s jeugd

208 (37%)

261 (47%)

213 (38%

200 (36%)

Inleidingen

9

8

5

4

Aantal bezoeken inleidingen

357

346

289

111

| 18 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Gemiddeld inleidingen

40

43

58

28

Aantal educatieve theatervoorstellingen (WET)

13

14

15

15

Aantal bezoeken educatieve theatervoorstellingen

3.382

4.535

3.645

3.432

Gemiddeld educatieve theatervoorstellingen

260

324

243

229

Aantal eigen evenementen

1

2

4

7

Aantal bezoeken evenementen

800

1.571

5.696

8.145

Gemiddeld evenementen

800

786

1.424

1.164

Aantal montages

25

59

40

26

Aantal amateurproducties

5

16

39

28

Aantal bezoeken amateurproducties

1.324

6.115

10.856

niet bekend

Gemiddeld amateurproducties

265

382

278

niet bekend

Aantal commerciële verhuringen

5

13

1

1

| 19 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Aantal deelnemers commerciële verhuringen

1.689

4.217

450

niet bekend

gemiddeld commerciële verhuringen

338

324

450

niet bekend

Een door het theater zelf uitgevoerde analyse van de ticketverkoop toont aan dat circa 40% van de stoelen/tickets wordt verkocht in Veenendaal. Daarnaast wordt 27% van de stoelen/tickets verkocht in gemeenten in de grotere regio van Veenendaal. In volgorde van aantallen zijn dit achtereenvolgens Ede, Woudenberg, Leersum, Wijk bij Duurstede, Amerongen, Maarn, Rhenen, Scherpenzeel, Driebergen Rijsenburg en Doorn. Hieruit kan worden opgemaakt dat Theater Lampegiet niet alleen lokaal van betekenis is, maar ook regionale impact heeft. Dit sluit aan bij resultaten van de ‘omgevingsanalyse’ in hoofdstuk 4. Het valt BMC op dat sinds het seizoen 2016-2017 het aantal professionele voorstellingen, met uitzondering van jeugdprogrammering, substantieel is afgenomen, maar dat het bezettingspercentage daarentegen is gestegen. Dat is een goede presentatie, omdat het theater van 2017-2018 ook meer ‘risicovol’ aanbod is gaan programmeren (o.a. dans en toneel). De gemiddelde bezetting van de zaal beoordelen we wel als (nog) ‘relatief laag’. Een plausibele verklaring hiervoor is dat Lampegiet niet beschikt over een tweede (kleine) zaal, waardoor kleinere en/of minder populaire producties een negatieve invloed hebben op de bezettingsgraad van de grote zaal. 5.2 Organisatie en bedrijfsvoering Tabel 4 Prestaties bedrijfsvoering 2019-2020

2018-2019

2017-2018

2016-2017

Exploitatieresultaat voor dotatie aan de bestemmingsreserves

96.162

31.709

(98.725)

(14.846)

Eigen vermogen

359.081

262.919

231.168

329.937

Verhouding recettes/directe kosten voorstellingen

0,90

0,90

0,88

0,94

| 20 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Percentage personeelskosten in totaal lasten

0,34

0,31

0,32

0,31

Percentage huisvestingskosten in totaal lasten

0,21

0,18

0,20

0,19

Percentage inkoop van netto-omzet horeca

0,28

0,22

0,22

0,22

Nettoresultaat verhuringen

geen opgave

geen opgave

geen opgave

geen opgave

Percentage gemeentelijk subsidie in totaal omzet

0,54

0,41

0,41

0,41

Percentage overige subsidies in totaal omzet

0,06

0,06

0,02

0,007

Aantal fte

13,03

11,48

9,7

9,7

Aantal medewerkers in dienst

14

13

16

13

Aantal fte ambulant *

0,66

0,66

1,23

0,73

Aantal ambulante medewerkers *

26

27

24

19

* Zzp’ers en 0-urencontracten

Theater Lampegiet heeft in de seizoenen 2018-2019 en 2019-2020 een positief bedrijfsresultaat (voor dotatie aan de bestemmingsreserve) gerealiseerd. De verwachting is dat het theater ook wat betreft het seizoen 2020-2021 zwarte cijfers presenteert. De liquiditeit was ultimo seizoen 2019-2020 met 1,44 goed te noemen. Dat geldt ook voor de solvabiliteit, die 0,31 bedroeg. In algemene zin kan worden gesteld dat de financiën bij Theater Lampegiet binnen de gegeven inhoudelijke, facilitaire en financiële kaders in de basis op orde zijn.

| 21 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

5.3 Toekomstvisie Theater Lampegiet Lampegiet heeft in de eerste helft van 2021 een visiedocument opgesteld voor de gewenste ontwikkelingsrichting van het theater: ‘Toekomstvisie Theater Lampegiet, Altijd open, altijd aan’. Kern van dit document is dat Lampegiet wil komen tot herijking van het theateraanbod, dat wil zeggen: het ontwikkelen van een bredere, meer diverse en meer veelvuldige programmering, ook overdag, om zo de identiteit van het theater verder te versterken en om daarmee van (nog) grotere betekenis te zijn voor Veenendaal en de regio. Lampegiet als ‘Het podium van de stad’. Als belangrijke randvoorwaarden voor het realiseren van deze doelstelling noemt het theater onder meer: a. het uitbreiden van de capaciteit van de Grote Zaal van 555 stoelen naar 700-750 stoelen om op basis van een beter ‘verdienmodel’ vaker grotere producties naar Veenendaal te kunnen halen; b. het toevoegen van een (nieuwe) Kleine Zaal (vlakke vloer) met 200 stoelen op een uitschuifbare tribune om ook vaker en beter te kunnen voorzien in een meer kleinschaliger en/of toegankelijker aanbod (o.a. beginnende cabaretiers, amateurvoorstellingen en activiteiten in het kader van cultuureducatie en talentontwikkeling), alsmede om andere culturele functies te kunnen faciliteren (popmuziek, film); c.

het herontwikkelen van de buitenruimte als verlengstuk van de theaterzalen, in het bijzonder als buitenpodium; d. het vergroten van de mogelijkheden om de zakelijke markt te bedienen door naast het toevoegen van een (nieuwe) Kleine Zaal (zie b) ook vergaderruimtes en/of break-outrooms te creëren; e. het (mogelijk) toevoegen van één of meer complementaire culturele functies: een poppodiumfunctie en/of een bioscoopfunctie in de (nieuwe) Kleine Zaal en/of in extra zalen. Aan het visiedocument liggen een aantal door Lampegiet zelf geïnitieerde onderzoeken ten grondslag, waaronder de door Lagroup uitgevoerde verkenningen ‘Wenselijkheid en haalbaarheid kleine zaal in Veenendaal’ (juli 2012) en ‘Een verkenning van een toekomstig Lampegiet’ (juli 2020). In deze studies wordt onder meer ingegaan op de mate waarin het toevoegen van een (nieuwe) Kleine Zaal en het toevoegen van een (zelfstandige) filmfunctie wenselijk en haalbaar zijn voor de toekomst van Lampegiet. Vrij recent heeft Lampegiet het visiedocument uitgewerkt in een eerste businesscase op hoofdlijnen, inclusief een exploitatieraming voor de situatie waarin ten minste a t/m d zouden zijn gerealiseerd. Het volledige visiedocument en de daarbij behorende ‘businesscase’ hebben we in Bijlage 3 van dit rapport opgenomen.

BMC is van mening dat de door Lampegiet gewenste ‘herijking’ van het programma-aanbod (lees: beperkte uitbreiding Grote Zaal-aanbod, realiseren van meer kleinschalig theateraanbod en versterken betekenis van het theater voor de amateurkunst) goed aansluit bij zowel de sectorale ontwikkelingen en trends (zie 4.1) als de gemeentelijke beleidsdoelstellingen, zoals onder meer vastgelegd in de nieuwe Cultuurvisie 2022-2030 (zie 3.1). De door Lagroup in 2020 uitgevoerde benchmark ondersteunt dit.

| 22 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

BMC onderschrijft de conclusie dat de door Lampegiet gepresenteerde inhoudelijke ambitie niet is te realiseren binnen het huidige gebouwconcept en dat ten minste een forse upgrade van de voorzieningen in kwaliteit en uitstraling noodzakelijk is, zo ook een uitbreiding van de beschikbare capaciteit. Het gaat daarbij onzes inziens in de eerste plaats om het vergroten van de gebruiksmogelijkheden van het theater voor een breder scala aan activiteiten en niet zozeer om een substantiële uitbreiding van het aantal stoelen. Mede op basis van onze eigen ervaringsgegevens en de gesprekken die wij hebben gevoerd met de voorzitter van het Filmhuis Veenendaal en met de exploitant van het Heerenstraat Theater in Wageningen, onderschrijven wij de conclusie van Lagroup dat er in Veenendaal in beginsel voldoende markt zou moeten zijn voor een kleinere stadsbioscoop met een uitgebreide programmering van zowel ‘commerciële films’ als ‘filmtheaterfilms’. De combinatie met een ‘theaterfunctie’ kan zowel inhoudelijk, bijvoorbeeld op het gebied van thematische programmering, als organisatorisch/bedrijfsmatig, in de zin van publieksservice en logistiek, een aanzienlijke meerwaarde hebben. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat een bredere filmfunctie in beginsel niet subsidiabel is, waardoor te hoge huisvestingslasten een verantwoorde exploitatie in de weg kunnen staan.

De wijze waarop de exploitatie van een volwaardige bioscoopfunctie eventueel kan worden geïntegreerd in een nieuw gebouwconcept zal een van de onderwerpen moeten zijn van een vervolgonderzoek. Dat geldt ook voor de eigendomsverhoudingen indien er in dat geval sprake is van een ‘publiek-private samenwerking’ (PPS). Ook zijn we het eens met de gedachte dat een multifunctionele (vlakke vloer) zaal met de mogelijkheid om staanplaatsen te realiseren in beginsel goed kan worden ingezet voor kleinschalige popconcerten. Daarmee functioneert een degelijke zaal overigens niet vanzelfsprekend als ‘poppodium’ in de zin van ontmoetings- en/of uitgaansgelegenheid. Indien een nieuwe Kleine Zaal ook voor deze functie wordt bestemd, zal goed moeten worden nagedacht over sfeer, entourage, gebruiksmogelijkheden en -tijden en over de expertise en het netwerk dat nodig is om actueel aanbod op dit gebied te realiseren. De opzet van de ‘businesscase’, waarin het visiedocument door het theater is uitgewerkt, beoordelen we, gelet op de stand van de planontwikkeling, als ‘valide’. De aannames met betrekking tot het extra aantal te realiseren professionele voorstellingen en de daarbij behorende bezoekaantallen zijn, zeker waar het gaat om de nieuwe Kleine Zaal, ambitieus.

Dat geldt ook voor de aannames met betrekking tot verhuur (maatschappelijk en commercieel) en die voor de exploitatie van een horecafunctie overdag. Deze zaken behoeven nog nadere uitwerking en desgewenst bijstelling in een integraal bedrijfsplan voor een nieuwe Lampegiet. Een dergelijk document dient de onderlegger te zijn voor een definitief besluit over de vastgoedontwikkeling.

| 23 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

H6 | SWOT-analyse De resultaten van onze omgevingsanalyse uit hoofdstuk 4 en de inzichten die we hebben verkregen bij het beoordelen van de huidige prestaties van Lampegiet in hoofdstuk 5 werken we uit en vatten we samen in onderstaande SWOT-analyse. Sterk ● ● ● ● ●

●

● ● ●

Zwak Ruime ervaring, expertise. Gastvrije cultuur. Centrale, goed bereikbare locatie. Goede relatie met het professionele veld (gezelschappen, impresario’s). Schaalgrootte en kwaliteit theatertechnische faciliteiten (gewilde plek voor gezelschappen om voorstellingen te monteren). Regionale positie in met name de lichtere genres binnen de podiumkunsten (zie ‘overzicht herkomst bezoekers Lampegiet’). Toegankelijkheid, relatief lage drempel. Verbindingen met maatschappelijke organisaties. Initiatieven om de gemeenschap meer te betrekken bij het theater zijn reeds gaande.

Kans ●

● ● ●

● ●

● ●

● ● ● ● ●

Kwaliteit en uitstraling van de faciliteiten. Gebruiksmogelijkheden theatercomplex (1 grote zaal, gebrek aan flexibiliteit in capaciteit). Presentatie horeca. Verdienmodel (beperkt aantal stoelen). Kwaliteit buitenruimte en relatie binnen - buiten. Relatief kleine organisatie en daardoor ook kwetsbaar. De uitstraling van van de parkeervoorzieningen en de beleving ervan i.v.m. de te gebruiken app en betaling.

Bedreiging Versterken regiofunctie met met de wat grotere producties in de lichte genres vanwege grotere capaciteit ten opzichte van Ede en deels andere programmering dan Wageningen (lees: complementair aanbod). Relatief groot verzorgingsgebied. Doorontwikkelen concept ‘Podium van de stad’. Verbinden amateurkunst en talentontwikkeling met professionele podiumkunsten. Er is marktpotentie voor een volwaardige bioscoopfunctie in Veenendaal. Er is behoefte aan een goed geoutilleerde (vaste) locatie voor popcultuur.

●

● ● ●

●

●

Voor een deel van de bevolking van Veenendaal is theater- en bioscoopbezoek niet vanzelfsprekend. Vergrijzing van het (potentiële) publiek. Concurrentie andere vrijetijdsactiviteiten. Toegankelijkheid theater voor amateurgezelschappen vanwege hoge huurtarieven. Uitval van publiek wanneer het theater meerdere jaren dicht is vanwege renovatie. Basiliek is een voorziening die o.a. ook de zakelijke markt en grootschalige evenementen, zoals muziek, bedient.

| 24 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

●

● ●

●

● ● ●

Op dit ogenblik ontbreekt een goed geoutilleerde locatie voor kleinschalige culturele evenementen outdoor. Vernieuwing theater heeft een positief effect op centrumontwikkeling. Urgentie goede culturele infrastructuur staat bestuurlijk en politiek niet ter discussie. Integrale visie op culturele aanbod in Veenendaal (zie ook aanstelling ‘cultuurmakelaar’). Er wordt reeds constructief samengewerkt binnen Veenendaal. Nog te verwachten groei gemeente en regio. Economisch hoog ontwikkelde regio met focus op innovatie (agricultuur, ICT).

●

●

● ● ● ●

Beperkte gebruiksmogelijkheden buitenruimte voor evenementen op de huidige locatie. Vastgoedontwikkeling kan te dominant worden. Inhoudelijke ambitie en exploitatiemogelijkheden dienen leidend te zijn voor de vastgoedontwikkeling (en niet andersom). Schaalvergroting stelt andere eisen aan organisatie theater. Met schaalvergroting zullen de exploitatielasten substantieel toenemen. Schaalvergroting vergroot problemen met parkeren. Langetermijneffecten COVID-19.

| 25 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

H7 | Concepten voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal In dit hoofdstuk werken we op basis van het eigen ambitiedocument van Lampegiet (zie hoofdstuk 5) en de SWOT-analyse (zie hoofdstuk 6) een viertal inhoudelijke concepten uit voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal. Dit zijn: A. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie binnen de huidige schaalgrootte van Lampegiet en met het huidige activiteitenaanbod. B. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie door middel van een nieuwe multifunctionele zaal ter vervanging van het huidige gebouwconcept en een gewijzigde exploitatieopzet. C. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie binnen een schaalvergroting van Lampegiet en met een meer divers activiteitenaanbod. D. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie binnen een schaalvergroting van Lampegiet en door het toevoegen van één of meer complementaire en/of ondersteunende functies aan Lampegiet. Hieronder volgt een uitwerking per ontwikkelingsrichting. A. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie binnen de huidige schaalgrootte van Lampegiet en met het huidige activiteitenaanbod Belangrijkste kenmerken: Het theater wordt in z’n huidige vorm geheel gerenoveerd en/of vernieuwd. De capaciteit van de theaterzaal wordt vergroot tot maximaal 750 stoelen.

Kwaliteit en uitstraling van de voorzieningen worden aangepast aan de eisen van deze tijd. Er wordt een buitenruimte gecreëerd voor kleinschalige culturele evenementen. Het activiteitenaanbod blijft in soorten en aantallen voorstellingen grotendeels ongewijzigd. Inhoudelijke ontwikkeling: Lampegiet kan zich verder doorontwikkelen tot het grotere regiotheater met een aanbod voornamelijk in de lichtere genres. Vanwege de (beperkte) uitbreiding van het aantal stoelen wordt het aantrekkelijker voor grotere producties om Veenendaal aan te doen. Flexibiliteit in capaciteit wordt gemeentebreed bereikt door ook uitdrukkelijk de theaterzaal in het Spectrum en de faciliteiten van de Basiliek en de Cultuurfabriek in te zetten als speelplekken voor professionele podiumkunsten, amateurkunst en maatschappelijke activiteiten. Organisatorische consequenties: Een kwalitatieve doorontwikkeling van de organisatie van het theater is wel noodzakelijk, maar een substantiële uitbreiding ervan in omvang is niet aan de orde. Effecten op de exploitatie: Als de extra kapitaallast als gevolg van de investering een-op-een via een extra subsidie wordt gecompenseerd (uitgaande van systematiek van ‘kostprijsdekkende huur’), heeft dit geen effect op de exploitatie.

| 26 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Rendement op de grotere producties zou nog wat kunnen verbeteren vanwege uitbreiding van het aantal stoelen. Voordelen: ● concurrentiepositie van Lampegiet als professionele podiumvoorziening zal binnen de regio verbeteren (zie capaciteit Ede en aard programmering Wageningen) ● relatief beperkte investering ● beperkte risico’s binnen de exploitatie van het theater ● effectiever gebruik van de podiuminfrastructuur binnen Veenendaal, maar mogelijkheden zijn wel beperkt(!) Nadelen/risico’s: ● concept ‘Podium van de stad’ is moeilijker te realiseren ● geringe flexibiliteit binnen het theater zelf vanwege het ontbreken van een tweede (kleine) zaal/beperkte gebruiksmogelijkheden ● beperkte mogelijkheden voor meer commerciële exploitatie ● versnippering van uitvoeringslocaties podiumkunsten ● beperkte faciliteiten in Spectrum en in de Cultuurfabriek, en een beperkte beschikbaarheid van Basiliek ● Basiliek richt zich overwegend op andere doelgroepen en is een particulier initiatief ● risico dat er op termijn toch sprake is van uitval van aanbod (en publiek), vanwege de voortschrijdende schaalvergroting bij collega-theaters.

B. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie door middel van een nieuwe multifunctionele zaal ter vervanging van het huidige gebouwconcept en een gewijzigde exploitatieopzet Belangrijkste kenmerken: Het theater wordt vervangen door een nieuw te bouwen multifunctionele zaal (vlakke vloer) met een capaciteit van maximaal 750 stoelen, verdeeld over een uitschuifbare tribune en een vast balkon, en/of een maximale capaciteit van 1.250 staanplaatsen. Een (traditioneel) lijsttoneel ontbreekt, zo ook een toneeltoren waarin de hijsinstallaties zijn ondergebracht. De aanwezige theatertechnische installaties bieden echter voldoende mogelijkheden om diverse theatersettings te creëren. Kwaliteit en uitstraling van de voorzieningen worden aangepast aan de eisen van deze tijd. Daarnaast wordt er een buitenruimte gecreëerd voor kleinschalige culturele evenementen. Een beperkt deel van het huidige aanbod zal niet meer of aanzienlijk moeilijker kunnen worden gefaciliteerd (denk bijvoorbeeld aan ‘klassiek toneel’). Daar staat tegenover dat een dergelijke zaal veel meer mogelijkheden biedt voor grootschalige muziekuitvoeringen, met name in de populaire genres, en voor culturele en commerciele events. De eindverantwoordelijkheid voor de exploitatie komt in beginsel in handen van een private partij te liggen. Lampegiet draagt zorg voor een culturele programmering (PPS).

Inhoudelijke ontwikkeling: Een beperkt deel van het huidige aanbod valt uit. Vanwege dit gegeven en het feit dat de beleving niet langer die van een ‘schouwburg’ is maar van een ‘multifunctionele zaal’ (maar uitdrukkelijk anders dan Basiliek), maakt dat de ‘theaterfunctie’ een wat ander profiel krijgt. Er komt ruimte voor meer grootschalige muziekproducties, al dan niet in de vorm van staconcerten (of een combinatie van staan en zitten).

| 27 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Organisatorische consequenties: Een multifunctionele zaal stelt speciale eisen aan de organisatie, met name op het gebied van theatertechniek en -logistiek. De huidige organisatie sluit hier vooralsnog minder goed op aan. Effecten op de exploitatie: Als extra kapitaallast als gevolg van de investering een-op-een via een extra subsidie wordt gecompenseerd (uitgaande van systematiek van ‘kostprijsdekkende huur’), heeft dit geen effect op de exploitatie. Verruiming van de capaciteit en van de multifunctionaliteit van de voorzieningen vergroot de gebruiksmogelijkheden van de zaal aanzienlijk. Dit biedt in beginsel ruimte voor een meer commerciële exploitatie en bijgevolg het vergroten van het aandeel eigen inkomsten. Indien zou worden gekozen voor een PPS-constructie, beperkt het risico van de gemeente/Lampegiet zich tot de culturele exploitatie van het gebouw.

Voordelen: ● concurrentiepositie van Lampegiet als professionele podiumvoorziening zal binnen de regio op onderdelen van het huidige programma-aanbod verbeteren (zie capaciteit Ede en aard programmering Wageningen) ● relatief beperkte investering ● beperkte risico’s binnen de exploitatie van het theater ● effectiever gebruik van de beschikbare capaciteit en faciliteiten ● mogelijkheden voor publiek-private samenwerking (PPS) ● mogelijkheden voor uitbreiding van de huidige content Nadelen/risico’s: ● concept ‘Podium van de stad’ is in deze variant moeilijker te realiseren ● minder geschikte setting voor kleinschalige producties (< 250 bezoekers) en/of voor voorstellingen op het gebied van amateurkunst ● weerstand bij bepaalde gezelschappen en/of artiesten vanwege afwijkende faciliteiten, met het risico van gedeeltelijke uitval ● mogelijkheden voor het monteren van voorstellingen zullen grotendeels wegvallen ● mogelijk strijdige belangen binnen een PPS-constructie ● overlap met bedrijfsactiviteiten van Basiliek ● beschikbaarheid en bereidheid van een private partij om in een dergelijke constructie te stappen

C. Het toekomstbestendig maken van de theaterfunctie binnen een schaalvergroting van Lampegiet en met een meer divers activiteitenaanbod Belangrijkste kenmerken: Het theater wordt in z’n huidige vorm geheel gerenoveerd en uitgebreid en/of vernieuwd. De capaciteit van de theaterzaal wordt vergroot tot maximaal 750 stoelen. Er wordt een ‘vlakkevloerzaal’ met een capaciteit van 200 stoelen op een uitschuifbare tribune aan het gebouwconcept toegevoegd, evenals een aantal ‘break-outrooms’. Kwaliteit en uitstraling van de voorzieningen worden aangepast aan de eisen van deze tijd. Tevens wordt er een buitenruimte gecreëerd voor kleinschalige culturele evenementen. Het activiteitenaanbod wordt uitgebreid en verbreed: meer professionele voorstellingen in zowel de grote als de kleine zaal, meer ruimte voor uitvoeringen amateurkunst, meer activiteiten met en/of door de eigen inwoners.

| 28 | Scenario’s voor een toekomstbestendige theaterfunctie in Veenendaal

Inhoudelijke ontwikkeling: Lampegiet kan zich verder doorontwikkelen tot het grotere regiotheater met een aanbod voornamelijk in de lichtere genres. Vanwege de (beperkte) uitbreiding van het aantal stoelen wordt het aantrekkelijker voor grotere producties om Veenendaal aan te doen. Door de combinatie van een grote zaal en een kleine vlakkevloerzaal kunnen er meer producties worden gefaciliteerd en kan er efficiënter gebruikgemaakt worden van de beschikbare capaciteit. Tevens biedt dit concept ruimte om gemeenschap van Veenendaal meer deelgenoot te maken van het theater dan wel het ‘eigenaarschap’ van de gemeenschap te vergroten (‘Huiskamer van de stad’). Organisatorische consequenties: Er is niet alleen een kwalitatieve doorontwikkeling van de organisatie van het theater noodzakelijk, maar ook een substantiële uitbreiding ervan. Effecten op de exploitatie: Indien kapitaallasten als gevolg van de vastgoedinvestering een-op-een worden gecompenseerd door extra subsidie (uitgaande van een systematiek van ‘kostprijsdekkende huur’), heeft dit geen effect op de exploitatie. Wel zullen door de schaalvergroting en/of de toename van het aantal activiteiten de (overige) beheer- en exploitatielasten van het theater stijgen. Hoewel dit concept meer mogelijkheden biedt voor het vergroten van de eigen inkomsten door het theater, zal het exploitatietekort per saldo toenemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10670925/1