3. Gewijzigde vaststelling 1e wijziging Omgevingsplan, deel I - Omgevingsplan deel I
Tekst van het document
2 De winkelier kan bij maatwerkvoorschrift verplicht worden voorzieningen te treffen om te voorkomen dat winkelwagens onbeheerd achtergelaten worden.
Artikel 5.77 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten (verlicht) reclameobject Het is verboden zonder omgevingsvergunning een (verlicht) reclameobject, dat zichtbaar is vanaf de openbare weg, op of aan een bouwwerk te plaatsen of te wijzigen.
Artikel 5.78 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning (verlicht) reclame object Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.77 worden de volgende gegevens verstrekt: a. de locatie van het object; b. de afmetingen van het object; en c. voorbeeld van het object.
Artikel 5.79 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (verlicht) reclame object Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.77 wordt verleend als: a. wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand; en b. de activiteit het waarborgen van de verkeersveiligheid niet in de weg staat.
Paragraaf 5.5.7 Openbaar water
27
Artikel 5.80 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op: a. het plaatsen, aanbrengen of hebben van voorwerpen in of op openbaar water; en b. schade of veranderingen aan openbare wateren, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
Artikel 5.81 Algemene regels verboden openbaar water 1 Het is verboden een voorwerp, anders dan een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan of een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
2 Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
Artikel 5.82 Meldingsplicht openbaar water 1 Het is verboden een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
2 Een melding bevat een beschrijving van wat het voorwerp is dat op, in of boven openbaar water wordt geplaatst en de grootte daarvan.
Paragraaf 5.5.8 Gebruik openbaar groen Artikel 5.83 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het rijden, parkeren of zich bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard binnen publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen, groenstroken en grasperken, of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen.
Artikel 5.84 Algemene regels verboden openbaar groen 1 Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen, groenstroken of grasperken, of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden, zich te bevinden of te parkeren met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard.
2 Het tweede lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, snorfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als bedoeld in het tweede lid; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen, bedoeld in het tweede lid; en e. voor het verkeer voor bezoek en de verzorging van de onder d bedoelde personen.
3 Het tweede lid is ook niet van toepassing:
28
a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het tweede lid bedoelde gebieden of terreinen; b. op motorvoertuigen en aanhangwagens waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
Artikel 5.85 Algemene regel verbod crossen Het is verboden op enig terrein of gebied, anders dan een weg, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd of, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden of daaraan deel te nemen, of met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband.
Paragraaf 5.5.9 Het voorkomen van overlast, gevaar of schade Artikel 5.86 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op: a. het plaatsen en laten staan van fietsen, snorfietsen of bromfietsen; b. het los laten lopen van honden; c. het zich bevinden met een hond in openbaar toegankelijk gebied; en d. het doen van een natuurlijke behoefte.
Artikel 5.87 Algemene regels verontreiniging door honden 1 Degene die zich met een hond in openbaar toegankelijk gebied begeeft, is verplicht: a. middelen bij zich te dragen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren; en b. ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2 Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden en niet in staat is de middelen te hanteren om uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren; of b. die vanwege een blessure niet in staat is de middelen te hanteren om uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren.
3 Het eerste lid is niet van toepassing in hondenlosloopgebieden.
Artikel 5.88 Algemene verboden loslopende honden 1 Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een speelruimteplek in openbaar toegankelijk gebied; of b. binnen de bebouwde kom en in openbaar toegankelijk gebied als de hond niet is aangelijnd.
2 Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing in hondenlosloopgebieden.
3 Het eerste lid is ook niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 5.89 Algemene verboden natuurlijke behoefte Het is verboden binnen de bebouwde kom in openbaar toegankelijk gebied de natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 5.90 Algemene verboden plaatsen fiets
29
Het is verboden om: a. binnen het gebied fietsparkeerverbodzone een fiets, snorfiets of bromfiets buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan; b. fietsen, snorfietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in verwaarloosde toestand verkeren, in openbaar toegankelijk gebied te laten staan; en c. binnen het gebied onbeheerd achterlaten fiets een fiets, snorfiets of bromfiets langer dan vier weken onbeheerd in een fietsenstalling achter te laten.
Artikel 5.91 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten hond in gebied honderverbod 1 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning in het gebied hondenverbod met een hond aanwezig te zijn.
2 Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 5.92 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning hond in gebied honderverbod Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 5.91 worden de volgende gegevens verstrekt: a. het woonadres van de aanvrager; of b. als het woondadres buiten het gebied Hondenverbod is gelegen en ook niet aan het gebied Hondenverbod grenst, een omschrijving van een dringende reden om met een hond in het gebied Hondenverbod aanwezig te zijn.
Artikel 5.93 Beoordelingsregels omgevingsvergunning hond in gebied honderverbod Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.91 wordt verleend als; a. de woning van de aanvrager aan het gebied Hondenverbod grenst; of b. de aanvrager kan aantonen dat er een dringende reden is om zich met de hond in het gebied Hondenverbod te begeven.
Paragraaf 5.5.10 Standplaatsen Artikel 5.94 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op het innemen of hebben van een standplaats.
2 In deze paragraaf wordt onder standplaats niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement.
Artikel 5.95 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval in dat: a. een standplaats wordt voorzien van voldoende voorzieningen voor het achterlaten van afval; en b. bij het verlaten van de standplaats de omgeving binnen een straal van 25 m2 schoon wordt achtergelaten.
Artikel 5.96 Algemene regels verboden Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder omgevingsvergunning standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5.97 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten standplaatsen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen of te hebben.
Artikel 5.98 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning standplaatsen
30
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.97 worden de volgende gegevens verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit en de diensten en goederen die aangeboden worden; b. het kvk-nummer; c. de duur van de activiteit en op welke dagen de activiteit plaatsvindt; d. een opstellingsplan en plattegrondtekening op schaal voor de gewenste locatie; e. afmetingen van de mobiele verkoopinrichting; f. informatie over de benodigde stroomvoorziening; en g. een foto van de mobiele verkoopinrichting.
Artikel 5.99 Beoordelingsregels omgevingsvergunning standplaatsen Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.97 wordt verleend als: a. er geen strijdigheid bestaat met de gebruiksregels in het omgevingsplan; b. de verkoopinrichting in goede staat van onderhoud verkeert; c. de verkoopinrichting wordt gebruikt voor reclamedoeleinden die passend zijn bij de aard van de activiteit; d. de verkopende partij ingeschreven staat bij de Kamer voor Koophandel; e. er geen sprake is van een kwantitatieve of territoriale beperking in de gemeente of een deel van de gemeente als gevolg van bijzondere omstandigheden en het niet noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang; en f. de standsplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Afdeling 5.6 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed Paragraaf 5.6.1 Algemeen Artikel 5.100 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van het cultureel erfgoed.
Paragraaf 5.6.2 Gemeentelijke monumenten Subparagraaf 5.6.2.1 Algemeen Artikel 5.101 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten die betrekking hebben op een gemeentelijke monument.
Artikel 5.102 Specifieke zorgplicht 1 De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval in dat een gemeentelijk monument niet wordt beschadigd of vernield en wordt onderhouden als dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
2 De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt ook in dat aantasting van de omgeving van monumenten wordt voorkomen, voor zover door die aantasting de monumenten worden ontsierd of beschadigd.
Subparagraaf 5.6.2.2 Vergunningplichtige activiteiten Artikel 5.103 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten gemeentelijke monumenten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning gemeentelijke monumenten: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
2 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud van een monument, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt; b. de uitvoering van normaal onderhoud van een monument, voor zover de aangelegde tuin, het aangelegde park of
31
andere aanleg niet wijzigt; of c. inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft.
Artikel 5.104 Bijzondere aanvraagvereisten gemeentelijke monumenten 1 Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.103 voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument als bedoeld in Artikel 5.103 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument; b. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.
2 Bij een aanvraag die betrekking heeft op het slopen van een monument, worden in aanvulling op het eerste lid de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
3 Bij een aanvraag die betrekking heeft op het slopen van een monument, kan in aanvulling op het eerste en tweede lid op verzoek van burgemeester en wethouders worden verzocht om de volgende gegevens en bescheiden te verstrekken: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.
4 Bij een aanvraag die betrekking heeft op het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, worden in aanvulling op het eerste lid de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
32
a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2. foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.
5 Bij een aanvraag die betrekking heeft op het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, kan in aanvulling op het eerste en vierde lid op verzoek van burgemeester en wethouders worden verzocht de volgende gegevens en bescheiden te verstrekken: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.
6 Bij een aanvraag die betrekking heeft op het wijzigen of herstellen van een monument, worden in aanvulling op het eerste lid de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een
33
situatietekening van de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
7 Bij een aanvraag die betrekking heeft op het wijzigen of herstellen van een monument, kan in aanvulling op het eerste en zesde lid op verzoek van burgemeester en wethouders worden verzocht de volgende gegevens en bescheiden te verstrekken: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waa c. rin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; d. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; e. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; f. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; g. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of h. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.
8 Bij een aanvraag die betrekking heeft op het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, wordt een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Artikel 5.105 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gemeentelijke monumenten Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.103 wordt verleend indien blijkt dat de monumentale waarden zoals opgenomen in de Beleidsnota Erfgoed of diens rechtsopvolgers of hieraan door het stellen van vergunningvoorschriften voldoende tegemoet kan worden daarmee niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord, ontsierd of in gevaar gebracht, casu quo worden behouden, versterkt en ontwikkeld.
Paragraaf 5.6.3 Beeldbepalende panden Artikel 5.106 Toepassingsbereik
34
Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten die betrekking hebben op Beeldbepalende panden en objecten.
Artikel 5.107 Voorrangsregel In geval van strijdigheid tussen de regels van Paragraaf 5.6.3 en de regels over beeldbepalende panden buiten deze paragraaf, gelden de regels van Paragraaf 5.6.3.
Artikel 5.108 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval in dat een beeldbepalend pand niet wordt beschadigd of vernield en wordt onderhouden als dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 5.109 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten beeldbepalende panden 1 In het gebied Beeldbepalende panden is het verboden zonder omgevingsvergunning: a. de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling of kapvorm of de gevelindeling van gevels, gelegen aan de zijde van openbaar toegankelijk gebied te wijzigen; b. de bestaande omvang van het pand te wijzigen; of c. het pand te slopen.
2 Het eerste lid is alleen van toepassing op activiteiten waarvoor ook een omgevingsvergunning voor bouwen en slopen van bouwwerken of afwijken van het omgevingsplan nodig is.
Artikel 5.110 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning beeldbepalende panden 1 Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.109, eerste lid, onder a en b, wordt in ieder geval een onderbouwing verstrekt waaruit blijkt hoe wordt omgegaan met de karakteristieke kenmerken van het beeldbepalende pand.
2 Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.109, eerste lid, onder c, wordt in ieder geval verstrekt: a. een onderbouwing waaruit blijkt dat de beeldbepalende bouwmassa niet te handhaven is; en b. een nieuw plan dat aantoont hoe met de karakteristieke kenmerken van het beeldbepaldende pand wordt omgegaan.
Artikel 5.111 Beoordelingsregel omgevingsvergunning beeldbepalende panden Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.109 wordt verleend als door de activiteit geen blijvende afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke kenmerken van het beeldbepalende pand zoals opgenomen in de welstandsnota of diens rechtsopvolgers of hieraan door het stellen van vergunningvoorschriften voldoende tegemoet kan worden gekomen.
Paragraaf 5.6.4 Integrale ensembles Artikel 5.112 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van wijzigingen in integrale ensembles.
Artikel 5.113 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval in dat bij aanpassingen in openbaar toegankelijk gebied en aan of bij gebouwen en bouwwerken geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de cultuurhistorische waarden behorende bij integrale ensembles, zoals opgenomen in de welstandsnota of diens rechtsopvolgers.
Paragraaf 5.6.5 Stedenbouwkundige ensembles Artikel 5.114 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van wijzigingen in stedenbouwkundige ensembles.
Artikel 5.115 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval in dat bij aanpassingen in openbaar toegankelijk gebied en aan
35
of bij gebouwen en bouwwerken geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de cultuurhistorische waarden behorende bij stedenbouwkundige ensembles, zoals opgenomen in de welstandsnota of diens rechtsopvolgers.
Afdeling 5.7 Activiteiten met betrekking tot flora en fauna Paragraaf 5.7.1 Algemeen Artikel 5.116 Oogmerken 1 De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of opheffen van overlast of schade aan de gezondheid; b. het voorkomen van hinder; c. het behouden en beschermen van de beeldbepalende - en cultuurhistorische waarde van bomen; en d. het waarborgen van de veiligheid.
2 Voor bomen als bedoeld in artikel 11.111, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn de regels in deze paragraaf ook gesteld met het oog op: a. de natuurbescherming; en b. het beschermen van landschappelijke waarden.
Paragraaf 5.7.2 Hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 5.117 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op: a. het houden van duiven; b. het houden van bijen; en c. het houden van landbouwhuisdieren.
2 Voor zover in deze paragraaf wordt gesproken over milieubelastende activiteiten, wordt niet bedoeld: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; 1. een evenement dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld in Subparagraaf 5.4.2.2 of Subparagraaf 5.4.2.3; e. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en f. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.
Artikel 5.118 Specifieke zorgplicht hinderlijke of schadelijke dieren De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval in dat: a. de rechthebbende op duiven en bijen zorg draagt voor het voorkomen van overlast voor zijn omgeving; b. de rechthebbende op landbouwhuisdieren dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een veekering of andere afrastering, zorg draagt voor het treffen van zodanige maatregelen dat landbouwhuisdieren de weg niet kunnen bereiken. c. binnen de bebouwde kom en buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, dragen rechthebbenden van landbouw- of huisdieren zorg voor het voorkomen van overlast of schade aan de
36
gezondheid. Dit houdt in ieder geval in dat: 1. dagelijks zorg wordt gedragen voor het opruimen van uitwerpselen, voedselresten en schadelijke overlastgevende geuren of stoffen en indien mogelijk worden deze voorkomen; en 2. dieren binnen worden gehouden, geplaatst worden in een geluidswerende ruimte of geplaatst worden in een nachthok tussen 22:00 uur en 08.00 uur indien door burgemeester en wethouders schriftelijk bekend is gemaakt aan de rechthebbende van het dier dat er klachten zijn over de geluidsproductie van het dier gedurende die tijden.
Paragraaf 5.7.3 Kappen van bomen en vellen van houtopstanden Artikel 5.119 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op: a. het kappen van bomen; en b. het vellen van houtopstanden.
Artikel 5.120 Voorrangsregel Alle gemeentelijke regels met betrekking tot het kappen van bomen en het vellen van houtopstanden buiten deze paragraaf zijn niet van toepassing.
Artikel 5.121 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten kappen van bomen en vellen van houtopstanden 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom te kappen of een houtopstand te vellen, als: a. het om een gemeentelijke houtopstand gaat; of b. het om een houtopstand gaat die is aangewezen binnen het gebied waardevolle bomen.
2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom te kappen of een houtopstand te vellen in de volgende gebieden: a. coulissenlandschap; b. karakteristiek verkavelingspatroon; c. landschapswaarden; d. bos; e. natuur; en f. waarde-ecologie.
3 Het tweede lid geldt niet voor fruitbomen.
4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het kappen van een boom of het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.
Artikel 5.122 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning kappen van bomen en vellen van houtopstanden Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.121 worden de volgende gegevens verstrekt: a. een kaart, foto of tekening waar iedere te kappen boom of te vellen houtopstand is geïdentificeerd met een nummer en de locatie op het perceel; b. de reden voor het kappen van iedere boom of houtopstand; c. de soort boom of houtopstand; en d. een toelichting op de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten over te gaan, met daarbij het aantal en soorten vermeld.
Artikel 5.123 Beoordelingsregels omgevingsvergunning kappen van bomen en vellen van
37
houtopstanden 1 Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.121 wordt verleend als: a. de boom of de houtopstand gevaar of ernstige hinder veroorzaakt; of b. een individueel of maatschappelijk belang zwaarder weegt dan het beschermen van: 1. de waarde van de boom of de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; 2. de beeldbepalende waarde van de boom of de houtopstand; 3. de cultuurhistorische waarde van de boom of de houtopstand; en 4. de waarde voor de leefbaarheid van de boom of de houtopstand.
2 In aanvulling op het eerste lid wordt, wanneer het gaat om het kappen van een boom of het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 11.111, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsvergunning verleend vanwege een individueel of maatschappelijk belang, dat zwaarder moet wegen dan het beschermen van: a. de landschappelijke waarde van de boom of de houtopstand; b. de natuurwaarde van de boom of houtopstand.
3 Bij vergunningvoorschrift kan een herbeplantingsplicht worden opgelegd.
Afdeling 5.8 Activiteiten met betrekking tot afval Paragraaf 5.8.1 Algemeen Artikel 5.124 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het milieu; b. het doelmatig beheren van afvalstoffen; c. het beperken van hinder en overlast; d. het waarborgen van de veiligheid; en e. het beschermen van de gezondheid.
Paragraaf 5.8.2 Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 5.125 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 5.126 Specifieke zorgplicht inzamelen oud papier en karton De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4 houdt in ieder geval in dat: a. de inzamelaar zorg draagt voor een ordelijke en zorgvuldige inzameling; en b. de inzamelaar zorg draagt voor het schoonhouden van de ruimte rond de verzamelcontainer.
Artikel 5.127 Algemene regels inzameldienst en inzamelaars 1 Als inzameldienst is aangewezen: ACV te Ede.
2 In aanvulling op het eerste lid is in Bijlage II Huishoudelijk afvalstoffen opgenomen welke andere inzamelaars zijn aangewezen om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.
Artikel 5.128 Algemene regel inzamelen oud papier en karton De inzamelaar van huishoudelijk oud papier en karton zamelt alleen huishoudelijk oud papier en karton in dat droog, schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties.
Artikel 5.129 Algemene regels dagen en tijden van aanbieding
38
1 De inzameldienst stelt jaarlijks een afvalkalender op voor het aanbieden van het huishoudelijk afval via een Inzamelmiddel, waarbij het volgende geldt: a. huishoudelijk restafval wordt eens per drie weken opgehaald op vaste dagen; b. gft+e-afval wordt eens per twee weken opgehaald op vaste dagen; c. oud papier en karton worden eens per drie weken opgehaald op vaste dagen; en d. plastic verpakkingen, blik en drankpakken worden via een minicontainer een maal per drie weken en via PMD-zakken eens per week bij gestapelde woningen opgehaald op vaste dagen;
2 In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders in verband met feestdagen en bijzondere evenementen andere inzameldagen vaststellen. Dit wordt - voor zover mogelijk - bekend gemaakt op de afvalkalender en anders in de lokale krant.
3 De Inzamelmiddelen worden aangeboden op de vastgestelde of afgesproken inzameldag tussen 6:00 uur en 7:30 uur of op de dag voorafgaande aan de inzameldag vanaf 20:00 uur.
4 Afvalstoffen in Inzamelvoorzieningen worden niet aangeboden tussen 23:00 uur en 7:00 uur.
Artikel 5.130 Algemene regels gebruik en aanbieden inzamelmiddelen 1 De volgende regels gelden voor het gebruik van de door de gemeente verstrekte inzamelmiddelen: a. de door de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij het perceel; b. het maximum aantal minicontainers per afvalstroom is twee minicontainers (kliko's), ongeacht het volume van de minicontainer; c. de gebruiker went zich tot de inzameldienst indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door de gemeente verstrekt inzamelmiddel wordt aangetroffen. d. de gebruiker went zich tot de inzameldienst bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door de gemeente verstrekt inzamelmiddel; e. de inzamelmiddelen blijven eigendom van de gemeente en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden; f. de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom; en g. de Inzamelmiddelen en Inzamelvoorzieningen worden zodanig gebruikt dat deze geen overlast voor derden veroorzaken.
2 De volgende regels gelden voor de plaats en de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen worden aangeboden: a. inzamelmiddelen en inzamelvoorziening: 1. inzamelmiddelen worden netjes op een rij op het voetpad geplaatst, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg of op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst worden opgevolgd; 2. inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen worden goed gesloten; 3. uit het inzamelmiddel en de inzamelvoorziening mag geen huishoudelijk afval steken; 4. afvalstoffen die ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en die na inzameling daardoor in het inzamelmiddel zijn achtergebleven, worden onverwijld door de gebruiker uit het inzamelmiddel verwijderd; 5. het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden
39
inzamelmiddel is in zijn totaliteit niet zwaarder dan 50 kilogram; 6. afvalstoffen worden niet naast de inzamelvoorziening geplaatst; en 7. er worden geen wijzigingen aan de inzamelmiddelen gebracht, waaronder het aanbrengen van een containerslot of het verwijderen van de chip, anders dan ter verfraaiing; b. elektrische en elektronische apparatuur, hout, grof tuinafval, grof huishoudelijk afval: 1. de gebruiker neemt vóór de vastgestelde inzameldag, telefonisch of mondeling contact op met de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in Bijlage II Huishoudelijk afvalstoffen onder 3 om door te geven welke afvalstoffen hij zal aanbieden; 2. de afvalstoffen worden zoveel mogelijk in één of meer handzame bundels, gedemonteerd, samengevoegd, samengedrukt en samengebonden aangeboden; 3. de afvalstoffen hebben per inzameling in totaal geen grotere omvang dan 2 m³ en zijn per bundel afval niet zwaarder dan 30 kilogram; 4. de afvalstoffen worden zodanig aangeboden dat zij geen hinder of gevaar voor weggebruikers opleveren; 5. grof tuinafval heeft bij het aanbieden geen grotere afmeting dan 2 meter; 6. de afvalstoffen worden aangeboden op de plaats, die is aangewezen voor het ter inzameling aanbieden van inzamelmiddelen of bij de geplaatste inzamelvoorziening; en 7.
elektrische - en elektronische apparatuur en herbruikbare componenten uit het grof huishoudelijk afval die worden meegegeven aan een inzamelaar als bedoeld in Bijlage II Huishoudelijk afvalstoffen onder 3 worden op het eigen perceel en droog aangeboden.
3 Voor het brengen van afvalstoffen naar een afvalbrengstation gelden de volgende regels: a. het afvalbrengstation van de inzameldienst is het brengdepot waar de afvalstoffen, bedoeld in Artikel 5.131, kunnen worden achtergelaten; b. de afvalstoffen worden in de daartoe op het brengdepot aangewezen container of op de daartoe aangewezen plaats achtergelaten; c. de aanwijzingen van de medewerkers van de inzameldienst worden te allen tijde opgevolgd; d. een ieder legitimeert zich op verzoek van de medewerkers van de inzameldienst of een toezichthouder die burgemeester en wethouders hebben aangewezen; en e. bij het brengdepot kan maximaal 2 m3 aan afvalstoffen per inzameling worden achtergelaten.
Artikel 5.131 Algemene regels afvalscheiding In ieder geval worden de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen groente-, fruit- en tuinafval
dat van organische
en etensresten (GFT+e)
oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld
klein chemisch afval
huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de kca-lijst op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen,
glas
met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes,
40
stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van oud papier en karton
drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier plastic verpakkingen, blik en
plastic verpakkingen, blik en drankpakken
drankpakken als bedoeld in het kader van de Raamovereenkomst verpakkingen kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen
textiel
stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen
elektrische en elektronische apparatuur
de producten, bedoeld in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur hout dat is geïmpregneerd,
verduurzaamd hout
te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft+e-afval en vrijkomend bij de aanleg, het
grof tuinafval
onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout et cetera, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen
asbest en asbesthoudend
afval waarin zich asbest
afval
bevindt
41
volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in grof huishoudelijk afval
een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden producten met als
metalen
belangrijkste bestanddeel ferroof non-ferro
EPS
piepschuim/tempex schone banden van motoren
banden
en personenauto’s van maximaal 16 inch zonder velgen vlak en glad glas dat is
vlakglas
gebruikt in woning- en utiliteitsbouw
incontinentieafval
afval van incontinentiemateriaal dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen
gips
dat bestaat uit gips, voor zover geen bouw- en of sloopafval afval afkomstig uit
huishoudelijk restafval
particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in de deelstromen restanten van voor
frituurvet en plantaardige olie
consumptie bestemd frituurvet en plantaardige olie
Artikel 5.132 Algemene regels verboden huishoudelijke afvalstoffen 1 Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in Artikel 5.127, tweede lid onder b; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in Artikel 5.127, tweede lid; c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in Artikel 5.130, tweede lid; en d. ter inzameling aan te bieden anders dan de in Artikel 5.129 genoemde dagen en tijden.
2 Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in Artikel 5.131, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; of b. achter te laten op een inzamelplaats, als bedoeld in Artikel 5.130, tweede lid onder b.
3
42
Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden, bedoeld in Artikel 5.132, eerste lid onder d, buiten een perceel te laten staan.
4 Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, omver te werpen of deze anderszins te behandelen.
Artikel 5.133 Informatieplicht inzamelen oud papier en karton Jaarlijks verstrekt de inzamelaar uiterlijk in de maand januari het college een rapport waarin staat hoeveel oud papier en karton is ingezameld in het voorgaande kalenderjaar.
Paragraaf 5.8.3 Bedrijfsafvalstoffen Artikel 5.134 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen.
Artikel 5.135 Algemene regels inzameling bedrijfsafvalstoffen De inzameldienst van huishoudelijke afvalstoffen verzamelt ook categorieën bedrijfsafvalstoffen die qua aard en samenstelling vergelijkbaar zijn met de volgende huishoudelijke afvalstoffen: a. bij basisscholen voor wat betreft de inzameling van GFT+e-afval, papier en karton en plastic verpakkingen, blik en drankpakken; en b. bij kantoren en winkels voor wat betreft de inzameling van kantoor-, winkel- en dienstenafval.
Artikel 5.136 Algemene regels aanbieden bedrijfsafvalstoffen Bedrijven, maatschappelijke organisaties en scholen die volgens Artikel 5.135 bedrijfsafvalstoffen aanbieden, bieden deze aan overeenkomstig de in Paragraaf 5.8.2 gestelde regels.
Artikel 5.137 Algemene regels verboden bedrijfsafvalstoffen Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst, over te dragen aan de inzameldienst of bij de inzamelplaats, bedoeld in Artikel 5.130, derde lid, achter te laten, tenzij Artikel 5.135 van toepassing is.
Paragraaf 5.8.4 Zwerfafval en overige Artikel 5.138 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op: a. het achterlaten van zwerfafval; b. het verontreinigen van de weg; c. het dumpen van afval; d. het opslaan van afval in de open lucht; en e. het achterlaten van autowrakken.
2 Voor zover in deze paragraaf wordt gesproken over milieubelastende activiteiten, wordt niet bedoeld: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld in Subparagraaf 5.4.2.2 of Subparagraaf 5.4.2.3; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en
43
g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.
Artikel 5.139 Specifieke zorgplicht zwerfafval De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4 houdt in ieder geval in dat: a. huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, niet worden achtergelaten in openbaar toegankelijk gebied, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen; b. reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in openbaar toegankelijk gebied wordt weggeworpen of achtergelaten, onmiddelijk worden opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde; c. degene die een locatie runt waar een milieubelastende activiteit is toegestaan en waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, zorg draagt voor de aanwezigheid in of nabij de locatie van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval; en d. degene die een locatie runt waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, binnen een straal van 25 meter rond de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen verwijderd die van de activiteit afkomstig zijn.
Artikel 5.140 Specifieke zorgplicht afval en verontreiniging op de weg 1 De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4 houdt in ieder geval in dat een weg als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, niet verontreinigd wordt door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.
2 Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of diens opdrachtgever zorgt direct na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 5.141 Algemeen verbod afval dumpen 1 Het is verboden buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.
2 Het tweede lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met dit omgevingsplan; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; en c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.
3 Indien de overtreder van het tweede lid onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit lid.
Artikel 5.142 Algemeen verbod afval opslaan open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan op te slaan, anders dan door het in overeenstemming met Paragraaf 5.8.2 aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 5.143 Algemeen verbod autowrakken
44
Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan: a. degene die een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.152 van het Besluit activiteiten leefomgeving verricht; b. degene die een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.276 van het Besluit activiteiten leefomgeivng verricht, waar motorvoertuigen worden onderhouden anders dan alleen wassen; of c. degene die in een ander land dan Nederland is gevestigd en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.7 van de Wet milieubeheer het autowrak naar dat land brengt.
45
Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud Afdeling 6.1 Gedoogplichten Artikel 6.1 Gedoogplicht voorzieningen voor verkeer en verlichting 1 De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen of voorzieningen ten behoeve van de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2 Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Afdeling 6.2 Instandhoudingsverplichtingen Paragraaf 6.2.1 Instandhoudingsverplichting woningbouwcategorieën Artikel 6.2 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van voldoende woonruimte; en b. het bereiken van een gevarieerd aanbod aan woonruimte.
Artikel 6.3 Normadressaat Aan de artikelen in deze paragraaf wordt voldaan door de eigenaar van de woning.
Artikel 6.4 Sociale huurwoningen 1 De doelgroep voor sociale huurwoningen zijn huishoudens - 1 met een inkomen dat niet hoger is dan het rekeninkomen zoals genoemd in artikel 14, derde lid, van de Wet op de huurtoeslag.
2 Een sociale huurwoning heeft een huurprijs tot de maximale huurgrens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
3 Sociale huurwoningen blijven gedurende een termijn van ten minste 25 jaar na eerste ingebruikname als sociale huurwoning beschikbaar.
Artikel 6.5 Sociale koopwoningen 1 De doelgroep voor sociale koopwoningen zijn huishoudens - 1 met een inkomen van niet meer dan € 55.000,-.
2 Een sociale koopwoning kent de volgende maximale koopsommen: a. € 255.750,- voor een appartement; b. € 281.400,- voor een tussenwoning; c. € 291.650,- voor een hoekwoning.
3 Voor indexatie van de bedragen in het tweede lid wordt het in Veenendaal-oost gehanteerde percentage aangehouden.
4 Sociale koopwoningen blijven gedurende een termijn van tenminste en ten hoogste 10 jaar na eerste ingebruikname voor de doelgroep beschikbaar.
Artikel 6.6 Middenhuurwoningen 1 De doelgroep voor middenhuurwoningen zijn huishoudens - 1 met een inkomen van niet meer dan € 55.000,-.
2 Een middenhuurwoning heeft een huurpijs vanaf de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de
46
huurtoeslag tot maximaal € 1000,- per maand.
3 Middenhuurwoningen blijven gedurende een termijn van tenminste 10 jaar na eerste ingebruikname voor de doelgroep beschikbaar.
Artikel 6.7 Algemene regels verbod Het is verboden af te wijken van de instandhoudingstermijnen, bedoeld in Artikel 6.4, derde lid, Artikel 6.5, vierde lid en Artikel 6.6, derde lid, danwel woningen te onttrekken aan de doelgroep.
47
Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen Afdeling 7.1 Kostenverhaal [gereserveerd]
48
Hoofdstuk 8 Procesregels Afdeling 8.1 Voorbereiding van besluiten Paragraaf 8.1.1 Erfgoed Artikel 8.1 Gemeentelijk erfgoedregister 1 Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens dit omgevingsplan onherroepelijk aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan de functie cultureel ergoed is toebedeeld.
2 Het gemeentelijk erfgoedregister bevat gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed.
Artikel 8.2 Aanwijzing gemeentelijke monumenten 1 Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente aan te wijzen als gemeentelijk monument.
2 Een monument of archeologisch monument kan worden aangewezen als gemeentelijk monument op basis van de volgende criteria: a. cultuurhistorische en wetenschappelijke waarde; b. architectuurhistorische en esthetische waarde; c. ensemblewaarde; d. gaafheid; e. herkenbaarheid; en f. zeldzaamheid.
3 Naast de criteria, bedoeld in het tweede lid, zijn de Veenendaalse criteria medebepalend om als gemeentelijk monument aangewezen te kunnen worden. Deze criteria geven specifiek uiting aan de Veenendaalse historie. Tot de Veenendaalse criteria behoren: a. religie: elementen die uitdrukking geven aan de geestelijke ontwikkeling o.a. (verenigings) gebouwen die specifiek bij een kerk(genootschap) behoorden; b. agrarische en ontginningsgeschiedenis: elementen die uitdrukking geven aan de landschappelijke ontwikkeling; c. militair erfgoed: elementen of patronen die uitdrukking geven aan de verdediging van Veenendaal en omstreken; d. industrieel erfgoed: elementen die uitdrukking geven aan de sociaal-economische ontwikkeling; e. herinneringswaarde: elementen die uitdrukking geven aan bepaalde gebeurtenissen of personen; en f. lokale architecten: ontwerpen die uiting geven aan een bepaald tijdsbeeld.
4 Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten; en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een omgevingsverordening.
Artikel 8.3 Voornemen tot aanwijzing Een voornemen om een gemeentelijk monument aan te wijzen, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
Artikel 8.4 Voorbescherming 1 De bescherming van Paragraaf 5.6.2 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument
49
ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 8.3 is bekendgemaakt.
2 De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd.
Artikel 8.5 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit 1 Op een aanvraag om aanwijzing wordt besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag.
2 De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijk monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijk monument.
Artikel 8.6 Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving 1 De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
2 Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 8.7 Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1 Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.
2 Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is Paragraaf 8.1.1 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
3 Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een omgevingsverordening. Het vervallen van de aanwijzing wordt direct verwerkt in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 8.8 Aanwijzing beeldbepalende panden 1 Een pand kan worden aangewezen als beeldbepalend pand op basis van de volgende criteria: a. cultuurhistorische en wetenschappelijke waarde; b. architectuurhistorische en esthetische waarde; c. ensemblewaarde; d. gaafheid; e. herkenbaarheid; en f. zeldzaamheid.
2 Naast de criteria, bedoeld in het eerste lid, zijn de Veenendaalse criteria medebepalend om als beeldbepalend aangewezen te kunnen worden. Deze criteria geven specifiek uiting aan de Veenendaalse historie. Tot de Veenendaalse criteria behoren: a. religie: elementen die uitdrukking geven aan de geestelijke ontwikkeling o.a. (verenigings) gebouwen die specifiek bij een kerk(genootschap) behoorden; b. agrarische en ontginningsgeschiedenis: elementen die uitdrukking geven aan de landschappelijke ontwikkeling; c. militair erfgoed: elementen of patronen die uitdrukking geven aan de verdediging van Veenendaal en omstreken; d. industrieel erfgoed: elementen die uitdrukking geven aan de sociaal-economische ontwikkeling;
50
e. herinneringswaarde: elementen die uitdrukking geven aan bepaalde gebeurtenissen of personen; en f. lokale architecten: ontwerpen die uiting geven aan een bepaald tijdsbeeld;
Artikel 8.9 Voornemen tot aanwijzing Een voornemen om een beeldbepalend pand aan te wijzen, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
Artikel 8.10 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit 1 Op een aanvraag om aanwijzing wordt besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag.
2 De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het beeldbepalende pand, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het beeldbepalende pand.
Artikel 8.11 Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
Afdeling 8.2 Advies [gereserveerd] Afdeling 8.3 Maatschappelijk draagvlak [gereserveerd] Afdeling 8.4 Andere bestuursorganen [gereserveerd] Afdeling 8.5 Overige procesregels [gereserveerd]
51
Hoofdstuk 9 Handhaving Artikel 9.1 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk is van toepassing op de uitvoeringstaak, bedoeld in artikel 18.18, tweede lid, van de Omgevingswet en de handhavingstaak, bedoeld in artikel 18.1 van de Omgevingswet, door of in opdracht van burgemeester en wethouders.
Artikel 9.2 Betrokkenheid van de raad De raad ziet toe op de hoofdlijnen van het door burgemeester en wethouders gevoerde beleid voor de kwaliteit van de uitvoeringstaak en handhavingstaak, in het licht van de door de raad vastgestelde kaders voor de fysieke leefomgeving in de Omgevingsvisie.
Artikel 9.3 Kwaliteitsdoelen 1 Burgemeester en wethouders beoordelen de kwaliteit van de uitvoeringstaak en handhavingstaak in het licht van de daarvoor door hen op grond van artikel 13.5, eerste lid, van het Omgevingsbesluit gestelde doelen.
2 De doelen hebben in ieder geval betrekking op: a. de dienstverlening; b. de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; en c. de financiën.
Artikel 9.4 Kwaliteitsborging 1 Op de uitvoeringstaak en de handhavingstaak door of in opdracht van burgemeester en wethouders zijn de actuele kwaliteitscriteria van toepassing die in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkeld en beschikbaar gesteld zijn inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast.
2 Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de raad.
3 Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of niet konden worden nageleefd, doen burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd opgave.
52
Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie [gereserveerd]
53
Hoofdstuk 11 Overgangsrecht Afdeling 11.1 Overgangsrecht Artikel 11.1 Lopende procedures besluiten op aanvraag of ambtshalve besluiten 1 Als dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing wordt en voor dat moment een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.
2 Als dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing wordt en voor dat moment een ontwerp van een ambtshalve te nemen besluit ter inzage is gelegd op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.