3. Gewijzigde vaststelling 1e wijziging Omgevingsplan, deel I - Omgevingsplan deel I
Tekst van het document
OMGEVINGSPLAN DEEL I Gemeente Veenendaal
INHOUDSOPGAVE Regels
4
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
5
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
5
Artikel 1.2 Overige begripsbepalingen
7
Hoofdstuk 2 Doelen
8
Afdeling 2.1 Doel omgevingsplan
8
Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden [gereserveerd]
8
Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden [gereserveerd]
8
Hoofdstuk 3 Programma's [gereserveerd]
9
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
10
Afdeling 4.1 Gebiedstypen
10
Afdeling 4.2 Specifieke beschermde gebieden
10
Afdeling 4.3 Thema's [gereserveerd]
10
Hoofdstuk 5 Activiteiten
11
Afdeling 5.1 Inleidende bepalingen
11
Afdeling 5.2 Benutten van de fysieke leefomgeving
12
Afdeling 5.3 Bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten
12
Afdeling 5.4 Milieubelastende activiteiten
16
Afdeling 5.5 Activiteiten in openbaar toegankelijk gebied
19
Afdeling 5.6 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed
31
Afdeling 5.7 Activiteiten met betrekking tot flora en fauna
36
Afdeling 5.8 Activiteiten met betrekking tot afval
38
Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud
46
Afdeling 6.1 Gedoogplichten
46
Afdeling 6.2 Instandhoudingsverplichtingen
46
Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen
48
Afdeling 7.1 Kostenverhaal [gereserveerd]
Hoofdstuk 8 Procesregels
48
49
Afdeling 8.1 Voorbereiding van besluiten
49
Afdeling 8.2 Advies [gereserveerd]
51
Afdeling 8.3 Maatschappelijk draagvlak [gereserveerd]
51
Afdeling 8.4 Andere bestuursorganen [gereserveerd]
51
Afdeling 8.5 Overige procesregels [gereserveerd]
51
Hoofdstuk 9 Handhaving
52
Artikel 9.1 Toepassingsbereik
52
Artikel 9.2 Betrokkenheid van de raad
52
Artikel 9.3 Kwaliteitsdoelen
52
Artikel 9.4 Kwaliteitsborging
52
1
Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie [gereserveerd]
53
Hoofdstuk 11 Overgangsrecht
54
Afdeling 11.1 Overgangsrecht
54
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen
56
Afdeling 12.1 Overige bepalingen
56
Hoofdstuk 13 [Gereserveerd]
57
Hoofdstuk 14 [Gereserveerd]
58
Hoofdstuk 15 [Gereserveerd]
59
Hoofdstuk 16 [Gereserveerd]
60
Hoofdstuk 17 [Gereserveerd]
61
Hoofdstuk 18 [Gereserveerd]
62
Hoofdstuk 19 [Gereserveerd]
63
Hoofdstuk 20 [Gereserveerd]
64
Hoofdstuk 21 [Gereserveerd]
65
Hoofdstuk 22 ACTIVITEITEN
66
Afdeling 22.1 ALGEMEEN
66
Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN
66
Afdeling 22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN
79
Afdeling 22.4 AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER GELUIDPRODUCTIEPLAFONDS
130
Afdeling 22.5 OVERIGE ACTIVITEITEN
133
Bijlage I Overzicht informatieobjecten
138
Bijlage II Huishoudelijk afvalstoffen
139
Inzamelaars huishoudelijk afval
Toelichting Algemene Toelichting
139
141 142
1 Inleiding
142
1.1 Toelichting op hoofdlijnen
142
1.2 Structuur Omgevingsplan deel I
142
2 Toelichting op hoofdstukken
142
Artikelgewijze Toelichting
144
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
144
Hoofdstuk 2 Doelen
144
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
144
Hoofdstuk 5 Activiteiten
144
Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud
169
Hoofdstuk 8 Procesregels
169
Hoofdstuk 9 Handhaving
170
Hoofdstuk 11 Overgangsrecht
172
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen
172
2
Hoofdstuk 22 ACTIVITEITEN
172
3
REGELS
4
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen aansluitleiding het particulier riool, de ontstoppingsput en de perceelaansluitleiding tezamen; aansluitpunt 1; bij gemengde en gescheiden rioolstelsels: het punt, waar de perceelaansluitleiding is aangesloten op de ontstoppingsput, tenzij het gaat om buizen met een andere diameter dan ø125 of ø160 voor hemelwaterafvoer; 2; bij buizen met een andere diameter dan ø125 of ø160 voor hemelwaterafvoer: het punt gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten; 3; bij een drukriool: het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput; afvalfracties Categorieën of soorten afval binnen de gehele afvalstroom die gescheiden kunnen worden ingezameld en verwerkt; bewoner een persoon die blijkens de Basisregistratie Personen ingeschreven staat in de gemeente Veenendaal; bronneringswater grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand; drukriool het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk; evenement In dit hoofdstuk wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a; bioscoop- en
theatervoorstellingen; b; markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef onder g van de Gemeentewet; c; kansspelen als bedoeld in de Wet op kansspelen; d; het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e; betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoedl in de Wet openbare manifestaties; f; vertoningen op openbare plaatsen; g; speelgelegenheden; en h; sportwedstrijden; gemengd rioolstelsel het openbaar riool voor de gezamenlijke afvoer van afvalwater en hemelwater; gescheiden rioolstelsel het openbaar riool voor de gescheiden afvoer van afvalwater en hemelwater; gestapelde woning een woning die zich bevindt in een woongebouw dat bestaat uit twee of meer boven- of nagenoeg boven- elkaar gesitueerde woningen; handelsreclame iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; hemelwaterriool het gedeelte van het openbaar riool bestemd voor de afvoer van hemelwater; houder van een motorvoertuig degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens of degene die door middel van een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bezitter is van het
5
motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven; huishoudens - 1 een huishouden, bestaande uit een natuurlijk persoon en zijn niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerd partner, of degene die met hem een gezamenlijke huishouding voert of zal gaan voeren in de te huren of aan te kopen woning, niet zijnde kinderen of pleegkinderen; Er kunnen niet meer dan twee personen tot het aldus gedefinieerde huishouden behoren; industrieel afvalwater afvalwater afkomstig van terreinen die voor bedrijfsactiviteiten worden gebruikt; Het gaat hier niet om huishoudelijk afvalwater of afvloeiend hemelwater; inzamelmiddel een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel die bij een perceel hoort; inzamelvoorziening een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats voor een perceel ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' of een groep van percelen; kwaliteitscriteria de in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde vigerende kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast; middenhuurwoning huurwoning als bedoeld in artikel 5;161c lid 1
onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving; motorvoertuig motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; normaal onderhoud van een monument noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van de monumentale waarde van een gemeentelijk monument; ontstoppingsput een door de gemeente ter hoogte van de erfgrens op particulier terrein te plaatsen put in de aansluitleiding, waarin de werking van de rioolaansluiting onderzocht kan worden; onversterkte muziek muziek die niet elektronisch is versterkt; openbaar riool het gedeelte van het riool dat bij de gemeente in eigendom en beheer is en dat wordt gebruikt voor inzameling en transport van afvalwater, hemelwater of drainagewater, met inbegrip van de daartoe behorende putten, rioolgemalen, persleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard; openbaar water wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; parkeren parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; particulier riool de rioolleidingen binnens- en buitenshuis binnen de kadastrale grenzen van het perceel waarop het aan te sluiten gebouw staat; Het betreft de leidingen en alle bijbehorende voorzieningen - zoals een ontstoppingsput - tot aan het aansluitpunt; perceelaansluitleiding het riool en de voorzieningen die
daarvan deel uit maken, tussen het openbaar riool en het aansluitpunt; De perceelaansluitleiding wordt ook wel “uitlegger” genoemd; rechthebbende degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
6
rijksmonumentenregister register als bedoeld in artikel 3;3 van de Erfgoedwet; sociale huurwoning huurwoning als bedoeld in artikel 5;161c lid 1 onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving; sociale koopwoning woning als bedoeld in artikel 5;161c lid 1 onder b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; uitstalling een los voorwerp, geplaatst op openbare ruimte voor een gevel van een pand waarin een winkel is gevestigd, dat een onmiskenbare relatie heeft met de bedrijfsactiviteiten van de in dat pand gevestigde winkel, waaronder tevens wordt verstaan: 1; voorwerpen en stoffen die behoren tot het reguliere assortiment van een winkel; 2; uitstallingsmaterialen; 3; speelattracties.
Artikel 1.2 Overige begripsbepalingen Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in Artikel 1.1 daarvan is afgeweken.
7
Hoofdstuk 2 Doelen Afdeling 2.1 Doel omgevingsplan Artikel 2.1 Gemeentelijke omgevingsdoelen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beperken van overlast en hinder; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. de natuurbescherming; j. de kwaliteit van bouwwerken; k. de staat en werking van infrastructuur behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheer van infrastructuur; m. het beheer van watersystemen; n. het beheer van afvalstoffen; o. het beheer van natuurgebieden; p. het gebruik van bouwwerken; en q. het bevorderen van de toegankelijkheid van openbaar toegankelijk gebied voor personen.
Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden [gereserveerd] Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden [gereserveerd]
8
Hoofdstuk 3 Programma's [gereserveerd]
9
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Gebiedstypen Artikel 4.1 Ambtsgebied Veenendaal Het Ambtsgebied van de gemeente Veenendaal bestaat uit meerdere gebiedstypen die nog nader worden uitgewerkt.
Afdeling 4.2 Specifieke beschermde gebieden Artikel 4.2 Gemeentelijke monumenten Er zijn Gemeentelijke monumenten, waar de regels gelden van Paragraaf 5.6.2 en de regels uit Subparagraaf 22.2.7.2 en Subparagraaf 22.2.7.3.
Artikel 4.3 Beeldbepalende panden Er zijn Beeldbepalende panden, waar de regels gelden van Paragraaf 5.6.3.
Artikel 4.4 Integrale ensembles Er zijn Integrale ensembles, waar de regels gelden van Paragraaf 5.6.4
Artikel 4.5 Stedenbouwkundige ensembles Er zijn Stedenbouwkundige ensembles, waar de regels gelden van Paragraaf 5.6.5.
Artikel 4.6 Bebouwingscontour houtkap Er is een Bebouwingscontour houtkap, waar de regels uit afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn.
Artikel 4.7 Bebouwingscontour jacht Er is een Bebouwingscontour jacht, waar het op grond van artikel 11.71, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving verboden is om jacht uit te oefenen met een geweer.
Artikel 4.8 Waardevolle bomen Er zijn waardevolle bomen, waar de regels gelden van Paragraaf 5.7.3.
Afdeling 4.3 Thema's [gereserveerd]
10
Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Inleidende bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Deze afdeling heeft betrekking op alle activiteiten die met dit omgevingsplan geregeld worden.
Artikel 5.2 Voorrangsregeling De regels voor activiteiten in Paragraaf 5.5.7 en Paragraaf 5.5.10 worden niet in strijd met de bouw- en gebruiksregels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, toegepast.
Artikel 5.3 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 5.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Artikel 5.5 Algemeen verbod Het is verboden locaties waar op grond van dit omgevingsplan bepaalde activiteiten zijn toegestaan, te gebruiken in strijd met de regels van Hoofdstuk 5.
Artikel 5.6 Maatwerkvoorschriften 1 Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de artikelen in dit hoofdstuk, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.
2 Met maatwerkvoorschriften kunnen burgemeester en wethouders de artikelen in dit hoofstuk aanvullen, nader invullen of ervan afwijken.
3 Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
Artikel 5.7 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.
Artikel 5.8 Algemene gegevens bij een informatieplicht Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht;
11
c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.
Artikel 5.9 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat 1 Voordat de naam of het adres, bedoeld in de Artikel 5.7 of Artikel 5.8, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan burgemeester en wethouders.
2 Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan burgemeester en wethouders.
Artikel 5.10 Gegevens en bescheiden op verzoek van burgemeester en wethouders 1 Op verzoek van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit hoofdstuk en maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
2 Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.
Afdeling 5.2 Benutten van de fysieke leefomgeving Paragraaf 5.2.1 Algemeen Artikel 5.11 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het waarborgen van de veiligheid.
Paragraaf 5.2.2 Gebruiksmelding Artikel 5.12 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het brandveilig gebruik van bouwwerken.
Artikel 5.13 Maatwerkregel gebruiksmelding In afwijking van artikel 6.7, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving in combinatie met de tabel bij artikel 6.6 onder 7a (logiesfunctie in een logiesgebouw) is het tevens verboden een logiesgebouw te gebruiken voor een logiesfunctie voor meer dan vier personen, zonder dit ten minste vier weken voor het begin van het gebruik van het bouwwerk te melden.
Afdeling 5.3 Bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten Paragraaf 5.3.1 Algemeen Artikel 5.14 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het garanderen van een goede bodemkwaliteit voor de beoogde functie of activiteit; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; d. het beschermen van het openbaar riool; e. het beperken van hinder; f. het beschermen van de gezondheid; g. het veilige en doelmatige gebruik van openbaar toegankelijk gebied; en h. het beschermen van in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken.
Paragraaf 5.3.2 Aanleggen en gebruik riolering Artikel 5.15 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op:
12
a. het aanleggen, wijzigen en verwijderen van riolering; b. het gebruik van riolering; en c. het beheer en onderhoud van riolering.
2 Voor zover in deze paragraaf wordt gesproken over milieubelastende activiteiten, wordt niet bedoeld: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld in Subparagraaf 5.4.2.2 of Subparagraaf 5.4.2.3; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.
3 Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.
Artikel 5.16 Specifieke zorgplicht gebruik riolering De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval in dat: a. het afvalwater geen stoffen mag bevatten die het materiaal van de rioleringen kunnen aantasten of het zuiveringsproces van de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen verstoren; en b. bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden aan een op het openbaar riool aangesloten perceel, door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool moeten worden getroffen dat schade aan of verzanding of verstopping van het openbaar riool of de perceelaansluitleiding wordt voorkomen.
Artikel 5.17 Algemene regels aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1 Een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk ligt zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
2 De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
3 Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.
Artikel 5.18 Algemene regels lozen grondwater bij ontwatering
13
In aanvulling op Artikel 22.140 geldt dat er: a. maximaal 40 m3/u bronneringswater op het hemelwaterriool wordt geloosd; en b. maximaal 5 m3/u bronneringswater op het vuilwaterriool wordt geloosd.
Artikel 5.19 Algemene regel afvalwater in openbaar vuilwaterriool Een lozing van industrieel afvalwater op het openbaar vuilwaterriool dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dient te voldoen aan de eisen van bijlage I, afdeling C, bij de richtlijn stedelijk afvalwater of diens rechtsopvolgers.
Artikel 5.20 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten aansluiting riool 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen.
2 Er wordt één omgevingsvergunning per kadastraal perceel verleend, waarin alle aansluitingen voor het betreffende perceel afzonderlijk worden vermeld.
Artikel 5.21 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning aansluiting riool Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.20, worden de volgende gegevens verstrekt: a. de gewenste datum van uitvoering; b. de ligging van het aan te sluiten perceel: 1. aan de hand van straat en huisnummer of, als nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel; en 2. aangegeven op een situatieschets 1:500 of grotere schaal; c. voor zover het lozing van afvalwater van een locatie betreft waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij wordt aangegeven of niet verontreinigd water, zoals regen- of koelwater, of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of bedrijfsafvalwater, zal worden afgevoerd; d. of het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft, of dat er daarnaast hemelwater zal worden afgevoerd; en e. van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens: 1. de dimensionering; en 2. de plaats van de afvalwater- en hemelwaterafvoerleidingen, waarbij op de situatieschets een duidelijk verschil in kleur, tekst of symbolen tussen de leidingen is aangebracht.
Artikel 5.22 Beoordelingsregels omgevingsvergunning aansluiting riool 1 Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.20 kan alleen worden verleend voor: a. de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater als ter plaatse een gemengd rioolstelsel aanwezig is, met dien verstande dat het afvalwater en hemelwater tot aan de ontstoppingsput gescheiden wordt aangeboden; b. de afvoer van huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater naar het vuilwaterriool als ter plaatse een gescheiden rioolstelsel aanwezig is; c. de afvoer van hemelwater naar het hemelwaterriool als ter plaatse een gescheiden rioolstelsel aanwezig is; of d. de afvoer van huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater als ter plaatse een drukriool aanwezig is.
2 Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.20 wordt verleend als de aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen niet bezwaarlijk is.
3 Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.20 wordt niet verleend als:
14
a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de hoogteligging van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt afwijkt van de bij voorschrift als bedoeld in Artikel 5.24 bepaalde hoogte; c. de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij maatregelen worden getroffen om terugvloeien van het water in een lozingstoestel te voorkomen; d. door de aansluiting gemeenschappelijke lozing zou plaatsvinden van afvalwater, bronneringswater of hemelwater op een gescheiden rioolstelsel; e. het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren; f. de aansluiting wordt gebruikt voor lozing van drainagewater; g. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of via retourbemaling kan worden afgevoerd; h. de aansluiting op een vrijverval riool niet onder vrijverval plaatsvindt; i. verontreinigd hemelwater in geval van een gescheiden stelsel niet wordt afgevoerd via het vuilwaterriool; j. het af te voeren debiet van verontreinigd hemelwater in geval van een gescheiden stelsel groter is dan 5 l/sec/ha; k.
de afvoer van hemelwater vanuit laadkuilen niet op het buizenstelsel bestemd voor afvoer van afvalwater wordt aangesloten of wanneer de afvoer groter is dan 5 l/sec/ha; l. het afvalwater dat naar het drukriool wordt afgevoerd hemelwater bevat; m. lozingsvoorzieningen zoals een septic-tank of beerput onderdeel uitmaken van een aansluitleiding; of n. vanuit een nieuwe woning regenwater en afvalwater niet gescheiden worden gehouden tot aan de ontstoppingsput.
Artikel 5.23 Intrekken of wijzigen van de omgevingsvergunning aansluiting riool Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.20 kan worden ingetrokken of worden gewijzigd als: a. de bepalingen van dit omgevingsplan of de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; b. het gebruik van een aansluiting waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt beëindigd; c. het gebruik van de aansluiting niet overeenkomstig de bij de verkrijging van de omgevingsvergunning verstrekte gegevens is; d. er wijzigingen optreden in de aard en het type water (afvalwater, hemelwater, bronneringswater) dat wordt afgevoerd; of e. de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de omgevingsvergunning nog geen verzoek heeft ingediend de aansluiting of wijziging van de aansluiting te realiseren.
15
Artikel 5.24 Voorschriften omgevingsvergunning aansluiting riolering Als voorschrift bij een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.20 voor aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c.
of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.
Artikel 5.25 Informatieplicht beëindiging van of gebreken aan aansluitleiding 1 Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd stelt de rechthebbende burgemeester en wethouders hiervan in kennis.
2 Bij het ontdekken van gebreken aan de aansluitleiding, is de omgevingsvergunninghouder verplicht hiervan onmiddellijk kennis te geven aan de gemeente.
Artikel 5.26 Maatwerkvoorschriften aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater Met een maatwerkvoorschrift als bedoeld in Artikel 5.6 kan in ieder geval worden bepaald of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.
Afdeling 5.4 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 5.4.1 Algemeen Artikel 5.27 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen en beperken van hinder en overlast; en b. het beschermen van het milieu.
Paragraaf 5.4.2 Activiteiten met geluidshinder of hinder door verlichting Subparagraaf 5.4.2.1 Onversterkte muziek Artikel 5.28 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op het ten gehore brengen van onversterkte muziek.
2 Voor zover in deze paragraaf wordt gesproken over milieubelastende activiteiten, wordt niet bedoeld: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement:
16
1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld in Subparagraaf 5.4.2.2 of Subparagraaf 5.4.2.3; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.
Artikel 5.29 Algemene regels onversterkte muziek 1 Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek op een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, is in afwijking van Artikel 22.63, het geluid niet hoger dan de waarde in tabel 5.4.1 en geldt bij het toepassen van tabel 5.4.1 dat: a. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein; b. de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; c. de beoordeling plaatsvindt aan de hand van paragraaf 6.2.1 van de Omgevingsregeling; d. Tabel (LAr,LT staat voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveau): Tabel 5.4.1 Waarde voor geluid op en in een geluidsgevoelig gebouw bij het ten gehore brengen onversterkte muziek op een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan 7.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur LAr,LT op de gevel van geluidsgevoelige
55 dB(A)
50 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
gebouwen
23.00 – 7.00 uur 40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige geluidsgevoelige
25 dB(A)
gebouwen
2 Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek.
Subparagraaf 5.4.2.2 Collectieve festiviteiten Artikel 5.30 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op geluidhinder en lichthinder bij collectieve festiviteiten.
2 Onder een collectieve festiviteit wordt bedoeld een festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal locaties waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, is verbonden.
3 Als een milieubelastende activiteit als bedoeld in lid 2 wordt niet bedoeld: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; d. een evenement:
17
1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld in Subparagraaf 5.4.2.2 of Subparagraaf 5.4.2.3; e. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en f. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.
Artikel 5.31 Algemene regels collectieve festiviteiten 1 Burgemeester en wethouders maken een aanwijzing van collectieve festiviteiten ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
2 Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit onmiddelijk als collectieve festiviteit aanwijzen.
3 Tijdens een door burgemeester en wethouders aangewezen collectieve festiviteit, gelden de geluidsnormen, bedoeld in Subparagraaf 22.3.4.2, en de regels over verlichting voor sportuitoefening, bedoeld in Paragraaf 22.3.22, niet.
Subparagraaf 5.4.2.3 Incidentele festiviteiten Artikel 5.32 Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op geluidhinder bij incidentele festiviteiten.
2 Onder een incidentele festiviteit wordt bedoeld een festiviteit die verbonden is aan één of een klein aantal locaties waar een milieubelastende activiteit is toegestaan.
3 Voor zover in deze paragraaf wordt gesproken over milieubelastende activiteiten, wordt niet bedoeld: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld in Subparagraaf 5.4.2.2 of Subparagraaf 5.4.2.3; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.
Artikel 5.33 Algemene regels incidentele festiviteiten 1 In afwijking van Subparagraaf 22.3.4.2 is het is toegestaan om bij het houden van incidentele festiviteiten op een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, voor maximaal vier dagen of dagdelen per kalenderjaar een andere geluidsnorm toe te passen, als het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de festiviteit op de gevel van geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 20 dB(A) hoger zijn dan de reguliere geluidsnorm.
2
18
De geluidsnorm, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan en niet voor de buitenruimte.
3 Tijdens een incidentele festiviteit wordt het ten gehore brengen van muziek van zondag tot en met donderdag om uiterlijk 23.00 uur en op vrijdag en zaterdag om uiterlijk 24.00 uur beëindigd.
4 Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, met uitzondering van voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
5 In afwijking van Paragraaf 22.3.22 is het voor maximaal 4 dagen of dagdelen per kalenderjaar toegestaan om bij het houden van incidentele festiviteiten op een locatie waar een milieubelastende activiteit de verlichting langer aan te houden voor sportactiviteiten.
Artikel 5.34 Meldingsplicht incidentele festiviteiten 1 Het is verboden een inicidentele festiviteit te houden op een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan zonder dit ten minste tien werkdagen voor het begin ervan te melden
2 De houder van de locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan verstrekt bij de melding: a. de locatie waar de festiviteit plaatsvindt; en b. de voorgenomen tijdsduur van de festiviteit.
Afdeling 5.5 Activiteiten in openbaar toegankelijk gebied Paragraaf 5.5.1 Algemeen Artikel 5.35 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het waarborgen en bevorderen van de toegankelijkheid van openbaar toegankelijk gebied; c. het beperken van hinder; d. het beschermen van het openbaar groen; e. het verdelen van schaarse ruimte; f. de parkeerregulatie in het centrum en de ring daarbuiten; g. het waarborgen en bevorderen van de verkeersveiligheid; h. de natuurbescherming; i. het beschermen van het milieu; en j. het beschermen van het uiterlijk aanzien van openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 5.36 Specifieke zorgplicht gebruik van de weg De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in dat het beoogde gebruik van de weg geen: a. schade toebrengt aan de weg; b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; en c. belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
Paragraaf 5.5.2 Activiteiten met betrekking tot objecten op of aan de weg Subparagraaf 5.5.2.1 Tijdelijke reclame plaatsen op of aan de weg Artikel 5.37 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over: a. het verspreiden van reclame;
19
b. het plaatsen van mobiele billboards voor een tijdelijke periode; c. het beplakken van plakzuilen met handelsreclame voor een tijdelijke periode; d. het plaatsen van aankondigingsborden voor een tijdlelijke periode; e. het plaatsen van driekhoeksborden/sandwichborden voor een tijdelijke periode; f. het plaatsen van spandoeken voor een tijdelijke periode; g. het plaatsen van verwijsbordjes voor een tijdelijke periode; en h. het plaatsen van tijdelijke reclame op of aan de openbare weg in beheer bij de gemeente.
Artikel 5.38 Specifieke zorgplicht reclame De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het plaatsen en verspreiden van reclame in ieder geval in dat: a. de verspreider van flyers achteraf de op straat achtergebleven of weggegooide flyers opruimt; en b. de objecten die op of boven de openbare weg worden geplaatst, zijn voorzien van een solide constructie.
Artikel 5.39 Algemene regels mobiele billboards 1 Mobiele billboards zijn alleen toegestaan binnen het gebied Mobiele billboards en worden alleen gebruikt voor: a. gemeenteraadsverkiezingen; b. provinciale verkiezingen; c. waterschapsverkiezingen; d. Tweede Kamerverkiezingen; of e. Europese verkiezingen.
2 De mobiele billboards worden uiterlijk binnen twee weken na de verkiezingsdatum verwijderd.
Artikel 5.40 Algemene regels verboden plakzuilen Het is verboden plakzuilen te beplakken met handelsreclame.
Artikel 5.41 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten aankondigingsborden Het is verboden zonder omgevingsvergunning aankondigingsborden op of aan de weg te plaatsen.
Artikel 5.42 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning aankondigingsborden Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.41 worden de volgende gegevens verstrekt: a. het gewenste aantal aankondiginigsborden; b. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie, lengte, breedte en hoogte van het object of de objecten; c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van het object of de objecten; d. een omschrijving van de gewenste typen reclame of aankondigingen; en e. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd.
Artikel 5.43 Beoordelingsregels omgevingsvergunning aankondigingsborden Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.41 wordt verleend als: a. de aanvraag niet meer dan 5 aankondigingsborden betreft; b. de afmetingen van de aankondigingsborden niet meer dan 1,22 meter bij 2,44 meter bedragen; c. de termijn van plaatsing niet langer is dan 14 dagen; d. de aankondigingsborden op een locatie worden geplaatst binnen het gebied aankondigings- en spanborden en deze gedurende de aangevraagde termijn ook beschikbaar is; e. de aankondigingsborden geen belemmering vormen voor de doorstroming van het fiets-, voet- en gemotoriseerde verkeer; en f. het gaat om een van de volgende type reclame of aankondigingen: 1. algemene overheids- en ideële reclame; 2. aankondiging van activiteiten met een sociaal-cultureel of sportief karakter; of
20
3. aankondiging van plaatselijke evenementen.
Artikel 5.44 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten driekhoeksborden / sandwichborden Het is verboden zonder omgevingsvergunning driekhoeksborden/sandwichborden op of aan de weg te plaatsen.
Artikel 5.45 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning driehoeksborden/sandwichborden Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.44 worden de volgende gegevens verstrekt: a. het gewenste aantal driehoeksborden en/of sandwichborden; b. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie, lengte, breedte en hoogte van het object of de objecten; c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van het object of de objecten; d. een omschrijving van de gewenste typen reclame of aankondigingen; en e. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd.
Artikel 5.46 Beoordelingsregels driehoeksborden/sandwichborden Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.44 wordt verleend als: a. de aanvraag niet meer dan 25 driekhoeksborden of sandwichborden betreft; b. de termijn van plaatsing niet langer is dan 14 dagen; c. de driekhoeksborden of sandwichborden op een locatie worden geplaatst binnen het gebied Driehoeksbordensandwichborden en deze gedurende de aangevraagde termijn ook beschikbaar is; d. het gaat om een van de volgende type reclame of aankondigingen: 1. algemene overheids- en ideële reclame; 2. aankondiging van activiteiten met een sociaal-cultureel of sportief karakter; of 3. aankondiging van plaatselijke evenementen met een algemeen doel met inbegrip van kermissen en circussen; e. de driehoeks/sandwichborden geen belemmering vormen voor de doorstroming van het fiets-, voet- en gemotoriseerde verkeer; f. geen reclame wordt gemaakt voor de verkoop van goederen of diensten; en g. de aanvrager het maximum van 6 omgevingsvergunningen per jaar nog niet heeft bereikt.
Artikel 5.47 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten spandoeken Het is verboden zonder omgevingsvergunning spandoeken te plaatsen op of aan de weg.
Artikel 5.48 Bijzondere aanvraagvereisten spandoeken Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.47 worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie, lengte, breedte en hoogte van het object of de objecten; b. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van het object of de objecten; c. een omschrijving van de gewenste typen reclame of aankondigingen; en d. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd.
Artikel 5.49 Beoordelingsregels omgevingsvergunning spandoeken Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.47 wordt verleend als: a. de spandoeken op een locatie worden geplaatst binnen het gebied spandoeken en deze gedurende de aangevraagde termijn ook beschikbaar is; b. de termijn van de plaatsing niet langer is dan 28 dagen; c. de aanvraag afkomstig is van een ideële instelling; d. de spandoeken geen belemmering vormen voor de doorstroming van het fiets-, voet- en gemotoriseerde verkeer; en e. er geen sprake is van commerciële aanduidingen of handelsreclame.
21
Artikel 5.50 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen verwijsbordjes Het is verboden zonder omgevingsvergunning verwijsbordjes te plaatsen op of aan de weg.
Artikel 5.51 Bijzondere aanvraagvereisten verwijsbordjes Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.50 worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie, lengte, breedte en hoogte van het object of de objecten; b. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van het object of de objecten; c. een omschrijving van de gewenste typen reclame of aankondigingen; en d. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd.
Artikel 5.52 Beoordelingsregels omgevingsvergunning verwijsbordjes Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.50 wordt verleend als: a. de afmetingen van de tijdelijke verwijsbordjes minder dan 60 centimeter bij 30 centimeter bedragen; b. de tijdelijke verwijsbordjes maximaal 1 dag voor plaatsvinding activiteit geplaatst worden en direct na afloop van de activiteit worden verwijderd; c. de tijdelijke verwijsbordjes niet voor belemmering van het zicht van verkeersdeelnemers zorgen; d. de tijdelijke verwijsbordjes geen belemmering vormen voor de doorstroming van het fiets-, voet- en gemotoriseerde verkeer; en e. het gaat om tijdelijke verwijsbordjes voor activiteiten van bedrijven, voor bedrijfsverhuizingen binnen de gemeente of voor bedrijven die wegens reconstructie van wegen tijdelijk moeilijk bereikbaar zijn.
Subparagraaf 5.5.2.2 Het gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie Artikel 5.53 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over: a. het plaatsen van uitstallingen op of aan de weg; en b. het gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie .
Artikel 5.54 Specifieke zorgplicht uitstallingen De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt voor het plaatsen van uitstallingen in ieder geval in dat: a. een uitstalling door omvang, vormgeving constructie, plaats of het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan openbaar toegankelijk gebied; b. een uitstalling of het beoogde gebruik daarvan geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid en het doelmatig en veilig gebruik van openbaar toegankelijk gebied en geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van openbaar toegankelijk gebied; c. een uitstalling of het beoogde gebruik daarvan geen overlast oplevert voor derden; d. een uitstalling geen risico oplevert voor de veiligheid; en e. de ondernemer van een uitstalling zorgt voor een schoon en ordelijk aanzien van de uitstalling en voor het schoonhouden van openbaar toegankelijk gebied in de directe omgeving daarvan.
Artikel 5.55 Algemene regels uitstallingen Bij het plaatsen van een uitstalling wordt voldaan aan de volgende regels: a. er is een vrije doorgang in een rechtdoorgaande lijn van minimaal 150 centimeter breed gewaarborgd voor onder andere voetgangers en rolstoelgebruikers; b. er is een vrije en onbelemmerde doorgang in een rechtdoorgaande lijn van minimaal 400 centimeter met een vrije hoogte van tenminste 420 centimeter aanwezig voor hulpdiensten; c. nooduitgangen van de eigen winkel en die van in de nabijheid gelegen onroerende zaken dienen altijd onbelemmerd te gebruiken te zijn; d. de uitstalling is alleen aanwezig op tijden dat de winkel voor het publiek geopend is;
22
e. de uitstalling is uitsluitend aanwezig op voor voetgangers bestemde delen van openbaar toegankelijk gebied binnen een uitstallingszone van maximaal 100 centimeter vanuit de gevel over de gehele gevelbreedte van de winkel; en f. de uitstalling vormt geen belemmering voor: 1. op de locatie van de uitstalling te verrichten (onderhouds)werkzaamheden; 2. evenementen; 3. markten; 4. kermissen; 5. andere festiviteiten; of 6. gebeurtenissen van algemeen belang.
Artikel 5.56 Algemene regels gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan Bij het gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan wordt voldaan aan de volgende regels: a. het terrein en straatmeubilair dient na afloop van de ingebruikneming in dezelfde staat, als waarin dit bij de aanvang van het gebruik verkeerde, te worden opgeleverd; en b. er wordt met het oog op de veiligheid van de weggebruikers een wegafzetting toegepast conform CROW 96b.
Artikel 5.57 Meldingsplicht gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan 1 Het is verboden de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie te gebruiken zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor: a. een evenement; en b. een standplaats.
3 Een melding bevat: a. het tijdstip en de duur van de activiteit; b. een situatietekening van de tijdelijke toestand; c. de omvang van de opslag van de roerende zaken; en d. de aard van de roerende zaken.
Paragraaf 5.5.3 Parkeerexcessen motorvoertuigen en aanhangwagens Artikel 5.58 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat: a. over het parkeren van motorvoertuigen en aanhangwagens op de openbare weg in beheer bij de gemeente; en b. de weg als werkplaats voor motorvoertuigen of aanhangwagens te gebruiken.
Artikel 5.59 Algemene regels verboden 1 Het is verboden een motorvoertuig of aanhangwagen waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
2 Het is verboden een motorvoertuig of aanhangwagen dat of die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
3
23
Het is verboden een motorvoertuig of aanhangwagen dat of die, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
4 Het derde lid is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het motorvoertuig of de aanhangwagen ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5.60 Algemeen verbod parkeren voertuig met handelsreclame Het is verboden een motorvoertuig of aanhangwagen dat of die is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
Artikel 5.61 Algemeen verbod parkeren voertuig anders dan verkeersdoeleinden 1 Het is verboden een motorvoertuig of aanhangwagen dat of die voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te parkeren.
2 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor campers.
Artikel 5.62 Aanwijzing vergunningsplichtige activiteiten meer dan drie voertuigen parkeren of weg als werkplaats gebruiken 1 Het is verboden voor degene die er zijn bedrijf, nevenenbedrijf of gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen om zonder omgevingsvergunning: a. drie of meer motorvoertuigen of aanhangwagens die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 35 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; of b. de weg als werkplaats voor motorvoertuigen of aanhangwagens te gebruiken.
2 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. motorvoertuigen of aanhangwagens waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. motorvoertuigen of aanhangwagens voor persoonlijk gebruik van de houder van een motorvoertuig.
Artikel 5.63 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning meer dan drie voertuigen parkeren of weg als werkplaats gebruiken Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in Artikel 5.62 worden de volgende gegevens verstrekt: a. de locatie aangegeven op een luchtfoto; b. de startdatum en de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van de motorvoertuigen; c. een omschrijving van een dringende reden om de motorvoertuigen of aanhangwagens op de weg te parkeren of de weg als werkplaats te gebruiken; d. het type motorvoertuigen; en e. kentekens van de motorvoertuigen.
Artikel 5.64 Beoordelingsregels omgevingsvergunning meer dan drie voertuigen parkeren of als werkplaats gebruiken Een omgevingsvergunning bedoeld in Artikel 5.62 wordt verleend als de aanvrager kan aantonen dat er een dringende reden is om de motorvoertuigen of aanhangwagens, bedoeld in het eerste lid, op de weg te parkeren of de weg als werkplaats te gebruiken.
Paragraaf 5.5.4 Het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
24
Artikel 5.65 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.
Artikel 5.66 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Artikel 5.67 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.66 worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening of foto met daarop de gewenste weg of wijziging van de weg; b. een planning van de werkzaamheden; en c. een foto van de bestaande situatie.
Artikel 5.68 Beoordelingsregels omgevingsvergunning aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg 1 Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.66 wordt verleend als: a. de activiteit niet ten koste gaat van de bruikbaarheid van de weg; b. de activiteit het waarborgen van de verkeersveiligheid niet in de weg staat; en c. de activiteit niet ten koste gaat van het aanwezige openbare groen.
2 Van het ten koste gaan van de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake als de aanleg van de weg voorafgaand aan het aanleggen van openbare voorzieningen, zoals riolering, water en gasvoorziening en verlichting, plaatsvindt.
Paragraaf 5.5.5 Het maken of veranderen van een uitrit Artikel 5.69 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg in beheer bij de gemeente.
Artikel 5.70 Algemene regel verbod Het is verboden een uitrit aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitrit te veranderen op onderstaande wegen: a. Bevrijdingslaan; b. Componistensingel; c. De Monding; d. De Reede; e. De Schans; f. Dichterslaan; g. Duivenwal; h. Gilbert van Schoonbekestraat; i. Goudvink; j. Grote Beer; k. Hoornzwaluw; l. Kleine Beer; m. Nijhofflaan;
25
n. Prins Clauslaan; o. Raadhuisstraat; p. Rondweg West; q. Vondellaan; r. Weverij; en s. Wiekslag.
Artikel 5.71 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten uitrit aanleggen of veranderen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitrit te veranderen.
2 Het eerste lid geldt niet als: a. het om een eerste uitrit gaat; b. er geen wijziging van openbaar toegankelijk gebied nodig is; c. er voor de aanleg van de uitrit geen bomen op particuliere grond worden verplaatst of verwijderd waarvoor een omgevingsvergunning voor kappen als bedoeld in Artikel 5.121 nodig is; d. de uitrit niet wordt aangelegd ter plaatse van een openbare parkeerplaats of een object in openbaar toegankelijk gebied; e. er geen voet- of fietspad tussen de uitrit en de openbare weg ligt; f. de afstand van de uitrit tot een kruising of bocht op de openbare weg ten minste 5 meter is; en g. de ruimte om de uitrit aan te leggen op het perceel ten minste 5 meter lang, in diepte gemeten vanaf de openbare weg, en ten minste 2,5 meter breed is.
Artikel 5.72 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning uitrit aanleggen of veranderen Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.71 worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening met daarop de gewenste ligging van de uitrit en de locatie van de uitrit aan het voor-, zij- of achtererf, door middel van de maatvoering; b. een foto van de bestaande situatie; c. de afmeting van de nieuwe uitrit of de te veranderen bestaande uitrit en de beoogde verandering daarvan; en d. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitrit.
Artikel 5.73 Beoordelingsregel omgevingsvergunning uitrit aanleggen of veranderen Een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 5.71 wordt verleend als: a. de uitrit niet is gelegen aan de wegen genoemd in Artikel 5.70; b. door de uitrit geen verkeersonveilige situatie kan ontstaan; c. de aanleg van de uitrit niet ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; d. er geen wijziging van openbaar toegankelijk gebied nodig is; e. het perceel niet al door een andere uitrit wordt ontsloten, en de aanleg van de tweede uitrit niet ten koste gaat van het openbaar groen; f. de afstand van de uitrit tot een kruising of bocht op de openbare weg niet minder is dan 5 meter; g. de ruimte om de uitrit aan te leggen op het perceel niet minder dan 5 meter lang, in diepte gemeten vanaf de openbare weg, of niet minder dan 2,5 meter breed is; en h. er voor de aanleg van de uitrit één of meerdere bomen verplaatst of verwijderd moeten worden en hiervoor een benodigde omgevingsvergunning voor kappen als bedoeld in Artikel 5.121 is verleend.
Paragraaf 5.5.6 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbaar toegankelijk gebied Artikel 5.74 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten die betrekking hebben op openbaar toegankelijk gebied:
26
a. het plaatsen of wijzigen van reclameobjecten op of aan onroerende zaken; b. het maken van handelsreclame op of aan onroerende zaken; c. het gebruik van winkelwagens; en d. het treffen van voorzieningen voor verkeer en openbare verlichting.
Artikel 5.75 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.4, houdt in ieder geval in dat: a. winkelwagens na gebruik niet onbeheerd in openbaar toegankelijk gebied worden achter gelaten; b. beplanting of een voorwerp niet wordt aangebracht op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat; c. beplanting of een voorwerp niet wordt behouden op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat; d. een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening niet worden geopend, onzichtbaar worden gemaakt of worden afgedekt door een persoon die daartoe niet bevoegd is; en e. degene die handelsreclame op of aan een onroerende zaak maakt of heeft door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding, zorg draagt voor het voorkomen van het in gevaar brengen van het verkeer of het ontstaan van ernstige hinder voor de omgeving.
Artikel 5.76 Algemene regels winkelwagens 1 Een winkelier die winkelwagens ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. direct te verwijderen of te doen verwijderen uit openbaar toegankelijk gebied in de omgeving van dat bedrijf.