CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.d OUD Bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan "Overgangszone Ambacht"26.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie

Het aspect ecologie lijkt op voorhand geen belemmering te vormen voor dit plan.

4.8

Geluid

4.8.1

Wettelijk kader

Tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh) is een koppeling gelegd. Dat blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. Als nadere invulling van deze voorwaarden heeft de gemeente Veenendaal de beleidsregel hogere waarden Wgh opgesteld. In het kader van de Wet geluidhinder liggen er zones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting. Binnen de geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting ter plaatse van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. Hierbij geldt een afzonderlijke toetsing per weg, spoorweg of industrieterrein. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluid reducerende maatregelen getroffen kunnen worden, waarbij de volgorde bron- overdracht- en ontvangermaatregelen de voorkeur geniet. Beleidsregel hogere waarden Pas als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde.

Voordat een hogere waarde vast te stellen dienen bron- en overdrachtsmaatregelen afgewogen te worden. In deze beleidsregel worden randvoorwaarden genoemd voor het toestaan van hogere geluidsbelastingen dan de voorkeurswaarde. De voorwaarden zijn geformuleerd als eis of als inspanningsverplichting. Indien niet aan de inspanningsverplichting kan worden voldaan dient de initiatiefnemer te motiveren waarom dit niet kan of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen. 4.8.2

Toetsing bouwplan

Binnen het plangebied zijn momenteel uitsluitend bedrijven gevestigd. Er is geen enkel geluidsgevoelig object binnen het plangebied aanwezig. Dit blijft met voorliggend plan ongewijzigd. De huidige geluidssituatie is reeds bij het bestemmingsplan 'Ambacht' onderzocht. Met het nieuwe plan wordt de milieucategorie verlaagd en komt er een geluidwerende muur. Eventuele geluidhinder wordt dus juist verminderd door dit plan. Dit is zinvol met het oog op de toekomstige ontwikkelingen binnen het Ambacht, als het gebied ten westen van de Groenveldselaan wordt getransformeerd naar gemengd gebied met onder andere wonen en werken. In het ruimtelijk plan voor dat gebied zal de akoestische situatie voor de geluidsgevoelige objecten binnen dat gebied onderzocht moeten worden. Een akoestisch onderzoek is voor dit plan niet noodzakelijk.

bestemmingsplan

23

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

4.8.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit plan.

4.9

Bedrijven- en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. De basis hiervoor vormt de Wet milieubeheer. In de VNG handreiking 'bedrijven en milieuzonering' 2009 zijn de aan te houden afstanden opgenomen. Hieraan wordt het plan dan ook getoetst. Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) dienen binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. 4.9.1

Toetsing bouwplan

In het plangebied zijn uitsluitend bedrijven gevestigd. Dit wijzigt niet met dit plan. In het bestemmingsplan 'Ambacht' was een milieucategorie 4.1 opgenomen. Hier mogen bedrijven zich vestigen die vanwege geluid, geur, stof of externe veiligheid op minimaal 200 meter van milieugevoelige objecten, zoals woningen, moeten zijn gevestigd. Voor gemengd gebied, zoals hier het geval, kan adviesafstand worden verkort tot 100 meter. Aan die afstanden wordt in de bestaande situatie voldaan. De verlaging van de milieucategorie en het opnemen van een bouwmogelijkheid voor een geluidbeperkende voorziening zijn bedoeld voor de toekomstige situatie binnen (de zone ten westen van het plangebied in) het Ambacht, waarvoor te zijner tijd een zelfstandig bestemmingplan/ afwijkingsbesluit wordt opgesteld waarin dit aspect voor die nieuwe ontwikkelingen moet worden getoetst. Het verlagen van de milieucategorie heeft uitsluitend positieve gevolgen voor milieugevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied. Toekomstige bedrijven vallen in een lagere milieucategorie, waardoor de geadviseerde afstand tot bijvoorbeeld omliggende woningen wordt vergroot, terwijl de feitelijke afstand gelijk blijft.

Richtafstandentabel uit de Handreiking bedrijven en Milieuzonering (VNG) Nu dit plan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is er ook andersom voor wat betreft

24

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht milieuzonering geen belemmering voor de bestaande bedrijven. Volgens het overgangsrecht mogen deze bedrijven hier aanwezig blijven en zoals gezegd vormen de bestaande afstanden tot milieugevoelige objecten geen bezwaar voor de huidige bedrijven. Komt er in de toekomst in de omgeving van deze bedrijven een nieuwe ontwikkeling die voorziet in nieuwe, milieugevoelige functies, dan moet in dat plan worden onderbouwd dat de bestaande bedrijven geen onevenredig nadelige gevolgen zullen ondervinden door die ontwikkeling. 4.9.2

Conclusie

Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit plan.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Wettelijk kader Voor luchtkwaliteit zijn de luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5.2) van de Wet milieubeheer van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze Wet is nader uitgewerkt in Besluiten en Regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (nibm), het Besluit gevoelige bestemmingen en de Regeling beoordeling de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (nibm) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit nibm bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3. De Regeling nibm is hier een nadere uitwerking van. Hierin is bepaald dat woningbouwprojecten tot 1.500 woningen en kantoren tot 100.000 m 2 zijn vrijgesteld van toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof. Besluit gevoelige bestemmingen Kinderen, ouderen en zieken zijn gevoeliger voor luchtvervuiling en worden daarom extra beschermd.

Op basis van het Besluit gevoelige bestemmingen gelden voor gevoelige bestemmingen nabij wegen zwaardere beperkingen. Zo mogen binnen 300 meter van rijkswegen en 50 meter vanaf provinciale wegen geen bestemmingen voor langdurig verblijf als kinderdagverblijven, scholen of verzorgingstehuizen worden gebouwd, als de wettelijke grenswaarden worden overschreden. Het Besluit verplicht overheden om onderzoek uit te voeren naar de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Voor gemeentelijke wegen geldt een zwaardere motiveringsplicht. Concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof De Omgevingsdienst heeft de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof voor het jaar 2015 en 2025 berekenend met het rekenmodel GeoMilieu. De wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde ligt op 40 microgram per m3. De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m3 wordt overschreden wanneer de concentraties gemiddeld op jaarbasis boven de 60 microgram per m3 uitkomen. 4.10.2 Toetsing bouwplan Omdat het plan niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen of gebruiksfuncties en alleen de bouw van een geluidwerende muur mogelijk maakt, kan worden geconcludeerd dat het plan niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. 4.10.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

bestemmingsplan

25

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

4.11

Mobiliteit

4.11.1 Wettelijk kader Op 26 november 2020 heeft de raad de Notitie parkeernormen Veenendaal 2020 vastgesteld. De parkeernormen zijn hiermee herzien. In het vastgestelde beleid worden flexibelere parkeernormen toegepast, waardoor er meer maatwerk mogelijk is bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Veenendaal. Hierbij wordt meer rekening gehouden met het bestaande stedelijk gebied en met de mogelijkheden om met andere vervoerswijzen te reizen naast de personenauto. Ook worden er fietsparkeernormen geïntroduceerd om de positie van Veenendaal als fietsstad verder te versterken. Tot slot kunnen initiatiefnemers van grote ruimtelijke ontwikkelingen met behulp van een mobiliteitsplan gemotiveerd een reductie op de parkeernormen verdienen door andere vormen van mobiliteit aan te bieden en gebruik te maken van de kwaliteiten die aanwezig zijn in de nabije omgeving van het plangebied. Op 21 april 2023 is de 'Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020, herziening 2023' vastgesteld. Dit is een actualisatie en minimale aanpassing/ verbetering van de notitie uit 2020. 4.11.2 Toetsing bouwplan Het plan maakt geen nieuwe bedrijfspanden, woningen of andere verblijfsobjecten mogelijk. De hoeveelheid verkeer en de verkeerssituatie wijzigen niet ten opzichte van de huidige planologische situatie. Per bouwplan zal worden getoetst of aan het huidige parkeerbeleid wordt voldaan.

Die werkwijze wordt nu ook al gehanteerd op grond van het 'Parapluplan 2022' en wijzigt daarmee niet. 4.11.3 Conclusie Het aspect mobiliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

4.12

M.e.r. beoordeling

In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) bestaat een belangrijk onderscheid tussen onderdeel C en onderdeel D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit onderdeel C geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden is een m.e.r. niet noodzakelijk. 4.12.1 Toetsing bouwplan De verlaging van de milieucategorie of de bouw van een (geluidwerende) muur staan ook niet genoemd in onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. Het opstellen van een (vormvrije) m.e.r. beoordeling is daarom niet vereist. Ook kan worden geconcludeerd dat belangrijke milieugevolgen naar aanleiding van dit plan zijn uitgesloten, omdat er op de bouw van een geluidwerende muur na, geen nieuwe ontwikkelingen met dit plan mogelijk worden gemaakt. Dit bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de verlaging van de milieucategorie en de bouw van een geluidwerende muur. Deze wijzigingen hebben hooguit positieve gevolgen voor het milieu. 4.12.2 Conclusie Het aspect m.e.r. vormt geen belemmering voor dit plan.

4.13

Totaalbeeld aspecten

Uit alle gevoerde onderzoeken komt naar voren dat het bestemmingsplan niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving.

26

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Hoofdstuk 5 5.1

JURIDISCHE PLANOPZET

Inleiding

Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding Zoals reeds eerder gesteld is de verbeelding gerelateerd aan de regels (en vice versa) en heeft tevens de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Verder kunnen er binnen een bestemming verklaringen zijn aangegeven. Deze hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken.

Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtsreeks burgers bindende werking.

5.2

De indeling van de planregels

De indeling van de planregels is als volgt: 5.2.1

Inleidende regels (hoofdstuk 1)

Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt tevens de wijze van peilbepaling. 5.2.2 Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Binnen dit plan komt alleen de bestemming 'Bedrijf' voor en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - Middelhoog'. Het plan kent twee soorten gebiedsaanduidingen: - veiligheidszone - bevi - 1 - invloedsgebied - veiligheidszone - bevi - 2 - invloedsgebied In paragraaf 5.3 wordt per bestemming aangegeven wat de gebruiksmogelijkheden en de bouwmogelijkheden zijn.

bestemmingsplan

27

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

5.2.3

Algemene regels (hoofdstuk 3)

Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels; Overige regels. 5.2.4 Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) In hoofdstuk 4 van de regels is het overgangsrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd. In de slotregel wordt genoemd hoe het plan kan worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen

Bedrijf Bestemmingsomschrijving Hier wordt omschreven voor welke doeleinden de gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt. Veel begrippen uit deze omschrijving worden nader toegelicht in de begripsbepalingen. Toegestaan zijn bedrijven of bedrijfsactiviteiten die vallen onder maximaal milieucategorie 2 zoals genoemd in de bijlage - Lijst van bedrijfsactiviteiten. De toegestane ondergeschikte horeca is bedoeld om een kantine bij een bedrijf mogelijk te maken. Deze mag gebruikt worden voor het bedrijf zelf en is niet extern gericht. Showrooms zijn toegestaan, mits deze niet ten behoeve van detailhande worden gebruikt. Het gaat hier dus om showrooms gericht op de zakelijke klant en niet op de particulier. Ook niet-zelfstandige kantoren als onderdeel van een bedrijf zijn toegestaan. Alleen als dit op de verbeelding is aangegeven met de aanduiding 'kantoor', mag er sprake zijn van een zelfstandig kantoor. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende muur' is een geluidbeperkende voorziening beoogd. Dit met het oog op de toekomstige woningbouw in Het Ambacht, ten westen van dit plangebied. Standaard voorzieningen zoals parkeer- en stallingsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructuur en groen en water zijn vanzelfsprekend ook toegestaan binnen deze bestemming. Verder is het begrip additionele voorzieningen opgenomen.

Deze voorzieningen vormen een onderdeel van de bestemming of functie en zijn daaraan ondergeschikt. Met deze ruime omschrijving worden meerdere voorzieningen aan de bestemming gekoppeld om flexibiliteit voor (kleine) bouwwerken/ voorzieningen in het plan mogelijk te maken. Gedacht kan worden aan: in- en uitritten, lichtmasten, opslag, en reclameobjecten en beeldende kunst. Bouwmogelijkheden Hier wordt omschreven wat er waar en binnen welke grenzen mag worden gebouwd. Gebouwen mogen alleen binnen een bouwvlak worden gebouwd. Het hele bouwvlak mag bebouwd worden. De op de verbeelding opgenomen bouwhoogte bedraagt de maximale bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen. Er geldt een basisregel om minimaal 5 meter uit de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen te bouwen. Die regel geldt echter niet volledig voor gebouwen met een oppervlakte van minder dan 1.000 m². Daarvoor geldt dat zij tot in de achterste perceelsgrens mogen worden gebouwd en tot in één van de zijdelingse perceelsgrenzen. Voor de andere zijdelingse grens/ grenzen geldt dus nog wel die minimale afstand van 5 meter. Voor het bouwen binnen de veiligheidszones - bevi - 1 invloedsgebied en bevi - 2 - invloedsgebied zijn regels opgenomen om te voorkomen dat er zeer kwetsbare objecten (binnen Bevi -1) worden gebouwd en dat er kwetsbare, zeer kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd (binnen Bevi - 2).

Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn enkele voorbeelden genoemd met een daaraan gekoppelde maximale bouwhoogte. Voor overige bouwwerken geldt een maximale hoogte van 12 meter, zoals ook in

28

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht het hiervoor geldende plan Het Ambacht was opgenomen. Verder wordt aangegeven dat reclame moet voldoen aan het reclamebeleid zoals dat geldt op het moment dat een aanvraag hiervoor wordt ingediend. Afwijken van de bouwregels Het plan kent meerdere binnenplanse afwijkingsbevoegdheden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1° van de Wabo. Burgemeester en wethouders krijgen hiermee de bevoegdheid om, onder de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden, een omgevingsvergunning in afwijking van de bouwregels te verlenen voor: 1) het bouwen van een bedrijfspand van meer dan 1.000 m² in de zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2) het bouwen van een fietsenstalling van 20 m² buiten het bouwvlak; 3) het bouwen van een bedrijfspand van maximaal 15 meter hoog (i.p.v. de standaard 12 meter) langs de Industrielaan; 4) het bouwen van niet-zelfstandige kantoren of zeer kwetsbare objecten binnen de veiligheidszone Bevi -1 - invloedsgebied.

Gebruiksmogelijkheden In deze paragraaf is opgesomd welk gebruik in ieder geval als strijdig gebruik wordt gerekend. Detailhandel is hier niet toegestaan, evenals grote lawaaimakers, vuurwerkopslag, zelfstandige horeca, zelfstandige kantoren (wel toegestaan binnen de aanduiding 'kantoor'), risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Bevi, bedrijfswoningen en opslag in de open lucht dat voor de voorgevelrooilijn of buiten het bouwvlak is geplaatst. Binnen de veiligheidszone - Bevi - 1 - invloedsgebied zijn geen zeer kwetsbare objecten als bedoeld in het Bevi. Voor veiligheidszone - Bevi - 2 - invloedsgebied geldt dat zowel kwetsbare, zeer kwetsbare als beperkt kwetsbare objecten niet zonder meer zijn toegestaan. Afwijken van de gebruiksregels Het plan kent diverse bevoegdheden voor burgemeester en wethouders om af te wijken van de gebruiksregels van het plan. Zo kan het volgende gebruik, onder voorwaarden, worden vergund: 1. Vergelijkbare bedrijven; 2. ABC detalilhandel; 3. Productie of reparatiegebonden, ondergeschikte detailhandel; 4. Detailhandel in professionele gereedschappen of grove bouwmaterialen; 5. Webshop met afhaalbalie; 6. Ondergeschikte daghoreca; 7. Beperkt kwetsbare obejcten binnen veiligheidszone - Bevi - 2 Waarde - Archeologie - Middelhoog (dubbelbestemming) Delen van het plangebied liggen in een zone met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.

De gronden die in deze zone zijn gelegen zijn beschermd door het opnemen van deze dubbelbestemming. Binnen deze dubbelbestemming geldt een rapportageplicht en een verplichting tot het treffen van technische maatregelen. Binnen de dubbelbestemming is ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee de betreffende dubbelbestemming bij het verkrijgen van nadere informatie geheel of gedeeltelijk kan worden verwijderd.

bestemmingsplan

29

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Hoofdstuk 6

FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden bij een bestemmingsplan dat niet voorziet in een nieuwe ontwikkeling, zoals een bouwplan of functiewijziging. Omdat dit plan hier niet in voorziet, is een exploitatieplan overbodig.

30

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Hoofdstuk 7

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Voor dit plan zijn de belanghebbenden met name de bedrijven die binnen het plangebied zijn gevestigd. De bedrijven die een hogere milieucategorie hebben dan met dit plan wordt toegestaan, ondervinden mogelijk toekomstige, nadelige gevolgen aangezien hun bedrijf onder het overgangsrecht komt te vallen. Dit geeft andere rechten dan wanneer de hogere milieucategorie op het perceel zou blijven liggen. Het overgangsrecht regelt dat die bedrijven hun vergunde bedrijfsactiviteiten mogen voortzetten, maar dit gebruik niet mogen veranderen, tenzij de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Ook wordt het gebruik van de hogere milieucategorie verboden als dit gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken. De betreffende bedrijven zijn bekend met de plannen. Voorafgaand aan de opstelling van dit plan hebben zij bericht hierover ontvangen. Ook daarvoor was men bekend met de toekomstige plannen om het gebied ten westen van de Overgangszone, met uitzondering van de woonboulevard, om te vormen naar woon-werkgebied. Met het oog op dit doel heeft de gemeente de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) toegepast op de gronden van de bedrijven in de Overgangszone en een groot deel van Het Ambacht.

Zo worden zij verplicht om de grond bij verkoop eerst aan de gemeente aan te bieden. De grote woningbouwopgave die er ligt in combinatie met het geringe grondgebied van de gemeente Veenendaal maakt dat de gemeente tot dit soort maatregelen overgaat. Zonder het opleggen van de Wvg of het verlagen van de milieucategorie wordt de transformatie van het Ambacht onhaalbaar. De belanghebbenden worden door ons meegenomen in de procedure en kunnen na terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hiertegen indienen. Deze wordt dan meegewogen bij het definitieve besluit door de gemeenteraad.

7.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit omgevingsrecht wordt het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de provincie Utrecht en het Waterschap Vallei en Veluwe. Het plan raakt geen belangen van het Rijk of andere gemeenten.

7.2

Ontwerp ter inzage legging

p.m.

bestemmingsplan

31

bestemmingsplan

OVERGANGSZONE AMBACHT

Overgangszone Am bacht

bestemmingsplan (vastgesteld)

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

4 4 10

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

BESTEMMINGSREGELS Bedrijf Waarde - Archeologie - Middelhoog

11 11 16

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

18 18 19 20 21 22 23

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

24 24 25

Bijlagen Bijlage 1

Lijst van bedrijfsactiviteiten

27 28

2

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Regels

bestemmingsplan

3

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Hoofdstuk 1 Artikel 1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.2

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.3

additionele voorzieningen

voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een bestemming of functie. 1.4

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.5

archeologisch vooronderzoek

archeologisch vooronderzoek dat kan bestaan uit locatiegericht bureauonderzoek, booronderzoek, geofysisch prospectieonderzoek, het graven van proefsleuven of een combinatie daarvan. De verschillende vormen van onderzoek worden verricht door een erkende partij en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificaties in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De resultaten van het onderzoek worden weergegeven en geïnterpreteerd in een rapport. Op basis daarvan beoordeelt de gemeente of een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend. 1.6

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied. 1.7

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten. 1.8

bebouwing

één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken. 1.9

bedrijfsgebouwen

het geheel aan gebouwen, behorend bij een bedrijf. 1.10

bedrijfsvloeroppervlakte

de brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen. 1.11

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein, dienend voor de huisvesting van een persoon (en diens huishouden), wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, noodzakelijk is. 1.12

beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen

een object, zoals aangewezen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (artikel , lid 1, onder b) die bescherming geniet tegen externe veiligheidsrisico's

4

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.14

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.15

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16

bodemingrepen

werken en werkzaamheden, waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten. 1.17

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.18

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 1.19

bouwmarkt

detailhandelsvestiging waar met name bouwmaterialen en doe het zelf producten aan zowel vakman als particulieren te koop worden aangeboden. 1.20

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21

bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel. 1.22

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten. 1.23

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24

bouwwerk geen gebouw zijnde

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25

daghoreca

horecabedrijf categorie 1 met openingstijden op werkdagen tussen 9:00 en 19:00 uur, zoals een lunchroom, broodjeszaak, cafetaria en snackbars. 1.26

dakoverstek

het deel van het dakvlak dat uitsteekt boven de gevel. 1.27

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

bestemmingsplan

5

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

1.28

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.29

erkende partij

een dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.30

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.31

geluidbeperkende voorziening

een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een geluidscherm of een geluidwal. 1.32

groepsrisico

de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid nabij een risicobron en een ongewoon voorval bij die risicobron waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. 1.33

grove bouwmaterialen

materialen voor de ruwbouw van gebouwen en dergelijke, zoals stenen, zand, beton, bestratingsmateriaal en hout. 1.34

horeca

het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen drank- en etenswaren, en het bedrijfsmatig verstrekken van logies en/of zaalaccommodatie. 1.35

horeca categorie 1

detailhandel-ondersteunende horecabedrijven, overwegend gebonden aan de openingstijden zoals die gelden voor detailhandel conform de Winkeltijdenwet en de eventuele gemeentelijke regelgeving aangaande winkeltijden, zoals lunchrooms, broodjeszaken, koffie- en theehuizen, en ijssalons, inclusief overige aan de detailhandelsfunctie gerelateerde horeca zoals automatieken, cafetaria's en snackbars. 1.36

huishouden

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. 1.37

infrastructuur

voorzieningen ten behoeve van verkeer en waterhuishouding zoals stuwen, bruggen, tunnels, duikers, aanlegsteigers, vlonders, kadewanden, keermuren, lichtmasten, beeldende kunst, openbaar vervoer haltes, overkappingen, stallingsruimten, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeersregelinstallaties en afvalcontainers, alsmede parkeervoorzieningen, en een geluidbeperkende voorziening. 1.38

invloedsgebied

het gebied tot daar waar nog 1% van de aanwezigen kan komen te overlijden als gevolg van een ongewoon voorval bij die risicobron waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. In het invloedsgebied van een buisleiding of inrichting dient het groepsrisico berekend te worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nabij transportroutes dient het groepsrisico enkel berekend te worden indien de afstanden kleiner dan of gelijk is aan 200 meter. 1.39

kantoor

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, inclusief congres- en vergaderaccommodaties.

6

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

1.40

kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen

een object, zoals aangewezen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (artikel 1, lid 1, onder l) die extra bescherming geniet tegen externe veiligheidsrisico's. 1.41

laden en lossen

onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is. 1.42

lijst van bedrijfsactiviteiten

de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals die lijst is opgenomen als bijlage bij de regels. 1.43

niet zelfstandig kantoor

een kantoorruimte als niet-zelfstandig onderdeel van het bedrijf en waarbij de kantoorruimte niet meer dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte uitmaakt en niet meer dan 2.000 m² beslaat. 1.44

nutsbedrijf

bedrijf gericht op de productie en/of distributie van een of meer dan één nutsvoorziening. 1.45

nutsvoorziening

voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting op) het openbare net van gas, water, elektriciteit, riolering, stadsverwarming, en het telecommunicatieverkeer, of daaraan gelijk te stellen voorzieningen. 1.46

omgevingsvergunning

vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.47

ondergeschikte horeca

horeca die ten dienste staat van een bepaalde functie en die in aard, omvang, exploitatie en openingstijden daar ondergeschikt aan is, zoals een (bedrijfs)kantine. 1.48

ondergronds bouwwerk

een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen beneden peil. 1.49

openbare ruimte

de op de verbeelding aangewezen grond, die bestemd is voor verkeer, groen en water. 1.50

opgraving

de ontsluiting van een archeologische vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. Opgravingen worden verricht door een erkende partij, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificatie in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.51

oriëntatiewaarde

Een richtwaarde waarnaar moet worden gekeken bij de verantwoording van het groepsrisico. De uitkomst van een groepsrisicoberekening moet worden vergeleken met deze oriëntatiewaarde om af te kunnen wegen of het externe veiligheidsrisico acceptabel is. 1.52

overkapping

een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en waarvan de steunconstructie uit ten hoogste één wand bestaat.

bestemmingsplan

7

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

1.53

parkeren

een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen. 1.54

PDV locaties

Locaties waar perifere detailhandel is toegestaan buiten de centrum- en buurtwinkelgebieden. In Veenendaal zijn dit uitsluitend de locaties Groeneveldselaan en Grote Beer. 1.55

perceel

een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.56

perceelsgrens

de grens van een perceel. 1.57

perifere detailhandel

vestiging van detailhandel in ABC-goederen (auto's, boten, caravans, tenten en motoren), bouwmarkten, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair alsmede woninginrichting waaronder meubels, die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstraling (en uit dien hoofde niet binnen de aangewezen winkelconcentratiegebieden gevestigd kunnen worden), niet zijnde detailhandel in electro-, sport-, en foodmarkten, speelgoed, outdoorsport en recreatieve producten. 1.58

plaatsgebonden risico

het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. 1.59

plan

het bestemmingsplan Overgangszone Ambacht met identificatienummer NL.IMRO.0345.bpOvergangAmbacht-ow01 van de gemeente Veenendaal. 1.60

productiegebonden bedrijf

bedrijf waar ter plaatse goederen worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces. 1.61

productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen, die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.62

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.63

risicovolle inrichting

inrichting zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.64

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan een bedrijf voor prostitutie zoals een bordeel. 1.65

showroom

een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting bestemd is voor het tonen van artikelen en/of materialen.

8

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

1.66

verbeelding

de analoge en digitale voorstelling van de in het plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie. 1.67

voorgevel

de naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel, erkers en luifels niet meegerekend. 1.68

voorgevelrooilijn

de denkbeeldige lijn waarop de voorgevel(s) van een hoofdgebouw is/zijn geplaatst. 1.69

waarde - archeologie - middelhoog

gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde zoals vermeld op de gemeentelijke archeologische maatregelen/beleidskaart. 1.70

webshop

verkoop van goederen waarvan de handel via internet plaatsvindt 1.71

woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor huisvesting in een zelfstandige woning van maximaal 1 huishouden. 1.72

zelfstandige woning

een woning met eigen toegang, eigen keuken en toilet.

bestemmingsplan

9

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afmetingen, diepte en breedte van overige bouwwerken:

tussen de verst van elkaar gelegen punten van die bouwwerken, horizontaal, dan wel verticaal gemeten. 2.2

de afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens:

de kortste afstand tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomende of nog te bouwen gebouw; 2.3

de afstand tussen gebouwen:

de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de brutovloeroppervlakte van een gebouw:

gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.6

de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidingsmuren). 2.7

de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.8

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9

het buitenwerks meten van maten

voor het buitenwerks meten van maten geldt dat uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven, zoals bij dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren en kleine schoorstenen. 2.10

het peil:

a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

10

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

BESTEMMINGSREGELS

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven en bedrijfsactiviteiten maximaal tot en met de milieucategorie zoals aangeduid op de verbeelding en zoals die zijn opgenomen in de lijst van bedrijfsactiviteiten (bijlage 1); b. ondergeschikte horeca; c. een aan de bedrijfsvoering gerelateerde showroom, niet ten behoeve van detailhandel; d. niet zelfstandig kantoor, uitsluitend buiten de 'veiligheidszone - bevi - 1, invloedsgebied; e. zelfstandig kantoor, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; f. een geluidbeperkende voorziening ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding geluidwerende muur', voor zover deze voorziening,aan de hand van een geluidsonderzoek, noodzakelijk geacht wordt in verband met ontwikkelingen ten behoeve van woningbouw op de Wageningselaan 2A; g. parkeer- en stallingsvoorzieningen; h. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel perifeer' tevens voor perifere detailhandel; i. nutsvoorzieningen; j. infrastructuur; k. groen en water; l. additionele voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1

Algemeen

Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan van de omschrijving in artikel 3.1 en tevens voldoen aan de voorwaarden in artikelen 10.1 en 10.2 ten behoeve van parkeren en laad- en losruimte. 3.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan de op de verbeelding aangeduide maximum bouwhoogte; c. de minimale afstand tot de achterste en zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt 5 meter; d. in afwijking van het gestelde onder c. geldt voor gebouwen met een oppervlakte van maximaal 1.000 m² dat deze mogen worden gebouwd tot in de achterste perceelsgrens en tot in één van de zijdelingse perceelsgrenzen; e. gebouwen aangeduid als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) mogen niet worden gebouwd binnen de aanduiding 'veiligsheidszone-plaatsgebonden risicocontour'; f. gebouwen aangeduid als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) mogen niet worden gebouwd binnen de aanduiding 'veiligheidszone-invloedsgebied'. 3.2.3

Bouwwerken geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2,5 meter; b. de maximale bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt 10 meter; c. de maximale bouwhoogte van silo's bedraagt 12 meter; d. de maximale bouwhoogte van de geluidwerende muur ter plaatse van de aanduiding 'geluidwerende muur' bedraagt 6,5 meter; e. de maatvoering van reclame-uitingen dient te voldoen aan het reclamebeleid zoals geldt voor het gebied ten tijde van de indiening van de aanvraag; f. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt 12 meter.

bestemmingsplan

11

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Bouwen in zijdelingse en achterste perceelsgrens 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor het bouwen van een bedrijfsgebouw van meer dan 1.000 m² in de achterste perceelsgrens en één zijdelingse perceelsgrens, mits: a. dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering en er geen andere beschikbare ruimte is op het perceel; b. de functionele en ruimtelijke structuur niet onevenredig worden aangetast en dit stedenbouwkundig aanvaardbaar wordt geacht; c. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de verkeersveiligheid, brandveiligheid en brand- en rampenbestrijding gewaarborgd blijft. 3.3.2 Fietsenstalling buiten bouwvlak 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor het bouwen van een fietsenstalling bij een bedrijfspand buiten het bouwvlak, mits: a. de fietsenstalling een maximale oppervlakte heeft van 20 m²; b. de fietsenstalling een maximale hoogte heeft van 2,5 meter; c. dit noodzakelijk is om te voldoen aan het gestelde in artikel 11; d. dit stedenbouwkundig aanvaard wordt geacht; e. dit geen nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid heeft. 3.3.3 Hogere bouwhoogte langs Industrielaan 1.

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor het toestaan van bedrijfsgebouwen langs de Industrielaan met een maximale bouwhoogte van 15 meter, mits: a. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheen van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. dit stedenbouwkundig aanvaardbaar wordt geacht. 3.3.4 Bouwen binnen veiligheidszones 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder e, mits: a. het gaat om een beperkt kwetsbaar object zoals aangeduid in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) én er een zwaarwegend belang ten grondslag ligt én; b. er wordt voldaan aan artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen én; c. er wordt voldaan aan Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval. 2. Burgemeesters en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder f, mits: a. er wordt voldaan aan artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen én; b. er wordt voldaan aan Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. detailhandel; b. gebouwen aangeduid als kwetsbaar object in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone-plaatsgebonden risicocontour’. '; c. kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi - 2 - invloedsgebied'; d. grote lawaaimakers; e. vuurwerkopslag; f. zelfstandige horeca; g. zelfstandige kantoren, anders dan ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; h. risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

12

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht i. bedrijfswoningen; j. opslag in de open lucht voor de voorgevelrooilijn of buiten het bouwvlak. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1

Toestaan vergelijkbare bedrijven

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 ten behoeve van: a. de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat is opgenomen in een hogere categorie van de lijst van bedrijfsactiviteiten als de effecten op de omgeving naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven zoals bedoeld in artikel 3.1; b. de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat gelijkwaardig is aan de categorie zoals bedoeld in artikel 3.1, maar niet in de lijst van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd. c. een omgevingsvergunning als bedoeld onder a. en b. kan alleen worden verleend als er wordt voldaan aan artikel 10 en er geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor de omgeving, waarbij ten minste de volgende aspecten worden betrokken: geluid; geur; stof; gevaar; lucht- en bodemverontreiniging; bedrijfstijden van het bedrijf; de verkeersaantrekkende werking van het bedrijf. 3.5.2 ABC detailhandel 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van: a. detailhandel in auto's, boten, caravans, tenten en motoren; b. detailhandel in nevenartikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen die rechtstreeks in verband staan met de hiervoor onder a.

omschreven detailhandel, tot een maximum van 15% van de bedrijfsvloeroppervlakte van het pand en maximaal 150 m² 2. Medewerking verlenen aan de afwijkingsbevoegdheden als genoemd onder lid 1a. en 1b. kan alleen als: a. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; c. er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid van percelen; d. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; e. er voor wat betreft reclame-uitingen wordt voldaan aan het op dat moment geldende reclamebeleid. 3.5.3 Productie- of reparatiegebonden, ondergeschikte detailhandel 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van productie- of reparatiegebonden, ondergeschikte detailhandel, mits: a. de bedrijfsvloeroppervlakte van deze ondergeschikte detailhandel niet meer bedraagt dan 30% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte en niet meer bedraagt dan 200 m²; b. er geen sprake is van verkoop van food-producten; c. er geen sprake is van een combinatie met een showroom gericht op de zakelijke markt; d.

hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; e. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; f. er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid van percelen; g. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; h. er voor wat betreft reclame-uitingen wordt voldaan aan het op dat moment geldende reclamebeleid.

bestemmingsplan

13

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

3.5.4 Detailhandel in professionele gereedschappen of grove bouwmaterialen 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van ondergeschikte detailhandel in professionele gereedschappen of grove bouwmaterialen of daarmee vergelijkbare volumineuze artikelen, mits: a. er geen sprake is van een bouwmarkt of van detailhandel vallend onder het thema wonen; b. de activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan een volgens artikel 3.4.1 toegestande hoofdfunctie; c. de detailhandel dermate beperkt is in bedrijfsmatige of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm duidelijk overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; d. het geen bedrijf betreft dat passend is voor vestiging in de (kern)winkelgebieden of de bestaande PDV-locaties; e. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; f. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; g. er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid van percelen; h. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; i.

er voor wat betreft reclame-uitingen wordt voldaan aan het op dat moment geldende reclamebeleid. 3.5.5 Webshop met afhaalbalie 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van een webshop met afhaalbalie, mits: a. het afhaalgedeelte maximaal 10 m² beslaat; b. er geen sprake is van een combinatie met een showroom gericht op particulieren; c. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; d. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt; e. er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid van percelen; f. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; g. er voor wat betreft reclame-uitingen wordt voldaan aan het op dat moment geldende reclamebeleid. 3.5.6 Ondergeschikte daghoreca 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 ten behoeve van het toestaan van ondergeschikte daghoreca welke zich richt op het personeel van het betreffende bedrijventerrein, mits: a. het horeca betreft dat zich richt op het eigen personeel van het bedrijventerrein; b. de horecafunctie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie op dit perceel; c.

de horeca een directe link heeft met de bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden in het bijbehorende bedrijfspand; d. er geen sprake is van detailhandel, zoals het (laten) afhalen of bezorgen van producten; e. er geen promotie-activiteiten worden uitgevoerd die zich richten op het binnenhalen van klanten buiten het omliggende bedrijventerrein; f. er geen onevenredige verstoring van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur plaatsvindt; g. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; h. de verkeersaantrekkende werking niet onevenredig toeneemt. 3.5.7 Beperkt kwetsbare objecten binnen veiligheidszone-Bevi-2 invloedsgebied 1. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 en artikel 3.2.2 onder f ten behoeve van het toestaan van beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi - 2 - plaatsgebonden risicocontour', mits hier een zwaarwegend belang van het beperkt kwetsbaar object aan ten grondslag ligt. Bij de afweging spelen de volgende aspecten een rol: a. het extensief gebruik van terreinen;

14

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht b. bij vervangende nieuwbouw de voorwaarde dat het object tussen de 10-5 en 10-6 PR contour ligt en de situatie na nieuwbouw niet verslechtert ten opzichte van de situatie voor de afwijking. 3.6 Wijzigingsbevoegdheid Bevi - 1 en Bevi - 2 aanduidingen 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat de aanduiding 'Veiligheidszone - bevi - 1 - invloedsgebied' en/ of de aanduiding 'Veiligheidszone - bevi - 2 plaatsgebonden risicocontour': a. vervalt, indien uit nader onderzoek blijkt dat het gebruik van de bevi-inrichting is beëindigd en beëindigd zal blijven; b. verandert, indien uit nader onderzoek blijkt dat het gebruik van de bevi-inrichting blijvend is aangepast.

bestemmingsplan

15

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie - Middelhoog

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Archeologie – Middelhoog', aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming van en onderzoek naar de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. 4.1.1

Rangorderegeling

Indien strijd ontstaat tussen het belang van het behoud en de bescherming van archeologische waarden als bedoeld in 4.1 en de voor deze gronden geldende andere bestemmingen prevaleert de (dubbel)bestemming 'Waarde – Archeologie – Middelhoog'. 4.2

Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in artikel 4.1 gelden voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken de volgende regels: a. Met uitzondering van het gestelde onder b. mogen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd overeenkomstig de voor deze gronden geldende andere bestemmingen. b. Gebouwen en bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 5.000 m² en waarbij dieper dan 0,5 meter onder peil wordt gegraven en/ of onderheid wordt, mogen uitsluitend worden gebouwd als uit een archeologisch rapport blijkt dat de waarden zoals bedoeld in artikel 4.1 niet onevenredig (kunnen) worden aangetast en een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige (onder voorwaarden) positief adviseert over dit rapport. c. Een archeologisch rapport als bedoeld onder b. is niet vereist indien het om vervangende gebouwen of bouwwerken gaat waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en waarbij uitsluitend de bestaande fundering wordt benut. d. Burgermeester en wethouders kunnen op advies van de onder b. genoemde deskundige in ieder geval de volgende voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw of bouwwerk: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gercertificeerde instantie, volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de KNA en een door burgemeester en wethouders goedgekeurd archeologisch PvE. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1

Omgevingsvergunningplicht

Behoudens het bepaalde in artikel 4.3.2 is het in het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige of verwachte archeologische waarden verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op of in de gronden als bedoeld in artikel 4.1 de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden of grondbewerkingen, het saneren, egaliseren, afplaggen en baggeren van gronden, het roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage, kabels, leidingen en rioleringen; b. het aanbrengen en het verwijderen van diepwortelende beplantingen; c. het ophogen en egaliseren van gronden; d. het verlagen en verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f. het verwijderen van fundamenten of heipalen; g. het graven, verbreden of verdiepen van watergangen en waterpartijen.

16

bestemmingsplan

bestemmingsplan Overgangszone Ambacht

4.3.2

Uitzonderingen

Het in artikel 4.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. die een oppervlakte van maximaal 5.000 m² beslaan, ongeacht op welke diepte de werkzaamheden plaatsvinden, en in de periode van 24 maanden voor de datum van de voorgenomen werken of werkzaamheden deze bepaling niet van toepassing is geweest op aangrenzende terreinen op een afstand van minder dan 25 meter van het onderhavige terrein; b. die plaatsvinden op een diepte van maximaal 0,5 meter onder peil, ongeacht de oppervlakte die de werkzaamheden beslaan; c. in het kader van archeologisch vooronderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; d. waarmee krachtens een vergunning is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; e. in het kader van normaal beheer en onderhoud; f. in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; g. die plaatsvinden in bestaande weg- en leidingcunetten. 4.3.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 kan slechts worden verleend indien vooraf door aanvrager een archeologisch rapport wordt aangeleverd waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat: a.

de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld, b. archeologische waarden door het uitvoeren van de werken en/ of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden, of c. er geen archeologische waarden zijn. 2. Voordat de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige 4.3.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13958169/2