CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.d Bijlage 1.4 Bestemmingsplan ‘Dijkstraat 159a’ (bijlagen)

Gemeenteraad 19 september 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Dijkstraat 159a19.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Stappen

Het kan voorkomen dat een ontwikkeling gewenst is en dat de richtafstanden niet gerespecteerd kunnen worden. Ook kan het zijn dat de bedrijfsmatige activiteiten minder milieubelastend zijn dan in eerste instantie wordt verwacht. In dat geval kan middels een ander onderzoek gemotiveerd van de richtafstand worden afgeweken. Hiervoor is een stappenplan opgenomen in de Brochure.

13

In stap 1 van de Brochure worden de bedrijfsactiviteiten geïnventariseerd en de daarbij behorende richtafstanden ten opzichte van het plangebied. Tevens wordt het gebiedstype hierbij betrokken. Nagegaan wordt welke milieucategorieën gevestigd zijn. Indien de richtafstanden niet kunnen worden gerespecteerd dan volgt stap 2. In stap 2 is een nader toetsingskader opgenomen voor geluid, omdat dit veelal de bepalende factor is. Indien niet aan dit toetsingskader van stap 2 kan worden voldaan, is nog een stap 3 met een ruimer toetsingskader en een nadere motivering mogelijk waarbij ook de omgeving wordt betrokken. Tot slot bestaat er nog een stap 4 indien de ontwikkeling nadrukkelijk gewenst is kan middels een uitgebreide motivering de ontwikkeling mogelijk worden gemaakt.

4.3 Wet geurhinder en veehouderij Voor geur vanuit veehouderijen wordt gebruik gemaakt van de bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij. Het wettelijk kader voor geur vanuit veehouderijbedrijven is geregeld in de Wet geurhinder en veehouderij en de daarbij behorende Regeling geurhinder en veehouderij. De wet regelt dat de geurbelasting vanuit veehouderij op een geurgevoelig object niet hoger mag zijn dan de wettelijke norm. De geurbelasting wordt berekend middels het programma V-stacks vergunning. Voor enkele diersoorten gelden geen geurnormen, maar vaste afstanden. De voorgrondbelasting is de geurbelasting vanuit 1 veehouderij op een geurgevoelig object. Vaak is dat de dichtstbij gelegen veehouderij. De achtergrondbelasting is een cumulatieve berekening van de geurbelasting van meerdere veehouderijen. Beide spelen een rol in de beoordeling van het woon- en leefklimaat.

4.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader voor luchtkwaliteit ligt vast in titel 5.2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer is bepaald dat een project moet voldoen aan de grenswaarden. Daarnaast zijn bij titel 5.2 de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) van belang. In dit rapport wordt daarnaast ook getoetst aan de streefwaarde volgens de WHO. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Voor dit project zijn fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Voor de toegestane concentraties PM10 en PM2,5 gelden de volgende grenswaarden:

14

•

voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie en 50 µg/m3 als 24-uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat de 24-uurgemiddelde concentratie maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden (geldig vanaf 2011);

•

voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 µg/m3 als jaargemiddelde.

De concentratie van de overige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden wordt verwacht. Voor deze stoffen kan zeker worden voldaan aan de grenswaarden uit bijlage 2 de Wm. De verspreiding van zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood is daarom niet onderzocht. De uitvoering van een luchtkwaliteitsonderzoek moet voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Voor dit project zijn de eisen in de hierna genoemde sub paragrafen van belang. 4.4.1

Blootstellingscriterium

De luchtkwaliteit wordt beoordeeld op plaatsen waar de blootstelling significant is. Hierbij is de periode, in vergelijking met de middelingstijd van de betreffende grenswaarde (jaargemiddelde, 24uurgemiddelde of uurgemiddelde) van belang. Op plaatsen waar sprake is van een langdurige blootstelling van mensen wordt getoetst aan de jaargemiddelde grenswaarde, bijvoorbeeld bij woningen. Op plaatsen waar sprake is van een kortdurende blootstelling van mensen wordt getoetst aan de uurgemiddelde grenswaarde, bijvoorbeeld bij stations en parkeerterreinen. 4.4.2

Correctiefactoren

Voor PM10 mag op grond van de ‘Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007’ voor de jaargemiddelde concentratie voor het aandeel zeezout worden gecorrigeerd, wanneer sprake is van een overschrijding van de grenswaarden. Deze correctie is afhankelijk van de gemeente waarin het project zich bevindt. Voor de gemeente Ede bedraagt de correctiefactor voor de concentratie van PM10 2 µg/m3. De correctiefactor voor het aantal overschrijdingsdagen is 2 dagen.

4.5 Wet geluidhinder Het wettelijk kader voor geluid is opgenomen in de Wet geluidhinder. Onder meer is daarin bepaald welke objecten vanuit de wet worden beschermd.

15

5 Resultaten onderzoek nieuwbouw Het initiatief heeft onder meer betrekking op de nieuwbouw van twee nieuwe gebouwen. Dit betreft het gebouw voor agrarisch gerelateerde zorg en het recreatief servicepunt. Voor de bepaling of de op te richten gebouwen belemmerend werken ten aanzien van de omliggende bedrijven en of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zijn de richtafstanden geraadpleegd die zijn vermeld in de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. In deze publicatie zijn de meest voorkomende bedrijfssoorten gecategoriseerd, waarin voor de verschillende milieuaspecten zoals geur, stof, gevaar en geluid per categorie richtafstanden zijn opgenomen. Deze richtafstanden geven een eerste indicatie bij ruimtelijke ordening of een beoogde ontwikkeling omliggende bedrijvigheid kan hinderen en/of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

5.1 Gebiedstypering In de omgeving van de planlocatie zijn twee agrarische bedrijven aanwezig. Daarnaast is het met name een woonomgeving. Ten noorden van de locatie ligt een lint aan woningen. Het gebied waarin de voorgenomen planontwikkeling zou kunnen worden aangemerkt als gemengd gebied. In casu wordt de worst-case benadering toegepast en gaan we uit van een rustige woonwijk.

5.2 Afstanden Hieronder zijn de werkelijke afstanden van de voorgenomen nieuwbouw, het gebouw voor agrarisch gerelateerde zorg, ten opzichte van de richtafstanden weergegeven. In figuur 4 en 5 zijn de afstanden opgenomen. Dijkstraat 115 De grootste richtafstand voor een pluimveehouderij zoals opgenomen in de brochure bedraagt 200 meter. De feitelijke afstand tussen de Dijkstraat 115 en het recreatief servicepunt bedraagt circa 200 meter. De afstand tussen de Dijkstraat 115 en het gebouw voor agrarische gerelateerde zorg bedraagt circa 250 meter. Gezien de feitelijke afstanden kan geconcludeerd worden dat wordt voldaan aan de vereisten uit de Brochure. Dijkstraat 117 De grootste richtafstand voor een rundveehouder bedraagt in de Brochure 100 meter. De feitelijke afstand tussen de Dijkstraat 117 en het recreatief servicepunt bedraagt circa 120 meter. De feitelijke afstand tussen de Dijkstraat 117 en het gebouw voor agrarisch gerelateerde zorg bedraagt circa 180 meter.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14462736/1