3. Cultuurvisie 2022-2030 en cultuurnota 2022-2025 - visie en nota
Tekst van het document
definitieve versie 22-06-2021
Colofon Opdrachtgever Gemeente Veenendaal Publicatie Dé Creatie Krachtcentrale: Johan Boonekamp Paul van Oort In samenwerking met gemeente Veenendaal: Dylan Lochtenberg, wethouder Kunst en Cultuur Else Veldhuis, beleidsmedewerker cultuur En vele (culturele) partners en inwoners uit Veenendaal Communicatie Judith Reiber Vormgeving Okker Reclame
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 3 Uitgangspunt ....................................................................................................................................... 3 Participatie .......................................................................................................................................... 3 Corona ................................................................................................................................................. 4 Cultuurvisie en cultuurnota ................................................................................................................. 4 Toelichting begrippen.......................................................................................................................... 4
2.
Cultuurvisie 2022-2030.......................................................................................................... 6 Waarom cultuurbeleid? ...................................................................................................................... 6 De waarde van cultuur ........................................................................................................................ 6 Nationale ontwikkelingen ................................................................................................................... 9 Veense ontwikkelingen ....................................................................................................................... 9 Resultaten enquête bewoners 2016 en 2020 ................................................................................... 11 Cultuurvisie 2018-2021 ..................................................................................................................... 11 Conclusies cultuurvisie 2018-2021 .................................................................................................... 12 Missie, Visie en Strategie 2022-2030 ................................................................................................ 17
3.
Cultuurnota 2022-2025 ....................................................................................................... 18 Doelen Cultuurnota 2022-2025 ......................................................................................................... 18 Verhaallijnen ..................................................................................................................................... 20 Verhaallijn 1 Stabiele basis ............................................................................................................ 21 Verhaallijn 2 Cultuur in de wijken ................................................................................................. 26 Verhaallijn 3 Iedereen doet mee ................................................................................................... 29 Verhaallijn 4 Jong geleerd, oud gedaan ........................................................................................ 32 Verhaallijn 5 Het verhaal van Veenendaal .................................................................................... 36 Verhaallijn 6 Nieuwe smaken, nieuwe makers ............................................................................. 39 Verhaallijn 7 Veenendaal kleurt de regio ...................................................................................... 40
4.
Financiële kaders ................................................................................................................ 41 Voorstel budget cultuur gemeente Veenendaal ............................................................................... 41 Relatieve uitgaven cultuur gemeente Veenendaal ........................................................................... 42 Huurcomponent ................................................................................................................................ 45 Uitwerking indexeringssystematiek .................................................................................................. 45 Samenvatting financiën ..................................................................................................................... 46
Bijlage culturele verenigingen Veenendaal .................................................................................. 47 Bijlage geraadpleegde documentatie .......................................................................................... 49
2
1. Inleiding Uitgangspunt Het uitgangspunt van deze cultuurvisie en -nota is een breed cultuurpalet dat op vele manieren waardevol is voor de Veense samenleving. Ook vindt de gemeente het belangrijk dat de cultuurvisie en -nota goed aansluiten bij de Veense samenleving. Daarom zijn de cultuursector en de bevolking uitgebreid bij de totstandkoming van deze visie betrokken geweest, ondanks de beperkingen van de coronapandemie. Deze rapportage is als volgt tot stand gekomen: • er zijn o.a. circa 40 interviews met het culturele veld gevoerd • er is een Inwonerspanel gehouden waaraan 629 inwoners hebben deelgenomen • de cultuurvisie (het eerste deel van deze rapportage) is gedeeld met en aangevuld door het culturele veld. het College van B&W en de gemeenteraad • de volledige nota (cultuurvisie + cultuurnota) is gedeeld met en aangevuld door het culturele veld.
Participatie Participatie staat in de gemeentelijke Omgevingsvisie ‘Samen maken we de stad’ (visie op de participatie) als volgt omschreven: “Samen met inwoners, ondernemers, bezoekers en maatschappelijke organisaties de stad vormgeven. In Veenendaal staan we ervoor open dat iedereen kan meedenken, meedoen en invloed uitoefenen op gemeentelijk beleid, beheer en nieuwe plannen”1. Op basis van dit uitgangspunt is in september 2020 een inventarisatie van de in- en externe spelers op het gebied van kunst en cultuur uitgevoerd. Na een analyse van zowel lokale als landelijke beleidsstukken, memo’s, programma’s etc., het uitzetten van een inwonerspanel en het voeren van circa veertig individuele- en groepsinterviews, is de opbrengst uit de inventarisatieronde vertaald in een cultuurvisie. Hieraan hebben de gesubsidieerde culturele partijen (Bibliotheek Veenendaal, Theater Lampegiet, Museum Veenendaal, het Kunstplatform, de Historische Vereniging Oud Veenendaal, De Muzen, Poppodium Vlow0318) deelgenomen. Daarnaast zijn ook de volgende ‘partijen’ betrokken geweest: inwoners, bewonerscommissies, wijkmanagers, Stichting Veens Welzijn, #Dit is Veenendaal, Winkelstad, Kinderdagverblijven, maar ook niet gesubsidieerde culturele partijen zoals het Ontmoetingshuis, Creative Arts School Elevate, Stichting Alive en de Basiliek.
Ook is gesproken met docenten Cultureel Kunstzinnige Vorming van de VO scholen. Verder waren beleidsmedewerkers van de gemeente betrokken: gemeentearchief, erfgoed, beheer openbare ruimte, toerisme, stadshart en cultuur en medewerkers van financiën, facilitair en vastgoed. Vanuit de cultuurvisie zijn zeven verhaallijnen gedestilleerd, die vervolgens in de cultuurnota zijn uitgewerkt. Deze verhaallijnen zijn in vijf werksessies voorgelegd aan de interne- en externe stakeholdergroepen om nadere input op te halen. Na verdere uitwerking zijn de cultuurvisie en cultuurnota nogmaals getoetst bij het culturele veld. Aanvullend is een aantal tussentijdse werksessies geweest met het college en met de raad. Het proces was inspirerend en zeer transparant. Dit resulteerde in een breed gedragen visie. Daar waar vooraf vele fysieke bijeenkomsten waren gepland. zijn als gevolg van de coronapandemie de cultuurvisie en cultuurnota volledig online tot stand gekomen. 1
Gemeente Veenendaal, Samen maken we de stad, december 2020
3
Corona De cultuurvisie beschrijft de periode van 2022 tot globaal 2030. Ervan uitgaande dat de coronapandemie in 2022 jaar grotendeels uitgewerkt zal zijn, beschrijft de visie een Veense cultuursector en een belangstellend publiek zoals de stad die kent uit het laatste coronavrije jaar 2019. Voorlopig lopen de ondersteunende maatregelen van het Rijk door tot de zomer van 2021, waarmee de cultuursector in Nederland grotendeels overeind kan blijven. Als deze ondersteuning stopt, maar de culturele organisaties in de steden nog niet op hun volle capaciteit kunnen werken (en dus de volle hoeveelheid eigen inkomsten kunnen verwerven) zal aanvullende ondersteuning voor de stedelijke culturele organisaties nodig zijn. Daar heeft de gemeente al stappen in gezet; ook in de toekomst zal de gemeente ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden.
Cultuurvisie en cultuurnota De cultuurvisie is beoogd voor een periode van ongeveer 10 jaar, globaal tot 2030. Dit betekent dat de cultuurvisie de grote lijnen, de stip op de horizon, de belangrijkste kaders en randvoorwaarden beschrijft. Deze cultuurvisieperiode omvat circa twee periodes van ‘uitvoerend cultuurbeleid’ die wordt vastgelegd in een vierjarige Cultuurnota. De voorliggende nota beschrijft de op de visie gebaseerde uitvoeringsplannen voor de individuele en samenwerkende culturele organisaties, de taken en rollen van de gemeente zelf, de uitwerking en specificaties van de randvoorwaarden en kaders, de financiën, etc. voor de periode 2022-2025.
Toelichting begrippen Inclusiviteit en diversiteit, de wisselwerking tussen centraal en decentraal Dat de Nederlandse samenleving diverser is geworden, is een feit. Veenendaal is met 138 nationaliteiten daarvan een voorbeeld. Echter: ook in een diverse samenleving is inclusiviteit moeilijk door te voeren. Inclusie gaat over het meedoen en erbij horen van mensen met een beperking, met taalachterstand, met een niet-westerse achtergrond, met leeftijdsbeperkingen, met achterstand door sekse, etc.. Vaak wordt een inclusieve samenleving omschreven als een samenleving waar iedereen kan meedoen. Een eenvoudige definitie van inclusie is: 'insluiting, het tegenovergestelde van exclusie (uitsluiting)' (Van Dale). Om inclusiviteit te bevorderen in de gemeente Veenendaal is het in cultureel opzicht belangrijk om inwoners te betrekken, zodat zij de mogelijkheid krijgen om zich te uiten met kunst en cultuur; deze uitingen zijn nu veelal nog niet zichtbaar in het culturele circuit. Het actief bevorderen van inclusiviteit zorgt er voor dat de mensen in de wijken zich meer met elkaar verbonden voelen en zorgt voor een lagere drempel bij kleinere culturele gemeenschappen om hun cultuur te delen. Uit onderzoek is gebleken dat men zich meer betrokken gaat voelen bij de cultuur en het erfgoed van een gemeente als ook de normen en waarden van kleinere/onbekende culturen worden omarmd.
Toegankelijke culturele, creatieve activiteiten en kunst in de openbare ruimte2 geven daarnaast een buurt of wijk extra karakter. Ze dragen bij aan de identiteit en herkenbaarheid van de wijk of buurt.
2
De gemeente Veenendaal hanteert de percentageregeling Beeldende kunst: op de begroting van gemeentelijke bouwprojecten of projecten waarbij de gemeente nauw is betrokken is, wordt 1% van de bouwsom gereserveerd voor Beeldende kunstprojecten. Ook een deel van het groot onderhoud wordt hieruit bekostigd.
4
Het Veense cultuurbeleid streefde het afgelopen decennium centralisatie na: de cultuur concentreren in het centrum. Hoewel dit de levendigheid in het centrum heeft gestimuleerd, werd het participeren in cultuur onder de minder gerepresenteerde culturen hierdoor niet gestimuleerd. Door decentralisatie kunnen de vele culturen in de wijken worden ontsloten en zichtbaar gemaakt: decentralisatie als aanvulling op de centralisatie. Uiteraard blijft de belangrijke rol die de Veense cultuur heeft in het verlevendigen van de binnenstad bestaan. Sterker, door laagdrempelig aanwezig te zijn in de wijken maken de inwoners eerder kennis met de cultuur. Hierdoor zullen zij eerder het centrum opzoeken om daar kennis te maken met de (professionele) cultuur. Bekend maakt bemind. Decentralisatie stimuleert hiermee tevens de amateurkunst. Van de amateurkunst is bekend dat in Nederland 6,4 miljoen mensen van zes jaar of ouder (circa 40% van de Nederlandse bevolking) een kunstzinnige of creatieve activiteit in hun vrije tijd beoefenen. Hiervan doet 23% dat in verenigingsverband, hetgeen zou betekenen dat zo’n 1,5 miljoen Nederlanders lid zijn van een culturele of kunstzinnige vereniging3. Deze vorm van kunstbeoefening vindt voor een groot deel plaats buiten het centrum, in de wijken en buurten.
Faciliteren van inclusiviteit langs de lijn van kunst en cultuur Om inclusiviteit optimaal te faciliteren is het belangrijk dat de wijkmanagers van de wijken worden ingezet, naast de cultuurmakelaar. Zij werken met de culturele organisatoren samen aan de culturele uitingen in de wijken. De eerste stap die zij hiervoor moeten maken is het gesprek aangaan met de bewoners om te inventariseren waar de interesses en talenten liggen en dit kenbaar te maken bij de culturele organisaties. Vervolgens kunnen deze gerealiseerd worden in samenwerking door de culturele organisaties, onderwijsinstellingen en de amateurkunst-initiatieven. De wijkmanagers zijn de schakel naar de culturele organisaties die zijn gevestigd in het centrum. Rijkscodes voor de cultuursector Governance Code Cultuur De Governance Code Cultuur is een instrument voor goed bestuur en toezicht in de cultuursector. De code omvat het gehele besturingsproces: beleid, uitvoering, toezicht en verantwoording. De negen principes van de code vinden hun vertaling in praktijkaanbevelingen. Fair Practice Code De Fair Practice Code4 is een gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie op basis van vijf kernwaarden: solidariteit, diversiteit, vertrouwen, duurzaamheid en transparantie.
De code nodigt uit tot kritische reflectie en biedt een handreiking voor hoe de sector samen tot een toekomstbestendige arbeidsmarkt en beroepspraktijk komt. Code Culturele Diversiteit & Inclusie De Code Culturele Diversiteit en Inclusie biedt een kapstok om diversiteitsbeleid integraal op het terrein van personeel, publiek, programma en partners te ontwikkelen. Het culturele veld is zelf verantwoordelijkheid voor het al dan niet toepassen van de code, maar zowel de Rijksoverheid als de Rijkscultuurfondsen zullen in het kader van subsidieaanvragen navraag doen of de code wordt gehanteerd en in welke mate. Vanuit het principe ‘pas toe én leg uit’ zal een organisatie uitleg moeten geven in welke mate het actief is met de Code.
3
Boekmanstichting Bjorn Schrijen, 8 februari 2019 Fair Practice Code: https://fairpracticecode.nl/nl/aan-de-slag/honorariumrichtlijnen-en-rekentools-voorwerkenden 4
5
2. Cultuurvisie 2022-2030 Waarom cultuurbeleid? Cultuurbeleid is bij alle gemeenten een niet-wettelijk onderdeel van de gemeentelijke beleidskaders. Voorafgaand aan het ontwikkelen van nieuw cultuurbeleid is het daarom nuttig opnieuw de vraag te beantwoorden waarom een overheid cultuurbeleid wil ontwikkelen: waarom is dit nodig, waarom is een goed woningaanbod, een goede infrastructuur, passende arbeidsplaatsen en onderwijs niet voldoende voor de inwoners van een stad? Waarom zou een overheid investeren in cultuur? Wat wil een overheid met kunst en cultuur? Cultuurbeleid is gericht op het creëren van welzijn en welvaart. Een overheid ondersteunt ook kunst en cultuur vanuit dat ene doel: welzijn en welvaart creëren. Een andere reden kan er niet zijn. Dat wil niet automatisch zeggen dat de overheid ook sturend zou moeten zijn op de inhoud van die cultuur. Het is namelijk juist de vaak originele, unieke en veelzeggende inhoudelijke waarde van de culturele sector die betekenissen creëert5. Daarnaast stimuleren zowel de actieve als passieve deelname aan cultuur de creativiteit, het openstaan voor vernieuwing, het stimuleren van een kritisch denkvermogen en vooral het ontwikkelen van datgene wat men van een 21ste eeuwse burger verwacht.
De waarde van cultuur Cultuur speelt een belangrijke rol in de toekomst van Veenendaal en levert op drie manieren daaraan een bijdrage. 1. Allereerst draagt cultuur bij aan de ontwikkeling van de inwoners van Veenendaal: in educatieve zin (cultuureducatie en talentontwikkeling) maar ook op het gebied van gezondheid en (digitale) geletterdheid. Cultuur voor jong en oud bestaat niet alleen uit activiteiten van de (gevestigde) instellingen. Cultuuruitingen leven als vanzelfsprekend in tal van kleine uitingen onder de inwoners van Veenendaal en verrijken daarmee het culturele leven. Deze uitgingen zorgen er ook voor dat de participanten zich geaccepteerd voelen in de samenleving. Voorbeelden daarvan zijn de graffiti-cultuur (bijvoorbeeld de pilot fietstunneltje Spitsbergenweg) en murals6, de hiphopcultuur (met o.a. Rap) en de Spoken Word-cultuur. “Cultuur heeft niets verhevens, maar is dát wat ons tot mens maakt: een gemeenschappelijke manier van betekenisgeving. Lijster verdeelt het begrip cultuur onder in drie ‘sferen’: Cultuur (een manier van leven, de maat(staf)), Creativiteit en Kunst (de ‘onmaat’, het op de kop zetten van betekenisgeving van cultuur). Een gemeenschap kan niet zonder ‘gemeen’, consensus, een gedeelde Cultuur. Maar onderschat het belang van ‘dissensus’ niet. Het domein van tegenspraak, het domein van Kunst.
Het overkoepelende begrip cultuur geeft betekenis aan het leven van het individu en diens plaats in de samenleving. Het doel van de cultuursector is dan ook: het vormgeven van (samen)leven. Cultuurbeleid zou minder moeten gaan over meetbare (economische) waarde en meer over (individuele en collectieve) betekenisgeving. Cultuur houdt de samenleving samen” 7.
2. Ten tweede zorgt cultuur voor een versterking van het woon- en vestigingsklimaat van de gemeente Veenendaal. Een aantrekkelijke (multi)culturele agenda zorgt voor reuring in de gemeente: er is altijd iets te doen op het gebied van cultuur, voor de eigen inwoners en voor 5
Blueyard, Een nieuwe visie op cultuurbeleid, Of waarom een overheid wil investeren in kunst en cultuur, 2018 Bijvoorbeeld https://www.blindwalls.gallery/ Breda, Heerlenmurals.nl, etc. 7 Rijksuniversiteit Groningen, Thijs Lijster ‘De waarde van cultuur’, o.l.v. Pascal Gielen, 2014 6
6
bezoekers. Dit maakt de gemeente een prettige plek om te vertoeven: voor de lange duur (inwoners) en tijdelijk (bezoekers). Hierbij raakt cultuur ook aan het streven naar economische veerkracht: door het zijn van een aantrekkelijke stad met een rijk cultureel aanbod kan er worden geprofiteerd van de toeristische en recreatieve kracht van de omliggende regio (en vice versa). Een voorbeeld hiervoor zijn de (culturele) evenementen. 3. Ten derde draagt cultuur bij aan een versterkte identiteit van de stad (‘trots zijn op Veenendaal’). Veenendaal kent een lange en rijke geschiedenis. De gemeente beschikt over een rijke waaier van met name immaterieel erfgoed. Inwoners zijn hier trots op. De kunst- en cultuurliefhebber (De Muzen, Theater Lampegiet, etc.), de fijnproever (restaurants) en de winkelliefhebber (centrum) kunnen hier ook volop hun hart ophalen. Cultuur zorgt voor beleving in het centrum en daarbuiten. In de interviews gaf het culturele veld aan dat het van belang is om programmering ‘op maat te maken’ en om de interesses, behoeften en wensen van de inwoners (en nieuwe bewoners) en bezoekers van de gemeente te kennen en te begrijpen. Deze programmering ‘op maat’ is van belang om invulling te geven aan de rol van het culturele veld binnen de cultuurvisie 2030, om vanuit het culturele veld een bijdrage te leveren aan de realisatie daarvan.
Om de culturele programmering ‘op maat te maken’ is een samenwerking nodig tussen de culturele sector en het (bredere) maatschappelijk veld in de gemeente. Hier kan het rijke verenigingsleven een grote rol spelen: participatie in het cultureel aanbod, maakt cultuur laagdrempelig en voor iedereen. Relatie culturele veld met de gemeente: reguliere opdracht en strategisch partnerschap Naast het uitvoeren van de reguliere culturele taken, kan het culturele veld bijdragen aan de strategische opgaven van de gemeente Veenendaal (zoals de Omgevingsvisie Veenendaal 2030). In het bijzonder kan vanuit de culturele sector een bijdrage worden geleverd aan het woon- en vestigingsklimaat. De Programmaraad is de vertegenwoordiger van de cultuursector en kan op dit onderdeel de strategische partner van de gemeente worden. Een belangrijk onderdeel van deze taak is ook het rijke aanbod van informeel georganiseerde culturele activiteiten mee te laten werken aan de strategische opdracht van de gemeente.
Belang van heldere prestatie-indicatoren Bij het verstrekken van een opdracht aan culturele organisaties, organisatoren en initiatiefnemers, dienen indicatoren te worden meegegeven op basis waarvan later kan worden bepaald in welke mate de doelstellingen binnen de opdracht zijn behaald en/of op basis waarvan de opdracht dan wel de doelstellingen gedurende de uitvoering ervan moeten worden bijgesteld. Het formuleren van prestatie-indicatoren is eenvoudig als het zuiver kwantitatieve doelstellingen betreft, bijvoorbeeld het realiseren van programma’s, het genereren van een bepaalde hoeveelheid (betalende) bezoekers, het werven van cursisten of het vergroten van het aandeel eigen inkomsten. Het formuleren van indicatoren op (meer) kwalitatieve doelstellingen met betrekking tot maatschappelijke, economische en demografische effecten van cultuur is echter aanzienlijk complexer, omdat meerdere variabelen hierbij elkaar in positieve en negatieve zin kunnen beïnvloeden: hoe meet je wanneer cultuur een positieve invloed heeft op het welbevinden (en zelfs op de gezondheid) van mensen? Het preciseren van indicatoren zal onderdeel moeten zijn van de verdere uitwerking en verdieping van het partnership tussen de gemeente en het culturele veld.
De validiteit en meetbaarheid van dit soort effecten is in tal van gemeenten onderwerp van voortdurende studie en zal dat voorlopig ook nog wel blijven. Dit betekent dat het culturele veld samen met de gemeente hiervoor nieuw instrumentarium moet ontwikkelen.
7
Output en outcome Er bestaan twee soorten prestatie-indicatoren (ook wel Key Performance Indicators of KPI’s genoemd): kwantitatieve indicatoren, zoals aantallen activiteiten, aantallen (betalende) bezoekers, cursisten, het aandeel eigen inkomsten van de culturele organisaties, etc. Dit is de meetbare output. Om daarnaast ook kwalitatieve effecten te kunnen meten, moet gekeken worden naar kwalitatieve indicatoren (outcome). Deze kunnen getoetst worden in een jaarlijkse behoeftepeiling onder de inwoners. Hierin wordt de te realiseren outcome onderzocht zoals het welzijn van de inwoners, de bijdragen aan de leefbaarheid en het vestigingsklimaat bedrijfsleven, etc.). Positieve effecten van cultuur op de economie De culturele sector is onlosmakelijk verbonden met vele sectoren in de samenleving. Het onderzoek van Beerda8 laat aan de financiële kant van de culturele sector zien dat iedere euro die voor de entree bij een culturele activiteit wordt betaald, vermenigvuldigd kan worden met de factor 2,5. ‘Uit het onderzoek blijkt dat elke euro die voor de entree wordt betaald–of het nu voor een tentoonstelling is of voor een concert – je met 2,5 kunt vermenigvuldigen. Mensen gaan een hapje eten in de stad, winkelen, maken gebruik van het openbaar vervoer, enzovoort.
Die factor van 2,5 is enorm en het maakt niet uit of het om een groot of klein cultuurhuis gaat, binnen of buiten de Randstad. Hier komt nog bij dat de gemiddelde Nederlandse cultuurorganisatie een 8,3 krijgt als waardering van hun bezoekers. Voor 54 procent van de bezoekers draagt de cultuurinstelling bij aan het woonplezier dat zij ervaren in hun stad en tweederde van de bezoekers reist speciaal naar een andere stad voor een culturele organisatie. De baten zijn hiermee veel hoger dan de kosten voor cultuur’.
Kunst als de waarde in zichzelf In de vorige alinea’s werden de effecten van cultuur op de sociale structuur van de samenleving en op economie aangestipt. De cijfers geven een positief beeld waarop voortgebouwd kan worden. De cultuur alleen bekijken met een sociale en economische bril kan echter ook als effect hebben, dat de intrinsieke waarde van kunst en cultuur uit het oog wordt verloren. Wat is deze intrinsieke waarde van kunst en cultuur? Hieronder een citaat van de minister van Cultuur om deze waarde indicatief aan te geven: “Wat op het 1e gezicht een homogeen geheel lijkt, is eigenlijk een samensmelting van 'eigen' cultuur en exotische invloeden. Van het vertrouwde en het nieuwe. Dat samen weer heel vertrouwd is geworden…. Ik vind dat heel typerend voor cultuur. Essentieel. Dat in cultuur het vertrouwde en het nieuwe bij elkaar komen, soms schuren of op elkaar botsen en vervolgens samenvloeien….. Kunst daagt grenzen uit. Het prikkelt, confronteert en vernieuwt. En alleen daarom al verdient kunst onze steun. Want een open samenleving als de onze kan het zich niet veroorloven om in te dommelen. We moeten in beweging blijven. Kunst verzet zich tegen stilstand. Als het land dreigt in te dutten, schudden kunstenaars het weer wakker. Als we de luiken dreigen te sluiten, gooien kunstenaars ze weer open.
De waarde die wordt gecreëerd in een cultuur is uiting van allerdiepste gedachten, een verbeelding van schoonheid of een uiting van een confrontatie. Cultuur is een drijfveer op zichzelf, een intrinsieke motivatie om te creëren. Zonder deze intrinsieke waarde wordt kunst instrumenteel en plat”9.
8
Boekmanstichting Cultuur doet ertoe, óók economisch, Hendrik Beerda, 20 april 2020 Ministerie van OCW, mw. I. van Engelshoven, I. Toespraak bij presentatie cultuurvisie 2018 – 2021, Rotterdam, 12 maart 2018. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2018/03/12/speech-bijpresentatiecultuurbeleid-2018-2021 9
8
Nationale ontwikkelingen De toegevoegde waarde uit de productie van cultuur- en mediaproducten in 2015 bedroeg 25,5 miljard euro en was daarmee goed voor 3,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De arbeidsinzet voor deze productie was 320 duizend arbeidsjaren, dat is 4,5 procent van de totale werkgelegenheid in Nederland. De bijdrage van cultuur en media aan het bbp is hiermee iets kleiner dan die van een grote economische sector als de bouwnijverheid (4,1 procent). Uit onderzoek blijkt dat circa 40 procent van de Nederlandse bevolking van zes jaar en ouder in de vrije tijd iets kunstzinnigs of creatiefs doet. Dat zijn ruim 6,4 miljoen mensen die zich bezighouden met amateurkunst. Ten opzichte van 2013 en 2015 is dit een minieme afname van 1 procent10. In 2011 kreeg een gedeelte van de culturele en creatieve sector een centrale plaats in het kabinetsbeleid als een van de negen topsectoren. Dat zijn sectoren die onder andere ‘kennisintensief en export-georiënteerd zijn en een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken’. Ook in coronatijd laat de overheid zien dat ze klaarstaat voor de culturele en creatieve sector. Om het getroffen gedeelte van deze sector een steun in de rug te geven kondigde de overheid op 28 augustus 2020 een tweede steunpakket aan ter waarde van 482 miljoen euro.
In april 2020 trok de overheid ook al 300 miljoen euro uit om de sector te ondersteunen”.11 Met het steunen van de sector bevestigt de overheid de waarde van deze sector. De sector creëert veel werkgelegenheid, draagt bij aan het vestigingsklimaat en creëert daarnaast waarde voor andere sectoren. Vooruitkijkend: er blijft een belangrijke rol weggelegd voor de culturele en creatieve sector in onze economie, zeker na de corona-pandemie. Gemeenten gaven in 2017 gezamenlijk ruim 1,7 miljard euro uit aan cultuur. Per inwoner is dit gemiddeld 101 euro. Gemiddeld gaat bijna 60 procent van de gemeentelijke uitgaven naar cultuurpresentatie, - productie en –participatie. Dit taakveld omvat uitgaven aan podiumkunstinstellingen, zoals podia, gezelschappen en festivals en kunst- en cultuureducatie. Aan bibliotheken en musea wordt gemiddeld bijna 20 procent van het budget uitgegeven. Dit is in lijn met de verantwoordelijkheid die zij hebben op deze terreinen12.
Veense ontwikkelingen Demografie Het aantal inwoners in gemeente Veenendaal is met 11.166 inwoners toegenomen van 55.325 in 1996 tot 66.491 in 2020 (een stijging van 20% in inwonertal). Als prognose voor 2050 geeft het CBS een inwonertal van 72.000 inwoners13. De bevolking van Veenendaal is gemiddeld jonger dan die van Nederland. Er zijn meer mensen jonger dan 20 jaar dan gemiddeld in Nederland. En er zijn minder mensen van 65 jaar en ouder in Veenendaal dan gemiddeld in Nederland. Hoewel ook Veenendaal zal vergrijzen, zal Veenendaal ook in de toekomst een relatief jonge beroepsbevolking blijven houden14. 10
LKCA, Monitor amateurkunst, Kunstzinnig en creatief in de vrije tijd, 2017 Rabobank, https://economie.rabobank.com, Het economische belang van de culturele en creatieve sector. Economisch commentaar, 21 september 2020 12 Ministerie van OCW, https://www.ocwincijfers.nl/cultuur-media/cultuur/cultureleinfrastructuur/overheidsuitgaven/ gemeentelijke-uitgaven-aan-cultuur, 2017 13 StatLine - Regionale prognose 2020-2050; bevolking, intervallen, regio-indeling 2018 (cbs.nl) 14 Gemeente Veenendaal, Veenendaal richting 2040, Aantrekkelijk wonen en werken in een innovatieve topregio, 29 september 2017 11
9
Culturele ontwikkelingen Afgelopen jaren is in Veenendaal geïnvesteerd in een aantal culturele accommodaties in het centrum van de stad (o.a. de nieuwbouw rond het Kees Stipplein). Cultureel economische ontwikkelingen In Veenendaal vormt de omvang van de cultuursubsidies circa 2,3% van de gemeentebegroting15. De gemeentelijke uitgave aan cultuur per hoofd van de bevolking is sinds 2012 ongeveer gelijk gebleven; door de groei van het inwonertal is het absolute bedrag aan cultuursubsidies sinds 2012 echter wel gestegen. Voor nadere uitwerking hiervan: zie hoofdstuk 4: Financiële kaders. De omvang van de Veense culturele sector Het VNG-ringen-model
In 2003 heeft Cor Wijn voor de Vereniging van Nederlandse gemeenten het zgn. Ringenmodel16 ontwikkeld. Dit model is geüpdatet in 201317 en geldt ook in 2021 nog steeds als handleiding voor de Nederlandse gemeenten. Het model schetst de gemiddelde culturele infrastructuur voor gemeenten >30.000 inwoners, 30.000-100.000 inwoners en 100.000-plus gemeenten.
15
Bron: Gemeente Veenendaal Programmabegroting 2021, We blijven investeren in Veenendaal Cor Wijn, Gemeentelijk cultuurbeleid – een handleiding, mei 2003. 17 Cor Wijn, De culturele stad, december 2013 16
10
Aan de hand van dit model kan geconcludeerd worden dat de Veense culturele infrastructuur (met uitzondering van een fysiek poppodium en een kleine theaterzaal) vrijwel past in het gemiddelde van gemeenten tussen de 30.000- en 100.000 inwoners. Veenendaal heeft een omvangrijk cultureel leven. Een opsomming hiervan (niet uitputtend) is opgenomen als bijlage. Samengevat kent Veenendaal naast de professionele organisaties 39 verenigingen voor muziek/koren, 8 dansscholen, zeker 75 beeldend kunstorganisaties en beeldend kunstenaars, 11 theatergroepen en 3 film/videoclubs.
Resultaten enquête bewoners 2016 en 2020 Tijdens het ontwikkelen van de cultuurvisie 2018-2021 is in 2016 een burgerpanel gehouden met vragen over cultuur18. Het aantal uitgezette formulieren was 504; er werden 262 reacties ontvangen (52%). Ook tijdens de ontwikkeling van deze nieuwe cultuurvisie is in 2020-2021 een enquête uitgezet19. Hierbij werden 1235 formulieren uitgezet, waarop een respons van 51% werd ontvangen (629 stemmen). De resultaten zijn meegenomen in de hieronder opgenomen bevindingen/conclusies. De volledige uitslag van het Inwonerspanel 2020 is als separate bijlage opgenomen.
Cultuurvisie 2018-2021 In de cultuurvisie 2018-202120 staat een aantal constateringen en aanbevelingen voor de beleidsperiode 2018-2021: • Een aantal culturele instellingen in Veenendaal heeft een ontwikkeling door te maken als het gaat om het vergroten van het publieksbereik. Een betere balans tussen aanbod- en vraaggericht programmeren (waar een aantal instellingen, waaronder Vlow0318, al ervaring mee heeft) is een manier om daaraan te werken. • De Bibliotheek is volop bezig zich om te vormen tot een organisatie die zich bezighoudt met erfgoed en promotie (in samenwerking met de instellingen in De Cultuurfabriek en het Regionaal Bureau voor Toerisme Heuvelrug en Vallei), educatie en taalonderwijs (in samenwerking met de Volksuniversiteit), informatievoorziening in het sociaal domein en digionderwijs. Vanwege het toegenomen gebruik en het bredere takenpakket van de bibliotheek zijn ruimere openingstijden nodig, zeker omdat Veenendaal slechts één bibliotheekvestiging kent. Dit past in het landelijke beeld, waarin (vrijwel) alle bibliotheken overgaan tot ruimere openingstijden. • Creative Arts School Elevate profileert zich naast De Muzen als niet-gesubsidieerde partij, waarmee het een voorbeeld is van toenemende marktwerking in de cultuursector. • Het cultureel vastgoed in Veenendaal is nauw verbonden met de instellingen die daarvan gebruik maken.
Momenteel is er sprake van verminderd ruimtegebruik in Spectrum door het vertrek van de Volksuniversiteit. Deze gedeeltelijke leegstaand vermindert de aantrekkelijkheid en levendigheid van het centrum in het algemeen en van de locatie in het bijzonder. Deze leegstand kan op korte termijn eventueel worden ingevuld met culturele activiteiten die momenteel onderdak zoeken.
18
Gemeente Veenendaal, Burgerpanel Veenendaal peiling 3 cultuur, december 2016 Gemeente Veenendaal, Inwonerspanel Veenendaal Peiling 7 cultuur, december 2020/januari 2021 20 Gemeente Veenendaal, Cultuurvisie Veenendaal 2018 -2021 De krachten bundelen – naar een duurzaam cultureel klimaat, 3 april 2017 19
11
•
•
•
Er is toenemende aandacht voor de lokale en regionale identiteit in Veenendaal. In interviews is aandacht voor het ‘Verhaal van Veenendaal’ meerdere keren genoemd, ook richting kinderen en jongeren (t/m 24 jaar) en richting stadspromotie. De gemeente heeft een cultuurhistorische waardenkaart (waarop monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle zaken staan aangegeven) die daaraan een belangrijke bijdrage kan leveren. De Bibliotheek, Theater Lampegiet en De Muzen laten hun bredere maatschappelijke waarde duidelijk zien. Het tonen van deze maatschappelijke waarde van ook de andere culturele instellingen en organisaties kan verder versterkt worden. De amateurkunst kan hier winst behalen als het gaat om het leggen van verbindingen met andere maatschappelijke sectoren; de cultuurmakelaar heeft hier in de afgelopen jaren al veel werk van gemaakt. Er is veel energie in Veenendaal voor ondernemerschap en crossovers, de activiteiten van Stadslab zijn daar een voorbeeld van. Tegelijkertijd is er ook een leemte als het gaat om samen programmeren en samen naar buiten treden.
De cultuurvisie 2018-2021 kende vier hoofddoelstellingen: 1. Bevorderen van een levendig cultureel klimaat door het bundelen van krachten; 2. Scheppen van een duidelijker relatie tussen het culturele aanbod en de vraag van het (potentiële) publiek; 3. Verder versterken van de aandacht voor cultuureducatie en talentontwikkeling voor kinderen en jongeren; 4. Meer ruimte creëren voor innovatie en dwarsverbanden. Het is opvallend dat deze punten niet toetsbaar/meetbaar zijn geformuleerd; een evaluatie is daardoor moeilijk. Een voorbeeld: voor de beleidsperiode 2018-2021 is geconstateerd dat de amateurkunstsector niet goed is aangehaakt bij de professionele organisaties en dat hierin verbetering zou moeten optreden. Dit punt komt sterk terug in de interviews bij de evaluatie van deze beleidsperiode. Betekent dit dat in de huidige beleidsperiode geen stappen zijn gezet? Hoewel de hierboven genoemde doelstellingen zeer valide waren en ook anno 2021 nog actueel zijn, zijn deze doelstellingen zo algemeen geformuleerd dat hieruit niet geconcludeerd kan worden of, en in hoeverre, deze doelstellingen zijn gerealiseerd. Om deze reden worden de onderwerpen uit de cultuurvisie 2018-2021 in plaats van ‘afgevinkt’, opnieuw meegenomen in de cultuurvisie 2022-2030.
Conclusies cultuurvisie 2018-2021 Op basis van de ontwikkelingen in de nationale en de Veense cultuursector, de demografische ontwikkelingen binnen de gemeente, de Cultuurvisie 2018-2021, de interviews en het Inwonerspanel, kunnen onderstaande conclusies worden getrokken. N.B. Het betreft hier uitsluitend de conclusies van de geïnterviewden en deelnemers aan het Inwonerspanel. Visie •
•
Cultuur ontstaat en wordt uitgewisseld tussen mensen. Het is belangrijk dat iedereen mee kan doen met die uitwisseling. Dat betekent dat er goed gekeken moet worden hoe mensen elkaar cultureel ontmoeten en hoe nog niet. Hieruit komt voort dat partijen, die gewoonlijk niet als vanzelf met elkaar in contact komen, elkaar toch ontmoeten. De maatschappelijke meerwaarde van culturele ontmoetingen moet beter zichtbaar worden. Successen beter uitdragen en belangrijke iconen en rolmodellen presenteren, maakt de kans op waardering en brede acceptatie van cultuur groter.
12
Aanbod • Er is een gevarieerd aanbod nodig, dat passend is bij de wensen van de inwoners, de eigenheid van de wijken en de doelstellingen die de gemeente heeft voor 2040. • Veel inwoners realiseren zich onvoldoende tot niet hoeveel mensen aan cultuurbeoefening doen en zelfs: dat hun hobby een cultuuruiting is. • Veel inwoners, ondernemers en bezoekers weten onvoldoende hoeveel mooie, spannende, ontroerende en verrassende cultuuruitingen er te zien en te beleven zijn in Veenendaal. Indien het aanbod beter bekend is, zal de vraag naar dat aanbod groeien. • De samenleving groeit toe naar vraaggericht aanbod. Hierdoor wordt de indeling in klassieke sectoren in snel tempo overbodig: zorg, welzijn, economie, cultuur, onderwijs en huisvesting groeien naar elkaar toe en de organisaties in deze sectoren moeten gezamenlijk tot oplossingen komen voor de uitdagingen van de komende decennia. Voor de cultuursector biedt dit kansen om meerwaarde over een breed front te realiseren. • Veenendaal kent een grote diversiteit aan inwoners (138 nationaliteiten); deze nationaliteiten zijn niet vanzelfsprekend zichtbaar en participeren niet vanzelfsprekend in het culturele circuit. • Teneinde deze groeperingen te bereiken, zal het culturele veld zich moeten richten op de organisaties in Veenendaal die deze groepen wel kunnen bereiken.
Faciliteiten • Er zijn meer basisfaciliteiten nodig (gebouwen, geld, menskracht, netwerken) om activiteiten te ontwikkelen en door middel van de activiteiten bewoners met elkaar te laten verbinden. • Er is behoefte aan decentrale, openbaar toegankelijke, herkenbare cultuurplekken en/of programmering in de wijken waardoor cultuur kan groeien en bloeien. Met name een herkenbare en geoutilleerde evenementenlocatie in het centrum, als aanvulling op het stadspark, wordt gemist. • Er is behoefte aan fysieke uitbreiding van Theater Lampegiet21. • Er is gebrek aan betaalbare expositieruimtes en oefenruimtes voor met name amateurkunstverenigingen. • De locatie Spectrum, waar ruimtes leeg staan, wordt (nog) niet ingezet voor het ondervangen van de ruimtebehoefte in de stad. Hiermee kan een deel van de ruimtebehoefte van de culturele instellingen in het centrum worden opgevangen; dit staat los van de gewenste uitbreiding van culturele activiteiten in de wijken, waarvoor geen extra fysieke ruimtes ontwikkeld hoeven te worden. • Er is behoefte aan een eigen, fysieke plek voor popmuziek voor met name jongeren; de activiteiten van Vlow0318 vinden op verspreide plekken plaats. Vanwege de verspreiding over wisselende locaties kan geen popcultuur worden opgebouwd. • Bij nieuwe wijken dient rekening te worden gehouden met wat cultuur voor de inrichting van een gebied kan betekenen.
Ruimte voor toegankelijke culturele, creatieve activiteiten en kunst in de openbare ruimte geven een buurt extra karakter. Deze activiteiten dragen bij aan de identiteit en herkenbaarheid van de wijk of buurt. 21
Onderzoeksbureau Lagroup, Een verkenning van een toekomstig Theater Lampegiet, 17 juli 2020. In dit onderzoek worden de toenamen van de culturele, economische, toeristische en maatschappelijke waarden van een uitbreiding van De Lampegiet beschreven. Deze verkenning geeft o.a. extra te verwachten bezoeken aan alle functies: • theaterfunctie 5.000 - 7.500 • filmfunctie 55.000 - 85.000 • evenementen, stel 2.000 - 4.000 • verhuringen 1.250 - 2.250 Totaal verkende extra bezoeken 63.250 - 98.750
13
•
De gemeente Veenendaal is als eigenaar verantwoordelijk voor het groot onderhoud van de culturele gebouwen, de gebruikers voor het dagelijkse beheer en huurdersonderhoud. Voor een deel van die gebouwen wordt een deel van het gebruikersbeheer gefaciliteerd door een stichting, Tijdens de interviews is geopperd om dit aspect nader te onderzoeken. Wellicht dat uit onderzoek blijkt dat er meer sturing op het culturele vastgoed te verkrijgen is door meer facilitair beheer bij deze stichting onder te brengen. Wellicht kan de Sportservice als voorbeeld dienen; deze organisatie doet het beheer en onderhoud van de sportaccommodaties.
Samenwerkingen • Samenwerking tussen de culturele instellingen kan effectiever worden, worden gestimuleerd en verder uitgewerkt. Het samenwerken in verschillende ketens ligt daarbij voor de hand. Daarin is het versterken van de netwerkfunctie cruciaal. • Grote organisaties hebben naast hun primaire opdracht een taak in het ontwikkelen en in stand houden van de netwerken. In deze ketens hebben echter ook kleinere organisaties een rol. • De grootste culturele sector in Veenendaal is de amateurkunstsector met meer dan 65 verenigingen en organisaties. De amateurkunstsector in Veenendaal heeft via het Kunstplatform weliswaar een link met de Programmaraad, maar de amateurkunstsector heeft feitelijk geen zetel in de programmaraad22. • Nieuwe netwerken zijn nodig om alle inwoners, ondernemers en bezoekers van de stad te bereiken, iedereen een kans te geven om elkaar cultureel te ontmoeten, samen cultuur te maken en samen aan cultuur deel te nemen. Deze netwerken kunnen bovendien onbekende ‘witte vlekken’ aan de oppervlakte brengen. In veel gevallen zal dit leiden tot cross-sectorale samenwerkingen, bijvoorbeeld: cultuur met welzijn, cultuur met economie, cultuur met WMO, uitbreiding van de samenwerkingen tussen cultuur en onderwijs, etc. Hier is onderzoek naar nodig. • De culturele organisaties in het centrum hebben nog beperkt contact met de (culturele) activiteiten in de wijken.
Een uitzondering hierop is een prille samenwerking tussen het Ontmoetingshuis en De Muzen op het gebied van cultuureducatie. • In de culturele sector is de Programmaraad (directies van de gesubsidieerde organisaties die tot de basisinfrastructuur behoren, de cultuurmakelaar, Alive, Elevate en Kunstplatform) een belangrijk gremium, waarbinnen de cultuurmakelaar een spilfiguur is. Deze twee functies brachten in de interviews naar voren dat hun taakomschrijving in de praktijk gegroeid is en op onderdelen aanpassing en verbetering nodig heeft. • Het is belangrijk om permanent de gesubsidieerde culturele organisaties extra te stimuleren samen te werken en deze samenwerking met extra budget te faciliteren. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de gemeente door middel van subsidies de samenwerking kan monitoren en waar nodig aan kan jagen. • Waar steden dicht bij elkaar liggen, vindt meestal afstemming van activiteiten plaats en samenwerking op gebied van faciliteiten en programmering. De beste voorbeelden zijn te vinden in Zutphen, Deventer, Apeldoorn (en in mindere mate Doetinchem). Tussen Veenendaal, Ede en Wageningen, die op een steenworp afstand van elkaar liggen, vindt culturele uitwisseling en samenwerking nog nauwelijks plaats, Deze mogelijkheid kan verkend worden.
Het betreft hier een agglomeratie van ruim 216.000 inwoners, qua inwonertal zou deze agglomeratie op de 8e plaats in de ranglijst Nederlandse gemeenten staan (tussen Almere en Tilburg). 22
Cor Wijn, De essentie van cultuurbeleid, pag. 29: “De vergeten participant, zo wordt de amateur genoemd op een symposium”, 2018
14
Cross-sectorale aanpak • Het is vanzelfsprekend dat de cultuursector participeert in de opgaven van Omgevingsvisie Veenendaal 203023 en de behoefte aan het bewerkstelligen van een leefbare, levendige en geïnspireerde stad waarin alle mechanismen met betrekking tot wonen, werken en voorzieningen voor verschillende inwoners en bezoekers op elkaar aansluiten. Het hele radarwerk binnen de culturele sector moet daarvoor op orde zijn, geïnformeerd zijn, voldoende deskundigheid voorradig hebben, op de hoogte zijn van het nieuwste beleid, doorlopend publieksmetingen kunnen organiseren, en beschikken over up-to-date instrumenten en de nieuwste samenwerkingsmogelijkheden. Om deze doelstellingen vorm te blijven geven, is permanent onderzoek nodig. Cultuureducatie • Om de mogelijkheden vanaf prille kunstbeoefening via amateurkunstverenigingen naar beroepsuitoefening in de culturele sector te vergroten, zijn doorlopende leerlijnen van belang. Hierin hebben de cultuureducatie en scholen een belangrijke rol. • Cultuureducatie PO is in Veenendaal goed ontwikkeld. Voor het VO is het eveneens een verplicht vak24, maar wordt dit vak nog niet overal binnen het VO uitgebreid aangeboden. Uitbreiding van cultuureducatie in het VO is daarom mogelijk25.
Overigens zijn de scholen autonoom in hun keuze voor cultuureducatieve activiteiten, maar de gemeente kan dit onderwerp wel agenderen in overleggen met het onderwijsveld. Belangrijk ontwikkelinstrument hierbij is, het de scholen financieel mogelijk maken aan de cultuureducatieprogramma’s deel te nemen. • Het VO heeft op dit moment slechts een beperkte connectie met het culturele veld; deze connectie zal daartoe moeten worden uitgebreid. • Cultuur in Veenendaal moet veel meer bekendheid krijgen, zodat men weet wat er te doen is en ook waar het te doen is. Er mag ingezet worden op de zichtbaarheid van Veenendaal als culturele stad voor zowel de eigen inwoners als voor de inwoners van de regio. Erfgoed • Erfgoed kan beter worden benut in Veenendaal en dan met name het immaterieel erfgoed. De laatste jaren is gewerkt aan het beter zichtbaar maken van het Veens verleden via verschillende kanalen. Er liggen kansen voor een betere samenwerking, het ontsluiten van archieven met historische informatie en het uitdragen van de geschiedenis van Veenendaal. • Monumentale gebouwen vormen bijzondere plekken en zijn belangrijk voor de geschiedenis en erfgoed van de stad. Om dit goed in beeld te brengen is een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. • Veel oude gebouwen en industrieel erfgoed zijn in Veenendaal in de afgelopen decennia verdwenen.
Er zijn inmiddels initiatieven om wat er nog rest, te behouden. Zoals bijvoorbeeld de PHV-fabriek en de Ritmeester sigarenfabriek. Gemeente
23
Gemeente Veenendaal, Omgevingsvisie Veenendaal 2030 Samen maken we de stad!, december 2020 Uitgeverij Oberon, Monitor Cultuureducatie voortgezet onderwijs, 2017. Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV voor havo/vwo en de equivalent Kunstvakken 1 voor vmbo) is een verplicht examenvak in de bovenbouw van vmbo, havo en vwo. 25 Uitgeverij Oberon, Monitor Cultuureducatie voortgezet onderwijs, 2017. In de bovenbouw (in Nederland is, met bijna 40% van de scholen, het vaakst sprake van een samenhangend en structureel programma. De doorgaande lijn krijgt dan ook met name gestalte binnen CKV (havo/vwo) en kunstvakken 1 (vmbo). 24
15
•
• • •
•
•
•
•
De huidige verdeling van het evenementenbudget geeft een globaal budget van € 20.000 voor het cluster cultuur. Hiermee worden en werden o.a. de openluchtbioscoop stadsstrand, het culturele programma van Zomer in Veenendaal en het voormalige Klassiek aan de Grift ondersteund. Het evenementenbeleid wordt door het culturele veld gezien als ondoorzichtig en te weinig toegesneden op de uitvoering van evenementen. Jongerencultuur wordt onvoldoende herkend en gestimuleerd. De Rekenkamer26 stelt, dat KPI’s nodig zijn om de komende jaren de output van de culturele organisaties beter te kunnen monitoren27. In 2020 is al een verbeterstap in gang gezet. Het beleidsveld cultuur binnen het gemeenteapparaat is versnipperd over meerdere ambtenaren28, die ieder een klein aantal uren voor cultuur beschikbaar hebben29. Hierdoor is het moeilijk om proactief cultureel beleid te ontwikkelen en het culturele veld te monitoren. Het Rekenkameronderzoek formuleert de aanbeveling een keuze te maken hoe zij wil omgaan met commerciële marktpartijen en gesubsidieerde instellingen die hetzelfde product aanbieden. Bestaande subsidieregelingen voor de amateurkunstverenigingen voldoen volgens enkele geïnterviewden niet. De huidige regeling luidt: Er kan een maximum van € 1.000 zaalhuursubsidie worden aangevraagd.
De basishuurprijs van het theater is € 2.900, maar inclusief techniek en technische ondersteuning ligt de huurprijs tussen € 2.965 en € 3.250 per dag30. Naar aanleiding van de cultuurvisie kan deze subsidieregeling nader worden onderzocht. Hier ligt een link naar de eerder genoemde vastgoedoplossingen. Om beter keuzes te kunnen maken voor de nieuwe beleidsperiode is het relevant te weten hoe Veenendaal in elkaar zit: wie zijn de Veenendalers en wat zijn hun voorkeuren? Iedere doelgroep dan wel wijk heeft andere culturele behoeften en moet daarom anders benaderd worden met toegesneden activiteiten. Rotterdam Festivals heeft een onderzoek-systematiek ontwikkeld, die inmiddels bij een groot aantal gemeenten gebruikt wordt. Naast dit culturele bevolkingsonderzoek is ook permanent onderzoek nodig naar samenwerkingsmogelijkheden tussen verschillende maatschappelijke sectoren, nieuwe typen activiteiten, etc. Dit pleit ervoor om permanent onderzoek te doen naar de culturele dagelijkse praktijk.
Beeldende Kunst • Beeldende kunst komt slechts spaarzaam aan bod. Denk aan expositieruimtes, galerieën, broedplaatsen en besloten makers-plaatsen (zoals ateliers, werkplaatsen en studio’s, kunst in de openbare ruimte). De gemeente heeft overigens geen geactualiseerd beeldend kunstbeleid. 26
Gemeente Veenendaal, Rekenmakeronderzoek Cultuurbeleid Veenendaal onder de loep, september 2019 Gemeente Veenendaal, Rekenkameronderzoek pag. 4. Aanbeveling 2: “Stel KPI’s en prestatieafspraken vast in afstemming met het veld. De gemeente stelt KPI’s op die bepalend zijn bij het behalen van de doelstellingen van het cultuurbeleid en stemt deze af met de culturele instellingen waar het grootste deel van de subsidies naartoe gaat. De gesubsidieerde culturele instellingen koppelen jaarlijks de bereikte resultaten van de vastgestelde kwantitatieve en kwalitatieve prestatieafspraken terug aan de gemeente door middel van een compacte rapportage, waar nodig met een korte relevante verklaring en/of toelichting”. 28 Gemeente Veenendaal, Rekenkameronderzoek pag. 4. Aanbeveling 3: “Zorg voor ambtelijke inzet voor het cultuurbeleid Voor het ontwikkelen van een visie op cultuur en het formuleren van de doelstellingen, het bepalen van KPI’s en prestatieafspraken en het beoordelen van de behaalde resultaten is voldoende ambtelijke tijd en deskundigheid nodig. De huidige ambtelijke bezetting bij de gemeente Veenendaal is minimaal”. 29 Gemeente Veenendaal, Rekenkameronderzoek 2019 pag. 10: “Sinds april 2018 is er een nieuwe beleidsmedewerker cultuur, aangesteld voor 12 tot 14 uur per week, die alom wordt gewaardeerd.
Naast de beleidsmedewerker zijn er nog twee ondersteunende medewerkers, beiden voor 4 uur. Het aantal fte’s voor cultuur is daarmee beperkt en versnipperd”. 30 Conform opgave Theater Lampegiet 27
16
Missie, Visie en Strategie 2022-2030 Op basis van de interviews, de analyses in het voorgaande hoofdstuk en de conclusies over de cultuurvisie 2018-2021, formuleren we voor de komende beleidsperiode 2022-2030 de volgende visie, missie en strategie voor de Veense cultuursector: Missie Kunst is een waarde in zichzelf en is onmisbaar in de samenleving. Daarnaast is cultuur, met de kunstuitingen daarbinnen, een krachtig instrument om in te zetten voor de samenleving: kunst en cultuur dragen bij aan zingeving, zelfvertrouwen, individuele ontplooiing en ontwikkeling, saamhorigheidsgevoel, betrokkenheid bij de samenleving, meer begrip voor elkaars waarden, normen en (culturele) achtergronden. En vooral aan positieve geestelijke en fysieke gezondheid van de inwoners.
Visie Het ontsluiten van kunstzinnige en culturele activiteiten creëert op een laagdrempelige manier ontmoeting en verbinding. Voor miljoenen mensen is het vanzelfsprekend om actief deel te nemen aan kunst- en cultuuractiviteiten; voor een even grote groep is dit niet vanzelfsprekend omdat zij drempels ervaren. Minima kunnen kampen met een financiële drempel, laaggeletterden met informatieve en digitale drempels, mensen met een beperking ervaren vaak fysieke drempels, mensen met een niet-westerse achtergrond vinden niet vanzelfsprekend aansluiting bij de (overwegend) westerse cultuur. Daarnaast bestaan er knelpunten bij de accommodaties en in de organisatiestructuur van de culturele sector, die een breed aanbod voor de inwoners belemmeren. In de komende beleidsperiode kunnen deze drempels en knelpunten worden onderzocht en weggenomen, waardoor kunst en cultuur nog meer kunnen gaan bijdragen aan de samenleving.
Strategie De geconstateerde drempels en knelpunten worden voor de cultuurnota vertaald in 7 oplossingsrichtingen/verhaallijnen: • Verhaallijn 1 Stabiele basis • Verhaallijn 2 Cultuur in de wijken • Verhaallijn 3 Iedereen doet mee • Verhaallijn 4 Jong geleerd, oud gedaan • Verhaallijn 5 Het verhaal van Veenendaal • Verhaallijn 6 Nieuwe smaken, nieuwe makers In de komende beleidsperiode worden de geconstateerde drempels en knelpunten benoemd, • Verhaallijn 7 Veenendaal kleurt de regio onderzocht en weggewerkt. Dit vindt gefaseerd plaats door: • Verhaallijn 1 t/m 5 te onderzoeken, te starten en (grotendeels) uit te voeren in de (vervolg op de volgende pagina) beleidsperiode periode 2022-2025; • De verhaallijnen 6 en 7 grotendeels te starten en uit te voeren in de periode 2025-2030 De uitwerking van de verhaallijnen SMART te formuleren, zodat evaluatie en toetsing mogelijk wordt.
17
3. Cultuurnota 2022-2025 Doelen Cultuurnota 2022-2025 Uit de analyses in het voorgaande hoofdstuk Cultuurvisie 2022-2030 (nationale ontwikkelingen, evaluatie cultuurvisie 2018-2021, de opbrengst uit de interviews, het Inwonerspanel en de doelstellingen in de cultuurvisie 2018-2021) komt een voor de cultuurnota 2022-2025 een aantal hoofdlijnen naar voren: 1. Het onderdeel culturele accommodaties kent al geruime tijd een aantal knelpunten. Het betreft met name een uitbreiding van Theater Lampegiet met een kleine zaal en met eventueel een grotere zaal voor grotere producties, vergaderruimtes, etc. waardoor een bredere programmering mogelijk is Daarnaast is er behoefte aan ruimte voor amateurkunstverenigingen, expositieruimtes, aan oefenruimtes voor amateurkunstverenigingen en een fysieke plek voor popmuziek. Wellicht dat gebouw het Spectrum (deels) hiervoor kan worden ingezet. Ook een herkenbare en geoutilleerde evenementenlocatie in het centrum als aanvulling op het stadspark (het Stadsstrand wordt node gemist!) is nodig voor evenementen als Veenendaal Live, Zomerfestival, muzikale optredens rondom Kerst en Koningsdag, culturele activiteiten rondom Veenendaal on Ice, Klassiek aan de Grift, Plaza Cultura, etc.
Deze evenementen dragen in hoge mate bij aan de publiekstrekkende functie van het centrum en aan het ‘laden’ van het merk Veenendaal, zoals beschreven staat in het programmaplan Vitale Binnenstad 2.031. Volgens informatie van de gemeente Veenendaal, zal binnenkort de ontwikkeling van een nieuw evenementenbeleid starten; deze kan op dit onderdeel goed aansluiten bij de Cultuurnota 2022-2025. 2. Veenendaal kent tal van samenwerkingsverbanden tussen culturele organisaties in het centrum. Deze samenwerkingen werden en worden gestimuleerd door gemeentelijk beleid (naar aanleiding van de wens van de culturele organisaties),dat beoogde de kunst en cultuur te concentreren in het centrum.
Los van de positieve effecten die dit heeft veroorzaakt zoals levendigheid in het centrum, is hierdoor ook een aantal bijwerkingen opgetreden: o Een van de gevolgen is, dat de amateurkunsten (die zich uit de aard der zaak vaak in repetitieruimtes in de wijken bevinden) zich niet verbonden voelen met de professionele kunsten in het centrum; zij nemen niet structureel deel aan de reguliere cultuuroverleggen; o Een tweede gevolg is dat de professionele organisaties in het centrum zich, uitzonderingen nagelaten, nauwelijks richten op kunst- en cultuuractiviteiten in de wijken; o En het derde gevolg is dat het gebruik van professionele podia door de amateurkunstsector slechts in geringe mate voorkomt: de podia in het centrum zijn te duur voor de amateurkunstsector. Het is daarom van belang om de structuur van de Veense cultuursector op deze onderdelen te optimaliseren, zodat de professionele activiteiten in het centrum en de activiteiten in de wijken elkaar gaan versterken. Een belangrijk onderdeel daarvan is het integreren van de amateurkunstsector in de reguliere overleggen van de culturele sector. 3. Op basis van toenemende vragen uit de samenleving zal de cultuursector meer moeten gaan samenwerken met de verschillende maatschappelijke sectoren.
Dit betreft het ontwikkelen en uitvoeren van op specifieke doelgroepen gerichte activiteiten, die voor (sommige) doelgroepen laagdrempelig in hun omgeving worden aangeboden zoals bijvoorbeeld activiteiten voor senioren/gepensioneerden, mensen met een taalachterstand of met een fysieke beperking, of 31
Gemeente Veenendaal, Programmaplan Vitale Binnenstad Veenendaal - Van Winkelstad naar Binnenstad, 4 november 2020
18
mensen met beperkte toegang tot de westerse cultuur, etc.. Deze beoogde samenwerkingen zijn in deze cultuurnota gevat in verhaallijnen. In deze verhaallijnen werken culturele en niet-culturele organisaties samen aan gemeenschappelijke doelen door middel van gemeenschappelijke activiteiten. De verhaallijnen omvatten daarom organisaties uit de culturele sector en uit de sectoren Zorg, Economie, Welzijn, Onderwijs, Toerisme, Ruimtelijke Ordening en Bouw, etc. 4. Binnen de gemeentelijke organisatie is nog weinig sprake van het afstemmen van het beleid van de verschillende gemeentelijke beleidssectoren m.b.t. cultuur. Een voorbeeld hiervan is, dat in de talrijke gemeentelijke beleidsnotities (Sociale domein, IKC’s, Economie, Ruimtelijke ordening, Omgevingsvisie Veenendaal 2030 , etc.) nauwelijks inhoudelijke verwijzingen naar cultuur kunnen worden aangetroffen. De verankering die in de nota’s wordt aangetroffen, zijn voornamelijk economisch van aard. Deze verankering kan breder ingestoken worden. Eén van de oorzaken van het ontbreken van een verankering is waarschijnlijk, dat de traditionele kunst- en cultuurtaken binnen het gemeentelijke apparaat nog niet gezien worden als ‘taakveld’.
De kunst- en cultuurtaken zijn in plaats daarvan verspreid over een groot aantal gemeentelijke medewerkers van 10 verschillende teams en een commerciële partij: • Erfgoed (Team Ruimtelijke Ordening en bouwen) • ‘Merk Veenendaal’ (Commerciële partij) • Kunst in de openbare ruimte (Team Beheer) • Subsidies amateurkunstverenigingen (Team Maatschappelijke ondersteuning) • Subsidies evenementen (Team Leefbaarheid en veiligheid) • Centrum/Stadshart (Team Programma’s en Projecten) • Gemeentearchief (Team Facilitair) • Cultuur (Team Maatschappelijke Ondersteuning) • Gemeentelijke afdeling Vergunningen/Evenementen (Team Leefbaarheid en veiligheid) • Financieel adviseur cultuur (Team Financiën) • Accountmanager cultuur (Team Vastgoed) • Medewerker Toerisme (Team Werk, Economie en In komen) 5. Dit maakt het integraal aansturen/coördineren van de kunst- en cultuursector ingewikkeld en complex. De politieke verantwoordelijkheid voor de brede Veense cultuursector ligt uiteraard bij het college van B&W, waarbinnen bij 3 verschillende portefeuillehouders op onderdelen actief zijn; dit draagt niet per sé bij aan een eenduidige aansturing van de sector cultuur. Dit pleit voor het samenvoegen en coördineren van de culturele taken binnen het gemeentelijk apparaat. Dit zal ertoe bijdragen dat het belang van kunst en cultuur voor de samenleving beter wordt herkent, erkent en uitgedragen. 6.