CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.c. Vaststelling bestemmingsplan Groenpoort - toelichting

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Groenpoort27.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan | Toelichting

Veenendaal-oost, deelplan Groenpoort

Gemeente Veenendaal

Datum: 18 januari 2022 Projectnummer: 190582 ID: NL.IMRO.0345.BPGroenpoort-ON01

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 4 7

2

Planbeschrijving

8

2.1 2.2 2.3

Historische context Bestaande situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied

8 9 9

3

Beleid en regelgeving

15

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

15 19 25 26

4

Onderzoek

31

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Cultuurhistorie en archeologie Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Water Natuur Verkeer en parkeren Explosieven Vormvrije m.e.r.-beoordeling

31 33 37 40 42 46 49 56 61 66 68 69

5

Juridische toelichting

71

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels

71 71 72 76 77

6

Uitvoerbaarheid

78

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

78 78

Bijlagen Bijlage 1: Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Bodemonderzoeken Bijlage 3: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4: Onderzoek luchtkwaliteit Bijlage 5: Quick scan bedrijven en milieuzonering Bijlage 6: Akoestisch onderzoek energiehuis Bijlage 7: Geuronderzoek Bijlage 8: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 9: Waterhuishoudkundig plan Bijlage 10: Quick scan natuur Bijlage 11: Onderzoek vaste rust- en verblijfsplaatsen Bijlage 12: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 13: Beschikking gebiedsbescherming Bijlage 14: Activiteitenplan Bijlage 15: Advies mobiliteit en parkeren Bijlage 16: Vormvrije m.e.r.-beoordeling

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de oostzijde van Veenendaal is de uitbreidingswijk ‘Veenendaal-oost’ gelegen, die gefaseerd wordt ontwikkeld en gerealiseerd. Deelplan ‘Buurtstede’ is nagenoeg afgerond en deelplan ‘Veenderij’ is momenteel in aanbouw. Voor het laatste deelplan (‘Groenpoort’) – met een capaciteit van maximaal 970 woningen – heeft het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost een stedenbouwkundig plan opgesteld. Naar verwachting wordt het definitieve ontwerp van het stedenbouwkundig plan medio 2021 afgerond. Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Veenendaaloost’ uit 2006, waarin het plangebied geheel is voorzien van een uit te werken woonbestemming. De huidige (stedenbouwkundige) plannen voor Groenpoort sluiten echter niet aan bij het juridisch-planologisch kader zoals dat destijds beoogd is, onder meer doordat een rechtstreekse ontsluiting op de Rondweg Oost (N233) is beoogd. De omgevingswet zal naar verwachting per 1 juli 2022 zijn intrede doen. De mogelijkheid om een uitwerkingsplan te maken zal daarmee komen te vervallen. Derhalve is het wenselijk een nieuw bestemmingsplan op te stellen.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van Veenendaal-oost, een nieuw woongebied aan de oostzijde van Veenendaal. De ontwikkeling van Veenendaal-oost is opgedeeld in drie deelplannen: ‘Buurtstede’, ‘Veenderij’ en ‘Groenpoort’. Deelplan ‘Groenpoort’ betreft het meest noordelijke deelplan. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Buurtlaan Oost aan de noordzijde en de Dragonderweg aan de oostzijde. Aan de zuidzijde vormt de Spitsbergenweg de begrenzing van het plangebied. De westzijde wordt begrensd door de provinciale weg N233. Op de navolgende afbeeldingen is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan. De plangrens van het voorliggende bestemmingsplan is zoveel mogelijk afgestemd op de begrenzing van het geldende bestemmingsplan ‘Veenendaal-Oost’.

Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing plangebied (bron: Google Earth, bewerking: SAB)

3

1.3

Geldend bestemmingsplan Op dit moment gelden voor het plangebied de volgende bestemmingsplannen: 1. Bestemmingsplan ‘Veenendaal-Oost’, door de gemeenteraad van Veenendaal vastgesteld op 14 december 2006 en door Gedeputeerde Staten van Utrecht goedgekeurd op 26 juni 2007. 2. Bestemmingsplan ‘Parapluplan 2020’, door de gemeenteraad van Veenendaal vastgesteld op 25 juni 2020. Ad 1) Bestemmingsplan ‘Veenendaal-Oost’ Op grond van het bestemmingsplan ‘Veenendaal-Oost’ is het plangebied voorzien van de bestemming ‘Uit te werken Woondoeleinden’ (deelplan Noord). De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor woningen (met uitzondering van woonwagens), verkeersvoorzieningen, speel- en groenvoorzieningen, waterpartijen en waterlopen, geluidwerende voorzieningen, alsmede maatschappelijke voorzieningen, bedrijven in milieucategorie 1 en 2, een benzineservicestation zonder LPG, detailhandel en overige (buurt)voorzieningen die functioneel tot een woongebied behoren. Het geldende bestemmingsplan is nog opgesteld onder vigeur van de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO) en bevat derhalve nog een zogenaamde ‘beschrijving in hoofdlijnen’.

Voor de uitwerking van het noordelijke deelplan (Groenpoort) zijn in de beschrijving in hoofdlijnen de volgende uitgangspunten vastgelegd:  de (gemiddelde bruto) woningdichtheid zal 25 à 35 woningen per hectare bedragen;  het woongebied zal worden doorsneden door water- en groenelementen waardoor meerdere kleine woonbuurtjes ontstaan;  de woningblokken bestaan voornamelijk uit halfopen bouwblokken;  door de grote voortuinen en de relatief brede profielen van de openbare ruimten krijgt de buurt een groen karakter;  ter afscherming van het geluid als gevolg van de Rondweg-oost dienen nietgeluidgevoelige functies te worden gerealiseerd, dan wel andere maatregelen te worden getroffen die de geluidsbelasting van de woningen beperkt;  ook aan de noordzijde van dit deelplan draagt gesloten bebouwing, een geluidscherm (of een combinatie van beide) bij aan de akoestische afscherming als gevolg van de A12.

De hoogte van deze schermen/bouwblokken en de uitvoering van de gevels (bijvoorbeeld een permanent geluiddichte gevel) dienen in overeenstemming te zijn met de normering van de Wet geluidhinder;  ondergeschikte clusters voor sociaal-maatschappelijke-, medische-, educatieveen soortgelijke voorzieningen zijn door het gehele gebied mogelijk;  dagelijkse voorzieningen (niet zijnde winkelvoorzieningen) dienen goed bereikbaar te zijn (zo mogelijk binnen een straal van 250 meter) en dienen bij te dragen aan functiemenging op buurtniveau. Indien situering binnen een straal van 250 meter niet mogelijk blijkt is het situeren van de voorzieningen zo dicht mogelijk bij routes voor langzaam verkeer en/of haltes van openbaar vervoer eveneens een optie. Voor wat betreft het programma is in de beschrijving in hoofdlijnen bepaald dat in deelgebied ‘Noord’ (thans: Groenpoort) 900 tot 1.250 woningen mogen worden gebouwd.

4

Bij het uitwerken van de bestemming dienen de volgende voorschriften in acht te worden genomen: a. binnen een afstand van 50 meter vanaf de op de plankaart aangegeven begrenzing van de aanduiding "deelgebieden" worden de deelgebieden begrensd; b. binnen een afstand van 75 meter vanaf de op de plankaart aangegeven aanduiding ‘hoofdontsluitingsstructuur’ zal het plangebied voor gemotoriseerd verkeer worden ontsloten; c. binnen een afstand van 25 meter vanaf de op de plankaart aangegeven aanduiding ‘hoofdgroenstructuur’ zal een robuuste groenzone worden gerealiseerd; d. binnen een afstand van 25 meter vanaf de op de plankaart aangegeven aanduiding 'hoofdwaterstructuur' zal een watergang ten behoeve van de waterbeheersing worden gerealiseerd; ter plaatse van het centrum dient deze hoofdwaterstructuur binnen een afstand van 100 meter van de op de plankaart aangegeven aanduiding ‘hoofdwaterstructuur’ te worden gerealiseerd; e. totale oppervlakte van het centrale voorzieningencluster mag niet meer bedragen dan 8.000 m² bruto vloeroppervlak, met dien verstande dat de totale oppervlakte van detailhandel niet meer mag bedragen dan 5.000 m²; f. binnen de in het uitwerkingsplan te bepalen stankcirkels rond agrarische bedrijven mogen geen woningen of andere gevoelige bestemmingen worden gerealiseerd; g.

ten behoeve van de realisering van Veenendaal-oost dient ten minste 15,2 hectare waterberging te worden gerealiseerd; h. vóór 2010 wordt niet meer dan 50% van het totaal aantal woningen gerealiseerd; i. de hoogte van de bebouwing in Veenendaal-oost bedraagt maximaal 5 bouwlagen; j. de hoogte van de landmark in het wijkcentrum bedraagt maximaal 7 bouwlagen; k. de bouwlagen worden in meters bepaald op 4,5 meter voor de voorzieningen en op 3,5 meter voor de woonlagen. Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan Inmiddels is gestart met de uitwerking van het stedenbouwkundig plan voor deelplan ‘Groenpoort’. De oorspronkelijke ontwerpprincipes worden daarbij (deels) losgelaten, omdat deze niet langer aansluiten bij de huidige stedenbouwkundige visie op het gebied. De destijds vastgelegde ‘structurerende elementen’ pleiten voor een rationele verkavelingsstructuur, terwijl thans de wens bestaat meer gebogen lijnen en organische vormen toe te passen in het stedenbouwkundig plan. Bovendien zal het plangebied op andere wijze ontsloten worden dan aanvankelijk de bedoeling was. Oorspronkelijk bestond het idee om - parallel aan de provinciale weg - een noord-zuid gerichte hoofdontsluiting aan te leggen, waarbij Groenpoort ontsloten zou worden via de Buurtlaan Oost.

Een dergelijke ontsluiting is nog steeds mogelijk en ook haalbaar, maar een rechtstreekse ontsluiting op de provinciale weg geniet de voorkeur. Inmiddels is duidelijk dat de provincie Utrecht voorbereidingen treft voor de verbreding van de N233 naar 2 x 2 rijbanen. Onderdeel van deze wegverbreding is de aanleg van een directe aansluiting van het plangebied op deze weg. Voor de beoogde wegverbreding wordt een afzonderlijke planologische procedure doorlopen. Met de provincie Utrecht is overeengekomen dat er hoe dan ook een directe aansluiting op de provinciale weg zal worden gerealiseerd, ook als de verbreding van de N233 naar 2 x 2 rijbanen onverhoopt geen doorgang vindt. Deze directe aansluiting kan gerealiseerd worden op grond van het geldende juridisch-planologische kader voor de N233.Daarmee is een

5

rechtstreekse ontsluiting van het plangebied op de N233 voldoende verzekerd. Op 22 november is hierover nog bestuurlijk overleg geweest en zijn nadere afspraken gemaakt. Bovenstaande heeft er toe geleid dat de beoogde stedenbouwkundige uitwerking op een aantal punten in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Daarnaast speelt ook de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2022 een belangrijke rol. Als gevolg van deze (ingrijpende) wetswijziging is het niet langer mogelijk een uitwerkingsplan op te stellen. Deze planvorm komt onder de nieuwe wet te vervallen. Derhalve bestaat de wens het bestaande juridisch-planologisch kader te actualiseren, waarbij de uit te werken woonbestemming wordt omgezet in een directe woonbestemming (rechtstreekse bouwtitel).

Afbeelding 1.2: uitsnede plankaart bestemmingsplan ‘Veenendaal-Oost’.

Ad 2) Bestemmingsplan ‘Parapluplan 2020’ De gemeente Veenendaal heeft de afgelopen jaren een groot deel van haar bestemmingsplannen geactualiseerd (het voorliggende plangebied vormt hierop een uitzondering). Omdat het actualiseringsproces zich over een aantal jaren heeft uitgestrekt 6

zijn de vastgestelde bestemmingsplannen niet geheel identiek. Inzichten, beleid en wettelijke regelingen zijn immers dynamisch en wijzigen voortdurend. Voor een aantal aspecten geldt dat deze dringend een aangepaste en/of uniforme regeling behoeven. Met het ‘Parapluplan 2020’ is hier invulling aan gegeven. Met dit paraplubestemmingsplan zijn regelingen toegevoegd aan de vigerende bestemmingsplannen. De regels uit het ‘Parapluplan 2020’ zijn – voor zover relevant – verwerkt in de regels van dit bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Hoofdstuk 4 omvat de toetsing aan de planologische haalbaarheidsaspecten en milieuaspecten. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 5) en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 6).

7

2

Planbeschrijving In dit hoofdstuk komt aan de orde wat de huidige situatie is met betrekking tot de ruimtelijke structuur en de functionele structuur en op welke wijze deze structuur is ontstaan. Met betrekking tot de functionele structuur wordt ingegaan op de huidige functie van het plangebied.

2.1

Historische context Veenendaal is gelegen in de Gelderse Vallei, die wordt omsloten door de Utrechtse Heuvelrug en de stuwwal bij Ede-Wageningen welk in de voorlaatste IJstijd (het Saalien) door landijs is gevormd. Veenendaal dankt zijn bestaan aan de veengrond. Uit dat veen werden in de zestiende eeuw grote hoeveelheden turf gewonnen: de belangrijkste brandstof van dat moment. Ter huisvesting van de landarbeiders ontstond de nederzetting Veenendaal. Als gevolg van de turfwinning is een veenlandschap ontstaan, waarvan de kavelrichting oost-west georiënteerd is. Het Valleikanaal - ongeveer één kilometer ten zuiden van het plangebied - heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontginning van het gebied. Het Valleikanaal volgt de loop van de voormalige Grift (of Bisschop Davidsgrift). e Deze uit de 15 eeuw daterende Grift liep vanaf het huidige Zwaaiplein in zuidoostelije ke richting naar de Rijn. In de jaren zestig van de 19 eeuw werd - in samenhang met de aanleg van het Omleidingskanaal - dit gedeelte van de Grift verbreed tot een breedte van circa 8 meter.

Afbeelding 2.1: uitsnede historische kaart (omstreeks 1920) met de globale ligging van het plangebied rood omkaderd (bron: www.topotijdreis.nl, bewerking SAB). e

Het plangebied is vanaf het midden van de 18 eeuw tot in de Tweede Wereldoorlog 1 onderdeel geweest van (het inundatiegebied van) de Grebbelinie en behoorde tot de meest zuidelijke inundatiekom. Kenmerkend voor inundatiegebieden zijn de landschappelijke openheid, een relatief lage ligging en een vlak karakter. Deze eigen-

1

een inundatiegebied is een gebied dat ten behoeve van de verdediging onder enkele decimeters water kon worden gezet.

8

schappen zijn in het plangebied nog goed herkenbaar. Het inundatiegebied strekte zich buiten het plangebied uit in oostelijke richting tot aan De Kade (gemeente Ede). Het plangebied kent van oorsprong een overwegend oost-west georiënteerd verkavelingspatroon. Parallel aan de verkavelingsrichting was de Buursteeg gelegen; een historische kade, die thans beter bekend is als de Buurtlaan Oost.

2.2

Bestaande situatie plangebied Het voorliggende plangebied bestaat uit een open agrarisch gebied met een kenmerkende oost-west georiënteerde strokenverkaveling. In het plangebied is zowel een toplaag van zand als venig materiaal aanwezig. Ondanks de opgaande beplanting en houtsingels, heeft het plangebied een relatief open karakter en wordt agrarisch intensief gebruikt (landbouw en grasland). Het verkavelingspatroon is ontstaan door de eigendomsverhoudingen zoals die waren voor de vervening. Tijdens de vervening ontstond door de aanleg van de wijken een fijnmazige strokenverkaveling die ook na afloop van de turfwinning - toen de gronden in het plangebied een agrarische bestemming kregen, op hoofdlijnen is gehandhaafd. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Dragonderweg. Aan deze weg waren enkele (niet-grondgebonden) agrarische bedrijven gevestigd die inmiddels hun bedrijfsvoering hebben beëindigd. Een manege aan de Dragonderweg 6 is nog wel in bedrijf. Aan de Buurtlaan Oost – aan de noordzijde van het plangebied – bevinden zich enkele woningen en een tuincentrum. Tot slot zijn in het zuidelijk deel van het plangebied tijdelijk nog de moestuincomplexen ‘Het Buitenhof’ en ‘Stadsakkers’ gesitueerd.

2.3

Toekomstige situatie plangebied

2.3.1

Stedenbouwkundige structuur Veenendaal-oost Het oost-west gerichte kavelpatroon van het onderliggende veenlandschap is uitgangspunt geweest bij het opstellen van de verkavelingsstructuur voor Veenendaaloost. Kenmerkende eigenschappen van dit landschap zijn lange smalle kavels, smalle sloten tussen de kavels die het gebied afwateren en incidenteel opgaande beplanting tussen de kavels. In het landschappelijk patroon van kavels in oost-west richting ligt een aantal elementen die afwijken van de parallelle oost-west gerichte kavels. Het gaat om een aantal bestaande sloten en laantjes. Deze elementen zijn meegenomen in de nieuwe verkaveling en vormen interessante plekken in delen van de wijk en vormen daarom een aanleiding voor bijzondere plekken en/of functies. Deze elementen kunnen ook een bijdrage leveren aan de identiteit van buurten op een lager schaalniveau. Het zuidelijk deel van Veenendaal-oost (Veenderij) heeft een specifiek karakter gekregen door de grote hoeveelheid water die in dit gebied opgevangen moet worden. Het landschappelijk patroon langs het (Gelders) Benedeneind is bijzonder, doordat hier de oost-west gerichte kavels omslaan naar een verkaveling haaks op het Vallei-

9

kanaal (Bisschop Davidsgrift). In deze structuur is ook de bestaande lintbebouwing langs het Valleikanaal opgenomen. Om een goede overgang te maken tussen de wijk en het bebouwingslint en tegelijkertijd de verbijzondering van het landschappelijk patroon zichtbaar te maken is een zone gedefinieerd met een waterrijk milieu. Door deze verkavelingsstructuur (met behulp van een markante zichtlijn en de aanwezigheid van oppervlaktewater) zichtbaar te maken vanaf de hoofdentree van de wijk, wordt het waterrijke karakter van de wijk reeds bij de entree herkenbaar gemaakt. Ook wordt de entree vanaf de Rondweg Oost op deze wijze een bijzondere plek in de stedenbouwkundige structuur van de wijk. 2.3.2

De deelplannen Veenendaal-oost is onderverdeeld in drie deelplannen; ‘Groenpoort’ in het noorden, het centrale deelplan ‘Buurtstede’ en ‘Veenderij’ in het zuiden. Deze deelplannen krijgen ieder hun eigen karakter, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in een kenmerkende dichtheid, sfeer en profilering van de openbare ruimte. Groenpoort Het deelplan ‘Groenpoort’ - waarop het voorliggende bestemmingsplan betrekking heeft - vormt het noordelijke deelplan van Veenendaal-oost. De (gemiddelde bruto) woningdichtheid bedraagt circa 29 woningen per hectare. Dit gebied zal worden doorsneden door een brede singel en diverse groene elementen waardoor meerdere kleine woonbuurten ontstaan. De woningblokken bestaan hoofdzakelijk uit halfopen bouwblokken, waarbij de woningdichtheid in oostelijke richting steeds verder afneemt. Buurtstede Het centraal in de wijk gesitueerde deelplan ‘Buurtstede’ kent een woningdichtheid van ongeveer 30 woningen per hectare en biedt ruimte aan diverse wijkvoorzieningen voor Veenendaal-oost. Het voorzieningencluster in ‘Buurtstede’ bedraagt in totaal 16.500 m², waarvan 5.000 m² detailhandel en 11.500 m² maatschappelijke functies, inclusief horeca. Deze centrumvoorzieningen zijn direct ten zuiden van het voorliggende plangebied gesitueerd. De woningen in ‘Buurtstede’ bestaan hoofdzakelijk uit bouwblokken met aaneengesloten en gestapelde woningen.

Door de beperkte aanwezigheid van voortuinen en het materiaalgebruik van in de openbare ruimte krijgt de buurt een stedelijk karakter, in tegenstelling tot de andere twee deelplannen. Veenderij Het deelplan ‘Veenderij’ vormt het zuidelijke deel van Veenendaal-oost. De woningdichtheid bedraagt hier ongeveer 24 woningen per hectare. De woningblokken bestaan hoofdzakelijk uit halfopen bouwblokken, waarbij de woningdichtheid in zuidelijke richting steeds verder afneemt. Ook de bebouwing ten oosten van de Dragonderweg (het zogenaamde Balkon-zuid) kent een lage(re) bebouwingsdichtheid. Het karakter van ‘Veenderij’ wordt grotendeels bepaald door de grote hoeveelheid water.

2.3.3

Verkeersstructuur De hoofdontsluitingsstructuur van Veenendaal-oost heeft een duidelijk herkenbaar profiel binnen ieder deel van de wijk. Een brede watergang vervult in het profiel van de 10

hoofdontsluiting een belangrijke rol en onderstreept het waterrijke karakter van het nieuwe woongebied. De hoofdverkeersstructuur voor het gemotoriseerde verkeer is zo ontworpen dat de deelplannen ‘Buurtstede‘ en ‘Veenderij’ niet worden verbonden met deelplan Groenpoort. Doordat de hoofdontsluiting voor ‘Buurtstede’ en ‘Veenderij’ is losgekoppeld van de hoofdontsluiting van ‘Groenpoort‘ is er geen doorgaande verkeersbeweging voor gemotoriseerd verkeer mogelijk tussen het zuidelijke deel en het middendeel van de wijk en het voorliggende plangebied. Verbinding van de verschillende deelplannen is vanzelfsprekend wel mogelijk voor langzaam verkeer. In deelplan ‘Buurtstede’ bevindt zich een voorzieningencluster met scholen, sportvoorzieningen, detailhandel en andere functies waaronder gezondheidsvoorzieningen. Dit voorzieningencluster zal in de toekomstige situatie zowel vanuit het noordelijk als vanuit het zuidelijk deel en middendeel bereikbaar zijn voor gemotoriseerd verkeer. Wel is er een verkeerskundige ‘knip’ gemaakt, waardoor het niet mogelijk is vanuit ‘Veenderij’ - via ‘Buurtstede’ – ‘Groenpoort’ te bereiken, en vice versa. 2.3.4

Deelplan ‘Groenpoort’ De oorspronkelijke plannen voor ‘Groenpoort’ gingen uit van een rationele verkaveling, aansluitend op het oost-west gerichte kavelpatroon. Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan is deze rationele wijze van verkavelen losgelaten, wat geresulteerd heeft in een flexibel stedenbouwkundig plan dat zich kenmerkt door organische vormen en licht gekromde straten. De ruimtelijke structuur van ‘Groenpoort’ wordt in hoofdzaak bepaald door een brede singel, die vanaf de Dragonderweg in zuidelijke richting afbuigt en in een vloeiende beweging aantakt op de bestaande waterstructuur in Buurtstede. De singel heeft een breed profiel van circa 40 meter en vormt daarmee de ruggengraat van het plan, waaraan de verschillende woonbuurten - zes in totaal als het ware zijn ‘opgehangen’. Deze woonbuurten worden van elkaar gescheiden door twee stevige groene buffers, die het plangebied van oost naar west doorkruisen en het aangrenzende buitengebied letterlijk en figuurlijk ‘Groenpoort’ in trekken.

Afbeelding 2.2: weergave ontwerpprincipes (bron: INBO)

11

Afbeelding 2.3: stedenbouwkundige verkaveling deelplan ‘Groenpoort’ (Bron: INBO).

Afbeelding 2.4: birdview stedenbouwkundige verkaveling deelplan ‘Groenpoort’ (Bron: INBO). 12

‘Groenpoort’ laat zich het beste omschrijven als een groen-stedelijk woonmilieu, met een diversiteit aan woningtypologieën. De verschillende woonbuurten worden gekenmerkt door een ontspannen mix van zowel grondgebonden als gestapelde woningen, waarbij de woningdichtheid in oostelijke richting langzaam afneemt. Met name de eerstelijns bebouwing langs de Buurtlaan Oost en Rondweg Oost (N233) krijgt een wat meer stedelijk karakter. Deze eerstelijns bebouwing wordt overwegend aaneengesloten gebouwd, waardoor de bebouwing een geluidafschermende werking heeft voor het achterliggende woongebied. Dit achterliggende woongebied biedt met name ruimte aan grondgebonden woningen, bestaande uit rijwoningen, geschakelde woningen, tweekappers, vrijstaande woningen en (levensloopbestendige) nultredenwoningen. Het stedenbouwkundig plan biedt de nodige flexibiliteit, waardoor de verschillende woningtypen onderling uitgewisseld kunnen worden. Dit biedt de mogelijkheid het aanbod van woningen af te stemmen op de vraag vanuit de markt; nu en in de toekomst. Ontsluiting Oorspronkelijk bestond het idee om - parallel aan de Rondweg Oost - een noord-zuid gerichte hoofdontsluiting aan te leggen, waarbij ‘Groenpoort’ ontsloten zou worden via de route Buurtlaan Oost – Grote Beer – Lorentzstraat en verder.

Inmiddels is duidelijk dat de provincie Utrecht voorbereidingen treft voor de verbreding van de N233 (Rondweg Oost) naar 2 x 2 rijbanen. Onderdeel van deze wegverbreding is de aanleg van een directe aansluiting van het plangebied op deze weg. Voor de beoogde wegverbreding en extra aansluiting (d.w.z. waar het de aantakking van de rechtstreekse aansluiting op de te verbreden rondweg betreft) wordt een afzonderlijke planologische procedure gevoerd. Door de beoogde verbreding van de provinciale weg ontstaat de mogelijkheid ‘Groenpoort’ rechtstreeks op de Rondweg Oost (N233) te ontsluiten, waardoor het verkeer snel en eenvoudig kan worden afgewikkeld. Met de provincie Utrecht is overeengekomen dat deze directe aansluiting op de provinciale weg sowieso zal worden gerealiseerd, ook als de verbreding van de N233 naar 2 x 2 rijbanen onverhoopt geen doorgang kan vinden. Deze directe aansluiting kan gerealiseerd worden op grond van het geldende juridisch-planologische kader voor de N233. Daarmee is een rechtstreekse ontsluiting van het plangebied op de N233 voldoende verzekerd. In aanvulling op deze rechtstreekse aansluiting, is aan de noordzijde van het plangebied tevens een tweede ontsluitingsmogelijkheid op de Buurtlaan Oost voorzien. Dit wordt nadrukkelijk niet de hoofdontsluitingsroute van het plangebied.

Het merendeel van het verkeer zal rechtstreeks op de provinciale weg worden afgewikkeld. De interne verkeersstructuur wordt hier ook op ingericht. De verschillende woonbuurten in Groenpoort worden in principe allemaal ontsloten op de singel. Dit vormt de hoofdontsluitingsweg binnen het plangebied. De singel zal iets ten zuiden van de bestaande, maar nog niet in gebruik zijnde, fietstunnel (in het verlengde van de Grote Beer) rechtstreeks aantakken op de provinciale weg N233.

13

Programma Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 970 nieuwe woningen mogelijk. Om de nodige flexibiliteit te behouden, is het woningbouwprogramma niet in een keurslijf gegoten. Dat betekent dat binnen de bestemming 'Woongebied' zowel grondgebonden als gestapelde woningen kunnen worden gebouwd. Om te voorkomen dat een eenzijdig aanbod van woningen tot stand komt, is per woningtype (en woonbuurt) een maximum aantal woningen vastgelegd. Voor de ontwikkeling van Groenpoort geldt dat:  het aantal sociale huurwoningen tenminste 20% van het totale aantal woningen bedraagt;  het aantal sociale koopwoningen tenminste 10% van het totale aantal woningen bedraagt;  het aantal gestapelde woningen niet meer mag bedragen dan 270;  het aantal vrijstaande woningen niet meer mag bedragen dan 120;  het aantal twee-aaneengebouwde woningen niet meer mag bedragen dan 240;  het aantal aaneengebouwde woningen niet meer mag bedragen dan 500. De definitieve invulling van het woongebied wordt aan de markt overgelaten, met dien verstande dat het totale aantal woningen niet meer dan 970 mag bedragen. Om een evenwichtige verdeling van het aantal woningen over het plangebied te waarborgen is per woonbuurt een maximum aantal woningen vastgelegd. Ook is per woonbuurt bepaald hoeveel gestapelde woningen er mogen worden gebouwd.

Het stedenbouwkundig plan en de beoogde differentiatie in het woningbouwprogramma vormen echter geen blauwdruk en kunnen op onderdelen nog wijzigen. Het voorliggende bestemmingsplan biedt hiervoor de nodig speelruimte. Hiermee wordt de gewenste flexibiliteit gedurende het ontwikkeltraject geboden.

14

3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing De voorliggende ontwikkeling voorziet in een duurzame en toekomstbestendige inrichting van deelplan Groenpoort, waarbij aandacht is voor klimaatadaptatie en duurzaamheid. Groenpoort wordt – net als de deelplannen Buurtstede en Veenderij – voorzien van een collectief duurzaam energiesysteem. Daarmee is voorliggend plan in lijn met het gedachtegoed van de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen 15

voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het Rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen.

Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ande2 re stedelijke voorzieningen’. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Met voorliggend bestemmingsplan worden maximaal 970 woningen mogelijk gemaakt. Hiermee is een toets aan de Ladder voor duurzame ontwikkeling noodzakelijk. Hiervoor is een afzon3 derlijke rapportage opgesteld , die als bijlage 1 bij de toelichting is opgenomen. De belangrijkste conclusies worden navolgend beschreven. Kwantitatieve behoefte Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling binnen de gemeente Veenendaal, de kwantitatieve woonopgave van de gemeente, de geschetste teruglopende plancapaciteit in de gemeente en regio Foodvalley, de geringe harde plancapaciteit in Veenen-

2

Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921).

3

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Veenendaal, Veenendaal-Oost, Groenpoort, SAB, projectnummer: 190582, d.d. 30 maart 2020. 16

daal op de lange termijn, het feit dat ‘Groenpoort’ reeds tot de harde plancapaciteit behoort én de hoge druk op de woningmarkt in Veenendaal en omstreken, wordt geconcludeerd dat het voorliggende plan past binnen de kwantitatieve woningbehoefte van het marktgebied. Kwalitatieve behoefte Naast de kwantitatieve behoefte, bepaalt ook de kwalitatieve behoefte de woningvraag. De kwalitatieve behoefte richt zich op doelgroepen, woningtypen, prijsklassen en dergelijke. Deze behoefte is sterk afhankelijk van de bevolkings- en huishoudensopbouw qua samenstelling en leeftijd en resulteert in een bepaalde woonwens. Gelet op de kwalitatieve huishoudensontwikkeling met bijbehorende woonwensen (behoefte aan woningtypen) kan gesteld worden dat het plan met haar diverse woonprogramma aansluit bij de demografische ontwikkelingen in het verzorgingsgebied. Er is in het plangebied immers ruimte voor woningen voor alle huishoudensgroepen. Specifiek is er binnen ‘Groenpoort’ aandacht voor woningen voor starters (woningen met kleine beukmaat, sociale koop) en voor levensloopbestendige woningen voor senioren. De meer reguliere woningen zullen aansluiten bij de woonwensen van gezinnen.

Ook worden diverse concrete bijdragen geleverd aan het realiseren van gemeentelijke volkshuisvestelijke ambities uit de gemeentelijke woonvisie, onder meer via het levensloopbestendige programma en de ruimte voor sociale huurwoningen. Daarnaast sluit ‘Groenpoort’ qua opzet goed aan bij de woonwensen op het gebied van de doelgroep voor middenhuurwoningen in de regio Foodvalley. In algemene zin biedt het brede functionele programma goede mogelijkheden om op de heersende marktvraag in te kunnen spelen, hetgeen ook in de meest recente woningmarktanalyse als kracht van Veenendaal-oost wordt gezien. Tot slot geldt dat ‘Groenpoort’ reeds jaren in het ruimtelijk en volkshuisvestelijk beleid van de gemeente Veenendaal is opgenomen als ontwikkellocatie voor woningbouw binnen Veenendaal. Dit maakt dat de ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve behoefte van het verzorgingsgebied. Bestaand stedelijk gebied Nu is gebleken dat de ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte, moet worden aangetoond in hoeverre die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins.

Het Bro definieert het bestaand stedelijk gebied als: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Naast de criteria uit de definitie moet de geldende bestemming ook betrokken worden bij het beoordelen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Voorliggend plangebied maakt onderdeel uit van de woningbouwontwikkeling Veenendaal-oost. De gronden zijn momenteel in gebruik ten behoeve van diverse functies. In het plangebied bevinden zich enkele voormalige agrarische bedrijven, een manege, tuincentrum en burgerwoningen. Een groot deel van de gronden is in gebruik (geweest) ten behoeve van agrarisch grondgebruik. De omgeving van het plangebied wordt aan vrijwel alle zijden omsloten door woningen, (hoofd)infrastructuur en andere

17

stedelijke functies. Alleen aan de oostzijde grenst het plangebied aan het buitengebied. Vanaf 2006 geldt voor het plangebied een uit te werken woonbestemming. In deze uit te werken bestemming is voor burgemeester en wethouders de plicht opgenomen een plan uit te werken met een programma van 900 tot 1.250 woningen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt hier concreet invulling aan gegeven. Ondanks het gegeven dat het huidige grondgebruik binnen het plangebied niet volledig ten behoeve van stedelijke functies is, zorgen de omliggende ruimtelijke structuren en functies, alsmede het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Veenendaal-Oost’ er voor dat het plangebied is aan te merken als bestaand stedelijk gebied. Dit wordt bevestigd door het provinciaal beleid van Utrecht, zoals navolgende afbeelding laat zien.

Afbeelding 3.1: stedelijk gebied provincie Utrecht ter hoogte van plangebied (gele pin) (Bron: Provincie Utrecht).

Tot slot moet worden opgemerkt dat de geconstateerde kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van ‘Groenpoort’ niet kan worden opgelost binnen bestaand stedelijk gebied. Er zijn binnen de planperiode geen andere (binnenstedelijke) locaties in Veenendaal beschikbaar voor de realisatie van 970 woningen. Bovendien is de ontwikkeling van ‘Groenpoort’ al jaren in het provinciaal en gemeentelijk beleid verankerd. De keuze om het plangebied tot ontwikkeling te brengen is dan ook volledig in lijn met het provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk en volkshuisvestelijk beleid van de afgelopen jaren. 3.1.4

Conclusie Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en vindt bovendien binnen bestaand stedelijk gebied plaats. Daarmee wordt de ontwikkeling als haalbaar geacht voor wat de betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.

18

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) 2013-2025 (herijking 2016, correctie e 2017 en 2 partiële herziening 2018) Op 12 december 2016 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) vastgesteld door de Provinciale Staten van Utrecht. Op 10 december 2018 is nog een partiële herziening vastgesteld. De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (hierna: PRS) is opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. Via haar ruimtelijk beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreeren is. De PRS geeft de ruimtelijke ambities weer van de provincie Utrecht. Hierin staat welke doelstellingen de provincie van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe dit beleid uitgevoerd wordt. Deels loopt deze uitvoering via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijking 2016) (PRV) die tegelijk met de PRS is opgesteld. De PRS is een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Wro heeft de PRS alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De PRV zorgt voor doorwerking van het beleid en is bindend voor de gemeenten. In paragraaf 3.2.2 wordt nader ingegaan op de verordening. In de PRS is het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2028 beschreven.

De provincie geeft aan welke doelstellingen van provinciaal belang worden geacht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe uitvoering wordt gegeven aan dit beleid. De PRS richt zich op de volgende drie pijlers:  een duurzame leefomgeving;  vitale dorpen en steden;  landelijk gebied met kwaliteit. Deze pijlers leiden tot twee belangrijke beleidsopgaven, namelijk het accent op de binnenstedelijke opgave en het behouden en versterken van de kwaliteiten van het landelijk gebied. Dit zijn opgaven die nodig zijn om Utrecht aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats. Behouden en versterken kwaliteit landelijk gebied Utrecht wil de kwaliteit van haar landelijk gebied behouden en versterken, zowel voor het landelijk gebied zelf, als voor het stedelijk gebied. De binnenstedelijke opgave vraagt als contramal ook om een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen. De zware terugval van financiële middelen voor natuur en recreatie om de stad wil de provincie onder andere opvangen door hier rood-voor-groenconstructies mogelijk te maken. De cultuurhistorische waarden van onder meer de linies, de buitenplaatsen en het agrarische landschap dragen bij aan een aantrekkelijk landelijk gebied. De landbouw is een belangrijke drager van het agrarische cultuurlandschap.

Die rol vergt ruimte voor een economisch duurzame landbouw. De aanwezigheid van zo'n 1,2 miljoen inwoners biedt afzetmogelijkheden voor de producten die dit oplevert. Bij dit alles is het kunnen beleven van rust en ruimte van belang.

19

Accent op de binnenstedelijke opgave In het ruimtelijk beleid maakt de provincie de hoofdkeuze om in te zetten op de binnenstedelijke ontwikkeling. Het streven is dat ten minste twee derde van het woningbouwprogramma binnen de actuele rode contouren gerealiseerd wordt. Deze binnenstedelijke opgave biedt kansen om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Daarom is het belangrijk dat er aandacht is voor deze kwaliteit. De provincie wil stimuleren dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren. Wonen De provincie Utrecht heeft een programma van 68.000 woningen opgenomen in de PRS. Het totale woningbouwprogramma voor de regio Zuid Oost bedraagt 6.500 woningen. Circa 95% van dit regionale programma kan worden gerealiseerd binnen de rode contouren. Op provinciaal niveau bedraagt dit percentage ruim 80%. Daarmee wordt voldaan aan de ambitie om ten minste twee derde deel in het bestaand stedelijk gebied (binnen de rode contouren) te realiseren. Het woningbouwprogramma is tot stand gekomen na overleg met gemeenten, op basis van bestaande plannen en nog beschikbare (binnenstedelijke) capaciteiten en de, grotendeels uit de Ontwikkelingsvisie NV Utrecht voortkomende, uitbreidingslocaties.

De (gemiddelde) woningproductie in de afgelopen jaren en prognosecijfers over de woningbehoefte zijn daarbij gebruikt als referentie. Het is een indicatief programma, waarvan wordt verwacht dat realisatie in de PRS-periode haalbaar is. De voortgang van dit woningbouwprogramma wordt jaarlijks gemonitord en om de vier jaar herijkt op basis van de dan bekende gegevens en inzichten. Dit kan indien nodig leiden tot aanpassing van het programma en de uitbreidingslocaties. Om te voorkomen dat te veel soortgelijk aanbod op eenzelfde moment op de markt wordt gebracht, is het van belang dat gemeenten onderling in regionaal verband hun plannen qua inhoud en planning afstemmen waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt gehanteerd (zie paragraaf 3.1.2). Toetsing Raadpleging van de digitale versie van de PRS wijst uit dat er in het plangebied een aantal provinciale belangen spelen. Navolgend wordt hier op ingegaan. Overstroombaar gebied Het plangebied is aangewezen als ‘overstroombaar gebied’. Binnen deze gebieden zet de provincie in op het voorkomen van overstromingen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals grootschalige bouwlocaties, nieuwe kwetsbare en vitale objecten en infrastructuur, dient daarom aangegeven te worden hoe rekening wordt gehouden met randvoorwaarden vanuit waterveiligheid (overstromingsrisico’s).

In de waterparagraaf (paragraaf 4.7) wordt hier nader op ingegaan. Klimaat, energie en gezondheid Windturbines stedelijke gebied’ Het plangebied is aangewezen als ‘Windturbines stedelijke gebied’. Binnen dit gebied biedt de provincie ruimte voor kleinschalige particuliere initiatieven voor windturbines tot 20 meter en voor grootschalige windturbines vanaf 60 meter. Voorliggend be-

20

stemmingsplan staat geen windturbines toe, omdat dit – gelet op de toekomstige functie van het gebied – niet wenselijk is. Wonen en werken Op grond van de kaart 'Wonen en werken, objecten: binnenstedelijke woningbouw, rode contour’ komt het plangebied in aanmerking voor woningbouw. De provincie richt zich primair op de ontwikkeling van woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Omdat het plangebied reeds voorzien is van een uit te werken woonbestemming, wordt ‘Groenpoort’ aangemerkt als een binnenstedelijke locatie. Het stedelijk programma voor Veenendaal bedraagt 3.750 woningen in de periode tot 2028, waarvan een groot deel binnen Veenendaal-oost wordt gerealiseerd. Met de Herijking van de PRS in 2016 is bepaald dat het stedelijk programma voor wonen ongewijzigd is. Dit biedt de mogelijkheid om Veenendaal-oost te ontwikkelen zoals oorspronkelijk gepland. De gemeente Veenendaal kan daarmee nog steeds een rol spelen in de opvang van de regionale woningbehoefte. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee in lijn met de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie. 3.2.2

Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) (herijking 2016) correctie 2017 en 2e partiële herziening 2018) De Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 (herijking 2016) is op 12 december 2016 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. De Provinciale Ruimtelijke Verordening (hierna: PRV) bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In de PRV staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. In de PRV zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen zoals opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie. Verstedelijking Onder verstedelijking wordt de nieuwvestiging van woningen, niet-agrarische bedrijven, detailhandel en voorzieningen verstaan, alsmede de uitbreiding van bestaande bedrijfsbebouwing van aan het landelijk gebied gebonden functies die niet worden gerechtvaardigd door een op de eigen bedrijfsvoering gerichte economische en functionele noodzaak. Verstedelijking is in principe alleen toegestaan binnen de rode contour (de begrenzing van het stedelijk gebied). Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de rode contourenkaart voor Veenendaal weergegeven.

21

Afbeelding 3.2: uitsnede PRV ‘Kaart 7: wonen en werken’ (bron: provincie Utrecht).

Wonen Onder het stedelijk gebied vallen die gronden die volgens de kaart ‘Wonen en werken’ als stedelijk gebied zijn aangewezen. Bij het bouwen van woningen c.q. het aanleggen van woonwijken is het van belang dat gemeenten en initiatiefnemers nadenken over het gebruik van alternatieve vormen van energie en energiebesparende technieken (onder andere toepassen van restwarmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte). Hiermee dragen ruimtelijke plannen bij aan het doel van 10% duurzame energiegebruik in 2020 zoals verwoord in de PRS. Om kleinschalige binnenstedelijke ontwikkelingen niet onnodig te belasten met regelgeving is het artikel met name gericht op (grootschalige) uitleglocaties en transformaties. De toelichting op het ruimtelijk plan bevat een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. Indien het ruimtelijk plan betrekking heeft op grootschalige verstedelijking bevat de toelichting tevens een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overstromingsgevaar. Toetsing Voor de ontwikkeling van 3.000 tot 3.500 woningen in Veenendaal-oost is in 2006 het bestemmingsplan ‘Veenendaal-oost’ vastgesteld, waarin het voorliggende plangebied is voorzien van een uit te werken woonbestemming.

Omdat de voorliggende ontwikkeling al lange tijd voorzien is, is het plangebied in de PRV reeds aangeduid als stedelijk gebied. Met voorliggend bestemmingsplan wordt deelplan ‘Groenpoort’ van een directe woonbestemming voorzien. Het aantal woningen zal niet toenemen.

22

Duurzaamheid is een belangrijk thema voor Veenendaal-oost. Het verwarmen van de woningen en gebouwen vindt plaats middels een collectief duurzaam energiesysteem op basis van warmte/koudeopslag in de bodem, gecombineerd met een zogenaamde ‘warmtepomp’ en een ‘warmtekrachtcentrale’. Dit gebeurt vanuit het Energiehuis, gelegen langs de Rondweg Oost aan de rand van de wijk. Het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost is voornemens in ‘Groenpoort’ een vergelijkbaar collectief duurzaam energiesysteem toe te passen. Bovendien moeten alle woningen (en utiliteitsbouw) vanaf 1 januari 2021 voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Daarmee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de ambities geformuleerd in het provinciaal beleid. Tot slot dient de toelichting van een bestemmingsplan dat toeziet op een grootschalige uitbreidingswijk een beschrijving te bevatten van de wijze waarop rekening is gehouden met overstromingsgevaar. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar de waterparagraaf (paragraaf 4.7). 3.2.3

Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld door de Provinciale Staten van Utrecht. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die volgens planning per 1 juli 2022 in werking treedt. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, heeft de Omgevingsvisie werking onder de bij deze plannen en visies behorende wetten. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie beziet de provincie groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang. Hiermee wordt ruimte geboden voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. De Omgevingsvisie gaat uit van een adaptieve aanpak; het is een groeidocument. Zo kan flexibel worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en inzichten.

De interim Omgevingsverordening zorgt voor doorwerking van het beleid en is bindend voor de gemeenten. De interim omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Toetsing Raadpleging van de digitale kaarten van de Omgevingsvisie en verordening wijst uit dat het plan grotendeels dezelfde lagen raakt zoals besproken in de paragrafen 3.2.1 en 3.2.2. Enkel ten opzichte van houtopstanden gelden ter plaatse van het plangebied aanvullende regels. Dit betreffen aanvullende regels op artikel 4.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Er worden eisen gesteld aan herbeplanting en een vrijstelling

23

van meldingsplicht. Deze regels betreffen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Daarnaast zet de provincie Utrecht in op klimaatadaptief bouwen om zo een toekomstbestendige en klimaatrobuuste gebouwde omgeving te kunnen realiseren. Dat betekent dat bij ontwikkelingen onder meer aandacht moet worden besteed aan aspecten als hittestress, langdurige droogte, hevige neerslag, biodiversiteit en eventuele bodemdaling en/of overstromingen. Zoals uit de waterparagraaf (zie paragraaf 4.8) volgt, is binnen Groenpoort nadrukkelijk aandacht voor het aspect klimaatadaptatie. Zo wordt de beoogde waterhuishouding dusdanig vormgegeven dat periodes van hevige neerslag, maar ook van langdurige droogte in het gebied opgevangen kunnen worden. Verder wordt met de beoogde water- en groenstructuren zo veel mogelijk aandacht besteed aan het aspect hittestress. 3.2.4

Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 Dit beleidsplan is vastgesteld op 7 december 2015 en komt voort uit de verplichting in de Waterwet en de Wet Milieubeheer om respectievelijk een regionaal waterplan en een provinciaal milieubeleidsplan op te stellen. De provincie draagt met dit beleidsplan bij aan het realiseren van ontwikkelopgaven zoals Veenendaal-oost door in een vroeg stadium kennis en inzichten in te brengen vanuit het bodem-, water- en milieudomein. Bij de uitwerking van het beleid is de focus van de provincie gericht op vier prioriteiten uit de Strategische Agenda:  Waterveiligheid en wateroverlast;  Schoon en voldoende oppervlaktewater;  Ondergrond;  Leefkwaliteit stedelijk gebied. De provincie Utrecht wil deze prioriteiten oppakken samen met gebiedspartners. De rol van de provincie in de regionale samenwerking verschilt naar behoefte, waarbij gebiedsgerichte aanpak het uitgangspunt is. De provincie kan optreden als (gebieds)regisseur, maar ook als sparringpartner, deskundige, bevoegd gezag of vanuit een kaderstellende rol. Op grond van de aanstaande Omgevingswet (die per 1 juli 2022 in werking treedt) dienen provincies één integraal plan voor de fysieke leefomgeving op te stellen: de omgevingsvisie.

De omgevingsvisie vervangt vier wettelijk verplichte plannen (de structuurvisie voor ruimtelijke ordening, het waterplan, het milieubeleidsplan en het mobiliteitsplan, hier verder niet meer genoemd). De Omgevingswet zal naar verwachting weinig inhoudelijke en juist meer procesmatige veranderingen met zich meebrengen. Het Bodem-, Water- en Milieuplan zal daarom op termijn opgaan in de omgevingsvisie. De Provincie heeft ervoor gekozen via het Bodem-, Water- en Milieuplan alvast te anticiperen op het gedachtegoed van de Omgevingswet. De provincie geeft deels uitvoering aan het beleid via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening (PMV) en de Provinciale Waterverordening. Tegelijk met de vaststelling van het Bodem-, Water- en Milieuplan is ook een partiële herziening van de PMV vastgesteld. De doorwerking in de Provinciale

24

Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en PRV zal plaatsvinden in de eerstvolgende herziening van de PRS en de PRV. 3.2.5

Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het provinciale beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale woonagenda 2.0 Foodvalley De regio Foodvalley heeft in januari 2018 de Regionale woonagenda 2.0 - Uitvoeringsplan 2018-2021 vastgesteld. In deze regionale woonagenda wordt geconstateerd dat de regio een sterke toename van het vestigingsoverschot kent. Ook laten de prognoses een huishoudensgroei voor de regio zien. Tot 2040 geldt voor de regio in ieder geval dat geen sprake zal zijn van krimp in het aantal huishoudens. Geconcludeerd wordt dat het vinden van kwalitatief goede nieuwe bouwlocaties, zowel binnen de bebouwde kom als uitleglocaties, een grote opgave voor de regio is. Binnen de regio zijn de volgende kwantitatieve woningbouwafspraken gemaakt:

Tabel 3.1: kwantitatieve verdeling woningbouw 2017-2027 (Bron: CBS/PBL (2016), Provincie Gelderland (2015 & 2017), Primos/ABF Research (2016). Bewerking Stec Groep (2017). Afgerond op vijftallen. *Deze aantallen staan los van sloop-nieuwbouw, extra toekomstige overloop en doelgroepen als studenten en expats.

Uit het voorgaande blijkt dat er in de regio Foodvalley - uitgaande van een gemiddeld economisch scenario - tot 2027 nog ruimte is voor de toevoeging van ruim 15.000 woningen aan de woningvoorraad. Voor de gemeente Veenendaal gaat het om circa 2.740 woningen. Na de gemeente Ede en Barneveld heeft Veenendaal de grootste kwantitatieve opgave binnen de regio. Daarbij geldt ook dat Veenendaal nog te maken kan krijgen met eventuele extra effecten van overloop vanuit de Randstad. Toetsing Gelet op de kwantitatieve woonopgave van de gemeente Veenendaal, de teruglopende plancapaciteit in de gemeente en regio Foodvalley, de geringe harde plancapaciteit in Veenendaal op de lange termijn (en het feit dat ‘Groenpoort’ reeds tot de harde plancapaciteit wordt gerekend), wordt geconcludeerd dat het voorliggende plan past binnen de kwantitatieve verdeling van woningbouw in de regio Foodvalley. De voorgenomen ontwikkeling draag bij aan de regionale woningbouwopgave.

25

3.3.2

Conclusie Het plan past binnen de regionale afspraken.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Strategische visie Veenendaal richting 2040, aantrekkelijk wonen en werken in een innovatieve topregio In 2017 is door de gemeenteraad van Veenendaal de strategische visie ‘Veenendaal richting 2040’ vastgesteld. Veenendaal kiest voor een versterking van de woonfunctie en richt haar blik naar de regio. De ambities richten zich op het versterken van de woon- en leefomgeving en daarbij is de arbeidsmarkt gericht op wonen en arbeidsintensieve bedrijvigheid. De visie is uitgewerkt in de volgende vier thema’s met kernambities: 1. Netwerksamenleving “niet alleen, maar samen” met ruimte voor ieders eigen identiteit:  samenwerking binnen FoodValley op het gebied van economie, werkgelegenheid, mobiliteit, buitengebied en voorzieningen;  samenwerking vraagt om slimme, snelle mobiliteit: de kernen zijn in 2040 verbonden door duurzaam (openbaar) vervoer;  de gemeente/gemeenschap is een netwerkorganisatie: wijken en buurten hebben een buurtcentrum waar buurtcoöperaties een plek vinden; 2. (Samen)leven: Veenendaal met excellent woonklimaat:  aandacht voor alle leeftijden: inwoners hebben binnen de regio een breed, gevarieerd en compleet aanbod aan voorzieningen dat goed bereikbaar is;  aandacht voor ontmoeting, veiligheid en initiatieven uit de buurt: wijkcentra als ontmoetingspunt; 3.

Digitale wereld: Veenendaal heeft een hoogwaardig duurzaam bedrijfsleven met arbeids- en kennisintensieve bedrijven en een bruisend multifunctioneel centrum.  ICT campus in de innovatie topregio: Veenendaal kiest voor hoogwaardige arbeids- en kennisintensieven bedrijven;  een leven lang leren in een hightech wereld;  tech als kans voor een levendig centrum; 4. Duurzaamheid: Veenendaal heeft in 2040 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond:  Vergroening en klimaatbestendig: bij renovatie en nieuwbouw wordt rekening gehouden met kwaliteitsverbetering, duurzaamheid en voldoende ruimte voor groen. Veenendaal ontwikkelt een modern duurzaam woongebied dat als voorbeeldfunctie dient voor de rest van Nederland;  circulaire stad en zelfvoorzienende wijken: de gemeente gaat van het gas af. Een eigen warmtebedrijf gebruikt aardwarmte om gebouwen te verwarmen en de restwarmte van bedrijven wordt hergebruikt om woningen te verwarmen. Zonnepanelen zijn de standaard;  goed voorbeeld doet goed volgen: bij alle gebiedsontwikkelingen en (inkoop)besluiten staat duurzaamheid voorop.

26

Toetsing Voorliggend bestemmingsplan faciliteert de bouw van maximaal 970 woningen in Veenendaal-oost. Het deelplan ‘Groenpoort’ wordt gekenmerkt door een ontspannen stedenbouwkundige opzet, met organische vormen, licht gekromde straten en veel ruimte voor een groen(blauw)e dooradering. Het gebied gaat nadrukkelijk een relatie aan met het aangrenzende buitengebied en wordt gekenmerkt door een diversiteit aan woningtypologieën. Binnen ‘Groenpoort’ is ruimte voor alle doelgroepen, doordat 20% bestaat uit sociale huurwoningen en 10% uit sociale koopwoningen. Daarmee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan het versterken van de woonfunctie in Veenendaal en de totstandkoming van een excellent woonklimaat. Binnen ‘Groenpoort’ is bovendien veel aandacht voor duurzaamheid. Het meest noordelijke deelplan van Veenendaal-oost wordt – net als de aangrenzende deelplannen ‘Buurtstede’ en ‘Veenderij’ – voorzien van een collectief duurzaam energiesysteem op basis van warmte/koudeopslag in de bodem en een energiehuis met een zogenaamde ‘warmtepomp’. Daarnaast moeten alle woningen vanaf 1 januari 2021 tenminste voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De ontwikkeling van ‘Groenpoort’ is daarmee passend binnen de kaders van de strategische visie ‘Veenendaal richting 2040’. 3.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11112427/1