CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 Was-Wordt tabel hoofdstuk 1,2 en 3

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: 6e wijziging Integrale verordening sociaal domein24.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Was-Wordt tabel Artikel 3.1.11 Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura worden in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken, waaronder de te treffen voorziening en het beoogde resultaat daarvan, middels een verwijzing naar het ondersteuningsplan; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt; en d. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een voorziening als pgb wordt in de beschikking vastgelegd: a. de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken opgenomen in het ondersteuningsplan; b. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; c. voor welke individuele voorziening het pgb kan worden aangewend; d. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; e. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; f. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; g. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en h. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. Artikel 3.1.12 Regels voor pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de JW. 2.

De hoogte van een pgb:

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

Artikel 3.1.11 Inhoud beschikking 1. Het college legt de beslissing over het toekennen of afwijzen van een individuele voorziening vast in een beschikking. 2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura worden in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken; b. de te treffen voorziening; c. de omvang van de voorziening; d. wat de gestelde doelen zijn; e. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; f. hoe de voorziening wordt verstrekt; en g. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een voorziening als pgb wordt in de beschikking vastgelegd: a. de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken; b. wat de gestelde doelen zijn; c. voor welke individuele voorziening het pgb kan worden aangewend; d. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; e. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; f. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; g. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en h. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 4. Het onderzoeksverslag, bedoeld in artikel 3.1.7, maakt deel uit van de beschikking.

Ter verduidelijking van het proces, en daarmee ter bevordering van de rechtszekerheid zijn het eerste, tweede, derde en vijfde lid aangepast. Ook is bepaalde terminologie verduidelijkt ten behoeve van uniforme terminologie in hoofdstuk drie van de integrale verordening.

Artikel 3.1.12 Regels voor pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2. Als een jeugdige of zijn ouders in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen

De afbakening van het aanbod aan individuele jeugdhulpvoorzieningen (maatregel 5.2 uit het raadsvoorstel) is onder andere verwerkt in artikel 3.1.12.

52

Was-Wordt tabel a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld budgetplan waarin in ieder geval uiteen is gezet: I. welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken; en II. indien van toepassing, welke hiervan de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; b. wordt berekend op basis van een tarief of prijs; I. op 85% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura of zoveel meer, ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening, als het noodzakelijk is om: 1. te verzekeren dat het budget de jeugdige of zijn ouders in staalt stelt om tijdig, veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp te betrekken of verlenen; en 2. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon; II. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het vierde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de jeugdige of zijn ouders de mogelijkheid hebben om de betreffende jeugdhulp te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 3.

Indien voor een bepaalde voorziening geen adequate individuele voorziening in natura is ingekocht wordt ter bepaling van de hoogte van de kostprijs; a. een of meerdere offertes opgevraagd; b. eventueel een nader gesprek gevoerd met de jeugdhulpaanbieder. 4. Een pgb kan niet worden verstrekt voor beroepsof bedrijfsmatige jeugdhulp die geleverd wordt door

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouders daartoe een budgetplan in. In het budgetplan is opgenomen: a. de motivatie om de jeugdhulp in de vorm van een pgb te ontvangen; b. bij welke aanbieder zij de jeugdhulp willen inkopen en hoe de jeugdhulp is georganiseerd; c. hoe de kwaliteit van de jeugdhulpvoorziening is gewaarborgd en op welke wijze wordt vastgesteld dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt; d. hoe de jeugdige of diens ouders, met hulp van een vertegenwoordiger of iemand uit het sociale netwerk, de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze zal uitvoeren; e. wat de kosten voor de jeugdhulp zijn uitgedrukt in eenheden en tarief. 3. Een jeugdige of zijn ouders kunnen gebruikmaken van een vertegenwoordiger bij het begeer van het pgb. Indien gebruik wordt gemaakt van een vertegenwoordiger gelden de volgende voorwaarden: a. de vertegenwoordiger mag niet tevens de zorgverlener zijn; b. de vertegenwoordiger heeft geen directe familiaire of zakelijke relatie met de zorgverlener of met de organisatie waar de zorg wordt ingekocht; c. de vertegenwoordiger is in staat de belangen van de jeugdige onafhankelijk te behartigen en het pgb op verantwoorde wijze te beheren. 4.

De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk: a. de jeugdhulp betreft persoonlijke verzorging of permanent toezicht; b. deze persoon heeft aangegeven dat het leveren van de jeugdhulp voor hem niet tot overbelasting leidt. 5. Het college kan, indien nodig, laten toetsen of de persoon, bedoeld in het vierde lid, verantwoorde jeugdhulp kan leveren. 6. Indien de ouder van de jeugdige zelf optreedt als zorgverlener, treedt deze niet op als beheerder van het pgb. In dat geval wordt een afzonderlijke vertegenwoordiger aangewezen die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid. 7. Het college kan afwijken van het zesde lid indien:

53

De bepalingen met betrekking tot de hoogte van het pgb zijn verplaatst naar artikel 3.1.12b. Verder is aangescherpt onder welke voorwaarden en waarvoor een pgb besteed mag worden.

Was-Wordt tabel een familielid van de eerste of tweede graad van de jeugdige of zijn ouders. 5. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk: a. de jeugdhulp betreft persoonlijke verzorging of permanent toezicht; b. voor het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 2, wordt voor jeugdhulp verleend door een derde, rekening gehouden met de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden, of ondersteunende begeleiding (FWG 30) in de CAO VVT, plus vakantietoeslag en de tegenwaarde verlofuren; c. deze persoon heeft aangegeven dat het leveren van de jeugdhulp voor hem niet tot overbelasting leidt; en d. de persoon treedt niet tevens op als tussenpersonen of belangbehartiger inzake het beheer van het pgb. 6. Wanneer na zorgvuldige analyse van de situatie de conclusie wordt getrokken dat het mogelijk en wenselijk is om een aanbieder in te zetten die niet volgend de voor jeugdhulp gebruikelijke kwaliteitsstandaarden werkt maar wel voldoet aan het gestelde in lid 2 sub b bedraagt het pgb niet meer dan 63,75% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

a. dit aantoonbaar in het belang is van de jeugdige; b. de kwaliteit van de zorgverlening gewaarborgd blijft, en; c. er geen reëel alternatief beschikbaar is in de vorm van een andere geschikte vertegenwoordiger of zorgverlener. 8. Het pgb wordt in ieder geval niet gebruikt voor: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; e. reiskosten; f. kosten voor de aanvraag van een Verklaring Omtrent Gedrag. 9 Het pgb bevat geen vrij-besteedbaar bedrag.

Artikel 3.1.12a Onderscheid formele en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen: a. personen die werkzaam zijn bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige of de ouders het pgb krijgen. De organisatie staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). De

54

De afbakening van het aanbod aan individuele jeugdhulpvoorzieningen (maatregel 5.2 uit het raadsvoorstel) is onder andere verwerkt in artikel 3.1.12a.

Was-Wordt tabel

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

personen beschikken over de relevante diploma’s om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren of; b. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-registratie) of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp (SKJ-registratie). 2. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het eerste lid gaat het altijd om informele hulp. 3. In afwijking van het eerste lid is er altijd sprake van informele hulp als de jeugdhulp geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk van de jeugdige of zijn ouders. Artikel 3.1.12b Hoogte van het pgb 1. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld budgetplan als bedoeld in artikel 3.1.12, tweede lid. 2.

De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 85 % van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige of zijn ouders ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. 3. Als het op basis van het eerste lid vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de passende jeugdhulp te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht. 4. De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht gelijk aan de hoogste periodiek van de benodigde hulp in de CAO VVT, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Artikel 3.1.12c Weigeringsgronden voor een pgb

55

De toevoeging van dit artikel is naar voorbeeld van de modelverordeningen en is noodzakelijk voor een juiste bepaling van de hoogte van het tarief voor pgb’s. Er is namelijk een onderscheid in tarief voor formele en informele jeugdhulp zoals bepaald in artikel 3.1.12b.

De afbakening van het aanbod aan individuele jeugdhulpvoorzieningen (maatregel 5.2 uit het raadsvoorstel) is onder andere verwerkt in artikel 3.1.12b. De inhoud van dit artikel stond voorheen in artikel 3.1.12. Het opsplitsen van dit artikel 3.1.12 bevordert de leesbaarheid. De inhoudelijke bepalingen zijn gelijk gebleven aan de bepalingen die voorheen in 3.1.12 stonden. Wel is de exacte bewoording op onderdelen aangepast naar voorbeeld van de modelverordening van Schulink. De afbakening van het aanbod aan individuele jeugdhulpvoorzieningen

Was-Wordt tabel

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

Het college kan een pgb weigeren wanneer gebleken is dat: a. er eerder een pgb is verleend op grond van de verordening dan wel aan een van de hieraan voorafgaande verordeningen en de jeugdige of zijn ouders zich niet heeft gehouden aan de bij de verlening van dat eerdere pgb opgelegde verplichtingen; b. de jeugdige of zijn ouders geen budgetplan kan aanleveren; c. naar het oordeel van het college uit het budgetplan onvoldoende blijkt dat de voorziening die de jeugdige of zijn ouders inkoopt met het pgb voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 3.1.12d; d. er naar het oordeel van het college het ernstige vermoeden bestaat dat de jeugdige of zijn ouders of degene die de jeugdige of zijn ouders hierbij ondersteunt, problemen heeft bij het omgaan met een pgb; e. de jeugdige of zijn ouders niet voldoet aan de overige aan het pgb verbonden voorwaarden, bedoeld in artikel 3.1.12.

(maatregel 5.2 uit het raadsvoorstel) is onder andere verwerkt in artikel 3.1.12c.

Artikel 3.1.12d Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb 1. Ter waarborging van de kwaliteit van de met een pgb in te kopen individuele voorziening voldoet de uitvoerder van de jeugdhulp aan de volgende eisen: a. beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar, waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van diens functie. Ouders zijn uitgesloten van deze eis; b. beschikt over de juiste vaardigheden en deskundigheid om verantwoorde hulp te bieden; c. houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde hulp; d. is voldoende vaardig om in de Nederlandse taal te communiceren; e. werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; f. voert de hulp uit in overeenstemming met de beschikking van het college; g. stemt de hulp af op de persoonlijke situatie van de jeugdige of zijn ouders;

De afbakening van het aanbod aan individuele jeugdhulpvoorzieningen (maatregel 5.2 uit het raadsvoorstel) is onder andere verwerkt in artikel 3.1.12d.

56

Met de toevoeging van dit artikel is verduidelijkt op basis van welke gronden de toekenning van een pgb geweigerd kan worden. Dit bevordert de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de inwoner en biedt het CJG handvatten voor de afweging of een pgb passend is of niet.

Naar voorbeeld van de modelverordeningen is dit artikel toegevoegd. Het bevordert de kwaliteit van de jeugdhulp geboden in de vorm van een pgb.

Was-Wordt tabel

Artikel 3.1.13 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de Jw.

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

h. stemt de hulp af op andere voorzieningen, overige voorzieningen en individuele voorzieningen waar de jeugdige of zijn ouders gebruik van maken; i. respecteert de privacy van de jeugdige of zijn ouders en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie; j. neemt bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling in het huishouden van de jeugdige of zijn ouders voor advies of het doen van een melding contact op met Veilig Thuis; k. meldt calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van jeugdhulp aan het college; l. werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en m. is of raakt door verlening van de jeugdhulp naar het oordeel van het college niet overbelast. 2. Ter waarborging van de kwaliteit van de met een pgb in te kopen individuele voorziening voldoet de uitvoerder van formele jeugdhulp aan de volgende aanvullende eisen: a. hetgeen is bepaald in artikel 3.12a, eerste lid; b. handelt in overeenstemming met de professionele standaard; c. werkt op basis van een hulpverleningsplan; d. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; e. hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; en f.

stelt een vertrouwenspersoon in staat zijn taak uit te voeren. 3. Er wordt geen pgb voor informele jeugdhulp verstrekt als, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, formele jeugdhulp noodzakelijk is. Artikel 3.1.13 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting

57

Technische wijziging - Schrijfwijze jeugdwet; - Term pgb-houder vervangen voor jeugdige of zijn ouders ten behoeve van uniforme terminologie.

Was-Wordt tabel 2. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 3.1.14, derde lid, onder f. 3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid. Artikel 3.1.14 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen in natura en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet 1. Het college treft de nodige maatregelen om misbruik of het oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen tegen te gaan. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. het zoeken naar mogelijke samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en misbruik op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. het maken van afspraken met jeugdhulpaanbieders over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontrole en productieverantwoordingen, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; c. het beperken van de looptijd van de indicaties of periodiek uitvoeren van controles bij langlopende indicaties; d.

het uitvoeren van een grondige toets aan de voorkant bij de verstrekking van een pgb op: i. de regiemogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger; ii. de kwaliteit van de invulling van de individuele voorziening door de pgb-aanbieder mede met het

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 3.1.14, derde lid, onder f. 3. Het college stelt de jeugdige of zijn ouders schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.

Artikel 3.1.14 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen in natura en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet 1. Het college treft de nodige maatregelen om misbruik of het oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen tegen te gaan. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. het zoeken naar mogelijke samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en misbruik op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. het maken van afspraken met jeugdhulpaanbieders over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontrole en productieverantwoordingen, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; c. het beperken van de looptijd van de indicaties of periodiek uitvoeren van controles bij langlopende indicaties; d. het uitvoeren van een grondige toets aan de voorkant bij de verstrekking van een pgb op: i. de regiemogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger; ii. de kwaliteit van de invulling van de individuele voorziening door de pgb-aanbieder mede met het oog op de te bereiken resultaten, bedoeld in artikel 3.1.11, derde lid, onder b; e.

het monitoren van het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen; f. het informeren van de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

58

Technische wijziging - Uitsplitsing individuele voorziening was technisch onjuist. Pgb is een vorm van een individuele voorziening; - Schrijfwijze jeugdwet.

Was-Wordt tabel oog op de te bereiken resultaten, bedoeld in artikel 3.1.11, derde lid, onder b; e. het monitoren van het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen; f. het informeren van de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Jw. 2. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jw doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb. 3. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jw kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d.

de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb; e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; of f. de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet.

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

2. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige en zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening in natura of pgb. 3. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening in natura of pgb herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening in natura of op het pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening in natura of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb; e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening in natura of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; of f. de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. 4.

Indien het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening in natura of het ten onrechte genoten pgb. 5. Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

59

Was-Wordt tabel

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

4. Indien het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5. Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 3.1.15 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s 1. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. 2. Het college wijst ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en hoofdstuk 3 van deze verordening. 3.

Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervulling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een melding gegevens, daaronder begrepen bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar. 4. De aanvrager en ontvanger van de individuele voorziening en eventueel betrokken derden verstrekken aan het college alle medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek als bedoeld in het eerste lid voor zover de medewerking redelijkerwijs gevorderd kan worden. Het college

Artikel 3.1.15 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en pgb’s 1. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen in natura en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. 2. Het college wijst ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en hoofdstuk 3 van deze verordening. 3. Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervulling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een melding gegevens, daaronder begrepen bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar. 4. De aanvrager en ontvanger van de individuele voorziening en eventueel betrokken derden verstrekken aan het college alle medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek als bedoeld in het eerste lid voor zover de medewerking redelijkerwijs gevorderd kan worden. 5.

Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een voorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het college en de jeugdige of zijn ouder resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.

60

Technische wijziging - Uitsplitsing individuele voorziening was technisch onjuist. Pgb is een vorm van een individuele voorziening. Ook wordt de grondslag voor het stellen van nadere regels geschrapt nu deze overbodig zijn.

Was-Wordt tabel bepaalt hiervoor in de nadere regels een redelijke termijn. 5. Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een voorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het college en de jeugdige of zijn ouder resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan. 6. Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen. Artikel 3.1.15a Toezichthouder 1. De toezichthouder, bedoeld in artikel 3.1.15, functioneert onafhankelijk. 2. De toezichthouder is belast met: a. de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen, waaronder van de politie en de belastingdienst; b. de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de jeugdhulpaanbieder; c. de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de jeugdige of zijn dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger; d. het vorderen van identificatie; e. de inzage van documenten en toegang tot gegevens; f. het betreden van plaatsen, met uitzondering van woningen; g. het controleren of de jeugdhulpaanbieder de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft; h.

het ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie; i. het controleren of de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd.

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

6. Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen.

Artikel 3.1.15a Toezichthouder 1. De toezichthouder, bedoeld in artikel 3.1.15, functioneert onafhankelijk. 2. De toezichthouder is belast met: a. de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen, waaronder van de politie en de belastingdienst; b. de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de jeugdhulpaanbieder; c. de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de jeugdige of zijn dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger; d. het vorderen van identificatie; e. de inzage van documenten en toegang tot gegevens; f. het betreden van plaatsen, met uitzondering van woningen; g. het controleren of de jeugdhulpaanbieder de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft; h. het ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie; i. het controleren of de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd; j. het uitvoeren van formele controle, materiële controle, detailcontrole en fraudeonderzoek bij jeugdhulpaanbieders. 3. De toezichthouder maakt zijn onderzoeksrapport actief openbaar en neemt daarbij de regels uit de Wet open overheid (Woo) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht.

61

Tweede lid, onderdeel j is toegevoegd ter verduidelijking van de taken van de toezichthouder. Dit bevat geen verbreding van de taken ten opzicht van hetgeen het aanwijzings- of mandaatbesluit.

Was-Wordt tabel 3. De toezichthouder maakt zijn onderzoeksrapport actief openbaar en neemt daarbij de regels uit de Wet open overheid (Woo) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht. Artikel 3.1.16 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door jeugdhulpaanbieders te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van nonproductiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel.

Artikel 3.1.17 Betrekken van inwoners bij het beleid 1. Het college stelt jeugdigen of ouders en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

Artikel 3.1.16 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het college baseert in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding de tarieven die het hanteert voor door jeugdhulpaanbieders te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, op ten minste de volgende kostprijselementen: a. cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. kosten voor indexering. 2. Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid. 3. Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.

Artikel 3.1.17 Betrekken van inwoners bij het beleid 1. Het college stelt jeugdigen of ouders, vertegenwoordigers van cliëntgroepen en adviesraden vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen

62

Wijziging van de bepaling omtrent prijs-kwaliteit verhouding op basis van Algemene maatregel van Bestuur reële prijzen Jeugdwet. In de formulering is aangesloten bij de bepaling uit de modelverordening van de VNG.

De grondslag voor het stellen van nadere regels wordt geschrapt nu deze bepalingen zijn opgenomen in artikel 3.1.17 zelf.

Was-Wordt tabel hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 3. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste en tweede lid.

CONCEPT

Integrale verordening SD 1 en 2

aanmelden en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

Artikel 3.1.18 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van de jeugdige of ouders afwijken van de bepalingen van dit hoofdstuk als naar het oordeel van het college toepassing van de verordening in het concrete geval leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor jeugdige of ouders die niet in verhouding staan tot het doel van de verordening.

63

De afbakening van het aanbod aan jeugdhulpvoorzieningen (maatregel 5.2 uit het raadsvoorstel) is onder andere verwerkt in artikel 3.1.18. Met de toevoeging van dit nieuwe artikel wordt ruimte voor maatwerk geboden in onvoorziene situaties waar de aanscherpingen van deze verordening tot onaanvaardbare negatieve gevolgen leiden voor de jeugdige of zijn ouders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16429689/2