CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 - Evaluatie programma Evaluatie Energieneutraal Veenendaal 22-25

Raadscommissie 20 mei 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Consultatie Energieprogramma, Warmteprogramma en Regionaal Energieperspectief15.737 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT

Evaluatie Energieneutraal Veenendaal In opdracht van Gemeente Veenendaal

Puck Brunet de Rochebrune, Jop de Graaff, Arjan Raatgever

6 februari 2025

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1. Inleiding

7

1.1. Aanleiding 1.2. Vraagstelling 1.3. Aanpak 1.4. Leeswijzer

2. Opzet Programma Energieneutraal Veenendaal 2.1. Opbouw van het programma 2.2. Analyse

3. Doelrealisatie en inzet inspanningen 3.1. Doelrealisatie hoofddoelstellingen 3.2. Doelrealisatie pijlers 3.3. Inzet inspanningen 3.4. Programmabrede analyse 3.5. Conclusie

7 7 7 8

9 9 12

17 17 18 26 38 39

4. Samenwerking

40

4.1. Intern 4.2. Extern 4.3. Analyse 4.4. Conclusie

40 40 41 46

2 / 48

Samenvatting In dit rapport treft u de evaluatie van het programma Energieneutraal Veenendaal 2022-2025. In deze samenvatting brengen we de belangrijkste bevindingen en daaruit voortvloeiende aanbevelingen in beeld. In dit onderzoek staan de volgende vier hoofdvragen centraal: 1. 2. 3. 4.

Is gedaan wat was afgesproken (gekozen inspanningen, binnen budget)? In hoeverre zijn de doelen gerealiseerd (inclusief koppeling met geleverde inspanningen)? Hoe verliep de samenwerking (intern/extern)? Wat betekent dit naar de toekomst toe wat betreft (hoofd)doelen en organisatie/werkwijzen?

Opbouw van het programma Het programma streeft na dat de gemeente Veenendaal in 2050 volledig energieneutraal is. Dit draagt bij aan de doelstelling vanuit het Landelijke Klimaatakkoord. Voor de programmaperiode 2022-2025 zijn de volgende tussendoelstellingen opgesteld: 10% energiebesparing (t.o.v. 2014) 10% aardgasreductie (t.o.v. 2019) 10% duurzame opwek (van totale verbruik) In het programma wordt vanuit verschillende pijlers gewerkt aan het realiseren van deze doelstellingen. Het programma kent 4 inhoudelijke pijlers: Wonen, Werken, Mobiliteit en de Gemeente Als Voorbeeld. In deze 4 pijlers zijn diverse meetbare doelen geformuleerd. Alle inspanningen die in de pijlers worden geleverd moeten bijdragen aan deze meetbare doelen. De twee pijlers Communicatie en Duurzame Innovaties hebben een ander karakter. Deze pijlers zijn ondersteunend aan het programma als geheel, en ‘snijden’ door de inhoudelijke pijlers heen. De pijler Warmte is later toegevoegd aan het programma. Ook is een werkgroep Netcongestie later toegevoegd aan het programma. Is gedaan wat was afgesproken (gekozen inspanningen, binnen budget)? Binnen het programma is veel gerealiseerd zoals voorgenomen in het programmaplan. Daarnaast is het programma waar nodig sterk adaptief geweest, door in te spelen op ontwikkelingen zoals netcongestie, (inkomsten vanuit) rijksregelingen en de toevoeging van nieuwe pijlers.

Hierdoor is meer gedaan dan oorspronkelijk gepland. Dit is logisch, gelet op de ontwikkelingen en middelen die er gedurende de afgelopen periode op het programma zijn afgekomen. Tegelijkertijd zijn sommige inspanningen geprioriteerd of heroverwogen, wat heeft geleid tot keuzes in uitvoering. Het is richting de volgende programmaperiode belangrijk dat deze keuzes explicieter worden gemaakt en vastgelegd. De uitvoering is binnen budget gebleven, mede dankzij een toename van beschikbare middelen vanuit (Rijks)-regelingen. In hoeverre zijn de doelen gerealiseerd (inclusief koppeling met geleverde inspanningen)? De overkoepelende hoofddoelen voor 2025 zijn al in 2022 behaald (monitoring loopt ongeveer twee jaar achter) en de meeste doelen binnen de pijlers zijn gerealiseerd of liggen op koers. Dit is deels te danken aan breed draagvlak voor

3 / 48

de programmadoelen. Al zien we wel dat er sprake is van beperkt politiek draagvlak voor het inperken van het privégebruik van de auto. Gedurende de programmaperiode is de scope van het programma en de pijlers sterk veranderd. Deze flexibiliteit heeft geleid tot een grotere workload dan oorspronkelijk beoogd. Het is onduidelijk in hoeverre de gedane inspanningen concreet hebben bijgedragen aan het behalen van de doelen. Dit komt ook doordat veel van de meetbare doelstellingen in de pijlers zijn geformuleerd op het niveau van inspanningen. Daarnaast is beperkt inzichtelijk of de gestelde tussendoelstellingen ambitieus genoeg zijn geformuleerd gezien het einddoel van een energieneutraal Veenendaal in 2050. Hoe verliep de samenwerking (intern/extern)? Binnen het team en breder in het programma ENV heerst een sterke intrinsieke motivatie. De betrokkenen bij het programma werken vanuit een overtuiging dat het programma echt nodig is en er wordt hard gewerkt om de beoogde doelstellingen te bereiken. Wel zien we dat er sprake is van onduidelijkheid met betrekking tot de verantwoordelijkheid voor het sturen op inspanningen en baten op intern niveau. Daarnaast kan er beter worden aangesloten op waar vanuit het Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal (dat in 2024 is vastgesteld) aan wordt gewerkt. Hier worden ook al stappen in gezet.

Voor de besturing van het programma liggen er kansen om explicieter te maken waar de strategische sturing intern plaatsvindt: wordt dit verwacht van de pijlercoördinatoren of komt de sturing vanuit de programmamanager (of zelfs deels vanuit de lijn)? Externe samenwerking wordt als essentieel gezien voor het behalen van de programmadoelen. De gemeente heeft sterke relaties opgebouwd met belangrijke externe partijen. Betrokkenen van het programma vinden dat de goede samenwerkingspartners over het algemeen aan tafel zitten. Er is geen structureel overleg/sturing met externen over de breedte van het programma, dit is op onderwerp georganiseerd. Hier is bewust voor gekozen in de aanloop naar tweede programmaplan, nadat uit de evaluatie over de eerste programmaperiode naar voren kwam dat stuurgroep ENV als zodanig niet naar behoren functioneerde. Wat betekent dit naar de toekomst toe wat betreft (hoofd) doelen en organisatie/werkwijzen? Op basis van de bevindingen uit de verschillende hoofdstukken, komen we programmabreed en per pijler tot de volgende aanbevelingen: Aanbevelingen programmabreed: • Heroverweeg de huidige pijlerstructuur – dekt dit nog de lading? • Beschrijf een heldere veranderstrategie in het programmaplan die helpend is in het maken van keuzes tijdens de looptijd van het programma.

• Maak een koppeling tussen de te kiezen doelen voor de volgende programmaperiode, met een duidelijke doorkijk richting het behalen van de het beoogde einddoel in 2050. • Leg in de volgende programmaperiode een duidelijke relatie tussen de inspanningen en de doelen. • Stel bij de volgende programmaperiode doelen die te monitoren zijn. • Hanteer voor programma in de breedte de programmatische aanpak te hanteren. • Bepaal in overleg welke aansluiting er centraal gevonden wordt bij het opgaveperspectief en wat er op het niveau van het programma ENV blijft. Wat wordt er binnen het programma opgepakt en wat heeft/krijgt binnen de bredere opgave een plek?

4 / 48

• •

•

• • •

Faciliteer een gesprek met het college om hier keuzes in te maken voor de volgende programmaperiode. Dit heeft gevolgen voor de bereikbaarheid van doelen. Pas voor de volgende programmaperiode het Doelen-Inspanningen-Netwerk ook aan op de keuzes die worden gemaakt in de besturing van het programma tijdens de uitvoering en neem de overwegingen mee in de (voortgangs)rapportages. Maak verantwoordelijkheden expliciet per rol in de volgende programmaperiode. Kijk daarbij sterk naar de relatie tussen lijnorganisatie en programmaorganisatie. Zeker ook wat betreft de strategische sturing. Hoe verhoudt de sturing vanuit de programmamanager zich dit tot de betrokkenheid van de teamleiders? Dit speelt vooral bij de pijlers waar de pijlercoördinator in de lijnorganisatie zit. Kijk voor de volgende programmaperiode wat een gewenste en werkbare breedte is van het (kern)programmateam. Onderzoek in hoeverre externe partners ook eigenaarschap nemen voor baten of inspanningen. Onderzoek voor de volgende programmaperiode of het wenselijk is om een sturingsvorm met externen vorm te geven, afhankelijk van in hoeverre zij ook eigenaar zijn van baten of inspanningen. Kijk bij het inrichten daarvan goed naar wie je op welk moment en waarbij betrekt en/of hoe je kan aanhaken op al bestaande overleggen/netwerken.

Aanbevelingen pijler Wonen: • Onderzoek de impact van het nieuwe fysieke energieloket; is er zicht op de impact en staat dit in verhouding tot de middelen die erin worden gestopt? Ga het effect van het nieuwe Trefpunt monitoren. • De gebiedsgerichte aanpak voor isolatie lijkt kansrijk, zet hier in de volgende programmaperiode verder op in. • Breng doelgroepen nog beter in beeld en stel het doelbereik van acties meer centraal. • Breng focus aan in het kiezen van inspanningen. • Naast meetbare doelstellingen, is het ook belangrijk om kwalitatieve doelen voor de pijler wonen (en programmabreed) op te stellen, zoals het realiseren van een inclusieve energietransitie, en dat energieneutraliteit haalbaar moet zijn voor iedereen, gelet op energiearmoede. • Er zijn kansen om de inzet in de pijlers wonen en warmte meer op elkaar af te stemmen. Aanbevelingen pijler Werken: • Netcongestie zal de komende jaren nog aan de orde zijn; ga hier in communicatie en aanpak vanuit. • Beoordeel de potentie van het anders inrichten van energieverbruik van bedrijven en inwoners en van verschillende typen energiehubs voor bedrijventerreinen, in relatie tot de vooruitzichten op het midden- en hoogspanningsnet. Zo is een groepscontract niet in elke situatie de passende oplossing. • Breng aanpakken samen met inspanningen vanuit het bedrijfsleven en de regio/provincie.

• Om met de problemen rondom netcongestie om te kunnen gaan en voor te sorteren op een energiesysteem van de toekomst, dient samenwerking met netbeheerder Stedin op strategisch niveau verder te worden geïntensiveerd. • Onderzoek hoe energieopwekking bij bedrijventerreinen ook kansrijk kan zijn. Houd daarbij oog voor ruimtelijke en politieke uitdagingen. Aanbevelingen pijler Mobiliteit: • Zet in op het STOMP-principe én op ontmoediging van autogebruik. Daarbij dient wel rekening te worden gehouden met de politieke haalbaarheid hiervan. • Heb oog voor wat er wordt gedaan vanuit de vakgroep mobiliteit om overlap te voorkomen: wie staat waarvoor aan de lat?

5 / 48

•

• •

We stellen vraagtekens bij de effectiviteit van gedragscampagnes op gemeenteniveau als er gekozen moet worden binnen schaarste van middelen en mensen. Wel kan het interessant zijn om waar mogelijk of relevant aan te haken bij gezamenlijke gedragscampagnes, zoals de campagnes waar vanuit regio Foodvalley momenteel aan wordt gewerkt. Daarbij adviseren we scherp te zijn op het doelbereik en effect. Onderzoek welke mogelijkheden er zijn om met laadinfrastructuur een oplossing te bieden voor de netcongestie en het energiesysteem van de toekomst. Inzet op deelauto’s en waterstof heeft beperkt effect gehad. Overweeg of je hier in de volgende programmaperiode op wilt blijven inzetten.

Aanbevelingen pijler Gemeente als Voorbeeld: • Heroverweeg de toegevoegde waarde van deze pijler: zijn we met de huidige inspanningen echt een goed voorbeeld als gemeente? En welk voorbeeldgedrag hoort hier dan bij? • Er moet bepaald worden in hoeverre monitoring op de doelstellingen uit deze pijler gewenst blijft en op welke wijze opwek (elders in het programma) een plek krijgt. Pijler Warmte: • Zet in op opschaling van de aanpak richting uitvoering van de buurtuitvoeringsplannen. • Bezie warmte als onderdeel van het totale energiesysteem. • Netcongestie is ook een beperkende factor voor de warmtetransitie. Pas de strategie hier waar nodig op aan. • Om te kunnen sturen op de doelstelling van de einddatum voor gas in de buurtuitvoeringsplannen in 2050, is het belangrijk dat er gemonitord wordt op de gestelde tussendoelen in de BUP’s. • Focus op energiebesparing en breng de daarbij de aanpak vanuit de pijlers wonen en werken samen. • De resultaten van de samenwerking met DEVO worden als zeer positief ervaren. Blijf inzetten op deze samenwerking. Pijler Communicatie: • Breng samenhang aan in de communicatiestrategie. Doe dit programmabreed. Onderzoek of dit ook haalbaar is binnen de huidige capaciteit en middelen, of dat versterking nodig is. Dit wordt al erkend en opgepakt. • Er liggen kansen voor focus op specifieke doelgroepen en doelbereik.

Onderzoek of communicatie effectiever kan worden ingezet voor verschillende doelgroepen. Pijler Duurzame innovatie: • Maak scherp wat er wordt verstaan onder innovatie. Wat wordt hier concreet mee bedoeld en hoe gaan we hier vanuit het programma op inzetten? • Maak scherp welke rol de gemeente op het gebied van innovatie wil en kan spelen. • Er wordt gewerkt aan een innovatieagenda. Er is de afgelopen periode al ingezet op het vergroten van ‘innovatief denken’ en het ontwikkelen van lerend vermogen. Geef dit ook een plek binnen de innovatieagenda. • Blijf de kennis die in het programma wordt ontwikkeld delen op het gebied van duurzaamheid en innovatie.

6 / 48

1. Inleiding 1.1. Aanleiding Net als andere gemeenten staat Veenendaal voor de taak om een leefbare stad te creëren voor huidige én toekomstige generaties. De gemeente Veenendaal werkt sinds 2017 programmatisch aan het doel een energieneutrale gemeente te zijn in 2050, waarbij steeds tussendoelen zijn gesteld voor een periode van vier jaar. Momenteel zitten zij in de tweede programmaperiode (2022-2025). Eind 2024 – begin 2025 beoogt de gemeente het huidige programmaplan te evalueren en de basis leggen voor een nieuw programmaplan voor de periode 2026-2030. De gemeente Veenendaal heeft TwynstraGudde opdracht gegeven om hen te begeleiden bij het opzetten van het nieuwe programmaplan, waar deze evaluatie de eerste stap in is. In dit rapport treft u de evaluatie van het programma Energieneutraal Veenendaal 2022-2025.

1.2. Vraagstelling In dit onderzoek staan de volgende vier hoofdvragen centraal: 1. 2. 3. 4.

Is gedaan wat was afgesproken (gekozen inspanningen, binnen budget)? In hoeverre zijn de doelen gerealiseerd (inclusief koppeling met geleverde inspanningen)? Hoe verliep de samenwerking (intern/extern)? Wat betekent dit naar de toekomst toe wat betreft (hoofd) doelen en organisatie/werkwijzen?

1.3. Aanpak Documentenstudie Na het startgesprek in oktober 2024 heeft een documentenstudie plaatsgevonden. Dit zijn documenten die inzicht geven in de opzet van het programma (programmaplan en vorige programmaplan, plan van aanpak/evaluatie pijler netcongestie), documenten die inzicht geven in de voortgang van het programma (jaarplannen, effectmonitor en voortgangsrapportages), kaderstellende documenten die raken aan het programma (opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal, Transitievisie Warmte) en documenten die inzicht bieden in de samenwerking met externe partijen. Gespreksronde Parallel aan de documentenstudie zijn gesprekken gevoerd met verschillende betrokkenen binnen en buiten het programma. Het volledige overzicht van de geïnterviewde partijen staat opgenomen in bijlage 1. Rapportage De informatie en inzichten die zijn opgehaald uit de documenten en gesprekken zijn geanalyseerd en verwerkt in deze rapportage. Hierbij hebben we ons gericht op de effectrapportages en voortgangsrapportages over de jaren 20222024. Gegevens uit deze rapportages hebben soms betrekking op een moment 1 of 2 jaar daarvoor, omdat de

7 / 48

dataverzameling pas later beschikbaar komt. De resultaten die in 2024 zijn behaald hebben we niet kunnen meenemen omdat de rapportages met gegevens over dat jaar nog niet gereed zijn gezien het moment van schrijven.

1.4. Leeswijzer Dit evaluatierapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 vormt de inleiding van dit rapport. Hoofdstuk 2 gaat in op de opzet van het programma ENV. Hoofdstuk 3 gaat in op in hoeverre de doelstellingen van het programma zijn gerealiseerd en welke inspanningen daarvoor zijn geleverd. Hoofdstuk 4 gaat in op hoe de samenwerking intern en extern is verlopen. Bijlage 1 bevat een overzicht van de partijen die in het kader van deze evaluatie zijn geïnterviewd.

8 / 48

2. Opzet Programma Energieneutraal Veenendaal Om in de volgende hoofstukken antwoord te kunnen geven op de geformuleerde onderzoeksvragen, kijken we in dit hoofdstuk eerst naar de opzet van het programma.

2.1. Opbouw van het programma 2.1.1. Hoofddoelstelling Het Landelijke Klimaatakkoord heeft als einddoel een vrijwel fossielvrij Nederland in 2050 (95% CO2-reductie). In de Klimaatwet is een tussendoel opgenomen van 49% CO2 reductie in 2030 t.o.v. 1990. In het Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2050 staat uitgewerkt wat voor de gemeente Veenendaal in de periode 2022-2025 de plannen zijn om bij te dragen aan het behalen van deze landelijke doelstellingen. Het programmaplan ENV 2022-2025 bevat een overkoepelende aanpak tot 2050 met een ambitie voor de tussenstap 2025. Veenendaal wil dan 10% energieneutraal zijn. Daarnaast is een doelstelling om in 10% aardgasreductie gerealiseerd te hebben in 2025 t.o.v. 2019. Tot slot is een doelstelling om in 2025 ook 10% energie van het totaal energieverbruik in Veenendaal duurzaam opgewekt te hebben als bijdrage aan de landelijke doelen richting 2030. Deze doelstellingen zijn niet nader gespecificeerd per pijler. Wel kent elke pijler weer eigen meetbare doelstellingen.

Figuur 1. Programmastructuur ENV programmaperiode 2022-2025

9 / 48

Het programmaplan maakt inzichtelijk waarop de gestelde tussendoelstellingen zijn gebaseerd. Er is richting 2050 een routekaart opgesteld met programmaperiodes van ongeveer 5 jaar, met daaraan gekoppelde tussendoelstellingen. In de vorige programmaperiode is vooral gewerkt aan het vergroten van bewustwording bij partners, het krijgen van grip op de opgave door verkenningen en het starten van veel pilots. Vanaf de huidige programmaperiode wordt ook daadwerkelijk gestart met het uitvoeren van projecten en het opstellen van de Buurtuitvoeringsplannen (BUP’s). Onderstaande figuur laat zien hoe het percentage energieneutraliteit zich tot en met 2050 moet ontwikkelen per programmaperiode van ongeveer 5 jaar.

Figuur 2. Ontwikkeling doelstelling programma ENV, per programmaperiode van 5 jaar Het goede nieuws is dat in de effectmonitor 2024 laat zien dat de hoofddoelen van het programma in 2023 al zijn behaald (zie ook hoofdstuk 3).

2.1.2. Pijlers Het programma kent vier inhoudelijke pijlers: Wonen, Werken, Mobiliteit en de Gemeente Als Voorbeeld (zie figuur 3). In deze vier pijlers zijn diverse meetbare doelen geformuleerd. Alle inspanningen die in de pijlers worden geleverd moeten bijdragen aan deze meetbare doelen. Daarnaast maakt een integrale communicatie- en participatie-strategie onderdeel uit van het programma, die een plek heeft in alle vier de pijlers. Het Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN) van de pijler Wonen ziet er bijvoorbeeld als volgt uit:

10 / 48

Figuur 3. DIN Pijler Wonen – Programma ENV, programmaperiode 2022-2025

De twee pijlers Communicatie en Duurzame Innovaties hebben een ander karakter. Deze pijlers zijn ondersteunend aan het programma als geheel, en ‘snijden’ door de inhoudelijke pijlers heen. Hierbij zien we dat voor deze pijlers geen doelen zijn gesteld en geen DIN is vormgegeven waardoor er ook geen zicht is op de smart baten of inspanningen. Ook is er niet gerapporteerd over de voortgang. Wij adviseren voor het programma in de breedte de programmatische aanpak te hanteren. Gedurende deze programmaperiode, heeft een wijziging plaatsgevonden in de programmastructuur: de pijler Warmte is later toegevoegd aan het programma. De verschillende buurtuitvoeringsplannen hebben een plek in deze pijler. Daarnaast is de problematiek rondom netcongestie opgekomen tijdens deze programmaperiode. Om dit een plek te geven is ook een Taskforce Netcongestie toegevoegd aan het programma (dit wordt inmiddels de werkgroep Netcongestie genoemd). Alleen de vier oorspronkelijke inhoudelijke pijlers kennen een DIN (Doelen-InspanningenNetwerk).

11 / 48

Figuur 4. Bijgewerkte organisatiestructuur Programma ENV (2023)

2.2. Analyse 2.2.1. Doelstellingen De overkoepelende doelstellingen worden als te algemeen gezien en zijn daardoor niet altijd bruikbaar voor sturing en evaluatie. Daarnaast mist de koppeling met de doelstelling voor 2050. Dit probleem wordt versterkt door de brede opzet van het programma, waarbij verschillende doelen en inspanningen soms versnipperd raken. Dit heeft er mede mee te maken dat er in deze programmaperiode veel inspanningen zijn opgepakt die eerder niet voorzien waren. Dit rondom de netcongestie maar ook rond diverse Rijksregelingen voor de gebouwd de omgeving. Zo wordt behoefte geuit aan een duidelijkere focus in het programma en de kans benoemd om inzet te richten op specifieke doelgroepen en een betere afstemming op landelijke richtlijnen. Ook valt op dat er gedurende de loop van het programma geen rekening is gehouden met de veranderde reductiedoelstelling van de netto CO2-uitstoot in 2030 t.o.v. 1990 in de Klimaatwet. Het programma is uitgegaan van de doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990, maar deze doelstelling is inmiddels opgehoogd naar 55% CO2-reductie. Op basis van de beschikbare documenten is niet te zien dat hier de afgelopen programmaperiode op is geanticipeerd.

12 / 48

Daarnaast valt op dat de overkoepelende doelstellingen niet nader zijn gespecificeerd per pijler, wat in de programmaperiode 2017-2021 nog wel het geval was (zie figuur 5).

Figuur 5. Doelenboom ENV programmaperiode 2017-2021 De meetbare doelstellingen per pijler die voor de huidige programmaperiode zijn opgesteld, missen daarmee een koppeling naar de overkoepelende doelstellingen. Sowieso is het opvallend dat er uitsluitend meetbare doelstellingen zijn opgesteld, maar dat er geen sprake is van geëxpliciteerde randvoorwaardelijke/kwalitatieve doelstellingen. De meetbare doelstellingen zijn eerder geformuleerd als (KPI’s van) inspanningen. Zo is de meetbare doelstelling “Streven naar 20.000 zonnepanelen op daken van woningcorporatiebezit” uit de Pijler Wonen (zie figuur 3) eigenlijk een inspanning die zou moeten bijdragen aan het doel “meer energie opwekken”, waar geen meetbaar baat aan gekoppeld is in deze DIN. Het gebrek aan een vertaling van de strategische doelen naar smart geformuleerde maatschappelijke baten per pijler, maakt het lastig om resultaten te meten en bij te sturen. Dit wordt als een gemiste kans gezien. Verschillende geïnterviewden pleiten daarom voor een herformulering van de doelen in een volgende programmaperiode. Hierbij zou meer aandacht moeten komen voor specifieke en haalbare doelstellingen, gekoppeld aan de bredere ambities van de energietransitie richting 2050. Er is bewust voor gekozen dat de monitoringsdocumenten niet aansluiten op de pijlerstructuur, maar op de structuur van de PGP, die bekend is bij de raad.

Dit is een logische keuze. Het is dan wel belangrijk dat er in de voortgangsrapportage wordt gemonitord over alle doelen en inspanningen.

2.2.2. Pijler Communicatie en pijler Duurzame Innovaties Pijler communicatie Het belang van communicatie wordt binnen het programma erkend als een essentieel programmaonderdeel waar fors op wordt ingezet. Binnen het programma ENV is er gewerkt met een strategisch communicatieplan, waarop de jaarplannen voor bewustwordingscommunicatie en diverse campagnes (zoals een campagne gericht op gezinnen, gebruikt bij de opzet van de nieuwe website) zijn gebaseerd. De focus lag de afgelopen jaren naast wijkgerichte communicatie rondom specifieke projecten, zoals de buurtuitvoeringsplannen (BUP’s) in de pijler Warmte, ook op de aansluiting van het programma ENV op de opgave en de samenhang met de andere twee programma’s. Daarnaast is ook duidelijk gekozen voor de aanwezigheid van een fysiek energieloket voor inwoners in aanvulling op het digitale energieloket. Er is weinig ingezet op het identificeren van specifieke doelgroepen, hun behoefte te onderzoeken en een aanpak op maat aan te bieden.

13 / 48

Met de binnen het programma ontwikkelde jaarplannen is op een positieve manier ingezet op communicatie dat inwoners aanzet tot verduurzaming. De les is nu om, naast het blijven overbrengen van het bredere verhaal van ENV en aansluiting te blijven zoeken bij het Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal, meer te investeren in datagedreven communicatie. Dit om het effect van de inspanningen beter te kunnen meten en scherpe en realistische doelstellingen voor 2030 te kunnen formuleren. Hier is al wel een start mee gemaakt en er is aangegeven dat hier vanaf 2025 verder op zal worden ingezet. De pijler communicatie kent momenteel - zoals wel het geval is bij de inhoudelijke pijlers – geen gestelde doelen, geformuleerde baten en geduide inspanningen. Ook wordt in de effectmonitor niet gerapporteerd over de voortgang. Pijler Duurzame Innovatie Innovatie wordt gezien als essentieel om oplossingen te vinden voor complexe uitdagingen, zoals netcongestie en lokale energieopwekking en -opslag. In de huidige programmaperiode fungeerde de pijler voor een groot deel als een voortraject, waarbij resultaten uit onderzoeken en ontwikkelde concepten succesvol werden geïntegreerd in andere pijlers – een voorbeeld hiervan is het onderzoek naar de potentie van SMR’s (kleine kernreactoren).

Daarbij is het belangrijk te benadrukken dat de gemeente daadwerkelijk innovatief te werk is gegaan en inmiddels een inspiratiebron en kennispartner is geworden voor andere gemeenten en instellingen. Zo werd Veenendaal de eerste gemeente met een uitvoeringsplan voor een bedrijventerrein, werd DEVO Groenpoort uitgeroepen tot het meest innovatieve warmtenet van Nederland, startte het eerste Wcw-proof PPS warmtebedrijf en paste de gemeente als eerste de wetenschappelijke Startblokkenmethodiek toe voor de BUP’s. Dit laat zien dat het expliciet omarmen en benoemen van innovatie in het programma heeft bijgedragen aan betekenisvolle resultaten. In de volgende programmaperiode blijft het van belang dat innovatie fungeert als katalysator voor vooruitgang, zodat deze succesvolle aanpak verder kan worden uitgebouwd. Net als bij de pijler Communicatie, is er bij deze pijler geen sprake van gestelde doelen, geformuleerde baten en geduide inspanningen. Over deze pijler wordt in de effectmonitor ook niet gerapporteerd over de voortgang.

2.2.3. Flexibele pijlerstructuur De keuze om deze programmaperiode op te zetten aan de hand van vier inhoudelijke pijlers en de pijlers Communicatie en Duurzame Innovatie, wordt door veel betrokkenen als een logische stap gezien. De structuur bood een houvast in de beginfase van het programma. Toch werd ook duidelijk dat de gekozen pijlerstructuur niet (meer) volledig recht doet aan de overkoepelende thema’s die de energietransitie kenmerken. De inzet op de warmtetransitie, de acute vraag van netcongestie en de aandacht die de ontwikkeling van het energiesysteem nu vraagt lijkt niet helemaal te passen in de huidige structuur. De doorgevoerde wijzigingen met het toevoegen van pijlers is dan ook goed te volgen. Deze thema’s lopen als een rode draad door alle pijlers heen en de huidige opzet werkt daardoor soms beperkend. De opdeling in pijlers is in dit opzicht eerder verticaal, terwijl de thema’s juist horizontaal door het programma heen bewegen. Een van de meest opvallende kenmerken van het programma is het vermogen om zich aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen. Dit werd door meerdere betrokkenen benadrukt als een van de sterkste aspecten van de afgelopen programmaperiode. De introductie van de pijler Warmte en de werkgroep Netcongestie zijn hier treffende voorbeelden van.

Deze toevoegingen weerspiegelen de dynamiek van de energietransitie en de noodzaak om snel te reageren op urgente thema’s. Vooral netcongestie, dat onverwacht een cruciaal thema werd, kreeg dankzij de flexibiliteit van het programma snel de aandacht die het verdiende. Daarnaast is te zien dat er in deze programmaperiode veel inspanningen zijn opgepakt die eerder niet voorzien waren en dat de budgetten voor de verschillende

14 / 48

pijlers daar ook op zijn aangepast (zie figuur 6), mede door de CDOKE gelden die vanuit het rijk beschikbaar zijn gesteld voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Dit heeft er bijvoorbeeld toe geleidt dat de capaciteit voor de BUP’s is uitgebreid en dat er een junior adviseur in vaste dienst is toegevoegd aan het team.

Figuur 6. Budget ENV programmaperiode 2022-2025 Dit toont aan dat het programma niet rigide vastzat aan de oorspronkelijke opzet, maar in staat was om in te spelen op de actualiteit. Tegelijkertijd roept deze flexibiliteit ook vragen op over de grenzen daarvan. Er is behoefte aan een balans tussen ruimte voor aanpassing en de noodzaak van concrete doelen en duidelijke sturing. Er is kritiek op de breedte van het programma. Er wordt breed gepleit voor een compactere structuur, waarbij de focus meer ligt op overkoepelende thema’s en minder op de gekozen afzonderlijke pijlers. Dit zou ook beter recht doen aan de realiteit dat verschillende onderwerpen, zoals wonen, werken en de warmtetransitie, sterk met elkaar verbonden zijn. In de afgelopen periode is in Veenendaal het opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal vastgesteld waar de ambities voor circulair, energieneutraal en klimaatbestendigheid zijn vastgelegd. Hiermee is het programma ENV onderdeel van een bredere opgave geworden. In de praktijk worden de koppelingen al gelegd in diverse pijlers. Er zijn voor de volgende programmaperiode kansen om dit te versterken. Dit wordt meegenomen bij het opstellen van het programmaplan voor de volgende programmaperiode.

2.2.4. De later toegevoegde pijlers Toevoeging van Taskforce netcongestie In het programma is vlot (eind 2022) geanticipeerd op de netcongestie die ontstond in de regio en in Veenendaal. Hiervoor is een Taskforce (die inmiddels een werkgroep wordt genoemd) opgericht. Dit betreft een samenwerking van de gemeente, de georganiseerde ondernemers in de Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal en netbeheerder Stedin. De werkgroep is als een tijdelijke vorm (t/m 2024) opgestart om grip te krijgen op het probleem netcongestie en om de rol als gemeente te bepalen en te pakken. De focus lag deze programmaperiode voornamelijk op de impact op bedrijven(terreinen) en werd gewaardeerd. Daarnaast is er sprake geweest van kennisdeling in de bredere schil van het programma. Er is veel kennisoverdracht geweest op projectbasis, waarbij coördinatie plaatsvond vanuit de Taskforce. Er zijn 11 bijeenkomsten georganiseerd, waarvan 7 programmabreed. En er zijn 7 actuele kwesties rond laadinfra en woningbouw opgepakt. Dat heeft o.a. geleid tot het oprichten van een werkgroep rond ’t Ambacht.

15 / 48

De netcongestie heeft echter ook effect op de pijler Mobiliteit of de projecten in de pijler GAV, maar ook buiten het programma bij bijvoorbeeld gebiedsontwikkelingsprojecten of de aanbouw van scholen of instellingen. De informatie rond netcongestie en het handelingsperspectief is niet overal in de organisatie geland. Voor de toekomst liggen er kansen in energieplanologie, waarbij meer gekeken kan worden naar vraag en aanbod in de energie-infrastructuur om ontwikkelingen mogelijk te maken. Pijler Warmte Het lijkt dat het bij het opstarten van het programma de bedoeling was om de warmtetransitie te integreren in de pijler wonen. Bij het opstarten van de Buurtuitvoeringsplannen in woonwijken en op bedrijventerreinen én door warmenetontwikkelingen (al dan niet door de komst van netcongestie) is de scope dermate groot geworden dat het een logische stap is geweest om er een aparte pijler voor in te richten. Er is te zien dat de gemeente Veenendaal vooruitstrevend is (geweest) op het gebied van warmte. Er is binnen het programma ENV adequaat gehandeld op de warmtenetontwikkelingen, wat zich bijvoorbeeld uit in het aanwijzen van DEVO als partij voor warmtenetten in de hele stad en het aanwijzen van BUP’s, nog vooruitlopend op het aannemen van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW). Deze pijler heeft directe raakvlakken met de pijlers Wonen en Werken.

In de Buurtuitvoeringsplannen (BUP’s) is de pijler Wonen inmiddels al aangehaakt, onder andere om de Veense Isolatie Actie te promoten als eerste stap naar een aardgasvrije woning. Dit is met name zichtbaar in het BUP Drazeo, waar de woningkenmerken gunstiger zijn voor isolatie dan in bijvoorbeeld Dragonder Oost. Hoewel in de BUP’s al aandacht is besteed aan energiebesparing, energieopwekking en voorlichting, ligt er nog ruimte voor verdere ontwikkeling van de uitvoering van de beschreven maatregelen– in samenwerking tussen de pijlers Wonen, Communicatie, Warmte en Energie Samen Foodvalley. In deze periode zijn daarnaast diverse bewustwordingsactiviteiten ontwikkeld, waaronder inspiratieverhalen van inwoners en ondernemers, driehoeksborden langs de weg, een huis-aan-huiskrant, de Week van Duurzaam Veenendaal en een duurzaamheidsmarkt. Een andere indeling van de pijlerstructuur kan de integraliteit mogelijk vergemakkelijken. Al zal naar verwachting iedere indeling voor en nadelen kennen.

16 / 48

3. Doelrealisatie en inzet inspanningen Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderzoeksvragen: Is gedaan wat was afgesproken (gekozen inspanningen, binnen budget)? In hoeverre zijn de doelen gerealiseerd (inclusief koppeling met geleverde inspanningen)? Om een antwoord te kunnen geven op deze vragen, gaat dit hoofdstuk in op de doelrealisatie van de doelstellingen van het programma, zoals geschetst in hoofdstuk 2. Er wordt per pijler een algemeen beeld geschetst van de doelrealisatie. Vervolgens wordt ingegaan op in hoeverre de geleverde inspanningen hieraan hebben bijgedragen. Daarbij kijken we in hoeverre er is gedaan wat is afgesproken; zijn de gekozen inspanningen gedaan en is dit binnen budget gelukt? Tot slot volgt een overkoepelende analyse op de doelrealisatie. De informatie uit dit hoofdstuk is gebaseerd op de aangeleverde documenten en gevoerde interviews en waar mogelijk geverifieerd met gegevens uit de Regionale Klimaatmonitor.1 Daarbij dient te worden opgemerkt dat de info uit de monitoringsdocumenten 1 tot 2 jaar achterlopen. Wel is op basis van de documenten over het algemeen inzichtelijk of de gemeente op koers ligt om de doelstellingen te realiseren.

3.1. Doelrealisatie hoofddoelstellingen Het programmaplan ENV 2022-2025 heeft voor Veenendaal als overkoepelende doelstellingen om in 2025 10% energiebesparing te hebben gerealiseerd t.o.v. 2014, 10% aardgasreductie te hebben gerealiseerd t.o.v. 2019 en om tot slot 10% energie van het totaal energieverbruik in Veenendaal duurzaam opgewekt te hebben als bijdrage aan de landelijke doelen richting 2050:

Figuur 7. Hoofddoelstellingen programmaperiode 2022-2025 In de effectmonitor van 2024 is te zien dat de gemeente Veenendaal deze tussendoelstellingen in 2023 al heeft behaald.

Figuur 8. Doelrealisatie doelstellingen programmaperiode 2022-2025

1

DASHBOARD - Veenendaal

17 / 48

3.2. Doelrealisatie pijlers In deze paragraaf gaan we in op in hoeverre de meetbare doelstellingen van de verschillende inhoudelijke pijlers zijn gerealiseerd. Voor de pijlers Communicatie en Duurzame Innovaties en de later toegevoegde pijlers, geldt dat deze geen duidelijke doelstellingen hebben meegekregen. Daardoor is het voor deze pijlers niet mogelijk om de doelrealisatie te bepalen.

3.2.1. Pijler Wonen

Figuur 9. DIN Pijler Wonen, programmaperiode 2022-2025 Binnen de pijler Wonen is in deze programmaperiode veel bereikt, maar keuzes in prioritering zijn noodzakelijk geweest vanwege beperkte capaciteit en netcongestie. De focus heeft deze periode voornamelijk gelegen op energiearmoede en het isolatieprogramma, mede gedreven door subsidies (rijkssubsidie nationaal isolatieprogramma). Ook is er deze programmaperiode sprake geweest van intensieve samenwerking met partners, bijvoorbeeld rondom het Energieloket, netcongestie en energiearmoede (rijksregelingen SPUK). Daarnaast is ingezet op het Trefpunt (fysieke energiewinkel om te adviseren over verduurzaming), die in januari 2025 open is gegaan op een nieuwe locatie. Hieronder wordt voor de verschillende categorieën meetbare doelstellingen toegelicht wat de stand van zaken is met betrekking tot de doelrealisatie. Meer duurzame energie opwekken In de effectmonitor van 2024 is te zien dat deze twee meetbare doelstellingen op koers liggen. Het streven naar 10.000 installaties met zonnepanelen, goed voor een capaciteit van 35,4 MW opwek tegen eind 2025, ligt op schema (in de effectmonitor van 2024 was er sprake van 24,97 MW opwek, wat voorloopt op de gestelde tussendoelstelling van 20,50 MW).

Ook de ambitie om 20.000 zonnepanelen op daken van woningcorporatiewoningen te realiseren, lijkt te worden behaald (in de effectmonitor is sprake van 17.000 zonnepanelen, wat voorloopt op de gestelde tussendoelstelling van 15.000 zonnepanelen). Aanvullend is in de klimaatmonitor te zien dat in 2023 bij 41% van de woningen in de gemeente Veenendaal sprake was van geregistreerde zonnepanelen, t.o.v. 33% van het totaal aantal woningen in Nederland. Figuur 10. Pijler Wonen: Doelstellingen opwek

18 / 48

Meer energie besparen De gestelde doelen op het gebied van energiebesparing zijn deels behaald. In het jaarverslag over 2023 van Energie Samen Foodvalley, is ter verantwoording van de KPI’s een tabel opgenomen met aantallen (zie Figuur 12). De tussendoelstelling om in 2023 1.500 bezoeken, scans en adviezen vanuit het Trefpunt/Energieloket te hebben gerealiseerd, is ruimschoots gehaald met in totaal 4.336 geregistreerde interacties in de periode 2022-2023.

Figuur 11. Pijler Wonen: Doelstellingen energiebesparing

Figuur 12. 2022-2023: Bereik Energieloket, Trefpunt, Aanjagen mkb & mi Het ondersteuningsprogramma voor VvE’s loopt achter: slechts twee VvE’s zijn begeleid bij besluitvorming, en twee zijn gestart met energiewerkzaamheden. Tijdens het interview met betrokkenen bij de pijler, werd toegelicht dat er in deze programmaperiode bewust minder focus is gelegd op de VvE’s. Positief is dat er gewerkt wordt aan een nieuwe VvEaanpak via het Energieloket. Daarnaast is er een VvE-aanpak onder het Nationaal Isolatieprogramma. De voortgang van de doelstelling rondom de Energieprestatie-Index is niet inzichtelijk. Wel zijn woningcorporaties landelijk gebonden aan het behalen van gemiddeld energielabel B. Op basis van de beschikbare gegevens is niet inzichtelijk in hoeverre woningcorporaties hieraan voldoen. Wel zien we in de klimaatmonitor dat van woningen in de gemeente Veenendaal met een geldig energielabel, ruim 76% beschikt over een energielabel van C of hoger (zie figuur 13).

19 / 48

Figuur 13. Geldige energielabels woningen in Veenendaal, 2024 (Bron: Klimaatmonitor) Meer aardgas besparen De doelstelling om communicatie- en participatietrajecten in twee buurten op te starten na vaststelling van het Buurtuitvoeringsplan (BUP) is behaald. 2 Er is echter geen inzicht in het effect dat deze acties hebben gehad. Wel zien we in de klimaatmonitor een dalende trend bij het aardgasverbruik van woningen. Dit is sterk vergelijkbaar is met de landelijke cijfers. In de periode 2018-2022 daalde in Nederland het gasverbruik door huishoudens met 12% (onder meer door de energiecrisis als gevolg van de Oekraine-oorlog) en steeg het elektriciteitsgebruik met 8%. Figuur 14. Pijler Wonen: Doelstellingen aardgasbesparing

Figuur 15. Pijler: Ontwikkeling totaal aardgasverbruik woningen gemeente Veenendaal (Bron: Klimaatmonitor)

2

De BUP’s vallen inmiddels niet meer onder de pijler Wonen, maar zijn eigenstandige pijlers geworden. In de effectmonitor worden deze doelstellingen nog

wel onder de pijler Wonen behandeld, omdat ze in de DIN’s oorspronkelijk onder deze pijler zijn geschaard.

20 / 48

Voor de andere aardgasbesparingsdoelstellingen ontbreekt het zicht op voortgang. Er is aangegeven dat de monitoring van aardgasbesparing in BUP-wijken momenteel wordt opgezet. Verder zijn de BUP’s definitief voor de buurten Dragonder-Oost en Faktorij/de Vendel, is de BUP Dragonder-Zuid in ontwikkeling en is BUP Petenbos inmiddels ook opgestart. Nieuwbouw: gestapeld meer dan BENG Voor deze doelstelling is op basis van de voortgangsrapportages, de voortgang niet inzichtelijk. Wel is vanuit de organisatie aangegeven dat de grootste woningbouwproductie binnen de gemeente momenteel plaatsvindt in Groenpoort, waar alle projecten aan deze eis voldoen omdat woningen standaard met extra panelen voor niet-gebouwgebonden gebruik worden opgeleverd n.a.v. afspraken over de energie-ambities. Daarnaast werkt Veenendaal voor woningbouwprojecten met een puntensysteem, waarbij ambities boven BENG extra beloond worden. Figuur 16. Pijler Wonen: Doelstelling nieuwbouw

3.2.2. Pijler Werken

Figuur 17. DIN Pijler Werken, programmaperiode 2022-2025 De pijler Werken heeft in deze programmaperiode belangrijke stappen gezet richting verduurzaming en samenwerking met het bedrijfsleven, ondanks uitdagingen zoals netcongestie en beperkte politieke steun voor opwekinitiatieven. Deze uitdagingen benadrukte de noodzaak voor innovatieve oplossingen en nauwere samenwerking met netbeheerders. De Green Deal met de Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal (BOV) is een directe respons geweest hierop. Met het sluiten van deze deal is gepoogd om beter inzicht te krijgen in elkaars inspanningen en deze te versterken, wat volgens betrokkenen heeft geleid tot een verbeterde samenwerking en het kunnen maken van gezamenlijke keuzes. De Green Deal heeft eraan bijgedragen dat het bedrijfsleven meer eigenaarschap op zich is gaan nemen, en in samenspraak met de gemeente worden er keuzes gemaakt op het gebied van circulariteit, groen en mobiliteit. Er is deze programmaperiode ook veel aandacht geweest voor het realiseren van een Label C-registratie bij bedrijven, in samenwerking met het bedrijfsleven. Wel is het soms nog onduidelijk wie waarmee bezig is en wie stuurt op de bedrijvenaanpak.

Het is voor de volgende programmaperiode van belang dat inzichtelijk wordt gemaakt wie waarvoor aan de lat staat: wie heeft welke rol met betrekking tot de BUP’s, de pijler Werken, de Green Deal en de Smart Energy Hubs? Hieronder wordt overkoepelend voor de verschillende categorieën meetbare doelstellingen toegelicht wat de stand van zaken is met betrekking tot de doelrealisatie.

21 / 48

Meer duurzame energie opwekken De doelstelling om zonnepanelen op bedrijfsdaken te plaatsen, laat een positieve trend zien. In de effectmonitor 2024 is te zien dat er in 2023 58.000 van de beoogde 100.000 zonnepanelen op bedrijfsdaken waren aangelegd. In het gesprek met betrokkenen bij de pijler is aangegeven dat het halen van de uiteindelijke doelstelling in de knel komt door netcongestie. Voor de solar carports geldt dat er één vergunningsvrije aanvraag is ingediend, maar het blijft onduidelijk of deze is gerealiseerd. Andere aanvragen zijn nog in procedure of zitten nog in de conceptfase. Figuur 18. Pijler Werken: Doelstellingen opwek Meer energie besparen De gemeente ligt op koers met de doelstelling dat 100% van de kantoren minimaal energielabel C heeft. Ook het aantal bezoeken en controles door de ODRU ligt op koers, ondanks capaciteitsproblemen bij de ODRU. Het aantal bezoeken, scans en adviezen voor bedrijven via het Energieloket is niet inzichtelijk.

Figuur 19. Pijler Werken: Doelstellingen energiebesparing Meer aardgas besparen Voor de aardgasbesparingsdoelen geldt dat er voortgang is geboekt met de vaststelling van een BUP voor bedrijventerreinen. Voor de realisatie van de ambitie om 10% aardgasreductie op bedrijventerreinen te bereiken en om 100% van nieuwbouw aardgasvrij op te leveren, geldt dat deze voortgang nog niet in beeld is gebracht. De gemeente is hiervoor afhankelijk van gegevens van de netbeheerder. De uitgangssituatie uit het Buurtuitvoeringsplan voor Faktorij/de Vendel, is wel inzichtelijk (zie figuur 21). Figuur 20. Pijler Werken: Doelstellingen aardgasbesparing

Figuur 21. Uitgangssituatie BUP Faktorij/de Vendel 22 / 48

Het pilotproject voor kleinschalige waterstofproductie is afgerond zonder vervolg te krijgen vanwege juridische, technische en economische belemmeringen, zoals wetgeving rondom elektriciteitsdeling, netcapaciteit en de kosten van waterstofvoertuigen. Wel heeft de gemeente aansluiting gezocht bij andere waterstofinitiatieven in de regio. Nieuwbouw BENG en meer De voortgang van de doelstellingen ‘100% nieuwbouw bedrijfspanden aardgasvrij’ en ‘alle nieuwe bedrijfspanden benutten eind 2025 het dak volledig voor zonne-energie’, is niet inzichtelijk.

3.2.3. Pijler Mobiliteit

Figuur 22. DIN Pijler Mobiliteit, programmaperiode 2022-2025 De pijler Mobiliteit heeft in deze programmaperiode successen geboekt, maar is ook tegen verschillende uitdagingen aangelopen. Betrokkenen bij de pijler hebben beperkte politieke rugdekking ervaren. Het omgevingsprogramma mobiliteit, waar het STOMP-(Stappen, Trappen, OV, Mobility as a Service (MaaS), personenauto)principe centraal werd gesteld, is niet aangenomen door de raad. Het aankomende jaar wordt er vanuit de vakgroep mobiliteit opnieuw gewerkt aan dit programma, waarbij nadruk zal blijven liggen op het verduurzamen van de mobiliteit. Binnen de werkgeversaanpak zijn wel concrete stappen gezet, zoals het stimuleren van fietsgebruik door het belonen van werknemers. Deze aanpak heeft geleid tot bewustwording en enige gedragsverandering, maar de schaal blijft volgens betrokkenen bij de pijler beperkt. Daarnaast geldt dat er in de Green Deal (zie ook paragraaf 3.2.2.) afspraken zijn gemaakt met bedrijventerreinen over de "last mile”, maar dat bedrijven hier vervolgens maar beperkt op inzetten. Er ontbreekt (politieke) aandacht voor maatregelen met een potentiële grote impact, zoals het invoeren van een zeroemissiezone in het centrum.

Politieke weerstand tegen maatregelen die ontmoediging van autogebruik vereisen (zoals minder parkeerplaatsen of restricties op autogebruik), belemmert de realisatie van deze potentieel effectieve initiatieven. Hieronder wordt overkoepelend voor de verschillende categorieën meetbare doelstellingen toegelicht wat de stand van zaken is met betrekking tot de doelrealisatie.

23 / 48

Vervoersbewegingen voorkomen De doelstelling om vijf bewustwordingsacties rondom thuiswerken uit te voeren, is niet behaald. Deze inspanning was grotendeels gekoppeld aan de coronaperiode en daarom is ervoor gekozen om hier niet meer op in te zetten. Daarbij werd aangegeven dat het meten van effecten op dit gebied lastig is. Het kan interessant zijn om voor de volgende programmaperiode te onderzoeken welke meetbare doelstelling en daaraan gekoppelde inspanningen kunnen bijdragen aan het voorkomen van vervoersbewegingen. Figuur 23. Pijler Mobiliteit: Doelstelling voorkomen vervoersbewegingen Meer alternatieven voor de auto (fiets, OV, lopen) Voor de doelstelling om 500 extra fietsparkeerplekken te realiseren bij OV-locaties en in het centrum, ligt de gemeente op koers om deze te realiseren. Veranderingen in de modal split worden niet gemonitord en zijn dus niet inzichtelijk. Fietsstimuleringscampagnes voor scholen en bedrijven zijn uitgevoerd, maar hebben een beperkt effect gehad. De huidige aanpak leidt er vooral toe dat mensen die al lopen of fietsen dit blijven doen. Gedragsverandering bij andere groepen blijkt lastig te realiseren. Figuur 24. Pijler Mobiliteit: Doelstellingen alternatieven voor de auto Meer niet-fossiel vervoer De gemeente zet zich in om 5.000 voertuigen met duurzaam energieverbruik te realiseren, maar blijft achter bij de beoogde aantallen.

In september 2024 zijn er 19 elektrische personenauto’s per 1.000 inwoners, ofwel ruim 1.250 (zie figuur 26). Er zijn meer voertuigen dan uitsluitend personenauto’s, maar dit cijfer is niet conform doelstelling. Wel ligt de gemeente op schema om 200 publieke laadpalen en één snellaadlocatie te realiseren tegen eind 2025. Netcongestie is een belemmerende factor geweest voor het realiseren van deze doelstellingen. Voor een snellaadpaal is een grootaansluiting nodig die schaars beschikbaar zijn. Figuur 25. Pijler Mobiliteit: Doelstellingen meer niet-fossiel vervoer

Figuur 26. Aantal elektrische personenauto’s per 1.000 inwoners, vergelijking Veenendaal met Nederland, 2024 3 Het waterstofvulpunt is nog in ontwikkeling bij een tankstation. In het gesprek met betrokkenen bij de pijler is verder aangegeven dat er momenteel vanuit de pijler Innovatie nog wordt gewerkt aan het waterstofconvenant. Er wordt momenteel gezocht naar bedrijven die willen meedoen.

3

Dashboard - Mobiliteit - Veenendaal

24 / 48

Betrokkenen bij de pijler hebben aangegeven dat met de inzet op waterstof niet de beoogde impact kan worden gerealiseerd. Er dient daarom te worden gekeken in hoeverre het waterstofvulpunt en het convenant nog kansrijk zijn en tot gewenste resultaten kunnen leiden, of dat inspanningen op het gebied van waterstof kunnen worden afgeschaald/gestopt.

3.2.4. Pijler Gemeente als Voorbeeld

Figuur 27. DIN Pijler Gemeente als Voorbeeld, programmaperiode 2022-2025 Deze pijler is opgesplitst in twee delen; die van gemeentelijk vastgoed en die van openbare ruimte. Voor het meten van de doelrealisatie van de meetbare doelstellingen uit deze pijler, geldt dat betrokkenen bij de pijler in het interview hebben aangegeven dat het lastig blijkt om goed te kunnen rapporteren op deze meetbare doelen. Dit doordat de doelen in het DIN verwijzen naar de CO2-prestatieladder en het referentiejaar 2019. Tijdens het opstellen van de effectmonitor was de data over 2019 van de CO2-prestieladder niet inzichtelijk. Daarnaast spelen volgens de betrokkenen bij de pijler andere factoren een rol die de CO2-uitstoot volgens de methodiek van de CO2-prestatieladder beïnvloeden. Ook is de definitie van ‘de gemeentelijke organisatie’ volgens de CO2-prestatieladder anders dan de gemeente Veenendaal als organisatie. De gemeentelijke organisatie wordt volgens de CO2-prestatieladder gedefinieerd als de gemeente plus een aantal verbonden partijen waar de gemeente op basis van een aantal criteria voldoende financiële en bestuurlijke invloed kan uitoefenen op de CO2-uitstoot. Daarom zijn in de effectmonitor de onderdelen van de CO2prestatieladder inclusief verbonden partijen aangehouden. Hierdoor zijn de meetbare doelstellingen uit het programmaplan qua rapportage enigszins losgelaten.

De genoemde doelstellingen in de pijler maken wel onderdeel uit van de CO2-prestatieladder, maar worden niet als zodanig gemonitord en zijn daarom niet specifiek te benoemen. Het is daarom belangrijk dat doelen in de volgende programmaperiode meer SMART worden gemaakt. Gemeente (vast)goed Wel valt uit de rapportage van de CO2-prestatieladder op te maken dat de reductiedoelstelling voor de gehele gemeentelijke organisatie, is behaald. In totaal is ten opzichte van 2019 een reductie van ruim 11% gerealiseerd. Ook is in de rapportage van de CO2-prestatieladder te zien dat het aardgasverbruik van de gemeente Veenendaal is afgenomen. De gemeente ligt niet op koers om de doelstelling van 50% van de gemeentelijke voertuigen op duurzame brandstof, te behalen. De effectmonitor laat zien dat de gemeente blijft steken op 4%.

25 / 48

Openbare ruimte Voor het deel openbare ruimte zien we in de effectmonitor dat de gemeente niet op koers ligt om de doelstelling van 1 MW opwek door (grootschalige) zonnepanelen in de openbare ruimte te behalen. Wel zien we in de voortgangsrapportage dat er verschillende onderzoeken lopen voor opwek in de openbare ruimte, bijvoorbeeld rondom opwek energie langs wegen en parkeerplaatsen, diverse locaties voor solar carports en een onderzoek naar geothermie. Er is geen politiek draagvlak voor (grote) windturbines. Ook heeft de provincie een PlanMER verkenning naar wind in de provincie gedaan waar een potentiële zoeklocatie uit naar voren komt op de rand van de gemeente. Vooralsnog is er geen politiek draagvlak in Veenendaal om deze locatie te onderzoeken. De voortgang van de doelstelling ‘meer aangeplante bomen in de openbare ruimte’, is niet inzichtelijk.

3.3. Inzet inspanningen In deze paragraaf gaan we in op de inzet van de inspanningen ten behoeve van de doelrealisatie. Het is niet inzichtelijk in hoeverre inspanningen ook echt hebben bijgedragen aan het wel of niet behalen van de gestelde doelstellingen. Dit komt ook door de manier waarop de doelstellingen geformuleerd zijn (zie hoofdstuk 2). Dit is een belangrijk aandachtspunt voor de volgende programmaperiode, omdat het vanuit het streven naar effectiviteit wel wenselijk is om een steviger relatie tussen gedane inspanningen en het behalen van doelstellingen te kunnen leggen. Wel brengen we in beeld waarop per pijler is ingezet, hoe dat verliep en wat ons daarbij opvalt. Waar dat van toepassing is, worden aandachtspunten/aanbevelingen geformuleerd.

3.3.1. Pijler Wonen

Figuur 28. Inspanningen Pijler Wonen, programmaperiode 2022-2025 26 / 48

Minder, maar meer effectieve inspanningen Figuur 28, afkomstig uit de meest recente voortgangsrapportage, bevat een overzicht van de verschillende acties die binnen deze pijler zijn opgepakt. Er is te zien dat het voor deze pijler lukt om de inspanningen binnen budget uit te voeren en dit is ook bevestigd in het gesprek met betrokkenen bij de pijler. Wat opvalt is dat er sprake is van een groot aantal verschillende inspanningen, variërend van inzet op bewustwording, het geven van gratis energieadviezen tot het organiseren van een fietstocht. Een belangrijke overkoepelende les volgens betrokkenen uit de pijler, is dat er de afgelopen periode op te veel verschillende inspanningen is ingezet. Voor de komende programmaperiode adviseren wij dat er meer wordt geprioriteerd. Daarbij helpt het als er ook minder, maar meer concrete(re) doelstellingen worden opgesteld, met meetbare baten. Een fysiek loket en lokaal aanspreekbare ondersteuning Het belang van het Trefpunt als fysiek loket wordt door betrokkenen bij de pijler benadrukt. Dit loket moet vanuit de nieuwe locatie inwoners en ondernemers niet alleen informeren, maar hen ook actief ontzorgen en begeleiden in hun verduurzamingsreis. Zo kunnen de aanwezige medewerkers inwoners ondersteunen in het aanvragen en benutten van subsidies.

Het Trefpunt biedt kansen om drempels weg te nemen voor inwoners die anders minder snel stappen zouden zetten. Het is voor de volgende programmaperiode wel belangrijk dat er in kaart wordt gebracht welke impact het Trefpunt daadwerkelijk heeft. Voelen inwoners zich daadwerkelijk ontzorgd? Hebben zij op basis van ondersteuning vanuit het Trefpunt daadwerkelijk acties om te verduurzamen ondernomen? Welke impact heeft het Trefpunt in relatie tot de woningverduurzamingsopgave als geheel en de andere inspanningen die de gemeente hierop levert (of zou kunnen leveren)? Kortom: is het Trefpunt een effectieve inspanning voor de baten die men hoopt te realiseren? Het is belangrijk dat de gemeente dit wel ophaalt. Dit kan bijvoorbeeld door inwoners die vanuit het Trefpunt zijn ondersteund enige tijd later te benaderen om te evalueren welke impact de inzet vanuit het Trefpunt voor hen heeft gehad en wat daar al dan niet beter in kan. Daarnaast kan expliciet worden gemaakt welke toegevoegde waarde het trefpunt heeft in de samenwerking tussen partijen. Nu is dat lastig te vinden. Isolatie-aanpak Er is veel aandacht besteed aan de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP), die in Veenendaal de Veense Isolatie Actie wordt genoemd. Dit is iets wat in eerste instantie geen plek had in de DIN van de pijler Wonen, omdat de start van het NIP toen nog niet bekend was.

In de eerste ronde heeft de gemeente een aanvraag gedaan bij het NIP voor een isolatieaanpak (de Veense Isolatie Actie voor 516 woningen, waarvoor inmiddels 175 aanmeldingen binnen zijn). In oktober 2024 heeft gemeente Veenendaal een aanvraag gedaan bij het NIP voor de tweede ronde voor een isolatieaanpak voor 692 woningen. Er is hiermee in totaal ongeveer 2,5 miljoen te besteden in de isolatieaanpak voor deze 1.208 woningen in Veenendaal. We lezen in de voortgangsrapportage dat huis-aan-huis-acties goed blijken te werken, waarbij aandacht wordt besteed aan biobased isoleren. Het is belangrijk om in de volgende programmaperiode op deze gebiedsgerichte aanpak te blijven inzetten. De betrokkenen bij de pijler benadrukken daarbij het belang van samenwerking met de provincie Utrecht rondom het Meerjarig Collectief Ontzorgingsprogramma (MCO). Dit programma biedt voor inwoners een efficiënte aanpak voor woningisolatie, waarbij de gemeente samenwerkt met een intermediair die adviezen geeft en aanvragen richting de markt doorzet. Inzet op dit programma betekent dat de gemeente Veenendaal het contract met het Duurzaam Bouwloket niet verlengd, omdat het MCO op langere termijn volgens de geïnterviewden een betere schaalgrootte en impact biedt.

27 / 48

Doelgroepen beter in beeld brengen en doelbereik centraler stellen Er wordt aangegeven dat er meer aandacht nodig is voor het bereiken van de juiste doelgroepen en het bepalen van een aanbod en aanpak op maat. Inwoners en ondernemers worden in den brede aangesproken, maar inzicht in verschillende doelgroepen ontbreekt. Het is belangrijk om te onderzoeken hoe de stappen richting verduurzaming voor verschillende doelgroepen makkelijker en toegankelijker gemaakt kunnen worden. Denk aan de doelgroepen als minima, woningeigenaren, huurders van woningcorporaties, huurders van particuliere eigenaren, VvE’s of ook doelgroepen naar bouwperiode of energielabel etc. Door ook het doelbereik van communicatiecampagnes te monitoren kan een betere afweging gemaakt worden van wat werkt en wat niet om die inzichten mee te nemen in de volgende campagnes. Voor de kwetsbare huishouders is het ook belangrijk dat er goed wordt samengewerkt met de woningcorporatie. Hiertoe is het wenselijk dat het sociaal domein en woningcorporatie Veenvesters samen optrekken binnen de mogelijkheden die de privacywetging geeft. Prioriteiten stellen: VvE’s en energiearmoede Er is deze programmaperiode weloverwogen minder ingezet op VvE’s, hierin is geprioriteerd. Vanuit de regio wordt ingezet op VvE’s en vanuit het Energieloket wordt gewerkt aan een VvE-aanpak.

Voor de volgende programmaperiode is het wenselijk hier op gemeentelijk niveau prioriteit aan te geven gezien de lange doorlooptijd van besluitvorming. Daarnaast blijft energiearmoede een belangrijk thema. Energiearmoede had geen plek in de oorspronkelijke DIN van de pijler, maar er is de afgelopen programmaperiode wel veel inzet op gepleegd. Zo is er vanuit het programma ENV nauwer samengewerkt met het sociaal domein. Wel is aangegeven dat deze samenwerking kwetsbaar is op het moment dat er sprake is van verloop in de organisatie. De wijzigingsbeschikking van het Rijk, die het mogelijk maakt om energiebudgetten tot 2027 in te zetten, biedt extra ruimte om mensen met lage inkomens te ondersteunen. Ook voor de volgende programmaperiode is er behoefte aan inzet op energie-armoede, zodat deze energiebudgetten effectief benut kunnen worden en een koppeling kan worden gelegd met bijvoorbeeld het isolatie-programma. Dit dient een expliciete plek te krijgen in de volgende programmaperiode. Het ligt daarbij voor de hand om een koppeling te maken met de bredere woningisolatie- en verduurzamingsaanpak.

28 / 48

3.3.2. Pijler Werken

Figuur 29. Inspanningen Pijler Werken, programmaperiode 2022-2025 We zien in bovenstaande figuur dat er vanuit de pijler diverse inspanningen zijn verricht, variërend van het energieloket voor bedrijven, tot het opzetten van pilots en proeftuinen. Er is te zien, en dat is ook bevestigd in het gesprek met betrokkenen bij de pijler, dat het ook voor de pijler Werken lukt om de inspanningen binnen budget uit te voeren. Netcongestie als structurele uitdaging Netcongestie blijft voor deze pijler een structurele uitdaging. Voor de volgende programmaperiode adviseren we in te zetten op het ontwikkelen van een gestandaardiseerde aanpak voor energyhubs en de kansen die dit biedt voor het energiesysteem. Om met de problemen rondom netcongestie om te kunnen gaan en voor te sorteren op een energiesysteem van de toekomst, dient samenwerking met netbeheerder Stedin op strategisch niveau verder te worden geïntensiveerd. Ook dit vraagt om ruimte om te leren en innoveren, maar met een gerichter doel en in samenhang. Zonder deze ruimte is de kans om een lokaal energiesysteem succesvol op te zetten volgens de betrokkenen bij de pijler aanzienlijk beperkt. Maak hierbij gebruik van de kennis en kunde in de omgeving bij het bedrijfsleven, de regio en de provincie en breng de verschillende aanpakken op een goede manier samen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15435626/1