3. Bijlage 1a bestemmingsplan toelichting
Tekst van het document
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan Emmalaan 59-89
5.5.3
Toetsing bouwplan
De bestaande bebouwing aan de Emmalaan 59-89 is niet aangewezen als monument. Daarnaast ligt de locatie niet in beschermd cultureel waardevol gebied, zoals de integrale ensembles. Er is geen nadere toetsing aan het aspect cultuurhistorie nodig. Een reguliere welstandstoets volstaat op deze locatie. 5.5.4
Conclusie
Vanuit cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van extra woningen aan de Emmalaan.
5.6
Ontplofbare oorlogsresten
Het is bekend dat in de gemeente Veenendaal tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen zijn geweest. Dit houdt in dat er op plaatsen mogelijk ontplofbare oorlogsresten (OO) in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Uit de praktijk is gebleken dat circa 10% van de afgeworpen bommen niet is geëxplodeerd en in de bodem is achtergebleven als blindganger. De gemeente Veenendaal heeft in mei 2018 beleid ten aanzien van OO vastgesteld. Door het vaststellen van een gemeentelijk beleid wordt geborgd dat activiteiten met betrekking tot OO binnen de gemeente worden getoetst en daar waar nodig beheersmaatregelen kunnen worden genomen en/of voorgeschreven. Het beleid is tevens bedoeld om eenieder die van plan is grondroerende werkzaamheden binnen de gemeente uit te voeren, te verplichten de benodigde acties te ondernemen met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid en risico's van OO op de betreffende locatie. Het opsporen en verwijderen van (mogelijke) OO wordt alleen uitgevoerd om het risico met betrekking tot OO weg te nemen, en daarmee een veilige werkomgeving en leefomgeving te creëren tijdens uit te voeren werkzaamheden of activiteiten. Dit is ook de reden dat de gemeente Veenendaal altijd ingelicht moet worden als er projectmatig bodemroerende activiteiten plaatsvinden binnen gebieden die als verdacht zijn aangemerkt.
Vanwege voortschrijdende inzichten in de gebeurtenissen tijdens de Tweede Oorlog heeft er in 2020 een update van de bodembelastingkaart conventionele explosieven plaatsgevonden. 5.6.1
Toetsing bouwplan
De locatie is niet gelegen in een gebied met een grote kans op aanwezige explosieven in de grond. Daarom is daar ook geen onderzoek naar nodig. 5.6.2
Conclusie
Vanuit het aspect conventionele explosieven zijn er geen belemmeringen voor het plan aan de Emmalaan.
5.7
Ecologie
5.7.1
Wettelijk kader
Voor ecologie moet er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met soortbescherming gericht en met gebiedsbescherming. De natuurbescherming in Nederland is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming zorgt voor een goede natuurbescherming van planten- en diersoorten, natura 2000-gebieden, en bossen. Sommige plant- en diersoorten worden beschermd omdat ze als kwetsbaar worden gekenmerkt. De Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet, en de Flora- en Faunawet zijn vanaf 1 januari 2017 opgenomen in de Wet natuurbescherming. De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierin worden de soortbescherming en de gebiedsbescherming nader belicht omdat beide voor het bestemmingsplan van belang zijn. De regels die voorheen in de Boswet waren opgenomen zijn binnen het plangebied niet van toepassing omdat het gehele gebied binnen de bebouwde kom ligt. Een nadere beschrijving van dit deel van de wet is dan ook niet opgenomen. Soortbescherming
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan Emmalaan 59-89 Een belangrijk doel van de wet is het beschermen van alle soorten planten- en dieren die in het wild in Nederland voorkomen. De wet gebiedt dat alle in het wild levende dieren en planten in principe met rust worden gelaten, wat is vastgelegd in de algemene zorgplicht. In de regelgeving heeft de gunstige staat van in stand houding van soorten een prominentere plek gekregen. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen: Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. Provincies hebben de mogelijkheid om voor bepaalde soorten aanvullende maatregelen vast te stellen. De provincie Utrecht heeft hiervoor al een lijst opgesteld met prioritaire soorten en aanvullende maartregelen per soort. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is van toepassing op natuurgebieden die door de overheid zijn aangewezen in het kader van de vogelrichtlijn en/of de habitatrichtlijn. De Habitatrichtlijn richt zich op de bescherming van natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen planten- en dierensoorten. De Vogelrichtlijn richt zich op de bescherming van leefgebied van beschermde vogelsoorten. Belangrijk is dat ruimtelijke projecten niet zonder meer mogen worden gerealiseerd in beschermde natuurgebieden (Natura 2000).
Projecten die in de nabijheid van beschermde natuurgebieden (inclusief de Habitatrichtlijngebieden) worden geprojecteerd, dienen te worden getoetst op de mogelijke negatieve effecten die zij op deze gebieden kunnen hebben (externe werking). Indien een negatief effect vermoed wordt dan moet bij de Provincie een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd worden. De Provincie zal naar aanleiding van de aanvraag een beschikking opstellen. De beschikking kan een verbod van het project betekenen of voorwaarden verbinden aan de uitvoer. De Wet natuurbescherming beschermt geen gebieden buiten de natura 2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland Naast de volgens de wet aangewezen gebieden kent Nederland het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Het NNN is bedoeld voor het ontwikkelen van ecologische zones tussen verschillende natuurgebieden zodat populaties met elkaar in verbinding blijven en versnippering van natuur wordt tegen gegaan. Het is uiteraard niet wenselijk dat een ontwikkeling een verstorende werking heeft op de functie van deze verbindingszones. Deze zones zijn niet beschermd volgens de Wet natuurbescherming maar krijgen planologische bescherming doordat deze in bestemmingsplannen worden opgenomen. Projecten en bestemmingsplannen worden getoetst aan dit provinciale beleid. 5.7.2
Toetsing bouwplan
Beschermde soorten Naar aanleiding van de beoogde plannen, waarbij eerst de bestaande woningen gesloopt zullen moeten worden, is er onderzoek gedaan naar flora en fauna (Bijlage 3). Op basis van de uitgevoerde soortgerichte onderzoeken is gebleken dat het projectgebied geen (essentiële) functie heeft voor vleermuizen. Er zijn derhalve geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming voor wat betreft deze soortgroep en het aanvragen van ontheffingen is niet noodzakelijk. Wel zijn middels het onderzoek jaarrond beschermde nestplaatsen vastgesteld van huismus en gierzwaluw. Voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden is derhalve ontheffing van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de daarbij genoemde soort nodig. Deze ontheffing dient voor of tegelijkertijd met de aanvraag omgevingsvergunning aangevraagd te worden. In aanvulling op het bovenstaande geldt er krachtens artikel 1.11 (Wnb) de algemene Zorgplicht. Deze stelt dat eenieder medeverantwoordelijk gesteld wordt voor de zorg en bescherming van alle in het wild voorkomende flora en fauna. Men dient hierdoor geen handelingen uit te voeren die opzettelijk soorten kunnen verwonden of doden. Speciale aandacht met betrekking tot de Zorgplicht wordt gevraagd voor de egel. Binnen het projectgebied is namelijk de aanwezigheid van egel vastgesteld.
De tuinen binnen het projectgebied maakt zeer waarschijnlijk deel uit van zijn leefgebied en mogelijk heeft de egel hier zijn verblijfplaats. Ondanks dat de egel is vrijgesteld van ontheffingsplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen, wordt geadviseerd de maatregelen zoals beschreven in paragraaf 3.5.1 van het onderzoek uit te voeren
28
bestemmingsplan
bestemmingsplan Emmalaan 59-89 omdat het landelijk zeer slecht gesteld is met de egel. Tijdens de uitvoering moet tevens rekening gehouden worden met het broedseizoen van algemeen voorkomende broedvogels. In de opgaande beplanting en in de bebouwing kunnen vogels gaan broeden. Alle broedende vogels zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming en in gebruik zijnde nesten mogen niet aangetast worden. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot augustus. Afhankelijk van de soort en lokale meteorologische omstandigheden, kan deze periode eerder of later beginnen en eindigen. Werkzaamheden die in gebruik zijnde nesten kunnen verstoren of aantasten mogen niet plaatsvinden. Indien werkzaamheden niet tot na het broedseizoen kunnen wachten kunnen voor aanvang van het broedseizoen de mogelijke nestplaatsen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt worden. Beschermde gebieden In het kader van gebiedsbescherming zijn er stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd voor het slopen, het bouwen en voor de gebruiksfase (Bijlage 4). Alle uitgangswaarden die zijn genomen in deze berekningen vallen binnen het te verwachten patroon. Hierbij is in de gebruiksfase getoetst op verkeersbewegingen en eventuele uitstoot van de geplande activiteit. In de realisatiefase is vooral beoordeeld of het aantal ingevoerde werktuigen en werkuren reëel lijkt voor de uitvoering van dit plan.
De berekening is voldoende voor de onderbouwing van dit plan. 5.7.3
Conclusie
Het het uitgevoerde natuuronderzoek blijkt dat er een ontheffing nodig is voor de huismus en de gierzwaluw. Deze ontheffing dient voor of tegelijkertijd met de aanvraag omgevingsvergunning aangevraagd te worden.
5.8
Geluid
5.8.1
Wettelijk kader
Tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh) is een koppeling gelegd. Dat blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. Als nadere invulling van deze voorwaarden heeft de gemeente Veenendaal de beleidsregel hogere waarden Wgh opgesteld. In het kader van de Wet geluidhinder liggen er zones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de geluidbelasting. Binnen de geluidszone geldt een voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting ter plaatse van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. Hierbij geldt een afzonderlijke toetsing per weg, spoorweg of industrieterrein. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde moet worden onderzocht of geluid reducerende maatregelen getroffen kunnen worden, waarbij de volgorde bron- overdracht- en ontvangermaatregelen de voorkeur geniet. Beleidsregel hogere waarden Pas als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde.
Voordat een hogere waarde vast te stellen dienen bron- en overdrachtsmaatregelen afgewogen te worden. In deze beleidsregel worden randvoorwaarden genoemd voor het toestaan van hogere geluidsbelastingen dan de voorkeurswaarde. De voorwaarden zijn geformuleerd als eis of als inspanningsverplichting. Indien niet aan de inspanningsverplichting kan worden voldaan dient de initiatiefnemer te motiveren waarom dit niet kan of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen. 5.8.2
Toetsing bouwplan
Ten behoeve van de ontwikkeling aan de Emmalaan is een geluidsonderzoek uitgevoerd (Bijlage 5). Hieruit blijkt dat het item geluid geen beletsel hoeft te zijn voor de realisatie van het plan.
bestemmingsplan
29
bestemmingsplan Emmalaan 59-89
5.8.3
Conclusie
Vanuit het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor de herontwikkeling van de woningen aan de Emmalaan.
5.9
Bedrijven- en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. De basis hiervoor vormt de Wet milieubeheer. In de VNG handreiking 'bedrijven en milieuzonering' 2009 zijn de aan te houden afstanden opgenomen. Hieraan wordt het plan dan ook getoetst. Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) dienen binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. 5.9.1
Toetsing bouwplan
In de directe omgeving van het plangebied liggen voornamelijk woningen. De dichtstbijzijnde andere functie dan wonen, is de school aan de Koninginnelaan 46. De school ligt op voldoende afstand (ruim 75 meter) van de te realiseren woningen. 5.9.2
Conclusie
Vanuit bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van extra woningen aan de Emmalaan.
5.10
Luchtkwaliteit
5.10.1 Wettelijk kader Voor luchtkwaliteit zijn de luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5.2) van de Wet milieubeheer van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze Wet is nader uitgewerkt in Besluiten en Regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (nibm), het Besluit gevoelige bestemmingen en de Regeling beoordeling de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (nibm) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit nibm bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3. De Regeling nibm is hier een nadere uitwerking van. Hierin is bepaald dat woningbouwprojecten tot 1.500 woningen en kantoren tot 100.000 m 2 zijn vrijgesteld van toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof. Besluit gevoelige bestemmingen Kinderen, ouderen en zieken zijn gevoeliger voor luchtvervuiling en worden daarom extra beschermd.
Op basis van het Besluit gevoelige bestemmingen gelden voor gevoelige bestemmingen nabij wegen zwaardere beperkingen. Zo mogen binnen 300 meter van rijkswegen en 50 meter vanaf provinciale wegen geen bestemmingen voor langdurig verblijf als kinderdagverblijven, scholen of verzorgingstehuizen worden gebouwd, als de wettelijke grenswaarden worden overschreden. Het Besluit verplicht overheden om onderzoek uit te voeren naar de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Voor gemeentelijke wegen geldt een zwaardere motiveringsplicht. Concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof De Omgevingsdienst heeft de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof voor het jaar 2015 en 2025 berekenend met het rekenmodel GeoMilieu. De wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde ligt op 40 microgram per m3. De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m3 wordt overschreden wanneer de concentraties gemiddeld op jaarbasis boven de 60 microgram per m3
30
bestemmingsplan
bestemmingsplan Emmalaan 59-89 uitkomen. 5.10.2 Toetsing bouwplan Vanuit de wet milieubeheer gelden grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van deze grenswaarden en van de waarden ter plekke van het plangebied. Daaruit blijkt dat de huidige bekende achtergrondconcentraties en de verwachte achtergrondconcentraties ruim lager zijn dan de grenswaarden. Stof
Concentratie 2018
Concentratie 2030
Grenswaarde
NO2
18-20 µg/m3
8-10 µg/m3
40 µg/m3
PM10
20-21 µg/m3
17-18 µg/m3
40 µg/m3
PM2,5
12,5-13 µg/m3
10-10,5 µg/m3
25 µg/m3
Grenswaarden luchtkwaliteit en waarden ter plekke van het plangebied (bron: Geoloket) De World Health Organisation (WHO) en Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) hanteren advieswaarden voor fijn stof en zeer fijn stof van respectievelijk 20 µg/m3 en 10 µg/m3. Dit ligt duidelijk lager dan de wettelijke grenswaarden. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is zal de jaargemiddelde concentratie van (zeer) fijn stof verder afnemen in de toekomst. De toekomstige concentratie van PM10 voldoet in 2030 aan de advieswaarde. De huidige en toekomstige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat. 5.10.3 Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van extra woningen aan de Emmalaan.
5.11
Mobiliteit
5.11.1 Wettelijk kader Op 26 november 2020 heeft de raad de Notitie parkeernormen Veenendaal 2020 vastgesteld. In 2023 is deze notitie herzien. In het vastgestelde beleid worden flexibele parkeernormen toegepast, waardoor er meer maatwerk mogelijk is bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Veenendaal. Hierbij wordt meer rekening gehouden met het bestaande stedelijk gebied en met de mogelijkheden om met andere vervoerswijzen te reizen naast de personenauto. Ook worden er fietsparkeernormen geïntroduceerd om de positie van Veenendaal als fietsstad verder te versterken. Tot slot kunnen initiatiefnemers van grote ruimtelijke ontwikkelingen met behulp van een mobiliteitsplan gemotiveerd een reductie op de parkeernormen verdienen door andere vormen van mobiliteit aan te bieden en gebruik te maken van de kwaliteiten die aanwezig zijn in de nabije omgeving van het plangebied. 5.11.2 Toetsing bouwplan In de nieuwe situatie is de volgende parkeerbehoefte te verwachten, op basis van de geldende parkeernormen die de gemeente Veenendaal heeft vastgesteld. Functie
Parkeernorm
Aantal
Parkeereis
Woning < 60 m2
0,8 pp/appartement
6
4,8
Appartement (sociale huur)
1,1 pp/appartement
42
46,2
Totaal
51 pp
Tabel met parkeerbehoefte In de nieuwe situatie dienen 51 p.p. aanwezig te zijn, waarvan 14,4 p.p. voor bezoekers en 36,6 p.p. voor bewoners. Uitgangpunt bij (vervangende) nieuwbouw is dat de parkeeroplossing volledig op eigen terrein wordt gerealiseerd. In de huidige situatie is dit niet het geval en wordt de parkeerbehoefte van bewoners en bezoekers volledig in de openbare ruimte afgewikkeld. Tet hoogte van de bestaande
bestemmingsplan
31
bestemmingsplan Emmalaan 59-89 woningen zijn meerdere openbare langsparkeervakken langs de Emmalaan aanwezig waar in de huidige situatie geparkeerd wordt. Het 'beter benutten' van bestaande parkeervoorzieningen in de openbare ruimte is voor deze ontwikkeling mogelijk, omdat dit met de herziening van de Notitie Parkeernormen in 2023 voor de hele gemeente Veenendaal mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast wil gemeente Veenendaal de kwaliteit van de openbare ruimte en de leefbaarheid van de stad handhaven/verbeteren. Het toevoegen van extra parkeerplaatsen die eigenlijk niet nodig zijn omdat de bestaande parkeercapaciteit volstaat, is onwenselijk. Door het gebruik van de bestaande openbare parkeerplaatsen voor het bezoekersaandeel toe te staan, hoeft er minder ruimte op eigen terrein ingericht te worden als parkeerplaats voor auto's. Voor het bezoekersaandeel, afgerond 15 parkeerplaatsen, is voldoende ruimte ter hoogte van de planontwikkeling. Binnenkort wordt de Emmalaan heringericht. Ook na deze herinrichting zullen er minimaal 15 langsparkeervlakken langs de Emmalaan blijven bestaan. Mits de invulling van deze ruimte voldoet aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit conform de beleidsdoelstellingen uit de omgevingsvisie, zou hieraan medewerking kunnen worden verleend.
Op 11 oktober 2022, voordat de herziening van de Notitie Parkeernormen in 2023 plaatsvond en het beter benutten principe nog niet op deze locatie toegepast mocht worden, heeft het college van burgemeester en wethouders besloten dat voor deze herontwikkeling het bezoekersaandeel parkeren in de openbare ruimte mag worden opgevangen. De parkeerplaatsen voor bewoners (37) dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Daarnaast dienen de 12 reeds bestaande parkeerplaatsen te worden teruggebracht. Dit betekent dat er in totaal 49 parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Op eigen terrein is voldoende ruimte aanwezig om deze 49 parkeerplaatsen te realiseren. Deze parkeerplaatsen worden openbaar toegankelijk en kunnen dus ook gebruikt worden voor bezoekers of omwonenden. 5.11.3 Conclusie Er is voldoende ruimte aanwezig op eigen terrein en de directe omgeving om te voorzien in de parkeerbehoefte.
5.12
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r) in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.- beoordeling. Voor een aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, zal door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie opgesteld moeten worden. Na het indienen van de aanmeldnotitie dient het bevoegd binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Vervolgens moet de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is vereist als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en de besluiten (kolom 4) die daaraan zijn gekoppeld, in gevallen waarin de omvang van activiteiten onder de drempelwaarden (kolom 2 van de D-lijst) liggen. 5.12.1 Toetsing bouwplan Het onderhavige plan behelst het toevoegen van in totaal en blijft daarmee (ver) onder de drempel van 2000 woningen uit bijlage D. Daarom kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voorliggend bestemmingsplan is die vormvrije m.e.r.-beoordeling omdat in het kader van dit bestemmingsplan de belangrijkste milieuaspecten in beeld zijn gebracht.
In lijn met 'Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten' is in deze toelichting ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Uit hoofdstuk 5 van het bestemmingsplan is niet gebleken dat er sprake is van een ontwikkeling welke een forse invloed heeft op het milieu in de omgeving. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Verder onderzoek is in het kader van Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet mer-plichtig.
32
bestemmingsplan
bestemmingsplan Emmalaan 59-89
5.12.2 Conclusie Belangrijke milieugevolgen als gevolg van deze ontwikkeling kunnen worden uitgesloten, waardoor het plan doorgang kan vinden zonder een milieueffectrapportage op te stellen.
5.13
Totaalbeeld aspecten
Uit alle gevoerde onderzoeken komt naar voren dat het bestemmingsplan niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving.
bestemmingsplan
33
bestemmingsplan Emmalaan 59-89
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE PLANOPZET
Inleiding
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding Zoals reeds eerder gesteld is de verbeelding gerelateerd aan de regels (en vice versa) en heeft tevens de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Verder kunnen er binnen een bestemming verklaringen zijn aangegeven. Deze hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken.
Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtsreeks burgers bindende werking.
6.2
De indeling van de planregels
Het gemeentelijk beleid is vertaald in de planregels. Het deelplan bevat normatieve regels, die bindend zijn voor zowel de overheid als de burger. Daarbij is geprobeerd een flexibel stelsel van regels te ontwikkelen zonder daarbij tekort te doen aan eisen van rechtszekerheid. Gekozen is daarom om het aantal bestemmingen op de verbeelding te beperken tot datgene wat noodzakelijk wordt geacht. Het is voor beide partijen van groot belang, dat de verbeelding en de planregels duidelijke informatie verschaffen. Door het aantal bestemmingen met een minimum te beperken wordt de leesbaarheid en duidelijkheid van zowel de verbeelding als de planregels vergroot. Een leesbaar en duidelijk plan zorgt bovendien voor een plan dat handhaafbaar is. De indeling van de planregels is als volgt: 6.2.1
Inleidende regels (hoofdstuk1)
Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt tevens de wijze van peilbepaling.
34
bestemmingsplan
bestemmingsplan Emmalaan 59-89
6.2.2
Bestemmingsregels (hoofdstuk2)
Binnen dit plan komen de volgende bestemmingen voor. Wonen Binnen de bestemming 'Wonen' mag natuurlijk gewoond worden. Binnen het plangebied mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd en zijn er maximaal 48 woningen toegestaan. Daarnaast is het direct toegestaan om beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen in hoofd- of bijgebouw tot een maximum van 45 m2. Hiervoor gelden specifieke gebruiksregels. Bij additionele voorzieningen kan gedacht worden aan parkeerplaatsen, tuinen, vijvers, garages, carports, erven, etc.. 6.2.3
Algemene regels (hoofdstuk3)
Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel: (verplicht); Algemene bouwregels (verplicht); Algemene gebruiksregels (verplicht); Algemene aanduidingsregels (facultatief); Algemene afwijkingsregels (verplicht); Algemene wijzigingsregels (facultatief); Verwezenlijking in de naaste toekomst (facultatief); Algemene procedureregels (verplicht); Overige regels (facultatief). 6.2.4
Overgangs- en slotregels (hoofdstuk4)
In hoofdstuk 4 van de regels is het overgangsrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd. In de slotregel wordt genoemd hoe het plan kan worden aangehaald.
bestemmingsplan
35
bestemmingsplan Emmalaan 59-89
Hoofdstuk 7
FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden bij een bestemmingsplan met alleen conserverende bestemmingen of wijzigingsbevoegdheden. Een exploitatieplan hoeft ook niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Voor de ontwikkeling aan de Emmalaan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten gedekt worden.
36
bestemmingsplan
bestemmingsplan Emmalaan 59-89
Hoofdstuk 8
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Om in het voortraject inspraak te kunnen hebben worden belanghebbenden uitgenodigd om te participeren in de totstandkoming van het bestemmingsplan. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Met de burgerparticipatie wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het plan en te reageren op de inhoud.
8.1
Participatie
Voorafgaand aan dit bestemmingsplan zijn door de gemeenteraad ruimtelijke programmatische kaders vastgesteld. Over de concept uitgangspunten uit deze kaders is geparticipeerd. Op maandagavond 6 maart 2023 met eigen bewoners en op dinsdagavond 7 maart 2023 met omwonenden. Tijdens deze avonden waren zowel de woningcorporatie Veenvesters als medewerkers van de gemeente Veenendaal aanwezig. In samenwerking met Veenvesters zijn de aanwezigen geïnformeerd over de concept ruimtelijke en programmatische kaders, waarna er ruimte was voor vragen, opmerkingen en input op de plannen. Voor 4 en 5 juli 2023 zijn opnieuw alle de huurders en omwonenden uitgenodigd en zijn de planaanpassingen getoond. Op deze avond is onder andere getoond welke planaanpassingen gedaan zijn en welke niet. Op de laatste avond is aangegeven dat in verband met de financiële haalbaarheid in combinatie met de kaders vanuit de gemeente, geen participatie mogelijk is over het aantal woningen (48) en de bouwhoogte. Daarnaast zijn er op verschillende data bijeenkomsten geweest met de bewonersadviesgroep en een aantal bewoners alleen. Bijlage 6 bevat een door Veenvesters opgesteld verslag van alle bijeenkomsten, inclusief gestelde vragen en antwoorden en een overzicht van de gedane aanpassingen.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening kan vooroverleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en diensten van provincie en Rijk. Indien geen belangen van die partijen in het geding zijn kan worden afgezien van het vooroverleg.
8.3
Ontwerp ter inzage legging
Het ontwerpbestemmingsplan 'Emmalaan 59-89' heeft van 24 augustus tot en met 5 oktober 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond gelegenheid voor een ieder hiertegen een zienswijzen in te dienen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben niet geleid tot aanpassing van het plan. Bijlage 7 bevat een overzicht van de zienswijzen evenals de reactie daarop. Tussen het ontwerp en vaststelling is wel een ambtelijke wijziging doorgevoerd naar aanleiding van een verzoek wat tijdens de participatie naar voren is gekomen. De hoek van het appartementengebouw aan de kan t van de Prinsessenlaan is aangepast, wat heeft geleid tot een kleine aanpassing van het bouwvlak om dit mogelijk te maken.
bestemmingsplan
37