3. Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan Zandheuvelweg3-gecomprimeerd
Tekst van het document
Zandheuvelweg3
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
2
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel
Het betreft een verplaatsing van het woonperceel Zandheuvelweg 3 dichter naar de Zandheuvelweg toe, achter Zandheuvelweg 7.Op de voormalige locatie Zandheuvelweg 3 en naastgelegen perceel wordt bos aangeplant. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridische regeling voor de bouw van één woning met bijgebouw op het nieuwe perceel Zandheuvelweg 3, kadastraal bekend sectie B, nummer 9228. En het herzien van de bestemming op de voormalige locatie Zandheuvelweg 3, kadastraal bekend sectie B, nummer 3496 van "Wonen" naar "Bos". Tevens wordt de bestemming van een gedeelte van het naastgelegen perceel, kadastraal bekend sectie B, nummmer 9230 herzien van "Agrarisch met waarden" naar "Bos". Het bestemmingsplan past in de visie zoals is vastgelegd in de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 en het Landschapsontwikkelingsplan (door de raad vastgesteld in 2007). Deze visie staat voor landschapsverbetering. Tevens voldoet het bestemmingsplan aan de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. Vanwege ligging van het plangebied in het Landelijk gebied en binnen de Groene contour moet de ontwikkeling voldoen aan de betreffende regels.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in landelijk gebied 'Bezuiden de Dijkstraat”. Dit gebied ligt in het zuidwesten van Veenendaal op de flank van de Heuvelrug. Dit gebied ligt tussen de bebouwde kom van Veenendaal en het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug.
bestemmingsplan
3
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Afbeelding luchtfoto omgeving met indicatie plangebied
Het betreft het perceel Zandheuvelweg 3, kadastraal bekend sectie B nummer 3496 en de percelen kadastraal bekend sectie B nummer 9228 en 9230. Het gaat om een bestaand woonperceel en een tweetal weilanden.
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Afbeelding plangebied Het plangebied grenst aan het bosgebied van landgoed Prattenburg dat deel uitmaakt van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en de verspreid gelegen woningen aan de Zandheuvelweg.
1.3
Vigerend(e) plan(nen)
Het betreft een herziening van het vigerend bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld 27 juni 2013, onherroepelijk 5 maart 2014. In dit bestemmingsplan heeft de voormalige locatie Zandheuvelweg 3 de bestemming "Wonen". De plek waar het woonperceel naar wordt verplaatst, kadastraal bekend sectie B, nummer 9228, heeft de bestemming "Agrarisch met waarden" met de functieaanduidingen "Coulissenlandschap", "Karakteristieke verkavelingspatroon" en "Kernrandzone". Het perceel waar het extra bos op wordt aangelegd, kadastraal bekend sectie B nummer 9230 (gedeeltelijk), heeft de bestemming "Agrarisch met waarden" met de functieaanduidingen "Coulissenlandschap" en "Karakteristieke verkavelingspatroon".
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied (2013) Tevens is op deze locatie het bestemmingsplan Parapluplan 2020, vastgesteld 25 juni 2020, van kracht. Een gedeelte van de percelen kadastraal bekend sectie B nummer 9228 en 9230 hebben de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie - Middenhoog en Hoog. Het bouwen van de woning op de nieuwe locatie is strijdig met de vigerende bestemming. Daarom moet het vigerende bestemmingsplan (partieel) worden herzien ex artikel 3.1 Wro. Tevens moet het bos dat ter compensatie wordt aangelegd behouden blijven en krijgt daarom de bestemming Bos.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven;
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 In hoofdstuk 3 volgt vervolgens een beschrijving van het beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; In hoofdstuk 4 is het bouwplan beschreven; In hoofdstuk 5 zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld; Hoofdstuk 6 beschrijft het juridische deel van het plan; In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; In hoofdstuk 8 tenslotte zijn de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.
bestemmingsplan
7
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Hoofdstuk 2 2.1
BEST AANDE SIT UAT IE
Omgeving
Het plangebied is gelegen in het gebied dat is aangeduid als "bezuiden de Dijkstraat" en ligt ingeklemd tussen het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug en het stedelijk gebeid van Veenendaal. Kenmerkend is de slagenverkaveling met houtwallen die als uitlopers vanuit de Heuvelrug het gebied insteken. Hierdoor is een coulisselandschap ontstaan met “landschapskamers”, bestaande uit langgerekte kavels in agrarisch gebruik, omzoomd door houtwallen en bosschages en verspreid liggende erven. Deze landschappelijke waarden zijn sterk verweven met de cultuurhistorische ontstaansgeschiedenis van het gebied en zijn vastgelegd in het Landschapsontwikkelingsplan. Ook op de cultuurhistorische waardenkaart is dit gebied gewaardeerd als integraal ensemble, waar de ruimtelijke ontstaansgeschiedenis nog af te lezen is in het landschap.
Afbeelding opbouw gebied aan de Zandheuvelweg Op de afbeelding is duidelijk te zien hoe het gebied aan de Zandheuvelweg is opgebouwd.Vanaf de Zandheuvelweg is de afwisseling van woonbebouwing, soms in langgerekte clusters samengevoegd, en zijn de lange zichtlijnen naar de open agrarische kavels omzoomd door houtwallen nog goed zichtbaar. Op de onderstaande kaartfragmenten is een uitsnede van een kaart uit 1925 weergegeven (bron topotijdreis) Hierop is nog geen bebouwing te zien op de voormalige locatie Zandheuvelweg 3. Wel is de structuur van smalle strokenverkaveling omzoomd door houtwallen te zien en een intensieve padenstructuur.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Topotijdreis 1925
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Topotijdreis 1975 Op de uitsnede van 1975 is de woning op de voormalige locatie Zandheuvelweg 3 aanwezig en is de veelal agrarische bebouwing, bestaande uit relatief veel kleine schuren, bij de percelen gelegen aan de Zandheuvelweg zichtbaar. De verkavelingsstructuur met open kavels en houtwallen is grotendeels herkenbaar, maar minder fijnmazig geworden.
2.2
10
Plangebied Zandheuvelweg 3
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Afbeelding luchtfoto met plangebied Het plangebied is met geel omkaderd. Het grenst aan de zuidzijde aan het bosgebied van landgoed Prattenburg. De oost- en westzijde van de percelen worden geflankeerd door houtwallen en de noordzijde grenst aan het perceel van Zandheuvelweg 7, met woning en bijgebouwen en aangrenzend weiland. Aan de overzijde van de zandheuvelweg ligt het woonperceel van nummer 4, met uitzicht op de langgerekte open kavel. Daarachter ligt het woonperceel van nummer 6. Op Zandheuvelweg 5 is een agrarisch bedrijf omgezet naar de bestemming wonen, waarbij een drietal woningen zijn gerealiseerd. De voormalige woning van de Zandheuvelweg 3 ligt tegen een bestaand bosgebied aan, dat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het bosgebied is tevens recreatief ontsloten en voorzien van wandelpaden. Vanaf het wandelpad in het bos kijk je op de achterkant van de voormalige locatie van de Zandheuvelweg 3. Dit perceel heeft in het vigerend bestemmingsplan de bestemming "Wonen". Op het perceel waren aanwezig een woning en bijbehorende bouwwerken.
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Luchtfoto voormalig perceel Zandheuvelweg 3
De nieuwe locatie Zandheuvelweg 3 is een weiland gelegen achter Zandheuvelweg 7.
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Luchtfoto nieuwe locatie achter Zandheuvelweg 7
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Hoofdstuk 3 3.1
BELEIDSKADER
Rijksbeleid
Hoofddoel van het nationale ruimtelijke beleid is om ruimte te scheppen voor verschillende ruimtevragende functies. Het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat, maakt het nodig dit op een efficiënte en duurzame wijze te doen en niet alleen in kwantitatieve, maar ook in kwalitatieve zin. Bundeling van verstedelijking is een beleidsstrategie die het Rijk hanteert. Er wordt op deze manier optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die in het bestaande bebouwde gebied aanwezig is.
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI heeft maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De nationale belangen die voor dit plan nog van belang zijn, zijn: 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Onder prioriteit 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied, vallen de volgende beleidskeuzes: 1. In het landelijk gebied verbeteren we de balans tussen het landgebruik en de omgevingswaarden van bodem, water en lucht. 2. We beschermen en versterken de biodiversiteit, en benutten ons natuurlijk kapitaal duurzaam. 3. We realiseren een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. 4.
Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.
Conclusie Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de NOVI. Het voormalige woonperceel wordt verplaatst naar een locatie tegen de lintbebouwing van de Zandheuvelweg. Hierdoor wordt bebouwing in het landelijk gebied meer geconcentreerd. Het voormalige woonperceel grenst aan het Natuurnetwerk Nederland. Op
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 het voormalige woonperceel is alle bebouwing gesloopt en wordt bos aangeplant. Ook op een gedeelte van het naastgelegen perceel wordt bos aangeplant. Hiermee wordt het bestaande bos dat deel uit maakt van het Natuurnetwerk Nederland versterkt. De nieuwe woonbebouwing wordt landschappelijk ingepast onder andere door een bomenrij aan de oostkant van het woonperceel. Hierdoor wordt landschappelijke kwaliteit aan het gebied toegevoegd. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit het nationaal ruimtelijk beleid en bevat nadere regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien een aantal keer gewijzigd. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven.
Conclusie Het plangebied grenst aan het Natuurrnetwerk Nederland. Dit is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Barro is de volgende definitie opgenomen: Natuurnetwerk Nederland: stelsel van natuurgebieden van internationaal of nationaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten. In het Barro is bepaald dat de provincies in de verordeningen de gebieden aanwijzen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. Tevens worden de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden aangewezen. En worden in de provinciale verordeningen in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Door het verplaatsen van het woonperceel, is het mogelijk bos aan te planten op het voormalige woonperceel en een deel van het naastgelegen perceel. Hierdoor wordt het bestaande naast het plangebied gelegen bos, wat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland, versterkt. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren. De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder met deze wijziging beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden. De Ladder als motiveergrond voor ruimtelijke plannen is aangescherpt, maar wordt lichter in het gebruik. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij
bestemmingsplan
15
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 ruimtelijke besluiten.
Conclusie De ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen (op basis van jurisprudentie) sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit plan maakt de bouw van één woning mogelijk en is dan ook niet Ladderplichtig.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd tot 2050. De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven samenhangende beleidsthema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Stad en land gezond Klimaatbestendig & waterrobuust Duurzame energie Vitale steden & dorpen Duurzaam gezond & veilig bereikbaar Levend landschap erfgoed & cultuur Toekomstbestendige natuur & landbouw
De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied in de regio Foodvalley speelt onder meer het belang van de bodemdaling in het Binnenveld, het militair erfgoed van de Grebbelinie, (nieuwe) natuur en innovaties op het gebied van circulaire landbouw, voedselproductie en gezondheid. Om de ambitie voor realisatie van een hoogkwalitatief robuust natuurnetwerk en verbetering van de biodiversiteit te halen is in de regio Foodvalley nog 255 hectare nieuwe natuur nodig. Daarbij gaat het om tien hectare in het Natuurnetwerk Nederland en circa 245 hectare in de Groene contour. Conclusie Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie provincie Utrecht. Het voormalige woonperceel wordt verplaatst richting de Zandheuvelweg. Hierdoor wordt bebouwing in het landelijk gebied meer geconcentreerd. Het voormalige woonperceel grenst aan het Natuurnetwerk Nederland. Op het voormalige woonperceel is alle bebouwing gesloopt en wordt bos aangeplant. Ook op een gedeelte van het naastgelegen perceel wordt bos aangeplant. Hiermee wordt het bestaande bos dat deel uit maakt van het Natuurnetwerk Nederland versterkt.
Daarnaast wordt binnen de Groene contour een extra bomenrij langs het woonperceel en verder richting het zuiden aangeplant. En een bestaande houtwal wordt versterkt of een poel wordt aangelegd.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. In de omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. In de verordening zijn alle regels voor de leefomgeving van circa 20 verordeningen samengebracht naar één verordening.
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
De omgevingsverordening bevat een verstedelijkingsverbod voor het landelijk gebied, tenzij in de verordening anders is bepaald. Voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen stedelijk gebied, geeft de verordening instructieregels voor onder meer woningbouw. Woningbouw dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw en woningbouw mag niet leiden tot extra bodemdaling. Daarnaast worden er instructieregels gegeven voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Een bestemmingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien waarborgt dat de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de knelpunten in de bereikbaarheid. Bij voorkeur leiden de nieuwe ontwikkelingen tot een afname van knelpunten in de bereikbaarheid. Tevens bevat de omgevingsverordening specifieke instructieregels over de ligging van het plangebied binnen onder andere de Cultuurhistorische hoofdstructuur, Aandachtsgebied Stiltegebied, Overstroombaar gebied, matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad en Groene contour. Het plangebied grenst aan het Natuurnetwerk Nederland. In de interimverordening zijn regels gesteld met het oog op de natuurbescherming, het in stand houden en versterken van een robuust netwerk van natuurgebieden en het behouden en versterken van de biodiversiteit.
Daartoe is het uitgangspunt van deze regels en bij de toepassing daarvan, dat de kwaliteit en oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het Natuurnetwerk Nederland wordt behouden.
Conclusie Zie voor de overwegingen met betrekking tot de Cultuurhistorische hoofdstructuur, paragraaf 5.5 Cultuurhistorie. Stiltegebied Een aandachtgebied Stiltegebied is de zone rondom een Stiltegebied. Binnen het aandachtsgebied moet rekening worden gehouden met doelstellingen voor het geluidsniveau binnen het Stiltegebied. Het gaat in dit bestemmingsplan zoals gezegd om het verplaatsen van een woonperceel. Een woning is geen geluidveroorzakend object en de woning wordt ook niet dichter naar het Stiltegebied toe verplaatst. Matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad
Afbeelding Interim Omgevingsverordening, ligging plangebied in Matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad. Om de mogelijkheden voor de winning van grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening in de toekomst te behouden heeft de provincie de strategische grondwatervoorraad aangewezen. Het plangebied ligt in een matig kwetsbaar deel. Van belang is deze gebieden zoveel mogelijk te vrijwaren van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het is vooral belangrijk om het risico op aantasting van de beschermende kleilagen boven het grondwater te voorkomen( onder meer bij bodemenergiesystemen). In deze zone worden geen verdere regels gesteld voor bestemmingsplannen van gemeenten. Wel wordt gemeenten gevraagd om bij nieuwe ontwikkelingen aandacht te hebben voor grond- en
bestemmingsplan
17
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 oppervlaktewaterkwaliteit. Het gaat in dit bestemmingsplan om een verplaatsing van een woonperceel binnen het gebied, er worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan. Op de voormalige woonlocatie is de bebouwing gesloopt en wordt bos aangeplant. Bij het toepassen van bodemenergiesystemen wordt rekening gehouden met de zone. Ondiepe bodemenergie, bodemenergiesystemen die worden toegepast tot een diepte van 500 meter beneden maaiveld, zijn binnen dit gebied mogelijk. Groene contour De Groene contourgebieden zijn bedoeld voor toekomstige natuurontwikkeling, ter versterking van natuur en landschap. Vanwege de ligging binnen de Groene contour moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden genoemde in de interim Omgevingsverordening: 1. de verstedelijking vindt plaats in samenhang met de realisatie van nieuwe natuur; 2. de omvang van de verstedelijking staat in evenwichtige verhouding tot de oppervlakte en kwaliteit van de te realiseren nieuwe natuur; 3. de nieuwe natuur wordt gerealiseerd binnen de Groene contour; 4. de verstedelijking vindt plaats binnen de Groene contour of, indien dit vanuit ecologisch of landschappelijk oogpunt beter is, op een locatie daarbuiten, bij voorkeur aansluitend bij een kernrand of een bestaande bebouwingsconcentratie; 5.
de in samenhang ontwikkelde verstedelijking en nieuwe natuur gezamenlijk leiden tot een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; en 6. de omliggende agrarische bedrijven worden door de activiteit niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Doordat het gaat om verplaatsing van het woonperceel, er wordt geen extra woning in het gebied toegevoegd, en omdat de voormalige woonlocatie en naastgelegen perceel aangeplant wordt met bos (natuur) is verstedelijking binnen de Groene contour mogelijk. Daarnaast ligt de nieuwe locatie dichter bij Zandheuvelweg en sluit aan bij de bestaande woningen langs de Zandheuvelweg. Zie verder 4 PLANBESCHRIJVING. Natuurnetwerk Nederland Zoals aangegeven wordt het voormalige woonperceel verplaatst naar een locatie tegen de lintbebouwing van de Zandheuvelweg. Hierdoor wordt bebouwing in het landelijk gebied meer geconcentreerd. Het voormalige woonperceel grenst aan het Natuurnetwerk Nederland. Op het voormalige woonperceel is alle bebouwing gesloopt en wordt bos aangeplant. Ook op een gedeelte van het naastgelegen perceel wordt bos aangeplant. Hiermee wordt het bestaande bos dat deel uit maakt van het Natuurnetwerk Nederland versterkt. Zie voor de ligging van het plangebied binnen Overstroombaargebied paragraaf 3.2.3 Bodem- en Water programma provincie Utrecht 2022-2027. Het plan voldoet aan de instructieregels van de Interim Omgevingsverordening. 3.2.3
Bodem- en Water programma provincie Utrecht 2022-2027
Het Bodem- en waterprogramma 2022-2027(BWP) is een uitwerking van ambities voor de bodem en het water uit de provinciale Omgevingsvisie. Onderdeel van het programma is het wettelijk verplichte Regionaal Waterplan onder de Waterwet. Het programma beschrijft hoe de provincie samen met andere partners wil werken aan ambities uit de Omgevingsvisie, welke beleidskeuzes ze maken en hoe ze hier uitvoering aan willen geven. Een van de beleidsthema's in de Omgevingsvisie is 'klimaatbestendig en waterrobuust'. Het BWP geeft invulling aan dat thema. De Omgevingsvisie beschrijft het 'wat' (ambities), het BWP het 'hoe' (uitvoering) de provincie in samenwerking met andere overheden uitvoering geeft. Het programma gaat over duurzaam gebruik van de ondergrond, circulariteit, schoon oppervlaktewater, schone bodem en grondwater, voldoende water, waterveiligheid en energie uit bodem en water. Ook actuele vraagstukken zijn onderdeel van het programma. Het gaat dan bijvoorbeeld over omgaan met de
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 toenemende periodes van droogte en wateroverlast, de toenemende drukte in de ondergrond en het vaststellen van doelen en maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). Duurzaam gebruik ondergrond is op de gehele provincie Utrecht van toepassing. Doel: De ondergrond (bodem, grondwater en diepe ondergrond) wordt nu en in de toekomst zorgvuldig, veilig en duurzaam gebruikt, waarbij: De ondergrond optimaal wordt benut voor alle uiteenlopende maatschappelijke opgaven. De kwaliteit van de ondergrond niet achteruitgaat als gevolg van het gebruik ervan en waar mogelijk verbetert. Waterveiligheid Het grootste deel van onze provincie, ook Veenendaal, ligt in overstroombaar gebied. Dit betekent dat bij een eventuele doorbraak van de keringen Veenendaal te maken krijgt met overstromingen. De provincie en het waterschap dragen zorg voor het overstromingsgevaar en de overstromingsrisico's en neemt zowel preventieve als reactieve maatregelen. Conclusie Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van het Bodem- en Waterprogramma. Zoals in paragraaf 3.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht al is aangegeven wordt rekening gehouden met de ligging van het plangebied binnen de zone "matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad".
Ondiepe bodemenergie, bodemenergiesystemen die worden toegepast tot een diepte van 500 meter beneden maaiveld, zijn binnen dit gebied mogelijk. 3.2.4
Natuurvisie
In de provincie Utrecht komen veel natuurwaarden voor. Het groene netwerk draagt bij aan het welbevinden en de gezondheid van inwoners waardoor mensen graag in Utrecht wonen en werken. De keerzijde in stedelijk Utrecht is de infrastructuur die de landschappen en natuurgebieden doorsnijdt. De economische activiteiten hebben een negatief effect op de natuur. Voor een robuuste natuur met een duurzame instandhouding is daarom natuurbeleid opgesteld. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is inmiddels omgedoopt tot Natuurnetwerk Nederland (NNN), het aaneengesloten stelsel van natuurgebieden. Ook natuur in agrarische en stedelijke gebieden krijgen meer aandacht. Soorten van dieren en planten dienen beschermd te worden en het stoppen van de teruggang van de biodiversiteit heeft prioriteit. Verdroging en stikstofuitstoot zijn knelpunten, en natuurgebieden zijn nog onvoldoende aaneengesloten. Het integraal benaderen van het natuurbeleid met bijvoorbeeld landbouw, recreatie, en bosbeheer zal dit moeten verbeteren. Ook bodem, water, milieu, erfgoed, en cultuurhistorie zijn pijlers die kansen bieden voor een betere natuur.
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Natuurnetwerk Nederland (bron: Natuurv isie 2017, prov incie Utrecht).
Conclusie Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de Natuurvisie. Het voormalige woonperceel grenst aan het bos dat deel uitmaakt van het NNN. Alle bebouwing op het perceel is gesloopt en op het perceel wordt bos aangeplant. Ook op een gedeelte van het naastgelegen perceel wordt bos aangeplant. Hiermee wordt het bestaande bos dat deel uit maakt van het NNN versterkt. Daarnaast wordt een extra bomenrij langs het woonperceel en verder richting het zuiden aangeplant. En een bestaande houtwal wordt versterkt of een poel wordt aangelegd. Door het planten van inheemse struikstroken en bomenrijen draagt het tevens bij aan de biodiversiteit. 3.2.5
Strategisch bosbeleid
In 2020 hebben Rijk en provincies in de “Hoofdlijnen van de bossenstrategie" afgesproken om de komende 10 jaar 37.000 ha bos en bomen aan te planten. Via de Bossenstrategie werkt de overheid aan het versterken van de natuur, het herstellen van de biodiversiteit, de klimaatdoelstellingen en een gezonde leefomgeving. Hoofdlijnen strategisch bosbeleid provincie Utrecht (vastgesteld door PS, 11 mei 2022) Doel van een breed gedragen strategisch bosbeleid voor de provincie Utrecht is gezond, toekomstbestendig en maatschappelijk gewaardeerd bos met: Een betere biodiversiteit Gerichte klimaatadaptatie Voldoende CO2 opvang Duurzame houtproductie Herstelde bodem- en waterkwaliteit Voldoende mogelijkheden voor recreatie Een positieve bijdrage aan een gezonde leefomgeving 20
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Dit resulteert in veerkrachtige bossen die voldoende vitaal zijn om langzaam mee te groeien met de behoefte van toekomstige generaties. Op provinciaal niveau zijn de vier hoofdthema's verder uitgewerkt worden, waarbij bijzondere onderwerpen die specifiek gelden voor provincie Utrecht in worden meegenomen. Het gaat om de thema's: 1. Meer bos 2. Vitaal bos 3. Bomen buiten het bos 4. Gebruik van bos Conclusie Het toevoegen van circa 4500 m2 natuurbos, aansluitend aan bestaand bos en het Natuurnetwerk Nederland, is in lijn met het strategisch bosbeleid en draagt bij aan op de doelstellingen van het Strategisch bosbeleid om meer bos te realiseren.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regio FoodValley
Regio FoodValley is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen, Renswoude, Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel en Veenendaal. Er wordt samengewerkt op de thema's Wonen, Ruimtelijke ontwikkeling, Economie en Werkgelegenheid, Mobiliteit en Duurzaamheid. In de Regio Deal Foodvalley wordt samen met het Rijk, kennisinstellingen en ondernemers gewerkt aan de transitie naar een duurzaam en gezond voedselsysteem, waarbij kennis en innovatie centraal staan. Op het gebied van wonen is samen met Arnhem en Nijmegen een Verstedelijkingsstrategie opgesteld, om als regio in te spelen op de woningbehoefte van Nederland, waarbij bereikbaarheid, economie en kwaliteit van de leefomgeving integraal worden meegenomen. De Verstedelijkingstrategie bouwt verder op afspraken die er al liggen: de Omgevingsagenda Oost (rijk & provincies Gelderland en Overijssel), de NOVI-propositie Groene Metropoolregio (regio Arnhem-Nijmegen en Foodvalley), de Woondeal regio Arnhem-Nijmegen en de Strategische Agenda Foodvalley 2020 - 2025 (Regio Foodvalley). Conclusie Omdat het gaat om verplaatsing van een woonperceel is het beleid vanuit FoodValley niet direct van toepassing. Het plan is dan ook niet in strijd met de afspraken die gelden binnen de regio FoodValley. Ook is het gebied ten zuiden van de Dijkstraat in de Verstedelijkingsstratgie niet in beeld als zoekgebied voor nieuwe woningbouw.
3.3.2
Visie "Natuurlijk Ontwikkelen"
Gemeenten en waterschap zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verwerken van neerslag en het inzamelen en zuiveren van afvalwater. De achtentwintig gemeenten en het waterschap in de regio Vallei en Veluwe hebben op 22 oktober 2015 via het Platform Water gezamenlijk een visie uitgebracht over omgaan met hemelwater en gebruikt water. De visie geeft richting aan de manier waarop kan worden omgegaan met veranderingen en ontwikkelingen met betrekking tot klimaat, geneesmiddelen in afvalwater, technologische innovaties en de rol van de overheid. De visie bevat gidsprincipes, handelingsperspectieven en praktijkvoorbeelden en is tot stand gekomen tijdens een aantal discussiebijeenkomsten. De betrokken organisaties zien de visie als middel om in dialoog te komen met belanghebbenden in de regio, gericht op kansen.
Conclusie
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de visie Natuurlijk Ontwikkelen. De aanleg van de rioolaansluiting wordt geregeld via de omgevingsvergunning. Het hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. 3.3.3
Blauwe Omgevingsvisie 2050
Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma.
Conclusie Voorliggend plan betreft een ontwikkeling waarbij één vrijstaande woning wordt mogelijk gemaakt. In de exploitatieovereenkomst is vastgelegd dat het hemelwater op eigen terrein verwerkt moet worden. Het plan is niet in strijd met de uitgangspunten van de Blauwe Omgevingsvisie 2050. 3.3.4
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027
Waterschap Vallei en Veluwe hebben het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) op 21 november 2021 vastgesteld. Het BOP is de tactische uitwerking van de Blauwe omgevingsvisie (BOVI2050). Met als overkoepelend thema ‘een waardevolle leefomgeving’, worden de maatschappelijke thema’s klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit, gekoppeld aan de drie waterprincipes en geïntegreerd in vier gebiedsprogramma’s. Veenendaal valt binnen het gebiedsprogramma Gelderse Vallei. In en rondom Veenendaal zijn de volgende doelen opgesteld: Op orde houden van de waterkeringen. Na realisatie van de Grebbedijk is het doel om met gebiedspartners na te denken over toekomstige functies en status van de Slaperdijk. Klimaatadaptatie maatregelen uitvoeren in bestaand stedelijk gebied door het bevorderen van een klimaatadaptieve inrichting van openbare- en particuliere terreinen. Energiewinning zoals thermische energie uit oppervlaktewater, wind en zon, gekoppeld aan de gemeentelijke Transitievisie Warmte. Verkennen principe klimaatmantels (bufferen van hemelwater) rond stedelijke kernen FoodValley. Conclusie Het bouwplan heeft geen invloed op waterkeringen of oppervlaktewateren. Er worden klimaatadaptieve maatregelen getroffen die worden vastgelegd in de exploitatieovereenkomst en in het bestemmingsplan, zoals de aanleg van bos.
Het plan is in lijn met de uitgangspunten uit de BOP.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Strategische Visie Veenendaal 2040
Op 26 oktober 2017 heeft de raad de Strategische Visie voor Veenendaal in 2040 vastgesteld. Hierin zijn de kernambities voor de toekomst van Veenendaal opgenomen. Veenendalers kiezen voor een versterking van de woonfunctie en richten hun blik naar de regio. Dat betekent dat de ambities zich primair richten op het versterken van de woon- en leefomgeving, met in het kielzog de arbeidsmarkt gericht op wonen en arbeidsintensieve bedrijvigheid. Dit is in lijn met de trend werken volgt wonen. Ook de blik naar buiten die de voorkeur heeft van de Veenendaalse gemeenschap is in lijn met een belangrijke trend: die van lokale gebondenheid naar regionale samenwerking. Algemene conclusie van de demografische ontwikkelingen is dat Veenendaal in de toekomst niet alleen maar de groei hoeft te accommoderen, maar zich ook kan toeleggen op het verbeteren van de kwaliteit 22
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 van de woon- en leefomgeving. Van kwantiteit naar kwaliteit! Deze kwaliteiten moeten een diverse bevolkingsgroep aanspreken. Veenendaal moet zich in de toekomst dus richten op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. En –in lijn met de wensen van inwoners– moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Dat betekent dat Veenendaal moet zorgen dat het slim omgaat met de ruimte door intensivering van de woonbebouwing, herontwikkeling en functieverandering en voldoende aandacht blijft houden voor groen. Onderdeel van een aantrekkelijke woonomgeving is een goede bereikbaarheid van arbeidsplaatsen. Veenendaal richt zich daarom in de toekomst niet op ruimte-intensieve en arbeidsextensieve bedrijvigheid, maar op arbeidsintensieve bedrijven. Kortom, de visie stelt vooral eisen aan de kwaliteit van nieuwe of herontwikkelingen en spreekt zich niet uit over kwantitatieve doelstellingen. Deze richting – Veenendaal als leefstad met een sterke, regionale binding – werken we uit aan de hand van vier thema’s. Juist binnen deze thema’s liggen de grootste maatschappelijke veranderingen. Per thema zijn de volgende kernambities geformuleerd: 1. Netwerksamenleving: “niet alleen, maar samen” met ruimte voor ieders eigen identiteit; 2. (Samen) leven: Veenendaal met excellent woonklimaat; 3.
Digitale wereld: Veenendaal heeft een hoogwaardige duurzaam bedrijfsleven met arbeids- en kennisintensieve bedrijven en een bruisend multifunctioneel centrum; 4. Duurzaamheid: Veenendaal heeft in 2040 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond. Conclusie Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de Strategische Visie. In de visie wordt aangegeven dat Veenendaal zich moet richten op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Slim omgaan met de ruimte, met voldoende aandacht voor groen. In het onderliggende plan wordt een woonperceel verplaatst naar een locatie tegen de lintbebouwing van de Zandheuvelweg. Hierdoor wordt bebouwing in het landelijk gebied meer geconcentreerd. Op het voormalige woonperceel is alle bebouwing gesloopt en wordt bos aangeplant. Ook op een gedeelte van het naastgelegen perceel wordt bos aangeplant. Hiermee wordt het bestaande bos versterkt. Daarnaast wordt een extra bomenrij langs het woonperceel en verder richting zuiden aangeplant en een bestaande houtwal versterkt of een poel aangelegd. 3.4.2
Omgevingsvisie Veenendaal 2030
De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 17 december 2020 de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2030 is een plan op hoofdlijnen dat alle strategische beleidsplannen vervangt die gaan over de fysieke leefomgeving, zoals het milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeersen vervoersplan en de structuurvisie. De inhoud van de Strategische Visie 2040, die de gemeenteraad in 2017 vaststelde, is de basis geweest voor de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zet in op een koerswijziging van kwantiteit naar kwaliteit: beter en slimmer inrichten van de leefomgeving met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. Bij ieder initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij de principes gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie 2030 het volgende afwegingskader gegeven: 1. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan een Gezonde, Duurzame en Veilige leefomgeving. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om hier aan bij te dragen. Zo zal ook de gewenste groei van Veenendaal moeten bijdragen aan deze doelen. 2. We kiezen voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut. 3. We voorkomen dat negatieve gevolgen van ontwikkelingen afgewenteld worden op de omgeving.
We beoordelen ruimtelijke ontwikkelingen integraal en in relatie tot de omgeving. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie 2030 specifieke opgaven en doelstellingen voor de thema's Gezond duurzaam en veilig, Bouwen en wonen, Groen natuur en water, Mobiliteit, Economie, Milieu, en er worden aanvullende opgaven en doelstellingen voor het centrum gegeven.
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Gezond duurzaam en veilig Een gezonde leefomgeving is van belang voor de gezondheid van mens, plant en dier. Met de inrichting van de leefomgeving nodigen we inwoners uit om meer te bewegen, ontspannen en om elkaar te ontmoeten. Dit draagt bij aan gezond gedrag en het welzijn van onze inwoners. Belangrijke voorwaarde is wel dat Veenendalers zich op straat en thuis veilig voelen. Belangrijkste opgaven: 1. De leefomgeving biedt mogelijkheden om meer en vaker te bewegen, ontspannen en ontmoeten; 2. Veenendaal werkt aan de energietransitie; 3. Stimuleren circulaire economie; 4. Zorgen voor een klimaatadaptieve leefomgeving; 5. Inwoners voelen zich veilig op straat en in huis. Bouwen en wonen Veenendaal kent een rijke geschiedenis, die zijn sporen heeft nagelaten in onze stedelijke ontwikkeling. Bestaande structuren en elementen, zoals groen, water en historie, bieden kansen om aan te sluiten bij de karakteristiek en kwaliteiten van Veenendaal. Onze gemeente is compact en dichtbebouwd. Grootste uitdaging is blijven groeien, bouwen en ontwikkelen én de kwaliteit van leven verbeteren. Opgaven: 1. Omschakeling naar duurzame energie en circulair bouwen; 2. Realiseren van meer groen; 3. Het woningaanbod in Veenendaal sluit aan bij de inwonersbehoefte; 4. Langer zelfstandig wonen in de eigen woning of wijk; 5. Ruimte bieden aan cultuur en voldoende voorzieningen; 6.
Verdichten en transformatie binnen de gemeentegrenzen; 7. Behouden en versterken van ruimtelijke karakteristieken, cultuurhistorie en archeologie. Groen, natuur en water Groen, natuur en water vervullen een steeds belangrijker rol bij maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, gezondheid, ontspanning en behoud van biodiversiteit. In 2030 is Veenendaal veel groener dan nu. Dit betekent meer beplanting, meer plantsoenen en meer bomen. Groen en water niet langer sluitstuk bij woningbouw en nieuwe ontwikkelingen, maar vertrekpunt. Belangrijkste opgaven 1. Veenendaal is in 2030 groener dan in 2020; 2. Een robuust en gevarieerd aanbod van groen en water; 3. Verbeteren van de biodiversiteit; 4. Benutten en versterken kwaliteiten van het buitengebied. Conclusie Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. In het onderliggende plan wordt een woonperceel verplaatst naar een locatie tegen de lintbebouwing van de Zandheuvelweg. Hierdoor wordt bebouwing in het landelijk gebied meer geconcentreerd. Op het voormalige woonperceel is alle bebouwing gesloopt en wordt bos aangeplant. Ook op een gedeelte van het naastgelegen perceel wordt bos aangeplant. Hiermee wordt het bestaande bos versterkt. Daarnaast wordt een extra bomenrij langs het woonperceel en verder richting het zuiden aangeplant en een bestaande houtwal versterkt of een poel aangelegd.
Het bouwplan betreft een vrijstaande woning waar een goed en veilig woon- en leefklimaat voor zowel de bewoners zelf als omwonenden en de omgeving is gewaarborgd. Verder worden er duurzame maatregelen getroffen door de woning "nul op de meter" uit te voeren en hemelwater te verwerken op eigen terrein.
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
3.4.3
Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal
Op 17 december 2021 is de Omgevingsvisie Veenendaal vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal nagestreefd. De visie bevat ambities en doelen om dit te bereiken. In het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal dat als beleidsregel is vastgesteld door het college, worden de ambities concreet gemaakt. De volgende thema's uit de omgevingsvisie zijn opgenomen: Gezonde en groene leefomgeving; Bewegen, ontmoeten, sporten en spelen (BOSS); Energietransitie en duurzaam bouwen; Natuurinclusief bouwen; Klimaatadaptatie; en Veiligheid en leefbaarheid. Voor elk thema uit de Omgevingsvisie zijn maatregelen opgesomd waarmee wordt bijgedragen aan deze verschillende thema's. Aan deze maatregelen zijn punten gekoppeld. Een ontwikkelaar moet straks een minimale score per thema en een minimale score voor het totaal behalen. Op deze manier laten we de ambities uit de omgevingsvisie terugkomen in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het puntensysteem is toegespitst op de realisatie van woningen. Het fungeert daarmee als kader voor de beoordeling of een ontwikkeling voldoende bijdraagt aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Het puntensysteem wordt toegepast bij ontwikkelingen waarvoor een herziening, wijziging, uitwerking of afwijking van het bestemmingsplan nodig is.
Het wordt alleen toegepast bij nieuwbouw van woningen en dus niet toegepast bij transformatie van bestaande bebouwing. In het bestemmingsplan wordt middels een dynamische verwijzing in de regels opgenomen dat de ontwikkeling moet voldoen aan het puntensysteem. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de eis om te voldoen aan het puntensysteem opgenomen in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning. Conclusie Voor ontwikkelingen onder de 750 m2 zijn in het puntensysteem geen minimale punten benoemd. Voor deze ontwikkelingen wordt maatwerk toegepast. Het puntensysteem wordt gebruikt als leidraad voor de verdere uitwerking van het plan. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt ligt onder de grens van 750 m2 maar voor de volgende thema's zijn punten gescoord:
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Totaal voor groene leefomgeving en duurzaamheid wordt 25 punten gescoord. Dit voldoet bijna aan het minimale aantal van 26 punten dat noodzakelijk is voor ontwikkelingen vanaf 750 m2. Met de boscompensatie, die niet bij deze punten is meegenomen, wordt ruimschoots voldaan aan het puntensysteem en daarmee aan een groene leefomgeving.
3.4.4
Landschapsontwikkelingsplan 2007
Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) geeft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het Veenendaalse landschap weer. Als algemene uitgangspunten geldt: het versterken van de identiteit van de verschillende deelgebieden en voorkomende landschapstypen; behouden en ontwikkelen van natuurwaarden en ecologische verbindingszones; kansen bieden voor verbreding en functieverandering van agrarische bedrijven. Bij grotere ingrepen wordt een 'groene compensatie' gevraagd; duurzaam waterbeheer, met opgaven voor lokale en regionale waterberging; versterken van de cultuurhistorische waarden en ontstaansgeschiedenis, het versterken van het recreatief routenetwerk en aandacht voor beeldkwaliteit van bebouwing en erven. Voor het gebied ten Zuiden van de Dijkstraat geldt dat behoud en ontwikkeling van de aanwezige houtwallen centraal staat. De afwisseling van open velden en houtwallen in een haaks op elkaar staande structuur is daarbij karakteristiek. Vooral in het middengebied is toevoeging van houtwallen gewenst, om de karakteristieke structuur te versterken.
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Afbeelding 8 Uitsnede Landschapsontwikkelingsplan;
is plangebied
Conclusie Het plan voldoet aan de uitgangspunten van het LOP. In het onderliggende plan wordt een woonperceel verplaatst naar een locatie tegen de bebouwing van de Zandheuvelweg. Hierdoor wordt bebouwing in het landelijk gebied meer geconcentreerd. Op het voormalige woonperceel is alle bebouwing gesloopt en
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 wordt bos aangeplant. Ook op een gedeelte van het naastgelegen perceel wordt bos aangeplant. Hiermee wordt het bestaande bos versterkt. Het coulisselandschap wordt versterkt door een extra bomenrij langs het woonperceel verder richting het zuiden aan te planten. De bestaande houtwal aan de westkant van het plangebied blijft behouden en beschermd. De weg langs de bestaande houtwal aan de oostkant wordt verwijderd.
3.4.5
Duurzaamheidsbeleid
De wettelijke eisen voor energiezuinigheid van het Bouwbesluit hebben betrekking op thermische isolatie, de energieprestatie (EPC) en milieuprestatie (MPG). Aanvullend heeft de gemeente Veenendaal beleid opgesteld voor duurzaamheid in het programmaplan "Energieneutraal Veenendaal 2050" (30 maart 2017). De gemeente geeft uitwerking aan de volgende ambities en doelstellingen: Veenendaal is energieneutraal in 2035: streven naar energie neutrale woningen en wijken. Het streven is naar energieneutraliteit (EPC=0 of beter: Nul Op de Meter). Deze woningen moeten energieneutraal zijn en niet afhankelijk van gas. Veenendaal is energieneutraal in 2035: stimuleren schonere voertuigen. Voor de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden dat bewoners een elektrische auto hebben en willen opladen. Veenendaal is voorbereid op klimaatverandering: ontwikkelingen worden minimaal waterneutraal uitgevoerd, groen wordt strategisch ingezet voor hemelwaterafvoer en koeling in de stad.
De gemeente vindt het daarbij belangrijk dat bij nieuwe ontwikkelingen de volgende onderwerpen aan de orde komen bij het thema duurzaam bouwen: Toepassen van een prestatie-instrument voor duurzaam bouwen; Mogelijkheden om het dak te benutten voor warmte-opslag, waterberging, het bufferen van fijnstof of energiewinning; Natuurvriendelijke maatregelen aan of rond het gebouw; Geen koper, lood of zink gebruiken voor de hemelwaterafvoer; Toepassen van duurzaam hout; Energiezuinige terrein- en gebouwverlichting. Conclusie Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van het duurzaamheidsbeleid. Er worden duurzame maatregelen getroffen zoals het uitvoeren van de woning "nul op de meter" en het hemelwater te verwerken op eigen terrein.
3.4.6
Welstandsnota 2017
Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden. Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel de reguliere vergunningsplichtige bouwwerken als voor de zogeheten veel voorkomende kleine bouwwerken die vergunningsplichtig zijn. Gekozen is welstandsvrij bouwen mogelijk te maken in een nieuw te ontwikkelen woongebied en op bestaande bedrijventerreinen. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het
28
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 bestemmingsplan biedt dus invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan.
Conclusie Het woningbouwplan zal bij de vergunningverlening worden getoets aan de Welstandsnota.
bestemmingsplan
29
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Hoofdstuk 4
PLANBESCHRIJVING
4.1 De ontwikkeling / gewenste situatie De ontwikkeling betreft een verplaatsing van de woning uit het bos richting de Zandheuvelweg. Het bosgebied maakt deel uit van het bos van de Utrechtse Heuvelrug en is tevens onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het heeft hoge natuur- en landschapwaarden. Ook is het belangrijk als recreatief uitloopgebied. Het aangrenzende agrarisch gebied is in de provinciale verordening aangewezen als "Groene Contour". De Groene contourgebieden zijn bedoeld voor toekomstige natuurontwikkeling, ter versterking van natuur en landschap. De huidige locatie van de woning ligt ingeklemd tussen het bosgebied en de Groene contour en vormt zo een barrière. Op de onderstaande afbeelding is dit goed te zien.
30
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Door de woning te verplaatsen richting Zandheuvelweg, ontstaat een concentratie van bebouwing en kan ter plaatse van de voormalige woonlocatie bos worden toegevoegd met een omvang van 2.915 m2. waardoor de huidige bossstructuur wordt versterkt. Omdat de woning wel binnen de Groene contour wordt gepositioneerd is extra boscompensatie van circa 1600 m2 een vereiste.
bestemmingsplan
31
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Door de woning te verplaatsen is sprake van concentratie van bebouwing en grenst de Groene contour aan het bosgebied. Feitelijk kan er een uitwisseling van de groene contour plaatsvinden. Hierdoor is het mogelijk om in de toekomst een aaneengesloten natuurgebied te realiseren. Daarnaast is de omvang van het nieuwe perceel 900 m2 kleiner van omvang, ten opzichte van het bestaande woonperceel. De woning wordt gesitueerd achter het perceel van Zandheuvelweg 7. Hierdoor is sprake van concentratie van bebouwing. Op deze manier blijft de zichtlijn vanaf de Zandheuvelweg naar het open gebied behouden (zie beschrijving van de kwaliteiten in hoofdstuk 2). Ook het zicht vanuit de woning van bewoners aan de overzijde van de Zandheuvelweg blijft op deze manier in stand. Deze wens kwa nadrukkelijk tijdens de participatie naar voren. Omdat de woning in het agrarisch landschap wordt geplaatst is extra landschappelijke inpassing vereist door middel van het aanplanten van een bomenrij langs de kavelrand, het behouden van de houtwal aan de westzijde en het verwijderen van een gedeelte van de weg langs de houtwal aan de oostzijde. Hierdoor wordt het landschappelijk raamwerk van het coulisselandschap, bestaande uit de smalle kavelstructuur omzoomd door beplanting, verbeterd. Daarnaast is of versterking van de houtwal of aanleg van een poel een vereiste.
Voor aanleg van ene poel zal echter nader onderzoek moeten worden gedaan naar de grondwaterdiepte, ligging, inrichting etc. Aanleg van een poel kan zeker meerwaarde hebben voor natuurwaarden en is landschappelijk passend. Om het perceel zo goed mogelijk bij de bestaande bebouwing van nummer 7 te laten aansluiten is gekozen voor een specifieke erfopbouw, waarbij het bijgebouw aansluit bij de bijgebouwen van het bovenliggende perceel van nummer 7. Gekozen is voor een langgerekte vorm die aansluit bij de lange smalle kavels en waarbij rond het perceel agrarisch gebied blijft. Het woonperceel zelf moet goed landschappelijk worden ingepast. Dit kan door middel van een groene omzoming van de tuin/ erf meteen haag en een solitaire boom op het erf.
32
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
bestemmingsplan
33
bestemmingsplan Zandheuvelweg3
Hoofdstuk 5
M ILIEU- EN OM GEVINGSASPECT EN
In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten voor de ontwikkeling van de planlocatie beschreven. Het gaat hierbij onder andere om de aspecten natuur, water, archeologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Voor ieder aspect is een onderzoek of toets uitgevoerd.
5.1
Bodem
Bij bodem wordt onderscheid gemaakt in de fysische en de chemische bodemkwaliteit. De fysische bodemkwaliteit heeft betrekking op de opbouw en samenstelling van de bodem. Denk hierbij aan draagkracht en in de bodem aanwezige voorwerpen, zoals archeologische vondsten. 5.1.1
Wettelijk kader
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Volgens het Bro zullen burgemeester en wethouders in verband met de uitvoerbaarheid van het plan onder meer een onderzoek verrichten naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op daarvoor geschikte gronden te worden gerealiseerd. Wet bodembescherming De Wet Bodembescherming bevat de voorwaarden die kunnen en worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. De wet heeft betrekking op zowel landbodems als waterbodems. De Wet bodembescherming geeft aan wanneer er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en of er dan ook gesaneerd moet worden (saneringsnoodzaak). De hoeveelheid grond dan wel grondwater (beide in m³) en de mate van vervuiling, gemiddeld boven de interventiewaarde, zijn de criteria voor een geval van ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarde is de waarde, waarboven er mogelijk sprake is van humane, ecologische of verspreidingsrisico's. De urgentie van sanering wordt bepaald door de geplande projectontwikkeling. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging is er bij niet gewijzigd grondgebruik soms geen noodzaak tot saneren.
Voorbeelden zijn voormalige stortplaatsen en kleine verontreinigingen in het diepere grondwater. De gevallen van ernstige bodemverontreinigingen zijn door de Gemeente Veenendaal in beeld gebracht. In een aantal gevallen is in een beschikking Wet bodembescherming aangegeven wat er met een geval van ernstige bodemverontreiniging moet gebeuren. Nadat er is gesaneerd, kunnen er restverontreinigingen aanwezig zijn. Soms zijn er gebruiksbeperkingen. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is te voorkomen dat de bodem (grond en grondwater) en het oppervlaktewater verontreinigd worden door het gebruik van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Daarnaast wordt gestreefd naar hergebruik van grondstoffen, zodat minder materiaal wordt gestort en minder nieuwe grondstoffen hoeven te worden gewonnen. In het besluit zijn regels opgenomen over kwaliteitsborging, bouwstoffen, grond en baggerspecie. Grondverzet kan plaatsvinden conform het Besluit Bodemkwaliteit. Op de bodemkwaliteitskaart (Omgevingsdienst Utrecht) heeft de grond waar gebouwd gaat worden de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. 5.1.2
Toetsing bouwplan
Voormalige locatie Zandheuvelweg 3 en naast gelegen perceel Op de voormalige locatie, Zandheuvelweg 3, is alle bebouwing gesloopt en zal bos worden aangelegd. Dit perceel krijgt de bestemming Bos. Omdat de aanwezige bebouwing verdacht was op asbest, diende voorafgaande aan de sloop een asbestinventarisatie te worden ingediend en onderzoek naar asbest in de grond. Tevens diende
34
bestemmingsplan
bestemmingsplan Zandheuvelweg3 bodemonderzoek te worden verricht op de locatie van de voormalige HBO tank. Asbest inventarisatie Uit het rapport van Buro Springweg, d.d. 9 januari 2021 kan worden geconcludeerd dat op de onderzochte locaties asbesthoudende en / of asbestverdachte toepassingen zijn aangetroffen. Een overzicht is opgenomen in bijlage 1 Asbestinventarisatie Geadviseerd wordt om een aantal bronnen spoedig te saneren, een aantal op korte termijn te saneren en één bron te saneren op een natuurlijk moment. Zie voor een overzicht bijlage 1. De ingediende asbestinventarisatie voldoet voor de voorgenomen werkzaamheden, de reikwijdte en geschiktheid zijn voldoende voor de totaalsloop van de opstallen van het hoofdgebouw. De bebouwing is inmiddels gesloopt. Asbest in de grond Onderzoek is verricht naar asbest in de grond. (bijlage 2 Bodem asbest en HBOtank). Tevens is aanvullend asbest onderzoek verricht (bijlage 3 Aanvullend asbestonderzoek. Hieruit blijkt dat het aspect asbest geen belemmering vormt voor het bestemmingsplan. Voormalige HBO tank De bodemkwaliteit is onderzocht bij de voormalige HBO tank (verdachte deellocatie) (bijlage2 Bodem asbest en HBOtank ).
Gezien het feit dat het in het kader van de start van de bestemmingswijziging voldoende is om de meeste verdachte deellocaties/meest verdachte stoffen te onderzoeken, wordt het uitgevoerde bodemonderzoek als voldoende representatief beschouwd om aan te tonen dat de milieuhygienische bodemkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de voorgenomen bestemmingswijziging van Wonen naar de bestemming Bos. Extra bos Naast het voormalige perceel Zandheuvelweg 3 op het zuidelijk deel van het perceel B 9230 zal ook bos worden aangelegd. Deze grond had de bestemming Agrarisch met waarden en krijgt nu de bestemming Bos. De bodemtoets is hiervoor niet van toepassing. Er is geen sprake van het bouwen van een verblijfsruimte en er is geen sprake van verdachte deellocaties met betrekking tot mogelijke bodemverontreiniging. Op basis van de regionale Bodemkwaliteitskaart is de bodem geschikt voor het beoogde doel. Nieuwe woonlocatie Het bodemonderzoek ter plaatse van de beoogde bestemming Wonen, deel van perceel B 9228 achter Zandheuvelweg 7, geeft een representatief beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese onverdacht formeel gezien te worden verworpen. In de venige ondergrond is een lichte verhoging met cadmium aangetoond. In de overige boven- en ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond.
In het grondwater is eveneens geen verhoging aangetoond. Indien getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de boven- en ondergrond indicatief aan de klasse Altijd toepasbaar. Conform de CROW400 zijn geen aanvullende veiligheidsmaatregelen van toepassing. De onderzoeksresultaten gaven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek of sanering. De bodem is geschikt voor de voorgenomen bestemming Wonen. Onderzoek naar PFAS in de bodem is niet meegenomen in dit onderzoek. Indien bij het graven ten behoeve van de nieuwbouw grond vrijkomt (afvoer/hergebruik) wordt geadviseerd om aanvullend een partijkeuring inclusief PFAS uit te voeren. Tussenliggende weilanden Voor het gedeelte tussen de oude locatie en nieuwe woonlocatie verandert de bestemming en het gebruik niet, het behoudt de functie Agrarisch. Er zijn hier ook geen verdachte deellocaties bekend. Het is niet noodzakelijk dat deze bodem in het kader van het onderhavige bestemmingsplan wordt onderzocht.