CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 1 Jaarstukken 2025 vs 4

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Jaarstukken 202537.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

JAARSTUKKEN 2025 Versie 4

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................. 2 INLEIDING ............................................................................................................................ 4 SAMENVATTING.................................................................................................................. 6 JAARVERSLAG ................................................................................................................. 14 A. PROGRAMMAVERANTWOORDING ............................................................................. 15 PROGRAMMA 1: FYSIEKE LEEFOMGEVING .................................................................. 16 Thema I: De groei en ontwikkeling van de stad ................................................................ 20 Thema II: De duurzame stad........................................................................................... 22 Thema III: Het beheer van de stad ................................................................................... 27 PROGRAMMA 2: ECONOMIE, WERK EN ONTWIKKELING ............................................ 38 Thema I: Economische ontwikkeling en werkgelegenheid ...............................................

40 Thema II: Recreatie en toerisme ...................................................................................... 44 PROGRAMMA 3: SOCIALE LEEFOMGEVING .................................................................. 49 Thema I: Inkomen ............................................................................................................ 64 Thema II: Sociaal domein - Participatie en re-integratie ................................................... 66 Thema III: Sociaal domein - WMO ................................................................................... 69 Thema IV: Sociaal domein - Jeugd .................................................................................. 73 Thema V: Onderwijs en ontwikkeling ............................................................................... 74 Thema VI: Sport............................................................................................................... 75 Thema VII: Cultuur ........................................................................................................... 75 Thema VIII: Welzijn .......................................................................................................... 76 PROGRAMMA 4: BURGER EN BESTUUR ........................................................................

90 Thema I: Dienstverlening (extern) .................................................................................... 90 Thema II: Burger en samenwerking ................................................................................. 91 Thema III: Veiligheid samenleving ................................................................................... 93 PROGRAMMA 5: ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN ...................... 98 PROGRAMMA 6: BEDRIJFSVOERING ........................................................................... 101 Thema V: Bedrijfsvoering algemeen .............................................................................. 101 B. PARAGRAFEN ............................................................................................................ 106 Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................... 107 Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................... 112 Paragraaf C. Financiering .............................................................................................. 124 Paragraaf D. Bedrijfsvoering .......................................................................................... 128 Paragraaf E. Verbonden partijen .................................................................................... 137 Paragraaf F.

Grondbeleid .............................................................................................. 164 Paragraaf G. Lokale heffingen ....................................................................................... 167 Paragraaf H. Openbaarheid van bestuur........................................................................ 176

2

JAARREKENING.............................................................................................................. 177 BURGERJAARVERSLAG ................................................................................................ 259 BIJLAGEN ........................................................................................................................ 265 Bijlage 1: Specificatie van de resultaatbestemming 2025 ............................................... 265 Bijlage 2: Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves ........... 270 Bijlage 3: Staat van reserves en voorzieningen.............................................................. 272 Bijlage 4: Overzicht van de verleende subsidies 2025 ................................................... 276 Bijlage 5: Verslag van de medebewindstaken ................................................................ 289 Bijlage 6: Overzicht reservemutaties afwijkend van de begroting ................................... 303 Bijlage 7: Kerngegevens gemeente Veenendaal............................................................ 306

3

Inleiding Algemeen Voor u liggen de Jaarstukken 2025. Hiermee legt het college verantwoording af aan de raad over de uitvoering van het beleid en de financiële gevolgen daarvan. Op 5 november 2024 stelde de raad de Programmabegroting 2025 vast. De raad is tussentijds geïnformeerd over de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen in de twee bestuursrapportages en de decemberwijziging. De Jaarstukken 2025 zijn het sluitstuk van deze budgetcyclus. De informatie die in deze Jaarstukken is opgenomen, geeft een cijfermatig beeld van de situatie per 31 december 2025. In de teksten worden de ontwikkelingen gedurende het jaar toegelicht.

Leeswijzer De Jaarstukken van de gemeente Veenendaal bestaan uit het jaarverslag, de jaarrekening en het Burgerjaarverslag. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. De Jaarstukken beginnen met de inleiding, leeswijzer en het financieel resultaat over 2025 op hoofdlijnen. In de financiële overzichten zijn de bedragen in de meeste gevallen opgenomen per duizend euro (€ 1.000). Hierdoor zijn er in enkele gevallen afrondingsverschillen ontstaan die leiden tot een geringe afwijking van € 1.000. Conform de opzet van de programmabegroting wordt per programma door middel van een indicator aangegeven wat de status is van de realisatie van de doelstellingen en inspanningen/acties vanuit de Programmabegroting 2025. De legenda is als volgt: • Groen: doel is gerealiseerd of verloopt volgens planning • Oranje: realisatie doel conform planning is onzeker en/of bijsturing beleid is gewenst • Rood: realisatie doel verloopt niet volgens planning. In deze jaarrekening wordt vanzelfsprekend verantwoord op de doelen (met toebehoren) uit de begroting 2025. Dit betreft de ongewijzigde oude opzet en niet de (eerste) doorontwikkeling zoals in de begroting 2026 is vormgegeven. Daarnaast worden per begrotingsprogramma de resultaten en de baten en lasten uiteengezet.

Voor de verplichte indicatoren welke het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorschrijft nemen wij een directe link op naar het portaal 'Waar staat je gemeente'(Dashboard BBV - waarstaatjegemeente.nl). Met behulp van deze link kunt u de vaste set aan indicatoren raadplegen. Een uitzondering hierop zijn de indicatoren voor Programma 6 Bedrijfsvoering. Deze gegevens zijn te vinden in Programma 6 van deze Jaarstukken. Verder worden in de onderstaande paragrafen A tot en met H dwarsdoorsnedes op een aantal onderwerpen gepresenteerd. • Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen • Paragraaf C. Financiering • Paragraaf D. Bedrijfsvoering • Paragraaf E. Verbonden partijen • Paragraaf F. Grondbeleid • Paragraaf G. Lokale heffingen • Paragraaf H. Openbaarheid van bestuur

4

In paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn bovendien ook de (verplichte) financiële kengetallen volgens het BBV opgenomen. Vervolgens is de Jaarrekening aan de orde, met de balans per 31 december 2025, de samenvatting van de programmarekening, de grondslagen van de jaarrekening, de WNT en de SISA -verantwoording. Daarna is het Burgerjaarverslag 2025 opgenomen. Tenslotte volgt een aantal bijlagen: •

Bijlage 1: specificatie van de resultaatbestemming 2025.

•

Bijlage 2: overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.

•

Bijlage 3: staat van reserves en voorzieningen.

•

Bijlage 4: overzicht van de in 2025 verleende subsidies.

•

Bijlage 5: verslag van de medebewindstaken 2025.

•

Bijlage 6: overzicht van reservemutaties afwijkend van de begroting.

•

Bijlage 7: kerngegevens gemeente Veenendaal

5

Samenvatting Algemeen In deze samenvatting worden de belangrijkste resultaten, afwijkingen, gevolgen en voorgestelde besluiten – op hoofdlijnen – toegelicht.

Bestuurlijke samenvatting Inleiding In 2025 is verder uitvoering gegeven aan het raadsakkoord 'Samen werken in vertrouwen'. De daarin opgenomen ambities vormen het kader voor het handelen van de gemeente. De opgaven op het gebied van wonen, duurzaamheid, bestaanszekerheid, zorg, veiligheid en leefbaarheid hangen sterk met elkaar samen en vragen om een integrale benadering. Tegelijkertijd werd 2025 gekenmerkt door toenemende complexiteit in de uitvoering door landelijke en regionale ontwikkelingen. Dit heeft invloed gehad op het tempo waarin ambities konden worden gerealiseerd. Financieel resultaat Het jaar 2025 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 12,4 miljoen. Dit resultaat bestaat voor een groot deel uit meerjarige budgetten (€ 4,2 miljoen). Van het gerealiseerde resultaat wordt voorgesteld om € 4,7 miljoen over te hevelen. Waarmee het resultaat na resultaatbestemming uitkomt op € 7,7 miljoen positief. Wonen, ruimte en leefomgeving Er is gewerkt aan een evenwichtige en toekomstbestendige ontwikkeling van Veenendaal, met aandacht voor kwaliteit van leven en zorgvuldig ruimtegebruik. De actualisatie van de Omgevingsvisie is in 2025 inhoudelijk voorbereid en biedt voor de toekomst een samenhangend kader voor keuzes op het gebied van wonen, mobiliteit, economie, groen en energie. Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor integrale afwegingen in de komende jaren.

Dit laat onverlet dat besluitvorming door de raad nog niet heeft plaatsgevonden. In 2026 en 2027 wordt opvolging gegeven aan een aangenomen motie om de Omgevingsvisie nog verder te verbeteren. De gebiedsontwikkeling Spoorzone past binnen de inzet op binnenstedelijke ontwikkeling en betere verbindingen in de stad. In 2025 is gewerkt aan de verdere uitwerking van plannen en aan regionale afstemming binnen Regio Foodvalley over groei en ontwikkeling na 2030. Deze trajecten zijn complex en mede afhankelijk van besluitvorming door andere overheden, wat doorwerkt in de planning. Er is ingezet op het behoud en verbeteren van een prettige, veilige en groene leefomgeving. De buurtaanpak is verder uitgerold, waarbij extra aandacht was voor vergroening, klimaatadaptatie en ontmoeting. Dit vraagt om een zorgvuldige aanpak, waarbij de betrokkenheid van inwoners een belangrijke rol speelt.

6

Duurzaamheid en toekomstbestendigheid Het raadsakkoord benadrukt het belang van duurzaamheid en verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties. Er zijn het afgelopen jaar verdere stappen gezet in de energietransitie. Hierbij is tegelijkertijd zichtbaar geworden dat deze opgave steeds complexer wordt. Dit komt onder andere door netcongestie, wat een structurele belemmering gaat vormen voor woningbouw en economische ontwikkeling. In samenwerking met ondernemers, netbeheerders en provincie is en wordt gewerkt aan gezamenlijke en slimme oplossingen, waaronder energiehubs, om verder te komen in de energietransitie. Verder is er ingezet op isolatie en wijkgerichte verduurzaming, onder meer via het Nationaal Isolatieprogramma. Ook binnen de gemeentelijke organisatie is gewerkt aan verduurzaming en circulair werken, passend bij de voorbeeldrol van de gemeente. Niet alle voorgenomen stappen konden binnen de oorspronkelijke planning worden afgerond. Deze worden de komende periode opgepakt. Economie en een vitale stad In 2025 hebben we gewerkt aan een sterke en vitale stad, met ruimte voor ondernemerschap, cultuur én ontmoeting. De focus lag hierbij op het versterken van een toekomstbestendig vestigingsklimaat, met aandacht voor intensivering van bedrijventerreinen en verduurzaming van bedrijven. De binnenstad bleef daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Met het programmaplan Vitale Binnenstad zijn stappen gezet op het gebied van vergroening, functiemenging en evenementen. Daarnaast hebben we ingezet op de ondersteuning van ondernemers, waarbij we hebben gekeken naar de wenselijke en toekomstige vormen van bedrijvigheid en werkgelegenheid. Bestaanszekerheid en sociale samenhang Met de uitwerking van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein via het Programma Sociaal Domein zijn verdere stappen gezet in onder andere het versterken van de sociale basis en inzet op preventie zoals OKO, School en Omgeving en JOGG. Er is ingezet op samenhang, preventie en effectgericht werken. Dit alles in samenwerking met de maatschappelijke partners. Tegelijkertijd blijft de druk op het sociaal domein groot. Met name de kostenontwikkeling in de jeugdzorg vraagt blijvende aandacht en noodzaakt tot het zorgvuldig afwegen van keuzes en uitvoerbaarheid. Het afgelopen jaar zijn hiervoor al voorbereidende stappen gezet en is het kader vastgesteld van 'Grenzen aan de Jeugdzorg'. Dit was een intensief proces waarbij raad én betrokkenen samen hebben gewerkt aan het kader. In 2025 heeft de raad het IHP Ruimte voor groei vastgesteld, gericht op toekomstbestendige onderwijshuisvesting tot 2042. De focus lag hierbij op voorbereiding van de uitvoering, fasering en samenwerking met partners.

Dit vormt de basis voor een planmatige en financieel beheersbare uitvoering. Daarbij is er gewerkt aan o.a. IKC’s Dragonder en Calvijn, een sportzaal en (tijdelijke) huisvesting voor meerdere scholen. De opvang van Oekraïense ontheemden en asielzoekers is voortgezet. Met het programma Opvang is gewerkt aan meer samenhang en structuur in de aanpak. De omvang en duur van deze opgave blijft onzeker en vraagt blijvende flexibiliteit.

7

Bij cultuur en welzijn gaat het onder meer om de verdere uitwerking van de plannen voor het nieuwe theater, de doorontwikkeling van de culturele infrastructuur en het versterken van welzijn en de sociale basis in de wijken. Deze ontwikkelingen zijn in 2025 voorbereid en deels in uitvoering genomen, maar vragen nadere uitwerking en borging in de komende raadsperiode. Landelijke ontwikkelingen zullen hierbij goed in de gaten moeten worden gehouden. Dienstverlening, bestuur en veiligheid Een betrouwbare en toegankelijke gemeente; dat is waar Veenendaal voor staat. Om dat verder vorm te geven is de dienstverlening aan inwoners en ondernemers verder ontwikkeld. Hierbij is extra aandacht voor digitalisering en begrijpelijke communicatie. Om een leefbare stad te hebben, is en blijft veiligheid een randvoorwaarde. In aansluiting op het Integraal Veiligheidsplan is dan ook ingezet op ondermijning, digitale veiligheid en maatschappelijke weerbaarheid. Hierbij is er samenwerking gezocht met regionale partners. Doorgeschoven naar 2026 Bij de uitvoering van het raadsakkoord is in 2025 nadrukkelijk rekening gehouden met uitvoerbaarheid en realistische planningen. Dit heeft ertoe geleid dat een aantal trajecten doorloopt in 2026: •

Integrale keuzes voor wonen, ruimte en mobiliteit De bestuurlijke afronding van de geactualiseerde Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit (OPIM) vindt in 2027/2028 plaats, zodat keuzes zorgvuldig en in samenhang kunnen worden gemaakt.

•

Gebiedsontwikkeling en groei op langere termijn Verdere besluitvorming over de Spoorzone en regionale verkenningen voor wonen en werken na 2030 loopt door in 2026, in samenhang met regionale en landelijke kaders.

•

Vervolgstappen duurzaamheid Wijkgerichte verduurzaming, warmtenetten en de aanpak van netcongestie vragen meer tijd en worden in 2026 verder uitgewerkt.

•

Doorontwikkeling sociaal domein De doorontwikkeling van het Programma Sociaal Domein en de herijking van keuzes rond jeugdzorg lopen door in 2026, mede afhankelijk van landelijke besluitvorming.

•

Cultuur en welzijn Enkele beleidsontwikkelingen en uitvoeringsprogramma’s worden in 2026 en verder afgerond, passend bij de ambities uit het raadsakkoord.

Het doorschuiven van deze onderdelen past bij de lijn van het raadsakkoord om ambitie te verbinden aan uitvoerbaarheid en bestuurlijke zorgvuldigheid.

Financieel resultaat De gemeente Veenendaal sluit het jaar 2025 af met een financieel positief gerealiseerd jaarrekeningresultaat na voorgestelde resultaatbestemming van € 7.693.924. Dit is als volgt opgebouwd:

8

Resultaat 2025

Lasten

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

297.760 316.322 18.562

Baten

Saldo

Mutaties in reserves

34.951

28.789

-6.162

Gerealiseerd resultaat

12.401

Saldo voorgestelde resultaatbestemmingen

4.707

Gerealiseerd resultaat na voorgestelde resultaatbestemming (excl. algemene reserve)

7.694

Resultaat per programma (bedragen x € 1.000) Resultaat jaarrekening 2025

Begroting na wijziging

Realisatie

Verschillen

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten Baten Saldo

1. Fysieke leefomgeving

62.312

49.628

12.684

63.436

60.872

-2.564

-1.124 11.245 10.120

2. Economie, Werk en Ontwikkeling

2.707

1.270

1.437

2.445

1.392

-1.053

262

122

384

3. Sociale Leefomgeving

154.842 51.935

102.907 153.730 56.815

-96.915

1.112

4.880

5.992

4. Burger en Bestuur

9.618

1.337

8.281

-9.227

5. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

2.542

188.952 -186.410

6. Bedrijfsvoering

67.759

3.153

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

299.779 296.274

1. Fysieke leefomgeving

4.564

2. Economie, Werk en Ontwikkeling

4.130

3. Sociale Leefomgeving

4.452

11.051

1.824

-1.433

487

-946

3.685

191.426 187.741 -1.143

2.475

1.331

64.606

63.413

3.992

-59.421

4.346

839

5.185

3.505

297.760 316.322 18.561

2.019

20.047 22.066

9.980

-5.416

15.212

12.160

-3.052

-10.648 2.180

3.032

1.098

4.204

3.032

-1.172

-74

0

-74

4.570

-118

4.896

4.570

-326

-444

0

-444

-8.468

4. Burger en Bestuur

272

311

-39

272

311

39

0

0

0

5. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

8.149

5.851

2.297

8.404

5.851

-2.553

-255

0

-256

6. Bedrijfsvoering

1.676

3.002

-1.326

1.963

2.865

902

-287

-137

-424

Mutaties reserves

23.242

26.747

-3.505

34.951

28.789

-6.162

-11.708 2.042

-9.667

Gerealiseerd resultaat

0

12.401

Hieronder volgt een toelichting op de tabel: De jaarrekening 2025 sluit met een bruto positief resultaat van € 12,4 miljoen. Dit is het resultaat ná alle reguliere en begrote reserveverrekeningen (zoals afval, bouwleges en grondexploitaties) van zo'n € 6,1 miljoen. Van het brutoresultaat van € 12,4 miljoen wordt voorgesteld om via de resultaatbestemming een belangrijk deel toe te voegen aan reserves. Dit doen we, omdat het gaat om geld dat bestemd is voor specifieke doelen of nodig is voor uitvoering in volgende jaren en daarom niet vrij inzetbaar is. In het licht van een financiële vooruitblik is het van belang te benadrukken dat in het komende jaar naar verwachting een beroep zal moeten worden gedaan op de algemene reserve. Deze verwachting is gebaseerd op de aanhoudende stijging van de kosten binnen de jeugdzorg, maar ook de oplopende lasten vanuit de beheerplannen en de daarmee samenhangende investeringen die doorwerken in het Meerjarig Investeringsplan (MIP). Deze ontwikkelingen zetten de structurele financiële ruimte onder druk en vragen om een zorgvuldige afweging bij de inzet van de beschikbare reserves. Het brutoresultaat (€ 12,4 miljoen) wordt per programma als volgt verklaard: 1. Fysieke Leefomgeving € 1.652.000 (voordeel) Het positieve saldo komt voornamelijk voort uit de inzet van meerjarige budgetten bij onder andere wonen & bouwen, mobiliteit en duurzaamheid.

Deze middelen zijn grotendeels bestemd voor latere jaren.

9

2. Economie, werk en ontwikkeling € 310.000 (voordeel) Beperkt voordeel door fasering van activiteiten 3. Sociale Leefomgeving € 5.548.000 (voordeel) Dit voordeel wordt vooral veroorzaakt door: - opvang Oekraïense ontheemden. - jeugdzorg. - inkomensregelingen (BUIG/bijstand). - overige kleine voordelen binnen participatie en Wmo 4. Burger en bestuur € 946.000 (nadeel) Dit nadeel wordt voornamelijk veroorzaakt door een eenmalige extra dotatie aan de voorziening pensioen wethouders. 5. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien € 1.075.000 (voordeel) Dit voordeel komt voornamelijk door een hogere algemene uitkering van het gemeentefonds. 6. Bedrijfsvoering € 4.761.000 (voordeel) Dit voordeel wordt vooral veroorzaakt door: - Lagere personeelslasten - Lagere ICT- en organisatiekosten.

Vergelijking met tussentijdse resultaten (bedragen x € 1.000) In de onderstaande tabel staat de concept financiële ontwikkeling over 2025, hieruit blijkt dat per saldo, over het hele jaar en na bestemmingen, een voordeel is ontstaan van € 12.115.000 ten opzichte van de Programmabegroting 2025. Voor resultaatbestemming

Na resultaatbestemming

Programmabegroting 2025

63

0

1e bestuursrapportage 2025

-1.089

-723

2e bestuursrapportage 2025

4.565

1.829

Decemberwijziging 2025

11.831

3.315

Jaarstukken 2025

12.401

7.694

Totaal

27.771

12.115

Afwijkingen ten opzichte van de decemberwijziging 2025 (bedragen x € 1.000) De voornaamste verschillen tussen de decemberwijziging 2025 en het gerealiseerde resultaat 2025 zijn: Toelichting verschillen ten opzichte van de decemberwijziging 2025 Voor de specifieke toelichtingen op bovengenoemde afwijkingen wordt verwezen naar de toelichtingen bij de diverse programma’s.

10

Taakveld

Afwijkingen V/N

Afval

716 V

Milieubeheer

2.049 V

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

84 V

Parkeerbelasting

289 N

Parkeren

282 V

Riolering

286 N

Verkeer en vervoer

585 V

Wonen en bouwen

5.434 V

Ruimte en leefomgeving

56 V

Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

1.689 V

Begraafplaatsen en crematoria

228 N

Overige verschillen

29 V

Totaal programma Fysieke Leefomgeving

10.121

Economische ontwikkeling

222 V

Economische promotie

47 V

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

134 V

Overige verschillen

19 N

Totaal programma Economie, Werk en Ontwikkeling

384

Arbeidsparticipatie

368 V

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

426 V

Inkomensregelingen

838 V

Onderwijshuisvesting

35 N

Samenkracht en burgerparticipatie

2.551 V

Sportbeleid en activering

134 V

Hulp bij het huishouden (WMO)

173 V

WSW en beschut werk

394 N

Begeleiding (Wmo)

202 N

Dagbesteding (Wmo)

93 V

Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

158 V

Huishoudelijke hulp (Wmo)

67 N

PGB Wmo

163 V

Beschermd wonen (Wmo)

46 N

Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)

199 V

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd

2.251 V

Jeugdhulp ambulant lokaal

51 N

Jeugdhulp ambulant regionaal

810 N

Jeugdhulp met verblijf regionaal

1.207 N

PGB Jeugd

30 V

Jeugdbescherming

1.133 V

Coördinatie en beleid Jeugd

49 N

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

251 V

Overige verschillen

85 V

Totaal programma Sociale Leefomgeving

5.992

Bestuur

1.123 N

Burgerzaken

74 V

Crisisbeheersing en brandweer

42 V

Openbare orde en veiligheid

61 V

Totaal programma Burger en Bestuur

-946

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

2.106 V

Belastingen overig

98 N

Overige baten en lasten

308 V

OZB niet-woningen

42 N

OZB woningen

105 V

Treasury

411 N

Vennootschapsbelasting (Vpb)

636 N

Totaal programma Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien

1.332

Totaal programma Bedrijfsvoering

5.185

11

Taakveld

Afwijkingen V/N

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

22.068

Reservemutaties

9.666

Gerealiseerd resultaat

12.401

V = voordeel; N = nadeel

Reservemutaties Net als in de Jaarstukken 2024 worden de reservemutaties waar reeds een raadsbesluit aan ten grondslag ligt niet meer afzonderlijk in het raadsvoorstel voorgelegd. De betreffende mutaties zijn reeds verwerkt. De reservemutaties, waarover de raad in een eerder stadium nog geen besluit heeft genomen, worden zoals gebruikelijk wel via een afzonderlijk beslispunt in het raadsvoorstel voorgelegd. In bijlage 6 staat het overzicht van de reservemutaties, welke afwijken van de begroting, maar die reeds op basis van eerdere besluitvorming verwerkt zijn in de Jaarstukken 2025.

Nog te bestemmen resultaat 2025 (bedragen x € 1.000) Nog te bestemmen resultaat

Bedrag

Gerealiseerd resultaat 2025

12.401

Voorgestelde bestemmingen: 2a: Storting in de bestemmingsreserve meerjarige middelen in verband met overheveling van meerjarige middelen naar 2.059 2026 en volgende jaren (bijlage 2, onderdeel a) 2b: Storting in de algemene reserve wegens overheveling van diverse exploitatiebudgetten naar 2025 (bijlage 2, onderdeel b) 2c: Storting in de bestemmingsreserve Ontheemden

527 2.121

Totaal voorgesteld resultaatbestemmingen

4.707

Gerealiseerd resultaat na resultaatbestemming (excl. algemene reserve)

7.694

Stand van de algemene reserve (bedragen x € 1.000) De voorstellen voor de resultaatbestemming brengen mutaties van de algemene reserve met zich mee. Hierna bedraagt de stand van de algemene reserve € 45.631.389.

Financiële positie Voor het beoordelen van de financiële positie ultimo 2025 zijn de volgende ontwikkelingen van belang: 1. Het financieel resultaat; 2. Het weerstandsvermogen; 3. De risico's; 4. De financiële kengetallen. Het financieel resultaat De jaarrekening sluit met een positief saldo van € 12.401.076. Hiervan wordt voorgesteld om een bedrag van € 4.707.076 over te hevelen . Tevens wordt voorgesteld om het restant van € 7.693.924 te storten in de algemene reserve.

12

Het weerstandsvermogen en risico's Het weerstandsvermogen van de gemeente bedraagt ultimo 2025 2,9 en is daarmee licht gedaald ten opzichte van 2024 (3,0). De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt circa € 48 miljoen. Op basis van de geactualiseerde risicoanalyse is de benodigde weerstandscapaciteit € 16,5 miljoen. Hiermee is sprake van een voldoende weerstandsvermogen om de geïnventariseerde risico’s op te vangen De financiële kengetallen Hieronder vindt u de belangrijkste financiële kengetallen. Kengetallen

Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

1A

Netto schuldquote

59%

110%

59%

1B

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

53%

102%

53%

2

Solvabiliteitsratio

36%

21%

36%

3

Grondexploitatie

1,5%

5,9%

11,0%

4

Structurele exploitatieruimte

0,80

2,3

1,5

5

Belastingcapaciteit

85%

85%

85%

De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Ten opzichte van 2024 is de netto schuldquote gelijk gebleven 59%. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio (verhouding tussen het eigen vermogen en balanstotaal) is ten opzichte van 2024 licht gedaald naar 35%. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten. Het berekende kengetal van 1,5 wordt als neutraal beoordeeld.

13

Jaarverslag

14

A. Programmaverantwoording

15

Programma 1: Fysieke leefomgeving Visie De groei en ontwikkeling van de stad In Veenendaal is het gezond, duurzaam en veilig wonen, werken en leven. Wij maken een bewuste keuze voor de kwaliteit van de leefomgeving, zo blijven we ook in de toekomst een aantrekkelijke woon-en werkgemeente. Wij zetten in op duurzaam, beter en slimmer inrichten van de leefomgeving. Dit doen wij bijvoorbeeld door inbreiding, met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. De groei en bloei van Veenendaal vraagt om de juiste balans tussen wonen, werken en leefomgeving. Dit vraagt om ruimtelijke keuzes, strategische investeringen en goede samenwerking met buurgemeenten, provincies Utrecht/Gelderland en de Regio Foodvalley. De duurzame stad Veenendaal werkt aan een leefbare en duurzame stad, voor nu en voor de generaties na ons. Wij zetten ons, samen met andere partijen (inwoners, ondernemers, onderhoud en andere overheden) in voor de transitie naar een circulaire samenleving door anders en slimmer met energie, grondstoffen, producten en diensten om te gaan. In de rol van beheerder, ontwikkelaar en opdrachtgever laten wij zien dat we klimaatadaptatie en circulariteit serieus nemen. En dat dit steeds meer is ingebed in het beheer en de ontwikkeling van de (buiten)ruimte.

Als een Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgever en Inkoper laten wij zien dat de duurzaamheidsambitie het vertrekpunt van ons handelen is. De verandering naar een duurzame samenleving vraagt om ondernemerschap en innovatiekracht. Een aanpak die past bij Veenendaal en die ook goed is voor de lokale economie. Niet alle ambities zijn direct haalbaar. Maar wij zetten in op een optimale toepassing van de beschikbare technieken op het gebied van duurzaamheid. Dit vraagt soms een hogere investering, zolang dit nog niet ‘het nieuwe normaal’ is. Dit realiseren we ons. Maar daar tegenover staat, dat de lasten in de gebruiksfase en na afloop ervan, lager kunnen uitvallen. Het is dan ook een investering in onze toekomst. Het beheer van de stad De openbare ruimte van Veenendaal is schoon, heel, duurzaam, toegankelijk en veilig. Ons gemeentelijke vastgoed is goed bruikbaar en faciliteert de beoogde functies. Bij alles wat wij in de openbare ruimte en met ons vastgoed doen, zoeken we de juiste balans. De balans tussen de ambities uit de thema's ‘De groei en ontwikkeling van de stad’ en ‘De duurzame stad’ en de beschikbare middelen. Daarnaast houden wij in de gaten hoe de relatie met de bestaande stad, de bestaande voorzieningen/gebouwen en het zorgvuldig omgaan met onze `assets` (groen, wegen, water/riool, vastgoed etc.) is.

Het beheer van de stad is meer dan het beheer van de openbare ruimte en het vastgoed. Het gaat om onderhoud en vervanging van de genoemde traditionele beheeronderwerpen, het goed omgaan met (het ophalen en verwerken van) afval/grondstoffen, veiligheid, het inrichten en gebruik van de buitenruimte. Daarnaast gaat het over verkeer en de wijze waarop we wel of geen ruimte geven aan het faciliteren van mobiliteit, wat mogelijk ten koste gaat van bijvoorbeeld groen en speelruimte. De ruimte in Veenendaal is schaars en we moeten keuzes maken In het door de raad vastgestelde Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR), is een aantal van deze keuzes al gemaakt. Het beheer van de stad doen we samen met inwoners en andere partners. Wij hebben de ambitie om ook inwoners en andere partners te betrekken bij het beheer van de stad. Dit ligt niet alleen bij ons als gemeente. Wij betrekken inwoners onder andere met inzet van het wijkmanagement. Hiermee faciliteren en stimuleren wij bewoners die initiatieven nemen de openbare ruimte te verbeteren.

16

Thema's De visie van het Programma Fysieke leefomgeving bestaat uit drie thema’s: I. De groei en ontwikkeling van de stad II. De duurzame stad III. Het beheer van de stad Thema I – De groei en ontwikkeling van de stad Veenendaal heeft zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld naar een stad met meer dan 70.000 inwoners. De omvang en complexiteit van de hiermee samenhangende vraagstukken neemt toe, wat meer eisen stelt aan onze deskundigheid en beschikbare capaciteit. Alleen op deze manier kunnen we invulling blijven geven aan de provinciale ontwikkelingen en de regionale schaalsprong. Voorbeelden hiervan zijn: het opstellen van en uitvoering geven aan de omgevingsvisie, de inzet van de regio voor het ontwikkelperspectief Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX), de nota ruimte, Regionaal Ruimtelijk Programmeren en het Regionaal/Utrechts Programma Landelijk Gebied (RPLG/UPLG). Op lokaal niveau streven we bij de schaalsprong naar behoud van een kwalitatief goede balans tussen wonen, werken en leefbaarheid. Daarbij horen ook de juiste en voldoende voorzieningen. De verkenning van twee grootschalige uitbreidingsgebieden Voor 2025 is gewerkt aan de verkenning van twee grootschalige uitbreidingsgebieden op de agenda: De Klomp en De Nieuwe Meent. Dit is in het verlengde van de verstedelijkingstrategie, de woondeal en het regionaal ruimtelijk programmeren in de Regio Foodvalley.

Hierbij ligt het accent op het vormgeven van samenwerking met buurgemeenten, de provincies Utrecht en Gelderland, Regio Foodvalley en private partijen. De ruimtelijke (on)mogelijkheden van de gebieden worden in kaart gebracht via gebiedsverkenningen en ruimtelijke wensen. Deze werkzaamheden zijn gericht op realisatie na 2030. Vernieuwing van de Omgevingsvisie De in 2020 vastgestelde Omgevingsvisie hebben wij vernieuwd, zodat deze voldoet aan huidige ruimtelijke en beleidsmatige ontwikkelingen. De actualisatie heeft plaatsgevonden in twee stappen: een koersdocument en op basis hiervan is een vernieuwde Omgevingsvisie gemaakt. Bestuurlijke besluitvorming heeft nog niet plaatsgevonden. We creëren uitvoeringskracht door integrale gebiedsontwikkelingen Voor de duurzame groei en bloei van Veenendaal, wordt in eerste instantie ingezet op de ontwikkeling van diverse inbreidingslocaties. In 2025 start, mede gezien de subsidievoorwaarden, de bouw van de eerste woningen in Spoorzone. Daarnaast blijven wij, afgezien van kleinere projecten, inzetten op de grote ontwikkeling in Groenpoort, de ontwikkelingen in de Tuinstraat en de herontwikkeling van het Franse Gat. Gezien zowel de omvang als ons streven om al deze ontwikkelingen zo integraal en doelmatig mogelijk voor te bereiden en uit te voeren, vraagt dit veel van de beschikbare capaciteit.

Woningvoorraad en woonbehoefte Net als in de rest van Nederland, zijn in Veenendaal meer woningen nodig. Om de woningvoorraad zoveel mogelijk aan te laten sluiten op de (toekomstige) woonbehoefte, is het belangrijk vooral woningen te bouwen die op dit moment onvoldoende beschikbaar zijn. Dit zijn betaalbare woningen voor onder andere jongeren en levensloopbestendige woningen geschikt voor ouderen. In geval van grootschalige woningbouw vindt regionale afstemming plaats om zo de gevraagde percentages sociale en betaalbare bouw te realiseren.

17

Onderzoek naar een toekomstbestendige economie Voor de groei en bloei van Veenendaal is het van belang dat de groei van de bevolking in balans blijft met de groei van de werkgelegenheid. Wij gaan onderzoeken op welke wijze Veenendaal economisch toekomstbestendig is te maken, in het licht van onze huidige positie. Het economisch profiel van Veenendaal dat hieruit voortkomt, werken wij verder uit, in aansluiting op de Strategische Agenda Foodvalley. Hierbij wordt inzichtelijk wat de ruimtevraag is die deze economische ontwikkeling met zich meebrengt. Lees meer over deze uitwerking in het hoofdstuk Programma 2 – Economie, werk en ontwikkeling. Opstellen verkeerscirculatieplan en actualisatie parkeerbeleid Voor het duurzaam bereikbaar houden van Veenendaal en rekening houdend met de verwachte groei van de stad zijn in 2025 voorbereidingen getroffen om een verkeerscirculatieplan op te stellen. Dit plan beoogt de doorstroming van het verkeer te verbeteren en de veiligheid en de leefbaarheid te verhogen. Daarnaast is de actualisatie van het parkeerbeleid voor het centrum, de woongebieden en de bedrijfsterreinen nodig. Thema II – De duurzame stad Het jaar 2025 heeft in het teken gestaan van het uitwerken van de doelstellingen uit het opgaveperspectief in een drietal programma's: Energietransitie, Circulair Veenendaal en Groen, Blauw en klimaat.

In raadsavonden is de raad bijgepraat over de inhoud van deze programma's. Voor het programma Energietransitie is de raad ook geconsulteerd. De duurzame stad ontwikkelen we in nauwe samenwerking met onze inwoners, het lokale bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen. Het vollopende energienet (netcongestie) dat door inwoners en met name ondernemers steeds sterker wordt ervaren, maakte dat in 2025 veel focus lag op het energiesysteem en de aanpak van netcongestie. Tegelijkertijd is in 2025 een volgende fase in de warmtetransitie ingezet. Voor het eerst is in een bestaande wijk gestart met de aanleg van een warmtenet door een nieuw publiek-privaat warmtebedrijf. Daarnaast komt de isolatiecampagne steeds beter op dreef en is verder gewerkt aan de voorbereiding van aardgasvrije wijken, onder meer via het opstellen van buurtuitvoeringsplannen (BUP’s). Al deze ontwikkelingen komen samen in het nieuwe programmaplan Energietransitie Veenendaal 2026–2030, waarin nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan het energiesysteem van de toekomst en aan het netbewust ontwerpen en realiseren van duurzame nieuwbouwgebieden. Het beperken van het energiegebruik blijft daarbij een belangrijk eerste winstpunt. In samenwerking met Ondernemend Veenendaal is bijvoorbeeld het LEV (Lokale Energie Veenendaal) opgezet.

Binnen dit initiatief begeleiden energieadviseurs ondernemers langdurig bij het beter in balans brengen van hun energievraag en -gebruik. Voor inwoners in de bestaande stad is een ondersteuningsaanbod voor woningisolatie ingericht, waarbij huishoudens met een lager inkomen extra worden ondersteund. Daarnaast is voor deze doelgroep een regeling opgezet voor de vervanging van oud en energie-onzuinig witgoed, waarvoor honderden huishoudens zich inmiddels hebben aangemeld. Op het gebied van Klimaatadaptatie werken we op het bedrijventerrein Nijverkamp samen met de ondernemers, en op basis van een provinciale subsidie, aan het project 'Werklandschappen van de toekomst'. Onze acties richting inwoners (tegelwippen, geveltuintjes, afkoppelen en regentonnen) zijn in 2025 doorgezet en ook in onze eigen projecten is getracht niet meer verharding aan te leggen dan noodzakelijk en zo ruimte te zoeken voor vergroenen (en spelen). In het kader van circulariteit is ingezet op het stimuleren van de deeleconomie (deelplatform Peerby-pilots in een aantal wijken), het organiseren van (gebruikte) kleding(ruil)beurzen en het faciliteren van repaircafés. Voor de eigen vastgoedorganisatie is een (inmiddels door de BBV geaccepteerde) berekeningswijze van de restwaarde vastgesteld en is het gebruik van 18

een restwaarde in ons activabeleid opgenomen. Regionaal wordt ingezet op het stimuleren van Biobased bouwen. Thema III - Het beheer van de stad Veenendaal staat voor grote uitdagingen In het OPOR (Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2026) is de ontwikkeling van de diverse assets in beeld gebracht. De doorlooptijd van het OPOR is met een jaar verlengd. Momenteel wordt aan de opvolger van het OPOR, het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) gewerkt. Veenendaal staat de komende jaren voor de uitdaging om de woonwijken en industrieterreinen uit de jaren tachtig en negentig en de groei van Veenendaal, veilig en op het afgesproken niveau te houden. In combinatie met de ambities op het gebied van duurzaamheid, vergroenen e.d. vraagt dit binnen de beschikbare middelen om keuzes. In 2025 is het beheer van de kapitaalgoederen uitgevoerd zoals vastgelegd in de vastgestelde beheer- en beleidsplannen. De doelstelling voor het beheer van de openbare ruimte ligt volgens het vastgestelde OPOR op A-niveau voor de winkelcentra en begraafplaatsen (conform CROW-beeldsystematiek) en voor de overige delen van Veenendaal op B-niveau. Naast het beheer van de Openbare Ruimte vergt ook het beheer en de ontwikkeling van ons vastgoed aandacht.

Hieronder enkele punten uit het werk dat in 2025 is uitgevoerd: De behoefte aan maatschappelijk Vastgoed Om meer zicht te krijgen op de toenemende vraag naar maatschappelijk vastgoed door de groei van de stad is onderzoek gedaan naar de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen. Het onderzoek “Ruimte voor maatschappelijke voorzieningen” heeft de gemeente inzicht en richting gegeven in welke voorzieningen extra gewenst zijn tot 2030/2035 en tot 2040/2050. Het biedt ook een handreiking voor waar deze voorzieningen gerealiseerd kunnen worden. Het eindresultaat is een handboek met referentienormen voor verdere ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen in de stad. Door middel van dit handboek kan gemeente Veenendaal toekomstbestendig beleid ontwikkelen dat aansluit bij de veranderende behoeften van haar bewoners. Een uitgebreidere beschrijving van de gerealiseerde werkzaamheden bij Vastgoed is terug te vinden bij de Paragraaf B Onderhoud Kapitaalgoederen.

19

Thema I: De groei en ontwikkeling van de stad Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.a. Een prettig leefbare, gezonde en groene stad. Een aantrekkelijke stad met een passend cultureel aanbod, sportvoorzieningen en een bruisende binnenstad. Een stad waar een goed evenwicht is tussen het wonen en werken.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.a.1. Verder ontwikkelen van de integrale strategische aanpak voor de fysieke leefomgeving door het verdiepen en updaten van de Omgevingsvisie. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De omgevingsvisie is conform planning en afspraken ter besluitvorming voorbereid en aangeboden aan de gemeenteraad. Besluitvorming is verschoven naar januari 2026. De raad heeft besloten de stukken van de agenda te halen en middels een motie het college opdracht gegeven om de omgevingsvisie op onderdelen aan te passen en hiervoor een routeplan te maken. I.a.2. In het verlengde van de verstedelijkingstrategie en het Regionaal Ruimtelijk Programmeren, samen met de partners in Regio Foodvalley in 2025 komen tot een gedragen keuze voor een volgend ontwikkelgebied. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In 2025 is gewerkt aan de verkenning van twee grootschalige uitbreidingsgebieden op de agenda: De Klomp en De Nieuwe Meent. De ruimtelijke (on-)mogelijkheden van de gebieden worden in kaart gebracht via gebiedsverkenningen en ruimtelijke wensen. Dit is minder voortvarend gegaan dan aanvankelijk gedacht. I.a.3. In 2025 zetten we in op de verdere ontwikkeling van Spoorzone en stellen hiervoor een omgevingsplan vast. We starten met de realisatie van Het Ambacht en het, voor de ontwikkeling van Spoorzone noodzakelijke, Stadspark.

De visie Spoorzone Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In 2025 is het omgevingsplan Ambacht opgesteld en ter visie gelegd. De sloop van het deelplan De Nijverheid is eind 2025 gestart waarmee de realisatie van het eerste deelplan van het Ambacht een feit is. Het Stadspark is in 2025 aanbesteed en met een bouwteam zijn grote stappen gezet voor het ontwerpproces en de participatie. I.a.4. In 2025 worden regels vanuit een bestemmingsplan voor een deel van de woongebieden vertaald naar het omgevingsplan. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Voordat een Omgevingsplan kan worden vastgesteld, is het noodzakelijk om een database op te bouwen met alle relevante regels (regelbibliotheek). In 2025 is gewerkt aan het 20

opstellen van de regelbibliotheek en zijn de voorbereidingen gedaan om voor een pilotgebied de regels van woongebieden te vertalen naar de systematiek van het Omgevingsplan. I.a.5. We onderzoeken in 2025 op basis van een verkeerscirculatieplan de mogelijkheden waarin een groeiend Veenendaal duurzaam bereikbaar blijft. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) VCP (Verkeerscirculatieplan) In 2025 zou een verkeerscirculatieplan (VCP) opgesteld worden om in beeld te brengen welke maatregelen nodig zijn om een groeiend Veenendaal duurzaam bereikbaar te houden.Het project heeft vertraging opgelopen, mede door personele wisselingen binnen het cluster mobiliteit. In 2026 wordt het VCP alsnog opgesteld. Dekking voor het VCP zal worden gezocht in de bestaande mobiliteitsbudgetten. I.a.6. In het verlengde van het pact Groen Groeit Mee (Provincie Utrecht) werken we aan de versterking van natuurontwikkeling en inrichting van een recreatief uitloopgebied ‘De Roode Haan’. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Om voor De Roode Haan een goede basis te krijgen moet veel geïnvesteerd worden in samenwerking met de mede overheden/buurgemeenten. Ook is in 2025 op verzoek van de provincie een Voorverkenning voor een gebiedsproces in het gebied de Roode Haan opgestart waarbij ook de UPLG-doelen zijn meegenomen. Daardoor zijn we in het proces minder ver dan we eerder gedacht hadden.

Een extern adviesbureau is inmiddels door de provincie aangesteld om het proces te begeleiden en het gebiedsproces voor De Roode Haan is nu opgestart. I.a.7. Voor 2025 worden de plannen verder uitgewerkt en gezocht naar (co)financiering voor de aanleg van de eerste wandelpaden (valleikanaal, landgoederen en turfweide). Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Om voor De Roode Haan een goede basis te krijgen moet veel geïnvesteerd worden in samenwerking met de mede overheden/buurgemeenten. Ook is in 2025 op verzoek van de provincie een Voorverkenning voor een gebiedsproces in het gebied de Roode Haan opgestart waarbij ook de UPLG-doelen zijn meegenomen. Daardoor zijn we in het proces minder ver dan we eerder gedacht hadden. Naar verwachting komen we in 2026 toe aan uitwerking en (co)financiering van de eerste deelprojecten zoals één of meerdere wandelpaden.

21

Thema II: De duurzame stad Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.a. 75% van de inwoners van Veenendaal weet wat een circulaire economie, energieneutraal of klimaatbestendig is, waarom dit nodig is en welke kansen het geeft; welke stappen nodig zijn om tot een aardgasvrij Nederland te komen;

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.a.1. We publiceren jaarlijks minstens 7 verhalen van inwoners en bedrijven die al actief zijn, als voorbeeld voor de anderen in Veenendaal om hen te laten zien wat eenieder in zijn eigen omgeving en met soms simpele aanpassingen kan doen. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Op duurzaamveenendaal.nl zijn diverse voorbeeldverhalen gepubliceerd van inwoners die stappen zetten in verduurzaming. Van isoleren tot vergroenen en van slim energiegebruik tot spullen delen. II.a.2. Met het bedrijfsleven werken we samen aan verduurzaming van bedrijventerreinen. In Veenendaal in 2025 zijn er tenminste 5 projecten gestart die een substantiële bijdrage leveren aan de transities van Duurzaam Veenendaal. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In 2024 hebben we een samenwerkingsovereenkomst (Green Deal) getekend met ons bedrijfsleven. Daaruit zijn een aantal nieuwe initiatieven gestart op de bedrijventerreinen. In Nijverkamp hebben we het project Werklandschappen van de Toekomst dat bedrijven verleidt om meer klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Op de Compagnie is op initiatief van een aantal bedrijven gekozen voor een nieuwe groeninrichting waarbij toename van biodiversiteit en werkplezier centraal staan. De BOV pakt met een stichting zelf het beheer en de omvorming naar meer natuurlijk groen op de bedrijventerreinen op.

Ook op het gebied van energie zijn nieuwe initiatieven gestart. Zo zijn er subsidies verkregen om de haalbaarheid van een miniwarmtenet op bedrijventerreinen en de toepassing van een energiemanagementsysteem op bedrijfsterreinniveau te onderzoeken. En onlangs is het Lokaal Energieteam Bedrijven opgericht die bedrijven pro-actief gaat benaderen met ondersteuning op het gebied van netcongestie, energiebesparing en energie-opwek.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.b. Veenendaal wil zich inzetten voor het waardebehoud van grondstoffen en materialen door het vrijkomende ‘huishoudelijke afval’ op een doelmatige wijze in te zamelen en zo weer in te zetten als grondstof.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.b.1. In 2025 wordt 75% van het huishoudelijke afval gescheiden, 65% gerecycled en wordt nog maximaal 100 kilo restafval per inwoner ingezameld. Inhoud (indicator)

22

Inhoud (toelichting) De cijfers van 2025 zijn nog niet bekend. Voor 2023 en 2024 waren deze respectievelijk 74% en 76% (scheiding); 58% en 59% (recycling); en 98 kg en 96 kg (restafval kg/inw). De verwachting is dat deze cijfers in 2025 weer iets zijn verbeterd.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.c. In 2050 is Veenendaal volledig circulair ingericht waarbij gemeente, bedrijven, onderwijs en inwoners met elkaar samenwerken om de grondstoffenkringloop te sluiten, afval te minimaliseren, levensloop van producten zo lang mogelijk laten zijn.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.c.1. Bij het renoveren of bouwen van het gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed is de maximale MPG-score (Milieu Prestatie Gebouwen) 0,70. Tenminste 35% van grondstoffen is hernieuwbaar en/of biobased. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De gemeente heeft in 2025 een nadrukkelijke stap gezet in circulair bouwen. Dit maakt onderdeel uit van de actualisatie van het Strategisch Vastgoedbeleid en van het nieuw vastgestelde Integraal Huisvestingsplan voor inclusieve kindcentra. Daarbij wordt bewust rekening gehouden met levensduur en de restwaarde van gebouwcomponenten en materialen. De restwaarde wordt van initiatief, oplevering tot ingebruikname in het project meegenomen, zodat duurzame keuzes al in een vroeg stadium worden gestimuleerd. Hierin wordt de MPG-score meegenomen als uitgangspunt voor het nieuw ontwikkelen en renoveren van gemeentelijk vastgoed. Daarnaast is in 2025 de MPG-score meegenomen in de aanbesteding van diverse nieuwe ontwikkelingen. Circulair afschrijven wordt, conform de nota afschrijving- en activabeleid 2025, toegepast op nieuwe vastgoedontwikkelingen. Maximale circulariteit is het uitgangspunt, waarbij op projectniveau de restwaarde wordt bepaald. II.c.2.

Voor de aanleg en het beheer van de openbare ruimte wordt de MKI-waarde als gunningscriterium gebruikt volgens de methodiek van de Beste Prijs/kwaliteitverhouding (BPKV). Aanbiedingen met een lage MKI-waarde scoren beter. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In overleg is ervoor gekozen om de Milieukostenindicator eerst in enkele projecten als pilot toe te passen zodat de benodigde kennis en ervaring kan worden opgebouwd voordat het in alle projecten wordt toegepast. In Kwartaal 4 van 2025 heeft gemeente Veenendaal het Koersdocument Circulair denken, regionaal doen van Alliantie Cirkelregio Utrecht ondertekend. Eén van de speerpunten in dit Koersdocument is het inzetten van de Milieukostenindicator in projecten. Provincie Utrecht is hier ook bij betrokken en zorgt voor een set aan handvatten en financiën waarmee ook wij als gemeente in 2026 concreet aan de slag kunnen met het toepassen van de Milieukostenindicator in onze projecten.

23

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.d. Veenendaal is in 2050 een energieneutrale gemeente, die 100% hernieuwbare energie gebruikt en klimaatneutraal (CO2-emissieloos) is.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.d.1. Door gerichte wijkacties en gemeente brede communicatie, helpen we in 2025 ten minste 200 slecht geïsoleerde woningen in Veenendaal aan isolatiemaatregelen. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In 2025 zijn via de Veense Isolatie Actie in totaal 88 woningen voorzien van isolatiemaatregelen aan de gebouwschil. De belangrijkste oorzaak van het niet halen van het doel is het faillissement van uitvoeringspartner Winst uit je woning, kort na de start van een grootschalige communicatiecampagne in september 2025. Daardoor zijn de effecten van de campagne in 2025 beperkt gebleven. Verder zijn in 2025 bij circa 400 woningen van Veenvesters kleine energiebesparende maatregelen uitgevoerd via de energiebrigade. Veenvesters ontving hiervoor een bijdrage van de gemeente. Deze maatregelen dragen bij aan energiebesparing, maar tellen niet mee als isolatie van de gebouwschil. De voortgang wordt daarom als ‘oranje’ beoordeeld, we verwachten in 2026 een inhaalslag te maken nu de uitvoeringspartner een doorstart heeft gemaakt. II.d.2. Van de overeenkomstig het programma ENV opgestelde buurtuitvoeringplannen: zijn er 2 in de uitvoeringsfase en worden 2 plannen opgesteld. Tenminste 2 initiatieven om aardgas te besparen en op langere termijn uit te faseren worden actief.

Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Voor Dragonder-Oost en bedrijventerrein Faktorij en de Vendel zijn buurtuitvoeringsplannen vastgesteld en in uitvoering. Voor drie buurten wordt momenteel een plan opgesteld: Dragonder-Zuid en omgeving, Petenbos en Schepenbuurt. Voorbeelden van initiatieven die gestart zijn om aardgas te besparen en/of uit te faseren zijn de start van de aanleg van het warmtenet in Engelenburg en de start van een onderzoek naar mini-warmtenetten op de Faktorij en de Vendel. II.d.3. We zetten in op de reductie van het aardgasgebruik en de inzet van duurzaam opgewekte (lokale)energie in al ons vastgoed en in de openbare ruimte. In 2025 is het energiegebruik van ons vastgoed in beeld en ligt er een energie-reductieplan. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Het energieverbruik (gas en elektra) dat we meten voor de CO2 prestatieladder komt in 2025 hoger uit dan het jaar ervoor. Dit komt vooral door toevoeging van een aantal panden en het (preciezer) meenemen van energiegebruik van openbare verlichting. Het elektriciteitsverbruik stijgt meer dan het gasverbruik stijgt, wat laat zien dat we meer zijn gaan elektrificeren. Eind 2025 is een energiecoördinator aangesteld die de komende jaren energiebesparing door ‘quick wins’ gaat realiseren.

Voor de langere termijn hebben we gewerkt aan een Routekaart Verduurzaming Vastgoed die in 2026 naar de raad gaat voor besluitvorming. En we hebben de aansluiting bij het Energie WEB voorbereid, waarmee we meer en beter kunnen inzetten op de inkoop van lokale/regionale duurzame energie. 24

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.e. Netcongestie stagneert de energietransitie. Met bedrijven of inwoners werken we samen aan oplossingen om in de blijvende behoefte van (betaalbare) energie te voorzien door een betere balans tussen vraag en aanbod te realiseren.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.e.1. In 2025 schalen we de aanpak voor Smart Energy Hubs op naar 5 bedrijventerreinen. Voor het actief inzetten op netbewuste nieuwbouw bieden we handelingsperspectief aan ontwikkelaars, bedrijven en gemeentelijke programma’s voor woningbouw. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De projecten voor Smart Energy Hubs op de Faktorij, de Vendel en Nijverkamp zijn voortvarend doorgezet afgelopen jaar, maar laten zien dat het vormen van groepscontracten voor bedrijven een ingewikkelde en in veel gevallen (nog) onhaalbare stap is. De aandacht is wat meer verschoven naar oplossingen ‘achter de meter’, dus per bedrijf. Die ontwikkeling zien we landelijk en in onze provincie ook. De oprichting van het Lokaal Energieteam Veenendaal (LEV) speelt hierop in. Dit team van energie-experts maakt energieplannen voor individuele bedrijven, maar blijft ook werken aan collectieve kansen. Het LEV is een gezamenlijke aanpak van de Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal (BOV) en gemeente, ondersteund door de provincie en Regio Foodvalley. We hebben hiermee een krachtig vehikel neergezet voor verduurzaming van bedrijven(terreinen) voor ten minste de komende 5 jaar.

Daarnaast heeft de BOV subsidie gekregen voor haalbaarheidsonderzoek naar kleine warmtenetten op de Faktorij en de Vendel én voor een onderzoekstraject naar systeemintegratie op bedrijventerreinen. Voor netbewuste nieuwbouw hebben we een handreiking netbewuste nieuwbouw ontwikkeld en verspreid onder ontwikkelaars en andere belanghebbenden. Verder is het puntensysteem aangepast om ontwikkelaars te motiveren om netbewuste maatregelen te nemen.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.f. Veenendaal heeft een gezonde, duurzame en groene klimaatbestendige leefomgeving met een robuust en gevarieerd aanbod van groen en water.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.f.1. We leggen de basis voor een integraal groenbeleid met een duidelijke visie op de hoofdgroenstructuur van Veenendaal. Daarom integreren en actualiseren wij ons bestaande, versnipperde groenbeleid, en leggen dit vast in de Omgevingsvisie. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De basis voor een integraal beleid is in ontwikkeling, zo is er voor de omgevingsvisie een integrale geactualiseerde hoofdgroenstructuurkaart gemaakt. De bestuurlijke besluitvorming van de omgevingsvisie heeft niet plaatsgevonden. II.f.2. We brengen de huidige situatie op deze indicatoren in beeld en stellen op basis van deze 0-meting onze opgave vast in een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie van het programma Groen en Klimaatbestendig. Inhoud (indicator)

25

Inhoud (toelichting) Er wordt gewerkt aan het in beeld brengen van de 0-situatie voor veel indicatoren voor klimaatadaptatie. Daarnaast werken we aan een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie. Deze bevat al wel algemene maatregelen. De 0-metingen moeten uitwijzen of we daarnaast nog extra moeten inzetten op specifieke klimaateffecten of gebieden. II.f.3. Langdurige droogte en hevige neerslag leidt in 30% van de gemeente niet tot structurele schade aan groen, vitale en kwetsbare functies, infrastructuur en bebouwing. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Er is een start gemaakt met het in beeld brengen van vitale en kwetsbare functies en de impact van klimaatextremen op deze functies, infrastructuur, bebouwing en groen. Er is nu al een overzicht van een groot deel van de vitale en kwetsbare functies. De locaties met hoogste risicoprofiel zijn in kaart gebracht. Deze lijst zal komende jaren worden aangevuld. Op basis van deze gegevens wordt in 2026 verder gerekend aan deze risico's. II.f.4. In 2025 zijn er schaduwrijke verblijfsplekken op 600 meter van ieder huishouden; ligt 20% van de fiets- en wandelroutes en verblijfsplekken in de schaduw; is 7% van alle horizontale en verticale oppervlakten warmte werend of verkoelend.

Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Voor Veenendaal is via openbare data in beeld welke plekken wel en niet voldoen aan de 300-regel: openbaar toegankelijke schaduwrijke verblijfsplekken binnen 300 meter van de woning. Voor 600 meter wordt dit niet in beeld gebracht. Wat betreft schaduw op fiets en wandelroutes zijn de percentages ook bekend voor heel Veenendaal. Alle wijken voldoen aan dit criterium. De wijk met verreweg het laagste percentage is Noordoost (27 procent). Dit is te wijten aan het hoge aandeel nieuwbouw met veel verharding en onvolwassen begroeiing. De percentages van oppervlakten die warmtewerend of verkoelend zijn gebouwd zijn nog niet in beeld, een landelijke systematiek hiervoor ontbreekt nog. We werken wel verder aan de borging van klimaatadaptatie, waaronder regels voor warmtewerende en verkoelende oppervlakken, via ons programmaplan Groen, Water en Klimaat.

26

Thema III: Het beheer van de stad Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.a. Veenendaal heeft een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. De infrastructuur is van goede kwaliteit en de openbare ruimte biedt voldoende aantrekkelijke groene ruimte met plekken om te spelen, te sporten, te ontspannen en te ontmoeten.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.a.1. De openbare ruimte duurzaam en milieuvriendelijk onderhouden. In de winkelcentra en op de begraafplaats beheren wij de wegen en het groen op A-niveau in de rest van Veenendaal op B-niveau. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Over het jaar genomen voldeed 91,4 % van het areaal dat op B niveau onderhouden moet worden aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau. Dit valt binnen de 10% afwijking die toegestaan is. In 3 van de 13 meetperioden werd de 10% afwijking overschreden met maximaal 1,4 %. In deze periode voldeed een klein deel van het areaal niet aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau. Over het jaar genomen voldeed 86,1 % van het areaal dat op A niveau onderhouden moet worden aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau. Dit valt niet binnen de 10% afwijking die toegestaan is. Dit is inherent aan het werk. Het seizoen is van grote invloed op de groeiomstandigheden. Vanaf mei/juni/juli is er een toename in de groei te zien. Vaak ontbreekt het door de vakantieperiode in deze tijd aan capaciteit. Mocht het een hete droge zomer worden dan valt het mee. Maar vaak is er een ook een natte periode in deze tijd. III.a.2. Samen met de bewoners de in 2025 geplande BOSS-plekken in de stad inrichten, waar we elkaar kunnen ontmoeten en veilig kunnen bewegen, spelen en sporten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16946076/3