CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Beleidsnota Erfgoed 'Van cultuurhistorische waardering naar beleid' - beleidsnota Erfgoed

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Beleidsnota Erfgoed25.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Uiverstraat 2 -96 en 98 - 122 (Industrielaan 16) (Voormalig) schoolgebouw 1963 architecten H. Brouwer en Mertens Het ontwerp voor de LTS is rond 2012 verbouwd tot (starters)woningen, naar een ontwerp van FAME architecten. Het schoolcomplex bestond oorspronkelijk uit drie functionele bouwdelen: een (gesloopt) praktijklokaal aan de achterzijde (langs de Ambachtsstraat ) en de twee tot appartementen verbouwde vleugels langs de Industrielaan. Deze vleugels staan haaks op elkaar. De entree verbindt de vleugels met elkaar en is 1 bouwlaag hoog. Beide vleugels zijn circa 12 meter hoog. De oostelijke vleugel bestaat uit 2 bouwlagen met de voormalige aula op de begane grond (circa 4 meter hoog) en daarboven de voormalige gymzaal (circa 7 meter hoog). De westelijke vleugel (met de voormalige lokalen) bestaat uit 3 bouwlagen. Het schoolgebouw is gebouwd in de karakteristieke zakelijke architectuurstijl van de jaren ’60: een stijl met gebruik van veel prefabelementen. Deze rationele architectuur is ook kenmerkend voor Veenendaal, dat in de jaren ‘60 en ‘70 een sterke groei doormaakte. Kenmerkend voor de architectuur is de ritmische gevelopbouw met prefab betonnen gevelkaders ingevuld met mozaïeken van keramische tegels, waardoor een systematisch toepassing ontstaat van deze ornamenten.

Qua materiaalgebruik is, bij de verbouwing, aangesloten bij de oorspronkelijke materialen: beton, glas, staal en metselwerk. Het voormalige parkeerterrein voor de oude school aan de Industrielaan is uitgebreid en efficiënter ingericht.

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Waardering De voormalige school tussen Uiverstraat en Industrielaan is vanuit stedenbouwkundig, architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt van lokaal belang: • door de architectuur en de redelijk gaaf gebleven bouwvolumes en de moderne bouwstijl die tot uitdrukking komt in de strakke vormen; • door de stedenbouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan de Industrielaan; • door de cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een vakschool; • de ensemblewaarde door de functionele relatie tussen verschillende bouwdelen.

57

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Uiverstraat Wandmozaïek: J.T. Halbertsma 1964 Halbertsma bracht in 1964 in opdracht van het schoolbestuur van de Talmaschool het ontstaan en de ontwikkeling van Veenendaal tot uitdrukking, door middel van een wandmozaïek uit verschillende soorten natuursteen. De aanwezige veengronden, de later volgende turfafgraving en ook de latere industriële ontwikkeling van Veenendaal zijn uitgebeeld. Het ontstaan van het dorp en de overstroming van de regio door een falende waterkering ontbreken niet. Op het 16 meter lange kunstwerk zijn ook afbeeldingen zichtbaar van de kerk op de Markt en van de ambachten en nijverheid in Veenendaal.

foto: Ingenious Veenendaal

58

3 Gebieden

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Bij de transformatie van de voormalige Talmaschool (CSV) tot woongebouw De Reünie, kon het waardevolle wandmozaïek van kunstenaar J. T. Halbertsma niet worden ingepast. Inmiddels is het kunstwerk volledig gedocumenteerd en gedemonteerd. De 1083 (!) onderdelen zijn zorgvuldig opgeslagen, met als doel heropbouw en plaatsing. Het kunstwerk is als beeldbepalend opgenomen, omdat nog niet duidelijk is waar en wanneer het herbouwd gaat worden. “Op de buitenwand zien we het licht stralend door de ruimte, banen in de hoogte en in de breedte. Op de kruising van deze banen, de beweging, voorgesteld in de vorm van een wentelende stofmassa, een planeet, verschillende dieren en dan de mens in de figuur van een vervener, die met veenafsteken en afgraven in de deze vallei aan het werk gaat. Deze vervener staat aan het begin van de Grift en u ziet enige tekens uit zijn leven: het Veendershuis, de Veenkerk (d.i. de Oude Kerk op de Markt), het Spinnewiel, het Turfschip en de vissen in de Grift. Op de binnenwand zien we het vuur, herinnering aan het verbranden van de turf in steden en huizen, in bakkersovens, openhaarden en potkachels in de 18e eeuw. De voorraad veen raakt uitgeput en de veenderij, reeds in de 14e eeuw begonnen, is praktisch afgelopen in de tweede helft van de 18e eeuw. Het monster ‘de Waterwolf’ leefde in de verbeelding van de bevolking.

Met zijn klauwen krabt hij aan de Grebbedijk en de streek wordt vaak geteisterd door grote en kleine overstromingen.” Waardering Het wandkunstwerk van Halbertsma is van lokaal belang vanwege de cultuurhistorische waarden: • door de verbeelding van de geschiedenis van Veenendaal; • doordat het onderdeel was van een school, waardoor het kunstwerk betekenis heeft voor oud-leerlingen en (andere) Veenendalers.

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Verlaat 63 Woonhuis vrijstaand vooroorlogs 1930 Zie voor informatie Bijlage 3 over Integrale ensemble Verlaat / Valleistraat

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Waardering Het pand aan het Verlaat is van lokaal belang vanwege de architectuurhistorische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden die tot uitdrukking komen in: • de voor de vooroorlogse periode kenmerkende (shake hands) architectuur, die in hoofdvorm en detaillering gaaf is gebleven, en bijdraagt aan de diversiteit van stijlen aan het Verlaat; • de ligging van het pand op de overgang van Valleistraat en Verlaat.

Het pand ligt aan het historische lint Verlaat – Valleistraat. Het pand draagt bij aan de diversiteit van gebouwen aan dit lint. Het pand ligt op de overgang tussen Valleistraat en Verlaat, naast een pad naar het achterterrein en markeert de overgang van brede Valleistraat naar het smallere profiel van Verlaat. De kap hoort niet bij het originele ontwerp. De woning is twee bouwlagen hoog en had een plat dak en daarmee een, voor die tijd, moderne uitstraling. De woning heeft diverse kenmerken van de architectuur uit die tijd: een uitkragende en omlopende dakgoot, rollagen in de gevel, bovenlichten bij de ramen en diverse ramen die inspelen op achtergelegen ruimten.

59

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Zandstraat 3 – 5 Winkel met bovenwoningen 1932 Zie voor informatie over de Zandstraat: Bijlage 3 over Integrale ensembles Het pand uit 1932 staat aan de Zandstraat. Deze straat ligt in het verlengde van de Hoogstraat en maakte onderdeel uit van de Grift. In het midden van de weg lag de watergang genaamd Grift. De ligging langs een zandheuvel, met de naam ‘Het Sant’, heeft de naam bepaald. Het woon-winkelpand bestaat uit twee bouwlagen en staat op een hoek. De entree van de winkels ligt aan de Zandstraat. Aan die zijde heeft het pand een symmetrisch ingedeelde gevel met boven de entree een erker op de verdieping. De asymmetrische rechter zijgevel bevat behalve een venster van de winkelpui op de begane grond. Deze gevel is aangetast door verbouwing(en).

60

3 Gebieden

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Waardering Het winkelpand met bovenwoningen is vanuit stedenbouwkundig, architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt van lokaal belang: • als onderdeel van de vrijwel aaneengesloten bebouwing van de Zandstraat; • door de kenmerkende vooroorlogse architectuur, die in hoofdvorm en enkele architectonische onderdelen nog aanwezig; • doordat het pand bijdraagt aan de diversiteit van stijlen aan de Zandstraat; • doordat het pand bijdraagt aan wonen in het centrum.

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Zuivelstraat Transformatorhuisje 19xx Het transformatorhuis is een bouwlaag hoog en heeft een zadeldak met de nok parallel aan de straat. Het huisje is opgetrokken in baksteen en het dak heeft rode pannen. De entree zit aan de straatzijde. Rond de deur is een rollaag met strekken gemaakt die iets uitspringt ten opzichte van de gevel. De voor- en achtergevel springen iets vooruit ten opzichte van de zijgevels. Er is geen goot. Regenwater loopt zo van het dak naar de straat. Er is een kleine overstek. Dit elektriciteitshuisje was van de PGEM. Dit in tegenstelling tot de vele andere transformatorhuisjes in Veenendaal van de PUEM.

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Waardering Het transformatorhuis aan de Zuivelstraat is van lokaal belang vanwege de architectuurhistorische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden die tot uitdrukking komen: • in de aanwezige architectuurkenmerken van de tijd waarin het huisje is gerealiseerd; • als representant voor de aandacht die gebouwen van Nutsbedrijven kregen.

61

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

62

3 Gebieden

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

1. Fort aan de Buursteeg

2. Nieuweweg en Nieuweweg-Noord

In het noorden van de gemeente Veenendaal ligt het enige gemeentegrensoverschrijdende ensemble, namelijk Fort aan de Buursteeg, als onderdeel van de Grebbelinie. Bescherming vindt al plaats omdat het groen Rijksmonument is.

De Nieuweweg is de noordelijke uitvalsweg van Veenendaal. Deze weg werd in de vroege 19e eeuw als een bovenlokale weg ingericht en verhard, waarbij een deel ervan nieuw werd aangelegd. Plaatselijk vinden we nog ensembles van vroege bebouwing, onder meer de katholieke kerk met begraafplaats in het noorden. De oude structuur is nog steeds herkenbaar aan de deels kleinschalige lintbebouwing, die zich duidelijk onderscheid van de aan weerszijden aangelegde woonwijken. De bebouwing bestaat uit vrijstaande of in korte of langere blokken geschakelde woningen van één of twee bouwlagen met kap uit uiteenlopende bouwperioden, de oudere bebouwing dateert hoofdzakelijk uit de eerste helft van de 20e eeuw. Op enkele plaatsen zijn nieuwe woningen ingevoegd of takken grootschaliger bouwstructuren van achterliggende wijken op de lintstructuur aan.

Het fort is in 1786 aangelegd als onderdeel van de Grebbelinie, die van de Nederrijn bij de Grebbeberg bij Rhenen via Veenendaal, naar Amersfoort en tot aan het Eemmeer liep. Fort aan de Buursteeg is een ‘symmetrisch hoornwerk, omringd door natte grachten. De naam fort is eigenlijk misplaatst, het betreft hier namelijk geen Fort in de klassieke betekenis. Het Fort is veel meer een zogenaamd werk, wat vooral bestaat uit aarden wallen en waterpartijen. De idee voor deze werken was dat ze vrijwel onzichtbaar moesten opgaan in het landschap en dus voor de vijand vrijwel onherkenbaar waren. Daartoe werden de werken ook ingeplant met bomen en struiken. Het eventuele dunnings- en snoeihout werd op het fort gebruikt. Aan de noordzijde sluit het Fort aan op de Slaperdijk (ook wel Groeperkade) die dwars door het noordelijk deel van het Fort loopt en in het midden naar het westen afbuigt richting Batterij op de Schalmdijk. De Slaperdijk werd in 1652 al aangelegd om de Gelderse Vallei tegen overstroming in geval van een doorbraak van de Grebbedijk. De Arnhemseweg tussen De Klomp en Renswoude doorsnijdt deze dijk, die daar nog steeds met balken (nog vindbaar in een naburige loods) kan worden afgesloten.

Het Fort wordt sinds 1846 doorsneden door de spoorlijn Arnhem–Utrecht, waardoor aan- en afvoer van materieel en manschappen goed kon worden georganiseerd en vanuit het fort de spoorlijn kon worden verdedigd. Deze doorsnijding is dus historisch bepaald en vormt daarmee een onlosmakelijk geheel met het Fort. Dit geldt eveneens voor het feit dat er in de loop der tijd toch enkele gebouwen zijn verrezen. Circa 200 jaar geleden waren er houten manschappenloodsen, een stenen wachthuis en een ‘boerderij beschreven’. Meer recent zijn de relicten uit de 2e wereldoorlog op het zuidelijke deel, te weten een kazemat en een bunker die onderdeel was van de Pantzerstellung. Het fort is vanuit stedenbouwkundig, architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt van belang voor de gemeente Veenendaal vanwege zijn onderdeel aan de Grebbelinie.

Het ensemble onderscheidt zich, ondanks de wijzigingen, nog steeds als goed herkenbaar “historisch lint” binnen het stedelijk weefsel van Veenendaal en is daarom van cultuurhistorische waarde. De kruising met de A12 is zo veranderd dat de historische context hier verdwenen is, maar toch is besloten de structuur als geheel op de kaart te zetten.

63

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

3. Munnikenweg

4. Ruisseveen (park in west)

Het kleine ensemble van de Munnikenweg ligt aan de zuidrand van het Vendel, de noordelijke van de twee stuwwallen op Veenendaals grondgebied. Vanwege de ruimtelijke transitie van de rest van de Munnikenweg hebben we alleen dit kleine deel als ensemble meegenomen.

Er zijn enkele locaties in Veenendaal te vinden waar het historisch cultuurlandschap in de groeiende kern is ingepast. Ruisseveen is daarvan een fraai voorbeeld. Alhoewel het omringende groen is omgevormd tot een parkachtige setting en het cultuurlandschap als zodanig niet meer volledig herkenbaar is, heeft de aanwezige bebouwing wel wat ‘lucht’ in een sterk verstedelijkte omgeving.

De Munnikenweg liep vroeger naar klooster Nieuwlicht dat zich in Utrecht bevond en in 1392 was gesticht. De naam verwijst waarschijnlijk naar de Karthuizermonniken van het klooster. Zij waren eigenaar van een deel van de Emmikhuizerberg en het Groote Veenloo. P. Will (2000). Veenendaal, straat in straat uit. Betekenis. HVOV

64

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Griften / oude linten

5a Gelders-Benedeneind / Grebbeweg

De ‘kurk’ waar de Veenendaalse landschaps-geschiedenis op drijft is de structuur van griften en daarlangs liggende wegen, paden en veendijken. Alhoewel vrijwel volledig gedempt is de structuur nog redelijk tot goed herkenbaar. In de plattegrond van Veenendaal zijn de oude wegen en watergangen nog zichtbaar; dit zijn de zogeheten (oude) linten. Voor de exploitatie van de venen werd de oude Grift verbeterd en uitgebreid in noordoostelijke uitbreiding richting naar de Eder venen (de Boveneindse Grift, nu Prins Bernhardlaan/Stationsstraat). Tegelijkertijd werd hij in nagenoeg westelijke richting (‘t Zand) doorgetrokken, waarbij tevens een tak in zuidelijke richting werd aangelegd, de Kerkewijk. De Grift vertakte zich dus in een vork, de zogenaamde Zwaluwstaart (thans Zwaaiplein geheten).

Lintstructuren aan weerszijden van het Valleikanaal, bestaande uit het Benedeneind en de Grebbeweg. De oorspronkelijke bebouwing, bestaande uit boerderijen, was georiënteerd op het kanaal. De Grebbeweg, die thans de achtererven ontsluit van de panden aan de zuidzijde van het kanaal, is pas in de tweede helft van de vorige eeuw aangelegd. Van de oorspronkelijke boerderijbebouwing zijn, vooral aan de zuidzijde van de grift, enkele verbouwde voorbeelden behouden gebleven. De linten zijn in het recente verleden verdicht met enkele nieuwe woonhuizen. De Grebbeweg is onderdeel van het buitengebied. De cultuurhistorische waarden zijn sterk verbonden met de landschappelijke opbouw van het gebied in combinatie met bebouwingscluster gericht naar de Grift.

65

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

5b Valleistraat -Verlaat

5c Zandstraat

Het Verlaat en de Valleistraat zijn onderdeel van de oorspronkelijk 16e-eeuwse hoofdstructuur van de veenontginning en al eeuwenlang ook één van de hoofdbebouwingslinten in Veenendaal. Dit is waar de oorspronkelijke Grift richting Zwaaiplein liep. De oude structuur is nog steeds herkenbaar aan de grotendeels kleinschalige lintbebouwing, die zich duidelijk onderscheid van de aan weerszijden aangelegde veelal naoorlogse woonwijken. De bebouwing bestaat uit vrijstaande of in korte of langere blokken geschakelde woningen van één of twee bouwlagen met kap, de oudere bebouwing dateert hoofdzakelijk uit de eerste helft van de 20e eeuw. Op vele plaatsen zijn nieuwe woningen ingevoegd of takken grootschaliger bouwstructuren van achterliggende wijken op de lintstructuur aan. In het bijzonder in het noordelijke deel van de straat bleven aan de noordzijde relicten van oude verkavelingsstructuren intact.

De Zandstraat is een deel van de oorspronkelijk 16e-eeuwse hoofdstructuur van de veenontginning en al eeuwenlang ook één van de hoofdbebouwingslinten in Veenendaal. Het oostelijke deel van de straat (ten oosten van Weverij) heeft aan de zuidzijde een deels historische, dicht bebouwde straatwand behouden. De bebouwing bestaat uit vrijstaande geschakelde woningen of winkelpanden van één of twee bouwlagen met kap, de oudere bebouwing dateert hoofdzakelijk uit de eerste helft van de 20e eeuw. In het bijzonder aan de zuidzijde van de straat bleven spaarzame relicten van oude verkavelingsstructuren intact.

Het ensemble onderscheidt zich, ondanks de wijzigingen, nog steeds als goed herkenbaar “historisch lint” binnen het stedelijk weefsel van Veenendaal en is daarom van cultuurhistorische waarde.

66

Het ensemble onderscheidt zich, ondanks de wijzigingen, nog steeds als goed herkenbaar “historisch lint” binnen het stedelijk weefsel van Veenendaal en is daarom van cultuurhistorische waarde.

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

5d Prins Bernhardlaan/ Stationsstraat

5e Hoofdstraat, Markt en Achterstraatje

De as Prins Bernhardlaan – Stationsstraat is onderdeel van de oorspronkelijk 16e-eeuwse hoofdstructuur van de veenontginning en al eeuwenlang ook één van de hoofdbebouwingslinten in Veenendaal. Na komst van het station in Veenendaal – De Klomp in de 19e eeuw werd de Stationsstraat een belangrijke verbinding naar dit station en verdichtte zich het bebouwingslint. Door de straten die we vandaag de dag kennen als de Prins Bernhardlaan en de Stationsstraat lag water: de Boveneindse Grift. Tussen 1936 en 1939 werd het water gedempt. Dat jaar kreeg de straat haar nieuwe naam. De oude structuur is nog steeds herkenbaar aan de deels kleinschalige lintbebouwing, die zich duidelijk onderscheid van de aan weerszijden aangelegde veelal naoorlogse woonwijken. De bebouwing bestaat uit vrijstaande of in korte of langere blokken geschakelde woningen van één of twee bouwlagen met kap, de oudere bebouwing dateert hoofdzakelijk uit de eerste helft van de 20e eeuw. Nabij het centrum bepalen winkelwoonhuizen het beeld, noordelijker bevinden zich langs de straat nog envkele oudere blokken geschakelde arbeiderswoningen. Op vele plaatsen zijn nieuwe woningen ingevoegd of takken grootschaliger bouwstructuren van achterliggende wijken op de lintstructuur aan.

Kerngebied van het veenontginningsdorp, bestaande uit lintbebouwing langs de hoofdstructuur, de Hoofdstraat en het noordelijke deel van Kerkewijk. Deze hoofdstructuur wordt nog deels gekenmerkt door smalle diepe kavels en dicht opeen staande huizen. De omgeving van de Oude Kerk met de Markt, gelegen op een hoogte, haakt aan de westzijde op de lintstructuur aan. Hier vindt men de oudste bewaard gebleven bebouwing van Veenendaal. Langs de Hoofdstraat ontwikkelde zich vanaf circa 1900 een winkellint, met vele winkels met bovenwoningen in de eerste helft van de vorige eeuw gangbare bouwstijlen. Ondanks modernisering van de winkelpuien en grootschaliger ingrepen binnen de gevelwanden is dit beeld goed herkenbaar gebleven.

Het ensemble onderscheidt zich, ondanks de wijzigingen, nog steeds als goed herkenbaar “historisch lint” binnen het stedelijk weefsel van Veenendaal en is daarom van cultuurhistorische waarde.

67

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

5f Kerkewijk Lintbebouwing uit in hoofdzaak de eerste helft van de 20e eeuw, langs oudere structuur, onderdeel van de hoofdas in de veenontginning. De bebouwing kwam tot stand als vroeg 20e-eeuwse dorpsuitbreiding en bestaat uit villa’s en grote woonhuizen, kerken, een monumentale school en het historische complex van Ritmeestersigarenfabriek. Het ensemble geeft een goed beeld van de stedenbouwkundige ontwikkeling van Veenendaal langs oude lijnstructuren in het begin van de 20e eeuw. In het gebied bevinden zich veel waardevolle gebouwen. Eeuwenlang was de Kerkewijk de doorgaande route van de Betuwe naar de Veluwe. „Van het Ingensche Veer naar De Klomp. De geschiedenis van de Kerkewijk geeft inzicht in de ontwikkeling van Veenendaal sinds het midden van de negentiende eeuw. Textiel- en sigarenfabrieken boden tot ver na de Tweede Wereldoorlog werkgelegenheid aan nogal wat inwoners van het dorp: Hollandia Tricotage, de Cravattenfabriek van Roessingh, Ritmeester, Panter, Cavansa. De historie van de Kerkewijk weerspiegelt de geschiedenis van het snelgroeiende dorp Veenendaal.” Veel van wat in het begin van de twintigste eeuw aan fabrieken en villa’s werd gebouwd is alweer gesloopt, stelt Pilon vast. Sommige panden zijn overeind gebleven, zoals de Teekenschool, de marechausseekazerne en de gereformeerde Brugkerk.

De vroegere christelijke ulo-school is nu een notariskantoor; in een voormalig pand van sigarenfabriek Ritmeester is de Nederlandse Patiënten Vereniging gevestigd. De hervormde Patrimoniumschool kreeg een nieuw pand. Rond 1550 werd de Bisschop Davidsgrift vanaf het Zwaai in westelijke richting doorgetrokken, waarbij deze een zijtak naar het zuiden langs het Kleine Veenlo kreeg: de Kerckenwijck. Onbekend is hoever deze Kerckewijck door68

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

gelopen heeft. De Kerkewijk was onderdeel van de hoofdas in de veenontginning. In oude bronnen staat beschreven dat rond 1600 aan de Kerkewijk op de grens met Rhenen tol werd geheven. Met de inkomsten van de tol kon destijds de weg onderhouden worden. De Kerkewijk diende als toegangsweg tot Veenendaal. Toen in 1845 de Rijnspoorlijn werd aangelegd tussen Utrecht en Arnhem, was een rijksstraatweg vanaf station De Klomp naar het Ingense Veer bij Elst vereist. Deze rijksstraatweg liep via de Kerkewijk richting Elst. De Hoofdstraat werd in 1845 gedempt en de rijksstraatweg werd aangesloten op de in de kerkewijk aanwezige ‘straatweg’. Tijdens de industriële ontwikkeling verschenen aan de Kerkewijk veel villa’s van de fabrieksdirecteuren uit het dorp. Een voorbeeld van zo’n directeurswoning is Kerkewijk 63. Een directeursvilla die bij de Ritmeesterfabriek hoorde. De vele opkomende fabrieken langs de Kerkewijk zorgde begin 20e eeuw voor een toename van verkeersdrukte op de weg. Het noordelijke deel tussen het Omleidingskanaal en de Stationssingel bestaat uit lintbebouwing hoofdzakelijk uit de eerste helft van de 20e eeuw: villa’s en grote woonhuizen, de Brugkerk, een monumentale school en het historische complex van Ritmeestersigarenfabriek. Enkele gebouwen zijn in of kort na de Tweede Wereldoorlog vernieuwd.

Het gedeelte ten zuiden van de Spoorlaan tot aan de gemeentegrens is eveneens onderdeel van de hoofdas in de veenontginning. De bebouwing kwam tot stand als vroeg 20e-eeuwse dorpsuitbreiding en bestaat voornamelijk uit villa’s en grote (dubbele) woonhuizen. Bijzondere gebouwen zijn het naoorlogse complex van het Christelijk Lyceum en de eveneens naoorlogse Petrakerk. Bron: Historische Vereniging oud Veenendaal (2005). Geschiedenis van Veenendaal 2. Hardenberg, Verenigde Offset-bedrijven bv; Raap-rapport 2018

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

6 Dijkstraat

7 Bergweg

In het westen bevindt zich het ensemble van de Dijkstraat, bestaande uit de weg, de zuidelijk daarvan liggende erven en een deel van het daarachter liggende landschap. Hoeveel landschap we bij het ensemble hebben gevoegd heeft te maken met zichtbaarheid en met ingevoegde latere nieuwe functies, zoals villa’s.

De Bergweg heeft waarschijnlijk zijn naam gekregen omdat het vroeger de dichtste weg bij ‘De Berg’ (de Utrechtse Heuvelrug) was. De Bergweg is een oude landweg van Kerkewijk richting Prattenburg, die vanaf de jaren 20-30 werd opgenomen in de dorpsuitbreiding ten westen van Kerkewijk. Er kwam lintbebouwing in de vorm van vrijstaande en dubbele middenstandshuizen in ruime tuinen. In de jaren 50 werden nog diverse (dubbele) woningen toegevoegd. Tegenover de aansluiting van de Van Hogendorpstraat werd aan de westzijde van de Bergweg een plantsoen aangelegd. Op nr. 47 staat de pastorie van de Gereformeerde kerk uit 1947.

De Dijkstraat is iets hoger gelegen ten opzichte van het omliggende land en een deel van de straat was tot in 1934 nog onverhard. De Dijkstraat ontleend zijn naam waarschijnlijk aan het feit dat de straat naar de Slaperdijk loopt. In vroegere tijden werd de Dijkstraat ook wel de Hondzenelleboog of plat de Hondskont genoemd. P. Will (2000). Veenendaal, straat in straat uit. Betekenis. HVOV

Een deel van dit ensemble hoort bij het Buitengebied. De cultuurhistorische waarden zijn sterk verbonden met de landschappelijke opbouw van het gebied.

P. Will (2000). Veenendaal, straat in straat uit. Betekenis. HVOV; Raap rapport 2018

Het ensemble bevindt zich merendeels in het stedelijk gebied. De kleinschaligheid is hier aan de licht buigende weg, de verkaveling en de aanwezige bebouwing nog herkenbaar.

69

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

8 Middellaan

9 Middelbuurtseweg

De Middellaan werd voorheen, samen met de Middelbuurtseweg het Middelbuurtsepad genoemd. De Middelbuurt was een van de vier buurtschappen die Veenendaal telde. Het pad leidde door die buurtschap. Op de kadastrale kaart van 1832 komt het Middelbuurtsepad al voor. Het pad liep van de Kerkewijk tot aan de gemeentegrens met Rhenen. In 1886 werd de spoorlijn Amersfoort-Kesteren aangelegd, dat het pad doorkruiste. Het pad ten westen van de spoorlijn kreeg in 1933 officieel de naam Middellaan. De Middellaan heeft een heel ander karakter dan de Middelbuurtseweg, die voorheen samen het Middelbuurtsepad vormde. De weg heeft een meer stedelijk karakter.

De Middelbuurtseweg werd voorheen, samen met de Middellaan het Middelbuurtsepad genoemd. De Middelbuurt was een van de vier buurtschappen die Veenendaal telde. Het pad leidde door die buurtschap. Op de kadastrale kaart van 1832 komt het Middelbuurtsepad al voor. Het pad liep van de Kerkewijk tot aan de gemeentegrens met Rhenen. In 1886 werd de spoorlijn Amersfoort-Kesteren aangelegd, die het pad doorkruiste. Het pad ten oosten van de spoorlijn kreeg in 1933 officieel de naam Middelbuurtseweg.

P. Will (2000). Veenendaal, straat in straat uit. Betekenis. HVOV

Er is hier weliswaar geen relatie met het historisch cultuurlandschap meer aanwezig, maar de kleinschalige bebouwing, de gebogen weg en de verkaveling zijn nog karakteristiek voor een organisch gegroeide voormalige plattelandsnederzetting.

70

P. Will (2000). Veenendaal, straat in straat uit. Betekenis. HVOV

Bij dit ensemble is nog sprake van een landelijke setting. Het beeld wordt echter deels bepaald door het aanwezige bedrijventerrein aan de noordzijde. Het voormalige agrarisch karakter staat onder druk, doch de landelijk ingerichte weg en de nodige beplanting zorgen met de resterende bebouwing nog voor een karakteristiek landschappelijk beeld. De cultuurhistorische waarden zijn sterk verbonden met de landschappelijke opbouw van het gebied in combinatie met lintbebouwing.

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

10 Prattenburg

11 Hondzenelleboog (park in west)

Zuidelijk van het ensemble van de Dijkstraat bevindt zich rond de Zandheuvelweg een deel van het landgoed Prattenburg. Het gaat om uitlopers van het bosgebied van de Heuvelrug, die als lijnvormige houtwallen de langgerekte agrarische gronden omlijsten. Hierdoor is de karakteristieke verkaveling nog goed herkenbaar. In deze houtwallen ligt een aantal wandelpaden die de bebouwde kom van Veenendaal verbinden met het bosgebied van Prattenburg. Er staan nog enkele fraaie boerderijen, waarbij ook de achterliggende strokenverkaveling nog gaaf bewaard is gebleven. Het ensemble loopt verder door in de gemeente Rhenen en is dus onderdeel van een groter geheel. De landgoedkern van Prattenburg ligt immers op Rhenens grondgebied.

Naast Ruisseveen is Hondzenelleboog ook als ‘groene inprikker’ vormgegeven: er is een groene zone in een jonge uitbreidingswijk gereserveerd ter plaatse van een vroegere buurt. Weliswaar is er van historische bebouwing geen sprake meer (deze is waarschijnlijk voorafgaand aan de bouw van de wijk volledig gesloopt), maar de groene zone laat als structuur wel wat zien van de vroegere bewoningsstructuur van het gebied.

Het ensemble is onderdeel van het buitengebied. De cultuurhistorische waarden zijn sterk verbonden met de landschappelijke opbouw van het gebied. Voor meer informatie over landgoed Prattenburg:https://www.prattenburg. nl/index.php

71

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

72

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Beatrixstraat 1900 -1940 Kleinschalige vroeg 20e-eeuwse dorpsuitbreiding, binnen de structuur van de veenontginning. De Beatrixstraat ligt parallel aan de Hoofdstraat. Het ensemble bestaat uit eenvoudige lintbebouwing langs de woonstraat. De bebouwing bestaat uit arbeiders- en kleine middenstandswoningen, deels in kleine complexen met de rooilijn aan de straat. De westelijke gevelwand wordt onderbroken door de Christelijk Gereformeerde kerk uit 1926. Vrij gaaf historisch straatbeeld, kenmerkend voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van Veenendaal in de vroege 20e eeuw.

73

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Gortstraat 1900 -1940 Kleinschalige vroeg 20e-eeuwse dorpsuitbreiding, binnen de structuur van de veenontginning. Het ensemble bestaat uit eenvoudige lintbebouwing langs woonstraat, overwegend uit de jaren 20 en 30, langs het zuidelijke deel van de Gortstraat en de haaks hierop aansluitende Rozenstraat. De bebouwing bestaat uit vrijstaande en geschakelde arbeiderswoningen, deels in kleine complexen. Ondiepe voortuintjes. Vrij gaaf historisch straatbeeld, kenmerkend voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van Veenendaal in de vroege 20e eeuw.

74

3 Gebieden

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Franse Gat: 1940 - 1965 Het Franse Gat staat in een aantal opzichten model voor een vroeg naoorlogse wijk, gerealiseerd tussen 1940 en 1960: de wederopbouw. De volgende kenmerken, die hierna uitgebreider worden beschreven, zijn van toepassing op het Franse Gat: −−Herhaling van eenheden, rationalisering van de bouw −−Stedenbouwkundig overgangsmodel van gesloten naar open bouwblok −−Afwisseling tussen hoog- en laagbouw −−Bescheiden omvang van de wijk −−Veel groen −−Sobere architectuur −−Samenhang tussen groen, stedenbouw en architectuur Ensemblewaarde De wijk bezit een grote ensemblewaarde: samenhang tussen verkaveling, groen, straten en plaats van de gebouwen. Het stratenpatroon komt nog grotendeels overeen met het oorspronkelijke plan. De bebouwing is grotendeels oorspronkelijk en gelijktijdig binnen hetzelfde stedenbouwkundig concept tot stand gekomen op basis van de Voorschriften bij het Uitbreidingsplan uit 1943. De bouwblokken zijn op elkaar afgestemd, hebben overeenkomstig siermetselwerk op verschillende plekken in de wijk en zijn grotendeels opgetrokken in uniforme materialen: bakstenen gevels in overwegend dezelfde kleur, met pannen gedekte zadeldaken en houten kozijnen. Veelal gaat het om de stedenbouwkundige samenhang in plaats van de architectonische kwaliteit van de woningen.

Architectuurhistorische waarde De architectuur is door de tijd waarin de wijk tot stand kwam weliswaar sober, maar de bouwblokken zijn zorgvuldig vorm gegeven, waardoor de wijk een beperkte architectuurhistorische waarde bezit. De architectuur is overigens mede ingegeven door de schaarste aan bouwmaterialen. De architectonische waarde zit vooral in de samenhang tussen de gebouwen: de wijk is een stedenbouwkundige eenheid met enkele bijzondere plekken. Dat is terug te zien in de ligging van groen, gebouwen en functies. Zie de kaart met architectonische ensembles op de vorige pagina en in de (subtiele) verschillen tussen de woningen. Er is een samenhang in beeld tussen de woningen: een (architectonische) kwaliteit bereikt met schaarse middelen. Daar waar de woningen op het eerste gezicht hetzelfde lijken, blijken de woningen per buurt verschillend.

75

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Kenmerken van het Franse Gat: −−Bij de realisering van de naoorlogse woningen en wijk lagen de nadruk op snel en goedkoop bouwen. Dit werd bereikt door standaardisatie en systematisering van de bouw en door herhaling van eenheden, zoals zichtbaar in de straten tussen Jan Goyenstraat en de Paulus Potterstraat. −−De stedenbouwkundige opzet van het Franse Gat, waarbij niet meer gekozen is voor volledig gesloten bouwlokken maar voor meer openheid, is kenmerkend voor de vroeg naoorlogs wijk. −−De vroege naoorlogse wijken, zoals Het Franse Gat, waren nog bescheiden van omvang ten opzichte van latere uitbreidingswijken. −−De afwisseling tussen hoog- en laagbouw is een kenmerkend en beeldbepalend fenomeen. De hoge bebouwing staat op bijzondere plekken in de wijk en langs de randen: zij kaderen het gebied af. −−Het stratenpatroon van het Franse Gat is regelmatig. De woningen, overwegend laagbouw, zijn steeds in een rechthoekig blok gegroepeerd, met een groot open binnenterrein of diepe achtertuinen. −−De langere straten zijn gebogen, wat de wijk een vriendelijke uitstraling geeft. −−Behalve woningen is er ook voorzien in andere faciliteiten zoals scholen, winkels, kerken en bedrijven. −−De architectuur is, zoals gebruikelijk in de wederopbouw-periode sober maar zorgvuldig uitgevoerd.

De bouwblokken zijn ingetogen, ondergeschikt aan de stedenbouwkundige opzet, en ontlenen hun kwaliteit aan de samenhang in de wijk, tussen de gebouwen, het groen en de openbare ruimte. Zo is bijvoorbeeld door de hele wijk bijna overal dezelfde kleur baksteen gebruikt, zijn de zadeldaken overal met dezelfde kleur pannen gedekt en zijn de kozijnen overwegend van hout. Dit geeft de wijk een uniforme uitstraling. −−Die uniforme uitstraling werd destijds verstrekt door de oorspronkelijke uniformiteit in de voortuintjes. Deze waren allemaal omzoomd met ligusterhaagjes. Onder de paragraaf Bijzondere Bepalingen is beschreven dat “de bij een woning behorende grond met worden afgescheiden door een levende haag […] met een maximum hoogte van 1.20 meter aan de wegzijde en 1.80 meter voor de overige erfafscheidingen.” Dit beeld is niet meer aanwezig. −−Op een subtiele manier is aandacht besteed aan de architectuur, met zogenaamde “misbaksels” en op andere gevels hetzelfde patroon, met terugliggende stenen. −−Aan het elektriciteitshuisje aan de Jan Steenlaan is meer zorg besteed dan aan menig trafohuisje tegenwoordig. −−De Voorschriften van het Uitbreidingsplan uit 1943 zijn zeer gedetailleerd.

76

3 Gebieden

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Er is precies beschreven op welke plekken erkers zijn toegestaan en wat de maximum toegestane omvang is. Zo is ook de plaatsing van achteruitbouwen en bijgebouwen nauwkeurig vastgelegd. Het vrijhouden van berm, groenstrook en plantsoenen, plaats en omvang van dakvensters is eveneens vastgelegd. −−Het Franse Gat is als een van de weinige naoorlogse wijken gezegend met een tastbare herinnering aan de historie, namelijk een bomenlaantje van boerderij De Geer. Dit is bewust in het stedenbouwkundig ontwerp betrokken.

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Kanaalweg 1900 -1965 De kadebebouwing langs het Omleidingskanaal, aan de Kanaalweg, is sterk verbonden met de bebouwing aan de Kerkewijk. De bebouwing kwam tot stand als vroeg 20e eeuwse dorpsuitbreiding. Enkele gebouwen zijn door brand verwoest tijdens WOII. Tijdens enn na de Tweede Wereldoorlog zijn panden vernieuwd en nieuwe panden gerealiseerd. De kadebebouwing bestaat uit vrijstaande en geschakelde woningen. Het ensemble geeft een goed beeld van de stedenbouwkundige ontwikkeling van Veenendaal langs oude lintstructuren in het begin van de 20e eeuw. In het gebied bevinden zich enkele waardevolle gebouwen, waaronder enkele gemeentelijke monumenten.

Op de foto enkele panden aan de Kanaalweg 77

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Kostverloren

Keucheniusstraat - Dr. Kuyperstraat - Savornin Lohmanstraat

1900 -1940

1890 - 1940

Klein ensemble, tegenover uit de historische oude begraafplaats. Lintbebouwing westelijk langs de straat Kostverloren, onderdeel van een eenvoudige vroeg-20e-eeuwse dorpsuitbreiding, binnen de structuur van de veenontginning ten westen van het dorpscentrum. De bebouwing bestaat uit een lint dubbele kleine middenstandswoningen uit het interbellum, met voortuintjes en geschakelde arbeiderswoningen direct aan de openbare weg.

Tuindorpachtig complex uit 1920, schuin geplaatste woonblokken en complexen met geschakelde woningen Keucheniusstraat en Dr Kuyperstraat hebben status van gemeentelijk monument. Savorin Lohmanstraat niet.

78

Dorpsuitbreiding uit het interbellum, bestaande uit twee parallel gelegen woonstraten, binnen de structuur van de veenontginning, evenwijdig aan Kerkewijk. Aan beide straten bevinden zich markante complexen in (kleine) blokken geschakelde arbeiderswoningen. In de Keucheniusstraat, Kuyperstraat en aansluitende zijstraatjes betreft het een tuindorpachtig complex uit 1920 van de protestantse Patrimonium’s Bouwvereniging. De blokken zijn zodanig schuin geplaatst dat de suggestie van gebogen gevelwanden en lange pleinruimten wordt gewekt. De lintbebouwing aan de De Savornin Lohmanstraat dateert uit 1935 en bestaat uit dubbele arbeiderswoningen met markante hoge zadeldaken. Binnen het gebied bevinden zich ook complexen geschakelde woningen, gebouwd door het bedrijf Hollandia (P.H. van Rijnstraat, De Savornin Lohmanstraat, oneven nummers). Vrij gaaf historisch straatbeeld, kenmerkend voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van Veenendaal in de vroege 20e eeuw.

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Tuindorpen staan bekend als schilderachtige woonbuurten met een kleinschalige stedenbouwkundige structuur en een rijke architectuur. Het karakter van de tuindorpen wordt sterk bepaald door de samenhang tussen stedenbouwkundige structuur, bebouwing, openbare ruimte en groen. In de openbare ruimte ligt de nadruk op de scheiding tussen openbaar en privé, met duidelijke begrenzingen zoals heggen of muurtjes. De bebouwing bestaat uit architectuureenheden met rijen huizen die een samenhangend beeld vormen. Typerend is de helderheid van de simpele hoofdvormen met één of twee bouwlagen en variërende kappen. Van groot belang voor het straatbeeld zijn de bindende elementen zoals doorlopende goten en kappen en het metselwerk. Ook herhaling van gelijksoortige elementen als voordeuren, ramen, balkons, dwarskappen en dakkapellen zijn bepalend voor het beeld en zorgen voor ritmiek. Accenten zijn aangebracht op de hoeken. De kap speelt een grote rol in het dorpse karakter en zorgt voor samenhang per rij. Deze is veelal nadrukkelijk en komt in verschillende vormen, hellingen, hoogtes en richtingen voor. (bron: deschoohheidvanamsterdam2016-tuindorpen)

79

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Larikslaan - Dennenlaan: 1940-1965 Buurtje opgebouwd uit lange blokken schakelde eengezinswoningen en beneden-bovenwoningen in traditionalistische wederopbouw architectuur. Het ensemble is in de huidige situatie een overgang tussen twee stedenbouwkundige structuren, namelijk ten noorden en zuiden van stedenbouwkundig ensemble. Binnen de structuur van het plangebied is een verdere specificering te geven. De bebouwing in het plangebied, te weten de blokken aan de Dennenlaan 2737, 39-53, 55-65 en 67-73 en Sparrenlaan 27-29 zijn hetzelfde vormgegeven en dateren uit 1949. Het bouwblok aan de overzijde, aan de Dennenlaan 26-34, dateert uit 1954. Er zijn onder- en bovenwoningen (duplexwoningen) en grondgebonden woningen. Duplexwoningen zijn zeer kenmerkend voor de wederopbouwperiode. Om de toenmalige woningnood te verminderen werden grondgebonden woningen opgedeeld in een onder- en bovenwoning: een zogeheten duplexwoning. Na verloop van tijd zouden deze kleine woningen samengevoegd kunnen worden tot één grotere woning. Deze blokken met duplexwoningen vormen een ensemble met het blok eengezinswoningen aan de overzijde (Dennenlaan 38-48) en de woningen aan de Larikslaan. Ook het trafohuisje op de kruising van de Dennenlaan en de Boslaan, daterend uit 1957, kan tot dit ensemble worden gerekend. Rooilijnen In de stedenbouwkundige context is een subtiel spel met rooilijnen aanwezig.

De huidige bebouwing in het plangebied staat met de voorgevels op de doorlopende rooilijn die deze zijde van de Dennenlaan karakteriseert. Aan de zuidzijde van de Dennenlaan verspringt de rooilijn trapsgewijs, waardoor subtiele zichtlijnen op de zijgevels van de bouwblokken ontstaan. Een meer markante zichtlijn is herkenbaar wanneer vanuit de Larikslaan naar het plangebied wordt gekeken. De bebouwing in het plangebied komt voorbij de 80

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

voorgevelrooilijn van de westelijke bebouwing van de Larikslaan waarmee deze duidelijk in het straatbeeld zichtbaar is. Bebouwingskenmerken De bebouwing is kenmerkend voor zijn tijd. Dit beperkt zich niet enkel tot de aanwezigheid van de duplexwoningen, maar ook karakteristieke bebouwingskenmerken. De bouwkundige staat van de woningen is wisselend. Te zijner tijd zal een keuze moeten worden gemaakt tussen renoveren of slopen. Daarbij is een belangrijke randvoorwaarde het behouden of terugbrengen van karakteristieke bebouwingskenmerken, waarmee een hedendaagse architectuur kan worden verbonden aan het ‘verhaal’ van dit stedenbouwkundige ensemble. Karakteristieke elementen in de huidige bebouwing zijn: • De bebouwing is vormgegeven in de traditionalistische stijl van de Delftse School, met soms een voor die periode relatief steile kap. • In de bebouwing is een heldere ritmiek te herkennen, veroorzaakt door de gevelindeling, dakkapellen en de schoorstenen. • Er is gebruik gemaakt van een verfijnde detaillering van het metselwerk. • Bij sommige rijen zijn kleine dakkapellen, bekleed met zink. Het op een eigentijdse manier implementeren van bovenstaande karakteristieken is, samen met de cultuurhistorische en stedenbouwkundige aspecten, een randvoorwaarde voor ondehoud, renovatie en (ev nieuwbouw.

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Korenbloemstraat - Goudsbloemstraat

Salamander

1940-1965

1965 - 1980

Kleine vroeg naoorlogse buurt aan de westrand van de grotendeels vooroorlogse woonwijk ten noorden van de kern van Veenendaal. Het complex grenst aan de Rondweg West. Buurtje opgebouwd uit vier “stempels”: herhaling van een eenheid van eengezinswoningen, lage seniorenwoningen en portiekflats gelegen om een plantsoen en parkeergelegenheid. Complex uit 1963, architectuur een mix van traditioneel en functionalistisch (= shake hands) met flauw hellende daken en bakstenen gevels. Alle type woningen georganiseerd om het groen. Het ensemble is een goed bewaard voorbeeld van een stempelbuurtje uit de jaren 60 in Veenendaal en daarmee kenmerkend voor de naoorlogse stedenbouw.

Villawijk in het zuidelijke deel van Veenendaal, ten westen van de Kerkewijk en in het zuiden aan de gemeente Rhenen. De wijk heeft een eenvoudig orthogonaal stratenpatroon, dat de structuur van de veenontginning deels volgt. De bouwblokken zijn verkaveld in grote rechthoekige percelen en vanaf circa 1970 bebouwd met grote vrijstaande villa’s en bungalows. Onderdeel van de structuur de wijk zijn verschillende noord-zuid gerichte houtsingels, die voornamelijk in het openbare gebied liggen, maar soms ook in de achtertuinen. Door de grote tuinen en de groene bermen langs de straten Zuylenburg en Sandenburg heeft de buurt het karakter van een rustieke groene villawijk. Het ensemble is de enige rustieke groene villawijk in zijn soort uit de periode van de jaren 70 in Veenendaal.

81

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Tarweveld - Gersteveld 1965 - 1980 Het hart van de wijk Dragonder-Noord bestaat uit een wijkpark met landschappelijk aanleg, een afwisseling van open weitjes, beboste delen, waterpartijen en een netwerk van slingerende paden. In dit park staat twee grote stervormige galerijflats met drie ongelijke armen (circa 1974). In het noordelijke deel van het ensemble (Ronde Erf) bevindt zich een deels vernieuwd wijkcentrum met scholen, winkelcentrum en kerk in oorspronkelijk structuralistische opzet met complex gelede bouwmassa’s (circa 1975-1976). Dit gedeelte toont de omslag in het stedenbouwkundig denken richting meer kleinschaligheid en differentiatie. Het winkelcentrum is volledig vernieuwd. Het ensemble (het zuidelijke deel met sterflats en groen) is in structuur en bebouwingsbeeld gaaf behouden gebleven en zeer kenmerkend voor het hoge ambitieniveau in de Veenendaalse stadsontwikkeling eind jaren 60 begin jaren 70.

82

3 Gebieden

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

Vrekenhorst 1980 -1985 Buurt binnen de wijk Het Ruisseveen, omstreeks 1980 gebouwd en bestaande uit enkele wooncomplexen langs een nieuw gegraven gracht met bruggen en halverwege een opvallende knik met verbreding, met kademuren en terrassen. Aan het noordelijke uiteinde staat de bebouwing rond de ronde vijver. De richting van gracht en bebouwing volgt de structuren van de vroegere veenontginning. De bebouwing bestaat uit aaneengesloten blokken geschakelde eengezinswoningen met bakstenen en houten gevels, rode pannendaken en overbouwde doorgangen tussen hogere hoekaccenten. In de stedenbouwkundige opzet en architectonische uitwerking zijn kenmerken van het structuralisme te zien. Het ensemble is een goed en gaaf voorbeeld van stedenbouwkundige ontwikkeling uit de periode rond 1980.

83

1. Inleiding

2. Panden en objecten

2.2 Monumenten

Bijlage 1: Voorstel beeldbepalende panden en objecten

2.3 Beeldbepalende panden en objecten

3 Gebieden

Bijlage 2: Beschrijvingen van de integrale ensembles

Stad in de Stad In 1992 werden vijf bouwers en drie ontwikkelaars uitgenodigd om deel te nemen aan een ontwerpwedstrijd voor een gebied in het Petenbos. Bouwmaatschappij Van Elst bv. Won uiteindelijk de wedstrijd. Het zou een gebied worden dat aansluit op de structuur van de wijk doch afwijkt van de omgeving. Een gebied waar tot een vernieuwde uitwerking van de bekende woningtypen is gekomen. Vandaar de naam ‘Stad in de stad’. Aan de noordzijde wordt de Stad begrensd door het Bolwerk. Tien torens staan hier in een strak ritme langs het Schootsveld. Vanuit het noorden is via trappen en hellingbanen, de Gracht bereikbaar. Op twee plaatsen ligt er een brug over de Gracht. Deze bruggen verbinden de Hoektorens aan weerszijden van de Gracht. Schootsveld en Gracht vormen samen een natuurlijk ingericht gebied in de Stad met een potentiële ecologische waarde. Aan de overkant van het water liggen de Muurhuizen. De Muurhuizen lopen van Hoektoren tot Hoektoren en begrenzen het water aan de zuidzijde. In het midden omarmen zij een verbreding in de Gracht. Langs de houtwallen staan negen Wachters. De Wachters bewaken de toegangen tot de binnenkant van de Stad. Het verschil in ritme van houtwallen en Wachters levert een boeiend ruimtelijk spel op. De houtwallen zijn op een logische wijze in de Stad opgenomen. Binnen in de Stad liggen de Woonsteden. Zij delen de Stad op in drie Tuinen.

De Tuinen kunnen een eigen sfeer krijgen en zijn verschillend te gebruiken. Aan de zuidzijde wordt de Stad begrensd door de Kantelen. Via smalle paden kan de Stad hier worden verlaten. De Kantelen omsluiten langs de zuidzijde van de stad een reeks van Hoven. De Stad is aan 84

3.2. Integrale ensembles

3.3 Stedenbouwkundige ensembles

3.3 Agrarisch cultuurlandschap

Bijlage 3: Beschrijvingen van de stedenbouwkundige ensembles

deze zijde transparant. Twee Bastions vormen de hoeken van de Stad. Aan de oostzijde kan de Stad onder een poort door verlaten worden. Deze poort vormt samen met een Bastion en een Hoektoren het silhouet bij de Waterput.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11093528/1