CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.b Bijlage 1b - Bijlagen bestemmingsplan Zuivelspoor

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Zuivelspoor’32.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Eveneens zijn geen bodemlagen waargenomen die doen denken aan een voormalige bovengrond, zodat een historische verontreiniging ten gevolge van een voormalige boomgaard als zeer onwaarschijnlijk wordt gezien. Om deze verwachting extra te onderbouwen zijn van de twee meest verdachte bodemlagen mengmonsters samengesteld voor analyse op OCB’s. Deellocatie D: overig onverdacht terrein In boring 15 zijn van 0,3 tot 0,5 m-mv zwakke bijmengingen met rode baksteen en brokken kolengruis waargenomen. Deze grond is verdacht op verontreiniging en derhalve afzonderlijk geanalyseerd. Op basis van de analyseresultaten zijn de boringen 15A t/m 15D rondom verricht. Ook in de boringen 15B t/m 15D zijn zwakke bijmengingen met rode baksteen waargenomen en in boring 15C zijn ook stukjes kolengruis waargenomen. Hiermee is rekening gehouden bij de analyseopzet van het afperkend onderzoek. Er zijn geen andere puinsoorten aanwezig, waardoor het materiaal niet verdacht is op de aanwezigheid van asbest en een onderzoek conform NEN 5707 niet noodzakelijk is. Verder zijn er zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging. Ten aanzien van de bodemopbouw aan de westzijde van het pand wordt verwezen naar de omschrijving bij deellocatie A en die van onder het pand is omschreven onder deellocatie B.

Het enige deel van de locatie die nog niet is omschreven is het onbebouwde deel aan de oostzijde van de bebouwing langs de Zuivelstraat.

25

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

In onderstaande tabel zijn de civieltechnische eigenschappen weergegeven van 4 mengmonsters waarvan de korrelverdeling is bepaald. De resultaten zijn getoetst aan de RAW 2020 voor het bepalen van de hergebruikmogelijkheden en de k-waarde (doorlatendheid) is berekend. Tabel 3: Analyseresultaten en toetsing grond

Monsternr.1

1

2

3

4

Analyseresultaten Fractie < 2µm (%) Fractie < 20µm (%) Fractie < 63µm (%) Fractie >250µm (%) Gloeiverlies (%)

<2 2,93 6,4 68 0,5

<2 1,4 2,1 51 0,5

<2 2,38 7,7 52 0,5

<2 1,7 5,8 53 4,5

Zand in aanvulling/ophoging Fractie < 2µm <=8% Fractie < 63µm <=50% Geschikt voor aanvulling/ophoging

ja ja ja

ja ja ja

ja ja ja

ja ja ja

nee ja ja nee

ja ja ja ja

nee ja ja nee

nee ja nee nee

ja ja ja ja

ja ja ja ja

ja ja ja ja

ja ja nee nee

87,6 6,4 5,4 <2 284

95,9 2,1 1,1 <2 321

90,3 7,7 6,7 <2 302

91,2 5,8 4,8 <2 304

Draineerzand Fractie < 63µm <=5% Fractie >250µm >=50% Gloeiverlies <=3% Geschikt voor draineerzand Zand in zandbed Fractie < 63µm <=15% Fractie < 20µm <=3% Gloeiverlies <=3% Geschikt voor zand in zandbed Parameters t.b.v. bepaling k-waarde Zandfractie (63 – 2.000 µm) Leemfractie (0 – 63 µm) Siltfractie (2 – 63 µm) Lutumfractie (0 – 2 µm) M50 (µm)

Benaming zand Matig fijn Matig grof Matig fijn Matig grof K-waarde bij goede sortering (m/dag) 5 - 10 10 - 30 5 - 10 10 – 30 Berekende k-waarde (m/dag) 8,5 25,6 9,1 17,3 Beoordeling waterdoorlatendheid o.b.v. berekende k-waarde Redelijk Goed Redelijk Goed 1 02: 100-150, 03: 100-150, 06: 100-150, 10: 100-150 2 13: 120-150, 13: 200-250, 15: 150-200 3 16: 100-150, 16: 150-200, 17: 100-150, 17: 150-200, 22: 50-100, 23: 50-100, 23: 100-150 4 20: 70-120, 18: 100-150, 17: 200-250, 16: 200-250

In bovenstaande tabel is zichtbaar dat de zandlagen op de onderzoekslocatie op basis van korrelverdeling redelijk tot goed doorlatend zijn. Op basis van de gemiddelde korrelverdeling (M50) is er sprake van matig fijn tot matig grof zand. Op basis van de k-waarde is overal sprake van een redelijk tot goede doorlaatbaarheid. Onder het pand is sprake van matig fijn redelijk doorlatend zand die op basis van de analyses geschikt is voor zand in aanvulling/ophoging en zand in zandbed (monster 1). Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de aanwezigheid van grind was het de verwachting dat het zand onder

26

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

het pand een duidelijk betere doorlatendheid (en civieltechnische kwaliteit) heeft dan de rest van de onderzoekslocatie. In de boringen langs de Zuivelstraat zijn in tegenstelling tot het overig terrein, veenlagen aanwezig. Hiervan is de korrelverdeling niet bepaald. Indien hierboven een riool wordt aangelegd, zal de veenlaag verwijderd moeten worden om verzakkingen/zettingen te voorkomen. Door (chemische) oxidatie of een veranderende bovenwaartse druk kan deze laag inklinken en kunnen er zettingen ontstaan. De niet humeuze bodemlagen boven en onder deze veenlaag zijn civieltechnisch gezien goed (monster 2). De doorlatendheid van deze laag is relatief goed (26,5 m/dag), waarbij in ogenschouw dient te worden gehouden dat het een mengmonster betreft van het zand boven en onder een veenlaag. De tussenliggende veenlaag zal infiltratie belemmeren. Van de ondiepere humeuze bodemlagen langs de Zuivelstraat is het gloeiverlies bepaald (deellocatie D). Deze varieert van 3,1 tot 9,5 en is hiermee tenminste niet schikt voor zand in zandbed. Aan de westzijde van de bebouwing zijn humeuze bodemlagen waargenomen (geen veen). Van zowel het niet humeuze als zwak humeuze zand is de korrelverdeling bepaald (monster 3 en 4). Het niet humeuze zand (monster 3) is geschikt voor zand voor ophoging/aanvulling en zand voor zandbed en heeft een doorlatendheid van ongeveer 9,1 m/dag.

Het wordt gezien als redelijk doorlatend. Het mengmonster van de humeuze bodemlagen is conform het RAW alleen geschikt voor ophoging/aanvulling. De doorlatendheid van 17,3 zal door het aanwezige humus een overschatting zijn. De matig humeuze bodemlagen zijn niet geanalyseerd, maar slechter van kwaliteit. Deellocatie E (voormalige bovengrondse dieseltank), F (voormalige spuiterij met lakopslag), G (voormalige opslag brandbare stoffen) en H (perceelsgrens Industrielaan 10) Op geen van deze deellocatie zijn zintuiglijk waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke verontreiniging. Er zijn ook geen overige waarnemingen gedaan die op een andere wijze relevant zijn het onderzoeken van de voormalige verdachte activiteiten. 4.3. Analyseresultaten grond deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein De analyseresultaten van de grond van deellocatie A zijn weergegeven in de volgende tabel. Ten aanzien van de analyseresultaten wordt opgemerkt dat: - op deze locatie twee peilbuizen zijn geplaatst. Het grondwater is echter niet verdacht op de aanwezigheid van de heterogene verontreiniging waarop deellocatie A verdacht is, zodat de resultaten van het grondwater niet in deze paragraaf zijn omschreven, maar bij de resultaten -

van deellocatie D en G; op de grond ook analyse op PFAS is uitgevoerd. De resultaten van deze analyses zijn weergegeven bij het onderzoek van deellocatie D.

27

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Tabel 4: Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kgds)

Monsternr.1

A1

A2

A3

Asbest Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

-

41 -

-

*

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM) -

-

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40

-

-

-

Toetsing Bbk Bodemkwaliteitsklasse AW AW AW A1 16: 7-50, 17: 7-50, 19: 7-50, 20: 7-50, 21: 7-50, 22: 7-50, 23: 7-50 A2 16: 70-100, 16: 100-150, 17: 60-100, 17: 100-150 A3 23: 50-100, 23: 100-150, 22: 50-100, 21: 50-100 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrondwaarde * : overschrijding van de achtergrondwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde AW : achtergrondwaarde

In de bovenstaande tabel is zichtbaar dat in mengmonster 2 een lichte verhoging aan lood is aangetoond. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetoond in een gehalte boven de achtergrondwaarde. De resultaten zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De resultaten van deellocatie A kunnen niet los worden gezien van de resultaten van deellocatie B. Zie hiervoor de navolgende paragraaf. Voor de mogelijke afvoer van grond zijn de resultaten ook getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit. Op basis van deze indicatieve gegevens voldoet de grond aan de klasse achtergrondwaarde (altijd toepasbaar). Van de bovengrond is één mengmonster samengesteld voor analyse op asbest. In de grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. De resultaten zijn weergegeven in de navolgende tabel.

28

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Tabel 5: Analyseresultaten (mg/kgds); fijne fractie

Monster

MM1

Aangeleverd (kg) 12,81 Gemeten asbestconcentratie <2 Gewogen asbestconcentratie <2 Ondergrens (95% betr. interv.) <2 Bovengrens (95% betr. interv.) <2 Gemeten serpentijngehalte <2 Gemeten amfiboolgehalte <2 Berekende bepalingsgrens 0,86 Niet hechtgebonden asbest (-) <2 MM1: 16: 7-50, 19: 7-50, 20: 7-50, 21: 7-50, 22: 7-50, 23: 7-50

De analyseresultaten in tabel 5 bevestigen de zintuiglijke waarnemingen. De grond is niet verdacht op de aanwezigheid van asbest. De detectiegrens wordt niet overschreden. 4.4. Analyseresultaten grond deellocatie B: voormalige sloten De analyseresultaten van de grond van deellocatie B zijn weergegeven in de navolgende tabel. Ten aanzien van het grondwater wordt opgemerkt dat op meerdere plaatsen in en nabij de voormalige sloten ook peilbuizen zijn geplaatst voor het bepalen van de ondiepe grondwaterkwaliteit. Aangezien geen mogelijke voormalige sloten en/of bodemlagen hiervan zijn waargenomen, is het grondwater onverdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen ten gevolge van voormalige sloten en zijn deze resultaten dan ook weergegeven bij het onderzoek van het overig onverdacht terrein (deellocatie D). Tabel 6: Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kgds)

Monsternr.1

B1

B2

Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

-

0,17 * -

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM)

6,71 *

1,73 *

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

Minerale olie Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

Toetsing Bbk Bodemkwaliteitsklasse wonen AW B1 16: 200-250, 16: 250-300, 17: 200-250 B2 21: 150-200, 22: 150-200, 23: 160-200 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B.

29

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde * : overschrijding van de achtergrondwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde AW : achtergrondwaarde

In de voorgaande tabel is zichtbaar dat de grond licht verontreinigd is met PAK (10 VROM) en in een enkel geval ook met kwik. Geen van de overige geanalyseerde parameters overschrijden de achtergrondwaarde. De verhogingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Voor de mogelijke afvoer van grond zijn de resultaten ook getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit. De grond uit mengmonster B1 voldoet aan de klasse ‘wonen’ en het andere mengmonster voldoet op basis van de indicatieve gegevens ondanks de lichte verhogingen nog steeds aan de achtergrondwaarde (altijd toepasbaar). 4.5. Analyseresultaten deellocatie C: voormalige boomgaard De analyseresultaten van de mengmonsters die zijn geanalyseerd op chloorhoudende bestrijdingsmiddelen (OCB) zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 7: Analyseresultaten en toetsing grond (µg/kgds)

Monsternr.1

C1

C2

OCB som DDT som DDD som DDE som aldrin/dieldrin/endrin Alpha-endosulfan heptachloor chloordaan C1 18: 50-70, 19: 50-70 C2 21: 100-120, 22: 100-130 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

In bovenstaande tabel is zichtbaar dat in de grond van de meest verdachte bodemlagen geen OCB’s zijn aangetoond in een gehalte boven de achtergrondwaarde en zelfs niet de detectiegrens. 4.6. Analyseresultaten deellocatie D: overig onverdacht terrein De resultaten van het overig onverdacht terrein kunnen, door de overlap van de verschillende deellocaties, niet los worden gezien van de analyseresultaten van de overige (verdachte) deellocaties. In deze paragraaf worden de resultaten besproken die niet of slechts in beperkte mate van toepassing zijn op de hiervoor en –na genoemde verdachte deellocaties.

30

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Tabel 8: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid

D1 mg/kgds

D2 mg/kgds

D3 mg/kgds

D5 mg/kgds

D6 mg/kgds

Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

54 -

*

260 *** 0,78 * 8,1 * 45 * 0,39 * 210 ** 2 * 21 * 200 *

-

-

-

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) 1,57 * 9,39 * Interventiefactor PAK (10 VROM)

-

-

16-1 µg/l

1,61 6,73 373

1,77 6,41 512

-

-

-

-

0,04*

-

-

-

-

-

-

-

-

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

-

-

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40

-

-

-

-

-

Toetsing Bbk Bodemkwaliteitsklasse AW NT AW AW AW D1 05: 50-60, 12: 70-110, 13: 50-70 D2 15: 30-50 D3 01: 13-50, 02: 11-50, 03: 14-50, 05: 14-50, 07: 14-50, 08: 13-50, 10: 14-50, 13: 7-50, 14: 7-50

31

09-1 µg/l

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

D5

02: 100-150, 02: 200-250, 04: 100-150, 04: 150-200, 09: 150-200, 09: 200-250, 11: 100-150, 11: 150-200, 13: 200250, 15: 150-200 D6 13: 150-200, 15: 200-250 09-1: 230-330 16-1: 230-330 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

In voorgaande tabel is zichtbaar dat in mengmonster D2 van boring 15 een sterke verhoging aan barium is aangetoond. Daarnaast is deze grond matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met vrijwel alle overige parameters. Dit betreft grond waarin brokken kolengruis zijn waargenomen. Dit resultaat heeft aanleiding gegeven tot het verrichten van aanvullende boringen en analyses. De diepere bodemlaag is geanalyseerd voor de verticale afperking en er zijn vier boringen rondom verricht voor de horizontale afperking. De resultaten hiervan zijn in de volgende tabel weergegeven. Verder zijn alleen in mengmonster D1 lichte verhogingen aan lood en PAK (10 VROM) aangetoond. De overige geanalyseerde parameters in de grond overschrijden de achtergrondwaarde niet. Voor de mogelijke afvoer van grond zijn de resultaten ook getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit. De grond uit mengmonster D2 komt op basis van de sterke verhoging aan barium niet voor hergebruik in aanmerking. In de standaardtoetsing in bijlage B2 staat dat de grond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’, echter wordt hierbij uitgegaan dat de verhoging aan barium van natuurlijke oorsprong is, wat in dit geval niet waarschijnlijk is. De overige mengmonster voldoen op basis van deze indicatieve gegevens aan de bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde (altijd toepasbaar).

In het grondwater van peilbuis 09 is een marginale verhoging aan naftaleen aangetoond. Verder overschrijdt geen van de geanalyseerde parameters de streefwaarde. Tabel 9: Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kgds), afperking boring 15

Monsternr.1 Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

D7

D8

D9

72 0,55 * 87 * 79 *

100 6,3 27 0,18 100 18 140

67 0,17 74 13 160

* * * * * *

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM) 10,48* 15,66 * Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

* * * *

17,75 *

-

-

32

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Monsternr.1

D7

D8

D9

Minerale olie Totaal olie C10-C40

-

-

-

Toetsing Bbk Bodemkwaliteitsklasse industrie industrie industrie D7 15: 50-100 D8 15C: 30-80 D9 15B: 40-90, 15D: 30-80 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrondwaarde * : overschrijding van de achtergrondwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

In voorgaande tabel is zichtbaar dat de sterke verhoging in boring 15 is afgeperkt. In geen van de aanvullende monsters (en boringen) zijn verhogingen boven de tussenwaarde en de interventiewaarde aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging bedraagt naar verwachting maximaal een paar kuub. Rondom is sprake van een heterogene lichte verontreiniging. Bij toetsing aan het Bbk is er sprake van klasse industrie. In boring 15C (die afzonderlijk is geanalyseerd) waren net als in de kern van boring 15 bijmengingen met kolengruis waargenomen. Ten behoeve van de mogelijke afvoer van grond bij zijn twee mengmonsters samengesteld voor analyse op PFAS. De resultaten hiervan zijn weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 10: Analyseresultaten en toetsing PFAS in grond (µg/kgds)

Monsternr.1 PFOA perfluorbutaanzuur perfluorpentaanzuur perfluorhexaanzuur perfluorheptaanzuur perfluoroctaanzuur (lineair) perfluoroctaanzuur (vertakt) perfluoroctaanzuur (som) PFOA

A1

D3

0,2 0,5 0,2 0,1 0,2

-

PFOS perfluornonaanzuur perfluordecaanzuur perfluorundecaanzuur perfluordodecaanzuur perfluortridecaanzuur perfluortetradecaanzuur perfluorhexadecaanzuur perfluoroctadecaanzuur perfluorbutaansulfonzuur perfluorpentaansulfonzuur perfluorhexaansulfonzuur perfluorheptaansulfonzuur perfluoroctaansulfonzuur (lineair) perfluoroctaansulfonzuur (vertakt) perfluoroctaansulfonzuur (som) PFOS

0,5 0,1 0,6

-

33

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Monsternr.1

A1

D3

Overige perfluorverbindingen perfluordecaansulfonzuur 4:2 fluortelomeer sulfonzuur 6:2 fluortelomeer sulfonzuur 1,5 * 8:2 fluortelomeer sulfonzuur 10:2 fluortelomeer sulfonzuur n-methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat n-ethyl perfluoroctaansulfonamide acetaat perfluoroctaansulfonamide n-methyl perfluoroctaansulfonamide 8:2 fluortelomeer fosfaat diester A1 16: 7-50, 17: 7-50, 19: 7-50, 20: 7-50, 21: 7-50, 22: 7-50, 23: 7-50 D3 01: 13-50, 02: 11-50, 03: 14-50, 05: 14-50, 07: 14-50, 08: 13-50, 10: 14-50, 13: 7-50, 14: 7-50 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. : geen overschrijding van de detectielimiet (achtergrondwaarde) * : bodemkwaliteitsklasse wonen en industrie *** : niet toepasbaar

Uit de analyseresultaten blijkt dat in mengmonster A1 van de bovengrond van het westelijk onbebouwd deel van de onderzoekslocatie lichte verhogingen aan PFAS zijn aangetoond. Op basis van de verhoging 6:2 fluortelomeer sulfonzuur voldoet de kwaliteit niet aan de achtergrondwaarde, maar aan die van klasse wonen/industrie. In mengmonster D3 van het overig terrein zijn geen verhogingen aan PFAS aangetoond. 4.7. Analyseresultaten deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank De analyseresultaten van de grond zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 11: Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kgds)

Monsternr.1

E1

Minerale olie Totaal olie C10-C40 E1 26: 7-50, 26: 50-100 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrondwaarde * : overschrijding van de achtergrondwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

In de voorgaande tabel is zichtbaar dat in de grond geen minerale olie is aangetoond. In het grondwater van de nabij peilbuis (peilbuis 16-1 van deellocatie D) zijn minerale olie en vluchtige aromaten niet boven de detectiegrens aangetoond. 4.8. Analyseresultaten deellocatie F: voormalige spuiterij met lakopslag De analyseresultaten van het grondwater van deellocatie F zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

34

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Tabel 12: Analyseresultaten en toetsing grondwater (µg/l)

Monsternr.1

27-1

28-1

1,47 6,41 371

1,51 6,54 323

Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

-

-

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen

-

-

Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen Interventiefactor PAK (10 VROM) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform -

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40 27-1: 200-300 28-1: 200-300 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de streefwaarde * : overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit de voorstaande analyseresultaten blijkt dat geen van de geanalyseerde parameters boven de streefwaarde (en de detectielimiet) zijn aangetroffen.

35

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

4.9. Analyseresultaten deellocatie G: voormalige opslag brandbare stoffen De analyseresultaten van het grondwater van deellocatie G zijn opgenomen in de navolgende tabel. Tabel 13: Analyseresultaten en toetsing grondwater (µg/l)

Monsternr.1 Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen

29-1 1,49 6,67 426

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40 29-1: 200-300 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de streefwaarde * : overschrijding van de streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit de voorstaande analyseresultaten blijkt dat geen van de geanalyseerde parameters boven de streefwaarde (en de detectielimiet) zijn aangetroffen. 4.10. Analyseresultaten deellocatie H: perceelsgrens Industrielaan 10 De analyseresultaten van het grondwater van deellocatie H zijn opgenomen in de navolgende tabel. Tabel 14: Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kg)

Monsternr.1

H1

Minerale olie Totaal olie C10-C40 H1: 150-200 H2: 150-200 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrondwaarde * : overschrijding van de achtergrondwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit de voorgaande analyseresultaten blijkt dat in de vaste bodem geen minerale olie is aangetoond.

36

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

5.

CONCLUSIE EN ADVIES

In opdracht van Bouwbedrijf Kreeft is een verkennend bodemonderzoek aan de Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal uitgevoerd. Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het perceel. Het huidige bedrijfspand zal worden gesloopt en er zullen woningen worden gebouwd. Het deel Zuivelstraat 12-16 is in 2020 reeds voldoende onderzocht. Deze rapportage is opgenomen in bijlage E. De conclusie en resultaten van het overig deel zijn hieronder per deellocatie weergegeven. De resultaten van de civieltechnische opbouw van alle deellocaties zijn weergegeven in paragraaf 5.5. 5.1. Conclusie deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem van het westelijk onbebouwd terreindeel mogelijk verontreinigd is met zink en PAK (10 VROM) en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Hoewel de bovengrond op basis van de zintuiglijke waarnemingen niet verdacht is op asbest, is deze gezien de historie toch onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt: - Op het achterterrein zijn zwakke tot matige humeuze bodemlagen waargenomen. De -

analyseresultaten hiervan zijn weergegeven bij deellocatie B. Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een

-

mogelijke bodemverontreiniging. In één mengmonster van de ondergrond is een lichte verhoging aan lood aangetoond. Geen van de overige geanalyseerde parameters overschrijden de achtergrondwaarde.

-

De grond is zintuiglijk en analytisch ook onderzocht op asbest. Asbest is niet waargenomen en aangetoond.

-

De grond voldoet bij toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit aan de ‘achtergrondwaarde’. Voor de kwaliteit van de overige bodemlagen die mogelijk te relateren zijn aan een voormalige watergang wordt verwezen naar de conclusie van deellocatie B.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ kan worden verworpen. De verontreiniging met zink en PAK (10 VROM) die ten westen langs het pand van de Zuivelstraat 12 – 16 aanwezig is, is ten westen van de Zuivelstraat 6 – 12 en 16 – 22 niet aanwezig. 5.2. Conclusie deellocatie B: voormalige sloten Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van voormalige sloten mogelijk verontreinigd is en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’ geldt.

37

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt: - Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging. -

Aan de westzijde van de bebouwing (zie deellocatie A) zijn in de ondergrond humeuze bodemlagen waargenomen die zouden kunnen duiden op een voormalige watergang. Bijmengingen en mogelijke sliblagen zijn niet waargenomen. Verder zijn nergens op de onderzoekslocatie lagen waargenomen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van

-

een mogelijke voormalige watergang. Analytisch zijn in de vaste bodem lichte verhogingen aan PAK (10 VROM) en kwik aangetoond. Deze verhogingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Geen van de overige geanalyseerde parameters overschrijden de achtergrondwaarde.

-

De grond voldoet bij toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit doorgaans aan de ‘achtergrondwaarde’. Eén mengmonster voldoet op basis van de indicatieve gegevens aan de klasse ‘wonen’.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ kan worden verworpen. De voormalige sloten op de onderzoekslocatie hebben maximaal geleidt tot lichte bodemverontreiniging. 5.3. Conclusie deellocatie C: voormalige boomgaard Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van een voormalige boomgaard mogelijk verontreinigd is en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’ geldt. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt: - Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging. Eveneens zijn geen bodemlagen waargenomen die doen denken aan een voormalige bovengrond, zodat een historische verontreiniging ten gevolge van een voormalige boomgaard als zeer onwaarschijnlijk wordt gezien. -

In de geanalyseerde bodemlagen zijn geen OCB boven de achtergrondwaarde en de detectiegrens aangetoond.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ kan worden verworpen. De voormalige boomgaard heeft niet geleidt tot een aantoonbare bodemverontreiniging. 5.4. Conclusie deellocatie D: overig onverdacht terrein Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem, behoudens de voor- en nagenoemde deellocaties, niet of maximaal licht verontreinigd is en daarom de hypothese '(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)' geldt. Naar aanleiding van verhogingen in een kolengruishoudende bodemlaag, is een afperkend bodemonderzoek uitgevoerd.

38

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt: - Op één plaats zijn zwakke bijmengingen met rode baksteen waargenomen. Het betreft boring 15 en de afperkende boringen rondom. In boring 15 en 15C zijn ook zwakke bijmengingen met kolengruis waargenomen. Zintuiglijk zijn op de rest van de onderzoekslocatie geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke -

bodemverontreiniging. De zwak kolengruishoudende grond uit boring 15 van 0,3 tot 0,5 m-mv is sterk verontreinigd met barium, matig verontreinigd met lood en licht met de meeste overige parameters uit het standaardpakket grond. De grond rondom boring 15 en de onderliggende bodemlaag is maximaal licht verontreinigd en voldoet bij toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit aan de bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’. De sterke verontreiniging is afgeperkt. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De omvang van de sterke verontreiniging

-

bedraagt maximaal een paar kuub. Verder zijn in één mengmonster van de bovengrond lichte verhogingen aan lood en PAK aangetoond. Deze aangetoonde lichte verhogingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Verder zijn geen verhogingen boven de achtergrondwaarde aangetoond.

-

Bij toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit voldoet de grond op de onderzoekslocatie verder aan de klasse achtergrondwaarde.

-

De grond is ook geanalyseerd op PFAS. De bovengrond van het westelijk onbebouwd deel van de onderzoekslocatie voldoet op basis van PFAS aan de kwaliteit wonen/industrie. De

-

overige grond voldoet op basis van PFAS aan de achtergrondwaarde. In het grondwater van één peilbuis is een marginale verhoging aan naftaleen aangetoond die geen aanleiding geeft tot nader onderzoek. Verder overschrijden geen van de geanalyseerde parameters de streefwaarde.

Geconcludeerd is dat ter plaatse van boring 15 sprake is van een sterke veroontreiniging met barium, een matige verontreiniging met lood en een lichte verontreiniging met PAK en diverse zware metalen in de grond. In de omliggende afperkende boringen zijn lichte verontreinigingen met PAK en diverse zware metalen aangetroffen. Er is maximaal sprake van enkele kuubs sterke verontreiniging, zodat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De direct omliggende grond, tevens met bijmenging, voldoet gemiddeld genomen aan de kwaliteit ‘industrie’. Ten aanzien van het verdere terrein wordt, ondanks de enkele lichte verhogingen, de hypothese ‘onverdachte locatie’ aangenomen. 5.5. Conclusie Civieltechnische kwaliteit Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat van de bodemopbouw onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om te kunnen bepalen of en waar bodemverbetering noodzakelijk is en wat de doorlatendheid van de grond is.

39

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Uit het bodemonderzoek blijkt dat: - De grond kan op basis van de korrelverdeling getypeerd kan worden als redelijk tot goed doorlatend. De geanalyseerde niet humeuze zandlagen zijn matig fijn tot matig grof. -

Onder het pand tot 2,0 à 3,0 m-mv heeft in het verleden grondverbetering plaatsgevonden. Humeuze lagen zijn hier niet meer aanwezig. Het materiaal voldoet op basis van de indicatieve gegevens aan zand in aanvulling/ophoging en zand in zandbed. De berekende kwaarde is 8,5 m/dag.

-

Op het onbebouwde deel langs de Zuivelstraat zijn veenlagen waargenomen. Deze zijn civieltechnisch gezien niet geschikt voor hergebruik (anders dan tuinaarde). De ondiepe humeuze bodemlagen zijn tenminste niet geschikt voor zand in zandbed. De doorlatendheid van de niet-humeuze bodemlagen boven en onder het veen is opmerkelijk goed (25,6 m/dag). Infiltratie zal echter door de aanwezige veenlaag sterk worden belemmerd.

-

Aan de westzijde van de bebouwing zijn geen veenlagen, maar wel humeuze bodemlagen waargenomen. Het niet humeuze zand is geschikt voor zand voor ophoging/aanvulling en zand voor zandbed en heeft een berekende doorlatendheid van 9,1,3 m/dag. Het wordt gezien als redelijk. De zwak humeuze bodemlagen zijn alleen geschikt voor ophoging/aanvulling en hebben een verwachte doorlatendheid van 17,3 m/dag. Van de matig humeuze bodemlagen zijn voor de civieltechnisch analyses uitgevoerd, maar deze zal slechter zijn.

Met behulp van de hiervoor weergegeven beschrijving en de geplande nieuwe situatie kan bepaald worden waar grondverbetering noodzakelijk is. Om de grond visueel te kunnen beoordelen wordt verwezen naar de foto’s in bijlage D van deze rapportage. 5.6. Conclusie deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van een voormalige bovengrondse dieseltank mogelijk verontreinigd is met minerale olie en daarom de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’ geldt. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt: -

Zintuiglijk zijn geen mogelijke verontreinigingen waargenomen; In zowel de vaste bodem als het grondwater zijn minerale olie en vluchtige aromaten niet boven de detectiegrens aangetoond.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank’ kan worden verworpen. 5.7. Conclusie deellocatie F: voormalige spuiterij met lakopslag Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat een voormalige spuiterij met lakopslag mogelijk verontreinigd is en daarom de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’ geldt.

40

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt: - Zintuiglijk zijn geen mogelijke verontreinigingen waargenomen; -

Geen van de geanalyseerde parameters overschrijden de streefwaarde.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank’ kan worden verworpen. 5.8. Conclusie deellocatie G: voormalige opslag brandbare stoffen Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat een voormalige spuiterij met lakopslag mogelijk verontreinigd is en daarom de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’ geldt. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt: -

Zintuiglijk zijn geen mogelijke verontreinigingen waargenomen;

-

Geen van de geanalyseerde parameters overschrijden de streefwaarde.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank’ kan worden verworpen. 5.9. Conclusie deellocatie H: perceelsgrens Industrielaan 10 Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat mogelijke een restverontreiniging met minerale olie op de onderzoekslocatie aanwezig is en daarom de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’ geldt. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt: -

Zintuiglijk zijn geen mogelijke verontreinigingen waargenomen; Analytisch wordt de detectiegrens voor minerale olie niet overschreden.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank’ kan worden verworpen. 5.10. Algehele conclusie en aanbevelingen Behoudens de voorgenoemde verontreinigingen vormt de milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering voor de functiewijziging naar wonen en de verlening van een omgevingsvergunning (bouwen). Ten aanzien van bodemverontreiniging wordt het volgende geconcludeerd en geadviseerd: - De verontreiniging aan de westzijde van de Zuivelstraat 12 – 16 dient te worden gesaneerd. Deze is tijdens onderliggend onderzoek niet onderzocht (was reeds voldoende onderzocht). Er is hier sprake van een heterogene (sterke) verontreiniging met zink en PAK (10 VROM) van 0,35 tot maximaal 1,5 m-mv met een geschatte omvang van 540 m³ vaste bodem. Hiervoor zal een saneringsplan opgesteld moeten worden.

41

Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023

-

Een verontreiniging met minerale olie onder het pand aanwezig dient voorafgaand aan de herontwikkeling te worden gesaneerd. Deze verontreiniging is tijdens onderliggend onderzoek niet onderzocht (was reeds voldoende onderzocht). Hiervoor zal een saneringsplan of BUS-

-

melding opgesteld moeten worden. Ten aanzien van de spot met een sterke verhoging aan barium en matige verhogingen aan lood wordt geadviseerd om, als hier wordt ontgraven, de spot met sterke verontreiniging en de omliggende klasse industriegrond op basis van zintuiglijke waarnemingen te ontgraven en af te voeren. De klasse industriegrond is herkenbaar aan de bijmengingen met rode baksteen (en plaatselijk kolengruis). Bij noemenswaardige hoeveelheden kolengruis of rode bakstenen dient ermee rekening te worden gehouden dat deze mogelijk niet-toepasbaar is. Deze dient naar een erkende verwerker te worden afgevoerd. Hiervoor zal een plan van aanpak opgesteld moeten worden.

Ten aanzien van de verdere algemene bodemkwaliteit wordt opgemerkt dat de humeuze bodemlagen op het onbebouwd westelijk deel van de onderzoekslocatie licht verontreinigd kunnen zijn en hiertoe mogelijk niet geschikt zullen zijn aan de klasse ‘achtergrondwaarde’. Doorgaans voldoet het wel aan de klasse wonen/industrie, waarbij ook is onderzocht op PFAS. Met uitzondering van de hiervoor omschreven verontreinigingen, voldoet het terrein verder aan de ‘achtergrondwaarde’, zodat vermenging met de grond met het overig terrein dient te worden voorkomen. Er rust verder nergens een saneringsplicht op de grond. De milieuhygiënische bodemkwaliteit speelt een rol bij grondverzet. Voor de grond geldt dat dit mag worden hergebruikt op het perceel. Indien de grond verplaatst wordt naar een locatie elders, moet dit worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit (https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl) en gelden samenstellingseisen met betrekking tot verschillende mogelijkheden voor hergebruik conform het Besluit bodemkwaliteit en de regionale Nota Bodembeheer. Wanneer verplaatsing van de grond niet mogelijk is, wordt aanbevolen de grond af te voeren naar een grondbank of een erkend verwerker (eventueel) op basis van een indicatieve kwaliteitsbepaling van de grond.

42

BIJLAGE A Toetsingstoelichting

TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb) dan wel hieronder vallende Besluiten en Amvb's. Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675) en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 en de hierop volgende wijzigingen van de Regeling. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijke achtergrondwaarden (AW2000-project) voor grond en waterbodem en streefwaarden voor grondwater en in interventiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond en de streef- en interventiewaarde in geval van grondwater.

Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW 2000) De achtergrondwaarde komt overeen met de achtergrondconcentraties van verschillende stoffen in de Nederlandse bodem. Een achtergrondwaarde kan worden beschouwd als een indicatief concentratieniveau, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging in grond. Gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde Het gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde wordt gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.

Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in

minimaal 25 m³ vaste bodem of in het grondwater van ten minste 100 m³ bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest.

Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s (Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM rapport 711701034/2003, Bilthoven, 2003). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Chrysotiel (wit asbest) is een serpentijn asbest. Amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), anthophylliet (geel asbest), tremoliet (grijs asbest) en actinoliet (groen asbest) behoren tot de groep van amfibool asbest. Amfibool asbest vormt een groter risico voor de gezondheid omdat de asbestvezels van deze soort asbest gemakkelijk in de lengte splijten, waarbij steeds dunnere vezels ontstaan. Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken is het eerder genoemde volume-criterium niet van toepassing. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest indien de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid (RE) hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds gewogen.

BIJLAGE B1 Analyseresultaten Toetsing Wbb

Projectnaam Projectcode

P23M0085 P23M0085

Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode

11

12

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

45 <0.2 <2 <2 <0.05 <2 <2 <3 <10

<20 <0.2 <2 2.4 <0.05 <2 <2 8.6 <10

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2 <0.02

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2 0.04

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen interventie factor vluchtige aromaten

--a

a

0.0002

<25 <25 <25 <25 <50

a

*

0.000571

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 a 1,1-dichlooretheen <0.1 cis-1,2-dichlooretheen <0.1 -trans-1,2-dichlooretheen <0.1 -som (cis,trans) 1,2a dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 a dichloormethaan <0.2 1,1-dichloorpropaan <0.2 -1,2-dichloorpropaan <0.2 -1,3-dichloorpropaan <0.2 -som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 a tetrachlooretheen <0.1 a tetrachloormethaan <0.1 a 1,1,1-trichloorethaan <0.1 a 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 a vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

---

-----

<0.2 <0.2 <0.1 <0.1 <0.1 0.14 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2 0.42 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2

<25 <25 <25 35 <50

a

--a a

---a a a a

a

-----

Monstercode en monstertraject 1 13953199-001 1 1, 16-1: 230-330 2 13955628-001 1 1, 09-1: 210-310 De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. De gehalten die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd

# a

b

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn. gehalte is groter dan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

Projectnaam Projectcode

P23M0085 P23M0085

Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode

11

22

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

30 <0.2 <2 <2 <0.05 <2 <2 <3 <10

37 <0.2 <2 <2 <0.05 <2 <2 <3 <10

-

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2 <0.02

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2 <0.02

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 0.63 <0.02

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) totaal BTEX (0.7 factor) styreen naftaleen interventie factor vluchtige aromaten

--a

a

0.0002

<25 <25 <25 <25 <50

Monstercode en monstertraject 1 13963346-001 1 1, 27-1: 200-300 2 13963346-002 2 2, 28-1: 200-300 3 13963346-003 3 3, 29-1: 200-300

--a

a

0.0002

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 a 1,1-dichlooretheen <0.1 cis-1,2-dichlooretheen <0.1 -trans-1,2-dichlooretheen <0.1 -som (cis,trans) 1,2a dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 a dichloormethaan <0.2 1,1-dichloorpropaan <0.2 -1,2-dichloorpropaan <0.2 -1,3-dichloorpropaan <0.2 -som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 a tetrachlooretheen <0.1 a tetrachloormethaan <0.1 a 1,1,1-trichloorethaan <0.1 a 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 a vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

33

-----

<0.2 <0.2 <0.1 <0.1 <0.1 0.14 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2 0.42 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2

<25 <25 <25 <25 <50

--a

-a

0.0002

a

--a a

---a a a a

a

-----

-

<25 <25 <25 <25 <50

-----

De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. De gehalten die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld - niet geanalyseerd a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn. b gehalte is groter dan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

Projectnaam Projectcode

P23M0085 P23M0085

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

41 14

A12 1 or

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) calciet(% vd DS) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-) organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

Ja 83.0 0.6 -

br

---

A23 2 or

----

Ja 94.9 <1 Geen

br

or

--

---

Ja 89.6 <1 Geen

--

---

br

--

---

--

---

4.5

--

--

0.5

--

--

3.0

--

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) min. delen <2um(% vd DS) min. delen <2um(% min st) min. delen <16um(% min st) min. delen <32um(% min st) min. delen <50um(% min st) min. delen <63um(% min st) min. delen <125um(% min st) min. delen <250um(% min st) min. delen <500um(% min st) min. delen <1mm(% min st) min. delen <2mm(% min st) min. delen >2mm(% vd DS)

<2 <2 <2 2.6 5.2 5.8 13 47 88 94 97 3.3

--

<2 -

--

--

-------------

<2 -

--

-------------

temperatuur t.b.v. pH(°C) pH-KCl(-)

19.9 7.7

---

---

-

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

-

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen fenantreen antraceen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(k)fluoranteen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen indeno(1,2,3-cd)pyreen -

-

<20 <0.2 2.9 <5 <0.05 <10 <0.5 9.3 <20

54.2 0.241 10.2 7.24 0.0503 11 0.35 27.1 33.2

<0.01 <0.01 <0.01 0.03 0.01 0.01 <0.01 0.01 <0.01 <0.01

-----------

-----------

<20 <0.2 1.6 <5 0.05 41 <0.5 5.7 23

54.2 0.23 5.62 7 0.0713 63.4 0.35 16.6 53.2

<0.01 0.11 0.03 0.24 0.16 0.13 0.07 0.15 0.10 0.10

-----------

*

-----------

Monstercode Bodemtypebt)

41 14

A12 1 or

or

br

or

-

0.102

0.102

1.097

1.1

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) PCB 52(µg/kgds) PCB 101(µg/kgds) PCB 118(µg/kgds) PCB 138(µg/kgds) PCB 153(µg/kgds) PCB 180(µg/kgds) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

-

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

-------24.5

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

-------16.3

--------

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

-

<5 <5 <5 <5 <20

----70

-----

<5 <5 <5 <5 <20

----46.7

-----

<0.1 0.2 0.5 0.2 0.1 <0.1 0.2 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1

0.07 0.2 0.5 0.2 --0.2 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07

0.5

--

0.1 0.6 <0.1

-0.6 0.07

<0.1

0.07

1.5

1.5

<0.1

0.07

-

<0.1 <0.1

0.07 0.07

-

<0.1

0.07

-

<0.1

0.07

-

<0.1

0.07

-

<0.1

0.07

-

pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)

br

A23 2

PER- EN POLYFLUORALKYLSTOFFEN (µg/kgds) PFBA (perfluorbutaanzuur) PFPeA (perfluorpentaanzuur) PFHxA (perfluorhexaanzuur) PFHpA (perfluorheptaanzuur) PFOA lineair (perfluoroctaanzuur) PFOA vertakt (perfluoroctaanzuur) som PFOA (0.7 factor) PFNA (perfluornonaanzuur) PFDA (perfluordecaanzuur) PFUnDA (perfluorundecaanzuur) PFDoDA (perfluordodecaanzuur) PFTrDA (perfluortridecaanzuur) PFTeDA (perfluortetradecaanzuur) PFHxDA (perfluorhexadecaanzuur) PFODA (perfluoroctadecaanzuur) PFBS (perfluorbutaansulfonzuur) PFPeS (perfluorpentaansulfonzuur) PFHxS (perfluorhexaansulfonzuur) PFHpS (perfluorheptaansulfonzuur) PFOS lineair (perfluoroctaansulfonzuur) PFOS vertakt (perfluoroctaansulfonzuur) som PFOS (0.7 factor) PFDS (perfluordecaansulfonzuur) 4:2 FTS (4:2 fluortelomeer sulfonzuur) 6:2 FTS (6:2 fluortelomeer sulfonzuur) 8:2 FTS (8:2 fluortelomeer sulfonzuur) 10:2 FTS (10:2 fluortelomeer sulfonzuur) PFOSA (perfluoroctaansulfonamide) MeFOSA (n-methyl perfluoroctaansulfonamide) MePFOSAA (n-methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat) EtPFOSAA (n-ethyl perfluoroctaansulfonamide acetaat) 8:2 DiPAP (8:2 fluortelomeer fosfaat diester) -

a

¤ ¤ ¤

¤

-

¤

-

*zp

-

Monstercode en monstertraject 1 13949411-004 4 4, 20: 70-120, 18: 100-150, 17: 200-250, 16: 200-250 2 13948182-001 A1 A1, 16: 7-50, 17: 7-50, 19: 7-50, 20: 7-50, 21: 7-50, 22: 7-50, 23: 7-50 3 13948182-002 A2 A2, 16: 70-100, 16: 100-150, 17: 60-100, 17: 100-150

br

De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).Voor PFAS geldt het Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie 2 juli 2020). *

het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ** het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik.

Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. *zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing Voor PFAS in grondwaterbeschermingsgebieden blijft de bepalingsgrens de toepassingsnorm voor het toepassen van ¤ grond en baggerspecie boven grondwaterniveau. Dit is 0,1 ug/kg d.s. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 14: lutum 2% humus 4.5% 1: lutum 2% humus 0.5% 2: lutum 2% humus 3%

Projectnaam Projectcode

P23M0085 P23M0085

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

A31 3

B12 4 or

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-) organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) lutum (bodem)(% vd DS) METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

br

B23 5 or

br

or

br

Ja 93.4 <1 Geen

---

-----

Ja 78.3 <1 Geen

---

-----

Ja 78.8 <1 Geen

---

-----

0.8 <2

---

---

2.9 <2

---

---

3.9 2.2

---

---

<20 <0.2 2.6 <5 <0.05 <10 <0.5 6.7 23

54.2 0.241 9.14 7.24 0.0503 11 0.35 19.5 54.6

22 <0.2 2.1 8.7 0.08 19 0.57 8.2 60

85.2 0.231 7.38 17.5 0.114 29.4 0.57 23.9 139

27 <0.2 <1.5 13 0.17 31 <0.5 4.7 51

102 0.221 3.61 25.1 0.24 47 0.35 13.5 114

*

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 --0.02 fenantreen 0.01 --0.31 antraceen <0.01 --0.13 fluoranteen 0.02 --1.3 benzo(a)antraceen 0.01 --1.1 chryseen 0.01 --1.0 benzo(k)fluoranteen <0.01 --0.49 benzo(a)pyreen 0.01 --1.1 benzo(ghi)peryleen <0.01 --0.63 indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 --0.63 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.095 0.095 6.71

-----------

-----------

<0.01 0.19 0.05 0.38 0.21 0.22 0.11 0.21 0.16 0.19

-----------

-----------

6.71

*

1.727

1.73

*

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1

--------

--------

4.9

12.6

<5 13 23 19 60

----154

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9

--------

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1

--------

24.5

a

4.9

16.9

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

----70

-----

<5 <5 16 9 30

----103

<5 <5 <5 <5 <20

-----

-----

Monstercode en monstertraject 1 13948182-003 A3 A3, 23: 50-100, 23: 100-150, 22: 50-100, 21: 50-100 2 13948182-004 B1 B1, 16: 200-250, 16: 250-300, 17: 200-250 3 13948182-005 B2 B2, 21: 150-200, 22: 150-200, 23: 160-200 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). *

het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -- geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14070977/1