3.b Bijlage 1b - Bijlagen bestemmingsplan Zuivelspoor
Tekst van het document
bestemmingsplan
Zuivelspoor, Veenendaal Gemeente Veenendaal BIJLAGE
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0345.BPZuivelspoor-vg01
Datum:
12 maart 2023
Contactpersoon Buro SRO:
dhr. R. van den Heuvel | dhr. T. Ponse
Kenmerk Buro SRO:
Bouwbedrijf Kreeft B.V.
Opdrachtgever:
SR230286
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Bijlage(n)
Inhoudsopgave Bijlage 1. Rapportage Verkennend en nader bodemonderzoek Zuivelstraat te Veenendaal Bijlage 2. Quickscan ecologie Bijlage 3. 20231128 Memo AERIUS-berekening Zuivelspoor Bijlage 4. Resultaten aanvullend onderzoek - Huismus, Gierzwaluw en Vleermuizen – Veenendaal Bijlage 5. Onderzoek geluidshinder dansschool Bijlage 6. Onderzoek geluid- en trillingshinder Bijlage 7. Zuivelspoor-Verslag informatiebijeenkomst d.d. 13-11-2023
Bijlage 1. Rapportage Verkennend en nader bodemonderzoek Zuivelstraat te Veenendaal
Colofon Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 - 3771 RG Barneveld tel. 088 – 440 3 440 e-mail milieu@vink.nl www.vinkmilieu.nl
Titel:
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal
Document MAD-06.2 versie: 12-06-2023
Opdrachtgever: Bouwbedrijf Kreeft Projectnummer: P23M0085
Auteur(s): S. van den Poll
Autorisatie: R.M. Druijff
Barneveld 25 oktober 2023
Barneveld 25 oktober 2023
Het is toegestaan dit rapport te verveelvoudigen en/of openbaar te maken na instemming door de opdrachtgever onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat alleen vermenigvuldiging en gebruik van het gehele rapport is toegestaan. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van dit rapport.
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ..................................................................................................................................... 1
2.
VOORONDERZOEK ..................................................................................................................... 3 2.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 3 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik .......................................................................................... 3 2.3. Voormalig bodemgebruik ............................................................................................................... 5 2.4. Voorgaand bodemonderzoek ........................................................................................................ 7 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................................ 11 2.6. Conclusie vooronderzoek ............................................................................................................ 11
3.
VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING ....................................................... 15 3.1. Onderzoeksstrategie .................................................................................................................... 15 3.2. Veldwerkprogramma.................................................................................................................... 18 3.3. Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................... 20
4.
VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING .......................................... 23 4.1. Toetsingskader ............................................................................................................................ 23 4.2. Bodemopbouw, zintuiglijke waarnemingen en civieltechnisch onderzoek .................................. 24 4.3. Analyseresultaten grond deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein ......................................... 27 4.4. Analyseresultaten grond deellocatie B: voormalige sloten .......................................................... 29 4.5. Analyseresultaten deellocatie C: voormalige boomgaard ........................................................... 30 4.6. Analyseresultaten deellocatie D: overig onverdacht terrein ........................................................ 30 4.7. Analyseresultaten deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank ..................................... 34 4.8. Analyseresultaten deellocatie F: voormalige spuiterij met lakopslag .......................................... 34 4.9. Analyseresultaten deellocatie G: voormalige opslag brandbare stoffen ..................................... 36 4.10. Analyseresultaten deellocatie H: perceelsgrens Industrielaan 10 ............................................ 36
5.
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 37 5.1. Conclusie deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein ................................................................. 37 5.2. Conclusie deellocatie B: voormalige sloten ................................................................................. 37 5.3. Conclusie deellocatie C: voormalige boomgaard ........................................................................ 38 5.4. Conclusie deellocatie D: overig onverdacht terrein ..................................................................... 38 5.5. Conclusie Civieltechnische kwaliteit ............................................................................................ 39 5.6. Conclusie deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank .................................................. 40 5.7. Conclusie deellocatie F: voormalige spuiterij met lakopslag ....................................................... 40 5.8. Conclusie deellocatie G: voormalige opslag brandbare stoffen .................................................. 41 5.9. Conclusie deellocatie H: perceelsgrens Industrielaan 10 ............................................................ 41 5.10.
Algehele conclusie en aanbevelingen ....................................................................................... 41
(KAART) BIJLAGEN: A. Toetsingstoelichting B. Analyseresultaten C. Analysecertificaten D. Profielbeschrijving E. Gegevensselectie vooronderzoek Omgevingskaart Kaart met situering boorpunten
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
1.
INLEIDING
Bouwbedrijf Kreeft heeft ons op 18 september 2023 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal. Voor de ligging van de locatie wordt verwezen naar de kaartbijlagen. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het perceel. Het voornemen is om de huidige bebouwing volledig te verwijderen en op de locatie woningbouw te verrichten. Een conceptvoorstel van de nieuwe situatie is in de tekening van de kaartenbijlage in blauw weergegeven. Het doel van het onderzoek is:
aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden.
met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem;
het indicatief bepalen van de bodemopbouw om een indicatie te kunnen doen of en waar bodemverbetering noodzakelijk is voor de geplande herontwikkeling en het bepalen van de doorlatendheid van de bodem.
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de:
NEN 5725 [Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017].
NEN 5740 [Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009] en het wijzigingsblad NEN 5740/A1 van februari 2016.
NEN 5707 [Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, augustus 2015], het wijzigingsblad NEN 5707/C1 van augustus 2016 en het wijzigingsblad NEN 5898/C1 van augustus 2016.
In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het vooronderzoek, de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2015 en is gecertificeerd volgens BRLSIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek'. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000 (versie 6).
1
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden, maar blijft een steekproefsgewijze benadering. Het is voor ons daarom onmogelijk garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van het bodemonderzoek. Dit betekent dat Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en/of volledig. Voor het verkrijgen van informatie zijn wij wel afhankelijk van diverse bronnen, waardoor wij niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde gegevens voor het vooronderzoek. Tot slot is het onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. De onderzoeksresultaten hebben daardoor een beperkte geldigheidsduur.
2
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
2.
VOORONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vooronderzoek, bestaande uit de inventarisatie van actuele en historische locatiegegevens, het toekomstige gebruik en de bodemopbouw en geohydrologie. Op basis van de geïnventariseerde gegevens vindt hypothesestelling plaats ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemeen Het doel van het vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het vooronderzoek heeft zich niet specifiek gericht op aanwezigheid van onder meer niet gesprongen explosieven/ conventionele explosieven, kabels en leidingen en archeologische waarden. De gebruikte informatiebronnen betreffen: voorgaande bodemonderzoeken, ODRU en RUD Utrecht, gemeente Veenendaal, Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland, TNO grondwaterkaart van Nederland, Bodemloket, Topotijdreis, Actueel Hoogtebestand Nederland, huidige gebruiker onderzoekslocatie en de opdrachtgever. 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan de Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal.
De nummers 12 t/m 16 zijn in 2020 reeds voldoende onderzocht [‘Nader bodemonderzoek, eindsituatie (bodem)onderzoek, verkennend en nader onderzoek asbest; Zuivelstraat 12-16 te Veenendaal’, Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v., projectnummer P20M0089, 13 november 2020]. Deze rapportage is opgenomen in bijlage E en de resultaten (boorpunten en verontreinigingen) zijn overgenomen in de tekening van onderliggend onderzoek. Meer informatie is weergeven in paragraaf 2.4. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal en het onderzochte deel heeft een oppervlakte van 3.850 m² en is kadastraal bekend gemeente Veenendaal, sectie C, nummers 3422 (deels) en 2423. Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden hebben terreininspecties plaatsgevonden. De locatie is voor het grootste deel bebouwd met twee bedrijfshallen die inpandig verhard zijn met beton. Aan de straatzijde met de Zuivelstraat zijn parkeerplaatsen aanwezig met in beperkte mate openbaar groen en de achterzijde is volledig verhard met klinkers. De bedrijfshal wordt in de huidige situatie voornamelijk gebruikt voor opslag van goederen die niet worden gezien als ‘mogelijk bodembedreigend’.
In één deel worden diverse materialen opgeslagen, zoals bouwmaterialen, gereedschap, huisraad en twee andere panden zijn in gebruik door entertainmentbedrijven die zorg
3
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
dragen voor licht en geluid. Tijdens de inspecties zijn geen mogelijk bodembedreigende activiteiten waargenomen op en of in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de navolgende foto's.
Foto 1:
Aanzicht vanaf de Zuivelstraat
Foto 2:
Achterzijde van de onderzoekslocatie
Foto 3:
Loods Zuivelstraat 22 (bedrijf is failliet)
Foto 4:
Loods Zuivelstraat 18
Foto 5:
Kantoor Zuivelstraat 22 (bedrijf is failliet)
Foto 6:
Gangetje tussen 18 en 16 afgesloten
4
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
De onderzoekslocatie ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Veenendaal. Ten oosten aan de overzijde van de Zuivelstraat staan woningen; ten noorden staat relatief nieuw hoogbouw (woningen); ten westen staan niet meer in gebruik zijnde bedrijfsgebouwen en ten zuiden is een dansschool gevestigd. Op iets grotere afstand ten zuiden van de locatie ligt een spoorlijn. Rondom de onderzoekslocatie vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk sterk beïnvloeden. Het perceel direct ten noorden van de onderzoekslocatie is recentelijk opnieuw ontwikkeld. De hier geplaatste woningbouw betreft hoogbouw. De onderzoekslocatie en het perceel ten westen van de onderzoekslocatie zal in de nabije toekomst opnieuw worden ontwikkeld voor het verrichten van woningbouw. 2.3. Voormalig bodemgebruik De onderzoekslocatie ligt in een van oudsher agrarische omgeving met veenwining. Al op oude topografische kaarten uit de 19e eeuw is zichtbaar dat het gebied is ontgonnen en is een dichte afwatering van sloten aanwezig. De Kerkewijk op enige afstand ten westen van de onderzoekslocatie was de eerste doorgaande weg in de omgeving. Op topografische kaarten vanaf 1931 is voor het eerste bebouwing op de onderzoekslocatie zichtbaar.
Tot 1966 is de zichtbare bebouwing nog klein en gefragmenteerd en hierna wordt de bebouwing groter. In 1993 veranderd de situatie en is de bebouwing van Zuivelstraat 6-16 in z’n huidige vorm zichtbaar. Volgens de BAG-viewer is het oorspronkelijke bouwjaar 1988. Vanaf 1998 is ook de bebouwing van de Zuivelstraat 18-22 zichtbaar op de topografische kaart, maar de bouwvergunning (zoals ook opgenomen op BAG-viewer) dateert al uit 1989. De onderzoekslocatie heeft in het verleden deel uit gemaakt van een zuivelfabriek, maar hiervan zijn weinig historische gegevens bekend. Hierna volgen oude kaartfragmenten, waar de ontwikkeling van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zichtbaar is.
1900 Fragment topografische kaart
1931 Fragment topografische kaart
5
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
1992 Fragment topografische kaart (situatie sinds 1966)
1993 Fragment topografische kaart (situatie tot 1997)
1998 Fragment topografische kaart
Op het landelijk bodemloket zijn van de onderzoekslocatie geen gegevens opgenomen. Bij de RUD Utrecht zijn ook geen relevante gegevens beschikbaar. Voor de Parallelweg 10 is opgenomen dat hier verder onderzoek dient plaats te vinden, evenals de Parallelweg 7. Verder hebben in de omgeving diverse onderzoeken plaatsgevonden. De relevante gegevens zijn opgenomen in de volgende paragraaf. Op het omgevingsloket van de ODRU zijn voor de onderzoekslocatie mogelijk bodembedreigende activiteiten opgenomen in de vorm van: - Voormalige sloten; -
Voormalige boomgaard.
6
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Op basis van voorgaande onderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie wordt niet verwacht dat deze activiteiten een noemenswaardige invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, echter zijn ze wel als verdachte deellocatie aangemerkt. Voor specifieke historische gegevens van het perceel 14-16 wordt verwezen naar het voorgaand onderzoek die door ons bureau in 2020 is uitgevoerd [‘Nader bodemonderzoek, eindsituatie (bodem)onderzoek, verkennend en nader onderzoek asbest; Zuivelstraat 12-16 te Veenendaal’, Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v., projectnummer P20M0089, 13 november 2020]. Van de percelen Zuivelstraat 18 t/m 22 zijn historische gegevens bekend en is een vooronderzoek in het kader van Register uitgevoerd. Op de Zuivelstraat 18 t/m 22 was tot 1990 een proefinrichting aanwezig voor het ontwikkelen van een productieproces voor linnenvezels. De proefinrichting was kleinschalig en modern. Er was een bovengrondse dubbelwandige tank van 2.300 liter aanwezig (deellocatie E). De ligging is opgenomen op de tekening in kaartenbijlage. In 1992 is een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten van een ambachtelijke meubelmakerij met lakspuitinrichting. De werkzaamheden bestaan uit machinale houtbewerking en een lakspuiterij met celluloselak.
Op basis van de historische gegevens was naar aanleiding van het vroeger uitgevoerde Register-onderzoek geen vervolgonderzoek noodzakelijk. De bedrijfsactiviteiten waren van dien aard dat de kans op bodemverontreiniging gering is. De voormalige bovengrondse tank, een lakopslag, een spuitcabine en een opslag van brandbare stoffen zijn tijdens onderliggend onderzoek aangemerkt als verdachte locatie (E, F en G). De ligging van deze locaties zijn net als alle eerder genoemde deellocaties weergegeven op de tekening in de kaartenbijlage. Voor zover bekend heeft er geen brand gewoed op de locatie. Er is zodoende een verwaarloosbare kans dat er geblust is met blusschuim. In de omgeving van de locatie zijn voor zover bekend geen industriële activiteiten aanwezig (geweest) waarbij PFAS wordt of werd gebruikt. Er zijn geen bijmengingen in de grond waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van PFAS-houdende producten (zoals stortmateriaal). De locatie is onverdacht ten aanzien van het voorkomen van PFAS. Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen ongewone voorvallen plaatsgevonden. De locatie ligt niet in een omgeving die op basis van huidige gegevens van de gemeente Veenendaal verdacht is op de aanwezigheid van niet-gesprongen-explosieven. 2.4.
Voorgaand bodemonderzoek Het perceel 14-16 is in 2020 volledig en voldoende onderzocht en wordt nu niet nogmaals onderzocht [‘Nader bodemonderzoek, eindsituatie (bodem)onderzoek, verkennend en nader onderzoek asbest; Zuivelstraat 12-16 te Veenendaal’, Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v., projectnummer P20M0089, 13 november 2020]. Deze rapportage is als bijlage E van deze rapportage toegevoegd. Een belangrijk resultaat van het bodemonderzoek was dat onder de klinkerverharding ten westen van de bebouwing een verontreiniging met zink en PAK (10 VROM) aanwezig is. Dit is de reden dat in onderliggend onderzoek het westelijk onbebouwd als verdachte deellocatie is onderzocht (deellocatie A) teneinde te bepalen of het overig achterterrein ook is verontreinigd. Op basis van het voorgaand
7
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
onderzoek, waarbij asbest is aangetoond, maar er geen sprake van een ernstige verontreiniging blijkt te zijn, wordt dit deel op voorhand ook aangemerkt als ‘asbestverdacht’. Tot slot is tijdens onderzoek uit 2020 een voormalige tank met een verontreiniging met PAK en/of minerale olie geactualiseerd. Deze verontreiniging is voldoende onderzocht, maar zekerheidshalve wordt tijdens onderliggend onderzoek een diepe boring aan deze zijde geplaatst om de horizontale verspreiding met grotere zekerheid vast te kunnen leggen (boring 02). Voor meer informatie over de onderzoeksresultaten wordt verwezen naar bijlage E. In 2021 is op de bebouwing van de Zuivelstraat 6 t/m 16 een asbestinventarisatie uitgevoerd [‘Asbestinventarisatie rapport 21.168-09, Van de Poel onderzoek en advies, 26 mei 2021]. Aangetoond is een asbesthoudende flenspakking en twee mogelijk asbesthoudende luchtheater. Het asbestonderzoek van de bebouwing aan de Zuivelstraat 18-22 is in een ander rapport omschreven [rapport 21.168-10]. Met deze inventarisatie zijn geen asbesthoudende toepassingen aangetoond. De resultaten van de asbestinventarisatie geven geen aanleiding om tijdens onderhavig onderzoek asbest in de bodem te verwachten. In juni 2021 is door P&J Milieu in opdracht van de gemeente Veenendaal een onderzoek uitgevoerd op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie.
Een uitsnede van de tekening met de ligging van de peilbuizen is opgenomen in de navolgende afbeelding.
Foto 7:
Uitsnede ligging peilbuizen onderzoek P&J 2021
8
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
De resultaten van het in 2021 uitgevoerde historisch onderzoek [‘Historisch en indicatief grondwateronderzoek, Stationskwartier Fase D – zuid Parallelweg/Zuivelstraat te Veenendaal’, P&J Milieu BV, kenmerk 21032601H, 1 juni 2021] zijn verwerkt in onderliggende rapportage. In de peilbuizen rondom de onderzoekslocatie (2 t/m 5) zijn lichte verhogingen aan barium, molybdeen (4+5) benzeen (2+3), tolueen (2), xylenen (allen), 1,2-dichloorethenen (4) en naftaleen (5) aangetoond. De lichte verhogingen waren niet verontrustend en gaven geen aanleiding tot nader onderzoek. Voor de ligging van de peilbuizen wordt verwezen naar de voorgaande afbeelding. Op basis van de historische informatie is een kaart gemaakt met de ligging van bekende (rest)verontreinigingen in de omgeving van de onderzoekslocatie. Een uitsnede hiervan is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Foto 8:
Uitsnede tekening met verontreinigingen
In voorgaande afbeelding is zichtbaar dat op de onderzoekslocatie een rode cirkel is getekend. Dit betreft een contour van een bodemsanering. Meer gegevens hierover zijn weergegeven in het bodemonderzoek in bijlage E en de contouren van de nu nog bekende verontreinigingen zijn overgenomen op de tekening in de kaartenbijlage. Op het perceel aan de Parallelweg 5 is een restverontreiniging aangegeven. Op de onderzoekslocatie van onderhavig onderzoek zijn geen mogelijke verontreinigingen of verdachte activiteiten gelegen. Op de Parallelweg 7 blijkt een lichte tot sterke verontreiniging met PAK aanwezig te zijn. In het bodeminformatiesysteem is opgenomen dat op dit perceel in 1992 een verkennend bodemonderzoek [indicatief onderzoek, Hopman en Peters, 1 mei 1992] en in 1993 een nader bodemonderzoek [Nader onderzoek, kenmerk 93-P-017, Hopman en Peters, 1 januari 1993] heeft plaatsgevonden. Op dit perceel zijn in de bovengrond tot sterke verhogingen aan PAK aangetoond, lood, kwik en EOX zijn licht verhoogd aangetoond. De verontreiniging is te relateren aan kooldeeltjes, puin, koolas ter plaatse
9
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
van een kolenloods en mogelijk een voormalige sloot. Ten aanzien van de verhogingen wordt opgemerkt dat destijds de A, B en C-waarden van toepassing waren en niet de streef- en interventiewaarden van nu. Het is dan ook mogelijk dat de verhogingen van toen bij toetsing aan de huidige normen tot een ander resultaat leiden. Ten aanzien van PAK (10 VROM) gelde in de beginperiode een lagere interventiewaarde / C-waarde. In 2001 is in het kader van ISV voor dit perceel een historisch onderzoek uitgevoerd [rapport 13/99020618/Hil, Grontmij, 9 oktober 2001]. Conclusie was dat geen verder onderzoek op dit perceel noodzakelijk is. De kwaliteit is voldoende bekend. Op voorgaande afbeelding is ten noorden van 6-12 ter plaatse van de Snipstraat een contour restverontreiniging aangegeven. Het betreft een verontreiniging gelegen op de Industrielaan 10 te Veenendaal. Door de ODRU zijn van dit perceel drie onderzoeken aan ons verzonden, namelijk: - Diverse onderzoeken, Industrielaan (vml. Nr. 10) te Veenendaal, Verhoeven Milieutechniek B.V., projectnummer B19.7417, 20 februari 2020; -
BOOT bdemonderzoek ondergrondse tank, Industrielaan 10 te Veenendaal, Verhoeven Milieutechniek B.V., referentie S20.2227/Brfrpp-01/GO, 25 september 2020;
-
BOOT bodemonderzoek 3 ondergrondse tanks, Industrielaan 10 te Veenendaal, Verhoeven Milieutechniek B.V., referentie S20.2409/Brfrpp-01/GG, 27 september 2021.
Voor het onderzoek op de onderzoekslocatie van onderhavig onderzoek zijn met name de resultaten van het laatst genoemde onderzoek relevant. Tijdens dit onderzoek zijn nabij de perceelsgrens de peilbuizen Pb112 en Pb113 geplaatst en boring B115. De ligging van Pb112 en Pb113 zijn ook weergegeven op de tekening van onderliggend bodemonderzoek, aangezien in deze boringen de verontreiniging is aangetroffen. Het betreft een olieverontreiniging in het traject tussen 0,4 en maximaal 2,0 meter beneden maaiveld (m-mv). De grond was sterk verontreinigd met minerale olie en éénmaal zijn xylenen licht verhoogd aangetoond. Het grondwater was maximaal licht verontreinigd. In 2022/2023 is deze verontreiniging onder toezicht van Verhoeven Milieutechniek B.V. gesaneerd en beschikt. Het is ons niet bekend of op de onderzoekslocatie van onderliggend bodemonderzoek een restverontreiniging is achtergebleven. De BUS-evaluatie is niet in het bezit van de ODRU en niet door de RUD Utrecht aan ons verzonden. Het verder zoeken naar deze rapportage was gezien de tijd waarop onderliggend rapport moest worden afgerond niet mogelijk, zodat besloten is om met spoed een extra deellocatie te definiëren. Dit betreft deellocatie H.
Tot slot is bij de ODRU een bodemonderzoek bekend van de Zuivelstraat en de Pelikaanstraat te Veenendaal [Verkennend Onderzoek, Gelders Adviesbureau voor Infrastructuur en Milieu, documentnummer 132432, 22 december 2016]. De rapportage van dit onderzoek is niet aan ons ter beschikking gesteld. Op een locatie zijn lichte verhogingen aan PAK (10 VROM) en minerale olie in de bovengrond aangetoond. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond en in het grondwater is chroom licht verhoogd aangetoond. Plaatselijk zijn vluchtige aromaten, vluchtige chloorkoolwaterstoffen en minerale olie boven de streefwaarde aangetoond. De resultaten gaven geen aanleiding tot nader onderzoek.
10
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Bodemkwaliteitskaart Door de Omgevingsdienst Regio Utrecht is een bodemkwaliteitskaart opgesteld, waarbij grondgebieden zijn opgedeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit. De locatie is gelegen in een gebied met bodemfunctie ‘wonen’ en bodemkwaliteitszones ‘wonen II’. Voor de bovengrond is de kwaliteit van de bovengrond vastgesteld op klasse ‘wonen’ en voor de ondergrond ‘achtergrondwaarde’. 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie is gelegen in een (voormalig) veengebied nabij stuwwallen (Utrechtse heuvelrug). De bodem bestaat naar verwachting uit zand met veenlagen. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1,0 à 1,5 meter beneden maaiveld. De deklaag is opgebouwd uit een zandige laag van circa 8 meter dik behorende tot de Formatie van Boxtel. Hieronder is een veenlaag met een dikte van circa 1 meter aanwezig (Formatie van Woudenberg). Vanaf circa 9 tot 19 m-mv is een zandige eenheid aanwezig welke tot de Formatie van Drenthe behoord met daaronder een gestuwde afzetting. De regionale grondwaterstromingsrichting van het grondwater is noordelijk gericht. De locatie grondwaterstromingsrichting kan hier vanaf wijken. De lokale grondwaterstromingsrichting kan worden beïnvloed door voorkeursstromen door de aanwezigheid van (voormalige) watergangen, kabel-, leiding- en rioolsleuven en grondwateronttrekkingen in de omgeving.
De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied, maar wel in een boorvrije zone. 2.6. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De aanname ten aanzien van eventuele bodemverontreiniging is in het navolgende per deellocatie omschreven. Deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein Deellocatie A betreft het onbebouwde terrein ten westen van de bebouwing op de onderzoekslocatie. In het midden van de onderzoekslocatie ten westen naast de Zuivelstraat 12 – 16 is een heterogene verontreiniging met zink en PAK (10 VROM) aangetroffen in de ondergrond van 0,35 tot maximaal 1,5 m-mv. De omvang van deze verontreiniging wordt geschat op maximaal 540 m³ vaste bodem. De verontreiniging is aangetoond in humeuze puin en soms afvalhoudende bodemlagen. Voor het onbebouwde terreindeel ten zuiden en noorden van deze verontreiniging luidt de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Deellocatie B: voormalige sloten Deellocatie B betreft de bodem ter plaatse van de voormalige watergangen. Deze bodem kan verontreinigd zijn door het gebruik van verontreinigd dempingsmateriaal of de aanwezigheid van voormalige verontreinigde sliblagen. De hypothese luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’.
11
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Deellocatie C: voormalige boomgaard Deellocatie C betreft de bodem ter plaatse van een voormalige boomgaard. Indien de voormalige bovengrond nog aanwezig is, wordt het bodemtraject van 0 tot 0,3 m-mv aangemerkt als meest verdachte bodemlaag. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Deellocatie D: overig onverdacht terrein Met uitzondering van de voorgaande en nagenoemde verdachte deellocaties, hebben voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen activiteiten plaatsgevonden die geleid kunnen hebben tot een mogelijke noemenswaardige bodemverontreiniging. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese luidt '(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)'. Ten aanzien van de onderzoekslocatie zijn onvoldoende gegevens bekend over de bodemopbouw om te kunnen bepalen of en waar bodemverbetering noodzakelijk is en wat de doorlatendheid van de bodem is als infiltratie van regenwater wordt overwogen. Met name ter plaatse van aan te leggen riolen kan de bodemopbouw een belangrijke rol spelen. Waar woningen worden voorzien van heipalen is de ondiepe bodemopbouw van minder belang. Deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank Deellocatie E betreft de bodem ter plaatse van een voormalige bovengrondse dubbelwandige dieseltank met een inhoud van 2.300 liter.
Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast met minerale olie als gevolg van lek- of morsverliezen. De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’. Er is sprake van een puntbron. Deellocatie F: voormalige spuiterij met lakopslag Deellocatie F betreft de bodem ter plaatse van een voormalige spuiterij met lakopslag. Uit het vooronderzoek blijkt niet per definitie dat deze verdacht is op verontreiniging, aangezien gebruik werd gemaakt van lak op basis van cellulose, maar toch is deze locatie aangemerkt als verdacht. De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’. Deellocatie G: voormalige opslag brandbare stoffen Deellocatie G betreft de bodem ter plaatse van voormalige inpandige opslag van brandbare stoffen. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast. De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’.
12
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Deellocatie H: perceelsgrens Industrielaan 10 Deellocatie H betreft de bodem ter plaatse van de perceelsgrens met een gesaneerde olieverontreiniging (Industrielaan 10). Bekend is dat er sanering heeft plaatsgevonden, maar de saneringsevaluatie is niet in ons bezit. Het is ons onbekend of er een restverontreiniging is achtergebleven. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast. De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’.
13
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
14
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
3.
VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING
In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De onderzoeksstrategie is in het navolgende per deellocatie omschreven. Ten aanzien van de boringen en analyses wordt opgemerkt dat door de overlap van de deellocaties, meerdere boringen en analyses naast het bepalen of een voormalige bekende activiteit een negatieve invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit, deze ook bestemd zijn voor het bepalen van de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie (deellocatie D). Naast de toetsing voor de Wet Bodembescherming heeft ook toetsing plaatsgevonden aan het Besluit Bodemkwaliteit (het Bbk) ten behoeve van mogelijke afvoer van de grond. Aangezien onderliggend onderzoek geen partijkeuring conform het AP04 betreft, dient deze toetsing te worden gezien als ‘indicatief’. Ten opzichte van de uitgevoerde boringen wordt opgemerkt dat enkele boringen zijn verplaatst, aangezien ze niet op de beoogde plek konden of mochten worden geplaatst.
Zo was het pand van de Zuivelstraat 12 aan de binnenzijde afgesloten, zodat wij deze niet konden betreden en inpandig dus geen boringen konden verrichten. De nieuwe locaties van de verplaatste boringen zijn voldoende om een betrouwbaar onderzoek te kunnen leveren. Deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein De hypothese voor deellocatie A luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VEDHE)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016 en § 6.4.5 van de NEN 5707:2015 en NEN 5898/C1:2016. Bij de monstername wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van humeuze bodemlagen en/of de aanwezigheid van bijmengingen met bodemvreemde materialen als puin en afval. Dit betreft de bodemlagen die op het perceel 12 – 16 verontreinigd waren met zink en PAK (10 VROM). De grond is geanalyseerd op het standaardpakket grond, asbest en het standaardpakket voor grondwater. Op deze deellocatie zijn in de ondergrond humeuze bodemlagen waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en samenstelling lijken deze niet op de verontreiniging zoals aanwezig naast de Zuivelstraat 12-16. De humeuze lagen zijn echter wel onderzocht, maar dan in het kader van voormalige sloten (deellocatie B).
De overige mengmonsters zijn samengesteld van verder onverdachte bodemlagen, zodat deze resultaten eigenlijk ook toebehoren aan deellocatie D.
15
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Hoewel op deze deellocatie geen bijmengingen aan puin zijn waargenomen, zijn 5 inspectiegaten verricht met een lengte, breedte en diepte van 0,3 x 0,3 x 0,5 meter in de actuele contactzone. Reden hiertoe zijn de resultaten van het onderzoek uit 2020 ter plaatse van de verontreiniging naast 13 t/m 16 waar de resultaten aanleiding gaven tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in grond. Deellocatie B: voormalige sloten De hypothese luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Bij de monstername wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van humeuze bodemlagen en/of de aanwezigheid van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Om de pakkans van een voormalige sloot te vergroten zijn ter plaatse van de voormalige sloten boringen in raaien verricht in de dwarsrichting van de watergang (drie boringen per raai). De grond is aangeboden voor analyse op het standaardpakket grond en grondwater. Het onderzoek is gezien de overlap gecombineerd met deellocatie A (westelijk onbebouwd terrein) en D (overig onverdacht terrein). Deellocatie C: voormalige boomgaard De hypothese luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’.
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. De bovengrond of voormalige bovengrond van 0,0 tot 0,3 m-mv wordt aangemerkt als meest verdachte bodemlaag. Bij de afwezigheid van humeuze bodemlagen kan worden aangenomen dat de voormalige bovengrond van een boomgaard niet meer aanwezig is. In een dergelijk geval worden van grotere bodemtrajecten mengmonsters samengesteld teneinde vast te stellen of een mogelijke voormalige verontreinigde bovengrond voldoende is verwijderd en/of er menging of verspreiding met/naar andere bodemlagen heeft plaatsgevonden. De vaste bodem is onderzocht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (OCB). Deellocatie D: overig onverdacht terrein Met uitzondering van de voorgaande en nagenoemde verdachte deellocaties, hebben voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen activiteiten plaatsgevonden die geleid kunnen hebben tot een mogelijke noemenswaardige bodemverontreiniging. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese luidt '(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)'. Het onderzoek heeft zich gericht op het standaardpakket grond en grondwater. Voor de eventuele toekomstige afvoer van grond is deze ook getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit en de grond is onderzocht op de aanwezigheid van PFAS. De bovengrond is alleen onderzocht op de aanwezigheid van PFAS.
Dit betreft voor PFAS de meest verdachte bodemlaag. Bij de afwezigheid van noemenswaardige verhogingen aan PFAS worden overige bodemlagen niet verder onderzocht. Naar aanleiding van een verhoging in boring 15 (sterke verhoging aan barium, matige verhoging aan lood en zink en diverse lichte verhogingen) zijn rondom deze boring 4 aanvullende boringen verricht tot een diepte van 1,0 m-mv voor het horizontaal afperken van deze verontreiniging. Voor de verticale afperking is van boring 15 een monster aangeboden voor analyse. Gezien de diverse verhogingen in
16
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
boring 15 en het mogelijke heterogene karakter van de verontreiniging op schaal van monsterneming is ervoor gekozen om de analyses voor het afperken van de verontreiniging ook uit te voeren op het standaardpakket grond. Opgemerkt wordt dat in boring 15 en 15b, t/m 15d bijmengingen met oude rode bakstenen zijn waargenomen. Het betreft enkel en alleen rode baksteen en in de boringen 15 en 15c zijn ook brokjes kolengruis waargenomen. Er zijn geen overige bijmengingen aan puin gedaan op basis waarvan het materiaal mogelijk verdacht is op de aanwezigheid van asbest. Een onderzoek op asbest conform de NEN 5707 is dan ook niet noodzakelijk. Tot slot betreft het onderzoek op deellocatie D een indicatief civieltechnisch onderzoek voor het bepalen van de civieltechnische herbruikbaarheid van de grond en de doorlatendheid. Het eerste deel van dit onderzoek betreft het beschrijven van de bodem conform de NEN 5104 om vervolgens de uitkomende grond op foto’s vast te leggen. Middels de foto’s kan visueel een beoordeling worden gemaakt van de civieltechnische eigenschappen van de grond. Van representatieve en/of twijfelachtige bodemlagen worden mengmonsters samengesteld voor het bepalen van de korrelverdeling. Op basis van deze korrelverdeling kan de civieltechnische herbruikbaarheid en de doorlatendheid worden bepaald.
Voor het verkrijgen van een goede indicatie van de bodemopbouw zijn boringen dieper doorgezet dan voor het milieuhygiënisch onderzoek strikt noodzakelijk is. Deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.3 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Bij de zintuiglijke afwezigheid van verontreiniging wordt de bovengrond als meest verdachte bodemlaag aangemerkt. Niet het bodemtraject tot 0,5, maar tot 1,0 m-mv is als meest verdacht aangemerkt, aangezien een voormalige bovengrond ten opzichte van het huidig maaiveld ook dieper gelegen kan zijn. Bij de zintuiglijke afwezigheid van een mogelijke verontreiniging wordt voor het onderzoek van het grondwater gebruik gemaakt van een nabij gelegen peilbuis die voldoende dichtbij is gesitueerd. Het onderzoek heeft zich gericht op minerale olie in de vaste bodem en het standaardpakket voor grondwater. Deellocatie F: voormalige spuiterij met lakopslag De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.3 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016.
Bij de zintuiglijke afwezigheid van een mogelijke verontreiniging wordt alleen het grondwater onderzocht. Het grondwater wordt onderzocht op het standaardpakket grondwater. Deellocatie G: voormalige opslag brandbare stoffen De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.3 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Bij de zintuiglijke afwezigheid van een mogelijke
17
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
verontreiniging wordt alleen het grondwater onderzocht. Het grondwater wordt onderzocht op het standaardpakket grondwater. Deellocatie H: perceelsgrens Industrielaan 10 De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.3 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Bij de zintuiglijke afwezigheid van een mogelijke verontreiniging wordt de bodemlaag rond de grondwaterstand onderzocht. De vaste bodem wordt onderzocht op minerale olie. 3.2. Veldwerkprogramma De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd onder certificaat en in overeenstemming met de protocollen 2001, 2002 en 2018 (allen versie 7). Het veldwerk is wisselend en soms gezamenlijk uitgevoerd door de heren D. Karsten, M. Hebinck en S. van den Poll van Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. in september en oktober 2023. Voor de exacte data wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage D. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. Peilbuizen worden bemonsterd na een minimale rusttijd van één week.
Alle monsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Een volledige maaiveldinspectie conform de NEN 5707 was niet mogelijk aangezien het perceel volledig is bebouwd, verhard of begroeid. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein Op deze deellocatie zijn de boringen 16 t/m 25 verricht. Alle boringen nabij de bekende verontreiniging en ten behoeve van de voormalige sloot (deellocatie B) zijn verricht tot 2,0 m-mv. Alleen boring 19 is ondieper verricht (tot 1,0 m-mv). Deze boring is verricht voor de deellocaties C en D. Voor het onderzoek op asbest zijn 5 inspectiegaten verricht met een lengte, breedte en diepte van 0,3 x 0,3 x 0,5 meter in de actuele contactzone. De vrijgekomen grond is per inspectiegat voorbehandeld op locatie. De grove fractie is (indien aanwezig) afgescheiden door uitharken en visueel onderzocht op asbestverdachte materialen. Van de fijne fractie zijn per inspectiegat een proportioneel aantal grepen genomen van circa 0,5 kilogram ten behoeve van 1 analysemonsters. De gaten zijn na afloop van het onderzoek gedicht door de uitgegraven grond terug te storten. Deellocatie B: voormalige sloten Voor de voormalige watergangen zijn in totaal 4 raaien van 3 boringen verricht tot een diepte van tenminste 2,0 m-mv.
Het betreft de boringen 4 t/m 6, 9 t/m 11, 16 t/m 18 en 23 t/m 25. De boringen 19
18
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
t/m 22 zijn ook ter plaatse van voormalige sloten geplaatst, maar dan niet middels raaien. Deze boringen zijn ook gebruikt voor het onderzoek van deellocatie C en D. Twee boringen zijn afgewerkt met peilbuis voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Deze peilbuizen zijn ook bestemd voor het onderzoek van deellocatie D. Deellocatie C: voormalige boomgaard Voor de voormalige boomgaard zijn in totaal 12 boringen verricht tot een diepte van minimaal 1,0 mmv. Deze boringen zijn op meerdere punten gecombineerd met de overige deellocaties. Het betreft de boringen 01, 07 en 16 t/m 25. Deellocatie D: overig onverdacht terrein Verdeeld over de gehele onderzoekslocatie zijn boringen verricht. Alle boringen zijn in meer of mindere mate ook verricht voor het ‘algemeen onverdacht onderzoek’. In totaal zijn verdeeld over de gehele deellocatie in totaal 23 boringen verricht tot een diepte van 1,0 m-mv. Van deze boringen zijn 19 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv. Voor de bemonstering van het ondiepe grondwater zijn 5 peilbuizen verricht voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Conform de strategie ONV-NL waren 2 peilbuizen noodzakelijk. De peilbuizen 27 t/m 29 moesten geplaatst worden voor het onderzoeken van de deellocaties E t/m G.
Naar aanleiding van een verhoging in boring 15 zijn rondom 4 aanvullende boringen verricht tot een diepte van 1,0 m-mv voor het horizontaal afperken van de verontreiniging. Deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank Voor het onderzoek van de voormalige bovengrondse tanks is één boring verricht tot een diepte van 1,0 m-mv. Aangezien zintuiglijk geen mogelijke verontreinigingen zijn aangetoond, is voor het onderzoek van het grondwater gebruik gemaakt van de nabij gelegen peilbuis 16. Deellocatie F: voormalige spuiterij met lakopslag Voor het onderzoek van de voormalige spuiterij met lakopslag zijn 2 peilbuizen geplaatst voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Deellocatie G: voormalige opslag brandbare stoffen Voor het onderzoek van de voormalige opslag brandbare stoffen is 1 peilbuis geplaatst voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Deellocatie H: perceelsgrens Industrielaan 10 Voor het onderzoek zijn twee diepe boringen geplaatst tot een diepte van 2,0 m-mv.
19
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
3.3. Laboratoriumonderzoek De monsters zijn met gekoeld monstertransport voor analyse aangeboden aan het door het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium SGS Environmental Analytics te Rotterdam. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 1: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses
Nr.1
Omschrijving
Matrix
Deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein A1 Mengmonster bovengrond Grond
A2
Mengmonster ondergrond
Grond
A3
Mengmonster ondergrond
Grond
MM1
Mengmonster bovengrond
Grond
Deellocatie B: voormalige sloten B1 Mengmonster ondergrond zwak humeus B2 Mengmonster ondergrond matig humeus
Grond Grond
Deellocatie C: voormalige boomgaard C1 Mengmonster humeuze Grond grond C2 Mengmonster humeuze Grond grond Deellocatie D: overig onverdacht terrein D1 Mengmonster boven-, Grond ondergrond humeus D2 Mengmonster bovengrond Grond met kolengruis D3 Mengmonster bovengrond Grond
D4 D5
D6 -
Boorpunt, diepte (cm-mv)
Analyse(s)
16: 7-50, 17: 7-50, 19: 7-50, 20: 7-50, 21: 7-50, 22: 7-50, 23: 7-50 16: 70-100, 16: 100-150, 17: 60-100, 17: 100-150 23: 50-100, 23: 100-150, 22: 50-100, 21: 50-100 16: 7-50, 19: 7-50, 20: 7-50, 21: 7-50, 22: 7-50, 23: 7-50
Standaardpakket grond2 en PFAS3
16: 200-250, 16: 250-300, 17: 200-250 21: 150-200, 22: 150-200, 23: 160-200
Standaardpakket grond
18: 50-70, 19: 50-70
OCB5
21: 100-120, 22: 100-130
OCB
05: 50-60, 12: 70-110, 13: 50-70 15: 30-50
Standaardpakket grond
Standaardpakket grond Standaardpakket grond Asbest4
Standaardpakket grond
Standaardpakket grond en PFAS
01: 13-50, 02: 11-50, 03: 14-50, Standaardpakket grond 05: 14-50, 07: 14-50, 08: 13-50, 10: 14-50, 13: 7-50, 14: 7-50 Dit mengmonster is samengesteld van een verkeerde bodemlaag en is niet relevant voor het onderzoek en wordt derhalve niet verder omschreven. Het resultaat was schoon (<achtergrondwaarde). Mengmonster ondergrond Grond 02: 100-150, 02: 200-250, Standaardpakket grond 04: 100-150, 04: 150-200, 09: 150-200, 09: 200-250, 11: 100-150, 11: 150-200, 13: 200-250, 15: 150-200 Mengmonster ondergrond Grond 13: 150-200, 15: 200-250 Standaardpakket grond veen Peilbuis Grondwater 16-1: 230-330 Standaardpakket grondwater6 Peilbuis Grondwater 09-1: 230-330 Standaardpakket grondwater
AFPERKING VERONTREINIGING BORING 15
D7
Monster verticale afperking
Grond
15: 50-100
Standaardpakket grond
D8
Monster verticale afperking
Grond
15C: 30-80
Standaardpakket grond
D9
Monster verticale afperking
Grond
15B: 40-90, 15D: 30-80
Standaardpakket grond
INDICATIEF CIVIELTECHNISCH ONDERZOEK
20
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Nr.1 1
2
3
4
Omschrijving Mengmonster ondergrond matig grof grindig zand onder bebouwing Mengmonster ondergrond matig grof zand zijde Zuivelstraat veenlaag Mengmonster ondergrond matig fijn zand achterzijde
Matrix Grond
Boorpunt, diepte (cm-mv) 02: 100-150, 03: 100-150, 06: 100-150, 10: 100-150
Analyse(s) SCG-zeefkromme
Grond
13: 120-150, 13: 200-250, 15: 150-200
SCG-zeefkromme
Grond
SCG-zeefkromme
Mengmonster ondergrond matig fijn zand zwak humeus achterzijde
Grond
16: 100-150, 16: 150-200, 17: 100-150, 17: 150-200, 22: 50-100, 23: 50-100, 23: 100-150 20: 70-120, 18: 100-150, 17: 200-250, 16: 200-250
SCG-zeefkromme
Deellocatie E: voormalige bovengrondse dieseltank E1 Mengmonster bovengrond Grond 26: 7-50, 26: 50-100 Peilbuis Grondwater 16-1: 230-330
Minerale olie Minerale olie en vluchtige aromaten
Deellocatie F: voormalige spuiterij met lakopslag Peilbuis Grondwater Peilbuis Grondwater
Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater
27-1: 200-300 28-1: 200-300
Deellocatie G: voormalige opslag brandbare stoffen Peilbuis Grondwater 29-1: 200-300
Minerale olie en vluchtige aromaten
Deellocatie H: perceelsgrens Industrielaan 10 H1 Mengmonster ondergrond Grond H1: 150-200 H2: 150-200 Minerale olie 1 Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. 2 Standaardpakket grond: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) Polychloorbifenylen (7 PCB) Minerale olie Organische stof en lutum 3 PFAS: Perfluorbutaanzuur, perfluorpentaanzuur, perfluorhexaanzuur, perfluorheptaanzuur, perfluoroctaanzuur (lineair), perfluoroctaanzuur (vertakt), perfluoroctaanzuur (som), perfluornonaanzuur, perfluordecaanzuur, perfluorundecaanzuur, perfluordodecaanzuur, perfluortridecaanzuur, perfluortetradecaanzuur, perfluorhexadecaanzuur, perfluoroctadecaanzuur, perfluorbutaansulfonzuur, perfluorpentaansulfonzuur, perfluorhexaansulfonzuur, perfluorheptaansulfonzuur, perfluoroctaansulfonzuur (lineair), perfluoroctaansulfonzuur (vertakt), perfluoroctaansulfonzuur (som), perfluordecaansulfonzuur, 4:2 fluortelomeer sulfonzuur, 6:2 fluortelomeer sulfonzuur, 8:2 fluortelomeer sulfonzuur, 10:2 fluortelomeer sulfonzuur, n-methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat, n-ethyl perfluoroctaansulfonamide acetaat, perfluoroctaansulfonamide, n-methyl perfluoroctaansulfonamide, 8:2 fluortelomeer fosfaat diester.
4 Asbest: Chrysotiel (witte asbest), amosiet (bruine asbest), crocidoliet (blauwe asbest), anthophylliet (gele asbest), tremoliet (grijze asbest), actinoliet (groene asbest) 5 OCB (organochloorbestrijdingsmiddelen): Hexachloorbenzeen, o,p-DDT, p,p-DDT, som DDT (0.7 factor), o,p-DDD, p,p-DDD, som DDD (0.7 factor), o,p-DDE, p,p-DDE, som DDE (0.7 factor), som DDT,DDE,DDD (0.7 factor), aldrin, dieldrin, endrin, som aldrin/dieldrin/endrin (0.7 factor), isodrin, telodrin, alpha-HCH, beta-HCH, gamma-HCH, delta-HCH, som a-b-c-d HCH (0.7 factor), heptachloor, cis-heptachloorepoxide, trans-heptachloorepoxide, som heptachloorepoxide (0.7 factor), alphaendosulfan, hexachloorbutadieen, endosulfansulfaat, trans-chloordaan, cis-chloordaan 6 Standaardpakket grondwater: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen) Gehalogeneerde koolwaterstoffen (1,1-dichloorethaan, 1,2-dichloorethaan, 1,1-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen (cis), trans- 1,2-dichlooretheen, dichloormethaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3 dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan (tetra), 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen (tri), chloroform, vinylchloride, bromoform) Minerale olie
21
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
22
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
4.
VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING
De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden in dit hoofdstuk geïnterpreteerd en getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Ingegaan wordt op het genoemde toetsingskader en aansluitend de bodemopbouw, de zintuiglijke waarnemingen en de toetsing van de analyseresultaten van de grond en het grondwater. 4.1. Toetsingskader Het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) gaat uit van achtergrond- dan wel streefen interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de achtergrond-/ streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De achtergrond- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het lutumgehalte en het organische stofgehalte. Voor de berekening van toetsingswaarden voor organische parameters is het lutumgehalte niet van toepassing. Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0% wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen het minimaal te hanteren organische stofgehalte van 2,0% toegepast. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld, maar een interventiewaarde (100 mg/kgds gewogen).
Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) maar op het veel strenger Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR). Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Bij materialen niet zijnde bodem is geen sprake van een interventiewaarde, maar van een restconcentratienorm (100 mg/kgds gewogen asbest). PFAS Per 8 juli 2019 was het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” van kracht. Op 13 december 2021 is het “Handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie” gepubliceerd. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn in tabel 3 weergegeven.
23
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Tabel 2: Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau1)
Bodemkwaliteitsklasse (µg/kg d.s.)2,3) AW 4) Wonen en Industrie
Indicatieve interventiewaarden (µg/l) Grond Grondwater Grondwater excl. incl. drinkwater drinkwater
PFOS 1,4 3 110 0,20 56 PFOA 1,9 7 1100 0,39 170 Individuele PFAS 1,4 3 1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van boven grondwaternieuw: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt wordt de grond geacht boven grondwaterniveau te zijn 2) Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder is dan 10% 3) Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld 4) Achtergrondwaarde
Een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader van de Wbb wordt gegeven in bijlage A. De getoetste analyseresultaten en de analysecertificaten1 zijn opgenomen in bijlage B en C. De resultaten worden getoetst met behulp van BoToVa, de Bodem Toets- en Validatie Service van de overheid via elektronische data uitwisseling. 4.2. Bodemopbouw, zintuiglijke waarnemingen en civieltechnisch onderzoek De bodemprofielen van de verrichte boringen en de zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’ en hieronder per deellocatie omschreven. De resultaten van de zeefkrommen zijn hieronder ook weergegeven (deellocatie D). Middels deze zeefkrommen is de civieltechnische herbruikbaarheid conform RAW bepaald en de doorlatendheid (k-waarde). Deellocatie A: westelijk onbebouwd terrein Boringen 16 t/m 25 Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging. In de ondergrond van meerdere boringen zijn zwakke tot matig humeuze bodemlagen waargenomen. Deze humeuze bodemlagen doen niet denken aan een verontreiniging zoals aangetroffen aan de achterzijde van de Zuivelstraat 12 – 16. Deze bodemlagen zijn wel onderzocht in het kader van voormalige watergangen (deellocatie B). Bij civieltechnische werkzaamheden dient mogelijk ook rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van deze bodemlagen.
Er zijn analyses uitgevoerd voor het bepalen van de civieltechnische eigenschappen van deze grond. Deze resultaten zijn weergegeven onder deellocatie D.
1
Op één analysecertificaat is aangegeven dat de conserveringstermijn is overschreden. Het betreft een aanvullende analyse van een monster voor het verticaal afperken van de verontreiniging. De conserveringstermijn voor de kritische parameters (zware metalen en in mindere mate PAK) wordt niet overschreden.
24
Verkennend bodemonderzoek; Zuivelstraat 6-22 te Veenendaal Projectnummer: P23M0085 Datum: 25 oktober 2023
Deellocatie B: voormalige sloten Boringen 4 t/m 6, 9 t/m 11, 16 t/m 25. Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging. Aan de westzijde van de bebouwing (zoals omschreven bij deellocatie A) zijn in de ondergrond humeuze bodemlagen waargenomen die zouden kunnen duiden op een voormalige watergang. Bijmengingen en mogelijke sliblagen zijn niet waargenomen. De humeuze bodemlagen zijn geanalyseerd als zijnde mogelijke voormalige sloot. De bovenliggende niet humeuze bodemlagen zijn geanalyseerd voor deellocatie A. Onder het pand zijn nergens waarnemingen gedaan die op enige wijze gerelateerd zouden kunnen worden aan de aanwezigheid van een voormalige sloot. Eventuele sliblagen en humeuze bodemlagen lijken voor de bouw van het pand volledig te zijn verwijderd tot een diepte van 2,0 à 3,0 meter beneden maaiveld. Het zand onder het pand is waarschijnlijk aangebracht en is grover dan buiten de bebouwing. Van dit zand is een zeefkromme samengesteld voor het bepalen van de civieltechnische eigenschappen. De resultaten hiervan zijn weergegeven bij deellocatie D. Deellocatie C: voormalige boomgaard Boringen 01, 07 en 16 t/m 25 Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een mogelijke bodemverontreiniging.