CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.b Bijlage 1.2 Bestemmingsplan ‘Dijkstraat 159a’ (toelichting)

Gemeenteraad 19 september 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Dijkstraat 159a18.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

DIJKSTRAAT 159A ZORGBOERDERIJ

Dijkstraat 159a zorgboerderij

bestemmingsplan (ontwerp)

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend(e) plan(nen) 1.4 Leeswijzer

5 5 5 7 7

Hoofdstuk2 BESTAANDESITUATIE 2.1 Ruimtelijke structuur 2.2 Functionele structuur

8 8 10

Hoofdstuk3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Bouwplan 3.2 Landschappelijke inpassing

12 12 12

Hoofdstuk4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

14 14 15 22 23

Hoofdstuk5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Bodem 5.2 Waterhuishouding 5.3 Externe veiligheid 5.4 Archeologie 5.5 Cultuurhistorie 5.6 Ontplofbare oorlogsresten 5.7 Ecologie 5.8 Geluid 5.9 Bedrijven- en milieuzonering 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Mobiliteit 5.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.13 Totaalbeeld aspecten

28 28 29 31 32 33 34 35 36 37 38 40 42 42

Hoofdstuk6 JURIDISCHEPLANOPZET 6.1 Inleiding 6.2 De indeling van de planregels 6.3 Bestemmingen

43 43 43 46

Hoofdstuk7

48

FINANCIEEL-ECONOMISCHEUITVOERBAARHEID

Hoofdstuk8 MAATSCHAPPELIJKEUITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Ontwerp ter inzage legging

49 49 49

Bijlagen Bijlage 1

Bodemrapport

Bijlage 2

Aanvulling bodem

2

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Bijlage 3

Digitale watertoets

Bijlage 4

Quickscan Wet natuurbescherming

Bijlage 5

Omgevingsonderzoek bedrijven en milieuzonering

Bijlage 6

Participatieverslag 16 februari 2023

bestemmingsplan

3

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

4

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding en doel

Aan de Dijkstraat 159a bevindt zich een perceel met bestemming 'Agrarisch' met de functieaanduiding paardenhouderij. Het gaat om een productiegerichte paardenhouderij inclusief pensionstal voor het houden van paarden. Al enige tijd vindt er zorgverlening plaats voor de duur van vier dagen per week waarbij gemiddeld 14 kinderen per dag aanwezig zijn. Twee dagen per week komen er 7 volwassenen voor dagbesteding. De voorgenoemde activiteiten zijn niet toegestaan binnen de geldende agrarische bestemming. Om de planologische situatie in overeenstemming te brengen met het huidige gebruik is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk Men is daarnaast voornemens de zorg uit te breiden en tevens een servicepunt te bouwen ten behoeve van koffie en thee voor passerende wandelaars en fietsers. Dit punt zal gerelateerd zijn aan de zorgboerderij, gericht om een stagemogelijkheid te creëren voor de cliënten. Interactie met de gasten, het leren om gastheer/vrouw te zijn en het onderhouden van het koffiepunt zijn daarbij activiteiten die tegemoet komen aan cliënten van de zorgboerderij. De huidige activiteiten vinden op dit moment plaats in het oostelijke deel van plangebied. Door het plangebied loopt een fiets- en voetpad. Met de uitbreiding gaan de activiteiten ook plaats vinden ten westen van dit pad.

Voorliggend plan voorziet in de juridisch-planologische vertaling van het voornemen.

1.2

Ligging plangebied

Het betreffende perceel ligt in het zuidwesten van de gemeente, buiten het stedelijk gebied. Kadastraal zijn de percelen bekend als B9202, B6785, B6786, B8073, B8979 en B9067.

Afbeelding 1.1: ligging plangebied (topografische kaart)

bestemmingsplan

5

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Afbeelding 1.2: Ligging plangebied (luchtfoto 2022) De huidige activiteiten vinden op dit moment plaats op het oosten van plangebied. Door het plangebied loopt een fiets- en voetpad. De uitbreiding van de activiteiten moet plaats gaan vinden ten westen van dit pad. Het servicepunt komt hierbij vlak aan het pad.

6

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

1.3

Vigerend(e) plan(nen)

Op de locatie is het bestemmingsplan “Buitengebied” van kracht. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming “ Agrarisch met waarden” met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3. Hiernaast zijn hier de functieaanduidingen "specifieke vorm van agrarisch met waarden coulissenlandschap", "specifieke vorm van agrarische waarden - karakteristieke verkavelingspatroon" en "specifieke vorm van agrarisch met waarden - kernrandzone" te vinden. En zijn hier de gebiedsaanduidingen "milieuzone - stiltegebied" en "reconstrucitewetzone - verwevingsgebied" te vinden. Daarnaast valt een deel van het plangebied binnen het bestemmingsplan Parapluplan 2022 en heeft binnen dat plan de bestemming “Waarde - Archeologie - Middelhoog”. Het bouwen buiten het bouwvlak is strijdig met de vigerende bestemmingen en de functies m.b.t. zorg, de veldschuur en het koffiepunt zijn niet opgenomen in het bestemmingsplan. Daarom moeten de vigerende bestemmingsplannen (partieel) worden herzien ex artikel 3.1 Wro.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven; In hoofdstuk 3 is het bouwplan beschreven evenals de parkeerbehoefte; In hoofdstuk 4 volgt vervolgens een beschrijving van het beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; In hoofdstuk 5 zijn hierna de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld; Hoofdstuk 6 beschrijft het juridische deel van het plan; In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; In hoofdstuk 8 zijn tenslotte de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.

bestemmingsplan

7

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Ruimtelijke structuur

Dit bestemmingsplan kent ruimtelijk gezien twee onderdelen. Door het plangebied loopt een fietspad welke Veenendaal-West verbindt met het bosgebied van de Heuvelrug. Dit is een belangrijke fietsverbinding waar tevens ook wordt gewandeld en welke toegankelijk is voor bestemmingsverkeer. Ten westen van het fietspad bevindt zich op het moment een weiland welke bestemd is met de enkelbestemming Agrarisch met waarden. Ten oosten van het fietspad bevindt zich op dit moment de bedrijfswoning en de paardenhouderij. De bebouwing op de agrarische kavel is grotendeels ingepakt in het groen. De oorspronkelijke houtwal begrenst het noordelijk deel van het erf. Aan de zuidzijde is sprake van een meer opengroene begrenzing met een haag en solitaire bomen. De tweede kavel ligt aan de westzijde van het fietspad en betreft een weiland omsloten door opgaand groen. Aan deze zijde is het groen wat dichter en is er sprake van een zogenaamde boskamer. Het bedrijf ligt in het gebied “Bezuiden de Dijkstraat” en ligt ingeklemd tussen het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug en het stedelijk gebied van Veenendaal. Kenmerkend is de slagenverkaveling met houtwallen die als uitlopers vanuit de Heuvelrug het gebied insteken.

Afbeelding 2.1: westzijde vanaf het fietspad

8

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Afbeelding 2.2: westzijde van het plangebied vanuit de lucht (Nedbrowser, 2019)

bestemmingsplan

9

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Afbeelding 2.3: volledige plangebied vanuit de lucht (Nedbrowser, 2023) Deze locatie is één van de weinige plaatsen waar het landelijk gebied tot aan de Dijkstraat grenst en zichtbaar is en niet verscholen ligt achter de lintbebouwing van de Dijkstraat. Vanaf de Dijkstraat is zicht op een open “landschapskamer”, vandaar dat deze gronden in het bestemmingsplan zijn bestemd als de “Agrarisch met waarden”, met de aanduiding “karakteristiek verkavelingspatroon”en “coulissen landschap” De ligging van dit gebied op de flank van de Heuvelrug maakt tevens dat het een overgangsgebied is van de beboste heuvelrug naar het meer open landschap van de Gelderse Vallei. De bebouwing van Veenendaal is in de loop der jaren opgerukt. De Dijkstraat vormt nu min of meer de grens van de bebouwing. In de bestaande situatie hebben al enkele wijzigingen aan het perceel plaatsgevonden welke teruggedraaid dienen te worden. Op het perceel bevinden zich nu enkele zandvlakken en een groot hoeveelheid hekwerken. Ook bevindt zich er door het perceel heen beplanting dat overal geplaatst is. Deze situatie komt niet toe aan de waarden van het landschap. In de nieuwe situatie wordt getracht de functie mogelijk te maken met een betere inpassing dan nu het geval is

2.2

Functionele structuur

Het plangebied wordt doorsneden door een recreatieve fietsroute die de verbinding vormt tussen de kern van Veenendaal en de heuvelrug. Dit fietspad wordt veel gebruikt door recreanten maar ook door forenzen op de fiets naar Amerongen en Elst. Daarnaast zijn er diverse voetpaden aanwezig door dit gebied die de gelegenheid geven tot het maken van een ommetje. In 2022 heeft de gemeente langs een groot deel van het fietspad een vrijliggend voetpad aangelegd om zo ook wandelaars beter te faciliteren.

10

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Het gebied ten zuiden van de Dijkstraat valt binnen het deelgebied Achterflank. Het deelgebied Achterflank is in essentie een overgangslandschap aan de noordoostzijde, tussen de beboste stuwwalrug en het lager gelegen halfopen landschap van de Gelderse Vallei. Het land wordt veeal begraast door koe, paard of schaap. Deze zijde kent geen doorgaande structuren parallel aan het reliëf. De hoeveelheid bebouwing is beperkt. De zijde aan de oost- en noordkant van de Utrechtse Heuvelrug grenzend aan de Gelderse Vallei is de rustige zijde. Slechts enkele kleinere woonkernen liggen als losse eilandjes langs de helling. Er is een verbrokkelde wegenstructuur die de woonkernen verbindt. Uitbreiden van de woonfunctie vindt bij voorkeur niet plaats op deze flank van de Utrechtse Heuvelrug, maar daarbuiten bij de woonkernen in Gelderse Vallei. In de achterflank is ´tijdelijke´ recreatie (verplaatsbare verblijfsvormen zoals kamperen) het beste op zijn plaats. Concentratie van de recreatie ligt bij de wegen die vanaf de Utrechtse Heuvelrug komen. De achterflank vormt de overgang van het besloten naar het opener landschap. De achterflank staat onder invloed van de aangrenzend landschap. De agrarische bebouwing ligt deels verborgen in het groen. Er zijn door bos en houtwal omsloten weides. De kavelafscheiding is bosrand, houtwal, hek of greppel/slootje.

Een natuurlijke grensafscheiding heeft altijd de voorkeur. Houd bij de inpassing van innovatieve vormen van landbouw rekening met de karakteristieken van het deelgebied, zodat landschappelijke diversiteit in stand blijft De landbouwtransitie kan het afwisselende landschappelijke patroon versterken. Combinatie van vee en bomen biedt kansen voor een meer duurzame bedrijfsvoering. De Dijkstraat 159a ligt in het deelgebied Achterflank. De percelen liggen in het overgangsgebied van de Heuvelrug naar de Gelderse Vallei. De grens van de bebouwde kom Van Veenendaal ligt een paar honderd meter noordelijker. De openheid van de Gelderse Vallei is hier verdwenen en heeft plaats gemaakt voor woningbouw. De agrarische oorsprong van dit gebied is grotendeels verloren gegaan, aangezien de meeste bedrijven hier zijn omgezet naar woongebieden met behulp van de ruimte voor ruimte-regeling. Het agrarische bedrijf aan de Dijkstraat 159a bestaat uit een paardenhouderij met pensionpaarden. De eigenaren hebben gekeken welke passende activiteiten zou kunnen starten om hun bedrijf en de omgeving in stand te houden. Zij hebben hier gekozen voor een verbreding van hun paardenhouderij naar zorgboerderij in de vorm van dagbesteding met ook een recreatieve component met een koffiepunt.

bestemmingsplan

11

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Hoofdstuk 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Bouwplan

Aan de oostzijde van het fietspad wordt de functie zorgboerderij aan de functie paardenhoudenrij toegevoegd. Hiermee worden de zorggerelateerde activiteiten die op dit moment plaats vinden gelegaliseerd. Dit maakt dagbesteding voor personen die daarbij zorg en hulp nodig hebben op deze plek mogelijk. De combinatie van de zorg met de paardenhoudenrij biedt aan kinderen en volwassenen met een speciale een leuke en verantwoorde dagbesteding waarbij het contact met dieren en de verzorging hiervan een belangrijk onderdeel is. Er is een grote wens om de huidige zorg verder uit te breiden in kwaliteit, maar niet in kwantiteit. Er wordt mogelijkheid gegeven om twee gebouwen te plaatsen aan de westzijde van het fietspad. Dit bestaat uit een gebouw van 100m2 (veldschuur), en een koffiepunt van 15m2 aan het fietspad welke direct en ondergeschikt een verband heeft met de zorgboerderij. Het vergroten van de ruimte biedt meer rust aan de verschillende groepen cliënten op de zorgboerderij. Het koffiepunt zorgt er eveneens voor dat de cliënten een mogelijkheid hebben om stage te lopen. Zodoende worden hier twee bouwwerken toegevoegd. Tevens komen er een aantal hekwerken bij in het weiland. Deze is te zien in figuur 3.1. Om het koffiepunt vindt een kleine afbakening plaats. Hiernaast komen er een aantal hekwerken voor de paarden in het weiland.

De westzijde van het plangebied krijgt dezelfde functie als de oostzijde. Aan de oostzijde vinden geen ruimtelijke wijzigingen plaats.

Figuur 3.1: Bovenaanzicht nieuwe situatie

3.2

Landschappelijke inpassing

De locatie bevindt zich in een landelijke omgeving. De sfeer van deze ontwikkeling sluit hier op aan en laat zich kenmerken door een landelijke uitstraling. In de nieuwe situatie worden er twee bouwwerken in het landschap geplaatst. Deze dienen zodanig geplaatst te worden dat deze zoveel mogelijk in het landschap opgaan. Dit vereist enkele aanpassingen aan de huidige situatie. De landschappelijke waarden van de open boskamer, het coulisselandschap en

12

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij het karakteristiek verkavelingspatroon worden in de huidige situatie geschaad. Met de nieuwe ontwikkeling wordt getracht deze enigszins te herstellen en in de nieuwe situatie minder te schaden en daarbij enige versterking toe te voegen aan de randen van de boskamer. Het doel is om de landschappelijke waarden van de open boskamer zo waar mogelijk te behouden, terwijl tegelijkertijd de nieuwe functie kan worden vervuld. Hierdoor dienen er aan de huidige situatie een aantal wijzigingen plaats te vinden. Hierbij gaat het met name om de afbakening van het toekomstige koffiepunt, de hekwerken en de beplanting. Ter bescherming van de landschappelijke waarden dienen deze onderdelen landschappelijk ingepast te worden. Voor de landschappelijke inpassing geldt dat deze dient te voldoen aan de beeldkwaliteitseisen welke zijn toegevoegd als bijlage aan de regels van het bestemmingsplan (Bijlage 1). Deze beeldkwaliteitseisen stellen eisen aan de veldschuur t.b.v. de zorg en het koffiepunt. Naast de perceelafscheiding worden enkele hekwerken ten behoeve van de functie in het weiland toegestaan. De hekwerken, welke binnen de erfgrenzen worden geplaatst, mogen worden voorzien van maximaal twee liggers waarvan de bovenste ligger een draad en de onderste van hout. Dit houdt de kamer zo open mogelijk.

Beplanting wordt alleen geplaatst aan de randen van het perceel met een aanlegvergunning. Voorkomen moet worden dat er overal verspreid dingen worden geplaatst en de openheid van het landschap zoveel mogelijk wordt behouden. Door extra bomen langs de randen van het perceel te plaatsen, wordt een ruimtelijke versterking van de open boskamer gecreëerd.

bestemmingsplan

13

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Rijksbeleid

Hoofddoel van het nationale ruimtelijke beleid is om ruimte te scheppen voor verschillende ruimtevragende functies. Het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat, maakt het nodig dit op een efficiënte en duurzame wijze te doen en niet alleen in kwantitatieve, maar ook in kwalitatieve zin. Bundeling van verstedelijking is een beleidsstrategie die het Rijk hanteert. Er wordt op deze manier optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die in het bestaande bebouwde gebied aanwezig is.

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI heeft maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden.

Conclusie De NOVI stelt dat het niet alleen gaat om de beschikbaarheid van voldoende woningen van hoge kwaliteit, maar vooral ook omdat we een aantrekkelijke woonomgeving willen realiseren. Gestreefd wordt naar steden en regio’s als gezonde habitat, waarin zoveel als nodig en mogelijk functies worden gecombineerd. Verstedelijking vraagt zorgvuldig en gebiedsgericht maatwerk vanuit een brede benadering. De mogelijkheden van verstedelijking en de daaraan verbonden opgaven wisselen daarbij van plek tot plek. Het gaat vaak om het creëren van mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen én om het verbeteren van de kwaliteit van leefomgeving. In het ene gebied is er sterke groei en is de insteek meer het faciliteren van nieuwe ontwikkelingen. Waarbij nieuwe ruimtelijk ontwikkelingen ook extra kwaliteit leveren aan stad en regio en tegelijkertijd extra aandacht vragen voor de kwaliteit van het bestaande gebied als voorwaarde voor succes of om ongunstige neveneffecten te voorkomen

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit het nationaal ruimtelijk beleid en bevat nadere regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien een aantal keer gewijzigd. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied;

14

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven. Binnen het plangebied zijn geen onderdelen van het Barro aanwezig en hiermee behoeft het geen specifieke aandacht in het onderhavige plan. Het plan valt eveneens buiten het natuurnetwerk Nederland.

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren. De Ladder voor duurzame verstedelijki ng is gewijzigd per 1 juli 2017. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in een om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder met deze wijziging beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden. De Ladder als motiveergrond voor ruimtelijke plannen is aangescherpt, maar wordt lichter in het gebruik. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Op het plan rust een agrarische bestemming en vormen daardoor geen onderdeel van bestaand stedelijk gebied. Een laddertoets is daardoor niet noodzakelijk.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht

Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd tot 2050. De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven samenhangende beleidsthema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Stad en land gezond Klimaatbestendig & waterrobuust Duurzame energie Vitale steden & dorpen Duurzaam gezond & veilig bereikbaar Levend landschap erfgoed & cultuur Toekomstbestendige natuur & landbouw

De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede

bestemmingsplan

15

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. Eén hiervan is het bevorderen van een inclusieve samenleving. Deze draagt bij aan sociale samenhang en aan dat iedereen mee kan doen in de maatschappij.

4.2.2

Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht

Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. In de omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. In de verordening zijn alle regels voor de leefomgeving van circa 20 verordeningen samengebracht naar één verordening. De omgevingsverordening bevat een verstedelijkingsverbod voor landelijk gebied, tenzij in de verordening anders bepaald. Voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen stedelijk gebied, geeft de verordening instructieregels voor onder meer woningbouw. Woningbouw dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw en woningbouw mag niet leiden tot extra bodemdaling. Daarnaast worden er instructieregels gegeven voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien waarborgt dat de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de knelpunten in de bereikbaarheid. Bij voorkeur leiden de nieuwe ontwikkelingen tot een afname van knelpunten in de bereikbaarheid.

Tot slot bevat de omgevingsverordening specifieke instructieregels voor een Omgevingsplan betrekking heeft op een locatie binnen onder andere de Cultuurhistorische hoofdstructuur, Stiltegebied, Overstroombaar gebied, een boringsvrije zone, beschermd natuurgebied, of een geluidscontour van een provinciale weg. Kernrandzone Het plan heeft betrekking op de kernrandzone van de provincie Utrecht. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Kernrandzone kan ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit bestemmingen en regels bevatten die verstedelijking toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten. Het gebied aan de zuidzijde van de Dijkstraat is onderdeel van de kernrandzone. Dit van oorsprong agrarische gebied heeft zijn agrarische functie grotendeels verloren. De meeste bedrijven hebben gebruikt gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling en zijn omgezet naar wonen. De nu nog aanwezige agrarische bedrijven hebben vaak een maatschappelijke nevenfunctie omdat het gebied niet voldoende ruimte biedt voor een volwaardig agrarisch bedrijf.

De ligging van dit gebied op de flank van de Heuvelrug maakt tevens dat het een overgangsgebied is van de beboste heuvelrug naar het meer open landschap van de Gelderse Vallei. De bebouwing van Veenendaal is in de loop der jaren opgerukt. De Dijkstraat vormt nu min of meer de grens van de bebouwing. Het gebied wordt doorsneden door een recreatieve fietsroute die de verbinding vormt tussen de de kern van Veenendaal en de bossen van de Heuvelrug. Dit fietspad wordt veel gebruikt door recreanten maar ook door forenzen op de fiets naar Amerongen en Elst. Het fietspad is ook geliefd onder wielrenners en mountainbikers ondermeer vanwege de aanwezigheid van populaire mountainbikeroutes bij Amerongen. Daarnaast zijn er diverse voetpaden aanwezig door dit gebied die de gelegenheid geven tot het maken van een ommetje. In 2022 heeft de gemeente langs een groot deel van het fietspad een vrijliggend voetpad aangelegd om zo ook wandelaars beter te faciliteren. Omdat de agrarische functie in dit gebied niet levensvatbaar meer is kijkt de gemeente naar de mogelijkheden een drager te vinden om de kwaliteit van het landschap te behouden. Gezien de ligging is een uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden hier een optie. De omgevingsvisie Veenendaal 2030 geeft in hoofdstuk 6.6 een aantal mogelijkheden voor de versterking van het buitengebied.

16

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Omgevingsvisie We creëren een aantrekkelijke omgeving voor recreatie en toerisme Veenendaal is door haar ligging verbonden met de Heuvelrug, de Vallei en de Grebbelinie. We positioneren Veenendaal als onderdeel van deze gebieden; We zetten in op toeristisch-recreatieve ontwikkelingen en voorzieningen; We realiseren groene verbindingen tussen binnenstad en buitengebied; We werken mee aan de realisatie van daghoreca langs recreatieve routes, om de beleving van die routes te verhogen; We creëren mogelijkheden voor recreatie, door het buitengebied beter toegankelijk te maken voor fietsers en voetgangers en door ruimte te bieden aan functies die een bijdrage leveren aan recreatie Andere opties voor het gebied zijn maatschappelijke functies die samen gaan met agrarische bedrijvigheid zoals een zorgboerderij. Een voorbeeld hiervan is de Eekhoeve die even verderop aan de Dijkstraat ligt. Hier is een landwinkel, een theehuis en een moestuin gevestigd. Deze functie wordt ook veel bezocht door bewoners van de aanliggende wijken. Functionele kwaliteitsverbetering Het agrarische bedrijf aan de Dijkstraat 159a bestaat uit een paardenhouderij met pensionpaarden. De eigenaren hebben gekeken welke passende activiteiten zou kunnen starten om hun bedrijf en de omgeving in stand te houden.

Zij hebben hier gekozen voor een verbreding van hun paardenhouderij naar zorgboerderij in de vorm van dagbesteding met ook een recreatieve component met een servicepunt. Dit past binnen de visie van de gemeente voor het gebied. Deze versterking van de ruimtelijke kwaliteit staat om de volgende functionele redenen in een redelijke verhouding tot de omvang: - Door het toevoegen van de maatschappelijke functie wordt de agrarische functie van de percelen in stand gehouden. Deze functie dient als een drager om de kwaliteit van het landschap te behouden. - De uitbreiding dient een maatschappelijk doel. De zorg die hier plaats vindt is in combinatie met paarden. Dit is een combinatie die goed werkt en vervult zodoende een maatschappelijke behoefte. - Het koffiepunt sluit aan bij de maatschappelijke functie van de zorgboerderij doordat deze als stagemogelijkheid en contactmoment dient voor de cliënten. - Het koffiepunt sluit aan bij de wil om de beleving van recreatieve routes in de kernrandzone te verhogen. - Het buitengebied wordt aantrekkelijker voor fietsers en voetgangers doordat dit koffiepunt een een bijdrage levert aan de recreatie. - Kernrandactiviteiten zijn stedelijke functies gericht op recreatief, sportief of maatschappelijk gebruik op lokale schaal waarbij de gronden merendeels onbebouwd zijn.

Onderliggend plan betreft een maatschappelijk project gelegen op een recreatieve route. Het fietspad op de route verbindt Veenendaal-West met het bosgebied van de Heuvelrug. Deze route wordt veel gebruikt door fietsers en wandelaars vanuit Veenendaal richting het bos en terug. De mogelijkheid van ‘ommetjes’ in de kernrandzone wordt hiermee versterkt. Kernkwaliteiten Utrechts landschap In het gebiedskatern Utrechtse Heuvelrug wordt per gebiedsdeel beschreven welke kernkwaliteiten het Utrechts landschap heeft op de Heuvelrug. De kernkwaliteiten van de Utrechtse Heuvelrug zijn door de provincie Utrecht als volgt geformuleerd: 1. Robuuste eenheid 2. Reliëfbeleving 3. Extreme historische gelaagdheid 1. Robuuste eenheid Het bos bindt alle deelgebieden van de Heuvelrug met elkaar samen. Overal is het bos aanwezig, in meerdere of mindere mate. De beleving vanuit het bos zelf is maar één aspect. Minstens zo belangrijk is de beleving vanuit open plekken, paden en wegen en vanaf hoge uitkijkpunten. Vanuit de omliggende landschappen is de Heuvelrug vaak markant aan de horizon te zien. Door het bos en reliëf steekt ze hoog boven het omliggende landschap uit. De beleving van deze robuuste eenheid wordt mede bepaald door het zicht op de Heuvelrug in de aangrenzende landschappen. 2. Relief beleving bestemmingsplan

17

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij De robuuste eenheid is mede zo robuust omdat de Heuvelrug zo hoog boven de omliggende landschappen uitsteekt. Langs de randen van de stuwwal krijgt de reliëfbeleving een extra dimensie. Naast de hoogteverschillen binnen de Heuvelrug, valt hier ook de hoge ligging van de Heuvelrug ten opzichte van haar omgeving op. Doorzichten naar en panoramische uitzichten over de omliggende landschappen zijn belangrijke kenmerken van de reliëfbeleving van de Heuvelrug. Vanaf de achterflank en de randen van 't Gooi zijn de uitzichten op het lager gelegen ommeland meer terloops, minder dramatisch. Tot slot is een bijzonder aspect van de reliëfbeleving het vrijwel afwezig zijn van water. In alle landschappen van Utrecht speelt water een belangrijke rol. Maar op de Heuvelrug is het juist droog. 3. Extreme historische gelaagdheid De gelaagdheid is vooral een verhalende kwaliteit in het landschap. In elk landschap komen bebouwingskernen voor met daarbuiten een meer losse bebouwing. Veelal is de losliggende bebouwing agrarisch, met hier en daar een bijzonderheid; een molen of buitenplaats. De stuwwal, die de Heuvelrug vormt, strekt zich uit van de Grebbeberg in het zuiden tot aan het Gooimeer in de provincie Noord-Holland. In dit Provinciaal Landschap komen op relatief korte afstand grote hoogteverschillen voor.

Verschillen in hoog en laag, nat en droog en open en besloten zorgen voor een rijke diversiteit, met name op de flanken, waar de zandgronden overgaan in klei en veen. De Dijkstraat 159a ligt zoals eerder beschreven in het deelgebied Achterflank. De percelen liggen in het overgangsgebied van de Heuvelrug naar de Gelderse Vallei. De grens van de bebouwde kom Van Veenendaal ligt een paar honderd meter noordelijker. De openheid van de Gelderse Vallei is hier verdwenen en heeft plaats gemaakt voor woningbouw. Landschappelijke inpassing De uitbreiding van de activiteiten van het agrarische bedrijf met een zorgcomponent vraagt in dit geval ook om een kleine toevoeging van bebouwing. Er wordt maximaal 115m2 bebouwing toegevoegd in de vorm van een veldschuur en een koffiepunt. De uitrit van het bedrijf op het fietspad sluit aan op de entree naar het koffiepunt en de veldschuur. In de huidige situatie is zijn de landschappelijke waarden al geschaad. Met de nieuwe ontwikkeling wordt getracht deze enigszins te herstellen en in de nieuwe situatie minder te schaden en daarbij enige versterking toe te voegen aan de randen van de boskamer. Hoewel er twee bouwwerken worden toegevoegd, wordt met deze ontwikkeling getracht de activiteiten op dit perceel beter te reguleren. En zo vanaf het koffieplek (de open plek) de landschappelijke beleving meer vorm te geven.

Dit wordt ondermeer op de volgende manieren gedaan - Rondom de veldschuur wordt beplanting aangebracht, waardoor deze enigszins aan het zicht onttrokken wordt door de bomen aan de achterkant van de boskamer. - Het gebied rond het koffiepunt blijft zo klein mogelijk. De hekken rondom het koffiepunt worden doorzichtbaar gelaten, zodat het zicht op de boskamer behouden blijft. - De verharding op het terrein blijft beperkt zodat het karakter van het open weiland behouden blijft. Deze al aangebrachte verharding wordt verwijderd. Op deze manier wordt het open karakter van het weiland binnen de boskamer behouden. - Voorkomen moet worden dat er overal verspreid dingen worden geplaatst. Beplanting wordt alleen geplaatst aan de randen van het perceel. - Door extra bomen langs de randen van het perceel te plaatsen, wordt een ruimtelijke versterking van de open boskamer gecreëerd. (te zien in figuur 3.1) - Het plan moet hierbij voldoen aan de beeldkwaliteitseisen uit bijlage 1 van de regels. Hierin is de volledige landschappelijke inpassing terug te vinden. Ruimtelijke kwaliteitsverbetering Naast het streven naar functionele verbetering, wordt bij deze ontwikkeling ook gestreefd naar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Door het aanplanten van bomen rondom het perceel wordt getracht de open boskamer zoals die in 1900 bestond te herstellen.

De situatie hier uit 1900 is weergegeven in figuur 4.2. Binnen het perceel wordt geen beplanting toegestaan, waardoor de ruimtelijke openheid behouden blijft. Deze boskamer wordt zo een versterking van het landschap, wat op zijn beurt bijdraagt aan het versterken van de kernrandzone.

18

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Figuur 4.2: open boskamer aan de Dijkstraat (bron: topotijdreis 1900) Stiltegebied Het intensieve gebruik van onze leefomgeving zorgt voor steeds meer geluidhinder, terwijl de behoefte aan rust en ontspanning groot is. Stiltegebieden vervullen een rol in die behoefte. Behalve voor de rustzoekende inwoner, is stilte ook van belang voor de beleving van het landschap en natuur. In de provincie Utrecht zijn 14 stiltegebieden aangewezen. In deze gebieden wordt de rust gehandhaafd die aanwezig is. het stiltegebied loopt gedeeltelijk door het plangebied maar de toevoeging van ruimtelijke ontwikkelingen worden buiten het stiltegebied gehouden. Conclusie De provinciale omgevingsverordening staat toe dat bestemmingsplannen voor locaties binnen de kernrandzone verstedelijking toestaan, op voorwaarde dat deze bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en voldoen aan specifieke voorwaarden. Hier is door het beschrijven van de functionele waarde en het waar mogelijk landschappelijk inpassen van de functie in het landschap aan voldaan. 4.2.3

Bodem- en waterprogramma 2022-2027

Het Bodem- en waterprogramma 2022-2027 is een uitwerking van ambities voor de bodem en het water uit de provinciale Omgevingsvisie. Het Bodem- en waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) welke liep tot 22 december 2021. In het programma wordt invulling gegeven aan het wettelijk verplichte Regionaal Waterprogramma en worden de ambities en het beleid uit de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht uitgewerkt. Het beleid in de Omgevingsvisie is opgehangen aan zeven samenhangende beleidsthema’s. Een van de beleidsthema’s is ‘klimaatbestendig en waterrobuust’. Het BWP geeft invulling aan dit thema. De ambities en uitgangspunten van de provincie uit het beleidsthema ‘klimaatbestendig en waterrobuust’ zijn als volgt: Het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) dient blijvend robuust te zijn en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte De ondergrond en het bodem- en watersysteem dienen duurzaam te worden gebruikt, waarbij gebruik en functies van de ondergrond en het bodem- en watersysteem in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken, zodat de juiste functie op de juiste plek ligt. De duurzame energie die het bodem- en watersysteem levert op een veilige en verantwoorde manier zo optimaal mogelijk benutten.

Een effectieve aanpak van nieuwe opkomende stoffen zoals medicijnresten, microplastics en PFAS, omdat deze stoffen een bedreiging kunnen vormen voor schoon en gezond oppervlaktewater en grondwater. Er dient altijd voldoende en schoon drinkwater te zijn, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen.

bestemmingsplan

19

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij Er dient voldaan te worden aan de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen). De gemeente Veenendaal wordt in dit beleid aangeduid als stedelijk gebied waar opgaven gelden die vaak anders bezien zijn vanuit bodem- en waterperspectief dan in de andere gebieden. De huidige manier waarop steden en ook dorpen zijn ingericht, samen met onder meer de woningbouwopgave en de energietransitie, zorgen voor een toenemend probleem van wateroverlast, droogte- en hittestress en toenemende drukte in de ondergrond. Zowel bij ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied als bij uitbreidingslocaties is het van belang om voldoende waterberging te realiseren en wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te beperken. Ook valt de gemeente Veenendaal gezien de bijbehorende kaarten in een overstroombaar gebied. Dit betekent dat bij een eventuele doorbraak van de keringen Veenendaal te maken krijgt met overstromingen. De provincie draagt zorg voor het overstromingsgevaar en de overstromingsrisico's en neemt zowel preventieve als reactieve maatregelen. Voor de gemeente Veenendaal zal dit betekenen dat bij ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met het robuuster maken van het regionale watersysteem.

De gemeente dient te voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot meer risico op verslechtering van de kwaliteit van oppervlaktewater. Dit betekent dat bij functiewijzigingen de gemeente de taak heeft om te voorkomen dat de kwaliteit van het grond en drinkwater achteruit gaat. Voor dit onderzoek is zowel een bodemtoets als een watertoets uitgevoerd. De resultaten hiervoor zijn terug te vinden in paragraaf 5.1 en 5.2.

4.2.4

Natuurvisie

In de provincie Utrecht komen veel natuurwaarden voor. Het groene netwerk draagt bij aan het welbevinden en de gezondheid van inwoners waardoor mensen graag in Utrecht wonen en werken. De keerzijde in stedelijk Utrecht is de infrastructuur die de landschappen en natuurgebieden doorsnijdt. De economische activiteiten hebben een negatief effect op de natuur. Voor een robuuste natuur met een duurzame instandhouding is daarom natuurbeleid opgesteld. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is inmiddels omgedoopt tot Natuurnetwerk Nederland (NNN), het aaneengesloten stelsel van natuurgebieden. Ook natuur in agrarische en stedelijke gebieden krijgen meer aandacht. Soorten van dieren en planten dienen beschermd te worden en het stoppen van de teruggang van de biodiversiteit heeft prioriteit. Verdroging en stikstofuitstoot zijn knelpunten, en natuurgebieden zijn nog onvoldoende aaneengesloten. Het integraal benaderen van het natuurbeleid met bijvoorbeeld landbouw, recreatie, en bosbeheer zal dit moeten verbeteren. Ook bodem, water, milieu, erfgoed, en cultuurhistorie zijn pijlers die kansen bieden voor een betere natuur.

20

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Figuur 4.3 Natuurnetwerk Nederland (bron: Natuurvisie 2017, provincie Utrecht). Conclusie Het plan valt buiten natuurnetwerk Nederland. Binnen deze grenszone ligt het wel binnen de groene contour. Binnen de ‘groene contour’ liggen gebieden die van belang worden geacht voor het functioneren van de EHS, maar die niet onder de EHS zelf vallen Op de “groene contour” is het ‘nee, tenzij’- regime niet van toepassing maar geldt een basisbescherming, waarbij de beheerder verplicht is zorg te dragen voor de kwaliteit van het gebied. Hieronder is een gedetailleerde weergave van welke gebieden onder de groene contour vallen. De gebieden die in dit figuur in het roze zijn weergeven maken hier onderdeel van uit. Zoals hier te zien valt is het onderste gedeelte van het westelijke gedeelte van het perceel onderdeel van de groene contour. In dit gedeelte wordt geen bouw toegestaan en tevens worden de nieuwe activiteiten buiten dit gebied gehouden.

bestemmingsplan

21

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Figuur 4.4: Groene Contour Dijkstraat

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regio FoodValley

Tot 1 januari 2011 werd met de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal samengewerkt in een verband onder de naam WERV. Dit samenwerkingsverband is per 1 januari 2011 opgegaan in een nieuwe samenwerkingsvorm onder de naam regio FoodValley, dit betreffen de vier WERV gemeenten aangevuld met de gemeenten Renswoude, Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel. In 2011 was FoodValley nog een abstract begrip met aan de verre horizon het beeld van een economisch krachtige, vitale en duurzame groene regio, waar het goed wonen, werken, leren en recreëren is. Anno nu is dat visioen geworden tot een nationaal én internationaal sterk beeld van Regio FoodValley, waarin Ondernemers, Onderwijs- en onderzoeksinstellingen en Overheid eensgezind optrekken. De drie O’s hebben de ambitie om met elkaar een economische topregio tot stand te brengen en uit te groeien tot hét agrofoodcentrum van Europa. Ze hebben daarvoor in 2015 de Strategische Agenda 2015-2019 vastgesteld, waarin het ideaalbeeld FoodValley regio 2025 is geformuleerd en afspraken zijn gemaakt over de inzet van de regionale partners.

De Strategische Agenda is vervolgens uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma, waarin projecten zijn benoemd die een bijdrage kunnenleveren aan de in de agenda geformuleerde en door de samenwerkingspartners omarmde opgaven: Verbeteren kennisinteractie Uitbouwen global pipelines Vergroten innovatiekracht Branding en marketing Versterken fysiek en sociaal duurzame leefomgeving. Het Uitvoeringsprogramma Triple Helix Regio FoodValley is een dynamisch programma: afgeronde projecten worden afgevoerd en nieuwe projecten en initiatieven worden toegevoegd. De uitdaging voor Regio FoodValley en de daaraan deelnemende gemeenten ligt in het optimaliseren van het woon-, werken leefklimaat in deze regio. De gemeenten zijn daarvoor verantwoordelijk. Deze gezamenlijke opgave is in de regionale portefeuillehoudersoverleggen ‘Economie en Werkgelegenheid’ en ‘Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Mobiliteit’ uitgewerkt in werkprogramma’s. Daarbij wordt ook samengewerkt met maatschappelijke organisaties, die geen vaste plaats hebben in de triple helix stuurgroep. Conclusie

22

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij

Omdat het gaat om het legaliseren en uitbreiden van een zorgboerderij is het beleid vanuit FoodValley niet direct van toepassing. Het plan is dan ook niet in strijd met de afspraken die gelden binnen de regio FoodValley. Ook is het gebied ten zuiden van de Dijkstraat in de Verstedelijkingsstrategie niet in beeld als zoekgebied voor nieuwe woningbouw.

4.3.2

Blauwe Omgevingsvisie 2050 en Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027

Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma. Waterschap Vallei en Veluwe hebben het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) op 21 november 2021 vastgesteld. Het BOP is de tactische uitwerking van de Blauwe omgevingsvisie (BOVI2050). Met als overkoepelend thema ‘een waardevolle leefomgeving’, worden de maatschappelijke thema’s klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit, gekoppeld aan de drie waterprincipes en geïntegreerd in vier gebiedsprogramma’s. Veenendaal valt binnen het gebiedsprogramma Gelderse Vallei. In en rondom Veenendaal zijn de volgende doelen opgesteld: Op orde houden van de waterkeringen. Na realisatie van de Grebbedijk is het doel om met gebiedspartners na te denken over toekomstige functies en status van de Slaperdijk.

Klimaatadaptatie maatregelen uitvoeren in bestaand stedelijk gebied door het bevorderen van een klimaatadaptieve inrichting van openbare- en particuliere terreinen. Energiewinning zoals thermische energie uit oppervlaktewater, wind en zon, gekoppeld aan de gemeentelijke Transitievisie Warmte. Verkennen principe klimaatmantels (bufferen van hemelwater) rond stedelijke kernen FoodValley. Conclusie Het plan heeft geen invloed op waterkeringen of oppervlaktewateren. Er worden klimaatadaptieve maatregelen getroffen die worden vastgelegd in de exploitatieovereenkomst. Het plan is in lijn met de uitgangspunten uit het BOP.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Strategische Visie Veenendaal 2040

Op 26 oktober 2017 heeft de raad de Strategische Visie voor Veenendaal in 2040 vastgesteld. Hierin zijn de kernambities voor de toekomst van Veenendaal opgenomen. Veenendalers kiezen voor een versterking van de woonfunctie en richten hun blik naar de regio. Dat betekent dat de ambities zich primair richten op het versterken van de woon- en leefomgeving, met in het kielzog de arbeidsmarkt gericht op wonen en arbeidsintensieve bedrijvigheid. Dit is in lijn met de trend werken volgt wonen. Ook de blik naar buiten die de voorkeur heeft van de Veenendaalse gemeenschap is in lijn met een belangrijke trend: die van lokale gebondenheid naar regionale samenwerking. Algemene conclusie van de demografische ontwikkelingen is dat Veenendaal in de toekomst niet alleen maar de groei hoeft te accommoderen, maar zich ook kan toeleggen op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Van kwantiteit naar kwaliteit! Deze kwaliteiten moeten een diverse bevolkingsgroep aanspreken. Veenendaal moet zich in de toekomst dus richten op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. En –in lijn met de wensen van inwoners– moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de

bestemmingsplan

23

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Dat betekent dat Veenendaal moet zorgen dat het slim omgaat met de ruimte door intensivering van de woonbebouwing, herontwikkeling en functieverandering en voldoende aandacht blijft houden voor groen. Onderdeel van een aantrekkelijke woonomgeving is een goede bereikbaarheid van arbeidsplaatsen. Veenendaal richt zich daarom in de toekomst niet op ruimte-intensieve en arbeidsextensieve bedrijvigheid, maar op arbeidsintensieve bedrijven. Kortom, de visie stelt vooral eisen aan de kwaliteit van nieuwe of herontwikkelingen en spreekt zich niet uit over kwantitatieve doelstellingen. Deze richting – Veenendaal als leefstad met een sterke, regionale binding – werken we uit aan de hand van vier thema’s. Juist binnen deze thema’s liggen de grootste maatschappelijke veranderingen. Per thema zijn de volgende kernambities geformuleerd: 1. Netwerksamenleving: “niet alleen, maar samen” met ruimte voor ieders eigen identiteit; 2. (Samen) leven: Veenendaal met excellent woonklimaat; 3. Digitale wereld: Veenendaal heeft een hoogwaardige duurzaam bedrijfsleven met arbeids- en kennisintensieve bedrijven en een bruisend multifunctioneel centrum; 4. Duurzaamheid: Veenendaal heeft in 2040 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond. Conclusie Het plan is niet in strijd met deze gemeentelijke visie. 4.4.2

Omgevingsvisie en Puntensysteem Veenendaal 2030

Op 17 december 2021 is de Omgevingsvisie Veenendaal vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal nagestreefd. De visie bevat ambities en doelen om dit te bereiken. De Omgevingsvisie zet in op een koerswijziging van kwantiteit naar kwaliteit: beter en slimmer inrichten van de leefomgeving met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. Bij ieder initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij de principes gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie 2030 het volgende afwegingskader gegeven: 1. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan een Gezonde, Duurzame en Veilige leefomgeving. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om hier aan bij te dragen. Zo zal ook de gewenste groei van Veenendaal moeten bijdragen aan deze doelen. 2. We kiezen voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut. 3. We voorkomen dat negatieve gevolgen van ontwikkelingen afgewenteld worden op de omgeving. We beoordelen ruimtelijke ontwikkelingen integraal en in relatie tot de omgeving.

Daarnaast bevat de Omgevingsvisie 2030 specifieke opgaven en doelstellingen voor de thema's Gezond duurzaam en veilig, Bouwen en wonen, Groen natuur en water, Mobiliteit, Economie, Milieu, en er worden aanvullende opgaven en doelstellingen voor het centrum gegeven. In het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal dat als beleidsregel is vastgesteld door het college, worden de ambities concreet gemaakt. De volgende thema's uit de omgevingsvisie zijn opgenomen: Gezonde en groene leefomgeving; Bewegen, ontmoeten, sporten en spelen (BOSS); Energietransitie en duurzaam bouwen; Natuurinclusief bouwen; Klimaatadaptatie; en Veiligheid en leefbaarheid. Voor elk thema uit de Omgevingsvisie zijn maatregelen opgesomd waarmee wordt bijgedragen aan deze verschillende thema's. Aan deze maatregelen zijn punten gekoppeld. Een ontwikkelaar moet straks een minimale score per thema en een minimale score voor het totaal behalen. Op deze manier laten we de ambities uit de omgevingsvisie terugkomen in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het puntensysteem is toegespitst op de realisatie van woningen. Het fungeert daarmee als kader voor de beoordeling of een ontwikkeling voldoende bijdraagt aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Het puntensysteem wordt toegepast bij ontwikkelingen waarvoor een herziening, wijziging, uitwerking of

24

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij afwijking van het bestemmingsplan nodig is. Het wordt alleen toegepast bij nieuwbouw van woningen en dus niet toegepast bij transformatie van bestaande bebouwing. In het bestemmingsplan wordt middels een dynamische verwijzing in de regels opgenomen dat de ontwikkeling moet voldoen aan het puntensysteem. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de eis om te voldoen aan het puntensysteem opgenomen in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning. Conclusie Het puntensysteem is van toepassing op woningbouwprojecten waarvoor een herziening, uitwerking of wijziging van het bestemmingsplan nodig is. Omdat het plan geen woningbouw betreft en ook minder dan 750 m2 aan bruto vloeroppervlak wordt gebouwd hoeft er niet voldaan te worden aan een minimum aantal punten. Met betrekking tot groen, natuur en water is een ambitie van de gemeende dat in 2030 Veenendaal veel groener is dan nu. Dit betekent meer beplanting, meer plantsoenen en meer bomen. Door het toevoegen van hagen en bomen sluit het project zodoende aan bij deze ambitie. Ook draagt het plan bij aan het onderdeel welzijn van de inwoners uit de omgevingsvisie. Uitbreiding van de zorgboerderij biedt een leuke en verantwoordelijke plek voor kinderen en mensen met een speciale zorgvraag.

Het toevoegen van het koffiepunt voor fietsers ondersteunt het beleid welke wandelen en fietsen binnen Veenendaal aantrekkelijker wil maken. In de omgevingsvisie staat dat de voetganger en fietser bij de inrichting van de openbare ruimte meer aandacht dienen te krijgen. Hier wordt met dit plan gehoor aan gegeven. Het plan is zodoende in lijn met de omgevingsvisie. 4.4.3

Groenstructuurplan

Het doel van het groenstructuurplan is als volgt te formuleren: 1. De samenhang van het groen met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische patronen versterken; 2. met het groen de herkenbaarheid en identiteit van de openbare ruimte vergroten; 3. de gewenste groenstructuur formuleren en realiseren volgens de opgestelde visie; 4. groen bij nieuwe ontwikkelingen als bouwsteen en leidend principe gebruiken; 5. accenten in het groen aanbrengen overeenkomstig de plaats en het niveau. Er wordt een onderscheid gemaakt naar groen op twee niveaus: de hoofdgroenstructuur en het groen binnen wijken. Ten aanzien van de hoofdgroenstructuur is het doel de identiteit en de kwaliteit van de afzonderlijke elementen te vergoten, waarbij de aanwezige of gewenste samenhang (structuur) tussen de verschillende elementen en patronen als kader geldt. De hoofdgroenstructuur bestaat uit de volgende onderdelen: de Grift, de oude linten, pleinen, parken, begraafplaatsen en sportparken, de binnenring, de Rondweg, 't Goeie Spoor / Industrielaan / Wageningselaan, de snelweg A12, de spoorlijnen en de entrees. Conclusie Het plan is geen onderdeel het netwerk van de hoofdgroenstructuur. Wel is het gebied aangewezen als ensemble. Dit wordt in hoofdstuk 5.5 nader toegelicht. 4.4.4

Spelregels groencompensatie

Groencompensatie vormt een onderdeel van het totale groenbeleid en heeft als doel dat bij nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met bestaande groene structuren. Doordat er praktisch toepasbare spelregels voor groencompensatie zijn vastgesteld, kunnen de gevolgen voor het groen bij nieuwe ontwikkelingen overzichtelijk worden gehouden. Hieronder volgt een opsomming van de uitgangspunten voor groencompensatie: Groencompensatie is een onderwerp dat met name voor het stedelijk gebied van belang is. Voor het buitengebied bestaan diverse regeling die behoud en versterking van groen als doel hebben en daarmee garanderen (Rode en groene contour in provinciaal Structuurplan, Landschapsontwikkelingsplan, bestemmingsplan Buitengebied etc.); Groencompensatie is maatwerk; Niet alleen denken in m2 (kwantiteit), maar ook type, volume, kwaliteit en vervangingswaarde van

bestemmingsplan

25

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij groen meenemen in de beoordeling; Behoud van belangrijke groenstructuren en karakteristieken per wijk of buurt. In het groenstructuurplan is de hoofdgroenstructuur voor Veenendaal als geheel opgenomen. Naast deze hoofdstructuur moet ook ingezoomd worden op het groen op wijk- of buurtniveau. In sommige wijken is de groenstructuur gekoppeld aan de stedenbouwkundige opzet. Het gaat erom deze karakteristieken te behouden of te versterken, ook bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeelden zijn brede grasbermen, bermen met hagen of bodembedekkers, bomen in een straat, etc. Recht doen aan verschillende functies van groen in een wijk of buurt. Hierbij gaat het om aspecten als bereikbaarheid, gebruikswaarde (bijv. speelplek), visuele en ruimtelijke beleving, cultuurhistorische en architectonische kwaliteit en ecologische waarden. Ook de waarde voor milieu aspecten en het onderhoudsniveau en vitaliteit spelen hierbij een rol. Conclusie Het plan voegt extra groen toe in het plangebied. De twee gebouwen worden omgeven door extra groen. Eveneens worden er met behulp van het provinciale subsidie van de Groene Erven bomen geplant. 4.4.5

Duurzaamheidsbeleid

De wettelijke eisen voor energiezuinigheid van het Bouwbesluit hebben betrekking op thermische isolatie, de energieprestatie (EPC) en milieuprestatie (MPG). Aanvullend heeft de gemeente Veenendaal beleid opgesteld voor duurzaamheid in het programmaplan "Energieneutraal Veenendaal 2050" (30 maart 2017). De gemeente geeft uitwerking aan de volgende ambities en doelstellingen: Veenendaal is energieneutraal in 2035: streven naar energie neutrale woningen en wijken. Het streven is naar energieneutraliteit (EPC=0 of beter: Nul Op de Meter). Deze woningen moeten energieneutraal zijn en niet afhankelijk van gas. Veenendaal is energieneutraal in 2035: stimuleren schonere voertuigen. Voor de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden dat bewoners een elektrische auto hebben en willen opladen. Veenendaal is voorbereid op klimaatverandering: ontwikkelingen worden minimaal waterneutraal uitgevoerd, groen wordt strategisch ingezet voor hemelwaterafvoer en koeling in de stad.

De gemeente vindt het daarbij belangrijk dat bij nieuwe ontwikkelingen de volgende onderwerpen aan de orde komen bij het thema duurzaam bouwen: Toepassen van een prestatie-instrument voor duurzaam bouwen; Mogelijkheden om het dak te benutten voor warmte-opslag, waterberging, het bufferen van fijnstof of energiewinning; Natuurvriendelijke maatregelen aan of rond het gebouw; Geen koper, lood of zink gebruiken voor de hemelwaterafvoer; Toepassen van duurzaam hout; Energiezuinige terrein- en gebouwverlichting. Conclusie Het plan is niet in strijd met deze gemeentelijke visie. 4.4.6

Welstandsnota 2017

Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden. Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel de reguliere vergunningsplichtige bouwwerken als voor de zogeheten veel voorkomende kleine bouwwerken die vergunningsplichtig zijn. Gekozen is welstandsvrij bouwen mogelijk te maken in een nieuw te ontwikkelen woongebied en op bestaande bedrijventerreinen. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria

26

bestemmingsplan

bestemmingsplan Dijkstraat 159a zorgboerderij van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt dus invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren. Conclusie Het volledige architectonisch uitgewerkte plan zal worden ingediend bij de aanvraag omgevingsvergunning. In het kader van deze aanvraag zal de welstandscommissie zich buigen over het plan, om te beoordelen of het plan voldoet aan de welstandsnota.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14462735/1