3. Adviesrapport dierenwelzijn - Academie van de Stad - 30-06-2023
Tekst van het document
Visie Dierenbescherming De Dierenbescherming hanteert voor zowel beheer als schadebestrijding het ‘nee, tenzij’-beginsel in lijn met de Wet Natuurbescherming. In het geval van schadebestrijding betekent dit dat dieren niet gedood worden, tenzij er echt geen enkele andere mogelijkheid is. De Dierenbescherming vindt dat ingrijpen door de mens alleen gerechtvaardigd is als er sprake is van zeer ernstige schade of overlast en alternatieve, diervriendelijkere oplossingen niet voorhanden zijn. Of het nu om beschermde inheemse, uitheemse of niet beschermde dieren gaat. Het doden van dieren om schade en overlast Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
56
te bestrijden is niet duurzaam en vaak ook niet effectief. De aanname is vaak dat door het doden van dieren de schade en overlast afneemt. Populaties hebben echter meestal een zelfregulerend vermogen. Dat betekent bijvoorbeeld dat het doden van dieren resulteert in de geboorte van een groter aantal jongen. Deze vullen de plekken van de gedode dieren weer op met als gevolg dat schade en overlast opnieuw optreden. Bejaging kan er verder toe leiden dat dieren vluchten en daardoor meer energie gebruiken en meer (gewassen) eten en zo meer schade veroorzaken of juist een veiligheidsrisico vormen door bijvoorbeeld het opvliegen van vogels door bejaging rondom vliegverkeer.
Alternatieven De Dierenbescherming is van mening dat bestrijding gericht moet zijn op preventie in plaats van op het doden van dieren. Er zijn verschillende alternatieven mogelijk om beheer en schadebestrijding door middel van jacht, klemmen en gif grotendeels overbodig te maken. Een gedeelte van deze alternatieven en preventieve maatregelen zijn genoemd in de preventiekit van BIJ12.
Voorbeelden van preventieve en alternatieve maatregelen in faunabeheer -
Wildsignaleringssystemen33 ter voorkoming van verkeersongelukken. Dergelijke systemen geven bij beweging van dieren in de wegberm een signaal af aan de bestuurder. Ook kunnen hekken (inclusief faunapassages34) uitkomst bieden;
-
Het onaantrekkelijk maken van gebieden voor dieren. Dit kan bijvoorbeeld door andere beplanting en inrichting, het spannen van draden, het inzetten van knalapparaten of neproofvogels of het verspreiden van stoffen met een sterke geur;
-
Het aanwijzen van foerageergebieden en deze aantrekkelijk te maken voor de dieren. Dit kan bijvoorbeeld door het inzaaien van witte klaver in gebieden waar ganzen mogen foerageren of het aanleggen van rasters of het afdekken van gewassen;
-
Het inzetten van nestbeheer. Nestbeheer kan uitkomst bieden om kleine, overzichtelijke ganzen of eenden populaties te reguleren; - het opruimen van voedselresten, en/of het afsluiten van containers en het gebruik van ondergrondse containers;
-
Het minder, anders of niet voeren van onder meer watervogels;
-
Het treffen van bouwkundige maatregelen. Voorbeelden zijn het dichten van gaten en kieren, het wegnemen van mogelijke schuilplaatsen en het goed onderhouden van het rioolstelsel;
-
33 34
Ruimte geven van natuurlijke vijanden, zoals vossen en wolven.
Bijlage II: Ringenmodel, Wilde dieren, ring 3. Bijlage II: Ringenmodel, Wilde dieren, ring 2.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
57
Rol van de gemeente De gemeente heeft als taak de openbare ruimte te beheren. Wanneer mensen eventuele overlast ervaren door dieren die in deze ruimte in het wild leven – zoals boerenganzen, bruine ratten, stadsduiven, meeuwen, steenmarters, verwilderde katten en konijnen – is het aan de gemeente om dit aan te pakken. Het voert te ver om elke mogelijk overlast gevende diersoort en de daarvoor beschikbare diervriendelijke oplossingen te bespreken. Onderstaand is daarom het globale advies weergegeven dat de Dierenbescherming heeft geformuleerd. Voor meer specifieke (diergerichte) aanbevelingen kunnen gemeenten contact opnemen met de Dierenbescherming.
Hoofdpunten advies Dierenbescherming Allereerst is het belangrijk dat een gemeente bepaalt of de overlast reëel is en een groot deel van de inwoners ook echt overlast ervaart. Met andere woorden: is er daadwerkelijk sprake van overlast? Is dat het geval, dan zijn vaak simpele maatregelen al voldoende om ervaren overlast te beperken. Soms is er één persoon in de omgeving die dieren overmatig voert en is het mogelijk deze persoon via een gesprek te bewegen minder, anders of elders te voeren, waardoor minder dieren zich op een plek concentreren. In Amsterdam geeft de GGD bijvoorbeeld op haar website informatie over het anders voeren van dieren. Op plekken waar veel voedsel is, bijvoorbeeld in de omgeving van een snackbar waar mensen etensresten laten slingeren of prullenbakken niet goed afgesloten zijn, kan advies over minder voeren en het gebruik van betere prullenbakken of ondergrondse containers overlast verminderen. Overlast door huismuizen, ratten en steenmarters in woningen vermindert door woningen goed na te lopen op gaten en kieren en deze te dichten. Aanpassingen aan de leefomgeving, zodat deze minder geschikt is voor bepaalde overlastgevende dieren, kunnen uitkomst bieden. Gemeenten kunnen hier voorlichting over geven. Hierdoor worden dieren rondom de woning meer geaccepteerd, en door preventief handelen ervaren mensen minder overlast.
Vangen en verplaatsen Als alle preventieve omgevingsmaatregelen genomen zijn, maar de overlast niet voldoende is weggenomen, kan de gemeente overwegen om dieren te vangen en te verplaatsen. In het geval van beschermde diersoorten is het nodig hiervoor een ontheffing bij de provincie of eventueel het ministerie van LNV aan te vragen. Wanneer het gaat om niet-beschermde diersoorten, zoals boerenganzen in stadsparken, is een ontheffing niet nodig. Wel is het voor het welzijn van de dieren en ter voorkoming van publieke verontwaardiging en onvrede belangrijk te zoeken naar een betrouwbare uitvoerder die de dieren onderbrengt op een goede plek. In het geval van de Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
58
boerenganzen is het bijvoorbeeld van belang te voorkomen dat de populatie weer uitgroeit. Dit kan door aan derden een opdracht te verstrekken om nesten van deze dieren diervriendelijk te beheren en eieren tijdig te behandelen zodat deze niet uitkomen.
Steriliseren Het steriliseren van dieren om de populatie te stabiliseren35 of af te laten nemen, kan ook een methode zijn om overlast van kleine populaties dieren met weinig instroom en uitstroom (immigratie en emigratie) te beperken. Het steriliseren van verwilderde katten is hier een voorbeeld van (zie hierna paragraaf 7.2). De Dierenbescherming pleit voor een diervriendelijke wijze van het vangen en verplaatsen
van
dieren
die
mensen
als overlastgevend ervaren. Daarnaast pleit de
Dierenbescherming voor het nemen van diervriendelijke preventieve maatregelen om overlast te voorkomen of te beperken. In uiterste gevallen kan een gemeente besluiten om dieren die overlast veroorzaken te (laten) doden. Daarbij dient onevenredig dierenleed zoveel mogelijk voorkomen te worden. In het geval van beschermde diersoorten zal ook de gemeente hiervoor een ontheffing aan moeten vragen. Gaat het om niet-beschermde soorten, dan is dit niet nodig. Wel kan het ook in dat geval nodig zijn om een ontheffing aan te vragen voor het gebruik van bepaalde dodingsmethoden. Aanbevelingen 6.2. Voorzie inwoners van informatie over dieren in hun omgeving.36 6.3. Neem waar mogelijk als alternatief voor het doden van dieren, diervriendelijke maatregelen ten behoeve van het voorkomen van schade en verkeersongevallen binnen de gemeente.37 6.4. Geef informatie aan burgers over diervriendelijke manieren van het beperken van schade en leg daarbij de nadruk op preventieve maatregelen.
3.7.2 Verwilderde katten In Nederland leven zowel in stedelijke gebieden als buitengebieden verwilderde katten. Dit zijn katten die buitenshuis leven en geen eigenaar hebben of niet door een eigenaar worden opgeëist. Het kunnen zowel in het wild geboren of verwilderde huiskatten zijn. De katten zijn mensenschuw en leven op plekken waar voedsel te vinden is, zoals woonwijken, vakantieparken, restaurants, 35
Bijlage II: Ringenmodel, Wilde dieren, ring 4. Bijlage II: Ringenmodel, Wilde dieren, ring 3. 37 Bijlage II: Ringenmodel, Wilde dieren, ring 2. 36
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
59
industrieterreinen en in natuurgebieden. Vaak worden ze gevoerd door mensen uit de buurt. Hoe meer voedsel en nestplekken er in een gebied aanwezig zijn, hoe meer katten er kunnen en zullen leven. Op plekken waar meer voedsel aanwezig is, zoals op de boerderij, vakantieparken, industrieterreinen of in steden, leven deze katten meestal in groepen (sociaal). In het buitengebied is het voedselaanbod vaak beperkt en leven verwilderde katten meestal alleen (solitair) en in lage dichtheden.
Visie Dierenbescherming De Dierenbescherming zet zich in voor een aanpak die uitgaat van de erkenning van de intrinsieke waarde van katten en richt haar beleid op preventieve maatregelen om overlast te voorkomen. Een diervriendelijke en effectieve manier van populatiebeheer zoals de TNR-methode (zie volgende alinea) binnen de bebouwde kom en het chippen van katten valt daaronder. Als dieren een chip hebben, zullen zij eerder bij hun eigenaar terugkomen nadat ze zijn vermist of ergens zijn gevonden. Dit voorkomt dat de katten verwilderen. Het is ook daarom van belang dat eigenaren informatie krijgen over het belang van chippen.
TNR-methode Binnen de bebouwde kom kan de zogeheten TNR-methode bijdragen aan het voorkomen en verminderen van overlast door verwilderde katten. De methode behelst het vangen (Trap), castreren of steriliseren (Neuter) en weer terugzetten (Return) van katten. Het vangen gebeurt met speciale vangkooien tijdens gerichte acties die het doel hebben zoveel mogelijk katten in één keer te gevangen. Voorafgaand aan deze acties is de vraag aan buurtbewoners om de zwerfkatten niet te voeren en hun eigen kat binnen te houden of te onderscheiden met een halsbandje. De gecastreerde of gesteriliseerde katten worden bij voorkeur weer teruggeplaatst in hun oude leefomgeving. Teruggeplaatste dieren veroorzaken veel minder overlast, doordat ze gecastreerd zijn (geen sproeien, vechten en krijsen meer). De groep verwilderde katten neemt uiteindelijk in omvang af en zal door natuurlijk verloop uitsterven. Voorwaarde is wel dat ook de instroom van nieuwe dieren afneemt door voldoende voorlichting aan omwonenden over chippen en castreren. Volwassen katten die nog niet erg lang op straat hebben geleefd en redelijk tam zijn, kunnen worden geresocialiseerd. Dieren die (opnieuw) zijn gesocialiseerd, kunnen uiteindelijk een thuis vinden in een huiselijke omgeving of op een boerderij, camping of recreatiepark.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
60
Aanbevelingen 6.5. Bied financiële ondersteuning aan de TNR-methode om te zorgen dat verwilderde kattenpopulaties niet verder uitbreiden en uiteindelijk afnemen.38
3.7.3 Hengelsport In Nederland is hengelen op veel zoetwatervissen toegestaan en gebruikelijk. Hierbij is – vaak door onwetendheid – het dierenwelzijn in het geding. Hoewel de intentie veelal is om de vis levend terug te plaatsen, blijkt uit onderzoek dat gemiddeld 18% van de gevangen vis sterft. Vissen ervaren ook, net als mensen en andere gewervelde dieren, pijn en stress. De Dierenbescherming is dan ook tegen hengelen en is van mening dat hengelen en het deelnemen aan viswedstrijden een vorm is van niet noodzakelijke dierenleed. Vissen moeten zo veel mogelijk met rust worden gelaten.
Hengelsport en dierenwelzijn Vissen ervaren, net als andere dieren, stress, angst en pijn. Het vangen van vissen met behulp van een hengel heeft directe gevolgen voor het welzijn van een vis. Bijvoorbeeld door de pijn die ontstaat door de haak, zeker wanneer deze wordt ingeslikt of hardhandig wordt verwijderd. Ook kan het beetpakken van de vis de slijmlaag aantasten en leidt het bewaren van vis in leefnetten, net als het (onkundig) doden tot pijn en angst. Daarnaast heeft hengelen ook indirecte gevolgen voor dierenwelzijn, zoals het verboden gebruik van levend aas, het veroorzaken van loodvergiftiging bij vogels bij loodgebruik en het risico voor vogels en andere dieren op verstrikking in losgeraakt of verloren visdraad of het inslikken van een vishaak. Elke gevangen vis valt onder de beschikkingsmacht van de mens. Daarom is de Wet dieren van kracht vanaf het moment dat een vis wordt gevangen en deze letterlijk ‘in handen’ is van de hengelaar. De zorgplicht die volgt uit de Wet dieren is dan ook van toepassing en het is verboden om zonder redelijk doel bij een vis pijn of letsel te veroorzaken of de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.
De gemeente en hengelsport Om te mogen vissen in binnenwateren die zijn opgenomen in de Nederlandse lijst Viswateren is het verplicht in het bezit te zijn van de VISpas. Met de aanschaf van deze VISpas is een hengelaar direct
38
Bijlage II: Ringenmodel, Wilde dieren, ring 3.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
61
lid van een hengelsportvereniging. Veel gemeenten verhuren als visrechthebbenden hun visrecht (van delen van hun wateren) aan deze hengelsportverenigingen. Over het algemeen is het mogelijk met de VISpas met twee hengels en alle toegestane aassoorten te vissen. De hengelsport is door de rijksoverheid in de Visserijwet geregeld. Dit heeft tot gevolg dat de gemeente geen nadere regels ten aanzien van hengelen kan stellen. Wel kan de gemeente bij het afgeven van een vergunning voor een visevenement aan deze vergunning voorwaarden verbinden of de vergunning proberen te weigeren. Wanneer de gemeente eigenaar is van water of oevers, kan zij het hengelen in dat water of vanaf die oever verbieden of besluiten om een overeenkomst van visrecht met een hengelsportvereniging niet te verlengen. Dit moet volgens de Visserijwet uiterlijk 8 maanden voor het eind van de overeenkomst. De gemeente kan in het kader van natuur- en milieueducatie in samenwerking met natuur- en dierenbeschermingsorganisaties
voorlichting
geven
over
het
onderwaterleven.
De
Dierenbescherming pleit ervoor dat deze educatie plaatsvindt, zonder de vissen daarbij op te vissen of te verstoren. Aanbeveling 6.6. Verpacht geen (vis)water aan hengelsportverenigingen. 6.7. Organiseer samen met natuur- en dierenbeschermingsorganisaties voorlichting over de leefwijze en gedrag van vissen.39
3.7.4 Ruimtelijke ingrepen In iedere gemeente, zelfs binnen de bebouwde kom, leeft een groot aantal dieren in het wild. Deze dieren dragen bij aan een levendige en groene gemeente en dit is een reden om hun aanwezigheid te bevorderen. Niet door het uitzetten van nieuwe dieren of door het geven van voedsel – uitgezonderd extreme omstandigheden zoals een zeer strenge winter – maar juist door het nemen van indirecte maatregelen zoals de aanleg en het onderhoud van een diervriendelijke omgeving. Iedere diersoort stelt specifieke eisen aan zijn leefomgeving. Er zijn soorten die hun hele leven doorbrengen in bossen en struwelen. Andere dieren gebruiken deze plekken bijvoorbeeld alleen om in te broeden en zoeken hun voedsel in open gebieden. Weer andere dieren zijn te vinden bij grazige vegetaties, bij water of voelen zich bijzonder goed in en bij gebouwen.
39
Bijlage II: Ringenmodel, Wilde dieren, ring 4.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
62
In de praktijk komen veel dieren door uitbreiding van steden en dorpen (en inperking van buitengebied en natuurgebieden) in het nauw door nieuwbouw van bedrijven, woningbouw, sloop, wegaanleg en het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dergelijke ruimtelijke ingrepen hebben veelal een negatief effect op de dieren die in die ruimte leven, doordat deze letterlijk hun ruimte beperkt, of door geluid- en lichtoverlast. Het is echter ook mogelijk ruimtelijke ingrepen zo vorm te geven dat deze het doel dienen de leefomstandigheden van dieren te verbeteren. Dergelijke ingrepen hebben op termijn een positief effect op de diersoort.
Rol van de gemeente Wanneer de gemeente plannen ontwikkelt voor ruimtelijke ingrepen of van plan is werkzaamheden uit te voeren, is het belangrijk vooraf goed te beoordelen of er mogelijk nadelige consequenties voor beschermde inheemse soorten zijn. Tijdens de uitwerking van de plannen of tijdens het plannen van werkzaamheden moet de gemeente onder meer in kaart (laten) brengen welke beschermde dieren- en plantensoorten in of nabij het plangebied voorkomen. Het is belangrijk dat de gemeente goed veldonderzoek laat verrichten naar de aanwezigheid van dieren in en nabij het plangebied. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van het natuurloket40 kan een hulpmiddel zijn ter voorbereiding op het veldonderzoek. Deze internetpagina maakt de aanwezigheid van beschermde soorten inzichtelijk. Per vierkante kilometer is aangegeven of er beschermde soorten voorkomen. Ook staat er informatie over de wettelijke bepalingen die op deze dieren en planten van toepassing zijn, zoals, en met name, de Wet natuurbescherming. Een ander hulpmiddel is de soortendatabase van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit41. Deze database bevat beknopte informatie over de formele status van soorten die in Nederland in het wild voorkomen of voor zouden kunnen komen en mogelijke vrijstellingen.
Ook bevat de database beknopte biologische informatie over soorten, zoals de Latijnse naam, populatiegegevens et cetera. Naast het in kaart brengen van beschermde planten en diersoorten dient de gemeente na te gaan of het realiseren van het plan of de uitvoering van geplande werkzaamheden tot handelingen leidt die strijdig zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Daarnaast is het van belang te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de voorgenomen werkzaamheden aan te passen op een wijze waarbij geen of in mindere mate sprake is van dergelijke strijdige handelingen.
40 41
https://www.ndff.nl/ http://minez.nederlandsesoorten.nl/soorten
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
63
Bovendien moet de gemeente nagaan of ontheffing is vereist van verbodsbepalingen om de plannen te kunnen uitvoeren of de werkzaamheden te kunnen verrichten. Bovenstaande punten zijn van belang bij het opstellen van gemeentelijke plannen en het verlenen van vergunningen voor activiteiten, zoals ontwikkeling van bouwlocaties, aanleg van wegen, kappen van bospercelen en natuurontwikkelingsprojecten. Het is van belang dat de inventarisatie plaatsvindt door een persoon of organisatie die capabel is om dit te doen en verstand heeft van het onderwerp.
Brochure De overheid heeft een gedetailleerde brochure opgesteld over soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Hierin staat stapsgewijs beschreven wat met het oog op soortenbescherming nodig is in het geval van bijvoorbeeld bouwplannen of onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte. In het kader van de omgevingsvergunningverlening (loketfunctie) en het onderhoud van de openbare ruimte, speelt de gemeente op dit gebied een belangrijke rol.
Gemeente is gehouden aan natuurwetgeving De gemeente is uiteraard verplicht zich te houden aan de natuurwetgeving. Wanneer een gemeente niet heeft voldaan aan de eisen van de natuurwetgeving of geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met de aanwezigheid van beschermde soorten, kan dat verstrekkende gevolgen hebben. De Omgevingsdienst kan dan handhavend optreden en in het kader van bijvoorbeeld een genomen bestuursbesluit kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen. Een gevolg hiervan kan zijn dat de rechter besluit tot het stilleggen van een reeds gestart project of tot het vernietigen van een onderliggend besluit. Ook kan het leiden tot een bestuurlijke herstelverplichting en/of een boete. Om bij ruimtelijke ingrepen meer rekening te houden met flora en fauna kan een gemeente compenserende of mitigerende maatregelen treffen. In sommige gevallen is dit zelfs verplicht. Op ‘www.vleermuizenindestad.nl’ is een overzicht te vinden van dit soort maatregelen voor vleermuizen. Aanbevelingen 6.8. De gemeente zorgt ervoor dat degenen die ruimtelijke ingrepen doen of hierbij betrokken zijn, goed op de hoogte zijn van de geldende gedragscode en volgens deze gedragscode werken. Een regelmatige evaluatie en controle in het veld maken hier onderdeel van uit. 6.9.
De gemeente treft bij ruimtelijke ingrepen zo veel mogelijk compenserende en/of mitigerende maatregelen, waardoor schade aan flora en fauna verder worden beperkt.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
64
Bestemmingsplan en bevordering van het dierenwelzijn In een bestemmingsplan legt de gemeente vast wat de bestemming van de grond is. Zo geeft het plan bijvoorbeeld aan waar woningen mogen staan, wat groengebied is en welk stuk grond bestemd is voor winkels. De gemeente moet bij het opstellen van een bestemmingsplan alle relevante belangen inventariseren en deze belangen tegen elkaar afwegen. De bescherming van dieren die in het plangebied voorkomen, vormt een belang dat bij de inventarisatie en vervolgens bij de afweging van de belangen aan de orde zal moeten komen. Dit betekent dat het college van B&W in het kader van het opstellen van elk bestemmingsplan onderzoek moet (laten) verrichten naar de aanwezigheid van beschermde soorten en de mate waarin het voorgenomen plan het leefgebied van deze soorten aantast. Is er sprake van beschermde soorten en aantasting van hun leefgebied, dan is het nodig naar alternatieven te zoeken. In de nieuwe Omgevingswet vervalt het bestemmingsplan als instrument en komen hier nieuwe instrumenten voor terug, te weten de gemeentelijke Omgevingsvisie en het gemeentelijke Omgevingsplan. Aanbevelingen 6.10. Besteed in het Omgevingsplan aandacht aan soortenbescherming.
Kappen, snoeien en maaien Inheemse vogels en hun nesten en eieren zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat het ten allen tijden verboden is om bomen en struiken te kappen of snoeien als hierin een nest in gebruik is (nestelen, broeden, jongen aanwezig), of dat er – eerder bij uitzondering – hoe dan ook een jaarrond beschermd nest -in de betekenis van ‘vaste rust- , broed- of verblijfplaats’42- aanwezig is. Het is dan ook van belang dat voorafgaand aan werkzaamheden wordt onderzocht of er broedende/nestelende vogels of eventueel jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. In de praktijk blijkt echter dat het niet altijd even makkelijk is om de nesten tijdig op te sporen en dat invloeden van kap- en snoei-activiteiten niet beperkt blijven tot de betreffende boom of struik zelf. In aanvulling op de inventarisatie pleit de Dierenbescherming daarom voor een algeheel kap- en snoei verbod in de periode van tenminste 15 maart tot en met 15 juli. Dit is de periode waarin de meeste vogels broeden. De Wet natuurbescherming kent verder dus nadrukkelijk niet een ‘vast broedseizoen’. 42
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermde-vogelnesten.pdf
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
65
Aanbevelingen 6.11. Inventariseer altijd voorafgaand aan kap- en snoeiwerkzaamheden of er broedende vogels of jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. 6.12. Neem in het eigen groenbeleid op dat er geen snoei- en kap-activiteiten plaatsvinden van tenminste 15 maart tot en met 15 juli.
Verkeersmaatregelen om dieren te beschermen Gemeenten kunnen als wegbeheerder maatregelen nemen voor de regulering van het verkeer. Dit is geregeld in de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Bij verkeersbesluiten is het noodzakelijk aan te geven welke doelstellingen het besluit beoogt. De WVW geeft een opsomming van de belangen die door het nemen van maatregelen op grond van deze wet kunnen worden nagestreefd. Naast de bescherming van verkeersbelangen (bijvoorbeeld het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van gebruikers en passagiers), kunnen verkeersbesluiten ook leiden tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade. Bovendien kan een verkeersbesluit dienen ter voorkoming of beperking van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of de functie van objecten of gebieden.
Maatregelen ter bescherming van dieren Met het oog op de bescherming van in het wild levende dieren kunnen gemeenten verkeersbesluiten nemen voor de wegen die zij beheren. De gemeente kan bijvoorbeeld wegen afsluiten in verband met de paddentrek, hekwerken of tunnels plaatsen of de maximumsnelheid beperken om overstekende dieren te beschermen. Door middel van tunnels en bruggen (ecoducten) kan de gemeente versnipperde natuur weer ‘ontsnipperen’ zodat dieren zich kunnen verspreiden en naar andere gebieden kunnen trekken. In goten en bij putten is het mogelijk om maatregelen te treffen om te voorkomen dat kikkers en padden vast komen te zitten of juist in straatkolken wegspoelen. Aanbevelingen 6.13. Neem verkeersmaatregelen op wegen en in goten in eigen beheer met het oog op het beschermen van dieren in het wild.
Baggeren Een gemeente mag niet zomaar starten met baggerwerkzaamheden, maar is verplicht eerst een gedegen onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten om na te gaan of het nodig is een ontheffing aan te vragen. Bij de voorbereiding van het baggerwerk is het dus Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
66
noodzakelijk rekening te houden met de aanwezige dieren en planten. Samenwerking met een ecoloog kan helpen om kwetsbare punten te inventariseren. Vervolgens moet de gemeente een plan maken dat beschrijft wanneer en hoe het best gebaggerd kan worden afhankelijk van een inventarisatie van de aanwezige fauna. Een ontheffing is niet nodig wanneer het gaat om regulier beheer, gebruik en onderhoud in een gebied waarin uitsluitend algemene soorten voorkomen. Wanneer er wel andere dan uitsluitend algemene soorten voorkomen, dan is ook geen ontheffing nodig wanneer de gemeente werkt volgens een door het ministerie (RVO) goedgekeurde gedragscode.
Uitvoering baggerwerkzaamheden in september of oktober Uitvoering van baggerwerkzaamheden kan het beste plaatsvinden in september of oktober, omdat dit een periode is tussen de voortplanting en winterrust van vissen en amfibieën in. Het is belangrijk om gefaseerd en gericht te baggeren, zodat dieren kunnen wennen en rustig naar een andere plek kunnen
gaan.
Ook
is
het
belangrijk
er
rekening
mee
te
houden
dat
dieren
ontsnappingsmogelijkheden moeten hebben. Vissen kunnen eventueel worden teruggezet of verplaatst. Daarbij is het van belang rekening te houden met de weersomstandigheden die onder meer van invloed zijn op de temperatuur van het water. Als deze te hoog of te laag is, is extra voorzorg noodzakelijk. Bij een te lage temperatuur raken vissen en amfibieën inactief waardoor zij niet meer kunnen vluchten. Een te hoge temperatuur kan leiden tot zuurstofloosheid van het water. Aanbevelingen 6.14. Verplicht de baggeraar contractueel om preventieve maatregelen te nemen die leed ten aanzien van vissen en andere dieren in de sloot voorkomen, bij het geven van een opdracht tot het droogleggen of uitbaggeren van een sloot.
3.7.5 Beschermen van flora en fauna in openbaar groen Een gemeente kan als beheerder van parken, plantsoenen en overig openbaar groen allerlei maatregelen nemen ter bescherming van de dieren die in deze gebieden leven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan praktische zaken, zoals de keuze om bij het bestrijden van onkruidmiddelen te gebruiken die niet schadelijk zijn voor dieren in plaats van schadelijke chemische middelen. Andere maatregelen zijn uittreedplaatsen bij grachten voor bijvoorbeeld en het creëren van aflopende oevers in plaats van een hoge beschoeiing. Amfibieën en watervogels komen dan gemakkelijker het water in en uit. Bloeiende oevers en wegbermen vormen een thuis voor veel soorten insecten en dat trekt weer allerlei vogels aan. Daarnaast kan een gemeente de aanwezigheid bevorderen van Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
67
insecten- en slakkenetende dieren, zoals egels. Met dergelijke maatregelen, die flora en fauna in stand houden, stemt een gemeente het beheer van het gemeentelijk groen af op natuurontwikkeling en op de bescherming van de dieren en hun leefgebieden.
Bijdragen aan ecologische structuur Het beheer van openbaar groen kan ook bijdragen aan de vorming van een ecologische infrastructuur tussen terreinen die uit natuur oogpunt waardevol zijn. Verbindingszones zijn onmisbaar voor de natuur in het stedelijke gebied. Dieren kunnen zich daarlangs verplaatsen naar andere gebieden. Het kunnen wisselen van gebied is niet alleen van belang voor het overleven van individuele dieren, maar ook voor de instandhouding van de populatie. Voorbeelden van ecologische infrastructuur zijn lintvormige beplantingen, niet gemaaide oeverkanten voor kleine dieren, viaducten en tunnels voor dieren bij drukke verkeerswegen. Ook het laten groeien van bloemen in de bermen is van belang, omdat deze voor insecten een verbinding kunnen vormen tussen natuurgebieden.
Integrale visie openbaar groen vastleggen in plan De gemeente dient haar integrale visie voor de langere termijn voor het openbaar groen vast te leggen in een plan, zoals een natuurontwikkelingsplan of een groenstructuurplan. Een belangrijk onderdeel van zo’n plan is een inventarisatie van de verschillende in de gemeente levende dieren en hun leefgebieden. Op basis van deze inventarisatie is het mogelijk de natuurwaarde van de verschillende gebieden in de gemeente vast te stellen en doelstellingen te formuleren. Bovendien zal het plan maatregelen en voorstellen moeten bevatten om deze doelstellingen te realiseren. Aandacht voor het ecologisch ontwerpen van nieuwbouwwijken is hier een voorbeeld van. Maar ook het aanpassen van groenbeheer en groeninrichting, zodat natuurlijke processen een kans krijgen en bestaande groenvoorzieningen natuurlijker worden, draagt bij aan het behalen van de doelstellingen. Aanbevelingen 6.15. Gebruik geen gif ter bestrijding van ongewenste kruidengroei en geef prioriteit aan natuurontwikkeling door bijvoorbeeld de aanleg van bloemrijke bermen, plaatsing van nestkasten of het creëren van ecologische infrastructuur. 6.16. Leg een integrale visie op openbaar groen voor de langere termijn vast in bijvoorbeeld een natuurontwikkelingsplan of groenstructuurplan.43
43
Bijlage II: Ringenmodel, Wilde dieren, ring 4.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
68
Natuurinclusief bouwen Een omvangrijke en kwalitatief goede groenvoorziening binnen de gemeente draagt bij aan een gezonde leefomgeving voor mens en dier. Het is daarom van belang dat de gemeente investeert in uitbreiding en/of verbetering van groen binnen haar grenzen. Stedelijk groen, zoals natuurinclusieve bebouwing, draagt hieraan bij. De gemeente dient integraal om te gaan met natuurinclusief bouwen, door bij haar eigen bouwprojecten rekening te houden met aspecten zoals begroeiing op muren en daken, natuurlijk ingerichte tuinen met insectvriendelijke vegetatie en nest, slaap, en foerageer plekken voor vogels en zoogdieren.
Meer
informatie
over
natuur
inclusief
bouwen
is
te
vinden
op
www.bouwnatuurinclusief.nl. Daarnaast kan de gemeente haar bewoners ondersteunen in – en aansporen tot – het vergroenen van hun eigen woonomgeving door bijvoorbeeld voorlichting over en het subsidiëren van vergroenende dieren insectvriendelijke maatregelen. Ook zijn er landelijke projecten waaraan gemeenten actief kunnen deelnemen. Een voorbeeld hiervan is het NK tegelwippen. Bewoners van deelnemende gemeenten kunnen zich aanmelden voor het laten uitwippen van een tegel en krijgen hiervoor een insectvriendelijke plant terug44. Aanbevelingen 6.17. Pas de ambities voor natuurinclusief bouwen integraal toe in de eigen bouwprojecten. 6.18. Stimuleer en ondersteun bewoners bij het nemen van natuur-, insect- en diervriendelijke maatregelen rondom hun woning door voorlichting, subsidieverstrekking en actieve deelname aan (landelijke)projecten.
44
www.nk-tegelwippen.nl Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
69
4. Adviezen binnen de context In dit onderdeel van het adviesrapport worden concrete adviezen uitgesproken op het gebied van dierenwelzijn. Deze adviezen zijn toegespitst op de context van de gemeente Veenendaal en gebaseerd op de eerdere hoofdstukken van dit rapport. Doordat gemeentelijk beleid fungeert binnen een complexe bureaucratie, volgen er alternatieve aanpakmogelijkheden. De gemeente is vrij om hierin de genoemde voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen en een aanpak te kiezen, of zelf te ontwikkelen.
Dierenwelzijnsnota Het bezit van een gemeentelijke dierenwelzijnsnota is de belangrijkste aanbeveling op het gebied van dierenwelzijn. In een dierenwelzijnsnota staat alles omtrent dieren(welzijn) wat zich binnen de gemeente afspeelt. Hierin kan worden benoemd welke partijen of individuen verantwoordelijk zijn voor taken, welke vervolgstappen genomen worden bij situaties die zich voordoen en met welke zaken de gemeente (en partijen die met de gemeente te maken hebben) rekening moeten houden omtrent dieren. Naast het bevorderen van kennis en communicatie binnen en rondom de gemeente Veenendaal, signaleert het bezit van een dierenwelzijnsnota richting de inwoners dat de gemeente het belang van dierenwelzijn inziet. Daarnaast kan de gemeente Veenendaal door middel van deze nota een voorbeeld vormen voor andere gemeenten die zich in een soortgelijke fase van dierenwelzijn bevinden en de ambitie hebben om dit te verbeteren. Het eerste advies luidt daarom ook: ontwikkel een dierenwelzijnsnota voor de gemeente Veenendaal. Het is belangrijk dat de gemeente inventariseert waar de ambitie op het gebied van dierenwelzijn ligt. Ook is het belangrijk om inzichtelijk te maken welke maatregelen omtrent deze dieren momenteel al spelen en welke er nog nodig zijn. Een aantal suggesties hierover staan in dit adviesrapport.
De
Dierenbescherming
heeft
een
uitgebreid
voorbeeld
van
hoe
een
dierenwelzijnsnota er uit kan komen te zien. Daarnaast biedt de Dierenbescherming hulp bij het opstellen hiervan. Het is van belang dat de gemeente een ambtenaar bezit die zich verdiept heeft in het dierenwelzijn van de gemeente en bereid is om zich hiervoor in te zetten. Deze ambtenaar kan de nota opstellen en weet zo in de toekomst sneller taken en verantwoordelijkheden te leggen bij de juiste partijen. Daarnaast fungeert deze ambtenaar als aanspreekpunt voor uitvoerende en raadgevende partijen op het gebied van dierenwelzijn.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
70
Aanpakmogelijkheid 1 De gemeente Veenendaal kan ervoor kiezen dierenwelzijn zelf aan te pakken. Anders dan toen er een regiecontract bestond met de Dierenbescherming, zal de gemeente de rol intern moeten overnemen door middel van ambtelijke capaciteit. Momenteel wordt er 2 à 3 uur per week besteed aan dierenwelzijn door een beleidsmedewerker. Dit onderwerp is echter nieuw voor deze persoon en er bestaat een grotere ambitie dan mogelijk lijkt binnen dit tijdsbestek (Bijlage II). De ambities binnen de gemeente wijzen er op dat Veenendaal zich in de twee buitenste ringen van het Ringenmodel bevindt (Bijlage II). De ambtelijke capaciteit komt momenteel echter overeen met de binnenste ring van het model. Het verhogen van het aantal beschikbare uren voor dierenwelzijn zorgt ervoor dat de beleidsmedewerker kan fungeren als contactpersoon voor onderaannemers. Dit houdt in dat de beleidsmedewerker het aanspreekpunt is van alle partijen die (boven)wettelijke taken uitvoeren voor de gemeente Veenendaal. De beleidsmedewerker dient op de hoogte te zijn van actualiteiten en wetgeving rondom dierenwelzijn. Met uitvoerende partijen zal moeten worden afgestemd wat zij kunnen betekenen voor de gemeente Veenendaal en hoe de gemeente deze partijen hierin kan ondersteunen.
Tevens kunnen er adviezen aan de uitvoerende maar ook aan de raadgevende partijen (zoals de Dierenbescherming) gevraagd worden. Er wordt geadviseerd om gebruik te maken van onderaannemers die het vervoer, de opvang en de verzorging van zwerf- en afstandsdieren regelen. De partijen die hiervoor direct in aanmerking komen zijn Dierenambulance Gelderse Vallei, Dierenasiel de Hazenberg en Vogelhospitaal Naarden. Dierenambulance Gelderse Vallei kan met voldoende financiële steun in uitzonderlijke gevallen ook samenwerken met opvangen die dieren verzorgen en asiel verlenen die niet terecht kunnen in De Hazenberg en Vogelhospitaal Naarden (e.g. roofvogelopvang Barchem; egelopvang Papendrecht). Naast onderaannemers die direct profiteren en afhankelijk zijn van financiële steun van de gemeente, zijn er partijen die bijdragen aan een comfortabele voortzetting van de dierenwelzijnsambitie. Deze partijen zijn bijvoorbeeld raadgevend: de Dierenbescherming, Politie Veenendaal, wijk BOA's en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming. Daarnaast is steun en erkenning richting uitvoerende partijen zoals dierenartsen (via onderaannemers) en de Dierenvoedselbank gewenst. De exacte rol die de genoemde partijen vervullen, zijn weergegeven in Bijlage VII.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
71
Om communicatie tussen zowel de uitvoerende als raadgevende partijen in de toekomst te waarborgen, is het noodzakelijk dat er heldere afspraken worden gemaakt omtrent de mogelijkheden, capaciteit, wensen en het gewenste en beschikbare budget van alle betrokken partijen. De gemeente moet hiervoor in gesprek gaan met de onderaannemers waar zij mee willen samenwerken. Tot slot is het belangrijk om inwoners voor- en in te lichten omtrent het (nieuwe) dierenwelzijnsbeleid. Dit kan door middel van campagnes, via www.veenendaal.nl of via sociale media. Op deze manier zal er meer transparantie ontstaan binnen de gemeente, en zijn inwoners sneller op de hoogte van beschikbare hulpdiensten. Voordelen 1. Er bestaat betere communicatie tussen alle betrokken partijen. 2. Er is een duidelijke afbakening tussen de rollen van betrokken partijen. 3. Er is een aanspreekpunt voor partijen die wettelijke taken uitvoeren, en inwoners met vragen over dierenwelzijn. 4. Uitvoerende partijen voelen zich erkend en gesteund door de gemeente waarbinnen zij opereren. Nadelen 1. Het inzetten van meer FTE’s voor het onderdeel dierenwelzijn brengt wellicht meer kosten met zich mee, omdat andere taken van de beleidsmedewerker overgedragen zouden moeten worden of er een nieuwe beleidsmedewerker in dienst genomen moet worden. 2. De kosten voor uitvoerende partijen worden hoger dan voorheen.
Dit hangt samen met de inflatie van de afgelopen jaren en een bredere dekking van kosten voor de uitvoer van werkzaamheden. 3. Partijen waarmee samengewerkt moet worden bestaan grotendeels uit vrijwilligers. Dit betekent dat van tevoren uit gesprekken duidelijk moet worden hoeveel kennis deze partijen bezitten, en waar financiële steun voor gebruikt wordt. Benodigdheden 1. Om dit advies uit te voeren is tijd het voornaamste wat nodig is. Dierenwelzijn zal meer geprioriteerd moeten worden en er zullen meer FTE’s beschikbaar moeten komen voor het vervullen van de communicatie taak van de beleidsmedewerker.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
72
2. Financiële steun voor onderaannemers: Dierenambulance Gelderse Vallei, Dierenasiel de Hazenberg, Vogelhospitaal Naarden. 3. Gesprekken met onderaannemers om tot een dekkend en gewenst budget te komen. Er wordt geadviseerd om per periode van één jaar afspraken te maken. Zo kan ieder jaar het budget worden geïndexeerd. 4. Gesprekken en contracten met onderaannemers waarin duidelijk vermeld staat wat de afspraken, verwachtingen en verantwoordelijkheden per partij zijn. 5. Kennis over de stand van zaken omtrent dierenwelzijn binnen de gemeente Veenendaal. 6. Parkeerontheffing voor dierenambulance zodat zij dieren sneller kunnen helpen en geen budget hoeven vrij te maken voor het betalen van parkeerboetes.
Aanpakmogelijkheid 2 Een tweede mogelijkheid is om een nieuwe mediërende partij te zoeken voor de (boven)wettelijke taken op het gebied van dierenwelzijn. Het is per 2024 niet meer mogelijk om contractueel samen te werken met de Dierenbescherming, echter zijn zij wel bereid om advies te geven aan de gemeente. De taken die de Dierenbescherming momenteel nog uitvoert voor de gemeente Veenendaal zouden overgedragen kunnen worden aan een andere partij zoals de Dierenambulance Gelderse Vallei. De dierenambulance heeft namelijk direct contact met andere belangrijke onderaannemers die taken verrichten voor de gemeente Veenendaal. Voordelen 1. De (boven)wettelijke taken worden vanaf een centraal punt uitbesteed door een partij in de praktijk. 2. Er is veel kennis beschikbaar bij de mediërende partij over dierenwelzijn en onderaannemers. 3. De lijnen tussen partijen kunnen kort worden gehouden en lopen via de mediërende partij. 4. Er is minder kennis nodig binnen de gemeente over de stand van zaken omtrent dierenwelzijn. Nadelen 1. Er is minder overzicht vanuit de gemeente over hoe kwesties met betrekking tot dierenwelzijn zijn geregeld. 2. De gemeente is weer afhankelijk van een externe partij. Niet elke partij is enthousiast over een mediërende partij. Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
73
3. Het maken van een uitvoerende partij tot mediator zal extra kosten met zich meebrengen voor het werk dat zij uitvoeren. 4. Een partij zoals de dierenambulance bestaat grotendeels uit vrijwilligers. Dit kan ertoe leiden dat de communicatie minder professioneel verloopt en er niet teruggevallen kan worden op vaste contactpersonen vanwege het wisselende personeel. Benodigdheden 1. Er is een uitvoerende partij nodig die zich in wil zetten als mediator voor het vervullen van de (boven)wettelijke taken voor de gemeente Veenendaal. 2. De gemeente zal over het budget moeten beschikken om deze mediator voor de diensten te betalen. 3. Afspraken met alle betrokken partijen moeten duidelijk op papier staan en worden vastgelegd voor een bepaalde periode. 4. Er moet vertrouwen bestaan tussen de gemeente Veenendaal en de mediërende partij om goede samenwerking in stand te kunnen houden.
Extra aanbevelingen DierVizier Meerdere partijen (e.g. gemeente Amsterdam, gemeente Amersfoort, LID en Vogelhospitaal Naarden) raden de gemeente Veenendaal aan om gebruik te maken van het platform DierVizier. DierVizier is een samenwerkingsverband van kleine en grote gemeenten, het ministerie van LNV, dierenwelzijnsorganisaties en kennisinstellingen. Op de website is inspiratie te vinden voor beleidsvorming
en
uitvoering
rondom
belangrijke
gemeentelijke
of
regionale
dieren(welzijns)kwesties. Ook kan een gemeente deelnemer worden, waardoor het mogelijk is om met andere gemeentes in contact te komen en advies te vragen op het gebied van dierenwelzijn (DierVizier, z.d.). Diverse gemeenten hebben zich al aangesloten bij Diervizier. Onder andere gemeente Zwolle, Amsterdam, Lelystad, Dordrecht en Alphen aan den Rijn. Daarnaast werkt DierVizier samen met organisaties zoals de Dierenbescherming, de nationale politie en Stichting Dierenlot. Het gebruik maken of lid worden van DierVizier kan voor de gemeente Veenendaal van belang zijn omdat actuele thematiek rondom dierenwelzijn door DierVizier wordt belicht. Zo staat er een duidelijk overzicht van de wet- en regelgeving rondom dieren en voorzien zij van meer informatie met betrekking tot in het wild levende dieren en huis- en hobbydieren.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
74
6. Referenties Allecijfers.nl. (2023). Statistieken gemeente Veenendaal. https://allecijfers.nl/gemeente/veenendaal/ CBS (2020). Aantal gemeenten met hondenbelasting daalt verder. Geraadpleegd via www.cbs.nl CBS (z.d.). Stedelijkheid (van een gebied). Geraadpleegd via www.cbs.nl DeRijnpost (2022). Meer vrouwen in de Veenendaalse gemeenteraad na stembusgang. Geraadpleegd via www.derijnpost.nl Dierenbescherming (2022). Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid. Geraadpleegd via www.dierenbescherming.nl DierVizier (z.d.). Over. Geraadpleegd via https://diervizier.nl/ Lumivero (z.d.). NVivo . Retrieved May 15, 2023, from https://lumivero.com/products/nvivo/ Navigator (2023). Vakstudie Lokale belastingen en milieuheffingen, art. 226 Gemw, aant. 1.1. Geraadpleegd via www.navigator.nl Peerdeman, L. (z.d.). The reduction of animal cruelty. A qualitative study to give policy advice for the municipality of Veenendaal. Niet gepubliceerd. Universiteit Utrecht. (z.d.). Qualtrics - a survey tool - Studenten UU - Students UU. Retrieved May 15, 2023, from https://students.uu.nl/en/node/6/qualtrics-a-survey-tool Veenendaal.nl (z.d.). Hondenbelasting. Geraadpleegd via www.veenendaal.nl Vermeulen, C. C. M. (z.d.). The road to effective animal welfare policy, the neglected child of Dutch policymaking. Niet gepubliceerd.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
75
Bijlage I: Gesproken partijen Partij
Functie
Dierenbescherming
Accountmanager regio Gelderse Vallei
Dierenambulance Gelderse Vallei
Vervoer en zorg zwerf- en afstandsdieren
Beleidsmedewerker dierenwelzijn Veenendaal
Ambtenaar dierenwelzijn gemeente Veenendaal
Vogelhospitaal Naarden
Opvang en verzorging van vogels en tijdelijke plek voor reptielen
Dierenasiel Hazenberg
Opvang honden en katten
Dierenambulance Nederrijn
Vervoer en zorg zwerf- en afstandsdieren
Dierenziekenhuis Veenendaal
Behandeling van gezelschapsdieren
Gemeente Amsterdam
Beleidsadviseur dierenwelzijn
Dierenkliniek Veenendaal
Behandeling van gezelschapsdieren
PvdD provincie Utrecht
Statenlid in de provincie Utrecht
CDA, gemeenteraad Veenendaal
Raadslid gemeente Veenendaal
Politie gemeente Veenendaal
Takenpakket toezicht dierenwelzijn
Communicatie, Griffie en leden van de Raad gemeente Veenendaal
Werkzaamheden binnen de gemeente Veenendaal
Soortenmanagement werknemer gemeente Veenendaal
Ruimtelijk adviseur energietransitie
Dierenkliniek Kerkewijk
Behandeling van gezelschapsdieren
Dierenvoedselbank Vallei en Veluwe
Verzorgen voedsel en spullen voor mensen met huisdieren en beperkt budget.
ChristenUnie, gemeenteraad Veenendaal
Schaduwraadslid gemeente Veenendaal
Buitenzorg Dierenparkjes
Verzorging van hobbydieren, bijen en educatie van bezoekers
Gemeente Amersfoort
Wethouder en beleidsadviseur dierenwelzijn
Dr. Endenburg
Expert dierenwelzijn en dierenmishandeling
Stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming
Toezichthouder op het welzijn van particulier gehouden huisdieren.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
76
Bijlage II: Topiclijst Interviews stakeholders Introductie
Voorstellen interviewers, onderzoek en opdrachtgever Voorstellen partij, functie en werkzaamheden
Huidige rol
Wat doet de partij momenteel voor dierenwelzijn (binnen de gemeente Veenendaal)? Verloop contact met de gemeente Veenendaal Wat betekent voor u dierenwelzijn?
Praktijk
Voornaamste kosten die de partij maakt waar de gemeente rekening mee moet houden binnen de samenwerking. Hoe ziet de partij de samenwerking voor zich en waar moet de gemeente meer/minder aandacht aan besteden? Weet de partij meer over hoe dieren binnen de gemeente behandeld worden en waarom dit op die manier gebeurt? Is dit in het belang van het dierenwelzijn? Met welke organisaties werkt de partij samen?
Dierenleed
Welke problemen met dieren komen het vaakst voor in deze regio volgens de partij? Toespitsing op dierenmishandeling en cijfers over de incidentie. Welke problemen met dieren zouden meer aandacht verdienen en waarom gebeurt dit nog niet? Welke manieren zouden effectief zijn om dierenleed te verminderen?
Maatschappelijke ontwikkelingen
Wat zijn volgens de partij de grootste barrières omtrent het doorvoeren van effectief dierenwelzijnsbeleid? Wat zou het mogelijk kunnen maken? Ziet de partij verschillen de afgelopen jaren in het aantal vrijwilligers/de aandacht voor de partij vanuit de maatschappij? Hoe kan politiek binnen een gemeente volgens de partij aandacht voor dierenwelzijn beïnvloeden? Ziet de partij verschillen tussen dierenwelzijn in stedelijke gebieden en landelijke gebieden?
Afsluiting
Heeft de partij aanvullende contacten/informatie die ze naar ons toe kunnen sturen voor het onderzoek? Zijn er dingen die we niet hebben besproken die de partij belangrijk acht?
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
77
Bijlage III: Enquête inwoners gemeente Veenendaal Enquête open: 25 april Enquête dicht: 31 mei Respons: 117 Intro Hartelijk dank voor het openen van deze enquête. Door uw mening te geven helpt u de gemeente Veenendaal beter inzicht te krijgen in wat haar inwoners denken over dierenwelzijn. Deze vragenlijst zal maximaal zo'n 10 minuten van uw tijd kosten. Geef zo eerlijk mogelijk antwoord op de vragen. Antwoorden zijn niet naar u te herleiden en worden vertrouwelijk verwerkt. De enquête staat open tot en met 31 mei. Alvast bedankt voor uw medewerking! Instructie U wordt verzocht alle vragen in deze enquête te beantwoorden. U kunt de vragen beantwoorden door met uw muis te klikken op het bolletje voor het juiste antwoord. U kunt uw antwoord wijzigen door op een ander bolletje te klikken. Bij sommige vragen kunt u meerdere antwoorden invullen. Als u alle vragen op een pagina hebt ingevuld, klikt u op 'Volgende'. Wanneer u vergeten bent om één van de vragen te beantwoorden, zal dit worden aangegeven. U kunt het ontbrekende antwoord dan alsnog invullen. Q1 Bent u ouder dan 18 jaar? Ja Nee Q2 Bent u officieel woonachtig in de gemeente Veenendaal? Ja Nee
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
78
Q3 Wat is uw geslacht? Geslacht
Verdeling
Vrouw
69.16%
Man
28.97%
Anders
1.87%
Q4 Wat is uw leeftijd? ▼ 18 ... 104
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
79
Q5 Heeft u een (of meerdere) huisdier(en)? Zo ja, wat voor dier is dit? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Q6 Is/zijn uw dier(en) gechipt/geregistreerd? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
80
Q7 Is er een vergunning nodig voor het houden van uw huisdier(en) en heeft u deze?
Q8 Bent u juist ingelicht over de regels omtrent het houden van dit/deze huisdier(en)? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
81
Q9 Heeft u zich verdiept in de leefwijze van het dier voordat u het huisdier nam? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Ja, namelijk door: -
Rondvragen
-
School
-
Fokker
-
(Zelf)studie
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
82
Q10 Geef aan of het volgende in de gemeente Veenendaal voldoende of onvoldoende aanwezig is volgens u:
Q11 U kunt hier aangeven welke voorzieningen u mist binnen de gemeente. Geef een zo duidelijk mogelijke beschrijving. Als u niets mist, vul dan in 'nvt'. -
In omliggende plaatsen is daar wel mogelijkheid voor, in Veenendaal niet. Oa dierenspeciaalzaak, hondenpension..Losloopgebied alleen die op de Betje Wolflaan is leuk al die postzegel veldjes heb je niks aan met een jonge energieke hond.
-
Ik mis een GROTE losloopplek in de gemeente.
-
mis eigenlijk wel meer depo dog bakken is niet altijd een dicht in de buurt jammer genoeg bijvoorbeeld in het bos? omdat je daar ook netjes wil zijn om hondenpoep op te ruimen in parken. en gewoon in de straten.
-
meer opvangmogelijkheid voor dieren tijdens vakantie
-
Weinig voor reactieve honden Die zelf niks kunnen doen aan het feit dat de reactief zijn
-
Persoonlijk zou ik het prettig vinden als er meer controle zou zijn op handhaven van de regels binnen de losloopgebieden. In het losloopgebied is het de bedoeling dat je hond onder appél staat voor hij los mag, maar nu lijkt het meer een vrijbrief om als een dolle op alles en iedereen af te vliegen als een ongeleid projectiel. En meer controle op poep opruimen. Je kan
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
83
nergens meer lopen zonder in een drol te staan. Een dagopvang voor honden zou ook fijn zijn in de buurt. Q12 Is de gemeente Veenendaal naar uw mening een veilige plek voor uw huisdier? (Denk aan schoon, vriendelijk etc.)
Q13 U kunt hier toelichten waarom u dit vindt. Probeer duidelijk te zijn in uw beschrijving. -
Veilige plek ligt niet bij de gemeente maar bij de eigenaar van het huisdier. Wat de gemeente wel kan doen alleen een vergunning verstrekken voor het houden van een hond aan hondenliefhebbers, ben je de helft van de honden kwijt, goed voor de honden, het milieu, minder stikstof en meer van die onzin.
-
Veel te veel voedsel resten op straat en op het gras.
-
Honden mogen niet mee in het centrum. Ze is lastig alleen thuis te houden doordat ze verlatingsangst heeft. Nu kom ik ook zelden in het centrum wat ik heel jammer vind.
-
Uitlaatplekken voor honden kunnen schoner alleen ligt dat ook veel aan de hondeneigenaar
-
ik heb voor neutraal gekozen omdat Veenendaal steeds drukker wordt naar mijn mening veel auto, s op straat rijden best hard ook voor katten vindt ik het niet veilig om over straat te lopen want ze worden toch te vaak aangereden lekker binnen houden die katten
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
84
Q14 Bent u op de hoogte van de hulp die de gemeente kan bieden bij het zorgen voor uw huisdier?
Q15 - U kunt hier aangeven welke hulpmogelijkheden u kent, of waar u gebruik van heeft gemaakt.
-
Geen idee welke hulp gemeente kan geven
-
Goedkoper belasting voor hond en voer
Q16 Vindt u het belangrijk dat de gemeente Veenendaal aandacht besteedt aan het welzijn van dieren?
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
85
Q17 Waar moet gemeente Veenendaal volgens u aandacht aan besteden? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Q18 Stel dat er morgen een gemeenteraadsverkiezing zou zijn, op welke partij denkt u dat u zou stemmen?
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
86
Q19 Geef aan in hoeverre u overlast ervaart van de volgende dieren:
Q20 U kunt hier beschrijven wat voor overlast u ervaart. Probeer dit duidelijk te beschrijven.
-
Hondenpoep voor mijn voordeur en achterpoort. Zie weinig tot geen boa’s Veel duivenpoep van duiven achterbuurman Veel mieren in en buiten de tuin
-
Katten die behoefte doen zoals in mijn tuin Terwijl de baasjes tegels in hun tuinen hebben
-
De buren hebben een papegaai die heel hard krijst in een gehorig huis
-
ratten en muizen hier bij De Grote Pekken doet de gemeente daar niks aan? wij wonen dicht bij het water en je ziet ze heel vaak weg schieten heel eng! en er ligt overal rommel daar heel vaak patatbakjes etensresten ze gooien alle troep zo hop op straat daar ondervind ik heel veel overlast van ja
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
87
Q21 Heeft u weleens contact gehad met de dierenambulance? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Q22 Hoe tevreden bent u over het contact met de dierenambulance?
Q23 U kunt hier aangeven waarom dit contact volgens u zo verliep. Probeer volledig te zijn in uw uitleg. -
Mevrouw aan de telefoon was erg vriendelijk, vroeg de juiste dingen en ze reageerden direct op de situatie
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
88
-
Hond gevonden en prettig contact. Eigenaar uiteindelijk gevonden via facebook
-
Kundig, betrokken en behulpzaam.
-
Soms slecht bereikbaar, maar ik weet dat dit komt door gebrek aan vrijwilligers.
Q24 Waarom had u contact met de dierenambulance? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Anders, namelijk: -
Weggelopen hond of kat Ziek dier
Q25 Heeft u wel eens de dierenpolitie (144) gebeld?
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
89
Q37 - Hoe tevreden bent u over het contact met de dierenpolitie?
Q26 U kunt hier aangeven waarom u met de dierenpolitie heeft gebeld, en of er iets met de melding is gedaan. Vermeld hier geen persoonlijke gegevens over uzelf of een ander. -
schaap op de kop in wei. Ze belden netjes terug dat ze 't schaap weer goed neergezet hadden en dat t goed ging.
-
Verwaarlozing wolvarkens. Omdat ik ze zo goed mogelijk verzorgde was ik medeverantwoordelijk voor de verwaarlozing volgens de dierenpolitie, ik kon/mocht niet anoniem melden. Er is niks met mijn melding gedaan.
-
Dierenpolitie doet vrijwel niets, al bellen 10 mensen voor hetzelfde probleem. Met uiteindelijk een dodelijke afloop.
Q27 Weet u waar u terecht kunt als uw huisdier zou komen te overlijden?
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
90
Q28 Heeft u weleens afstand gedaan van een dier (om een andere reden dan het overlijden van het dier)?
Q29 Heeft u het dier ergens naartoe gebracht? Zo ja, waarheen? Zo niet, wat is er met het dier gebeurd? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
91
Q30 Wat was de reden dat u afstand deed van het dier? U kunt meerdere antwoorden selecteren.
Anders namelijk: -
Kon niet met andere dieren in huis opschieten
-
Inmiddels beschermd diersoort, roodwang schildpad
Q31 Heeft u opmerkingen en/of aanvullingen naar aanleiding van deze enquête? Laat deze dan hier achter. -
Ik hoop op beleid dat katteneigenaren stimuleert hun huisdier op hun eigen erf te houden.
-
Wij als mensen moeten goed voor de dieren zorgen, wij zijn hun stem, ze hebben net als mensen emoties, gevoelens en kunnen pijn ervaren. Ze zijn als kinderen…..
-
overlast van zwerfvuil daar mogen ze wat mij betreft nog wel iets meer aan doen is voor de buurt ook schoner en netter en ook veiliger voor je huisdieren.
-
Een asiel en wildopvang zijn hard nodig in Veenendaal. Op dit moment zijn die voorzieningen enkel op behoorlijke afstand beschikbaar.
-
Er moet meer toezicht komen op mensen die hun dieren slecht verzorgen
-
Laat gemeentebreed en campagne komen over reactieve honden Gele band om en dat mensen beseffen dat ze dan niet moeten benaderen Krijg daar zoveel gezeur over je hond is agressief en moet afgemaakt worden houden er geen rekening mee ondanks uitleg Mijn hond is een schat maar helaas reactief tov andere honden Kan ze niks aan doen
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
92
-
Dat het soms lastig is in te schatten hoe goed een dier verzorgd wordt. Dat mensen soms de verantwoording niet aan kunnen. En dan hun huisdier dumpen bv bij dierenkampjes
-
Het zou mooi zijn als mensen bij aanschaf van een hond een lijst zouden met de honden etiketten, zodat men weet waar ze zich aan moeten houden en men misschien wat meer rekening met elkaar zal houden.
Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
93
Bijlage IV: Overzicht van alle aanbevelingen Kernaanbevelingen 1.1: Stel diervriendelijk beleid op en leg dit vast in een nota Dierenwelzijn. 1.2: Benoem een wethouder dierenwelzijn, die verantwoordelijk is voor dierenbeleid en dierenwelzijn waarborgt. 1.3: Zorg voor voldoende ambtelijke capaciteit om de ambities op het gebied van dierenwelzijn te borgen.
Dieren in nood 2.1: Maak goede afspraken met dierenopvangcentra en ambulancediensten over de opvang van dieren en verstrek een kostendekkende vergoeding. Gebruik hiervoor bij voorkeur het dienstverleningsoverzicht van de Dierenbescherming. 2.2: Faciliteer het maken van afspraken tussen hulpdiensten en dierenopvangcentra over de opvang van huisdieren in geval van een (gedwongen) opname, arrestatie of huiselijk geweld. 2.3: Zorg voor financiële ondersteuning voor opvang en vervoer van in het wild levende dieren. 2.4: Start een publiekscampagne zodat inwoners weten wat ze moeten doen als ze wilde dieren in nood aantreffen. 2.5: Sluit een contract af met opvangcentra en ambulances voor de dierenhulp binnen de gemeente. 2.6: Verleen waar nodig een ontheffing aan de dierenambulance voor het medegebruik van bus- en trambanen en die voorziet in de benodigde parkeervergunningen. 2.7: Neem in het rampen(bestrijdings)plan een passage op over de hulp aan dieren. 2.8: Maak afspraken met de veiligheidsregio en het crisisteam over dierennoodhulp. 2.9: Maak bij het opstellen van beleid rond dierennoodhulp gebruik van het dienstverleningsoverzicht van de Dierenbescherming.
Gezelschapsdieren 3.1: Zorg voor voorlichting over het houden van huisdieren om dierenleed te voorkomen. Liz Peerdeman & Christel Vermeulen
Adviesrapport Dierenwelzijn
94
3.2: Geef op de gemeentelijke website voorlichting over regelgeving over en het diervriendelijk houden van hobbydieren. 3.3: Zorg dat hobbydierhouders een schuilgelegenheid/-stal kunnen bouwen. Aanbeveling 3.4: De gemeente informeert en faciliteert sociale hulpverleners om te signaleren en te acteren bij verminderd dierenwelzijn. 3.5: Zorg dat mensen met een laag inkomen goed voor hun huisdier kunnen zorgen. Stel vergoedingen voor medische kosten beschikbaar in het kader van het minimabeleid of de bijzondere bijstand. 3.6: Ondersteun het project Dierenbuddy door een financiële bijdrage en promotie binnen het sociale domein. 3.7: Neem actief deel aan ‘chip je kat’-acties met financiering, publiekscommunicatie en afstemming met betrokken partijen. 3.8: Zorg voor een goede registratie van meldingen met betrekking tot overlast, verwaarlozing en mishandeling van dieren. 3.9: Stel hondenbeleid op waarin het welzijn van de hond centraal staat. Heb daarbij onder andere aandacht voor voorzieningen voor honden. 3.10: Indien hondenbelasting wordt geïnd, gebruik deze dan om de openbare voorzieningen voor honden te verbeteren. 3.11: Registreer bijtincidenten en stel een protocol op dat wordt ingezet en gecommuniceerd in geval van een bijtincident.