3.a2 Vaststelling bestemmingsplan Ondergrondse hoogspanningsverbinding Veenendaal - bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
ONDERGRONDSE HOOGSPANNINGSVERBINDING VEENENDAAL
bestemmingsplan Ondergrondse hoogspanningsverbinding Veenendaal
Bijlagen Bijlage 1
Commentaarnota april 2022
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Bijlage 3
Watertoets west
Bijlage 4
Watertoets oost
Bijlage 5
Notitie watertoets
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
Bijlage 7
Memo Tennet Valleikanaal Slaperdijk WSVV
Bijlage 8
Qickscan Flora en Fauna
Bijlage 9
Aanmeldnotitie
Bijlage 10
Magneetveldnotitie
Bijlage 11
Bomeninventarisatie
1
bestemmingsplan
BESTEMMINGSPLAN “Ondergrondse hoogspanningsverbinding Veenendaal”
Commentaarnota zienswijzen
Veenendaal, april 2022
Inleiding Deze nota heeft betrekking op de zienswijzefase van de bestemmingsplanprocedure voor bestemmingsplan “Ondergrondse hoogspanningsverbinding Veenendaal”. Het bestemmingsplan “Ondergrondse hoogspanningsverbinding Veenendaal” maakt de aanleg, het beheer en onderhoud van de ondergrondse kabelverbinding mogelijk. Daarnaast is hiermee geregeld dat op termijn de bestaande, bovengrondse hoogspanningsverbinding, verwijderd wordt. Inhoud van deze nota Na deze inleiding zullen in de Nota achtereenvolgens aan de orde komen: de stand van zaken met betrekking tot de bestemmingsplanprocedure; een overzicht van de zienswijzen en de beantwoording van deze reacties; Procedure Het ontwerpbestemmingsplan “Ondergrondse hoogspanningsverbinding Veenendaal” heeft met ingang van 3 februari 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond gelegenheid voor een ieder hiertegen een zienswijze in te dienen. Van de ter inzage legging is kennisgegeven op de gebruikelijke wijze (bekendmaking via het Gemeenteblad en op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl). Voor belanghebbenden is op 21 februari 2022 een digitale informatiebijeenkomst georganiseerd. Gedurende bovengenoemde termijn zijn 2 schriftelijke zienswijzen ontvangen, die ontvankelijk zijn.
De gemeenteraad is het bevoegde bestuursorgaan om te beslissen over de vaststelling van het bestemmingplan en over de vraag welke zienswijzen al dan niet gedeeld worden; een en ander op voorstel van Burgemeester en Wethouders. De indieners van zienswijzen worden uitgenodigd in te spreken over het raadsvoorstel tijdens de raadscommissie om hun zienswijze nader toe te lichten. Binnen twee weken na vaststelling van het bestemmingsplan wordt het raadsbesluit bekendgemaakt. De bekendmakingstermijn bedraagt zes weken indien: 1. Gedeputeerde Staten of de inspecteur tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hebben ingediend en deze niet volledig is overgenomen; 2. De gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp. Eventuele beroepschriften tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan worden door de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State behandeld. Dit beroep is alleen mogelijk wanneer in een eerder stadium een zienswijze is ingediend of wanneer aan een belanghebbende redelijkerwijs niet verweten kan worden, dat hij of zij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht bij de gemeenteraad tegen het ontwerpbestemmingsplan. Als een onderdeel van het bestemmingsplan gewijzigd wordt vastgesteld kan een belanghebbende tegen de wijzigingen beroep instellen.
Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn van zes weken afloopt.
2. Reacties en zienswijzen Zienswijzen Er zijn door 2 partijen zienswijzen ingediend, namelijk: 1. Prorail, Moreelsepark 2 te Utrecht 2. Stedin, Blaak 8 te Rotterdam Ontvankelijkheid zienswijzen
De zienswijzen zijn schriftelijk ingediend binnen de reactietermijn van 3 februari 2022 tot en met 16 maart 2022. De zienswijzen zijn daarom ontvankelijk en in beschouwing genomen. Zienswijzen De zienswijzen worden hieronder verwoord en beantwoord. Zienswijze 1 ProRail geeft aan dat uit een risicoanalyse moet blijken dat de ondergrondse hoogspanningsverbinding geen negatief effect heeft op de hoofdspoorweginfrastructuur. ProRail adviseert u om deze risico's te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van de ondergrondse hoogspanningsverbinding ProRail te voorzien van de uitkomsten. ProRail wijst op de vergunningsverplichtingen die kunnen voortvloeien uit de diverse regelingen. Reactie gemeente: Dit aspect is al opgepakt door TenneT. In opdracht van Tennet is Movares verzocht deze risicoanalyse uit te voeren, evenals de benodigde berekeningen i.r.t. de richtlijn RLN00398 uit te voeren. Onderdeel van deze opdracht is dat Movares niet alleen de nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding in ogenschouw neemt, maar ook de te amoveren bovengrondse hoogspanningsverbinding. De verwachting is dat de uitkomsten van deze berekening in juni 2022 beschikbaar zijn. Zodra de berekeningen beschikbaar zijn, zullen deze gedeeld worden met ProRail.
De mogelijke technische maatregelen die getroffen moeten worden, als gevolg van negatieve beïnvloeding als direct gevolg van de aanpassingen aan het hoogspanningsnet in Veenendaal, worden door Tennet uitgevoerd. TenneT zal ten aanzien van de aanleg en beheer voldoen aan de vergunningsverplichtingen. TenneT gaat in gesprek met ProRail over de verdere afstemming voor de vergunningsprocedure. Conclusie: De door ProRail aangegeven aandachtspunten zijn door TenneT in gang gezet. Deze aspecten zijn van belang voor de vergunningsprocedures. De ingekomen zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De zienswijze wordt hierom ongegrond geacht. Zienswijze 2 Het ontwerp bestemmingsplan voorziet ter hoogte van het genoemde transformatorstation aan de oostzijde in een dubbelbestemming “Leiding – Hoogspanning ondergronds”. Deze nieuwe dubbelbestemming kent een rangorderegeling (art. 3.1.1) en vormt een beperking op de bouwmogelijkheden van het vigerend bestemmingsplan “Woongebieden 2018”. De genoemde dubbelbestemming die over ons eigendom is geprojecteerd, de beperking die hieruit voortvloeit voor onze bouwmogelijkheden en een mogelijk toekomstig zakelijk recht van TenneT, is voor Stedin belemmerend. Dit kan belemmerende gevolgen hebben voor de mogelijke uitbreiding van het tussenstation Goeie Spoor (Stedin heeft hier ook een uitbreidingsproject in voorbereiding).
Immers deze zakelijke belemmeringen zullen ook worden gevestigd op de (strook) gronden waarin de afgaande kabels van Stedin liggen. Wanneer wij deze kabels moeten verleggen en uitbreiden, vormt dit een beperking voor Stedin. Wij verzoeken u de ligging van de leiding zodanig aan te passen dat zowel aan de belangen van TenneT als aan de belangen van Stedin recht wordt gedaan. Afstemming is noodzakelijk.
commentaarnota zienswijzen bestemmingsplan Ondergrondse hoogspanningsverbinding Veenendaal -2-
Reactie gemeente Er is een proces opgestart tussen Stedin en TenneT. TenneT heeft gegevens geleverd aan Stedin die betrekking hebben op het gewenste tracé over het terrein van Stedin. Er zijn procesafspraken gemaakt over de verdere afhandeling: a. Indien er zaken zijn waar verschillend tegenaan gekeken wordt, treden betrokken partijen in overleg. Het kan een technisch probleem zijn, maar ook kan het zitten in afspraken m.b.t. de zakelijk recht overeenkomst. b. Indien er op basis van de gegevens geen conflict is, worden direct de benodigde zakelijke rechten in een overeenkomst vastgelegd. Het tracé (zoals is opgenomen in de verbeelding) van de ondergrondse hoogspanningsvoeding op het eigendom van Stedin, komt zo te liggen dat dit niet ten koste gaat van de belangen van Stedin en TenneT. Gelet op de diepteligging en positionering verwachten wij op basis van de onderliggende stukken geen belemmeringen. Afspraken en randvoorwaarden worden vastgelegd in een zakelijk recht overeenkomst tussen TenneT en Stedin. Conclusie: De procesafspraken zoals zijn voorgesteld door Stedin zijn in gang gezet. De ingekomen zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De zienswijze wordt hierom ongegrond geacht.
Conclusie zienswijzenreacties De zienswijzenreacties hebben er niet toe geleid dat het ontwerpbestemmingsplan inhoudelijk gewijzigd wordt. De zienswijzen kunnen ongegrond worden verklaard.
commentaarnota zienswijzen Ondergrondse hoogspanningsverbinding Veenendaal -3-
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL -Vooronderzoek NEN 5725 -Verkennend bodemonderzoek NEN 5740+A1 -Verkennend onderzoek asbest NEN 5707+C2 Opdrachtgever: TenneT TSO B.V.
12 JULI 2021
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Contactpersoon HAROLD RORINK
Arcadis Nederland B.V. Postbus 137 8000 AC Zwolle Nederland
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
2 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
INLEIDING
8
1.1
Achtergrond
8
1.2
De werkzaamheden
9
1.3
Het proces
9
1.4
Veld- en bodemonderzoeken
9
1.5
Versiebeheer
10
1.6
Rapportage ‘milieuhygiënisch bodemonderzoek’
10
1.7
Leeswijzer
13
RESULTATEN VOORONDERZOEK
14
2.1
Samenvatting van de resultaten
14
2.2
Formulering van de onderzoekshypotheses
14
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
19
3.1
Kwaliteitsborging
19
3.2
Hypothese en onderzoeksopzet
19
3.2.1
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740+A1
19
3.2.2
Verkennend onderzoek asbest NEN5707+C2
21
3.3
Uitvoering veldwerk
22
3.3.1
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 (inclusief PFAS)
22
3.3.2
Verkennend onderzoek asbest NEN 5707
22
3.4
Uitvoering laboratoriumonderzoek
22
3.5
Afwijkingen
23
TOETSINGSKADERS 4.1
5
25
Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007
25
4.2
PFAS
25
4.3
Asbest
25
DEELLOCATIE 1
26
5.1
26
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
3 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
6
7
8
5.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
26
5.3
Resultaten
27
5.3.1
Bodemopbouw
27
5.3.2
Veldwaarnemingen grond
27
5.3.3
Veldmetingen grondwater
27
5.3.4
Analyseresultaten grond
28
5.3.5
Analyseresultaten grondwater
29
5.4
Interpretatie, conclusies en advies
29
DEELLOCATIE 3
30
6.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
30
6.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
30
6.3
Resultaten
30
6.3.1
Bodemopbouw
30
6.3.2
Veldwaarnemingen grond
30
6.3.3
Veldmetingen grondwater
31
6.3.4
Analyseresultaten grond
31
6.3.5
Analyseresultaten grondwater
32
6.4
Interpretatie, conclusies en advies
32
DEELLOCATIE 5
35
7.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
35
7.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
35
7.3
Resultaten
35
7.3.1
Bodemopbouw
35
7.3.2
Veldwaarnemingen grond
35
7.3.3
Veldmetingen grondwater
36
7.3.4
Analyseresultaten grond
36
7.3.5
Analyseresultaten grondwater
37
7.4
Interpretatie, conclusies en advies
37
DEELLOCATIE 7
38
8.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
38
8.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
38
8.3
Resultaten
38
8.3.1
Bodemopbouw
38
8.3.2
Veldwaarnemingen grond
38
8.3.3
Veldmetingen grondwater
39
8.3.4
Analyseresultaten grond
39
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
4 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
9
8.3.5
Analyseresultaten grondwater
40
8.4
Interpretatie, conclusie en advies
40
DEELLOCATIE 9
41
9.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
41
9.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
41
9.3
Resultaten
41
9.3.1
Bodemopbouw
41
9.3.2
Veldwaarnemingen grond
42
9.3.3
Veldmetingen grondwater
42
9.4
Resultaten
42
9.4.1
Verkennend onderzoek
42
9.4.1.1
Grond
42
9.4.1.2
Grondwater
43
9.4.2
Verkennend onderzoek asbest
43
9.5
Interpretatie, conclusie en advies
44
10 DEELLOCATIE 11
45
10.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
45
10.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
45
10.3
Resultaten
46
10.3.1
Bodemopbouw
46
10.3.2
Veldwaarnemingen grond
46
10.3.3
Veldmetingen grondwater
47
10.3.4
Analyseresultaten grond
47
10.3.5
Verkennend onderzoek asbest
48
10.3.6
Analyseresultaten grondwater
48
10.4
Interpretatie, conclusies en advies
49
11 DEELLOCATIE 15
51
11.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
51
11.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
51
11.3
Resultaten
51
11.3.1
Bodemopbouw
51
11.3.2
Veldwaarnemingen grond
51
11.3.3
Veldmetingen grondwater
52
11.3.4
Analyseresultaten grond
52
11.3.5
Analyseresultaten grondwater
52
11.4
Interpretatie, conclusies en advies
53
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
5 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
12 DEELLOCATIE 17
54
12.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
54
12.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
54
12.3
Resultaten
54
12.3.1
Bodemopbouw
54
12.3.2
Veldwaarnemingen grond
54
12.3.3
Veldmetingen grondwater
55
12.3.4
Analyseresultaten grond
55
12.3.5
Analyseresultaten grondwater
56
12.4
Interpretatie, conclusie en advies
56
13 DEELLOCATIE 19
57
13.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
57
13.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
57
13.3
Resultaten
57
13.3.1
Bodemopbouw
57
13.3.2
Veldwaarnemingen grond
57
13.3.3
Veldmetingen grondwater
58
13.3.4
Analyseresultaten grond
58
13.3.5
Analyseresultaten grondwater
59
13.4
Interpretatie, conclusie en advies
59
14 DEELLOCATIE 21
60
14.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
60
14.2
Samenstelling mengmonsters en uitgevoerde chemische analyses
60
14.3
Resultaten
61
14.3.1
Veldwaarnemingen grond
61
14.3.2
Veldmetingen grondwater
61
14.3.3
Analyseresultaten grond
62
14.3.4
Verkennend onderzoek asbest
62
14.3.5
Grondwater
63
14.4
Interpretatie, conclusie en advies
64
15 SAMENVATTING ANALYSERESULATEN VOOR LOZEN GRONDWATER OP OPPERVLAKTEWATER
66
16 SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN
68
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
6 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
BIJLAGEN BIJLAGE A RAPPORTAGE VOORONDERZOEK
71
BIJLAGE B BOORPROFIELEN
72
BIJLAGE C ANALYSECERTIFICATEN
73
BIJLAGE D TOETSING VAN DE ANALYSERESULTATEN
74
BIJLAGE E TOELICHTING OP HET TOETSINGSKADER
75
BIJLAGE F VERKLARING ONAFHANKELIJKHEID
76
BIJLAGE G TEKENING
77
BIJLAGE H VEILIGHEIDSKLASSE CONFORM CROW 400
78
COLOFON
79
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
7 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
1
INLEIDING
1.1
Achtergrond
TenneT T.S.O B.V. (hierna genoemd TenneT) heeft het voornemen op de bovengrondse 150kV hoogspanningslijn over het bebouwde deel van de gemeente Veenendaal (provincie Utrecht) te verkabelen. Dit houdt in dat een nieuwe ondergrondse 150kV-kabelverbinding wordt aangelegd waarna de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding wordt verwijderd. Het voornemen is een uitvloeisel van de wet Voortgang Energietransitie. Deze wet is in het leven is geroepen om hoogspanningsverbindingen te verkabelen, met als doel het leefklimaat te verbeteren. In Nederland zijn verschillende stedelijke gebieden aangewezen waar verkabeling kan plaatsvinden. Het te verkabelen tracé kan worden onderverdeeld. Bezien vanuit Driebergen (westelijk) richting Dodewaard (oostelijk) wordt de onderstaande onderverdeling gehanteerd: 1. Het opstijgpunt nabij mast 124. 2. ’t Goeie Spoor - Driebergen (mast 124 tot en met mast 131). 3. Uitbreiding hoogspanningsstation ’t Goeie Spoor. 4. ’t Goeie Spoor – Dodewaard (mast 103 tot en met mast 96). 5. Opstijgpunt nabij mast 97.
Figuur 1 Overzicht plangebied – bestaand hoogspanningsverbinding (donkerblauw) en nieuw kabeltracé (groen)
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
8 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Figuur 2 Mast 124 (westelijk)
Figuur 3 Mast 97 (oostelijk)
Het grootste deel van de voorgenomen werkzaamheden vindt plaats in de gemeente Veenendaal. Daarnaast is ook de gemeente Utrechtse Heuvelrug betrokken bij dit project omdat masten 124 en 125 liggen in het gebied wat tot deze gemeente toebehoort.
1.2
De werkzaamheden
Zoals in paragraaf 1.1 aangeven bestaan de werkzaamheden in het kader van de verkabeling in Veenendaal uit de aanleg van een nieuwe ondergrondse kabel en de verwijdering van de bestaande bovengrondse lijn. Een klein deel van de nieuwe kabel wordt aangelegd door middel van een open ontgraving, het overgrote deel wordt aangelegd via gestuurde boringen (Horizontal Direct Drilling, HDD). Ter plaatse van het bestaande onderstation (’t Goeie Spoor) en nabij de masten 97 (oostzijde) en 124 (westzijde) dienen werkzaamheden te worden uitgevoerd om de nieuwe kabel aan te sluiten op het bestaande netwerk. Het nieuwe ondergrondse kabeltracé heeft een lengte van circa 6 km. De aanlegdiepte van de kabel in open ontgraving ligt tussen ca. 1,5 meter (stedelijke terreinen) en ca. 1,8 meter (agrarische terreinen). De aanlegdiepte van de gestuurde boringen varieert tussen ca. 1,5 meter (ter plaatse van in - en uittredepunten) tot ca. 20 m -mv (diepste punt). Vanwege de beperking aan de maximale lengte van een gestuurde boring zijn in- en uittredepunten noodzakelijk om de geboorde kabels onderling te verbinden. Bij een in - en uittredepunt wordt de kabel gekoppeld op een diepte van ca. 1,5 m-mv.
1.3
Het proces
In 2015 is de haalbaarheidsstudie ‘Stedelijk gebied gemeente Veenendaal, verkabelen van 150kV lijn’ uitgevoerd. Op basis van deze haalbaarheidsstudie is het basisontwerp opgesteld en is een bureauverkenning uitgevoerd naar de omgevingsaspecten. Uit deze verkenning is naar voren gekomen dat op verschillende onderdelen veld- en bodemonderzoek gewenst is. Per 17 oktober 2019 is het project definitief geworden en zijn de benodigde middelen beschikbaar gesteld om het project op te starten. Het doel is om in begin 2021 het bestemmingsplan ter inzag te leggen, waarbij de start van het daadwerkelijke verkabelen vanaf 2023 gepland staat.
1.4
Veld- en bodemonderzoeken
Het doel van de veld- en bodemonderzoeken is om kwalitatief hoogwaardige adviezen en rapportages aan te leveren aan TenneT, die benodigd zijn voor Planologie, Vergunningen, Engineering en de afstemming met de grondeigenaren. Met de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt inzicht verkregen in de Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
9 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
bodemkwaliteit en de bodemopbouw zodat de aanleg van hoogspanningskabel mogelijk is en de risico’s als gevolg van de aanwezige bodemkwaliteit te beheersen. Vanuit dit standpunt is het niet noodzakelijk om eventuele verontreiniging volledig in kaart te brengen en vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een nader bodemonderzoek.
1.5
Versiebeheer
Ten tijde van de uitvraag voor het uitvoeren van de in deze rapportage beschreven onderzoeken, is het op dat moment gekozen tracé onderzocht. Op basis van voortschrijdend inzicht en de uitkomsten van diverse onderzoeken, zijn optimalisaties doorgevoerd ten opzichte van het oorspronkelijke tracé. Onderhavige rapportage heeft betrekking op de het tracé versie 0.3 d.d. 15 januari 2021, waarbij alle tracé optimalisaties tot dan toe zijn verwerkt.
1.6
Rapportage ‘milieuhygiënisch bodemonderzoek’
De voorliggende rapportage betreft het werkpakket ‘milieuhygiënisch bodemonderzoek’. Hiervoor zijn de volgende onderzoeken zijn uitgevoerd: • Vooronderzoek volgens NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, NEN, 2017). • Verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, NEN, 2016). • Verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707+C2 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, NEN, 2017). De kabelverbinding wordt voor het merendeel aangelegd door middel van gestuurde boringen en op enkele locaties aangelegd door middel van een open ontgraving. In onderstaande figuur 1 en 2 is weergegeven waar de open ontgravingen en waar de gestuurde boringen zijn gepland. Voorafgaand aan de uitvoering hiervan dient inzicht te worden verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.
Begrenzing van de onderzoekslocatie De kabelverbinding is ingedeeld in een westelijk en een oostelijk tracé, zie respectievelijk Afbeelding 1 en Afbeelding 2. Enkel de gedeelten (de deellocaties) van de kabelverbinding waar een open ontgraving wordt uitgevoerd maakt deel van dit verkennend bodemonderzoek. Het westelijk tracé bestaat uit deellocaties 1, 3, 5, 7, 9 en 11. Het oostelijk tracé bestaat uit de deellocaties 11, 15, 17, 19 en 21. De aanleg van de kabelverbinding in de overige delen is niet onderzocht omdat deze gerealiseerd worden doormiddel van gestuurde boringen en eventuele arbeid hygiënische maatregelen niet relevant zijn.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
10 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Afbeelding 1 Tracé west - Bestaande lijntracé (donkerblauw) en nieuwe kabeltracé (geel). De lichtblauwe genummerde markeringen zijn de geplande open ontgravingen
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
11 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Afbeelding 2 Tracé oost - Bestaande lijntracé (donkerblauw) en nieuwe kabeltracé (geel). De lichtblauwe genummerde markeringen zijn de geplande open ontgravingen.
Doel Het verkennend bodemonderzoek is op alle deellocaties uitgevoerd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is met een relatief geringe onderzoeksinspanning aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freat isch grondwater in gehalten boven de achtergrondwaarde of streefwaarde, of te bevestigen dat (bepaalde delen van) de locatie verontreinigd zijn met de verwachte stoffen (Bron: NEN 5740+A1). Uit het historisch vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van deellocatie 9 en 11 slootdempingen aanwezig zijn, waardoor de bodem verdacht is op asbest. Er is daarom een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd ter plaatse deze slootdempingen. Het doel van het verkennend onderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Ter plaatse van deellocatie 3 en 7 is een nader bodemonderzoek uitgevoerd naar bestrijdingsmiddelen (OCB’s) in de bodem. Tevens is een nader bodemonderzoek uitgevoerd op deellocatie 11 naar zware metalen in de bodem. Dit is gedaan naar aanleiding van de resultaten van het vooronderzoek.
Het doel van het nader onderzoek is om te bepalen of deze verontreinigingen daadwerkelijk aanwezig zijn, om vervolgens een eventuele veiligheidsklasse te kunnen bepalen. Het bodemonderzoek is niet gericht op het vaststellen van de mogelijkheden voor hergebruik van (eventueel) in een later stadium af te voeren grond. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
12 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
van toepassing. Voor bodemonderzoek dat in het kader van grondverzet wordt uitgevoerd gelden andere onderzoeksprotocollen.
Aanpak Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is voorafgegaan door een vooronderzoek. Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese geformuleerd. Afhankelijk van eventuele aanwijzingen over de aanwezigheid van een bodemverontreiniging wordt een locatie geclassificeerd als ‘verdacht’ of ‘onverdacht’. Op basis van deze classificatie wordt een hypothese geformuleerd, welke vervolgens aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt getoetst. Bij een onderzoek op een ‘onverdachte’ locatie wordt de hypothese getoetst dat er geen verontreiniging aanwezig is, bij een onderzoek van een verdachte locatie wordt de hypothese getoetst dat wel een (specifieke) verontreiniging aanwezig is.
1.7
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. Hoofdstuk 3 geeft de opzet en uitvoering van het verkennend bodemonderzoek weer. In hoofdstuk 4 zijn de toetsingskaders opgenomen. De resultaten, interpretaties en conclusies zijn per deellocatie beschreven in de hoofdstukken 5 tot en met 14. In hoofdstuk 15 zijn de analyseresultaten samengevat ten behoeve van het lozen van grondwater op het oppervlaktewater. Tenslotte zijn in hoofdstuk 16 de samenvatting en de aanbevelingen opgenomen. Disclaimer Hoewel het bodemonderzoek op zorgvuldige wijze is voorbereid en uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat er in werkelijkheid afwijkingen optreden ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde resultaten. Immers, elk bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een aantal steekproeven, welke representatief worden geacht voor het onderzochte gebied, maar waarbij (lokale) afwijkingen niet volledig kunnen worden uitgesloten.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
13 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
2
RESULTATEN VOORONDERZOEK
De complete rapportage van het vooronderzoek is opgenomen als bijlage A. Daarnaast is nog aanvullend informatie verstrekt door de ODRU (Omgevingsdienst Regio Utrecht). Deze informatie is afzonderlijk beoordeeld of dit van invloed kan hebben op de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd.
2.1
Samenvatting van de resultaten
Uit het vooronderzoek blijkt dat: • Locatie 3 en 5 verdacht zijn op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s). • Op het perceel ten noorden van deellocatie 11 zijn in het verkennend bodemonderzoek matige en sterke verontreinigingen aangetoond met zware metalen in de boven en ondergrond. • Op deellocatie 9 en op het noordelijk gedeelte van deellocatie 11 zijn slootdempingen aanwezig waardoor de bodem verdacht is op asbest en andere verontreinigingen. • Op het zuidelijk deel van deellocatie 11 is op het aangrenzend perceel erfverharding met puin en/of bouw en sloopafval aanwezig. De bodem is daarom ook hier verdacht op asbest en andere verontreinigingen.
2.2
Formulering van de onderzoekshypotheses
De uit het vooronderzoek afgeleide onderzoekshypotheses zijn in Tabel 1 weergegeven. Tabel 1 Formulering van de onderzoekshypotheses (de aanvullende informatie van de ODRU is cursief aangegeven) Verdachte deellocaties Deellocatie 3 en 5: verdacht op OCB’s
Onderzoekshypothese •
Opmerking
Onderzoek naar OCB’s in de bodem conform de Er is gekozen voor een homogeen NEN5740+C1 volgens de strategie ‘Diffuus belaste niet- verdeelde verontreiniging aangezien OCB’s lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde (bestrijdingsmiddelen) door de wijze verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ waarop deze zijn gebruikt (bijvoorbeeld (VED-HO-NL). sproeien) homogeen / diffuus aanwezig zullen zijn in de bovengrond. Er is geen reden om te veronderstellen dat de concentraties heterogeen verdeeld aanwezig zijn. In het vooronderzoek In het vooronderzoek (zie rapport ‘Vooronderzoek bodem aanleg ondergrondse 150 KV Kabelverbinding’ d.d. 12 maart 2021, referentie D10010017:81’ is op pagina 11 onder punt 8 abusievelijk aangegeven dat de locatie wordt onderzocht conform de strategie VED-HE (verdacht heterogeen). In de rest van het vooronderzoek is als onderzoeksstrategie VED-HO aangegeven.
Deellocatie 3
Ruisseveen 20 Op de locatie is een verkennend bodemonderzoek (Ruissenveen 20, Koch Bodemtechniek, d.d. 19-3-2002, (AA034500474)) uitgevoerd. Zintuiglijk zijn er geen waarnemingen gedaan die op een vermoeden van een mogelijke verontreiniging kunnen leiden. Analytisch is er in de bovengrond een lichte verontreiniging met minerale olie gemeten. In de ondergrond is geen verontreiniging gemeten. In het grondwater is een lichte verontreiniging met chroom gemeten. Op basis van de resultaten wordt geen vervolg onderzoek noodzakelijk geacht.
Er is milieukundig bodemonderzoek op deze locatie uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn geactualiseerd.
Direct ten noorden van de locatie is een erfverharding met Niet relevant. puin en/of bouw en sloopafval aanwezig. Een erfverharding met puin en/of bouw en sloopafval is in Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
14 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Verdachte deellocaties
Onderzoekshypothese
Opmerking
principe een verdachte locatie voor een bodemverontreiniging. Op de locatie van het tracé is deze erfverharding niet aanwezig. Mogelijk is op de locatie van het tracé wel een voormalige boomgaard aanwezig. Een voormalige boomgaard wordt De grond op de deellocatie is onderzocht gezien als een locatie die verdacht is op het voorkomen op de aanwezigheid van OCB’s. van een bodemverontreiniging met bestrijdingsmiddelen. Deellocatie 5
Tracé 11 (Ruisseveen) Gezien de ligging zijn deze onderzoeken Op de locatie zijn geen verdachte bodembedreigende niet relevant geweest. activiteiten en/of bodemonderzoeken bekend. Het bodemonderzoek dat ten zuiden van de locatie bekend is, ligt op circa 35 meter afstand. Gezien de afstand wordt het bodemonderzoek als niet relevant gezien. Ten noordwesten van de locatie is een brandstoftank aanwezig (Ruisseveen 8). De brandstoftank is gereinigd en afgevuld. Verwacht wordt dat er geen bodemverontreiniging aanwezig is, aangezien de tank gereinigd is.
Deellocatie 7
Tracé 10 (Grasveld ten oosten van De Pionier) In het onderzoek van Arcadis zijn OCB’s • Op de locatie is hoogstwaarschijnlijk wel een voormaligegeanalyseerd. Er is derhalve rekening boomgaard aanwezig geweest. Een voormalige gehouden met de mogelijke aanwezigheid boomgaard is verdacht op het voorkomen van van bestrijdingsmiddelen. bestrijdingsmiddelen in de bovenste 30 cm -mv. Verder zijn er geen gegevens bekend.
Deellocatie 9
Tracé 9 (ter plekke van het kruispunt van de Verlengde Sportlaan met de Rondweg-west) • Op de locatie zijn geen bodemonderzoeken bekend. • Wel is er een voormalige demping op de locatie bekend.Voor de dempingen wordt een werkwijzer Een demping is een verdachte deellocatie voor opgesteld of aanvullend onderzoek bodemverontreiniging. uitgevoerd. • Ten noorden is een bodemonderzoek bekend. Gezien het feit dat er een watergang tussen de locatie en het bodemonderzoek ten noorden in zit, wordt verwacht dat het bodemonderzoek niet relevant is voor het tracé. • Ten zuiden van de locatie is een verkennend bodemonderzoek (Sportlaan 3, NBM Milieu b.v., d.d. 124-1999, (AA034501333) ) uitgevoerd. Hieruit blijkt dat op circa 35 meter afstand in de boven- en ondergrond lichte verontreinigingen zijn gemeten. In het grondwater is een sterke verontreiniging met arseen, naast een lichte verontreiniging met diverse parameters gemeten. Gezien de afstand wordt dit bodemonderzoek als niet relevant beschouwd voor de onderzoekslocatie.
Deellocaties 9 en 11: asbestverdacht
•
•
Deellocatie 11: verdacht op zware metalen
Verkennend onderzoek asbest conform de NEN5707+C2 volgens strategie ‘Verdachte bovengrond diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld’. Verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740+A1 volgens de strategie verdacht heterogeen niet lijnvormig ‘(VED-HE-NL).
•
Bodemonderzoek conform de NEN5740+ A1, strategie ‘Verdachte bovengrond diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld’ (VED-HE-NL).
•
Op de locatie is een erfverharding aanwezig met puin en/of bouw- en sloopafval. Daarnaast doorkruist het tracé meerdere dempingen.
De verdachte locatie is in dit onderzoek meegenomen. Voor de dempingen wordt een werkwijzer opgesteld of aanvullend onderzoek uitgevoerd.
Tracé 8 (ten noorden van station ’t Goeie Spoor) • Bodemonderzoeken: Op de locatie is geen bodemonderzoek beschikbaar.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
15 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Verdachte deellocaties
Onderzoekshypothese Verdachte activiteiten: Op de locatie is een erfverharding aanwezig met puin en/of bouw- en sloopafval.
•
Ten westen van de locatie is een bodemonderzoek bekend bij de ODRU. Uit het verkennende bodemonderzoek Kanaalweg 33-35 (Hopman en Peters, d.d. 1-1-2001 AA034500891)): blijkt dat er meerdere verdachte deellocaties aanwezig zijn (Watertoren / filtergebouw, vml. volkstuinen, opslagtank en vulpunt diesel, traforuimte, spoelwatervijver, Indikvijver, opslag chemisch afval, magazijn / werkplaats, vml. opslag bitumineuze materialen, uitgevoerde sanering, mogelijk toegepaste halfverhardingen). De locaties van deze verdachte activiteiten zijn op dit moment niet bekend. Wel blijkt er ter plekke van de opslagtank/vulpunt met diesel een lichte verontreiniging (in de grond en/of in het grondwater) aanwezig te zijn geweest. Ter plekke van de uitgevoerde sanering is een concentratie aan minerale olie in het grondwater gemeten boven de interventiewaarde. Verdere informatie ontbreekt bij de ODRU over dit rapport. Het rapport is niet ingezien. Ten westen van de locatie (Kanaalweg 34) is een ondergrondse tank met chloorbleekloog en een bovengrondse dieseltank aanwezig. Ten noorden van de locatie zijn zowel bij de ODRU als Inderdaad, gezien de ligging zijn deze bij de RUD meerdere onderzoeken bekend. Echter zit onderzoeken niet relevant geweest. hier een watergang tussen. Verwacht wordt dat door de watergang de locatie geen invloed ondervindt van de onderzoeken ten noorden.
•
• •
•
Deellocatie 15
• •
Deellocatie 17
Opmerking
•
•
•
•
Er is ter plaatse door Arcadis bodemonderzoek uitgevoerd. De milieuhygiënische kwaliteit is in voldoende mater bepaald. Deze deellocaties bevinden zich ten westen van de onderzoekslocaties. De resultaten van deze onderzoeken waren niet relevant voor de opzet van het bodemonderzoek. Uit de resultaten van het door Arcadis uitgevoerde bodemonderzoek komen geen aanwijzingen naar voren dat sprake is van bodemverontreiniging als gevolg van deze deellocaties.
Verdachte activiteiten: Op de locatie is een demping Waarschijnlijk wordt bedoeld Stationssingel (niet gespecificeerd) aanwezig. 64. Ter plaatse is bodemonderzoek Daarnaast is er een brandstoftank op de Stationsstraat uitgevoerd. Het leidingtracé bevindt zich op 64 aanwezig (geweest). Vermoedelijk is de tank ruime afstand van de Stationssingel 64. verwijderd. Verdere informatie ontbreekt bij de ODRU. Een bodemverontreiniging als gevolg van een brandstoftank lijkt derhalve niet aannemelijk en is bovendien niet aangetroffen in zowel grond als grondwater. Voor de dempingen wordt een werkwijzer opgesteld of aanvullend onderzoek uitgevoerd. Op de locatie is een historisch bodemonderzoek (Register, 2006) bekend (AA034500962): Uit dit historische bodemonderzoek blijkt dat de locatie als onverdacht kan worden beschouwd. Voor zover bekend is op de locatie ook nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. Er hoeft in het kader van het bodemsaneringstraject geen vervolgactie uitgevoerd te worden. Verdachte activiteiten: Op de locatie zijn meerdere • dempingen bekend. Een demping is een verdachte deellocatie voor bodemverontreiniging. Ten zuiden van de locatie is een bodemonderzoekscontour van de RUD Utrecht bekend. • De ligging van dit onderzoek ten opzichte van de onderzoekslocatie is circa 25 meter zuidelijk.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
Voor de dempingen wordt een werkwijzer opgesteld of aanvullend onderzoek uitgevoerd. Er is een ruime afstand tussen de bodemonderzoekscontour en de onderzoekslocatie. Er hoeft derhalve hier geen rekening mee te worden gehouden.
16 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Verdachte deellocaties Deellocatie 19
Onderzoekshypothese •
•
Deellocatie 21
•
•
•
•
•
• •
•
•
Deellocatie 21 / 23
•
•
Op de locatie is geen bodemonderzoek bij de ODRU • bekend. Wel is er ten oosten van de locatie een bodemonderzoekscontour bij de RUD Utrecht bekend (UT034500094). Geadviseerd wordt om navraag bij de RUD Utrecht te doen. Verdachte activiteiten: Op de locatie is een demping • bekend. Een demping is een verdachte deellocatie voor bodemverontreiniging.
Opmerking Het dossier UT034500094 was niet opvraagbaar bij de RUD. De bodemonderzoekscontour bevindt zich op ruime afstand van het tracé. Derhalve is dit dossier niet relevant. Voor de dempingen wordt een werkwijzer opgesteld of wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd.
Op de locatie zijn meerdere bodemonderzoeken bekend (Verkennend bodemonderzoek, Gelders adviesbureau voor Infrastructuur, 2009, AA034501822 en aanvullende bodemonderzoek, Gelders adviesbureau voor Infrastructuur, 2010, AA034501823): Uit het verkennende bodemonderzoek blijkt dat Ter plaatse van het tracédeel is plaatselijk in de bovengrond (mm3) een gehalte aan bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de PCB boven de interventiewaarde is gemeten. In de resultaten van het bodemonderzoek blijkt ondergrond (mm2-o) is een gehalte aan PAK boven de dat PAK en PCB niet of niet tussenwaarde gemeten. Voor de overige mengmonsters noemenswaardig verhoogd zijn van de grond zijn lichte verontreinigingen gemeten. Het aangetoond. grondwater is maximaal licht verontreinigd met diverse parameters. Uit het bodeminformatiesysteem blijkt dat als conclusie voor het aanvullende bodemonderzoek wordt gegeven dat na analyse van de deelmonsters geen PCB’s meer werden gemeten. Vermoedelijk ging het om een meetfout in het laboratorium en is veldwerk achterwege gebleven. Verdachte activiteiten: Op de locatie zijn meerdere Voor de dempingen wordt een werkwijzer dempingen bekend. Een demping is een verdachte opgesteld of wordt aanvullend onderzoek deellocatie voor bodemverontreiniging. uitgevoerd.
Ten zuiden van de locatie is een Gezien de afstand tot het tracé zijn deze bodemonderzoekscontour (UT034500084) van de RUD onderzoeken niet relevant. Uit de Utrecht bekend. De afstand tot de is circa 20 meter. resultaten van het onderzoek komen Ten zuiden van de locatie (minimaal 20 meter afstand) geen aanwijzingen naar voren dat er zijn meerdere bodemonderzoeken bij de ODRU bekend. beïnvloeding is van deze Uit het meest noordelijk gelegen (ten zuiden van de verontreinigingen. Wageningselaan) bodemonderzoek (verkennend bodemonderzoek, Gelders Adviesbureau voor Infrastructuur, d.d. onbekend, (AA034501655)), blijkt dat het grondwater licht verontreinigd is. Het rapport is niet gevonden. Daarnaast is er een nader bodemonderzoek (Arcadis, d.d. onbekend, AA034501650)) op grofweg dezelfde locatie bekend. Hieruit blijkt dat er een sterke verontreiniging met xylenen en een lichte verontreiniging met overige aromaten, minerale olie en VOCL is gemeten. Er dient een sanering te worden uitgevoerd. Gezien de afstand tot de locatie en de verwachting dat de RUD de meest recente bodemonderzoeken heeft van deze locatie, wordt verwezen naar de RUD Utrecht.
Op de locatie zijn meerdere bodemonderzoeken bekend (Verkennend bodemonderzoek, Gelders adviesbureau voor Infrastructuur, 2009, AA034501822 en aanvullende bodemonderzoek, Gelders adviesbureau voor Infrastructuur, 2010, AA034501823): Uit het verkennende bodemonderzoek blijkt er geen verontreinigingen zijn gemeten op de locatie van tracé 6. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met diverse parameters.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
Gezien de mate van verontreinigingen (maximaal lichte verontreinigingen) alsmede het feit dat er geen sprake is van verdachte activiteiten, zijn de resultaten van deze bodemonderzoek niet relevant. 17 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Verdachte deellocaties
Onderzoekshypothese
•
•
•
• •
Opmerking Er is geen aanleiding geweest om de onderzoeksstrategie aan te passen. Ter plaatse van het tracédeel is bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat PAK en PCB niet of niet noemenswaardig verhoogd zijn aangetoond.
Uit het bodeminformatiesysteem blijkt dat als conclusie voor het aanvullende bodemonderzoek wordt gegeven dat na analyse van de deelmonsters geen PCB’s meer werden gemeten. Vermoedelijk ging het om een meetfout in het laboratorium en is veldwerk achterwege gebleven. Op circa 20 meter ten noorden van de locatie is een verkennend bodemonderzoek aan de Wageningselaan 1a (Oranjewoud, d.d. onbekend, AA034501649) uitgevoerd ter plekke van de kantine van de tafeltennis vereniging). Uit de conclusies van het rapport blijkt dat er zintuiglijk geen bodemvreemde waarnemingen zijn gedaan. Daarnaast zijn in de grond en in het grondwater enkel lichte verontreinigingen gemeten. Het rapport is niet ingezien en niet digitaal beschikbaar. Ten zuiden van de locatie zijn meerdere bodemonderzoeken bij de ODRU bekend. Op basis van de afstand van circa 25 meter worden deze onderzoeken niet meegenomen in het vooronderzoek. Voor de dempingen wordt een werkwijzer Verdachte activiteiten: Op de locatie zijn meerdere opgesteld of wordt aanvullend onderzoek dempingen bekend. uitgevoerd. Ten zuiden van de locatie is een bodemonderzoekscontour bij de RUD bekend (UT034500220). Gezien de afstand tot de locatie en de verwachting dat de RUD de meest recente bodemonderzoeken heeft van deze locatie, wordt verwezen naar de RUD Utrecht.
Alle overige locaties zijn onverdacht op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Hiervoor geldt de onderzoekshypothese ‘onverdachte locatie’.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
18 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
3
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
3.1
Kwaliteitsborging
De genoemde werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met de regelgeving die bekend is onder de naam KWALIBO (dat staat voor kwaliteitsborging bij bodemintermediairs). Arcadis Nederland B.V., met hoofdvestiging in Arnhem en diverse kantoren verspreid in Nederland, en al dan niet ingezette onderaannemers zijn volgens het procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodem - en waterbodemonderzoek gecertificeerd voor de uitvoering van het genoemde milieukundig veldwerk. Het veldwerk is uitgevoerd zoals genoemd in de BRL SIKB 2000 en onderliggende protocollen 2001 , 2002 en 2018. Het milieukundig veldwerk zoals beschreven in deze rapportage is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd door een of meerdere erkende medewerker(s) (zie verklaring in bijlage F). Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een conform AS SIKB 3000 geaccrediteerd laboratorium. Echter is voor het analyseren van PFAS is nog geen accreditatie mogelijk. Stoffen waar geen accreditatie voor bestaat worden uitgevoerd onder de borging van het eigen kwaliteitssysteem. Voor de resultaten van dit onderzoek heeft dit geen consequenties. Een eventuele afwijking op een richtlijn of norm is benoemd in deze rapportage waarbij is beschreven wat hiervan de consequentie is voor de kwaliteit. Dit rapport draagt daarom het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB’.
3.2
Hypothese en onderzoeksopzet
3.2.1
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740+A1
In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek samengevat. Op basis van deze resultaten is de onderzoekshypothese en de bijbehorende onderzoeksstrategie geformuleerd. In de NEN 5740+A1 zijn, afhankelijk van de onderzoeksstrategie, richtlijnen gegeven voor de aantallen te verrichten boringen en te analyseren grond‐ en grondwatermonsters als functie van de oppervlakte van de te onderzoeken locatie. In Tabel 2 is de onderzoeksinspanning samengevat. Tabel 2 Samenvatting onderzoeksinspanning verkennend bodemonderzoek Deellocatie
Oppervlakte in m2
Strategie
Veldwerk
Analyses**
Boringen
Boringen
Peilbuis
tot 0,5 mmv
tot 2,0 mmv
(3,0 m-mv)
Bovengrond / verdachte laag
Ondergrond
Grondwater
1
6.750
ONV-NL
12
3
1
4 x STP GR 1 x PFAS
4 x STP GR 1 x PFAS
1 x STP GW
Mast 124 (deellocatie 1)
900
ONV-NL
4
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
3*
450
ONV-NL
2
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
VED-HO-NL
5
-
1
2 x OCB’s
-
2 x OCB’s
ONV-NL
2
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
VED-HO-NL
5
-
2
2 x OCB’s
-
2 x OCB’s
5*
450
7
450
ONV-NL
2
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
9*
450
ONV-NL
2
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
VED-HE-NL
1
-
-
1 x STP GR
-
-
11*
1.125
ONV-NL
4
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
VED-HE-NL
1
-
-
7 x PZWM
-
-
15
450
ONV-NL
2
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
17
450
ONV-NL
2
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
19 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Deellocatie
Oppervlakte in m2
Strategie
Veldwerk
Analyses**
Boringen
Boringen
Peilbuis
tot 0,5 mmv
tot 2,0 mmv
(3,0 m-mv)
Bovengrond / verdachte laag
Ondergrond
Grondwater
19
450
ONV-NL
2
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
21
3.750
ONV-NL
10
2
1
2 x STP GR 1 x PFAS
1 x STP GR 1 x PFAS
1 x STP GW
ONV-NL
4
1
1
1 x STP GR
1 x STP GR
1 x STP GW
Mast 97b 900 (deellocatie 21)
* Vanwege de resultaten uit het historisch onderzoek is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd, zie toelichting in paragraaf 3.3 ** Samenstelling analysepakket is toegelicht in het kader op de volgende pagina. ONV-NL: strategie ‘onverdachte niet lijnvormige locatie’. VED-HO-NL: Diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming.
Samenstelling van de analysepakketten Landbodem en grond (STP GR): Droge stofgehalte, bodemkenmerken: organisch stof en lutum, metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, organische parameters: som-PCB's (polychloorbifenylen; 7), som-PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen; 10) en minerale olie. Grondwater (STP GW): Metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: vinylchloride, 1,1dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, is-1,2 dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2 dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2 trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform, minerale olie.
OCB’s (organochloor bestrijdingsmiddelen): trans-Heptachloorepoxide, alfa-HCH, beta-HCH, gamma-HCH, delta-HCH, Hexachloorbutadieen, alfa-Endosulfan, Isodrin, Telodrin, Heptachloor, Heptachloorepoxide, Aldrin, Dieldrin, Endrin, DDE (som), 2,4-DDE (ortho, para-DDE), 4,4-DDE (para, para-DDE), DDD (som), 2,4-DDD (ortho, para-DDD), 4,4-DDD (para, para-DDD), DDT (som), 2,4-DDT (ortho, para-DDT), 4,4-DDT (para, para-DDT), Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin), Chloordaan (cis + trans), cis-Chloordaan, trans-Chloordaan, DDT, DDD, DDE, DDT,DDE,DDD, HCH, Heptachloorepoxide Pakket zware metalen (PZWM): barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, nikkel, molybdeen, lood, zink en ijzer.
PFAS: analysepakket PFAS (28), Tijdelijk Handlingkader 1 perfluoro-n-butanoic acid PFBA, 2 perfluoro-n-pentanoic acid PFPeA, 3 perfluoro-n-hexanoic acid PFHxA, 4 perfluoro-n-heptanoic acid PFHpA, 5 perfluoro-n-octanoic acid(lineair) (1) PFOA, 6 perfluoro-n-octanoic acid(branched) (1) PFOA vertakt, 7 perfluoro-n-nonanoic acid PFNA, 8 perfluoro-n-decanoic acid PFDA, 9 perfluoro-n-undecanoic acid PFUnDA, 10 perfluoro-n-dodecanoic acid PFDoA, 11 perfluoro-n-tridecanoic acid PFTrDA, 12 perfluoro-n-tetradecanoic acid PFTeDA, 13 perfluoro-n-hexadecanoic acid PFHxDA+, 14 perfluoro-n-octadecanoic acid PFODA, 15 perfluoro-1-butane sulfonic acid PFBS, 16 perfluoro-1-pentane sulfonic acid, 17 perfluoro-1-hexane sulfonic acid PFHxS, 18 perfluoro-1-heptane sulfonic acid PFHpS, 19 perfluoro-1-octane sulfonic acid (lineair)(1), 20 perfluoro-1-octane sulfonic acid (branched)(1), 21 perfluoro-1-decane sulfonic acid PFDS, 22 4:2 fluorotelomer sulfonic acid 4:2 FTS, 23 6:2 fluorotelomer sulfonc acid 6:2 FTS, 24 8:2 fluorotelomer sulfonic acid 8:2 FTS, 25 10:2 fluorotelomer sulfonic acid 10:2 FTS, 26 N-methylperfluorooctane sulfonamidoacetic acid N-MeFOSAA, 27 N-ethylperfluorooctane sulfonamidoacetic acid N-EtFOSAA, 28 perfluoro-1-octanesulfonamide PFOSA, 29 N-methylperfluorooctanesulfonamide N-MeFOSA, 30 8:2 polyfluoroalkyl phosphate diester 8:2 diPAP
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
20 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Deellocaties 1 en 21 Om een indicatie te krijgen of er sprake is van de aanwezigheid van PFAS in de grond worden deellocaties 1 en 21 onderzocht op PFAS. Gekozen is om alleen deze deellocaties te onderzoeken op PFAS omdat deze deellocaties relatief het langst zijn. De overige deellocaties worden in eerste instantie niet onderzocht op PFAS. Mochten er is deellocaties 1 en 21 verhoogde waarden worden aangetoond boven de norm, dan zal beoordeeld worden of de andere deellocaties ook onderzocht worden. PFAS omvat stoffen bestaande uit poly- en perfluoroalkyl verbindingen. De groep stoffen komt steeds meer onder de aandacht omdat een aantal van deze stoffen persistent, bioaccumulatief en toxisch zijn. De meest bekende PFAS zijn PFOS (perfluoroctaansulfonzuur) en PFOA (perfluoroctaanzuur). Echter, de laatste jaren wordt meer en meer bekend dat ook langere en kortere gelijksoortige verbindingen een negatief effect kunnen hebben op het milieu en dat er een grote groep PFAS bestaat die in het milieu af kunnen breken tot PFOS, PFOA of andere PFAA’s. In verband met de geplande herontwikkeling van de locatie zal grond worden afgevoerd. Om de grond te kunnen aanbieden aan een verwerker, dient er sinds 8 juli 2019, conform het tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, gegevens bekend te zijn met betrekking tot deze parameter.
PFAS kan via atmosferische depositie (neerslag vanuit de lucht) in de grond terecht komen. Daarnaast rechtstreeks, via puntbronnen zoals productielocaties. Deze laatste route ligt, gezien de ligging van de locatie niet voor de hand, omdat er geen puntbronnen in de nabijheid zijn of zijn geweest. Aangezien deze stofgroep mobiel is, zijn verdachte lagen de bovengrond en de zone rondom de grondwaterstand. De grondmonsters van de bovengrond en de laag rond grondwaterniveau worden geanalyseerd op PFAS (28 stoffenreeks uit het Tijdelijk Handelingskader). Het onderzoek naar PFAS vindt plaats volgens de strategie ‘Onverdacht Niet Lijnvorming’ (ONV-NL) uit de NEN5740+A1.
3.2.2
Verkennend onderzoek asbest NEN5707+C2
Uit het historisch onderzoek blijkt dat deellocaties 9 en 11 verdacht is op asbest doordat er slootdempingen aanwezig zijn. Hypothese Er wordt uitgegaan van de hypothese ‘verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Te verrichten veld- en laboratoriumonderzoek Het te verrichten veld- en laboratoriumonderzoek voor het verkennend onderzoek asbest is weergegeven in Tabel 3. Tabel 3 Asbestonderzoek conform NEN5707+C2 strategie diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld* Deellocatie
Oppervlakte (m2)
Aantal proefgaten** (30*30*50 cm)
Aantal boringen Tot 1,0 m-mv
Aantal te analyseren (mengmonsters per verdachte laag)***
9
450
5
1
1
11
1.125
7
1
2
*
Het onderzoek is gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek (zie paragraaf 3.2.1)
**
Voor het onderzoek is ervanuit gegaan dat op de locatie sprake is van één te onderscheiden laag.
***
Het is op dit moment namelijk niet in te schatten of ter plaatse van de te graven proefgaten daadwerkelijk asbestverdacht materiaal (> 20 mm) zal worden aangetroffen. Voor het onderzoek is een inschatting gemaakt van het aantal analyses op asbest van asbestverdacht materiaal.
De uitkomende grond per proefgat wordt in het veld visueel geïnspecteerd door de uitgekomen grond te zeven (tevens monstervoorbehandeling) en de gezeefde grond zintuiglijk te beoordelen op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. De monstername van de fijne fractie (< 20 mm), inclusief voorbehandeling heeft in het veld plaatsgevonden.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
21 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
3.3
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd door ‘VWB Bodem’ in de periode van 25 mei 2020 tot en met 14 augustus 2020. Op 14 en 21 december 2020 is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de open ontgraving bij mast 97B (binnen deellocatie 21). Op 19 januari 2021 is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de open ontgraving bij mat 124 (binnen deellocatie 1). Al deze aanvullende veldwerkzaamheden zijn tevens door ‘VWB bodem uitgevoerd’. Het per deellocatie uitgevoerde veldwerk is aangegeven in hoofdstukken 5.
3.3.1
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 (inclusief PFAS)
In het veld is de vrijgekomen grond beoordeeld op de bodemkundige samenstelling. Hierbij zijn eveneens de percentages lutum en organische stof geschat. Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke en op afwijkingen van geur en kleur, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De grond uit de boringen is met behulp van de oliedetectiepan beoordeeld op de aanwezigheid van olieachtige en oppervlakte-actieve stoffen. De uitgeboorde grond van elke boring is per bodemlaag van maximaal 0,5 m bemonsterd. Afhankelijk van de bodemopbouw en de veldwaarnemingen is eventueel een kleiner monstertraject gekozen. Na een wachttijd van minimaal een week zijn grondwatermonsters van de geplaatste peilbuizen genomen. In deze periode heeft het evenwicht tussen de grond en het grondwater zich kunnen herstellen. Om een indruk te krijgen van de grondwaterkwaliteit zijn in het veld de zuurgraad (pH), het elektrische geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. De resultaten van het veldwerk zijn opgenomen in hoofdstuk 5 tot en met hoofdstuk 14.
3.3.2
Verkennend onderzoek asbest NEN 5707
De in het veld vrijgekomen grond is beoordeeld op de bodemkundige samenstelling, waarbij eveneens de percentages lutum en organische stof zijn geschat. De uitkomende grond per proefgat is in het veld visueel geïnspecteerd door de uitgekomen grond te zeven (tevens monstervoorbehandeling).
3.4
Uitvoering laboratoriumonderzoek
De chemische analyses van de monsters geven informatie over de aanwezigheid en de gehalten van de onderzochte stoffen. De analysecertificaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage C. Toetsing van de analyseresultaten van grond- en grondwater heeft plaatsgevonden aan het toetsingskader zoals gedefinieerd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007. De gemeten gehalten voor grond zijn gecorrigeerd naar een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof). De resultaten van toetsing van de analyses zijn, inclusief correctie naar een standaardbodem, opgenomen in bijlage D. Voor de analyses van de vaste bodem zijn van zowel de bovengrond als de ondergrond in het laboratorium representatieve mengmonsters samengesteld. De samenstelling van de mengmonsters heeft plaats gevonden op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de locaties van de boringen en/of het bodemtype. De analyses van de grond zijn verricht door het door de Raad van Accreditatie gecertificeerde laboratoriu m AL-West B.V. te Deventer.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
22 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
3.5
Afwijkingen
In Tabel 4 zijn de afwijkingen weergeven. Deze afwijkingen zijn ten opzichte van protocol 3001 ‘conserveringsmethodieken en conserveringstermijnen voor milieumonsters’: Tabel 2 (grond en waterbodem). Tabel 4 Afwijkingen van de conserveringstermijn voor milieumonsters Certificaatnummer
Analyse nummer
(Meng)monster
Afwijking
948205
777182, 777186, 777192, 777193, 777208.
Locatie 19: MM17 BG zand baksteen Locatie 19: MM18 OG zand Locatie 19: Hb068M OG Veen Locatie 19: MM16 BG zand Locatie 21: MM20 BG zand baksteen
De conserveringstermijn van Geen kritische afwijking, want naftaleen is geen de analyse op naftaleen is verdachte stof en is bovendien niet verhoogd met 1 dag overschreden. aangetroffen.
948206
777234
Locatie 1: MM22 OG zand PFAS
De conserveringstermijn van Geen kritische afwijking. Het percentage droge stof de analyse op droge stof is zal niet of nauwelijks veranderen als gevolg van met 4 dagen overschreden. een overschrijding van de conserveringstermijn doordat de grondmonsters luchtdicht en gekoeld opgeslagen zijn geweest. De overschrijding van de conserveringstermijn zal niet van invloed zijn geweest op de uitslagen van de analyseresultaten.
951079
793656, 793662, 793665, 793672, 793689, 793694, 793701
Locatie 11: MM30 De conserveringstermijn van BG zand de analyse op droge stof is Locatie 11: MM31 met 5 dagen overschreden. BG zand baksteen Locatie 11: MM32 OG zand Locatie 11: MM33 OG veen Locatie 21: MM27 BG zand baksteen, beton Locatie 21: MM28 OG zand Locatie 21: MM29 OG veen
951079
793656, 793662, 793665, 793672, 793689, 793694, 793701
Locatie 11: MM30 BG zand Locatie 11: MM31 BG zand baksteen Locatie 11: MM32 OG zand Locatie 11: MM33 OG veen Locatie 21: MM27 BG zand baksteen, beton Locatie 21: MM28 OG zand Locatie 21: MM29 OG veen
De conserveringstermijn van Geen kritische afwijking, want minerale olie is geen de analyse op verdachte stof en is slechts licht verhoogd koolwaterstoffractie C10aangetroffen. C40 is met 5 dagen overschreden.
951079
793656, 793662, 793665, 793672, 793678, 793689,
Locatie 11: MM30 BG zand Locatie 11: MM31 BG zand baksteen Locatie 11: MM32 OG zand
De conserveringstermijn van Alleen de conserverings-termijn voor naftaleen is de analyse op naftaleen is overschreden. De conserveringstermijn voor met 8 dagen overschreden. naftaleen is relatief kort (= 4 dagen) ten opzichte van de overige individuele PAK (= 14 dagen). Er werd bovendien geen naftaleen in de grond verwacht op deze locatie.
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
Wel / geen kritisch afwijking
Geen kritische afwijking. Het percentage droge stof zal niet of nauwelijks veranderen als gevolg van een overschrijding van de conserveringstermijn doordat de grondmonsters luchtdicht en gekoeld opgeslagen zijn geweest. De overschrijding van de conserveringstermijn zal niet van invloed zijn geweest op de uitslagen van de analyseresultaten.
23 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
Certificaatnummer
1001031
Analyse nummer
(Meng)monster
793694, 793701
Locatie 11: MM33 OG veen Locatie 21: MM27 BG zand baksteen, beton Locatie 21: MM28 OG zand Locatie 21: MM29 OG veen Locatie 21: MM26 BG zand
279913
MM01 (0-50)
Onze referentie: D10011730:125 - Datum: 12 juli 2021
Afwijking
Wel / geen kritisch afwijking PAK’s zijn licht verhoogd , maar ruimschoots onder de interventiewaarde. De monsters zijn luchtdicht afgesloten geweest en gekoeld opgeslagen. De verwachting is daarom dat de overschrijding van de conserveringstermijn geen invloed heeft op de uitslag van dit onderzoek. Deze afwijking is derhalve niet kritisch.
Het mengmonster is in het veld samengesteld in plaats van in het laboratorium.
Geen kritische afwijking, want er zijn geen verhoogde gehalten gemeten.
24 van 79
BODEMONDERZOEK AANLEG ONDERGRONDSE 150 KV KABELVERBINDING TE VEENENDAAL
4
TOETSINGSKADERS
4.1
Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007
De chemische analyses van de monsters geven informatie over de aanwezigheid en de gehalten van de onderzochte stoffen. De analysecertificaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage C. Toetsing van de analyseresultaten van grond- en grondwater heeft plaatsgevonden aan het toetsingskader zoals gedefinieerd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007. De gemeten gehalten voor grond zijn gecorrigeerd naar een standaardbodem (25% lutum en 10% organische stof). De resultaten van toetsing van de analyses zijn, inclusief correctie naar een standaard bodem, opgenomen in Bijlage D. Om de mate van bodemverontreiniging aan te geven wordt in de voorliggende rapportage de volgende terminologie gebruikt: • • •
Niet verontreinigd: Index ≤ 0,0 (gehalte ≤ AW (achtergrondwaarde)/ S (streefwaarde)). Licht verontreinigd: Index > 0,0 ≤ 1,0 (AW/ S < gehalte ≤ I (interventiewaarde)). Sterk verontreinigd: Index > 1,0 (gehalte > I).
Daarnaast is een toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007 uitgevoerd. Deze toetsing geeft een indicatieve indruk over de toepassingsmogelijkheden van eventueel vrijkomende grond. De resultaten zijn getoetst aan het generieke beleid, zoals vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit. Een uitgebreide toelichting op het toetsingskader is weergegeven in bijlage E.
4.2
PFAS
De analyseresultaten van PFAS zijn getoetst aan de toepassingsnormen van het tijdelijk handelingskader. Op 2 juli 2020 is het tijdelijk handelingskader aangepast en zijn de normen voor PFAS verruimd. De aangepaste normen zijn weergegeven in Tabel 5. Tabel 5 Toepassingsnormen voor het toepassen van grond op de landbodem boven grondwaterniveau en buiten grondwaterbeschermingsgebieden (in µg/kg d.s.) Toepassingseis