3.a1. Vaststelling bestemmingsplan IKC Franse Gat-toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
IKC FRANSE GAT
IKC Franse Gat
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend(e) plan(nen) 1.4 Leeswijzer
5 5 5 7 8
Hoofdstuk2 BESTAANDESITUATIE 2.1 Ruimtelijke opbouw Franse Gat 2.2 Locatie onderzoek IKC Franse Gat
9 9 12
Hoofdstuk3 BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
17 17 18 21 24
Hoofdstuk4 PLANBESCHRIJVING 4.1 Programma, ruimte & functies 4.2 Ruimtelijke randvoorwaarden 4.3 Uitgangspunten verkeer en mobiliteit IKC
28 28 29 32
Hoofdstuk5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Bodem 5.2 Waterhuishouding 5.3 Externe veiligheid 5.4 Archeologie 5.5 Cultuurhistorie 5.6 Conventionele explosieven 5.7 Ecologie 5.8 Aerius berekening 5.9 Geluid 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 (vormvrije) M.e.r.-beoordeling 5.12 Totaalbeeld aspecten
36 36 38 39 40 44 44 45 47 47 48 50 51
Hoofdstuk6 JURIDISCHEPLANOPZET 6.1 Inleiding 6.2 De indeling van de planregels 6.3 Bestemmingen
52 52 52 53
Hoofdstuk7
55
FINANCIEEL-ECONOMISCHEUITVOERBAARHEID
Hoofdstuk8 MAATSCHAPPELIJKEUITVOERBAARHEID 8.1 Burgerparticipatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Voorontwerp 8.4 Bewonersavond 25 januari 2022 8.5 Ontwerp 8.6 Bewonersavond 22 maart 2022
56 56 56 56 57 57 57
Bijlagen
2
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Bijlage 1
Commentaarnota zienswijzen mei 2022
Bijlage 2
uitwerking vlaggenprikken IKC 22/3/22
Bijlage 3
Commentaarnota inspraak
Bijlage 4
IHP 2021-2024
Bijlage 5
Aanvullend natuuronderzoek
Bijlage 6
Verkennend natuuronderzoek
Bijlage 7
Mobiliteitstoets IKC Franse Gat
Bijlage 8
uitkomsten online vragenlijst
Bijlage 9
Bodemonderzoek
Bijlage 10
Geluidsonderzoek
Bijlage 11
Stikstofonderzoek
Bijlage 12
Aeriusberekening2
Bijlage 13
Aeriusberekening1
Bijlage 14
Watertoets
bestemmingsplan
3
bestemmingsplan IKC Franse Gat
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel
Op 15 oktober 2020 heeft de gemeenteraad, in overleg met schoolbesturen, de herijking van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2024 (IHP) vastgesteld. In het IHP is de keuze gemaakt om niet verder te investeren in oude scholen, maar om, samen met de verschillende schoolbesturen, te werken aan een fasegewijze vernieuwing. Eveneens wordt het beleid voor Integrale Kindcentra (IKC's) herijkt. Dit is door het college vastgesteld op 15 september 2020. Het IHP vormt samen met het Uitvoeringsagenda en het IKC beleid het kader voor de ontwikkeling van IKC's in Veenendaal. Op basis van het IKC wordt een sluitend pakket aan kinderen van 0 tot einde basisschool leeftijd op het gebied van opvang, ontwikkeling en onderwijs geboden. Dit komt tot uitdrukking in diverse dagprogramma's zodat kinderen kunnen leren, spelen en ontwikkelen. Inmiddels is de eerste IKC gereed (De partners in het IKC West zijn basisschool De Achtbaan, Stichting Kind en Co en basisschool De Vuurvlinder).
Op 8 december 2020 besloot het college van B&W het initiatiedocument IKC Franse Gat vast te stellen voor de ontwikkeling van het tweede IKC in Veenendaal met de volgende afspraken, te weten: De opgestelde IKC visie van de betrokken schoolbesturen: CPOV en Gave en kinderopvang Luna, te accorderen; Het voorlopige programma voor de functies en de m² bruto vloeroppervlakte te definiëren (globaal 3.044 m² bvo) en vast te leggen voor het IKC Franse Gat; Het ruimtelijk kader voor de ontwikkeling van het IKC Franse Gat aan de Fabritiusstraat 3 vast te stellen, waarbij is aangegeven met welke uitgangspunten in de verdere ontwikkeling van het plan (nieuwe gebouw en terrein) rekening moet worden gehouden; Het gebouw wordt circulair gebouwd. Het IKC wordt energieneutraal; Een projectorganisatie op te richten voor het vervolg van dit project; Het bouwheerschap bij de gemeente Veenendaal neer te leggen; Tevens besloot het college van B&W de Samenwerkingsovereenkomst tussen de beide schoolbesturen, de Kinderopvangorganisatie en de gemeente aan te gaan. Hierin zijnde hierboven genoemde punten opgenomen. Met dit bestemmingsplan wordt het mogelijk om IKC Franse Gat te bouwen.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in de wijk Franse Gat. Het IKC wordt in het oostelijk deel van de wijk gerealiseerd, nabij de Rondweg West. Het zuidelijk deel wordt begrensd door de Doctor Slotemaker de Bruïnestraat. Aan de oostzijde ligt de Sionskerk (Adriaen van Ostadelaan 78), aan de noordkant grenst het perceel aan de Karel Fabritiusstraat. Aan de westzijde ligt Aart de Gelderstraat.
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan IKC Franse Gat
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat
1.3
Vigerend(e) plan(nen)
Op de locatie is het bestemmingsplan “Woongebieden 2018” van kracht. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming “Maatschappelijk”, “Groen” en “ Verkeer”. Daarnaast valt een deel van het plan buiten het bouwvlak. Tevens valt het plangebied binnen de beschermingzone voor grondwaterwinning. “Verkeer” & “Groen”: Binnen deze bestemmingen mogen gebouwen worden gebouwd. Het beoogde plan is in strijd met regels van het bestemmingsplan. “Grondwaterbeschermingszone': Het plangebied is gelegen binnen de beschermingzone. Er zitten beperkingen in het gebruik van de bodem (niet dieper dan 30 meter). Het bouwen van het IKC Franse Gat is strijdig met de vigerende bestemmingen. Daarom moeten de vigerende bestemmingsplannen (partieel) worden herzien ex artikel 3.1 Wro.
bestemmingsplan
7
bestemmingsplan IKC Franse Gat
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven; In hoofdstuk 3 volgt vervolgens een beschrijving van het beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 5 zijn hierna de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld; Hoofdstuk 6 beschrijft het juridische deel van het plan; In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; In hoofdstuk 8 tenslotte zijn de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Ruimtelijke opbouw Franse Gat
In het Franse Gat vallen de stedenbouwkundige en verkeerskundige hoofdstructuur samen. Kenmerkend zijn lange noord-zuid straten die worden begeleid door woningen (twee bouwlagen met een kap). Veel straten in het Franse Gat zijn voorzien van drempels, plateaus en asverspringingen. De oorspronkelijke lange lijnen zijn door deze verkeerskundige maatregelen verworden tot langgerekte woonerven zonder heldere zichtlijnen. Er zijn enkele oost-west gerichte straten dwars door de wijk: Rembrandtlaan, Jan Steenlaan, Patrimoniumlaan, Dr. Slotemaker de Bruïnestraat, De Visserstraat/Bilderdijkstraat en Bergweg. Waar de oostwest- en noordzuid-lijnen elkaar kruisen liggen vaak bijzondere functies en/of afwijkende gebouwen, zoals (voormalige) scholen, buurthuizen en kerken. Twee belangrijke openbare plekken in de hoofdstructuur zijn het Bruïneplein en de groene ruimte langs de Ostadelaan-Colijnstraat: een zogeheten 'brink'. Zowel om het plein als om de 'brink' staan bijzondere functies en gebouwen. Bij het Bruïneplein gaat het vooral om winkels, bij de 'brink' zijn het vooral openbare gebouwen, zoals kerken, scholen en een (voormalig) buurthuis. Een belangrijke oost-weststraat is de Patrimoniumlaan. Langs deze straat staan diverse winkels. De straat komt uit op de Salvatorkerk en heeft een mooie zichtlijn op de hoofdentree van deze kerk met een rozet in de gevel.
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Kenmerken van het Franse Gat Geen gesloten bouwblokken, maar open strokenverkaveling; Woningen aaneengesloten in rijen (overwegend) 2 bouwlagen met kap; Aan de randen van de wijk (met name west en noord) staan gestapelde woningen en/of bijzondere wningtypen (bijvoorbeeld de drive-in woningen aan de Rembrandtlaan); De bouwblokken zijn ingetogen, ondergeschikt aan de stedenbouwkundige opzet, en ontlenen hun kwaliteit aan de samenhang in de wijk, tussen gebouwen, groen en openbare ruimte; Bomenlaantje van de voormalige boerderij De Geer;
10
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat Langere straten zijn gebogen, dat geeft ze een vriendelijke uitstraling; Woningen (oorspronkelijk) overwegend traditionele architectuur, grotendeels opgetrokken in uniforme materialen: bakstenen gevels, met pannen gedekte zadeldaken en houten kozijnen; De architectuur van voorzieningen, zoals scholen en kerken, speelt in op de bijzondere locatie en is soms traditioneel, soms modern.
Opvallende elementen De wijk loop in hoogte van zuid naar noord af van 8,2 naar 7,7 meter + NAP; Een rij bedrijfskavels tussen woningen in de Hovystraat. Oorspronkelijk zou de wijk zelfstandig
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan IKC Franse Gat moeten kunnen functioneren met naast wonen ook bedrijven, winkels, scholen en recreatie; Tussen de woningen aan de Klaas Katerstraat en Savornin Lohmanstraat liggen volkstuinen; Parkeren in achtertuinen. Op sommige plekken is parkeren in de achtertuin geregeld, op andere plekken is dit in de loop der jaren ontstaan. Er zijn achterpaden ontstaan die net breed genoeg zijn voor een auto op plekken die daar niet voor ontworpen zijn; Sommige woningen hebben erg diepe achtertuinen, tot wel 20 of 30 meter; Bij sommige straten is de openbare ruimte beperkt, dan kunnen parkeerplekken of trottoirs ontbreken; In de loop der jaren zijn de 'open koppen' (zijkanten en zijtuinen die aan een dwarsstraat grenzen) verrommeld. In plaats van een haag staan er nu schuttingen en (zelfgebouwde) schuren; Ten zuiden van Dr. Visser- en Bilderdijkstraat staan vrijstaande en twee-onder-1-kap woningen; Nieuwe appartementen nabij Bruïneplein en aan Ostadelaan zijn 3 bouwlagen met plat dak; In afwijking van woningen die met de voorgevels de straat begeleiden zijn rij rug-aan-rug woningen gerealiseerd op een markante plek: hoek Ostadelaan - Jan Steenlaan. Deze woningen negeren de ruimtelijke opzet van het Franse Gat en de context, namelijk hoek gelegen aan plantsoen Jan Steenlaan.
2.2
Locatie onderzoek IKC Franse Gat
De 3 locaties van de huidige scholen zijn niet geschikt voor de bouw van een school met deze omvang en met de benodigde buitenruimte. In dit kader is er een locatieonderzoek uitgevoerd in de wijk.
Er zijn in totaal 4 locaties beoordeeld als mogelijke plek voor de vestiging van IKC Franse Gat. De locatiekeuze voor de bouw van het IKC Franse Gat is behandeld in de vergadering van het college van B&W op 11 juni 2019. Het college heeft gekozen voor de locatie aan de Fabritiusstraat, de huidige locatie van IVN en Groei en Bloei. 2.2.1
Afgevallen locaties
Hoek Patrimoniumlaan - Ostadelaan (voormalige Vuurvlinder) De locatie hoek Patrimoniumlaan - Ostadelaan is 2.170 m 2 groot. Een IKC is mogelijk, uitgevoerd in 2 of 3 bouwlagen. Er is niet voldoende ruimte voor een goede buitenruimte. Deze moet gemaakt worden aan de overzijde van de Ostadelaan of op de 'brink'. In beide gevallen moeten kinderen de straat oversteken. Dit is geen ideale situatie, terwijl bij nieuwbouw naar een zo optimaal functioneren moet
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat worden gestreefd. Naar achteren plaatsen van het IKC om een voorplein te creëren levert onvoldoende ruimte op voor buitenruimte. De nieuwbouw komt dan dichter bij bestaande woningen, wat negatief is in verband met privacy en schaduwwerking. De parkeerplaatsen bestemd voor de Salvatorkerk in de 'brink' kunnen voor het IKC gebruikt worden. Er is geen ruimte om extra parkeerplekken aan te leggen. De locatie is inmiddels verkocht aan een ontwikkelaar. Deze locatie vervalt voor de realisatie van IKC Franse Gat. Ostadelaan 60 t/m 76 Aan de Ostadelaan staan 9 aaneengesloten woningen met achtertuinen. De woningen zijn, op één na, eigendom van woningbouwverenging Patrimonium. Vervangende woningbouw is mogelijk op de locatie Terborchstraat 21, als de school daar weg is. Het nieuwe IKC komt aan de 'brink' te staan. Het speelterrein achter de woningen kan worden gebruikt door het IKC. Parkeren kan aan de Ostadelaan, Fabritiusstraat en op de brink (plaatsen van Salvatorkerk). Grootste nadeel bij dit model is de sloop van bestaande woningen en financiering van sloop en vervangende nieuwbouw. Mocht er overeenstemming over sloop mogelijk zijn, dan is er een flinke investering nodig. Deze mag, in verband met de haalbaarheid, niet drukken op het budget van het IKC. Een voordeel is dat pas de school in één keer verhuist naar het IKC.
Voor de huidige huurders moet (tijdelijk) onderdak gevonden worden. Door het kostbare en procesmatig lastige uitkopen van de koopwoning en slopen van huurwoningen vervalt deze locatie. Terbochstraat 21 (huidige locatie JUUL) De locatie van de huidige JUUL school is 2.184 m 2 groot. Op deze locatie is een IKC mogelijk, maar er is geen ruimte voor buitenruimte. Het IKC mag maximaal 2 bouwlagen zijn om te zorgen dat de Salvatorkerk dominant aanwezig blijft. De nieuwe IKC ligt aan de 'brink' en werpt zijn schaduw naar de noordelijk gelegen Salvatorkerk. Er is geen ruimte voor (extra) parkeerplaatsen. De huidige plekken aan Ostadelaan, op de brink en in de Terborchstraat kunnen worden gebruikt. Voor het spelen kan het bestaande speelveld worden gebruikt. Deze is echter lastig te bereiken. Kinderen moeten de Rubensstraat oversteken. Deze zou afgesloten kunnen worden. Tussen het nieuwe IKC en speelveld staat een traforuimte, die zicht en een makkelijke toegang naar het speelveld blokkeert. Nadeel van de loactie is dat de school tijdelijk naar een andere loactie moet, om sloop en nieuw-bouw mogelijk te maken: een kostbaar proces. Pas na realisatie van het IKC kan definitief verhuist worden. Vanwege de niet optimale bereikbaarheid van de speelplek en de tijdelijke verhuizing van de school vervalt deze locatie. 2.2.2
Geschikte locatie vestiging IKC Fabritiusstraat 3
De locatie Fabritiusstraat 3 is circa 1.454 m 2 , inclusief parkeerplaatsen die binnen het perceel liggen. Er is ruimte voor een IKC in 3 bouwlagen tot circa 11 à 12 meter hoog. Ter vergelijking: de Sionskerk is 15,40 meter hoog. Het nieuwe IKC komt in het verlengde van de Sionskerk te staan. Het IKC komt tegenover woningen aan de Slotemaker de Bruïnestraat en Aart de Gelderstraat. Schaduw van het IKC valt naar de noordelijk gelegen speelruimte. Deze is makkelijk te bereiken vanaf de IKC: de Fabritiusstraat is voor auto's een doodlopende straat. Parkeren kan in de Fabritiusstraat, Bruïnestraat, Ostadelaan en op parkeerterrein tegenover de Salvatorkerk. Voordeel van deze locatie is dat het IKC eerst gebouwd kan worden en dan de scholen kunnen verhuizen. Op de vrijkomende locaties kunnen woningen gebouwd worden: een financieel positief argument. De huidige huurders (Groei en Bloei) moeten verhuizen naar een nader te bepalen plek. Vooral door het medegebruik van speelruimte en parkeren, het niet slopen van bestaande woningen en het positieve financiële resultaat door woningbouw op de oude schoollocatie van JUUL gaat de voorkeur naar deze locatie. Momenteel staat er een voormalige kleuterschool op de beoogde IKC locatie. Dit gebouw is één bouwlaag hoog.
De locatie grenst aan de west-, noord en zuidzijde aan straten, respectievelijk de Aart de Gelderstraat, Karel Fabritiusstraat en een parallelweg van Dr. Slotemaker de Bruïnestraat. De Fabritiusstraat is een doodlopende straat, van beide zijden toegankelijk met halverwege een knip c.q. paaltjes in rijbaan. De Fabritiusstraat is destijds afgeloten voor auto's om sociale veiligheid te vergroten. Het was en is een anonieme straat met veel opgaand groen en achterzijden van tuinen en zij- en achtegevels van bebouwing. Hierdoor is er weinig sociale controle.
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Het IKC-gebouw komt in bestaand stedelijk gebied. Rondom de locatie is diverse bebouwing aanwezig. Aan de oostzijde staat de Sionskerk. Dit is een gemeentelijk monument. De zaal van de kerk is aan de
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat buitenzijde 15.40 meter hoog. Een deel van de kerk aan de zuidzijde is één bouwlaag hoog. Aan de Ostadelaan staat de hoge klokketoren. Tussen kerk en huidige bebouwing staan aan de zuidzijde bomen.
Aan de westzijde staan aan de overzijde van de A. de Gelderstraat woningen en op de hoek een kringloopwinkel. Globale afstand tot de winkel op de hoek is 15 meter, de afstand tot de woningen varieert tussen 20 en 25 meter. De bebouwing is hier twee bouwlagen hoog en heeft een kap. Aan de zuidzijde staan woningen op circa 30 à 35 meter afstand: twee bouwlagen en een zadeldak. Ten noorden van de locatie ligt een speelveld. De woningen aan de Rubensstraat staan op circa 70 à 75 meter. Aan de oostzijde van het speelveld staan woningen Ostadelaan 60 t/m 76. Deze hebben de achtertuinen aan de zijde van het speelveld. De kortste afstand van achtertuin tot IKC locatie is ongeveer 40 meter. Aan de zuid- en noordzijde van de locatie staan bomen. Aan de zuidzijde staan de bomen in het plantsoen langs de Bruïnestraat, aan de noordzijde staan de bomen langs het speelveld en langs de Fabriciusstraat. Ook langs de Aart de Gelderstraat staat een rij enkele bomen. Op het terrein van Groei en Bloei staan ook enkele bomen. Het Franse Gat is gebouwd toen er nog weinig auto's waren en er niet gewerkt werd met parkeernormen. Parkeerplaatsen en verkeerskundige maatregelen zijn gerealiseerd na aanleg van de wijk, hoogstwaarschijnlijk in de 80'er jaren. Waar mogelijk parkeren mensen de auto in voor- of achtertuin.
Bewoners van Ostadelaan 60 t/m 76 kunnen met de auto naar de achtertuin via een pad tussen speelveld en de achtertuinen. Voor basisscholen in het Franse Gat zijn geen specifieke maatregelen genomen als het gaat om auto's bestemmingsplan
15
bestemmingsplan IKC Franse Gat en fietsen: er zijn geen specifieke parkeerplaatsen voor personeel, halen en brengen gebeurt aan de straat, fietsen staan op het schoolplein.
In de omgeving staan twee kerken: de Sions- en Salvatorkerk. De Sionskerk is bereikbaar via een parallelweg langs de Bruïnestraat. Daar liggen 2 parkeerplaatsen bij de kerk en 8 parkeerplaatsen bij Groei & Bloei. Via deze parallelweg is ook een fietsenstalling bereikbaar. Aan de Ostadelaan liggen 17 parkeerplaatsen. In de Fabritiusstraat zijn eveneens parkeerplaatsen die kerkgangers kunnen gebruiken. Voor de Salvatorkerk liggen 10 parkeerplaatsen aan de Ostadelaan. In aanvulling hierop zijn 28 parkeerplaatsen aangelegd in het groene plantsoen tussen Ostadelaan en Colijnstraat.
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Hoofdstuk 3 3.1
BELEIDSKADER
Rijksbeleid
Hoofddoel van het nationale ruimtelijke beleid is om ruimte te scheppen voor verschillende ruimtevragende functies. Het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat, maakt het nodig dit op een efficiënte en duurzame wijze te doen en niet alleen in kwantitatieve, maar ook in kwalitatieve zin. Bundeling van verstedelijking is een beleidsstrategie die het Rijk hanteert. Er wordt op deze manier optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die in het bestaande bebouwde gebied aanwezig is.
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. Hoewel het om een ontwerpvisie gaat, kan wel alvast getoetst worden of de ontwikkeling in lijn is met het toekomstige beleid. De NOVI heeft maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit het nationaal ruimtelijk beleid en bevat nadere regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien een aantal keer gewijzigd. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven. Binnen het plangebied zijn geen onderdelen van het Barro aanwezig en hiermee behoeft het geen specifieke aandacht in het onderhavige plan. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren. De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden in een om
bestemmingsplan
17
bestemmingsplan IKC Franse Gat de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder met deze wijziging beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden. De Ladder als motiveergrond voor ruimtelijke plannen is aangescherpt, maar wordt lichter in het gebruik. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
3.1.4
Overig wettelijk kader
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteit, de Erfgoedwet, de Wet natuurbescherming, besluit externe veiligheid, Wet geluidhinder, etc. Ook op deze aspecten zal in hoofdstuk 5 nader worden ingegaan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd tot 2050. De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven samenhangende beleidsthema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Stad en land gezond Klimaatbestendig & waterrobuust Duurzame energie Vitale steden & dorpen Duurzaam gezond & veilig bereikbaar Levend landschap erfgoed & cultuur Toekomstbestendige natuur & landbouw
De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Voor deze regio wordt een verstedelijkingsstrategie gegeven als regionale uitwerking van het beleid. Daaruit blijkt dat de woningbehoefte in Foodvalley het aanbod overtreft en ook de prognoses laten een groei zien. In de periode 2019 tot 2040 moeten er binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley 7.000 tot 8.000 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. Hiervan zijn 3.500 woningen opgenomen in de bestaande plancapaciteit. Er moet dus nog ruimte voor 3.500 tot 4.500 extra woningen worden gezocht. In de gemeente Veenendaal is er op de korte termijn voldoende plancapaciteit om het grootste gedeelte van haar woningbouwopgave te realiseren. Dit gebeurt in Veenendaal-Oost en in de nabijheid van station Veenendaal-Centrum. Na circa 2030 bereikt de gemeente Veenendaal letterlijk de grenzen van haar groei. Voor de langere termijn is het noodzakelijk om in de regio op zoek te gaan naar nieuwe locaties voor integrale ontwikkeling van wonen en werken, bij voorkeur rondom knooppunten. De aanvullende behoefte aan werklocaties binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley tot 2030 is 6 tot 9 hectare.
De inzet van de provincie is vooral gericht op herstructurering, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen. Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied in de regio Foodvalley speelt onder meer het belang van de bodemdaling in het Binnenveld, het militair erfgoed van de Grebbelinie, (nieuwe) natuur en innovaties op
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat het gebied van circulaire landbouw, voedselproductie en gezondheid.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. In de omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. In de verordening zijn alle regels voor de leefomgeving van circa 20 verordeningen samengebracht naar één verordening. De omgevingsverordening bevat een verstedelijkingsverbod voor landelijk gebied, tenzij in de verordening anders bepaald. Voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen stedelijk gebied, geeft de verordening instructieregels voor onder meer woningbouw. Woningbouw dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw en woningbouw mag niet leiden tot extra bodemdaling. Daarnaast worden er instructieregels gegeven voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien waarborgt dat de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de knelpunten in de bereikbaarheid. Bij voorkeur leiden de nieuwe ontwikkelingen tot een afname van knelpunten in de bereikbaarheid.
Tot slot bevat de omgevingsverordening specifieke instructieregels voor een Omgevingsplan betrekking heeft op een locatie binnen onder andere de Cultuurhistorische hoofdstructuur, Stiltegebied, Overstroombaar gebied, een boringsvrije zone, beschermd natuurgebied, of een geluidscontour van een provinciale weg.
3.2.3
Provinciaal Kantorenbeleid
In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 is aangekondigd dat vanwege de grote leegstand op de kantorenmarkt de provincie met gemeen- ten en andere partijen in overleg gaat om te komen tot afspraken over het terugdringen van de nog niet benutte plancapaciteit. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 is bepaald dat een ruimtelijk plan vanaf dat moment (2013) geen bestemmingen en regels mag bevatten die voorzien in nieuwvestiging van zelfstandige kantoren. Daarbij wil de provincie stimuleren dat op bestaande kantorenlocaties kansen voor herontwikkeling, transformatie en functiewijziging worden benut. Dit heeft vervolgens geleid tot het vaststellen van een Provinciale Aanpak Kantorenleegstand. Eén van de activiteiten daarin is de vaststelling van een thematische structuurvisie. Deze is vastgesteld op 1 februari 2016. In deze thematische structuurvisie beschrijft de provincie het ruimtelijke beleid met betrekking tot de reductie van planologische overcapaciteit voor de nieuwvestiging van kantoren in vigerende bestemmingsplannen en met betrekking tot de herbestemming en transformatie van kantoren in de provincie Utrecht. Deze thematische structuurvisie bevat aanvullend beleid ten opzichte van de (integrale) PRS en de PRV.
Met ingang van 1 september 2016 heeft de provincie een voorontwerp inpassingsplan ter inzage gelegd, waarin de kantorencapaciteit op diverse Utrechtse bedrijvenlocaties, waaronder de locaties De Vendel en De Batterijen te Veenendaal, wordt ingeperkt. In de op 12 december 2016 vastgestelde herijking van de PRS en PRV is het provinciale beleid ten aanzien van kantoren aangescherpt. Op grond van dit herijkte beleid mogen in een ruimtelijk besluit geen bestemmingen worden opgenomen ten behoeve van nieuwvestiging van zelfstandige kantoren, tenzij het zelfstandige kantoren betreffen met een lokaal vestigingsgebied en deze niet gevestigd kunnen worden in bestaande gebouwen of binnen bestaande plancapaciteit. Een ruimtelijk besluit kan wel voorzien in nieuwvestiging van een ondergeschikt kantoor, indien het bvo van het ondergeschikte kantoor minder bedraagt dan 2.000 m2. Voor zover het bvo van het ondergeschikte kantoor meer bedraagt dan 2.000 m2, moet deze oppervlakte voor de hoofdfunctie economisch noodzakelijk zijn en regionaal zijn afgestemd.
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan IKC Franse Gat
3.2.4
Provinciaal Bodem-, Water- en Milieuplan
Het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021. Het BWM-plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. Vanaf 2016 is al het bodem-, water en milieubeleid in één integraal plan opgenomen. De opgaven vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van dit plan. Het plan dient als een bouwsteen voor de toekomstige Omgevingsvisie en is vastgesteld op 7 december 2015. In het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 van de provincie Utrecht staat wat de provincie de komende jaren samen met haar partners wil bereiken op het gebied van Bodem, Water en Milieu. De uitwerking van dit beleid staat beschreven in de Uitvoeringsagenda Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021. De provincie Utrecht richt zich op het behouden en verbeteren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat.
Dit betekent dat de provincie werkt aan: een robuust bodem- en watersysteem; bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied, zoals landbouw, recreatie of natuur; een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving; een gezonde leefomgeving die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio. Het Provinciaal BWM-plan bevat geen specifieke informatie over de gemeente Veenendaal. Wel ligt Veenendaal gezien de bijbehorende kaarten in een overstroombaar gebied. Dit betekent dat bij een eventuele doorbraak van de keringen Veenendaal te maken krijgt met overstromingen. De provincie draagt zorg voor het overstromingsgevaar en de overstromingsrisico's en neemt zowel preventieve als reactieve maatregelen. Voor de gemeente Veenendaal zal dit betekenen dat bij ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met het robuuster maken van het regionale watersysteem. Onderdeel hiervan is het opnemen van regels ten behoeve van de vrijwaringszone versterking regionale waterkering. Ook dient er rekening te worden gehouden met een eventuele versterking of reconstructie van de regionale keringen. Bovendien vraagt de provincie om te voorkomen dat binnen ruimtelijke plannen een verslechtering van het oppervlaktewater wordt veroorzaakt. Dit beleid is doorvertaald in de PRS en PRV.
Daarnaast valt een deel van de gemeente Veenendaal binnen de Deltabeslissing zoetwater. Het uitgangspunt hiervan is dat Rijk, regio, en gebruikers samen verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van watertekorten en verslechtering van de waterkwaliteit. Uit de bijbehorende verbeeldingen blijkt dat Veenendaal deels binnen een grondwaterbeschermings- en infiltratiegebied ligt. Dit betekent onder meer dat bij functiewijzigingen rekening moet worden gehouden met het waterwinbelang en er geen verslechtering van de kwaliteit van het water optreedt. Op het gebied van milieu dient de gemeente Veenendaal rekening te houden met het opgestelde beleid omtrent onder andere luchtkwaliteit en geur. De provincie stimuleert dat gemeenten bij ruimtelijke keuzes rekening houden met de aanwezige milieubelasting en deze niet aantasten. Hiermee wordt een gezonde leefomgeving nagestreefd.
3.2.5
Natuurvisie
In de provincie Utrecht komen veel natuurwaarden voor. Het groene netwerk draagt bij aan het welbevinden en de gezondheid van inwoners waardoor mensen graag in Utrecht wonen en werken. De keerzijde in stedelijk Utrecht is de infrastructuur die de landschappen en natuurgebieden doorsnijdt. De economische activiteiten hebben een negatief effect op de natuur. Voor een robuuste natuur met een duurzame instandhouding is daarom natuurbeleid opgesteld. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is inmiddels omgedoopt tot Natuurnetwerk Nederland (NNN), het aaneengesloten stelsel van natuurgebieden. Ook natuur in agrarische en stedelijke gebieden krijgen
20
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat meer aandacht. Soorten van dieren en planten dienen beschermd te worden en het stoppen van de teruggang van de biodiversiteit heeft prioriteit. Verdroging en stikstofuitstoot zijn knelpunten, en natuurgebieden zijn nog onvoldoende aaneengesloten. Het integraal benaderen van het natuurbeleid met bijvoorbeeld landbouw, recreatie, en bosbeheer zal dit moeten verbeteren. Ook bodem, water, milieu, erfgoed, en cultuurhistorie zijn pijlers die kansen bieden voor een betere natuur.
Natuurnetwerk Nederland (bron: Natuurvisie 2017, provincie Utrecht).
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regio FoodValley
Tot 1 januari 2011 werd met de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal samengewerkt in een verband onder de naam WERV. Dit samenwerkingsverband is per 1 januari 2011 opgegaan in een nieuwe samenwerkingsvorm onder de naam regio FoodValley, dit betreffen de vier WERV gemeenten aangevuld met de gemeenten Renswoude, Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel. In 2011 was FoodValley nog een abstract begrip met aan de verre horizon het beeld van een economisch krachtige, vitale en duurzame groene regio, waar het goed wonen, werken, leren en recreëren is. Anno nu is dat visioen geworden tot een nationaal én internationaal sterk beeld van Regio FoodValley, waarin Ondernemers, Onderwijs- en onderzoeksinstellingen en Overheid eensgezind optrekken. De drie O’s hebben de ambitie om met elkaar een economische topregio tot stand te brengen en uit te groeien tot hét agrofoodcentrum van Europa. Ze hebben daarvoor in 2015 de Strategische Agenda 2015-2019 vastgesteld, waarin het ideaalbeeld FoodValley regio 2025 is geformuleerd en afspraken zijn gemaakt over de inzet van de regionale partners. De Strategische Agenda is vervolgens uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma, waarin projecten zijn benoemd die een bijdrage kunnenleveren aan de in de agenda geformuleerde en door de samenwerkingspartners omarmde opgaven:
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan IKC Franse Gat Verbeteren kennisinteractie Uitbouwen global pipelines Vergroten innovatiekracht Branding en marketing Versterken fysiek en sociaal duurzame leefomgeving. Het Uitvoeringsprogramma Triple Helix Regio FoodValley is een dynamisch programma: afgeronde projecten worden afgevoerd en nieuwe projecten en initiatieven worden toegevoegd. De uitdaging voor Regio FoodValley en de daaraan deelnemende gemeenten ligt in het optimaliseren van het woon-, werken leefklimaat in deze regio. De gemeenten zijn daarvoor verantwoordelijk. Deze gezamenlijke opgave is in de regionale portefeuillehoudersoverleggen ‘Economie en Werkgelegenheid’ en ‘Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Mobiliteit’ uitgewerkt in werkprogramma’s. Daarbij wordt ook samengewerkt met maatschappelijke organisaties, die geen vaste plaats hebben in de triple helix stuurgroep.
3.3.2
PDV-beleid regio Foodvalley 2020-2025
Een actueel en onderbouwd PDV-/GDV-beleid draagt bij aan het behoud van de leefbaarheid door leegstand in de binnenstedelijke winkelgebieden te voorkomen die mede als gevolg van PDV en GDV kan ontstaan. Door samen één lijn te trekken voeren de acht gemeenten hetzelfde beleid uit en maken hierover regionale afspraken. In het geval gemeenten hier verschillend mee om zouden gaan dan is de kans aanwezig dat een beleidskeuze in één van de gemeenten negatieve invloed heeft op de winkelgebieden in andere gemeenten van FoodValley. Met gezamenlijk PDV-/GDV-beleid kunnen in regionaal verband kansrijke ontwikkelingen worden ondersteund en structuurverstorende ontwikkelingen worden voorkomen. Het doel is een evenwichtige krachtige detailhandelsstructuur waarbinnen een zorgvuldige afweging is ten aanzien van het behoud van de leefbaarheid, door leegstand in de binnenstedelijke winkelgebieden te voorkomen die mede als gevolg van PDV en grootschalige detailhandel kan ontstaan. Om dit doel te bereiken zijn de volgende beleidsuitgangspunten opgesteld: Inzetten op een concentratie van het aantal perifere meters in de acht PDV-concentratiegebieden: uitbreiding van het aanbod kan alleen als dat naar de regio goed verantwoord wordt. Als er geen planologische wijziging nodig is vindt melding plaats bij de regio in het geval van een majeure ontwikkeling.
In de acht PDV-concentratiegebieden alleen de PDV-branches Wonen, Doe-het-zelf en Tuincentra toestaan, inclusief Tuinartikelen en Tuinmeubelen. Voor ABC (Automotive) en overige PDV-branches is de regio FoodValley terughoudend bij de uitbreiding van het aantal PDV-locaties om versnippering te voorkomen. Overige branches zijn voorbehouden aan de binnenstedelijke winkelgebieden. Er wordt in de acht PDV-concentratiegebieden voor vestigingen in de PDV-branches een minimale maatvoering van 500 m2 wvo per detailhandelsvestiging gehanteerd. Bij initiatieven groter dan deze minimale maatvoeringen is alleen advies nodig van het Ambtelijk Overleg (AO) en het Portefeuillehouders Overleg (PHO), als sprake is van een netto toevoeging van plancapaciteit. Er wordt bij winkels op PDV-concentratiegebieden vastgehouden aan een maximum aandeel branchevreemd van maximaal 15% van het winkeloppervlak, met een maximum van 150 m2. De ontwikkeling van webshops en afhaalcentra wordt binnen de binnenstedelijke winkelgebieden ingepast. Afhaalcentra zijn ook in de PDV-concentratiegebieden mogelijk, maar dan alleen bij de bestaande perifere detailhandelsvestigingen. Voor uitzonderlijke nieuwe gevallen krijgen colleges een afwijkingsbevoegdheid voor een afhaalfunctie bij een webshop op een bedrijventerrein. Bij gebruik van de afwijkingsbevoegdheid vindt achteraf melding plaats in het Ambtelijk Overleg (AO).
Een Factory Outlet Center in de Regio FoodValley heeft geen meerwaarde en is derhalve niet gewenst. De Regio FoodValley-gemeenten dienen elkaar transparant te informeren over nieuwe plannen die een regionale impact hebben en dienen deze plannen op en met elkaar af te stemmen. Bij plannen met een lokale impact waarbij niet wordt voldaan aan de regionale concentratieplicht is ook zonder een planologische wijziging advies nodig van het Ambtelijk Overleg (AO) en het Portefeuillehouders Overleg (PHO).
22
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat
3.3.3
Visie "Natuurlijk Ontwikkelen"
Gemeenten en waterschap zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verwerken van neerslag en het inzamelen en zuiveren van afvalwater. De achtentwintig gemeenten en het waterschap in de regio Vallei en Veluwe hebben op 22 oktober 2015 via het Platform Water gezamenlijk een visie uitgebracht over omgaan met hemelwater en gebruikt water. De visie geeft richting aan de manier waarop kan worden omgegaan met veranderingen en ontwikkelingen met betrekking tot klimaat, geneesmiddelen in afvalwater, technologische innovaties en de rol van de overheid. De visie bevat gidsprincipes, handelingsperspectieven en praktijkvoorbeelden en is tot stand gekomen tijdens een aantal discussiebijeenkomsten. De betrokken organisaties zien de visie als middel om in dialoog te komen met belanghebbenden in de regio, gericht op kansen.
3.3.4
Blauwe Omgevingsvisie 2050
Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma.
3.3.5
Waterbeheerprogramma 2016-2021
Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe. In het Waterbeheerprogramma 2016-2021 (vastgesteld op 30 september 2015) is de koers van het waterschap bepaald. Het gewenste resultaat hiervan zijn: veilige dijken, droge voeten, en voldoende en schoon water. Het programma wenst een gezamenlijke aanpak om de waterveiligheid, zoetwatervoorziening, en het opvangen van klimaatveranderingen te waarborgen. In het plan zijn zes ambities uitgewerkt die de kerntaken vormen voor het waterschap: 1. het plangebied beschermen tegen overstromingen: verantwoordelijkheid nemen voor de bescherming en instandhouding van de dijken, en proactief opereren door met een veilige ruimtelijke inrichting en gevolgbeperking bewustzijn en betrokkenheid te vergroten. 2. zorgen voor de juiste hoeveelheid water: waterbeheer op gemeentelijk niveau te organiseren zodat er geanticipeerd kan worden op voorziene klimaatveranderingen. Er wordt ingezet op watersparen (en niet op aanvoeren of accepteren) en bij wateroverlast wordt er eerst gekeken naar mogelijkheden om het water vast te houden en te bergen. 3. zorgen voor een goede oppervlaktewaterkwaliteit: er dient te worden voldaan aan de oppervlaktewaterkwaliteit zoals is bepaald in de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Hierbij wordt ingezet op het sturen van landelijk en stedelijk gebied via kwaliteitsbeelden, voor een goede invulling van ecologie en landschap. 4. het scheiden van schoon en vuil water: scheiden van schoon en vuil water aan de bron biedt mogelijkheden om klimaatveranderingen op te vangen en heeft een positief effect op het terugwinnen van grondstoffen en energie. Afvalwater wordt ingeperkt om ecologische schade te voorkomen. 5. de hoogst mogelijke waarde halen uit water: het terugbrengen van reststromen van het watersysteem in de economie, door energieneutraal te worden in 2025 en bijvoorbeeld fosfaatgehaltes terug te dringen. 6. het beheren van de afvalwaterketen en het watersysteem: de hele waterhuishouding aan te sturen als één systeem vanuit een integrale en gezamenlijke benadering. Door oppervlakte-, grond- en afvalwater als één systeem te benaderen kan er efficiënter gewerkt worden.
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Voor Veenendaal is relevant dat de Slaperdijk een zogenaamde droge kering is die lokaal bescherming biedt tegen overstromingen. Deze dijk vertraagt water indien de Grebbedijk bij Wageningen doorbreekt.
3.3.6
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027(ontwerp)
Waterschap Vallei en Veluwe hebben het ontwerp Blauw Omgevingsprogramma (BOP) op 22 maart 2021 ter inzage gelegd.Het BOP is de tactische uitwerking van de Blauwe omgevingsvisie (BOVI2050). Met als overkoepelend thema ‘een waardevolle leefomgeving’, worden de maatschappelijke thema’s klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit, gekoppeld aan de drie waterprincipes en geïntegreerd in vier gebiedsprogramma’s. Veenendaal valt binnen het gebiedsprogramma Gelderse Vallei. In en rondom Veenendaal zijn de volgende doelen opgesteld: Op orde houden van de waterkeringen. Na realisatie van de Grebbedijk is het doel om met gebiedspartners na te denken over toekomstige functies en status van de Slaperdijk. Klimaatadaptatie maatregelen uitvoeren in bestaand stedelijk gebied door het bevorderen van een klimaatadaptieve inrichting van openbare- en particuliere terreinen. Energiewinning zoals thermische energie uit oppervlaktewater, wind en zon, gekoppeld aan de gemeentelijke Transitievisie Warmte. Verkennen principe klimaatmantels (bufferen van hemelwater) rond stedelijke kernen FoodValley.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Strategische Visie Veenendaal 2040
Op 26 oktober 2017 heeft de raad de Strategische Visie voor Veenendaal in 2040 vastgesteld. Hierin zijn de kernambities voor de toekomst van Veenendaal opgenomen. Veenendalers kiezen voor een versterking van de woonfunctie en richten hun blik naar de regio. Dat betekent dat de ambities zich primair richten op het versterken van de woon- en leefomgeving, met in het kielzog de arbeidsmarkt gericht op wonen en arbeidsintensieve bedrijvigheid. Dit is in lijn met de trend werken volgt wonen. Ook de blik naar buiten die de voorkeur heeft van de Veenendaalse gemeenschap is in lijn met een belangrijke trend: die van lokale gebondenheid naar regionale samenwerking. Algemene conclusie van de demografische ontwikkelingen is dat Veenendaal in de toekomst niet alleen maar de groei hoeft te accommoderen, maar zich ook kan toeleggen op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Van kwantiteit naar kwaliteit! Deze kwaliteiten moeten een diverse bevolkingsgroep aanspreken. Veenendaal moet zich in de toekomst dus richten op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. En –in lijn met de wensen van inwoners– moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Dat betekent dat Veenendaal moet zorgen dat het slim omgaat met de ruimte door intensivering van de woonbebouwing, herontwikkeling en functieverandering en voldoende aandacht blijft houden voor groen. Onderdeel van een aantrekkelijke woonomgeving is een goede bereikbaarheid van arbeidsplaatsen. Veenendaal richt zich daarom in de toekomst niet op ruimte-intensieve en arbeidsextensieve bedrijvigheid, maar op arbeidsintensieve bedrijven. Kortom, de visie stelt vooral eisen aan de kwaliteit van nieuwe of herontwikkelingen en spreekt zich niet uit over kwantitatieve doelstellingen. Deze richting – Veenendaal als leefstad met een sterke, regionale binding – werken we uit aan de hand van vier thema’s. Juist binnen deze thema’s liggen de grootste maatschappelijke veranderingen. Per thema zijn de volgende kernambities geformuleerd: 1. Netwerksamenleving: “niet alleen, maar samen” met ruimte voor ieders eigen identiteit; 2. (Samen) leven: Veenendaal met excellent woonklimaat; 3. Digitale wereld: Veenendaal heeft een hoogwaardige duurzaam bedrijfsleven met arbeids- en kennisintensieve bedrijven en een bruisend multifunctioneel centrum; 4. Duurzaamheid: Veenendaal heeft in 2040 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond.
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat
3.4.2
Omgevingsvisie Veenendaal 2030
De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 17 december 2020 de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2030 is een plan op hoofdlijnen dat alle strategische beleidsplannen vervangt die gaan over de fysieke leefomgeving, zoals het milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeersen vervoersplan en de structuurvisie. De inhoud van de Strategische Visie 2040, die de gemeenteraad in 2017 vaststelde, is de basis geweest voor de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zet in op een koerswijziging van kwantiteit naar kwaliteit: beter en slimmer inrichten van de leefomgeving met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. Bij ieder initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij de principes gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie 2030 het volgende afwegingskader gegeven: 1. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan een Gezonde, Duurzame en Veilige leefomgeving. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om hier aan bij te dragen. Zo zal ook de gewenste groei van Veenendaal moeten bijdragen aan deze doelen. 2. We kiezen voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut. 3. We voorkomen dat negatieve gevolgen van ontwikkelingen afgewenteld worden op de omgeving.
We beoordelen ruimtelijke ontwikkelingen integraal en in relatie tot de omgeving. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie 2030 specifieke opgaven en doelstellingen voor de thema's Gezond duurzaam en veilig, Bouwen en wonen, Groen natuur en water, Mobiliteit, Economie, Milieu, en er worden aanvullende opgaven en doelstellingen voor het centrum gegeven.
3.4.3
Groenstructuurplan
Het doel van het groenstructuurplan is als volgt te formuleren: 1. De samenhang van het groen met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische patronen versterken; 2. met het groen de herkenbaarheid en identiteit van de openbare ruimte vergroten; 3. de gewenste groenstructuur formuleren en realiseren volgens de opgestelde visie; 4. groen bij nieuwe ontwikkelingen als bouwsteen en leidend principe gebruiken; 5. accenten in het groen aanbrengen overeenkomstig de plaats en het niveau. Er wordt een onderscheid gemaakt naar groen op twee niveaus: de hoofdgroenstructuur en het groen binnen wijken. Ten aanzien van de hoofdgroenstructuur is het doel de identiteit en de kwaliteit van de afzonderlijke elementen te vergoten, waarbij de aanwezige of gewenste samenhang (structuur) tussen de verschillende elementen en patronen als kader geldt. De hoofdgroenstructuur bestaat uit de volgende onderdelen: de Grift, de oude linten, pleinen, parken, begraafplaatsen en sportparken, de binnenring, de Rondweg, 't Goeie Spoor / Industrielaan / Wageningselaan, de snelweg A12, de spoorlijnen en de entrees.
3.4.4
Duurzaamheidsbeleid
De wettelijke eisen voor energiezuinigheid van het Bouwbesluit hebben betrekking op thermische isolatie, de energieprestatie (EPC) en milieuprestatie (MPG). Aanvullend heeft de gemeente Veenendaal beleid opgesteld voor duurzaamheid in het programmaplan "Energieneutraal Veenendaal 2035" (30 maart 2017). De gemeente geeft uitwerking aan de volgende ambities en doelstellingen: Veenendaal is energieneutraal in 2035: streven naar energie neutrale woningen en wijken. Het streven is naar energieneutraliteit (EPC=0 of beter: Nul Op de Meter). Deze woningen moeten energieneutraal zijn en niet afhankelijk van gas. Veenendaal is energieneutraal in 2035: stimuleren schonere voertuigen. Voor de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden dat bewoners een elektrische auto hebben en willen opladen. Veenendaal is voorbereid op klimaatverandering: ontwikkelingen worden minimaal waterneutraal
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan IKC Franse Gat uitgevoerd, groen wordt strategisch ingezet voor hemelwaterafvoer en koeling in de stad. De gemeente vindt het daarbij belangrijk dat bij nieuwe ontwikkelingen de volgende onderwerpen aan de orde komen bij het thema duurzaam bouwen: Toepassen van een prestatie-instrument voor duurzaam bouwen; Mogelijkheden om het dak te benutten voor warmte-opslag, waterberging, het bufferen van fijnstof of energiewinning; Natuurvriendelijke maatregelen aan of rond het gebouw; Geen koper, lood of zink gebruiken voor de hemelwaterafvoer; Toepassen van duurzaam hout; Energiezuinige terrein- en gebouwverlichting. 3.4.5
Integraal HuisvestingsplanOnderwijs 2021-2024(IHP)
In de raadsvergadering van 15 oktober 2020 is het Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2021-2024 (IHP) vastgesteld, zie Bijlage 4. In het IHP is vastgelegd dat Veenendaal onderwijshuisvesting ziet als een belangrijke factor voor de kwaliteit van het onderwijs en een belangrijke randvoorwaarde voor de onderwijskwalificatie van jonge inwoners van Veenendaal. Vanwege deze opgave en ambitie is er, in overleg met de schoolbesturen, een meerjarenperspectief ontwikkelt voor de onderwijshuisvesting. Dit heeft geleid tot een uitvoeringsagenda, hierdoor biedt het IHP duidelijkheid voor de gemeente en schoolbesturen en voorkomt een situatie dat de gemeente geconfronteerd wordt met onverwachte (niet in het financieel meerjarenbeleid meegenomen) vervangingsaanvragen. Vanwege onderwijskundige, organisatorische én financiële overwegingen voorziet het IHP in een fasegewijze vernieuwing. Het IHP schetst de contouren te schetsen van de onderwijshuisvesting, met aandacht voor de leegstandsreductie, het beperken van de financiële risico's voor de gemeente en het voeren van een actief vastgoedbeleid onderwijs op basis waarvan een langetermijnbeleid gevoerd kan worden. Met dit IHP worden deze contouren voor de komende 40 jaar geschetst.
Het IHP zet verder in op: maatregelen om leegstand zoveel mogelijk te beperken; zet in op verjonging van het bestand onderwijshuisvestin; ggaat uit van minder maar grotere locaties; gaat uit van integrale voorzieningen voor onderwijs en ontwikkeling voor kinderen voor 0 – 12 jaar, door het realiseren van Integraal Kind Centra's (IKC's); waarborgt de diversiteit van onderwijs; Het onderwijs blijft in de buurt; zet in op spreiding van de investeringen. 3.4.6
Welstandsnota 2017
Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden. Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel de reguliere vergunningsplichtige bouwwerken als voor de zogeheten veel voorkomende kleine bouwwerken die vergunningsplichtig zijn. Gekozen is welstandsvrij bouwen mogelijk te maken in een nieuw te ontwikkelen woongebied en op bestaande bedrijventerreinen. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat bestemmingsplan biedt dus invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren.
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Hoofdstuk 4 4.1
PLANBESCHRIJVING
Programma, ruimte & functies
Bij de IKC ontwikkeling is het bepalen van het programma een belangrijk aspect. Basis voor het bepalen van het programma is het Integraal Huisvestingsprogramma voor de onderwijshuisvesting en de prognoses op basis van de 1 oktober telling van 2019. De hier genoemde m 2 zijn uitgangspunt bij verdere ontwikkeling. Vanzelfsprekend wordt bij deze ontwikkeling gekeken naar mogelijke combinaties van functies en oppervlakten.
Schoolplein: Gebruiken van het in te richten bestaande speelterrein gewenst: 1.500 m 2 Buitenruimte kinderdagopvang n.t.b Parkeren (conform parkeernorm) Personeel Halen & brengen Uitgangspunt is om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande parkeerplaatsen door dubbelgebruik. Fietsen Stalling t.b.v. kinderen, Werknemers Halen & brengen
28
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat
Op de bovenstaande afbeelding de locatie voor IKC: Blauw: de bouwlocatie. Geel: het terrein direct om het gebouw. Groen: beplanting, plantsoen en speelterrein. Oranje: de straten waar aanpassingen nodig zijn.
4.2
Ruimtelijke randvoorwaarden
4.2.1
Stedenbouwkundige aspecten en hoofdopzet (voorontwerp bestemmingsplan)
Het IKC moet in relatie tot de omgeving een compact gebouw worden: twee bouwlagen met een deel als terug liggende 3 de bouwlaag. Het globale bouwvlak is 33 x 35 = 1155 m 2 . Nodig is 3.044 m 2 inclusief 606 m 2 KDV. De exacte hoogte moet nog bepaald worden, maar de hoogte van de tweede laag is circa 8,50 meter en de derde laag ongeveer 12,5 meter zijn. Dat is lager dan de naastgelegen Sionskerk: 15,40 meter. Bij verdere uitwerking kan onderzocht worden of een compactere opzet mogelijk is. Het exacte grondvlak moet nog bepaald worden. Wel is duidelijk dat het IKC gebouw boven het riool in de huidige Fabritiusstraat kan worden gebouwd.
bestemmingsplan
29
bestemmingsplan IKC Franse Gat
4.2.2
Stedenbouwkundige aspecten en hoofdopzet (ontwerp bestemmingsplan)
De kernpartners die gebruik gaan maken van het IKC hebben de ambtities concreter gemaakt. Dit heeft geleid tot de oplevering van een structuurontwerp waarin de benodigde m² van de kernpartners vertaald zijn naar een vlekkenplan. Tevens zijn er concretere afspraken gemaakt voor de buitenruimte en de verkeersstructuur. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het ruimtelijk kader. Het is daarom nodig het ontwerpbestemmingplan ten opzichte van eeen aantal punten te wijzigen: Het structuurontwerp is qua plattegrond en bouwvlak aangepast ten opzichte van het ruimtelijk kader en het daarop gebaseerde voorontwerp bestemmingsplan. Om de benodigde functies zo efficiënt mogelijk te positioneren, is het bouwvlak wat langer en minder breed geworden. Daarnaast zou het dakterras verplaatst naar de zuidzijde van het gebouw. Na het bespreken van de plannen in
30
bestemmingsplan
bestemmingsplan IKC Franse Gat de buurt op 25 januari 2022 is de conclusie getrokken dat het dakterras aan de noordzijde moet komen Buitenruimte: de opgave is om een inrichting te ontwerpen met gescheiden verkeersstromen waarbij de auto, de fiets en de voetganger uit elkaar worden gehaald met name voor de verkeersveiligheid. Hiervoor kan breed naar het gebied gekeken worden. Bij het verdere ontwerp is het van belang veel aandacht te geven voor de routing van en naar de IKC van de fiets, de auto, het auto parkeren en de voetganger. 4.2.3
Architectuur IKC
Een van de eisen is dat het IKC een uitstraling moet hebben: het IKC moet voor de omgeving als een sterk label worden herkend. Dit moet zichtbaar zijn binnen en buiten het gebouw. De belangrijkste kernbegrippen voor de architectuur zijn: Alzijdig gebouw. Geen onderscheid in kwaliteit van voor- zij en achterkanten. Aan alle zijden hoogwaardige gevels. Vrijstaande gestapelde bebouwing. Aandacht voor hoogwaardige materialen en details. Er worden materialen gebruikt die mooi verouderen. Er is aandacht voor de overgang van begane grond naar terrein en van terrein naar de openbare ruimte. De begane grond moet attractief zijn voor bezoekers en passanten, maar ook sociaal veilig. Lange gesloten gevels moeten worden voorkomen. De architectuur hoeft niet traditioneel te zijn: zij speelt in op de bijzondere ligging en functie van het IKC. Zij zoekt aansluiting met de moderne architectuur uit de jaren 50. Daarmee sluit het gebouw aan op de architectuur van de Sionskerk: modern, eigenheid/iconisch, zonder dat zij de Sionskerk verdrukt. Bij het ontwerp kan gezocht worden naar een architectuur die ondergeschikt/dienstbaar en/of nevengeschikt is aan de Sionskerk. 4.2.4