CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.a Vaststelling omgevingsplan, deel I - regels

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsplan, deel I33.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Paragraaf 5.5.3 Parkeren Artikel 5.52 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het parkeren van motorvoertuigen in de openbare ruimte.

Artikel 5.53 Algemene regels gehandicaptenparkeerkaart 1 De gehandicaptenparkeerkaart bedoeld in artikel 49 en 50 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer wordt voor de toepassing van dit omgevingsplan gelijkgesteld met een omgevingsvergunning waarmee bij algemene gehandicapten parkeerplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen en bij belanghebbendenplaatsen geparkeerd mag worden.

28

2 Een gehandicaptenparkeerkaart telt mee bij het maximale aantal vergunningen op een adres.

Artikel 5.54 Algemene regels verboden 1 Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen of met andere munten dan die in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.

2 Het is verboden een (brom)fiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

Artikel 5.55 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning gedurende de tijden waarop het parkeren op parkeerplaatsen voor vergunninghouders of een autodateplaats alleen aan omgevingsvergunninghouders is toegestaan daar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden.

2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning (garage) of zonder het betalen van parkeerbelasting in de Parkeergarages een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden.

3 Het verbod in het eerste en tweede lid geldt niet voor: a. een motorvoertuig van een gehandicapte, voor zover diegene beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart; b. als zodanig herkenbare politievoertuigen; c. als zodanig herkenbare brandweervoertuigen; d. als zodanig herkenbare ambulances; e. als zodanig herkenbare dierenambulances; en f. als zodanig herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Veenendaal.

Artikel 5.56 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1 Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (functioneel) als bedoeld in artikel 5.61 , derde Lid worden de volgende gegevens verstrekt: a. een bewijs dat de aanvrager werkzaam is in een van de in artikel 5.61 , eerste Lid of artikel 5.61 , tweede Lid genoemde beroepen, zoals een inschrijfnummer in het handelsregister van de Kamer van Koophandel of een BIG-verklaring; en b. het kenteken / de kentekens.

2 Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (mantelzorg) als bedoeld in artikel 5.62 geldt het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt aangevraagd door de bewoner die mantelzorg ontvangt; en b. de aanvrager verstrekt een verklaring dat hij of zij daadwerkelijk mantelzorg behoeft en daadwerkelijk mantelzorg ontvangt.

Artikel 5.57 Beoordelingsregel omgevingsvergunning 1 Een omgevingsvergunning voor het parkeren op parkeerplaatsen voor vergunninghouders of parkeerapparatuurplaatsen wordt alleen verleend aan:

29

a. een houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie I); b. een houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II); c. een houder van een motorvoertuig die voor het verlenen van zorg, hulp of werkzaamheden in of aan de openbare ruimte op één of wisselende plaatsen aanwezig moet zijn binnen een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III); d. een houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie IV); e. een bewoner die woont in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of ook door omgevingsvergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie V).

2 Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ook een omgevingsvergunning verlenen aan een houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het eerste lid genoemde categorieën.

3 Een omgevingsvergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend.

4 Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een omgevingsvergunning voor categorie IV kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade en de gevolgen voor het milieu, waaronder ook het stimuleren van selectief autogebruik wordt begrepen.

5 Burgemeester en wethouders weigeren een omgevingsvergunning als het vergunningenplafond van het desbetreffende adres is bereikt.

Artikel 5.58 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (bewoners) 1 Burgemeester en wethouders verlenen aan een houder categorie I als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder a een eerste omgevingsvergunning (bewoners) voor parkeren in zone parkeren A minus subzones als diegene aan de volgende criteria voldoet: a. aanvrager is bewoner van een zelfstandige woning en ingeschreven in de BRP van het gebied waar betaald parkeren (parkeren A) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is; b. aanvrager beschikt niet over parkeergelegenheid op eigen terrein zoals opgenomen voor de adressen in bijlage 3 en bijlage 4; en c. aanvrager is kentekenhouder volgens de RDW of kan een verklaring overleggen waarin de leasemaatschappij als eigenaar van het motorvoertuig verklaart dat aanvrager vaste berijder is van het motorvoertuig waar een eerste omgevingsvergunning (bewoners) voor wordt aangevraagd.

2 Burgemeester en wethouders verlenen aan een houder categorie I als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder a een tweede of derde omgevingsvergunning (bewoners) voor parkeren in zone parkeren A minus subzones als diegene aan de volgende criteria voldoet:

30

a. aanvrager is bewoner van een zelfstandige woning van het gebied waar betaald parkeren (parkeren A) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is; b. aanvrager beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein zoals opgenomen voor de adressen in bijlage 4 of aanvrager beschikt over een eerste omgevingsvergunning (bewoners); en c. aanvrager is kentekenhouder volgens de RDW of kan een verklaring overleggen waarin de leasemaatschappij als eigenaar van het motorvoertuig verklaart dat aanvrager de vaste berijder is van het motorvoertuig waar een tweede of derde omgevingsvergunning (bewoners) voor wordt aangevraagd.

3 Op een adres kunnen maximaal drie omgevingsvergunningen (bewoners) worden verleend waarbij een omgevingsvergunning (zakelijk) als bedoeld in artikel 5.60 of een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 5.53 meetelt bij het maximale aantal omgevingsvergunningen (bewoners) op een adres.

4 Voor aanvragers die een zelfstandige woning in appartementencomplex De Valk, Raadhuisstraat 1-65 (oneven huisnummers) bewonen, geldt aanvullend dat: a. de omgevingsvergunning (bewoners) alleen geldt op parkeerterrein Theater/Duivenweide; en b. maximaal één omgevingsvergunning (bewoners) wordt verleend per adres.

5 In de zone parkeren A2 mogen alleen omgevingsvergunninghouders die bewoner zijn van de Rozenburghflat parkeren.

Artikel 5.59 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (garage) In afwijking van de algemene beoordelingsregels, bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid kan een omgevingsvergunning voor parkeren in parkeergarages door een ieder zonder nadere voorwaarden worden aangevraagd.

Artikel 5.60 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (zakelijk) 1 Burgemeester en wethouders verlenen aan een houder categorie II als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder b een omgevingsvergunning (zakelijk) indien aan de volgende criteria wordt voldaan: a. aanvrager vraagt de omgevingsvergunning (zakelijk) aan namens een geregistreerd bedrijf (KvK registratienummer benodigd) gevestigd in het betaald parkeren gebied (parkeren A) of belanghebbendengebied (parkeren B), afhankelijk van waar het bedrijf is gevestigd; en b. aanvrager is kentekenhouder volgens de RDW of kan een verklaring overleggen waarin de leasemaatschappij als eigenaar van het motorvoertuig verklaart dat aanvrager de vaste berijder is van het motorvoertuig waar een omgevingsvergunning (zakelijk) voor wordt aangevraagd.

2 Een omgevingsvergunning (zakelijk) wordt op kenteken uitgegeven.

3 Een omgevingsvergunning (zakelijk) kan worden verleend voor het gebied waar betaald parkeren parkeren parkeren A minus subzones of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is.

4 Op een adres kunnen maximaal drie omgevingsvergunningen (zakelijk) worden verleend waarbij een omgevingsvergunning (bewoners) als bedoeld in artikel 5.58 of een omgevingsvergunning (gehandicaptenparkeerkaart) als bedoeld in artikel 5.53 meetelt bij het maximale aantal omgevingsvergunningen (zakelijk) op een adres.

Artikel 5.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (functioneel) 1 Burgemeester en wethouders verlenen aan een houder categorie III als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder c een

31

omgevingsvergunning (functioneel) als diegene aan de volgende criteria voldoet: a. aanvrager beoefent als zelfstandige een beroep in de medische, zorg- of hulpsector of is in dienst van een zorgen hulporganisatie, waarvan de betreffende werknemers als eerstelijns zorgverlener binnen het medische of maatschappelijke werkveld regelmatig op huisbezoek moeten komen in het kader van de zorgverlening bij cliënten die woonachtig zijn in het gebied waar betaald parkeren (parkeren A minus subzones) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is; b. de kernactiviteit van aanvrager ligt op het gebied van: 1. eerstelijns gezondheidszorg, waaronder: huisartsgeneeskunde, geneesmiddelenvoorziening, fysiotherapie, verloskunde of kraamverzorging; 2. thuiszorginstellingen, waaronder: wijkverpleging, gezinszorg, huishoudelijke zorg, alfahulp of maaltijdvoorziening; of 3. maatschappelijke dienstverlening, waaronder: algemeen maatschappelijk werk, groepswerk, jeugdhulpverlening, jeugdgezondheidszorg of pastorale zorg; en c. de kernactiviteit wordt uitgevoerd in het gebied waar betaald parkeren (parkeren A minus subzones) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) geldt en een omgevingsvergunning voor parkeren is voor de uitoefening van de taak noodzakelijk.

2 Burgemeester en wethouders kunnen ook aan een houder categorie III als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder c die werkzaamheden uitvoert in en aan de openbare ruimte in het gebied waar betaald parkeren (parkeren A minus subzones) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is, een omgevingsvergunning (functioneel) verlenen.

3 Een omgevingsvergunning (functioneel) kan worden aangevraagd door een zelfstandige, een bedrijf of een instelling.

4 De omgevingsvergunning (functioneel) wordt uitgegeven op kenteken.

Artikel 5.62 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (mantelzorg) 1 Burgemeester en wethouders verlenen aan een houder categorie III als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder c een omgevingsvergunning (mantelzorg) als diegene voldoet aan de volgende criteria: a. de bewoner die mantelzorg ontvangt woont in het gebied waar betaald parkeren (parkeren A) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is; en b. de mantelzorger waarvoor de omgevingsvergunning (mantelzorg) wordt aangevraagd, heeft zelf geen omgevingsvergunning (bewoners) voor de zone waarin mantelzorg verleend wordt.

2 Op een adres kan maximaal één omgevingsvergunning (mantelzorg) worden verleend waarbij het volgende geldt: a. aan een omgevingsvergunning (mantelzorg) kunnen maximaal vijf kentekens worden gekoppeld; b. er kan één kenteken gelijktijdig parkeren met de omgevingsvergunning (mantelzorg); en c. de bewoner die mantelzorg ontvangt is niet de houder of berijder van een van de vijf kentekens.

Artikel 5.63 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (autodate) 1 Burgemeester en wethouders verlenen aan een houder categorie IV als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder d een omgevingsvergunning (autodate) als diegene voldoet aan de volgende criteria: a. aanvrager is een natuurlijke- of rechtspersoon die woont of is gevestigd in een gebied waar betaald parkeren (parkeren A) of belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is; en b. het kenteken van een deelauto is aangesloten bij de Stichting “gedeeld autogebruik”.

32

2 Burgemeester en wethouders verlenen aan een houder categorie IV als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder d ook een omgevingsvergunning (autodate) aan een commerciële aanbieder als wordt voldaan aan de volgende criteria: a. de auto is voor deelnemers dag en nacht beschikbaar; b. het ophalen en terugbrengen van de auto is makkelijk en relatief dicht in de buurt; c. het systeem draagt bij aan een bewust en selectief autogebruik; d. de afspraken tussen aanbieder en deelnemers zijn van langere duur (dus niet incidenteel); en e. de (technische) kwaliteit en service bij ongevallen en storingen is goed.

Artikel 5.64 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (bezoekers zone A) 1 Burgemeester en wethouders verlenen aan een bewoner categorie V als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder e, woonachtig in een gebied waar betaald parkeren (parkeren A) van kracht is, een omgevingsvergunning (bezoekers zone A).

2 Op een adres kan maximaal één omgevingsvergunning (bezoekers zone A) worden verleend waarbij het volgende geldt: a. de bewoner kan 200 uur per kalenderjaar gebruiken voor het parkeren van bezoekers, waarbij het eventuele restant van dit saldo vervalt na een jaar; b. de uitwerking van het bezoekersparkeren vindt plaats via het aanmelden van kentekens: via een digitale bezoekersregeling of op aanvraag per telefoon; c. de bewoner ontvangt daartoe een login of pincode voor de digitale bezoekersregeling waar diegene het kenteken van het bezoek kan aanmelden of een gebruiker kan machtigen; d. het aantal kentekens dat doorgegeven kan worden is onbeperkt; e. de bewoner kan het saldo voor bezoekers opwaarderen tegen het tarief opgenomen in de Verordening parkeerbelastingen gemeente Veenendaal, waarbij het eventuele restant van dit saldo niet vervalt; en f. het restsaldo in uren en geld is gedurende het kalenderjaar via de bezoekersregeling altijd inzichtelijk voor de bewoner.

Artikel 5.65 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (bezoekers zone B) 1 Burgemeester en wethouders verlenen aan een bewoner categorie V als bedoeld in artikel 5.57 , eerste Lid onder e, woonachtig in het gebied waar belanghebbendenparkeren (parkeren B) van kracht is, een omgevingsvergunning (bezoekers zone B).

2 Op een adres kan maximaal één omgevingsvergunning (bezoekers zone B) worden verleend waarbij het volgende geldt: a. de bewoner kan 500 uur per kalenderjaar gebruiken voor het parkeren van bezoekers, waarbij het eventuele restant van dit saldo vervalt na een jaar; b. de uitwerking van het bezoekers parkeren vindt plaats via het aanmelden van kentekens: via een digitale bezoekersregeling of op aanvraag per telefoon; c. de bewoner ontvangt een login of pincode voor de digitale bezoekersregeling waar diegene het kenteken van het bezoek kan aanmelden of een gebruiker kan machtigen; d. het aantal kentekens dat tegelijkertijd doorgegeven kan worden is onbeperkt; en e. het restsaldo is gedurende het kalenderjaar via de bezoekersregeling altijd inzichtelijk voor de bewoner.

Artikel 5.66 Overdragen, intrekken of wijzigen omgevingsvergunning 1

33

De omgevingsvergunning is niet overdraagbaar.

2 De omgevingsvergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een omgevingsvergunning, onmiddellijk aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken.

3 Wijziging van het motorvoertuig of van het kenteken van het motorvoertuig, van bedrijfsnaam of -adres van omgevingsvergunninghouder worden onmiddellijk aan burgemeester en wethouders doorgegeven.

4 Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning intrekken of wijzigen wanneer: a. de omgevingsvergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de omgevingsvergunning is verleend; b. er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de omgevingsvergunning; c. de omgevingsvergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn omgevingsvergunning heeft voldaan; of d. er redenen zijn van openbaar belang.

Paragraaf 5.5.4 Plaatsen voorwerp op parkeerplaats Artikel 5.67 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het plaatsen van voorwerpen op een parkeerplaats.

Artikel 5.68 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten Het is verboden zonder omgevingsvergunning enig voorwerp, anders dan een voertuig, te plaatsen of te laten staan: a. op parkeerapparatuurplaatsen; of b. op parkeerplaatsen voor vergunninghouders.

Artikel 5.69 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. de locatie waarvoor vergunning gevraagd wordt aangegeven op luchtfoto; b. de startdatum en duur van plaatsing voorwerp waarvoor vergunning gevraagd wordt; c. als het gaat om een object: een omschrijving van het object; d. als het gaat om een bouwcontainer: de afmetingen van de container.

Artikel 5.70 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning wordt geweigerd als: a. het voorwerp langer wordt geplaatst dan 8 weken; of b. de oogmerken in artikel 5.40, worden geschaad.

Artikel 5.71 Verlenging omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan eenmalig worden verlengd met maximaal 8 weken.

Paragraaf 5.5.5 Parkeerexcessen motorvoertuigen en aanhangwagens Artikel 5.72 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het parkeren van motorvoertuigen en aanhangwagens op de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Artikel 5.73 Algemene regels verboden 1 Het is verboden een motorvoertuig of aanhangwagen waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen

34

gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

2 Het is verboden een motorvoertuig of aanhangwagen dat of die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

3 Het is verboden een motorvoertuig of aanhangwagen dat of die, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

4 Het derde lid is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het motorvoertuig of de aanhangwagen ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5.74 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. drie of meer motorvoertuigen of aanhangwagens die de diegene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 35 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; of b. de weg als werkplaats voor motorvoertuigen of aanhangwagens te gebruiken.

2 Het verbod geldt niet voor: a. motorvoertuigen of aanhangwagens waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. motorvoertuigen of aanhangwagens voor persoonlijk gebruik van de houder van een motorvoertuig.

3 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een motorvoertuig of aanhangwagen dat of die voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan drie achtereenvolgende dagen binnen de bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben.

4 Het derde lid geldt niet voor campers.

5 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een motorvoertuig of aanhangwagen dat of die is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

Artikel 5.75 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. de locatie aangegeven op een luchtfoto; b. de startdatum en de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van de voertuigen; c. het type voertuigen; en d. kentekens van de voertuigen.

Artikel 5.76 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning wordt geweigerd als:

35

a. het voorwerp langer wordt geplaatst dan 8 weken; of b. de oogmerken in artikel 5.40, worden geschaad.

Artikel 5.77 Verlenging omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan eenmalig worden verlengd met maximaal 8 weken.

Paragraaf 5.5.6 Het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 5.78 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.

Artikel 5.79 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

2 Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

Artikel 5.80 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening of foto met daarop de gewenste wijziging van de weg; en b. een foto van de bestaande situatie.

Artikel 5.81 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning wordt geweigerd als de oogmerken in artikel 5.40, worden geschaad.

Paragraaf 5.5.7 Het maken of veranderen van een uitrit Artikel 5.82 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Artikel 5.83 Algemene regel verbod Het is verboden een uitrit aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitrit te veranderen op onderstaande wegen: a. Bevrijdingslaan; b. Componistensingel; c. De Monding; d. De Reede; e. De Schans; f. Dichterslaan; g. Duivenwal; h. Gilbert van Schoonbekestraat; i. Goudvink; j. Grote Beer; k. Hoornzwaluw; l. Kleine Beer; m. Nijhofflaan; n. Prins Clauslaan; o. Raadhuisstraat; p. Rondweg West; q. Vondellaan; r. Weverij; en

36

s. Wiekslag.

Artikel 5.84 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitrit te veranderen.

2 Het eerste lid geldt niet als: a. het om een eerste uitrit gaat; b. er geen wijziging van de openbare ruimte nodig is; c. er voor de aanleg van de uitrit geen bomen op particuliere grond worden verplaatst of verwijderd waarvoor een omgevingsvergunning voor kappen als bedoeld in artikel 5.139 nodig is; d. de uitrit niet wordt aangelegd ter plaatse van een openbare parkeerplaats of een object in de openbare ruimte; e. er geen voet- of fietspad tussen de uitrit en de openbare weg ligt; f. de afstand van de uitrit tot een kruising of bocht op de openbare weg ten minste 5 meter is; en g. de ruimte om de uitrit aan te leggen op het perceel ten minste 5 meter lang, in diepte gemeten vanaf de openbare weg, en ten minste 2,5 meter breed is.

Artikel 5.85 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. een tekening met daarop de gewenste ligging van de uitrit en de locatie van de uitrit aan het voor-, zij- of achtererf, door middel van de maatvoering; b. een foto van de bestaande situatie; c. de afmeting van de nieuwe uitrit of de te veranderen bestaande uitrit en de beoogde verandering daarvan; en d. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitrit.

Artikel 5.86 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt geweigerd, als: a. door de uitrit een verkeersonveilige situatie kan ontstaan; b. de aanleg van de uitrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. er een wijziging van de openbare ruimte nodig is; d. het perceel al door een andere uitrit wordt ontsloten, en de aanleg van de tweede uitrit ten koste gaat van het openbaar groen; e. de afstand van de uitrit tot een kruising of bocht op de openbare weg minder is dan 5 meter; f. de ruimte om de uitrit aan te leggen op het perceel minder dan 5 meter lang, in diepte gemeten vanaf de openbare weg, of minder dan 2,5 meter breed is; of g. er voor de aanleg van de uitrit één of meerdere bomen verplaatst of verwijderd moeten worden, zonder dat daarvoor een benodigde omgevingsvergunning voor kappen als bedoeld in artikel 5.139 is verleend.

Paragraaf 5.5.8 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van de openbare ruimte Artikel 5.87 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. het plaatsen of wijzigen van reclameobjecten; b. het maken van handelsreclame; c. het gebruik van winkelwagens; en d. het treffen van voorzieningen voor verkeer en openbare verlichting.

Artikel 5.88 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt in ieder geval in dat:

37

a. winkelwagens na gebruik niet onbeheerd in de openbare ruimte worden achter gelaten; b. beplanting of een voorwerp niet wordt aangebracht op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat; c. beplanting of een voorwerp niet wordt behouden op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat; d. een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening niet worden geopend, onzichtbaar worden gemaakt of worden afgedekt door een persoon die daartoe niet bevoegd is; e. degene die handelsreclame op of aan een onroerende zaak maakt of heeft door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding, zorg draagt voor het voorkomen van het in gevaar brengen van het verkeer of het ontstaan van ernstige hinder voor de omgeving.

Artikel 5.89 Algemene regels winkelwagens 1 Een winkelier die winkelwagens ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. direct te verwijderen of te doen verwijderen uit de openbare ruimte in de omgeving van dat bedrijf.

2 De winkelier kan bij maatwerkvoorschrift verplicht worden voorzieningen te treffen om te voorkomen dat winkelwagens onbeheerd achtergelaten worden.

Artikel 5.90 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten Het is verboden zonder omgevingsvergunning een verlicht reclameobject, dat zichtbaar is vanaf de openbare weg, op of aan een bouwwerk te plaatsen of te wijzigen.

Artikel 5.91 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. de locatie van het object; b. de afmetingen van het object; en c. voorbeeld van het object.

Artikel 5.92 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning wordt geweigerd als: a. niet voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand; b. de oogmerken in artikel 5.40, worden geschaad.

Paragraaf 5.5.9 Openbaar water Artikel 5.93 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, aanbrengen of hebben van voorwerpen in of op openbaar water.

Artikel 5.94 Algemene regels verboden 1 Het is verboden een voorwerp, anders dan een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan of een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

2 Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren,

38

dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

Artikel 5.95 Meldingsplicht 1 Het is verboden een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.

2 Bij de melding wordt in ieder geval een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp verstrekt.

Paragraaf 5.5.10 Gebruik openbaar groen Artikel 5.96 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het rijden of zich bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard binnen publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen, groenstroken en grasperken, of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen.

Artikel 5.97 Algemene regels verboden 1 Het is verboden op enig terrein of gebied, anders dan een weg, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd of, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden of daaraan deel te nemen, of met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband.

2 Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen, groenstroken of grasperken, of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden, zich te bevinden of te parkeren met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard.

3 Het tweede lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, snorfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen bedoeld in het tweede lid; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen, bedoeld in het tweede lid; en e. voor het verkeer voor bezoek en de verzorging van de onder d bedoelde personen.

4 Het tweede lid is ook niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het tweede lid bedoelde gebieden of terreinen; b. op motorvoertuigen en aanhangwagens waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

Paragraaf 5.5.11 Het voorkomen van overlast, gevaar of schade Artikel 5.98 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. het plaatsen van fietsen, snorfietsen of bromfietsen; b. het los laten lopen van honden; c. het zich bevinden met een hond in de openbare ruimte; en d. het doen van een natuurlijke behoefte.

39

Artikel 5.99 Algemene regels verontreiniging door honden 1 Degene die zich met een hond in de openbare ruimte begeeft, is verplicht: a. middelen bij zich te dragen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren; en b. ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

2 Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden en niet in staat is de middelen te hanteren om uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren; of b. die vanwege een blessure niet in staat is de middelen te hanteren om uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren.

3 Het eerste lid is niet van toepassing in hondenlosloopgebieden.

Artikel 5.100 Algemene verboden loslopende honden 1 Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte speelruimteplek; b. binnen de bebouwde kom en in de openbare ruimte als de hond niet is aangelijnd.

2 Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing in hondenlosloopgebieden.

3 Het eerste lid is ook niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 5.101 Algemene verboden natuurlijke behoefte Het is verboden binnen de bebouwde kom in de openbare ruimte zijn of haar natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 5.102 Algemene verboden plaatsen fiets Het is verboden om: a. binnen het gebied fietsparkeerverbodzone een fiets, snorfiets of bromfiets buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan; b. fietsen, snorfietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in verwaarloosde toestand verkeren, in de openbare ruimte te laten staan; en c. binnen het gebied onbeheerd achterlaten fiets een fiets, snorfiets of bromfiets langer dan vier weken onbeheerd in een fietsenstalling achter te laten.

Artikel 5.103 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning zich met een hond te begeven in het gebied hondenverbod.

2 Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

40

a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 5.104 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt, als de woning van de aanvrager niet grenst aan het gebied hondenverbod, aangetoond dat er een dringende reden is om zich met de hond in het gebied hondenverbod te begeven.

Artikel 5.105 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1 De omgevingsvergunning wordt geweigerd a. als de woning van de aanvrager niet aan het gebied hondenverbod grenst; of b. de oogmerken, bedoeld in Artikel 5.40, worden geschaad.

2 Het eerste lid aanhef en onder a geldt niet als de aanvrager heeft kunnen aantonen dat er een dringende reden is om zich met de hond in het gebied hondenverbod te begeven.

Paragraaf 5.5.12 Standplaatsen Artikel 5.106 Aanwijzing activiteiten 1 Deze paragraaf is van toepassing op het innemen of hebben van een standplaats.

2 In deze paragraaf wordt onder standplaats niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement.

Artikel 5.107 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt in ieder geval in dat: a. een standplaats wordt voorzien van voldoende voorzieningen voor het achterlaten van afval; en b. bij het verlaten van de standplaats de omgeving binnen een straal van 25 m2 schoon wordt achtergelaten.

Artikel 5.108 Algemene regels verboden Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder omgevingsvergunning standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5.109 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten Het is verboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen of te hebben.

Artikel 5.110 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit en de diensten en goederen die aangeboden worden; b. het kvk-nummer; c. de duur van de activiteit en op welke dagen de activiteit plaatsvindt; d. een opstellingsplan en plattegrondtekening op schaal voor de gewenste locatie; e. afmetingen van de mobiele verkoopinrichting; f. informatie over de benodigde stroomvoorziening; en g. een foto van de mobiele verkoopinrichting.

Artikel 5.111 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning wordt geweigerd als: a. de verkoopinrichting niet in goede staat van onderhoud verkeert;

41

b. de verkoopinrichting wordt gebruikt voor reclamedoeleinden die niet passend zijn bij de aard van de activiteit; c. de verkopende partij niet ingeschreven staat bij de Kamer voor Koophandel; d. er sprake is van een kwantitatieve of territoriale beperking in de gemeente of een deel van de gemeente als gevolg van bijzondere omstandigheden of het noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang; of e. de oogmerken bedoeld in artikel 5.40 worden geschaad.

Afdeling 5.6 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed Paragraaf 5.6.1 Algemeen Artikel 5.112 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van het cultureel erfgoed.

Paragraaf 5.6.2 Gemeentelijke monumenten Subparagraaf 5.6.2.1 Algemeen Artikel 5.113 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. het aanbrengen van wijzigingen aan gemeentelijke monumenten; en b. het aanvragen van subsidie voor onderhoud van een gemeentelijk monument.

Artikel 5.114 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt in ieder geval in dat een gemeentelijk monument niet wordt beschadigd of vernield en wordt onderhouden als dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.

Subparagraaf 5.6.2.2 Vergunningplichtige activiteiten Artikel 5.115 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning gemeentelijke monumenten: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

2 Het verbod is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud van een monument, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt; b. de uitvoering van normaal onderhoud van een monument, voor zover de aangelegde tuin, het aangelegde park of andere aanleg niet wijzigt; of c. inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft.

Artikel 5.116 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.115 worden in ieder geval de gegevens en bescheiden verstrekt die worden genoemd in Subparagraaf 22.5.2.3.

Artikel 5.117 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de oogmerken in artikel 5.112 worden geschaad.

Subparagraaf 5.6.2.3 Subsidie Artikel 5.118 Subsidie voor een gemeentelijk monument voor onderhoud 1 Burgemeester en wethouders kunnen subsidie voor gemeentelijke monumenten toekennen voor:

42

a. schilderwerk van het exterieur van een gemeentelijk monument, waartoe ook de binnenzijde van het buitenwerk, bestaande uit vensters en deuren wordt gerekend; b. onderhoud van gemeentelijke monumenten; c. reconstructie van monumentale onderdelen; en d. het opstellen van een bouwkundig inspectierapport door de monumentenwacht Utrecht of een andere onafhankelijke deskundige (instantie).

2 De volgende kosten voor de werkzaamheden, komen in ieder geval in aanmerking voor subsidie: a. materiaalkosten; b. materieelkosten; en c. arbeidskosten.

3 Een gemeentelijk monument kan ten hoogste eenmaal per 2 kalenderjaren in aanmerking komen voor een subsidie voor onderhoudswerkzaamheden of reconstructie van monumentale onderdelen die, getuige een onafhankelijk bouwkundig inspectierapport, binnen 5 jaar moeten worden verricht.

4 Een gemeentelijk monument kan ten hoogste eenmaal per 10 kalenderjaren in aanmerking komen voor een subsidie voor schilderwerk.

5 Onderhoudswerkzaamheden van de in het derde lid verrichte werkzaamheden komen op zijn vroegst na 10 jaar in aanmerking voor subsidie.

6 Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de subsidie.

Artikel 5.119 Subsidieomvang De subsidie voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5.118 , eerste Lid, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximumbedrag opgenomen in bijlage 1.

Artikel 5.120 Subsidieplafond 1 Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast voor het onderhoud van gemeentelijke monumenten.

2 Als de aanvraag om subsidieverlening het subsidieplafond overschrijdt, wordt de aanvraag om subsidieverlening het daaropvolgende jaar op basis van volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.

Artikel 5.121 Aanvraag subsidieverlening 1 Een eigenaar van een gemeentelijk monument die voor een subsidie in aanmerking wenst te komen, dient bij burgemeester en wethouders een schriftelijke aanvraag in, volgens het aanvraagformulier subsidie onderhoud gemeentelijk monumenten.

2 Om in aanmerking te komen voor subsidie: a. wordt een technisch inspectierapport, niet ouder dan twee jaar, van een onafhankelijke instantie overlegd, waaruit de noodzaak om de betreffende werkzaamheden binnen 5 jaar uit te voeren blijkt; en b. worden de werkzaamheden uitgevoerd volgens de Uitvoeringsvoorwaarden voor onderhoud van gemeentelijke monumenten in Veenendaal.

43

3 Als niet wordt voldaan aan het eerste of tweede lid, geven burgemeester en wethouders de eigenaar van het gemeentelijk monument de gelegenheid om binnen twee weken de door hen aan te geven ontbrekende gegevens te overleggen.

4 Op een aanvraag om subsidieverlening beslissen burgemeester en wethouders binnen 12 weken.

5 Met de uitvoering van werkzaamheden wordt niet eerder gestart dan nadat een beslissing op de aanvraag voor subsidie is genomen en niet eerder dan wanneer de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.115 , eerste Lid , is verleend.

Artikel 5.122 Weigeringsgronden De aanvraag om subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd als: a. de kosten op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn gedekt; b. de aanvraag wordt ingediend voor onderdelen die deel uit maken van het object, maar buiten de bescherming vallen; c. de aanvraag wordt ingediend voor onderdelen die niet worden genoemd in het onafhankelijk inspectierapport of volgens dat rapport niet binnen 5 jaar dienen te worden uitgevoerd, met uitzondering van schilderwerk van een gemeentelijk monument en reconstructie van kleine monumentale onderdelen; d. voor de werkzaamheden minder dan 10 jaar eerder een aanvraag is ingediend, als bedoeld in artikel 5.118 , vierde Lid of artikel 5.118 , vijfde Lid; e. de werkzaamheden niet volgens de Uitvoeringsvoorwaarden voor onderhoud van gemeentelijke monumenten in Veenendaal worden uitgevoerd; f. met de werkzaamheden is begonnen voordat de benodigde vergunningen of subsidiebeschikking voor een gemeentelijk monument zijn verleend; of g. het subsidieplafond wordt overschreden.

Artikel 5.123 Aanvraag subsidievaststelling 1 Na het uitvoeren van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, dient de eigenaar van een gemeentelijk monument een gespecificeerde eindafrekening met betalingsbewijzen in bij wijze van aanvraag tot subsidievaststelling.

2 Om een verzoek tot subsidievaststelling beslissen burgemeester en wethouders binnen 8 weken.

Paragraaf 5.6.3 Beeldbepalende panden Artikel 5.124 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het slopen of wijzigen van Beeldbepalende panden en objecten.

Artikel 5.125 Voorrangsregel In geval van strijdigheid tussen de regels van paragraaf 5.6.3 en de regels over beeldbepalende panden buiten deze paragraaf, gelden de regels van paragraaf 5.6.3.

Artikel 5.126 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt in ieder geval in dat een beeldbepalend pand niet wordt beschadigd of vernield en wordt onderhouden als dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.

Artikel 5.127 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 In het gebied Beeldbepalende panden is het verboden zonder omgevingsvergunning:

44

a. de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling of kapvorm, te wijzigen, of de gevelindeling van gevels, gelegen aan de zijde van de openbare ruimte; b. de bestaande omvang van het pand te wijzigen; of c. het pand te slopen.

2 Het eerste lid is alleen van toepassing op activiteiten waarvoor ook een omgevingsvergunning voor bouwen, slopen of afwijken van het omgevingsplan nodig is.

Artikel 5.128 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1 Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.127 , eerste Lid, onder a en b, wordt in ieder geval een onderbouwing verstrekt waaruit blijkt hoe wordt omgegaan met de karakteristieke kenmerken van het beeldbepalende pand.

2 Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.127 , eerste Lid, onder c, wordt in ieder geval verstrekt: a. een onderbouwing waaruit blijkt dat de beeldbepalende bouwmassa niet te handhaven is; en b. een nieuw plan dat aantoont hoe met de karakteristieke kenmerken van het beeldbepaldende pand wordt omgegaan.

Artikel 5.129 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt geweigerd als door de activiteit blijvend afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke kenmerken van het beeldbepalende pand zoals opgenomen in de welstandsnota of diens rechtsopvolgers en hieraan door het stellen van maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

Paragraaf 5.6.4 Integrale ensembles Artikel 5.130 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van wijzigingen in integrale ensembles.

Artikel 5.131 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt in ieder geval in dat bij aanpassingen in de openbare ruimte en aan of bij gebouwen en bouwwerken geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de cultuurhistorische waarden behorende bij integrale ensembles, zoals opgenomen in de welstandsnota of diens rechtsopvolgers.

Paragraaf 5.6.5 Stedenbouwkundige ensembles Artikel 5.132 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van wijzigingen in stedenbouwkundige ensembles.

Artikel 5.133 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3, houdt in ieder geval in dat bij aanpassingen in de openbare ruimte en aan of bij gebouwen en bouwwerken geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de cultuurhistorische waarden behorende bij stedenbouwkundige ensembles, zoals opgenomen in de welstandsnota of diens rechtsopvolgers.

Afdeling 5.7 Activiteiten met betrekking tot flora en fauna Paragraaf 5.7.1 Algemeen Artikel 5.134 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of opheffen van overlast of schade aan de openbare gezondheid; b. het voorkomen van hinder; c. het behouden en beschermen van de natuur- en landschappelijke waarde van houtopstanden;

45

d. het behouden en beschermen van de beeldbepalende - en cultuurhistorische waarde van bomen; en e. het waarborgen van de veiligheid.

Paragraaf 5.7.2 Hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 5.135 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het houden van hinderlijke of schadelijke dieren.

Artikel 5.136 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in artikel 5.3 houdt in ieder geval in dat: a. de rechthebbende op duiven en bijen zorg draagt voor het voorkomen van overlast voor zijn omgeving; b. de rechthebbende op vee dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, zorg draagt voor het treffen van zodanige maatregelen dat dit vee de weg niet kan bereiken. c. binnen de bebouwde komen buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan rechthebbenden van landbouw- of huisdieren zorgdragen voor het voorkomen van overlast of schade aan de openbare gezondheid. Dit houdt in ieder geval in dat: 1. dagelijks zorg wordt gedragen voor het opruimen van uitwerpselen, voedselresten en schadelijke overlastgevende geuren of stoffen en indien mogelijk worden deze voorkomen; en 2. dieren binnen worden gehouden, geplaatst worden in een geluidswerende ruimte of geplaatst worden in een nachthok tussen 22:00 uur en 08.00 uur indien door burgemeester en wethouders schriftelijk bekend is gemaakt aan de rechthebbende van het dier dat er klachten zijn over de geluidsproductie van het dier gedurende die tijden.

Paragraaf 5.7.3 Vellen van houtopstanden Artikel 5.137 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het vellen van houtopstanden.

Artikel 5.138 Voorrangsregel Alle gemeentelijke regels met betrekking tot vellen van houtopstanden buiten deze paragraaf zijn niet van toepassing.

Artikel 5.139 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een houtopstand te vellen, als: a. het om een gemeentelijke houtopstand gaat; of b. het om een houtopstand gaat die is aangewezen binnen het gebied waardevolle bomen.

2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een houtopstand te vellen in de volgende gebieden: a. coulissenlandschap; b. karakteristiek verkavelingspatroon; c. landschapswaarden; d. bos; e. natuur; of f. waarde-ecologie.

3 Het tweede lid geldt niet voor fruitbomen.

4 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

46

Artikel 5.140 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt: a. een kaart, foto of tekening waar iedere te vellen houtopstand is geïdentificeerd met een nummer en de locatie op het perceel; b. de reden voor het kappen van iedere houtopstand; c. de soort houtopstand; d. een toelichting op de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten over te gaan, met daarbij het aantal en soorten vermeld.

Artikel 5.141 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt verleend: a. als de boom gevaar of ernstige hinder veroorzaakt; of b. vanwege een individueel of maatschappelijk belang, dat zwaarder moet wegen dan de oogmerken, bedoeld in Artikel 5.134.

Artikel 5.142 Maatwerkvoorschriften Met een maatwerkvoorschrifte als bedoeld in artikel 5.4 kunnen burgemeester en wethouders een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.

Afdeling 5.8 Activiteiten met betrekking tot afval Paragraaf 5.8.1 Algemeen Artikel 5.143 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het milieu; b. het doelmatig beheren van afvalstoffen; en c. het beperken van hinder.

Paragraaf 5.8.2 Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 5.144 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 5.145 Algemene regels inzameldienst en inzamelaars 1 Als inzameldienst is aangewezen: ACV te Ede.

2 In aanvulling op het eerste lid is in bijlage 2 Huishoudelijk afvalstoffen opgenomen welke andere inzamelaars zijn aangewezen om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.

Artikel 5.146 Algemene regels inzamelen oud papier en karton Voor de inzamelaar van huishoudelijk oud papier en karton gelden de volgende regels: a. de inzamelaar zamelt alleen huishoudelijk oud papier en karton in dat droog, schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties; b. de inzamelaar draagt er zorg voor dat de inzameling ordelijk en zorgvuldig geschiedt; c. de inzamelaar zorgt ervoor dat de ruimte rond de verzamelcontainer schoon blijft; en d. de inzamelaar rapporteert jaarlijks uiterlijk in de maand januari aan burgemeester en wethouders over de ingezamelde hoeveelheid oud papier en karton over het voorgaande kalenderjaar.

Artikel 5.147 Algemene regels dagen en tijden van aanbieding 1

47

De inzameldienst stelt jaarlijks een afvalkalender op voor het aanbieden van het huishoudelijk afval via een Inzamelmiddel, waarbij het volgende geldt: a. huishoudelijk restafval wordt eens per drie weken opgehaald op vaste dagen; b. gft-afval wordt eens per twee weken opgehaald op vaste dagen; c. oud papier en karton worden eens per drie weken opgehaald op vaste dagen; en d. plastic verpakkingen, blik en drankpakken worden via een minicontainer een maal per drie weken en via PMDzakken eens per week bij gestapelde woningen opgehaald op vaste dagen;

2 In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders in verband met feestdagen en bijzondere evenementen andere inzameldagen vaststellen. Dit wordt - voor zover mogelijk - bekend gemaakt op de afvalkalender en anders in de lokale krant.

3 De Inzamelmiddelen worden aangeboden op de vastgestelde of afgesproken inzameldag tussen 6:00 uur en 7:30 uur of op de dag voorafgaande aan de inzameldag vanaf 20:00 uur.

4 Afvalstoffen in Inzamelvoorzieningen worden niet aangeboden tussen 23:00 uur en 7:00 uur.

Artikel 5.148 Algemene regels gebruik en aanbieden inzamelmiddelen 1 De Inzamelmiddelen en Inzamelvoorzieningen worden zodanig gebruikt dat deze geen overlast voor derden veroorzaken.

2 De volgende regels gelden voor de plaats en de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen worden aangeboden: a. inzamelmiddelen en inzamelvoorziening: 1. inzamelmiddelen worden netjes op een rij op het voetpad geplaatst, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg of op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst worden opgevolgd; 2. inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningenworden goed gesloten; 3. uit het inzamelmiddel en de inzamelvoorziening mag geen huishoudelijk afval steken; 4. afvalstoffen die ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en die na inzameling daardoor in het inzamelmiddel zijn achtergebleven, worden onverwijld door de gebruiker uit het inzamelmiddel verwijderd; 5. het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden inzamelmiddel is in zijn totaliteit niet zwaarder dan 50 kilogram; 6. afvalstoffen worden niet naast de inzamelvoorziening geplaatst; en 7. er worden geen wijzigingen aan de inzamelmiddelen gebracht, waaronder het aanbrengen van een containerslot of het verwijderen van de chip, anders dan ter verfraaiing; b. afvalbrengstation van de inzameldienst: 1.

het afvalbrengstation van de inzameldienst is het brengdepot waar de afvalstoffen bedoeld in artikel 5.149 kunnen worden achtergelaten; 2. de afvalstoffen worden in de daartoe op het brengdepot aangewezen container of op de daartoe aangewezen plaats achtergelaten; 3. de aanwijzingen van de medewerkers van de inzameldienst worden te allen tijde opgevolgd; 4. een ieder legitimeert zich op verzoek van de medewerkers van de inzameldienst of een toezichthouder die burgemeester en wethouders hebben aangewezen; en 5. bij het brengdepot kan maximaal 2 m3 aan afvalstoffen per inzameling worden achtergelaten;

48

c. elektrische en elektronische apparatuur, hout, grof tuinafval, grof huishoudelijk afval: 1. de gebruiker neemt vóór de vastgestelde inzameldag, telefonisch of mondeling contact op met de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in bijlage 2 Huishoudelijk afvalstoffen onder 3 om door te geven welke afvalstoffen hij zal aanbieden; 2. de afvalstoffen worden zoveel mogelijk in één of meer handzame bundels, gedemonteerd, samengevoegd, samengedrukt en samengebonden aangeboden; 3. de afvalstoffen hebben per inzameling in totaal geen grotere omvang dan 2 m³ en zijn per bundel afval niet zwaarder dan 30 kilogram; 4. de afvalstoffen worden zodanig aangeboden dat zij geen hinder of gevaar voor weggebruikers opleveren; 5. grof tuinafval heeft bij het aanbieden geen grotere afmeting dan 2 meter; 6. de afvalstoffen worden aangeboden op de plaats, die is aangewezen voor het ter inzameling aanbieden van inzamelmiddelen of bij de geplaatste inzamelvoorziening; en 7. elektrische - en elektronische apparatuur en herbruikbare componenten uit het grof huishoudelijk afval die worden meegegeven aan een inzamelaar als bedoeld in bijlage 2 Huishoudelijk afvalstoffen onder 3 worden op het eigen perceel en droog aangeboden.

Artikel 5.149 Algemene regels afvalscheiding In ieder geval worden de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: dat deel van de groente-, fruit- en tuinafval

huishoudelijke afvalstoffen dat van organische

(GFT)

oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld

klein chemisch afval

huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de kca-lijst op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van

glas

vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TLlampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met

oud papier en karton

uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier plastic verpakkingen, blik en

49

plastic verpakkingen, blik en drankpakken

drankpakken als bedoeld in het kader van de Raamovereenkomst verpakkingen kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke,

textiel

schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen

elektrische en elektronische apparatuur

verduurzaamd hout

de producten, bedoeld in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur hout dat is geïmpregneerd, te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft-afval en vrijkomend bij de aanleg,

grof tuinafval

het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout et cetera, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen

asbest en asbesthoudend

afval waarin zich asbest

afval

bevindt volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in

grof huishoudelijk afval

een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden producten met als

metalen

belangrijkste bestanddeel ferroof non-ferro

EPS

piepschuim/tempex dakbedekkingsmaterialen, ook wel genoemd dakleer, bestaand uit

dakleer

beplatingsmateriaal van hout of kunststof, voorzien van

50

een laag koolteer of bitumen dit is inclusief dakgrind, waaraan zich teer of bitumen bevindt

banden

schone banden van motoren en personenauto’s van maximaal 16 inch zonder velgen vlak en glad glas dat is

vlakglas

gebruikt in woning- en utiliteitsbouw

incontinentieafval

afval van incontinentiemateriaal dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen

gips

dat bestaat uit gipsplaten, gipsblokken of gipslijsten afval afkomstig uit

huishoudelijk restafval

particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in de deelstromen restanten van voor

frituurvet en plantaardige olie consumptie bestemd frituurvet en plantaardige olie

Artikel 5.150 Algemene regels verboden 1 Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 5.145 , tweede Lid onder b; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 5.145 , tweede Lid; c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.148 , tweede Lid; d. ter inzameling aan te bieden anders dan de in artikel 5.147 genoemde dagen en tijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11093513/1