3.a Vaststelling bestemmingsplan Nieuweweg 220 tm 226 - Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
NIEUWEWEG 220-226
Nieuweweg 220-226
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend(e) plan(nen) 1.4 Leeswijzer
5 5 5 7 8
Hoofdstuk 2 BESTAANDE EN NIEUWE SITUATIE 2.1 Bestaande ruimteljke en functionele structuur 2.2 Nieuwe ruimtelijke en functionele structuur
9 9 9
Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Bouwplan 3.2 Stedenbouw
11 11 11
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
14 14 15 17 19
Hoofdstuk 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Asbest 5.2 Bodem 5.3 Waterhuishouding 5.4 Externe veiligheid 5.5 Archeologie 5.6 Cultuurhistorie 5.7 Ontplofbare oorlogsresten 5.8 Ecologie 5.9 Geluid 5.10 Bedrijven- en milieuzonering 5.11 Luchtkwaliteit 5.12 Mobiliteit 5.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.14 Totaalbeeld aspecten
25 25 25 28 31 35 37 38 40 43 45 48 50 51 52
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding 6.2 De indeling van de planregels 6.3 Bestemmingen
53 53 53 55
Hoofdstuk 7
58
FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Ontwerp ter inzage legging
59 59 59
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Situatietekening conceptplan Bijlage 2 Overzicht verharding vs groen Bijlage 3 Archeologisch onderzoek Bijlage 4 Verkennend en nader bodemonderzoek
61 62 64 66 118
2
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21 Bijlage 22
Verkennend bodem- en asbestonderzoek M.e.r. aanmeldnotitie Quickscan Wet natuurbescherming Rapportage soortgericht onderzoek Stikstofberekening Akoestisch onderzoek Kaarten geluidsbelasting Nieuweweg Mobiliteitsanalyse Watertoets Notitie watertoets Rapport Ladder duurzame verstedelijking Rapport natuurinclusief bouwen Boomeffectanalyse 3-6-2021 Boomeffectanalyse 4-4-2022 Boomeffectanalyse 30-1-2023 Planschaderisicoanalyse Ruimtelijke en programmatische kaders Nieuweweg 220-226 Participatieverslagen
bestemmingsplan
250 350 374 400 414 456 498 503 520 524 535 555 563 609 636 654 691 734
3
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel
De gemeente Veenendaal heeft van C.V. Nieuwendijk uit Ede het verzoek ontvangen voor het herontwikkelen van de percelen Nieuweweg 222 t/m 226 in Veenendaal. Deze herontwikkeling omvat de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing en de realisatie van maximaal 199 woningen in een mix van grondgebonden en gestapelde bouw. Van dit aantal moet 30% als sociale woning worden gebouwd. Het geldende bestemmingsplan staat deze ontwikkeling niet toe. Om die reden heeft C.V. Nieuwedijk het verzoek ingediend om het bestemmingsplan voor deze locatie te wijzigen. Voorliggend bestemmingsplan vormt het nieuwe, ruimtelijke kader voor genoemd plangebied, waarmee medewerking aan het beoogde woningbouwplan kan worden verleend.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied omvat de percelen Nieuweweg 220 t/m 226 in Veenendaal. Deze percelen vallen binnen de wijk Noordwest in de buurt Gelderse Blom.
Overzichtskaart gemeente Veenendaal (rode X is plangebied)
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Lingging plangebied in de noordwestelijke hoek van de wijk Gelderse Blom
Situatietekening plangebied Het plangebied ligt aan het einde van de Nieuweweg, nabij de Grote Beer. Aan de zuidkant van het plangebied liggen de woningen aan de Vlindertuin 1 t/m 41 en een woning met kantoor aan de Dagpauwooglaan 122 en 124. Ten oosten staat een appartementencomplex aan de Dagpauwooglaan 82 t/m 120.
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
1.3
Vigerend(e) plan(nen)
Op de locatie Nieuweweg 220 t/m 226 is het bestemmingsplan 'Woongebieden 2018' van kracht. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming 'bedrijf' met een bouwvlak waar tot 12 meter hoog gebouwd mag worden. Op een deel van het bouwvlak ligt de functieaanduiding 'horeca t/m categorie 2'. Een klein deel in de zuidwesthoek van het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'.
Uitsnede verbeelding 'Woongebieden 2018' ter plaatse van Nieuweweg 220 t/m 226 Daarnaast valt het plangebied binnen het bestemmingsplan 'Correctieve Herziening Woongebieden 2018'. Dit plan kent echter geen relevante bepalingen voor het plangebied. Verder zijn ook 'Parapluplan 2020' en het ontwerp 'Parapluplan 2022' van toepassing. Binnen dit Parapluplan heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - Hoog'.
Uitsnede verbeelding 'Parapluplan 2020' er plaatse van Nieuweweg 220 t/m 226. De beoogde woningbouw is in strijd met de hier geldende bedrijfsbestemming. Daarom moeten de
bestemmingsplan
7
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226 vigerende bestemmingsplannen (partieel) worden herzien op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is de bestaande en de nieuwe situatie beschreven; In hoofdstuk 3 staat de planbeschrijving In hoofdstuk 4 volgt een toetsing aan relevant beleid; In hoofdstuk 5 zijn hierna de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld; In hoofdstuk 6 is het juridische deel van het plan beschreven; In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; In hoofdstuk 8 staan tenslotte de resultaten uit overleg en inspraak.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Hoofdstuk 2 2.1
BEST AANDE EN NIEUWE SIT UAT IE
Bestaande ruimteljke en functionele structuur
Het plangebied ligt aan de rand van woongebied op de hoek van de Nieuweweg en de Grote Beer. De Grote Beer vormt de grens tussen dit woongebied en het bedrijventerrein de Compagnie, dat aan de noordkant van de Grote Beer is gelegen. De locatie wodt aan de west- en noordkant ontsloten via de Nieuweweg en is aan die zijde onderdeel van de lintbebouwing langs de Nieuweweg. Aan de oost-, zuiden westkant van het plangebied is reeds woonbebouwing aanwezig of in ontwikkeling. De bedrijfsbestemming op de Nieuweweg 220 t/m 226 is nog één van de weinige bedrijfsbestemmingen binnen dit woongebied. De locatie Nieuweweg 220 t/m 226 bestaat uit de kadastrale percelen K 3308, 3309, 3312, 3315, 3326, 4973 en 4974 en beslaat in totaal een oppervlakte van 13.400 m². Op deze locatie staan twee bedrijfspanden van in totaal ca. 6.000 m² (3.875 m² en 2.125 m²) waarin bedrijven/ kantoren en een wokrestaurant zijn of waren gevestigd. Het omliggende (parkeer)terrein is volledig verhard met uitzondering van een enkele boom aan de straatzijde.
Schuine luchtfoto bestaande situatie vanaf noordzijde
2.2
Nieuwe ruimtelijke en functionele structuur
In de nieuwe situatie is aan de rand van het plangebied een groot appartementencomplex beoogd. Een kleiner woongebouw ligt aan de Nieuweweg ten zuiden van het grote complex. Op het binnenterrein aan de zuidzijde zijn rijwoningen gesitueerd die aan een nieuw aan te leggen straat/hofje komen te liggen. Het middenterrein voorziet in een (half) ondergronds gelegen parkeergelegenheid, parkeerplaatsen op maaiveldniveau, een speelplaatsje en groenvoorzieningen.
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Globale invulling nieuwe situatie Met de nieuwe ontwikkelingen verdwijnt de bedrijfsbestemming en komt er een woonbestemming met groen en verkeer voor terug. Dit zijn meer passende en logische functies aan de zuidkant van de Grote Beer, aangezien de omliggende bebouwing ook reeds uit woongebied bestaat. Zo wordt bedrijvigheid geconcentreerd op de bedrijventerreinen en woonbebouwing in het woongebied.
10
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Hoofdstuk 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Bouwplan
Het bouwplan omvat verschillende gebouwen: 1) Een groot, aaneengesloten wooncomplex met (half) ondergrondse parkeerkelder gelegen langs de Nieuweweg en de Grote Beer. De parkeerkelder steekt aan de zuidzijde uit buiten het wooncomplex. Op de parkeerkelder wordt een groene zone ingericht met speel- en groenvoorzieningen. Het woongebouw kent verschillende bouwhoogtes van circa 13 tot maximaal 33 meter en biedt ruimte voor maximaal 170 woningen. 2) Langs de Nieuweweg, ten zuiden van het hierboven genoemde complex, is een woongebouw voor maximaal 15 woningen beoogd dat plat afgedekt wordt op een hoogte van maxmaal 10 meter. 3) Ten oosten van het kleinere woongebouw, aan het nieuw te realiseren hofje, komen twee blokken rijwoningen van respectievelijk 5 en 9 woningen. De maximale goothoogte ligt voor deze woningen op 6 meter en de maximale bouwhoogte op 10 meter.
Ontwerp bouwplan nov. 2022
3.2
Stedenbouw
De locatie leent zich goed voor woningen door de ligging in een gebied met overwegend een woonfunctie. Binnen het plangebied mogen maximaal 199 woningen gerealiseerd worden. Het plangebied ligt op een markante locatie in de wijk Noordwest, in de noordwesthoek van de buurt Gelderse Blom. De hoofdfunctie in deze buurt is wonen. De buurt omvat voornamelijk grondgebonden woningen. Direct nabij de planlocatie staan ook enkele appartementengebouwen van 10 meter hoog langs de Nieuweweg tot 18 meter hoog langs de Dagpauwooglaan. Aan de westkant van de ontwikkellocatie ligt de inbreidingslocatie 1e Melmseweg. Hier worden grondgebonden woningen en gestapelde wooneenheden gerealiseerd in verschillende bouwhoogtes. Op de hoek, direct ten westen van het plangebied, wordt een 'landmark' met een bouwhoogte van 55 meter gerealiseerd. Door de diversiteit aan stedenbouwkundige structuren in de omgeving zal het plangebied als een sluitstuk van de buurt ingepast moeten worden. De groenstructuur met waardevolle bomen langs de Nieuweweg dient behouden en versterkt te worden. Deze moet aan de noordzijde van het perceel tot aan het park verlengd worden en worden voorzien van een wandelpad. In oost-westelijke richting wordt
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226 een groene verbinding richting het park aangelegd. De ontsluiting van het plangebied vindt enkel plaats via de Nieuweweg. Elders in het plangebied worden er voor voetgangers en fietsers verbindingen met de omgeving gelegd. Door bebouwing aan de randen te situeren en het parkeren voor een groot deel onder een verhoogd dek onder te brengen, kan er in de kern van het plangebied een goede verblijfsruimte ontstaan.
De hoogte van de bebouwing past binnen de ruimtelijke structuur en de context van de betreffende locatie. Dit betekent dan ook dat er voor de verschillende bouwtypologieën verschillende maximale bouwhoogtes zijn bepaald. De grondgebonden woningen bestaan uit maximaal twee bouwlagen met een kap. Aangesloten wordt bij de standaard maximale goot- en bouwhoogtes voor woningen binnen woongebied, respectievelijk 6 en 10 meter. Het kleinere appartementengebouw aan de Nieuweweg sluit met de bouwhoogte aan op de karakteristieke lintbebouwing van de straat. Gerelateerd aan de bouwhoogte van het naastgelegen appartementengebouw aan de Vlindertuin is de maximale bouwhoogte voor dit volume tien meter, ofwel drie bouwlagen. Om de grote schaal van gebouw A behapbaar te maken is deze dynamischer opgebouwd. Het gebouw bevindt zich boven een half verdiepte parkeerkelder. De laagste bebouwing bevindt zich langs de Nieuweweg, met maximaal vier bouwlagen boven de half verdiepte parkeerkelder. De bovenste bouwlaag ligt hier tevens wat terug ten opzichte van de voorgevel. De bebouwing gaat op dit punt een relatie aan met de nieuw te ontwikkelen bebouwing aan de westzijde van de Nieuweweg, welke onderdeel is van de ontwikkelingen aan de 1e Melmseweg.
Het front wat zich naar de Grote Beer richt, het kruispunt met de Rondweg-west en de ontwikkeling van het accent aan de 1e Melmseweg, mag wat forser zijn en oplopen naar zes bouwlagen. Ter geleding is er een accent voorzien tegenover de aansluiting met de Grote Beer, van maximaal tien bouwlagen hoog boven de half verdiepte parkeerlaag. De noordoostelijke hoek kan met een extra zevende bouwlaag versterkt worden. Vanaf deze hoek wordt de bebouwing via de oostelijke zijde naar het binnenterrein afgebouwd naar maximaal vier lagen. Hiermee wordt er qua bouwhoogte beter aangesloten op de grondgebonden woningen ten zuiden van deze bebouwing. Ook geeft deze lagere bouwhoogte wat meer licht en lucht aan de omliggende woningenen de openbare ruimte.
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Indicatieve weergave van de bouwlagen in het plangebied. In de op 20 september 2021 vastgestelde Ruimtelijke en programmatische kaders Nieuweweg 220-226 is uitgebreid gemotiveerd op welke wijze de 199 woningen en het bijbehorende parkeren en groen stedenbouwkundig gezien goed ingepast kunnen worden op deze locatie. Voor de gehele stedenbouwkundige visie op dit plan wordt naar deze kaders verwezen.
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Rijksbeleid
Hoofddoel van het nationale ruimtelijke beleid is om ruimte te scheppen voor verschillende ruimtevragende functies. Het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat, maakt het nodig dit op een efficiënte en duurzame wijze te doen en niet alleen in kwantitatieve, maar ook in kwalitatieve zin. Bundeling van verstedelijking is een beleidsstrategie die het Rijk hanteert. Er wordt op deze manier optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die in het bestaande bebouwde gebied aanwezig is. 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (structuurvisie)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI heeft maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Toets bouwplan Voorliggend plan voorziet in een uitbreiding van de woningvoorraad die aansluit op de huidige woningbehoefte. In het plan is rekening gehouden met een goede leefomgevingskwaliteit en het beperken van (gevolgen van) klimaatverandering door het toepassen van duurzame maatregelen. Hierover zijn afspraken vastgelegd in de exploitatieovereenkomst. Geconcludeerd wordt dat het bouwplan in overeenstemming is met de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren volgens de Ladder. De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. De ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit is al het geval vanaf 12 woningen. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid,
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226 detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Toets bouwplan Stedelijk e ontwikkeling Uit jurisprudentie blijkt dat er in het beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen (ECLI:NL:RVS:2015:953). Met voorliggend plan worden 14 rijwoningen en 185 appartementen mogelijk gemaakt, waardoor de ontwikkeling gekenmerkt kan worden als nieuwe stedelijke ontwikkeling en daardoor ladderplichtig is. Behoefte Met voorliggend bestemmingsplan worden 185 appartementenen 14 rijwoningenmogelijk gemaakt binnen de het bebouwd gebied van Veenendaal. De locatie betreft een binnenstedelijk plan. Een bedrijvenlocatie wordt getransformeerd naar een woningbouwlocatie. Uit diverse beleidsstukken blijkt dat de woningen binnen de behoefte aan extra woningen die binnen het stedelijk gebied passen. Er is behoefte aan een substantiële uitbreiding van het aantal woningen in Veenendaal. De vraag is groter dan het aanbod. Leegstand van de huidige functies wordt voorkomen door transformatie naar wonen; er wordt een functie toegevoegd waar wel behoefte aan is. Verwezen wordt naar het rapport van Kubiek d.d. 19 november 2021 'Nieuweweg 222-226 Veenendaaal Ladder duurzame verstedelijking' , dat als bijlage onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan.
Conclusie Concluderend is gebleken dat het initiatief voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is behoefte aan woningen. De provincie Utrecht en gemeente Veenendaal streven naar binnenstedelijke woningbouw, waar voorliggend plan in past. De realisatie van voorliggend plan op de gewenste locatie aan de Nieuweweg voldoet aan de uitgangspunten van een duurzaam ruimtegebruik. Daarnaast slui de ontwikkeling aan bij de beleidsmatige uitgangspunten, zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van genoemd rapport. 4.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit het nationaal ruimtelijk beleid en bevat nadere regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien een aantal keer gewijzigd. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven. Toets bouwplan Binnen het plangebied zijn geen onderdelen van het Barro aanwezig en hiermee behoeft het geen specifieke aandacht in het onderhavige plan.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd tot 2050. De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven bestemmingsplan
15
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226 samenhangende beleidsthema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Stad en land gezond Klimaatbestendig & waterrobuust Duurzame energie Vitale steden & dorpen Duurzaam gezond & veilig bereikbaar Levend landschap erfgoed & cultuur Toekomstbestendige natuur & landbouw
De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Voor deze regio wordt een verstedelijkingsstrategie gegeven als regionale uitwerking van het beleid. Daaruit blijkt dat de woningbehoefte in Foodvalley het aanbod overtreft en ook de prognoses laten een groei zien. Het is de verwachting dat er in 2030/2040 in de regio Foodvalley ca. 40.000 woningen nodig zijn, waarvan 27.000 in het zuidelijke deel daarvan, waaronder Veenendaal. Toets bouwplan Het bouwplan komt tegemoet aan de wens om meer woningen te realiseren binnen Foodvalley (Zuid). Dankzij de in de exploitatieovereenkomst opgenomen voorwaarde om maatregelen te treffen zoals genoemd in het Puntensysteem Omgevingsvisie, wordt voldaan aan de doelstellingen van de provincie met betrekking tot duurzame energie, klimaatbestendig en duurzaam gezond & veilig bereikbaar. Het plan is dan ook niet in strijd met de Omgevingsvisie provincie Utrecht. 4.2.2
Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. In de omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. In de verordening zijn alle regels voor de leefomgeving van circa 20 verordeningen samengebracht naar één verordening. De omgevingsverordening bevat een verstedelijkingsverbod voor landelijk gebied, tenzij in de verordening anders bepaald. Voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen stedelijk gebied, geeft de verordening instructieregels voor onder meer woningbouw. Woningbouw dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw en woningbouw mag niet leiden tot extra bodemdaling. Daarnaast worden er instructieregels gegeven voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien waarborgt dat de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de knelpunten in de bereikbaarheid. Bij voorkeur leiden de nieuwe ontwikkelingen tot een afname van knelpunten in de bereikbaarheid.
Tot slot bevat de omgevingsverordening specifieke instructieregels voor een Omgevingsplan betrekking heeft op een locatie binnen onder andere de Cultuurhistorische hoofdstructuur, Stiltegebied, Overstroombaar gebied, een boringsvrije zone, beschermd natuurgebied, of een geluidscontour van een provinciale weg. Toets bouwplan Voorliggend bouwplan is in lijn met het programma woningbouw, omdat sprake is van extra woningbouw waarvan een deel in het sociale segment. In Veenendaal is er geen sprake van bodemdaling en is dit punt niet relevant. Ook leidt het plan niet tot knelpunten in de bereikbaarheid. Hierover meer onder 5.12 Mobiliteit Geconcludeerd wordt dat het bouwplan in overeenstemming is met de Omgevingsverordening.
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
4.2.3
Bodem- en waterprogramma 2022-2027
Het Bodem- en waterprogramma 2022-2027 is een uitwerking van ambities voor de bodem en het water uit de provinciale Omgevingsvisie. Onderdeel van het programma is het wettelijk verplichte Regionaal Waterplan onder de Waterwet. Het programma beschrijft hoe de provincie samen met andere partners wil werken aan ambities uit de Omgevingsvisie, welke beleidskeuzes we maken en hoe we hier uitvoering aan willen geven. Het programma gaat over duurzaam gebruik van de ondergrond, circulariteit, schoon oppervlaktewater, schone bodem en grondwater, voldoende water, waterveiligheid en energie uit bodem en water. Ook actuele vraagstukken zijn onderdeel van het programma. Het gaat dan bijvoorbeeld over omgaan met de toenemende periodes van droogte en wateroverlast, de toenemende drukte in de ondergrond en het vaststellen van doelen en maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). Thema's zijn: duurzaam gebruik ondergrond, circulair bodem- en waterbeheer, schoon oppervlaktewater, schone bodem en grondwater, bodemkwaliteit, - vruchtbaarheid, -aardkundige waarden en -ontgrondingen, voldoende water en voorkomen wateroverlast, waterveiligheid en energie uit bodem en water. Paragraaf 4.3 omschrijft de gebiedsopgaven van het gebied 'stad' (stedelijk gebied), waar Veenendaal onder valt.
Hier spelen stedelijke opgaven en die zijn ook vanuit bodem- en waterperspectief bezien vaak anders dan in de andere gebieden. 'Stad' is een van de snelst groeiende regio’s van Nederland. Het gebied kenmerkt zich onder andere door een grote verscheidenheid aan aantrekkelijke en cultuurhistorische landschappen. De huidige manier waarop steden en ook dorpen zijn ingericht, samen met onder meer de woningbouwopgave en de energietransitie, zorgen voor een toenemend probleem van wateroverlast, droogte- en hittestress en toenemende drukte in de ondergrond. Zowel bij ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied als bij uitbreidingslocaties is het van belang om voldoende waterberging te realiseren, teneinde wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te beperken. Mogelijkheden tot verkoeling zijn ook belangrijk, dus meer natuur, groen en recreatievoorzieningen, zoals zwemwater. Ook bij de locatiekeuze van nieuw stedelijk gebied is het bodem- en watersysteem van belang bij de integrale afweging. Hiervoor worden samen met andere overheden verstedelijkingsstrategieën voor de lange termijn opgesteld, en omgevingsvisies door de gemeenten. Toets bouwplan Het bouwplan voorziet in meer groen dan de huidige, volledig verharde situatie. Bovendien is aanvrager middels de exploitatieovereenkomst verplicht om aan het Puntensysteem Omgevingsvisie te voldoen.
Die Puntensysteem heeft een overlap met de doelstellingenit het Bodem- en waterpgrogramma. Onder 5.3 Waterhuishouding wordt de waterhuishouding binnen het plangebied nader toegelicht. Het bouwplan is niet in strijd met het Bodem- en waterprogramma.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Regio FoodValley
De regio FoodValley betreft een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen, Veenendaal, Renswoude, Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel. n deze regio werken ondernemers, onderwijs en de overheid samen aan een gezonde en duurzame regio voor bedrijven en inwoners. Een regio waar mensen graag wonen, werken en ondernemen. In de Strategische Agenda 2020-2025 staat beschreven hoe dit wordt bereikt. De volgende thema's zijn hierin beschreven: 1. Landbouw en vitaal platteland: op naar een duurzaam landbouwsysteem; 2. Voeding voor een gezond leven:
gezond, duurzaam en voldoende voedsel;
3. Energietransitie:
energieneutraal in 2050;
4. Human Capital:
kennis en vakmanschap;
5. Innovatie, clustervorming en circulaire economie:
bestemmingsplan
een toekomstbestendige regionale economie;
17
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
6. Fysieke randvoowaarden: 7. Quality of living:
economie en vervoer;
wonen, verstedelijking en landschap.
Met name thema 7 is relevant voor woningbouw binnen de regio FoodValley. De belangrijkste ambities binnen dit thema zijn: -Voldoende woningen en woningbouw: Tot 2030 maximaal 25.000 extra woningen, die inspelen op de (toekomstige) vraag. -Voldoende huizen voor iedere inkomensgroep. -Vitale en duurzame steden, dorpen en wijken: Verbetering van stads- en dorpscentra en alle woningen hebben in 2023 gemiddeld energielabel B en zijn in 2050 aardgasloos. -Behoud en verbetering van natuur en landschap: Woningbouw en energietransitie vragen ruimte: dit wordt slim ingepast zodat het minimale ruimte inneemt. Verstedelijking gaat niet ten koste van natuur en landschap. Toets bouwplan Voorliggend bouwplan komt tegemoet aan de ambitie om extra woningen te bouwen die inspelen op de vraag. Ook wordt oude, niet energiezuinige bebouwing gesloopt en aardgasloze, energiezuinige bebouwing teruggebouwd. Ook is er geen sprake van verlies van natuur of landschap. De nieuwe situatie wordt groener dan de bestaande toestand. Aan de uitgangspunten uit de Strategische Agenda wordt derhalve tegemoet gekomen. 4.3.2
Blauwe Omgevingsvisie 2050 en Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027
Blauwe Omgevingsvisie 2050 Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma. Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe hebben het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) op 21 november 2021 vastgesteld. Het BOP is de tactische uitwerking van de Blauwe omgevingsvisie (BOVI2050). Met als overkoepelend thema ‘een waardevolle leefomgeving’, worden de maatschappelijke thema’s klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit, gekoppeld aan de drie waterprincipes en geïntegreerd in vier gebiedsprogramma’s. Veenendaal valt binnen het gebiedsprogramma Gelderse Vallei. In en rondom Veenendaal zijn de volgende doelen opgesteld: Op orde houden van de waterkeringen. Na realisatie van de Grebbedijk is het doel om met gebiedspartners na te denken over toekomstige functies en status van de Slaperdijk.
Klimaatadaptatie maatregelen uitvoeren in bestaand stedelijk gebied door het bevorderen van een klimaatadaptieve inrichting van openbare- en particuliere terreinen. Energiewinning zoals thermische energie uit oppervlaktewater, wind en zon, gekoppeld aan de gemeentelijke Transitievisie Warmte. Verkennen principe klimaatmantels (bufferen van hemelwater) rond stedelijke kernen FoodValley. Toets bouwplan Het plangebied voorziet in een klimaatadaptieve inrichting in tegenstelling tot de huidige situatie. Het bouwplan is in lijn met de doelstellingen uit de Blauwe Omgevingsvisie en het Blauw Omgevingsprogramma.
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Strategische Visie Veenendaal 2040
Op 26 oktober 2017 heeft de raad de Strategische Visie voor Veenendaal in 2040 vastgesteld. Hierin zijn de kernambities voor de toekomst van Veenendaal opgenomen. Veenendalers kiezen voor een versterking van de woonfunctie en richten hun blik naar de regio. Dat betekent dat de ambities zich primair richten op het versterken van de woon- en leefomgeving, met in het kielzog de arbeidsmarkt gericht op wonen en arbeidsintensieve bedrijvigheid. Dit is in lijn met de trend werken volgt wonen. Ook de blik naar buiten die de voorkeur heeft van de Veenendaalse gemeenschap is in lijn met een belangrijke trend: die van lokale gebondenheid naar regionale samenwerking. Algemene conclusie van de demografische ontwikkelingen is dat Veenendaal in de toekomst niet alleen maar de groei hoeft te accommoderen, maar zich ook kan toeleggen op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Van kwantiteit naar kwaliteit! Deze kwaliteiten moeten een diverse bevolkingsgroep aanspreken. Veenendaal moet zich in de toekomst dus richten op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. En –in lijn met de wensen van inwoners– moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Dat betekent dat Veenendaal moet zorgen dat het slim omgaat met de ruimte door intensivering van de woonbebouwing, herontwikkeling en functieverandering en voldoende aandacht blijft houden voor groen. Onderdeel van een aantrekkelijke woonomgeving is een goede bereikbaarheid van arbeidsplaatsen. Veenendaal richt zich daarom in de toekomst niet op ruimte-intensieve en arbeidsextensieve bedrijvigheid, maar op arbeidsintensieve bedrijven. Kortom, de visie stelt vooral eisen aan de kwaliteit van nieuwe of herontwikkelingen en spreekt zich niet uit over kwantitatieve doelstellingen. Deze richting – Veenendaal als leefstad met een sterke, regionale binding – werken we uit aan de hand van vier thema’s. Juist binnen deze thema’s liggen de grootste maatschappelijke veranderingen. Per thema zijn de volgende kernambities geformuleerd: 1. Netwerksamenleving: “niet alleen, maar samen” met ruimte voor ieders eigen identiteit; 2. (Samen) leven: Veenendaal met excellent woonklimaat; 3. Digitale wereld: Veenendaal heeft een hoogwaardige duurzaam bedrijfsleven met arbeids- en kennisintensieve bedrijven en een bruisend multifunctioneel centrum; 4. Duurzaamheid: Veenendaal heeft in 2040 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond. Toets bouwplan Voorliggend bouwplan richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving in en rondom het plangebied.
Er is gekeken op welke manier de woningbouw stedenbouwkundig kan worden ingepast met minimale nadelige gevolgen voor omwonenden voor wat betreft uitzicht, schaduw en privacy. Met de huidige woningbouwopgave is een beperkte vermindering hiervan aanvaardbaar. Daar staat tegenover dat de woonomgeving wordt verbeterd door het realiseren van een groen en leefbaar middenterrein en het doorzetten van een wandelpad om het plangebied. Ook voor wat betreft duurzaamheid worden er flinke stappen gezet ten opzichte van de huidige situatie, doordat het plan moet voldoen aan het Puntensysteem Omgevingsvisie. Aan de uitgangspunten uit de Strategische Visie wordt dan ook voldaan. 4.4.2
Omgevingsvisie Veenendaal 2030
De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 17 december 2020 de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2030 is een plan op hoofdlijnen dat alle strategische beleidsplannen vervangt die gaan over de fysieke leefomgeving, zoals het milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeersen vervoersplan en de structuurvisie. De inhoud van de Strategische Visie 2040, die de gemeenteraad in 2017 vaststelde, is de basis geweest voor de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zet in op een koerswijziging van kwantiteit naar kwaliteit: beter en slimmer inrichten van de leefomgeving met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. Bij ieder initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij de principes gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226 2030 het volgende afwegingskader gegeven: 1. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan een Gezonde, Duurzame en Veilige leefomgeving. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om hier aan bij te dragen. Zo zal ook de gewenste groei van Veenendaal moeten bijdragen aan deze doelen. 2. We kiezen voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut. 3. We voorkomen dat negatieve gevolgen van ontwikkelingen afgewenteld worden op de omgeving. We beoordelen ruimtelijke ontwikkelingen integraal en in relatie tot de omgeving. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie 2030 specifieke opgaven en doelstellingen voor de thema's Gezond duurzaam en veilig, Bouwen en wonen, Groen natuur en water, Mobiliteit, Economie, Milieu, en er worden aanvullende opgaven en doelstellingen voor het centrum gegeven. Puntensysteem Omgevingsvisie In het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal, dat als beleidsregel is vastgesteld door het college, worden de ambities uit de Omgevingsvisie concreet gemaakt. De volgende thema's uit de omgevingsvisie zijn opgenomen: Gezonde en groene leefomgeving; Bewegen, ontmoeten, sporten en spelen (BOSS); Energietransitie en duurzaam bouwen; Natuurinclusief bouwen; Klimaatadaptatie; en Veiligheid en leefbaarheid.
Voor elk thema uit de Omgevingsvisie zijn maatregelen opgesomd waarmee wordt bijgedragen aan deze verschillende thema's. Aan deze maatregelen zijn punten gekoppeld. Een ontwikkelaar moet straks een minimale score per thema en een minimale score voor het totaal behalen. Op deze manier laten we de ambities uit de omgevingsvisie terugkomen in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het puntensysteem is toegespitst op de realisatie van woningen. Het fungeert daarmee als kader voor de beoordeling of een ontwikkeling voldoende bijdraagt aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Het puntensysteem wordt toegepast bij ontwikkelingen waarvoor een herziening, wijziging, uitwerking of afwijking van het bestemmingsplan nodig is. Het wordt alleen toegepast bij nieuwbouw van woningen en dus niet toegepast bij transformatie van bestaande bebouwing. In het bestemmingsplan wordt middels een dynamische verwijzing in de regels opgenomen dat de ontwikkeling moet voldoen aan het puntensysteem. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de eis om te voldoen aan het puntensysteem opgenomen in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning. Toets bouwplan In de exploitatieovereenkomst is vastgelegd dat initaitiefnemer moet aantonen dat het plan voldoet aan het Puntensysteem. Op deze manier kan worden geconcludeerd dat het bouwplan in overeenstemming is met de ambities uit de Omgevingsvisie.
4.4.3
Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal
Het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal is een uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 naar concrete maatregelen. Het puntensysteem is an toepassing op woningbouwprojecten waarvoor een herziening, uitwerking of wijziging van het bestemmingsplan nodig is. Voor elk thema uit de Omgevingsvisie zijn maatregelen in het Puntensysteem opgenomen. Elke maatregel draagt bij aan de verschillende thema's en aan elke maatregel is een aantal punten toegekend. Een ontwikkelaar die een plan in Veenendaal wil ontwikkelen, moet een minimale score per thema en een minimale score voor het totale plan behalen. De thema's zijn: - een gezonde en groene leefomgeving - bewegen, ontmoeten en sporten en spelen
20
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
- energietransitie en duurzaam bouwen - natuurinclusief bouwen - klimaatadaptatie - veiligheid en leefbaarheid Toets bouwplan In dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is bepaald dat voor het bouwen van een hoofdgebouw als voorwaarde aan de omgevingsvergunning wordt opgenomen dat aantoonbaar aan het Puntensysteem moet zijn voldaan binnen 12 maanden na ingebruikname van het gebouw. Hiremee is gewaarborgd dat aan het Puntensysteem en daarmee aan de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie wordt voldaan. 4.4.4
Groenbeleid
Groenstructuurplan Het doel van het groenstructuurplan is als volgt te formuleren: 1. De samenhang van het groen met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische patronen versterken; 2. met het groen de herkenbaarheid en identiteit van de openbare ruimte vergroten; 3. de gewenste groenstructuur formuleren en realiseren volgens de opgestelde visie; 4. groen bij nieuwe ontwikkelingen als bouwsteen en leidend principe gebruiken; 5. accenten in het groen aanbrengen overeenkomstig de plaats en het niveau. Er wordt een onderscheid gemaakt naar groen op twee niveaus: de hoofdgroenstructuur en het groen binnen wijken. Ten aanzien van de hoofdgroenstructuur is het doel de identiteit en de kwaliteit van de afzonderlijke elementen te vergoten, waarbij de aanwezige of gewenste samenhang (structuur) tussen de verschillende elementen en patronen als kader geldt. De hoofdgroenstructuur bestaat uit de volgende onderdelen: de Grift, de oude linten, pleinen, parken, begraafplaatsen en sportparken, de binnenring, de Rondweg, 't Goeie Spoor / Industrielaan / Wageningselaan, de snelweg A12, de spoorlijnen en de entrees. Spelregels groencompensatie Groencompensatie vormt een onderdeel van het totale groenbeleid en heeft als doel dat bij nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met bestaande groene structuren.
Doordat er praktisch toepasbare spelregels voor groencompensatie zijn vastgesteld, kunnen de gevolgen voor het groen bij nieuwe ontwikkelingen overzichtelijk worden gehouden. Hieronder volgt een opsomming van de uitgangspunten voor groencompensatie: Groencompensatie is een onderwerp dat met name voor het stedelijk gebied van belang is. Voor het buitengebied bestaan diverse regeling die behoud en versterking van groen als doel hebben en daarmee garanderen (Rode en groene contour in provinciaal Structuurplan, Landschapsontwikkelingsplan, bestemmingsplan Buitengebied etc.); Groencompensatie is maatwerk; Niet alleen denken in m2 (kwantiteit), maar ook type, volume, kwaliteit en vervangingswaarde van groen meenemen in de beoordeling; Behoud van belangrijke groenstructuren en karakteristieken per wijk of buurt. In het groenstructuurplan is de hoofdgroenstructuur voor Veenendaal als geheel opgenomen. Naast deze hoofdstructuur moet ook ingezoomd worden op het groen op wijk- of buurtniveau. In sommige wijken is de groenstructuur gekoppeld aan de stedenbouwkundige opzet. Het gaat erom deze karakteristieken te behouden of te versterken, ook bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeelden zijn brede grasbermen, bermen met hagen of bodembedekkers, bomen in een straat, etc. Recht doen aan verschillende functies van groen in een wijk of buurt.
Hierbij gaat het om aspecten als bereikbaarheid, gebruikswaarde (bijv. speelplek), visuele en ruimtelijke beleving, cultuurhistorische en architectonische kwaliteit en ecologische waarden. Ook de waarde voor milieu aspecten en het onderhoudsniveau en vitaliteit spelen hierbij een rol.
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Toets bouwplan Nu er in de bestaande situatie geen (bestemd of daadwerkelijk aanwezig) groen is, is er geen compensatievereiste. In de bestaande situatie is het gehele perceel volledig verhard en is er geen groen aanwezig, met uitzondering van enkele bomen langs de Nieuweweg. Deze bomen blijven behouden. In de nieuwe situatie wordt het middenterrein groen ingericht. Ook het dak van de halfverdiepte parkeergarage wordt groen. Zowel kwalitatief als kwantitatief neemt het groen toe. De locatie maakt geen onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur. Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke groenbeleid. 4.4.5
Welstandsnota 2017
Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden. Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel vergunningsplichtige gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Gekozen is welstandsvrij bouwen mogelijk te maken in een nieuw te ontwikkelen woongebied en op bestaande bedrijventerreinen. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt dus invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan.
In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren. MooiSticht is de Commissie voor ruimtelijke kwaliteit in Veenendaal die beoordeelt of een plan voldoet aan de redelijk eisen van welstand. Toets bouwplan Voor deze herontwikkeling zijn Ruimtelijke en programmatische kaders vastgesteld op 20 september 2021. Een beeldkwaliteitparagraaf maakt onderdeel uit van deze kaders. De welstandscommissie heeft het concept-bouwplan getoetst aan de Welstandsnota in samenhang met dit vastgestelde kader. Het bouwplan is in 2022 meermaals besproken in de vergadering van de welstandscommissie. Eind november heeft deze commissie op basis van het hieronder afgebeelde plan geconcludeerd dat dit plan in principe voldoet aan de redelijke eisen van welstand, onder voorbehoud van de verdere uitwerking.
22
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Gevelaanzichten gezien vanaf de Nieuweweg (bouwplan november 2022 dat in principe is goedgekeurd door MooiSticht)
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Gevelaanzicht rijwoningen (bouwplan november 2022 dat in principe is goedgekeurd door MooiSticht)
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Hoofdstuk 5
M ILIEU- EN OM GEVINGSASPECT EN
In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten voor de ontwikkeling van de planlocatie beschreven. Het gaat hierbij om de aspecten natuur, water, archeologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Voor ieder aspect is een onderzoek of toets uitgevoerd.
5.1
Asbest
5.1.1
Wettelijk kader
Om de bestaande bebouwing te mogen slopen dient volgens artikel 1.26 van het Bouwbesluit 2012 minimaal vier weken voor start van de werkzaamheden een sloopmelding te worden ingediend. Een actueel asbestinventarisatierapport is een verplichte bijlage bij deze melding. 5.1.2
Toets bouwplan
Hoewel niet vereist voor deze ruimtelijke procedure, heeft initiatiefnemer reeds op 4 juli 2022 een asbestinventarisatierapport (P18-0407-020 - Bedrijfspanden Nieuweweg 220, 222, 224, 224A resp. 226 3905 LT Veenendaal) laten uitvoeren door BOOT organiserend ingenieursburo B.V. De rapportage is geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop, onder de voorwaarde dat tijdens verwijdering van de begane grondvloer de niet geheel bereikbare kruipruimte alsnog wordt geïnspecteerd. Tijdens de inventarisatie zijn asbesthoudende materialen aangetroffen. In de rapportage is aangegeven op welke wijze deze veilig kunnen worden gesaneerd. Tijdens de inventarisatie zijn geen asbestverontreinigingen waargenomen. 5.1.3
Conclusie
Het aspect asbest vorm geen belemmering voor dit ruimtelijk plan. Minimaal vier weken voor uitvoering van de sloopwerkzaamheden dient een sloopmelding met actueel asbestinventarisatierapport te worden ingediend.
5.2
Bodem
Bij bodem wordt onderscheid gemaakt in de fysische en de chemische bodemkwaliteit. De fysische bodemkwaliteit heeft betrekking op de opbouw en samenstelling van de bodem. Denk hierbij aan draagkracht en in de bodem aanwezige voorwerpen, zoals archeologische vondsten. 5.2.1
Wettelijk kader
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Volgens het Bro zullen burgemeester en wethouders in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onder meer een onderzoek verrichten naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op daarvoor geschikte gronden te worden gerealiseerd. Wet bodembescherming De Wet Bodembescherming bevat de voorwaarden die kunnen en worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. De wet heeft betrekking op zowel landbodems als waterbodems. De Wet bodembescherming geeft aan wanneer er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en of er dan ook gesaneerd moet worden (saneringsnoodzaak). De hoeveelheid grond dan wel grondwater (beide in m³) en de mate van vervuiling, gemiddeld boven de interventiewaarde, zijn de criteria voor een geval van ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarde is de waarde, waarboven er mogelijk sprake is van humane, ecologische of verspreidingsrisico's. De urgentie van sanering wordt bepaald door de geplande projectontwikkeling. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging is er bij niet gewijzigd grondgebruik soms geen noodzaak tot saneren.
Voorbeelden zijn voormalige stortplaatsen en kleine verontreinigingen in het
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226 diepere grondwater. De gevallen van ernstige bodemverontreinigingen zijn door de Gemeente Veenendaal in beeld gebracht. In een aantal gevallen is in een beschikking Wet bodembescherming aangegeven wat er met een geval van ernstige bodemverontreiniging moet gebeuren. Nadat er is gesaneerd, kunnen er restverontreinigingen aanwezig zijn. Soms zijn er gebruiksbeperkingen. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is te voorkomen dat de bodem (grond en grondwater) en het oppervlaktewater verontreinigd worden door het gebruik van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Daarnaast wordt gestreefd naar hergebruik van grondstoffen, zodat minder materiaal wordt gestort en minder nieuwe grondstoffen hoeven te worden gewonnen. In het besluit zijn regels opgenomen over kwaliteitsborging, bouwstoffen, grond en baggerspecie. Grondverzet kan plaatsvinden conform het Besluit Bodemkwaliteit. 5.2.2
Toetsing bouwplan
Op de bodemkwaliteitskaart (Omgevingsdienst Utrecht) heeft de grond waar gebouwd gaat worden de bodemfunctieklasse 'Wonen'. Door aanvrager zijn de volgende bodemrapporten aangeleverd: 1.) Verkennend bodem- en asbestonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Nieuweweg 222 te Veenendaal, BOOT, kenmerk: P18-0407-006, d.d. 23 juli 2018; 2.) Bodem- en asbestonderzoek Nieuweweg 226 Veenendaal, Ingenieuwsbureau Land, kenmerk: R01-78226-RWI-d01, d.d. 9 februari 2021; 3.) Verkennend en nader bodemonderzoek NEN 5740 en NEN 5707 Nieuweweg 220, 224a, 226 te Veenendaal, BOOT, kenmerk P18-0407-028 d.d. 7 juli 2022. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Uit het verkennend bodem- en asbestonderzoek (1) komen de volgende conclusies en aanbevelingen: -De bovengrond met bodemvreemde bijmengingen bestaande uit o.a. baksteen en aardewerk is licht verontreinigd met minerale olie, PCB en/of lood en PAK. De zintuiglijk schone bovengrond alsmede de zintuiglijke schone ondergrond zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters. -Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen waarnemingen gedaan van (mogelijk verontreinigd) dempingsmateriaal. -Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de concentratie natrium in de grond is toegenomen alle overige onderzochte parameters zijn afgenomen ten opzichte van de nulsituatie. In het grondwater is de concentratie natrium, kalium en ammonium toegenomen.
De concentraties van overige parameters is afgenomen. De oorzaak van de toe- en afname is vermoedelijk te relateren aan bode gerelateerde processen en niet aan de activiteiten omtrent de ontwikkelruimte voor film en een chemieopslag. -Het grondwater op de locatie is licht verontreinigd met barium. -De licht verhoogde concentraties geven vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen. -De aangetoonde concentraties in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor het toekomstig gebruik van wonen met tuin. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. -Op het maaiveld en in de bodem is visueel geen asbest waargenomen daarnaast is in de bodem analytisch geen asbest aangetroffen. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. -Indien het niet mogelijk is om bij de ontwikkeling van de locatie met een gesloten grondbalans te werken, dient grond van de locatie afgevoerd te worden. Alvorens dit materiaal elders toegepast kan worden, dient een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit uitgevoerd te worden. Mogelijk kan in overleg met de gemeente een toepassing worden gezocht in het kader van actief bodembeheer (bodembeheerplan en bodemkwaliteitskaart). Bodem- en asbestrapport
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
Uit het bodem- en asbestrapport (2) komen de volgende resultaten en aanbevelingen:
Verkennend en nader bodemonderzoek Dit bodemonderzoek is een aanvulling op eerder op deze locaties uitgevoerde bodemonderzoeken. Het volgende wordt in dit onderzoek geconcludeerd: Aanvullend verzamelde historische informatie Het historisch onderzoek is aangevuld met ontbrekende gegevens aangaande de gedempte sloten en overige zaken. Bodemkwaliteit onder de aanwezige panden De bodemkwaliteit onder de aanwezige panden is onderzocht; De licht verhoogde concentraties PCB, kobalt, zink, lood, cadmium, PAK en/of minerale olie in de grond geven vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uit-voeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen; De aangetoonde concentraties in de bodem vormen in milieuhygiënische zin geen belemmering voor het huidig of toekomstig gebruik; wonen met tuin. Onderzoek gedempte sloten Bij de noordelijke gedempte sloot zijn geen directe aanwijzingen gevonden voor dempingsmateriaal.
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226 De licht verhoogde concentraties met kwik en lood geven vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen; Het onderzoek bij de zuidelijke sloot heeft plaatsgevonden met boringen en sleuven. Middels het graven van proefsleuven is gebleken dat ter plaatse van de zuidelijke slootdemping sprake is van sterke hoeveelheden bodemvreemde materiaal in de vormvan betonbrokken, resten ijzer, baksteen, hout en glas. De licht verhoogde concentraties met PCB, minerale olie en PAK geven vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van sanerende maatregelen. In het dempingsmateriaal is geen asbest waargenomen. In de verdachte bodemlaag ter plaatse van P401 (0,50 – 1,60 m-mv) is sprake van een gewogen con-centratie van 13 mg/kg ds. De aangetoonde concentratie is echter niet hoger dan de grenswaarde voor nader bodemonderzoek. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk; Samenvattend Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie voor wat betreft chemische parameters en asbest geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen). Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Op grond van resultaten van het eerder onderzoek en de huidige resultaten kan gesteld worden dat de gehele onderzoekslocatie hiermee in voldoende mate is onderzocht. Hiermee wordt antwoord gegeven aan de opmerkingen die door de Omgevingsdienst zijn gesteld in hun ROM advies. Aanbevelingen Aanbevolen wordt bij ontwikkeling van de locatie rekening te houden met het aangetroffen menggranulaat en dempingsmateriaal bij de zuidelijke gedempte sloot en of dat wat betreft samenstelling geschikt is voor een toekomstig inrichting. Milieuhygienisch gezien betreft het licht verontreinigd materiaal. De resultaten van het verkennend bodemonderzoek kunnen ter indicatie worden gebruikt voor grondverzet binnen de onderzoekslocatie. Indien het niet mogelijk is om bij de ontwikkeling van de onderzoekslocatie met een gesloten grondbalans te werken, dient grond van de locatie afgevoerd te worden. Mogelijk kan in overleg met de gemeente een toepassing worden gezocht in het kader van actief bodembeheer (bodem-beheerplan en bodemkwaliteitskaart); De Omgevingsdienst regio Utrecht heeft de onderzoeken beoordeeld en concludeert op 6 september 2022 het volgende: 1.1 De milieuhygiënische bodemkwaliteit is in voldoende mate vastgelegd. De bodemonderzoeken (1 t/m 3) geven een representatief beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Alle verdachte deellocaties zijn onderzocht.
De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek of sanering. 1.2 De bodem van het plangebied is geschikt. De bodem van het plangebied is geschikt voor de voorgenomen functie (wonen). Kanttekening De bodemonderzoeken (1 t/m 3) zijn niet beoordeeld in het kader van het opheffen van de bedrijfsactiviteiten (eindsituatie onderzoek). De inrichtingshouder zal bij het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten hiervan melding moeten doen volgens de geldende wet-en regelgeving. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodem geeft geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. De inrichtingshouder dient echter nog wel bij het beëindigen van de bedrijfsactivititen en voor start bouw hiervan melding te doen volgens de geldende wet- en regelgeving (eindsituatiebodemonderzoek).
5.3
Waterhuishouding
5.3.1
Wettelijk kader
De Europese Kaderrichtlijn Water (2003)
28
bestemmingsplan
bestemmingsplan Nieuweweg 220-226
De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is,maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming vanlandoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat:aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd;duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van debeschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijkevermindering van de verontreiniging van grondwater. Vierde Nota Waterhuishouding (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1998) De Vierde Nota Waterhuishouding geeft het kader voor het waterbeheer voor Nederland, nuen in de toekomst. De hoofddoelstelling is "een veilig en goed bewoonbaar land en het instand houden / versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee eenduurzaam gebruik blijft gegarandeerd". Om de veerkracht van de watersystemen tevergroten dient de waterconservering en buffering te worden bevorderd en de afwentelingvan (water-) problemen op naastgelegen gebieden te worden beperkt.
Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naastde zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid totvernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn lage ligging en hogeverstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in hetgeding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging.De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaaktdat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor debescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven.De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuweprojecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Waterbeleid 21e eeuw (WB21) Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan.Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordtbekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Dit waterplan valt onder hetregime van de nieuwe waterwet (22 dec. 2009).
Beleid Waterschap Vallei en Veluwe Het Waterschap geeft vergunningen af voor lozing op oppervlaktewater (Waterwet) en verleent ontheffing voor ingrepen in of nabij watergangen en -keringen (Keur). Daarnaast is het waterschap verantwoordelijk voor het onderhoud aan A-watergangen. Het waterschap hanteert de onderstaande beleidsregels voor nieuwe lozingen van verhardoppervlak. Keurartikel 3.4 Oppervlaktewaterlichamen: watervergunning brengen en onttrekken vanhoeveelheden water: Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur water te brengen of teonttrekken aan oppervlaktewaterlichamen. Algemene regel 3.2.54, artikel 1, lid 3: Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.4 van de Keur, voor hetbrengen van water in een oppervlaktewaterlichaam via nieuw verhard oppervlak binnende bebouwde kom voor zover: a. dit gebeurt in een oppervlaktewaterlichaam categorie A, B en C als aangewezen in de legger, en b. het totaal aaneengesloten nieuwe oppervlak niet meer bedraagt dan 0,15 ha, of c. de toename van het verhard oppervlak bestaat uit groen dak Beleidsregels m.b.t. keurartikel 3.4: In de Beleidsregels heeft het waterschap opgenomen dat het watersysteem bij eenT=100neerslaggebeurtenis moet blijven functioneren. Uitgangspunt is dat de aanleg vanverharding geen extra