CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.a Vaststelling bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74 - toelichting-definitief

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Naast Vendelseweg 7425.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.7.3

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering om medewerking aan het plan te verlenen.

bestemmingsplan

27

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

4.8

Geluid

4.8.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg en wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. In een ruimtelijk plan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterrein. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of de geluidbelasting binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De voorkeursgrenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. Voor spoorweglawaai bedraagt de voorkeursgrenswaarde 55 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van haar eigen beleid en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. De Wet geluidhinder geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven.

Een eventueel noodzakelijke akoestische afweging wordt in dergelijke gevallen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening gemaakt. In dat geval moet worden beoordeeld of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Beleidsregel hogere waarden Pas als blijkt dat niet aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan kan het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde verlenen (ontheffing van de voorkeurswaarde). Hierbij geldt wel een maximale ontheffingswaarde. Voordat een hogere waarde vast te stellen dienen bron- en overdrachtsmaatregelen afgewogen te worden. In deze beleidsregel worden randvoorwaarden genoemd voor het toestaan van hogere geluidsbelastingen dan de voorkeurswaarde. De voorwaarden zijn geformuleerd als eis of als inspanningsverplichting. Indien niet aan de inspanningsverplichting kan worden voldaan dient de initiatiefnemer te motiveren waarom dit niet kan of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen. 4.8.2

Toetsing bouwplan

Bij het wijzigen van een bestemmingsplan naar wonen (of andere geluidgevoelige bestemming) en bouwen van woningen is toetsing aan de Wet geluidhinder verplicht. De planlocatie ligt echter niet in een zone van een gezonerde weg volgens de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting van omliggende 30 km/h wegen in beeld gebracht (Bijlage 4). De gecumuleerde geluidbelasting, zonder aftrek ex. artikel 110g uit de Wet geluidhinder, bedraagt maximaal 56 dB. De gecumuleerde geluidbelasting is waarschijnlijk hoger dan 53 dB (exclusief aftrek ex. art. 110g Wgh). Dit betekent dat bij gebruik van standaard bouwmaterialen het vereiste binnenniveau van 33 dB mogelijk niet gehaald kan worden. Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting zonder aftrek inderdaad hoger is dan 53 dB dient er een onderzoek naar de gevelwering worden uitgevoerd zodat zeker is dat het binnenniveau van 33 dB gehaald wordt. Dit onderzoek moet bij de omgevingsvergunning bouwen toegevoegd worden. Er hoeven geen hogere waarden te worden verleend. 4.8.3

Conclusie

Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat er een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de Vendelseweg naast 74 gerealiseerd kan worden.

28

bestemmingsplan

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

4.9

Bedrijven- en milieuzonering

4.9.1

Wettelijk kader

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. De basis hiervoor vormt de Wet milieubeheer. In de VNG handreiking 'bedrijven en milieuzonering' 2009 zijn de aan te houden afstanden opgenomen. Hieraan wordt het plan dan ook getoetst. Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) dienen binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. 4.9.2

Toetsing bouwplan

1.1 Effect bouwplan op omliggende bedrijven Voor het beoordelen van de milieuhinder gaan wij ervan uit dat er sprake is van een zogenaamd “gemengd gebied”. In de VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering” editie 2009 staat dit omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging: “Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd, eveneens als gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen”. De richtafstanden zijn daarom met een afstandstap verlaagd ten opzichte van de in bijlage 1 van de VNG-handreiking opgenomen richtafstanden. In de directe omgeving van het bouwplan ligt een bestemming ‘Maatschappelijk’ en een bestemming “Horeca categorie 2”. De kortste afstand tussen de gevel van de beoogde nieuwe woningen en de bestemming 'Maatschappelijk' is ongeveer 20 meter en tot de bestemming 'Horeca' is dat ongeveer 12 meter. Voor de maatschappelijke bestemming is de richtafstand 50 meter, daarom is een onderzoek naar de milieuzonering uitgevoerd om te beoordelen of de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat (Bijlage 5).

uit het onderzoek blijkt dat de milieubelastende bestemmingen in de omgeving geen hinder te verwachten is aan de milieugevoelige bestemmingen binnen het plan. Op basis van dit onderzoek blijkt dat binnen het plan en de omgeving een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Tevens blijkt dat de aanwezige milieubelastende bestemmingen door de ontwikkeling niet worden beperkt. 4.9.3

Conclusie

Uit het onderzoek in combinatie met een onderbouwing blijkt er ter plekke van de geplande woningen sprake kan zijn van een goed woon- en leefklimaat.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Wettelijk kader Voor luchtkwaliteit zijn de luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5.2) van de Wet milieubeheer van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze Wet is nader uitgewerkt in Besluiten en Regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (nibm), het Besluit gevoelige bestemmingen en de Regeling beoordeling de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (nibm) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit nibm bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3. De Regeling nibm is hier een nadere uitwerking van. Hierin is bepaald dat

bestemmingsplan

29

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74 woningbouwprojecten tot 1.500 woningen en kantoren tot 100.000 m 2 zijn vrijgesteld van toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof. Besluit gevoelige bestemmingen Kinderen, ouderen en zieken zijn gevoeliger voor luchtvervuiling en worden daarom extra beschermd. Op basis van het Besluit gevoelige bestemmingen gelden voor gevoelige bestemmingen nabij wegen zwaardere beperkingen. Zo mogen binnen 300 meter van rijkswegen en 50 meter vanaf provinciale wegen geen bestemmingen voor langdurig verblijf als kinderdagverblijven, scholen of verzorgingstehuizen worden gebouwd, als de wettelijke grenswaarden worden overschreden. Het Besluit verplicht overheden om onderzoek uit te voeren naar de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Voor gemeentelijke wegen geldt een zwaardere motiveringsplicht. Concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof De Omgevingsdienst heeft de concentraties stikstofdioxide en (ultra) fijn stof voor het jaar 2015 en 2025 berekenend met het rekenmodel GeoMilieu. De wettellijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde ligt op 40 microgram per m3. De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m3 wordt overschreden wanneer de concentraties gemideld op jaarbais boven de 60 microgram per m3 uitkomen.

4.10.2 Toetsing bouwplan De gewenste ontwikkeling kan gezien worden als project wat 'niet in betekende mate' van belang is voor de luchtkwaliteit, waardoor het effect van het project op de luchtkwaliteit niet getoetst hoeft te worden. Andersom gezien wordt navolgend in beeld gebracht wat de luchtkwaliteit ter plekke van het plangebied is. In de tabel wordt een overzicht gegeven van de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) en van de waarden ter plekke van het plangebied. Daaruit blijkt dat de huidige bekende achtergrondconcentraties en de verwachte achtergrondconcentraties ruim lager zijn dan de grenswaarden.

Tabel 4.1: Grenswaarden luchtkwaliteit en waarden ter plekke v an het plangebied (bron: Geoloket)

De World Health Organisation (WHO) en Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) hanteren advieswaarden voor fijn stof en zeer fijn stof van respectievelijk 20 µg/m3 en 10 µg/m3. Dit ligt duidelijk lager dan de wettelijke grenswaarden. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is zal de jaargemiddelde concentratie van (zeer) fijn stof verder afnemen in de toekomst. De toekomstige concentratie van PM10 voldoet in 2030 aan de advieswaarde. De huidige en toekomstige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat. 4.10.3 Conclusie Door de beperkte omvang van de ontwikkeling, is het 'niet in betekende mate' van belang voor het effect op de luchtkwaliteit. Ook blijkt dat voldaan wordt aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit het aspect luchtkwaliteit.

30

bestemmingsplan

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

4.11

Mobiliteit

4.11.1 Wettelijk kader Om te voorzien in de veranderende mobiliteit en bij te dragen aan de ambities van Veenendaal, is er een nieuwe notitie parkeernormen opgesteld (2020). Hiermee wordt beoogd duidelijkheid te scheppen door alle parkeernormen te bundelen in één document en beter aan te sluiten bij de ontwikkelingen en trends in onze samenleving. De notitie heeft als ontwerp voor zes weken ter inzage gelegen tot en met 27 augustus en is eind 2020 vastgesteld door de gemeenteraad van Veenendaal. 4.11.2 Toetsing bouwplan In de parkeernormennotite 2020 wordt Veenendaal opgedeeld in vijf zones waarin verschillende parkeernormen gelden. De Vendelseweg is gelegen in zone 3. De parkeernorm voor een rijwoning bedraagt 1,1. Er zijn derhalve voor de drie woningen vijf parkeerplaatsen nodig. Deze zullen op eigen terrein worden gerealiseerd. Het plan voorziet in drie bergingen ten behoeve van fietspakeren. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie kan gebruikgemaakt worden van de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Daarin wordt de de gemiddelde verkeersgeneratie van een tussen- of hoekwoning geschat op 7,1 mvt/etmaal in de rest bebouwde kom van matig stedelijk gebied. Met voorliggend wijzigingsplan worden er drie woningen gerealiseerd, waardoor de toekomstige verkeersgeneratie uitkomt op 21,3 mvt/etmaal.

Deze geringe toename zal niet leiden tot onevenredige toename van de verkeerssituatie ter hoogte van het plangebied.

4.11.3 Conclusie Het plan voldoet aan de notitie parkeernormen 2020. De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r) in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.- beoordeling. Voor een aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, zal door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie opgesteld moeten worden. Na het indienen van de aanmeldnotitie dient het bevoegd binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Vervolgens moet de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is vereist als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en de besluiten (kolom 4) die daaraan zijn gekoppeld, in gevallen waarin de omvang van activiteiten onder de drempelwaarden (kolom 2 van de D-lijst) liggen.

4.12.1 Toetsing bouwplan De ontwikkeling van woningen valt onder categorie D 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De beoogde ontwikkeling van drie woningen blijft onder de in kolom 2 genoemde drempel van meer dan 2000 woningen. Er dient een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De vormvrije m.e.r. beoordeling is opgenomen in de bijlagen (Bijlage 6). Hierin wordt geconcludeerd dat gelet op alle kenmerken van het project ten opzichte van de referentiesituatie en de uitkomsten van de daarbij verrichte onderzoeken, kan worden uitgesloten dat het verschil tussen de milieueffecten, van de aangevraagde situatie en de milieueffecten van de referentiesituatie, belangrijke nadelige effecten voor het milieu kan hebben.

bestemmingsplan

31

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

Het opstellen van een milieueffectrapport (MER) heeft geen toegevoegde waarde. 4.12.2 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het planvoornemen naar voren gekomen uit de vormvrije m.e.r. beoordeling, een MER is niet nodig.

4.13

Totaalbeeld aspecten

Uit alle gevoerde onderzoeken komt naar voren dat het bestemmingsplan niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving.

32

bestemmingsplan

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

Hoofdstuk 5 5.1

JURIDISCHE PLANOPZET

Inleiding

Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding Zoals reeds eerder gesteld is de verbeelding gerelateerd aan de regels (en vice versa) en heeft tevens de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Verder kunnen er binnen een bestemming verklaringen zijn aangegeven. Deze hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken.

Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtsreeks burgers bindende werking.

5.2

De indeling van de planregels

Het gemeentelijk beleid is vertaald in de planregels. Het deelplan bevat normatieve regels, die bindend zijn voor zowel de overheid als de burger. Daarbij is geprobeerd een flexibel stelsel van regels te ontwikkelen zonder daarbij tekort te doen aan eisen van rechtszekerheid. Gekozen is daarom om het aantal bestemmingen op de verbeelding te beperken tot datgene wat noodzakelijk wordt geacht. Het is voor beide partijen van groot belang, dat de verbeelding en de planregels duidelijke informatie verschaffen. Door het aantal bestemmingen met een minimum te beperken wordt de leesbaarheid en duidelijkheid van zowel de verbeelding als de planregels vergroot. Een leesbaar en duidelijk plan zorgt bovendien voor een plan dat handhaafbaar is. De indeling van de planregels is als volgt: 5.2.1

Inleidende regels (hoofdstuk 1)

Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt tevens de wijze van peilbepaling.

bestemmingsplan

33

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

5.2.2

Bestemmingsregels (hoofdstuk 2)

Binnen dit plan komen de volgende bestemmingen voor: Bestemming Groen Verkeer Wonen

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie - Hoog

Vrijwaringszone Vrijwaringszone - molenbiotoop

Functieaanduiding Bouwvlak Bouwaanduiding Aaneengebouwd

In paragraaf 5.3 wordt er per bestemming aangegeven wat de gebruiksmogelijkheden en de bouwmogelijkheden zijn. 5.2.3

Algemene regels (hoofdstuk 3)

Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels; Overige regels

5.3

Bestemmingen

De bestemmingen bestaan uit een opsomming van omschrijvingen die aangeven hoe een bepaalde plek gebruikt mag worden en wat er op een bepaalde plek gebouwd mag worden. Dit wordt respectievelijk opgesomd in de bestemmingsomschrijving en de bouwregels. Hieronder wordt de voor dit plan geldende bestemming toegelicht. Er wordt aangegeven wat de gebruiksen bouwmogelijkheden zijn. Groen - G Gebruiksmogelijkheden De voor 'Groen - G' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, watervoorzieningen, voetpaden, beeldende kunst, en speelvoorzieningen. Fietspaden en parkeerplaatsen vallen onder de bestemming Verkeer en vallen niet onder de bestemming Groen. Dit type groen bevat bos, perken, water, plantsoenen, en overige groenvoorzieningen. Speelvoorzieningen, hondenuitlaatvoorzieningen, en beeldende kunst worden ook mogelijk geacht binnen de bestemming.

34

bestemmingsplan

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74 ter plaatse van de aanduiding volkstuinen is een volkstuin toegestaan; ter plaatse van de aanduiding verenigingsgebouw is een verenigingsgebouw toegestaan binnen de bestemming Groen. Dit is opgenomen ten behoeve van het volkstuinencomplex en de bijenstal (beide aan de Grebbeweg) en het gebouw van de speeltuinvereniging "de Pol"; ter plaatse van de aanduiding "stadspark" zijn evenementen toegestaan, om jaarlijks terugkerende evenementen toe te staan binnen de bestemming groen. Additionele voorzieningen: gedacht kan worden aan plantenbakken, fonteinen, bankjes, prullenbakken, verlichting. Bouwmogelijkheden Op de gronden mogen in principe alleen gebouwen van algemeen nut en overige bouwwerken gebouwd worden. Uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak mogen gebouwen, niet zijnde de gebouwen van algemeen nut, met een maximum bouwhoogte van 5 meter gebouwd worden. Afwijken ten behoeve van wegreconstructies Voor het gebruiken van gronden voor niet-ingrijpende herinrichting van het openbaar gebied zoals voor wegreconstructies is het mogelijk om binnen de groenbestemming flexibiliteit toe te staan.Het kan bijvoorbeeld gaan om het toevoegen van een aantal parkeerplaatsen in een groenstrook, het verleggen van trottoirs of het aanbrengen van groenvoorzieningen.

Op deze manier wordt de groenbestemming beschermd, maar is er voor het college een mogelijkheid om wegreconstructies doorgang te laten vinden. Een voorwaarde hiervoor is groencompensatie. Verkeer - V Gebruiksmogelijkheden De gronden met de bestemming 'Verkeer - V' zijn primair bestemd voor wegen. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor de aanleg en instandhouding van kunstwerken, auto- en fietsparkeervoorzieningen, water, verhardingen, doeleinden van algemeen nut, en infrastructuur ter ondersteuning of ten behoeve van het wegverkeer. Bouwmogelijkheden Op deze gronden zijn uitsluitend overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouwen zijnde) toegestaan. Deze mogen maximaal 6 meter hoog zijn. Voor sport zijn ruime bouwmogelijkheden opgelegd om ruimte te bieden voor de sportvoorzieningen die doorgaans benodigd zijn. Additionele voorzieningen: gedacht kan worden aan: bankjes, prullenbakken, pleinen.

Wonen - W Gebruiksmogelijkheden Op de gronden met de bestemming 'Wonen' mag natuurlijk gewoond worden. Daarnaast is het direct toegestaan om beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen in hoofd- of bijgebouw tot een maximum van 45 m². Dit gebruik is echter wel aan voorwaarden onderhevig, de voorwaarden worden in specifieke gebruiksregels binnen de bestemming opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding [aeg] mogen alleen aaneengesloten woningen worden gebouwd; Hoewel wonen in een vrijstaand bijgebouw niet toegestaan is, geldt er een uitzondering ten behoeve van mantelzorg. Deze is wettelijk geregeld (bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). Hierover is daarom geen regeling in het bestemmingsplan opgenomen. Bouwmogelijkheden Het gedeelte van een woonperceel waarop een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken kunnen worden gebouwd is bedekt met een bouwvlak. Nu wordt in de bestemmingsregeling onderscheid gemaakt tussen twee zones: het bouwvlak;

bestemmingsplan

35

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74 gebied voor de voorgevel. Het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gebouwd worden. Er zijn twee uitzonderingen waarbij het gebied voor de voorgevel (dus buiten het bouwvlak) wel bebouwd mag worden. Deze uitzonderingen zijn: 1. de erker- en luifelregeling; 2. het geval dat er in de bestaande situatie bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel gesitueerd zijn, deze mogen worden gehandhaafd. Er is een regeling opgenomen voor bijbehorende bouwwerken, waarin de maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken als volgt is gerelateerd aan de grootte van het bouwperceel: 1. in geval van een bouwperceel kleiner dan of gelijk aan 200 m2: 25% van dat bouwperceel; 2. in geval van een bouwperceel groter dan 200 m2: 50m², vermeerderd met 20% van het deel van het bouwperceel dat groter is dan 200 m2, tot een maximum van in totaal 120m². Dit betekent ten opzichte van de oude regeling een aanmerkelijke verruiming van de mogelijkheden voor met name de grotere percelen. Daarnaast is er een ruimere regeling opgenomen voor aanbouwen aan de zijgevel van hoofdgebouwen. Bijbehorende bouwwerken mogen vanaf 1 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd worden. Voor aaneengebouwde woningen geldt de standaard maximum afmeting van 6 meter (goothoogte) en 10 meter (bouwhoogte).

Vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan tot 3,3 meter (goothoogte) en 5 meter (bouwhoogte). Bij additionele voorzieningen kan worden gedacht aan: parkeerplaatsen, tuinen, vijvers, garages, carports, erven etc. Vrijwaringszone - molenbiotoop (gebiedsaanduiding) Gebruiksmogelijkheden De gronden gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven 'molenbiotoop', zijn primair bestemd voor de aanleg, instandhouding en herstel van molen. Indien strijd ontstaat tussen het belang van molenbiotoop en de overige bestemmingen, prevaleert de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop''. Bouwmogelijkheden Om voor de molen vrije windvang te garanderen en het zicht op de molen veilig te stellen geldt binnen de op de verbeelding als molenbiotoop aangeduide gronden dat: 1. binnen een straal van 100 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht hoger dan het onderste punt van de verticale staande wiek; 2. binnen de straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing of beplanting en het onderste punt van de verticaal staande wieken van de molen. Burgemeester en wethouders kunnen onder bepaalde voorwaarden afwijken via omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen (o.a.

dat de vrije windvang of het zicht ter plaatse reeds beperkt is). Daarbij is er een omgevingsvergunningsvereiste opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Overgangsrecht In hoofdstuk 4 is het overgangrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd.

36

bestemmingsplan

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

Hoofdstuk 6

FINANCIEEL-ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat een gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop de bouw van één of meer woningen is voorgenomen. De gemeenteraad hoeft geen exploitatieplan vast te stellen als het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het plan begrepen grond op een andere manier verzekerd is. Het aangaan van een exploitatie- en planschadeovereenkomst voorziet in deze 'anderszins' verzekering. Om de financiële haalbaarheid van het plan te garanderen en te voldoen aan de wettelijke plicht ex artikel 6.12 Wro, is met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst aangegaan. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van het plangebied en de te ontvangen of te betalen exploitatiebijdrage. Uit de overeenkomst blijkt dat het verhaal van de kosten zullen worden gedragen door de initiatiefnemer. Zodoende is de economische uitvoerbaarheid niet in het geding.

bestemmingsplan

37

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

Hoofdstuk 7

M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID

Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Om in het voortraject inspraak te kunnen hebben worden belanghebbenden uitgenodigd om te participeren in de totstandkoming van het bestemmingsplan. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Met de burgerparticipatie wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het plan en te reageren op de inhoud.

7.1

Vooroverleg

In het kader van vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit omgevingsrecht wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende de inzagetermijn toegezonden aan de provincie Utrecht en het Waterschap Vallei en Veluwe. Het plan raakt geen belangen van het Rijk of andere gemeenten.

7.2

Participatie

Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Om in het voortraject inspraak te kunnen hebben worden belanghebbenden uitgenodigd om te participeren in de totstandkoming van het bestemmingsplan. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Met de burgerparticipatie wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het plan en te reageren op de inhoud. In september 2020 was een fysieke bijeenkomst gepland. Deze kon niet doorgaan door Corona. Daarom is besloten de fysieke bijeenkomst om te zetten in een informatiebrief met contact mogelijkheid. Omwonenden hebben hun kanttekeningen bij het plan kunnen ventileren en deze zijn meegenomen bij de ontwikkeling. Veelal wordt ingezoomd op parkeren en bouwverkeer. Hier wordt rekening mee gehouden in het plan. Gedurende de inzage termijn zal nog een fysieke bijeenkomst worden georganiseerd om de plannen en de verwerking van de reacties toe te lichten aan de omwonenden.

7.3

Terinzagelegging ontwerp

Korte samenvatting ter inzage legging en eventuele verwijzing naar zienswijzennota.

38

bestemmingsplan

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

Bijlagen

bestemmingsplan

39

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

Bijlage 1 Inrichtingsplan groen

40

bestemmingsplan

Beplantingsplan hoek Veldelseweg- Holleweg Nummer

Werkzaamheden Aanvragen en verzorgen Klicmelding

1 2 3 4

Aanbrengen beplanting Heptacodium miconides meestammige 200/250 -SG Gietrand 30 cm, rol 3 m (groen LDPE) Taxus baccata ‘Repandens’ 30/40 cm mkl Spiraea betulifolia `Tor` pot Hydrangea pan. 'Kyushu' 2L 40/60 cm Afvoeren van uitkomende grond Aanbrengen grond zie bijgevoegde lijst Nazorg en onderhoud (2 jaar) Onderhoudplantvakken schoffelen/weiden en uitharken 50 m2 X 12 beurten per jaar Watergeven beplanting 50 m2 x 8 per jaar

totaal 1 stuk st/per/m2 2 stuks 3 3 3

stel post

25 10 15

75 stuks 30 stuks 45 stuks

30 m3

24 keer 16 keer

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

Bijlage 2 Watertoets

42

bestemmingsplan

datum 4-3-2021 dossiercode 20210304-10-25741

Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure)

Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.

Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.

Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.

Algemene aandachtspunten

Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hierbij verder helpen.

Tot slot Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de website van het waterschap (www.vallei-veluwe.nl/loket). Op www.omgevingsloket.nlkunt u een watervergunning aanvragen. Daarnaast kunt u telefonisch contact opnemen met het waterschap onder telefoonnummer 055 - 52 72 911. Wij wensen u succes met de verdere ruimtelijke planvorming en verzoeken u het voorontwerp bestemmingsplan naar ons te mailen [watertoets@vallei-veluwe.nl].

Heeft u vragen of opmerkingen over deze watertoetsapplicatie? Laat het ons per mail weten [watertoets@vallei-veluwe.nl]. Voor dringende watertoetszaken kunt u ons telefonisch bereiken op 055 - 52 72 911.

Team Watertoets, Waterschap Vallei en Vallei

Disclaimer Waterschap Vallei en Veluwe streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Vallei en Veluwe aanvaard geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.

www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan Naast Vendelseweg 74

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek

46

bestemmingsplan

Van Driesten Bouwbedrijf Harskamp BV Verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Vendelseweg naast nr. 74 te Veenendaal Projectnummer: 201118/dh/sh Datum: 4 februari 2021

Opdrachtgever Van Driesten Bouwbedrijf Harskamp BV Westenengseweg 24 6732 GJ HARSKAMP Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl

BRL-SIKB 2000

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING............................................................................................................................. 1

2

VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 6

3.1 3.2 3.3 3.4 4

ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 3 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 4 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 5 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 6 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 7 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 7 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ..................................... 9

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 10

4.1 4.2 4.3

ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 10 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 10 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 10

BIJLAGEN: 1 2 3 4 5

Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem en asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie

TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

1

INLEIDING

In opdracht van Van Driesten Bouwbedrijf Harskamp BV is in november 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Vendelseweg, naast nummer 74 te Veenendaal. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).

1

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2

VOORONDERZOEK

In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:

verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN

1. locatiegegevens 2.bodemopbouw en geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 5. terreinverkenning

eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering

Aanleidingen tot vooronderzoek A

B

O

O

C

D

E

F

G

O O O

A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel

2.1

Onderzoeksaanleiding

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie Omgevingsdienst Regio Utrecht; • www.bodemloket.nl; • www.topotijdreis; • Bagviewer; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. 2.2

Achtergrondinformatie

De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Vendelseweg, naast nr. 74 te Veenendaal en staat kadastraal bekend als: gemeente Veenendaal, sectie G, nr. 1354. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 650 m2. Het voornemen bestaat om op de locatie nieuwbouw te realiseren. Op de aangrenzende locaties is bebouwing gesitueerd. Ten noorden is een kerkhof aanwezig. Momenteel is de locatie voorzien van gras. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

2

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2.3

Historische informatie

Uit informatie van de omgevingsdienst Regio Utrecht blijkt dat op de locatie geen activiteiten/calamiteiten hebben plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit nadelig kunnen hebben beïnvloed. De locatie is voor zover bekend niet eerder onderzocht. Figuur 1: informatie ODRU

De locatie is altijd onbebouwd geweest en ingericht als plantsoen (bron: “www.topotijdreis.nl”). 2.4

Bodemopbouw en geohydrologie

Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland (TNO-DGV). De gegevens over de bodemopbouw zijn samengevat in tabel 2. Tabel 2:

schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw

pakket Deklaag en 1e WVP (formatie van Twente, Eemformatie en formatie van Kreftenheye) Eerste scheidende laag

diepte [m-mv]

samenstelling

parameters

0 - 25

fijne slibhoudende zanden op grofzandige afzettingen

kD-waarde = ca. 1000 m2/d

25 - 45

bekkenklei

2e WVP

> 45 matig grove tot grove zanden Toelichting: WVP= watervoerend pakket kD-waarde = doorlaatvermogen of transmissiviteit

Regionale grondwaterstroming Het grondwater in het watervoerend pakket stroomt regionaal gezien overwegend in (zuid)westelijke richting.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

3

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2.5

Hypothese en onderzoeksstrategie

Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie deels onverdacht voor bodemverontreiniging, met uitzondering van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de actuele contactzone. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op niet verdachte locaties (strategie “ONV” uit de NEN 5740). De grondmonsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. Het grondwater bevindt zich dieper dan 5,0 m-mv en is derhalve niet onderzocht. Vanwege de bodemopbouw is een extra NEN-pakket ingezet. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is in aanvulling op het verkennend bodemonderzoek een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform de onderzoeksstrategie op een verdachte locatie strategie 6.4.5 uit de NEN-5707. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Tabel 3:

veld- en laboratoriumonderzoek

sublocatie/onderdeel

Vendelseweg < 1.000 m2 asbestonderzoek

boringen 0,5 m-mv

veldonderzoek waarvan tot > 2 m-mv

6 6#

#: putjes 30 x 30 cm i.c.m. verkennend onderzoek

2 2#

laboratoriumonderzoek met peilbuis

vaste bodem

grondwater

1 -

3 x NEN-grond* 1 x asbest

@ -

*: inclusief arseen en chroom @; dieper dan 5,0 m-mv, derhalve niet onderzocht

De samenstelling van het in tabel 3 genoemde “NEN-pakket” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:

samenstelling NEN Pakket

Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

NEN-grond X X X X

4

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

2.6

Betrouwbaarheid onderzoek

Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

5

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK

3.1

Veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd op 27 november 2020 door de gecertificeerde medewerker dhr. R. Roelofs van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 6 handboringen uitgevoerd (1 t/m 6). Het grondwater bevindt zich dieper dan 5,0 m-mv en is derhalve niet onderzocht. De maximale boordiepte bedraagt 5,0 m-mv. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond/puin is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond/puin is een mengmonster samengesteld van de actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de situatie van de monsterpunten verwijzen wij naar tekening 1-1.

Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5: traject (m-mv) 0,0 ~ 1,0 1,0 ~ 1,5

samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel hoofdnaam

toevoeging

zand matig fijn

zwak siltig, zwak tot matig humeus, zwak grindig

zand, matig fijn

zwak siltig, lokaal zwak humeus

1,5 ~ 2,5

zand, matig fijn

zwak siltig, zwak grindig

2,5 - 5,0

zand, matig fijn

zwak siltig

grondwaterstand: > 5,0 m-mv

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, tot 1,0 m-mv, brokken tot matige bijmengingen aan puin waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

6

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3.2

Laboratorium onderzoek

Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 6 en 7. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 en 7. 3.3

Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters

Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:

De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.

I (•••)1 :

De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

1

De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6.

Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

7

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

Tabel 6:

analyseresultaten vaste bodem en toetsing

% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) MM-01 MM-02 MM-03 1 t/m 6 1 t/m 6 1+5 AW½ I-waarde waarde (AW+I) 0,0~0,5 0,5~1,0 1,0~2,0 < < < 20 48 76 @ @ @ @ @ @ < < < 0,6 6,8 13 < < < 55 117,5 180 < < < 15 102,5 190 < < < 40 115 190 < < < 0,15 18,08 36 120• 61• < 50 290 530 < < < 1,5 96 190 < < < 35 67,5 100 170• < < 140 430 720 2,3• 2,0• < 1,5 20,8 40 0,064• < < 0,02 0,51 1 < < < 190 2595 5000

Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde

-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

8

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

3.4

Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest

Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.

Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’ Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.

Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 7:

analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten) monstergegevens

Monster RE-01

Sleuf/MP 1 t/m 6

materiaaltraject monster(s) (m-mv) >20 mm (mg) 0,0~1,0

-

analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) bodem/puin bodem/puin gewogen* > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte in mg/kg ds. in mg/kg ds. in bodem/puin <0,3

n.a.

<0,3

asbesttype soort H/NH asbest -

-

Toelichting bij tabel: P: puin n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

9

_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________

4

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN

In opdracht van Van Driesten Bouwbedrijf Harskamp BV is in november 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Vendelseweg, naast nummer 74 te Veenendaal. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen nieuwbouw op de locatie, en heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. 4.1

Asbestonderzoek

Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, tot 1,0 m-mv, brokken tot matige bijmengingen aan puin waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de puinhoudende bodemlaag binnen RE-01 [0,0~1,0 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. 4.2

Vaste bodem en grondwater

Analytisch zijn in bovengrondmengmonster MM-01 licht verhoogde gehalten aan lood, zink, PAK en PCB’s aangetoond De aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Analytisch zijn in het puinhoudende ondergrondmengmonster MM-02 licht verhoogde gehalten aan lood en PAK aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Analytisch zijn in ondergrondmengmonster MM-03, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het grondwater bevindt zich dieper dan 5,0 m-mv en is derhalve niet onderzocht. 4.3

Conclusies en aanbevelingen

In de bodem is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. In de vaste bodem zijn licht verhoogde gehalten aan lood, zink, PAK en PCB’s aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Het grondwater is niet onderzocht. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, milieutechnisch gezien, geen bezwaren voor de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Verder adviseren wij om bij ontwikkeling van de locatie te werken met een gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing (Bbk). Af te voeren grond dient eventueel AP-04 te worden ingekeurd, voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden. Tevens dient men rekening te houden met het vrijkomen van matig puinhoudende grond.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Vendelseweg naast nr.74 te Veenendaal

10

BIJLAGE 1 Kadastraal overzicht

Kadastrale kaart

Uw referentie: 201118

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Veenendaal G 1354

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 2 februari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen

01

03

gras, m aaiveld

0

0 1

50

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, brokken puin, schep

0 1

50 -50

2 100

gras, m aaiveld

0

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, edelm an

100

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, brokken puin, schep -50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11093474/2