3.a Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan - rapportage
Tekst van het document
Meerjarenonderhoudsplan (groot onderhoud)
De begrote kosten per object/per jaar zijn op basis van het beleids- en onderhoudskader (paragraaf 3.4 en 3.6) vastgesteld. Voor het bepalen van de onderhoudstoestand en de daarmee gepaard gaande onderhoudskosten, is de NEN 2767 als beoordelingssystematiek gehanteerd. Merendeel van de vastgoedportefeuille wordt onderhouden op conditieniveau 3 (redelijk). Een aantal objecten wordt op een hoger en/of lager niveau onderhouden (zie tabel 9). Het gehanteerde onderhoudsniveau per object leidt vervolgens tot de begrote kosten per jaar (zie bijlage 2). Vervolgens zijn de kosten voor de gehele vastgoedportefeuille doorgerekend. Hieronder zijn voor de komende 10 jaar de begrote kosten uit het MOP 2021-2024 weergegeven, waarbij het MOP 2017-2020 van de voorgaande beheerperiode ter vergelijk wordt weergegeven. 2021 2022 2023 2024 MOP 0,893 1,993 1,092 2,169 2017-2020 MOP 0,836 0,912 0,961 1,489 2021-2024 Tabel 14 MOP 2021-2030 kosten groot onderhoud.
2025
2026
2027
2028
2029
2030
gem.
1,622
2,068
1,428
1,442
1,456
1,471
1,563
1,605
1,797
1,703
1,696
1,589
1,463
1,405
Bedragen x miljoen euro.
Wanneer we het MOP uit beheerperiode 2017-2020 vergelijken met het MOP uit beheerperiode 2021-2024, zijn de gemiddelde kosten over 10 jaar voor groot onderhoud circa 10% lager dan voorheen. Dit verschil wordt grotendeels verklaard doordat in het MOP van de vorige beheerperiode geen onderscheid is gemaakt in groot onderhoud en functionele aanpassingen (vervangingsinvesteringen). Voor de volledigheid: duurzaamheidsinvesteringen vallen hier niet onder. Verder is voor de komende periode rekening gehouden dat er meer bouw- en installatiedelen moeten worden vervangen (einde technische levensduur) en dat de bouwkosten in de afgelopen beheerperiode zijn gestegen.
11640 – Vastgoedbeheerplan gemeente Veenendaal Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan Beheerperiode 2021 - 2024
Pagina 25 van 28
7.3.
Dotatie onderhoudsvoorziening 2021-2030
De benodigde dotaties in de onderhoudsvoorziening worden afgeleid uit: • De stand van de onderhoudsvoorziening op 1 januari 2021; • De reeds in de begroting vastgelegde dotaties voor de jaren 2021-2024 (begroting); • De geëxtrapoleerde dotaties voor de jaren 2025 en verder (jaarlijkse inflatiecorrectie 1,5%); • De begroting van het groot onderhoud in de jaren 2021-2030 en verder. Als stand van de voorziening op 1 ja uar 1 w rdt u tgegaa va ee sa d va € 3 33 1 3,--. Dit is het sa d va de sta d per 31 decem er (€ 9 ,--) verminderd met saldo van de nog uit te voeren restantkredieten per 31 december (€ 1 35 ,--). De omvang van de voorziening, rekening houdend met de jaarlijkse dotatie, moet toereikend zijn om het toekomstig geplande groot onderhoud op elk moment in de tijd ten laste van de voorziening te kunnen brengen. Op basis van het saldo van de voorziening per 1 januari 2021 en de begrote lasten van het groot onderhoud (is onttrekking) voor de komende 10 jaar is de d tat e per jaar epaa d p € 1 5 ,-- (daarna jaarlijkse geïndexeerd met 1,5%). Het saldo van de onderhoudsvoorziening blijft dan tot en met 2030 positief. Ten opzichte van de reeds in de begroting vastge egde d tat es s deze euwe d tat e c rca € 1 ,-- lager. Deze beschikbare middelen zijn nodig om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken van de functionele aanpassingen (vervangingsinvesteringen). 2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Stand per 1 jan.
3,033
3,247
3,401
3,522
3,131
2,640
1,975
1,420
0,890
0,483
Dotatie per jaar
1,050
1,066
1,082
1,098
1,114
1,131
1,148
1,165
1,183
1,201
Onttrekking
0,836
0,912
0,961
1,489
1,605
1,797
1,703
1,696
1,589
1,463
Tabel 15 Verloop onderhoudsvoorziening.
Bedragen x miljoen euro.
Met betrekking tot de langere termijn wordt in het MOP opgemerkt, dat bij een ongewijzigd vastgoedbestand en een ongewijzigde meerjarenbegroting voor het groot onderhoud de kosten na deze beheerperiode 2021 tot en met 2024 gaan oplopen. Bij een ongewijzigde vastgoedportefeuille en een ongewijzigde onderhoudsbegroting moet de dotatie na deze beheerperiode worden verhoogd om het saldo structureel positief te houden. 7.4.
Functionele aanpassingen (vervangingsinvesteringen)
Hieronder zijn voor de komende 10 jaar de te verwachten vervangingsinvesteringen weergegeven. Deze investeringen zijn in bijlage 3 per object en per jaar gedefinieerd. MIP 2021 2022 2023 2021-2030 2.250 250 125 (investeringsbudgetten) 2021-2030 0 29 101 (kapitaallasten) Tabel 16 MIP 2021-2030 vervangingsinvesteringen.
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
490
443
253
563
91
546
589
110
146
214
233
279
283
326
Bedragen x 1.000.
Een groot deel van de meerjareninvesteringen in 2021 (circa € 2,2 miljoen euro) is benodigd voor de vervanging van de gevel van het gemeentehuis. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de zuid- en oostgevel in een slechte bouwkundige staat verkeren.
11640 – Vastgoedbeheerplan gemeente Veenendaal Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan Beheerperiode 2021 - 2024
Pagina 26 van 28
Daarnaast zijn er voor een aantal andere objecten de komende jaren functionele aanpassingen nodig. De objecten die in deze 'piekjaren' opvallen zijn: • Zwembad De Vallei; • Sporthal West. Deze vervangingsinvesteringen hebben betrekking op het vervangen van een groot deel van de huidige zwembadinstallaties. Sporthal West bevat hoge investeringen in verband met het vervangen van elektra voorzieningen, cv-installatie en dakbedekking. Verder moet vanaf 2024 gefaseerd de regeltechniek voor de werktuigbouwkundige installaties worden vervangen omdat deze vanaf dat moment geen ondersteuning meer kunnen ontvangen van de leverancier. De jaar jkse kap taa aste ku e t t geveer w rde gedekt u t de € 1 ,-- lagere dotatie in de onderhoudsvoorziening. De aanvullend benodigde kapitaallasten vanaf 2025 worden betrokken bij de tegra e a weg g de t ek mst ge kader ta’s 7.5.
Functionele aanpassingen (investeringen duurzaamheid)
Op basis van de uitgevoerde duurzaamheidsonderzoeken zijn de onderstaande duurzaamheidsinvesteringen (zie bijlage 4 voor de duurzaamheidsinvesteringen per object) een eerste aanzet om op basis van 'natuurlijke momenten' in het MOP een eerste stap te zetten richting CO2-reductie en energieneutraliteit. Dit betekent dat nog niet alle duurzaamheidsmaatregelen per object inzichtelijk zijn om het vervolgens in 2050 energieneutraal te krijgen. De vervolgstappen zijn in paragraaf 5.3 toegelicht. Duurzaamheid 2021 2022 2021-2030 2.688 165 (investeringsbudgetten) 2021-2030 0 60 (kapitaallasten) Tabel 17 Duurzaamheidsinvesteringen 2021-2030.
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
172
593
178
566
1.823
111
925
1.134
146
158
201
250
295
449
452
525
Bedragen x 1.000.
In hoofdstuk 2 van dit beheerplan is vermeld dat in de vorige beheerperiode voor 10 objecten met een globaal onderzoek de mogelijke duurzaamheidsmaatregelen zijn bepaald. Dit onderzoek is gelijktijdig opgestart met het actualiseren van de MOP’s. Dit heeft er toe geleid dat er op technisch en energetisch vlak inzicht is gecreëerd. De beoogde duurzaamheidsmaatregelen zijn waar mogelijk gekoppeld aan 'natuurlijke momenten' uit het MOP. Een voorbeeld hierin is dat het MOP aangeeft dat de dakbedekking dient te worden vervangen. Dit is een 'natuurlijk moment' om bij vervanging het isolatiepakket te upgraden/vervangen. Ook is dan de mogelijkheid om eventueel PV-panelen aan te brengen, mits de constructie het toe laat en de oriëntatie voldoende perspectief biedt. Voor de volledigheid is in tabel 17 ook het benodigde investeringsbudget in 2021 voor de verduurzaming van het gemeentehuis meegenomen. De benodigde vervanging van de gevel is een natuurlijk moment en biedt mogelijkheden om het gemeentehuis verder te verduurzamen. Voor het verduurzamen van het gemeentehuis wordt nog een separaat raadsvoorstel aan de gemeenteraad voorgelegd waarmee het investeringsbudget beschikbaar wordt gesteld.
In de Kadernota 2020 is door de gemeenteraad besloten om ee jaar jkse ste p st va € 5 ,-- in de begroting op te nemen als dekking voor de kapitaallasten voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Deze stelpost is toereikend tot en met 2026.
11640 – Vastgoedbeheerplan gemeente Veenendaal Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan Beheerperiode 2021 - 2024
Pagina 27 van 28
8.
Risicoparagraaf
Het bezitten, beheren en exploiteren van gebouwen brengt risico's met zich mee. Het risicomanagement van de gemeente richt zich erop om de interne en externe risico's zo goed mogelijk in te schatten en beheersmaatregelen te ontwerpen om deze risico's te vermijden, te verminderen of te accepteren. De vastgoedportefeuille was in de voorgaande beheerperiode vooral bepalend voor de instandhouding daarvan. In de komende beheerperiode is daar een belangrijk en onlosmakelijk thema aan toegevoegd: duurzaamheid. De eerste stappen omtrent verduurzaming zijn gemaakt, maar kent nog vele uitdagingen. In de onderstaande tabel worden de risico's voorzien van een richtinggevende beschrijving van te treffen maatregelen. Risico Oplopende kosten groot onderhoud in verband met stijgende bouw- en arbeidskosten. Veel specialistische gebouw gebonden installaties moeten de komende jaren worden vervangen. De kosten hiervan zijn vanwege het specialistische karakter op dit moment moeilijk te bepalen. Bovendien is de kennis op de markt beperkt zodat slechts enkele installateurs de werkzaamheden kunnen uitvoeren. Energieneutraal moeilijk te bereiken, omdat er (technische) beperkingen van vastgoedportefeuille zijn. Lange terugverdientijden, waardoor verduurzaming niet van de grond komt. Beperkte (technische) kennis van verduurzaming binnen de gemeente.
Circulair bouwen en klimaatadaptatie laat zich moeilijk kwalificeren.
Tabel 18 R s c ’s e
Maatregel (richtinggevend) Bouw- en arbeidskosten regelmatig monitoren en tijdig rapporteren bij afwijkingen ten opzichte van de ramingen Spreiding van het risico door de installaties gefaseerd te vervangen en de kennis en ervaringen in zetten bij een volgende vervangingscyclus. Alert zijn op afwijkingen ten opzichte van de ramingen
Afweging in combinatie met onderhoud en functionaliteit op de langere termijn. Eventueel kiezen voor CO2neutraliteit (compensatie buiten het object mogelijk). Zorgvuldige voorbereiding van besluitvorming en goede motivatie en besparing van de maatregelen. Kennis inzetten door uitbreiding of inhuur. Per wijk in beeld brengen wat er nodig is en daarvoor de benodigde maatregelen ontwikkelen of bestaande effectiever in zetten.
eheersmaatrege e .
11640 – Vastgoedbeheerplan gemeente Veenendaal Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan Beheerperiode 2021 - 2024
Pagina 28 van 28
Bijlage 1 Objectenlijst vastgoedportefeuille
Bijlage 2 Meerjarenonderhoudsplan kosten (groot onderhoud)
Bijlage 3 Meerjareninvesteringen (vervanging)
Bijlage 4 Meerjareninvesteringen (duurzaamheidsmaatregelen)
geef je plannen de ruimte De bouw- en vastgoedwereld is vol van ambitie. Projectontwikkelaars, gemee te , de z rg, het derw js… vera w rde m e t ek mstp a e gemaakt voor de omgeving waarin wij wonen en werken. Plannen die antwoord geven op klimaatverandering, verstedelijking, vergrijzing, digitalisering. Plannen die vragen om denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen. bbn geeft je de ruimte om je plannen wáár te maken. Dit doen wij door elk project met een open blik te benaderen. Door verder te kijken dan wat voor de hand ligt. En door met grensverleggende oplossingen te komen. Hoe groter je uitdaging, hoe gemotiveerder wij zijn om er een succes van te maken. Of je nu circulair wilt bouwen, een architectonisch statement wilt maken of een bestaand gebouw wilt transformeren naar een nieuwe bestemming. Met 120 specialisten op het gebied van strategie voor gebouw en gebied, vastgoedmanagement, directievoering en toezicht, bouwkostenmanagement en proces- en projectmanagement biedt bbn je in élke fase van het bouwproces de juiste expertise en ondersteuning. Zo creëren we condities waarin jij je ambities de vrije loop kunt laten. Geef je plannen de ruimte.
Houten • Rotterdam • Amsterdam