3.a Bijlage 1a - Toelichting bestemmingsplan Zuivelspoor
Tekst van het document
56
waardoor er 6 parkeerplaatsen overblijven. Hiermee voorziet het beoogde plan in genoeg parkeerplaatsen voor het beoogde programma. Functie
Aantal wooneenheden
Appartement sector huur) Rijwoning Totaal
(vrije
Parkeernorm wooneenheid 0,6
38 20 58
0,8
Parkeerbehoefte
per
Totale parkeerbehoefte 22,8 16,0 38,8 worst-case scenario
Afgerond komt de parkeerbehoefte van het worst-case scenario neer op 39 parkeerplaatsen. Het beoogde plan voorziet in de aanleg van 41 parkeerplaatsen, waardoor er 2 parkeerplaatsen overblijven. Hiermee voorziet het beoogde plan in genoeg parkeerplaatsen voor het beoogde programma. Geacht wordt dat de parkeersituatie voor motorvoertuigen geen belemmering vormt voor het beoogde plan. Parkeren van fietsen De gemeente Veenendaal stelt ook eisen aan het waarborgen van genoeg stalplekken voor fietsen binnen de gemeente. Bij woningen, grondgebonden of niet, wordt er geacht dat fietsen gestald kunnen worden binnen de berging van de woning. De grondgebonden woningen worden voorzien van een berging van minimaal 5 m². Bij appartementen onder de 50 m² zijn geen bergingen nodig. Daarom is voor de bewoners van de appartementen een gezamenlijke fietsenstalling beschikbaar. Voor bezoekers is buiten, nabij de ingang van het appartementengebouw voldoende parkeergelegenheid aanwezig. Er zal worden voldaan aan de kwaliteitseisen fietsparkeervoorziening. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende prijscategorieën voor appartementen in de parkeernormen van Veenendaal. Derhalve is in onderstaande tabel geen uitsplitsing gemaakt tussen het beoogde programma en een worst-case scenario. Uit onderstaande tabel blijkt dat er voldaan wordt aan de geldende fietsparkeernorm. Functie
Aantal wooneenhede n 38
Fietsparkeernor m per wooneenheid 2,5
Appartement bezoek
38
0,1
Rijwoning
20
1 (berging van 5 m²)
Appartement *
Totale parkeerbehoefte 95 fietsparkeerplaats en 4 fietsparkeerplaats en 20 bergingen
*Fietsparkeernorm voor alle prijscategorieën appartementen zijn gelijk
57
Aanwezige fietsparkeerplaatsen/berging en 108 fietsparkeerplaatsen
4 fietsparkeerplaatsen
20 bergingen
Verkeer Om na te gaan of er in de toekomstige situatie een verbetering of verslechtering van de verkeerssituatie zal optreden moet er nagegaan worden wat de huidige motorvoertuigbewegingen zijn met de huidige invulling van het plangebied. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie voor het plangebied wordt uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’ en gebiedstype 'rest bebouwde kom'. De huidige verkeersbewegingen zijn in de onderstaande tabel uitgewerkt.
Functie
Totaal oppervlakte in m² 3900
Bedrijfsverzamelgebouw
Verkeerbewegingen per 100 m² 6,4
Totale verkeersbewegingen 249,6
Uit de bovenstaande berekening blijkt dat de motorvoertuigbewegingen als gevolg van de huidige bedrijfsbebouwing neerkomt op circa 250 mvt/e. Hieronder worden de verwachte verkeersbewegingen als gevolg van het beoogde plan weergeven. Hierbij worden dezelfde uitgangspunten gebruikt voor de berekening als de voorgaande berekening. Hierbij moet rekening worden gehouden dat de verschillende varianten van het voorliggende plan appartementen in zowel de sociale- als middenhuur klasse mogelijk maken. Volgens het CROW hebben deze huurklassementen dezelfde verwachte verkeersbewegingen per woning, waardoor dit verschil per planvariatie geen negatief effect heeft op de voorliggende berekening.
Functie
Aantal wooneenheden
Appartement (sociale huur) Rijwoning Totaal
38 20 58
Verkeersbewegingen wooneenheden 3,6 7,1
per
Totale verkeersbewegingen 136,8 142 278,8
Uit de bovenstaande berekening blijkt dat de motorvoertuig bewegingen als gevolg van de huidige functie neerkomt op circa 279 mvt/e. Dit betekent een toename van 30 motorvoertuigbewegingen ten opzichte van de huidige situatie. Geacht wordt dat het beoogde plan geen significante verandering zal veroorzaken in het heersende verkeersbeeld en dat de omliggende wegen voldoende capaciteit kennen om deze beperkte toename te verwerken.
5.12.3 Conclusie Geacht wordt dat het aspect mobiliteit geen belemmering vormt voor het beoogde plan.
58
5.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r) in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de procedure voor de vormvrije m.e.r.- beoordeling. Voor een aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, zal door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie opgesteld moeten worden. Na het indienen van de aanmeldnotitie dient het bevoegd binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. Vervolgens moet de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is vereist als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en de besluiten (kolom 4) die daaraan zijn gekoppeld, in gevallen waarin de omvang van activiteiten onder de drempelwaarden (kolom 2 van de D-lijst) liggen.
5.13.1 Toetsing bouwplan Met het voorliggende bestemmingsplan worden 58 woningen mogelijk gemaakt. Daarmee wordt de drempelwaarde van 2.000 woningen niet overschreden en is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel vereist. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: a. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r noodzakelijk; b. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er is een m.e.r. noodzakelijk. Er dient te worden bezien of er wordt voldaan aan de beoordelingscriteria van bijlage III van de Europese richtlijn milieubeoordeling projecten, zo vereist paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer. Een beschouwing van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect komen hierbij aan bod. In het plangebied vinden diverse ingrepen plaats in het kader van de herontwikkeling. Allereerst wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Om vervolgens de nieuwbouw te kunnen realiseren zijn er verschillende ruimtelijke ingrepen nodig, waaronder ontgravingen, het bouwrijp maken van de gronden en het aanleggen van voorzieningen. Dit wordt navolgend meegenomen in de toetsing aan de beoordelingscriteria. Kenmerken van het project Onderhavige ontwikkeling is een opzichzelfstaande ontwikkeling van 58 woningen op een bestaand bedrijventerrein.
Ten gevolge van de ontwikkeling van het project kan er sprake zijn van cumulatie van effecten met andere projecten. Er is bekend dat er in de directe omgeving van het plangebied verschillende (kleinere) projecten spelen. De enige significante projecten in de omgeving zijn 10 (maximaal 36 appartementen) en de Industrielaan 2-8 (maximaal 112 woningen). Navolgend worden de effecten beschouwd.
59
- Aanlegfase De ontwikkeling aan de Industrielaan 2-8 bevindt zich op het moment van schrijven in de aanlegfase. Naar verwachting is een groot deel van de woningen gerealiseerd is tegen de tijd dat de aanlegfase van onderhavig project start. De grootste cumulatie-effecten zijn te verwachten bij de verkeersafwikkeling. Bij zowel onderhavig project als de Industrielaan 2-8 zal voor de verkeersafwikkeling in de aanlegfase voornamelijk gebruik worden gemaakt van de Industrielaan. Bij het voorliggende plan vindt de verkeersafwikkeling aan de noordkant van het plangebied plaats. Het bouwverkeer komt uit op de Industrielaan. Deze weg beschikt over voldoende capaciteit om het verkeer af te wikkelen. Belangrijke nadelige cumulatie-effecten in de aanlegfase zijn dan ook niet te verwachten. Naar verwachting neemt de aanlegfase 18 á 24 maanden in beslag. Naast een verkeerstoename door bouwverkeer vinden er in deze periode werkzaamheden plaats. De belangrijkste effecten hierbij zijn geluidsproductie en luchtverontreiniging. - Gebruiksfase De ontwikkeling aan de Industrielaan 10 bevindt zich in de gebruiksfase. Er is geen sprake van een verschil in verkeersbewegingen met de huidige situatie. Deze appartementen worden ontsloten op de Industrielaan. Met voorliggend plan worden maximaal 58 woningen gerealiseerd.
Deze woningen verbruiken elektriciteit en brengen in totaal 250 verkeersbewegingen per etmaal met zich mee. De ontsluiting van het gebied komt uit op de Industrielaan. Plaats van het project Het project vindt plaats op een binnenstedelijke locatie, waardoor er geen schade ontstaat aan kwetsbare gebieden. Uit de quickscan Wet natuurbescherming (toelichting paragraaf 5.6.2) blijkt dat er geen externe effecten optreden op Natura 2000-gebieden. Bovendien blijkt uit de AERIUS-berekening dat een significant negatief effect voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie uit te sluiten is. Kenmerken van het potentiële effect Voorliggende planontwikkeling is van relatief onaanzienlijke schaal, waardoor productie van afvalstoffen, gebruik van hulpbronnen, kans op verontreiniging en risico's op ongevallen beperkt is. Doordat de ontwikkeling slechts gebouwen en bijbehorende voorzieningen mogelijk maakt zijn de aard en de complexiteit van het project klein en zijn de effecten omkeerbaar. Desalniettemin worden de potentiële effecten van de aanleg- en gebruiksfase navolgend beschouwd. - Aanlegfase Er zijn tijdens de aanlegfase geen positieve effecten te onderscheiden, hierna wordt ingegaan op de negatieve effecten. Door het gebruik van modern materieel zijn de effecten voor de luchtkwaliteit beperkt.
Omwonenden kunnen hinder ondervinden door de geluidsproductie en hun gezondheid kan hieronder leiden. De
60
geluidsproductie zal tijdens de gehele aanlegfase variëren in intensiteit en veelal doordeweeks tijdens werktijden plaatsvinden. Doordat er daarnaast slechts aan de zuidkant van het plangebied woningen direct tegen het plangebied aan liggen is de hinder door geluidsproductie voor omwonenden beperkt. Doordat de werkzaamheden niet 's nachts plaatsvinden zijn de gevolgen voor de gezondheid (door verstoring slaap) nihil. Tevens kunnen er bij de aanlegfase cultuurhistorische en archeologische waarden aangetast worden. Uit de archeologische verwachtingskaart is gebleken dat de verwachtingswaarde dermate klein is dat de kans dat archeologische waarden gevonden worden verwaarloosbaar klein is. Bij (toevals)vondsten geldt de wettelijke meldplicht. Daarnaast is uit beschouwing van de cultuurhistorische waardenkaart gebleken dat er in het plangebied weinig cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn. Daardoor heeft de aanlegfase hierop geen negatief effect. - Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase zijn er zowel positieve als negatieve effecten te onderscheiden. Doordat de woningen voldoen aan de BENG-eisen en daardoor geen uitstoot met zich meebrengen zijn de permanente effecten beperkt. Ook de landelijke tendens ten aanzien van het scheiden van afval leidt tot een beperkter effect van de huishoudelijke afvalproductie.
In vergelijking met de bestaande situatie wordt een bedrijfsbestemming vervangen met een woonbestemming. Dit leidt tot een lagere milieubelasting op de omgeving. Per saldo zijn de effecten van het gebruik beperkt en komt de kwaliteit van de omgeving van het plangebied niet in het geding.
5.13.2 Conclusie Op basis van deze plantoelichting kan geconcludeerd worden dat een m.e.r niet vereist is.
5.14 Totaalbeeld aspecten Uit alle gevoerde onderzoeken komt naar voren dat het bestemmingsplan niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving.
61
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding Zoals reeds eerder gesteld is de verbeelding gerelateerd aan de regels (en vice versa) en heeft tevens de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Verder kunnen er binnen een bestemming verklaringen zijn aangegeven. Deze hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken.
De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtsreeks burgers bindende werking.
6.2 De indeling van de planregels Het gemeentelijk beleid is vertaald in de planregels. Het deelplan bevat normatieve regels, die bindend zijn voor zowel de overheid als de burger. Daarbij is geprobeerd
62
een flexibel stelsel van regels te ontwikkelen zonder daarbij tekort te doen aan eisen van rechtszekerheid. Gekozen is daarom om het aantal bestemmingen op de verbeelding te beperken tot datgene wat noodzakelijk wordt geacht. Het is voor beide partijen van groot belang, dat de verbeelding en de planregels duidelijke informatie verschaffen. Door het aantal bestemmingen met een minimum te beperken wordt de leesbaarheid en duidelijkheid van zowel de verbeelding als de planregels vergroot. Een leesbaar en duidelijk plan zorgt bovendien voor een plan dat handhaafbaar is. De indeling van de planregels is als volgt:
6.2.1 Inleidende regels (hoofdstuk 1) Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: • •
begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt tevens de wijze van peilbepaling.
6.2.2 Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Binnen dit plan komen de bestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’ voor. Het plan kent geen dubbelbestemmingen. Daarnaast heeft het plangebied de gebiedsaanduiding Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied. Iedere bestemming kent de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Bijvoorbeeld over waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die vormen van gebruik waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving.
63
Afwijken van de gebruiksregels Voor de groen- en woonbestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
6.2.3 Algemene regels (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: • • • • • • •
Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels; Overige regels.
6.2.4 Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) In hoofdstuk 4 van de regels is het overgangsrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd. In de slotregel wordt genoemd hoe het plan kan worden aangehaald.
6.3 Bestemmingen Binnen dit plan komen de bestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’ voor. Daarnaast heeft het plangebied de gebiedsaanduiding Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied.
–
Groen Gebruiksmogelijkheden De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, watervoorzieningen, voetpaden, beeldende kunst, speelvoorzieningen en additionele voorzieningen. Fietspaden en parkeerplaatsen zijn niet mogelijk binnen de bestemming 'Groen'. Bij additionele voorzieningen kan gedacht worden aan plantenbakken, fonteinen, bankjes, prullenbakken, verlichting. Bouwmogelijkheden Op de gronden mogen alleen overige bouwwerken gebouwd worden die ten dienste staan van deze bestemming.
64
Afwijken ten behoeve van wegreconstructies Voor het gebruiken van gronden voor niet-ingrijpende herinrichting van het openbaar gebied zoals voor wegreconstructies is het mogelijk om binnen de groenbestemming flexibiliteit toe te staan. Het kan bijvoorbeeld gaan om het toevoegen van een aantal parkeerplaatsen in een groenstrook, het verleggen van trottoirs of het aanbrengen van groenvoorzieningen. Op deze manier wordt de groenbestemming beschermd, maar is er voor het college een mogelijkheid om wegreconstructies doorgang te laten vinden. Een voorwaarde hiervoor is groencompensatie. Verkeer Gebruiksmogelijkheden De gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn primair bestemd voor wegen. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor de aanleg en instandhouding van kunstwerken, auto- en fietsparkeervoorzieningen, water, verhardingen, doeleinden van algemeen nut, en infrastructuur ter ondersteuning of ten behoeve van het wegverkeer. Bij additionele voorzieningen kan gedacht worden aan bankjes, prullenbakken, pleinen. Bouwmogelijkheden Op deze gronden zijn uitsluitend overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouwen zijnde) toegestaan. Deze mogen maximaal 6 meter hoog zijn. Voor sport zijn ruime bouwmogelijkheden opgelegd om ruimte te bieden voor de sportvoorzieningen die doorgaans benodigd zijn.
Specfieke gebruiksregels Incidenteel, waaronder regelmatig terugkerend gebruik ten behoeve van evenementen, welke voldoen aan het geldende plaatselijke evenementenbeleid, worden niet als strijdig gebuik gezien. Wonen Gebruiksmogelijkheden Op de gronden met de bestemming 'Wonen' mag natuurlijk gewoond worden. Daarnaast is het direct toegestaan om beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen in hoofd- of bijgebouw tot een maximum van 45 m². Dit gebruik is echter wel aan voorwaarden onderhevig, de voorwaarden worden in specifieke gebruiksregels binnen de bestemming opgenomen. Op de woonbestemming zijn verder parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en additionele voorzieningen toegestaan. Bij additionele voorzieningen wordt gedacht aan tuinen/ erven, vijvers, garages, tuinmeubilair, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, waterberging etc. Bouwmogelijkheden Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gebouwd worden. Een uitzondering hierop is de
65
erker- en luifelregeling, waarbij voor de voorgevel (dus buiten het bouwvlak) gebouwd mag worden. Bouwen mag alleen als dit gebeurt volgens de bestemmingsomschrijving en als voldaan wordt aan de regels met betrekking tot parkeren en laden en lossen als genoemd in artikel 12. Door middel van de bouwaanduidingen aaneengebouwd en gestapeld is geregeld waar aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen gebouwd mogen worden. Het maximum aantal woningen is per bouwvlak op de verbeelding aangeduid. De maximum goot- en bouwhoogte is eveneens op de verbeelding aangeduid. Door middel van een voorwaardelijke verplichting is geregeld dat aan het Puntensysteem Omgevingsvisie moet worden voldaan. Tevens is een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van het aspect trilling. Specifieke gebruiksregels Voor beroep- en bedrijf aan huis zijn regels opgenomen in deze paragraaf. Ook is in deze paragraaf bepaald dat de woningen uitsluitend in gebruik mogen worden genomen als ze voldaan aan het in dit artikel genoemde woningbouwprogramma. Het artikel met betrekking tot strijdig gebruik geeft aan wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Afwijken van de gebruiksregels Er is een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen om onder voorwaarden af te wijken van het gestelde woningbouwprogramma.
Ook voor het toestaan kamerbewoning onder voorwaarden is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Milieuzone - boringsvrije zone Het plangebied ligt in de boringsvrije zone Veenendaal. De boringsvrije zone is een zone rondom de grondwaterwinning Veenendaal. Deze grondwaterwinning is de bron van de drinkwatervoorziening voor o.a. de gemeente Veenendaal. In de boringsvrije zone bescherm een onderste kleilaag de onderliggende waterwinning. Om te voorkomen dat een kleilaag, die de onderliggende waterwinning beschermt, wordt doorboorden ter bescherming van de grondwaterkwaliteit voor de drinkwatervoorziening stelt de provincie Utrecht in haar Provinciale Milieu Verordening 2013 (PMV 2013) in art. 19 t/m 22 dat een aantal activiteiten aan voorschriften is gebonden. Het betreft onder andere een verbod op boor-, grond-, en funderingswerkzaamheden dieper dan 30 meter onder het maaiveld en het toepassen van bodemenergiesystemen. Onder voorwaarden zijn vrijstellingen op dit verbod mogelijk. Daarnaast geldt voor iedereen de bijzondere zorgplicht (art. 4 van de PMV 2013). Dit houdt in dat verontreiniging van het grondwater moet worden voorkomen of, voor zover het niet kan worden voorkomen, zoveel mogelijk moet worden beperkt of ongedaan gemaakt.
66
Als regeling is opgenomen, dat indien door de gebiedsaanduiding 'milieuzonegrondwaterbeschermingsgebied' met elkaar onverenigbare regels van kracht worden, de bovengenoemde regels voorrang hebben, tenzij de beheerder van het grondwater met het tegendeel instemt.
67
Hoofdstuk 7 FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden bij een bestemmingsplan met alleen conserverende bestemmingen of wijzigingsbevoegdheden. Een exploitatieplan hoeft ook niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Conclusie De gemeente zal ten behoeve van het project met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten. In deze overeenkomst wordt de betaling van de eventuele tegemoetkoming in de planschade, die het nieuwe planologisch kader kan veroorzaken, geregeld. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd en is het ruimtelijke plan financieel uitvoerbaar.
68
Hoofdstuk 8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Om in het voortraject inspraak te kunnen hebben worden belanghebbenden uitgenodigd om te participeren in de totstandkoming van het bestemmingsplan. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Met de burgerparticipatie wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het plan en te reageren op de inhoud. Participatie Er is reeds op 30 juni 2021 een buurtbijeenkomst geweest waar de intentie van het plan bekend gemaakt werd. Omdat dit een tijd geleden is, bestaat de behoefte aan een nieuwe buurtbijeenkomst. Initiatiefnemer heeft op 13 november 2023 een nieuwe informatiebijeenkomst voor omwonenden georganiseerd. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt (d.d. 13 november 2023, zie bijlagen bij toelichting bijlage 7). De initiatiefnemer beoogd een volgende informatiebijeenkomst te organiseren om de omwonenden op de hoogte te houden. Tevens zal met directe buren aan de zuidzijde individueel overleg plaatsvinden.
8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan is voorgelegd aan de relevante vooroverlegpartners. Deze vooroverlegpartners hebben geen bezwaren geuit. De paragraaf 5.3 externe veiligheid is aangevuld naar aanleiding van het advies van de Veiligheidsregio Utrecht.
8.2 Ontwerp ter inzage legging Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 21 december 2023 tot en met woensdag 31 januari 2024 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
69