3.a Bijlage 1a - Bestemmingsplan 't Goeie Spoor (toelichting + regels)
Tekst van het document
20
7. Architectuur en beeldkwaliteit Architectuur De plek en het soort woningen lenen zich voor een conceptuele aanpak. Hier hoeft geen traditioneel bakstenen gebouw te komen. Maatregelen in verband met geluid zullen in hoge mate bepalend zijn voor het uiterlijk van de nieuwe bebouwing. Schematisch is de bebouwing op te vatten als een kern van woningen met daaromheen de (geluidwerende) gevels. Tussen de gevels en de woningen is ruimte voor de ontsluiting, verblijfsruimten en inpandig groen. De architectuurstijl is vrij. Het gebouw is onderdeel van bebouwing langs de hoofdontsluitingswegen van Veenendaal, in dit geval de as ’t Goeie Spoor - Industrielaan – Wageningselaan. Ruimte wordt geboden om een bijzonder gebouw neer te zetten: een gebouw met een eigen identiteit en uitstraling. Wat niet betekent dat het een schreeuwerig/opdringend gebouw moet worden. Het gaat om de balans tussen bijzonder zonder te opvallend te zijn, tussen aansprekend en niet opdringerig. Van belang is het vormgeven van het gebouw op diverse schaalniveaus: er wordt een gebaar gevraagd op het niveau van de stad/de locatie, terwijl er op het maaiveld en op gebouwniveau een zorgvuldige de-
taillering en materialisering nodig zijn. Het gebouw moet een meerwaarde hebben langs deze drukke weg, nabij het NS-station en bijdragen aan een positieve identificatie van Veenendaal. Door de gesloten vorm is aandacht nodig voor plasticiteit en geleding in de gevels: kop- en langsgevels langs spoor en ‘t Goeie Spoor. Op de begane grond is ruimte nodig voor bergingen, fietsen, fietsenstallingen, entrees, woningen en/of gemeenschappelijke ruimte of iets dergelijks. Van belang is dat de “koppen” van de gebouwen met woningen en/of een gemeenschappelijke of maatschappelijke voorziening op het maaiveld staan. Lange aaneengesloten ‘blinde gevels’ moeten worden voorkomen. Op de volgende pagina’s staat de gewenste beeldkwaliteit beschreven en wordt deze verduidelijkt met referentiebeelden voor de de gevels en voor zogeheten ‘groene gevels’.
21
Beeldkwaliteit bebouwing De nieuwe bebouwing staat in een kromming in ’t Goeie Spoor, waarbij de hoge bebouwing (10 bouwlagen) de ‘knik ‘ in de weg markeert. Voor het beeld gaat het zodoende over begeleiden en verbijzonderen: • het begeleiden geldt voor de gevels langs ‘t Goeie Spoor en de spoorlijn; • verbijzonderen geldt voor de oostelijke en westelijke koppen. De meest oostelijke en meest westelijke kop staan met bebouwing op het maaiveld – niet met bergingen, maar met wonen, een gemeenschappelijke ruimte of iets dergelijks. Op deze koppen zijn geen blinde gevels gewenst.
bijzondering zoals erkers, kozijnindelingen en entreepartijen. De individuele ritmiek is ondergeschikt aan de eenheid van het gehele bouwblok/ straatbeeld. Het gebouw is zichtbaar vanaf alle zijden: ook de spoorzijde zal de nieuwbouw een kwalitatief hoogwaardig beeld moeten hebben. Dit is immers een entree naar Veenendaal. Aan beide lange gevels dient aandacht te worden besteed aan het vormgeven van ontsluiting en uitstraling. Dat kan door segmentering, horizontale geleding, maar ook door gebruik van kleur (cq gekleurd glas)
en in plaats van een galerij een gaanderij te maken met verblijfsplekken of plekken die daar toe uitnodigen. Bij verdere uitwerking is aandacht voor • Levend groen (beplanting en bomen) aan en op gebouw • Inspelen op zicht vanaf ’t Goeie Spoor door beplanting en bomen op verdiepingen • Dakterrassen voor bewoners van de appartementen
Van groot belang bij de vormgeving en het uiterlijk van de nieuwe bebouwing zijn de maatregelen in het kader van de Wet Geluidhinder. Eventuele maatregelen moeten een bijdrage leveren aan het gewenste hoogwaardige beeld van de bebouwing. Belangrijk bij het beeld zijn het kleur- en materiaalgebruik. Het kleurgebruik is terughoudend in verband met zicht vanaf de Stationssingel. Het bouwblok kan worden gedifferentieerd ten opzichte van de bestaande bebouwing door gebruik van ver22
Op deze pagina referenties van prefab gevel elementen. Hiermee kunnen de ‘koppen’verbijzonderd worden, lange aaneengesloten blinde gevels op de begane grond worden voorkomen en het gebouw een geleding krijgen die de straat begeleid en ‘koppen’ accentueert.
23
Op deze pagina referenties van zogeheten ‘kader en vulling’. Hiermee kunnen de ‘koppen’verbijzonderd worden, lange aaneengesloten blinde gevels op de begane grond worden voorkomen en het gebouw een geleding krijgen die de straat begeleid en ‘koppen’ accentueert. Door diverstiteit van de ínvulling’ worden functies achter de gevel zichtbaar en zijn herhaling en verbijzonderingen mogelijk.
24
Op deze pagina referenties van zogeheten ‘groene gevels en schermen’. De bedoeling is om gevels te voorzien van opgaande beplanting, met name aan de kant van het spoor
25
Beeldkwaliteit parkeerterrein
Afbeelding met parkachtige omgeving parkeren rechts en bebouwing met daktuinen links
Van belang voor het parkeerterrein is het voorkomen van een traditioneel parkeerterrein met heel veel verharding en de aanblik van geparkeerde auto’s. Het parkeerterrein moet een parkachtige uitstraling krijgen, waar auto’s te gast zijn en kunnen geparkeerd worden. Die uitstraling wordt bereikt door opgaand groen (struiken en bomen), wellicht enkele subtiele hellingen en het gebruik van zogeheten halfverharding open bestrating waar gras of een andere bodembedekker doorheen groeit. Enkele belangrijke aandachtspunten zijn: • het verloop van het fietspad door en/ of langs het parkachtige parkeerterrein; • sociale veiligheid c.q. zicht hebben en zichtbaar zijn in combinatie met beplanting en bomen; • verlichting van het terrein; • behoud van bestaande bomen; • mogelijkheid voor een sport/spelvoorziening.
Parkeerplaatsen in een parkachtige zone Hier een aantal referentiebeelden voor parkeren in het westelijk deel van het plangebied. Dit deel mag niet bebouwd worden en mag benut worden de parkeerbehoefte. Het gebied heeft een groene en parkachtige uitstraling, waarin parkeren ondergeschikt is. 26
8. Programmatische kaders Afval • Bij gestapelde woningbouw wordt het afval ingezameld door middel van ondergrondse containers. De ontwikkelaar is verplicht de kosten voor de ondergrondse containers te betalen en om de ruimte ervoor te reserveren in de plannen. Asbest Een asbestinventarisatie dient deel uit te maken van de aanvragen voor de nodige sloopvergunningen. Archologie en monumenten Bij herontwikkeling van het plangebied moet onderzoek gedaan worden naar mogelijk aanwezige archeologische waarden. Er moet worden voldaan aan het gemeentelijke beleid, zoals vastgelegd in het rapport “Archeologische beleidskaart en cultuurhistorische kenmerkenkaart gemeente Veenendaal” nr. V564, definitief (25 februari 2010) dat is opgesteld door Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie uit Amersfoort. Het plangebied ligt in een zone aangeduid als ‘categorie 5: lage verwachting. Onderzoeksplicht alleen bij MER-plichtig project’.
Beheer De inrichting van de buitenruimte moet beheervriendelijk worden ingericht en gematerialiseerd. Duurzaam beheer is steeds belangrijker. Er wordt ingezet op robuuste functies in plaats van versnippering (tegengaan van kleine stukjes groen of verharding). De materialen moeten zo worden gekozen dat veranderingen in beheerintensiteit geen invloed hebben op de beeldkwaliteit of technische staat. Vanwege het cultuurhistorische karakter van de locatie kan het gewenst zijn af te wijken van de gemeentelijke standaarden, bijvoorbeeld door een andere verharding of verlichting. Afwijkingen moeten in overleg met beheerders worden vastgelegd. Bodem Bodem in de Omgevingsvisie Veenendaal heeft een schone leefomgeving met een goede lucht- en waterkwaliteit en een schone bodem. De opgave uit de Omgevingsvisie is dat de bodemkwaliteit waar mogelijk en/of nodig wordt verbeterd. Dit betekent dat indien er verontreinigingen aanwezig zijn, de bodem geschikt gemaakt wordt voor de beoogde functie.
Bij de planologische procedure c.q. beoordeling van de omgevingsvergunningaanvraag moet aandacht besteed worden aan eventuele bodemverontreiniging. Hiertoe moet een recent bodemonderzoek worden overlegd dat is uitgevoerd conform de NEN 5740. Dit onderzoek mag niet ouder zijn dan 5 jaar. De locatie valt binnen de contour van een zogenaamde Wbb-locatie, waarvoor de provincie Utrecht bevoegd gezag is in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Een Wbb-locatie is een ernstig geval of potentieel ernstig geval van bodemverontreiniging. De status hiervan is bekend bij de provincie Utrecht onder locatie-code UT034500148. Bodem geschikt voor de functie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling en het vaststellen of de bodem geschikt is voor de voorgenomen functie, dient een integraal actualiserend bodemonderzoek conform de geldende normen. Op basis van een nieuw inrichtingsplan en de beoogde functie kan worden vastgesteld of de bodem geschikt is, i.e. waar welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. 27
Overige bodemfuncties De bodem en ondergrond bij de vrijkomende percelen kunnen mogelijk benut worden om wezenlijk bij te dragen aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Maatregelen in het kader van de klimaatadaptatie (groenvoorzieningen, waterberging, hemelwaterinfiltratie, etc. ….) zijn relevante aspecten die wezenlijk bijdragen leveren aan het leefmilieu in de wijk (hittestress, ecologie, etc .…). In dat kader is inzicht in de kwalitatieve en fysische aspecten van de bodem onontbeerlijk.
gaand aan de definitieve Omgevingsvergunning dient een goedgekeurd inrichtingsplan te worden overlegd. Hierbij zijn in ieder geval de volgende punten van belang:
Boringsvrije zone Benadrukt wordt dat de ontwikkelingslocatie zich binnen de boringsvrije zone van de drinkwaterwinning Veenendaal bevind. Het is derhalve niet toegestaan boringen en verstoringen dieper dat 30 m-mv uit te voeren. Binnen de boringsvrije zone is het installeren van een rendabele WKO-installatie vrijwel uitgesloten.
Door de aanwezige voorzieningen en een levensloopbestendige inrichting van de woonwijken kunnen inwoners van Veenendaal lang(er) zelfstandig wonen. Hiervoor zijn de voorzieningen in de wijken zijn goed bereikbaar en toegankelijk. De openbare ruimte, woningen, openbare gebouwen en hun directe omgeving voldoen aan de toegankelijkheidseisen van het VN Verdrag Mensen met een beperking.
Civieltechnische inrichting De inrichting van de buitenruimte die wordt overgedragen aan de gemeente, dient te voldoen aan de gemeentelijke eisen zoals vastgelegd in de Inrichtingseisen Veenendaalse Openbare Ruimte (IVOR). Vooraf-
• • • • •
•
Bereikbaarheid bij calamiteiten door hulpdiensten; Bereikbaarheid voor vrachtverkeer zoals vuilniswagens en verhuiswagens; Afvalinzameling; Eventueel aanwezige hoogteverschillen. Inpassen en bereikbaarheid van aanwezige transformatorhuisjes
Duurzaam en circulair ontwikkelen • Veenendaal wil in 2030 een circulaire stad zijn. In 2030 gebruiken we 50% minderprimaire grondstoffen in de bouw ten opzichte van 2016.
•
•
Landelijk is de Milieuprestatiegebouw (MPG) leidend. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG wordt uitgedrukt in een schaduwprijs per m2 BVO per jaar. Hergebruik van materialen bij de bouw leidt tot een lagere MPG score. Ook een bewust gebruik van duurzame (biobased)materialen leidt tot een lagere MPG score. Ook de constructie en het ontwerp kunnen de MPG-score fors beïnvloeden. Vanaf 1 juli 2021 is de MPG-eis in het bouwbesluit € 0,80 /mÇ/jaar. De Rijksoverheid streeft ernaar deze MPG-score in 2030 naar 0,5 te brengen. Veenendaal streeft naar een circulaire economie, waardoor het belangrijk is dat alle van alle nieuwe gebouwen de toegepaste materialen goed gedocumenteerd worden. We kijken onder andere naar hergebruik van materialen als beton, grond, asfalt. We stellen eisen aan de (hergebruikte) materialen: deze mogen geen gezondheidsrisico’s opleveren.
28
Energie • Nieuwe, grondgebonden woningen zijn energieneutraal (0 op de meter) of energieleverend. • We stimuleren het opwekken van zonne-energie op daken en gevels van gebouwen en op onbenutte terreinen in het bebouwd gebied. Voor nieuwe ontwikkelingen streven we naar collectieve systemen die onderdeel worden van een smart grid. Interessant is welk ruimtelijk principe ingezet wordt voor de daken. Het typische fabrieksdakenprofiel, iets opgerekt, zou mooi ingezet kunnen worden voor zonnepanelen en/ of PVT aan de zuidzijde. Noordzijde dan geschikter voor dakkapellen e.d.; • Voor de opwek van duurzame energie focussen we ons op bestaande ruimte die al in gebruik is, op daken en aan gebouwen, en richten ons vervolgens op de overige beschikbare ruimte op (en onder) de grond. Dit betekent dat we onze opgaven voornamelijk willen invullen met de opwek van zonne-energie. • Bij het benutten van de ondergrond, zoals voor warmte-winning, vindt een afweging plaats tussen de bijdrage aan maatschappelijk nut en mogelijke risico’s;
•
•
•
Voor biomassa is binnen onze gemeente weinig tot geen ruimte. We zijn terughoudend bij het realiseren van biomassacentrales op hout. Dit vanwege onzekerheid over de gezondheidseffecten en de waarde van hout in de circulaire economie. In voorkomende gevallen kan het nodig zijn als een tijdelijke oplossing. Voor warmtenetten waar een zekere mate van (bij-)stoken nodig is, geven we de voorkeur voor inzet van aardgas boven houtige biomassa. Andere vormen van biomassa willen we overwegen, waarbij we de effecten op de leefomgeving afwegen tegen dat van alternatieve oplossingen. We vinden dat biomassa vooral afkomstig moet zijn uit de regio; We geven de voorkeur aan energie uit oppervlaktewater en uit de bodem boven energie uit verbrandingsprocessen, behoudens waterstof en groen gas. Gezien de ligging van de locatie in de zogeheten Boringsvrije Zone (BVZ) is warmtewinning uit de ondergrond niet vanzelfsprekend, maar ontwikkelingen bij Lindewijck bieden wellicht kansen voor bodemwarmte. Zie pagina xx. In het kader van gezond en duurzaam kijken we naar het inzetten van ener-
giezuinig, minder vervuilend of zero emissie materieel tijdens de werkzaamheden. Externe veiligheid p.m. Flora en fauna / stikstof De herontwikkeling moet getoetst worden aan de Wet natuurbescherming. Er is daarom een onderzoek vereist naar de aanwezigheid van beschermde dieren en planten en naar de mate waarin deze dieren en planten door de ontwikkelingen kunnen worden verstoord. Daarnaast zal middels een stikstofdepositieberekening berekend moeten worden wat de impact van de ontwikkeling op stikstofgevoelige beschermde natuurgebieden is. Geluid Bij het realiseren van een nieuw gebouw met een geluidsgevoelige bestemming, zoals scholen, woningen en ziekenhuizen, stelt de Wet geluidhinder (Wgh) de verplichting akoestisch onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting. Dit blijkt uit art. 76 en 76a van de Wgh. In deze artikelen is een koppeling gelegd tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de 29
Wet geluidhinder (Wgh). Dit betekent dat de geluidssituatie binnen het plangebied moet voldoen aan de voorwaarden uit de Wgh. Het plangebied ligt tussen twee geluidbronnen: ’t Goeie Spoor en de spoorlijn Utrecht – Rhenen. Langs de infrastructuurzone varieert het geluidsniveau van zeer onrustig tot lawaaiig. Binnen de infrastructuurzone is ervoor gekozen om in uitzonderlijke gevallen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan. Voor geluidgevoelige objecten in de infrastructuurzone gelden dwingende randvoorwaarden. Deze zijn opgenomen in de beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder (2008). De belangrijkste voorwaarden voor verlening van hogere waarden zijn: • op minimaal één gevel van de woning moet de voorkeurswaarde gehaald worden • de gemeente verleent voor binnenstedelijke situaties in beginsel geen hogere waarden, hoger dan 58 dB voor verkeerslawaai en 65 dB voor railverkeerslawaai • de woning heeft per etage minimaal één verblijfsruimte aan de zijde van de geluidsluwe gevel • indien de woning beschikt over één of
meer buitenruimten, dan is er minimaal één gelegen aan de geluidsluwe zijde. Indien dit niet mogelijk is dan dienst het geluidsniveau op de gevel niet meer dan 5 dB hoger te zijn dan bij de geluidsluwe gevel • voor dove gevels (bouwkundige constructies zonder te openen deuren/ ramen) zijn geen hogere waarden van toepassing • bij de aanwezigheid van balkons/loggia’s etc. dient onder de balkons weerbestendige geluidsabsorptie worden geplaatst ter voorkoming van ongewenste reflecties op de gevels. In het plangebied is de geluidssituatie urgent c.q. bepalend voor (eventuele) bebouwing. Daarom is het aan te bevelen om de gemeentelijke geluidsdeskundige vroeg in het ontwerpproces te betrekken. Groen • Bestaand groen, met name de bomen, heeft veelal al een omvang die bijdraagt aan sfeer en klimaatadaptatie van de omgeving. Bestaande bomen moeten worden ingepast – er moet voldoende afstand worden gehouden tot deze bomen met bebouwing en maatregelen in de ondergrond. Het is aan te raden vroeg in het proces een zogeheten
•
boom-effectrapportage uit te voeren. Met een boom-effect rapportage wordt inzicht verkregen in de staat van de bomen en de vereiste afstanden. De (her)ontwikkeling van het gebied gaat ten koste van bestaand groen (onder andere bomen).Als behoud van bestaand groen op de ontwikkellocatie niet mogelijk is, wordt gecompenseerd binnen het plangebied, op een locatie in de buurt of elders in Veenendaal. Bij die compensatie geldt een voorkeursvolgorde (compensatieladder): 1. Behoud en inpassing van bestaand waardevol groen en/of water; 2. Compensatie binnen het plangebied/ exploitatiegebied; 3. In de onmiddellijke nabijheid van de ontwikkellocatie c.q. plangebied; 4. De gemeente bepaalt een geschikte locatie elders in Veenendaal.
Voor deze locatie zijn de volgende aandachtspunten: • Advies over de aanwezige bomen: • Een voorzieninng voor spelen. Kabels en leidingen In en om het gebied liggen de nodige kabels, inclusief trafo’s op het terrein van
30
Ritmeester. In overleg met Stedin zal beoordeeld moeten worden hoe de energievoorziening georganiseerd kan worden. Voor een eerste indruk van aanwezige kabels en leidingen kan de link gebruikt worden voor informatie over kabels en leidingen (inclusief de KLIC-melding).
beschrijving moet bevatten waaruit blijkt dat er behoefte is aan de ontwikkeling. Zoals beschreven in de Woonvisie van de gemeente Veenendaal, zal de ontwikkelende partij zelf zorg moeten dragen voor de uitwerking van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Om uw KLIC-levering in de Kadaster KLIC-viewer te bekijken volgt u deze stappen: 1. Kopieer deze link: https://service10. k a d a s t e r. n l / g d s 2 / d o w n l o a d / p u blic/6ee1ea16-11ce-4ab7-a6218e781f6c23e7 2. Ga naar onze online KLIC-viewer of download de KLIC-viewer via de pagina KLIC-viewer. 3. Plak de link in de KLIC-viewer en bekijk de levering 4. Hulp nodig? Ga voor uitleg naar de website: www.kadaster.nl/zakelijk/producten/graafwerk/klic-viewer/handleiding-voor-gebruik-klic-viewer
Luchtkwaliteit Als onderdeel van de bestemmingswijziging zal getoetst worden of de wettelijke grensen richtwaarden van de Wet luchtkwaliteit op de locatie niet worden overschreden. Ook wordt getoetst aan de advieswaarden van het WHO en de GGD. Dit om aan te tonen dat er in het beginsel wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.
Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen (artikel 3.1.6). Dit houdt in dat in het bestemmingsplan een
Natuurinclusief bouwen De gemeente kent op dit moment nog geen specifieke regels omtrent natuurinclusief bouwen. Hier wordt op dit moment aan gewerkt. Op het moment dat de om-
Milieuzonering Er dient in de planologische procedure een toetsing plaats te vinden naar eventuele hinder van bestaande bedrijven in de omgeving, en de gevolgen hiervan voor de geplande ontwikkeling.
gevingsvergunning voor de woningbouw op deze locatie wordt aangevraagd, zal dit nieuwe beleid van kracht zijn. Bij de nadere planuitwerking zal hiermee dus rekening dienen te worden gehouden. Een aantal maatregelen zoals opnemen van vogelnestelgelegenheid en maatregelen voor vleermuizen zijn met simpele maatregelen makkelijk op te nemen in het ontwerp en de architectuur. Vooruitlopend op het kader worden maatregelen positief beoordeeld. Vooralsnog is het uitgangspunt minimaal twee maatregelen in de bebouwing voor vleermuizen en vogels. Niet gesprongen explosieven De gemeente Veenendaal heeft een vooronderzoek laten uitvoeren binnen haar grondgebied naar mogelijke locaties met niet gesprongen explosieven. Het projectgebied is niet verdacht gebied voor conventionele explosieven. Veiligheid We richten de leefomgeving veilig in, een veilig ingerichte fysieke ruimte. •
De fysieke ruimte biedt geen gelegenheid aan of nodigt uit tot criminaliteit (VER noodzakelijk);
31
• • • • •
•
De openbare ruimte en gebouwen zijn leefbaar, schoon, heel, toegankelijk, veilig en functioneel in orde: Technische duurzaamheid: inrichting moet een zekere mate van robuustheid hebben om intensief gebruik te kunnen weerstaan en om vandalismebestendig te zijn We besteden zorg en aandacht aan het inrichten van een sociaal veilige leefomgeving. Bij het inrichten van de leefomgeving is aandacht voor overzicht, eenduidigheid, goede oriëntatiemogelijkheden, zichtbaarheid en toegankelijkheid Alle nieuwe woningen voldoen aan PolitieKeurmerk Veilig Wonen (PKVW)
Parkeren • Het plan c.q het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de notitie Parkeernormen Veenendaal 2020. Hier staan normen voor auto’s en fietsen. Trillingen p.m. Vormvrije m.e.r. beoordeling p.m.
Water, klimaat en riolering • Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling geldt dat de kwaliteit van milieu, riolering en water op z’n minst behouden moet blijven, maar liever verbeterd wordt; • De gemeente past bij ruimtelijke ontwikkelingen vanaf medio 2021 de klimaattoets toe. De klimaattoets vervangt de huidige watertoets. Deze toets is relevant voor de ontwikkeling op deze locatie. • Het plangebied maakt onderdeel uit van het regenwaterstructuurplan van de gemeente Veenendaal; • Bij hemelwater wordt gewerkt volgens de voorkeursvolgorde ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ van water en de trits ‘schoonhouden, scheiden en zuiveren’; • Bij nieuwe projecten is de eis dat er een bergingscapaciteit van 25mm van de totale verharding op eigen terrein wordt gerealiseerd. Bij voorkeur bovengronds. Berging kan door afkoppelen op eigen terrein, door infiltratie of met een technische oplossing, zoals een bergingskoffer. Onderzoek naar de bergingscapaciteit is relevant op deze locatie gezien de ligging, waarbij vanwege de bodem-
•
situatie nog onzeker is of infiltratie wel mogelijk c.q. wenselijk is. Dit zal in het vervolgproces bij de technische uitwerking verder moeten worden onderzocht. Daarbij kan extra groen bijdragen aan mogelijkheden voor afkoppeling en waterberging.Het aantal te bergen m3 volgt uit het aantal ha verhard oppervlak. Overloop van de berging kan via HWA-riolering worden aangesloten op het nog aan te leggen HWA-stelsel uit het regenwaterstructuurplan; Het rioolstelsel is gescheiden: afvalwater en hemelwater uit openbaar gebied,privéterreinen en gebouwen worden gescheiden aangeboden en afgevoerd.
Woningbouw • Zie hoofdstuk 6 voor uitgangspunten voor het woningbouwprogramma. • Voor grotere ontwikkelingen geldt de voorwaarde dat 30% sociale woningbouw moet zijn; • In de Omgevingsvisie van de provincie is opgenomen dat 50% van de woningen betaalbaar moet zijn (koopwoningen tot € 325.000,- of € 1.000,- huur per maand); • In de Omgevingsvisie van de gemeente is opgenomen dat de woningen op cen-
32
trale plekken levensloopbestendig en zorggeschikt gebouwd moeten worden in verband met de vergrijzing. De definities voor levensloopbestendig en zorggeschikt staan in de Omgevingsvisie 2030 en worden opgenomen in de nieuwe woonvisie. Het betreft met name bouwtechnische punten op het gebied van toegankelijkheid en aanpasbaarheid. Link omgevingsvisie gemeente Veenendaal: Omgevingsvisie Veenendaal 2030
33
Colofon Gemeente Veenendaal Team Ruimtelijke Ordening en Bouwen Januari 2022 Tekst, tekeningen en layout Paul van Sorge Referentiebeelden pagina 22 t/m 25 TVA Projectleider B. Dijkman - Dulkes Met medewerking van A. van den Weerdhof - Hulshof
34
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Bijlage 2 Actualisatie bodem- en asbestonderzoek
bestemmingsplan
95
SOM Nederland BV Actualisatie bodem- en asbestonderzoek met asfalt- en fundatieonderzoek op de locatie aan ’t Goeie Spoor te Veenendaal
projectnummer: 190343/am/sh datum: 3 september 2019
Opdrachtgever SOM Nederland BV Badhuisweg 2 8181 RA HEERDE Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 3 VOORGAANDE BODEMONDERZOEKEN ................................................................. 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 5 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 6 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 7 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 8 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; ASFALT .................................... 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; NEN-PARAMETERS ............... 10 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN, ASBEST .................................. 14
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 16
4.1 RESULTATEN NADER ONDERZOEK 2007 ............................................................. 16 4.2 RESULTATEN ACTUALISATIE ONDERZOEK 2019 ................................................ 16 4.2.1 Asfaltverhardingen [teerhoudendheid] ........................................................16 4.2.2 Fundatielaag onder asfaltverharding ..........................................................16 4.2.3 Verkennend asbestonderzoek .......................................................................16 4.2.4 Vaste bodem en grondwater t.p.v. onverharde terreindeel ..........................17 4.3 SAMENVATTENDE CONCLUSIES .......................................................................... 18 4.4 AANBEVELINGEN ................................................................................................ 18 BIJLAGEN: 1 Topografisch overzicht 2 Boorbeschrijvingen 3 Toetsingstabellen en analyserapporten 3.1 vaste bodem en grondwater 3.2 asbest 3.3 asfalt 4 Toetsingskader 5 Monsternemingsplan en -formulier asbest 6 Relevante historische informatie TEKENINGEN: 1-2 Situatie met monsterpunten noordelijk terreindeel 2-2 Situatie met monsterpunten zuidelijk terreindeel
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies___________________
1
INLEIDING
In opdracht van de SOM Nederland BV is in augustus 2019, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een milieutechnisch actualisatie bodem- en asbestonderzoek op de locatie aan ‘t Goeie Spoor te Veenendaal, in combinatie met een asfalt- en fundatieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een gedeelte van het wegtracé van ‘t Goeie Spoor. Voor een topografisch overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling van en nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit (grond en grondwater), de asfaltverharding en de puinfundaties en het vaststellen van de doorlatendheid van de vaste bodem ter plaatse van het perron, in verband met het aanleggen van infiltratievoorzieningen. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”.
Hunneman Milieu-Advies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Milieutechnisch onderzoek, ’t Goeie Spoor te Veenendaal
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1