3.a Bijlage 1a - Bestemmingsplan 't Goeie Spoor (toelichting + regels)
Tekst van het document
bestemmingsplan
'T GOEIE SPOOR
't Goeie Spoor
bestemmingsplan (vastgesteld)
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
5 5 5 7 8
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Ruimtelijke structuur 2.2 Functionele structuur
9 9 11
Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Ruimtelijke- en programmatische kaders 3.2 Bouwplan 3.3 Stedenbouw
12 12 15 16
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
17 17 19 22 23
Hoofdstuk 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 5.1 Bodem 5.2 Waterhuishouding 5.3 Externe veiligheid 5.4 Archeologie 5.5 Cultuurhistorie 5.6 Ontplofbare oorlogsresten 5.7 Ecologie 5.8 Geluid 5.9 Bedrijven- en milieuzonering 5.10 Luchtkwaliteit 5.11 Mobiliteit 5.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.13 Trillingen 5.14 Totaalbeeld aspecten
28 28 30 32 35 35 36 38 40 44 46 48 49 51 51
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding 6.2 De indeling van de planregels 6.3 Bestemmingen
52 52 52 54
Hoofdstuk 7
56
FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Hoofdstuk 8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Voorontwerp 8.3 Ontwerp
57 57 57 57
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Ruimtelijke programmatische kaders 7 maart 2022 Bijlage 2 Actualisatie bodem- en asbestonderzoek
59 60 95
2
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14
Memo bodemkwaliteit en saneringsplan Watertoets Notitie bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid Quickscan flora en fauna Stikstofrapportage gebruiksfase Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Aanvullende memo onderzoek weg- en railverkeerslawaai Verkeersonderzoek Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling incl. bijlagen Onderzoek trillingsniveau vanwege railverkeer Commentaarnota inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Commentaarnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan
Regels
300 302 314 326 352 354 619 633 657 659 677 687
717
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
718 718 724
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Groen Parkeren - eigen terrein Verkeer Wonen Leiding - Hoogspanning bovengronds Leiding - Riool
726 726 727 728 729 732 733
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
735 735 736 737 738 739 740 741
Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
742 742 743
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal
745 746
bestemmingsplan
3
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
4
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doel
ROQ Vastgoed is voornemens om appartementen te realiseren in de groenstrook vanaf de Rondweg-West tot aan het NS-station Veenendaal-Centrum. Deze groenstrook ligt tussen de spoorlijn en 't Goeie Spoor. Halverwege deze groene zone ligt een fietstunnel. Al sinds de jaren '80 is deze locatie in beeld als locatie voor een potentiële ontwikkeling. Vanaf 2008 is dit bij de gemeente Veenendaal op het netvlies gekomen, omdat hier verschillende ideeën en initiatieven de revue hebben gepasseerd. De oorspronkelijke bedrijfsbestemming is vervallen en gewijzigd in groen, terwijl middels een prijsvraag een initiatief voor studentenhuisvesting op brede steun kon rekenen. Deze plannen zijn verder niet uitgewerkt. Voorts is in 2011 een nieuw idee geopperd met woningbouw op deze zone. Hiervan heeft de gemeente gemeend dit een passende invulling te vinden mits een levendige plint, verbeterd zicht vanuit de trein en inpassing in het groene karakter zou worden verankerd in het plan. Hierbij was een invulling bedacht voor het gehele perceel. In juli 2018 is samen met buurtbewoners gesproken over de projectlocatie. Dit heeft geleid tot de eerste ruimtelijke- en programmatische kaders die zijn vastgesteld op 22 november 2018. In de tussentijd is er echter het een en ander veranderd in het gemeentelijke beleid, met in het bijzonder de Omgevingsvisie Veenendaal 2030.
Daarnaast hebben er aanpassingen plaatsgevonden in het parkeer- en woonbeleid. Dit heeft geleid tot een aanzienlijk aangepast ontwerp met bijbehorende ruimtelijke- en programmatische kaders. In overleg met de buurt zijn in november 2021, herziene plannen gepresenteerd. Waarvoor in de raad van maart 2022, de actualisatie van de ruimtelijke en programmatische kaders ’t Goeie Spoor zijn vastgesteld. Deze ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan "woongebieden 2018", waarin het perceel is bestemd als Groen. Het plan is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Er is geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan opgenomen. Aan het plan kan alleen medewerking worden verleend indien het bestemmingsplan wordt herzien.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend als Gemeente Veenendaal, Sectie D, perceelnummer 8591. De oppervlakte van het gehele perceel is 10.280 m². De locatie wordt in tweeën gedeeld door de fietstunnel. Het deel aan de westzijde van de fietstunnel is ongeveer 5.500 tot 6.000 m² (deel dat parkeren gaat combineren met extra vergroening). De oostelijke locatie is kleiner, namelijk ongeveer 4.000 tot 4.500 m² (deel waar de appartementen worden gerealiseerd). Het plangebied ligt centraal in Veenendaal. Het perceel wordt omsloten door de spoorlijn Utrecht Rhenen, 't Goeie Spoor, bebouwing aan de het Stationsplein/'t Goeie Spoor. Het fietstunneltje tussen de Frans Halslaan en de Kastanjelaan knipt het plangebied in tweeën.
bestemmingsplan
5
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Afbeelding 1.1: ligging plangebied binnen de gemeente
Afbeelding 1.2: grenzen van het plangebied
6
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
1.3
Bestemmingsplannen
1.3.1
Vigerende plannen
Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan “Woongebieden 2018” van kracht. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen “Groen” en “Verkeer”. Tevens is de gebiedsaanduiding "milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied" over het gehele plangebied te vinden. Tot slot beslaat de gebiedsaanduiding "veiligheidszone - leiding hoogspanningsverbinding" een deel van het plangebied aan de westelijke zijde. Daarnaast valt een deel van het plangebied binnen het bestemmingsplan “Parapluplan 2020”. Het parapluplan legt geen bestemmingen en/of aanduidingen op onderhavig plangebied. Ter plaatse van de westelijke hoek van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Ondergrondse hoogspanning" en hebben de gronden de dubbelbestemming "Leiding - Hoogspanning bovengronds". De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling is in strijd met de vigerende bestemmingen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dienen de vigerende bestemmingsplannen ex artikel 3.1 Wro partieel te worden herzien.
Afbeelding 1.3: uitsnede verbeelding Woongebieden 2018 1.3.2
Voorgaande plannen
Het bestemmingsplan "Omgeving Station" toont twee bestemmingen voor het plangebied: "kantoren/woondoeleinden - A" (KWA) en "kantoren zonder gebouwen". Er was een bouwvlak met een maximale bouwhoogte van 8,50 meter, zie afbeelding 1.4. Dit bestemmingsplan was door de gemeenteraad vastgesteld op 6 april 1978. Dat betekent dat in 30 jaar (1978 tot 2008) deze bestemming niet is gerealiseerd. Dit was voor de gemeenteraad reden om deze bestemming niet te continueren in het bestemmingsplan 'Correctieve herziening Tussen Grift en Spoor' (van 2009 tot 2018).
bestemmingsplan
7
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Afbeelding 1.4: uitsnede plankaart Omgeving Station
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven; In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ontwikkeling toegelicht; Hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan het relevante beleidskader; In hoofdstuk 5 worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld; Hoofdstuk 6 wordt het juridische deel van het plan beschreven; In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; In hoofdstuk 8 worden tenslotte de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.
8
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Hoofdstuk 2 2.1
BEST AANDE SIT UAT IE
Ruimtelijke structuur
De wijken ten zuiden en ten noorden van het spoor ('t Franse Gat en de Bomenbuurt) zijn beide gebouwd tussen 1945 en 1960. De groenstrook tussen 't Goeie Spoor en de Stationsstraat is de groene rand van de Bomenbuurt. De Bomenbuurt bestaat uit grondgebonden woningen: overwegend twee bouwlagen met een kap. Dat houdt globaal in: een maximale nokhoogte van 10 meter en een goothoogte van maximaal 6 meter. Aan de zuidzijde van het spoor staat het Rembrandtcollege: een middelbare school met een bouwhoogte van circa 10 meter. De school is een solitair gebouw: de vorm, architectuur en oriëntatie is anders dan de woongebouwen in de directe omgeving. Meer naar het westen staan grondgebonden woningen aan de Gabriël Metsulaan: overwegend 1 bouwlaag, soms met een kap, soms zonder kap. De Geerhof bestaat uit twee delen: een deel dat georiënteerd is op het Stationsplein met op de begane grond "dienstverlening". Dit deel is 5 bouwlagen hoog. Het andere deel staat parallel aan 't Goeie Spoor en gaat van 5 naar 4 en 3 bouwlagen. Hier is de begane grond "gesloten", er is een entree en voor de rest zijn er bergingen en toegangen.
Afbeelding 2.1: luchtfoto plangebied
bestemmingsplan
9
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Afbeelding 2.2: plangebied gezien vanaf oostzijde (CycloMedia, 2022)
Afbeelding 2.3: plangebied gezien vanaf Stationssingel (CycloMedia, 2022)
10
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Afbeelding 2.4: Het Goeie Spoor met rechts de westelijke zijde van het perceel (CycloMedia, 2022)
Afbeelding 2.5: het fietstunneltje gezien vanaf Het Goede Spoor (CycloMedia, 2022)
2.2
Functionele structuur
Het plangebied is centraal gelegen in Veenendaal en is goed bereikbaar met de auto, bus, trein (nabij station Veenendaal Centrum) en fiets. De bestaande groenstrook is niet toegankelijk. Het plangebied is gelegen in stedelijk gebied. Eén van de speerpunten van provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid is binnenstedelijke (her)ontwikkeling, inclusief intensivering van woonactiviteit. Zeker nabij OV-knooppunten.
bestemmingsplan
11
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Hoofdstuk 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Ruimtelijke- en programmatische kaders
Aangezien het een ontwikkeling betreft van meer dan 25 woningen, is het gewenst om te komen tot een herziening van het bestemmingsplan "woongebieden 2018". Op 3 maart 2011 heeft de gemeenteraad besloten dat ontwikkelingen groter dan 25 woningen, waarvoor een bestemmingsplanherziening moet plaatsvinden, voorafgegaan moet worden door een kader stellend besluit. Vanwege de omvang van het plan zijn door de raad ontwikkelingskaders vastgesteld. In deze, op 22 november 2018 vastgestelde, ruimtelijke en programmatische kaders voor de ontwikkeling van deze locatie zijn ruimtelijke randvoorwaarden geformuleerd. Deze kaders zijn echter ingehaald door de tijd met aangepast gemeentelijk beleid en een aangepast plan. Om deze reden zijn er op 7 maart 2022 nieuwe ruimtelijke- en programmatische kaders vastgesteld, zie Bijlage 1. Ontsluiting en parkeren De kaders omtrent het parkeren zijn aangepast naar het nieuwe parkeerbeleid uit 2020. De parkeernorm is nu beduidend lager, onder andere door de ligging bij een NS-station en diverse buslijnen. Bepalend voor de nieuwbouw is het ruimtebeslag voor de ontsluiting en het parkeren. Er zullen geen parkeerplaatsen gerealiseerd worden in en/of onder het gebouw. Het gebied ten westen van het fietstunneltje mag niet bebouwd worden en zal worden ingezet voor de parkeerbehoefte.
Het gebied krijgt een openbare parkachtige uitstraling waarin geparkeerd kan worden. Over het fietstunneltje wordt een voetgangersbrug gerealiseerd om de gebieden met elkaar te verbinden. Wel zal het gebied ten oosten van het fietstunneltje bereikbaar zijn voor bijvoorbeeld invaliden, pakjesdiensten, etc. Het gaat dan om enkele parkeerplaatsen die bereikbaar kunnen zijn via de ontsluitingsweg van de Geerhof. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling een extra parkeerterrein aan te sluiten op 't Goeie Spoor. Bij een verdere uitwerking is aandacht nodig voor een prettige, sociaal veilige route tussen bebouwing en parkeerplaatsen. Tot slot is aandacht nodig voor het tegengaan van parkeren aan de overzijde van 't Goeie spoor. Dit kan bijvoorbeeld door aanvullende beplanting in de parkstrook die het niet makkelijk maakt om van zuid naar noord te lopen. Op de begane grond is ruimte nodig voor bergingen, fietsen, fietsenstallingen, entrees, woningen en/of gemeenschappelijke ruimte of iets dergelijks. Van belang is dat de "koppen" van de gebouwen met woningen en/of een gemeenschappelijke of maatschappelijke voorziening op het maaiveld staan. Lange aaneengesloten 'blinde gevels' moeten worden voorkomen. Functie, woningtype en doelgroep De beoogde functie voor de locatie is: 'Wonen'. De locatie leent zich voor een mix van kleine eenheden, middelgrote- en grotere appartementen.
Alle woningen dienen levensloop bestendig ontworpen te zijn. Ook dienen zij een buitenruimte te hebben. Er is geen doelgroep voor het plan voorgeschreven. Wel is het van belang dat de communicatie over de inschrijvingen voor de woning nadrukkelijk gericht is op een doelgroep gericht op openbaar vervoer, fiets, autodelen, etc. Er dient gemeld te worden dat er op basis van de lage parkeernorm niet voor iedere woning een parkeerplaats beschikbaar is. Net als voor alle locaties in Veenendaal geldt dat er minstens 30% sociale woningen gerealiseerd moet
12
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor worden, waarvan 2/3 sociale huur. Bouwvlak, rooilijnen en accenten: 'kop' en 'staart' Het gebied ten oosten van het fietstunneltje zal worden voorzien van een groot bouwvlak. De bebouwing krijgt binnen dit bouwvlak een 'kop' en 'staart'. Als je vanuit het oosten komt, is het oostelijke gebouw het beeldbepalende gezicht met 10 bouwlagen. Naast deze 10 lagen komt een lager deel dat traps- of bloksgewijs oploopt naar een hoge 'staart' van 7 bouwlagen. Door de woningen in dit volume te richten naar het fietstunneltje is meer zicht mogelijk op dit tunneltje en wordt de sociale veiligheid hiervan verbeterd. Er zijn twee bouwvlakken: oostelijk en westelijk. Het bouwvlak wordt in tweeën gedeeld door de ontsluiting en het parkeren. De afstand tussen de bouwvlakken is variabel. Deze zal vooral ingegeven worden door praktische overwegingen. De open ruimte tussen de bouwvlakken heeft ook een praktisch nut: hier moet de ruimte worden gevonden voor (ondergrondse) afvalinzameling, verhuiswagens, etc. Langs het spoor ligt het bouwvlak op de erfgrens. Aan de noordzijde wordt de ligging van het bouwvlak bepaald door de gewenste openbare ruimte met een voetpad. Aan de oostzijde is een afstand gewenst tot het appartementencomplex. Aan de westzijde heeft de situering van de nieuwe bebouwing een relatie met een in de ondergrond aanwezige rioleringsbuis.
Er dient 5 meter afstand tot het midden van het riool te worden aangehouden. Daarnaast mag er niet te dicht op het tunneltje worden gebouwd, in verband met de behoefte aan licht in de tunnel.
Afbeelding 3.1: situatieschets plangebied Massa, hoogte en vorm De hoogste gebouwen in de omgeving zijn 5 bouwlagen. Volgens de Structuurvisie 2025 is langs 't Goeie Spoor bebouwing mogelijk van maximaal 15 meter met accenten tot een maximum van 30 meter. In de Omgevingsvisie zijn deze hoogtebeperkingen komen te vervallen. Wel geldt nog steeds dat de bebouwing in de omgeving moet passen. Voor deze locatie is het uitgangspunt gedifferentieerde bouwhoogten die inspelen op ligging en woningbehoefte. Een 'kop' van 10 bouwlagen hoog aan de oostzijde, dicht bij het station. Deze 'kop' markeert de 'knik' in 't Goeie spoor en de ligging nabij het NS-station. De overgang naar de fietstunnel en het groen ten westen daarvan wordt gemarkeerd door een volume van 7 bouwlagen.
bestemmingsplan
13
bestemmingsplan 't Goeie Spoor De bebouwing tussen 'kop' en 'staart' kan op diverse manieren vorm krijgen. Het kan trapsgewijs, maar ook op een andere manier. Het doel is om een aaneengesloten wand te creëren, zonder dat deze een aaneengesloten bouwhoogte krijgt. Er moet worden afgewisseld in hoogte. Bij het bouwen op deze locatie is groencompensatie nodig. Het samenspel met levend groen zal van belang zijn bij het definitieve ontwerp. Beplanting op en aan de nieuwe bebouwing kan bijdragen aan de gewenste compensatie, beleving van de ruimten en gevels door de bewoners en gewenste bijzondere uitstraling van bebouwing op deze markante locatie.
Afbeelding 3.2: verbeelding kaders massa, hoogte en vorm Oriëntatie De nieuwe bebouwing heeft diverse gezichten en oriëntaties. Door zijn ligging heeft de bebouwing geen echte achterkant - een zijde die niet in het zicht ligt. Immers aan de zuidzijde hebben treinreizigers zicht op de bebouwing en aan de andere zijde is het gebouw zichtbaar voor automobilisten, voetgangers en fietsers. De oostelijke en westelijke koppen liggen volledig in het zicht vanaf 't Goeie Spoor en de spoorlijn. In feite is het van belang bebouwing met een alzijdige hoogwaardige kwaliteit te maken. Afhankelijk van de ontsluiting kunnen de woningen aan de zijde van de spoorlijn of aan de zijde van 't Goeie Spoor liggen. De appartementen zijn direct op het trappenhuis ontsloten of bereikbaar via een galerij.
14
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
3.2
Bouwplan
Het bouwplan voorziet in de realisatie van maximaal 125 appartementen (30% sociaal waarvan 2/3 sociale huur) verdeeld over één langgerekt gebouw met verschillende hoogten. Vast staat dat het hoekaccent aan de oostzijde 10 bouwlagen zal beslaan. Het hoekaccent aan de westzijde zal 7 bouwlagen beslaan. De bouwlagen tussen de twee hoekaccenten zullen variëren in aantal bouwlagen. In het hieronder bijgevoegde voorontwerp is gekozen voor een getrapt ontwerp, waarbij de daken een groene invulling krijgen. De appartementen worden gebouwd tussen de bestaande appartementen van De Geerhof en de fietstunnel. De begane grond wordt deels ingevuld met bergingen. Er wordt een uitrit gerealiseerd om het terrein te verbinden met het 't Goeie Spoor. Ter plaatse van de 10 bouwlagen bedraagt de bouwhoogte maximaal 34 meter. De hoofdingang bevindt zich aan de zijde van de fietstunnel. Dit om een zo kort mogelijke route naar de parkeerplaatsen aan de andere zijde van de fietstunnel te realiseren.
bestemmingsplan
15
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Afbeelding 3.3: impressies van het schetsontwerp
3.3
Stedenbouw
De stedenbouwkundige randvoorwaarden maken onderdeel uit van de in de vorige paragraaf benoemde kaders. Tijdens een definitieve aanvraag omgevingsvergunning zal worden getoetst of aan deze ruimtelijke- en programmatische kaders voldaan wordt.
16
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Rijksbeleid
Hoofddoel van het nationale ruimtelijke beleid is om ruimte te scheppen voor verschillende ruimtevragende functies. Het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat, maakt het nodig dit op een efficiënte en duurzame wijze te doen en niet alleen in kwantitatieve, maar ook in kwalitatieve zin. Bundeling van verstedelijking is een beleidsstrategie die het Rijk hanteert. Er wordt op deze manier optimaal gebruik gemaakt van de ruimte die in het bestaande bebouwde gebied aanwezig is. 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI heeft maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie De ontwikkeling draagt bij aan een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Daarnaast is in de regels van onderhavig bestemmingsplan onder andere een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat een omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen pas wordt verleend op het moment dat uit een gemeentelijke beoordeling volgt dat het plan voldoet aan het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal. Afhankelijk van de omvang moeten nieuwbouwplannen een minimaal aantal punten scoren ten aanzien van een; gezonde en groene leefomgeving - bewegen, ontmoeten, sporten en spelen energietransitie en duurzaam bouwen - natuurinclusief bouwen - klimaatadaptatie - en - veiligheid en leefbaarheid.
Hiermee is geborgd dat het plan uitsluitend kan worden gerealiseerd als het voldoende bijdraagt aan voornoemde 6 thema's en hiermee evenees een bijdrage levert aan de maatschappelijke opgave zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de NOVI. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit het nationaal ruimtelijk beleid en bevat nadere regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien een aantal keer gewijzigd. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire
bestemmingsplan
17
bestemmingsplan 't Goeie Spoor waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven. Conclusie Binnen het plangebied zijn geen onderdelen van het Barro aanwezig en hiermee behoeft het geen specifieke aandacht in het onderhavige plan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het Barro. 4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren. De Ladder voor duurzame verstedelijking is gewijzigd per 1 juli 2017. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Tevens wordt de mogelijkheid geboden om de toepassing van de Ladder door te schuiven naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. De verwachting is dat de Ladder met deze wijziging beter hanteerbaar zal zijn, beter aansluit bij het geheel aan vereisten aan een toelichting bij bestemmingsplannen en tot minder onderzoekslasten zal leiden. De Ladder als motiveergrond voor ruimtelijke plannen is aangescherpt, maar wordt lichter in het gebruik. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, motiveren volgens de Ladder. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
Toetsing Stedelijk e ontwikkeling Om aan deze verplichting uit de Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt als volgt gedefinieerd in het Bro: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2015:953) blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zodra er minstens 12 woningen worden gerealiseerd. Met maximaal 125 woningen kunnen we over dit plan spreken als een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling is hiermee ladderplichtig. Trede 1: Bepalen behoefte Vanuit diverse beleidsstukken blijkt dat de woningen binnen de behoefte aan extra woningen binnen de rode contour passen. Nog steeds is er behoefte aan een flinke uitbreiding van het aantal woningen in Veenendaal. In de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht worden knooppunten als de stations Veenendaal Centrum benoemd als potentiële locaties voor binnenstedelijke en binnendorpse ontwikkelingen. Vanuit de provincie ligt er voor de periode tot 2040 een opgave van 133.200 tot 165.700 woningen. Met de toevoeging van maximaal 125 woningen draagt het voorgenomen bouwplan in positieve zin bij aan de kwantitatieve woningbehoefte.
In paragraaf 4.4.2 wordt nader ingegaan op de kwalitatieve woningbehoefte. Trede 2: Bouwen binnen stedelijk gebied Dit bestemmingsplan maakt maximaal 125 woningen mogelijk binnen de zogenaamde rode contouren. Dit is het gebied wat de provincie Utrecht ziet als stedelijk gebied. Hiermee spreken we van een binnenstedelijke ontwikkeling en is er geen sprake van het aanwenden van nieuw ruimtebeslag. Conclusie
18
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
De voorgenomen ontwikkeling wordt gerealiseerd op een inbreidingslocatie binnen het stedelijk gebied van Veenendaal en voorziet in woningen aansluitend op de behoefte. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd tot 2050. De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven samenhangende beleidsthema's: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Stad en land gezond Klimaatbestendig & waterrobuust Duurzame energie Vitale steden & dorpen Duurzaam gezond & veilig bereikbaar Levend landschap erfgoed & cultuur Toekomstbestendige natuur & landbouw
De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Voor deze regio wordt een verstedelijkingsstrategie gegeven als regionale uitwerking van het beleid. Daaruit blijkt dat de woningbehoefte in Foodvalley het aanbod overtreft en ook de prognoses laten een groei zien. In de periode 2019 tot 2040 moeten er binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley 7.000 tot 8.000 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. Hiervan zijn 3.500 woningen opgenomen in de bestaande plancapaciteit. Er moet dus nog ruimte voor 3.500 tot 4.500 extra woningen worden gezocht. In de gemeente Veenendaal is er op de korte termijn voldoende plancapaciteit om het grootste gedeelte van haar woningbouwopgave te realiseren. Dit gebeurt in Veenendaal-Oost en in de nabijheid van station Veenendaal-Centrum. Na circa 2030 bereikt de gemeente Veenendaal letterlijk de grenzen van haar groei. Voor de langere termijn is het noodzakelijk om in de regio op zoek te gaan naar nieuwe locaties voor integrale ontwikkeling van wonen en werken, bij voorkeur rondom knooppunten.
Conclusie In de regels van onderhavig bestemmingsplan is onder andere een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat een omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen pas wordt verleend op het moment dat uit een gemeentelijke beoordeling volgt dat het plan voldoet aan het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal. Afhankelijk van de omvang moeten nieuwbouwplannen een minimaal aantal punten scoren ten aanzien van een; gezonde en groene leefomgeving - bewegen, ontmoeten, sporten en spelen - energietransitie en duurzaam bouwen - natuurinclusief bouwen - klimaatadaptatie en - veiligheid en leefbaarheid. Hiermee is geborgd dat het plan uitsluitend kan worden gerealiseerd als het voldoende bijdraagt aan voornoemde 6 thema's en hiermee evenees een bijdrage levert aan de beleidsthema's zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de provinciale omgevingsvisie. 4.2.2
Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. In de omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. In de verordening zijn alle regels voor de leefomgeving van circa 20 verordeningen samengebracht naar één verordening. De omgevingsverordening bevat een verstedelijkingsverbod voor landelijk gebied, tenzij in de verordening
bestemmingsplan
19
bestemmingsplan 't Goeie Spoor anders is bepaald. Voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen stedelijk gebied, geeft de verordening instructieregels voor onder meer woningbouw. Woningbouw dient te passen in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw en woningbouw mag niet leiden tot extra bodemdaling. Daarnaast worden er instructieregels gegeven voor een omgevingsplan dat betrekking heeft op bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien, waarborgt dat de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de knelpunten in de bereikbaarheid. Bij voorkeur leiden de nieuwe ontwikkelingen tot een afname van knelpunten in de bereikbaarheid. Tot slot bevat de omgevingsverordening specifieke instructieregels voor een Omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie binnen onder andere de Cultuurhistorische hoofdstructuur, Stiltegebied, Overstroombaar gebied, een boringsvrije zone, beschermd natuurgebied, of een geluidscontour van een provinciale weg. Conclusie Onderhavig plangebied ligt binnen het stedelijk gebied van Veenendaal. Om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht, is het nodig om tot 2040 in totaal 133.200 - 165.700 woningen te realiseren.
De voorgenomen ontwikkeling draagt met de toevoeging van maximaal 125 woningen in positieve zin bij aan deze kwantitatieve woningbehoefte. In paragraaf 4.4.2 wordt nader ingegaan op de kwalitatieve woningbehoefte. Het plangebied is tevens gelegen binnen de gebiedsaanwijzing 'Overstroombaar gebied'. De provinciale omgevingsverordening schrijft voor dat bij bepaalde ontwikkelingen dient te worden onderbouwd hoe om wordt gegaan met (de gevolgen van) overstromingsgevaar. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt is géén ontwikkeling waar dit voor nodig is. Er wordt met dit bestemmingsplan geen vitale of kwetsbare bestemming mogelijk gemaakt. Daarnaast is geen sprake van de ontwikkeling van een grootschalige woonwijk of bedrijventerrein. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de provinciale omgevingsverordening.
4.2.3
Provinciaal Bodem- en waterprogramma 2022-2027
De bodem en het water vormen letterlijk de basis van onze leefomgeving en zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Een dichtbevolkte provincie vraagt veel van het bodem- en watersysteem. De bodem is een bron voor ons drinkwater, en schoon en voldoende water is cruciaal voor natuur en landbouw. De bodem is ook steeds vaker een bron voor duurzame energie. In het Bodem- en waterprogramma 2022-2027 is beschreven hoe de provincie werkt aan een duurzaam bodem- en watersysteem en hoe bodem en water bijdragen aan een veilige, vitale en leefbare provincie. Het Bodem- en waterprogramma 2022-2027 is een uitwerking van ambities voor de bodem en het water uit de provinciale Omgevingsvisie. Onderdeel van het programma is het wettelijk verplichte Regionaal Waterplan onder de Waterwet. Het programma beschrijft hoe de provincie samen met partners wil werken aan ambities uit de Omgevingsvisie, welke beleidskeuzes we maken en hoe we hier uitvoering aan willen geven. Het programma gaat over duurzaam gebruik van de ondergrond, circulariteit, schoon oppervlaktewater, schone bodem en schoon grondwater, voldoende water, waterveiligheid en energie uit bodem en water. Ook actuele vraagstukken zijn onderdeel van het programma.
Het gaat dan bijvoorbeeld over omgaan met de toenemende periodes van droogte en wateroverlast, de toenemende drukte in de ondergrond en het vaststellen van doelen en maatregelen voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). Conclusie Conform het geldende bestemmingsplan "Woongebieden 2018" ligt het plangebied binnen de gebiedsaanduiding "Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied". In onderhavig nieuw bestemmingsplan is deze gebiedsaanduiding gewijzigd naar "Milieuzone - boringsvrije zone". Deze aanduiding is opgenomen ten behoeve van het behoud van de beschermende bodemlaag rond de grondwaterwinning Veenendaal. In de regels van onderhavig bestemmingsplan is opgenomen dat ter
20
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor plaatse van voornoemde aanduiding het roeren van gronden, zoals het maken van boorputten, grond- en funderingswerken, dieper dan 30 meter onder het maaiveld niet is toegestaan, tenzij hiervoor toestemming van de provincie Utrecht is verkregen. Het voorgenomen bouwplan leidt niet tot bodemroering dieper dan 30 meter - maaiveld. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het provinciaal Bodem- en waterprogramma 2022-2027. 4.2.4
Natuurvisie
In de provincie Utrecht komen veel natuurwaarden voor. Het groene netwerk draagt bij aan het welbevinden en de gezondheid van inwoners waardoor mensen graag in Utrecht wonen en werken. De keerzijde in stedelijk Utrecht is de infrastructuur die de landschappen en natuurgebieden doorsnijdt. De economische activiteiten hebben een negatief effect op de natuur. Voor een robuuste natuur met een duurzame instandhouding is daarom natuurbeleid opgesteld. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is inmiddels omgedoopt tot Natuurnetwerk Nederland (NNN), het aaneengesloten stelsel van natuurgebieden. Ook natuur in agrarische en stedelijke gebieden krijgen meer aandacht. Soorten van dieren en planten dienen beschermd te worden en het stoppen van de teruggang van de biodiversiteit heeft prioriteit. Verdroging en stikstofuitstoot zijn knelpunten, en natuurgebieden zijn nog onvoldoende aaneengesloten. Het integraal benaderen van het natuurbeleid met bijvoorbeeld landbouw, recreatie, en bosbeheer zal dit moeten verbeteren. Ook bodem, water, milieu, erfgoed, en cultuurhistorie zijn pijlers die kansen bieden voor een betere natuur.
Afbeelding 4.1: Natuurnetwerk Nederland (Omgevingsvisie 2021 en natuurbeheerplan 2021, provincie Utrecht) Conclusie Het plangebied ligt nabij meerdere gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In paragraaf 5.7 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de relatie tussen de voorgenomen ontwikkeling en NNN.
bestemmingsplan
21
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Visie "Natuurlijk Ontwikkelen"
Gemeenten en waterschap zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verwerken van neerslag en het inzamelen en zuiveren van afvalwater. De achtentwintig gemeenten en het waterschap in de regio Vallei en Veluwe hebben op 22 oktober 2015 via het Platform Water gezamenlijk een visie uitgebracht over omgaan met hemelwater en gebruikt water. De visie geeft richting aan de manier waarop kan worden omgegaan met veranderingen en ontwikkelingen met betrekking tot klimaat, geneesmiddelen in afvalwater, technologische innovaties en de rol van de overheid. De visie bevat gidsprincipes, handelingsperspectieven en praktijkvoorbeelden en is tot stand gekomen tijdens een aantal discussiebijeenkomsten. De betrokken organisaties zien de visie als middel om in dialoog te komen met belanghebbenden in de regio, gericht op kansen. Conclusie In de definitieve planuitwerking wordt aandacht besteed aan de punten uit de omgevingsvisie en wordt nader uitgewerkt hoe met hemel- en afvalwater wordt omgegaan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de visie "Natuurlijk Ontwikkelen". 4.3.2
Blauwe Omgevingsvisie 2050
Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water 3. Partnerschap als watermerk De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma. Conclusie In de definitieve planuitwerking wordt aandacht besteed aan de punten uit de omgevingsvisie en wordt nader uitgewerkt hoe met hemel- en afvalwater wordt omgegaan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de Blauwe Omgevingsvisie 2050. 4.3.3
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027
Waterschap Vallei en Veluwe hebben het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) op 21 november 2021 vastgesteld. Het BOP is de tactische uitwerking van de Blauwe omgevingsvisie (BOVI2050). Met als overkoepelend thema ‘een waardevolle leefomgeving’, worden de maatschappelijke thema’s klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie en biodiversiteit, gekoppeld aan de drie waterprincipes en geïntegreerd in vier gebiedsprogramma’s. Veenendaal valt binnen het gebiedsprogramma Gelderse Vallei. In en rondom Veenendaal zijn de volgende doelen opgesteld: Op orde houden van de waterkeringen. Na realisatie van de Grebbedijk is het doel om met gebiedspartners na te denken over toekomstige functies en status van de Slaperdijk. Klimaatadaptatie maatregelen uitvoeren in bestaand stedelijk gebied door het bevorderen van een klimaatadaptieve inrichting van openbare- en particuliere terreinen. Energiewinning zoals thermische energie uit oppervlaktewater, wind en zon, gekoppeld aan de gemeentelijke Transitievisie Warmte. Verkennen principe klimaatmantels (bufferen van hemelwater) rond stedelijke kernen FoodValley. Conclusie In de definitieve planuitwerking wordt aandacht besteed aan voornoemde punten uit het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) en wordt nader uitgewerkt hoe hiermee wordt omgegaan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het BOP.
22
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Omgevingsvisie Veenendaal 2030
De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 17 december 2020 de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2030 is een plan op hoofdlijnen dat alle strategische beleidsplannen vervangt die gaan over de fysieke leefomgeving, zoals het milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeersen vervoersplan en de structuurvisie. De inhoud van de Strategische Visie 2040, die de gemeenteraad in 2017 vaststelde, is de basis geweest voor de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zet in op een koerswijziging van kwantiteit naar kwaliteit: beter en slimmer inrichten van de leefomgeving met gebruik van innovatie, kennis en creativiteit. Bij ieder initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij de principes gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving wordt in de Omgevingsvisie 2030 het volgende afwegingskader gegeven: 1. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan een Gezonde, Duurzame en Veilige leefomgeving. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om hier aan bij te dragen. Zo zal ook de gewenste groei van Veenendaal moeten bijdragen aan deze doelen. 2. We kiezen voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut. 3. We voorkomen dat negatieve gevolgen van ontwikkelingen afgewenteld worden op de omgeving.
We beoordelen ruimtelijke ontwikkelingen integraal en in relatie tot de omgeving. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie 2030 specifieke opgaven en doelstellingen voor de thema's Gezond duurzaam en veilig, Bouwen en wonen, Groen natuur en water, Mobiliteit, Economie, Milieu, en er worden aanvullende opgaven en doelstellingen voor het centrum gegeven. Bouwhoogten In de visie worden geen maximale bouwhoogten genoemd maar wordt gesteld dat de hoogte van bebouwing moet passen binnen de ruimtelijke structuur en de betekenis van de betreffende locatie. Ten aanzien van bouwhoogten worden bj nieuwe ontwikkelingen onderstaande richtlijnen gehanteerd: Hoge bebouwing ligt aan structuurdragers, structurerende lijnen, entrees en stedenbouwkundige accenten; Structurerende lijnen zijn de Wageningselaan, industrielaan, de centrumring en radialen (linten) die van buiten tot in het centrum lopen; Entrees waar hoogteaccenten gewenst zijn, betreffen de entrees aan de A12, alsmede de entrees naar het centrum; Stedenbouwkundige hoogte accenten kunnen aan de orde zijn bij inbreiding/ herstructureringslocaties en nieuwe ontwikkelingen in bestaande woongebieden.
Bijvoorbeeld om een door de gemeente gewenst type bebouwing te realiseren en/of een stedenbouwkundig belangrijke plek te markeren; Bij initiatieven tot hoogbouw is het van belang dat de initiatiefnemer aantoont op welke wijze de ontwikkeling bijdraagt aan de leidende principes uit de Ontwerp-Omgevingsvisie: Gezond, Duurzaam en Veilig; Participatie speelt een belangrijke rol bij nieuwe ontwikkelingen en het bepalen van de bouwhoogten. Bij bouwontwikkelingen komt de initiatiefnemer in overleg met omwonenden en de gemeente tot een haalbaar en aanvaardbaar plan ten aanzien van de bouwhoogtes, waarbij o.a. brandveiligheidseisen, verkeers- en parkeerproblematiek, windhinder en schaduwwerking begrenzingen stellen aan de hoogte. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Veenendaal 2030, waar verdichting en transformatie één van de speerpunten is. Daarnaast voorziet het plan in een door de gemeente gewenst type woningbouw tussen de spoorbaan (structuurdrager) en Het Goeie Spoor (structurerende lijn) en nabij het centraal station. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de richtlijnen voor hoogbouw. Een beschrijving van
bestemmingsplan
23
bestemmingsplan 't Goeie Spoor hoe is geborgd dat de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage levert aan een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal is verwoord in paragraaf 4.4.2 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de Omgevingsvisie Veenendaal 2030. 4.4.2
Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal
Op 17 december 2020 is de Omgevingsvisie Veenendaal vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal nagestreefd. De visie bevat ambities en doelen om dit te bereiken. In het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal dat als beleidsregel is vastgesteld door het college, worden de ambities concreet gemaakt. De volgende thema's uit de omgevingsvisie zijn opgenomen: Gezonde en groene leefomgeving; Bewegen, ontmoeten, sporten en spelen (BOSS); Energietransitie en duurzaam bouwen; Natuurinclusief bouwen; Klimaatadaptatie; en Veiligheid en leefbaarheid. Voor elk thema uit de Omgevingsvisie zijn maatregelen opgesomd waarmee wordt bijgedragen aan deze verschillende thema's. Aan deze maatregelen zijn punten gekoppeld. Een ontwikkelaar moet straks een minimale score per thema en een minimale score voor het totaal behalen. Op deze manier laten we de ambities uit de omgevingsvisie terugkomen in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het puntensysteem is toegespitst op de realisatie van woningen. Het fungeert daarmee als kader voor de beoordeling of een ontwikkeling voldoende bijdraagt aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Het puntensysteem wordt toegepast bij ontwikkelingen waarvoor een herziening, wijziging, uitwerking of afwijking van het bestemmingsplan nodig is.
Het wordt alleen toegepast bij nieuwbouw van woningen en dus niet toegepast bij transformatie van bestaande bebouwing. In het bestemmingsplan wordt middels een dynamische verwijzing in de regels opgenomen dat de ontwikkeling moet voldoen aan het puntensysteem. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de eis om te voldoen aan het puntensysteem opgenomen in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning. Conclusie Het voorgenomen plan is momenteel nog niet zo ver uitgewerkt dat de te nemen maatregelen bekend zijn. Om te borgen dat bij het definitieve ontwerp wordt voldaan aan de voorwaarden van het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal, is in de regels van onderhavig bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat een omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen pas wordt verleend op het moment dat uit een gemeentelijke beoordeling volgt dat het plan voldoet aan het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal. 4.4.3
Woonvisie 2022-2025
Op 23 juni 2022 heeft de raad van Veenendaal de Woonvisie 2022-2025 vastgesteld. Onder de nieuwe Woningwet is het vanaf 1 januari 2022 weer verplicht dat gemeenten een Woonvisie opstellen. De Woonvisie 2022-2025 zal in deze de Woonvisie 2014-2019 vervangen die eerst werd aangehouden door de verwachte intreding van de Omgevingswet in 2022. In de Woonvisie is als centrale visie op wonen in Veenendaal aangemerkt: “De Woonvisie is richtinggevend en normstellend voor de ontwikkeling van de woningvoorraad en nieuwbouw van woningen in onze gemeente. Zo blijft het prettig wonen in Veenendaal voor iedereen. Veenendaal is een aantrekkelijke woongemeente. We streven naar behoud van de huidige aantrekkelijkheid, ook onder de groeiende en veranderende woningbehoefte in de komende jaren. We spannen ons nu maximaal in om voor de lange termijn te sturen op de gewenste kwantiteit en kwaliteit. Keuzes van nu zijn namelijk van groot belang voor de toekomst. Een verkeerde keuze nu, kan groot effect hebben op de lange termijn. Van goede keuzes zullen we daarentegen nog lang profijt hebben. Vanzelfsprekend passen we nieuwbouw altijd met zorg en aandacht voor de omgeving in.” Op grond van de Woonvisie richt de gemeente Veenendaal zich in de uitvoering op 6 speerpunten: 1. Goed wonen voor iedereen: omgaan met de groei die Veenendaal door maakt en aandacht houden
24
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor voor verschillende en bijzondere doelgroepen; 2. Bestaande woningvoorraad: bewustwording rondom verduurzaming van de particuliere woningvoorraad en het aanpassen van bestaande woningen op de afnemende mobiliteit van oudere huishoudens; 3. Betaalbaarheid en beschikbaarheid: inzetten op het hebben van voldoende betaalbare sociale woningen, zowel koop als huur; 4. Aantrekkelijke nieuwbouw: inzetten op complementaire nieuwbouw om daarmee de doorstroming in de woningmarkt te bevorderen; 5. Vitale wijken: inzetten op een aantrekkelijk woon- en leefklimaat in elke wijk; 6. Wonen met zorg: de lokale opgave naar woon(zorg)voorziening in kaart brengen en aanpakken. Conclusie Uit regionaal overleg blijkt dat tot 2040 voor Veenendaal een woningtekort is van 10.700 woningen. Medio 2021 kende Veenendaal namelijk circa 66.900 inwoners. Naar verwachting groeit dit aantal tot 2040 naar 80.850. Voor de komende 20 jaar is het beeld voor Veenendaal dat vooral de vergrijzing van de eigen bevolking zorgt voor een flinke verschuiving in samenstelling. De groep boven de 75 groeit procentueel het hardst. Stimuleren van verhuizingen van inwoners op leeftijd zorgt er voor dat gezinswoningen vrij komen voor jonge gezinnen. Naast woningen om de vergrijzing op te vangen, is er grote behoefte aan (betaalbare) starterswoningen in het huur- en koopsegment.
De woningprijzen in Veenendaal en de rest van Nederland zijn de afgelopen jaren flink gestegen. Hiermee is de keuzeruimte op de woningmarkt vooral voor starters steeds beperkter geworden. Uitgangspunt is dat nieuwe woningen minimaal levensloopgeschikt worden gerealiseerd, wat betekent dat de woningen in potentie bruikbaar zijn voor een volledige levensloop, al dan niet met enkele kleine aanpassingen-op-maat. De woning is toegankelijk voor een bewoner met een rollator en kan hierdoor bewoond worden door verschillende doelgroepen. Voor nieuwbouw wordt ingezet op inbreiding en transformatie boven uitbreiding. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op een inbreidingslocatie en voorziet in maximaal 125 levensloopgeschikte appartementen binnen verschillende prijssegmenten en verdeling huur/koop. In ieder geval zal 30% in het sociale segment worden gerealiseerd, waarvan 2/3 sociale huur. Met voornoemde mix van appartementen wordt onder andere ingespeeld op de behoefte van starters, alleenstaande en senioren. Woonruimte voor senioren zorgt daarnaast voor doorstroming op de woningmarkt. Bestaande grondgebonden woningen die zij achterlaten, kunnen in gebruik worden genomen door doelgroepen die wellicht niet rechtstreeks met dit plan worden bediend. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de Woonvisie 2022-2025. 4.4.4
Groenstructuurplan
Het doel van het Groenstructuurplan is als volgt te formuleren: 1. De samenhang van het groen met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische patronen versterken; 2. met het groen de herkenbaarheid en identiteit van de openbare ruimte vergroten; 3. de gewenste groenstructuur formuleren en realiseren volgens de opgestelde visie; 4. groen bij nieuwe ontwikkelingen als bouwsteen en leidend principe gebruiken; 5. accenten in het groen aanbrengen overeenkomstig de plaats en het niveau. Er wordt een onderscheid gemaakt naar groen op twee niveaus: de hoofdgroenstructuur en het groen binnen wijken. Ten aanzien van de hoofdgroenstructuur is het doel de identiteit en de kwaliteit van de afzonderlijke elementen te vergoten, waarbij de aanwezige of gewenste samenhang (structuur) tussen de verschillende elementen en patronen als kader geldt. De hoofdgroenstructuur bestaat uit de volgende onderdelen: de Grift, de oude linten, pleinen, parken, begraafplaatsen en sportparken, de binnenring, de Rondweg, 't Goeie Spoor / Industrielaan / Wageningselaan, de snelweg A12, de spoorlijnen en de entrees. Conclusie Door de ligging van het plangebied aan 't Goeie Spoor maakt deze onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur.
Echter, sinds het vaststellen van het Groenstructuurplan is er aan de noordzijde van 't Goeie Spoor bebouwing bij gekomen en is de beplanting tussen 't Goeie Spoor en de spoorlijn
bestemmingsplan
25
bestemmingsplan 't Goeie Spoor behoorlijk uitgedund. Het groen bestaat nu uit een rij bomen en gras of 'onkruid'. Onderscheid wordt gemaakt tussen de groenstrook ten westen en ten oosten van het fietstunneltje. Er is bewust gekozen om de bebouwing aan de oostzijde van het tunneltje mogelijk te maken, aansluitend op het stationsgebied. Op deze manier blijft, via de overzijde van de weg, de groenstructuur in stand. De realisatie van een 'groene' parkeerplaats op het deel ten westen van het tunneltje heeft nagenoeg géén impact op de groene waarde die dat gebied op dit moment heeft. De bomenrij blijft zoveel mogelijk gehandhaafd en er worden extra bomen en groen geplant onder het mom 'parkeren in het groen'. Daarnaast wordt, door de gelaagdheid in het bouwplan en de uitvoering met groendaken, de bestaande groenstructuur ook nog enigszins doorgezet aan de oostzijde van de fietstunnel. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het Groenstructuurplan. 4.4.5
Duurzaamheidsbeleid
De wettelijke eisen voor energiezuinigheid van het Bouwbesluit hebben betrekking op thermische isolatie, de energieprestatie (EPC) en milieuprestatie (MPG). Aanvullend heeft de gemeente Veenendaal beleid opgesteld voor duurzaamheid in het programmaplan "Energieneutraal Veenendaal 2050" (30 maart 2017). De gemeente geeft uitwerking aan de volgende ambities en doelstellingen: Veenendaal is energieneutraal in 2035: streven naar energie neutrale woningen en wijken. Het streven is naar energieneutraliteit (EPC=0 of beter: Nul Op de Meter). Deze woningen moeten energieneutraal zijn en niet afhankelijk van gas. Veenendaal is energieneutraal in 2035: stimuleren schonere voertuigen. Voor de inrichting van de openbare ruimte moet rekening gehouden worden dat bewoners een elektrische auto hebben en willen opladen. Veenendaal is voorbereid op klimaatverandering: ontwikkelingen worden minimaal waterneutraal uitgevoerd, groen wordt strategisch ingezet voor hemelwaterafvoer en koeling in de stad.
De gemeente vindt het daarbij belangrijk dat bij nieuwe ontwikkelingen de volgende onderwerpen aan de orde komen bij het thema duurzaam bouwen: Toepassen van een prestatie-instrument voor duurzaam bouwen; Mogelijkheden om het dak te benutten voor warmte-opslag, waterberging, het bufferen van fijnstof of energiewinning; Natuurvriendelijke maatregelen aan of rond het gebouw; Geen koper, lood of zink gebruiken voor de hemelwaterafvoer; Toepassen van duurzaam hout; Energiezuinige terrein- en gebouwverlichting. Conclusie Zoals reeds beschreven in paragraaf 4.4.2 van deze toelichting, is het voorgenomen plan momenteel nog niet zo ver uitgewerkt dat de te nemen duurzaamheidsmaatregelen bekend zijn. Om te borgen dat bij het definitieve ontwerp wordt voldaan aan de voorwaarden van het duurzaamheidsbeleid, is in de regels van onderhavig bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat een omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen pas wordt verleend op het moment dat uit een gemeentelijke beoordeling volgt dat het plan voldoet aan het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het duurzaamheidsbeleid. 4.4.6
Welstandsnota 2017
Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden. Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel de reguliere vergunningsplichtige bouwwerken als voor de zogeheten veel voorkomende kleine bouwwerken die vergunningsplichtig zijn. Gekozen is welstandsvrij bouwen mogelijk te maken in een nieuw te ontwikkelen woongebied en op bestaande bedrijventerreinen. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria
26
bestemmingsplan
bestemmingsplan 't Goeie Spoor van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt dus invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren. Conclusie Het plangebied valt binnen de welstandsgebieden "T3", "B1" en "G1". Dit staat respectievelijk voor "instituten/maatschappelijke doeleinden", "bedrijventerrein 1" en "parken, groengebieden, begraafplaatsen en sportcomplexen".
Zodra er een definitief ontwerp is, zal de welstandscommissie een advies uitbrengen op het plan.
Afbeelding 4.2: ligging plangebied binnen op de welstandskaart
bestemmingsplan
27
bestemmingsplan 't Goeie Spoor
Hoofdstuk 5
M ILIEU- EN OM GEVINGSASPECT EN
In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten voor de ontwikkeling van de planlocatie beschreven. Het gaat hierbij om de aspecten natuur, water, archeologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Voor ieder aspect is een onderzoek of toets uitgevoerd.
5.1
Bodem
Bij bodem wordt onderscheid gemaakt in de fysische en de chemische bodemkwaliteit. De fysische bodemkwaliteit heeft betrekking op de opbouw en samenstelling van de bodem. Denk hierbij aan draagkracht en in de bodem aanwezige voorwerpen, zoals archeologische vondsten. 5.1.1
Wettelijk kader
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Volgens het Bro zullen burgemeester en wethouders in verband met de uitvoerbaarheid van het plan onder meer een onderzoek verrichten naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op daarvoor geschikte gronden te worden gerealiseerd. Wet bodembescherming De Wet Bodembescherming bevat de voorwaarden die kunnen en worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. De wet heeft betrekking op zowel landbodems als waterbodems. De Wet bodembescherming geeft aan wanneer er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en of er dan ook gesaneerd moet worden (saneringsnoodzaak). De hoeveelheid grond dan wel grondwater (beide in m³) en de mate van vervuiling, gemiddeld boven de interventiewaarde, zijn de criteria voor een geval van ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarde is de waarde, waarboven er mogelijk sprake is van humane, ecologische of verspreidingsrisico's. De urgentie van sanering wordt bepaald door de geplande projectontwikkeling. Voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging is er bij niet gewijzigd grondgebruik soms geen noodzaak tot saneren.
Voorbeelden zijn voormalige stortplaatsen en kleine verontreinigingen in het diepere grondwater. De gevallen van ernstige bodemverontreinigingen zijn door de Gemeente Veenendaal in beeld gebracht. In een aantal gevallen is in een beschikking Wet bodembescherming aangegeven wat er met een geval van ernstige bodemverontreiniging moet gebeuren. Nadat er is gesaneerd, kunnen er restverontreinigingen aanwezig zijn. Soms zijn er gebruiksbeperkingen. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is te voorkomen dat de bodem (grond en grondwater) en het oppervlaktewater verontreinigd worden door het gebruik van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Daarnaast wordt gestreefd naar hergebruik van grondstoffen, zodat minder materiaal wordt gestort en minder nieuwe grondstoffen hoeven te worden gewonnen. In het besluit zijn regels opgenomen over kwaliteitsborging, bouwstoffen, grond en baggerspecie. Grondverzet kan plaatsvinden conform het Besluit Bodemkwaliteit. Op de bodemkwaliteitskaart (Omgevingsdienst Utrecht) heeft de grond waar gebouwd gaat worden de bodemfunctieklasse 'Wonen'. 5.1.2