3.a Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost - Toelichting en regels
Tekst van het document
Gemeente Veenendaal
Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost Toelichting, regels en analoge verbeelding
Februari 2024
Kenmerk 0345-13-T01 Projectnummer 0345-13
Toelichting
Inhoudsopgave 1.
Inleiding.............................................................................................................................. 1
2.
Huidige situatie ................................................................................................................. 3 2.1. Landschappelijke kenmerken ................................................................................... 3 2.2. Eigendom plangebied ............................................................................................... 3 2.3. Vigerende bestemmingsplannen .............................................................................. 3 2.3.1. Bestemmingsplan Veenendaal-oost ............................................................... 3
3.
Toekomstige situatie ........................................................................................................ 5 3.1. Stedenbouwkundige hoofdstructuur Veenendaal-oost ............................................. 5 3.1.1. De deelgebieden ............................................................................................ 5 3.1.2. Verkeersstructuur ........................................................................................... 6 3.1.3. Water- en groenstructuur ................................................................................ 7 3.2. Buurtstede ................................................................................................................. 7 3.3. Buurtschap De Ontmoeting ...................................................................................... 8 3.4. Nordenheem ........................................................................................................... 11
4.
Nader onderzoek ............................................................................................................. 12 4.1. Algemeen ................................................................................................................ 12 4.2. Duurzame verstedelijking ....................................................................................... 12 4.2.1. Aanleiding ..................................................................................................... 12 4.2.2. Toetsing ........................................................................................................ 12 4.3. Cultuurhistorie ......................................................................................................... 13 4.4. Verkeer / parkeren .................................................................................................. 14 4.5. Akoestische aspecten ............................................................................................. 15 4.6. Natuurbescherming ................................................................................................. 17 4.7. Bodem ..................................................................................................................... 20 4.8. Opkomsttijden Brandweer ...................................................................................... 20 4.9.
Externe veiligheid .................................................................................................... 21 4.10. M.e.r.-beoordeling ................................................................................................... 23
5.
Watertoets ........................................................................................................................ 24 5.1. Algemeen ................................................................................................................ 24 5.2. De waterbeheerder van het gebied Veenendaal-oost ............................................ 24 5.3. Toekomstige situatie ............................................................................................... 24 5.3.1. Waterpeilen................................................................................................... 25 5.3.2. Waterkwaliteit ............................................................................................... 25 5.4. Overleg Waterbeheerder ........................................................................................ 26
6.
Duurzaamheid ................................................................................................................. 27 6.1. Duurzaamheid gemeente Veenendaal ................................................................... 27
6.2. 6.3. 6.4.
Milieukwaliteitsplan ................................................................................................. 27 Energieneutraal Veenendaal 2035 ......................................................................... 27 Duurzaamheid in Veenendaal-oost ........................................................................ 28
7.
Financiële uitvoerbaarheid............................................................................................. 31
8.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................ 32 8.1. Participatie .............................................................................................................. 32 8.2. Ontwerpbestemmingsplan ...................................................................................... 32
9.
Regels en analoge verbeelding ..................................................................................... 33 9.1. Algemeen ................................................................................................................ 33 9.2. Regels ..................................................................................................................... 33 9.3. Analoge verbeelding ............................................................................................... 34
1
1.
Inleiding In het plangebied Veenendaal-oost worden in totaal ongeveer 3.200 woningen en de daarbij behorende voorzieningen gerealiseerd. Deze woningbouwontwikkeling komt gefaseerd tot stand. In Veenendaal-oost worden drie deelgebieden met een eigen identiteit uitgewerkt: "Buurtstede", "Veenderij" en "Groenpoort". Er is voor gekozen om "Buurtstede" als eerste te ontwikkelen, omdat hierin het centrum is gesitueerd, dat tevens een functie dient te vervullen voor de wijk Dragonder Oost. Nadat "Buurtstede" was gerealiseerd, is begonnen met de ontwikkeling van "Veenderij". "Buurtstede" bestaat uit 4 buurtschappen: De Hoven, De Straten, De Erven en De Ontmoeting. Het voorliggende plangebied Nordenheem maakt onderdeel uit van De Ontmoeting. Het is het laatste plangebied in "Buurtstede" dat nog gerealiseerd moet worden. Voor dit plangebied is een bouwplan ontwikkeld met een kerkelijk centrum in de plint en een woontoren met circa 10 bouwlagen met in totaal circa 60 appartementen op een deel van het complex. Voor de eerder gerealiseerde delen van De Ontmoeting zijn voorafgaand aan de realisatie uitwerkingsplannen vervaardigd. Voor dit laatste deel van de Ontmoeting kan geen uitwerkingsplan worden vervaardigd omdat in de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan het aantal bouwlagen is gemaximeerd op 5 bouwlagen. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Om een duidelijke samenhang van deze uitwerkingsplannen per buurtschap te verkrijgen is voor de op opzet van deze bestemmingsplan herziening zoveel mogelijk aangesloten bij die uitwerkingsplannen. De specifieke situatie van het onderhavige plangebied wordt beschreven in paragraaf 3.4, alsmede in hoofdstuk 9 waarin de juridische aspecten van de regels en de verbeelding worden beschreven. De afbeelding op de volgende pagina toont de situering van het buurtschap De Ontmoeting, voor wat betreft Nordenheem in relatie tot Veenendaal-oost.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
2
Afbeelding 1: Situering plangebied.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
3
2.
Huidige situatie
2.1.
Landschappelijke kenmerken Het grootste deel van Veenendaal-oost bestaat uit een open gebied met een strokenverkaveling. Het gebied heeft een weids karakter en werd tot voor kort intensief agrarisch gebruikt (grasland). Het verkavelingspatroon is ontstaan door de eigendomsverhoudingen van vóór de vervening. Het plangebied behoorde tot Gelders Veenendaal, waar de kavels op de EdeWageningen stuwwal waren gericht. Tijdens de vervening ontstond door de aanleg van de wijken een fijnmazige strokenverkaveling die ook na afloop van de turfwinning, toen de grond een agrarische bestemming kreeg, in hoofdlijnen is gehandhaafd. In het gebied is zowel een toplaag van zand als venig materiaal aanwezig.
2.2.
Eigendom plangebied Het plangebied is in eigendom van de gemeente Veenendaal. Het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost (OVO) heeft de opdracht het gebied Veenendaal-oost tot ontwikkeling te brengen.
2.3.
Vigerende bestemmingsplannen
2.3.1. Bestemmingsplan Veenendaal-oost Op 14 december 2006 heeft de gemeenteraad van Veenendaal het bestemmingsplan Veenendaal-oost vastgesteld, waarin de juridisch-planologische randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het plangebied Veenendaal-oost zijn vastgelegd. Het bestemmingsplan Veenendaal-oost is inmiddels grotendeels geactualiseerd, maar nog wel van toepassing voor een strook grond langs de westrand van het plangebied. Deze gronden hebben de bestemming "Uit te werken woondoeleinden". Binnen die bestemming zijn onder meer woningen en religieuze voorzieningen toegestaan. Het aantal bouwlagen is gemaximeerd op 5. De hogere bebouwing die in het onderhavige bestemmingsplan Nordenheem mogelijk wordt gemaakt, ligt echter buiten de begrenzing van het bestemmingsplan Veenendaal-oost. Het vigerende bestemmingsplan Buurtstede geeft de juridisch-planologische randvoorwaarden voor het plangebied. Het bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Veenendaal vastgesteld op 30 maart 2017. Het grootste gedeelte van Buurtstede is inmiddels tot ontwikkeling gebracht. Delen die nog niet zijn gerealiseerd hebben de bestemming "Wonen - Uit te werken" (artikel 13) gekregen. In die uit te werken bestemming is het plangebied onder meer bestemd voor wonen en voor maatschappelijke functies. De planontwikkeling past derhalve binnen die bestemmingsomschrijving.
Ook in dat bestemmingsplan is het aantal bouwlagen echter gemaximeerd op 5. Daarom kan voor de beoogde planontwikkeling geen uitwerkingsplan worden vervaardigd. Daarnaast ligt het plangebied in de bestemmingen "Verkeer" en "Groen - 2". Dit zijn geen uit te werken bestemmingen, waardoor ook voor dit plandeel geen uitwerkingsplan kan worden vervaardigd.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
4
Afbeelding 2: Vigerend bestemmingsplan (plangrens in rode lijn).
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
5
3.
Toekomstige situatie
3.1.
Stedenbouwkundige hoofdstructuur Veenendaal-oost Het oost-west gerichte kavelpatroon van het onderliggende veenlandschap is uitgangspunt geweest bij het opstellen van de verkavelingstructuur voor Veenendaal-oost. Kenmerkende eigenschappen van dit landschap zijn lange smalle kavels, smalle sloten tussen de kavels die het gebied afwateren en incidenteel opgaande beplanting tussen de kavels. In het landschappelijk patroon van kavels in oost-west richting ligt een aantal elementen dat afwijkt van de parallelle oost-west gerichte kavels. Het gaat om een aantal bestaande sloten en laantjes. Deze elementen zijn meegenomen in de nieuwe verkaveling en vormen interessante plekken in delen van de wijk en vormen daarom een aanleiding voor bijzondere plekken en/of functies. Deze elementen kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van buurten op een lager schaalniveau. Het zuidelijk deel van Veenendaal-oost zal een specifiek karakter krijgen door de grote hoeveelheid water die in dit gebied opgevangen moet worden. Het landschappelijk patroon langs het Benedeneind is bijzonder, doordat hier de oost-west gerichte kavels omslaan naar een verkaveling haaks op het Valleikanaal (Bisschop Davidsgrift). In deze structuur is ook de bestaande lintbebouwing langs het Valleikanaal opgenomen.
Om een goede overgang te maken tussen de wijk en het bebouwingslint en tegelijkertijd de verbijzondering van het landschappelijk patroon zichtbaar te maken is een zone gedefinieerd met een waterrijk milieu. Door deze verkavelingstructuur (met behulp van een markante zichtlijn en de aanwezigheid van oppervlaktewater) zichtbaar te maken vanaf de hoofdentree van de wijk, wordt het waterrijke karakter van de wijk reeds bij de entree herkenbaar gemaakt. Ook wordt de entree vanaf de Rondweg-oost op deze wijze een bijzondere plek in de stedenbouwkundige structuur van de wijk. Veenendaal-oost is een voorbeeldproject in het kader van Nieuw Wonen. Nieuw Wonen gaat uit van een levensloopbestendige wijk. Hieronder wordt verstaan: een woonwijk die mensen (in willekeurig welke levensfase, ongeacht levensomstandigheden, huishoudensamenstelling en culturele achtergrond) optimale mogelijkheden biedt voor alle vormen van fysieke en geestelijke activiteiten en zelfontplooiing en die een woningaanbod en voorzieningenniveau heeft die daartoe zijn uitgerust. Eén van de belangrijkste ontwerpuitgangspunten die hieruit zijn afgeleid is de realisering van buurtjes met een menselijke maat, de zogenaamde buurtschappen.
3.1.1. De deelgebieden Veenendaal-oost is onderverdeeld in drie deelgebieden, te weten Groenpoort in het noorden, Buurtstede in het midden en Veenderij in het zuiden. Deze deelgebieden krijgen ieder hun eigen karakter, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in een kenmerkende dichtheid, sfeer en profilering van de openbare ruimte. Hoogteaccenten markeren daarbij verschillende toegangspunten en assen in de wijk.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
6
Groenpoort Het deelgebied "Groenpoort" vormt het noordelijkste deelgebied van Veenendaal-oost. De (gemiddelde bruto) woningdichtheid zal naar huidige inzichten ongeveer 26 woningen per hectare bedragen. Dit gebied zal worden doorsneden door singels en groene elementen waardoor meerdere kleine woonbuurtjes ontstaan, waarbinnen de woningblokken voornamelijk uit halfopen bouwblokken bestaan. Door de grote voortuinen en de relatief brede profielen van de openbare ruimten krijgt de buurt een groen karakter. Buurtstede Het centraal in de wijk gesitueerde deelgebied "Buurtstede" met een woningdichtheid van ongeveer 30 woningen per hectare, bevat de voorzieningen voor Veenendaal-oost (alsmede voor Dragonder-oost). In het centrum is een menging van functies belangrijk voor de leefbaarheid/levensloopbestendigheid van de centra en de wijk als geheel. De woningblokken bestaan hoofdzakelijk uit gesloten bouwblokken met voornamelijk aaneengesloten woningen en gestapelde woningen. Door de beperkte aanwezigheid van voortuinen en het materiaalgebruik van de openbare ruimten krijgt de buurt een stedelijk karakter. Veenderij Het deelgebied "Veenderij" vormt het zuidelijke deel van Veenendaal-oost. De woningdichtheid bedraagt ongeveer 24 woningen per hectare. De woningblokken bestaan hoofdzakelijk uit halfopen bouwblokken. De woningdichtheid zal van noord naar zuid afnemen.
Ook het oostelijk deel langs de Dragonderweg zal, aansluitend op het buiten het plangebied te realiseren woongebied (zogenaamde balkon), een lagere dichtheid krijgen. In Veenderij is het mogelijk om het water een belangrijke rol toe te kennen in de woon- en leefomgeving. 3.1.2. Verkeersstructuur De hoofdontsluitingsstructuur van Veenendaal-oost staat voor het merendeel haaks op de landschappelijke hoofdstructuur van het gebied. De hoofdontsluitingsstructuur heeft een duidelijk
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
7
herkenbaar profiel binnen ieder deel van de wijk. Een brede watergang vervult in het profiel van de hoofdontsluiting een belangrijke rol en onderstreept het waterrijke karakter van de wijk. De hoofdverkeersstructuur is voor het gemotoriseerde verkeer zo ontworpen dat de deelgebieden Buurtstede en Veenderij niet worden verbonden met het deelgebied Groenpoort. Doordat de hoofdontsluiting voor Buurtstede en Veenderij wordt losgekoppeld van de hoofdontsluiting van Groenpoort is er geen doorgaande verkeersbeweging voor gemotoriseerd verkeer mogelijk tussen het zuidelijke deel van de wijk en het noordelijke deel. Verbinding van beide delen is vanzelfsprekend wel mogelijk voor langzaamverkeer en openbaar vervoer. In het centrale deel van de wijk worden op logische plekken voorzieningen, scholen en andere functies gecreëerd. Het centrale voorzieningencluster met winkels zal voor gemotoriseerd verkeer zowel vanuit het noordelijk als vanuit het zuidelijk deel bereikbaar zijn. De hoofdontsluitingsweg wordt waar mogelijk ingericht als 50 km/uur weg. Langs de hoofdontsluitingswegen is rekening gehouden met een ventweg zodat enige afstand gecreëerd wordt tussen de woningen en de hoofdontsluiting, mede in verband met verkeersgeluid. 3.1.3. Water- en groenstructuur Groen en water worden in Veenendaal-oost ingezet als belangrijke structurerende elementen.
Zo vormen de oost-west gerichte groenzones de verbindingszones tussen de deelgebieden Groenpoort, Buurtstede en Veenderij en de aan de oostzijde van Veenendaal-oost geprojecteerde natuurontwikkelingszone. Deze groenzones geven bovendien de relatie met de bestaande stad vorm, doordat de langzaamverkeersroutes in de richting van het centrum van Veenendaal hierin worden opgenomen. De groenzones leggen niet alleen een relatie met de natuurontwikkelingzone ten oosten van het plangebied, maar vormen ook een belangrijke interne kwaliteit binnen het plangebied. De groenzones kunnen op een verschillende wijze worden ingericht, waarbij de verhouding tussen water en groen bepalend zal zijn voor het karakter van de zone. Daarnaast krijgt ook ieder deel van de wijk een eigen groene ontmoetingsplek waar invulling gegeven kan worden aan een meer intensief gebruik van het groen. De groenvoorziening achter het Ontmoetingshuis heeft volgens het stedenbouwkundige plan (december 2006) een functie als plek voor wijkparticipatie.
3.2.
Buurtstede Buurtstede is het meest compacte wijkdeel van Veenendaal-oost. Hier is ook het centrum van de wijk gerealiseerd. Een groen assenkruis verdeelt de wijk in vier kwadranten: de buurtschappen. De buurtschappen hebben een heldere rand en contrasteren met de openheid van het assenkruis. Ieder buurtschap heeft bovendien haar eigen specifieke kenmerken die bepaald worden door de ligging binnen het raamwerk.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
8
Buurtstede bestaat uit vier compacte buurtschappen, te weten: De Straten (zuidoost), De Hoven (zuidwest), De Erven (noordoost) en De Ontmoeting (noordwest).
3.3.
Buurtschap De Ontmoeting Door de vier buurtschappen een eigen identiteit te geven wordt bereikt dat de wijk en de buurten een menselijke maat krijgen en dat ze herkenbaar zijn. Het speciale kenmerk van De Ontmoeting, waardoor dit zich onderscheidt van de andere buurtschappen, is met name de aanwezigheid van de centrumvoorzieningen van Veenendaal-oost1. De onderwijs-, sport-, sociaalmaatschappelijke en commerciële voorzieningen krijgen hier een plaats. Het buurtschap krijgt ondanks de centrumfunctie een dorpse uitstraling. Hierbij is een centrale rol toegedacht aan het in het hart van De Ontmoeting gesitueerde dorpsplein: De Brink. Ondanks het feit dat het parkeren voor de omliggende centrumfunctie op De Brink wordt gerealiseerd, zal het plein een groene uitstraling krijgen. De Brink is aan de noord- en zuidzijde bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer. In feite vormt De Brink de "knip" in de hoofdontsluitingsweg van Veenendaal-oost. Voor het buurtschap De Ontmoeting is een indicatief stedenbouwkundig plan gemaakt (afbeelding 3). Het plan schetst de mogelijke toekomstige stedenbouwkundige configuratie. Dit stedenbouwkundige plan heeft geen juridische status en er kunnen derhalve geen rechten aan worden ontleend. Het 'schetst sferen' en 'geeft suggesties voor oplossingen', zonder dat het 'voorschrijft'. Het laat derhalve alle vrijheid voor creativiteit en interpretatie.
Tegelijkertijd kan het gezien worden als een inspanningsverplichting om het gesuggereerde stedenbouwkundige kwaliteitsniveau na te streven bij de verdere uitwerking. Op basis van onder meer locatiespecifieke overwegingen kan echter bij de definitieve uitwerking worden afgeweken van het stedenbouwkundige plan. De identiteit van het buurtschap De Ontmoeting wordt bepaald door: ▪ het stedenbouwkundig principe: labyrint (stegen en pleintjes); ▪ overgang woning-straat: openslaande deuren of raampartijen tot aan de grond; ▪ parkeeroplossing: binnen bouwblok/gebouwd; ▪ verdeling programma: per bouwblok. Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma voor De Ontmoeting omvat in totaal 278 woningen in diverse categorieën. Het woonprogramma voor Nordenheem maakt hier geen onderdeel van uit. Het programma ligt verspreid over het buurtschap. Ten behoeve van de sociale interactie wordt aan alle zijden van De Brink gewoond.
1
Stedenbouwkundig plan De Erven en De Ontmoeting, SVP architectuur en stedenbouw, mei 2007
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
9
Overig programma Rond De Brink zijn winkels en supermarkten een Kloppend Hart Huis en een Ontmoetingshuis geprojecteerd. In het Ontmoetingshuis is plaats gereserveerd voor een drietal scholen, een peuterspeelzaal, een naschoolse opvang, kinderopvang, sport en welzijnswerk. De winkels liggen tussen De Brink en de geluidwal langs de Rondweg-oost. Het Kloppend Hart Hui staat op de hoek naar de zuidelijke ontsluitingsweg en het Ontmoetingshuis staat aan de noordzijde van De Brink. Afbeelding 3: Indicatieve verkaveling De Ontmoeting van het oorspronkelijk stedenbouwkundig plan.
Het plangebied is het sluitstuk voor de bebouwing rondom De Brink. Nordenheem komt niet direct aan De Brink te staan, maar vormt met zijn ontsluiting richting Groenpoort een verlengstuk van het centrum. Hiermee is het een vooruitgestoken post van het noordelijke gedeelte van Veenendaal-oost en is het blok secundair ten opzichte van de gebouwen met een directe verbinding aan De Brink.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
10
Parkeren Binnen De Ontmoeting wordt geparkeerd langs de zuidelijke ontsluitingsweg, in parkeerkoffers in de openbare ruimte en op de binnenhoven van de zuidelijke woonbuurt. Parkeren op De Brink gebeurt in zogenaamde parkeerkamers. Voor de woningen geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning, voor het kerkelijk centrum 1,5 parkeerplaats per 10 zitplaatsen. De voor het gebied geldende parkeernormen en reductiefactoren zijn opgenomen in het Startdocument Opstalontwikkeling. Afbeelding 4: Situering openbare gebouwen rond De Brink.
Groenvoorzieningen, water en speelplaatsen Binnen deelgebied De Ontmoeting worden groenvoorzieningen geconcentreerd. In deze groengebieden worden de speelplekken van het buurtschap gerealiseerd. Deze geconcentreerde groene plekken worden aan de noordzijde gesitueerd rond het Ontmoetingshuis en aan de zuidzijde tussen de woonblokken (buurtontmoetingsplek). Centraal in het gebied wordt een deel van De Brink ingericht als groenvoorziening. Om van De Brink een ontmoetingsplek te maken wordt centraal in de openbare ruimte geparkeerd. Het groen wordt hierbij ingezet om de verblijfskwaliteit van de openbare (parkeer-)ruimte te vergroten en de routes van de parkeerplaats naar de openbare gebouwen te begeleiden. De groene beplanting vormt een brede zone tussen het parkeren en de gebouwen rond De Brink. Een verdeling in kleine parkeerkamers verkleint de schaal van de parkeervelden en begeleidt de wandelroutes naar de openbare gebouwen rond De Brink.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
11
Ook buiten het buurtschap, langs de hoofdontsluitingsweg van Buurtstede en langs de noordelijke rand van het buurtschap, worden groen- en watervoorzieningen gerealiseerd. Groenvoorzieningen worden bovendien aan de zuidelijke rand van het buurtschap gerealiseerd. Verspreid over het gehele buurtschap worden speelvoorzieningen gerealiseerd. Dit varieert van speelplekken op schoolpleinen bij het Ontmoetingshuis, tot spelen op binnenterreinen bij de woningen boven de winkels en het noordwestelijke woonblok. In het zuidelijke woonbuurtje zal een speelplek deel uitmaken van de buurtontmoetingsplek.
3.4.
Nordenheem Nordenheem ligt in de noordwesthoek van het voorzieningencluster in het Buurschap De Ontmoeting. Dit is een strategische locatie Nordenheem wordt op een strategische locatie in Veenendaal-oost. De ligging van het gebouw is om een aantal redenen strategisch. Het gebouw staat op de noordelijke begrenzing op de overgang van Buurtstede naar Groenpoort en vormt een markering van het voorzieningencentrum van Veenendaal-oost. Het staat naast de belangrijkste langzaamverkeerverbinding van Veenendaal-oost met de kern van Veenendaal, direct aan de Rondweg-Oost (N233), daar waar de weg een lichte knik maakt. In Nordenheem wordt als aanvulling op de verschillende gebouwen met winkel-, onderwijs- en gezondheidsvoorzieningen een nieuw gebouw met een kerkelijk centrum, sociale- en middenhuur woningen gebouwd. De bebouwing staat op een plint, waarvan de footprint zich uitstrekt van het water tot aan de rooilijn van het ontmoetingshuis Veenendaal-Oost. Aan de noordzijde staat er een appartementengebouw van maximaal 10 woonlagen op die plint. De plint is bestemd voor de huisvesting van een kerkelijk centrum (zuidzijde) en voor een woonprogramma (noordzijde). Beide onderdelen hebben hun eigen ingang. De plint heeft een hoogte van 2 of 3 woonlagen. Met de dakrand heeft deze een hoogte van 11 meter.
Het appartementengebouw biedt ruimte voor circa 60 sociale huur- en middenhuurwoningen verdeeld over circa 10 bouwlagen.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
12
4.
Nader onderzoek
4.1.
Algemeen In het kader van de totstandkoming van dit bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost is onderzoek uitgevoerd naar de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om de aspecten natuur, water, archeologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Voor ieder aspect is een onderzoek of toets uitgevoerd. In dit hoofdstuk wordt daarvan verslag gedaan. De onderzoeksrapportages zijn opgenomen in de bijlagenmap bij het bestemmingsplan. Indien nader onderzoek naar een milieuaspect heeft plaatsgevonden wordt dat hier vermeld.
4.2.
Duurzame verstedelijking
4.2.1. Aanleiding De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Voor de actualisatie van het bestemmingsplan Buurtstede is als uitgangspunt aangenomen dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toepassing van de Ladder ten behoeve van het bestemmingsplan is in dat geval niet voorgeschreven. Op 1 juli 2017 is de tekst van de "ladder" aangepast. Vanaf dat moment moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken worden getoetst aan de nieuwe Ladder. 4.2.2. Toetsing Het voorliggende plan is met behulp van het stappenplan getoetst aan de ladder 2. Dit levert de volgende beoordeling op. Trede 1. Bestaande behoefte: Veenendaal ligt binnen de provincie Utrecht in de Regio Foodvalley. De woningbehoefte in deze regio overtreft het aanbod en ook de prognoses voor deze regio laten een groei zien. In de periode 2019 tot 2040 moeten er binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley 7.900 tot 9.100 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. De totale plancapaciteit (hard, zacht en potentieel) omvat 5.200 woningen. Er moet dus nog aanvullende ruimte worden gezocht. In het Uitvoeringsplan 2021-2024 Regionaal actieprogramma wonen van de Regio Foodvalley inclusief het Gelderse deel van de regio 40.000 woningen bedraagt.
Uit de Woonvisie Veenendaal 2022-2025 blijkt een benodigde plancapaciteit voor circa 9.910 tot 10.040 woningen in Veenendaal tot 2042. Er is binnen de gemeente daarbij aandacht voor de verschillende inwoners en huishoudens binnen de gemeente, waaronder: ▪ jongeren (18 tot 25 jaar); ▪ starters (25 tot 40 jaar); ▪ gezinnen;
2
Kubiek Ruimtelijke Plannen, Noorderheem Veenendaal Ladder duurzame verstedelijking, K23121, Veenendaal, 3 mei 2023
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
13
▪ senioren; ▪ bijzondere doelgroepen (waaronder wonen met een zorgvraag, woonwagenbewoners en urgenten). Voor al deze doelgroepen wil de gemeente, in lijn met de Omgevingsvisie, voldoende en passende woonruimte bieden in de gemeente. De sociale huurwoningen en middenhuurwoningen zijn met name geschikt voor één en tweepersoonshuishoudens. Dit kunnen zowel jongeren als ouderen zijn. De realisatie van appartementen is passend in de trend van individualisering en vergrijzing. Daarmee is de behoefte van de woningen aangetoond. De hervormde kerk Veenendaal is een groeiende gemeente in Veenendaal Oost. De kerkelijke gemeenschap heeft de mogelijkheid onderzocht om op onderhavig perceel een kerkelijke centrum op te richten. De kerkelijke gemeenschap heeft het standpunt dat ze in elke wijk van de gemeente fysiek aanwezig wil zijn voor de erediensten en voor activiteiten met de wijk. Op dit moment worden de zondagse erediensten voor de wijk Veenendaal Oost in de sportzaal van het Ontmoetingshuis gehouden. Tijdens de ochtenddienst zijn er 350 stoelen in de sportzaal met nog eens circa 75 zitplaatsen op de tribune. Hierdoor wordt momenteel ruimte geboden aan 425 zitplaatsen. Door de groei van de gemeente is deze ruimte te klein. Daarnaast zijn er door de week ook meerdere activiteiten van de gemeente. De huidige beschikbare ruimte is hiervoor niet geschikt en niet altijd beschikbaar.
De gemeente heeft gekeken naar andere bestaande gebouwen voor het vestigen van de kerkelijke gemeente. Er is echter geen enkele geschikte ruimte gevonden in de wijk, waarbij voldoende ruimte en parkeermogelijkheden worden geboden. Hieruit is de wens ontstaan voor het realiseren van een nieuw kerkelijk gebouw. Uit de voorgaande informatie kan worden geconcludeerd dat de behoefte aan een nieuwe kerk in de wijk groot is en dat er geen beschikbare bestaande ruimtes zijn voor een nieuwe kerk in de wijk. Trede 2. Binnen- of buitenstedelijk: Dit plan voorziet in een inbreiding binnen de wijk Buurtstede in Veenendaal-oost een en ander passend in het opgestelde stedenbouwkundig plan. Het plan is daarmee aan te merken als een binnenstedelijk plan. De grens van het stedelijk gebied (rode contour) wordt aan de oostzijde gevormd door de Dragonderweg in Veenendaal.
4.3.
Cultuurhistorie Uit zowel bureauonderzoek als verkennend booronderzoek blijkt dat het gebied relatief laag ligt en waarschijnlijk pas in de Nieuwe Tijd bewoond is geraakt. De aanwezigheid van een intacte kleine dekzandrug of -kop, waarop eventueel archeologische resten uit met name de Steentijd kunnen voorkomen, wordt uitgesloten. Het dekzand is grotendeels verstoord als gevolg van de veenwinning in de 16e en 17e eeuw en andere (sub)recente grondwerkzaamheden. Uit het bu-
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
14
reauonderzoek blijkt dat er nagenoeg geen archeologische vindplaatsen bekend zijn van de laaggelegen dekzandgronden in de Gelderse Vallei. Indien archeologische vindplaatsen in het gebied aanwezig zijn, liggen deze doorgaans op de flanken van stuwwallen, de (gordel)dekzandruggen en kleinere dekzandkoppen. Ook uit de venige laagten zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. Op basis van bovenstaande geldt voor het overgrote deel van het plangebied een lage archeologische verwachting. Er is een Archeologische maatregelenkaart vastgesteld, hierin is Veenendaal-oost vrijgesteld van nader onderzoek.
4.4.
Verkeer / parkeren Door de planontwikkeling neemt de verkeersintensiteit toe. Daarom is een mobiliteitsonderzoek3 uitgevoerd. In het plangebied worden circa 60 woningen gerealiseerd. De kerk maakt gebruik van het naastgelegen Ontmoetingshuis. Door de nieuwbouw van de kerk wordt de het aantal zitplaatsen uitgebreid van 350 naar 500 bezoekers. In de mobiliteitstoets is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 150 bezoekers. Uit het mobiliteitsonderzoek blijkt dat de verkeersintensiteit als gevolg van de planontwikkeling tussen de 430 en 580 motorvoertuigen per etmaal bedragen. Dit extra verkeer zal worden ontsloten via verschillende wegen; de belangrijkste ontsluiting van Nordenheem gaat via de Groenpoort en niet via de nu al te drukke van Essenlaan. Daarmee past de ontwikkeling binnen qua mobiliteit binnen de kaders. De planontwikkeling heeft daardoor (beperkte) invloed op het verkeersnetwerk in de omgeving van de ontwikkellocatie. Op de lokale wegen zoals de Hootsenheem en Van Essenlaan zal de verkeersintensiteit licht toenemen. Bovendien vinden de maatgevende momenten van de woontoren op zondag plaats, waardoor er geen problemen met verkeersafwikkeling worden verwacht. De belangrijkste verkeersader, die wordt beïnvloed door de ontwikkeling is de Rondweg-Oost richting de A12.
Op dit wegvak zijn de verkeersintensiteiten op dit moment al relatief hoog en door de planontwikkeling zal die intensiteit nog wat verder toenemen. De extra intensiteit als gevolg van de planontwikkeling is in vergelijking met ontwikkeling Groenpoort echter zo laag, dat de extra druk gering is. De toename van de verkeersintensiteit veroorzaakt daarom geen problemen. Bij de ontwikkeling van een bouwlocatie moeten voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Met andere woorden er moet worden voldaan aan parkeernormen die in Veenendaal van toepassing zijn. Parkeernormen zijn neergelegd in de 'Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020', het 'Wijzigingsbesluit Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020' (vastgesteld 26 januari 2023) en in een startdocument dat is opgesteld voor de opstalontwikkeling in Veenendaal-oost. Voor het beoordelen van de vraag of projecten in Veenendaal-oost in voldoende mate voorzien in de te verwachten parkeerbehoefte worden deze bouwprojecten dus getoetst aan het parkeernormenbeleid en aan het startdocument Opstalontwikkeling Veenendaal-oost. Laatstgenoemd document is een overkoepelend document waarin is omschreven hoe het proces van
3
XTNT, Mobiliteitsonderzoek Woontoren Buurtstede, 262-301, Utrecht, 16 juni 2023
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
15
voorbereiding en ontwikkeling van bouwprojecten is georganiseerd. In dit Startdocument staan ook kwalitatieve en fysieke uitgangspunten voor het bouwen van bouwprojecten en het inrichten van openbare ruimten in de woonwijk. Parkeerplaatsen kunnen in de openbare ruimte en soms ook op eigen terrein worden gerealiseerd. Parkeerplaatsen in de openbare ruimte moeten voldoen aan de gebruikelijke inrichtingseisen, zoals opgenomen in de Inrichtingseisen Veenendaalse Openbare Ruimte (IVOR). In 2018 is er door de gemeente Veenendaal een parkeerbalans opgemaakt voor het buurtschap 'De Ontmoeting'. De verschillende parkeervelden tonen een minimaal overschot van 2 parkeerplaatsen op zaterdagmiddag. In de berekening is uitgegaan van 60 woningen met een norm van 1,5 parkeerplaats per woning en voor de kerk 500 plaatsen met een norm van 1,5 parkeerplaats per 10 zitplaatsen. Op het maaiveld is er ruimte voor 56 parkeerplaatsen. De berekening laat daarmee een parkeeroverschot van minimaal 4 parkeerplaatsen op zaterdagmiddag zien. De stedenbouwkundige kaders laten met de parkeertelling zien dat er betreft auto’s voldoende ruimte is voor het auto parkeren rekening houdend met overloop naar parkeerplaatsen op De Brink. Afbeelding 5: Parkeerbalans.
4.5.
Akoestische aspecten In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is bij de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Het onderhavig plangebied ligt niet in de geluidszone van een industrieterrein of een spoorlijn. Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar (nieuwe) woningen die in een geluidszone vallen. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: ▪ woonerven;
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
16
▪ 30 km/uur-gebieden. Het plangebied Nordenheem ligt in de geluidszone van de van de Rondweg-Oost. Daarom is akoestisch onderzoek4 uitgevoerd. In dit onderzoek zijn, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, ook de 30 km/uur-wegen rondom het plangebied beschouwd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting van de Rondweg-Oost de voorkeursgrenswaarde overschrijdt op de west-, noord- en zuidgevels van de nieuwe woontoren. Ter plaatse van de plint is sprake van overschrijding op de west- en noordgevel. De maximale geluidsbelasting (toetswaarde) is 66 dB op de westzijde van de plint en 62 dB op de zuidzijde van de woontoren. Daarmee wordt ook de maximale ontheffingswaarde van 58 dB (uit het geluidbeleid van Veenendaal) overschreden. De geluidsbelasting van de Nordenheem voldoet in alle gevallen aan de norm van 48 dB. Voor het geluid vanaf de oostzijde van de nieuwbouw is sprake van een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat en tevens van een geluidsluwe zijde. Voor de Rondweg-Oost is het uitgangspunt dat de provincie Utrecht bij de wegverbreding gebruik zal maken van een geluidsreducerend wegdek. Het treffen van verdergaande bronmaatregelen ter reductie van de geluidsbelasting van de Rondweg-Oost is daarom niet realistisch.
Het treffen van een overdrachtsmaatregel in de vorm van een geluidsscherm langs de weg heeft uitsluitend een significant effect voor de eventueel te realiseren woningen in de plint van het gebouw. Voor de appartementen in de woontoren heeft een scherm (van redelijke omvang) geen effect. Bij de realisatie van een (toegevoegd) geluidsscherm van circa 100 meter lang en ten minste 3,5 meter hoog, wordt bij alle gevels van de plint, tot het niveau van de eerste verdieping voldaan aan de ontheffingswaarde van 58 dB. Om ook op het niveau van de tweede verdieping aan maximaal 58 dB te kunnen voldoen, is een scherm met een hoogte van ten minste 5,0 meter nodig. Het bevoegd gezag moet beoordelen of het toepassen van een geluidsscherm zinvol c.q. nodig is. Zowel zonder als met (toegevoegd) geluidsscherm is voor realisatie van de appartementen in de woontoren van het plan de toepassing van dove gevels noodzakelijk. Indien wordt gekozen voor de aanleg van een geluidsscherm langs de Rondweg-Oost, is voor een bepaald aantal appartementen ontheffing van een hogere grenswaarde tot maximaal 58 dB mogelijk (en nodig om deze te kunnen uitvoeren met te openen ramen). Voorwaarde voor het verlenen van ontheffing hogere waarde voor een woning is dat deze woning de beschikking heeft over een geluidsluwe zijde. De gehele oostzijde van het gebouw kan worden aangemerkt als geluidsluwe zijde.
Daarom is het goed mogelijk om aan deze voorwaarde te voldoen.
4
Buro DB, Woontoren Nordenheem Akoestisch onderzoek wegverkeer, RPT232512-03-02, Franeker, 20 november 2023
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
17
Met de realisatie van het plan worden ter plaatse van de bestaande woningen van plandeel 'De Ontmoeting' geen (vastgestelde) grenswaarden overschreden. Voorzieningen zijn daarvoor dus niet nodig. Door het plan neemt de geluidsbelasting aan de overzijde van de Rondweg-Oost toe met maximaal 0,2 tot 0,4 dB door geluidsreflectie van de nieuwbouw. Deze toename is voor het menselijk gehoor niet waarneembaar en afgerond blijft de geluidsbelasting gelijk. Er is geen aanleiding om voor deze situatie mitigerende geluidsbeperkende maatregelen te treffen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het plan moet nader akoestisch onderzoek worden verricht naar de benodigde geluidwering van de gevels van de woningen. Het planontwerp moet worden getoetst. Voldaan moet worden aan de eisen die daaraan worden gesteld in het Bouwbesluit 2012. Daarmee wordt een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners geborgd. Met de toepassing van dove gevels en zo nodig ontheffing van hogere grenswaarden kan het plan, vanuit het oogpunt van geluid van wegverkeer, worden gerealiseerd.
4.6.
Natuurbescherming Kader Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Om te bepalen of aan de Wnb kan worden voldaan is een quickscan5 uitgevoerd. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet gelegen binnen de grenzen van gebieden die aangewezen zijn als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen N2000-gebied is 'Binnenveld' op circa 1,09 km van het plangebied. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelig gebied is eveneens 'Binnenveld'.
5
FF Solutions, Quickscan Wet natuurbescherming 'Woontoren Noorderheem' te Veenendaal, 173QS01-23, Nijkerk, 5 mei 2023
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
18
Doordat het plangebied niet binnen een Natura 2000-gebied bevindt is er geen sprake van interne effecten. Externe effecten door onder andere geluid, licht of trillingen worden niet verwacht op Natura 2000-gebieden door de ligging ten opzichte van deze gebieden en reeds bestaande stedelijke gebieden die tussen het plangebied en de N2000 gebieden liggen. Wel is het mogelijk dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Derhalve is stikstofonderzoek6 uitgevoerd. De stikstofdepositie is bepaald voor de aanlegfase met de rekenjaar 2024, 2025 en de beoogde gebruiksfase voor het rekenjaar 2026. Uit de berekeningen voor de aanlegfase 2024 en 2025 is gebleken dat de stikstofdepositie maximaal 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Uit de berekeningen voor de beoogde gebruiksfase 2026 is gebleken dat de stikstofdepositie maximaal 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Significant negatieve effecten op de stikstofgevoelige habitats als gevolg van dit plan zijn daarmee uitgesloten. Voor dit project geldt geen vergunningsplicht voor het onderdeel stikstof vanwege de Wet natuurbescherming. Het plangebied ligt niet binnen de grenzen van gebied dat aangewezen is als NNN-gebied binnen provincie Utrecht.
Het dichtstbijzijnde NNN-gebied binnen provincie Utrecht ligt op circa 0,94 km afstand van het plangebied, de meest nabijgelegen Groene contour ligt op circa 2,65 km. Externe effecten op NNN-gebieden worden niet getoetst. Er zijn geen belemmeringen ten aanzien van de ontwikkeling met betrekking tot Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming Op basis van een uitgevoerd veldonderzoek en bureauonderzoek is geconstateerd dat in het onderzoeksgebied geschikt habitat aanwezig is voor een aantal beschermde soorten. Daarom is nader onderzoek uitgevoerd7 naar de poelkikker, de grote modderkruiper, de teunisbloempijlstaart en naar vleermuizen (foerageergebied/vliegroutes). Dit nader onderzoek heeft geresulteerd in een aantal maatregelen ten aanzien van de soortenbescherming (zie afbeelding 5). Op basis van het nader onderzoek wordt aanwezigheid van de poelkikker binnen het plangebied uitgesloten. Binnen de projectlocatie zijn geen vaststellingen gedaan van de teunisbloempijlstaart in het jaar 2023. Vestiging in opvolgende jaren is echter niet uit te sluiten indien teunisbloemen aanwezig blijven. Er wordt geadviseerd periodiek de projectlocatie te maaien om de opkomst van waardplanten van de teunisbloempijlstaart, waaronder de teunisbloem, te voorkomen. Vestiging van de teunisbloempijlstaart in de periode tussen het nader onderzoek en de start van de werk-
6
7
SoundForceOne, Onderzoek stikstofdepositie Domus Veenendaal Noorderheem in Veenendaal-Oost, Veen202336 v1.1, Deventer, 23 oktober 2023 FF Solutions, Nader onderzoek Vleermuizen, poelkikker, grote modderkruiper en teunisbloempijlstaart 'Woontoren Noorderheem' te Veenendaal, 173NO01-23, Nijkerk, 9 augustus 2023
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
19
zaamheden zal op deze wijze worden vermeden, waarmee ook schade aan de teunisbloempijlstaart niet op zal treden. Uit het nader onderzoek blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in het opheffen van een essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis resulteert zoals aanwezig in de huidige vorm. Maatregelen kunnen voorkomen dat de functionaliteit van de vliegroute achteruit zal gaan. Er dient daarvoor een ontheffing Wnb te worden aangevraagd. Daarvoor dient een activiteitenplan te worden opgesteld als ondersteuning bij de ontheffingsaanvraag waarin maatregelen worden opgenomen. Afbeelding 6: Benodigde maatregelen soortenbescherming. ▪
▪
▪
Specifieke maatregelen algemene broedvogels Handelen buiten broedseizoen (in ieder geval de opstart van de werkzaamheden, want hierna zorgen werkzaamheden reeds voor een minder geschikt vestigingsklimaat door verstoring). Indien binnen het broedseizoen gehandeld moet worden, dient een schouw op aanwezige actieve nestplaatsen uitgevoerd te worden voorafgaand aan werkzaamheden. Er wordt contact opgenomen met ecoloog bij calamiteiten (vestiging broedvogel). Specifieke maatregelen voor (zorgplicht) amfibieën en vissen (bij watergangen) Werkzaamheden in watergangen in één richting uitvoeren. Vluchtwegen open laten. Geschoond en-/of uitgebaggerd materiaal minimaal één dag op waterkant laten liggen alvorens verwijdering/verwerking. Vertroebeling water beperken, bijvoorbeeld door het toepassen van slibschermen. Werkzaamheden bij voorkeur plaats laten vinden in de periode 1 augustus – 1 november in verband met voortplantings- en rustperioden van vissen en amfibieën. Eventuele verlaging van waterpeil of demping uitvoeren onder begeleiding van een ecoloog zodat individuen uitgezet kunnen worden in te behouden watergangen buiten werkgebieden. Algemene maatregelen Opdrachtgever schouwt locatie op aanwezige dieren voorafgaand aan de werkzaamheden, bijvoorbeeld onder struikgewas of in bladhopen en overhoeken of in bebouwing.
Rijsnelheid van machines wordt zo afgesteld dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten.
Draag zorg voor het veilig wegkomen van eventueel aanwezige soorten door open laten vluchtwegen.
Daarnaast resulteert de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in het tijdelijk opheffen van nietessentieel leefgebied voor de grote modderkruiper en zal deze mogelijk leiden tot het moeten afvangen en uitzetten van de grote modderkruiper in tijdens de ontwikkeling te behouden watergangen. Eventuele migratie-/dispersieroutes van de grote modderkruiper blijven bestaan binnen de ontwikkeling. Er dienen wel maatregelen genomen te worden om de passeerbaarheid van de aan te leggen duiker te waarborgen. Er dient een ontheffing aangevraagd te worden voor het afvangen en uitzetten van de grote modderkruiper. Ten behoeve hiervan zal eveneens een activiteitenplan opgesteld moeten worden. Indien gehouden wordt aan de maatregelen (zie afbeelding 5) en de zorgplicht worden er voor de algemene broedvogels, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen geen grote belemmeringen verwacht worden wat betreft deze soort(en) omtrent de Wet natuurbescherming.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
20
Conclusie Uit het oogpunt van de gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling. Op grond van de soortenbescherming dient een ontheffing Wnb te worden aangevraagd voor de gewone dwergvleermuis en de grote modderkruiper. Voor de overige soorten zijn er geen belemmeringen indien de maatregelen in afbeelding 5 en de algemene zorgplicht in acht worden genomen.
4.7.
Bodem Door de gemeente Veenendaal is een historisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft bestaan uit het raadplegen van archieven, het verzamelen en samenvatten van eerder uitgevoerde onderzoeken, het bestuderen van historisch en huidig kaartmateriaal, alsmede luchtfotointerpretatie. Voor de deelgebieden "Buurtstede" en "Veenderij" is een zogenaamd sleuvenonderzoek uitgevoerd8. Dit onderzoek is gericht op de mogelijke aanwezigheid van asbest in de puinverhardingen, slootdempingen of andere verdachte deellocaties. Bovendien is onderzocht in welke vorm de verontreiniging met asbest aanwezig is (hechtgebondenheid en type). Indien mogelijk worden uitspraken gedaan over de globale omvang van de verontreiniging met asbest. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek is vervolgens een saneringsplan op hoofdlijnen opgesteld9 voor de sanering van de eventueel ernstig verontreinigde bodem. In dit saneringsplan worden de sanerende maatregelen en de te volgen procedures beschreven die noodzakelijk zijn om de ernstige verontreinigingen, dan wel de gevolgen daarvan, tot een milieuhygienisch aanvaardbaar niveau terug te brengen. Gelijktijdig met het opstellen van het raamsaneringsplan zijn een verkennend bodemonderzoek gedateerd 2 april 2007 en een waterbodemonderzoek van 30 maart 2007 uitgevoerd.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem(verontreiniging) geen belemmering is voor het bouwrijp maken en een gebruik overeenkomstig de bestemming. Ondanks de uitgevoerde onderzoeken is het mogelijk dat tijdens het bouwrijpmaken van het plangebied De Ontmoeting niet-aangetoonde bodemverontreinigingen worden aangetroffen. Het raamsaneringsplan biedt dan uitkomst en voorkomt stagnatie tijdens de werkzaamheden.
4.8.
Opkomsttijden Brandweer Uit een door bureau Save in opdracht van de Brandweer uitgevoerd onderzoek zijn met behulp van een computerprogramma de opkomsttijden inzichtelijk gemaakt. Daaruit blijkt dat voor
8 9
Geofox-Lexmond b.v., maart 2007, projectnummer 20070362/CDRO Geofox-Lexmond b.v., 23 mei 2007, projectnummer 20060978/FNEE
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
21
"Buurtstede", uitgaande van een rijsnelheid op De Brink van 30 km/uur, de opkomsttijden niet worden overschreden.
4.9.
Externe veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten, transportroutes of buisleidingen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen. Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico.
▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. ▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Uit de risicoberekeningen van het vigerend bestemmingsplan blijkt dat het groepsrisico van de N233 ligt tussen de 0,1 en de 1 maal de oriëntatiewaarde, maar neemt niet toe in de toekomstige situatie. Gezien de hoge populatiedichtheid van het plangebied Buurtstede, is de verwachting dat de circa 60 extra woningen in Nordenheem geen invloed heeft op de berekende hoogte
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
22
van het groepsrisico. Tevens is het toxisch scenario voor de A12 niet meegenomen terwijl er, conform de beleidsregels externe veiligheid tracébesluiten, wel toxische stoffen over vervoerd worden. De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) heeft een verantwoording van het groepsrisico10 vervaardigd. In het advies gaat de VRU in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp die het nieuwbouwplan bedreigen door de Rijksweg A12 en Provinciale weg N233 Rondweg-Oost. Deze N233 heeft een gemeentelijke aanwijzing voor het transport van gevaarlijke stoffen. De Provincie Utrecht doet momenteel een haalbaarheidsstudie naar de verdubbeling van de rijbanen, waardoor het aantal vervoersbewegingen in de toekomst wellicht toeneemt. In gebouwen zijn mensen deels beschermd tegen het scenario BLEVE, maar tot op 90 meter afstand kunnen er, mede door de drukgolf die ontstaat, ook binnenshuis nog personen overlijden. Aangezien het plangebied op circa 35 meter van de N233 ligt, dient hier rekening mee te worden gehouden. Dit geldt met name bij het scenario koude BLEVE, en gezien de verminderde zelfredzaamheid van de aanwezige personen (kinder/oppaszaal en ruimte voor een bijbelklas) bij het scenario warme BLEVE. Vanwege de korte ontstekingstijd zijn de maatregelen voor een koude BLEVE op korte afstand van de bron beperkt.
Overwogen kan worden om bouwkundige en/of installatietechnische maatregelen te laten treffen. Denk hierbij aan de positionering van de gebouwen zodat de bewoners van de risicobron af kunnen vluchten en het verminderen van glas aan de zijde van de risicobron. Geadviseerd wordt om de functies waarin verminderd zelfredzame mensen verblijven zo ver mogelijk van de risicobron te positioneren. Daarnaast is het zaak om duidelijke vluchtroutes aan te brengen in het gebouw zodat mensen het gebied gemakkelijk kunnen verlaten. Door de galerij of het trappenhuis aan de schaduwzijde van het gebouw te realiseren, vormt het gebouw zelf een bescherming tegen de warmtestraling bij een BLEVE. Gezien niet alle aanwezigen zelfredzaam zijn, komt bij een incident veel verantwoordelijkheid bij de bedrijfshulpverlening en andere aanwezigen/bewoners te liggen. Daarom dient de BHVorganisatie goed geoefend te zijn met de ongevalsscenario's die hen bedreigen door middel van een bedrijfsnoodplan. In het bedrijfsnoodplan dient vermeld te worden dat de BHV organisatie snel gealarmeerd, goed geïnstrueerd en geoefend moet zijn. Hierin dienen de beschreven handelingsperspectieven in mee te worden genomen. Afschakelbare ventilatie is een bouwkundige maatregel waar rekening mee gehouden dient te worden in de wooneenheden en kerk.
Bij een incident op de N233 waarbij toxische stoffen vrijkomen, dienen de bewoners binnen te schuilen. Om veilig te kunnen schuilen, is het van belang
10
Veiligheidsregio Utrecht, Advies Omgevingsvergunning, 2023-013117, Utrecht, 21 augustus 2023
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
23
dat de bewoners en andere aanwezigen de ventilatie uitschakelen en ramen en deuren sluiten. Zo kan worden voorkomen dat de giftige wolk in de woningen en kerk komt. Voor een snelle en effectieve waarschuwing tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen is het van belang dat een waarschuwingssysteem de mensen in het effectgebied kan bereiken. Om die reden wordt geadviseerd om zorg te dragen voor een goede dekking van de WAS-palen en/of NL-alert. Om te zorgen dat de personen in het getroffen of bedreigde gebied beter op de hoogte zijn van de mogelijkheden om zich in veiligheid te stellen is een goede risicocommunicatie van groot belang. Hierdoor wordt ook het gebruik van de daarvoor ontworpen voorzieningen zoals uitgangen en vluchtroutes beter worden benut. Conclusie Door het toepassen van de in deze paragraaf genoemde maatregelen zijn er vanuit het oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen voor de realisatie van circa 60 woningen in Nordenheem.
4.10. M.e.r.-beoordeling Ten behoeve van het vaststellen van het bestemmingsplan Veenendaal-oost in 2006 is de procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) gevolgd. Dit heeft in 2005 geresulteerd in een PlanMER. Vervolgens is in het kader van uitwerkingsplan 'Centrale groenzone Buurtstede' een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Op 14 juni 2016 heeft het bevoegd gezag het besluit genomen dat er geen belangrijk nadelige effecten te verwachten zijn die aanleiding geven een m.e.r.procedure te doorlopen. Met het opstellen van het PlanMER in 2005 en het uitvoeren van de m.e.r.-beoordeling in 2016 is de m.e.r.-plicht voor het bestemmingsplan Veenendaal-oost 'uitgewerkt'. Voor later vast te stellen uitwerkings- en/of wijzigingsplannen en/of bestemmingsplannen hoeft dan geen m.e.r.-procedure meer te worden doorlopen. Om deze reden is voor voorliggend plan verder geen nadere invulling gegeven aan de m.e.r.. In het voorliggende hoofdstuk is vanuit het kader van goede ruimtelijke ordening nog wel aandacht besteed aan diverse milieuaspecten.
Vastgesteld Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Nordenheem, Veenendaal-Oost
24
5.
Watertoets
5.1.
Algemeen In het kader van het opstellen van het bestemmingsplan Veenendaal-oost is ruimschoots aandacht besteed aan het wateraspect. In het navolgende wordt aandacht besteed aan de ontwikkelingen sindsdien die van belang zijn voor de ontwikkeling van De Ontmoeting.
5.2.
De waterbeheerder van het gebied Veenendaal-oost Waterschap Vallei en Veluwe (voorheen Vallei & Eem) is waterbeheerder in het plangebied. Het waterschap is verantwoordelijk voor zowel het waterkwaliteits- als het waterkwantiteitsbeheer. Bij het ontwerp van de waterhuishouding van Veenendaal-oost en "Veenderij" heeft het waterschap verschillende aandachtspunten naar voren gebracht: ▪ de ontwikkelingen mogen niet leiden tot verdroging in de omgeving waarbij vooral de relatie met natuurgebieden van belang is; ▪ de ontwikkelingen mogen niet leiden tot een versnelde afvoer van water naar de omgeving. Dit is een algemeen uitgangspunt van het waterschap dat voor deze locatie bijzondere aandacht behoeft omdat de omgeving lage gebieden kent die gevoelig zijn voor wateroverlast; ▪ hemelwater wordt in het gebied vastgehouden en hemelwater en afvalwater worden gescheiden afgevoerd. Waterbeheerprogramma Vallei en Veluwe In het Waterbeheerprogramma spreekt Waterschap Vallei en Veluwe de ambitie uit dat bij het inrichten van watersystemen, het ontwikkelen van nieuw stedelijk gebied, en het bouwen van woningen, bedrijfsgebouwen e.d. geen materialen meer worden gebruikt, die de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. De gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaam bouwen worden door het waterschap gestimuleerd.