3.a Bestemmingsplan Galileistraat 20 (toelichting & regels)
Tekst van het document
5.4
Conclusies toetsing aan de Dienstenrichtlijn
De aanpassing van het toetsingskader voldoet aan artikel 15, derde lid, onder a, b en c van de Dienstenrichtlijn.
40/51
6. BIJLAGEN 6.1
Ontwikkeling winkelaanbod gemeente Veenendaal Ontwikkeling aantal verkooppunten Gemeente Veenendaal (2010-2022)
180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 11-Dagelijks
22-Mode & Luxe 2010
35-Vrije Tijd 2015
2020
37-In/Om Huis
38-Detailh Overig
2022
Figuur 6.1: Ontwikkeling aantal verkooppunten in verschillende branchegroepen in gemeente Veenendaal tussen 2010 en 2022.
Omvang (m2 wvo) Gemeente Veenendaal (2010-2022) 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 11-Dagelijks
22-Mode & Luxe 2010
35-Vrije Tijd 2015
2020
37-In/Om Huis
38-Detailh Overig
2022
Figuur 6.2: Ontwikkeling omvang (m2 wvo) in verschillende branchegroepen in gemeente Veenendaal tussen 2010 en 2022.
41/51
6.2
Ontwikkeling winkelaanbod centrum Veenendaal Aantal verkooppunten Centrum Veenendaal (2010-2022)
160 140 120 100 80 60 40 20 0 11-Dagelijks
22-Mode & Luxe
35-Vrije Tijd 2010
2015
2020
37-In/Om Huis
38-Detailh Overig
2022
Figuur 6.3: Ontwikkeling aantal verkooppunten in verschillende branchegroepen in centrum Veenendaal tussen 2010 en 2022.
Omvang (m2 wvo) Centrum Veenendaal (2010-2022) 40.000 35.000 30.000
25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 11-Dagelijks
22-Mode & Luxe 2010
35-Vrije Tijd 2015
2020
37-In/Om Huis
38-Detailh Overig
2022
Figuur 6.4: Ontwikkeling omvang (m2 wvo) in verschillende branchegroepen in centrum Veenendaal tussen 2010 en 2022.
42/51
6.3
Omzetkengetallen tweewielerspeciaalzaken Winkel omzet per hoofd Tweewielerspeciaalzaken (2017-2021)
€ 120
€ 100 € 80
66
95
97
2020
2021
77
72
€ 60 € 40 € 20 €0 2017
2018
2019
Figuur 6.5: Ontwikkeling winkel omzet per hoofd tweewielerspeciaalzaken (2017-2021) (Omzetkengetallen, 2022)
Vloerproductiviteit Tweewielerspeciaalzaken (2017-2021)
€ 3.000 € 2.500 2.092
2.184
2.768
2.789
2020
2021
2.287
€ 2.000 € 1.500 € 1.000 € 500 €0 2017
2018
2019
Figuur 6.6: Ontwikkeling vloerproductiviteit tweewielerspeciaalzaken (2017-2021) (Omzetkengetallen, 2022)
43/51
6.4
Gemiddelde ontwikkeling ‘Auto & Fiets’ in woonplaatsen met 50.000-100.000 inwoners
Tabel 6.1: Gemiddelde ontwikkeling aantal verkooppunten ‘auto & fiets’ per winkelgebiedshoofdtype in woonplaatsen met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners. Gemiddeld aantal verkooppunten ‘auto & fiets’ Totaal Centraal Ondersteunend Overig Verspreide bewinkeling Benchmark: 50.000-100.000 inwoners 2010 13,7 3,5 3,1 0,3 6,8 2015
13,3
2,7
3,7
0,3
6,6
2020
13,7
3,1
3,8
0,4
6,4
2022
12,4
2,8
3,5
0,6
5,5
% Verschil 2010-2022
-10%
-20%
13%
90%
-19%
Tabel 6.2: Gemiddelde ontwikkeling omvang ‘auto & fiets’ (m2 wvo) per winkelgebiedshoofdtype in woonplaatsen met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners. Gemiddelde omvang (m2 wvo) ‘auto & fiets’ Totaal Centraal Ondersteunend Overig Verspreide bewinkeling Benchmark: 50.000-100.000 inwoners 2010 2.609 706 558 171 1.174 2015 2.871 591 619 142 1.519 2020
3.216
662
682
247
1.625
2022
3.278
693
644
356
1.584
% Verschil 2010-2022
26%
-2%
15%
108%
35%
44/51
6.5
Ontwikkeling ‘auto & fiets’ in beide benchmarks
Tabel 6.3: Ontwikkeling aantal verkooppunten en vierkante meter winkelvloeroppervlak ‘auto en fiets’ tussen 2010-2022 in de centrumgebieden in de twee benchmarks Ontwikkeling van het aanbod ‘auto & fiets’ Centrumgebieden van de woonplaatsen in de benchmarks (2010-2022) Aantal verkooppunten auto & fiets
Omvang (m2 wvo) auto & fiets
Aantal verkooppunten auto & fiets
Omvang (m2 wvo) auto & fiets
Benchmark 1 (WEL verhuizing)
% verandering 20102022
% verandering 20102022
Benchmark 2 (GEEN verhuizing)
% verandering 20102022
% verandering 20102022
Almelo
-67%
-57%
Ede Gld
100%
52%
Alphen Aan Den Rijn
-100%
-100%
Etten-Leur
50%
6%
Helmond
-50%
-77%
Hengelo Ov
100%
270%
Ridderkerk
-50%
-80%
Hoorn Nh
-29%
5%
Schiedam
-50%
-59%
Roosendaal
-17%
106%
Uden
-33%
-78%
Woerden
50%
142%
Vlaardingen
-80%
-87%
Zwijndrecht
0%
274%
45/51
6.6
Ontwikkeling ‘auto & fiets’ in Benchmark 1 (wel verhuizing)
Gemiddelde ontwikkeling omvang (m2 wvo) 'auto & fiets' per gebiedstype Benchmark 1: Woonplaatsen waar fietsenwinkels wel zijn vertrokken uit centrumgebieden
3.500
3.000 2.500 2.000
1.928 1.525
1.461
1.624
1.500 1.000 500
16 598
287 607
662
0
2010 Centraal
435
549
744
748
214
181
154
2015
2020
2022
Ondersteunend
Overig
Verspreide bewinkeling
Figuur 6.7: Gemiddelde ontwikkeling omvang (m2 wvo) ‘auto & fiets’ per gebiedstype in benchmark 1. Gemiddelde ontwikkeling aantal verkooppunten 'auto & fiets' per gebiedstype Benchmark 1: Woonplaatsen waar fietsenwinkels wel zijn vertrokken uit centrumgebieden
16,0 14,0
12,0 10,0
8,7
9,1
8,0
7,1
8,0
6,0 4,0
0,1 2,6
2,0
3,3
0,0 2010 Centraal
1,3
1,4
1,3
2,9
3,1
3,0
1,7
1,4
1,1
2015
2020
2022
Ondersteunend
Overig
Verspreide bewinkeling
Figuur 6.8: Gemiddelde ontwikkeling aantal verkooppunten ‘auto & fiets’ per gebiedstype in benchmark 1.
46/51
6.7
Ontwikkeling ‘auto & fiets’ in Benchmark 2 (geen verhuizing)
Gemiddelde ontwikkeling omvang (m2 wvo) 'auto & fiets' per gebiedstype Benchmark 2: Woonplaatsen waar fietsenwinkels niet zijn vertrokken uit centrumgebieden
4.000 3.500 3.000 1.166 2.500
1.269
2.000
1.227
1.272
617
527
1.500
1.000 500
264
264 239
520
584
454
623
592
671
2010
2015
2020
1.070
0
Centraal
Ondersteunend
Overig
2022
Verspreide bewinkeling
Figuur 6.9: Gemiddelde ontwikkeling omvang (m2 wvo) ‘auto & fiets’ per gebiedstype in benchmark 2. Gemiddelde ontwikkeling aantal verkooppunten 'auto & fiets' per gebiedstype Benchmark 2: Woonplaatsen waar fietsenwinkels niet zijn vertrokken uit centrumgebieden
14,0 12,0 10,0
0,1 1,9
0,1
3,1
2,3
2,7
3,6
2010
2015
2020
2022
6,0
2,0
5,6
6,9
8,0
4,0
7,0
7,9
0,3 3,1
3,0
0,4 2,7
0,0
Centraal
Ondersteunend
Overig
Verspreide bewinkeling
Figuur 6.10: Gemiddelde ontwikkeling aantal verkooppunten ‘auto & fiets’ per gebiedstype in benchmark 2.
47/51
6.8
Ontwikkeling binnensteden twee benchmarks
Gemiddelde ontwikkeling omvang (m2 wvo) in centrumgebieden (2010-2022) Benchmark 1: Woonplaatsen waar fietsenwinkels wel zijn vertrokken uit centrumgebieden
45.000 40.000 35.000
30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0
Dagelijks
Niet-dagelijks 2010
Actieve Retail 2015
2020
Mode & Luxe
2022
Figuur 6.11: Gemiddelde ontwikkeling omvang (m2 wvo) in centrumgebieden tussen 2010 en 2022 in benchmark 1. Gemiddelde ontwikkeling omvang (m2 wvo) in centrumgebieden (2010-2022) Benchmark 2: Woonplaatsen waar fietsenwinkels niet zijn vertrokken uit centrumgebieden
45.000 40.000 35.000 30.000 25.000
20.000 15.000 10.000 5.000 0 Dagelijks
Niet-dagelijks 2010
2015
Actieve Retail 2020
Mode & Luxe
2022
Figuur 6.12: Gemiddelde ontwikkeling omvang (m2 wvo) in centrumgebieden tussen 2010 en 2022 in benchmark 2.
48/51
6.9 ●
●
49/51
Overwegingen regionaal beleid FoodValley 4.2 VOORSTEL VOOR AANPASSINGEN / NIEUWE BELEIDSREGELS REGIO FOODVALLEY ● Voor de Regio FoodValley blijft het uitgangspunt dat detailhandel zich om ruimtelijk relevante redenen wel of niet op perifere locaties mag vestigen. Het doel blijft: ‘een evenwichtige krachtige detailhandelsstructuur waarbinnen een zorgvuldige afweging is t.a.v. het behoud van de leefbaarheid, door leegstand in de binnenstedelijke winkelgebieden te voorkomen die mede als gevolg van PDV en grootschalige detailhandel kan ontstaan‘. ● Van belang is dat de Regio FoodValley een consistent PDV-beleid voert tegen de achtergrond van recente rechterlijke uitspraken over de Dienstenrichtlijn. Nieuwe beleidsuitgangspunten met branche- of omvangregels moeten onderdeel zijn van een breder pakket aan maatregelen en gaan niet verder dan nodig. 2. Op perifere locaties alleen die branches toestaan die (vanwege de aard en omvang van de goederen) niet kunnen worden ingepast in de bestaande binnenstedelijke winkelgebieden. ● Voor het invullen van perifere locaties spelen meerdere overwegingen een rol. Allereerst is het, zoals benoemd in de huidige beleidsregel, niet wenselijk om bedrijven toe te laten op perifere locaties wanneer deze ook inpasbaar zijn in bestaande binnenstedelijke winkelgebieden. Dit wordt beaamd en is ook noodzakelijk.
Een aantal centrumgebieden verspreid over de regio wordt namelijk geconfronteerd met een grote leegstand. De afname van het aanbod in een aantal centrumbranches gaat ten koste van de diversiteit aan detailhandel op deze locaties. Deze centrumgebieden zijn daardoor kwetsbaar, de leegstand gaat ten koste van het functioneren en de vitaliteit. Hier ligt een grote opgave om tot versterking van de detailhandelstructuur te komen. …??? Door herinvulling van leegstand en herstructurering liggen er kansen om de relevante ruimtelijke aspecten te versterken: de verzorgingsfunctie van het aanbod; de variëteit en kwaliteit van het aanbod (in het belang van de keuze voor de consument); de ruimtelijke kwaliteit (stedenbouw, bij de tijd); verkeer-parkeren-milieu en mobiliteit; intensief ruimtegebruik en synergie; en het woon- en leefklimaat (leegstand, leefbaarheid e.d.). Een breed aanbod aan detailhandelsbranches staat garant voor de versterking van deze ruimtelijke aspecten in de centrumgebieden. Van belang is dat bij nieuwe of te verplaatsen grootschalige detailhandelsvestigingen primair wordt gekeken of deze ruimtelijk inpasbaar zijn in of aan de rand van de centrale winkelgebieden. Aan de andere kant moet voorkomen worden dat dit soort vestigingen de PDV-branches in de acht PDV-concentratiegebieden kunnen gaan verdringen, terwijl daar nu juist weinig leegstand is.
Dat beperkt de vitaliteit van het thema Wonen, Doe-het-zelf en Tuincentra in deze PDV-concentratiegebieden. Deze thematisering in de vorm van een branchebeperking is noodzakelijk en geschikt om het beoogde doel te bereiken: ● Het beperken van structurele leegstand en het borgen van de vitaliteit en leefbaarheid in de centrumgebieden; ● Het voorkomen van verdringing van PDV in de PDV-concentratiegebieden door andere branches die voor hun functioneren niet afhankelijk zijn van de aanwezigheid van deze PDV-branches. Wonen, Doe-het-zelf en Tuincentra. Gezien de aard en omvang van de volumineuze goederen zijn de PDV-branches in beginsel niet inpasbaar in binnenstedelijke winkelgebieden. Dit is van toepassing op de branches Wonen, Doehet-zelf en Tuincentra. Deze afbakening is houdbaar in het kader van de Dienstenrichtlijn. De branchering van Locatus is daarbij een goed hanteerbare indeling, zie bijlage 4. De brancheverbreding van alleen Bouwmarkten naar Doe-het-zelf is goed verdedigbaar. De Locatussubbranches zijn Bouwmaterialen, Sauna-zwembad, Deur-kozijn, Breedpakket, Hout, IJzerwarengereedschappen, Sanitairmateriaal en Verf-behang. Dit soort subbranches is nu ook al op perifere locaties gevestigd.
Thematisch passen ze goed bij de PDV-branches en het gaat om naar aard en omvang volumineuze goederen: de meeste winkels verkopen producten die meerdere subbranches omvatten binnen Doe-het-zelf: zoals een verf-behangzaak die ook gordijnen, raamdecoratie, vloeren en kasten verkoopt. Eenzelfde overweging geldt voor de subbranches Tuinartikelen en Tuinmeubelen. Dit volumineuze assortiment wordt vaak aangetroffen bij Tuincentra en binnen de branche Wonen. Deze brancheverbreding is gewenst in het kader van de Dienstenrichtlijn en de evenredigheid: de effecten op de binnenstedelijke
●
50/51
winkelgebieden zullen niet wezenlijk afwijken dan bij de PDV-branches. En het leidt tot een versterking van de thematisering in de PDVconcentratiegebieden. ABC (Automotive) en overige PDV Sommige PDV-branches sluiten minder direct aan op de PDV-concentratiegebieden en de thematisering rond Wonen, Doe-het-zelf en Tuincentra. Dat zijn: ● Auto-Boot-Caravan (ABC, de branche Automotive van Locatus inclusief Carparts en aanhangers, Motoren, Campers); ● Detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen; ● Grove bouwmaterialen. Deze PDV-branches vragen om maatwerk per gemeente. Er is namelijk sprake van een groot ruimtebeslag door de combinatie van een showroom met service, reparatie en opslag. De consumentenmarkt en de zakelijke markt zijn niet te scheiden. Dit soort PDV-vestigingen zijn bijna niet meer in de binnenstedelijke winkelgebieden gevestigd. In FoodValley liggen de ABC-vestigingen soms in de PDV-concentratiegebieden en soms erbuiten. Dat laatste geldt zeker voor de gemeenten zonder een PDV-concentratiegebied. Enkele gemeenten reserveren de bedrijventerreinen voor dit soort branches. De gemeenten kunnen middels een ontheffings- of afwijkingsmogelijkheid de ABC-branches faciliteren. Deze ABC-branches zijn tot op heden in de regionale afstemming van FoodValley nauwelijks gespreksonderwerp geweest.
Qua bezoekmotief houden de branches weinig verband met de PDV-branches Wonen, Doehet-zelf en Tuincentra. De planologische omschrijving is afwijkend van regulier winkelaanbod. Om die reden blijven deze branches verder buiten beschouwing, behalve als sprake is van een nieuwe PDV-locatie. De gemeenten dienen terughoudend te zijn bij uitbreiding van het aantal PDV-locaties om verdere versnippering te voorkomen. Dit wordt regionaal besproken en afgestemd. Detailhandelsbranches die in verband kunnen worden gebracht met de ABC-branches zijn tweewielers zoals scooters en fietsen en diverse vormen van Outdoor-sport. Ondanks de relatie met de ABC-branches zijn er weinig argumenten om deze branches op een perifere locatie te huisvesten. Het gaat bijna altijd om een substantieel aandeel relatief kleine artikelen. Ze zijn functioneel ook niet afhankelijk van de PDV-branches Wonen, Doe-het-zelf en Tuincentra. Hiermee wordt gestimuleerd dat deze branches zich alleen in de binnenstedelijke winkelgebieden kunnen vestigen om aldaar het brede aanbod aan detailhandelsbranches te kunnen garanderen. In de acht PDV-concentratiegebieden worden alleen de PDV-branches Wonen, Doe-het-zelf en Tuincentra toestaan, inclusief Tuinartikelen en Tuinmeubelen.
Voor ABC (Automotive) en overige PDV-branches is de regio FoodValley terughoudend bij de uitbreiding van het aantal PDV-locaties om versnippering te voorkomen. Overige branches zijn voorbehouden aan de binnenstedelijke winkelgebieden. 3. Er wordt op perifere locaties een minimale maatvoering voor winkels van 1.500 m2 gehanteerd. Naar een nieuwe maatvoering ● De regio moet ook de dynamiek van kleinere vestigingen in de PDV-branches goed zien te faciliteren, zeker ook omdat er in veel branches sprake is van een kleinere winkelomvang. Deze (het MKB) hebben nu vaak een veel kleinere schaalgrootte. Seinpost stelt voor om bij de PDV-branches indien ze willen verplaatsen naar één van de acht PDV-locaties de ondergrens te verlagen naar 500 m2 wvo. … ● Bij een metrage van minimaal 500 m2 wvo in plaats van 1.500 m2 wvo is het beleid minder rigide. Het sluit beter aan op de bestaande praktijk (omvang) van de huidige PDV in de acht PDV-concentratiegebieden. Dit maatwerk past ook beter bij de eis op basis van de Dienstenrichtlijn betreffende de evenredigheid van de te nemen maatregel. Gemeenten moeten zich steeds de vraag stellen of de maatregel niet verder gaat dan nodig is om het beoogde doel te bereiken.
Dit betekent dat de afweging moet zijn om minder beperkende maatregelen te nemen indien dat leidt tot het gewenste resultaat, in dit geval voor middelgrote ondernemers in de PDV-branches met een omvang van 500 m2 wvo tot 1.500 m2 wvo. Dit zijn veelal MKB-bedrijven die zich hiermee makkelijker in de PDV-concentratiegebieden kunnen vestigen. … ● In de centrale winkelgebieden van de drie grootste gemeenten Barneveld, Ede en Veenendaal is sprake van een relatief grote omvang per winkel vergeleken met de inwonersklasse waartoe ze behoren (bron: Locatus). Ook de leegstaande panden kennen een gemiddeld grote omvang per winkel. Door deze moderne
-
-
51/51
maatvoeringen kunnen winkels kleiner dan 500 m2 wvo prima worden ingepast in de grotere centrumgebieden verspreid over FoodValley. Overwegingen met zeer grootschalige PDV-concepten ● Regio FoodValley heeft ook gevraagd om advies hoe om te gaan met bijzondere grootschalige PDVconcepten. Met name in het uitbreidingsplan aan de Groeneveldselaan is een mogelijkheid om een grootschalig PDVconcept in te passen. … Een dergelijk grootschalig concept kan dus alleen als elders een min of meer vergelijkbaar metrage geschrapt wordt en alleen binnen de acht PDV-concentratiegebieden. Voor een grootschalig concept wordt geen uitbreiding toegelaten van een PDV-concentratiegebied. ● Er wordt in de acht PDV-concentratiegebieden voor vestigingen in de PDV-branches een minimale maatvoering van 500 m2 wvo per detailhandelsvestiging gehanteerd. Bij initiatieven groter dan deze minimale maatvoeringen is alleen advies nodig van het Ambtelijk Overleg (AO) en het Portefeuillehouders Overleg (PHO), als sprake is van een netto toevoeging van plancapaciteit. Er wordt bij winkels op PDV-concentratiegebieden vastgehouden aan een maximum aandeel branchevreemd van maximaal 15% van het winkeloppervlak, met een maximum van 150 m2. Dit beleidsuitgangspunt blijft ongewijzigd.
bestemmingsplan Galileistraat 20
86
bestemmingsplan
bestemmingsplan Galileistraat 20
Regels
bestemmingsplan
87
bestemmingsplan Galileistraat 20
Hoofdstuk 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Galileistraat 20 met identificatienummer NL.IMRO.0345.Galileistraat20-ow01 van de gemeente Veenendaal. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlage. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken. 1.6
bebouwingspercentage
een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.7
bedrijf aan huis
het door bewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.8
bedrijfsgebouwen
het geheel aan gebouwen, behorend bij een bedrijf. 1.9
bedrijfsvloeroppervlakte
de brutovloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen. 1.10
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.11
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak. 1.13
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
88
bestemmingsplan
bestemmingsplan Galileistraat 20
1.14
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.15
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.16
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.18
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten. 1.19
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.20
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.21
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven en/of personen, zoals administratie-, reclame-, advocaten-, makelaars-, notaris-, werkbemiddelings-, reis-, advies- en ingenieursbureaus, kappers, medische praktijken en voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie. 1.22
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23
hoofdgebouw
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en op het perceel naar aard en omvang het belangrijkst is. 1.24
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, inclusief congres- en vergaderaccommodaties. 1.25
lijst van bedrijfsactiviteiten
de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals die lijst is opgenomen als bijlage bij de regels.
bestemmingsplan
89
bestemmingsplan Galileistraat 20
1.26
maatschappelijke voorzieningen
voorzieningen ten behoeve van onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, levensbeschouwing, openbare dienstverlening, en sociaal-culturele activiteiten, alsmede politieke-, belangen- en ideële organisaties, verenigingen en hobbyclubs. 1.27
niet zelfstandig kantoor
een kantoorruimte als niet-zelfstandig onderdeel van het bedrijf en waarbij de kantoorruimte niet meer dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte uitmaakt. 1.28
nutsbedrijf
bedrijf gericht op de productie en/of distributie van een of meer dan één nutsvoorziening. 1.29
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting op) het openbare net van gas, water, elektriciteit, riolering, stadsverwarming, en het telecommunicatieverkeer, of daaraan gelijk te stellen voorzieningen. 1.30
omgevingsvergunning
vergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.31
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen beneden peil. 1.32
openbare ruimte
de op de verbeelding aangewezen grond, die bestemd is voor verkeer, groen en water. 1.33
perceelsgrens
de grens van een perceel. 1.34
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.35
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan een bedrijf voor prostitutie zoals een bordeel. 1.36
showroom
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting bestemd is voor het tonen van artikelen en/of materialen.
90
bestemmingsplan
bestemmingsplan Galileistraat 20
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afmetingen, diepte en breedte van overige bouwwerken:
tussen de verst van elkaar gelegen punten van die bouwwerken, horizontaal, dan wel verticaal gemeten. 2.2
de afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens:
de kortste afstand tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomende of nog te bouwen gebouw; 2.3
de afstand tussen gebouwen:
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de brutovloeroppervlakte van een gebouw:
gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.6
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8
de hoogte van een bouwlaag:
de horizontale projectie van de ruimte tussen de harten van de vloeren of balklagen. 2.9
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.10
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.11
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidingsmuren). 2.12
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.13
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.14
het peil:
a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg;
bestemmingsplan
91
bestemmingsplan Galileistraat 20 b. voor andere gebouwen en overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
92
bestemmingsplan
bestemmingsplan Galileistraat 20
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
BEST EM M INGSREGELS
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijf in de vorm van bedrijven en bedrijfsactiviteiten maximaal tot en met de ter plaatse aangegeven milieucategorie zoals die is weergegeven op de verbeelding en nader is omschreven in de lijst van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1); b. bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; c. bedrijfsgebonden kantoor als onderdeel van de bedrijven als genoemd in sub a., met dien verstande dat de oppervlakte van dit kantoor maximaal 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte mag bedragen met een maximum van 2.000 m²; d. beeldende kunst; e. dienstverlening; f. congrescentrum; g. erf; h. groen; i. horeca, die direct en ondergeschikt een verband heeft met de in dit artikel bedoelde bedrijven en bedrijfsactiviteiten; j. infrastructuur; k. laad- en losplaats; l. maatschappelijke voorzieningen; m. nutsbedrijf; n. nutsvoorziening; o. onderwijs in de vorm van onderwijsinstellingen, onderwijsinstituten; p. ontsluiting; q. opslag, met dien verstande dat opslag in de open lucht uitsluitend achter de voorgevel mag plaatsvinden; r. parkeergarage; s. parkeerterrein; t. handel in ABC goederen ter plaatse van de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf detailhandel - ABC-goederen"; u. handel in fietsen ter plaatse van de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - detailhandel fietsen"; v. showroom; w. water; x.
weg. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Uitsluitend mogen worden opgericht gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde die ten dienste staan van de omschrijving in artikel 3.1 en tevens voldoen aan de voorwaarden in artikelen 9.1 en 9.2 ten behoeve van parkeren en laad- en losruimte. 3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. het maximale bebouwingspercentage bedraagt 100% per bouwvlak; c. voor het bouwen van gebouwen gelden de maatvoerings- en situeringseisen, zoals anagegeven in de onderstaande tabel: Bedrijfsgebouwen, algemeen
bestemmingsplan
Eis
93
bestemmingsplan Galileistraat 20
maximale bouwhoogte
zie ter plaatse aangegeven maatvoeringsaanduidingen op verbeelding
minimale afstand tot achterste en zijdelingse perceelsgrenzen
5 meter
d. in afwijking van het bovenstaande geldt dat gebouwen met een oppervlakte tot 1.000 m² mogen worden gebouwd tot in de achterste perceelsgrens en tot in één van de zijdelingse perceelsgrenzen. 3.2.3
Bouwregels bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende maatvoeringseisen: Bouwwerk, geen gebouw zijnde
Eis
Maximale bouwhoogte terreinafscheidingen
2,5 meter
Maximale bouwhoogte infrastructurele- en nutsvoorzieningen
10 meter
Maximale bouwhoogte van één reclame-object per bedrijf
7,5 meter
Maximaal één reclame-object ter plaatse van de aanduiding 'horeca' met een maximale hoogte van
25 meter
Maximale bouwhoogte silo's
12 meter
Maximale hoogte overige bouwwerken
12 meter
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Fietsenstallingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 sub a, teneinde fietsenstallingen buiten het bouwvlak toe te staan, met dien verstande dat: a. het gebouw een maximale oppervlakte van 20 m² heeft; b. deze maximaal 3 m¹ hoog mag zijn; c. deze geen nadelig gevolg heeft voor de verkeersveiligheid. 3.3.2 m²
Bouwen in de zijdelingse en achterste perceelsgrens voor bedrijfsgebouwen groter dan 1.000
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 sub c, teneinde bedrijfsgebouwen groter dan 1.000 m² in één zijdelingse perceelsgrens en in de achterste perceelsgrens te mogen bouwen, met dien verstande dat: a. dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering; b. dit gewenst is indien er gebouwd is volgens de maximaal genoemde bebouwingspercentages, zoals genoemd in dit artikel; c. de functionele en ruimtelijke structuur niet onevenredig worden aangetast; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; e. de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding is gewaarborgd; f. op het bouwperceel parkeer-, laad- en losruimte van voldoende omvang aanwezig is.
94
bestemmingsplan
bestemmingsplan Galileistraat 20
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e. f.
grote lawaaimakers; vuurwerkopslag; zelfstandige horeca, met uitzondering van het bepaalde in 3.1, sub i; detailhandel; nieuwe bedrijfswoningen; open opslag voor de voorgevelrooilijn en buiten het bouwvlak.
3.4.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 3.4.1 onder d is niet van toepassing op: a. detailhandel in auto's, boten, caravans, tenten en motoren, voor zover deze plaatsvindt in bestaande detailhandelsvestigingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan in het plangebied aanwezig zijn, óf waarop de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - detailhandel-ABC goederen' of 'specifieke vorm van bedrijf - detailhandel-fietsverkoop' is gelegen; b. overige vormen van detailhandel in reeds bestaande detailhandelsvestigingen zoals deze nader zijn omschreven in de bij deze regels behorende Staat van Detailhandelsactiviteiten (bijlage 2), uitsluitend in de aangegeven bedrijfsvoering, aard en omvang; c. detailhandel in nevenartikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen die rechtstreeks in verband staan met de hiervoor bij (a) en (b) omschreven detailhandel, waarbij bij de verkoop van ABC-goederen geldt tot een maximum van 15 % van de bedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 150 m². 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Toestaan van vergelijkbare bedrijven
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.1 sub a ten behoeve van: a. de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat is opgenomen in een hogere categorie van de lijst van bedrijfsactiviteiten indien deze naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot categorie zoals bedoeld in artikel 3.1, sub a.; b. de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat hoewel gelijkwaardig is aan de categorie zoals bedoeld in artikel 3.1 sub a., maar niet in de lijst van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelasting-componenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, de ligging van het stiltegebied, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. 3.6
Wijzigingsbevoegdheid
3.6.1
Winkelbranches
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen en de branches verruimen op de gronden die zijn aangeduid als (dhp) 'detailhandel - perifeer: onder voorwaarde dat: a. een eventuele verruiming van de branchebeperkingen alleen is toegestaan wanneer uit onderzoek blijkt dat daarvoor voldoende marktruimte is (DPO)
bestemmingsplan
95
bestemmingsplan Galileistraat 20
Hoofdstuk 3 Artikel 4
ALGEM ENE REGELS
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
96
bestemmingsplan
bestemmingsplan Galileistraat 20
Artikel 5 5.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan onder het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken. 5.2
Ondergeschikte bouwdelen
De bouwgrens mag in afwijking van het bepaalde in Artikel 3 uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, balkons, luifels, funderingen, veranda’s en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 1,50 m¹ bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1 m¹ bedraagt; c. bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, gasafvoerkanalen en schoorstenen, indien de overschrijding niet meer dan 0,75 m¹ bedraagt; d. rookkanalen, indien de overschrijding niet meer dan 0,75 m¹ bedraagt; e. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, galerijen, reclametoestellen en draagconstructies voor reclame, indien de overschrijding niet meer dan 0,50 m¹ bedraagt en deze onderdelen van de bouw niet lager zijn aangebracht dan: 1. 4,20 m¹ boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,50 m¹ langs een rijweg; 2. 2,20 m¹ boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de onder sub 1. genoemde strook; f. putten, leidingen, goten en inrichtingen voor de watervoorziening of de afvoer of verzameling van water en rioolstoffen; g. hijsinrichtingen, welke de bouwgrens met niet meer dan 1 m¹ kunnen overschrijden;
bestemmingsplan
97
bestemmingsplan Galileistraat 20
Artikel 6 6.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Als gebruik in strijd met de bestemming als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, geldt in ieder geval: a. het gebruik van een bouwwerk voor een seksinrichting; b. de permanente bewoning van recreatiewoningen, kampeermiddelen en andere onderkomens en gebouwen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn; c. het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; d. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; e. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; f. het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; 6.2
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
98
bestemmingsplan