CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Integraal Beleidskader SD 2020-2023 'Sterker door verbinding'

Beeldvormende avond 10 mei 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Informatie / naslagwerk deelsessies21.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

9.1.1 Digitale effectmonitor De digitale effectmonitor (in gebruik sinds 2019) laat de voortgang zien van de maatschappelijke doelen en de beoogde effecten binnen het sociaal domein. De uitgangspunten en de maatschappelijke doelen vanuit de visie sociaal domein zijn de basis voor dit integraal beleidskader. De beoogde effecten in dit beleidskader worden verwerkt in de effectmonitor, na vaststelling van het kader door de gemeenteraad. De raadsleden hebben inzage in de ontwikkelingen van de maatschappelijke doelen en beoogde effecten. De inspanningen die in de uitvoeringsplannen opgenomen worden, worden ook opgenomen in de digitale effectmonitor. De ontwikkelingen binnen de inspanningen zijn inzichtelijk voor het college, zodat zij op uitvoeringsniveau de voortgang kunnen volgen en daarop kunnen sturen.De ontwikkeling van het datagedreven sturing levert een bijdrage aan de doorontwikkeling van de effectmonitor.

9.2 Randvoorwaarden voor de uitvoering van IBK Met de opgenomen beoogde effecten en genoemde inspanningen als voorbeeld in dit IBK, willen we de komende jaren invulling geven aan de transformatie in het sociaal domein, zoals beoogd met de “Visie sociaal domein” en ‘Model Veenendaal 2020”. Als niet voldaan wordt aan deze randvoorwaarden, kan dit een bedreiging vormen voor de gewenste inhoudelijke ontwikkeling.

32

Inhoud

1. Inleiding

2. Achtergrondinformatie

Voetnoten

3. Begripsbepalingen Bijlagen 1 t/m 4

4. Naar vermogen actief

5. Eigen kracht en netwerk

6. Ondersteuning

Bijlagen 5 t/m 8

7. Winst door verbinding

Bijlagen 9 t/m 12

8. Regie

9. Randvoorwaarden Bijlagen 13

Randvoorwaarde

Toelichting

Hoe pakken we dit op

1. Realiseren van een eenduidige werkwijze in de uitvoering van het sociaal domein

De wetten op het gebied van participatie, jeugd, maatschappelijke ondersteuning en schuldhulpverlening hebben een verschillend karakter, wat het niet altijd makkelijk maakt om een eenduidige werkwijze te realiseren36.

• Het IBK biedt de uitgangspunten voor het sociaal domein als geheel. • Ontwikkeling van een integrale verordening sociaal domein met specifieke(re) afspraken over de gemeentelijke werkwijze. Juridisch onderzoek is nodig om de mogelijkheden en beperkingen hiervoor in kaart te brengen.

2. Koersvastheid door een eenduidige focus

Voor de realisatie van het IBK is koersvastigheid van alle betrokkenen belangrijk; van gemeenteraadsleden en college tot en met de uitvoering (ook gecontracteerde aanbieders en de welzijnspartij). We zijn in ontwikkeling en vinden onderweg uit wat wel en niet werkt. Daarbij blijven de uitgangspunten van het IBK-SD overeind.

• Dit IBK bepaalt de richting van de ontwikkeling in het sociaal domein voor de komende vier jaar. • De organisatie geeft prioriteit aan de inzet van voldoende en goed gekwalificeerd personeel en biedt hen scholing om op effectieve en efficiënte wijze bij te kunnen dragen aan de beoogde effecten. • Scholing en training van raadsleden, bestuurders en ambtelijk medewerkers hoe optimaal bij te dragen aan de uitgangspunten van dit IBK. • Bij iedere (nieuwe) inspanning wordt expliciet gemaakt op welke wijze deze bijdraagt aan beoogde effecten in het IBK. Er wordt een format ontwikkeld om besluitvoorstellen hieraan te toetsen. • Met beschikbare data en de digitale effectmonitor sturen we op de beoogde effecten (en daarmee gewenste effecten).

3. Flexibel in kunnen spelen op ontwikkelingen om snel en tijdig bij te kunnen sturen waar nodig.

Als gemeente zijn we afhankelijk van onder andere inwoners, organisaties en het rijk om de richting van het integraal beleidskader te kunnen realiseren. Ook economische ontwikkelingen zijn van invloed, evenals de inzet van werkgevers en ondernemers37. Naast deze ontwikkelingen leven we in een snel veranderende samenleving. Robotisering, mondialisering en individualisering zijn van invloed op de ontwikkelingen in het sociaal domein.

• Ontwikkelingen worden gevolgd en we anticiperen hier (pro-actief) op. • Samen met de belangrijkste stakeholders bespreken we eventuele stagnaties en belemmeringen, waar mogelijk realiseren we gezamenlijk oplossingen. • We werken met uitvoeringsplannen die jaarlijks opnieuw worden bezien, daarmee kunnen de inspanningen worden aangepast aan de vraag en ontwikkelingen. Zo realiseren we een wendbaar gemeentelijk beleid om snel(ler) te kunnen reageren op veranderingen in de samenleving

4. Grijze gebieden erkennen en domein- en gemeenteoverstijgende werkafspraken maken.

Niet alle ondersteuning die een inwoner nodig heeft, betreft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Er zijn ondersteuningsvragen die de grenzen van meerdere wetten overschrijden, waardoor meerdere partijen verantwoordelijkheid dragen. Door deze verdeelde verantwoordelijkheden vallen sommige vraagstukken in een grijs gebied

• We maken met externe partijen duidelijke afspraken over de verschillende verantwoordelijkheden en rollen. Deze worden vastgelegd in gezamenlijke werkafspraken en bieden een handvat aan de uitvoerende partijen voor het al dan niet toekennen van gevraagde ondersteuning. • Voor casussen die vallen in een grijs gebied worden afspraken gemaakt met partijen hoe te komen tot onderlinge afstemming op casusniveau, zodat de betreffende Veenendaler niet tussen wal en schip belandt.

33

Inhoud

1. Inleiding

2. Achtergrondinformatie

Voetnoten

3. Begripsbepalingen Bijlagen 1 t/m 4

4. Naar vermogen actief

5. Eigen kracht en netwerk

6. Ondersteuning

Bijlagen 5 t/m 8

7. Winst door verbinding

Bijlagen 9 t/m 12

8. Regie

9. Randvoorwaarden Bijlagen 13

Randvoorwaarde

Toelichting

Hoe pakken we dit op

5. ‘Vertellen’ accepteren als gewenste verantwoording naast ‘tellen’.

Sommige effecten binnen het sociaal domein zijn moeilijk of niet meetbaar te maken of hebben effect op langere termijn (en wat is dan nog oorzaak en gevolg). In het sociaal domein gaat het om contacten tussen mensen, cultuur en gedrag en onverwachte gebeurtenissen die effect hebben op ontwikkelingen. Ook brede maatschappelijke ontwikkelingen kunnen invloed hebben het realiseren van gestelde doelen. Deze factoren zijn niet voorspelbaar en maken sec kwantitatieve effectmeting onvoldoende; soms zal het gaan om het laten zien van cijfers, soms om het vertellen van het verhaal en vaak om een combinatie.

• We realiseren een kwalitatief goede levering van data vanuit de gemeentelijke uitvoering, CJG en welzijn; wat is nodig voor datagedreven sturing. • We versterken de mogelijkheden voor datagedreven sturing door het verbeteren van datainformatie en realisatie van koppelingen tussen de domeinen. • Met de verdere ontwikkeling van data-informatie wordt de digitale effectmonitor geoptimaliseerd, zodat deze steeds beter gebruikt kan worden als sturingsinstrument. • Vertellen is een vast deel van de verantwoording, ook bij de cijfermatige ontwikkelingen in het sociaal domein.

6. Accepteren dat het prognosticeren van de uitgaven binnen het sociaal domein moeilijk is; de uitgaven kunnen in korte tijd fluctueren.

De gemeente heeft de wetten na te leven. Deze leveren soms een beperking op in financiële sturingsmogelijkheden. Enkele voorbeelden: • Wmo en Jeugdwet betreffen een open-einde regeling; benodigde ondersteuning mag de gemeente niet weigeren. • Huisartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen zijn rechtsgeldige verwijzers naar jeugdhulp, conform de Jeugdwet. De gemeente moet in deze gevallen jeugdhulp verlenen (jurisprudentie). • Uitgaven jeugdhulp voor een jeugdige kunnen zeer hoog zijn, waardoor één of meerdere incidenten kunnen leiden tot een flinke stijging van uitgaven. • Met de invoering van het Wmo-abonnementstarief (rijksbesluit) betaalt iedere gebruiker van een Wmo-voorziening een vast tarief per maand. Dit vervangt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage en heeft consequenties voor de aanvragen en het gebruik van Wmo-voorzieningen. • De uitvoering van de Participatiewet is sterk afhankelijk van de economische conjunctuur en daarmee de uitgaven.

• We werken aan goede samenwerkingsafspraken en -relaties met huisartsen en gecertificeerde instellingen om sturing zo goed mogelijk te kunnen realiseren. • Het CJG voert actieve regie op complexe en dure jeugdhulptrajecten om deze, zodra mogelijk, af te kunnen schalen. • We volgen de ontwikkelingen en maken zo goed en objectief mogelijke inschattingen van de effecten hiervan voor de gemeentelijke begroting.

7. Herijking van beoogde effecten bij noodzaak voor verdere bezuinigingen sociaal domein.

Als het de komende jaren nodig blijkt om verder te besparen binnen het sociaal domein, heeft dit consequenties voor het realiseren van de beoogde effecten en de daaraan gekoppelde inspanningen. Als dit aan de orde is, zullen mogelijk de beoogde effecten moeten worden bijgesteld en moet worden bezien of de beoogde transformatie-beweging nog gerealiseerd kan worden.

• We monitoren de financiële ontwikkelingen. • We versterken de mogelijkheden voor datagedreven sturing, zodat monitoring op realisatie van beoogde effecten (en daaraan gekoppelde inspanningen) verbeterd of mogelijk wordt.

8. Beoordeling van het sociaal domein als geheel, niet enkel op individuele ervaringen.

De kwetsbaarheid van groepen in het sociaal domein maakt dat in media en politiek snel aandacht is voor zaken die niet goed gaan of niet goed lijken te gaan. Hiermee gaat de aandacht snel uit naar individuele casussen die dan als representatief voor een hele groep of een heel systeem worden beschouwd. Hierdoor ontstaat een onevenredig negatief beeld van het sociaal domein. Positieve ervaringen en ontwikkelingen krijgen nauwelijks tot geen media-aandacht en komen daardoor minder in beeld. Het is van belang dat politiek en bestuur zich niet laat leiden door deze media, maar door de beschikbare monitoringsinformatie en informatie uit cliëntervaringsonderzoeken.

• Goede informatievoorziening aan bestuur, inwoners en media met feitelijke informatie, mede gevoed door verdere ontwikkeling van het datagedreven sturing. • Gezamenlijk (bestuurlijk en ambtelijk) nadruk leggen op (ook) positieve verhalen voor tegengeluid bij een negatief beeld.

9. Binnen de vier domeinen (Wmo, jeugd, P-wet en schuldhulpverlening moet het mogelijk zijn om op cliëntniveau monitoring / actieve regie uit te kunnen voeren.

Deze randvoorwaarde is van belang om meerdere redenen: • Controle op doelmatigheid van ingezette middelen: wordt gedaan wat is afgesproken. • Controle op effectiviteit van de inzet: wordt bereikt wat ermee is beoogd. • Hulpmiddel bij het voorkomen of opsporen van onrechtmatig gebruik. • Basis om bij complexe casuïstiek de benodigde diverse vormen van ondersteuning goed op elkaar af te stemmen en te volgen (regie op casusniveau).

Bij drie domeinen is monitoring op casusniveau reeds vormgegeven en/of is sprake van doorontwikkeling hiervan. Bij de uitvoering Wmo moet monitoring op casusniveau worden ontwikkeld. Deze ontwikkeling wordt opgenomen als voorstel voor het “Uitvoeringsplan sociaal domein 2020”, waarmee deze ontwikkeling in de afwegingen voor de ontwikkelingen in het sociaal domein wordt meegenomen voor 2020 (of later).

34

Inhoud

1. Inleiding Voetnoten

2. Achtergrondinformatie

3. Begripsbepalingen

4. Naar vermogen actief

Bijlagen 1 t/m 4

9.3 Financiële kaders voor de komende jaren In de Programmabegroting 2019 en in de Kadernota 2020 zijn besluiten genomen over de financiële kaders van het sociaal domein. De oplopende tekorten, met name bij jeugdhulp, hebben geleid tot maatregelen om de uitgaven te beperken en terug te dringen. In de hoofdstukken 4 tot en met 8 van dit IBK zijn inspanningen opgenomen die onder andere hierop aansluiten. In deze paragraaf geven we een overzicht van de vastgestelde budgetten waarin de financiële effecten van de maatregelen zijn verwerkt. In dit overzicht zijn de taakmutaties uit de meicirculaire 2019 separaat opgenomen. De budgetten nemen de komende jaren toe. Uiteraard is het financiële overzicht een momentopname ten tijde van het schrijven van dit document. In de planning & controlcyclus worden de budgetten waar nodig bijgesteld.

5. Eigen kracht en netwerk

6. Ondersteuning

Bijlagen 5 t/m 8

7. Winst door verbinding

9. Randvoorwaarden

8. Regie

Bijlagen 9 t/m 12

Bijlagen 13

Lasten sociaal domein38

2019

2020

2021

2022

2023

Programma sociaal domein

534.221

320.000

350.000

350.000

350.000

Projecten sociaal domein39

417.813

0

0

0

0

Jeugd

22.822.817

23.873.654

24.401.187

25.005.847

25.005.847

Wmo

15.048.316

14.865.125

15.722.705

16.625.899

16.625.899

WSW

7.609.798

7.416.436

7.008.436

6.626.436

6.626.436

re-integratie

1.264.277

1.333.125

1.248.913

1.297.832

1.297.832

Welzijn

2.748.679

2.950.018

2.337.885

2.393.994

2.393.994

Inkomensregelingen

20.180.209

20.940.461

20.948.891

19.681.820

19.681.820

Schuldhulpverlening

769.768

591.024

601.474

612.123

612.123

Subtotaal

71.395.898

72.289.843

72.619.491

72.593.951

72.593.951

Taakmutaties meicirculaire, exclusief overige mutaties 2e bestuursrapportage 2019 - Jeugd

496.000

531.000

552.000

572.000

597.000

- WMO

463.000

559.000

580.000

598.000

615.000

- Participatie

421.000

199.000

102.000

203.000

169.000

Subtotaal

1.380.000

1.289.000

1.234.000

1.373.000

1.381.000

Totaal

72.775.898

73.578.843

73.853.491

73.966.951

75.590.420

35

Inhoud

1. Inleiding Voetnoten

2. Achtergrondinformatie

3. Begripsbepalingen Bijlagen 1 t/m 4

4. Naar vermogen actief

5. Eigen kracht en netwerk

6. Ondersteuning

Bijlagen 5 t/m 8

7. Winst door verbinding

Bijlagen 9 t/m 12

8. Regie

9. Randvoorwaarden Bijlagen 13

Voetnoten 1 De beleidsverantwoording over 2018 heeft in juni 2019 voor het eerst in digitale vorm plaatsgevonden. Van een projectenboek op papier zijn we overgegaan naar een digitale vorm van verantwoorden in de Effectmonitor Sociaal domein. Deze vorm van verantwoorden is positief ontvangen en wordt daarom doorgezet. Driemaal per jaar (gekoppeld aan de bestaande verantwoordingsmomenten via de Beraps en Jaarrekening) zal via de Effectmonitor Sociaal domein gerapporteerd worden aan de raad over de bereikte effecten. We spreken daarom in dit IBK niet meer over het Projectenboek Sociaal domein maar over de Effectmonitor Sociaal domein. Dit dekt de lading beter omdat het geen verantwoording over projecten betreft maar juist een verantwoording over de bereikte effecten, doelen en resultaten. De doelen in dit Integraal Beleidskader zullen worden opgenomen in de effectmonitor’. 2 Het gaat om de volgende adviesraden: Wmo-forum Veenendaal, Diversiteitsraad, Jeugdbelang Veenendaal, Veense Jongerenraad en de Cliëntenraad Werk en Inkomen. 3 SMART = Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden. 4  B elangrijke verdragen voor het IBK zijn in ieder geval de geratificeerde VN-verdragen “Rechten van het kind” en “Rechten van personen met een handicap”. Deze zijn gebaseerd op het verdrag “Universele verklaring van de rechten van de mens”.

5 Wet passend onderwijs is de geaccepteerde werktitel van de “Wijzigingswet enkele onderwijswetten (herziening organisatie en financiering van [...] Onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs)”. 6 Spiegelwetgeving Wet passend onderwijs en Jeugdwet: Gemeenten en samenwerkingsverbanden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor passende ondersteuning aan jeugdigen met een hulpvraag. Gemeenten vanuit de Jeugdwet, samenwerkingsverbanden vanuit de Wet passend onderwijs. Zij zijn bij wet verplicht gezamenlijk afspraken te maken en tot overeenstemming te komen. 7 In de arbeidsmarktregio FoodValley zijn afspraken vastgelegd in het jaarplan van het Regionaal Werkbedrijf FoodValley, het Werkgeversservicepunt FoodValley en de Strategische Arbeidsmarkttafel zie https://www.regiofoodvalley.nl 8 De regio FoodValley betreft een samenwerking tussen regionale overheden, ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen. De volgende acht gemeenten vormen ‘de arbeidsmarktregio FoodValley’: Barneveld, Ede, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Wageningen, Veenendaal en Renkum. 9 Voor de regionale inzet op de transformatie jeugdhulp is het visiedocument ‘Ons Verhaal’ (bijlage 6) bestuurlijk vastgesteld. Aansluitend op deze regionale visie wordt een regionale transformatie-agenda jeugdhulp uitgevoerd (bijlage 7). 10 Jeugdhulpregio FoodValley betreft de zeven gemeenten

Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal. 11 Er wordt nauw samengewerkt met de gemeenten in de provincie Utrecht voor de diensten van Samen Veilig Midden Nederland (SVMN). Dit betreft de diensten van de Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming en jeugdreclassering) en van Veilig Thuis Midden Nederland (advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling). 12 Dit is onderdeel van de aanpak Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). 13 We hanteren de leefgebiedenwijzer van Movisie. Hierin worden de volgende leefgebieden onderscheiden: zingeving, wonen, financiën, sociale relaties, lichamelijke gezondheid, psychische gezondheid en werk en activiteiten 14 Stress-sensitieve dienstverlening: bij de ondersteuning wordt rekening gehouden met de effecten van stress op het brein. 15 Thuisnabij betekent enerzijds het bieden van ondersteuning zo dicht mogelijk bij huis, anderzijds betekent het het bieden van hulp in een setting die zo veel mogelijk het thuis benaderd. Zo kiezen we bijvoorbeeld voor pleegzorg boven instellingsverblijf. 16 digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2018/wat-is-armoede/ 17 www.pgb.nl/pgb/protocol-gebruikelijke-zorg-ciz/ 18 Inclusie betekent dat alle mensen meedoen in de samenleving en erbij horen, ook mensen met een beperking.

36

Inhoud

1. Inleiding Voetnoten

2. Achtergrondinformatie

3. Begripsbepalingen Bijlagen 1 t/m 4

19 Dit is niveau 2F binnen de Standaarden en eindtermen volwassen educatie. 20 Het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden is één van de thema’s in de Lokaal Educatieve Agenda. 21 Formele educatie: dit staat onder toezicht van de onderwijsinspectie met een erkent diploma. Nonformele educatie: geen erkent diploma, controle door gemeente. Voorbeeld: een cursus kunstgeschiedenis bij de bibliotheek of een taalcursus bij een vrijwilligersorganisatie. 22 In juli 2016 heeft Nederland het VNG-Verdrag ‘Rechten voor mensen met een handicap’ geratificeerd. Daarmee is aan de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet de verplichting toegevoegd om in een periodiek plan uitvoering te geven aan dit VN-Verdrag. Naast deze verplichting is in het ‘Besluit Toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte’ (Ministerie van VWS, juni 2017) gesteld dat alle sectoren een actieplan moeten maken waarin zij aangeven hoe zij werken aan de geleidelijke verwezenlijking van de algemene toegankelijkheid, ook buiten het sociaal domein. Beide opgaven verenigen we in de lokale inclusie agenda. 23 Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, ratificatie door Nederland: maart 1995. 24 Zie paragraaf 3.2.3 voor de definitie van armoede. 25 Ze zijn minder vaak lid van een vereniging of sportclub, gaan minder vaak op vakantie en maken minder uitstapjes.

Er is nauwelijks of geen geld voor nieuwe kleren, internet en/of een dagelijkse warme maaltijd. Ook het vieren van een verjaardag of het meedoen aan schoolexcursies is niet vanzelfsprekend (“Opgroeien en opvoeden in armoede”, NJI 2015). 26 Van ernstige gevolgen van armoede bij jeugdigen

4. Naar vermogen actief

5. Eigen kracht en netwerk

6. Ondersteuning

Bijlagen 5 t/m 8

is vaker sprake wanneer er drie of meer andere risicofactoren spelen, zoals lage opleiding, gebrek aan toegang tot voorzieningen, psychische problemen, stress of huiselijk geweld. Uit onderzoek is gebleken dat dit bij jeugdigen kan leiden tot een beperking van de intelligentieontwikkeling, psychische en gedragsproblemen, delinquentie en kindermishandeling. 27 Erfelijke armoede betreft de generationele overdracht van armoede van ouders op kinderen. 28 nu is de ondersteuningsvorm aan de Veenendaler afhankelijk van het loket waar hij zich meldt. Bij de Participatiewet ligt de nadruk op beschut werk, terwijl de focus bij de Wmo ligt op (arbeidsmatige) dagbesteding. 29 In 2018 is extra ingezet op ontwikkeling van regievoering, waardoor de ambulante hulp vanuit het CJG is afgenomen. We zetten in op herstel van dit aanbod. Hoe dit vorm krijgt is mede afhankelijk van de uitkomsten van de business-case die momenteel in ontwikkeling is bij het CJG (augustus 2019). 30 Instellingsverblijf betreft het verblijf van jeugdigen in een maatwerkvoorziening van een jeugdhulpaanbieder. Pleegzorg, gezinshuizen en kamertraining vallen hierbuiten, omdat dit maatwerkvoorzieningen zijn die we als meest passende vorm beschouwen als jeugdigen niet bij hun ouders kunnen wonen. 31 Overstag is een bovenschoolse voorziening voor het voortgezet onderwijs in de regio FoodValley.

Hier wordt een leerling extra ondersteuning geboden die de mogelijkheden van het regulier voortgezet onderwijs overstijgt. 32 Bijvoorbeeld het onderzoek “Samenwerken aan een gezonde samenleving” van het lectoraat Maatschappelijk Werk, Hogeschool Inholland (Kluft, 2016) 33 Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen

7. Winst door verbinding

Bijlagen 9 t/m 12

8. Regie

9. Randvoorwaarden Bijlagen 13

van blockchain. De blockchaintechnologie heeft de potentie om eigenaarschap en wederzijds vertrouwen op een innovatieve wijze te organiseren en faciliteren. Het is een open digitaal netwerk waaraan iedereen die dat wil kan deelnemen en deelnemers nieuwe toepassingen bij kunnen bouwen. 34 De rechtsgevolgen van fraude verschillen per domein, zoals het kunnen terugvorderen van onterecht verstrekte gelden en het opleggen van een sanctie. 35 Dit concept bestaat uit vier fasen en heeft als doel om de naleving van de regels te bevorderen. Deze fasen vormen samen de cirkel van naleving waarin het samenspel tussen preventie (voorkomen) en repressie (bestraffen) centraal staat. 36 De Participatiewet heeft bijvoorbeeld meer het karakter van rechten en plichten, met harde en duidelijke criteria: een uitkering is af te wijzen op basis van inkomen. Bij de Wmo kunnen inwoners een melding doen die altijd moet worden onderzocht en waarvoor inkomen geen directe grond voor afwijzing van een verzoek is. Vanuit de Jeugdwet geldt een jeugdhulpplicht voor de gemeente: als een wettelijk erkende verwijzer vindt dat de inwoner jeugdhulp nodig heeft, moet de gemeente dit regelen. 37 Zo werkt momenteel de arbeidsmarkt belemmerend voor het vinden van voldoende goed gekwalificeerd personeel in de zorgsector en jeugdhulp, dit leidt tot toenemende wachtlijsten bij aanbieders.

De uitvoering van de Participatiewet is afhankelijk van de economische conjunctuur en daarmee ook de uitgaven voor de uitvoering van deze wet. 38 Dit zijn de lasten exclusief bedrijfsvoering en kapitaallasten 39 Dit zijn de projecten uit de reserve sociaal domein. Het betreft incidentele middelen.

37

Inhoud

1. Inleiding Voetnoten

2. Achtergrondinformatie

3. Begripsbepalingen

4. Naar vermogen actief

Bijlagen 1 t/m 4

5. Eigen kracht en netwerk

Bijlagen 5 t/m 8

6. Ondersteuning

7. Winst door verbinding

Bijlagen 9 t/m 12

9. Randvoorwaarden

8. Regie

Bijlagen 13

Bijlagen Begrippen en afkortingen

Bijlage 1 Begrippen en afkortingen

Infographic opbrengst Discussiebus Bijlage 3 Infographic opbrengst Discussiebus

Model Veenendaal 2020 in schema en visual Bijlage 2 Model Veenendaal 2020 in schema en visual

Totaaloverzicht uitgangspunten, maatschappelijke doelen en beoogde effecten Bijlage 4 Totaaloverzicht uitgangspunten maatschappelijke doelen en beoogde effecten

38

Inhoud

1. Inleiding Voetnoten

2. Achtergrondinformatie

3. Begripsbepalingen Bijlagen 1 t/m 4

4. Naar vermogen actief

5. Eigen kracht en netwerk

6. Ondersteuning

Bijlagen 5 t/m 8

7. Winst door verbinding

Bijlagen 9 t/m 12

9. Randvoorwaarden

8. Regie

Bijlagen 13

Bijlagen Gemeentelijke verordeningen en beleidsregels Bijlage 5 Gemeentelijke verordeningen en beleidsregels

Regionaal Transformatieplan jeugdhulpregio FoodValley Bijlage 7 Regionaal Transformatieplan jeugdhulpregio FoodValley

Regionaal visiedocument jeugdhulp ‘Ons Verhaal’ Bijlage 6 Regionaal visiedocument jeugdhulp ‘Ons Verhaal’

Wijzigingen beleidsplan schulddienstverlening Bijlage 8 Wijzigingen beleidsplan schulddienstverlening

39

Inhoud

1. Inleiding Voetnoten

2. Achtergrondinformatie

3. Begripsbepalingen

4. Naar vermogen actief

Bijlagen 1 t/m 4

5. Eigen kracht en netwerk

Bijlagen 5 t/m 8

6. Ondersteuning

7. Winst door verbinding

9. Randvoorwaarden

8. Regie

Bijlagen 9 t/m 12

Bijlagen 13

Bijlagen Programma sociaal domein

Bijlage 9 Programma sociaal domein

Overzicht minimaregelingen 2020-2023 Bijlage 11 Overzicht minimaregelingen 2020-2023

Onderwijs en het sociaal domein Bijlage 10 Onderwijs en het sociaal domein

Factsheet “Zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag” Bijlage 12 Factsheet “Zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag”

40

Inhoud

1. Inleiding Voetnoten

2. Achtergrondinformatie

3. Begripsbepalingen

4. Naar vermogen actief

Bijlagen 1 t/m 4

5. Eigen kracht en netwerk

Bijlagen 5 t/m 8

6. Ondersteuning

7. Winst door verbinding

Bijlagen 9 t/m 12

8. Regie

9. Randvoorwaarden Bijlagen 13

Bijlagen Mindmap kinderarmoede

Bijlage 13 Mindmap kinderarmoede

41

Adres: Raadhuisplein 1 Veenendaal Telefoon: (0318) 538 538 Postadres: Postbus 1100 3900 BC Veenendaal Website:

www.veenendaal.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11492055/1